CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handreiking rivaliserend groepsgedrag in een hybride werkelijkheid

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 9 februari 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel over Vaststellen prioriteiten veiligheidsplan 2023-2026 ‘Samen veilig in Delft’ (2303028)28.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Handreiking rivaliserend groepsgedrag in een hybride werkelijkheid Delft, Den Haag & Zoetermeer

J.B.A. van den Broek, J. de Jong & Y. Moussaid Partner in Crime September 2022

Uitgevoerd door: Auteurs: In opdracht van:

Partner in Crime Jeroen van den Broek, Joran de Jong & Yasmine Moussaid Gemeente Delft, Den Haag en Zoetermeer

INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE 1 | INLEIDING | 1 2 | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG | 3 2.1 | Het belang van straatcultuur en straatidentiteit | 3 2.2 | Rivaliserend groepsgedrag in regio Haaglanden | 8

3 | DE ROL VAN DRILLMUZIEK | 12 3.1 | De oorsprong van drillmuziek | 12 3.2 | Rondje langs de drillrapscene van regio Haaglanden | 16 3.3 | Systematische analyse van de drillrapscene van regio Haaglanden | 22

4 | DE ROL VAN SOCIAL MEDIA | 32 4.1 | Social media als podium voor muziek | 32 4.2 | Social media als straatculturele arena | 33 4.3 | Social media en rivaliserend groepsgedrag | 37

5 | CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN | 44 5.1 | Conclusies | 44 5.2 | Aanbevelingen | 47

REFERENTIES | 49 OVERZICHT MUZIEKVIDEO'S | 52

Still uit de muziekvideo 'What happened'

H1 | INLEIDING

1 | INLEIDING De afgelopen jaren hebben meerdere geweldsincidenten tussen jongeren uit Zoetermeer, Den Haag en Delft het nieuws gehaald. Bij deze incidenten, waarbij rivaliserende jeugdgroepen betrokken zijn, lijken drillmuziek – een subgenre van rapmuziek – en social media in sommige gevallen te fungeren als katalysator van het excessieve geweld. Jongeren gebruiken muziek en diverse social mediaplatforms om elkaar te beledigen, uit te dagen en te bedreigen met fysiek geweld, onder andere door het uitbeelden en tonen van (steek)wapens. Deze online en muzikale provocaties kunnen het startpunt zijn van conflicten tussen groepen jongeren of tussen buurten, maar kunnen ook reeds bestaande spanningen verder op het spits drijven. In ieder geval lijken de 1 recente incidenten in zowel de regio Haaglanden als op andere plaatsen in Nederland zicht te geven op een overlap tussen drillmuziek, het gebruik van social media, straatcultuur en fysiek geweld. Het rivaliserende groepsgedrag lijkt zich af te spelen binnen een hybride werkelijkheid waarin de offline buitenruimte, social media en muziek door elkaar heen lopen en in voortdurende wisselwerking met elkaar verkeren. De relatie tussen de verschillende elementen van deze hybride context wordt over het algemeen nog onvoldoende begrepen.

Vooral in de media wordt dikwijls een causaal verband verondersteld tussen muziek, straatcultuur en geweld of criminaliteit in bredere zin. Recente empirische studies naar de relatie tussen social media, (drill)muziek, straatcultuur en criminaliteit in de context van Rotterdam (Roks & Van den Broek, 2020) en Amsterdam (De Jong, 2021) geven echter zicht op de ingewikkelde manier waarop deze fenomenen op elkaar inwerken. Op basis van deze onderzoeken wordt bovendien duidelijk dat rivaliserend groepsgedrag in het digitale tijdperk weliswaar op verschillende plaatsen dezelfde uiterlijke verschijningsvormen kent, maar dat het voor het bepalen van een passende aanpak juist belangrijk is om de lokale context waarin dit problematische gedrag zich afspeelt te doorgronden (Roks & Van den Broek, 2020: 133). Dat is waar deze handreiking in voorziet. Dit onderzoek naar hoe in regio Haaglanden bovengenoemde fenomenen samenhangen geeft professionals meer inzicht in zowel de lokale situatie als het bredere fenomeen en rust hen daarmee beter toe op de uitvoering van hun werkzaamheden. Deze handreiking biedt zodoende belangrijke aanknopingspunten voor de integrale aanpak van rivaliserend groepsgedrag in de regio Haaglanden.

Drillrappers vormen het uitgangspunt van dit onderzoek omdat vanuit de opdrachtgever specifieke zorgen bestaan over rivaliserende groepen die zich nadrukkelijk als drillrapgroep profileren. De onderzoeksvraag die binnen deze studie centraal staat luidt zodoende: “Hoe ziet de lokale drillrapscene van Zoetermeer, Den Haag en Delft eruit en welke rol spelen muziek en social media in de conflicten tussen rivaliserende groepen?” Om antwoord te geven op deze vraag en te komen tot een betere duiding van de lokale situatie hebben we 2 binnen deze studie drie deelonderzoeken verricht met alle een eigen dataverzamelingsmethode . In de eerste plaats hebben we een literatuuronderzoek uitgevoerd naar de relatie tussen drillmuziek, straatcultuur, social media en geweld, waarvoor de onderzoekers in grote mate konden putten uit eerder eigen onderzoek (Roks & Van den Broek, 2017; Roks & Van den Broek, 2020; Van den Broek, 2022). Een meer algemene beschrijving van de relatie tussen deze fenomenen is belangrijk om de lokale bevindingen in de juiste context te kunnen bezien. In de tweede plaats hebben we een online onderzoek verricht naar de lokale drillrapscene van Zoetermeer, Den Haag en Delft. Dit resulteerde in een overzicht van de op dit moment binnen Zoetermeer, Delft en Den 3 Haag actieve drillrapartiesten en -groepen en hun muzikale uitingen . 1

2 3

Omwille van de leesbaarheid van deze handreiking zal soms worden gesproken over 'regio Haaglanden' om gemeenten Zoetermeer, Den Haag en Delft aan te duiden. Deze aanduiding is ook inhoudelijk passend omdat rivaliserend groepsgedrag onder invloed van de hybridisering van straatcultuur vrijwel altijd gebiedsoverstijgend is – en dus niet precies beperkt blijft tot de grenzen van de gemeenten die als opdrachtgever van dit onderzoek gelden. Omdat deze handreiking vooral een praktisch bruikbaar document dient te zijn, weiden wij op deze plaats niet uit over onze methoden van onderzoek. Een uitgebreide verantwoording van de methodologie van deze studie is als addendum aangeleverd bij de opdrachtgever en is op verzoek in te zien. In dit overzicht zijn videoclips opgenomen die zijn geüpload tot aan 29 april 2022.

1

H1 | INLEIDING

Het derde deelonderzoek betreft eveneens een online studie, waarbij is geanalyseerd op welke manier jongeren binnen en rondom de eerder beschreven drillrapscene zich op social media – dus buiten de muziek om – presenteren. Hiermee wordt inzicht gegeven in de contouren van de online straatcultuur waarin deze jongeren zijn ingebed en de manier waarop jongeren zich binnen deze setting presenteren. Binnen dit deelonderzoek is bijzondere aandacht uitgegaan naar de thema’s ‘geweld’ en ‘rivaliserende groepen’, omdat hierover binnen de gemeente Zoetermeer, Den Haag en Delft specifieke zorgen bestaan. Het online veldwerk heeft plaatsgevonden tussen januari en april 2022. De verzamelde data in dit derde deelonderzoek zijn anoniem verwerkt. Concreet betekent dit dat we zicht geven op de thema’s en dynamieken die we online aantroffen, zonder dat we precies benoemen wie hierbij betrokken zijn. De reden hiervoor is gelegen in de wetenschappelijke integriteit waaraan wij als onderzoekers gebonden zijn en de geheimhouding die daaruit voortvloeit. In het vervolg van deze handreiking schrijven we in hoofdstuk 2 allereerst over rivaliserend groepsgedrag, omdat dit de kern van het probleem lijkt. We bespreken de rol van rivaliteit en geweld binnen straatcultuur (2.1) en de prevalentie van rivaliserend groepsgedrag in regio Haaglanden door de jaren heen (2.2).

In het vervolg van deze handreiking bespreken we de relatie van dit problematisch groepsgedrag met drillmuziek (hoofdstuk 3) en social media (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 sluiten we af met overkoepelende conclusies en praktische aanbevelingen.

Still uit de muziekvideo 'No Respect'

2

H2 | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG | HET BELANG VAN STRAATCULTUUR EN STRAATIDENTITEIT

2 | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG In onderstaand hoofdstuk proberen we het rivaliserende gedrag van drillrapgroepen in Delft, Den Haag en Zoetermeer in historisch perspectief te plaatsen en van (straatculturele) context te voorzien. Allereerst zoomen we in op de rol van straatcultuur (2.1). Op basis van lopend promotieonderzoek van Van den Broek (2022) bespreken we welke plaats straatcultuur en de performance van straatidentiteit innemen binnen de levens van rivaliserende jongeren. In paragraaf 2.2 bespreken we vervolgens de prevalentie van rivaliserend groepsgedrag binnen de regio Haaglanden door de jaren heen. Problematische jeugdgroepen die elkaar naar het leven staan lijken namelijk een historie te kennen, maar meer recente incidenten geven ook nadrukkelijk zicht ook op een aantal nieuwe dynamieken.

2.1 | HET BELANG VAN STRAATCULTUUR EN STRAATIDENTITEIT Op basis van onderzoek van Roks en Van den Broek (2020) en De Jong (2021) blijken veel drillrappers in meer of mindere mate ingebed binnen een straatcultuur. Om het rivaliserende groepsgedrag tussen drillers in de regio Haaglanden goed te kunnen doorgronden, is het daarom in de eerste plaats belangrijk te begrijpen wat deze context inhoudt en welke rol de performance van straatidentiteit vertegenwoordigt in de levens van deze jongeren. Onderstaande paragraaf bevat passages uit het proefschrift in voorbereiding van een van de onderzoekers (Van den Broek, 2022).

Straatcultuur Op basis van lopend promotieonderzoek van Van den Broek (2022) kan straatcultuur worden gedefinieerd als “het geheel van normen, waarden, attitudes, opvattingen en uiterlijke verschijningsvormen die hun oorsprong vinden binnen gemarginaliseerde omgevingen en die worden omarmd, aangepast en overgeleverd onder jongeren die in meer of mindere mate straat-georiënteerd zijn.” (Van den Broek, 2022). De ‘straat’ waarop deze jongeren georiënteerd zijn wordt vandaag de dag niet zozeer gezien als een fysieke plek, maar eerder als een symbolische ruimte. 'Straat' heeft betrekking op culturele noties die weliswaar hun oorsprong vinden in gemarginaliseerde stedelijke contexten, maar inmiddels in veel gevallen zijn losgezongen van de daadwerkelijke straten van deze steden (Ilan, 2015: 11). Straatcultuur draait dus niet zozeer om jongeren die daadwerkelijk veel op straat te vinden zijn, maar eerder om jongeren die in meer of mindere mate specifieke ideeën en concepten omarmen. De digitalisering van onze samenleving lijkt van belangrijke invloed te zijn geweest op dit proces.

De afgelopen jaren verschijnen steeds meer onderzoeken waarin niet zozeer offline settings, maar platformen als Twitter, Instagram en Snapchat een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling en verspreiding van straatcultuur (Van Hellemont, 2012; Moule et al., 2014; Pyrooz et al., 2015; Roks, 2017; Storrod & Densley, 2017; Lauger & Densley, 2018; Urbanik & Haggerty, 2018; Patton et al., 2019; Stuart, 2019). Door de constante wisselwerking tussen de fysieke en de digitale component, kan worden gesteld dat straatcultuur in grote mate is gehybridiseerd. ‘De straat’ dient daarmee niet alleen te worden beschouwd als een symbolische maar ook nadrukkelijk als een hybride ruimte, een context met wortels in de on- en offline werkelijkheid (vgl. Roks, Leukfeldt & Densley, 2020: 5).

3

H2 | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG | HET BELANG VAN STRAATCULTUUR EN STRAATIDENTITEIT

De performance van straatidentiteit Een belangrijk doel voor straat-georiënteerde jongeren is het construeren van een specifieke straatidentiteit. Deze identiteit levert binnen de setting van de straat in de eerste plaats respect op. Aan dit respect wordt binnen straatculturen een beduidend grotere waarde toegekend dan binnen de bredere samenleving. Waar het begrip in het dagelijks spraakgebruik zoveel betekent als ‘eerbied’ of ‘ontzag’, vertegenwoordigt respect binnen de context van de straat een onmisbare vorm van sociaal kapitaal (Anderson, 1999: 66). In omgevingen waarin andere vormen van kapitaal “have been denied or are unavailable” vormt respect volgens Anderson “the core of the person’s self esteem” (Anderson, 1999: 66). Bovendien lijkt het construeren van een straatidentiteit ook voor een belangrijk deel gericht op erbij horen. Deze “need to belong” vormt volgens Baumeister en Leary (1995) een van de meest fundamentele menselijke behoeften. Miller (1959: 15) stelt dat straat-georiënteerde jongeren deze ‘belonging’ voornamelijk nastreven door in hun gedragingen blijk te geven van kennis van en toewijding aan de gedragsverwachtingen die binnen de context van de straat centraal staan.

Door zich te gedragen naar de (ongeschreven) omgangsvormen, overtuigingen en ideologieën die binnen de straatcultuur onderling expliciet worden uitgewisseld of impliciet geïnterpreteerd vanuit reacties op het handelen van andere straatgeoriënteerde jongeren, hopen zij te worden beschouwd als legitiem onderdeel van de context van de straat. Het succesvol claimen van een straatidentiteit kan op deze manier bijdragen aan hun gevoel “erbij te horen” (De Jong: 2007, 169). Identiteit wordt binnen de literatuur naar straatcultuur – verwijzend naar het klassieke werk van Goffman (1959: 32-40) – steeds meer beschouwd als een performance. Identiteit draait in dit perspectief niet zozeer om wie iemand daadwerkelijk is, maar vooral om de indrukken die hij of zij aan anderen weet te geven. Identiteit is iets dat iemand construeert en communiceert en is daarmee geen vaststaand gegeven, maar eerder een fluïde, dynamisch en vormbare eigenschap die in grote mate afhankelijk is van de context waarin iemand zich begeeft. Individuen zullen steeds proberen een rol aan te nemen die geldt als het meest gunstig in de setting waarbinnen zij zich begeven. Door de verscheidenheid aan sociale interacties waarin iemand op dagelijkse basis belandt, voeren mensen iedere dag verschillende performances van identiteit op.

Voor jongeren die zijn ingebed in een straatcultuur betekent dit dat zij binnen de setting van de straat voornamelijk hun straatidentiteit naar voren zullen brengen, terwijl zij op andere momenten bijvoorbeeld meer de rol van broer, scholier, winkelmedewerker of voetballer zullen aannemen. Hun performance van straatidentiteit draait niet zozeer om wie zij daadwerkelijk zijn, maar veel meer om in hoeverre het hen lukt een zo geloofwaardig mogelijke rol van jongen van de straat neer te zetten. Roks (2016: 183) wijst erop dat “onder invloed van processen van mondialisering en technologische ontwikkelingen op het gebied van communicatie en ICT, de straat niet langer gezien [kan] worden als hét podium” voor deze performances. Volgens de auteur vormt namelijk ook muziek voor jongeren een belangrijk toneel voor de constructie van hun straatidentiteit (Roks, 2013; 2016: 183). Met name het subgenre straatrap – dat in het volgende hoofdstuk uitgebreid wordt besproken – wordt veelvuldig gebruikt om een zo geloofwaardig mogelijke straatidentiteit te construeren (Lauger & Densley, 2018: 5). Zowel Roks en Van den Broek (2020) als De Jong (2021) beschrijven hoe ook Rotterdamse en Amsterdamse jongeren rapmuziek gebruiken als podium voor het opvoeren van een straatidentiteit.

Uit hun analyses van de lokale drillrapscenes blijken in die steden tientallen jongeren in hun muziek verschillende onderdelen van deze identiteit prominent naar voren te brengen. Uit het onderzoek naar de Rotterdamse drillrapscene blijkt bovendien dat naast de fysieke straat en muziek, ook social media moeten worden gezien als belangrijk podium waarop jongeren straatidentiteiten (re)produceren en (re)presenteren (Roks, 2016: 183; Roks & Van den Broek, 2020: 80). Ook in internationaal onderzoek wordt in toenemende mate aandacht besteed aan de manier waarop social media worden gebruikt om straatimago’s en -identiteiten te construeren en communiceren (King et al., 2007; Van Hellemont, 2012; Morselli en Décary-Hétu, 2013; Moule et al., 2014; Roks, 2017; Storrod & Densley, 2017; Urbanik & Haggerty, 2018; Stuart, 2019; Urbanik & Roks, 2020). Op basis van het bovenstaande kan worden gesteld dat straten, pleinen en andere offline publieke plekken niet langer gelden als het exclusieve domein voor de performances

4

H2 | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG | HET BELANG VAN STRAATCULTUUR EN STRAATIDENTITEIT

van straatidentiteit, maar dat deze in toenemende mate worden geconstrueerd en gecommuniceerd binnen een hybride werkelijkheid waarin de fysieke straat, social media en (hiphop)muziek door elkaar heen lopen en in interactie met elkaar verkeren.

Centrale elementen van de performance van straatidentiteit Op basis van lopend promotieonderzoek van Van den Broek (2022) vallen er binnen de literatuur zes centrale elementen van de performance van straatidentiteit te onderscheiden, waarvan met name de eerste twee een belangrijke rol lijken te spelen met betrekking tot rivaliserend groepsgedrag.

Geweld Centraal binnen de performance van straatidentiteit staat geweld (Anderson, 1999: 72; Wilkinson, 2001: 240; Bourgois, 2003: 24; De Jong, 2007: 144; Sandberg & Pedersen, 2011: 29; Hallsworth, 2013: 149; Ilan, 2013: 8; Harding 2014: 119; Roks, 2016: 179). Binnen straatculturen – waar andere vormen van gezag in mindere mate voorhanden zijn – geldt geweld als een algemeen geaccepteerd middel voor het claimen van statusposities (Wilkinson, 2001: 240; De Jong, 2007: 154; Ilan, 2013: 8). Jongeren streven ernaar een gewelddadige reputatie te construeren door aan anderen de indruk te wekken dat zij (goed) kunnen vechten, maar vooral door te communiceren dat zij er niet voor terugdeinzen geweld te gebruiken. Het bezit en het vertoon van vuur(Anderson, 1999: 119; Wilkinson, 2001: 261) en steekwapens (Harding, 2020: 3) kunnen bijdragen aan deze reputatie. Door deze “display of a certain disposition to violence” (Anderson, 1999: 72) zijn jongeren in de eerste plaats in staat om potentiële belagers op afstand te houden (Bourgois, 2003: 24; De Jong, 2007: 193). Door uit te dragen dat zij niet bang zijn geweld te gebruiken, geven jongeren de boodschap af dat er met hen niet valt te sollen. Bovendien vormt het uitstralen van een zekere bereidheid en gereedheid tot het gebruik van geweld een voorname manier om respect af te dwingen.

Een gewelddadige reputatie geldt hiermee binnen straatculturen als een belangrijke vorm van kapitaal (Sandberg & Pedersen, 2011: 125). Volgens Roks (2016: 180) is het bemachtigen en bekrachtigen van deze gewelddadige reputatie doorgaans “belangrijker dan het daadwerkelijk gebruik van geweld”. Het (re)construeren van gewelddadige reputaties blijft in veel gevallen beperkt tot het actief of passief dreigen met geweld. In sommige gevallen – voornamelijk wanneer iemands reputatie in het geding is – zijn echter “public shows of strength and aggression” (Sandberg & Pedersen, 2011: 125) geboden. Indien de meer communicatieve vormen van geweld door anderen niet serieus worden genomen of worden bedreigd “rest dan enkel fysieke gewelddadigheid die door het publiek of andere performers niet op een verkeerde of misverstane wijze kan worden geïnterpreteerd” (Roks, 2016: 195).

Lokaliteit Ook het claimen en vertegenwoordigen van hun lokale context blijkt voor jongeren een belangrijk onderdeel te vormen van hun performance van straatidentiteit (Harding, 2010: 37; Ilan, 2020: 11). Dit belang van lokaliteit valt in de eerste plaats samen met de trots die jongeren voelen voor hun eigen buurt. De lokale context speelt volgens Papachristos et al (2013: 419) namelijk een belangrijke rol in de groepsvorming, processen van identiteitsvorming en betekenisgeving en het gedrag van jonge mannen uit gemarginaliseerde omgevingen. De territorialiteit van straat-georiënteerde jongeren wordt door sommige onderzoekers zelfs omschreven als een “super place attachment” (Kintrea et al, 2008). Jongeren voelen een dusdanig sterke verbondenheid en identificatie met de buurt dat zij het gevoel hebben dat de lokale publieke ruimtes “are the places they belong to, and, in turn, the places belong to them” (Kintrea et al, 2008: 49). In studies naar straat- en gangcultuur komt deze trots voor de buurt tot uitdrukking in de vorm van groepsnamen die ontleend zijn aan straten, pleinen of andere publieke ruimtes die door jongeren worden beschouwd als hun lokale context (Ley & Cybriwsky, 1974:

5

H2 | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG | HET BELANG VAN STRAATCULTUUR EN STRAATIDENTITEIT

495; Katz, 1988: 156; Conquergood, 1994; Garot, 2007; Ilan, 2013: 6; Ilan, 2015: 75; Roks, 2016: 62). Ook geven jongeren op social media veelvuldig invulling aan hun lokaliteit door op allerlei creatieve manieren en op verschillende niveaus te refereren aan de plek die zij zeggen te vertegenwoordigen – waarbij verwijzingen vallen waar te nemen naar gebieden, OV-zones, straten, pleinen, metrostations en parkeerzones (Roks & Van den Broek, 2020: 80, De Jong, 2021: 93-96). De manier waarop jongeren binnen hun performance van straatidentiteit gebruikmaken van de lokale context van de buurt gaat echter verder dan het enkel benoemen en uitspreken van trots voor hun buurt. In sommige gevallen wordt daar bovenop de negatieve reputatie van hun wijk door jongeren expliciet benoemd, omarmd en zelfs uitvergroot (vgl. Robinson, 2000: 441) omdat dit hun performance van straatidentiteit bekrachtigt. In deze variant van ‘super place attachment’ valt het omarmen van wat Wacquant (2007) aanduidt als ‘territoriale stigmatisering’ te herkennen (Roks & Van den Broek, 2020: 75). Met deze term verwijst Wacquant (2007: 63) naar delen van de stedelijke context die bekendstaan om grootstedelijke problemen als achterstand, criminaliteit en geweld.

Onderzoek naar gang- en straatculturen laat zien hoe jongeren deze territoriale stigma’s omarmen, benadrukken en gebruiken voor de constructie van hun identiteit. Volgens Anderson (1999: 77) is de reden hiervoor gelegen in dat “people are likely to assume that a person who comes from a “bad” area is bad”. Met het afschilderen van hun eigen buurt als een gevaarlijke plek, creëren jongeren een geloofwaardige context voor de constructie van hun straatidentiteit. In de Nederlandse context dient territorialiteit daarmee met name bezien te worden als symbolisch en in de context van de identiteitsconstructie van straat-georiënteerde jongeren. De in gangstudies veelvuldig beschreven territoriumdrift van groepen waarbij zij op gewelddadige wijze en vanuit financieel oogpunt macht proberen uit te oefenen over een bepaald afgebakend gebied (Fraser, 2013: 972; Katz, 1988: 116) – onder andere om binnen deze grenzen criminele activiteiten uit te oefenen – lijkt binnen de Nederlandse context (nagenoeg) niet aan de orde (vgl. Roks & Van den Broek, 2020: 77). Naast geweld en lokaliteit nemen ook een aantal andere thema’s een belangrijke plaats in binnen de performance van straatidentiteit. Hoewel deze wel degelijk van toepassing zijn op de jonge mensen binnen deze studie, lijken zij minder centraal te staan binnen de thematiek van rivaliserend groepsgedrag.

Deze elementen worden hieronder daarom iets beknopter besproken.

Antipathie jegens overheid Een derde element van de performance van straatidentiteit is het tentoonspreiden van een zekere antipathie jegens de overheid, die wordt gezien als vertegenwoordiger van het systeem waardoor straat-georiënteerde jongeren zich buitengesloten voelen. Deze afkeer is lang niet altijd het gevolg van daadwerkelijke negatieve interacties met de overheid, maar neemt veel meer de vorm aan van een performance: voor een groot deel van de jongeren die zich associëren met straatcultuur vormt de haat tegenover overheidsinstanties met name een pose en een manier om hun identiteit te construeren (vgl Roks, 2016: 125-126). In het bijzonder wordt de politie binnen de context van de straat beschouwd als de natuurlijke vijand (Kop & Eeuwema, 2007: 30; De Jong, 2007: 67; Roks, 2016: 103-126; Roks & Van den Broek, 2017: 43).

Illegale economie Geweld is niet de enige vorm van (feitelijk) delinquent gedrag die een belangrijke rol speelt binnen de performance van straatidentiteit. Naast het claimen van een gewelddadige reputatie, is straat-georiënteerde jongeren er veel aan gelegen te zinspelen op hun betrokkenheid bij de illegale economie (Sandberg &

6

H2 | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG | HET BELANG VAN STRAATCULTUUR EN STRAATIDENTITEIT

Pedersen, 2011: 18). Hoewel straatcultuur niet per definitie samenhangt met criminaliteit, kunnen kennis en knowhow van delicten als drugshandel, diefstal of oplichting van invloed zijn op de statusposities die jongeren op straat innemen; betrokkenheid bij de illegale economie werkt binnen de context van de straat statusverhogend (De Jong, 2007: 205; Ilan, 2015: 93).

Seksuele masculiniteit Ook seksualiteit speelt een belangrijke rol binnen de performance van straatidentiteit. Het communiceren van seksuele veroveringen en seksuele prestaties vormt voor straat-georiënteerde jongeren een voorname manier om hun mannelijkheid te bevestigen (Sansone, 1992: 221, Roks, 2016: 145). Hoe meer een jongen kan opscheppen over zijn succes met vrouwen, hoe groter zijn status als ‘heteroseksuele “player”’ (De Jong, 2007: 164-165). Er is jongeren binnen een straatcultuur veel aan gelegen zichzelf op een geloofwaardige manier te presenteren als “een heteroseksuele macho die goed vrouwen kan versieren en veel seksuele ervaring heeft” (De Jong, 2007: 183).

Opzichtige consumptie Belangrijk onderdeel van de performance van straatidentiteit vormt ook het openlijk etaleren van rijkdommen, door Veblen (2017 [1899]) aangeduid als ‘opzichtige consumptie’. Straat-georiënteerde jongeren hechten bovengemiddeld veel waarde aan het wekken van de indruk dat zij veel geld bezitten en dit zonder problemen kunnen uitgeven. Zij ontlenen status aan het aanschaffen en etaleren van luxeproducten als dure merkkleding, sieraden of voertuigen, of door veel geld te verbrassen aan activiteiten als gokken of uitgaan (Anderson, 1999: 111-112; De Jong, 2007: 119). Materiele zaken hebben daarmee niet alleen praktische waarde, maar verworden in grote mate tot statussymbolen die iets zeggen over iemands positie binnen de setting van de straat.

Performances en rivaliteit Jacobs en Wright (1999: 165) benadrukken dat binnen de setting van de straat het wekken van de juiste indrukken van cruciaal belang is: "On the streets, the image one projects is not everything, it is the only thing". Met andere woorden: er staat voor jongeren veel op het spel. De context van de straat waarbinnen jongeren hun performances opvoeren laat zich typeren als een soort apenrots, waarop verschillende jongeren zo hoog mogelijk proberen te geraken. Hoger in de pikorde belanden kan door het opvoeren van een geloofwaardige performance van straatidentiteit, maar ook nadrukkelijk door de performance van anderen binnen deze setting in twijfel te trekken, te ridiculiseren of aan te vallen (Hallsworth, 2013: 148). Zoals we zagen vindt deze wedloop plaats binnen een hybride straatcultuur waarin zowel de fysieke straat, het online domein als muziek een centrale plaats innemen. Het rivaliserende groepsgedrag van drillers waarmee verschillende gemeenten in Nederland de afgelopen jaren worden geconfronteerd, lijkt onder andere terug te voeren op de manier waarop deze jongeren binnen deze hybride setting bezig zijn met het construeren en deconstrueren van straatidentiteiten.

Geweld en lokaliteit lijken daarbij op basis van eerder onderzoek in de Nederlandse context (Roks en Van den Broek, 2020; De Jong, 2021) de voornaamste rol te spelen in zowel de constructie als de deconstructie van performances van drillers.

7

H2 | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG IN REGIO HAAGLANDEN

2.2 | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG IN REGIO HAAGLANDEN Rivaliserend groepsgedrag in regio Haaglanden door de jaren heen "Jongeren met vechthonden, bundels contant geld, bivakmutsen, honkbalknuppels en een Kalashnikov in shirts met de naam van hun groep erop. Op honderden graffiti's in de stad Delft prijkt deze zelfde naam. Dit is ook de naam van een zeskoppige Delftse rapband, populair onder de jeugd. Afgelopen week verscheen een filmpje waarin jongeren, onder de naam van hun groep, een aantal rivalen in elkaar slaan. De rapband ontkent alle betrokkenheid. In EénVandaag: waar houdt de rapgroep op en waar begint de straat?” Hoewel deze kop wellicht doet denken aan de recente discussies omtrent drillrappers in de regio Haaglanden, betreft het een aankondiging van 18 maart 2008. Actualiteitenprogramma EenVandaag besteedt op die dag in een korte reportage aandacht aan de Delftse groep Scheme015, waarover de nodige ophef bestaat. Wie de videoclips van de groep bekijkt, kan zich iets van de publieke verontwaardiging en zorgen voorstellen. Zo wordt in nummers als 'Straatwijsheid', 'Je kan niet tippen' en 'Gooi z’n moeder in de lucht' op expliciete wijze verslag gedaan van het straatleven van Delft. In beeld zien we grote groepen jongeren die zich – onder het veelvuldige gebruik van handgebaren – dreigend tot de camera richten (afbeelding 1).

Een deel van de jongeren draagt gezichtsbedekking. Beelden van een politieagent Afbeelding 1 die poolshoogte komt nemen, worden verwerkt in de videoclip. In hun teksten refereren de jongeren veelvuldig aan hun lokale context, die een belangrijke plaats lijkt in te nemen binnen hun performance. Dit belang van lokaliteit wordt eveneens duidelijk uit hun groepsnaam, die een verwijzing in zich draagt naar het netnummer van Delft. Bovendien dragen de jongeren kleding met de naam van hun groep en zijn er in de video talloze graffiti te zien waarop de naam Scheme015 prijkt – waarbij zelfs een tram dienstdoet als rijdend reclamebord voor het imago van de groep. In de videoclip van het nummer 'Uitgeput' worden pistolen en een automatisch vuurwapen in beeld gebracht. Binnen Delft was rond deze tijd ook een andere groep jongeren actief die relevant is om in het kader van dit onderzoek kort te bespreken. Ook DFT Project – dat staat voor ‘Die For Trouble’ – legde aan de hand van het nummer 'Delft is de Shit' een claim op de lokale context van de Prinsenstad. Opvallend genoeg zijn de videoclip veelvuldig rode kledingstukken, hoofddeksels en shawls te onderscheiden en is gedurende de hele video boven en onder in beeld een afbeelding van een rode bandana te zien (afbeelding 2), waarmee de jongeren zich lijken te associëren met de bekende Amerikaanse straatbende The Bloods.

In de videoclip worden verder nadrukkelijk straatnaamborden en andere herkenbare plekken in de buurt in beeld gebracht en tonen de jongens op Afbeelding 2 verschillende momenten aanmerkelijke bedragen aan cashgeld. In het nummer 'Kijk naar de maan' verschijnt een vuurwapen in beeld. DFT Project en Scheme015

8

H2 | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG IN REGIO HAAGLANDEN

hebben met 'Dag & Nag' ook een gezamenlijk nummer uitgebracht, waarin door jongens van beide groepen rode kleding en bandana’s wordt gedragen, wordt gerapt over criminaliteit en schietgebaren in de camera worden gemaakt. Ook in Den Haag lijkt problematisch en rivaliserend groepsgedrag geen nieuw fenomeen. In het proefschrift van collega Robby Roks, die in 2016 promoveerde op een onderzoek naar de Haagse Crips, valt daarover het volgende te lezen: “Een krantenbericht uit 1994 in dagblad Trouw spreekt over ‘Crips en Bloods als padvinders van de grote stad’ in Den Haag. De politie Haaglanden schat het aantal ‘jeugdbendes gevormd naar Amerikaans voorbeeld’ in de stad in die tijd op vijftien, met in totaal 250 leden. In 1994 verschijnt er van de Haagse Ondersteunings Functie (HOF) - een steunpunt voor vrijwilligers en professionals - een informatiemap met verschillende krantenberichten over Nederlandse jeugdbendes, Amerikaanse gangs en de aantrekkingskracht van criminaliteit. De map bevat bovendien een kopie van een artikel in tijdschrift Panorama uit 1994 (Viering, 1994) met daarin een interview met leider Keylow.” Hoewel de Main Triad Crips – de groep die binnen de context van Den Haag over de jaren de meeste aandacht heeft opgeëist – onder aanvoering van deze Keylow in hun tijd muziek maakten en ook videoclips uitbrachten, zijn hiervan op YouTube alleen flitsen terug te zien.

In een korte documentaire van de inmiddels verdwenen maar nostalgische televisiezender The Box valt te zien welke rol lokaliteit en de loyaliteit naar de eigen groep voor de Rollin 200's Eastside Main Triad Neighbourhood Crips – zoals de groep voluit heet – speelt en hoe dat in hun muziek terugkomt. Verder vinden we video’s van de jongere garde van de Crips waarin deze thematiek ook Afbeelding 3 duidelijk in beeld en geluid naar voren komt. Zo zijn in het nummer 'Do What It Does' – waarin ook Keylow zijn gezicht nog even laat zien (afbeelding 3) – overduidelijk straatnaamborden, handgebaren, tags en blauwe kleding te onderscheiden die verwijzen naar de lokale context van de jongeren. In de teksten claimen de jongeren onder andere rivaliserende groepen te domineren (“we roll over your clic”) en daarbij geweld niet te schuwen (“you get straight knocked-out”). Ook in Zoetermeer is problematisch en rivaliserend groepsgedrag al langer aan de gang. In onderzoeksverslagen uit 2013 staat onder andere te lezen dat de gemeente een “hardnekkig jeugdprobleem” heeft dat niet zou draaien om “losstaande incidenten” maar dat zich “al langere tijd aan het ontwikkelen is”. In de rapporten wordt gesproken over sociale beïnvloeding en saamhorigheidsgevoelens die vooral aanwezig zouden zijn als de jongeren geconfronteerd worden met “rivaliserende jeugdgroepen”.

In een van de rapporten staat verder te lezen dat filmpjes, videoclips en raps gerelateerd aan deze (deels Haagse) rapcultuur via sociale media en YouTube verspreid worden onder jeugdgroepen in Zoetermeer. Voorbeelden hiervan zijn ook anno 2022 nog ruim terug te vinden op het genoemde videoplatform. De videoclip van het nummer 'Mijn Wijk' van Poepie Rast en Doppie Longside (afbeelding 4) laat zien hoe ook in Zoetermeer lokaliteit voor jongeren een belangrijke rol speelt. De titel en het refrein van het nummer verraden naast het belang dat de lokale context voor de rappers vertegenwoordigt ook een zekere vijandigheid en territorialiteit: “Want dit is mijn wijk. Zet je stappen in mijn wijk, dan is er gezeik”. Daarnaast benadrukken de jongeren dat er met hen niet valt te sollen, omdat je anders met de hele buurt te maken krijgt: “je kan niet met me fokken, want dan fok je met de block”. Om deze bewering kracht bij te zetten Afbeelding 4

9

H2 | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG IN REGIO HAAGLANDEN

claimt een van de rappers er niet voor terug te deinzen geweld te gebruiken wanneer de situatie daar in zijn ogen om vraagt. Terwijl hij de tekst “een verkeerde move papa, dan wordt je ass gedropt” rapt, beeldt hij met zijn vinger het doorsnijden van een keel uit. In de comments onder de video wordt door anderen gereageerd op de verschillende territoriale- en geweldsclaims die in de video worden gedaan. Ook Joker Family, die werd beschouwd als problematische jeugdgroep, profileerde zich aan de hand van muziek. In tegenstelling tot de hierboven besproken groepen, dienen de raps van de groep vooral te worden beschouwd als brag and boast. De nadruk van de muziek van Joker Family lijkt in veel mindere mate te liggen op rivaliteit, lokaliteit en geweld. Op basis van deze korte – en zeker niet uitputtende – ronde door de straatcultuur van Delft, Den Haag en Zoetermeer van 10 tot 15 jaar geleden kunnen we voorzichtig concluderen dat het rivaliserend groepsgedrag in de regio Haaglanden anno nu niet op zichzelf staat. De afgelopen decennia zagen we vaker problematische jeugdgroepen die zich opvallend in de publieke buitenruimte als collectief profileerden, een zekere mate van territorialiteit tentoonspreidden, zich vijandig opstelden richting andere groepen en muziek gebruikten om deze claims over te brengen op anderen.

Ook bleken toen al opvallende dwarsverbanden te herkennen tussen jongeren uit verschillende gemeenten in de regio. Het is belangrijk om deze lokale historische context met al haar wortels en dwarsverbanden in ogenschouw te houden bij de analyse van de hedendaagse incidenten en dynamieken.

Rivaliserend groepsgedrag in regio Haaglanden anno nu Hoewel we op basis van de vorige paragraaf kunnen vaststellen dat het rivaliserend groepsgedrag binnen Delft, Den Haag en Zoetermeer anno nu in veel opzichten lijkt op een fenomeen dat we al sinds jaar en dag in de regio zien, lijken recente incidenten ook zicht te geven op een aantal verschillen. Om ons hierbij niet te veel te laten leiden door beeldvorming – de mediaberichtgeving over dit thema blijkt niet altijd even genuanceerd – illustreren we deze verschillen aan de hand van twee recente uitspraken van de rechtbank Den Haag. In de eerste plaats lijken jongeren die betrokken zijn bij rivaliserend groepsgedrag zich specifiek als drillrapgroep te profileren. In een vonnis van een zaak waarin een jongere wordt verdacht van poging doodslag, bedreiging en openlijk geweld moet de aanleiding volgens de rechtbank op basis van processen-verbaal “worden gezocht in een vete in de drillrapscene”. Overigens wordt verderop in het vonnis gesteld dat bij meerdere verdachten “drillrapteksten en beelden van drillrap-clips zijn aangetroffen op hun telefoons, maar de inhoud daarvan onvoldoende aanleiding [geeft] voor de gevolgtrekking dat het steekincident te maken had met een drillrap-gerelateerde ruzie”.

Toch krijgt de verdachte in deze zaak een drillrapverbod opgelegd, wat inhoudt dat de rechtbank als bijzondere voorwaarde stelt dat hij zich “op geen enkele wijze – direct of indirect – bezig houdt met drillrap, daaronder in het bijzonder maar niet uitsluitend begrepen het maken of verspreiden van drillraps in welke vorm dan ook, het bijdragen aan drillraps, het posten erover of het reageren op uitingen (posts) in verband met of over drillraps via sociale media kanalen of soortgelijke kanalen”. Hoewel drill voor jongeren die zijn ingebed binnen een straatcultuur voornamelijk lijkt te fungeren als eigentijds vehikel om hun (groeps)identiteit langs vorm te geven – en niet per se als oorzaak van het geweld – kent de muziekvorm mogelijk wel een aantal kenmerkende karakteristieken die van invloed kunnen zijn op de dynamiek van rivaliserend groepsgedrag. In het volgende hoofdstuk gaan we daarom uitgebreid in op de rol van drillmuziek en de manier waarop deze rapvorm tot uiting komt binnen de context van Delft, Den Haag en Zoetermeer. In de tweede plaats lijkt de digitalisering van onze samenleving – en Still uit de muziekvideo 'Reverse'

10

H2 | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG | RIVALISEREND GROEPSGEDRAG IN REGIO HAAGLANDEN

meer specifiek de opkomst van social media – de straatcultuur waarin deze jongeren zich begeven te hebben veranderd (Lane, 2019). Uit criminologische studies naar de digitalisering van straatcultuur blijken social media te kunnen fungeren als een katalysator of trigger voor fysiek geweld (Patton et al., 2014; Moule et al., 2017; Irwin-Rogers et al., 2018; Lauger & Densley, 2018; Urbanik & Haggerty 2018). Conflicten die online ontstaan kunnen resulteren in fysiek geweld in de publieke ruimte en andersom kunnen van oorsprong offline confrontaties terechtkomen op de digitale straat. Dit kan vervolgens resulteren in een wisselwerking tussen online en offline geweld die conflicten niet alleen kan doen versnellen, maar ook de omvang van ruzies kan doen toenemen (Irwin-Rogers et al. 2018: 404; Lane, 2019). Ook binnen het rivaliserende groepsgedrag in regio Haaglanden lijkt de digitalisering van straatcultuur invloed te hebben op de dynamiek van conflicten. Zo valt in het vonnis van een zaak over een steekincident in Zoetermeer te lezen dat door de verdachte en medeverdachten “in een Snapchat-groep berichten [zijn] verstuurd om iemand te grazen te nemen”. Volgens een getuige hoorde hij jongens tijdens de steekpartij zeggen dat het “hun blok tegen ons blok” was.

In de uitspraak valt te lezen hoe verschillende jongeren elkaar via Snapchat opstoken om op oorlogspad te gaan en hoe social media ook worden gebruikt om te communiceren over waar hun rivalen zich zouden begeven. Om de invloed van het online domein op lokale conflicten beter te begrijpen, zoomen we in hoofdstuk 4 in op de rol van social media binnen straatcultuur en rivaliserend groepsgedrag in regio Haaglanden.

Still uit de muziekvideo 'Trending Topic' '

11

H3 | DE ROL VAN DRLLMUZIEK | DE OORSPRONG VAN DRILLMUZIEK

3 | DE ROL VAN DRILLMUZIEK Omdat de rivaliserende jeugdgroepen in de regio Haaglanden waarover lokale professionals zich zorgen maken zich nadrukkelijk als drillrapgroep presenteren, zoomen we in dit hoofdstuk nader in op het fenomeen drill. Allereerst bespreken we de historische wortels van drillrap en de opkomst en diaspora van dit jongste broertje 4 van straatrap (3.1) . Nadat we drillrap op deze manier van enige context hebben voorzien, brengen we de lokale drillrapscene van regio Haaglanden in beeld. In paragraaf 3.2 maken we eerst een ronde langs de verschillende rappers die Delft, Den Haag en Zoetermeer rijk zijn, waarna in paragraaf 3.3 een meer systematische analyse van hun muzikale output volgt.

3.1 | DE OORSPRONG VAN DRILLMUZIEK Rapmuziek en straatrap Rapmuziek vormt het muzikale element van de bredere hiphopcultuur en ontstond aan het einde van de jaren 1970 in de achterstandswijken van de Verenigde Staten. In de literatuur wordt de oorsprong van rap beschreven als een muzikale reflectie van stedelijke zwarte jongeren op hun gemarginaliseerde omgeving. De commercialisering van rap aan het einde van de jaren tachtig maakte dat de verhalen van deze jongeren over de straten van de achterstandswijken van de Verenigde Staten de hele wereld over gingen. Hoewel rap net als bijvoorbeeld rock- of popmuziek veel verschillende subgenres kent, bleek met name straatrap (of gangsta rap) – waarin verschillende elementen van straat- en gangcultuur worden besproken – gretig aftrek te vinden bij het grote publiek. Een belangrijke rol in deze populariteit heeft het in 1988 verschenen album ‘Straight Outta Compton’ van N.W.A. (Niggaz With Attitude) gespeeld. Aan de hand van dit album maakte de wereld kennis met de manier waarop op hyperbolische wijze verslag werd gedaan van het Amerikaanse straatleven vol gangs, geweld en criminaliteit. Al snel werd straatrap wereldwijd buitengewoon succesvol, in het bijzonder vanwege de veronderstelde authenticiteit van de artiesten (Harkness, 2013: 155).

Naar deze authenticiteit wordt in straatrap vaak verwezen met het adagium ‘keeping it real’, dat een belangrijke plaats inneemt binnen het subgenre (Cutler, 2003; Roks, 2020). Deze ‘realness’ waaraan zoveel waarde wordt gehecht, lijkt met name betrekking te hebben op de vraag of de artiest wel daadwerkelijk het leven leeft waarover hij rapt. Om die reden kan straatrap worden geïnterpreteerd als 'identity art', waarbij de veronderstelde authenticiteit van de kunstenaar prevaleert boven de kwaliteit van zijn of haar muzikale output (Lauger & Densley, 2018: 819-820; Roks & Van den Broek, 2020: 16; De Jong, 2021: 136-140). Met andere woorden: binnen straatrap wordt over het algemeen hoe ‘echt’ een artiest overkomt belangrijker gevonden dan hoe ‘goed’ hij of zij klinkt. Over de pioniers van de Amerikaanse gangsta rap bestaat bij het grote publiek volgens Roks en Van den Broek (2020: 16) het beeld dat zij het summum zouden vertegenwoordigden van ‘realness’, in het bijzonder omdat zij gangleden zouden zijn die het straat- en gangleven van binnenuit wisten te beschrijven. Verschillende auteurs stellen echter dat de grondleggers van gangsta rap weliswaar opgroeiden in de gemarginaliseerde wijken waar dit genre zijn oorsprong vindt, maar zelf geen actieve gangleden waren.

De rappers zouden weliswaar omringd zijn door gangs en geweld, maar hun teksten zouden in veel gevallen verre van autobiografisch zijn. Wel konden de rappers hun teksten een zweem van authenticiteit meegeven door deze te doordrenken met details van de elementen van straat- en gangcultuur die zij van zo dichtbij meemaakten (Harkness, 2013: 155; Roks & Van den Broek, 2020: 17). Het is belangrijk om op te merken dat de gewelddadige thematiek van straatrap niet enkel beschouwd kan 42

Voor Op 6 de februari beschrijving 2020 kwam hiervan Gaddafii zijn opinsommige de eersteplaatsen aflevering in de vantekst het NTR-programma (bewerkingen van)Danny eerdere op publicaties Straat aan het gebruikt. woord over drillmuziek in Nederland. De rapper spelt zijn naam soms met één en soms met twee i’s, waardoor onduidelijk blijft hoe zijn artiestennaam werkelijk luidt.

12

H3 | DE ROL VAN DRLLMUZIEK | DE OORSPRONG VAN DRILLMUZIEK

worden als het product van de manier waarop jongeren het straatleven beschrijven. De commercialisering van rapmuziek maakte namelijk dat platenlabels begonnen in te spelen op de behoefte aan authentieke straatverhalen van rappers, met als gevolg dat straatrap ook nadrukkelijk verwerd tot “a message from the suits” (Hagedorn, 2008: 142). Het is om die reden vandaag de dag soms moeilijk te achterhalen of elementen uit het straatleven invulling geven aan straatrap of andersom. De ontstaansgeschiedenis van straatrap heeft in ieder geval een muzikale cultuur voortgebracht waarin 'bragging and boasting' en verhalen over criminaliteit en geweld worden beschouwd als 'conventies van het genre', vergelijkbaar met de manier waarop dat geldt voor actiefilms uit Hollywood (Roks, 2020). De afgelopen decennia heeft (straat)rap gestaag aan populariteit gewonnen. Sinds 2017 is het muzikale element van hiphop zelfs officieel het meest dominante genre in de Verenigde Staten, waarmee het de jarenlange dominantie van rockmuziek doorbrak. Ook in Nederland is rapmuziek niet meer weg te denken uit de hitlijsten. Vanaf 2017 behoren Nederlandse rappers als Frenna, Lil Kleine, Josylvio en Boef steevast tot de top 10 artiesten met de meeste streams op muziekdienst Spotify en is het genre uitgegroeid tot de meest populaire muziekstroming onder jongeren (De Roest, 2017; Duijsings & Van Niekerk, 2018).

Met name straatrap toont zich daarbij – in het bijzonder onder jonge luisteraars – buitengewoon populair.

Drillmuziek als jongste broertje van straatrap In de vroege jaren 2000 ontstond in het zuiden van de Verenigde Staten trapmuziek, een subgenre van straatrap waarin net als in het bredere genre de thematiek van straat- en gangculturen centraal staat (Kaluza, 2018: 24). De muziekvorm ontleent zijn naam aan het Amerikaanse straattaalwoord voor drugsdealen – trapping – dat het meest dominante thema vormt binnen de teksten van trapnummers. Omdat een aantal rappers uit Atlanta binnen hun teksten zo gefocust was op het minutieus beschrijven van de drugshandel en de bijbehorende levensstijl, werden zij door zowel fans als critici gedoopt tot traprappers. Deze traprappers beschrijven in hun teksten hoe zij succesvol opereren binnen het drugscircuit en hoe zij hun ‘verdiende’ geld vervolgens spenderen aan materiele zaken als dure kleding, sieraden en auto’s. Rond 2010 ontstond in het zuiden van Chicago met drill een muziekstijl die wat betreft de onheilspellende beats veel wegheeft van trap (Ilan, 2020: 2). Het nummer 'I Don’t Like' van Chief Keef uit 2012 is een belangrijke aanjager geweest voor de bekendheid en populariteit van drillmuziek bij een groter publiek en stond, samen met het succes van andere rappers uit Chicago zoals Lil Durk, Fredo Santana en Lil Reese, aan de basis van de mondiale verspreiding van drill (Pinkney & Robinson-Edwards, 2018: 107).

Hoewel beide subgenres van straatrap muzikaal in elkaars verlengde liggen, valt een wezenlijk verschil in thematiek te onderscheiden. Waar binnen trapmuziek het beschrijven van de drugshandel centraal staat, ligt de focus van drillrap nadrukkelijk op rivaliteit en geweld. Net als bij trap geeft de naam van het genre deze focus ook al voorzichtig weg: de term 'drill' verwijst naar het ronkende geluid van automatische vuurwapens. De oorsprong van deze focus op geweld – en de classificatie van drillrap als “hypergewelddadig” (Stuart, 2020: 3) – lijkt te liggen in de lokale omstandigheden die ten grondslag liggen aan het ontstaan van het genre. De rappers uit Chicago – een stad die bekendstaat om de hoge moordcijfers en gangactiviteiten – beschreven in hun teksten de moeilijke, gevaarlijke en vooral gewelddadige omstandigheden waarin zij opgroeiden. De alomtegenwoordigheid van vuurwapens in 'Chiraq' maakt dat binnen Amerikaanse drill bovendien een centrale rol is weggelegd voor deze wapens. Naast de overdreven focus op geweld verschilt drillrap ook in een aantal andere opzichten van straatrap in bredere zin. In de eerste plaats wordt drillmuziek gekenmerkt door het expliciete en expressieve karakter (Pinkney, 2018: 107; Fatsis, 2019: 1302). In teksten van drillrappers worden gewelddadigheden regelmatig tot in detail Still uit de muziekvideo 'BandoBaby'

13

H3 | DE ROL VAN DRLLMUZIEK | DE OORSPRONG VAN DRILLMUZIEK

Chief Keef (US drill) in de muziekvideo 'I Love Sosa'

beschreven en in in videoclips worden wapens prominent in beeld gebracht. Daarnaast is drillrap volgens Stuart (2020: 3) hyperlokaal: rappers refereren in hun muziek veelvuldig aan hun eigen buurt, wijk, postcode of straat. Bovendien wordt drill gekenmerkt door een ‘Do It Yourself’-manier van werken (“DIY-style”), waarbij jongeren de muzikale productie, opname, bewerking en digitale verspreiding relatief gemakkelijk voor eigen rekening (kunnen) nemen.

Al snel na de opkomst in Chicago maakte drillrap de oversteek naar Londen, waar met name zwarte, kansarme jongeren begonnen met het maken van zogenaamde UK drill (Pinkney & Robinson-Edwards, 2018: 107; Fatsis, 2019: 1302; Ilan, 2020: 2). Ook in het Verenigd Koninkrijk bleek drill in grote mate een reflectie van de lokale omstandigheden. Daardoor kent UK drill – hoewel het wordt gekenmerkt door vergelijkbare trap-achtige beats, een duistere sfeer en een focus op geweld – ook nadrukkelijk een aantal onderscheidende elementen ten opzichte van de Amerikaanse variant. Zo is in de Britse vorm van drill minder autotune te horen en is UK drill muzikaal niet zozeer beïnvloed door trap maar door grime, een muziekgenre dat in de jaren voor de opkomst van drill in het Verenigd Koninkrijk mateloos populair was (en nog steeds is) (Ilan, 2012). Omdat de Nederlandse drillrapscene met name geïnspireerd lijkt op UK drill – en in mindere mate op de Amerikaanse variant – loont het de moeite kort in te zoomen op de uiterlijke verschijningsvormen waardoor het genre in het Verenigd Koninkrijk gekenmerkt wordt. Ilan (2020) beschrijft hoe de setting van Britse drillrapvideo’s vaak wordt gevormd door groepen jongemannen die met verschillende soorten gezichtsbedekking samenscholen in hun eigen (zelfverklaarde) achterstandswijken.

De outfits van de jongens bestaan voornamelijk uit trainingspakken of andere vrijetijdskleding. De kleding is veelal donker van kleur en op de borst of mouw prijken logo’s van binnen straatcultuur populaire merken als Canada Goose, Stone Island, The Northface of meer traditionele merken als Adidas en Nike (Ilan, 2020: 8). Met shawls, capuchons, bivakmutsen en maskers (soms met angstaanjagende beeltenissen) proberen zij gehoor te geven aan het straatadagium no face no case. Daarnaast blijken de jongens druk in de weer met hun handen. Op het ritme van de muziek bewegen zij hun vingers om hand signs te maken, pistoolschoten of messteken na te bootsen of gebeden voor overleden homies uit te beelden. Verder kruisen ze hun polsen met gebalde vuisten, als steunbetuiging aan vrienden die vastzitten. Op de momenten dat hun vingers niet worden gebruikt voor het maken van de verschillende hiervoor beschreven bewegingen, vallen in hun handen vaak flessen alcohol of joints te ontwaren (Ilan, 2020: 8). Om hun achtergestelde situatie duidelijk in beeld te brengen, bevatten videoclips vaak scènes waarin een drone boven de wijk uitstijgt om zicht te geven op de achterstandswijk waarin de rappers opgroeien en leven. Deze sfeerbeelden dienen er tevens voor om geen onduidelijkheid te laten bestaan over de wijk waartoe de jongens behoren.

Still van SV (UK Drill) uit de muziekvideo 'No Fibz'

14

H3 | DE ROL VAN DRLLMUZIEK | DE OORSPRONG VAN DRILLMUZIEK

Wanneer we luisteren naar de teksten van de UK drillrappers valt volgens Ilan (2020) een opmerkelijke gelijkenis te herkennen met eerdere inhoudelijke analyses van straatrap: in hun teksten streven de rappers ernaar een zo geloofwaardig mogelijke straatidentiteit te construeren (Lauger & Densley, 2018: 5). Binnen drillrap krijgt deze straatidentiteit vooral gestalte met de gereedheid en bereidheid om geweld te gebruiken (Sandberg & Pedersen, 2011: 29; Ilan, 2020: 8). Ilan (2020: 9) beschrijft hoe de drillrappers zich in hun muziek en video’s presenteren als personen die nooit conflicten uit de weg gaan en juist hun 'opps', hun rivalen of opponenten, laten rennen. De rappers claimen bereid en paraat te zijn om geweld te gebruiken wanneer zij worden uitgedaagd of aangevallen en pretenderen zelfs uit te kijken naar wanneer het moment daar is. Zij kunnen niet wachten om plassen (van bloed) of gaatjes (in kleding) te maken (Ilan: 2020: 9). Het bedreigen, uitdagen of bespotten van opponenten lijkt een belangrijke plaats in te nemen binnen de teksten van Britse drillnummers. Dit laatste geldt ook met betrekking tot het gebruik van wapens. In de nummers worden verschillende soorten vuurwapens opgesomd en worden legio synoniemen voor het gebruik van messen – zoals to dip, splash, ching of chef – genoemd.

Drillmuziek in Nederland Sinds het ontstaan van UK-drill – dat in het Verenigd Koninkrijk inmiddels een mainstream-status heeft bereikt – heeft de muziekvorm zich in rap tempo verspreid over de wereld. Over deze diaspora van drill heeft Red Bull een aantal jaar geleden een uitgebreid artikel gepubliceerd. Nadat drill rond 2012 overwaaide naar het Verenigd Koninkrijk, heeft het nog zeker vijf jaar geduurd voordat het subgenre van straatrap ook in Nederland voet aan de grond kreeg. Deze ontwikkeling verliep geleidelijk. In eerste instantie sijpelden specifieke elementen uit de Britse (en in mindere mate Amerikaanse) drillcultuur de Nederlandse muziek binnen. Allereerst gebeurde dit met de muzikale elementen die drill definiëren. Begin 2016 verscheen met het album 'Fast' van Rotterdamse rapper Jozo de eerste plaat waarop deze invloed merkbaar was. Dit debuutalbum kan qua thematiek – met nummers als ‘Erin Eruit’, ‘Heb Wat Verdiend’ en ‘In de Trap’ – volledig worden geschaard onder het genre trap. De van oorsprong Congolese artiest rapt zijn teksten waarin hij veelvuldig refereert aan verscheidene manieren om op illegale wijze aan geld te komen (“Ik doe echt alles voor buit”) echter over beats die overduidelijk dienen te worden gekwalificeerd als drill, zoals ook de producer van het album zelf betoogt.

Na het verschijnen van Fast nam de invloed van UK drill op de Nederlandse scene geleidelijk toe. Steeds vaker rapten artiesten over drillbeats of beats met elementen van drillmuziek, bijvoorbeeld wanneer zij te gast waren bij hiphopplatform 101barz. Bovendien werden Britse drillartiesten uitgenodigd om in Nederland te komen optreden. Zo stonden de drillers van 67 in 2017 op hiphopfestival Appelsap en waren zij vervolgens ook te gast bij 101barz voor het opnemen van een studiosessie. 5

De echte doorbraak van drillmuziek in Nederland lijkt terug te voeren op eind 2017, toen Gaddafii’s hit ‘13 n*ggers in prison’ op YouTube verscheen. Wie de video zonder geluid afspeelt, waant zich in Londen. In beeld zijn grote groepen dreigende jongeren te zien, gehuld in donkere kleding van merken die we kennen uit zowel de Britse als Nederlandse straatcultuur. De gezichten van vrijwel alle jongens worden verhuld achter bivakmutsen, shawls, capuchons en maskers met angstaanjagende beeltenissen. De jongens gebruiken hun handen om hun eigen buurt te representen, de rechter duidelijk te maken dat hun gedetineerde vrienden op vrije voeten moeten worden gesteld en steek- en vuurwapens uit te beelden. In de handen van een aantal jongeren prijken zelfs echte wapens. Achtereenvolgens worden een ploertendoder, een koevoet en verschillende schroevendraaiers in beeld gehouden. Om het criminele imago van de jongens kracht bij te zetten wordt in de video verbeeld hoe iemand vrijkomt uit detentie, hoe een overval wordt gepleegd en hoe smokkelwaar de gevangenis in wordt gegooid. Bovendien wordt de enkelband van een van de jongens uitgebreid in beeld gebracht. De portieken en garages waartegen dit hele schouwspel zich afspeelt dienen te voorzien in een geloofwaardige context voor hun performance.

Wanneer we het geluid van de videoclip inschakelen blijkt deze performance te worden begeleid door een onheilspellende drillbeat. De teksten die over deze beat galmen, blijken in lijn met wat de jongens met hun dreigende vertoning lijken te willen verbeelden. De titel van de track – die gedurende het nummer veelvuldig wordt herhaald – vormt het centrale thema. Met de zin “13 n*ggers in prison” wekt Gaddafii de indruk dat een 5

Op 6 februari 2020 kwam Gaddafii in de eerste aflevering van het NTR-programma Danny op Straat aan het woord over drillmuziek in Nederland. De rapper spelt zijn naam soms met één en soms met twee i’s, waardoor onduidelijk blijft hoe zijn artiestennaam werkelijk luidt.

15

H3 | DE ROL VAN DRLLMUZIEK | RONDJE LANGS DE DRILLRAPSCENE VAN REGIO HAAGLANDEN

groot deel van zijn vriendengroep op het moment achter de tralies verblijft. De overige teksten van het nummer zinspelen op de redenen van deze detentie en kennen opvallende gelijkenissen met de thematiek die we kennen uit Britse drill. Meer specifiek alludeert Gaddafii veelvuldig op de bereidheid tot het gebruik van geweld, van hem en zijn vrienden. Bovendien daagt de rapper binnen zijn teksten anderen uit. Zoals gebruikelijk binnen drill wordt hierbij expliciet gerefereerd aan personen en gebeurtenissen. De Spijkse rapper lijkt hiermee de eerste Nederlandse artiest die muziek uitbracht die zowel qua uiterlijke verschijningsvorm en thematiek als op muzikaal gebied kan worden gekwalificeerd als drill. 13 N*ggers in Prison lijkt het startschot van drill in de Nederlandse rapscene te markeren, waarna het genre zich in een razend tempo heeft ontwikkeld.

Gadafii in de muziekvideo '13 N*GGERS IN PRISON'

3.2 | RONDJE LANGS DE DRILLRAPSCENE VAN REGIO HAAGLANDEN Ook in regio Haaglanden zijn inmiddels een aantal drillrappers en drillrapgroepen actief. Om een overzicht te geven van de drillrapscene in de regio wordt in dit hoofdstuk de samenstelling van groepen en hun muzikale output besproken. Omdat ontwikkelingen binnen de drillrapscene elkaar in rap tempo opvolgen en dynamieken zowel binnen als tussen groepen aan verandering onderhevig zijn, is dit overzicht niet uitputtend en zal het na publicatie ook niet altijd up-to-date zijn. Het is hoofdzakelijk bedoeld om inzicht te geven in de omvang, 2 spreiding en dynamiek van de huidige drillrapscene van Den Haag, Delft en Zoetermeer. In de tekst staan hyperlinks die verwijzen naar Instagramprofielen van drillrappers met daarachter – indien beschikbaar – het aantal maandelijkse luisteraars van deze artiest op Spotify. Dit laatste wordt gedaan om een indruk te geven van de populariteit van hun muziek. Verder kunnen hyperlinks verwijzen naar besproken muziekvideo’s of de exacte momenten waarop iets zich in een muziekvideo voordoet. Ook worden soms bij het beschrijven van groepen of buurten stills uit videoclips getoond. In deze stills zijn handgebaren zichtbaar die naar deze groepen of buurten verwijzen en die professionals kunnen helpen bij het herkennen van signalen. We beginnen in Den Haag.

SK6

Schipperskwartier (2516), Den Haag vlnr: C = Crips; 6 = 2516; K = SK6; Hoover Crips

“Skessy G’s, who’s badder than we?” luidt het veelvuldig vanuit het vergeten dorp. In deze relatief kleine Haagse wijk zien we jongeren (drill)muziek maken onder de naam SK6, ook wel Skess of ABK (Anybody Killers) genoemd. Zoals dit vaker voorkomt bij drillrapgroepen, verwijst de groepsnaam naar de buurt die de rappers vertegenwoordigen en waar zij beweren vandaan te komen. De letters ‘SK’ refereren namelijk aan de wijknaam Schipperskwartier, waarbij de ‘6’ het laatste cijfer van hun postcodegebied 2516 is. De groep uit de Hofstad kan

16

H3 | DE ROL VAN DRILLMUZIEK | RONDJE LANGS DE DRILLRAPSCENE VAN REGIO HAAGLANDEN

vanwege haar muzikale succes en de grote mate van media-aandacht aangemerkt worden als een van de bekendste drillgroepen van het land. De grootte van de groep is niet eenduidig te definiëren. Hoewel veel jongeren in videoclips en op social media zich associëren met SK6, bevat de groep slechts enkele artiesten. De meest actieve drillrappers van SK6 zijn voorman Jxrrski (10.341), Fishy (4.625), Sluiper (2.456); $J en Compact. Dit betekent echter niet dat drillers van SK6 enkel muziek maken binnen hun eigen groep; ze zoeken namelijk ook samenwerkingen met andere artiesten op. In ‘Time Will Tell’ en een 'Lightwork Freestyle' slaan de Skessy G’s (SK6 Gangsters) de handen ineen met jongeren van drillgroep 52 uit de Haagse wijk Houtwijk. Ook horen we aan het begin van ‘6OYZ N THA H2OOD’ een freestyle van de destijds gedetineerde Amsterdamse drillrapper Gogetter. Wie muziek van de groep uit Schippers opzoekt zal vanwege de Engelstalige titels van hun nummers opmerken dat ze sterk geïnspireerd zijn door invloeden van overzeese drillrapscenes. Met het debuutnummer ‘2516’ wordt gelijk duidelijk hoe de rappers muziekvideo’s gebruiken als een podium om zich op een gevaarlijke manier te profileren. Al kijkend naar de videoclip ontkomt men niet aan de gewelddadige poses, trainingspakken, gezichtsbedekkingen, handgebaren en verwijzingen naar de wijk die we uit drillrap kennen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12303171/1