CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raadsvergadering 2 november 2023

Raadsvergadering 2 november 2023, gemeente Delft25.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarom heeft DUWO een concept ontwikkeld waardoor het toch onzelfstandige woningen kan bouwen die wel veel meer lijken op studio's. Je hebt daarin bijvoorbeeld je eigen keuken, maar wel een gedeelde ruimte. De VOORZITTER: Het is helemaal duidelijk voor de heer Valk. Mevrouw VAN DIJK (ChristenUnie): Voorzitter. Onzelfstandige studentenwoningen zijn gewoon heel belangrijk, niet alleen omdat studenten het zelf heel gezellig vinden om samen met anderen in een huis te wonen, maar ook omdat het voor de mentale gezondheid van studenten belangrijk is. Het gaat eenzaamheid tegen. Er zijn dus genoeg redenen om onzelfstandige woningen te willen bouwen. We zijn dan ook blij dat in de laatste prestatieafspraken is opgenomen dat er wordt gestreefd naar 50% onzelfstandige nieuwbouw of STING als alternatief voor de echt onzelfstandige woningen. Bij de Van Hasseltlaan wordt in het PUK gesproken over 10%. Dat is natuurlijk veel minder dan die 25

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

50%. Als daar een locatie tegenover stond met 90% onzelfstandig, zou dit natuurlijk geen probleem zijn, maar het lijkt er niet op dat er ook plannen zijn voor een locatie waar 90% onzelfstandig is. Wij hechten echt heel veel belang aan die 50% nieuwe onzelfstandige woningen of STING. Daarom hebben we deze motie vanavond mee ingediend. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Vooraf hadden wij binnen de fractie even een discussie, want wat is nou eigenlijk de rol van de raad bij een Plan Uitwerkingskader? Uiteindelijk gaan wij als raad straks vooral over het bestemmingsplan, maar dit is wel een mooie kans om nu al aan de voorkant wat kaders mee te geven voor de uiteindelijke uitwerking daarvan. We zijn dus eigenlijk toch blij dat we dit vanavond kort kunnen bespreken. We hebben in de commissievergadering eigenlijk al een aantal suggesties meegegeven aan de wethouder voor het vervolg van dit plan. Ik herhaal ze kort: in ieder geval een goede participatie met de buurtbewoners; het zo veel mogelijk voorkomen van overlast, met name geluidsoverlast voor de omwonenden, die zich daar op dit moment toch best wel wat zorgen over maken; bij voorkeur onzelfstandige wooneenheden bouwen. Dat is meteen een mooi bruggetje naar de motie, want die zullen wij van harte ondersteunen. Inderdaad toch ook even kritisch: wij hebben vanmiddag zelf gevraagd naar de tekst van de motie.

Toen hebben we de motie kunnen lezen. We wisten wel dat er iets in voorbereiding was, maar het liefst hadden wij gewoon meegewerkt aan een mooie tekst, waar we dan misschien ook ons logo onder hadden kunnen zetten. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Dank aan STIP voor het opstellen van de motie. Het is goed om te horen dat dit zo breed in de raad gesteund wordt. Laten we hopen dat de motie straks gewoon raadsbreed wordt aangenomen. Studenten zijn belangrijk voor Delft. Ook een goede huisvesting is belangrijk. We vinden het belangrijk dat er nu ook buiten de stadsgrenzen gekeken wordt naar mogelijkheden, omdat de TU groeit en niet elke student in de stad geplaatst kan worden. Maar het is ook goed om te kijken naar het zo optimaal mogelijk benutten van ruimtes die we al hebben. Het voorliggende plan gaat hier gebruik van maken. We vinden het ook heel belangrijk om dan inderdaad zo veel mogelijk te streven naar onzelfstandige woningen, want dat is goed voor de ontwikkeling van studenten. Met name eerstejaarsstudenten moeten niet alleen in een studio komen. "STING", meneer Valk, staat voor Studio In Gemeenschappelijkheid. Dat staat op pagina 5 van het PUK, met het sterretje. Daar kunt u dus wat meer over de definitie lezen.

Wij hebben deze motie dus van harte mee ingediend, omdat wij vinden dat we goed moeten zorgen voor onze studenten in Delft en dat we hen goed en sociaal moeten opvoeden door hen samen te laten wonen. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Allereerst wil ik mevrouw Fung Fen Chung bedanken voor de prettige samenwerking bij het opstellen van deze motie. Ik zal proberen niet al te veel punten van de mede-indieners te herhalen, maar ik wil toch een aantal punten benoemen. D66 is het afgelopen halfjaar hard bezig geweest met werken aan een studentenvisie. Daarvoor hebben we uitvoerige gesprekken gevoerd met studenten en studentenorganisaties, maar ook met bewonersorganisaties. Uit die gesprekken maar ook uit onderzoeken die inmiddels breed worden aangehaald, bijvoorbeeld door minister Dijkgraaf, komt heel duidelijk naar voren wat de behoefte is van studenten, namelijk onzelfstandige studentenwoningen. Samenwonen met andere studenten gaat eenzaamheid tegen, zorgt voor een sociaal vangnet en werkt op allerlei andere manieren aan het verbeteren van het studentenwelzijn. Zoals bekend is het bouwen van onzelfstandige studentenwoningen nu niet rendabel, maar daardoor zijn wij blij met de ambitie van het college om die 50% STING te realiseren en dat die ook is geland in de prestatieafspraken.

26

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

Deze tussenvorm is een noodzakelijk kwaad, want die is verre van ideaal, maar is beter dan niets. D66 is ook blij met het PUK nieuwe stijl, waarbij het stuk ook naar de raad wordt gezonden. Ik reageer daarbij ook op de inbreng van de VVD: het is juist een mooie kans om te controleren hoe het college de bevoegdheid heeft gebruikt om het PUK op te stellen. Dan kunnen we vervolgens inderdaad mooi kaders meegeven. Dat voorkomt ook discussies, zoals bijvoorbeeld bij de Panjolocatie of bij het bestemmingsplan ISK en Pleysier College, waar op het laatste moment eigenlijk geen enkele wijziging meer mogelijk was. In de vertaling van de prestatieafspraken naar het PUK zien we dat het streven naar 50% STING is geland in slechts 10% STING, randvoorwaardelijk, en indien mogelijk meer. Dat is voor D66 echt te vrijblijvend. Als we 50% afspreken, moet de inzet van de gemeente ook zijn om daar zo dicht mogelijk bij te komen, maar niemand is natuurlijk gehouden aan het onmogelijke. Daarom een aantal vragen aan de wethouder. Hoe staat die 10% STING uit het PUK volgens haar in verhouding tot de 50% uit de prestatieafspraken? En hoe wil de wethouder in de toekomst waarborgen dat die 50% STING wordt gerealiseerd? De heer TREFFERS (Volt): Ik heb kortgeleden op de site van D66 - overigens met heel veel interesse - de Studentenvisie D66 Delft gelezen, waarvan u een van de auteurs bent.

Daarin kondigt u onder andere aan dat STING-woningen als het aan D66 ligt niet worden meegeteld als onzelfstandige woningen. Misschien is dit een beetje off topic, maar gaat u dit de komende periode ook bij de Woonvisie inbrengen en gaat u zich daar ook hard voor inzetten? De heer ANALIKWU (D66): We vinden het heel leuk om te horen dat onze studentenvisie al op deze manier is geland, ook bij collega's. Ja, dat is inderdaad een van onze opvattingen: STING is geen volwaardig alternatief voor onzelfstandige huisvesting. Dit is een van de punten in de motie waar deze motie eigenlijk een vervolg op is. In dat opzicht is dit gewoon een consistente lijn van D66. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Goedenavond allemaal! Hart voor Delft is zeer positief over de motie die door STIP is ingediend. Dank daarvoor. Wij hebben zelf de motie opgevraagd omdat deze vermeld staat in de agenda. Ik heb zelf geïnformeerd en gevraagd of de motie naar ons toe gestuurd kon worden. Wij hebben dus de tijd gehad om de motie te bestuderen. Zoals bekend dragen wij de studenten een warm hart toe wat betreft de woningen en zeer zeker wat het gezamenlijk wonen en gezamenlijke voorzieningen betreft, omdat we eenzaamheid moeten tegengaan. We hebben bij corona gezien wat er is gebeurd met bepaalde groepen, waaronder de studenten: zij waren een van de zwaarst getroffen groepen in Delft.

Dat is de reden waarom wij hier volledig achter kunnen staan. Wij vinden ook dat de belofte waargemaakt moet worden. Als in de prestatieafspraken 50% vermeld wordt, moet dat niet teruggebracht worden naar 10%. Ik sluit me aan bij beide vragen van de heer Analikwu, want ik had soortgelijke vragen voor de wethouder. Ik ben dus heel benieuwd naar de antwoorden. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Het gaat mij vooral om het vestigen van aandacht op de STING-woningen, want in principe zijn die niet wat de SP wil. We willen echte gemeenschappelijke woningen. Ik weet wel dat het financieel allemaal anders loopt, maar dit is een van de vervelende nadelen van het toeslagenstelsel dat we in Nederland 27

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

hebben, in dit geval in de vorm van de huurtoeslag. Er is ooit gedacht: daar geven we mensen wat ruimte in om een woning te kunnen huren. Maar 20 à 30 jaar later is ons hele woningstelsel alleen maar door die gekke toeslag in een bepaalde mal gegoten. We hebben daardoor woningen die altijd een bepaalde prijs moeten hebben. Goedkope, kleine woningen kunnen we niet meer bouwen, want die zijn niet meer rendabel. Ook gezamenlijke woonvormen zijn volkomen onmogelijk geworden. Je ziet dus dat zo'n regel, die ooit bedacht is voor een bepaalde maatregel, het hele woonbeleid van het hele land volledig op z'n kop heeft gezet, waardoor we allemaal gekke constructies krijgen, zoals in dit geval deze STING-woningen. Daar moet echt een eind aan komen. Ik weet wel dat wij daar niet over gaan, maar om nou weer in die vorm die STING-woningen te gaan bouwen … Het liefst zou ik willen dat DUWO gewoon gezamenlijke woonruimtes gaat bouwen en zich daar zo veel mogelijk voor inzet; die hebben ze nu ook al. Op het moment dat die landelijke regels eindelijk aangepast zijn - want dat gaat gebeuren - zitten wij dan niet weer met een of andere verouderde, gekke STING-vorm. Maar verder steunen wij het doel. We zijn dus voor de motie. Dan dus maar STING-woningen, maar het liefst echt gewoon gezamenlijke woningen voor studenten en trouwens ook voor niet-studenten in Delft.

Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Wij kunnen ons aansluiten bij de inbreng van de SP. Wij vonden het heel apart dat de coalitiepartijen een soort onderbuikgevoel hadden en wij hebben eigenlijk de vraag aan de wethouder of hun onderbuikgevoel terecht is. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik ga eerst op onze samenwerkingsrelatie met DUWO in, want het lijkt - een onderbuikgevoel - alsof dat een tegenstander is, terwijl het doel van een corporatie, in dit geval een studentencorporatie, het bouwen van woningen voor studenten is, op zo'n manier dat de student de huur kan betalen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik hoor de wethouder zeggen dat er geen tegenstelling is tussen gemeenten en woningcorporaties. Die tegenstelling is er natuurlijk wel degelijk, want ze hebben allebei een heel andere rol. Dat is een fundamenteel punt waarop wij onenigheid hebben met deze wethouder en dat we al eerder in deze raad hebben besproken. De wethouder heeft in een vorige functie gewerkt als directeur van zo'n woningbouwcorporatie, maar het is echt niet zo dat gemeenten en woningbouwcorporaties dezelfde belangen hebben. De gemeente opereert namens de bewoners van de stad. Een woningbouwcorporaties is een onafhankelijke stichting die eigen ideeën en dingen kan nastreven. Dat kan volkomen botsen, zoals we in het verleden vaak hebben gezien. Dat wil ik even rechtgezet hebben.

De VOORZITTER: Ik denk dat de wethouder zich daar heel goed van bewust is, meneer Van der Sluis. Wethouder SCHREDERHOF: Ik zal daar helder over zijn: het doel bij het bouwen is het bouwen van woningen voor studenten die voor de studenten betaalbaar zijn. Natuurlijk kunnen een gemeente en een corporatie op een aantal punten volledig van mening verschillen met elkaar, maar het doel, het bouwen van woningen die voor studenten betaalbaar zijn, is hier volgens mij een gemeenschappelijk doel. Over de vraag van het CDA of je dit ook kan regelen in de Woonvisie, hebben we het bij een vorige Woonvisie al gehad. In de huidige Woonvisie staat ook dat het bouwen van studentenwoningen essentieel is. We hebben altijd gezegd dat we een balans willen hebben in zelfstandig en onzelfstandig. Die balans zou de 50% niet mogen overschrijden. Ik kan u 28

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

zeggen dat het nu, kijkend naar de hele voorraad, gaat om 66% onzelfstandig en 34% zelfstandig. Die balans is er dus nog niet uit, maar dat is altijd de lijn geweest. Het is ook duidelijk dat niet elke student onzelfstandig wil wonen. Er zijn studenten die echt kiezen voor een zelfstandige woning. Dan moet je ook zorgen dat daar een mogelijkheid van doorstroming is en dat je ook de balans bij elkaar houdt. Op dit moment zijn de rente én de bouwkosten hoog. Als je nu een onzelfstandige woning bouwt, kan je daar geen huurtoeslag op krijgen. Ik ben het met de heer Van der Sluis eens dat het de vraag is of dat een oplossing is bij studentenwoningen, maar de combinatie van bouwkosten en een huurprijs die betaalbaar moet zijn, leidt ertoe dat sec onzelfstandig bouwen, waar je geen huurtoeslag voor krijgt, heel lastig is en eigenlijk niet kan. Dat is ook waarom door DUWO uiteindelijk de STING ontwikkeld is. In z'n aard is dat een zelfstandige woning, maar die levert wel een collectieve ruimte op. Uw vraag aan mij is wanneer die balans er volgens mij is en wanneer ik tevreden zal zijn met het behalen van die balans. Dat is heel afhankelijk van de stappen die het Rijk moet zetten in de wijze van financieren van studentenwoningen. Daar is onze burgemeester bij betrokken en daar ben ik bij betrokken.

Er zijn twee mogelijkheden: onzelfstandig wordt ook toegelaten tot de huurtoeslag óf het Rijk zal moeten zorgen dat er objectsubsidies komen om onzelfstandige woningen te kunnen financieren. Anders blijven we dit dilemma met elkaar hebben en gaan we dat op korte termijn ook niet oplossen. Dat dilemma is volgens mij landelijk heel goed neergelegd. Je ziet ook dat het ministerie van BZK daar hard mee aan de slag gaat. We gaan nu voor het eerst op een locatie aan de slag waar al woningen van DUWO staan en waar het gaat om verdichting van een plek waar al bestaande voorraad staat waarin je ook nieuwe woningen wil maken. Dat betekent dat het een zoektocht is: wat bouw je daar en welke soort woningen bouw je daar? Maar ook: is het in te passen in wat er staat? Dat is ook een lastige. En is het hele plan uiteindelijk straks ook haalbaar? Dat betekent dat hier vanuit het voorzichtigheidsprincipe die ondergrens van 10% is ingesteld. We willen dat met z'n allen natuurlijk hoger hebben: wij willen dat hoger hebben en ook DUWO wil dat hoger hebben. U vraagt hier om een percentage van 25%. Ik denk dat het een goede vraag aan ons als gemeente is om daar in het planproces stevig met elkaar op te sturen. Tegelijkertijd blijft het zoeken met elkaar om dit hele proces op een rendabel plan uit te laten komen en willen we wel dat er gebouwd wordt.

Dat zijn dus de redenen waarom we dit doen en dat is ook waarom in dit PUK niet gelijk gekozen is voor een hoog percentage, maar we gaan daar met elkaar wel voor aan de slag. De heer ANALIKWU (D66): Ter verduidelijking: ik vraag me af wat de gedachte is achter zo'n Plan Uitwerkingskader. Zoals ik het begrijp, is het idee van zo'n Plan Uitwerkingskader dat we bij de ontwikkelaar alle dossiers en alle beleidskaders op elkaar stapelen die wij als raad samen met het college hebben vastgesteld om vervolgens te zeggen: hiermee kunt u uit de voeten. Volgens mij is de 50% daar een onderdeel van en niet die 10%. Of dat nou een randvoorwaarde is of een verdiepingsvraag, is maar even voor het vervolg, maar het lijkt mij heel goed om in zo'n Plan Uitwerkingskader mee te geven dat het 50% moet zijn. Daarover kunnen we dan daarna in gesprek als de ontwikkelaar zegt dat dat niet mogelijk is. Het gaat dus toch om dat uitgangspunt. Ik ben benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt. Wethouder SCHREDERHOF: In de prestatieafspraken 2023 staat 50%. In het kader van de prestatieafspraken 2024 zijn we met de corporatie in gesprek over hoe we dat op een goede manier formuleren, want die 50-50, gekoppeld aan de locatie waar je met elkaar gaat zoeken of het haalbaar is, kan op voorhand al leiden tot een niet-haalbaar plan. Je hebt dus nodig dat je dit op deze locatie uitzoekt.

Dat is het eerste wat je doet, met ook het feit dat er al woningen staan, dat er een casco staat waarmee je aan de slag gaat. Dat is de reden 29

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

geweest om hier voorwaarden mee te geven waarvan we in ieder geval denken dat ze minimaal wel haalbaar zijn, want anders hou je elkaar een beetje voor de gek. Het is ook zoeken met elkaar: hoe gaat dat op deze locatie en gaat die STING uiteindelijk lukken voor die 50%, juist op dat soort verdichtingslocaties? We willen de woningproductie immers wel draaiend houden. Dat is een belangrijke context. Ook DUWO wil dit graag, want ook DUWO wil die balans houden. Tegelijkertijd willen we ook gewoon een plan realiseren. Die balans zit in het Plan Uitwerkingskader. De heer ANALIKWU (D66): Ik kan het toch niet laten. Het zal niet heel vaak gebeuren, maar het is mooi om het een keer te doen: ik kan het betoog van de heer Van der Sluis onderschrijven. De VOORZITTER: Meneer Van der Sluis, u mist het misschien net, maar uw betoog wordt onderschreven. De heer ANALIKWU (D66): Dank, voorzitter; het is belangrijk dat die momenten goed worden gemarkeerd. Het is goed om de rollen scherp te houden. Ik snap dat de wethouder heel graag tot een heel uitvoerbaar plan wil komen, maar als je gewoon sec bekijkt wat het Plan Uitwerkingskader is, zijn we wat D66 betreft nu al te veel in die onderhandeling gegaan en is zo'n Plan Uitwerkingskader juist een mooi moment om al die beleidskaders vanuit de gemeente op elkaar te stapelen en niet al bij voorbaat water bij de wijn te doen.

Wij zijn ook redelijk en wij kunnen ook begrijpen dat als iets niet uitvoerbaar is, het dan niet anders kan. Maar het gaat om die verwoording: die 10% zo hard als randvoorwaarde inzetten vinden wij te zwak. Had dan bijvoorbeeld gezegd: als het kan zo dicht mogelijk bij 50% komen. Als dat dan uiteindelijk 25% is, is dat prima, maar anders … De VOORZITTER: Dit kan gewoon in de tweede termijn, want de interrupties worden wel erg lang. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Ik ben benieuwd naar de prestatieafspraken van 2024, want volgens mij moet de ambitie echt zijn om in ieder geval 50% onzelfstandig te halen. Ik ben benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt en hoe zij zich daar sterk voor wil maken. De VOORZITTER: Ik laat de wethouder nu haar termijn afmaken. Daarna komt de tweede termijn van de raad. Wethouder SCHREDERHOF: Ik ga verder in op de vraag wat je meegeeft in een PUK. Dat zijn in deze situatie geweest: een ondergrens en een zoektocht met elkaar om tot een hoger percentage te komen. Dat is de lijn geweest in het voorstel in het PUK; u kiest voor een andere lijn. Over het met elkaar in de prestatieafspraken zetten van 50-50: het is nu een zoektocht naar wat we in de prestatieafspraken doen, want ook daar wil je dingen met elkaar afspreken die ook haalbaar zijn. Dat is de discussie die we daar ook voeren.

De context is ook nog een keer dat we stedelijk vasthouden aan die 50-50-verdeling. U zei net dat het op de ene locatie iets minder kan zijn en op de andere locatie iets meer. Je kan ook nog steeds naar je totale voorraad kijken. Ook daar zie je nog steeds dat het aandeel van onzelfstandig echt substantieel hoger is dan het aandeel van zelfstandig. Volgens mij hebben we er hier al eerder een debat over gehad dat je ook in je woonruimteverdeling nog ervoor kunt zorgen dat de goede mens op de goede plek komt, want best een aantal mensen die onzelfstandig 30

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

zouden willen wonen, wonen in een zelfstandige unit en andersom. Kunnen we dat met elkaar dus niet beter regelen? De VOORZITTER: Er is toch behoefte aan een interruptie, maar ik wil de wethouder eigenlijk even het woord laten voeren. Ze maakt even haar betoog af en dan kunt u uw punt meenemen in de tweede termijn. Wethouder, maak het kort. Wethouder SCHREDERHOF: Blijkbaar hebben we in deze raad een discussie over wat de STING eigenlijk is. De STING is een woonunit die voldoet aan alle voorwaarden om zelfstandig te zijn. Daar kan dus zelf gekookt en gedoucht worden. Tegelijkertijd is er op een basis van tien à vijftien woningen ook een woonkeuken waar je gemeenschappelijkheid kan organiseren. Als we ze tegen het licht houden, denk ik dat een aantal woningen in heel veel wat u "complexen met onzelfstandig samenwonen" noemt, eigenlijk niet méér gemeenschappelijke ruimte hebben. Ik denk dus dat de STING zich de komende tijd moet bewijzen en dat het ook goed is om, als ze er staan, met elkaar te gaan bekijken wat zij voor oplossing zijn, want de STING wordt hier wel snel afgewaardeerd. Ik vraag me in alle ernst af of de STING niet het mooie van twee werelden met elkaar combineert, maar dat moet u zelf in de praktijk gaan bekijken. De vraag was wanneer ik in het komende proces tevreden ben als we aan de slag gaan met de opdracht aan mij om te kijken of we die 25% halen.

Ik ben er blij mee als we een substantieel percentage onzelfstandige woningen, STING-woningen, kunnen realiseren, maar tegelijkertijd een haalbaar totaalplan hebben dat we kunnen gaan uitvoeren. Die twee moeten wat mij betreft permanent in balans blijven. De VOORZITTER: Er komen weer interrupties, maar ik wil het even afronden, mevrouw Van Dijk. Dat heb ik ook tegen mevrouw Fung Fen Chung gezegd. Ik begin straks bij haar en daarna bent u aan de beurt. Wethouder SCHREDERHOF: Een andere vraag in de motie is of we die monitoring goed kunnen doen. Volgens mij is dat evident. Dat hebben we ook al eerder afgesproken. Die monitoring komt in de Woonmonitor naar u toe: de aantallen en de percentages van zelfstandig, onzelfstandig én het STING-concept worden daarin gewoon goed duidelijk. De VVD vroeg om ervoor te zorgen dat in het planproces het begrip "overlast" en hoe je die kan beperken vanuit de fysieke omgeving, kunnen worden meegenomen. Ik denk dat dat essentieel is. Dat wil nog niet zeggen dat er uiteindelijk in gedrag geen overlast is, maar in je fysieke omgeving heb je die stappen al wel genomen. Participatie is natuurlijk een evidente lijn die toegepast wordt. Volgens mij zijn dit de hoofdlijnen van mijn beantwoording. Daar heeft u vast nog een heleboel vragen over. De VOORZITTER: Ongetwijfeld. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter.

Ik verwerk mijn interruptie in deze tweede termijn. We begrijpen natuurlijk heel goed dat het college zegt dat het handelt vanuit het voorzichtigheidsprincipe en dat daarom de afspraak over 50% niet is doorgezet en niet over het Plan Uitwerkingskader is gelegd, maar wij kunnen ons heel goed aansluiten bij wat D66 aankaartte. Zo'n Plan Uitwerkingskader gaat over de ambities die je over elkaar heen legt en die je afspreekt. Ik snap dat het niet fijn is om er later op terug te moeten komen in de zin 31

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

van: het is niet gelukt om tot die 50% te komen. Maar zo'n Plan Uitwerkingskader geeft gewoon de ambities aan. Dat is hoe wij dat eigenlijk lezen. De wethouder draagt aan dat we in de totale voorraad 66% hebben. Oké, vooruit, maar de afspraak met DUWO die wij in de motie specifiek noemen, gaat expliciet over nieuwbouw. Ik zou de wethouder willen vragen of zij daarop kan ingaan, want het is belangrijk om die specifieke afspraak over 50% onzelfstandig bij nieuwbouw na te komen. Daarbij wil ik het debat niet te groot maken, maar laten we ook niet vergeten dat binnen die totale voorraad ook sprake zal zijn van afstoten van de particuliere voorraad. Het lijkt me daarom juist goed om die afspraken aan te houden op de plekken waar we wél grip op hebben, namelijk het corporatiebezit. Wat de verdeling in de komende prestatieafspraken voor 2024 betreft lijkt het ons echt goed om daarin te komen tot een concreet percentage, want dan kunnen we daar het gesprek over hebben in plaats van het belang uit te dragen van onzelfstandige huisvesting in brede zin. We zijn dus benieuwd hoe het college daarnaar kijkt om dat gesprek in die zin wél te kunnen voeren. De VOORZITTER: De wethouder komt daar straks op terug. Mevrouw VAN DIJK (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb alleen een korte vraag.

Ik hoorde de wethouder zeggen dat ze tevreden is als er een substantieel percentage STING is afgesproken en als er een haalbaar plan ligt. Wij zijn natuurlijk ook voor een haalbaar plan en voor een substantieel percentage. Voor ons is dat bij voorkeur 50%. Ik ben benieuwd wat voor de wethouder de definitie van "substantieel" is. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. U heeft zelf al gezegd dat mijn interrupties misschien wat lang waren. Ik denk dat ik voor mijn mening in de tweede termijn kan verwijzen naar de mening die ik heb laten doorschemeren in die interruptie. Nog een kleine opmerking: de 66% waar de wethouder het over heeft, bereik je volgens mij alleen als je de particuliere sector meeweegt. Ik onderschrijf de opmerking van mevrouw Fung Fen Chung dat we die 50-50 juist willen houden op de plek waar we daar grip op hebben. Het is campagnetijd en ik ga het dus gewoon zeggen: van een sociaaldemocraat zou ik misschien verwachten dat we daar juist op die plek aan zouden willen vasthouden. Voor ons is er niks veranderd aan de insteek van de motie. We handhaven dus onze ondertekening van de motie. Het is mooi om juist als raad op deze manier in het planvormingsproces aan de knoppen te blijven zitten. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik snap eigenlijk niet zo goed dat de wethouder niet heel blij is met deze motie, want ik kan me dat zo voorstellen.

De wethouder gaat in gesprek met de woningbouwcorporatie. Zij doet net alsof zij dan heel lief vraagt "wilt u alstublieft zo veel mogelijk onzelfstandig realiseren?" en dat de corporatie dan zegt dat dat echt niet kan. Eigenlijk weer in lijn met meneer Van der Sluis: we zitten daar als belanghebbende en moeten voor onze bewoners opkomen. Hoe fijn is het dan als u onderin uw tas een motie van de raad heeft met: als jullie 10% STING realiseren, gaan wij daar niet mee akkoord en dan doen we daar weer onze dingen mee? Ze kunnen dan natuurlijk nog steeds bewijzen dat dat niet kan, maar dan staat u daar toch een stuk sterker dan wanneer u zegt: wilt u het alstublieft doen? Ik ben dus benieuwd waarom de wethouder zo kritisch op de motie is. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Eigenlijk wilde ik hetzelfde zeggen. Ik dank de wethouder voor de antwoorden, maar het spijt me: ik vind de beantwoording vreselijk teleurstellend. Het is gewoon onacceptabel als het tussen 10% en 20% uitkomt of 32

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

zelfs als het 25% blijft. Ik vind dat we moeten vasthouden aan een zo hoog mogelijk percentage, het liefst richting de 50%. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks sluit zich graag aan bij de woorden van mevrouw Grobben. Daarbij gaat het niet alleen om 50% bij dit PUK van de Van Hasseltlaan, maar ook in de prestatieafspraken. Ik wil de wethouder toch vragen om zich daar hard voor te maken en in ieder geval te kijken of we samen met DUWO de ambitie kunnen uitspreken om voor 50% te gaan. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Ik ben inderdaad ook heel benieuwd naar de reactie van de wethouder op de vraag van Volt: kan het op de een of andere manier toch niet helpen om deze motie in de tas mee te nemen en het gesprek te voeren? In een van de laatste zinnen gaf de wethouder in reactie op mijn vraag aan dat ze juist in het fysieke inderdaad echt rekening wil houden met de eventuele overlast en de geluidsoverlast voor omwonenden. Kunnen we dat interpreteren als een toezegging? Dat is nog mijn enige vraag. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Ik wil graag refereren aan de woorden van een wijs man, die zei: "Het gevaar is niet dat je je doelen te hoog stelt en ze niet bereikt.

Het gevaar is dat je je doelen te laag stelt en ze wel bereikt." Ik vraag me af of de wethouder het met ons eens is en dat het toch beter is om dat doel op 50% te zetten dan het doel op 10% te zetten en dan op 10% of 15% te blijven zitten. Ik deel dus eigenlijk de opmerkingen van de eerdere sprekers. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik ga even terug naar de hoofdvraag. Volgens mij is dit een gezamenlijke zoektocht van de corporatie én van de gemeente met als gemeenschappelijk doel het bouwen van woningen die voor studenten passend zijn. Dat is én onzelfstandig én zelfstandig. Daarin wil je een balans houden. Dan zou het heel mooi zijn als we met elkaar zomaar kunnen zeggen: 50% gaat 'm zomaar worden. Tegelijkertijd voegen wij als gemeente zelf ook een aantal randvoorwaarden aan zo'n PUK toe die ook essentieel zijn. Het moet er groen zijn, er moet een plint zitten, er moeten functies aan toegevoegd. Er zit dus een totaalprogramma op deze locatie, dat we in balans met elkaar willen ontwikkelen. Daarbij verschillen de doelen van de twee partijen echt niet verschrikkelijk van elkaar. In die zoektocht is ervoor gekozen om met elkaar te starten met als minimum die 10%, maar om wel met elkaar te proberen om dat zo veel mogelijk in balans te krijgen in samenspraak met alle andere dingen die noodzakelijk zijn op deze locatie. De vraag van Volt was wanneer ik blij ben.

Als er daadwerkelijk gebouwd wordt. Daar zitten ook heel veel andere randvoorwaarden in die in dit planproces meegenomen moeten worden. Ik hoop dat we dan naar u toe komen met een aanvraag in de lijn van een bestemmingsplan, maar ook met een plan waar we met z'n allen heel blij mee zijn en waarin alle in het PUK genoemde dingen een plek hebben gekregen. Als dat met een zo optimaal mogelijk percentage STING is als vervanging van de onzelfstandige vorm, ben ik heel blij, maar het moet wel in balans met elkaar opgepakt worden. U heeft er totaal gelijk in dat in de bestaande voorraad, in die verhouding 66-34, ook heel veel woningen van particuliere eigenaren zitten, waar zij ook al sinds jaar en dag een redelijk rendement uit halen. Wij zullen dus niet snel meemaken dat in die voorraad heel veel uit het segment zal gaan, maar we moeten daar wel rekening mee houden. Dat zullen we dan ook

33

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

doen, maar dat is echt niet morgen aan de orde. De balans die we met elkaar moeten bewaken, kunnen we dus ook in de tijd zetten. U geeft mij mee om in de prestatieafspraken met de corporatie vervolgens nog te kijken of het streven naar die 50% zelfstandig en 50% onzelfstandig - want dat hoor ik; je kunt het nooit keihard met elkaar afspreken - meegenomen kan worden, maar een streven zal de corporatie ook koppelen aan de hoop dat de rijksoverheid haar regelgeving in het kader van studentenhuisvesting zal aanpakken. Dat maakt het segment bouwen immers ook ontzettend veel makkelijker. Ik wil uw vraag dus meenemen. We zitten midden in het overleg over de prestatieafspraken. Maar nogmaals, het doel van beide partijen is hetzelfde. Volgens mij zijn een heel aantal vragen aan de orde geweest. Ik heb zojuist antwoord gegeven op de vraag wanneer ik blij ben: als er gebouwd wordt en als alle randvoorwaarden die we mee hebben genomen, daarin een plek hebben gekregen. Mevrouw VAN DIJK (ChristenUnie): Ik heb toch het idee dat u nog niet helemaal hebt geantwoord, want ik wilde graag weten wat de wethouder verstaat onder "een substantieel percentage". Ik heb nu "een zo optimaal mogelijk percentage" gehoord, maar dat blijft voor mij eigenlijk net zo vaag.

Zou de wethouder met een echt getal, met cijfers, kunnen komen? De heer TREFFERS (Volt): Naast een aantal randvoorwaarden hoor ik de wethouder zeggen: we zijn vooral blij als er gebouwd wordt. Natuurlijk is het belangrijk dat we snel gaan bouwen, maar ik zou toch liever een paar maanden vertraging hebben als er dan iets komt te staan waar we als stad echt blij mee zijn. Ik zie dus uit naar de bespreking de volgende keer, als we het bestemmingsplan zien. Wethouder SCHREDERHOF: Ik denk dat u volstrekt gelijk heeft: als je een beter plan maakt als je wat meer tijd kan nemen, zou dat een mogelijkheid geven, maar daar gaat het niet om. Het gaat er hier om dat je in de locatie een aantal randvoorwaarden meeneemt die te maken hebben met de woningen die je bouwt en met de balans tussen zelfstandig en onzelfstandig, maar er zijn nog heel veel andere randvoorwaarden, die u ook in het PUK heeft kunnen lezen. Die zullen daar allemaal een plek moeten krijgen. In die zoektocht hebben we gekozen voor het voorzichtigheidsprincipe, omdat we met elkaar hetzelfde doel hebben. U vraagt om dat nu op te hogen naar 25%. Met elkaar werken we naar een oplossing die uiteindelijk tot een plan leidt dat haalbaar is en uitgevoerd kan worden. Dat heeft te maken met kwaliteit, maar ook met financiën. Als de financiën niet kloppen, helpen die maanden ook niet, want dan wordt er gewoon niet gebouwd.

De andere vraag die u meegeeft, is om in het overleg over de prestatieafspraken met elkaar te gaan voor uiteindelijk 50% als dat een haalbaar percentage is - het is maar de vraag of dat altijd lukt - of om met een heel concreet percentage te komen. Daarmee lijkt het bijna alsof alleen een concreet percentage ons helpt om de goede producten te bouwen. Nogmaals, als het aan de corporatie lag en als het financieel zou kunnen, zou zij volgens mij eerlijk gezegd het liefst onzelfstandig bouwen, gemengd met de STING en met zelfstandig. Maar dat laten de wetgeving en de financiering op dit moment nog niet toe. Nogmaals, het doel is hetzelfde. De andere vraag is de vraag van de VVD: is het een toezegging dat ik in het planproces de corporatie zal aangeven dat bij het ontwerpen van het pand in fysieke zin rekening moet worden gehouden met het voorkomen van overlast? Ja. Ik denk dat de corporatie dat uit zichzelf doet, maar ik zal het ook nog een keer zeggen. 34

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Ik hoor de wethouder vooral zeggen dat het doel van dat gesprek hetzelfde is als met de prestatieafspraken, namelijk dat we het hebben over de verdeling van de voorraad. Maar bent u het niet met mij eens dat het dan juist zo belangrijk is dat je het ook hebt over wat die verdeling kan zijn en wat je nastreeft? U hoort ons zeggen dat een concreet percentage het enige is waar wij blij mee zijn, maar dat komt omdat we op dat moment goed het gesprek kunnen hebben over de vraag of we dat passend vinden in plaats van dat het een beetje blijft hangen in een soort vage abstractie. Bent u dat niet met ons eens? Mevrouw VAN DIJK (ChristenUnie): Toch ook weer aansluitend: ik zou de wethouder echt willen vragen om in ieder geval voor zichzelf met een concreet percentage te komen, ook bij het gesprek met DUWO. Als het gaat om "zo optimaal mogelijk", kan DUWO heel makkelijk zeggen dat het toch echt heel lastig is maar dat het echt wel zijn best doen. Ik twijfel er niet aan dat DUWO zijn best doet, maar ik denk toch dat het goed is als wij als gemeente echt hoog inzetten. Ik denk dat dat echt veel makkelijker gaat met een concreet percentage waaraan DUWO gehouden kan worden dan met "we doen gewoon ons best". Wethouder SCHREDERHOF: Laat ik heel concreet aangeven dat een prestatieafspraak niet is dat ik tegen DUWO zeg: gij zult 50% bouwen. Zo werkt het niet.

Het is een tripartiete afspraak, waar ook een huurdersorganisatie bij is. Die kijkt daarbij ook mee en daarbij spreken we met elkaar af wat we als doelstelling hebben. Die doelstelling is echt: onzelfstandig, als het zou kunnen, de STING en zelfstandig. We spreken ook met elkaar af dat we daarnaartoe werken en dat we met elkaar proberen om het Rijk zover te krijgen dat het zijn randvoorwaarden daar goed voor maakt. Maar het is niet zo dat ik tegen een corporatie "gij zult …" kan zeggen en dat ik haar kan verplichten. Het is dus een zoektocht met elkaar naar hoe je dat op een zorgvuldige manier doet en hoe je met elkaar een gemeenschappelijk doel formuleert en dat gemeenschappelijke doel zo scherp mogelijk maakt. Volgens mij zie ik dat als vraag van nu. Ik kan het niet eenzijdig opleggen; laat ik daar heel helder over zijn: zo werken prestatieafspraken niet. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Ik zal het kort houden. Ik hoor u "eenzijdig" zeggen, maar is het niet handig om ook te vragen wat de studenten willen? We praten hier over wat wij er allemaal van vinden, wat DUWO wil enzovoort, maar het is de doelgroep die daar gaat wonen die daar uiteindelijk om vraagt. Misschien kunt u dat ook meenemen in uw gesprekken. De heer ANALIKWU (D66): Laat ik vooropstellen dat ik geloof dat de wethouder net als DUWO en WijWonen het liefst zo veel mogelijk onzelfstandige woningen wil bouwen.

De intentie van de wethouder staat hier wat mij betreft ook niet ter discussie. Wat mij betreft staat wél ter discussie wat de waarde van de prestatieafspraken is in relatie tot het PUK als je er bij de eerste de beste kans zover onder gaat zitten, op 10%. Probeer dan in het vervolg juist bij de verdiepingsvragen, waar volgens mij juist ruimte is om dat verschil wat kleiner te maken, die 50% op een manier te laten landen met woorden als "zo dichtbij mogelijk". Dat is wat mij betreft waar het om gaat. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Ik heb een concrete vraag: heeft de wethouder in haar uitwerking van dit alles last van deze motie of is dit, zoals wij eigenlijk denken, een soort ondersteuning in haar tas, die haar helpt? Ik kreeg overigens een paar keer de vraag wie de door mij genoemde wijze man was. Dat was Michelangelo.

35

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

Wethouder SCHREDERHOF: Ik ga eerst in op de opmerking van mevrouw Grobben. Mevrouw Grobben, het is een tripartiet overleg. De student zit dus aan tafel vanuit de huurdersorganisatie en is mede degene die uiteindelijk het overleg met de corporatie en met ons voert over wat we met elkaar afspreken. Hij is dus wel degelijk direct betrokken. WijWonen is de partij die ook aan tafel zit en die ook snapt dat het in de verhoudingen die we nu hebben en in verband met niet-subsidiëring vanuit het Rijk voor onzelfstandig tot veel te hoge huren zou leiden als je dat gaat bouwen zonder huurtoeslag. Daar kom je niet uit. Zij snappen dus heel goed dat het STING-concept daar een goede oplossing voor is. Het is dus een tripartiet overleg. De andere vraag is eigenlijk of het glas halfvol of halfleeg is. Start je bij 10% of start je bij 50%? Ga je terug vanaf die 50% of ga je omhoog vanaf die 10%? Het doel om ervoor te zorgen dat er in een goede balans gebouwd wordt voor alle partners, op deze locatie maar ook in het totaal, blijft heel essentieel. Dit is hier de wijze waarop je dat met elkaar invult. Dit is de eerste keer dat we het gaan doen op een locatie waar ook echt nog heel veel andere randvoorwaarden liggen en waar het ook verdicht is op een bestaande plek met bestaande voorraad. Het is dus met elkaar zoeken naar waar we uitkomen.

Uiteindelijk hebben we hetzelfde doel als u, namelijk om daar een adequate oplossing te hebben. De laatste vraag van mevrouw Janssen was of deze motie helpt. Ik vind in elk geval dat de motie het debat helpt dat we hier aan tafel hebben. De motie helpt ook in wat u belangrijk vindt. Tegelijkertijd denk ik dat we alle voorwaarden die u in de motie meegenomen heeft, wat scherper gezet hebben, maar dat die ook in het planproces echt opgepakt zullen worden, omdat we met elkaar echt hetzelfde doel hebben. De VOORZITTER: Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie 7.4.1 (Maak de belofte voor gedeelde studentenwoningen waar) van STIP, de ChristenUnie, D66, GroenLinks, de PvdA en Volt. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Hoewel we niet heel gelukkig zijn met het proces, zullen we voor deze motie stemmen, omdat zij goed aansluit bij punten die ook in ons eigen verkiezingsprogramma staan. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. 160. College van B en W - Beheerplan Schoon 2024-2027 (nr. 321284). De VOORZITTER: De wethouder zal straks in de beantwoording gelijk kort ingaan op de situatie in de stad vandaag, na een stevige storm en heel veel water. Dan bent u weer up-todate.

Er wordt een motie ingediend door Hart voor Delft, de motie Graffiti en vernieling samen aanpakken in Delft. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Mijn excuses voor mijn stem. Ik voel mij prima. Je hebt er geen invloed op, maar ik ga het toch proberen. De transitie van het beheer rondom Schoon, van eigen medewerkers naar het werken op regie met marktpartijen, heeft weinig zichtbaar effect gehad, maar in dit geval is dat een goede constatering. Dit betekent dat de Delftenaren nagenoeg niets van de transitie hebben gemerkt en dat zo'n driekwart van de ondervraagden aangeeft tevreden te zijn. Het is Hart voor Delft echter wel opgevallen 36

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

dat graffiti en vernieling zienderogen toenemen en dat dit niet of niet snel of adequaat wordt opgepakt door andere partijen dan de gemeente. De gemeente verwijdert twee keer per jaar graffiti. Vernieling wordt veelal na meldingen bij Bel en Herstel door hen goed opgepakt. Toch is de hoeveelheid graffiti voor ons aanleiding om samen met het CDA de motie Graffiti en vernieling samen aanpakken in Delft in te dienen. De institutionele eigenaren van de panden en objecten, zoals omschreven in de constateringen van de motie, lijken weinig onder de indruk van de inspanningen van de gemeente op dit punt. Daarom onze motie, die op zich geen geld kost, omdat er, als het goed is, over allerlei onderwerpen al regelmatig breed overleg is met de genoemde instituties, maar ik hoor graag van de wethouder of dat zo is. Private eigenaren kunnen mogelijk algemeen worden aangeschreven om de aandacht hierop te vestigen. De heer JAFF (GroenLinks): Ik heb een vraag om in te kunnen schatten of wij deze motie gaan steunen of niet. De motie heeft een groot gehalte van aannames.

Heeft u ook iets van bewijsvoering of data die uw aannames kracht bijzetten? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik heb een verduidelijkende vraag aan Hart voor Delft: wat gaan deze gesprekken meer opleveren of anders doen dan de eerdere gesprekken, waarbij we hebben gevraagd om werk te maken van verwijdering van de graffiti? De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Allereerst het antwoord op de vraag van de heer Jaff. Ik zou eigenlijk tegen de heer Jaff willen zeggen: loop eens door de stad en kijk eens op gevels, elektriciteitshaltes, bushaltes en noem het allemaal maar op. Dan ziet u vanzelf dat ik het hier niet heb over aannames. Op de vraag van mevrouw Van den Berg zou ik willen antwoorden dat alles waaraan je aandacht geeft, groeit. Door de fracties van Hart voor Delft en het CDA wordt motie 7.6.1 (Graffiti en vernieling samen aanpakken in Delft) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdagavond 2 november 2023, constaterende dat: • • • • •

•

Delft op meerdere plekken in de openbare ruimte te kampen heeft met graffiti en vernieling; in de BuitenBeter-app door bewoners of direct aan de gemeente meldingen van vernieling of graffiti gedaan kunnen worden; de BuitenBeter-app de meldingen doorgeeft aan de gemeente Delft, maar de melding direct als afgehandeld meldt als het geen gemeentelijk eigendom is; er geen afspraken zijn met eigenaren van publiek eigendom of privaat eigendom om de vernieling te herstellen of de graffiti te verwijderen; er daarom op elektriciteitshuisjes en schakelkasten van Stedin, haltes van het openbaar vervoer, het gemaal van het Hoogheemraadschap, geluidswerende voorzieningen van Rijkswaterstaat, gebouwen van de TU en andere bedrijfspanden langdurig graffiti blijft zitten en beschadigingen langdurig niet worden verholpen, waardoor dit meer graffiti en vernieling uitlokt; het gevoel van onveiligheid en verwaarlozing toeneemt;

overwegende dat: 37

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

• • • •

een leefbare en veilige stad ook een schone stad betreft; graffiti en vernieling in de buitenruimte een gevoel van verwaarlozing geven; graffiti en vernieling, wanneer deze niet worden verholpen, meer graffiti en vernieling uitlokken; het voor de beleving voor bewoners geen verschil maakt of het graffiti en vernieling betreft van gemeentelijk of van privaat eigendom;

verzoekt het college om met private en publieke eigenaren van gebouwen en objecten in de publieke ruimte afspraken te maken over het snel weer terugbrengen in de oorspronkelijke staat van deze gebouwen en objecten, en gaat over tot de orde van de dag." Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Met het Beheerplan Schoon hebben we natuurlijk één doel, namelijk om de stad zo schoon mogelijk te houden, want daarmee voelen we ons fijner. Wat dat betreft zijn vernieling en graffiti vreselijke fenomenen. U geeft aan dat het zienderogen toeneemt. Dat herkennen onze collega's niet als zodanig, maar het blijft natuurlijk een heel vervelend fenomeen. Wij weten ook uit ervaring dat als iets vies of vernield is, dat ook weer viezigheid en vernieling aantrekt. Er is dus alle reden om te zorgen dat we de stad zo schoon mogelijk houden. Bij vernielingen doen we dat ook. Dat doen we zelf: als er dingen vernield zijn, repareren wij die. Maar ook als wij eigendommen van anderen zien die vernield zijn, wijzen we hen daarop om aan te geven dat er iets kapot is. Dat geven we door, want dan kunnen zij daar iets aan doen. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Ik hoor meneer Van Vliet zeggen: als iets kapot is in de stad, gaan we dat repareren. We hebben een aantal jaren geleden - ik weet echt niet meer precies wanneer - met veel bombarie een watertappunt geopend. Die is nu al ik weet niet hoelang kapot.

Ik heb al een paar keer gevraagd of dat gemaakt kan worden. Wat vindt u daarvan? Wethouder VAN VLIET: Ik ga hier in de raad heel graag niet in op heel specifieke situaties. Mijn verzoek is om het te melden in de BuitenBeter-app en, als u geen goed antwoord krijgt, om aan het aan mij te melden. Dan kan ik reageren op de specifieke situatie. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Meneer Van Vliet, ik vind dit echt een dooddoener, maar ik ga het u morgen sturen. De VOORZITTER: Mooi zo, de heer Van Vliet ontvangt een mail. Wethouder VAN VLIET: Wat graffiti betreft hebben wij natuurlijk ons eigen beleid, namelijk om graffiti niet te verwijderen. Alleen als het aanstootgevend is, halen we het weg. Maar er zijn specifieke plekken waar we ons niet veilig voelen met veel graffiti. Dat zijn tunneltjes. Daar halen we het wel weg of daar laten we schilderingen aanbrengen. Ook kennen we tegenwoordig een subsidieregeling. Als mensen een initiatief nemen om elektriciteitshuisjes buiten te schilderen, willen we dat ook graag stimuleren. Deze motie zegt: ga nou eens in gesprek met andere partijen die dat soort objecten hebben. U noemt veel bij ons bekende partijen: de TU, Rijkswaterstaat en Stedin. Dat zijn partijen waarmee we vaak rond de tafel zitten. Wij hebben in het verleden al vaak aandacht gevraagd voor graffiti. We hebben ook gezegd: zullen we daar nou eens wat aan doen? 38

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

Maar de praktijk wijst uit dat daar bij de andere partijen, eigenlijk net als bij onszelf, geen prioriteit ligt. Er worden geen menskracht en geld aan besteed. Het is natuurlijk lastig: omdat wij zelf graffiti buiten laten staan, krijg je toch een soort "de pot verwijt de ketel". In het verleden is er wel over gesproken, maar in de praktijk heeft dat dus weinig effect gehad. Maar eigendommen in de openbare ruimte zijn natuurlijk van diverse eigenaars: winkelcentra, bewoners en noem maar op. In de praktijk is het veel werk om te achterhalen van wie het is. En als we die mensen uiteindelijk gevonden hebben en hen benaderen, leidt dat er echt maar in een heel klein aantal gevallen toe dat de situatie verbetert. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Twee dingen. Ons is opgevallen dat als mensen in de stad, dus Delftenaren, een melding doen bij de BuitenBeter-app, die op zich prima werkt, zo'n melding direct als afgehandeld wordt beschouwd als het niet om gemeentelijk eigendom gaat. Dan praten we dus weer over die private of institutionele eigenaren, waarvan de wethouder aangeeft dat daar in principe een goed contact mee is en dat de gemeente daar bekend mee is.

Over die private eigenaren heb ik in mijn betoog al gezegd dat het inderdaad natuurlijk moeilijk is om die allemaal te achterhalen, maar dat zij misschien gewoon met een algemene brief of met iets anders algemeens kunnen worden aangesproken. In mijn reactie op mevrouw Van den Berg zei ik al dat alles waaraan je aandacht geeft, groeit. Als je daar aandacht aan besteedt, zet je mensen weer aan tot nadenken. Wellicht pakken ze het dan wél op. Wethouder VAN VLIET: Ja, maar dat vraagt dan toch in z'n algemeenheid om te kijken wie de eigenaren zijn die we met een brief gaan benaderen. Onze ervaring is dus dat dat tot weinig leidt. Wij blijven ons keihard inzetten voor de schone stad. Deze motie komt uiteraard helemaal vanuit een goede bedoeling. We willen een zo schoon mogelijke stad, maar vanuit de afdeling en het college is de inschatting echt dat wat hier gevraagd wordt, relatief veel tijd kost en uiteindelijk niet gaat opleveren wat wij graag willen bereiken. Wij zien dit dus niet als de goede maatregel, maar we blijven ons natuurlijk enorm inzetten. Daarom ontraden we de motie. Ik bedenk nu dat ik had beloofd dat ik iets zou zeggen over de storm van vandaag. De stormschade in Delft valt mee. Desalniettemin zijn er twintig bomen omgewaaid en is een lantaarnpaal beschadigd. Er liggen veel takken in de stad. Die worden zo snel mogelijk verwijderd van fietspaden en van wegen.

Daar waar ze niet op gevaarlijke plekken liggen, gaan we morgen zo hard mogelijk aan de slag om de stad weer schoon te krijgen. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. In de commissie hebben we hier al zeer uitvoerig over gesproken. Wij vinden het allemaal heel belangrijk dat de stad zo schoon mogelijk is. Wij willen nog twee kleine dingetjes meegeven. We hopen dat het college echt bovenop de uitvoerig aan bod gekomen doneringen blijft zitten, zodat daar misschien eerder dan toegezegd op teruggekomen kan worden. Dat zou ons deugd doen. Verder heeft GroenLinks een opmerking gemaakt over de mogelijkheden om winkeliers, volgens mij in het kader van de Omgevingswet, te betrekken, aan de schoonmaakplicht in de directe omgeving te houden en die mogelijk te verruimen. Wij hopen dat het college dit echt meeneemt in het gesprek. Ik zeg kort nog iets over de motie van Hart voor Delft. Wij snappen de gedachte achter de motie heel goed. Ook wij storen ons er af en toe behoorlijk aan. Wij weten ook dat de genoemde organisaties zelf ook al werken aan verwijdering en onderhoud, maar misschien 39

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

niet voldoende, naar uw zin. Het voelt ook een beetje als het omdraaien van het probleem, want zij zijn zelf ook niet blij dat hun gebouw onder graffiti zit. Om ze dan aan te schrijven … De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Ik wil graag benadrukken dat wij deze motie duidelijk hebben opgesteld op basis van het gevoel van de Delftenaar: als vernieling en graffiti niet voldoende, niet snel en niet adequaat worden opgelost, geeft dat ook een gevoel van onveiligheid. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ook het CDA hierop is aangeslagen, omdat ik weet dat het CDA uiteindelijk ook staat voor een stukje veiligheidsgevoel in de stad. Dat was uiteindelijk dus een van de belangrijkste doelen bij het maken van deze motie. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik hoorde niet echt een vraag. Ik snap wat u zegt en ik begrijp dat ook helemaal, maar wij zien dit eigenlijk als het omdraaien van het verhaal. Eigenlijk zouden we de vandalen moeten aanpakken. Dat zou onze voorkeur hebben, maar wij snappen ook dat dat ingewikkeld is. Dat zal in ieder geval vanuit de gemeente geen prioriteit zijn. Dat is gewoon heel erg lastig. Dus wij snappen het wel, maar wij zullen uw motie niet steunen. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Afgelopen week hebben wij een mail gestuurd naar de griffie. Die mail is waarschijnlijk doorgespeeld naar de wethouder.

Onze vraag was waarom er zo slecht en inefficiënt gewerkt wordt met bladblazers. Omdat er wordt gedacht "het is lekker schoon", worden de bladeren allemaal de sloot in geblazen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, want dat verstikt ons water. Ik vind het fijn dat ik als antwoord kreeg dat er in ieder geval met Werkse! contact wordt opgenomen om de mensen die dit heftige werk doen, betere instructies te geven. Dat wilde ik even zeggen. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Ten aanzien van de doneringen hebben wij inderdaad een toezegging gedaan. Als het eerder kan en als we eerder tot actie kunnen komen, zullen we dat niet nalaten. De VOORZITTER: Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie 7.6.1 (Graffiti en vernieling samen aanpakken in Delft) van Hart voor Delft en het CDA. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Wij vinden dit een sympathieke motie en we steunen de gedachte erachter ontzettend. We vinden eigenlijk dat de wethouder vergelijkbaar met het vorige debat de motie in ieder geval in onze ogen iets groter maakt dan zij is. Daarom zullen wij de motie steunen, maar wel met de notie dat we haar ruim interpreteren als een intentie. De heer CÜPPERS (STIP): Voorzitter. Het antwoord van de wethouder licht voor ons voldoende toe.

Iedereen in Delft heeft een gedeelde verantwoordelijkheid om de stad schoon te maken, maar wij delen de in de motie genoemde signalen in de stad niet. Wij stemmen dus tegen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Wij herkennen ons in de antwoorden van de wethouder. Toch wil de ChristenUnie deze motie steunen, omdat we het belangrijk vinden dat we in Delft een schone stad hebben. Die afspraken mogen wat de ChristenUnie betreft over jaren gaan. 40

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. "Schoon, heel en veilig" zijn termen die de VVD altijd graag gebruikt. Alle kleine beetjes helpen. Alles waaraan je aandacht geeft, groeit. Wij steunen de motie dus. De VOORZITTER: Kijk eens aan, meneer Koelewijn; het worden er toch nog aardig wat. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 16 tegen 22 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, de ChristenUnie, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de VVD en Volt ervoor hebben gestemd. 161. De motie Geen spandoeken boven de grachten, ingediend door de fracties van het CDA, de VVD, D66 en OD, en de motie Spandoeken goed geregeld, ingediend door de fractie van de PvdA. De VOORZITTER: Er is nog een derde motie aangekondigd, de motie Enkel spandoeken goede doelen met lokale uitstraling boven de grachten. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Vorige maand werd het Beheerplan Groen, Water en Recreatie unaniem door de raad aangenomen. In dat beheerplan krijgt de beeldkwaliteit terecht heel veel aandacht: hoe zien ons groen en ons water eruit? De beeldkwaliteit wordt in het stuk eigenlijk vooral gedefinieerd door de hoeveelheid zwerfafval per vierkante meter. Het CDA maakt zich al jaren sterk voor een bredere definitie van beeldkwaliteit. Wat ons betreft gaat het gewoon om de verrommeling van het straatbeeld en van onze grachten.

Ja, daar hoort zwerfafval bij, maar ook andere zaken, zoals graffiti. Daarom hebben we de vorige motie, die heel mooi toegelicht werd door de heer Koelewijn, mee ingediend. Daarbij horen ook stickers die op lantaarnpalen worden geplakt en die daar jarenlang blijven zitten en de driehoeksborden die je overal ziet hangen en die niet weggehaald worden. Kortom, het gaat om de verrommeling van het straatbeeld. Daarbij horen wat ons betreft ook de spandoeken die boven grachten hangen. Reclame voor uitzendbureaus, aankondigingen van borrels; alles mag opgehangen worden. En dat boven onze mooie grachten, waar toeristen soms duizenden kilometers voor reizen om die te zien en waar onze inwoners enorm trots op zijn. Helemaal verbazingwekkend is dat dat ook nog eens gratis gebeurt, want bedrijven en anderen hoeven daar niet voor te betalen. Het levert de gemeente dus ook nog eens helemaal niets op. Wat het CDA betreft stopt de gemeente dus met toestaan dat spandoeken boven onze grachten mogen worden opgehangen. Daarom dienen we samen met de VVD, D66 en Onafhankelijk Delft een motie in die het college oproept deze mogelijkheid van het gratis ophangen van spandoeken boven de grachten te stoppen.

Ik wil de andere partijen erop wijzen dat de motie vanmiddag nog een kleine technische wijziging heeft gekregen, want er stond in dat het college dit moest veranderen in de Reclameverordening, maar strikt genomen moet de raad dat vaststellen. Het dictum is dus in die zin veranderd dat het college een voorstel doet en dat de raad de wijziging dan vaststelt. Maar dat doet verder niets af aan de strekking van de motie. Afgelopen weken kregen wij geluiden van andere partijen dat zij graag een uitzondering willen voor spandoeken voor goede doelen. Dat is natuurlijk heel sympathiek. Wij hebben daar best wel over zitten nadenken, want hoe definieer je wat een goed doel is en wat niet een goed doel is? Welke definitie je ook kiest, er zijn altijd instellingen die dan net buiten de boot vallen. Dat wil je misschien niet, maar als onze motie niet aangenomen wordt, komen wij met een motie die een uitzondering maakt voor goede doelen met een lokale impact. Daarvoor hebben we de scherpste definitie van "goede doelen" gekozen, namelijk "doelen 41

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2023

die vallen onder de ANBI-status of culturele ANBI-status van de Belastingdienst". Dat is een objectieve lijst op basis van goede criteria. Die kun je hier heel handig tegenaan houden. "Lokale impact" betekent dat het een evenement, een actie of iets anders moet zijn dat in Delft plaatsvindt, zodat het ook echt Delfts is. Die motie dienen wij samen met de PvdA in. We hebben de afgelopen weken vanwege deze motie heel veel met de PvdA gesproken en dat heeft tot deze gezamenlijke motie geleid. Ik reageer ook alvast op de motie van de PvdA zelf, die straks aangekondigd gaat worden. Die vinden wij wat minder scherp en die zullen wij dus niet steunen. Dat heeft te maken met het feit dat er heel veel verschillende definities zijn van "ngo's" ofwel "niet-gouvernementele organisaties". Er is niet één definitie van. Welke organisatie dat wel is en welke niet, is afhankelijk van de definitie die je uit de kast trekt. Dat gaat tot discussie leiden. Hetzelfde geldt eigenlijk voor "non-profit"; een borrel is ook een non-profitevenement. Dat lost het probleem dus eigenlijk niet op. Ten derde zegt deze motie dat we het bij voorkeur mogelijk moeten maken voor ngo's en non-profitorganisaties, maar dat betekent dus dat ook commerciële partijen dit kunnen doen als er in een week geen non-profitorganisatie is. Dit lost het probleem dus niet op.

Ik snap de gedachte een beetje, maar ik denk dat de compromismotie die we samen met de PvdA hebben opgesteld, scherper en duidelijker is. Nogmaals, die motie laten we in stemming brengen als onze eerste motie over helemaal hiermee stoppen het niet haalt. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Als het boven de grachten hangen van spandoeken niet gratis was maar als daar fors voor zou moeten worden betaald, had het CDA deze motie dan ook ingediend? De heer VALK (CDA): Jazeker, want onze driver is niet dat dit een cashcow zou moeten worden. Onze driver is de verrommeling van het straatbeeld. Spandoeken die boven onze mooie historische grachten hangen, dragen niet bij aan een mooi straatbeeld in Delft. Daar zijn we zuinig op. Het antwoord is dus ja. Door de fracties van het CDA, de VVD, D66 en Onafhankelijk Delft wordt motie 7.7.1 (Geen spandoeken boven de grachten) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, bijeen op donderdag 2 november 2023 ter bespreking van de motie van het CDA, de VVD, D66 en OD Geen spandoeken boven de grachten, constaterende dat: • • • •

de gemeenteraad in de raadsvergadering op 12 september 2023 het Beheerplan Groen, Water en Recreatie heeft aangenomen; in dit beheersplan de binnenstad van Delft is aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht, waardoor er voor dat gebied extra aandacht is voor de beeldkwaliteit; Delft vier vaste locaties heeft waar spandoeken met reclame of aankondigingen van evenementen boven de grachten mogen worden opgehangen; het bij de beeldkwaliteit gaat om de kwaliteitscriteria die betrekking hebben op het aanzicht en verzorgingsgraad van objecten in de openbare ruimte;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13610033/1