CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raad 11 mei 2021

Raadsvergadering 11 mei 2021, gemeente Delft26.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Ja, dat weet ik, voorzitter, maar toch is het goed om hier nog even iets over te zeggen. De wooncrisis is heel groot, ook in Delft. Ik heb net al een aantal cijfers genoemd, maar wij zien dat niet alleen in die cijfers. Wij horen dit bij de SP ook heel vaak van mensen. Als we mensen vragen wat het belangrijkste probleem is, horen we bijvoorbeeld heel vaak dat zij volwassen kinderen in huis hebben die niet uit huis kunnen, dat mensen die uit elkaar gaan, geen huis kunnen vinden of dat mensen die willen verhuizen in verband met werk of andere omstandigheden, echt niet kunnen verhuizen. Dat gaat heel vaak om sociale huur. Het is dus echt een probleem. Dat weet u allemaal en dat vinden we ook allemaal. Dat hebben we vaker besproken. Maar dan denk ik: als er één ding is waarmee de gemeente zich echt bezig zou moeten houden, is dat het oplossen van die crisis, want het is gewoon een totaal verkeerde ontwikkeling dat mensen met een normaal inkomen - ik kan niet genoeg benadrukken dat dit gewoon werkende mensen zijn - niet meer bij ons in Delft terechtkunnen. Dat is heel erg zorgelijk. Wat moet de gemeente doen? Kijken aan welke huurprijzen behoefte is, kijken welke plekken in de stad we kunnen reserveren 20

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

voor nieuwe huurwoningen, kijken of we een eigen corporatie kunnen starten. Die dingen gebeuren niet. Wat de onderbouwing van het bod aan de regio betreft: sommigen vinden dat bod hoog, maar ik val er steil van achterover, want wij vinden de onderbouwing wat vaag en wij vinden het veel te laag. Er zijn duizenden betaalbare huurwoningen nodig in Delft. Dat weten we allemaal. De toename is nu maar een paar honderd en er zijn plannen om de komende jaren duizenden, 15.000, huizen bij te bouwen in de stad. Het is dus echt veel te weinig. Ik kijk ook naar de verkiezingsprogramma's van coalitiepartijen, zoals GroenLinks en de Partij van de Arbeid, die ook minimaal 30% sociale huur in Delft willen, maar die gaat er op deze manier niet komen. Dat is wel nodig om iedereen een betaalbaar dak boven het hoofd te bieden. De heer HARINCK (STIP): Ik wil even een correctie aanbrengen. Mevrouw Van Rossum stelt dat er niks gebeurt, maar we hebben de afgelopen jaren bijvoorbeeld al gezien dat er wel afspraken worden gemaakt over de middenhuur. Daar kunnen mensen die bijvoorbeeld iets te veel verdienen voor een sociale huurwoning naar doorstromen. Ik ben het daar dus echt niet mee eens. Misschien kan mevrouw Van Rossum daar ook even op reflecteren. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Dat kan ik zeker, want ik heb helemaal niet gezegd dat er niks gebeurt.

Ik ken dit initiatief en dit is inderdaad iets wat gebeurt, maar het is nog veel te kleinschalig, want er kunnen veel te weinig mensen terecht in die woningen. Daar moet dus veel meer gebeuren. Ik vind het een vies woord, maar dit moet echt een topprioriteit van de gemeente zijn en dat is het niet. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Voorzitter. Mijn fractie sluit zich graag aan bij de waardering die al door mevrouw Lips is uitgesproken voor dit bod, zoals dat is uitonderhandeld door wethouder Schrederhof. We zijn ons er echter ook van bewust dat de realisering ervan afhangt van een groot aantal factoren waarop onze invloed helaas beperkt is. Dan denk ik aan de al eerder genoemde realisatie van de gewenste spreiding van de sociale woningen in de regio en bijvoorbeeld ook aan de bijdrage van het Rijk. Dat maakt dat we er vooral op hopen dat de plannen daadwerkelijk haalbaar blijven. Wat mijn fractie betreft staat in ieder geval centraal dat Delft een stad moet zijn en blijven waarin voldoende sociale woningen beschikbaar zijn voor degenen die dat nodig hebben. Het wat ons betreft op twijfelachtige gronden krampachtig vasthouden aan percentages zoals dat op dit moment namens de VVD-fractie door mevrouw Voogt wordt verwoord, past in onze ogen niet in deze discussie in een tijd waarin de behoefte aan betaalbare woningen alleen maar toeneemt.

Mevrouw VOOGT (VVD): Ik vraag me af of mevrouw Tiekstra hiermee de Woonvisie en de Woonagenda loslaat. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Dat zou wat mij betreft te ver voeren, maar ik denk wel dat de ontwikkelingen in ieder geval rechtvaardigen om zeker met elkaar in discussie te gaan over de vraag of bepaalde onderdelen mogelijkerwijs toch aan verandering onderhevig zijn. Door een aantal andere sprekers is in reactie op uw termijn al aangegeven dat de vraag over die percentages en het daaraan vasthouden, gegeven allerlei actuele ontwikkelingen, misschien een van de vragen zou kunnen zijn die we nu anders zouden moeten beantwoorden. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): In de richting van zowel de Partij van de Arbeid als de VVD: u zit in een lastig parket, zoals ik ook merk in het debatje dat u onderling net voerde. De VVD wil namelijk maximaal 30% sociale huur en de PvdA wil minimaal 30% sociale huur. Maar mevrouw Tiekstra, u zit daar straks onder. U bent het dus aan het verliezen van de 21

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

VVD. Misschien kunt u daar nog even op ingaan, want als uit dit debat tussen de VVD en de PvdA zou blijken dat Delft uiteindelijk precies op 30% moet uitkomen omdat u daar allebei mee kunt leven, zou ik dat heel mooi vinden, maar dat is niet wat in de Woonvisie staat. Dat zegt mevrouw Voogt heel terecht. Doet u daar nu dus afstand van? Gaat u met ons mee om meer sociale huurwoningen te maken of niet? De VOORZITTER: Mevrouw Voogt wil ook nog verder interrumperen. Mevrouw VOOGT (VVD): Ja, ik wil interrumperen over een eerder punt van mevrouw Tiekstra. Ik hoorde mevrouw Tiekstra zeggen dat er gezocht moet worden naar passende oplossingen. Ik ben benieuwd of mevrouw Tiekstra het dan ook met mij eens is dat die oplossingen juist liggen in goedkope en middeldure huur- en koopwoningen. Daar ben ik nog even benieuwd naar. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Allereerst in de richting van mevrouw Voogt: natuurlijk vormt de voorraad van middelhuur, middelkoop en duurdere koop en huur onderdeel van de oplossing van het probleem, maar ik denk dat we van mening verschillen over de voorstelling van zaken zoals die in uw betoog wat mij betreft naar voren leek te komen, namelijk dat dat voorrang zou moeten hebben boven de ontwikkeling van een hoeveelheid sociale woningbouw die ook passend is voor de Delftse bevolking. In de richting van mevrouw Van Rossum: die 30% staat nou eenmaal ergens.

Wat ons betreft is dat zeker het absolute minimum. Ik zie op dit moment eerlijk gezegd niet echt bewijzen voor uw beeld dat we die 30% niet gaan halen. Ik ben wat dat betreft ook benieuwd hoe de wethouder op een dergelijke "aantijging" zou kunnen of zou willen reageren. Hoe we daar in het gesprek tussen twee coalitiepartners met elkaar uit gaan komen, zal de komende periode moeten blijken. De heer MARUF (D66): Voorzitter. Ik had geen debat verwacht, maar nu het er is, wil ik me er graag in mengen. Laat ik beginnen met de opmerking dat ik het eens ben met de probleembeschrijving die mevrouw Van Rossum schetst. Ikzelf ben sinds een jaar woningzoekende en ik zie gewoon dat het heel lastig is voor mij maar ook voor andere starters en leeftijdsgenoten van mij als student om een passende woning te vinden op de sociale markt en in de vrije sector. Wat D66 betreft is het dus heel belangrijk om ook sociale huur te blijven bouwen, maar ook middenhuur en goedkope koop, want D66 wil graag gemengde wijken. Daar past ook sociale huur bij. Je wil mensen met een kleine portemonnee ook de kans bieden om in een duurzame woning te wonen, hun eigen omgeving te vernieuwen en daarmee te kunnen doorstromen. Van mevrouw Van Rossum hoorde ik dat we onder de 30% gaan zitten. Dat klopt niet helemaal. Ik heb de Woningbouwmonitor er even bij gepakt.

Sterker nog: we willen graag naar 33%, dus naar een verlaging, maar ik lees dat we op termijn naar 35% gaan. We zitten er dus boven, mevrouw Van Rossum. Ik kan u daarmee geruststellen. Dan twee punten van zorg. Ik heb de afgelopen twee weken gemerkt dat er heel veel spraakverwarring optreedt. Er worden een heleboel verschillende termen gebruikt. We hebben een Woonmonitor, we hebben een Woonvisie en we hebben woningmarktafspraken en regionale afspraken. Vaak worden in de verschillende stukken verschillende termen gebruikt waarmee hetzelfde wordt bedoeld. Als je dan met een collega aan het discussiëren bent, moet je dus eerst nog eens uitzoeken of je dezelfde definitie hanteert. Dat maakt het gewoon ontzettend lastig.

22

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

Dan het tweede punt. Ik begrijp de door mevrouw Voogt uitgesproken zorgen echt wel. Eerder sprak een collega van mij, mevrouw Bel, haar zorgen uit over de Harnaschpolder, waar het deel "sociaal" wel is gebouwd en de vrije sector niet. Dat begrijp ik volledig. Ik denk dat het een kwestie is van de afspraken goed vastzetten, maar een stad zonder sociale woningbouw en nieuwbouw voor die mensen is wat ons betreft ook niet haalbaar of - laat ik het zo zeggen - niet wenselijk. Mevrouw LIPS (GroenLinks): Ik wil de heer Maruf vragen of hij de complimenten deelt die ik aan wethouder Schrederhof heb gegeven. De heer MARUF (D66): Ik heb het al heel vaak gezegd en ik wil het echt wel herhalen: ik waardeer mevrouw Schrederhof als wethouder zeer. We zitten vaak op dezelfde lijn en ik zie dat erop wordt ingezet dat mensen met een kleine portemonnee echt prioriteit krijgen in onze stad. Dat kan ik zeer waarderen van mevrouw Schrederhof. Dat gebeurt natuurlijk in samenspel met de andere wethouders die over de middenhuur en goedkope koop gaan, maar als u vraagt of ik uw complimenten deel, dan is mijn antwoord: ja, hierbij wel. De VOORZITTER: Dat is fijn. Ik denk dat de wethouder er helemaal rode oortjes van heeft. Zij gaat nu beginnen met de beantwoording. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Die zijn gelukkig niet te zien, want ik heb een koptelefoon op.

Ik wil starten met een aantal zaken die genoemd zijn. Volgens mij is de woningmarkt geen wiskundige formule. Volgens mij moeten we er dus ook niet zo naar kijken, maar we hebben in onze Woonvisie en in onze Woonagenda wel een beweging ingezet. Daar zijn we mee bezig. Dat is één kant van het verhaal en dat is ook het kader voor de wijze waarop we de regionale woningmarktafspraken maken. Tegelijkertijd deel ik heel erg met mevrouw Van Rossum dat de acute woningnood op dit moment nog nooit zo groot is geweest. Ja, wellicht net na de oorlog, maar toen hebben we daar ook heel snelle bouwprogramma's op gezet. Dat maakt het op dit moment in Nederland veel ingewikkelder, want iedereen die huizen kon bouwen, is een tijd niet meer aan de beurt geweest, omdat we weinig bouwden. Ik denk eerlijk gezegd dus dat we een ongelofelijke behoefte hebben aan tijdelijkheid, een ventiel op de woningmarkt om te zorgen dat de ongelofelijke druk die er nu is, wat ruimte krijgt. Daar zijn de corporaties ook mee bezig. Dat is één. De regionale woningmarktafspraken werken met een andere definitie dan onze Woonvisie. Dat maakt het lastig, maar heel primair is het zo: in de aantallen en percentages tellen studentenwoningen niet mee in onze woningproductie, maar zij tellen wel mee in de doortelling. Dit maakt het lastig en dit zullen we goed uit elkaar moeten halen.

Wat is het doel van de woningmarktafspraken? Eén: dat het totale volume dat wij in de regio moeten bijbouwen, goed verdeeld is over de gemeenten en dat er ook een goede verdeling plaatsvindt over de sociale huursector. Die is ook nog gesplitst in DAEB - dus echt corporatiebezit - en dat wat door de particuliere sector maar wel met langjarige afspraken gerealiseerd kan worden. Daarmee zullen de gemeenten een beweging moeten maken naar het regionale gemiddelde van die sociale huursector. Dat betekent dat je die stap niet in één keer maakt, zoals een aantal mensen net al constateerden, maar dat je die in 30% inloopt. Wij mogen als gemeenten dus naar beneden en het Westland moet omhoog en dat doen we met 30%. Netto hebben wij de opgave om 580 woningen te leveren in die sociale huursector. Dat lijkt heel weinig, maar daar zitten een aantal dingen voor die heel goed moeten worden meegenomen en die ook de context van het bod schetsen. Wat we daarin meenemen, is wat onze minimale productie in de sociale huursector is. Die was 1.450. Als je nu weer verder kijkt, is die 1.700. Dat heeft vaak te maken met het fijnmaziger maken van je plannen. Als de sociale huursector omhooggaat - dat is 15% van de totale productie - gaat 23

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

dus ook onze totale productie omhoog. Dat is een wiskundige som die volgens mij iedereen mee moet kunnen maken. Wat we ook mee mogen tellen, is particuliere sociale huur, dus onder € 720, maar wel met langjarige afspraken dat het in dat segment blijft en dat het ook zichtbaar wordt op Woonnet Haaglanden. Dat is de productiekant. Dat zijn er 300, die wij mee mogen tellen. Dat is de ene kant van het verhaal: 1.700 en 300. Aan de andere kant zie je een afname die we met elkaar al afgesproken hebben en die zich wellicht gaat voordoen. Dit is voor een deel sloop van corporatiewoningen waar niet direct voor teruggebouwd wordt en verkoop van corporatiewoningen. Dat zijn langjarige afspraken uit het verleden, waarbij mutatie verkocht wordt. Of we dat realiseren, is een tweede, maar dat is eigenlijk de hoofdlijn van de discussie. Wat de discussie in het kader van de regionale woningmarktafspraken lastig maakt, is dat er voor alle gemeenten een geprognosticeerde afbouw van "sociaal particulier" geldt. Dat is geprognosticeerd en dat is niet zo raar, want je ziet dat soort woningen bij mutatie zich heel vaak uit de markt prijzen omdat het puntensysteem dat wellicht ook toelaat. Die 1.600 maakt dat, als je bruto best redelijk bouwt maar deze 1.600 eraf moet trekken, dit best een onzekere factor is.

Daarvan hebben we in de woningmarktafspraken gezegd dat we dat goed in beeld gaan brengen, want omdat dit beredeneerd is, weten we eigenlijk niet zo goed waarover we het hebben. Dat willen we bijhouden: is die 1.600 wel 1.600 of is het nieuw? Om daarvoor een handelingsperspectief te hebben - dat staat in deze regionale woningmarktafspraken - heb je ook een handelingsperspectief op toevoeging gedaan om die 1.600 te compenseren. Dat zijn de dingen zoals optoppen en inzetten op tijdelijkheid. Als de tijdelijkheid weer weggaat, zal je het moeten vervangen en zal je bijvoorbeeld moeten sturen op die particuliere huurwoning om te voorkomen dat ze uit het segment zijn. Dat bewegen tussen het bijhouden van die 1.600 en het inzetten van je handelingsperspectief gaan we de komende tijd heel goed monitoren. Dat is dus eigenlijk de hoofdlijn in de regionale woningmarktafspraken. De andere vraag is: als we die 15% sociaal bouwen en als dat in het absolute aantal hoger is, betekent dit dan ook dat bijvoorbeeld middeldure huur hoger is? Ja, want we refereren dat aan de totale productie van woningen. We hebben dus X als totale productie, 15% sociaal, 15% student en 20% middenhuur. Ook dat segment neemt dus toe. Wat we overhouden, is in de dure huur en in de koop ontwikkeld. Dat kan nog enigszins middenkoop zijn en het kan ook dure koop zijn.

Dat is dus de wijze waarop we dat met elkaar hebben afgesproken. Er zijn afhankelijkheden van elkaar. Vervolgens is er de afspraak in de Woonagenda dat we dalen naar een derde, dat we die beweging maken. Nogmaals, ik markeer dat dit geen wiskundige formule is. Er kan dus een plusje of een minnetje zijn. U krijgt de Woonmonitor binnenkort, in juni. Daarin zie je een beweging die op dit moment ongeveer naar 35% gaat. De definitie van "sociaal" is daar: sociaal van de corporatie en sociaal in de particuliere huur, gebaseerd op een analyse van de WOZ-waarde of de grootte van de woning in WOZ-waarde. Dat is de beweging die we zien. Die kunt u straks, als de Woonmonitor er is, keurig volgen. Zo hebben de Woonmonitor en de regionale woningmarktafspraken wel met elkaar te maken, met net verschillende definities. Dat is volgens mij de hoofdlijn waarnaar gevraagd is. Het CDA vroeg hoeveel kans we hebben dat wat we hier hebben opgeschreven, ook uitgevoerd wordt. Eén: dit is ons bod. Ik heb intervisiegesprekken gevoerd - want dit gebeurt ook onderling - met Westland en met Wassenaar. We deden allemaal één andere gemeente, maar het was een oneven getal. Ik mocht er dus twee. Ook zij zijn hun bod aan het aanpassen. Dat wordt allemaal bij elkaar geveegd. Volgens mij krijgen we op 19 mei de consolidatie daarvan te zien.

Daar zullen ook andere gemeenten voorwaardelijke dingen in hebben geschreven, net als wij. Een van die 24

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

voorwaardelijke dingen is vanuit de corporaties: niet alle corporaties kunnen nieuwbouwproductie aan. Dat geldt expliciet in deze regio. Wat we nu hebben ingezet, kunnen de corporaties aan, maar voor de lange termijn zal er geld op terug moeten komen. De druk op de verhuurderheffing blijft daarbij dus belangrijk. Morgen is er ook weer een overleg tussen Aedes en G40 om die druk daarop te houden. Ons herstelplan maakt dat we niet zomaar overal ambtelijke capaciteit op kunnen inzetten. Daarvan hebben we dus tegen de provincie gezegd: beste provincie, wilt u ons met een expertteam helpen om dat kunnen bewegen, dat optoppen en die tijdelijkheid verder met ons uit te zoeken? Dat is onze voorwaardelijkheid. Maar gemeenten zullen ten opzichte van de provincie ook voorwaardelijkheid hebben in de zin van: ik wil best wel sociaal toevoegen, maar dan zou ik bijvoorbeeld gebied dat nu in het Westland kassengebied is en dat er als kassengebied eigenlijk uit kan, willen omzetten in wonen, maar dat heeft de provincie nog niet goedgekeurd; dus beste provincie, ik heb u ook gewoon in die procedures nodig. Als het allemaal niet lukt - dat is in de Rijnmond ook wel gebeurd - gaat de provincie het gesprek aan. Die kijkt naar de afspraken en gaat dat eerst streng doen.

De provincie heeft als uiterste middel om van het bestemmingsplan, dat vaak nodig is om die woonproductie te maken, eigenlijk heel streng te zeggen: als u niet aan uw productie voldoet, ga ik daar toch beperkingen op zetten. Het is dus een soort "stok en wortel" die de provincie inzet. Zo moet u naar de regionale woningmarktafspraken kijken. Ze passen in de kaders die we in de Woonvisie hebben gemaakt. Ik ga heel erg mee met de opmerking van velen van u: de systeemwereld van het wonen en de verschillende definities zijn ongelofelijk ingewikkeld. Ik stel dus ook voor om met u als raad - mijn idee is om dat misschien per fractie te doen - dat gesprek te voeren over hoe je zo'n traject met elkaar ingaat, welke definities je daarvoor hebt, wat er kan en wat er niet kan en wat de meningen vanuit de raad zijn. Wellicht kunnen we dat, zoals ik al zei, heel dicht op de fracties doen door dat gesprek met elkaar te voeren over hoe we de urgentie die er is en die ik ten zeerste voel, met elkaar vorm gaan geven. Dat is ook een moment - want dan heeft u de Woonmonitor al gezien - om met elkaar te bekijken of wij met elkaar op koers zijn, wat wij daaruit lezen en of wij het daarmee eens zijn. De VOORZITTER: Mevrouw Voogt heeft behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Ik wil toch nog even reageren op de inbreng van de wethouder.

Ik wil haar uiteraard hartelijk danken voor haar uitgebreide en duidelijke beantwoording van de vragen die wij gesteld hebben. Ook dank voor het aanbod om met de raad of eventueel met de fracties in gesprek te gaan over definities en over de voortgang. Wij willen het hierbij laten. Bij de Woonmonitor komen we hier graag nog verder over te spreken. De VOORZITTER: Ik stel vast dat we hier voldoende over gesproken hebben en dat we dit agendapunt hebben afgerond. 79. Brief van het college inzake prestatieafspraken 2021 (nr. 2050947). De VOORZITTER: De fractie van de SP heeft een motie aangekondigd. U heeft overigens nog één minuut, mevrouw Van Rossum. Uw tijd is dus haast om. Die ga ik ook even op mijn iPhone vastzetten. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Ik had er laatst nog negen. De VOORZITTER: Nee, dat is jammer. Het is weinigen gegeven om van één naar negen te gaan.

25

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Nee, andersom: ik had er net nog negen. Ik had niet verwacht dat ik als eerste mocht. De motie komt inderdaad. Ik zal het kort houden. Ik heb net al betoogd hoe groot de wooncrisis in Delft is en hoe vaak we daarover bij de SP horen van mensen, maar dat geldt natuurlijk ook voor de staat van de huurhuizen en niet alleen voor de beschikbaarheid ervan. Vocht, tocht, schimmel, achterstallig onderhoud, en als je belt voor een kapotte lift, een lekkage of een kapotte voordeur, komen ze niet of, als ze wel komen, wordt het niet goed opgelost. Dat is wat bijvoorbeeld de bewoners van de Reigerflat in de Poptahof ervaren. Die mensen zijn in actie gekomen en krijgen nu gelukkig gehoor bij de corporatie. Hopelijk komen er ook echt oplossingen. Zij willen zeggenschap over wat er in de toekomst met hun flat gebeurt. In de voorliggende prestatieafspraken wordt dat omschreven als "planvorming voor veld 4 in de Poptahof". De VOORZITTER: U heeft nog tien seconden. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): In deze prestatieafspraken staat weinig waar je tegen kunt zijn, maar het zegt ons ook zo weinig. Vandaar onze motie, die vraagt om een format en om in dat format elk jaar ook aan te geven wat er wel of niet is gebeurd van eerdere afspraken; punt. De VOORZITTER: Prima. Geweldig, mevrouw Van Rossum, dat is op deze manier heel mooi afgerond.

De heer HARINCK (STIP): Ik wil mevrouw Van Rossum toch iets meer tijd geven. Daarom deze interruptie als vraag. De VOORZITTER: Dat is heel fijn, meneer Harinck, maar dat bepaal ik uiteindelijk. De heer HARINCK (STIP): Het moet overzichtelijk worden wat de oude afspraken waren, wat daarmee is gebeurd en wat de nieuwe afspraken zijn. Ik snap dat één gemeente dat niet eenzijdig kan opleggen aan onze woningcorporaties en dergelijke, maar de gemeente kan natuurlijk wel bijdragen aan het uniformeren van dat format. Is mevrouw Van Rossum het daarmee eens? De VOORZITTER: Wilt u dat beantwoorden met ja of nee? Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Ik denk "ja", als ik de vraag goed begrijp. Door de fractie van de SP wordt motie 8.5-1 (Prestatieafspraken 2021) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 11 mei 2021, constaterende dat: • • •

de prestatieafspraken van 2021 met de Delftse woningbouwcorporaties erg beknopt zijn in vergelijking met voorgaande jaren; afspraken zoals de herontwikkeling van de Reigerflat van Woonbron uit voorgaande jaren worden gepresenteerd als nieuwe prestatieafspraken; bepaalde thema's zoals verduurzaming zeer beknopt worden aangestipt;

overwegende dat:

26

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

• •

het format van de prestatieafspraken jaarlijks wijzigt waardoor het lastig is de voortgang van de afspraken te monitoren; de prestatieafspraken nu een verzameling zijn van plannen van de verschillende corporaties in plaats van plannen die aanhaken op een visie van de gemeente;

draagt het college op: • • •

één vast format voor de prestatieafspraken op te stellen; dit format, na goedkeuring door de raad, de komende jaren te gebruiken zonder te grote wijzigingen; een lijst bij te houden van de gemaakte afspraken die niet (volledig) zijn behaald,

en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw LIPS (GroenLinks): Voorzitter. Door de korte inbreng van mevrouw Van Rossum is het mij niet helemaal duidelijk of het uitgebreider moet, maar ik zal in elk geval aangeven wat ik daarvan vind. Er wordt in de motie immers ook aan gerefereerd dat er erg beknopte afspraken in staan. Ik heb ooit bij een raadsbijeenkomst, toen nog in het Stadskantoor, van iemand van een woningcorporatie gehoord dat er 2 fte's nodig zijn om die prestatieafspraken op te stellen en alles rond te maken. Met andere woorden: daar gaat heel veel tijd in zitten. Die formatie bij woningcorporaties moet natuurlijk ook door de huren worden opgebracht. Ook bij de gemeente kost dit de nodige tijd. Wij vinden het dus belangrijk dat die prestatieafspraken er zijn en zeker ook om ze te volgen en om als raad goed geïnformeerd te zijn en de voortgang te kunnen volgen. Maar we vinden het ook belangrijk dat het niet al te veel tijd in beslag neemt en dat het in die zin dus beknopt blijft. We lezen ook in de collegebrief dat die beknopte weergave samen met de huurdersorganisaties opgesteld is en dat zij dus ook zelf afspraken daarover hebben gemaakt en daarbij betrokken zijn. Ik vind het belangrijk dat die inbreng er geweest is en dat daar op die manier voor gekozen is, maar wellicht kan de wethouder daar nog een toelichting op geven.

Wat dat betreft vinden we dat er een goede balans moet komen tussen enerzijds het opstellen van goede en ook navolgbare prestatieafspraken en anderzijds het feit dat het niet te veel tijdsinvestering kost van zowel de gemeente als de woningcorporaties. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Voorzitter. Misschien praat ik voor mijn beurt als ik zeg dat mevrouw Lips natuurlijk op haar wenken wordt bediend door de motie van de SP, want die spreekt over een format. Je zou je kunnen voorstellen dat dat op de ene of andere wijze wellicht technisch kan; daarbij kijk ik naar mijn collega van STIP. Wij zouden namelijk ook heel graag de prestatieafspraken kunnen volgen die wij belangrijk vinden. Dan hadden we bijvoorbeeld kunnen zien hoe het staat met de ouderenhuisvesting, waar we al jaren een prestatieafspraak over willen. Dat weten we eigenlijk nog steeds niet. Wij steunen de motie van de SP dus van harte. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb geen termijn voorbereid. Ik was benieuwd naar de motie, maar dat ben ik eigenlijk nog steeds. Ik kan de motie niet vinden. Dat zal aan mij liggen. Ik hou mijn termijn dus even stil. Ik moet eerst weten waar ik het over heb en dan ga ik daar graag in de tweede termijn op in. De VOORZITTER: Ja, dat begrijp ik. Ik heb begrepen dat de motie op dit moment in de app zit en dat zij nu ook op het RIS staat.

Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Nu net, begrijp ik. Dan wordt het lastig om daar iets zinnigs over te zeggen, maar we hebben nog een tweede termijn. 27

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

De VOORZITTER: We hebben nog een tweede termijn. Dat is prima. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Er is al heel veel over het sociale domein gezegd. Ik hoor ook dingen extra. Onafhankelijk Delft zal de motie van de SP zeker steunen. Wij vinden het heel belangrijk dat wij ook de kwetsbare groepen niet moeten vergeten. De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. We hebben in de commissie al het een en ander gezegd over de prestatieafspraken die gemaakt zijn tussen de vier woningcorporaties, de huurdersorganisaties en dergelijke. De commissievergadering werd destijds afgebroken. Diverse fracties hebben er toen bij wethouder Schrederhof op aangedrongen om van jaar op jaar vergelijkbare afspraken te maken. Er kwam ook naar voren, volgens mij bij het CDA, dat de ouderenhuisvesting in de prestatieafspraken opgenomen moest worden. Dat hadden wij natuurlijk ook al in ons verkiezingsprogramma staan. Dat bejubelen we dus ook alleen maar. Voor de rest moet ik zeggen dat er al veel is gezegd en dat ik ook veel dingen herhaald hoor worden. U weet dat wij altijd met de fracties samen zitten, ook nu. We gaan dus nog even overleggen over wat we met de motie van de SP gaan doen. De VOORZITTER: Er hebben zich twee nieuwe mensen aangemeld voor een termijn: meneer Maruf en daarna mevrouw Voogt. De heer MARUF (D66): Voorzitter. De motie is heel laat bij ons binnengekomen.

Ik had eigenlijk een heel ander punt verwacht van de SP, namelijk schimmelwoningen. Ik was dus eigenlijk verrast door deze motie. Heb ik goed begrepen - misschien kan mevrouw Van Rossum heel kort toch de gelegenheid krijgen om dat toe te lichten - dat die beleidsafspraken eigenlijk een grondslag hebben in de Woonvisie, die volgend jaar weer vernieuwd moet worden, en dat de nieuwe prestatieafspraken daardoor in een nieuwe vorm worden gegoten met de huurders, de corporaties en de gemeente? Misschien kan mevrouw Schrederhof daar even haar licht op laten schijnen, want omdat het kort dag was en ik dit niet met mijn fractie heb besproken, wil ik ook de reacties van mevrouw Van Rossum en mevrouw Schrederhof horen. De VOORZITTER: Dan geef ik mevrouw Van Rossum kort de gelegenheid om dit toe te lichten. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Schimmelwoningen komen nog; daar gaan we op een later moment op in. Nu gaat het erover - daar heeft u ook de discussie over gevoerd in de commissie - dat we met deze prestatieafspraken helemaal niet zo duidelijk hebben wat er nou precies gebeurt en wat er echt nieuw is, wat al eerder langs is geweest en of datgene wat vorig jaar beloofd is, echt gehaald is. Daar heeft dat andere format dus mee te maken: dat we meer begrijpen wat er precies is gebeurd. Dat heeft dus niet te maken met een proces of zo. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter.

Wat de motie van de SP betreft sluiten wij ons aan bij vorige sprekers, want ook wij vinden het belangrijk dat de jaarlijkse afspraken die gemaakt worden met de corporaties, niet alleen met de raad gedeeld worden, maar dat ook de voortgang zichtbaar wordt gemaakt. Hier hebben wij in de commissie de vorige keer een punt van gemaakt. De motie van de SP vinden wij sympathiek. Wij vragen ons op dit moment alleen wel af hoe haalbaar het dictum is, onder andere ten aanzien van de schaarse ambtelijke capaciteit. We wachten de appreciatie hiervan door de wethouder even af.

28

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

De heer HARINCK (STIP): Voorzitter. De motie van de SP is een goede. Het gaat er volgens mij om dat de afspraken traceerbaar moeten zijn: wat waren de oude afspraken, wat zijn de nieuwe afspraken en hoe staat het met de uitvoering van die oude afspraken? Om op de zorgen van GroenLinks in te gaan: een duidelijk format kan volgens mij prima beknopt zijn en juist tijd schelen voor ambtenaren. Dat moet de gemeente natuurlijk niet eenzijdig opleggen, maar het format kan volgens mij prima samen met de huurdersverenigingen en de woningcorporaties opgesteld worden. Ik ben dus enthousiast. Ik ben benieuwd naar de reactie van de wethouder. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik schets kort de context van de prestatieafspraken. Als je prestatieafspraken maakt, heb je een Woonvisie nodig. Dat verplicht de Woningwet volgens mij zelfs. Dat is het kader waarbinnen je die prestatieafspraken maakt. Het beleidskader, dat de SP zegt te missen, bestaat dus uit onze Woonvisie en onze Woonagenda. Daarin regel je het "wat": welke afspraken maak je met de corporatie? Bij prestatieafspraken gaat het om een tripartiet overleg tussen huurdersvertegenwoordiging, corporatie en gemeente; ook dat legt de Woningwet vast. Die drie partijen bepalen met elkaar hoe ze dit gaan doen, hoe ze die prestatieafspraken maken, welk format ze daarvoor gebruiken, maar ook welke onderwerpen ze daarin aan de orde brengen.

Delft heeft al in het verleden gekozen voor meerjarige afspraken, dus voor het meerjarig uitwerken van een kader. De opmerking van de SP dat je een afspraak soms terugziet in het jaar daarna, klopt dus, omdat zeker afspraken over bouwkundige ingrepen sloop, vervangende nieuwbouw of renovatie - over de jaren heen lopen. Die kunt u daar dus ook in zien. Met deze meerjarige afspraken hebben we nog één tracé te gaan. Dan gaan we opnieuw met elkaar in gesprek over meerjarige afspraken. De vraag is vanuit welke context dat dan gebeurt. Daar gaan we ook met elkaar over in gesprek. Daarover zou je ook weer met de "tripartieten" kunnen praten, want die hebben nu afgesproken om zo te rapporteren hoe je dat doet. Wat ik de raad al heb toegezegd, is dat u de afgeronde afspraken van mij krijgt. Dat weet u natuurlijk. Dat hebben we ook in de vorige jaren geregistreerd. U kunt dus volgen wat in die meerjarige afspraken stond, welke we al hebben afgevinkt en met welke we nog bezig zijn. Vervolgens zie je al dat wij een deel van die prestatieafspraken soms uitwerken in andere fora, zoals in de groep van Langer en Weer Thuis. Er zijn ook aparte afspraken over de verdere uitvoering van de energietransitie en het isoleren van de woningen. Ik snap heel goed dat dat onduidelijk is.

Ik denk dus dat we dat goed in beeld moeten brengen, dat we in het vervolg in de prestatieafspraken, als een uitwerking elders plaatsvindt, die ook moeten definiëren en dat we ook definiëren wat die uitwerking daar is. Dat kunnen wij gewoon in de nieuwe afspraken doen. Volgens mij hebben wij in de laatste commissievergadering ook gezegd dat we met de raad in gesprek gaan over hoe die cyclus van de prestatieafspraken werkt en welke wensen de raad voor dit laatste jaar heeft die een verdere uitwerking in het najaar krijgen. We moeten daarvoor dus op tijd bij elkaar komen. Dat zou ook het moment kunnen zijn waarop we met de raad evalueren welke structuur prettig is. Wat de lijn van het dictum betreft: het blijft zo dat u als raad niet zelfstandig een format kan vaststellen, omdat het een tripartiete overeenkomst is waar ook corporaties en huurders een rol in spelen. U kunt mij wel meegeven wat u voor een format belangrijk vindt. Dat gesprek ga ik graag met u aan, maar hier een format bepalen kan niet. Als we een format bepaald hebben, is het natuurlijk slim om dat format langjarig vol te houden - want dan blijft die vergelijkbaarheid bestaan - en om dan ook de door mevrouw Lips aangegeven balans te zoeken: wel leesbaar, transparant en duidelijk en niet te veel inzet. Het laatste punt, het bijhouden van gemaakte afspraken, heb ik al toegezegd.

Maar vooral het punt in het dictum dat u hier een format gaat voorleggen, maakt dat ik het dictum moet ontraden, want dat is niet uitvoerbaar. Daar zegt de Woningwet echt iets anders over, maar ik heb in de commissievergadering ook 29

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

al gezegd dat ik uw oproep uitermate goed snap en dat delen van wat in deze motie staat, ook al opgepakt zijn. De heer STOOP (Hart voor Delft): Mevrouw Schrederhof zegt dat wij als raad de wethouder niet zomaar een format kunnen opdragen, maar heb ik goed begrepen dat zij eigenlijk zegt dat ze ondersteunt wat in de motie van de SP staat, maar dat de manier waarop het nu via een motie wordt voorgelegd, niet kan? Wethouder SCHREDERHOF: Volgens mij maakt u de goede analyse, meneer Stoop. Er staan nog heel veel meer dingen, maar in het dictum staat "een vast format voor de prestatieafspraken op te stellen". Dat is feitelijk wat aan mij wordt gevraagd en wat de raad dan besluit. Dat kan niet, omdat er een tripartiet overleg is. De wijze waarop prestatieafspraken gemaakt worden en hoe we die in dat tripartiete overleg van corporatie, gemeente en huurdersorganisatie vastleggen, wordt bepaald. U kunt mij vanuit de raad daar dingen over meegeven die ik inbreng voor de rapportage die we de komende tijd gaan doen en voor de meerjarige afspraken daarna, maar u wil wel dat het zo veel mogelijk een beetje hetzelfde blijft. Ik heb ook al gezegd dat ik met u daarover in gesprek ga. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter.

Ik ben natuurlijk erg benieuwd wat de indiener van de motie doet met de termijn van de wethouder, nu het dictum op deze wijze eigenlijk niet uitvoerbaar is. Ik ben dus benieuwd hoe we hiermee verdergaan. Op het punt van wat de motie vraagt en wat de wethouder toezegt, denk ik dat de raad en de wethouder behoorlijk hetzelfde willen. Misschien kan er dus gewoon een duidelijke toezegging genoteerd worden, zodat iedereen tevreden is. Wat ons betreft is wat de motie vraagt, namelijk echt zinvol in de door mevrouw Schrederhof geschetste context dat je dat tripartiet doet. In een format kan bijvoorbeeld staan - ik noem maar wat - dat je kwetsbare groepen in een bepaald aantal huisvest, maar die kwetsbare groepen kunnen in de loop der jaren natuurlijk wijzigen. Dan wil je juist zien dat je in 2023 misschien vooral inzet op het huisvesten van mensen uit beschermd wonen en dat je dat in 2024 vervangt omdat er dan andere groepen prioritair zijn. Maar je wil natuurlijk nog wel volgen of we die eerste groep loslaten of dat we ook daarmee verdergaan en dat daar iets bij komt. Ik denk dat je vooral dat wil opvolgen. Dan kun je leuk een format afspreken dat het moet gaan over kwetsbare groepen, maar welk format het ook is, je moet die opvolgbaarheid zien van wat eerder is afgesproken. Daar houd ik dus heel erg een pleidooi voor.

Ik hoop dat de wethouder iets duidelijks kan toezeggen, zodat de motie niet in stemming hoeft te komen of dat de motie wordt aangepast, zodat zij uitvoerbaar is. De VOORZITTER: Ik wil de vraag van mevrouw Gooijer even aan de wethouder stellen: wilt u een toezegging doen, zodat vervolgens de mind opgemaakt kan worden over wat te doen met de motie? Wethouder SCHREDERHOF: Ik herhaal even wat ik lees in wat men met deze motie wil. Dat is een langjarig format waarmee helder is hoe dingen zich voortzetten, met niet elke keer een wijziging, en waarbij duidelijk is hoe de concrete afspraak wordt gemaakt, waar een begin en een einde aan zitten. Als we daar een detailafspraken onder maken - de afspraak kan zo specifiek zijn dat we een detailafspraak maken - halen we die detailafspraken elke keer weer naar de hoofdlijn terug. Dat kan bij het doelgroepenbeleid zijn, zoals ik al zei: we kunnen een uitwerking in Langer en Weer Thuis doen, maar dat hangen we wel onder die prestatieafspraken en we kijken iedere keer of daar iets in wijzigt. We gaan ook met u als raad in gesprek over wat u mij wilt meegeven, vooral voor de wijze waarop de rapportage 30

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

plaatsvindt en wat voor de volgende prestatieafspraken belangrijk is. Dat hadden we al afgesproken. Dat brengen we in het tripartiete overleg in. Dat is hoe ik de motie lees. De VOORZITTER: Volgens mij zie ik mevrouw Van Rossum knikken. Ik zie nog meer mensen knikken, maar de indiener is in dit geval natuurlijk de belangrijkste. Mevrouw Van Rossum, komt dit tegemoet aan de wens? Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Volgens mij is dat alles wat wij met dit voorstel beogen. Dan kunnen we de motie dus intrekken. De VOORZITTER: Helder. Dank. De heer Maruf en mevrouw Tiekstra hadden allebei nog het woord gevraagd. Of zeggen zij: nu dit zo is gebeurd, ronden we het wat ons betreft af? Ik zie mevrouw Tiekstra knikken. Zij ziet af van haar termijn. De heer MARUF (D66): Ik word niet graag overgeslagen, maar dit keer is het prima. We zijn helemaal tevreden. De VOORZITTER: Fijn. Dank u wel, meneer Maruf. U stond niet op mijn lijstje. Ik had hier een klein, kort lijstje, maar u bent er nog. Heel fijn en dank voor de afronding. Dank aan de wethouder en dank aan mevrouw Gooijer voor de heldere vraag. Volgens mij kunnen wij dit punt hiermee afronden. Dank aan eenieder. 80. Actuele motie Rijksmiddelen coronacrisis ten behoeve van kwetsbare groepen (ChristenUnie en STIP). De VOORZITTER: Vanzelfsprekend geef ik mevrouw Gooijer heel graag het woord. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter.

Eigenlijk had mijn fractie - in dit geval was ik dat - het onderwerp corona na de laatste vergadering van de commissie EFB mee terug moeten nemen naar de fractie, maar ik loop nog niet zo lang mee. Misschien was het dus een beginnersfoutje. Ik ben dat dus vergeten. We hebben er daarna in de fractie uitvoerig over gesproken en we kwamen tot de conclusie dat we toch niet tevreden waren en dat we ook niet wilden wachten tot de volgende vergadering van de commissie EFB, waarin corona vanzelfsprekend weer op de agenda staat. Het gaat over de rijksmiddelen die Delft ook krijgt. Daarbij geeft het Rijk aan dat er in deze coronacrisis groepen zijn die extra kwetsbaar blijken te zijn, ook nieuwe groepen die misschien nog niet in het vizier van de gemeente zijn maar die wel in het vizier moeten komen omdat ze in de knel komen door deze coronacrisis of door de maatregelen die de overheid moet nemen voor het beteugelen van de crisis. Omdat de gemeentelijke overheid het meest dichtbij is, krijgt de gemeente dat geld. We hebben in de commissie een discussie gehad over de vraag in hoeverre we die groepen in zicht krijgen en wat het college gaat doen om met aanbieders daarover te gaan praten. We zijn blij dat het college heeft aangegeven ook met kleinere aanbieders te gaan praten over groepen die steun het hardst nodig hebben.

We hebben toen ook het punt onder de aandacht gebracht dat het Rijk expliciet adviseert om te kijken of je onbenut vastgoed, zoals bibliotheken en buurthuizen - dus niet zozeer gemeentelijk vastgoed, maar gebouwen in de gemeente die nu onbenut zijn vanwege de coronamaatregelen - misschien juist voor de meest kwetsbare groepen kunt gebruiken. We vonden de beantwoording door het college toch een beetje mager. Daarom komen we met een motie om iets meer concrete resultaten te maken om ook concreet in overleg te gaan met een hele brede coalitie van partijen die we in deze stad hebben en die veel beter dan ik of misschien de wethouder zicht hebben op die groepen en vooral ook op die nieuwe groepen en om dus ook te kijken of we zo snel als dat kan gebruik kunnen maken van de ruimtes die er zijn in de stad om coronaproof 31

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

maatregelen te nemen en ontmoeting te creëren voor mensen die dat het hardst nodig hebben. Dat staat met zoveel woorden en nog wat meer in de motie. Die willen we vanavond dus graag indienen en onder de aandacht brengen. STIP heeft zich daarbij aangesloten. Door de fracties van de ChristenUnie en STIP wordt de actuele motie 8.6-1 (Rijksmiddelen coronacrisis ten behoeve van kwetsbare groepen) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in (digitale) vergadering bijeen op dinsdag 11 mei 2021, constaterende dat: -

-

-

de coronacrisis iedereen kan treffen maar sommigen harder treft dan anderen; het Rijk gemeenten extra geld geeft ten behoeve van sociaal en mentaal welzijn en leefstijl; het pakket bestaat uit drie actielijnen: 1. Intensivering initiatieven welzijn voor de jeugd; 2. Intensivering initiatieven welzijn kwetsbare groepen; 3. Intensivering initiatieven gezonde leefstijl. het Rijk onder andere suggereert: 'Inzet op meer mogelijkheden tot ontmoeting in (tijdelijk onbenutte) ruimten zoals bibliotheken, buurthuizen, wijkcentra, sporthallen en evenementenhallen beter en veilig te benutten voor sociale en ondersteuningsactiviteiten'; het college in de commissievergadering EFB van 8 april jl. heeft gezegd dit geld in te zetten na overleg met Delftse (zorg- en onderwijs)aanbieders; het college ervoor kiest om bestaand beleid te intensiveren en niet om nieuwe programma's uit te rollen;

overwegende dat: -

het risico bestaat dat met intensivering van bestaand beleid het geld niet bij de juiste mensen terechtkomt; het moeilijk is om de hardst getroffen mensen te vinden en te bereiken met effectieve maatregelen;

draagt het college op: -

-

-

met de volgende partijen te inventariseren welke groepen het hardst steun nodig hebben en welke extra actie mogelijk is om deze groepen te ondersteunen: o onderwijs o zorg- en welzijnsaanbieders (professioneel en vrijwillig) o vrijwilligersorganisaties o de Voedselbank o de partijen binnen de coalitie tegen eenzaamheid o deelnemers aan het Pact tegen armoede o sleutelfiguren uit verschillende gemeenschappen; op basis van deze brede inventarisatie te besluiten hoe de extra rijksmiddelen het best ingezet kan worden; zo snel als mogelijk en terwijl de inventarisatie plaatsvindt, te starten met het benutten van de ongebruikte ruimtes voor extra activiteiten voor kwetsbare groepen zoals bibliotheken, buurthuizen, wijkcentra, en sporthallen; de raad over de uitkomsten van deze inventarisatie en de keuzes voor intensiveringen te informeren voor de zomer van 2021, 32

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw DE BOER (STIP): Voorzitter. Dank aan mevrouw Gooijer voor het indienen van de motie. Ik zou me daar grotendeels bij willen aansluiten. Het is erg lastig om in beeld te krijgen wie er precies hulp nodig heeft tijdens deze crisis. Een extra slag om uit te zoeken of het geld bij de juiste mensen terechtkomt, is wat ons betreft dan ook geen overbodige luxe. STIP vindt het ook erg belangrijk dat, wanneer dat weer mogelijk is, ontmoetingen kunnen worden gefaciliteerd. Dit is wat het meest gemist wordt. Daarom willen we de regie pakken door als gemeente proactief te kijken hoe we ontmoetingen kunnen faciliteren, bijvoorbeeld in een leegstaande bibliotheek of een buurthuis, zodat we, wanneer dat mogelijk is, meteen stappen kunnen zetten. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Voorzitter. Ik wil eigenlijk graag eerst de reactie van het college afwachten, omdat ik de indruk had dat het college hier al druk mee doende was, maar misschien heb ik mij vergist. Ik wacht de reactie dus graag af. De VOORZITTER: Geldt dit ook voor mevrouw Tiekstra of wilt u graag al het woord? Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Voorzitter. Wij zijn zonder meer positief over de motie, maar wij zijn zeker ook benieuwd naar de reactie van de wethouder hierop. Daar heb ik alle vertrouwen in. De VOORZITTER: Prima, daar gaan we van uit. De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter.

We hebben het over rijksgelden en we hebben nog niet eens een partij zoals Volt in Delft. Dat is wel apart. Ik heb vanmiddag nog even contact gehad met mevrouw Gooijer over de motie. Ik ben het in grote lijnen eens met wat in de motie staat, want wij zijn natuurlijk ook voorzichtig. Pas geleden hebben we de bezuinigingen ingevoerd, bijvoorbeeld 5% op het welzijnswerk en daarna nog een keer 5%. We lezen in de media ook dat we per leerling € 700 extra krijgen voor het wegwerken van de achterstand in het onderwijs. Wij zijn er ook een beetje huiverig voor dat organisaties waar we eerst op bezuinigd hebben, denken: o, er komt nu toch rijksgeld aan; dan stellen we de bezuinigingen even uit. Dat is wat ik hierover kwijt wil. Voor onze mening over de motie wachten we even de reactie van de wethouder af, want dat is voor ons belangrijk voor hoe wij met deze motie omgaan. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Collega Harpe zal ook reageren, want ik ga niet alleen over dit budget. Ik zie en ik lees de oproep van de ChristenUnie om zo goed mogelijk en zo breed mogelijk op te halen wat er speelt, wat de effecten van corona zijn en ook te weten waar die mensen wonen en waar we hen kunnen treffen, dus om dat beeld zo breed mogelijk te maken.

Natuurlijk zijn wij daarmee bezig en natuurlijk benutten we ook onze bestaande netwerken, maar dit stimuleert ons om eigenlijk nog een tandje dieper te gaan. Er wordt een lijst genoemd van partijen. Ik neem aan dat die lijst niet per se limitatief is, want ik kan me ook de sportverenigingen voorstellen en ik weet niet wat nog meer. Want ik denk dat het essentieel is dat we echt grensverleggend moeten bedenken met wie we dat gesprek zouden aangaan. Volgens mij moeten we dat gesprek ook aangaan om te inventariseren en niet om verwachtingen te scheppen - ik denk dat dat een antwoord is op wat meneer Stoop zegt - want uiteindelijk moeten we met alles wat we daaruit horen ook weer zorgen dat er een adequaat voorstel uw kant op komt dat ook financieel afgedekt is. Dat betekent dat je het vooral vanuit de inhoud geredeneerd ophaalt. Het gaat dus om een inventarisatie en dan om een voorzet voor wat we dan willen doen en hoe we de middelen daarbij inzetten. 33

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

Daarbij voorkomen we ook dat we alleen maar bestaand beleid voortzetten en dat we het risico lopen dat we niet weten wat we niet weten. Dat klinkt een beetje raar, maar dat is volgens mij zo in coronatijd. Ik denk ook dat het heel goed is om met elkaar te bedenken dat dit geld incidenteel is. Het kan dus nooit een structurele bezuiniging weghalen die we in het herstelplan hebben ingezet. Ik denk dat we ook daar heel goed over moeten communiceren. Volgens mij geldt hetzelfde voor de extra onderwijsgelden, hoewel het daarbij over heel andere bedragen gaat. Ik denk dus dat dit een mooie en adequate oproep is en dat het ook belangrijk is dat we dit doen, dat we grensverleggend kijken naar de clubs waar het over zou kunnen gaan en dat we daar gewoon de vraag stellen, een gesprekje of een telefoontje daaraan wagen en het goed in beeld brengen. Dat lijkt mij goed. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Wat met deze incidentele gelden altijd op de loer ligt, is enorme bureaucratie en het ophogen van ambtelijke capaciteit om allerlei onderzoekjes te doen en noem maar op. Daar word ik met dit antwoord nu een beetje bang voor. Mijn vraag aan de wethouder is dus of dit een extra bureaucratische slag is of een extra efficiëntieslag. Worden we er beter van? Dat vroeg ik mij al af bij de motie en dat vraag ik me ook weer af bij dit antwoord.

Wethouder SCHREDERHOF: Nee, ik denk dat we echt ten strengste moeten voorkomen tot dit tot bureaucratie leidt en dat we ervoor moeten zorgen dat dit gewoon heel simpel en heel pragmatisch maar wel zo breed mogelijk opgepakt wordt. Dat betekent dat je het werk goed moet verdelen, dat iedereen even een bezoekje of een telefoontje doet en dat we met elkaar goed moeten inventariseren over wie het gaat. Ik ben het met mevrouw Van Geenen eens: geen bureaucratie - dat zou echt jammer zijn - maar wel heel praktisch en heel breed uitvragen. Mevrouw BEL (D66): Voorzitter. Dit is een uitstekend initiatief van mevrouw Gooijer. Het is ontzettend belangrijk om ervoor te zorgen dat de gelden die we krijgen, terechtkomen bij de mensen die het het hardst nodig hebben. Het is dus uitstekend om te horen dat het college dat omarmt. Wethouder HARPE: Voorzitter. Ook mijn portefeuille is betrokken bij dit verhaal. Ik heb niet heel veel toe te voegen aan de reactie van collega Schrederhof. Ik heb twee korte opmerkingen. Ik wil de verwachting wegnemen dat heel veel vastgoed leegstaat en ter beschikking staat. Dat hebben we de vorige keer ook gezegd. Natuurlijk kijken we waar het kan, maar we zien niet nu al dat veel ruimte leegstaat. Dat zeg ik in het kader van het managen van verwachtingen.

Het tweede punt dat ik van belang vind: als we de lijst inderdaad niet als limitatief hoeven te beschouwen en, zoals collega Schrederhof heeft gezegd, gewoon op een efficiënte en praktische manier de peilstok in de Delftse samenleving mogen steken om te kijken waar de extra behoefte zit, kunnen we met de strekking van deze motie uit de voeten. De VOORZITTER: Mevrouw Lips wil kort nog iets zeggen. Mevrouw LIPS (GroenLinks): Misschien is het handig om in de tweede termijn het woord eerst aan mevrouw Gooijer te geven, want dan weet ik wat zij naar aanleiding van de termijn van het college wil. De VOORZITTER: Prima. Mevrouw Gooijer, naar aanleiding van de inbreng van mevrouw Schrederhof en de heer Harpe.

34

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. Daar mag mevrouw De Boer natuurlijk ook iets van vinden, want we hebben de motie samen ingediend. Ik ben op zich blij om te horen dat het college behoorlijk begrijpt wat we vragen en waarom we dat vragen en dat dit een slagje dieper gaat dan hoever we in de commissie waren gekomen. Zoals de heer Harpe al zei, hebben we het er in de commissievergadering over gehad. Er is niet veel leegstaand vastgoed. Daar gaat het niet om, maar je zou bij wijze van spreken morgen een overlegje kunnen voeren met een aantal mensen die - ik noem even een dwarsstraat - de Financiële Winkel bij zich heeft door hen uit te nodigen en op afstand te spreken in de bibliotheek, die nu gewoon niet gebruikt wordt. Dat is wat de rijksopdracht volgens mij behelst. Je hebt nu gewoon gebouwen die niet gebruikt worden omdat dat op die manier niet mag vanwege corona. Daar kun je juist wel de hele kwetsbare mensen uitnodigen - ik hoorde een aantal casussen - om daarmee in gesprek te gaan, een activiteit te organiseren of wat dan ook. Als je daarmee wacht totdat we de hele inventarisatie hebben gemaakt, worden die gebouwen weer gewoon gebruikt zoals ze hopelijk gelukkig ook weer gebruikt mogen worden, maar volgens mij is dat de expliciete oproep. Die wil ik graag onderstrepen.

Ik weet en begrijp best dat dat niet makkelijk is, maar dat is wel de oproep die we in de motie doen om te zoeken naar wat daarin kan. Ik heb verder niet een hele concrete toezegging gehoord. Ik hoor vooral veel support voor de lijn die we vragen. Nog even ter verduidelijking: het lijstje is inderdaad geen limitatieve opsomming. Het is meer een richtinggevende opsomming. Wat mij betreft gaan we de motie dus gewoon in stemming brengen en kijken we wat er dan gebeurt, maar mevrouw De Boer mag er ook nog iets over zeggen. Mevrouw DE BOER (STIP): Ik sluit me helemaal aan bij mevrouw Gooijer. Dat is dus lekker kort. Mevrouw LIPS (GroenLinks): Voorzitter. Fijn om eerst deze reacties te horen. GroenLinks vindt dit een mooie motie en vindt het ook goed dat hier aandacht voor wordt gevraagd. Dank daarvoor, ook aan de ChristenUnie en STIP voor het indienen van de motie. Met name de zinsnede "inventariseren welke groepen het hardst steun nodig hebben" en juist het moeite doen om deze mensen te bereiken, vind ik belangrijk. Vaak zijn dat niet de makkelijkst bereikbare doelgroepen. Dat zou ik dus nog even willen benadrukken. Ik hoor van de wethouder dat hier al goed op wordt ingezet. Er is nog geen concrete toezegging gedaan, maar ik vind het antwoord van de wethouders wat dat betreft voldoende om de motie overbodig te maken, maar dat is uiteraard ook aan de indieners.

De VOORZITTER: De indieners hebben al aangegeven dat ze de motie graag willen handhaven. Volgens mij kunnen we tot de afronding overgaan, tenzij er nog iemand iets wil zeggen. Aan de wethouder zijn volgens mij ook geen vragen meer gesteld. Ik rond de beraadslaging dus bij dezen af. In stemming komt de actuele motie 8.6-1 (Rijksmiddelen coronacrisis ten behoeve van kwetsbare groepen) van de ChristenUnie en STIP. De VOORZITTER: De stem van mevrouw Voogt komt niet binnen. Dat is jammer. Het klinkt een beetje vervelend, maar gelet op de uitslag bent u niet meer nodig. Dat komt de volgende keer wel weer. De actuele motie wordt met een digitale stemming met algemene stemmen aangenomen. 81. Actuele motie Raad ruilt Whatsapp in voor privacyvriendelijk alternatief (D66 en STIP). Mevrouw BEL (D66): Voorzitter. U vraagt zich natuurlijk af: vanwaar deze actuele motie? 35

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

De VOORZITTER: Er komt een ordevoorstel van meneer Van der Woerd. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): U en de griffie moeten goed kijken naar de registratie op NotuBiz. Die is waarschijnlijk helemaal misgegaan. Daardoor konden een aantal mensen zojuist niet stemmen, want volgens de registratie is alle tijd gaan zitten in de voortgang van de WarmtelinQ. Dat wil ik even laten weten, zodat daar even naar gekeken wordt. De VOORZITTER: Oké, prima. Alle tijd is dus gaan zitten in de WarmtelinQ. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ja, daar zijn we een uur en een kwartier mee bezig geweest volgens NotuBiz. De VOORZITTER: Er wordt hier geïnteresseerd gekeken, maar men begrijpt het niet helemaal. Het komt vast wel goed. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Nou, kijk er eens naar. De VOORZITTER: In het presidium gaan we even bespreken hoe we dit oplossen in NotuBiz. Het is een technisch puntje, maar dank, meneer Van der Woerd. Wij gaan dit wel even onderzoeken. Mevrouw BEL (D66): Het is goed om even naar de tijd te kijken. Volgens mij heb ik nog ruim de tijd. Ik heb dus voldoende tijd om toe te lichten waarom wij deze actuele motie indienen. Want u zult denken: we gebruiken eigenlijk bijna allemaal Whatsapp en dat is hartstikke handig. Dan krijg je leuke fotootjes van de kleinkinderen binnen, mevrouw Van Geenen, en het is leuk om met familie te chatten in deze digitale tijden.

Ook als gemeenteraad maken we er dankbaar gebruik van, zeker sinds we digitaal zijn gegaan, onder andere bij een vergadering zoals deze om aan te geven of je een interruptie of een termijn wilt. Dat is handig. U zult misschien ook denken: wat een gedoe; wat we hier uitwisselen, is toch eigenlijk helemaal niet geheim? Het gaat ook niet om de berichten die we uitwisselen, want die zijn versleuteld. Maar sinds een tijdje is Whatsapp eigendom van Facebook. Facebook heeft de voorwaarden veranderd. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Het is inmiddels al een hele tijd geleden, maar ik wilde zeggen dat de foto's natuurlijk niet op de raadsapp binnenkomen. De VOORZITTER: Ja, dat is zo. We willen ze misschien wel allemaal even zien. U kunt ze er altijd op gooien. Mevrouw BEL (D66): Dat zou misschien best leuk zijn, mevrouw Van Geenen. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Mevrouw Van Geenen zei het eigenlijk al: dit speelt al sinds 2016. Ik vind de term "actuele motie" hier dus een beetje misplaatst. Mevrouw BEL (D66): Als u mij nou even uit laat praten … De VOORZITTER: Ho, mevrouw Bel. Sorry, het werkt nu eenmaal zo bij interrumperen. De heer VAN RIJN (VVD): Mevrouw Bel mag het laatste woord hebben. Ik heb even een interruptie gedaan via Whatsapp. In de groepsapp zie ik inderdaad "o", "i", "t", "welterusten" 36

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

en een verdwaalde foto van een schaal bitterballen, maar daar blijft het ook wel bij. Ik kom to the point: zoals mevrouw Bel weet, zijn we op weg naar een nieuwe bestuurscultuur, waarin alles transparant moet worden en zo'n beetje WOB-baar wordt. Daarnaast voldoet Whatsapp bij mijn weten aan de Europese privacyregelgeving. Dus wat is nu concreet het probleem? Daar gaat ze vast mee komen, maar welke problemen hebben zich nu concreet in Delft voorgedaan? We zijn echt benieuwd waarom zij heeft besloten deze motie in te dienen. Mevrouw BEL (D66): Ik zal de heren op hun wenken bedienen. Ik was net bij de opmerking dat het niet gaat om de inhoud van de berichten, want die zijn versleuteld. Het gaat dus niet om "i", "t" en "welterusten" en zelfs niet om de fotootjes van de kleinkinderen van mevrouw Van Geenen. Nu kom ik bij de vraag van de heer Den Hollander: waarom een actuele motie? Vanaf 15 mei worden gebruikers van Whatsapp geacht de nieuwe voorwaarden te accepteren. Dat betekent dat Whatsapp c.q. Facebook allerlei gegevens van gebruikers mag bijhouden. Dat zijn gegevens zoals: met wie chat je, hoe vaak chat je, zit je op de wifi, wanneer ga je weer van de wifi af en welk operating system gebruik je? De VOORZITTER: Mevrouw Bel, dit doet allerlei dingen ontvlammen. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Dit klopt gewoon niet.

In 2016 gebeurde dit al, dit delen van metagegevens met Facebook. In februari is Whatsapp verplicht geraakt om de gebruikers expliciet te vragen of ze daarmee akkoord gaan. Voor Europese gebruikers verandert er niets, want Europese wetgeving verbiedt het delen van deze gegevens met Facebook. Er verandert dus niets. Er is niets aan de hand. Ik snap niet waarom deze motie wordt ingediend. De VOORZITTER: Nu komt ook mevrouw Timmermans op het toneel. Mevrouw Bel, misschien komt u ooit weer aan het woord. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik denk dat ik mevrouw Bel even bij moet staan, want naar aanleiding van de interruptie van meneer Den Hollander wil ik graag aangeven dat Whatsapp straks wel degelijk zegt: je gaat akkoord of je kan Whatsapp niet meer gebruiken. Het is dus leuk dat dit al vanaf ik weet niet wanneer speelt, maar het is zeker actueel. De VOORZITTER: Ik denk dat meneer Den Hollander daar nog iets over wil zeggen. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Dat is het enige: ze worden nu gedwongen om ons expliciet te vragen of we daarmee akkoord gaan. Vervolgens mogen ze het niet delen, maar het is natuurlijk hun goed recht om te vragen: gaat u akkoord met de gebruikersvoorwaarden of niet? Maar er verandert gewoon echt helemaal niets. De Europese wetgeving is nog steeds van toepassing: de gegevens mogen niet gedeeld worden.

Daarbij gaat het om metagegevens en dat gebeurde al in 2016 voor, laten we zeggen, alle 2 miljard mensen die dat vinkje sowieso nooit hadden aangekruist. De VOORZITTER: Mevrouw Timmermans nog even en daarna mevrouw Bel, hoor. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Excuus. Ik snap absoluut wat meneer Den Hollander zegt. Maar nogmaals, je kan er straks geen gebruik meer van maken als je niet akkoord gaat. We moeten straks dus een raadsrondje houden: wie gaat er wel akkoord, wie niet en wie kan nu wel of niet Whatsapp nog gebruiken? Daarnaast weten we niet wat Whatsapp aan de voorkant doet. Ze gebruiken geen "open source"-data. Dit betekent dat de 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10516390/1