CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raadsvergadering 16 mei 2024

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 16 mei 202444.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

59

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Nee, ik zeg dat het hartstikke belangrijk is om te starten met een goed profiel en een goede strategie voor hoe wij onze ruimte invullen. In feite heeft dat de eerste prioriteit. De heer VALK (CDA): Dan verval ik een beetje in herhaling met mijn antwoord op de vraag van de ChristenUnie: als het nodig is, is het nodig, maar er moet wel blijken dat het nodig is. Dat wordt nu impliciet aangenomen, maar als de wethouder met een goed verhaal kan komen waaruit blijkt dat dit echt het beste is voor Delft, dat we eerst een positioneringsstrategie gaan ontwikkelen en die vervolgens naar buiten toe gaan communiceren, is dat hartstikke goed en moeten we dat vooral doen. Het gaat mij er niet om of we pad A of pad B volgen. Het gaat mij erom dat we het slimste pad volgen en dat we het relatief beperkte geld dat we hiervoor hebben, zo slim mogelijk inzetten om maximaal te kunnen renderen als stad van technologie en innovatie. Dat is het doel dat we volgens mij allemaal hebben. Nogmaals, de motie is neutraal opgesteld, omdat we in dit geval geen positie innemen in de zin van: zo moet het. Het is een oproep tot heldere communicatie: wat is nou het beste voor Delft? Dan nog even over de motie Zicht houden op de Delftse economie van STIP.

Ik heb dezelfde zeer terechte vragen als de ChristenUnie: helpt het ons nou als we elk jaar een update krijgen? Dat is inderdaad heel veel werk. Het verdwijnt ongelezen bij de binnengekomen stukken en we doen er niks mee óf het wordt wel besproken en leidt weer tot allemaal nieuwe moties, waarna we weer gaan bijstellen voordat het effect van andere dingen inzichtelijk wordt gemaakt. Ik neig er dus naar om daartegen te stemmen, omdat dit gewoon te vaak is. Voor de andere moties wachten we het verdere verloop van dit debat af. Door de fracties van het CDA en de SP wordt motie 7.6.3 (Raad aan roer bij budget stadsmarketing) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, bijeen op 16 mei 2024 ter bespreking van het agendapunt Actieprogramma Ruimtelijk-Economische Visie Delft, constaterende dat: • •

in het actieprogramma bij de uitvoering van Actielijn I Sterk Ecosysteem wordt gesteld dat Delft 'goud in handen' heeft waar het gaat om stad van technologie en innovatie, maar dat dit te weinig wordt verteld; een aanpak wordt voorgesteld waarin 'een [nieuwe] zakelijke positioneringsstrategie wordt ontwikkeld om helder te krijgen wat de unieke en onderscheidende kwaliteiten van Delft zijn die de basis vormen voor de marketingstrategie', gevolgd door 'het opzetten van een sterke, stadsbrede, (zakelijke) marketingsamenwerking' met als uitgangspunt de 'brandingstrategie en bijbehorende uitvoering meerjarig te borgen';

overwegende dat: • • •

in dit actieprogramma geen bedragen worden genoemd, maar het ontwikkelen en uitvoeren van een nieuwe positioneringsstrategie als vervanging van de huidige ongetwijfeld leiden tot (extra) financiële uitgaven; het college meerdere malen gewaarschuwd heeft dat Delft afkoerst op een financieel 'ravijnjaar' in 2026, wat betekent dat kritisch naar uitgaven moet worden gekeken; Delft nu al internationaal bekend staat als een stad van technologie en innovatie, en in dit actieprogramma niet onderbouwd wordt waaruit blijkt dat dit nu onvoldoende is; 60

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

• •

nut en noodzaak van meer geld voor marketing, branding, communicatie, etc. daarom niet blijken uit dit actieprogramma; de gemeenteraad budgetrecht heeft;

roept het college op: •

•

eerst met een nadere onderbouwing inclusief businesscase te komen over nut en noodzaak van extra financiële middelen voor een nieuwe marketingstrategie voor Delft als stad van technologie en innovatie, voortvloeiend uit dit Actieprogramma Ruimtelijk Economische Visie; deze ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor te leggen voordat de betreffende, in dit actieprogramma genoemde, acties worden uitgevoerd,

en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Voorzitter. Allereerst is het hartstikke mooi dat er een Actieprogramma Ruimtelijk-Economische Visie ligt. In de commissie is daar een mooi debat over gevoerd. GroenLinks zou nog een stap verder willen gaan door meer regie te pakken op de stadsverzorgende economie. Daarvoor is in de eerste plaats ruimte belangrijk, maar daarnaast is het belangrijk dat die ruimte betaalbaar is, want er zijn op dit moment plekken, plinten, die leegstaan terwijl er veel ruimtevraag is, bijvoorbeeld voor huisartsen of kleine kledingwinkels waarvan de huurprijs te hoog is. Daarom roepen wij in de motie op om te onderzoeken hoe we hier als gemeente nog wat meer in kunnen sturen met lage aanvangshuren of het oprichten van een werkcorporatie, met als doel om een kostendekkende huur te houden die past bij de prijs die die kleine bedrijven kunnen betalen. De heer VALK (CDA): We hebben bij het parkeerbeleid weleens discussies gehad over ondernemers die in de wijk gesitueerd zijn en die klagen dat mensen betaald moeten parkeren om klant te kunnen zijn en dat zij daardoor klandizie zien verdwijnen. Zou een evaluatie van het parkeerbeleid in de wijken van Delft onderdeel kunnen zijn van de uitvoering van deze motie? Want ik denk dat je het hele verhaal moet onderzoeken. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Dat is een goede vraag.

Ik laat het aan de wethouder om daarop te reageren, maar ik wil wel graag … De heer VALK (CDA): Dat vind ik iets te makkelijk. Ik vraag wat GroenLinks vindt en niet wat de wethouder vindt. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): We kijken altijd integraal. Laten we dat dus meenemen. Ik wil de mede-indieners graag bedanken voor de fijne samenwerking. Daarbij kijk ik in de eerste plaats naar mevrouw Brussaard, de heer Maruf en de heer Tilman van STIP. Daarnaast dank ik de stadsbouwmeester, Tako Postma, die ook meegedacht heeft bij het opstellen van deze motie. De heer VAN RIJN (VVD): Ik hoorde u zeggen dat Delft een duidelijk economisch profiel moet creëren. Dat betekent ook dat er keuzes moeten worden gemaakt. Pleit u dus voor gerichte keuzes, voor gerichte ecosystemen in Delft of blijven we alles een beetje doen? Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Dat is een goede vraag. Ik hoop dat het onderzoek dat gaat uitwijzen, maar op de Biotech Campus is bijvoorbeeld duidelijk gekozen voor biotechnologie. Ik denk dat we in Delft niet alleen moeten kijken naar de huidige bedrijvigheid maar ook naar de landelijke strategie om daaraan invulling te geven met 61

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

groeimarkten of een technologiestrategie, ook in combinatie met wat aan start-ups of kennis vanuit de TU Delft aanwezig is. Dit vraagt een bredere inventarisatie. Door de fracties van GroenLinks, D66, Volt en STIP wordt motie 7.6.4 (Meer stadsverzorgende economie in Delft) ingediend: "De raad van de gemeente Delft, bijeen op 16 mei 2024, constaterende dat: -

-

-

de gemeente Delft in het Actieprogramma Ruimtelijk-Economische Visie 2024-2026 'Ondernemen & werken in Delft' vasthoudt aan de ambitie om in de periode 20182040: o 100.000 vierkante meter extra bedrijfsruimte toe te voegen; o 10.000 extra banen te realiseren op alle niveaus; er in Delft minder banen zijn bij gekomen dan op andere plekken in Nederland of in de provincie Zuid-Holland; de economische positie van Delft ten opzichte van de regio verslechtert; vooral in Delft West de ruimte voor stadsverzorgende economie flink achterblijft; Delft minder ruimte (32.700 m2) voor stadsverzorgende economie beschikbaar heeft ten opzichte van vergelijkbare gemeentes, zoals Dordrecht, Eindhoven, Leiden en Zoetermeer; er nog eens 29.000 m2 werkruimte extra nodig is voor de nieuwe woningen in Delft tot aan 2040; dit betekent dat er tot 2040 een achterstand is van 60.000 m2 aan stadsverzorgende economie;

overwegende dat: -

-

-

stadsverzorgende economie voor banen en inkomen zorgt, maar ook voor levendige en aantrekkelijke wijken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en voorzieningen beschikbaar zijn; buurten waar wonen, werken en andere functies naast elkaar bestaan, bijdragen aan de verbinding tussen mensen en de diversiteit aan verschillende soorten banen en voorzieningen zoals 1) een bakker, een kapper, een supermarkt, 2) creatieve bedrijven zoals ontwerpers, kunstenaars, 3) maakbedrijven zoals kleding en meubels, 4) energie- en installatiebedrijven zoals monteurs en glaszetters 5) circulaire bedrijven, zoals repaircafés; bedrijfsruimte niet alleen beschikbaar, maar ook betaalbaar moet blijven voor kleine en sociaal ondernemers; betaalbare bedrijfsruimte ook belangrijk is voor het creëren van broedplaatsen waar mensen met verschillende vaardigheden elkaar makenderwijs kunnen ontmoeten en van elkaar leren;

verzoekt het college om: -

tijdens de looptijd van het actieprogramma (2024-2026) instrumenten te ontwikkelen om extra ruimte te creëren voor stadsverzorgende economie in Delft, zodat de beschikbare vierkante meters beter passen bij een stad als Delft (dus in lijn met vergelijkbare gemeentes) en zijn aantal inwoners, zowel nu als in 2040;

62

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

-

-

-

te onderzoeken of en hoe in anterieure overeenkomsten - met % betaalbaar, type werk en/of lage aanvangshuren - kan worden gestuurd op nieuwe bedrijfsruimtes, zodat bedrijfsruimte niet leeg blijft staan; hierbij in het bijzonder aandacht te besteden aan het toevoegen van stadsverzorgende economie in woonwijken, waaronder Delft-West; in het verlengde van de gemeente Amsterdam te onderzoeken of er in Delft interesse is om met een werkcorporatie kostprijsdekkend ruimtes te verhuren aan stadsverzorgende bedrijven en lokale sociale ondernemingen en, zo ja, hoe het opzetten van werkcorporaties in Delft kan worden gerealiseerd; hierbij te onderzoeken of de € 5 miljoen die voor economie is geoormerkt, in Schieoevers ingezet kan worden als eerste werkkapitaal."

De heer MARUF (D66): Voorzitter. We hebben in de commissie een heel goede discussie gehad tussen verschillende partijen, waardoor veel punten naar boven kwamen drijven: wat hebben we nou nodig om ondernemers te faciliteren zodat zij zich in Delft willen vestigen en daar willen blijven? Voor ons gaat het over de stadsverzorgende economie. Daarom hebben we met GroenLinks en andere fracties de motie daarover mede ingediend. Daarop aanvullend wil ik heel graag een toezegging van de wethouder vragen, want D66 ziet dat we wijken hebben waar ontzettend veel sociale woningbouw is. Ik noem de Buitenhof; dat zie ik echt als een 9 tot 5-wijk, omdat er weinig ruimte is voor economische activiteiten. De mensen gaan naar hun werk, komen terug en daarna is het leven op straat en in de omgeving eigenlijk voorbij. Hoe mooi zou het zijn als we in ieder geval voor het eind van deze periode een uitspraak kunnen doen over wat corporaties verhindert om hun plinten, dus de begane grond, te herontwikkelen? Nu heb je in de wijk enorme flats met op de begane grond allemaal kelderboxen. Er gebeurt gewoon niks. Het zou heel mooi zijn als we de mensen in de wijk juist ruimte zouden bieden om daar te ondernemen, zodat de buren bij hun buurman bijvoorbeeld brood kunnen kopen; ik noem maar iets geks.

Ik wil de wethouder dus graag vragen om in lijn met de motie Red de REV, die vraagt om een rapportage of in ieder geval een antwoord in het tweede kwartaal van 2025, deze toezegging daaraan toe te voegen. Afsluitend dank ik mevrouw Wattel voor het initiatief voor de motie. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Hart voor Delft vindt het goed dat er een update van het Actieprogramma Ruimtelijk-Economische Visie ligt. Net als de VVD vinden wij het niet oké dat we achterlopen bij het creëren van extra banen en extra bedrijfsruimtes. U stelt zelfs dat u mogelijk extra geld nodig heeft voor het uitvoeren van de motie die we bij de Kadernota hebben ingediend voor meer betaalbare bedrijfsruimtes, terwijl er in de begroting ruim € 6 miljoen staat bij de taakvelden die worden genoemd. Wij krijgen dus graag een reactie: waarom denkt u nog meer geld nodig te hebben voor het zoeken van betaalbare bedrijfsruimte en hoe voorkomt u dat we weer vertraging oplopen? De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Delft is van oudsher opgebouwd rondom de binnenstad met winkels en recreatie, met daaromheen een aantal woonwijken. Maar de stad is in transitie. Omdat er sterk verdicht wordt, is het niet meer houdbaar om alle voorzieningen alleen in de binnenstad te plaatsen. Daarom een warm pleidooi voor meer bedrijvigheid in de woonwijken; dat heb ik vandaag meer gehoord.

Ik pik er nu een concreet deel uit. Andere steden hebben in de woonwijken ook middelgrote winkels, zoals de HEMA, Blokker, Kruidvat en wat al niet meer. Heeft de wethouder er zicht op of er interesse van dit soort ketens is voor meer filialen in Delft en zou daar überhaupt ruimte voor zijn? Tegelijkertijd is het, nu er wereldwijd meer geld wordt uitgegeven aan reclame dan aan productie van materiaal, niet nodig om nog meer geld te besteden aan stadsmarketing. Dat geld kan de gemeente beter op een andere manier besteden. Vandaar onze steun voor de motie van het CDA. 63

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Ik heb een aanvulling op wat andere indieners al hebben gezegd over de moties die wij vanavond mede hebben ingediend. In de afgelopen raadsvergadering zei de wethouder Economie wat ze van de raad nodig had om de ambities voor ruimte voor werk te halen: een raad die aangeeft ruimte voor werk heel belangrijk te vinden, ook nu de focus op woningbouw en verdichting ligt en ook nu ruimte schaars is. Vanuit Volt willen we ruimte voor wonen, schoolgebouwen, cultuurvoorzieningen en een kwalitatief goed azc zonder ratten en zonder schimmel, maar ook ruimte voor werk vinden we belangrijk. Vanuit Volt willen we het allemaal, maar ook ruimte voor werk met de ambitie die past bij Delft en bij wat Delft in de toekomst nodig heeft. Dat lijkt onmogelijk totdat het is gebeurd. We moeten het voor ons zien en daarnaar gaan handelen. Graag zien we dat het college instrumenten gaat ontwikkelen om tot betaalbare werkruimte te komen, zodat de werkruimte die we hebben, straks ook echt gebruikt wordt voor de economie die onze wijken levendig houdt, die mensen verbindt en iets bijdraagt aan de maatschappij. Ik geef daar een voorbeeld van. Ik sprak een sociaal ondernemer, die aangaf dat een vastgoedeigenaar vanwege de angst voor waardevermindering de ruimte soms liever leeg laat staan dan die te verhuren voor een lagere prijs.

Juist daarom vind ik het instrument van werkcorporaties, de equivalent van wooncorporaties, heel interessant. Beide moties die we vanavond over dit onderwerp mede hebben ingediend, moeten bijdragen aan meer stadsverzorgende economie en betaalbare werkruimte. Wederom vragen we vanuit Volt om hoge ambities, zelfs nu we ze nog niet halen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik wil graag een passage uit het Actieprogramma Ruimtelijk-Economische Visie citeren, want dat is een heel waardevolle passage over economie: "De Delftse economie van de toekomst komt tegemoet aan de levensbehoeften van de huidige generatie zonder die van de toekomstige generaties tekort te doen. Het gaat daarbij om economische, sociale en leefomgevingsbehoeften." Dat is gewoon heel goed geformuleerd in dit document. Het is een soort variatie op wat ooit in het Brundtland-rapport van de VN-commissie Onze gezamenlijke toekomst stond. Dat is waar we hier ook mee bezig zijn. Over een aantal moties heb ik al vragen gesteld. Over één motie niet. De stadsverzorgende economie lijdt. Dat wil zeggen: zij staat onder druk, gezien de recente sluitingen van retailbedrijven zoals een bakkerij, slagerijen en ijzerwarenwinkels. Het gaat om dat soort economie. Wij zijn dus blij met deze motie. We wachten nog wel de reactie van het college af, maar we denken dat we hiervoor zullen stemmen.

Wethouder ZWART: Voorzitter. Als u het goedvindt, ga ik eerst de moties langs en daarna de vragen van de partijen. Eerst de motie Red de REV. We hebben in de commissie inderdaad een heel mooi debat en gesprek gevoerd over het belang van economische ruimte in de stad en de urgentie daarvan. De urgentie van dat gesprek zie je heel goed terug in deze motie. In het programma betaalbare bedrijfsruimte, waarmee we in Q3 bij u terugkomen, kunnen we uw oproep meenemen. Ik geef daarbij wel een disclaimer mee: een gemeentelijke compensatieplicht is een instrument dat we wel gaan onderzoeken, maar zal heel ingewikkeld daadwerkelijk te implementeren zijn. We gaan dus wel breder kijken wat compensatie zou kunnen betekenen. In een dichtbebouwde stad als de onze is dat gewoon een heel ingewikkelde opgave. Daarmee zijn de drie zaken die we in deze REV aangeven beschermen, toevoegen en handhaven - de drie zaken waarop we in mijn ogen met name moeten focussen. Dit kan daar eventueel een mooie aanvulling op zijn.

64

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Dan de motie van STIP over monitoring. Daarbij gaat het debat over de vraag wat deze motie toevoegt. Ik vind het aan u als raad om daarin een afweging te maken, maar het geeft u meer en vaker inzicht in hoe het gaat met de doelen die we met deze REV willen bereiken. De heer VAN RIJN (VVD): Nog even een vraag ten aanzien van de voortgangsrapportage. In de commissie heb ik een vraag gesteld en ook een toezegging gekregen over een onderverdeling tussen banen voor denkers en doeners. Misschien kan die toezegging worden meegenomen bij deze voortgangsrapportage als deze motie door de raad heen komt. Wethouder ZWART: Ik kan me die toezegging niet zo scherp voor de geest halen. De toezegging die ik kan doen, is dat we gaan kijken of dat kan, want ik herinner me wel een gesprek waarin ik het bijvoorbeeld voor stadsverzorgende economie moest aangeven. Het is heel lastig om per jaar precies aan te geven hoe dat ervoor staat. Ik kan u dus aangeven dat we kunnen kijken wat we daarin kunnen doen, maar ook hier wil ik ook enig pragmatisme gebruiken; dat is eigenlijk hetzelfde als bij de routekaart. De ambtelijke capaciteit is immers beperkt; daar hebben we het ook in de commissie over gehad. We moeten toch een bepaalde balans houden in monitoren, evalueren, dat met elkaar bijhouden en daadwerkelijke actie in de stad.

De heer VAN RIJN (VVD): We pakken de toezeggingen er nog even bij, maar daar komen we wel uit. Wethouder ZWART: Het zal u niet verbazen dat we wat meer moeite met de motie van het CDA hebben. Tegelijkertijd hoor ik ook duidelijk de roep om een heldere communicatie en onderbouwing. Die wil ik bij dezen graag geven. Het doel van deze aanpak is dat we met name stadsbreed hetzelfde verhaal gaan vertellen: waarom is Delft een goede stad om er met je bedrijf te zitten? Waarom zijn de Delftse bedrijven trots om hier te zijn? En waarom is Delft ook een heel goede stad om er je congres te organiseren? Wij kunnen als gemeente een boodschap hebben, maar we hebben natuurlijk heel veel partijen in de stad die óók communiceren over onze stad. Met deze actie willen we bereiken dat we met z'n allen datzelfde verhaal op dezelfde manier vertellen, zodat dat ook internationaal een herkenbaar verhaal is. Daarbij gaat het om een beperkte tijd en om beperkt geld. Het is niet een enorme activiteit. Het is echt een onderdeel van die opdracht voor Delft Marketing, zoals Volt aangaf. Dit lijkt me er dus eigenlijk eentje die relatief weinig geld en tijd kost en die behoorlijk veel kan opleveren, omdat zoveel partijen deze boodschap gaan uitdragen. Dan de motie van GroenLinks over de stadsverzorgende economie. Dat is eigenlijk ook een oproep om instrumenten te ontwikkelen.

Er worden bepaalde zaken meegegeven in de zin van: let daarop. Dat zijn allemaal zaken die we ook weer mee kunnen nemen in dat programma betaalbare bedrijfsruimte. In die zin zie ik de urgentie die dit thema bij u heeft. Die heeft het ook bij ons. Dat is meteen ook het antwoord op de vraag van Hart voor Delft waarom hier meer geld voor nodig is. We zien dat de markt niet uit zichzelf die betaalbare bedrijfsruimte realiseert. Dat zien we nu gebeuren. Bedrijfsruimte is vaak best duur. Dat betekent dat startende bedrijven, sociale ondernemers maar ook de stadsverzorgende economie uit de stad worden geduwd. Dat vinden we een probleem en daar willen we graag op interveniëren. Ik heb in de commissie al gezegd dat ik niet vooruit kan lopen op wat dat kost, maar ik vind het heel aannemelijk dat wij met instrumenten komen waar mogelijk een prijskaartje aan zit. Dat debat gaan we dan natuurlijk met elkaar voeren: ziet u dat ook en steunt u die instrumenten? Daar gaan we het gesprek dus nog over voeren.

65

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

D66 vroeg om een toezegging. Laat ik het zo formuleren dat ik in gesprek ga met de woningbouwcorporaties over de mogelijkheid om hun plinten ook voor die betaalbare bedrijfsruimte te gebruiken. Die toezegging wil ik met nadruk doen. Ik wil dit dus graag onderdeel laten uitmaken van het gesprek met de woningbouwcorporaties om te kijken of en hoe dit mogelijk is en wat de randvoorwaarden zijn om dit te laten lukken. De laatste vraag was van de SP: is er interesse van grote filialen voor Delft? Ik moet u eerlijk zeggen dat ik daar niet zo'n zicht op heb, ook omdat dit niet per se prioriteit heeft. Wij richten ons nu veel meer op lokaal ondernemerschap in die wijkcentra dan op het naar de stad halen van die grote ketens. Dat is dus een andere focus dan wat wij hier voorstellen. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ben ik de enige die een tweede termijn wil? De VOORZITTER: Blijkbaar, maar voelt u zich daar niet door gehinderd. De heer VAN DER SLUIS (SP): Oké, dat kan. Het is ook niet zo heel belangrijk. Nou ja, wél, maar voor de anderen blijkbaar niet. Ik snap dat de focus op lokaal ondernemerschap ligt en daar ben ik ook voor, maar het is niet het enige. We kunnen niet in de hele stad leven met alleen lokaal ondernemerschap. Een filiaal van een grote keten kan trouwens ook een lokale ondernemer zijn.

Als die behoefte er is maar als daar bijvoorbeeld geen ruimte voor is omdat we alleen maar te kleine locaties hebben, moeten we daar dus misschien ook naar kijken. Daarom mijn vraag om de deur niet dicht te gooien voor dit soort bedrijven doordat we alleen naar lokale ondernemers kijken, want volgens mij is dat niet breed genoeg. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Ik wilde de moties eigenlijk afdoen met een stemverklaring, maar ik ben nu toch genegen om net iets meer te zeggen over de vierde motie, de motie over de stadsverzorgende economie. Wij herkennen het beeld dat je ook echt aandacht moet hebben voor de lokale slager, de lokale ijzerhandel en de kapper, zoals de ChristenUnie heeft aangegeven. Wij zullen deze motie dan ook steunen. Je zult de focus inderdaad op de lokale ondernemers moeten richten en wat ons betreft wat minder per se op de grote filialen. Wij zijn dus blij met de toezegging die de portefeuillehouder al heeft gedaan om het gesprek aan te gaan over de plinten. Ik denk dat het echt waardevol is om daarmee aan de slag te gaan. Dank voor de oproep van D66 om dit duidelijk te markeren. Wethouder ZWART: Voorzitter. Voor de duidelijkheid: wij gooien de deur nu niet dicht voor grote filialen. Het is dus echt een balans. Tegelijkertijd hebben we het er al eerder over gehad dat ruimte wel echt dé uitdaging in deze stad is.

Daar proberen we met dit programma natuurlijk op te sturen, zodat we meer ruimte realiseren en zodat het in die zin makkelijker wordt om die balans te maken tussen grotere filialen en kleine ondernemers. Een punt dat ik daar nog bij wil aangeven, is dat grotere filialen vaak bereid zijn om meer te betalen voor de winkelruimte. Daardoor kan die betaalbare bedrijfsruimte dus ook weer onder druk komen te staan. Hét woord hierin is in mijn ogen "balans". Daarmee kunnen we deze discussie misschien afronden. De VOORZITTER: Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie 7.6.1 (Red de REV) van de VVD, STIP, Onafhankelijk Delft, de SP, GroenLinks en Volt. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. 66

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Wij vinden dit op zich best een waardevolle en mooie motie, maar wij hikken aan tegen het moment van rapporteren, zeker als het gaat om dit soort zaken die periodiek een update krijgen. Als je eerder iets wil weten, kun je technische vragen stellen. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Wat ons betreft is deze motie een beetje alarmistisch gesteld. Ik denk dat dat niet helemaal nodig was geweest. Bovendien had het rijmen wellicht beter aan STIP overgedragen kunnen worden, want STIP is eraan gewend om dat eens per jaar goed te doen. Maar met de kanttekening van de portefeuillehouder over de invulling hiervan zullen wij deze motie toch steunen. De VOORZITTER: Ik moet tegen mevrouw Wattel zeggen dat zij de motie mede heeft ingediend en het woord er nu dus niet meer over kan voeren. Nee, meneer Van Rijn, u mag dat helaas ook niet. U weet na tien jaar raadslidmaatschap natuurlijk best dat dat niet kan. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 35 tegen 2 stemmen, waarbij de fractie van de ChristenUnie ertegen heeft gestemd. In stemming komt motie 7.6.2 (Zicht houden op de Delftse economie) van STIP. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik herhaal mijn stemverklaring van zojuist. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Voorzitter.

Wij zullen voor de motie stemmen om inzicht in die voortgang te houden. Wij hoorden de wethouder zeggen dat zij daar pragmatisch mee omgaat in de voortgangsrapportage. Wij zullen de motie dus steunen. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Wij voegen ons bij de stemverklaring van GroenLinks. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 31 tegen 6 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, de ChristenUnie en Volt ertegen hebben gestemd. In stemming komt motie 7.6.3 (Raad aan roer bij budget stadsmarketing) van het CDA en de SP. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Het signaal dat door het CDA hierover is gegeven, is duidelijk. Het is ook opgepikt met een toezegging, maar we vinden de teneur van de motie net wat te negatief en het is voor ons net een stapje te ver om dan meteen ook na te denken over businessplannen. Wij zullen deze motie dus niet steunen, maar we hebben het signaal goed ontvangen. De VOORZITTER: Voor de correctheid: de wethouder geeft aan dat ze op dit punt geen toezegging heeft gedaan. Dat moet even gezegd zijn.

67

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 15 tegen 22 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, de ChristenUnie, Hart voor Delft, de SP en de VVD en mevrouw Wessels van GroenLinks ervoor hebben gestemd. De VOORZITTER: Ik denk dat er bij mevrouw Wessels iets fout is gegaan. Dat moet kunnen. In stemming komt motie 7.6.4 (Meer stadsverzorgende economie in Delft) van GroenLinks, D66, Volt en STIP. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Meer stadsverzorgende economie in Delft klinkt natuurlijk hartstikke mooi, maar eigenlijk wordt niemand beter van waar het college om wordt verzocht, namelijk om instrumenten te ontwikkelen, onderzoek te doen en nog een keer onderzoek te doen. De titel dekt de lading dus niet. Wij zullen tegen deze motie stemmen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Dankzij de opmerking van mevrouw Wattel na mijn vraag dat we de motie ook zo moeten lezen dat er integraal geëvalueerd zal worden, inclusief het parkeerbeleid voor ondernemers, zullen wij voor deze motie stemmen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 32 tegen 5 stemmen, waarbij de fractie van Hart voor Delft ertegen heeft gestemd. De heer MARUF (D66): Voorzitter. Voor de volledigheid: wij hebben deze motie mede ingediend, maar wij staan niet in de titels.

Dat geldt dus ook voor de website en dergelijke. Wij worden daar dus heel graag aan toegevoegd. De VOORZITTER: Zeker. Ik hoor naast mij dat dat gaat gebeuren. 71. Collegebrief beantwoording schriftelijke vragen van de fractie van STIP inzake stand van zaken jongerenparticipatie (2411155). De VOORZITTER: Ik geef het woord aan STIP. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Voorzitter. We vinden het fijn dat we nu een overzicht hebben van wat we doen op het gebied van participatie met jongeren. Ons viel op dat we vooral veel doen aan participatie in het sociaal domein. Daar zijn we blij mee, maar we doen minder in het fysieke domein. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de terrassen die we besproken hebben, het vuurwerkbeleid, zwemwater en noem maar op. Hier hebben juist jongeren waarschijnlijk een heel nuttige input. Het gaat over hun toekomst en misschien ook over nu. Het is belangrijk dat we onze toekomstige stemmers meenemen in de wereld van morgen, in hún wereld van morgen. Participeren met jongeren zal misschien een andere aanpak vergen, maar we mogen ze niet uit het oog verliezen. We moeten hen dus bereiken op een manier die bij hen past. Wij denken dat dat begint met iets wat online bereikbaar is. We dienen vanavond een motie in om de eerste stap te zetten om de stem van jongeren dichterbij te halen en hen volwaardig mee te laten doen. De heer VISSER (CDA): Voorzitter.

Dit was eigenlijk een interruptie, maar ik kan ook mijn bijdrage doen. Dan kom ik vanzelf bij de motie van mevrouw Verduijn.

68

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De VOORZITTER: Sorry, er is nog een interruptie. Wilt u meegaan in de ronde van interrupties? De heer VISSER (CDA): Ik doe het wel in mijn bijdrage. De VOORZITTER: Dan doen we eerst de interrupties. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik lees in het dictum: "de minimale leeftijd voor deelname aan het DIP te verlagen naar 16 jaar". Voordat ik in de raad kwam, ben ik heel lang bezig geweest met het DIP. Dat is de saaiste manier om informatie te vergaren. Hoe denkt u dat jongeren van 16 jaar naar het DIP toe gaan? Mevrouw VERDUIJN (STIP): Ik kan me voorstellen dat het heel saai is en het is ook zeker niet de enige manier die wij willen aanpakken om jongeren te bereiken, maar waarom zouden we de leeftijd niet verlagen naar 16 jaar? Dat is mijn wedervraag: waarom zouden we jongeren niet de mogelijkheid willen geven om, als ze dat willen, de hele saaie vragenlijst in te vullen? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Je wilt dan ook dat je ze ernaartoe brengt. Alleen iets ter beschikking stellen is iets wat in mijn wereld nooit gaat werken. Ik ben dus benieuwd hoe dat gaat werken. Mevrouw VERDUIJN (STIP): We kunnen het prima ter beschikking stellen. Ik zie ook niet hoe dat ene jaartje verschil zoveel verschil zal maken. Natuurlijk heb ik ook even gekeken naar het DIP. Er zijn genoeg mensen vanaf 18 jaar die het wel invullen. De mogelijkheid moet er zijn.

Waarom zouden we mensen uitsluiten? Door de fracties van STIP, Volt en de SP wordt motie 7.7.1 (Participatie anno nu) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 16 mei 2024 ter bespreking van beantwoording schriftelijke vragen inzake stand van zaken jongerenparticipatie, constaterende dat: -

het Delft Internet Panel (DIP) de mening van inwoners vanaf 18 vraagt om meningen van inwoners op bepaalde onderwerpen; in participatietrajecten jongeren veelal niet representatief worden vertegenwoordigd en dit vaak onbenoemd blijft in participatieparagrafen; in Groningen grong.nl succesvol werkt voor het enthousiasmeren van jongeren om iets neer te zetten; andere gemeenten citizenlab.co als participatieplatform gebruiken;

overwegende dat: -

jongeren nog niet mogen stemmen maar het wel belangrijk is om hen mee te laten doen binnen de democratie en hun stem te laten horen; besluiten die worden gemaakt aan de hand van input uit participatietrajecten, gevolgen hebben voor de toekomst van deze jongeren; de gemeente tracht jongeren te bereiken en hen actief te laten participeren; het huidige aanbod aan jongerenparticipatie vooral is gericht binnen het sociale domein maar dit minder gebeurt in het fysieke domein; 69

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

-

participatietrajecten nog niet zijn aangepast op de veranderende en meer onlinemanier van communiceren onder veel mensen, en vooral jongeren;

verzoekt het college: -

-

de minimale leeftijd voor deelname aan het DIP te verlagen naar 16 jaar; te onderzoeken op wat voor manier jongeren online meer kunnen worden betrokken bij participatie, bijvoorbeeld door middel van een onlineplek waar input kan worden gegeven op en meegedacht worden over projecten en/of waar ideeën kunnen worden ingediend; hierbij ook in gesprek te gaan met (middelbare) scholen om zo de wensen en ideeën van jongeren mee te nemen; te peilen of er animo en talent is voor het opzetten hiervan dóór jongeren; hierover terug te koppelen aan de raad in Q4 2024,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Toen wij de motie van mevrouw Verduijn kregen, was de eerste reflex: welk probleem lossen we hier precies op? Ik hoorde mevrouw Verduijn in haar bijdrage zeggen dat we de jongeren mee moeten nemen in hun wereld, in de wereld van morgen. Daar zijn we natuurlijk niet tegen, maar ik wil ook benoemd hebben dat er natuurlijk al allerlei projecten lopen om jongeren meer te leren over de lokale democratie hier. Denk aan projecten van ProDemos, SIDDER en de Kinderacademie. Dat mag ook gezegd worden. Ik weet ook niet goed hoe we ons participatie in het fysiek domein moeten voorstellen. Als er een bewonersavond is, bijvoorbeeld omdat een straat wordt opgebroken of heringericht, kunnen jongeren zich daar gewoon bij aansluiten om hun mening te geven. Ik denk niet dat bij de deur wordt gecheckt wie wel of niet naar binnen mag. Dat vind ik wel ingewikkeld. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Ik zeg ook niet gelijk dat ik hét antwoord heb en dé perfecte formule, maar ik vraag me af of het CDA het niet met ons eens is dat we moeten kijken naar manieren die bij de jongeren passen. Ik kan me voorstellen dat jongeren niet de behoefte hebben om bij een saaie bijeenkomst tussen allemaal iets oudere mensen te gaan zitten om hun mening te geven.

Moeten wij ook niet zorgen dat wij het aan hen aanpassen? De heer VAN RIJN (VVD): Ik heb de oplossing wel: jongeren kunnen gewoon lid worden van de VVD of de JOVD. Wees welkom! De VOORZITTER: Ook weer opgelost! Nee hoor, we gaan naar meneer Visser, want die heeft vast ook nog een goede suggestie. De heer VISSER (CDA): In de richting van mevrouw Verduijn zeg ik dat ik helemaal niet weet wat daarop tegen is, want uiteindelijk gaat het ook om het gesprek tussen verschillende generaties. Daar staat onze partij ook heel erg voor open. Aansluiten bij een van de jongerenbewegingen van de verschillende hier aanwezige politieke partijen is sowieso een goed plan. Er zijn dus allerlei manieren waarop jongeren daarin geschoold kunnen worden en daarin ervaring kunnen opdoen. De heer Van Rijn noemde de JOVD. Ik ben heel actief geweest bij de CDA-jongerenorganisatie. Ja, daar leer je ook een hele hoop over hoe inspraak werkt en hoe besluitvorming kan werken. We kunnen hen daar wat mij betreft dus zeker toe aanmoedigen.

70

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw Verduijn zegt dat we onderzoek moeten doen naar hoe we bij jongeren kunnen aansluiten; zo versta ik haar. Maar dat is ook niet gratis. Daarmee kom ik ook bij het punt van de heer Van der Woerd over de uitvoerbaarheid. Ik heb ook nog geen financiële dekking in het stuk gezien. Voor een terugkoppeling in Q4 van 2024 wens ik de ambtenaren veel sterkte als deze motie wordt aangenomen, want Q2 is bijna afgelopen en Q3 is voor een groot deel het zomerreces. Dan zitten we al aan Q4. Ik weet niet of dat erg realistisch is. Heel concreet zou mijn vraag aan mevrouw Verduijn dus zijn of zij bereid is om in ieder geval de dicta 2 tot en met 4 te schrappen uit de motie. Mevrouw DE LEEUW (SP): Ik heb het snel opgezocht: iemand mag vanaf zijn 14de lid worden van een politieke partij. Als wij als partij bezig zijn met het organiseren en samenbrengen van jongeren om hen te betrekken bij de politiek en om hun wijk beter te maken, gaat het om jongeren van 12, 13 en 14. Zij kunnen zich helemaal niet aansluiten bij een politieke partij. Hoe kunnen we dat opvangen? De heer VISSER (CDA): Voorzitter, ik ben door de tijd heen, maar ik kan er met uw goedvinden nog wel iets over zeggen. Het is aan u. De VOORZITTER: Nee, dat mag niet meer. Excuus, ik had dat niet in de gaten. Het ziet er inderdaad heel rood uit aan de bovenkant.

Maar er zal vast een oplossing daarvoor gevonden worden, mevrouw De Leeuw. De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik dacht eerst dat ik vanavond niet aan het woord zou komen. Niet alleen in Delft willen we steeds meer van jongeren weten hoe ze in hun vel zitten. Hoe wij denken dat zij zich moeten gedragen, gaat natuurlijk steeds verder. We gaan er vaak aan voorbij dat we ook in Delft diverse organisaties hebben die gesubsidieerd worden om deze jongeren te benaderen. Dat is ook de reden waarom we tegen die motie zijn. Over participatie lees ik allemaal mooie verhalen. Voor Delft-West en dergelijke worden er ook weer miljoenen ingepompt. We hebben Delft voor Elkaar dat met jongeren werkt. Ik lees nooit: we hebben jongeren gemotiveerd om de politiek in te gaan. Je kunt van mij aannemen dat jongeren ergens naartoe komen als er iets te halen is. Vertel mij nou maar wat er in Delft op dit moment te halen is voor jongeren, behalve dan in Delft-West, waar al van alles georganiseerd wordt. Hieperdepiep hoera, maar vertel mij maar wat er in andere wijken gebeurt. Dat wil ik graag weten. Mevrouw DE LEEUW (SP): Als ik het goed heb begrepen, hoor ik nu de vraag van de heer Stoop wat er voor jongeren te halen valt in de politiek, behalve in Delft-West. De heer STOOP (Hart voor Delft): Het is maar net hoe je mijn vraag beluistert.

Ik heb gezegd dat jongeren daarnaartoe komen waar wat te halen is. Leg het mij dan maar eens uit: hoe ga je jongeren uitleggen wat er op dit moment te halen is in de politiek, gezien het politieke klimaat zoals dat verwoord wordt in de media en dergelijke en ook gezien de landelijke verkiezingsuitslag en dergelijke? Zeg maar hoe de mensen op dit moment naar de politiek kijken. Mevrouw DE LEEUW (SP): Dank aan Hart voor Delft voor deze toelichting. Er valt wel degelijk wat te halen voor jongeren. Het buurtfeest waar ik het al eerder over heb gehad, bewijst dat. Jongeren kunnen speeltoestellen organiseren als ze zich daarvoor inzetten. Ik begrijp dus niet waarom de heer Stoop zegt: "Als je kijkt naar het politieke landschap …". Nee, je kan als jongere gewoon verandering maken.

71

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw VERDUIJN (STIP): Mijn vraag aan de heer Stoop is of het dan niet juist hét moment is waarop we jongeren moeten gaan betrekken als zij het idee hebben dat er niet zoveel is, dat het allemaal lastig en saai is. Dat is toch juist het moment waarop we ze enthousiast moeten maken voor de democratie? De heer STOOP (Hart voor Delft): Ik zie meneer Maruf jaknikken op uw vraag, maar ik ga mijn antwoord herhalen. Wij hebben in Delft diverse organisaties waar miljoenen heen gaan die betaald worden om jongeren te benaderen in de wijken en te betrekken bij de stad. Daar hebben wij organisaties voor. Die moeten wij achter de broek gaan zitten, zoals ik al vaker heb gezegd: joh, ga eens een keer doen waar je voor bent. Als iedereen gewoon doet waar hij voor is, ga je dat in de wijken ook zien, ook jongerenparticipatie. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik wil reageren op de losse tussendooropmerking dat jongeren alleen participeren als er iets te halen valt. Dat is gewoon echt niet zo. Jongeren zijn ontzettend actief in alle protestmarsen die we de laatste tijd voorbij zien komen. Dat doen ze echt omdat ze zich zorgen maken over het klimaat, over waar ze straks gaan wonen enzovoort. De heer STOOP (Hart voor Delft): Dat is geen vraag maar een opmerking. Ik weet wel dat jongeren zich zorgen maken over waar ze gaan wonen. Dat zou ik ook doen als ik in Delft woon, want er is gewoon geen woning.

Maar we weten wat de oorzaak daarvan is. Meneer Van der Sluis van de SP kan dat goed uitleggen. Als je niet bouwt, heb je ook geen woning. Zo simpel is het verhaal. Ik ga het weer herhalen: de jongeren waar ik het over heb, bereiken wij niet. Dat heb ik ook al vaak gezegd in de commissie, zelfs al voordat u in de politiek zat, maar dat maakt verder niet uit. Mevrouw DE LEEUW (SP): Voorzitter. De motie lijkt mij erg duidelijk en vanzelfsprekend. Daar hoef ik dus niet al te veel op in te gaan. Wat ik wel belangrijk vind om aan te stippen, is het belang van het betrekken van jongeren bij de politiek om hun stem en hun mening te laten horen. Aan het eind van de dag is de jeugd namelijk de toekomst. De jeugd al op jonge leeftijd kennis bijbrengen over hoe de politiek in elkaar zit en hoe zij met hun stem en acties hun gemeente een mooiere plek kunnen maken, kunnen wij als SP alleen maar aanmoedigen. De wil is er. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Dit is gewoon een vraag uit interesse. Mevrouw De Leeuw had het zojuist over jongeren van 14, 13 en 12. In de motie gaat het over openstelling van het DIP tot 16 jaar. Moet dat dan ook lager? Hoe ziet mevrouw De Leeuw jongeren van die leeftijd ook participeren? Mevrouw DE LEEUW (SP): Dat is een goede vraag. We hebben daar ook even over nagedacht, met STIP. We zien dit meer als een beginstapje.

Het allermooiste zou in onze optiek zijn dat we een jeugdraad krijgen, maar dit is een kleine winst die we alvast moeten hebben en dan pakken we daarna door. Zoals ik al zei, is die wil er. Kijk bijvoorbeeld naar het buurtfeest dat wij samen met de jongeren en Delft voor Elkaar hebben georganiseerd om hun buurt en de sociale cohesie te verbeteren, iets wat we deze zomer weer gaan doen. Door hun inzet en hun vragen aan de wethouder hebben zij verandering in hun buurt kunnen aanbrengen. Dat is toch geweldig? Laten we dit nou eens doortrekken, niet alleen door deze motie te steunen en het DIP toegankelijker te maken, maar ook door ook andere initiatieven op te starten, bijvoorbeeld de jeugdraad waar ik het net over had. Wij zouden het college dan ook graag willen uitdagen

72

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

om hierover na te denken, want het zal op lange termijn zorgen voor beter ontwikkelde inwoners die zich willen inzetten voor onze democratie en rechtsstaat. Dat is belangrijk. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Waarom nu deze motie tussen het actieprogramma en het blauwalgadvies? Omdat we vinden dat er echt veel meer aandacht moet zijn voor jongeren in participatietrajecten en dat daar ook best wel meer moeite voor mag worden gedaan. Het is geen geheim dat de brexit niet had plaatsgevonden als meer jongeren hadden geparticipeerd. Ook zou klimaat hoger op de agenda hebben gestaan bij de afgelopen verkiezingen als jongeren mee hadden mogen stemmen, want uit onderzoek blijkt dat dit voor veel van hen een groter thema is dan migratie. In de beantwoording van de schriftelijke vragen hebben we gelezen dat de jongerenraad in Delft-West niet aansloeg, maar de vraag is ook of we toen niet te gemakkelijk hebben gedacht over jongerenparticipatie. We lezen dat we al heel veel doen, maar desondanks missen we heel vaak de stem van jongeren in participatieparagrafen. We moeten soms hopen dat ze ertussen hebben gezeten.

Hoe gaaf zou het zijn als er een onlinetool zou zijn waarop mensen kunnen meedenken, niet alleen voor onze jongeren maar misschien voor iedereen? Wat is erop tegen om de jongere generatie, die van ons allen het meest digitaal is, te laten vertellen waarop zij aanslaan? Want dat zijn eigenlijk de dingen die in het dictum staan: zou een onlinetool niet een goede toevoeging zijn aan wat we in Delft al hebben aan participatiemogelijkheden, dus naast de bewonersavonden en het DIP? In de nota Participatie uit 2022 stond ook dat het college aan de slag zou gaan met een platform Delfts Doen Digitaal. Ik kijk heel erg uit naar de update over dit platform, maar anders is deze motie ook nog eens een heel mooi haakje om dit plan weer van de plank te halen, aangezien er al een plan was; dat was zelfs een bijlage bij de nota Participatie, die wij in 2022 hebben vastgesteld. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. We zijn het met de opstellers en de indieners van de motie eens dat participatie erg belangrijk is. Participatie van jongeren moet vroeg beginnen. Ik vind echter ook dat er, zoals Hart voor Delft en het CDA zeiden, in Delft al mooie projecten lopen.

Is het niet nuttiger om te kijken hoe we die projecten kunnen optimaliseren dan om weer een nieuw project te doen, dat uiteindelijk misschien ook niet werkt? Ik ben dus vooral benieuwd in hoeverre dit gaat werken en of de jongeren echt zitten te wachten om hieraan mee te doen. Daar ben ik heel benieuwd naar, evenals naar de visie van de wethouder daarop. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Heeft de PvdA gekeken naar de voorbeelden die we in de motie hebben genoemd, bijvoorbeeld Doemee Leiden, een heel mooi platform waarop alle inwoners heel makkelijk kunnen reageren op nieuwe fysieke projecten? Dat is veel toegankelijker dan alle zienswijzen. Heeft u dat gedaan? Mevrouw JANSSEN (PvdA): Jazeker. Er zijn heel veel mooie initiatieven, maar dat er mooie initiatieven zijn, betekent niet dat we als Delft alles hoeven te doen. Als we al goede initiatieven of systemen hebben, kunnen we ook kijken of we die beter kunnen optimaliseren. Dat is een open vraag aan de wethouder. Daarnaast vind ik het interessant dat er heel veel in staat over participatie, maar niet over wat we doen met die participatie. Ik denk dat dat een belangrijk vervolg is. We kunnen jongeren laten inspreken, zodat zij hun mening kunnen geven, maar als we daar vervolgens niks mee doen, hebben we daar ook weinig aan. Dat mis ik nog in het plan.

73

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Zoals ik al zei, zijn wij heel benieuwd naar de visie van de wethouder. We laten ons graag overtuigen van het belang en de meerwaarde van dit plan. Voorlopig zien we de meerwaarde ervan niet heel erg, maar wie weet zijn we daarvan te overtuigen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De ChristenUnie sluit zich aan bij de woorden van het CDA en van de Partij van de Arbeid. Daarbij willen we twee dingen benadrukken. Ten eerste: er gebeuren al heel veel dingen. Er is een beperkte hoeveelheid geld. Welke dingen die nu gebeuren, zouden we dan niet doen? Dat is een vraag aan de wethouder. Ten tweede hebben we het over jongeren alsof dat een homogene groep is. Dat is natuurlijk helemaal niet zo. Als ik zie welke groepen jongeren actief zijn, herken ik bijvoorbeeld de theoretisch opgeleide jongeren. We moeten dus goed kijken hoe we welke groepen benaderen. Er zitten daar gewoon bubbels. Dat is best een ingewikkelde zaak. De vraag aan de wethouder is dus hoe nu naar de verschillende groepen jongeren wordt gekeken. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter. Ook GroenLinks sluit zich aan bij de woorden van de ChristenUnie en de PvdA. We hebben hier echt vragen bij, ook aan de wethouder.

Welke toegevoegde waarde hebben deze tools in het hele palet dat er al ligt? En vergt dit nog extra kosten of moeten we daarin met elkaar andere afwegingen maken? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): GroenLinks vraagt aan de wethouder wat volgens haar de toegevoegde waarde is, maar is het niet van toegevoegde waarde om aan jongeren te vragen wat een toegevoegde participatiemethode zou zijn? Dat vragen we eigenlijk met de motie. We vragen niet eens om al meteen met een onlineplatform te komen. Dat stellen we voor, maar dat zou je kunnen vragen. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Ik moet eerlijk zeggen dat ik behoorlijk tussen de regels door moet lezen wat u zegt. Het gaat om deelname aan het DIP vanaf 16 jaar. Het DIP is vreselijk saai. Ik weet dus niet in hoeverre je daar jongeren bij wil betrekken. En wat het online meer betrekken van jongeren betreft: volgens mij gaat het om een heel breed palet van manieren waarop je jongeren kunt betrekken, waarbij online een van de tools is. Oplossingen die iets toevoegen zie ik in ieder geval niet terug in de motie. Wethouder GOOIJER: Voorzitter. Ik denk dat de jonge kijker inmiddels is afgehaakt, maar laten we toch een zinvol gesprek voeren over jongerenparticipatie. Ik wil daar wel meteen bij zeggen dat wat ik in dit debat gehoord heb, mijn portefeuille overstijgt, want dat gaat ook over fysieke projecten en over hoe je daar de hele stad bij betrekt.

Jongeren en kinderen zijn daar een onderdeel van en zijn, zoals de heer Van der Woerd aangaf, ook geen homogene groep. Dat gezegd hebbend snap ik dat met name STIP het initiatief heeft genomen om te kijken wat we eigenlijk doen. We hebben geprobeerd dat te beantwoorden in de antwoorden op de schriftelijke vragen. Ik moet zeggen dat ikzelf positief verrast was door de - let wel! - nietlimitatieve opsomming in de antwoorden op de schriftelijke vragen van wat we allemaal doen op dit dossier; laat ik het zo zeggen: op dit terrein, want we doen dit juist binnen heel veel verschillende dossiers. Ik denk dat zojuist ook al ter tafel kwam dat het lastig is hoe je dat goed en zinvol doet. Dat vraagt echt om maatwerk per dossier. Dat proberen we als college te doen. We hebben ook geprobeerd om dat te laten doorschemeren in de beantwoording van de schriftelijke vragen: we kijken situationeel hoe we iedereen die belanghebbend is, goed kunnen betrekken. Soms zijn dat expliciet kinderen, bijvoorbeeld als het gaat om het ontwerp van een speeltuin. Dan worden kinderen in die buurt bevraagd en niet de 80-jarigen uit een andere wijk. De stelling van STIP dat we veel doen op het sociaal domein en niet in 74

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

het fysieke domein, wil ik dus weerspreken, want we doen op het fysieke domein ook echt het een en ander. Dat is volgens mij ook echt benoemd in de beantwoording van de schriftelijke vragen. Kort gezegd: het college ontraadt de motie. Ik ga toelichten waarom. Een aantal fracties hebben gezegd: zitten jongeren te wachten op een verlaging naar 16 jaar voor het DIP? Ik kan de raad vertellen dat we dat in het verleden hebben gedaan: DIP-enquêtes zijn ook verstuurd naar jongeren. Daar kwam zo weinig respons op dat we daarmee gestopt zijn, maar als er in een DIP-enquête onderwerpen zijn die jongeren of kinderen kunnen aangaan, wordt wel een steekproef gedaan vanuit de gemeentelijke basisadministratie. Dan wordt er gekeken of we een aantal jongeren kunnen laten aansluiten. Die werkwijze lijkt ons veel zinvoller dan generiek vanaf 16 jaar te laten aansluiten. Dat betekent namelijk ook dat je sneller dan nu zult moeten bijplussen in je steekproef, want 16-jarigen worden 17- en 18jarigen en dan moet je elke keer die groep gaan verlagen. Dat lijkt ons dus niet zo zinvol, ook omdat dit waarschijnlijk niet de meest zinvolle participatie oplevert. Dan de vraag om een onderzoek naar hoe jongeren online meer kunnen worden betrokken. Het voorbeeld van Leiden is niet specifiek gericht op jongeren.

Het is eigenlijk aan elkaar geknoopt: veel jongeren zijn digitaal vaardiger en worden digitaal misschien makkelijker bereikt, maar de tool die Leiden gebruikt, zit heel erg op fysieke projecten in de stad, op heel veel projecten. Daar kun je onlinetools voor gebruiken, maar dit is breder dan: hoe betrek ik jongeren? Wat middelbare scholen betreft, het derde of vierde dictum: daar doen we al veel mee, onder andere met Speaking Minds. Dat is de methode waar Delft expliciet voor heeft gekozen. Dat is, anders dan in de schriftelijke vragen staat, geen methode die alleen in het sociaal domein ingezet kan worden of alleen op schulden en armoede, zoals wij tot op heden hebben gedaan. Deze methode kan over elk beleidsterrein gaan. We hebben in de beantwoording laten weten dat we bezig zijn met uitbreiding hiervan naar meer scholen en misschien dus ook naar meer beleidsterreinen. Dat is de keus die we nu maken, maar we hebben bijvoorbeeld ook het Technasium van het CLD. Dat is nu bij wethouder Van Vliet betrokken op een project in de openbare ruimte. Zo zijn we dus ook met scholen aan het kijken hoe we jongeren kunnen betrekken bij beleidsvragen in brede zin. Verder lopen er trajecten in het kader van de maatschappelijke diensttijd.

Onder anderen door de heer Stoop is al eerder genoemd dat jongerenwerkers in onze stad heel veel jongeren spreken en kijken hoe daar vragen uit komen die eventueel bij ons op tafel moeten komen. Of als wij met vragen zitten, weten zij waar ze jongeren kunnen bereiken. Die zijn ook weer betrokken op die maatschappelijke diensttijd. Volgens mij doen we dus echt heel veel. Dat leidt tot de conclusie dat ik de capaciteit die we hebben om in onze stad aan de slag te zijn, graag wil inzetten voor de dingen die we nu doen. Daarom adviseer ik om deze motie niet aan te nemen, omdat we ons daarmee extra werk op de hals halen voor een meerwaarde die ik op dit moment niet op deze manier zie. Ik heb nog een aantal dingen gehoord in de termijnen van de partijen. De SP heeft zelf inderdaad een mooi initiatief genomen. Ik vind het ook heel belangrijk om het volgende te benoemen. We hebben in de beantwoording van de schriftelijke vragen aangegeven wat we als college proberen te doen op al die terreinen, maar het is natuurlijk ook echt een taak van de raad als volksvertegenwoordigend orgaan om op zoek te gaan naar alle stemmen in onze stad, inclusief de jongeren. Die bal ligt volgens mij dus bij ons allen. Ik denk dat de SP dat op een heel mooie manier doet. Ik kan me voorstellen dat andere partijen daar ook eens over na kunnen denken.

75

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Ik onderschrijf wat Volt zegt: de stem van jongeren zou best wel meer gehoord mogen worden in sommige besluiten. Ik snap dat, maar tegelijkertijd is dat niet heel eenvoudig te organiseren. Nog even over de onlinetool, want Volt vroeg in de uitleg van de motie of dat niet een goede aanvulling zou zijn. Dat zou zo zijn als één tool alle manieren afdekt waarop we nu aan participatie doen. Dat zie ik niet voor me, want een onlinetool die je gebruikt om een bepaald bestemmingsplan of iets anders te laten bevragen, is niet zinvol voor een speeltuin die je wil laten ontwerpen of voor een sociaal project met jongeren. Hoe wij participatie vormgeven is dus te diffuus om te zeggen: er is een tool om dat te gaan doen. Ik denk dus ook dat een onderzoek daarnaar door ons als college heel veel capaciteit vraagt en tot een nieuwe lange lijst gaat leiden. Nogmaals, ik zie daar niet zoveel heil in. Het antwoord over Delfts Doen Digitaal moet ik even schuldig blijven. Dat is ook niet per se mijn portefeuille. We hebben het hier over jongerenparticipatie. Die vraag laat ik dus even liggen of rusten. De PvdA vraagt of jongeren hierop zitten te wachten. Dat is een goede vraag. Heel veel jongeren niet; die zijn met andere dingen bezig. De ChristenUnie vroeg welke dingen die we nu doen, we dan niet meer kunnen doen. Dat is onder andere Speaking Minds. Daar zetten we nu op in.

Als we ervoor kiezen om nu echt onderzoek te gaan doen naar hele andere vormen, ga je daar misschien wat minder capaciteit op inzetten. Dat zou ik zonde vinden. Ten slotte de vraag van GroenLinks over de toegevoegde waarde. Die zie ik dus niet. Daarom ontraad ik de motie. Nogmaals, de oprechte zoektocht van de indienende fracties naar hoe we jongeren in onze stad beter kunnen betrekken, onderstreep ik wel. We staan dus dichter bij elkaar dan ik met de woorden "ik ontraad deze motie" misschien doe vermoeden. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw DE LEEUW (SP): Voorzitter. Bedankt voor het compliment, wethouder. Wij zullen er zeker mee doorgaan, maar ik heb nog een korte opmerking. Ik begrijp niet waarom het verlagen van de leeftijd van 18 naar 16 zo'n probleem is. Hoeveel extra tijd en geld gaat het nou precies kosten om dit te doen? Wat is er mis met een extra mogelijkheid voor jongeren om vanaf de genoemde leeftijd hun stem te laten horen als zij dat willen? Wij begrijpen dat gewoon niet. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Een wedervraag: wat is de winst van een verlaging naar 16? Want gaan ze dat doen? We horen net van de wethouder dat heel weinig jongeren daaraan deelnemen en het is heel saai. Schrikken we hen dan niet alleen af voor politieke participatie? Mevrouw DE LEEUW (SP): De winst is sowieso dat meer jongeren hun stem kunnen laten horen.

De winst is ook dat zij, als zij deze mogelijkheid willen gebruiken, meer inspraak kunnen leveren. Ik begrijp dus niet waarom het zo'n probleem is om meer mensen inspraak te geven via een systeem als ze dat willen. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Voorzitter. Ik hoorde de heer Van der Woerd en mevrouw Janssen goede ideeën geven voor een vervolg. De motie geeft best wel veel ruimte. Zij kan 76

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

misschien in een vervolg meegenomen worden. Ons doel is niet een tool, een website of iets anders, maar echt het betrekken van de doelgroep jongeren bij wat we in de gemeente doen. Ik hoop dat u dat allen goed heeft verstaan. Tot slot wil ik benoemen dat participatie vanuit de gemeente iets heel anders is dan vanuit een partij. Ik heb het gevoel dat we dat hier een beetje door elkaar halen, maar dat zijn twee heel verschillende dingen. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Ik ben het helemaal met mevrouw Verduijn eens dat die participatie belangrijk is en dat participatie vanuit een partij anders is dan participatie vanuit een gemeente, maar ik zie initiatieven die er zijn en ik hoor dat de wethouder ook het belang ziet. Ik denk dus dat wij daar helemaal niet in verschillen. Ik had het erover dat mijn fractie overtuigd zou moeten worden. Ik ben niet overtuigd van deze oplossing, maar wel van het belang van jongerenparticipatie. Ik ben er ook heel erg van overtuigd dat de wethouder zich daarvoor gaat inzetten. Wethouder GOOIJER: Voorzitter. De vraag was waarom die verlaging naar 16 zo'n probleem is en wat het zou kosten. Wat het kost, kan ik niet zomaar uit mijn mouw schudden, maar ik heb aangegeven dat we het al doen. Als een DIP-enquête relevant is voor jongeren, wordt er een extra steekproef gedaan en krijgen ze een uitnodiging om de enquête in te vullen.

Dan is de respons overigens heel laag. De mogelijkheid is er dus en die benutten we. Dat is de reden waarom we nu zeggen dat we de leeftijd niet generiek naar 16 gaan verlagen. De VOORZITTER: Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie 7.7.1 (Participatie anno nu) van STIP, Volt en de SP. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter. We begrijpen de zoektocht van de indienende partijen. Die zoektocht onderschrijven we zeker, maar de verzoeken, dus de motie zelf, kunnen we niet onderschrijven. We zullen dus tegenstemmen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De ChristenUnie vindt participatie van iedereen, dus ook van jongeren, ontzettend belangrijk, maar we hebben ook gehoord dat de wethouder hier op een goede manier mee bezig is. Daarom zullen we tegen deze motie stemmen. De VOORZITTER: Ik stel vast dat ook STIP door de tijd heen is. Volt heeft nog 11 seconden. Weest u zich daarvan bewust. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 10 tegen 27 stemmen, waarbij de fracties van de SP, STIP en Volt ervoor hebben gestemd. 72. College van B en W - Zwemwater Grote Plas Delftse Hout - Advies beperken van blauwalg (nr. 2402012). De VOORZITTER: Er zijn twee moties aangekondigd. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter.

Het is laat op de avond, maar ik weet dat er thuis nog wat mensen mee zitten te kijken met interesse voor dit onderwerp. Het is dus extra belangrijk om hier als raad nog met aandacht over te praten. Schoon en veilig zwemwater is voor de Delftse VVD een heel belangrijk thema. We hebben helaas nauwelijks schoon en 77

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

veilig zwemwater in Delft, met als gevolg dat er op allerlei plekken wordt gezwommen waar dat absoluut niet veilig en schoon is, zoals in de Schie en in de Vliet. Samen met Hart voor Delft hebben we een motie opgesteld waarin we het college oproepen om nu echt versneld werk te maken van schoon zwemwater en maatregelen te nemen om het zwemmen in de Schie en de Vliet tegen te gaan en daar ook steviger op te handhaven. Maar het allerliefst zien we dat de Grote Plas in Delftse Hout gewoon weer goed zwembaar wordt. Het college heeft in zijn memo een aantal maatregelen voor het bestrijden van blauwalg bestempeld als "onmogelijk", terwijl andere open zwemwaterlocaties laten zien dat die maatregelen wel degelijk kansrijk zijn. Ook hebben we die maatregelen nog niet altijd daadwerkelijk zelf getest in de Grote Plas. Eén daarvan is het al veel genoemde voorbeeld van de ultrasone geluiden. Die zijn niet zaligmakend, maar in Zoetermeer worden ze al lange tijd toegepast, tot de dag van vandaag. Aan het einde van het jaar wordt de toepassing ook concreet geëvalueerd. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): U geeft aan dat meerdere zaken getest zijn en dat er geen aanwijzing is dat ze effect hebben, waaronder ultrasoon. U richt zich nu alleen hierop. Is er een specifieke reden waarom u zich richt op deze techniek en niet op de rest? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Een mooie vraag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14287761/1