CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raadsvergadering 1 februari 2024

Raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 1 februari 202450.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Als raadsleden zijn we het er allemaal over eens dat we samen met de stad de definitieve versie moeten gaan schrijven. We hebben daarom samen met de PvdA, met dank voor de samenwerking, een motie ingediend om het college te vragen om goed in te gaan met de inbreng van de inwoners en om een terugkoppeling op hoofdlijnen te geven over wat er met hun inbreng is gedaan. STIP vindt het belangrijk om duidelijkheid te geven over het vervolgtraject. Daarom de vraag of de wethouder een vooruitblik kan geven op de vervolgstappen. Het is wat ons betreft verder in ieder geval niet nodig om hiervoor de uitwerking van de definitieve versie stil te leggen of te vertragen, waar in verschillende moties wel om wordt gevraagd. De Rode Loper moet de entree van de stad aantrekkelijk maken. Deze moet daarom verder worden doorgezet om echt effectief te zijn. We vinden het belangrijk dat er ook een open gesprek plaatsvindt met experts en betrokken partijen, zoals de Fietsersbond. Samen met D66 - ook hier bedankt voor de samenwerking - vragen we daarnaast om van de entree van de binnenstad ook bij het verlaten van de parkeergarages een hartelijke ontvangst te maken.

Samen met partijen zoals het Platform Bezoekerseconomie kunnen we ervoor zorgen dat de bezoekers aan de stad niet meer verdwalen maar met een warm welkom de stad binnen zullen komen en verleid zullen worden om na hun bezoek nogmaals terug te keren. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. De Rode Loper is mislukt, maar ik ben er ook niet voor om hier weer heel veel geld in te gaan stoppen. Dus laat maar zo en kijk of je hier en daar misschien iets kan verbeteren, maar neem wel de lessen mee voor de rest van de binnenstad. Wat het parkeren betreft: ik denk dat de inspraak er wel zal komen. Ik ben heel blij met het initiatief van mevrouw Van den Berg om zelf informatie op te gaan halen; ik juich het altijd toe als mensen SP-methodes overnemen. Ik hoop wel dat de inspraak tot iets gaat leiden, 44

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

maar ik heb daar een zwaar hoofd in. Als ik de gemeenteraad zo hoor, vinden eigenlijk alle partijen dat er niet alleen daadwerkelijk geluisterd moet worden maar dat daar ook maatregelen uit moeten volgen. Er zijn heel veel specifieke gevallen genoemd van problemen die bewoners zien. Ik hoop echt dat de wethouder ook straks weer zegt: we gaan daar dingen aan doen; ik ga op dat gebied stappen nemen. Want aan windowdressing, wat een aantal moties van vandaag toch echt zijn, heeft de stad natuurlijk helemaal niks. Volgens mij is dat genoeg over dit lange onderwerp over de binnenstad. De VOORZITTER: Het is helder dat u zorgvuldig omgaat met uw spreektijd. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. In mijn portefeuille valt het project Autoluw; misschien moet ik net als de stadsbouwmeester zeggen: een wandelvriendelijke binnenstad. We horen in het debat natuurlijk dat dit heel duidelijk twee kanten heeft. Enerzijds gaat het om het beleven van de stad en om het genieten van de stad en tegelijkertijd gaat het over veel zorgen die mensen hebben bij een andere toekomst en wat die betekent. Ik heb hier in het debat maar vooral ook juist bij heel veel mensen in de stad gemerkt dat dit geen zwartwitdebat is. Vanuit de VVD wordt een beetje de suggestie gedaan dat de vraag is of we hiermee door moeten of niet, maar dat is niet de vraag.

Er zijn mensen die tegen het nu autoluw maken van dit stuk zijn, maar zij zijn wel heel erg voor het beter beleven van de stad, vergroenen en klimaatadaptatie. Er zijn ondernemers die mij zeggen: "Ja, ik heb die petitie ondertekend, maar je moet weten dat ik wel voor autoluw ben. Maar ik mis wel dat verhaal. Dat verhaal wil ik horen, maar ik ben wel voor autoluw." Andere mensen zeggen: ik ben hartgrondig voor autoluw, maar je moet wel goed luisteren naar al die zorgen, want het lukt alleen als we dat op die manier goed en weloverwogen doen. Eerder heeft de raad, ook weloverwogen, het besluit genomen om echt aan de slag te gaan met autoluw. Dat kwam natuurlijk voort uit het feit dat we eerder een stuk autoluw hebben gemaakt en dat dat een enorme kwaliteit heeft toegevoegd aan de stad. Ook daar waren destijds heel veel zorgen en heel veel discussies over. Nu kan je je niet meer voorstellen dat je met de auto door de Choorstraat rijdt, maar toen ik in Delft kwam wonen, was dat toch echt zo en parkeerden we op de Markt. Dat is natuurlijk de hele doelstelling achter het autoluw of wandelvriendelijk maken van de binnenstad: dat we de stad echt goed kunnen beleven, dat we plekken maken voor ontmoeten en goede looproutes. Nu zijn er plekken en straten in de stad die echt de potentie hebben om dat voor elkaar te krijgen.

Daarnaast heeft de raad tegen het college gezegd: er staan op dit moment allemaal plekken leeg in de parkeergarages; kunnen we niet een win-winsituatie creëren door die plekken te benutten en te investeren in de leefbaarheid van de stad? Daarnaast zijn er de zorgen, die ik heel goed snap. Mensen die nu de auto voor de deur kwijt kunnen, maken zich zorgen: "Hoe zal dat straks zijn? Ik moet een eind lopen." Voor de een is dat vervelend maar niet echt problematisch, maar er zijn ook mensen die slecht ter been zijn. Meneer Analikwu vroeg daar aandacht voor. Dat zijn zorgen. Hoe gaat de loodgieter parkeren? Er zijn allemaal van dat soort vragen en zorgen. Het is superbelangrijk dat we daar goed naar luisteren en dat we dit heel serieus nemen en echt in kaart brengen hoe we hiermee omgaan en hoe we dit een plek geven in de uiteindelijke definitieve regeling. Een heel belangrijk uitgangspunt dat we geformuleerd hebben, is dat het heel belangrijk is dat bezoekers in de toekomst altijd terechtkunnen in onze stad en altijd een plekje kunnen vinden in de parkeergarage, maar ook dat bewoners altijd een plekje kunnen vinden om hun auto te parkeren en dus dat we goed luisteren naar al die zorgen die er zijn.

45

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Ik neem u mee langs de moties en de reacties van het college daarop. Ik waarschuw alvast dat ik dit niet op volgorde doe, maar ik zal steeds heel duidelijk het nummer erbij zeggen. Ik begin met de moties 7.1.9 en 7.1.10 van het CDA, die zeggen dat er moet worden gewerkt met een uitsterfbeleid. We hebben al in de commissie aangegeven dat het college zich daar niet in kan vinden. We zouden daarmee bewerkstelligen dat er tien jaar of nog veel langer een situatie ontstaat waarin een aantal mensen hun auto wel in de garage gaan parkeren of moeten parkeren en gaan lopen, maar dat de winst op straat eigenlijk nagenoeg niet aanwezig is, want er staan dan nog steeds heel veel auto's in de straat. Dan hebben we dus wel de lasten, maar niet de lusten. Dat is een situatie waar we het niet voor moeten doen. Daar wordt niemand enthousiast van en daarom ontraadt het college deze moties. De heer VALK (CDA): Het antwoord verbaast mij een beetje. Ik keek in de voorbereiding van dit debat naar de lijst van openstaande toezeggingen. Daarin staat een toezegging van wethouder Van Vliet dat hij een uitsterfbeleid met betrekking tot parkeervergunningen mee wil nemen in de plannen. Toen hadden we het juist over parkeerruimte in de binnenstad. Ik vraag me dus af wat de wethouder met zijn eigen toezegging heeft gedaan.

Wethouder VAN VLIET: Ik kan me heel goed voorstellen dat we gaan werken met een uitsterfbeleid, maar niet op het punt van het parkeren in deze zone, maar als het over andere delen gaat. De stip op de horizon, die is vastgesteld in het Mobiliteitsplan Delft, is uiteindelijk het volledig autoluw maken van de binnenstad. Destijds is door de ChristenUnie gevraagd of het, als we toch weten dat volledig autoluw de stip op de horizon is, niet een idee zou zijn om mensen die nieuw komen in de binnenstad, geen vergunning meer te geven. Dat moet je niet doen in een gebied dat je nu met voorrang al volledig autoluw gaat maken. In die zin is dit voor dit gebied niet geschikt. Voor de rest van de binnenstad is dit een optie. En inderdaad, zoals toegezegd komen we daar als college op terug. Dan gaan we het hebben over visieontwikkeling. We hebben natuurlijk de handtekeningen ontvangen van mensen die de visie en de achtergrond achter deze plannen willen zien. In de afgelopen jaren is heel veel visie ontwikkeld. Die is ook hier in de raad geweest, niet alleen in het Mobiliteitsplan maar ook in de omgevingsvisie, die een heel stuk over de binnenstad bevat. Een heel deel van het bestemmingsplan gaat over sfeergebieden.

Maar wij kunnen ons heel goed voorstellen dat bij bijna alle mensen in de stad niet direct op het netvlies staat wat die visies betekenen en hoe ze zich uiteindelijk vertalen naar de plannen die we voor de binnenstad hebben. Dat stuk neemt het college graag op zich. Het college maakt dus graag een stuk waarin het op basis van de visie die vanuit al die verschillende al opgestelde visies en beleidsstukken zijn opgesteld, heel duidelijk een visie geeft op de binnenstad, in het bijzonder gefocust op het stuk autoluw waar we het nu over hebben. Dit gaat overigens over motie 7.1.7 van de PvdA, die daartoe oproept. De motie vraagt niet alleen om het delen van de visie, maar ook om het beschrijven van overwegingen, zorgen en ideeën. Ook dat doet het college met genoegen. Motie 7.1.1 van de VVD vraagt eigenlijk om het opstellen van een nieuwe visie, om die eerst voor te leggen aan de raad en om daarna te kijken of we door willen gaan met autoluw. Dat ontraadt het college. Dit is niet het moment om een heel integraal visietraject op te gaan stellen voor de binnenstad. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Dit was toch wel degelijk de ambitie van het college toen we met elkaar de omgevingsvisie vaststelden, namelijk om die visie op de inrichting van de binnenstad met elkaar op te stellen? Waarom zou dit dan niet het goede moment zijn om die visie op te stellen? 46

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Wethouder VAN VLIET: Vanavond praten we over het autoluw maken van het zuidwestelijke deel van de binnenstad. Dat project is voortgekomen uit de visies die u als raad heeft vastgesteld en waarin u ons de opdracht heeft gegeven om dit uit te rollen. Er zijn mensen die zeggen dat zij geen beeld meer van die visies hebben en die vragen hoe het daarmee zit. Dat betekent dat we dat in het kader van dit project helder moeten maken. U vraagt of we niet een visie zouden maken op de binnenstad. Dat is een interessante vraag. Daar kunnen we het een keer over hebben, maar in het kader van dit project gaat het echt om het inzichtelijk maken van wat de basis is geweest van wat we nu aan het doen zijn. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Op zich is het een mooie geste om te zeggen: we willen nog een keer vertellen waarom we dit willen doen. Maar de vraag in deze motie is van een andere aard: wat krijgen we uiteindelijk op de lange termijn terug in die binnenstad en hoe vertalen de plannen zich in die leefbaarheid, die aantrekkelijkheid, die economie, die parkeerdruk? Dat zijn de vragen waar we een antwoord op willen hebben in de vorm van een integrale gebiedsvisie.

Waarom kan de wethouder daar op dit moment geen antwoord op geven? Waarom kunnen we die visie niet met elkaar vaststellen? Wij willen als stad en als raad graag weten wat over een x-aantal jaren precies de inrichting van de binnenstad is, waarbij rekening wordt gehouden met een autoluwe binnenstad maar ook met de risico's daarvan. Wethouder VAN VLIET: Het besluit dat genomen is over de autoluwe binnenstad, is genomen op basis van visies. Tegelijkertijd is nog niet duidelijk hoe de inrichting eruit gaat zien. Dat is juist een onderdeel van dit traject. We gaan echt kijken naar de inrichting. Daar kom ik straks op. Als u zegt "het is goed dat al die visies er liggen, maar ik wil toch weer opnieuw naar dat geheel kijken", is dat hartstikke goed. Nogmaals, daar kunnen we het over hebben, maar niet als onderdeel van dit project en niet als iets wat we nu opeens moeten doen en waarmee we het project stilzetten. Daar zit volgens mij natuurlijk de crux van ons gesprek: u zegt dat we eerst iets nieuws moeten doen voordat we door kunnen gaan met wat er eigenlijk besloten is, terwijl het college zegt dat het maken van een nieuwe visie prima is, maar dat dat losstaat van dat we dit project aan het uitvoeren zijn. We gaan naar de drieslag van het college. We gaan drie dingen doen.

De eerste vraag is: past het allemaal wel in de garages? De tweede is: hoe gaan we om met de ontheffingen? De derde is: hoe ziet een goede inrichting eruit? Uw moties gaan daar ook over. Krijgen we het parkeren allemaal wel in de garages? De ChristenUnie zegt: is er wel een ventiel en moeten we geen mitigerende maatregelen nemen? De VVD vraagt dat feitelijk ook in haar motie. De VVD noemt het "temporiseren". Ik heb begrepen dat "faseren" wordt bedoeld. Het college vindt het belangrijk dat we dit gecontroleerd invoeren. Bij dezen wil ik daarom toezeggen dat wij echt met een voorstel komen voor de wijze van invoering en dat we daarin aandacht hebben voor mitigerende maatregelen, omdat ook het college van mening is dat er gecontroleerd moet worden ingevoerd. Er is dus aandacht voor mitigerende maatregelen, zoals een gefaseerde aanpak en parkeren op afstand. Ik vertrouw erop dat we daarmee feitelijk aan beide moties tegemoetkomen. Het college wil de motie van de VVD wel als complete motie ontraden, omdat er ook overwegingen in staan waarin het college zich echt niet kan vinden, maar het idee van faseren om daarmee de controle te beheersen, is een goed idee. Dit wil het college graag uitvoeren; dat zeg ik toe. Ontheffingen. Dan komen we bij motie 7.1.8 over de mantelzorgers. In het debatje ontstond eigenlijk gelijk al een gesprek over de vraag wat "mantelzorgers" zijn.

Zijn dat de mensen met een BIG-registratie die dat vanuit een hulporganisatie doen? U schudt gelijk nee. Het 47

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

kunnen familieleden zijn, maar waar ligt dan de grens? Is het ook iemand die twee keer per week met een kopje soep komt? Ik heb in de commissie toegezegd dat wij goed gaan kijken naar al die specifieke groepen, die doelgroepen waar we echt aandacht aan moeten geven. We gaan dat niet alleen met onze mensen van Parkeren doen, maar uiteraard ook met onze mensen van Zorg, de zorgspecialisten en de zorgorganisaties: hoe kom je tot een goed voorstel? Ik zou deze motie dus echt willen ontraden om het college de gelegenheid te geven om met een goed voorstel te komen waarin we ook aandacht hebben voor deze groep mantelzorgers. Dan gaan we naar inrichting, waar de motie van D66 over gaat, specifiek rond de parkeergarages. Het college ziet dat daar een verbeterslag mogelijk is. De vraag is hoe we dat kunnen betalen. Het college ziet dit als een motie die oproept tot het maken van een plan; dan zeg ik maar even: "in lichte vorm". In lichte vorm kan het college aangeven wat de verbetermogelijkheden zijn rond de entrees en de toegankelijkheid vanuit die parkeergarages. Als het uiteindelijk tot investeringen komt, is dat aan de raad. Dan hoort dat in een begrotingsbehandeling thuis. Ik ga naar motie 7.1.12 van Onafhankelijk Delft (Veiligheid aan de gracht) naar aanleiding van het voorval met, zoals Onafhankelijk Delft zei, de heldhaftige jongeman.

Het college heeft daar goed naar gekeken en goed over nagedacht. Er zijn steden die kleine hekjes langs de grachten hebben. De vraag is of we dat ook in Delft zouden moeten hebben. Specifiek in Delft zijn de grachten heel smal. Dat betekent dat mensen dicht tegen de gracht moeten parkeren. Als dat niet kan, sta je gelijk alweer een stukje op de weg, wat lastig is. We horen ook uit andere steden dat dat juist gevaarlijk is, omdat mensen best wel dicht bij de gracht uit de auto stappen, het hekje missen, over het hekje struikelen en daardoor in het water vallen. Kortom, het is echt heel lastig. Ik erken dat wat er gebeurd is, vreselijk is. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Ik bedoel niet zozeer een hekje. Je hebt een soort "betonbroodjes"; zo zal ik ze maar noemen. Die kan je ook bij de parkeerplaats zelf doen, aan de zijkant, zodat je niet de gracht in kan schieten. Wethouder VAN VLIET: Het college vindt het een vreselijk incident. Het is heel erg goed dat het uiteindelijk goed is afgelopen met de inzittende, maar het college ziet dit wel als een incident. Ook voorstellen voor betonnen broodjes en dergelijke ziet het college dus niet als passend in onze binnenstad en ook niet als proportioneel voor de veiligheidssituatie in de binnenstad.

Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Ik wil niet zozeer dat in de hele binnenstad parkeerplekken met die dingen komen, want we gaan het nu juist autoluw maken. Het gaat mij voornamelijk om de zijkant bij bruggetjes. Het hoeft helemaal niet lelijk in het straatbeeld te zijn, want die bruggetjes staan helemaal vol met lelijke fietsen enzovoort. Daar wordt men dus niet zo beroerd van. Het gaat mij er gewoon om dat zo'n auto niet van zo'n steil bruggetje in de gracht kan glijden als het zo glad is. Wethouder VAN VLIET: Ik vind dit interessant. Ik zou bij deze motie eigenlijk zeggen: laten we het hier eens verder over hebben in de participatie. Ik weet dat onze stedenbouwkundige juist heel specifieke ideeën heeft over de inrichting rond die bruggen, want ook hij ziet dat daar allemaal fietsen staan en denkt: zou je juist rond die bruggen niet een kwaliteitsslag moeten maken? Misschien maakt dat het ook een stukje veiliger. Ik vind dat interessant. Ik nodig u echt uit om het in het kader van de participatie eens verder over de situatie rond de bruggen te hebben. 48

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Aangezien wij de enigen zijn die deze motie hebben ingediend en we geen mede-indieners hadden, kunnen wij ook zelf besluiten om deze motie in te trekken, maar dan houd ik u wel aan deze afspraak. Ik ben niet zo'n bedelaar om toezeggingen, maar ik onthoud dit wel. De VOORZITTER: Het is genotuleerd; het is gewoon genotuleerd. Het staat in de notulen, mevrouw Gaal. Dat gaat helemaal goed komen rondom de bruggen. Wethouder VAN VLIET: Dat was motie 7.1.12. Tot slot wil ik ingaan op motie 7.1.6 van de VVD, de motie Alle risico's van een autoloze binnenstad op een rij. Ten aanzien van het tweede dictum denk ik dat uit het voorgaande betoog duidelijk is dat we dat volmondig gaan doen: met mensen in gesprek, goed luisteren, zorgen in kaart brengen. Maar ik zou richting de VVD zeggen: niet alleen risico's maar ook vooral ideeën, kansen en zorgen daarin benutten en concrete acties en reacties daarop geven. Daar gaat het college stevig mee aan de slag. Het eerste dictum gaat echt over een risico-inventarisatie die veelomvattender is: wat is het effect op de markt, de retail, de horeca, de woonmarkt en dat soort dingen? Wij vinden dat in dit kader niet gepast. Dan hebben we het echt over een stevig onderzoek waarin je met partijen aan de slag gaat om dit echt tot in den treure uit te zoeken.

Wij zijn van mening dat we met wat we nu gaan doen, echt recht doen aan de zorgen en risico's die gezien worden in de stad. Daarmee ontraden we deze motie. Tot slot de vraag van STIP hoe we kijken naar de verdere uitrol van autoluw in de binnenstad. De stap waar we nu mee bezig zijn, heeft er, zoals gezegd, mee te maken dat we een stuk autoluw willen maken én dat we in de huidige parkeergarages ruimte hebben die we daarvoor willen benutten. Als we verder willen in de binnenstad, zullen we echt moeten gaan kijken hoe dat zou gaan en wat dat vraagt. Die studie zullen we echt met participatie van de stad moeten gaan doen, maar op dit moment ontbreekt de capaciteit daarvoor en willen we ons focussen op het goed doen van wat nu voorligt. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Er zijn nog twee moties, één over nul emissie en één over verkeersveiligheid. Over die laatste, motie 7.1.3, kan ik heel kort zijn, want die motie loopt eigenlijk vooruit op het advies dat we vanuit het college nog naar de raad zullen sturen. Binnenkort hebben we met belangenverenigingen, onder andere de Fietsersbond, ook een gesprek over mogelijke ingrepen en wat dan te doen. Volgens mij is het goed om op basis daarvan de mind op te maken. Dan over nul emissie.

Ik kan me voorstellen dat er zorgen zijn bij ondernemers: hoe gaat het straks, kan ik mijn bedrijf nog goed exploiteren en zijn er regelingen waar ik gebruik van kan maken? Juist het feit dat we vanaf 1 januari de zone gaan inrichten, betekent dat er op dit moment een logistiek makelaar is die kan meedenken met ondernemers over de manier waarop we hen tegemoet kunnen komen. Want in de tussentijd, toch tot 2030, zijn er nog een aantal stappen te zetten. Er werd net al gesproken over het ingroeimodel. In die periode is er met heel veel regelingen en met maatwerk nog van alles mogelijk voor ondernemers die niet in één stap aan alle eisen kunnen voldoen. Wat dat betreft is de motie overbodig, want als we dit zouden opschorten, zijn dit soort regelingen een stuk ingewikkelder aan te bieden door de gemeente. Juist door het invoeren en nog heel veel coulance kunnen we de ondernemers goed tegemoetkomen.

49

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De VOORZITTER: Geweldig, dat heeft u heel kort en krachtig gedaan. We beginnen de tweede termijn bij mevrouw Van der Vlist en dan ga ik met de klok mee iedereen langs. Mag ik iedereen die moties intrekt, vragen om dat gelijk te vermelden? Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter, ik zou graag willen vragen om een heel korte schorsing om even af te stemmen of wij de motie intrekken. De VOORZITTER: Dan vraag ik eenieder die samen met anderen iets met moties gedaan heeft, om dat ook gelijk te doen. Dan hebben we dat in één klap gehad. De vergadering wordt enige tijd geschorst. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. Als wij goed hebben geïnterpreteerd dat de wethouder naar de raad terugkomt met een uitwerking van hoe hij dit gaat invoeren, hoe faseren daarin zou kunnen passen en welke mitigerende maatregelen daar eventueel bij horen, trekken wij de motie in. De VOORZITTER: Voor de helderheid: dat is motie 7.1.5. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Ja. Namens de VVD mag ik zeggen dat ook de motie Temporiseren wordt ingetrokken. Dat is motie 7.1.4. De VOORZITTER: Is dat ook namens Hart voor Delft en het CDA? Ja. Uitstekend. Zo gaan we vlot door het gebeuren heen. Zijn er nog andere moties die ingetrokken worden? Dan maken we dat even af.

De heer VALK (CDA): Is dit de tweede termijn? De VOORZITTER: Nee, ik inventariseer eerst de moties en dan begin ik de tweede termijn bij mevrouw Van der Vlist, zoals ik dat beloofd had. Dat doe ik weer met de klok mee. Dan weet iedereen waar hij aan toe is. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Wij zullen de motie over mantelzorgers voor vanavond intrekken. Dat is motie 7.1.8. De VOORZITTER: Ik zie verder geen handen. We beginnen nu aan de tweede termijn. Mevrouw Van der Vlist heeft het woord. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Tot zover. De VOORZITTER: Dat is heel fijn. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Ik ben heel blij met de beantwoording door de wethouder. Zoals de heer Analikwu al zei, is de motie bedoeld als aanscherping van wat in de commissie al was gezegd. We zijn er dus blij mee dat het college zich daarin kan vinden. Wij laten de motie wel gewoon staan om haar in stemming te laten brengen. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. We horen in de antwoorden van wethouder Van Vliet de ambitie om samen met de stad de plannen verder vorm te geven, waardoor een groot deel van onze zorgen is weggenomen. Zoals aangegeven zullen wij het participatieproces heel zorgvuldig volgen en controleren, waarbij wij ook zullen kijken of het 50

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

klopt met hoe de Participatieverordening het heeft bedoeld. De wethouder heeft daar ook duidelijk ideeën over. Zou het niet mooi zijn als dat participatieproces gewoon echt helemaal uitgeschreven wordt? Het staat al in stukjes van beantwoordingen, maar zou het niet op een zichtbaardere plek zichtbaar kunnen zijn voor de stad? Ik weet dat "een startnotitie" heel groot klinkt. Dat hoeft nou ook weer niet, maar daar zitten we aan te denken. Daarnaast heb ik door de beantwoording door de wethouder mijn mening over een aantal moties veranderd, bijvoorbeeld over de motie over de integrale visie op de ontwikkeling van de binnenstad. Ook onze twijfel was dat we de pauzeknop niet willen indrukken. Dat is niet het doel waarvoor we hier vanavond zitten. En je maakt er dan eigenlijk ook een verkeerd idee van. Dat willen we dus niet. De andere motie gaat over het verbeteren van de uitgangen van de parkeergarages. We vonden die motie in het begin eigenlijk ook best wel sympathiek. De motie ís sympathiek, maar we zijn vanavond met iets anders bezig. Als er geen dekkingsvoorstel bij zit voor ambtelijke capaciteit om daar meer tijd aan te besteden, heb ik liever dat de ambtelijke capaciteit wordt ingezet voor de participatie waar we mee bezig zijn. Dat is dus mijn stemverklaring. De heer ANALIKWU (D66): Over de dekking heeft de wethouder juist gezegd dat er gewoon ruimte is voor de capaciteit.

Verandert dat de mening van Volt hierover? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Volgens mij stelt u eigenlijk een nieuw plan, een nieuw project voor de binnenstad voor, namelijk "uitgangen parkeergarages". Ik denk niet dat dit het moment is om er eentje toe te voegen. De heer ANALIKWU (D66): Ik constateer dat onder andere Volt afhaakt op het moment dat het hier gaat om de inhoud en de visies van wat wij daadwerkelijk met de stad willen en niet alleen om het proces. Dat is jammer. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik heb gezegd wat ik wilde zeggen. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. Ook ik ben blij met de beantwoording door de wethouder. Het is fijn dat de wethouder actief aan de slag gaat om de stad aan te horen en dat hij aangeeft indien nodig aanpassingen en uitzonderingen te vinden voor specifieke situaties. Dit laat juist zien dat we geen pleisters plakken, maar overgaan tot actie. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. In het MPD 2040 staat op pagina 34 dat de parkeergarages primair bedoeld blijven voor bezoekers. Er staat ook: "Het college wil bewoners en andere belanghebbenden verleiden minder op straat te parkeren." Mijn vraag aan de wethouder is dan ook hoe hij dit "verleiden" ziet in het voorliggende plan en hoe hij omgaat met de tegenstelling ten opzichte van de balans van bewoners- en bezoekersparkeren. De heer VALK (CDA): Voorzitter.

In aanvulling op wat de heer Koelewijn zei: ik krijg het idee dat steeds meer dingen waarvan we dachten dat we daar nog over zouden gaan praten, toch vast lijken te liggen. Ik ben dus een beetje teleurgesteld over het antwoord van de wethouder over de interpretatie van zijn toezegging van vorig jaar dat het uitsterfbeleid eigenlijk over een heel ander gebied gaat dan waar we het vorig jaar over hadden. We hebben hier heel vaak een discussie over de vraag of een toezegging van de wethouder voldoende is om een motie in te trekken. Dan wordt er gezegd: als de wethouder iets 51

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

belooft, moet je geen motie meer indienen, want het wordt beloofd. Maar als de wethouder dan een jaar later zegt dat hij het toch heel anders interpreteert, is dat voor ons heel gek. Daarom handhaven we de moties over het uitsterfbeleid en laten we de raad gewoon een uitspraak doen. De VOORZITTER: Mevrouw Gaal is vertrokken, maar mevrouw Timmermans is er nog wel. Wilt u het woord voeren, mevrouw Timmermans? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Alleen om te zeggen dat we het toch wel jammer vinden dat de motie over mantelzorg is ingetrokken. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Volt heeft gevraagd of wij een notitie kunnen opstellen over participatie. Het fijne is dat we dat al hebben gedaan. Die heeft u ook vastgesteld. Dat is namelijk Delfts Doen! Dat is de Delftse versie van een participatieverordening. Daarop baseren we onze participatie. Dat geeft voor ons ook de richting aan van de stappen die we moeten zetten. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Natuurlijk ken ik Delfts Doen! heel goed. De vraag is ook niet om een nieuwe aanpak te bedenken. Het gaat om het geven van antwoorden op de vragen die Delfts Doen! stelt: wie zijn dan degenen die worden betrokken, wat zijn de stappen, wanneer mag ik meepraten? Het gaat gewoon echt om het uitschrijven van dat proces. Wethouder VAN VLIET: Hier hebben we het echt over de uitvoering.

Het is dus echt aan het college en het projectteam om hier op die manier vorm aan te geven. Dat doen wij natuurlijk. Met elkaar kijken we wie we uitnodigen en op welke manier. Sommige dingen gaan we met een presentatie doen en andere dingen met gesprekken. Uiteraard wordt dat helemaal zorgvuldig ingericht. Dat zijn werkzaken voor het college en de ambtelijke organisatie. Wij komen daarmee dus niet naar de raad, als dat uw vraag mocht zijn. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Komt de wethouder daarmee dan wel naar de stad, zodat de inwoners weten wanneer ze over bepaalde dingen kunnen meedenken en wanneer ze kunnen cocreëren of samenwerken? Wethouder VAN VLIET: Ja, uiteraard, want als wij willen dat mensen mee kunnen praten, moeten ze het weten. Dus dat hoort er uiteraard bij. We geven ook inzicht in de stappen die we doorlopen, op welk moment wij graag iets van de inwoners willen weten of wanneer wij met iets naar buiten komen. Dan het CDA. De toezegging die ik heb gedaan over het uitsterfbeleid, is dat we dat een goed idee vinden om te overwegen bij het opstellen van nieuw beleid. Uw motie zegt: ga het maar doen. Nu verwijt u mij dat ik eerst iets wil overwegen om het misschien te betrekken in het beleid en dat ik geen voorstander van het gelijk maar even doen. Dat kan, maar ik ben toch geen voorstander van uw motie. De VOORZITTER: Ik zie meneer Valk glimlachen.

Ik geloof dat u hem … Ik geef er geen oordeel over. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Ik heb een vraag aan de wethouder gesteld over het verleiden dat in het MPD staat en hoe hij de balans tussen bewoners- en bezoekersparkeren ziet.

52

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Wethouder VAN VLIET: Ik denk dat we in de stukken die u gekregen heeft, heel uitgebreid ingaan op de verhouding tussen bewoners- en bezoekersparkeren. We zeggen echt dat de bezoeker moet kunnen parkeren in Delft en altijd welkom is, maar ook nu, met de nieuwe regeling, moeten ook bewoners altijd een plek hebben. De verhoudingen kunt u heel goed lezen. Ik denk dat het document daar heel goed inzicht in geeft. De VOORZITTER: Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie 7.1.1 (Eerst een integrale gebiedsvisie op de ontwikkeling van de binnenstad) van de VVD, Hart voor Delft en het CDA. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 9 tegen 25 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.1.2 (Neem het voornemen voor een nul-emissiezone voor stadslogistiek eerst op in de integrale visie voor de binnenstad) van Hart voor Delft en de VVD. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 9 tegen 25 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.1.3 (Herstel de veiligheid op de Oude Langendijk) van Hart voor Delft. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VALK (CDA): Voorzitter.

Wij zijn niet gelukkig met de huidige situatie, maar de motie roept op tot herstel van de Oude Langendijk in de oude staat. Daarom zullen wij tegenstemmen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Wij kopiëren de stemverklaring van het CDA. De VOORZITTER: Dat is natuurlijk altijd goed voor het CDA. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 6 tegen 28 stemmen, waarbij de fracties van het Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de SP ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.1.6 (Alle risico's van de autoluwe binnenstad op een rij) van de VVD, Hart voor Delft en het CDA. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 11 tegen 23 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.1.7 (Inzicht in autoluw) van de PvdA, Volt, de ChristenUnie, STIP en D66. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen.

53

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer VALK (CDA): Voorzitter. Wij vinden dat deze motie oproept tot dingen die het college sowieso zou moeten doen, namelijk inzicht geven en de stukken op een rijtje zetten. Daarom vinden we de motie overbodig en stemmen we ertegen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Met deze motie gaan we de zorgen van de stad absoluut niet wegnemen. Wij zullen dus tegenstemmen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 23 tegen 11 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt motie 7.1.9 (Uitsterfbeleid bestaande parkeervergunningen in uitgebreid autoluwplus) van het CDA, de VVD en Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 9 tegen 25 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.1.10 (Overgangsregeling bestaande parkeervergunningen in uitgebreid autoluwplus) van het CDA, de VVD en Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 11 tegen 23 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.1.11 (Verbeter uitgangen parkeergarages) van D66 en STIP. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter.

Met de toezegging van het college dat het met een plan en een financieringsvoorstel komt, zullen we voor de motie stemmen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Wij vinden deze motie een rookgordijn. Daarom zullen wij ertegen stemmen. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ook Onafhankelijk Delft vindt deze motie een beetje overbodig. We hadden liever gezien dat er ingezet werd op het beter begaanbaar maken van trappenhuizen, liften en dat soort dingen, maar niet op de uitgangen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 22 tegen 12 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP, Volt en de VVD ertegen hebben gestemd. 17. Voorstel van het college aan de raad inzake besluitvorming definitief ontwerp en businesscase project Prinsenhof Delft (nr. 2350804). De VOORZITTER: Ook dit is een groot onderwerp waar we al vele jaren over praten en waarover we vanavond hopelijk belangrijke besluiten gaan nemen. Er zijn meerdere moties aangekondigd. Ik geef het woord eerst aan de eerste indieners van de moties. De eerste indiener die ik het woord geef, is de heer Van Rijn van de VVD.

54

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter, collega-raadsleden, progressief college, brave ambtenarij, beste mensen thuis en op de tribune. Het is goed om weer terug te zijn in deze raadzaal. Dank voor alle warme steunbetuigingen die ik de afgelopen maanden heb mogen ontvangen. Ze zijn echt van alle kanten binnengekomen. Ik ga weer zo veel als mogelijk over tot de orde van de dag. Als raad hebben we ervoor gekozen om de museale functie te concentreren in het Prinsenhof. Voor dit besluit moeten we nu ook onze verantwoordelijkheid nemen. Wij kunnen het ons echter niet veroorloven dat het toekomstbestendig maken van Museum Prinsenhof financieel uit de hand loopt. Daarom hebben wij als VVD de afgelopen jaren meerdere malen ingegrepen en bijgestuurd om dit complexe proces in goede banen te leiden. Er is inmiddels een stevige projectorganisatie opgetuigd met ruime aandacht voor risicobeheersing. Daarnaast lijkt het erop dat de plannen voor het Prinsenhof in zowel inhoudelijke als financiële zin beheersbaar en uitvoerbaar zijn en gedragen worden door de stad. Ik wil wethouder Van Vliet vragen om mijn complimenten over te brengen aan iedereen die zich inspant voor het toekomstbestendig maken van het Prinsenhof. Uiteraard mag hij beginnen bij de VVD.

Alle gekheid op een stokje: onze interventies hebben geleid tot een realistisch ondernemingsplan, een veelbelovende businesscase, een degelijk definitief ontwerp en een wethouder die van de daken schreeuwt dat hij financieel in control is. Driewerf hoezee, maar we weten ook allemaal dat financieel in control zijn en de "we vinden alles belangrijk; strooi met geld"-mentaliteit van dit college soms met elkaar op gespannen voet staan. Het zou niet fijn zijn als de GroenLinks-wethouder struikelt over zijn ferme uitspraak. Daarom bieden wij van de VVD hem als vrienden de helpende hand en maken wij eventuele financiële blinde vlekken zichtbaar. Om te voorkomen dat dit college straks wederom een greep moet doen uit de algemene reserve of voor de zoveelste keer een flinke slinger aan de belastingknop moet geven, dienen we twee moties in. Ten eerste willen wij een helder plan hebben voor de hogere structurele lasten vanaf 2027. Tijdens de behandeling van de komende Kadernota willen wij daarom een concreet dekkingsvoorstel hebben in plaats van een ongedekte cheque, zoals die nu wordt uitgeschreven door het college. Wij willen dat het college daarbij ook gaat bezien of en wat de stad kan bijdragen aan deze hogere exploitatie, want volgens de businesscase levert een verbouwd museum de stad jaarlijks 6 miljoen euro aan extra inkomsten op.

Mevrouw WESSELS (GroenLinks): In de bijlage staat een heel duidelijke exploitatie van het museum na de verbouwing. We vragen ons af wat u van het eerste dictum in deze motie verwacht. De heer VAN RIJN (VVD): Ik vraag gewoon om een heldere onderbouwing en uiteenzetting van de exploitatie in de begroting, uitgesplitst naar diverse posten, inclusief de taakstelling van het museum zelf, zodat we dat als raad kunnen volgen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ook de ChristenUnie heeft een vraag over die eerste motie, maar allereerst dank aan de VVD voor de inzet om financieel in control te blijven en voor de hulp daarbij voor de wethouder. De vraag gaat over punt 4. Hoe succesvol kan punt 4 van de opdragingen in de eerste motie zijn? De wethouder heeft nog 4,5 miljoen euro aan fondsen te gaan en andere bijdragen die hij ook nog moet aanboren. Moet ik het zo zien dat aan het half miljoen daaraan moet worden toegevoegd? Ondernemers dragen trouwens ook al bij aan die miljoenen. Vragen we nu nog meer van de ondernemers?

55

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer VAN RIJN (VVD): Ik zeg niet dat de hele € 450.000 moet worden opgehoest door ondernemers, maar ik ben wel benieuwd welke bijdragen ze kunnen leveren, want de verbouwing levert ook gewoon 6 miljoen aan baten op. Ik wil dus dat het college in gesprek gaat om te zien hoe daar ook een fair share kan zijn. Mijn tweede motie. Wij willen bij de komende Kadernota duidelijkheid hebben over hoeveel financiering nodig is voor het Sint Agathaplein en wij willen vastklikken dat de financiering middels fondsenwerving zal worden gerealiseerd, zoals aangegeven in antwoord op technische vragen. Ik kijk uit naar de reactie van het college. De heer HOMBERGEN (PvdA): Fijn dat u er weer bent en weer volop meedoet, maar ik ben benieuwd naar het volgende. De VVD wil de openbare ruimte kennelijk zo'n beetje privatiseren. Het Agathaplein mag alleen opgeknapt worden met fondsenwerving bij derden. Heeft de VVD nog meer terreinen in de stad op het oog die alleen op die manier verbeterd kunnen worden? De heer VAN RIJN (VVD): Leuke vraag, maar in antwoord op technische vragen heeft het college zelf aangegeven het Sint Agathaplein te willen dekken met fondsenwerving. Ik wil die uitspraak dus gewoon vastklikken in een motie. Dat is eigenlijk niets bijzonders.

De heer HOMBERGEN (PvdA): Volgens mij heeft de wethouder gezegd dat fondsenwerving welkom is en hieraan kan bijdragen, maar nu draait de VVD dit heel veel verder om, want zij zegt dat het alleen met private financiering mag. Dus nogmaals de vraag of u dit echt ziet als een precedent voor nog een hele stroom van dit soort projecten. De heer VAN RIJN (VVD): Ik houd het college gewoon aan uitspraken die het zelf doet. Door de fracties van de VVD, D66, het CDA, Volt en Onafhankelijk Delft wordt motie 7.2.1 (Verbouwing Museum Prinsenhof Delft: houd de wethouder financieel in control deel I) ingediend: "De raad, bijeen op 1 februari ter bespreking van het raadsvoorstel Besluitvorming definitief ontwerp en businesscase project Prinsenhof Delft (2350804), constaterende dat: • • • •

Museum Prinsenhof in economische, culturele en educatieve zin belangrijk is voor Delft; de museumorganisatie alsmede het museumgebouw momenteel niet toekomstbestendig zijn en een verbouwing noodzakelijk is; het uitvoeringsbudget € 38 miljoen bedraagt, waarbij de maximale gemeentelijke bijdrage, tijdens de raadsvergadering op 4 juni 2021, is vastgesteld op € 18 miljoen; de verbouwing leidt tot hogere structurele lasten van € 450.000 met ingang van 2027;

overwegende dat: • •

wij het ons niet kunnen veroorloven dat het toekomstbestendig maken van Museum Prinsenhof in financiële zin uit de hand loopt; het definitief ontwerp volgens de wethouder kan worden gerealiseerd binnen het beschikbare uitvoeringsbudget en er momenteel geen noodzaak is om de 56

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

• •

afschaalopties te gebruiken voor het verlagen van de investeringslasten en/of de daaruit voortvloeiende structurele lasten; in het raadsvoorstel de financiële dekking van de hogere structurele lasten van € 450K vanaf 2027 ontbreekt; het verbouwde museum een bestedingsimpact heeft voor de stad van € 6 miljoen per jaar;

spreekt uit dat de gemeenteraad eraan hecht dat raadsvoorstellen een gedegen financiële dekking bevatten in overeenstemming met de financiële spelregels; draagt het college op: • • • •

in de begroting inzichtelijk te maken hoe de exploitatiekosten voor het Prinsenhof na verbouwing zijn opgebouwd inclusief de taakstelling die het museum zelf heeft; de hogere structurele lasten voor Museum Prinsenhof niet meer te laten stijgen dan € 450.000 (financieel plafond); tijdens de Kadernota 2024 met een concreet dekkingsvoorstel te komen voor de hogere structurele lasten van € 450.000; bij dit voorstel te bezien of en welke bijdrage door de stad kan worden geleverd, gezien de baten die de verbouwing van het Prinsenhof heeft voor onze ondernemers,

en gaat over tot de orde van de dag." Door de fracties van de VVD, D66, het CDA, Volt en Onafhankelijk Delft wordt motie 7.2.2 (Verbouwing museum Prinsenhof Delft: houd de wethouder financieel in control deel II) ingediend: "De raad, bijeen op 1 februari ter bespreking van het raadsvoorstel Besluitvorming definitief ontwerp en businesscase project Prinsenhof Delft (2350804), constaterende dat: • • • • •

Museum Prinsenhof in economische, culturele en educatieve zin belangrijk is voor Delft; de museumorganisatie alsmede het museumgebouw momenteel niet toekomstbestendig zijn en een verbouwing noodzakelijk is; het uitvoeringsbudget € 38 miljoen bedraagt waarbij de maximale gemeentelijke bijdrage, tijdens de raadsvergadering op 4 juni 2021, is vastgesteld op € 18 miljoen; van de beoogde € 10 miljoen aan fondsenwerving, om tot het totale budget van € 38 miljoen te komen, pas € 5 miljoen is toegezegd; de herinrichting van het St. Agathaplein niet is meegenomen in het uitvoeringsbudget;

overwegende dat: • •

wij het ons niet kunnen veroorloven dat het toekomstbestendig maken van Museum Prinsenhof in financiële zin uit de hand loopt; het college de herinrichting van het St. Agathaplein ook middels fondsenverwerving wil realiseren;

57

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

•

onduidelijk is hoeveel extra aan fondswerving moet worden opgehaald om naast de verbouwing ook het St. Agathaplein her in te richten;

draagt het college op: • •

tijdens de Kadernota van 2024 inzichtelijk te maken hoeveel financiering er nodig is om het St. Agathaplein her in te richten; de herinrichting van het St. Agathaplein te financieren op basis van fondsenwerving,

en gaat over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Het is inderdaad heel fijn dat u weer in ons midden bent, zoals al door een aantal sprekers is gezegd. Dat is natuurlijk ook in de commissievergadering gezegd, maar ik wil het ook hier zeggen. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Wij krijgen als Hart voor Delft het idee dat we het feestje van de wethouder verpesten als we kritisch zijn op de plannen voor het Prinsenhof. We willen dit feestje niet verpesten, maar we willen wel reëel zijn over mogelijke risico's en over wat je kan doen als zaken uit de hand lopen. Zoals de heer Koelewijn opmerkte over de plannen met betrekking tot de binnenstad: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. We investeren namelijk 38 miljoen in het Prinsenhof, een museum waar we in Delft trots op zijn en waarvoor veel mensen naar Delft komen. We hopen natuurlijk dat die mensen dan ook andere delen van Delft aandoen, maar dat is nog niet gezegd. Het museum krijgt straks namelijk een eigen restaurant en dan kan het zomaar gebeuren dat de mensen uitstappen op de Phoenixstraat, het museum bezoeken, weer instappen op de Phoenixstraat en verder niks van Delft zien. Wat dat betreft moeten we nog maar zien of de businesscase waarin wordt gesteld dat het Prinsenhof Delft jaarlijks 6 miljoen gaat opleveren, waar wordt.

De vraag aan de wethouder is dan ook: wat gaat u doen om de bezoekers van het Prinsenhof de binnenstad in te laten trekken? Tijdens de verbouwing komen er twee jaar bijna geen mensen voor het Prinsenhof naar Delft. Is er rekening gehouden met wat het voor Delft betekent als er dan minder bezoekers naar de binnenstad van Delft komen? Wat de exploitatie na 2027 betreft: Hart voor Delft voelt zich bekocht. Een motie die we hebben ingediend en waarin stond dat we niet meer dan 18 miljoen aan het Prinsenhof zouden besteden, heeft het gehaald. In die geest hadden wij ook voor ogen dat wij later niet met meerkosten geconfronteerd zouden worden, ook niet in de exploitatie. Nu blijkt dat we na oplevering in 2027 jaarlijks 4,5 ton extra gaan betalen aan de exploitatie. Dit is niet eerder aan de orde geweest en we zijn ertegen dat dit zo, zonder discussie en een duidelijke onderbouwing, in de stukken zit. We lezen in de motie van de VVD hierover de vraag om helderheid over waar de dekking vandaan komt, maar is de wethouder bereid om het exploitatiepunt op te schorten en te zijner tijd te kijken naar alternatieve dekkingsvoorstellen? Tot slot onze moties. Wij willen als raad kunnen bijsturen als de kosten tijdens de bouw uit de hand lopen. Dus grip op de zaak. Er kan van alles gebeuren. Als er een botje of bordje wordt gevonden, kan de bouw zomaar ineens zes maanden stil komen te liggen.

Bij grote projecten wordt het budget bijna altijd overschreden, maar onze wethouder zit op een roze wolk heel blij te zijn en wil niets weten van risico's op slecht weer. Dat vinden we onbegrijpelijk. Nu worden we in een auto gezet zonder remmen en zonder stuur. We willen de Werkgroep Prinsenhof de rol van raadsrapporteur geven, zoals de 58

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

raadsenquêtecommissie over de bouw van Amare in Den Haag heeft geadviseerd. En we willen een plan B, een afschalingsplan, waarin duidelijk wordt … De heer HOMBERGEN (PvdA): Mevrouw De Jongh Swemer zegt dat de wethouder op een roze wolk zit, maar we weten dat er een risicoreservering is voor dit project van 4 miljoen à 5 miljoen. Volgens mij kunt u die dingen moeilijk met elkaar combineren. Graag een reactie. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Het klopt dat er een risico is opgenomen in de begroting, maar als je kijkt naar het afschalingsplan dat nu in de stukken staat, zie je dat er eigenlijk wordt gezegd dat dat helemaal niet aan de orde is omdat de begroting op orde is. Dat wordt in het definitieve ontwerp gesteld. Wij zeggen: maak nou wel dat afschalingsplan, een plan B, waarin duidelijk wordt welke zaken we kunnen laten zoals ze nu zijn als die kosten tegenvallen. Kijk bijvoorbeeld naar Schoolstraat 1. Dat wordt een extra personeelsingang. Als we die niet aanleggen, scheelt dat bijna 6 ton. De huidige huurders worden daarvoor uit het pand aan de Schoolstraat gezet. Dat is nogal wat. Wat Hart voor Delft betreft hoeft bijvoorbeeld die extra personeelsingang er niet te komen. Dat is ook veel beter voor de sociale veiligheid. Vertrouwen, zoals de wethouder heeft, is goed, maar goed indekken en grip op de zaak vinden wij beter.

Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 7.2.3 (Verbouwing Museum Prinsenhof Delft: houd de raad financieel in control raadsrapporteur en grotere rol werkgroep Prinsenhof) ingediend: "De raad, bijeen op 1 februari ter bespreking van het raadsvoorstel Besluitvorming definitief ontwerp en businesscase project Prinsenhof Delft (2350804), constaterende dat: -

het project Prinsenhof tot risicovol project is bestempeld; dit geen nadere uitwerking heeft gekregen; voor het project Prinsenhof € 38 miljoen is begroot waar nu al € 1,2 miljoen aan overschrijding wordt ingecalculeerd; de begroting van het project Prinsenhof deels onduidelijkheden kent; de kosten nu al hoger worden geraamd dan eerder, zoals een adviseur museale beveiliging, die eerst € 92.000 kostte maar nu op € 186.000 is begroot;

overwegende dat: -

-

Delftse bewoners niet mogen worden opgezadeld met hogere lasten als bij het Prinsenhof tekorten gaan ontstaan tijdens de verbouwing; bij andere steden grote bouwprojecten vanuit de overheid vaak duurder uitvallen dan begroot; de raadsenquêtecommissie in Den Haag over de bouw van cultuurcentrum Amare heeft aanbevolen om een raadsrapporteur aan te stellen, zodat de raad onafhankelijk wordt bijgepraat over de voortgang; wij een werkgroep Prinsenhof hebben die gedurende de bouw zal blijven bestaan;

draagt het college op de werkgroep Prinsenhof in de rol van raadsrapporteur één keer per kwartaal bij te laten praten over de voortgang, waarbij openheid en eerlijkheid de basis vormen van de rapportages,

59

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

en gaat over tot de orde van de dag." Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 7.2.4 (Verbouwing Museum Prinsenhof Delft: houd de raad financieel in control plan B of afschalingsplan) ingediend: "De raad bijeen op 1 februari ter bespreking van het raadsvoorstel Besluitvorming definitief ontwerp en businesscase project Prinsenhof Delft (2350804), constaterende dat: -

het project Prinsenhof tot risicovol project is bestempeld; dit geen nadere uitwerking heeft gekregen; de raad geen bijstelmogelijkheden heeft; de in het Definitief Ontwerp genoemde bijstelmogelijkheden feitelijk geen echte bijstelmogelijkheden zijn; er derhalve geen volwaardig plan B of afschalingsplan is met wat er moet gebeuren als de kosten uit de hand lopen;

overwegende dat: -

Delftse bewoners niet mogen worden opgezadeld met hogere lasten als bij het Prinsenhof tekorten gaan ontstaan tijdens de verbouwing; een afschalingsplan of plan B de raad de mogelijkheid geeft om bij te sturen; nu hebben we die mogelijkheid niet;

draagt het college op: -

een afschalingsplan op te stellen; met een handleiding te komen voor de raad hoe te handelen om een plan B in werking te laten stellen,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Wat de PvdA betreft ligt er op dit moment gewoon een goed plan voor de Prinsenhof. Dat hebben we in de commissie al uitermate goed besproken. Er is een mooie vertaling van een relevant verhaal van het Prinsenhof naar het hedendaagse. Het Prinsenhof moet heel erg worden opgeknapt. Er ligt nu een goed plan met een ruime risicoreservering. Naar ons beeld is de wethouder daarbij ook echt in control. Wat dat betreft dus hulde voor de plannen zoals die er nu liggen. We hebben wel een kanttekening. In de commissievergadering is even ingezoomd op het torentje, dat in de nieuwe plannen anders zal worden. De wethouder heeft toen gezegd dat de materialen daarvan zullen worden hergebruikt. In diezelfde lijn zou ik graag een toezegging willen van de wethouder om goed te onderzoeken of objecten en andere materialen van het Prinsenhof, de Prinsentuin en het Agathaplein die in de nieuwe toestand niet terugkomen of niet meer passend zijn, herbestemd kunnen worden in de stad, zodat ze niet zomaar verdwijnen, zoals heel vaak bij heel grote projecten gebeurt. Dat zou voor sommige objecten heel zonde zijn. Dat is een zwaar woord; het zou in elk geval heel erg jammer zijn.

Wij krijgen dus graag de toezegging om in ieder geval een goede inspanning te doen met een registratie van objecten die in de huidige Prinsenhof en context zullen

60

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

verdwijnen, maar wellicht nog een heel goede waarde kunnen hebben in de stad. Ik hoop dat dit een mooie circulaire gedachte is. De heer VAN RIJN (VVD): Hecht de PvdA aan raadsvoorstellen met een gedegen financiële dekking? De heer HOMBERGEN (PvdA): U kent de PvdA. U kent dus ook het antwoord; dat is gewoon ja. De heer VAN RIJN (VVD): Kan ik hieruit opmaken dat de PvdA onze motie ten aanzien van de exploitatie ondersteunt? De heer HOMBERGEN (PvdA): Daar kunt u niet van uitgaan, want uw motie strekt verder dan u nu doet schijnen. De heer VAN RIJN (VVD): Dan moet u de motie nog eens goed lezen. Als u een whiskystokerij of een vakantiehuis koopt, kijkt u ook naar wat u kunt investeren en wat de vaste lasten zijn. Deze motie helpt de wethouder gewoon om met een scherp plan te komen. Daar kunt u toch niet tegen zijn? De heer HOMBERGEN (PvdA): Mijn budgetten zijn niet zo groot dat ik een vakantiehuis of een whiskystokerij koop. Met die context heb ik dus geen ervaring; u misschien wel. Ik kijk gewoon naar de penningen. De VOORZITTER: Dit wordt een herhaling van zetten, meneer Van Rijn. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Bedoelt de PvdA met het herbestemmen van objecten bijvoorbeeld het Delftsblauwe bankje uit de Prinsenhof? De heer HOMBERGEN (PvdA): Dat zou zomaar een invulling van de wethouder kunnen zijn.

Er zijn meerdere objecten die best wel hun waarde hebben, ook traditioneel, in de geschiedenis en in de herinnering van mensen. Ik denk dat wij daar zorgvuldig mee om moeten gaan, maar ik wil geen objecten noemen, want voordat ik het weet, doe ik dat limitatief. Dat zou ik jammer vinden. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Ook Volt wil graag een helder plan bij de Kadernota zien met dekking voor de hogere exploitatiekosten. Dat zal geen verrassing zijn, want we hebben bij de vorige Kadernota ook opgeroepen tot een integraal cultureel huisvestingsplan. Dat is niet per se een plan met allemaal mooie businessplannen voor de stad, maar juist een plan waarin staat hoe we de exploitatiekosten onder andere de komende jaren gaan dragen. Dit is dus eigenlijk een aanmoediging, aanvullend op de moties die we hebben ingediend om haast te maken met dat integrale huisvestingsplan, dat is toegezegd en dat misschien al bij de Kadernota komt, als dat kan. Mevrouw WENTINK (STIP): Voorzitter. Het definitieve ontwerp van het Prinsenhof is prachtig, met goede aandacht voor duurzaamheid, toegankelijkheid en ontmoeting. Daar hebben we het in de commissie al uitgebreid over gehad. Nu zal ik het verder dus houden bij een aantal voorliggende moties, allereerst de eerste motie van onder andere de VVD. STIP zal deze motie steunen.

Hoewel wij vinden dat een deel van de motie overbodig is, steunen wij het laatste dictum om te kijken naar een voorstel voor hoe we kunnen kijken naar de

61

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

baten voor de Delftse ondernemer. De tweede motie komt wat STIP betreft te vroeg, aangezien we het nog met elkaar gaan hebben over het Agathaplein. We snappen waar de motie van Hart voor Delft over het afschalingsplan vandaan komt, maar we hebben al een flinke risicoreservering, zoals de heer Hombergen al aangaf. Wat de motie over de raadsrapporteur betreft: wat STIP betreft hoeft dit niet via een motie, maar gewoon in samenspraak met de werkgroep Prinsenhof. Maar we zijn wel bereid om eenmaal per kwartaal samen te komen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Zoals meneer Van Rijn al zei, is dit een lang proces geweest. Daar ben ik eigenlijk wel blij om. Een aantal jaren geleden lag er ook al een plan. Van dat plan hebben we toen gezegd: zo gaan we het niet doen; we nemen er meer tijd voor, waarbij ook inspraak geregeld is. Je ziet gewoon dat dat zijn vruchten afwerpt. Het nu uiteindelijk voorliggende plan is gewoon vele malen beter dan wat we toen van plan waren. Ik ben dus heel blij met hoe dit gegaan is. Ik hoorde meneer Hombergen zojuist iets zeggen over het ergens anders gebruiken van delen van het gebouw. Dat deed me denken aan hetzelfde verhaal de andere kant op. Bij Virgiel waren ze er heel trots op dat de dakspanten van het gebouw gebruikt zijn in het Prinsenhof, omdat ze daar oorspronkelijke houten dakspanten wilden hebben.

In Virgiel ligt er nu beton, maar in het Prinsenhof is het van hout. Ik vind het eigenlijk wel een grappig plan. Als het kan, kan je het gebruiken, maar ik denk niet dat we het hier verder heel lang over hoeven te hebben; het riep alleen herinneringen bij mij op. Dat is het eigenlijk wel. Ik ben gewoon blij dat we een beter plan hebben. Het spreekt natuurlijk voor zich dat de financiën goed uitgezocht moeten worden. Dat zullen we dan wel weer zien in de Kadernota. De heer VALK (CDA): Voorzitter. In de commissie gaf ik al aan dat het CDA in grote lijnen positief is over het definitieve ontwerp van de Prinsenhof. Het lijkt nog steeds mogelijk om met de investeringen en de beoogde doelstellingen binnen de harde financiële kaders van de raad, die wat ons betreft nog steeds gelden, te blijven. Dat geldt helaas niet helemaal voor de exploitatiekosten, die hoger zijn dan verwacht. Daarom is het CDA mede-indiener van de door de VVD toegelichte moties. We zijn wat minder gelukkig met het feit dat er huurwoningen moeten wijken voor dit plan en vooral met het feit dat dit in de communicatie van het college naar de raad onderbelicht is. Het is in de stukken terug te vinden in de risicomatrix van bijlage 4, maar verder wordt er eigenlijk geen aandacht aan besteed in de plannen. Ook in de werkgroep Prinsenhof is dit niet ter sprake gebracht.

We hebben het daar vaak gehad over hoe belangrijk het is dat de renovatie gaat gebeuren en hoe mooi de plannen zijn, maar of de luiken straks wel of niet open kunnen, is geen politiek. Wat wel politiek is en wat dus met de raad besproken had kunnen en moeten worden, is een belangenafweging. Wil de raad een plan waarin alle huidige bewoners er kunnen blijven wonen en het museum niet helemaal zijn zin krijgt, zodat het personeel bijvoorbeeld via de hoofdingang naar binnen moet? Of kiest de raad voor de volledige wensen van het museum? Hoe reflecteert de wethouder op de informatievoorziening aan de raad op dit punt? Deelt de wethouder de mening van het CDA dat dit beter naar voren gebracht had kunnen en moeten worden? Mevrouw De Jongh Swemer zei terecht dat de woningen ook een functie hebben. Zij bevorderen bijvoorbeeld de sociale veiligheid in wat anders buiten de openingstijden van het 62

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

museum een donker stukje Delft gaat worden. In een tijd waarin Delft met 15.000 woningen wil groeien - dat staat ongeveer in elk beleidsstuk dat we krijgen - moet je heel terughoudend zijn met het onttrekken van woningen. Nu dit hier toch dreigt te gaan gebeuren, moet de gemeente zich als goed verhuurder meer dan redelijk opstellen ten opzichte van de huidige huurders. Graag de toezegging van de wethouder dat hij zich tot het uiterste gaat inspannen om tot een aanvaarbare oplossing te komen. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter. In de commissie hebben we als GroenLinks al ons enthousiasme en onze complimenten gedeeld voor het toegankelijke ontwerp met het brede verhaal dat het museum gaat vertellen en voor hoe we mee zijn genomen in het inschatten van de risico's, ook in de ambtelijke toelichting, om tot dit besluit te komen. Ten aanzien van de moties horen we graag wat volgens de wethouder de consequenties van de eerste motie van de VVD zijn voor het proces, want volgens GroenLinks is het een beetje een kip-eiverhaal. Er ligt nu een besluit om in een museum te investeren, met als consequentie dat het structureel meer gaat kosten. Dit is op zich een logisch gevolg van de hoeveelheid installaties die aan het museum worden toegevoegd om het toekomstbestendig te maken. Daarmee neem je eigenlijk ook het besluit dat je die structurele kosten moet gaan maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13910608/1