CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raadsvergadering 11 juli 2024

Raadsvergadering 17 september 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 27 juni 2024 + erratum en 11 juli 202430.765 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

en we gaan verder met de onderwerpen van de vergadering." De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Voor ons ligt een voorstel aan de raad voor een deel van wat in de volksmond nog steeds bekendstaat als Technopolis. In de discussie in de commissie vielen ons twee dingen op die ook veel werden genoemd. Eén: het proces verdient geen schoonheidsprijs. We worden als raad te weinig meegenomen in een toch echt aanzienlijk stuk van de stad. Twee: het plan kent een te beperkte scope qua toevoeging van functies in dit deel van de stad. Vooral wonen en andere stedelijke functies ontbreken. Eigenlijk kan de PvdA zich wel vinden in die kritiekpunten. Als belangrijkste stakeholder in dit gebied mogen we van de TU Delft verwachten dat zij de stad echt betrekt bij wat ze nou eigenlijk voor ogen heeft en wat ze wil. Het kan niet zo zijn dat ze op hun eigen eiland binnen de gemeente Delft hun gebied naar eigen inzicht invullen zonder daarin de behoeften van de stad mee te nemen. Daarvoor is het gebied simpelweg te groot en te belangrijk. Wij vinden dat de TU Delft een verantwoordelijkheid heeft naar de stad en dus ook naar deze raad. Dat wil ik hier nogmaals gezegd hebben.

Het tweede punt kent wat ons betreft twee kanten, want het voorliggende plangebied laat geen ruimte voor onder andere woningen, maar ook voor functies die bijdragen aan de levendigheid van dit stadsdeel, bijvoorbeeld winkels of kleinschalige horeca. Wij vinden dit, zoals al duidelijk verwoord is, eigenlijk echt een gemiste kans, ook als daar plausibele redenen voor zijn. Maar wat ook telt, is dat het plangebied vooral kavels kent die al ingevuld zijn, zoals de faculteit Technische Natuurwetenschappen, Lucht- en Ruimtevaart, de kernreactor en diverse bedrijven. Op deze kaart - ik heb die meegenomen - heb ik ingetekend waar eigenlijk nog vrije ruimte is. Dat valt eigenlijk wel mee. Volgens mij is het donkerrode al bestemd. U ziet het: dat zijn maar enkele blokken. Ik heb voor de volledigheid ook gekeken naar de gebieden buiten dit plangebied waar volgens mij nog ruimte is. Eentje wordt volgens mij vanaf vandaag bebouwd, maar dat is aanzienlijk meer. Wij zien dus echt nog wel kansen voor de verdere ontwikkeling van dit gebied. Het voorliggende bestemmingsplan maakt iets belangrijks mogelijk, namelijk de verplaatsing van in de eerste plaats Blue Birds, maar daarmee samenhangend ook diverse andere verenigingen. Wij vinden dat wij vertraging hiervan, waarbij we ook de al genoemde punten over wonen en over het proces hebben meegewogen, in het kader van behoorlijk bestuur 20

niet kunnen maken. Wij stemmen daarom in met het bestemmingsplan, maar wel met de kanttekening dat als dit plan enkel invulling had gegeven aan belangen van de TU Delft dus het onderwijs en de bedrijfsfuncties - wij dat echt te beperkt hadden gevonden en dat wij het dan waarschijnlijk niet hadden kunnen steunen. De heer TREFFERS (Volt): Als de PvdA het eigenlijk alleen door de sportschuif een goed plan vindt, kan de PvdA dan niet instemmen met het idee om het te knippen? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Wij hebben het uitvoerig gehad over het voorstel dat u samen met de SP doet, maar dat betekent vertraging. Zoals ik al zei, vinden wij dat we dat op dit moment niet kunnen maken. Ook samenhangend met het kaartje dat ik hierheen heb meegenomen - ik heb er heel hard voor gefietst, want ik was het vergeten - gaan wij toch voor dit bestemmingsplan stemmen. Wij zijn nog wel heel benieuwd naar de reactie van het college op de diverse moties, ook omdat die gaan over het vervolg en omdat we benieuwd zijn hoe het college naar het groen kijkt. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik denk dat ik ons standpunt al een beetje heb weggegeven in de interrupties. Daarom geen uitgebreid betoog, maar wel een aantal punten.

Wat is nou de rol van onze raad? Als er zo'n bestemmingsplan komt waarvan we een deel eigenlijk helemaal niet zo goed vinden en een ander deel heel goed vinden - dat heb ik echt heel veel partijen in de commissie horen zeggen, waaronder STIP; ik zat live mee te kijken - is het dan onze rol als raad om te zeggen dat het onmogelijk is om nee te zeggen omdat dat zoveel vertraging zou opleveren? Nee, wij vragen om met een knip te komen. Schrap alles wat niet met de sportvelden te maken heeft. De rest willen we heel graag vaststellen; al die plannen die er staan, willen we vaststellen, maar in een integrale visie met ook de huisvesting, het groen, al die dingen die nodig zijn om zo'n gebied te maken. Wij zien op dit moment niet de visie, de concrete afspraken met de TU Delft, om nu ja te zeggen op dit stukje. Ik zit nog heel erg te twijfelen over hoe we gaan stemmen. Dat heeft ermee te maken dat ik denk dat bijvoorbeeld het amendement van de heer Analikwu het plan beter maakt, maar het is nog niet wat wij zouden willen zien. De heer ANALIKWU (D66): Het college is nu bezig met het maken van een visie op het hele IDD. Moeten we dan in de tussentijd stilzitten en geen enkele ontwikkeling toelaten? Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Ik werd getriggerd door de vraag wat de rol van de raad is. Ik denk dat de rol van de raad ook zeker is om verstandige keuzes te maken.

Een beetje in het verlengde van wat de heer Analikwu zei: als we dit nu mee terugnemen, kunnen we ook die sportschuif echt niet doen. Vindt de heer Treffers het een verstandige keuze om die ontwikkelingen ook niet door te laten gaan? De heer TREFFERS (Volt): Op dat laatste punt kan ik eigenlijk verwijzen naar het antwoord van de SP. Ik vind het echt onbehoorlijk dat als we een stuk in de raad bespreken waar we nog een concrete verandering in willen - dat zou dan voor elk bestemmingsplan gelden; ik heb het dan niet over een metertje hoger - dat zou betekenen dat we weer twee jaar opnieuw een proces moeten volgen. Wat doen we hier dan nog als wij niet mogen beslissen? Als wij een innovatief centrum willen - daar zijn wij helemaal voor - zou het misschien wel heel cool zijn om daar nog een paar lagen studentenwoningen bovenop te bouwen. Die integrale keuze - waar komen studentenwoningen, waar willen we die en wat willen we in dit gebied? - kan ik nu echt niet maken. Nogmaals, de moties en het amendement maken het iets beter, maar op basis van dit plan kan ik niet zeggen: dit is waar we met dit gebied naartoe willen als gemeente. Daar ga ik het bij laten, want er is nog een agendapunt. De heer ANALIKWU (D66): Ik vind dit wel heel makkelijk, want de heer Treffers geeft juist aan dat hij graag die visie wil hebben. Wij hebben hier een hele lijst van punten die we het 21

college straks meegeven. Dat zijn goede punten die we in die visie op het hele IDD willen terugzien. Moeten we in de tussentijd stilzitten en geen enkele ontwikkeling door laten gaan? Want dat is wat de SP en Volt voorstellen. De heer TREFFERS (Volt): We hadden deze visie in 2016. Ik heb het nog even in de Woonvisie teruggekeken. Daar stond ook al: studentenwoningen bouwen op de campus. Het college en de TU laten met dit plan als eerste plan zien dat de prioriteit in ieder geval in tijd ligt bij dit plan en niet bij de studentenwoningen. Ik geloof er niet in dat een gebiedsontwikkeling goed gaat werken als je je eerst alleen op die bedrijvigheid richt. Ik wil daarin een totaalplaatje zien om daar een goede keuze in te maken. Helaas zijn we echt aan het overwegen om hiertegen te stemmen, ook al zijn we het inhoudelijk eens met het grote plaatje. Wij durven het gewoon nog niet te zeggen, want die huisvesting staat niet vast en we hebben redenen gehoord waarom het heel moeilijk en ingewikkeld wordt. Ik zie niet in dat dit gebied op deze manier, zoals we het nu voor ons hebben, moet veranderen als we nog niet zeker weten dat die studentenhuisvesting er ook komt. Daar laat ik het helaas echt bij. De heer ANALIKWU (D66): Je kunt het altijd proberen. Volgens mij wordt er zo hard en zo snel mogelijk gewerkt aan die studentenhuizen op de campus.

In de tussentijd zijn er ook andere ontwikkelingen die plaats moeten vinden, zoals die vandaag in het omgevingsplan worden besproken. Moeten we in de tussentijd stilzitten en geen enkele ontwikkeling plaats laten vinden, terwijl we wachten op een integrale visie? De heer TREFFERS (Volt): Hetzelfde punt als net: D66 ontkent voor mij hier dat er een prioritering ligt, ook als je het hebt over een tijdslijn. De prioritering is op dit moment de bedrijvigheid. Daar zijn we het als Volt niet mee eens. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Volgens mij is in interrupties al veel heen en weer gegaan en is het standpunt redelijk duidelijk, maar voor de goede orde ga ik toch nog even stilstaan bij alle moties. Zoals we in de commissie al aangaven, had STIP echt liever gezien dat we vooraf betrokken waren geweest bij de kaders die onder dit omgevingsplan liggen, maar wij willen wél die verstandige keus maken en wij willen wél die bedrijfsruimte en die sportschuif nu mogelijk maken. Daar kunnen we het heel erg over oneens zijn, maar dat deel willen we in ieder geval door laten gaan. Wij vinden dat wij daar als raad echt een verstandige keuze over moeten maken. Met dit voorstel zijn er dus een aantal dingen die dan al kunnen plaatsvinden. In latere fases zullen we andere zaken ook nog regelen, zoals de aantallen woningen, ruimte voor voorzieningen en dat soort zaken.

Dat gaan we binnen de visie van het IDD doen. Daarmee willen we ook wél die kaders mee kunnen geven. Daarom hebben we de motie van D66 mede ingediend, maar volgens mij is daar al redelijk wat over gezegd. Wat het amendement over de bouwhoogte betreft: de mogelijkheid van verhoging in het gebied wordt uit de zienswijze ook al duidelijk. Dat amendement hebben we dus mede ingediend. We willen daar voortvarend mee aan de slag gaan en we vinden het niet logisch dat we dat niet vooraf al regelen. Wat de motie van GroenLinks betreft: de wens van GroenLinks in de motie om de samenwerking met de TU in ruimtelijk opzicht wel te verbeteren, begrijpen we heel goed, maar zoals mevrouw Wattel zelf ook aangaf, is de rol van de raad richtinggevend. Dat doen we bijvoorbeeld ook met de kaders die we samen willen bespreken binnen het IDD, dat we echt samen gaan doen. We vragen ons dus af of de gebiedsvisies nog richtinggevend genoeg zijn. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Een correctie: de rol van de raad is niet richtinggevend. De visie van het IDD is richtinggevend; de gebiedsvisies zijn kaderstellend. In veel andere 22

gemeenten worden die gebiedsvisies zelfs door de raad vastgesteld, mede om de realisatie van woningbouw mogelijk te maken. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Er is inderdaad wel degelijk een verschil tussen de ruimtelijke visie, waarin die kaders echt verder worden uitgewerkt, en de gebiedsvisies per deelgebied. Wij vragen ons af in hoeverre die ook kaderstellend zijn en of dat echt iets voor de raad is. We wachten dus even de reactie van de wethouder daarop af. Over de motie van de SP heb ik eigenlijk ook al best veel gezegd. We vinden het gewoon echt heel onverstandig om dit plan om deze reden terug te sturen. Dat zou echt wel degelijk betekenen dat die ontwikkelingen in de tussentijd stil zullen liggen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Een simpele vraag: om welke redenen zou u het plan wél terug willen sturen? U bent het er immers eigenlijk helemaal niet mee eens. Ik ben ervan overtuigd dat u het gewoon niet terug wil sturen, hoe slecht het ook is. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): De heer Van der Sluis legt mij allemaal woorden in de mond. Het is niet zo dat ik het niet eens ben met de ontwikkelingen die we wél mogelijk kunnen maken met dit plan, zoals die sportschuif, die de sportverenigingen echt hard nodig hebben. En we hebben later echt nog die ruimte.

Ik ben niet zo cynisch als de SP en ik denk dat we op die latere kaders wél verder kunnen doorbouwen met de TU om die studentenhuisvesting te realiseren. Ik denk dat we het daar gewoon niet over eens worden. De heer TREFFERS (Volt): Maar waarom stelde STIP dan zelf in de commissie zo'n knip voor? Dat was een vraag aan de wethouder. Waarom stelde u die knip voor? Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): We hebben gewoon gekeken wat de mogelijkheden zijn. Toen we het later uitzochten, was onze conclusie dat het gewoon echt superonverstandig is om die knip te doen. Waarom? Ik kan hier een heel technisch verhaal gaan houden; nou ja, dan ga ik dat doen. Volgens mij is het al heel vaak gezegd: heel veel van die dingen moeten dan in buitenplanse omgevings… BOPA's; ik ben even kwijt waar dat precies voor staat, maar ze hebben allemaal verschillende doorlooptijden. Dat betekent ook dat heel veel ruimtelijke procedures opnieuw gedaan moeten worden. Dat willen we gewoon niet. We willen die dingen nu gewoon mogelijk maken. Al die dingen over studentenhuisvesting en die voorzieningen gaan we gewoon op een later moment regelen. Volgens mij heb ik het daarmee gezegd. De heer VAN DER SLUIS (SP): Volgens mij gaat het niet zozeer om cynisch zijn. Het gaat erom dat de TU Delft gewoon een groot bedrijf is met een professioneel bestuur, dat gewoon zal vechten voor zijn belangen.

Vindt u niet dat wij ook moeten vechten voor onze belangen? Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Volgens mij geven wij met de motie die wijzelf met onder andere D66 mede hebben ingediend een heel duidelijk signaal: we willen meedenken over die kaders. Dat doen we ook met het debat dat we hier vanavond voeren. Nogmaals, ik vind het echt superonverstandig om dat omgevingsplan niet nu vast te stellen. De VOORZITTER: Ik zou toch willen voorstellen dat mevrouw Fung Fen Chung nu haar betoog vervolgt en ook afrondt. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Ik heb het nog niet gehad over de motie van D66 over het groen. We zouden natuurlijk ook later graag zien dat we dit soort dingen "hoogover" gaan regelen in de Nota Groen, maar we zijn benieuwd naar de reactie van de wethouder hierop.

23

De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Hart voor Delft vindt de motie Campusplannen in goede banen van D66 interessant, maar we hebben een paar vragen over een paar bullets in het dictum. Via u wil ik dus graag twee vragen stellen aan de heer Analikwu. De tweede bullet van de motie gaat over het tramtracé. Wij vragen ons af of we dat wellicht verkeerd zien, want we hebben toch afgesproken dat de gemeente dit regelt tot aan het TU-gebied en dat het verder een zaak is van de TU zelf met de MRDH? Mijn vraag is dus ook of de heer Analikwu dit met Hart voor Delft eens is. Met betrekking tot de vijfde bullet in het dictum, "een bruisende campus met voldoende voorzieningen, zoals detailhandel", vragen we ons af of dat niet een dorp in een dorp wordt. Maar we geven graag aan dat we hier eigenlijk niet over gaan, want dit is natuurlijk het terrein van de TU. Het is dus aan de TU hoe zij dit wil ontwikkelen. Mijn vraag is dus of de heer Analikwu hierop wil reflecteren. Wat studentenwoningen betreft heeft Hart voor Delft eigenlijk altijd gezegd: als er dan toch studentenwoningen moeten komen, dan graag op de campus. Dat standpunt van ons is bekend. Als deze punten uit deze motie zouden gaan, zouden we de motie wellicht kunnen steunen. Ik hoor graag het antwoord van de heer Analikwu.

De VOORZITTER: Meneer Analikwu, zou u kort kunnen reageren? De heer ANALIKWU (D66): In de tweede termijn. De VOORZITTER: Ja, ik denk dat het u iets waard moet zijn om een grote fractie zoals die van Hart voor Delft achter de mooie motie te krijgen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Het beeld van de commissievergadering van vorige week dat bij het CDA is blijven hangen, is dat we met dit plan de TU de gelegenheid geven om een aantal wensen zo snel mogelijk uit te voeren, maar dat de door ons zo gewenste verbinding van de TU-campus met de rest van de stad met dit plan nog niet tot stand komt. Al tien jaar geleden riepen we in de initiatiefnota Het kan zoveel slimmer al op om de TUcampus te transformeren naar een wijk waar het goed studeren en werken is, maar ook goed wonen en verblijven, voor alle Delftenaren. We snappen daarom goed de oproep van de indieners van de moties om te kijken of we dit plan kunnen splitsen of completer kunnen maken. Het CDA is daarom mede-indiener van de motie van D66 waarin expliciet wordt gevraagd om toevoeging van studentenwoningen, de mogelijkheid tot het verlengen van tram 19 en voorzieningen zoals detailhandel. Als er studentenwoningen, een trambaan en detailhandel in dit gebied komen, wordt dit deel van de stad echt een stadswijk in plaats van een gebied waar buiten college- en kantoortijden vrijwel niemand is.

We begrepen vorige week ook dat de optie om het plan nu niet te behandelen maar op te knippen, om diverse redenen eigenlijk onmogelijk is. Veel argumenten zijn al genoemd, maar ik wil er één noemen die bij mij nog niet bekend was. Gisteravond kreeg ik antwoord op een technische vraag over de mogelijkheid van opknippen. In dat antwoord las ik dat het college rekening houdt met een schadeclaim van de TU Delft als de gemeenteraad vanavond het plan niet vaststelt. Dat roept een aantal vragen op. Klopt het dat de gemeente rekening houdt met een schadeclaim van mogelijk tonnen als we het plan vanavond niet aannemen? Is dat een suggestie van de TU Delft of is dit de verwachting of eigen inschatting van het college? Een gemeenteraad moet zonder last kunnen stemmen. Schermen met een schadeclaim hoort daar niet bij. Deelt de wethouder deze mening? Graag een reflectie. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Met dit bestemmingsplan realiseren we enkele technische wijzigingen, met vooral als doel om die sportschuif mogelijk te maken en ruimte te creëren voor onderzoeksfaciliteiten en innovatieve techbedrijven. Daar zijn we als VVD primair heel blij mee, want zowel sport als bedrijvigheid zijn goed voor Delft en zijn voor de Delftse VVD van grote waarde.

Tegelijkertijd is in de commissievergadering een aantal behoorlijk kritische signalen meegegeven, die ook vanavond weer aan de orde komen. 24

Gelukkig komen voor de wat langere termijn ook een integrale visie en de meer specifieke gebiedsvisies naar de raad, waar we iets van kunnen vinden. Daarin komt er, als het goed is, wél aandacht voor woningbouw en voor een goede bereikbaarheid van de campus. Dat we juist op die campus woningen nodig hebben, stellen we inmiddels al lange tijd met elkaar vast en staat ook in de Woonvisie. Dat omarmen we dus van harte. Daarom de volgende waardering van enkele ingediende moties, in de eerste plaats motie 7.1.2 van D66, waarvan wij een van de mede-indieners zijn. We willen aan de slag met een integraal plan voor dit gebied, met vooral ruimte voor die studentenwoningen - wat ons betreft mogen dat ook andere typen woningen zijn, bijvoorbeeld voor gezinnen of ouderen - en bijbehorende voorzieningen, zoals goed ov en detailhandel. De motie van de SP en Volt is heel begrijpelijk, juist gezien de eerdergenoemde behoefte aan studentenwoningen op de campus. Tegelijkertijd horen we vanavond - in de commissie werd dat al bevestigd - dat opknippen technisch waarschijnlijk onhaalbaar is en tot vertraging leidt. Dat maakt dat wij nu nog twijfelen over het al dan niet willen steunen van deze motie. Graag horen we vanavond van de wethouder of er inderdaad vertraging gaat optreden als we opknippen.

Inhoudelijk kunnen we achter de motie van GroenLinks staan, maar eigenlijk zei ik in mijn interruptie al dat de motie weinig toegevoegde waarde lijkt te hebben. Waarom zou de TU Delft nu wél luisteren naar onze wens voor betere samenwerking? Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. In de commissie hebben wij hier al het een en ander over gezegd. Wij hadden vooral het idee om de boel op te knippen. Ook na overleg met andere fracties bleek dat dit niet mogelijk is. Wij schrikken van het onderwerp dat meneer Valk van het CDA net aansnijdt, namelijk een boete. Eigenlijk vinden wij dat we nu in deze spagaat zitten doordat het college zo onduidelijk aan ons heeft gecommuniceerd. Aan de ene kant willen wij natuurlijk heel graag dat de mensen van Blue Birds in die sportschuif terechtkomen en door kunnen, maar aan de andere kant is dat weer hieraan gekoppeld. Eigenlijk denken wij: heeft de TU niet veel te veel macht? Daar maken wij ons zorgen over. Wij hebben het idee dat wij hier al een aantal keren achter de feiten aan lopen. Daar krijgen wij graag een reactie op. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. Er is al veel gezegd, maar ik wil nog even ingaan op de vraag wat nou de basis van een goede samenwerking is, want daar hebben we het hier eigenlijk over: over een goede samenwerking tussen twee partijen. Dat begint bij een stukje vertrouwen.

Met het voorliggende voorstel hebben we eigenlijk al in het debat in de commissie Algemeen gezien dat dat vertrouwen tussen de gemeenteraad en de TU Delft er nog niet voldoende is. Dat is jammer. Wat de ChristenUnie betreft zou het de stad Delft goed doen als de samenwerking tussen de TU Delft en de gemeente goed is en uitgaat van vertrouwen. Juist daarom wil de ChristenUnie dat we als raad meer meegenomen worden in de ontwikkelingen van de Campus Zuid. We zien hier kansen voor bij de gebiedsvisie IDD, maar we hadden het beter gevonden als de aanloop naar de voorliggende tussenvariant van het bestemmingsplan minder slordig was verlopen. Dat had ons meer vertrouwen gegeven in het proces. Toch zullen we de motie van de SP niet steunen. Het is al vaak gezegd: extra procedures, extra kosten en ook vertraging voor andere processen, waar we wél achter staan, vinden wij het niet waard. Wij zien ook niet hoe deze motie bijdraagt aan het versnellen van het bouwen van studentenwoningen, omdat we nu al bezig zijn met de gebiedsvisie IDD. Wat dan wel? De motie van GroenLinks voor alle gebiedsvisies en de bredere motie van D66 voor de gebiedsvisie voor het IDD roepen op tot een betere samenwerking tussen de raad en de TU Delft en om elkaar te informeren en te betrekken bij de visie van de raad op ruimtelijke ontwikkelingen.

Daarnaast roepen beide moties op om belangrijke onderwerpen, zoals het realiseren van studentenwoningen en een goede bereikbaarheid, in deze visies op 25

te nemen. Wat de ChristenUnie betreft is het belangrijk dat we daarmee snel aan de slag gaan. Wat de motie van GroenLinks betreft: wij hoeven als raad misschien niet te beslissen over de gebiedsvisies, maar neem ons in elk geval mee in die gebiedsvisies. Dit missen we nu. Dan kunnen we voorkomen dat er weer iets op ons bord komt waarvan we eigenlijk helemaal niet het idee hebben dat we erin meegenomen zijn. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Dat de gebiedsvisies door de raad worden vastgesteld, staat niet in de motie. We worden alleen betrokken of meegenomen. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Dat zouden wij ook graag willen. In dat opzicht staan wij dus positief tegenover deze motie. Laten we met deze moties ook een open hand naar de TU Delft uitsteken om als gemeente of raad en universiteit samen te blijven werken aan een bloeiend Delft. Laten we ook gaan bouwen aan het vertrouwen in plaats van … Als ik nu iets over schadeclaims hoor, denk ik: als dat zo is, gaat dat niet bijdragen aan het vertrouwen. Ik denk dat dat het nodig is dat er wel vertrouwen komt. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik ben benieuwd of mevrouw Van der Vlist het een goede manier van samenwerken vindt dat de TU betaalt voor het maken van de bestemmingsplannen van de gemeente. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Sorry, ik verstond uw vraag niet goed.

Kunt u die herhalen? De heer VAN DER SLUIS (SP): Nog één keer dan. Dit bestemmingsplan is gemaakt op kosten van de TU. Vindt u dat een goede manier van samenwerken? Normaal betaalt de gemeente voor het maken van een bestemmingsplan. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Volgens mij zijn de kosten voor het maken van bestemmingsplan altijd voor de ontwikkelaar of voor de initiatiefnemer die daarachter staat. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Volgens mij zijn we verdergegaan waar we in de commissie waren gebleven en zijn alle punten die we eerder met elkaar hebben besproken, uitgebreid langsgekomen. Eén daarvan is: waarom moeten wij nu instemmen met dit bestemmingsplan en wat is dit eigenlijk voor iets? We hebben het er natuurlijk al over gehad dat dit bestemmingsplan - het heet "een omgevingsplan" - vooral een gedeeltelijke herziening is van het bestaande bestemmingsplan van Campus Zuid. Het maakt op dit moment vooral een heleboel plannen mogelijk die eigenlijk wachten op uitvoering; dat hebben we vandaag ook langs horen komen. Dit betekent dat we de plannen die in een vergevorderd stadium zijn, kunnen gaan uitwerken. Daar kan de TU dus mee verder. Ook maken we het planologisch mogelijk dat de tram wordt doorgetrokken en dat de sportschuif wordt uitgewerkt. Het komt toch elke keer weer langs: we zijn hier als raad niet goed bij betrokken.

Een punt om misschien goed over na te denken, is dat er hiervóór ook nog een ontwerpbestemmingsplan of een ontwerpomgevingsplan is langsgekomen. Dat was eind 2023, maar op dat moment is dat niet geagendeerd door de raad. We hebben als college dus zeker aangegeven dat we bezig zijn met een dergelijk proces. Het is ook naar de agenda gestuurd. Vervolgens is gezegd dat het voor kennisgeving is aangenomen. Als u zaken wil meegeven rond bestemmings- of omgevingsplannen, is het wel van belang om ook die ontwerpen goed met elkaar te bespreken. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik heb dat ontwerpbestemmingsplan gezien. Daarin stond heel duidelijk dat er woningen gebouwd zouden worden. Dat staat namelijk ook in het 26

huidige plan. Pas als je het heel gedetailleerd leest en door de reacties in de zienswijzen werd duidelijk dat die er niet in stonden. Ik zou dus bijna zeggen dat dat plan misleiding was, omdat je op een been gezet werd dat later niet waargemaakt werd. Wethouder HUIJSMANS: Dat is uw observatie, maar we hebben een ontwerp naar de raad gestuurd waarin ook de informatie staat zoals die nu uiteindelijk vastgesteld wordt. Dat neemt natuurlijk niet weg - dat punt komt ook uitgebreid langs in de raad - dat het gewoon een groot verhaal is in Campus Zuid, waar een heleboel zaken staan te gebeuren en waar heel veel wensen zijn. Daar geeft dit omgevingsplan op dit moment ook allemaal nog geen antwoord op. Wat dat betreft heeft het ook een merkwaardige vorm. Daar hebben we het natuurlijk al eerder over gehad. We zien nu een aantal zaken die echt haast hebben. Waarom kunnen zij niet wachten? We zijn al een hele tijd bezig met dit bestemmingsplan. Bijvoorbeeld de herinrichting van de Huismansingel is echt belangrijk, omdat daar heel veel klachten zijn over de verkeersveiligheid. Daar moeten we echt zaken gaan doen. Ook de verschillende sportclubs - u heeft hier Blue Birds en Hudito horen inspreken - willen heel graag dat die sportschuif nu kan worden ingezet. We hebben hier gehoord dat zij wachten tot het besluit wordt genomen.

Ik snap dat de vraag vanuit de raad is: moeten we wel of niet opknippen en moeten we het mee terugnemen en er opnieuw naar kijken? Het opknippen van het omgevingsplan in afzonderlijke plannen voor de sportschuif en voor de gebouwen van de TU heeft best wel grote gevolgen, zowel financieel als technisch; daar zijn natuurlijk ook vragen over gesteld. Daarom zeggen wij: doe dat niet. Als we het terugnemen en er opnieuw naar kijken, stellen we het eigenlijk niet vast. Dan wordt het een nieuw plan en moet een nieuwe procedure doorlopen worden. Dat zou in principe gewoon opnieuw een bestemmingsplan worden, maar omdat we ondertussen zijn overgegaan naar de Omgevingswet, is het gewoon een totaal ander plan en zijn we echt een heel stuk terug bij af. Dan zal er de komende tijd - dat gaat echt over een lange tijd - geen plan komen om de zaken die we wél mogelijk willen maken, alsnog mogelijk te maken. Dat geeft dan dus echt een behoorlijke vertraging. Daarnaast is er de door het CDA genoemde en ook technisch enigszins aangegeven financiële vraag. Natuurlijk stemt de raad zonder last, maar door het college is een anterieure overeenkomst gesloten. Die anterieure overeenkomst is ook onderdeel van de besluitvorming en die neemt de raad dan ook mee. Daar is natuurlijk ook de nodige jurisprudentie over. De raad stemt dus zonder last, maar wel met de nodige noties; laten we het zo zeggen.

Want de TU heeft dit bestemmingsplan, dit omgevingsplan, bekostigd. Als die TU-gronden niet worden bestemd en als hun ontwikkelingen niet mogelijk zijn, kunnen we ervan uitgaan dat we een financiële claim krijgen. Overigens ter geruststelling van de SP: dit is een heel gebruikelijke procedure: alle plannen die u hier krijgt, zijn bekostigd door de initiatiefnemers. De heer VALK (CDA): Dank aan de wethouder voor het antwoord over de mogelijke claim. Ze zegt dat het een gebruikelijke procedure is dat de initiatiefnemer het bekostigt. Dat weet ik inderdaad. Ik had nog even doorgevraagd over die claim. Daarop kreeg ik het antwoord dat het niet gebruikelijk is dat er een claim boven hangt. Wat maakt deze situatie nou anders, waardoor hier wel een claim hangt, terwijl dat volgens het antwoord op technische vragen niet gebruikelijk is? Wethouder HUIJSMANS: Je hoeft er niet van uit te gaan dat het sowieso gebeurt, maar het is wel hoogstwaarschijnlijk, omdat het over grote ontwikkelingen gaat met behoorlijke financiële claims. Daar zouden we dus wel van moeten kunnen uitgaan. Het punt hierbij is wel - dat gaven we ook eerder aan - dat bij opknippen vooral vertraging ontstaat.

Met name rondom die vertraging kun je verwachten dat je daar een discussie over krijgt en dat vervolgens ook naar de raad wordt gekeken: welke procedures zijn er doorlopen en waarom is er niet ingestemd met dit plan? Het is nog enigszins ongewis, maar we verwachten dat daar dan wel financiële gevolgen zullen zijn; laten we het zo zeggen. 27

Er zijn ook andere redenen genoemd om te knippen, met name de studentenwoningen. Het staat sowieso ook in ons collegeakkoord en we hebben het ook op heel veel andere plekken gezegd, ook in de Woonvisie: het is echt een belangrijk doel om te werken aan het toevoegen van studentenwoningen, met name op verschillende plekken op de campus, en om daar concreet iets over te krijgen. Ik kan collega Schrederhof wellicht vragen om straks antwoord op te geven op de vraag hoe daarover wordt samengewerkt, maar het knippen van het plan maakt niet dat er snel studentenwoningen zullen worden gerealiseerd. Dat zijn onafhankelijk van elkaar lopende processen. Met het knippen wordt het dus niet sneller, maar worden op andere plekken wel treintjes gedwarsboomd; daar heb ik ook anderen over gehoord. Dan de meer praktische dingen en ook de moties en het amendement. Er is een amendement over het bouwhoogte. Het is een beetje om het even, want volgens mij is het prima, ook binnen de huidige context. De vraag is wel een beetje of de extra meters dan de hoogte zijn of vierkante meters, maar het amendement is uitvoerbaar. Collega Zwart zal iets zeggen over de verschillende moties over samenwerken met de TU. In de motie over groen worden zowel over de compensatie als over de natuurwaarden vragen gesteld.

In de commissie heb ik al aangegeven dat we dit als onderdeel van de uitwerking van de Blue Birds-locatie met elkaar gaan onderzoeken om te zorgen dat zo veel mogelijk natuur kan worden gecompenseerd, maar ook dat de ecologische waarde kan worden teruggebracht. Er komt natuurlijk ook een ecologische zone. De in deze motie genoemde punten zijn wat ons betreft prima, maar ik laat het oordeel erover aan de raad. Wethouder ZWART: Voorzitter. Een jaar geleden zijn we met de samenwerking IDD gestart: met de TU, met de provincie, met de MRDH en met de Bedrijvenkring Schieoevers. Aan de ene kant is het heel mooi hoe bekend wij er al mee zijn en hoe graag wij daar stappen in willen zetten; dat is echt heel mooi. Tegelijkertijd is het goed om te beseffen dat we nu, na een heel andere samenwerking in de afgelopen jaren, die samenwerking echt met elkaar opzoeken. Zoals u ook in de Kadernota heeft kunnen lezen, werken we ook aan een overkoepelende visie op dit hele gebied, zodat u die kaders kan meegeven en daarop kan sturen. Ik leg meteen de koppeling naar de moties. De motie van D66 en een heel aantal andere partijen geeft aan wat een aantal fracties in zo'n overkoepelende visie belangrijk vinden.

Ik vind het echt aan u als raad om daarin keuzes te maken, maar dit is wel een motie die daarin stuurt en kaders meegeeft en ons als college in die zin helpt om in die visie vanuit de gemeente aan te geven wat wij belangrijk vinden en waar onze raad straks naar kijkt. De motie is in die zin dus uitvoerbaar. We hebben daar geen bezwaar tegen. De motie van GroenLinks ligt iets anders. Dat komt vanuit de behoefte - die snapt het college heel goed - om echt betrokken te zijn bij die uitvoering van het Innovatiedistrict. U geeft aan dat u die overkoepelende visie wat abstract vindt en dat u daar dichter op wil zitten. U pakt hier een schaal waarop, in uw eigen woorden - u zegt het eigenlijk al uitwerking plaatsvindt. Dit zijn dus geen kaderstellende producten. Dit is uitwerking van andere producten. U gaat dus in het "hoe" zitten. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Ik wil graag citeren uit de aanbiedingsbrief bij de Campusvisie, waarin de TU Delft het zelf "een strategisch kader voor ruimtelijke ontwikkelingen op de campus in Delft" noemt. "Zij fungeren als toetsingskader voor toekomstige vastgoedbeslissingen." Het is dus wel degelijk een strategisch kader voor de uitwerking van ontwikkelingen op de campus.

28

Wethouder ZWART: Nu gaan we de techniek in van twee verschillende organisaties die producten maken die van elkaar verschillen. Wij hebben daarover het gesprek met de TU: welk type producten maken jullie, welk type producten maken wij en hoe kunnen we daarop goed samenwerken? De kern is dat als de TU iets "een visie" noemt, wij dat niet per se "een visie" noemen. Dat is in onze wereld niet per se een visie. Als de TU zegt dat iets kaderstellend is, is dat in onze wereld niet per se kaderstellend. Daar hebben we dus echt betere gesprekken met elkaar te voeren om elkaar beter te snappen en dus ook op het juiste niveau, op de juiste schaal en ook op het juiste moment in het proces elkaar te vinden. Naar de mening van het college begint dat echt bij die overkoepelende visie waarin we elkaar vinden en waarbij u als raad ook echt die kaders kan meegeven. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Ik hoor wethouder Zwart eerst zeggen: het ontwikkelen van een gemeenschappelijke visie van alle betrokken partijen. Dan hoor ik haar opeens zeggen dat de visie van de TU niet per se de visie van de gemeente hoeft te zijn.

Om dit zichtbaar te maken: eerst stond er een tramtracé gepland tot aan het zuidelijkste puntje van het TU-gebied, vervolgens zegt de TU dat zij dat niet wil, waardoor dat tracé ergens bij het sportcentrum eindigt, en vervolgens wordt nu weer gezegd dat we kunnen gaan kijken of het tracé wél helemaal doorgetrokken zou kunnen worden. Wat blijft er dan over van een gemeenschappelijke visie? Mevrouw WATTEL (GroenLinks): De gemeente wordt gewoon betrokken bij de uitwerking van de gebiedsvisie van de campus. Dat doen we dus in samenwerking; die werken we samen op. Ziet u dan niet het belang van meer betrokkenheid van de raad bij die gebiedsvisies in het kader van samenwerking en ook draagvlak? Want het zou toch normaal moeten zijn dat we als raad bij dit soort ontwikkelingen betrokken worden? Wethouder ZWART: Wat de eerste vraag van Hart voor Delft betreft: het punt dat ik maakte is dat als de TU het over "een visie" heeft, dat niet per se ook in onze wereld een visie is. Het gaat dus over de term: betekent het één hetzelfde als het ander? Daar verschillen onze werelden. We zijn andere organisaties en we gebruiken soms dezelfde woorden voor héél andere producten. Daar moeten we elkaar meer zien te vinden. Ik had het dus niet over de inhoud, want natuurlijk brengt elke organisatie haar eigen belang en haar eigen meningen in, maar daar gaan we elkaar in vinden.

Dat is het proces waar we in zitten, maar ik had het nu over de terminologie. Dan de vraag van GroenLinks over de betrokkenheid bij deze producten. Bij de gemeente is die ambtelijk; dat is dus echt uitvoerend. Dat niveau is ook logisch voor dit type product, voor wat het is. Tegelijkertijd zien we echt dat die samenwerking beter kan; dat zien we aan beide kanten. Daarom voeren we dat gesprek met elkaar om eerst elkaar beter te begrijpen: welke producten maakt de één, welke producten maakt de ander en waar kunnen we elkaar op een goede manier in vinden, ook zeker in samenwerking met de raad? Waar is dat logisch en waar is dat ook zinvol voor u als raad? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Die functiemenging is inderdaad een belangrijk punt. Het college geeft een aantal beperkingen waarom wonen en dat soort functies nu niet zijn gelukt; daar zijn allerlei redenen voor. Wat was de insteek van de TU Delft toen dit tijdens de gesprekken onderzocht werd? Wethouder HUIJSMANS: Toen deze gesprekken startten - dan heb je het wel over een behoorlijke tijd geleden - ging het met name om het kunnen realiseren van de lopende ontwikkelingen voor de verschillende panden die nu eindelijk gebouwd gaan worden. Toen was er nog niet heel uitgebreid een afspraak gemaakt over bijvoorbeeld studentenwoningen, want je hebt het dan echt over 2016, 2017.

Dat is dus echt nog voordat alle gesprekken over studentenwoningen startten. 29

De heer VAN DER STEEG (PvdA): In de literatuur zien we dat de "urban city"functiemenging en dat soort termen er toen eigenlijk al waren; die worden ook op de TU Delft gepredikt in de faculteit Bouwkunde en in de opleiding Stedenbouwkunde; dat kan ik weten. Hebben ze dan helemaal nooit iets gezegd? Hebben ze dat nooit genoemd? Wethouder HUIJSMANS: Dat is misschien een vraag voor de wethouder Wonen, maar het kunnen realiseren van extra woningen op de TU-campus is echt pas later in de tijd een stevig item geworden. Tot die tijd is er nog heel lang vanuit de TU gezegd dat de campus is bedoeld voor onderwijsactiviteiten en wellicht bedrijvigheid en onderzoek die direct gerelateerd zijn aan de campus. Die meer open houding kwam later. Er is op een gegeven moment een convenant gekomen. Toen ging het raam al een beetje open. Pas daarna is het zoeken naar goede locaties op de campus ook de eerste stap geworden, mede door de discussie hier in de raad over "moet er niet veel meer gewoond worden?" en ook door de discussie over woonoverlast; we kennen al die discussies. Daar zal wethouder Schrederhof nog wat over zeggen. De VOORZITTER: Aanvullend, want de wethouder heeft al het nodige gezegd. Wethouder SCHREDERHOF: Ik zal proberen het kort te houden. Er is een reguliere samenwerking tussen de TU, DUWO en de gemeente om naar plekken te zoeken voor studentenhuisvesting.

Tegelijkertijd brengen wij ook altijd gezamenlijk de prognoses in beeld: wat hebben we en wat moet erbij? Ik onderschrijf het pleidooi van mijn collega Huijsmans zeer: de lijn is echt een tijdlang geweest dat het de plek is waar onderwijs wordt gegeven. Dat is op dit moment echt volledig gekanteld, want we hebben op dit moment echt een heel productieve zoektocht met de TU om juist op de campus plek te vinden. Daar lopen we straks natuurlijk ook tegen een aantal belemmeringen aan die je in alle ruimtelijkeordeningsprocedures ziet, maar het is echt op verzoek van de TU in gemeenschappelijkheid met DUWO om op de campus plek te vinden. We hebben drie plekken geselecteerd. Als we die allemaal kunnen realiseren, kunnen we een redelijk volume kwijt. Dat zit dan ergens op 1.000 tot 1.200 woningen. Die zoektocht is nu echt in gemeenschappelijkheid ingezet. Wethouder ZWART: Voor de duidelijkheid: we snappen de oproep tot samenwerking in de motie van GroenLinks, maar de motie wordt nu in deze vorm wel ontraden vanwege de operationele kant waar de motie nu op aanvliegt. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ik hoorde net iets over die boete. Hoe hoog is die boete? Ik zeg maar wat: als die boete bijvoorbeeld € 10.000 is, is dat te overzien. Daarop krijg ik graag antwoord van de wethouder.

De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Ik denk dat de ingewikkelde materie door de toelichting van het college begrijpelijk is. Ik heb wel een vraag over de motie Elke meter groen telt. De wethouder geeft aan dat het een vrije kwestie is, omdat er overkoepelend beleid komt. Daarom is het helemaal aan de raad om dat hier nu al te doen. Maar we hebben dan de vraag wat de motie op dit moment toevoegt. Op dit moment is er bijvoorbeeld al een stadsecoloog die meekijkt bij allerlei plannen. We hebben, om maar wat te noemen, de Klimaatmaat; die zijn daar ook druk mee bezig. Al deze onderwerpen zijn dus al in het vizier. Ik heb dus de vraag aan het college wat de motie op dit moment toevoegt. Voegt zij echt iets toe? Kan het college daar specifiek op ingaan? Verder hebben wij geen aanvullende vragen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. De heer Analikwu herinnerde mij er na de vergadering van vorige week aan dat in het SP-verkiezingsprogramma staat dat we delen 30

van de grond van de TU willen onteigenen, zodat we daar studentenwoningen kunnen bouwen. Eigenlijk zei de heer Analikwu dat we de hele TU wilden onteigenen, maar dat is gelukkig niet zo; op dat punt kan ik u geruststellen. Maar het is waar dat de SP bereid is om ver te gaan voor woningen op het gebied van Technopolis. Waar de SP tien jaar geleden nog een roepende in de woestijn was, staat de SP nu niet meer alleen. Zelfs de TU zegt nu dat ze woningen wil op de campus, ook op Campus Zuid. Onteigenen lijkt me dus niet meer nodig, maar de volgende stap, de daad bij het woord voegen, is voor veel partijen nog een brug te ver. Er worden allerlei procedurele redenen aangevoerd, zoals vertraging en dergelijke, alsof deze gemeenteraad niet de baas is in de stad maar slechts een uitvoerend orgaan dat ervoor moet zorgen dat de beslissingen zo goed mogelijk uitgevoerd worden. Ik mis leiderschap bij de coalitiepartijen. Misschien komt dat door mijn achtergrond als ondernemer. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): We hebben allemaal de beantwoording van de wethouder gehoord. De heer Van der Sluis heeft het in zijn eerste termijn grondig ontkend, maar het opknippen van het plan heeft wel degelijk technische en financiële gevolgen. Wat zegt de SP daarover? Die vertraging gaan we dus wel krijgen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik ontken niet dat er procedurele gevolgen zijn.

Dat is waar, maar als in een bedrijf een dergelijk voorstel op tafel zou komen bij de directie terwijl dat niet voldoet aan de bedrijfsvisie, is het heel simpel: dan wordt dat plan van tafel geveegd, ook al gaat daarbij veel geld verloren. Anders zou je het als bedrijf niet volhouden in deze huidige markt. Maar zo gebeurt dat niet in Delft, terwijl het hier gaat om een omgevingsplan, een van de bevoegdheden van de raad, waarbij de raad niemand iets verschuldigd is, ook niet aan de TU, de eigenaar van de grond. Mij bekruipt het gevoel dat het hier andersom is, namelijk dat de TU Delft de gemeenteraad heeft onteigend en zelf heeft besloten over dit bestemmingsplan. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik weet dat de heer Analikwu niet gebruik heeft gemaakt van de tweede termijn, maar ik ben toch benieuwd of hij bereid zou zijn om onze vragen te beantwoorden. De VOORZITTER: Ik kom straks aan het eind bij de heer Analikwu. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Voorzitter. Onze fractie heeft echt geworsteld met de vraag of we voor dit bestemmingsplan zouden stemmen, maar we steunen het, omdat we een aantal ontwikkelingen belangrijk vinden, zoals al eerder is gezegd. In reactie op de uitwerking van ambtelijke gebiedsvisies: dat is de afgelopen decennia zo gegroeid, maar dat wordt in andere gemeenten echt anders gedaan.

Daar wordt echt ook belang gehecht aan draagvlak en samenwerking. Waarom de raad daar niet bij betrekken? Die vraag hebben wij dus nog voor de wethouder. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Ik zal proberen het kort te houden. Het is fijn om te zien dat onze voorstellen redelijk breed worden ondersteund. Ik ga kort in op de vragen van Hart voor Delft in de eerste termijn. Ik kan ze niet helemaal volgen. We werken in dit gebied samen met de TU aan de IDD-visie. Daar wordt hard aan gewerkt. Met de motie die wij vandaag hebben ingediend, geven wij daarbij punten mee voor de verdere inzet van het college. Ik snap dus niet helemaal waar die vragen vandaan komen. Nog heel kort over de vraag van de heer Van der Steeg wat de motie over het groen precies toevoegt. Het alternatief is dat we bijvoorbeeld de Nota Groen afwachten. We weten helemaal niet wat daarin komt. Als dat ons niet bevalt, moeten we daar weer overheen. We kunnen nu in de tussentijd al met zekerheid actie maken met de nieuwe houding die in ieder geval D66 wil aannemen op groen, zodat we verder kijken dan alleen het aantal bomen 31

tellen en zodat we ook al het andere groen op waarde schatten. Dat is wat we met deze motie doen. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Allereerst nog even voor de scherpte, ook naar aanleiding van de aanvullende vraag van Onafhankelijk Delft: we hebben niet aangegeven dat we een claim verwachten bij niet instemmen. Er is ook niet een boete of zoiets aan de orde, maar we verwachten dat het niet nemen van het besluit onderuitgaat in een juridische procedure, want dat zullen de benadeelden zeker aanhangig maken: "waarom heeft de raad uiteindelijk niet ingestemd?". Op dat moment heeft de benadeelde partij de mogelijkheid om een claim in te dienen. Dat is de situatie die zich dan voordoet. Dit ter aanvulling. Wethouder ZWART: Voorzitter. Voor mij is er de vraag waarom de raad niet bij die meer uitvoerende kant wordt betrokken, aangezien dit in andere gemeenten anders gaat. Laten we een paar van die andere gemeenten pakken, zoals Leiden. Leiden Bio Science Park is een samenwerking die twintig jaar geleden is gestart, ook heel rustig aan, met beetje voor beetje elkaar beter leren kennen en aan dat ecosysteem bouwen. Brainport is bijna 30 jaar geleden gestart. Wij zijn één; in die zin denk ik dat we met zo'n integrale visie echt al heel grote stappen nemen in die samenwerking en dat we niet in één keer alles kunnen turnen.

Dat zien we nu ook met de gesprekken die we hebben om elkaar beter te begrijpen. Ik denk dat dit een heel logische eerste stap is om eerst te snappen "in welke wereld leven jullie, in welke wereld leven wij en hoe kunnen we die langzaam beter met elkaar verbinden?" De heer VAN DER SLUIS (SP): "Wij zijn één", zegt de wethouder. Ontkent zij daarmee dat er verschillen van belangen zijn tussen de stad en de universiteit? Mevrouw WATTEL (GroenLinks): De campus in Twente is ook al dertig jaar met deze manier van werken bezig. Andere campussen om ons heen zijn dus een stap verder. Ik denk dat de motie een mooie volgende stap is. Wethouder ZWART: Eerst naar de SP: met "wij zijn één" doelde ik erop dat wij nu één jaar bezig zijn met het Innovatiedistrict Delft, met die samenwerking. Bij Brainport zijn ze nu 30 jaar bezig en in Leiden 20 jaar. Wij zijn nu één jaar bezig met die samenwerking; in goed Nederlands is dat een "triple helix"-samenwerking, maar uiteraard met onze eigen belangen die wel steeds dichter bij elkaar komen, zoals wethouder Huijsmans al aangaf. Het is niet zo dat we in compleet verschillende werelden leven. Nee, we kunnen echt samenwerken aan dat ontzettend mooie Innovatiedistrict Delft, dat echt onderdeel kan worden van onze stad. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het punt van GroenLinks niet helemaal kon volgen.

De VOORZITTER: Mevrouw Wattel, kunt u uw vraag herhalen? De wethouder kon het niet helemaal volgen. O, u heeft geen tijd meer. En het was een statement. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Er was nog een vraag van de PvdA over het groen. De motie over natuur kan eraan bijdragen om in te zetten op de robuustheid van de ecozone. De vraag is eigenlijk: voorkom dat het overal versnipperd een beetje terugkomt en zorg voor aaneengesloten goede groencompensatie, met ook werkelijk goede natuurwaarden. We zien wel een kans om daar wat steviger op in te zetten naar aanleiding van deze vraag. Die is ook best wel in de geest van de mooie Nota Groen, die nog uw richting op gaat komen. De VOORZITTER: Zijn er behalve de heer Van der Steeg nog anderen die naar aanleiding van de reactie van het college nog iets willen zeggen? Want anders gaan we straks de beraadslaging sluiten. Nee, alleen de heer Van der Steeg. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik heb een korte vraag over bijvoorbeeld het derde dictum, "zo veel mogelijk gelijke natuurwaarde (dichtheid en omvang) terug te brengen": is dat wel uitvoerbaar? 32

Wethouder HUIJSMANS: Ik ben natuurlijk geen ecoloog, maar ik krijg terug dat in het gebied uiteindelijk ook een ecologische zone zal worden aangelegd. Die zit ook in het bestemmingsplan, in de mogelijkheden, maar door er met deze bril naar te kijken, zorgen we dat het goed aan elkaar verbonden is. Er zit technisch gezien dus echt een meerwaarde in om het op deze manier te benoemen. De heer TREFFERS (Volt): Een puntje van orde: zouden we een minuutje mogen schorsen, zodat ik even met de fractie kan overleggen? De VOORZITTER: Een minuutje. Uitstekend. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Ik geef de heer Treffers het woord, want hij vroeg om de schorsing. Ja, u vroeg om de schorsing. Dan heeft u altijd de plicht om terug te koppelen wat daaruit gekomen is. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik heb straks een stemverklaring. De VOORZITTER: Betekent dit dat ik de beraadslaging kan sluiten en dat alle moties en het amendement gehandhaafd worden? Dat is het geval. Ik sluit dus de beraadslaging en we gaan over tot de stemmingen. In stemming komt amendement 7.1.A (Meter meer voor innovatieve bedrijvigheid) van D66, de ChristenUnie, GroenLinks, STIP en Volt. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter.

Wij zullen voor alle moties en het amendement stemmen waarvan we denken dat ze het plan in ieder geval beter maken. Dat geldt dus ook voor het amendement. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Omdat mijn werkgever een van de indieners van een zienswijze is over de bouwhoogte, zal ik me bij dit amendement onthouden van stemming. De VOORZITTER: Uitstekend. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met 33 tegen 3 stemmen, waarbij mevrouw Grobben en de heer Stoop van Hart voor Delft en mevrouw Timmermans van Onafhankelijk Delft ertegen hebben gestemd en de heer Valk van het CDA zich van de stemming heeft onthouden. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Mevrouw Janssen was even uitgelogd uit het systeem en had graag mee willen stemmen. De VOORZITTER: Mevrouw Janssen wenst dan geacht te worden voor het amendement te hebben gestemd. Dat hebben we genoteerd, mevrouw Janssen. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Mevrouw Timmermans heeft fout gestemd en wenst geacht te worden voor de motie te hebben gestemd. De VOORZITTER: Die nemen we dan nog even mee; we zijn soepel.

33

Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Datzelfde geldt voor twee leden van Hart voor Delft. De VOORZITTER: Goedemiddag! Wat hebben wij? Het einde nadert. Het reces breekt haast aan. Ik wil u vragen om nu echt stil te zijn, want er is erg veel geluid, zowel achter me als voor me. Dus echt stilte. Er is gestemd. Er zijn 33 stemmen voor plus nog 3 erachteraan. Dat betekent volgens mij dat het vrijwel unaniem is. Wie heeft er tegengestemd? Niemand. Dan is het amendement gewoon unaniem aangenomen. Dat hebben we bij dezen afgeregeld met elkaar. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik wil toch vragen of het iets stiller kan zijn in de zaal, want ik merk gewoon dat we door al het rumoer geen concentratie kunnen opbrengen om het goed te doen. De VOORZITTER: Ik heb dat al gevraagd als voorzitter. Volgens mij is het inmiddels ook stiller geworden. Ik ga er ook heel streng op letten. Dus don't worry; het gaat helemaal goed komen. In stemming komt motie 7.1.1 (Bouw studentenwoningen op de Campus Zuid) van de SP en Volt. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. We vinden het erg jammer dat de SP en Volt bij de feitelijke onjuistheden blijven, terwijl ze in de commissie ook hebben aangegeven de ontwikkeling van bijvoorbeeld de sportvereniging mogelijk te willen maken.

Dit is echt onverstandig en zou heel veel vertraging opleveren. We blijven bij onze stem tegen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. We kunnen ons vinden in de kern van de zorg van de SP en Volt, maar omdat dit uiteindelijk tot vertraging zou leiden en we daartegen zijn, zullen we tegen deze motie stemmen. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Ik vind dat mevrouw Van den Berg het heel mooi heeft gezegd en daar sluiten we ons graag bij aan. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 11 tegen 27 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP en Volt ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.1.2 (Campusplannen in goede banen) van D66, STIP, het CDA, de VVD en GroenLinks. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 33 tegen 5 stemmen, waarbij de fractie van Hart voor Delft ertegen heeft gestemd. In stemming komt motie 7.1.3 (Creëer lokaal draagvlak voor campusontwikkelingen) van GroenLinks. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Wij hebben het college gehoord. Toch zien wij deze motie eigenlijk ook als een aansporing tot contact. In die zin zijn er mooie nuanceverschillen met de voorgaande motie. Deze motie zullen wij steunen.

34

Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Zoals we al aangaven, begrijpen we de vraag van GroenLinks heel erg, maar deze motie vinden wij echt niet kaderstellend. Wij zullen er dus tegen stemmen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Wij staan altijd erg sympathiek tegenover moties waarin de raad meer betrokken wordt, maar deze motie vinden we te uitvoerend. Daarom zullen wij ertegen stemmen. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 16 tegen 22 stemmen, waarbij de fracties van de ChristenUnie, GroenLinks, de PvdA, de SP en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.1.4 (Elke meter natuur telt) van D66. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 28 tegen 10 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft, de SP en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Wij stemmen tegen, omdat wij niet alleen om procedurele redenen voor een voorstel stemmen, zoals andere partijen doen, terwijl er in dit voorstel geen plaats voor studentenwoningen is gereserveerd. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Dit was de reden waarom ik wilde schorsen, want wij vinden dit echt heel ingewikkeld.

Heel kort: inhoudelijk zijn we het eens met de ontwikkeling binnen het grote plaatje, maar tegelijkertijd durven wij nu met de informatie die we hebben en met het nog wachten op de visie van het college niet te zeggen dat we voor dit stukje zomaar ja kunnen zeggen. Daarom zullen wij, wel met een zwaar hart, tegenstemmen. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Wij vinden het jammer dat wij geen goede antwoorden op onze vragen hebben gekregen. Voor de rest sluiten we ons aan bij de stemverklaring van de heer Van der Sluis. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 27 tegen 11 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP en Volt ertegen hebben gestemd. De VOORZITTER: Ik geef het voorzitterschap over aan de heer Valk, want we gaan naar een onderwerp waarbij ikzelf als portefeuillehouder het woord moet voeren. (De heer Valk neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de burgemeester.) 120. Brief van het college van B en W inzake terugblik jaarwisseling 2023-2024 (nr. 2416219). De VOORZITTER: Er zijn drie moties aangekondigd. Die staan ook op het RIS. Zoals gebruikelijk begin ik bij de eerste indieners van de moties. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter.

In de commissiebespreking zei de VVD al dat wij het niet normaal vinden dat hulpverleners worden aangevallen, dat een supermarkt wordt belegerd en dat er illegaal vuurwerk in Delft wordt afgestoken. Wij vinden het ook niet normaal dat bewoners bang in hun huis zitten omdat hun flat onder vuur ligt. Wij zijn blij met de inspanningen waarvan de burgemeester heeft toegezegd die te gaan leveren, onder 35

andere het bij de volgende jaarwisseling instellen van cameratoezicht op de risicolocaties, zoals bij de betreffende supermarkt. Dit sluit ook aan bij de wens van de omwonenden die ik hierover heb gesproken in de voorbereiding op dit agendapunt. Nee, cameratoezicht kan niet altijd alles 100% voorkomen, maar we kunnen er wel voor zorgen dat de beelden bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden om mensen achteraf op te sporen. Aan de voorkant kan het ook een afschrikwekkend effect hebben. Wij verwachten dan ook dat de burgemeester bij onze aanstaande jaarwisseling niet zal twijfelen om ook een repressieve aanpak in te zetten. Ter ondersteuning hiervan dienen wij een motie in waarmee we onze afschuw over het verloop van de jaarwisseling uitspreken en waarmee we de burgemeester de ruimte geven om de instrumenten in te zetten die zij nodig acht om herhaling van de afgelopen jaarwisseling te voorkomen. De heer JAFF (GroenLinks): Welke aanleiding ziet u om aan te nemen dat de portefeuillehouder instrumenten in haar instrumentenkistje heeft die zij nog niet inzet? Mevrouw VOOGT (VVD): Ik denk dat er met elkaar altijd wel instrumenten te bedenken zijn die in ieder geval ingezet kunnen worden. Wat wij eigenlijk willen, is de burgemeester ondersteunen en laten weten dat wij het heel fijn vinden dat zij alle beschikbare instrumenten gaat en kan inzetten en daarbij ook niks zal laten.

De heer JAFF (GroenLinks): Welk instrument is er nu ter beschikking dat nog niet ingezet wordt en waarvan deze motie de inzet mogelijk maakt? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Bedoelt de VVD met "alle instrumenten" echt alle instrumenten? Betekent dit bijvoorbeeld dat alle jongeren in die wijk gefouilleerd zouden mogen worden, bijvoorbeeld alleen omdat zij jongeren zijn in die wijk, om maar te voorkomen dat er straks vuurwerk gegooid wordt? Doet de burgemeester niet al wat ze kan met haar instrumenten? Mevrouw VOOGT (VVD): Ik denk dat dit een mooi voorbeeld is. Daarmee kan ik volgens mij beide vragen tegelijk beantwoorden. Als er gedoe is rondom een jaarwisseling, kun je de APV aanpassen en kun je het als risicogebied aanmerken. Als er aanleiding toe is, kun je mensen inderdaad preventief fouilleren. Dit zijn volgens mij prima instrumenten die we zouden kunnen inzetten en aanvullen. Ik zeg niet dat we ze moeten inzetten. Het al dan niet inzetten daarvan laat ik vooral aan de beoordeling van de burgemeester. Wij zouden het mooi vinden als we ons als raad hierover in ieder geval kunnen uitspreken. Vandaar dat we de motie indienen. Ik wil even stilstaan bij de andere moties. De motie van Hart voor Delft vinden wij ontzettend sympathiek.

Wij vragen ons wel af - misschien kan de portefeuillehouder daar een antwoord op geven - of, als het opsporen van illegaal vuurwerk prioriteit krijgt, dat niet ten koste gaat van andere taken van de politie. Die vraag kan straks misschien ook door mevrouw De Jongh Swemer beantwoord worden. Wij zijn zeker geen voorstander van de motie van GroenLinks over het verbieden van vuurwerk; dat is feitelijk waar die motie om vraagt. Daar zullen we zeker tegen stemmen. Door de fracties van de VVD en Onafhankelijk Delft wordt motie 7.4.1 (Afschuw over verloop van de jaarwisseling 2023-2024 en steun voor preventieve en repressieve maatregelen) ingediend: "De gemeenteraad, in vergadering bijeen op 11 juli 2024 ter bespreking van de brief van het college van B en W inzake terugblik jaarwisseling 2023-2024 (nr. 2416219), overwegende dat: 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14513922/1