Handelingen 6 maart 2025
Tekst van het document
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
een eerdere interruptie: volgens mij is dat nog duurder dan het verbieden van bepaalde reclame-uitingen. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): We kregen geen antwoord van mevrouw Wessels op de vraag welke reclames dan allemaal verboden gaan worden. Kunt u daar dan een voorbeeld van geven? De heer MARUF (D66): Die vraag is best wel suggestief, want dat zou betekenen dat wij eigenlijk heel onduidelijk zijn over waar ons beleid voor staat. Volgens mij is het heel duidelijk: als iets tegen de gezondheid van mensen ingaat en als verandering in de maatschappij nodig zou zijn, dan beginnen we met die reclameuitingen. De heer Van der Woerd begon over de 25%. Volgens mij is dat een mooie uitdrukking: de maatschappij verandert en daarmee moet ook ons beleid over de reclame-uitingen mee veranderen. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Bij bijvoorbeeld reclame voor bier kun je zeggen dat bier misschien ongezond is, maar bier verbroedert ook. Er zijn dus voor- en nadelen. Laat de mensen dus hun eigen afweging maken. Daar gaat het eigenlijk om. De heer MARUF (D66): Ik wil me er niet toe laten verleiden om in te gaan op zo'n discussie, waar we eigenlijk niet uit komen. Maar laat ik helder zijn: iedere slok alcohol is slecht voor de gezondheid. Ik zou dus heel erg tegen reclame-uitingen daarvoor zijn; dat is een persoonlijke ontboezeming.
Mijn fractie heeft dit besproken; ik weeg mijn woorden dus op een gouden weegschaaltje. Wel heeft het specifieke voorstel naar onze mening nog een aantal haken en ogen. Er worden ontzettend veel slagen om de arm genomen, bijvoorbeeld in het derde dictum. Dat ontkracht eigenlijk wat erboven staat, namelijk dat we voor een bepaalde periode beleid zouden willen of dat we nog niet precies weten welke reclameuitingen wel of niet worden toegestaan. Ik vraag de wethouder dus om ons mee te nemen in hoe het ervoor staat. In Den Haag is een procedure aangekondigd, maar ik heb nog niet kunnen teruglezen wat dat precies inhoudt. Misschien kan de wethouder ons meenemen: wordt deze motie niet ontkracht door het derde dictum? Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Mijn collega Van Warmerdam heeft in zijn maidenspeech in de commissie al helemaal betoogd wat de VVD vindt van het verbieden van commerciële reclames of van sommige commerciële reclames. Wij vinden dat de gemeente zich daar niet in zou moeten mengen, zeker wanneer dit binnen de wettelijke kaders valt. We hebben al uitvoerig stilgestaan bij de motie, waarbij we onder meer de complexiteit, de glijdende schaal en de breedte van dit onderwerp hebben besproken.
Het verbaast me een beetje dat in de motie als oplossing wordt geboden dat we nog meer reclames en nog meer thema's op een grote hoop gaan gooien, waardoor de motie nog vager en breder geformuleerd is. Dat gaat van klimaat tot schulden en tot mentale gezondheid. Wij onderschrijven als VVD wel de duurzaamheidsgedachte, maar wij willen die vooral stimuleren via innovatie en niet via nog meer regels en verboden. Deze motie is paternalistisch en 45
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
ondermijnt de eigen verantwoordelijkheid. Wij vinden dat Delftenaren best zelf kunnen bepalen wat zij kopen en of zij zich laten beïnvloeden door een reclame of niet. Maar deze motie impliceert natuurlijk ook dat Delftenaren niet in staat zijn om zelf een verstandige keuze te maken. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik hoorde mevrouw Voogt zeggen dat ze gelooft in technische innovatie. Is dat niet helemaal tegen de trias energetica en is het dus eigenlijk niet heel onlogisch om niet eerst te beginnen met bijvoorbeeld reductie? Mevrouw VOOGT (VVD): Ik begrijp niet helemaal waar de heer Van der Steeg heen wil. Ik ga dus door met mijn betoog; misschien moet hij de vraag even herhalen. Wij vinden het gewoon respectloos en nogal neerbuigend om dingen te verbieden voor mensen. Daarnaast is de huidige overeenkomst met de MRDH over de reclameexploitaties gebaseerd op maximale opbrengsten. Wij steunen dat uitgangspunt, omdat die opbrengsten gebruikt kunnen worden voor betere voorzieningen, zoals een rijdende tram. Tot slot kunnen de restricties leiden tot overregulering, met allerlei bureaucratische rompslomp en economische schade tot gevolg. Het beperkt dus innovatie en belemmert nieuwe spelers op de markt, wat uiteindelijk voor Delftenaren tot minder keuzes leidt. Daarom steunen wij de motie niet. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter.
Ik heb een vraag aan de wethouder, die ik graag beantwoord krijg. We kunnen namelijk natuurlijk niet zomaar willekeurig bedrijven uitsluiten; daarbij kijk ik naar het gelijkheidsbeginsel, het verbod op willekeur uit de Algemene wet bestuursrecht, de vrijheid van ondernemerschap en artikel 16 van het Handvest van de Grondrechten van de EU. Ik ben benieuwd of we al die aspecten naast ons neerleggen omdat bij een paar partijen de wens is ontstaan om bepaalde bedrijven uit te sluiten van het maken van reclame. Mevrouw STEHOUWER (STIP): Voorzitter. In het commissiedebat heeft STIP al bepleit dat reclame voor fossiele brandstoffen en ongezond voedsel haaks staat op de doelstellingen die wij hier als raad hebben vastgesteld. We vinden dat de gemeente die ambities ook op straat actief moet uitdragen. Dergelijke reclame ondermijnt juist onze inzet voor duurzaamheid en de gezondheid van onze inwoners. STIP zal de motie van GroenLinks, Volt, de PvdA en de ChristenUnie dan ook steunen. De motie biedt een kader om het reclamebeleid in de openbare ruimte in te richten om zo duurzaamheid en de fysieke en mentale gezondheid van onze inwoners juist te stimuleren. Tegelijkertijd erkennen we dat het trekken van deze grenzen complex is. Daarom kijkt STIP ernaar uit om bij de afdoening van deze motie het gesprek in de raad opnieuw te voeren.
Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Onafhankelijk Delft zou dan toch de flauwe vraag willen stellen hoe STIP tegen bierreclames aankijkt. Mevrouw STEHOUWER (STIP): Op bierreclames is er al een landelijk verbod. De VOORZITTER: Nee, dan heeft u volgens mij een blind eye voor het bier, want dat is nog niet het geval, vrees ik. 46
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Als ondernemer snap ik hoe belangrijk het voor bedrijven is om hun producten en diensten aan mensen te kunnen tonen. Als SP'er zie ik ook dat bedrijven doorslaan en allerlei methoden gebruiken om mensen te verleiden tot het kopen van dingen die ze eigenlijk niet nodig hebben. En terwijl we een tekort hebben aan allerlei mensen in de zorg, onderwijs, de bouw en het vervoer, werken er naar mijn oordeel veel te veel mensen in de marketing. Hoewel ik een groot voorstander ben van het terugdringen van alle reclames, zie ik er geen heil in om reclames voor slechts één categorie te beperken. Ik weet dat dit soms wél gedaan wordt, maar dat zie ik als een zwaktebod. Neem het verbod op gokreclames: ondanks het verzet van de SP is het onlinegokken gelegaliseerd. Dat loopt gierend uit de hand en nu worden reclames toch beperkt, omdat de regeringspartijen niet door willen drukken en onlinegokken niet gewoon weer willen verbieden. Het is dus een zwaktebod, maar voor het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen zijn er wél andere, betere middelen. Die worden ook ingezet en dat is ook veel effectiever. Ik zou zeggen: zet alle middelen in voor het isoleren van woningen. Dat is veel nuttiger. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. In de commissie EFB hebben we hier al het nodige over gezegd.
Het valt ons op dat de meeste mensen urgentere problemen aan hun hoofd hebben dan reclame in bijvoorbeeld een bushokje, waar we het nu over hebben, maar dat terzijde. U wilt reclame in bushokjes verbieden die u niet aanstaat, omdat die niet aansluit bij uw visie. Maar reclame in bushokjes spreekt een groot publiek aan en levert vooral winst op voor zowel de ondernemer die reclame maakt als voor de MRDH. Straks worden de vervoersbewijzen in ons openbaar vervoer duurder als er minder geld binnenkomt, maar dat kunt u vast uitleggen aan de passagiers. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik hoor u zeggen: "U wilt geen reclame die niet past bij uw visie." We zeggen met deze motie juist dat we geen reclame willen die niet past bij het gemeentelijke beleid dat door de raad is vastgesteld. Dat is dus eigenlijk wat we als raad zeggen. Daar heeft uw partij dus over mee mogen besluiten. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): U weet dan waarschijnlijk ook dat Hart voor Delft hier niet achter heeft gestaan. Wat dat betreft vinden wij dus dat die visie wordt doorgedrukt, om het zo maar eens te zeggen. Wij vragen ons af welke reclames dan wél worden goedgekeurd door GroenLinks en de andere indieners.
Reclame voor insectenburgers, havermelk of een reis naar Corsica met oma in de bakfiets? Het riekt naar paternalisme, waarbij vanuit de "ivoren toren"-werkelijkheid wordt bedacht hoe de mensen moeten leven. U staat voor uw eigen visie op de samenleving. Dat is mooi, maar het zou goed zijn als we ook de grenzen weten tussen een visie hebben en een visie opleggen. We denken niet allemaal hetzelfde, maar met uw visie vervreemdt u ons als stadsbestuur van een groot deel van onze samenleving, die zoals ik al zei urgentere problemen aan het hoofd heeft dan al dan niet reclame. Wij zullen deze paternalistische motie dan ook niet steunen.
47
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De heer VALK (CDA): Voorzitter. In de commissie was het debat nog vrij beperkt: fossiele reclame en alleen in bushokjes. In een paar weken tijd is de motie behoorlijk uitgebreid, zowel in wat verboden moet worden als in het gebied waarover het gaat. Ik noem ook het taalgebruik in de motie. Wij vielen bijvoorbeeld over het eerste dictum, waarin gesproken wordt van "het ondermijnen van gemeentelijk beleid". "Ondermijnen" is in de politiek een stevige term, die je alleen in hele speciale gevallen gebruikt. Je kunt niet zeggen dat de lokale slager of Shell het gemeentelijk beleid aan het ondermijnen is. Ik ben heel benieuwd of de wethouder die woordkeuze steunt. Had daar niet beter een andere term kunnen worden gebruikt? Maar los daarvan: wat we willen toestaan en wat niet willen we landelijk regelen en niet lokaal, want om willekeur te voorkomen kom je anders in een web van procedures en regels terecht om precies te omschrijven wat wel mag en wat niet; dat bleek ook uit de interrupties. De heer VAN DER STEEG (PvdA): De heer Valk geeft aan dat hij liever op landelijk beleid wacht.
Kan de heer Valk, afgezien van het recente voorbeeld van het gokken, een ander voorbeeld geven van iets wat de afgelopen tien jaar wél is gelukt? De heer VALK (CDA): Wat bedoelt u precies met de vraag wat er gelukt is? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik bedoel het verbieden van reclame voor bepaalde aspecten die negatief bijdragen aan het welzijn van onze inwoners in Nederland. Wat is er landelijk op dat gebied geregeld? De heer VALK (CDA): Daar zijn voorbeelden van, bijvoorbeeld rookreclame. Ik weet niet of dat iets van de afgelopen tien jaar is; misschien is dat ietsje langer geleden. Maar ook gokken door minderjarigen is landelijk gereguleerd. Dat gaat allemaal niet heel snel, maar het is wel duidelijk en het is in elke gemeente gelijk. Je kunt zeggen dat het landelijk sneller moet gaan. Daar denk ik ook weleens iets over, maar het is wel duidelijk wat er is. Het is natuurlijk heel gek als in Rijswijk iets mag wat in Delft niet mag en in Pijnacker weer wel, maar dan weer net anders. Dat is niet uit te leggen. We hebben zojuist een uitgebreide discussie gehad over Shell, dat dus ook geen reclame mag maken voor gezonde producten. Maar als ik dan doorvraag, zou de eigenaar van het grootste tankstation in Delft, de Makro, ook geen reclame meer mogen maken. Als je dan consequent bent: de HEMA verkoopt rookworsten; die zijn heerlijk maar niet gezond.
Dan zou de HEMA dus ook geen reclame meer mogen maken. Voordat je het weet, sla je helemaal door. Sponsoring van de voetbalclub mag dan weer wel. Shell mag dus wel de voetbalclubs sponsoren. Nu lok ik interrupties uit; leuk! De VOORZITTER: Het is een bevlogen betoog, maar het roept heel veel op. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Is de heer Valk het met mij eens dat er een onderscheid is tussen een merk en de verschillende producten die een merk kan aanbieden?
48
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik vind dat het debat nu een bepaalde vorm aanneemt met allerlei voorbeelden. Het gaat er natuurlijk niet om of de HEMA dat bedrijf noem ik dan maar even - worstreclame of reclame voor babykleertjes maakt. Of eigenlijk gaat het daar wél om: voor het ene wél. Het gaat dus niet om bedrijven. Het gaat gewoon om de reclame-uiting van bepaalde producten of diensten; dáár hebben we het over. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Mijn vraag is eigenlijk al gesteld, maar ik heb een nieuwe vraag bedacht over het landelijk beleid en over de vraag of het niet willekeurig is. Je zou kunnen zeggen dat het ene het andere niet hoeft uit te sluiten. Je kunt natuurlijk altijd nog hopen dat er landelijk beleid komt. Dan komt dat er alsnog. Wat is dus de belangrijkste reden om dat af te wachten en niet nu al reclamebeleid te maken dat aansluit bij de rest van ons beleid? De heer VALK (CDA): Ik pak de vragen van de heer Van der Woerd en de heer Van der Steeg samen, want zij zeggen dat het om het merk gaat en niet om het product. Nee, er werd net gezegd dat Shell geen bronwaterreclame meer mag maken. Shell verkoopt geen Shell-bronwater, maar bronwater van andere merken. Dat mag dan niet meer. Met Shell hoef je natuurlijk geen medelijden te hebben - dat is het antwoord op de vraag van mevrouw Brussaard - want dat wordt echt niet getroffen door een Delfts verbod.
Daar zal geen aandeelhouder zenuwachtig van worden; Shell zet dan een bord in Rijswijk neer. Maar de lokale ondernemers worden wel getroffen. Die hebben geen alternatief. De lokale slager die geen biologisch vlees verkoopt, mag straks geen reclame meer maken en wordt hierdoor getroffen. Dat zijn dus niet de grote jongens, maar juist onze ondernemers waar we zuinig op moeten zijn. Het moge duidelijk zijn dat wij tegen deze motie gaan stemmen. De VOORZITTER: O, dat vind ik wel een apotheose. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik maak bezwaar tegen deze manier van discussiëren. Het is niet waar dat de lokale slager geen reclame meer mag maken. Die mag gewoon reclame maken, maar we willen die reclame niet meer zien in het bushokje, bij wijze van spreken. De heer VALK (CDA): Mevrouw Wessels zei: in alle openbare ruimten geen reclame meer. De VOORZITTER: Ik kijk rond. Heeft iedereen die iets wilde zeggen in de eerste termijn dat kunnen zeggen? Dat is het geval. Dan kijken we naar onze wethouder, die een aantal dingen zal oplossen. Ik wil ook gezegd hebben dat de VVD in deze prachtige termijn door de tijd heen is. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Een mooi debat. De vraag is hoe het college hierin zit. Ten principale zegt het college: of Delft hier iets mee wil, is natuurlijk aan de raad.
Of je met dergelijke zaken aan de slag wil omdat je ervoor wilt zorgen dat reclame niet onze eigen beleidslijnen ondermijnt en daarom daarop wilt ingrijpen, is een vraag aan de raad. Dat is waar u het debat over voert. Tegelijkertijd zijn wij er 49
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
als college natuurlijk met u verantwoordelijk voor dat het uitvoerbaar is en juridisch stand houdt. Zoals de motie nu verwoord is, laat zij nog ongelofelijk veel ruimte en zou zij juridisch natuurlijk nooit stand houden. Het college ziet dus echt als eerste vraag aan de raad of we hiermee aan de slag willen en of we het hier vervolgens zodanig specifieker willen maken dat het ook juridisch stand kan houden. Het CDA vroeg hoe het college kijkt naar het woord "ondermijning". Ik heb het zojuist gelijk opgezocht in het woordenboek. Het woordenboek spreekt van "verzwakken" en "afremmen". In die zin kunnen wij ons goed vinden in het dictum zoals dat er staat. Maar er blijft dus staan dat de formulering heel veel ruimte biedt. OD vroeg of wij zomaar bedrijven kunnen uitsluiten. Nee, wij zijn natuurlijk gewoon aan de wet gebonden. Daarin zijn er ook regels voor de uitingsvrijheid die mensen hebben. Tegelijkertijd gelden er regels over zaken die democratisch besloten zijn, waarmee wij daar wel degelijk paal en perk aan kunnen stellen. Dat is precies wat nu op verschillende plekken gebeurt op het punt van fossiele brandstoffen. Het college vindt het heel verstandig dat de indieners zeggen: laten we vooral leren van anderen. Want wij zijn Delft, met onze beperkte capaciteit. Wij kunnen natuurlijk allemaal hele nieuwe dingen verzinnen, maar op andere plekken gebeuren er al dingen.
Het is heel goed dat de indieners dat echt benadrukken: we gaan leren van andere plekken. Laten we, juist omdat op sommige andere plekken dat beleid heel recent is vastgesteld en er ook zaken in de APV zijn vastgesteld, goed kijken wat daar gebeurt en ook afwachten hoe een rechter zich daarover uitspreekt. Het is ook heel verstandig om in de scope heel goed te leren van andere steden. De scope zoals die nu in de motie staat, is heel breed. Je zult daar echt stevig specifieker in moeten worden. Laten wij goed kijken wat wij van anderen kunnen leren over wat daarin houdbaar is of niet. Dat brengt mij op de planning. Het vierde dictum houdt er al ernstig rekening mee dat het tijd gaat kosten om te leren van anderen. Het is nu bijvoorbeeld nog afwachten wat er gebeurt in Den Haag. De verwachting is dat mensen daar rechtszaken zullen aanspannen tegen wat daar gebeurd is en dat daar vervolgens ook uitspraken over moeten komen. Dat zal tijd vragen. Dat maakt een planning waarin wij in 2025 beleid zullen hebben haast ondoenlijk, want wij moeten niet alleen een beleid opstellen; beleid verwijst altijd naar een verordening. We zullen dus ook de verordening moeten aanpassen. Bij een verordening hoort ook dat daar inspraak op mogelijk is. U voelt het aankomen: dat kost tijd.
Als deze motie wordt aangenomen, ziet het college dat dus als een opdracht om heel nauwgezet te volgen wat er op andere plekken gebeurt en wat wij daarvan kunnen leren om vervolgens bij u als raad terug te komen en u de vraag te stellen of wij, gegeven wat wij hebben gezien, vanuit een nadere specificatie de slag verder kunnen maken naar het opstellen van de verordening en het beleid. Het zal echt een gesprek met de raad vragen wat die nadere specificatie dan is, gebaseerd op ons eigen beleid. Dat is waar deze motie in ieder geval op stuurt. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Volgens mij stuurt deze motie in de dicta ook op andere punten. Ik vraag me dus af of deze hele vrije interpretatie van 50
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
deze motie ook de wens is, want als een motie het college iets opdraagt, lijkt het mij niet logisch om daar vervolgens een heel ander verhaal van te maken. Ik ben dus zoekende: welke nieuwe vorm aanschouwen we hier met z'n allen? Wethouder VAN VLIET: Als er wordt gezegd "zet nu in het beleid precies volgens deze zin dat reclame voor alles wat ons eigen beleid ondermijnt, nu verboden is", is dat niet houdbaar. Dat vraagt nadere specificatie, ook waar het om duurzaamheid gaat. Bijvoorbeeld in Den Haag is dat nader gespecificeerd. Duurzaamheid is daar gespecificeerd naar fossiele producten enzovoort, enzovoort. Daar is dus een nadere specificatie gemaakt. Dat zal nodig zijn om deze motie uit te voeren. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Het klinkt alsof u zegt dat deze motie op dit moment niet uitvoerbaar is. Dan is dat toch het verdict: niet uitvoerbaar? Wethouder VAN VLIET: Nee, ik zeg niet dat de motie niet uitvoerbaar is. Ik zeg dat een nadere specificatie nodig is voordat je de verankering in beleid kunt vormgeven. Dat vraagt nadere uitwerking en een gesprek met de raad. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Kunt u in gewoon Nederlands uitleggen wat "nadere specificatie van dit beleid vormgeven" betekent? Wethouder VAN VLIET: Jazeker.
Als wij nu in ons reclamebeleid en in de verordening zouden zetten dat er geen reclame gemaakt mag worden voor alles wat in strijd is met ons duurzaamheidsbeleid, is dat niet te handhaven. Wij sturen dan ons handhavers naar buiten en die zouden dat moeten handhaven. Dat gaat niet. Dan zul je moeten specificeren waar dat om gaat. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Dat is inderdaad precies wat we hier proberen te betogen: eigenlijk is deze motie niet uitvoerbaar, omdat zij niet handhaafbaar is. Waarom ontraadt u de motie dan niet? De VOORZITTER: De wethouder, en dan vervolgt hij vervolgens zijn betoog. We hebben ook nog een tweede termijn. Wethouder VAN VLIET: Ik zeg niet dat het niet uitvoerbaar is, maar ik zeg wel dat het een specificatieslag vraagt die dan uitgevoerd moet worden. Daarmee ben ik door mijn reactie heen. De VOORZITTER: Wie wil het woord in de tweede termijn? De heer MARUF (D66): Voorzitter, zouden we vijf minuten kunnen schorsen? De VOORZITTER: Zeker. Tot zo meteen. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Het woord is aan meneer Maruf. 51
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De heer MARUF (D66): Voorzitter. De wethouder heeft in zijn eerste termijn eigenlijk al een toezegging gedaan over hoe hij hiermee wil omgaan. Ik denk dat je uitgerekend bij dit voorstel een zo breed mogelijk draagvlak in de raad wilt. Gelet op de motie en iedereen gehoord hebbende, zou het enorm zonde zijn als deze motie het kantje boord zou halen, want je wilt hier juist een goed gesprek over voeren. Met de toezegging die de wethouder zou kunnen doen om in ieder geval met een voorstel onze kant op te komen, kunnen we ook tijd kopen om te kijken hoe dit voorstel in andere gemeenten gaat landen, of er procedures worden gestart en of er procedures worden gewonnen of verloren. Dat gezegd hebbende hopen we dus op een toezegging van de wethouder, zodat we niet over de motie hoeven te stemmen. De VOORZITTER: Dan kijk ik naar de indieners. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter. Ik hoop dat mijn collega straks wat coulance krijgt, want dit vraagt gewoon wat tijd. We hebben de motie naar aanleiding van het debat verbreed om te zorgen dat we brede steun krijgen. Die zien we nu weer wegvallen, omdat het de scherpte niet heeft gehaald. Wat we wel graag willen behouden, is dat we leren van de afspraken elders in het land over fossiele reclame en daar iets mee doen en dat we ook voor de andere onderwerpen gaan kijken wat we daarmee kunnen doen.
Mocht het niet tot een toezegging komen en de motie wel in stemming worden gebracht, dan wil ik wel dat helder is dat we een tussenstap inbouwen waarin we het gesprek met elkaar in de raad voeren over wat we uit den lande leren en wat we daar dan uit willen halen. Dat is eigenlijk hoe we de motie wel moeten lezen. De VOORZITTER: Nu spreekt de raad. Aan het eind kom ik weer bij de wethouder. De heer MARUF (D66): Dan vraag ik mevrouw Wessels wat er anders is dan wat eigenlijk beoogd was voor de wethouder om te doen. Wat zou die motie dan veranderen? Nogmaals, ik vraag dit omdat ik echt denk dat het heel erg zonde is als de motie het niet of kantje boord haalt. Levert dat niet méér schade op voor het naar het doel toewerken dan je eigenlijk beoogt? Met wat de wethouder al had gezegd, komt hij met een voorstel voor beleid naar ons toe. Mijn concrete vraag aan u is dus: is de motie nog nodig, ook in de afgezwakte vorm? Mevrouw WESSELS (GroenLinks): De wethouder heeft op dit moment geen toezegging gedaan. Hij heeft alleen gereageerd op de motie zoals die er ligt en hoe hij haar interpreteert. Daar wil ik best wel in meebewegen, omdat ik denk dat het belangrijk is dat we met elkaar het goede gesprek hierover kunnen voeren. Dat is het enige wat ik nu wil meegeven. De VOORZITTER: Helaas moet ik u erop wijzen dat u een halve minuut over uw tijd bent.
Voor de rest zal het dus door de andere indieners afgewikkeld moeten worden. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Kan ik een interruptie op de heer Maruf doen? 52
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De VOORZITTER: Dat schijnt niet te mogen. De heer MARUF (D66): Ik vind het best, hoor. De VOORZITTER: Kijk, meneer Maruf is soepel in de wedstrijd. Dit is de tweede termijn. Meneer Maruf komt terug van een schorsing en heeft zijn tweede termijn ingezet. Hij heeft volgens mij een helder verhaal gehouden. U wilt daar alsnog op interrumperen. Dan doen we dat, maar voortaan moet u dat gelijk doen als hij spreekt. Zullen we het zo afspreken? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Dank u wel voor deze procedurele uitleg; ik snap het. Ik heb een vraag aan de heer Maruf. Ik begrijp dat u op zoek bent naar een toezegging van de wethouder, zodat de motie mogelijk wordt ingetrokken. De VOORZITTER: Ja, volgens mij was dat de gedachte van meneer Maruf, maar misschien kan hij dat zelf nog even bevestigen. De heer MARUF (D66): Inderdaad. In het kort: vanwege alle haken en ogen die de wethouder ook zelf in zijn termijn heeft toegelicht. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Ik zal het kort houden om tijd over te houden. Natuurlijk zijn er haken en ogen. Dat is ook beaamd en dat snappen we allemaal, maar volgens mij zorgen we er met deze motie voor dat we daarna die haken en ogen in kaart brengen en daarna met een goed voorstel komen. Ik snap dat nu nog niet helder is wat dat precies gaat inhouden. Daarover spreken we ons nu als raad dan uit.
Ik denk dat meegaan met je eigen beleid gewoon heel positief is. De VOORZITTER: Deze indiener zegt dus: de motie handhaven. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Meneer Van der Steeg, begrijp ik nou goed dat u ook vraagt om een specificatieslag in deze motie of iets dergelijks? De heer VAN DER STEEG (PvdA): Het gaat meer om de uitwerking als we deze motie hebben aangenomen, om te kijken hoe we dit precies gaan doen. Met deze motie geven we een richting aan. Dat doen we vaker met moties. Volgens mij is dat dus niet heel ongebruikelijk. De VOORZITTER: Mevrouw De Jongh Swemer, u krijgt in uw termijn nog een kans. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. We hebben de motie inderdaad verbreed omdat we dachten dat dat meer steun zou opleveren. Ons doel was eigenlijk om dat op dit moment, ook gezien landelijke ontwikkelingen en regels die gemaakt worden om fossiele reclame te beperken, misschien nog in te bouwen in de motie en om daarmee te beginnen. Dan kan eventueel verder gekeken worden, maar als dit de tussenstap is waardoor de motie voor meer partijen acceptabel is, willen we dat graag voorleggen. 53
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De VOORZITTER: Om het scherp te hebben: wat ziet u dan als tussenstap? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Dat we nu de opdracht geven om specifiek reclamebeleid te maken voor het weren van fossiele reclame. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Het is toch niet de bedoeling dat we zo bevoogdend zijn en de keuzevrijheid van mensen zo willen beïnvloeden? We hebben het nu over fossiele brandstoffen. We kunnen ook reclame voor cola gaan verbieden, want daar zit heel veel suiker in. Laten wij de mensen hun eigen keuze laten maken en laten wij niet voor mensen besluiten dat zij dingen niet mogen zien. De VOORZITTER: Dit is een politiek betoog. Dat mag, maar dan straks in uw eigen termijn. U bent daar nu voor aan de beurt. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Dit was mijn tweede termijn. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik constateer ten eerste dat er een ongelofelijk verschil van mening tussen de indieners is over hoe deze motie geïnterpreteerd moet worden, want we krijgen van één indiener een compleet ander antwoord dan van een andere indiener. En er zijn moties echt om veel minder ontraden door het college; wat mevrouw Timmermans en mevrouw De Jongh Swemer daarover zeggen, is terecht. Nu wil Volt weer iets anders dan wat de PvdA wil. Ik zou dus echt zeggen: trek de motie in en laat de wethouder kijken wat hij hiermee doet. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter.
Ik verval een beetje in herhaling, maar als iets juridisch onhoudbaar is, lijkt dat mij een zeer goede reden om de motie te ontraden. Dat krijgen we als oppositie eigenlijk ook altijd te horen. Het lijkt me dus fair dat dat hoe dan ook in ogenschouw moet worden genomen. En laten we rechtszaken over dit onderwerp vooral vermijden. Laten we dus inderdaad leren van andere steden. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik kijk met enige verbazing naar het debat en hoe dat gevoerd is. Maar goed, zo is het gegaan. Ik zou graag nog iets willen zeggen over wat er gezegd is over beperking van de keuzevrijheid en paternalisme. Van beperking van keuzevrijheid en zeker paternalisme is bijvoorbeeld sprake als ik iemand een Big Mac zie eten, naar hem toe ga en die Big Mac van hem afpak. Dát is paternalistisch; bepaalde uitingen niet toestaan is niet paternalistisch. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik denk dat paternalistisch meer is dat een "pater", een vader, bepaalt hoe zijn kinderen over dingen mogen denken en wat zijn kinderen wel of niet voorgeschoteld krijgen. Dát is paternalisme, niet iemand zijn hamburger afpakken. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Natuurlijk is dit een voorbeeld, maar ik vraag mevrouw De Jongh Swemer om gewoon even te googelen en te kijken wat paternalisme in dezen nou precies is. Dat is daar goed te lezen. 54
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter, kan er twee minuten worden geschorst voor overleg met de mede-indieners? De VOORZITTER: Ik begrijp het. Dat doen we gewoon even. Een schorsing mag, ook al heeft u geen spreektijd meer. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Ik geef mevrouw Wessels, die om de korte schorsing had gevraagd, het woord. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter. De indieners hebben overlegd en we hebben besloten om de motie nu in te trekken. We willen graag eerst ambtelijk het goede gesprek om te kijken wat aan die kant goed mogelijk is, zodat we met een motie terug kunnen komen die meer scherpte heeft en zodat we meer helderheid hebben over waar we ja of nee tegen zeggen. De VOORZITTER: Oké, een helder verhaal. De motie is ingetrokken en daarmee is dit agendapunt afgewikkeld. 37. College van B en W - Evaluatie Huurteam en uitvoering Wet goed verhuurderschap (Wgv) (2449670). De VOORZITTER: Mevrouw Romeijnders, de tijd van GroenLinks is op. Dat is heel vervelend. Ik heb begrepen dat dit uw eerste motie is. Ik kijk even rond. Zullen we dan toch één minuut geven? Dat doen we alleen bij de eerste motie. Onthoud dat goed; dat is het precedent dat we hier met elkaar scheppen. Ik hoor niemand piepen. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter.
Op dit moment moeten huurders zelf misstanden aankaarten, terwijl zij vaak kennis, middelen of durf missen. De juridische route is ingewikkeld en risicovol. Daarom vindt GroenLinks dat we de verantwoordelijkheid vooral bij verhuurders neer moeten leggen. GroenLinks vraagt om een plan van aanpak voor een verhuurdersvergunning in Delft. Dit helpt voor een betere handhaving en een snellere aanpak van misstanden. Er komt dan dus ook meer verantwoordelijkheid bij de verhuurders. Wij vragen vooral om een verdiepingsslag van het onderzoek. Vooral de haalbaarheid en de administratieve lasten zijn daarin belangrijk. Er moet ook specifiek worden gekeken naar de wijken en gebieden, zoals nu in Leiden en Rotterdam gebeurt. Door de fracties van GroenLinks en de PvdA wordt motie 6.5.1 (Verhuurdersvergunning: bescherm huurders, beperk misstanden) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft op de vergadering van donderdag 6 maart 2025 bij de bespreking van Evaluatie huurteam en Wet goed verhuurderschap (Wgv). 55
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
We stellen vast dat:
veel inwoners moeite hebben om een betaalbare woning te vinden; er signalen zijn van misstanden in de verhuur, zoals slechte woonomstandigheden, excessieve huurprijzen en intimidatie van huurders; in andere gemeenten de invoering van een verhuurdersvergunning bijdraagt aan het verbeteren van de positie van huurders en het voorkomen van misstanden, zoals in Leiden en Rotterdam; in Leiden de aanvraag van een verhuurdersvergunning € 978,85 is en in Rotterdam € 348,50; de opkoopbescherming 'vergunning woning verhuren' wordt genoemd op de website van de gemeente en dat verwarrend is omdat dat een ander instrument is en een ander doel heeft dan de verhuurdersvergunning.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat:
een verhuurdersvergunning verhuurders verplicht om zich te houden aan bepaalde regels en kwaliteitseisen; hiermee excessieve huurprijzen, achterstallig onderhoud en uitbuiting van huurders kunnen worden tegengegaan; het instrument kan bijdragen aan een eerlijkere en transparantere huurmarkt in Delft; via de verhuurdersvergunning de gemeente meer grip kan krijgen op de Delftse huurmarkt.
Wij vinden dat:
de gemeente meer verantwoordelijkheid voor goed verhuurderschap bij verhuurders moet neerleggen in plaats van bij huurders; een verhuurdersvergunning een effectief middel kan zijn om de positie van huurders te verbeteren; de invoering van een verhuurdersvergunning zorgvuldig en met het oog op uitvoerbaarheid en betaalbaarheid moet worden onderzocht.
We geven het college opdracht om:
te onderzoeken in welke wijken/gebieden van Delft de leefbaarheid ernstig onder druk staat door onacceptabel verhuurgedrag; een daarbij passend plan van aanpak te maken voor de invoering van een verhuurdersvergunning in Delft, met daarbij: o de haalbaarheid, administratieve lasten en juridische uitvoerbaarheid mee te nemen; o de mogelijkheid om de vergunning te richten op specifieke gebieden of wijken; dit plan naar de raad te sturen bij de volgende evaluatie van het Huurteam in 2026 Q1; 56
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
inzicht te geven in de kosten en handhaving die gepaard gaan met een verhuurdersvergunning en bijvoorbeeld door te berekenen zijn in de aanvraagprijs, net zoals in Leiden en Rotterdam,
en we gaan over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: U heeft het ook nog heel kort gedaan. Hiermee is de spreektijd van GroenLinks wel ten einde. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Wij danken mevrouw Romeijnders en GroenLinks voor het opstellen van deze motie. Niemand zal ontkennen dat er een tekort is aan woningen, met name aan betaalbare woningen. Maximale inspanningen zijn nodig om dit aan te pakken. Gelukkig doet onze stad hier al best wel veel voor. Schaarste drijft de prijs op. Daarom lopen we het risico dat woningen qua huur onbetaalbaar worden voor mensen met een modaal inkomen. Sociale huurwoningen zijn heel belangrijk. Het is goed dat we daar aandacht voor hebben, maar woningen net daarboven zijn ook belangrijk en moeten ook betaalbaar blijven. Een van de instrumenten die in andere steden al in gebruik zijn, is de verhuurdersvergunning. Dit is een instrument waarmee meer controle kan worden gekregen op het verhuren en de regels die daaraan gesteld worden. In de motie vragen we dus om een onderzoek, dat al wordt uitgevoerd, verder uit te breiden en of er in Delft sprake is van onacceptabel verhuurgedrag in bepaalde wijken of gebieden, zodat we kunnen kijken of we met die verhuurdersvergunning specifiek iets daaraan kunnen doen. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Ik heb mijn interruptie bewaard voor mevrouw Janssen, want GroenLinks heeft geen tijd meer.
We hebben dit debat in de commissie gevoerd. Wat voegt de motie precies toe aan het onderzoek dat, zoals de PvdA ook zelf zegt, al uitgevoerd gaat worden? Mevrouw JANSSEN (PvdA): Snel, want ik heb zestien seconden. Het is verdieping van het huidige onderzoek dat wordt gedaan, met name door ook te kijken naar bepaalde wijken en de uitvoerbaarheid en door te kijken in hoeverre dit mogelijk is. Het is van belang om het onderzoek te doen, want de Delftse situatie is niet per se vergelijkbaar met de steden waaraan we in de motie refereren en die dit al ingevoerd hebben. Bovendien hebben veel steden de verhuurdersvergunning al ingevoerd voordat de Wet betaalbare huur is ingegaan. We willen dus ook graag zien wat het effect is van die wet op het gebruik en het nut van deze verhuurdersvergunning. De VOORZITTER: Ook deze indiener is door de tijd heen. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. STIP vindt het heel belangrijk dat de gemeente huurders helpt naar een eerlijke woonsituatie. Daarom zijn we heel blij dat in Delft het Huurteam er is om de huurders te ondersteunen. Komend jaar wordt onderzocht of de verhuurdersvergunning iets voor Delft kan zijn. Zoals ik zojuist in de interruptie al een beetje liet blijken, vragen we ons na het debat een beetje af of de wethouder al deze zaken niet al meeneemt in het onderzoek dat ze van plan is uit 57
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
te voeren. Daarmee lijkt de motie wat ons betreft een beetje overbodig, maar we zijn benieuwd naar de reactie van de wethouder. Mevrouw KOK (SP): Voorzitter. Voor de duidelijkheid eerst het volgende. Bij de opkoopbescherming wordt op de gemeentelijke website gesproken van "de vergunning woning verhuren". In deze motie over de verhuurdersvergunning wordt er gesproken van "goed verhuurderschap". Dat zijn dus twee verschillende dingen. Beide gaan over het verhuren van woningen, wat het nogal verwarrend maakt. De SP is voorstander van de invoering van een verhuurdersvergunning, waarbij verhuurders moeten aantonen dat zij goede huurbazen zijn. Dat geeft ons handvatten om slechte huurbazen te weren. De SP wil meegeven dat de WOZwaarde van een huis geen verschil zou moeten maken voor het wel of niet nodig hebben van een verhuurdersvergunning. Bij de opkoopbescherming is de WOZwaarde namelijk wél een voorwaarde. Eigenaren van duurdere woningen kunnen goede of slechte huurbazen zijn. De prijs van de woning heeft daar niks mee te maken. Ook de plek waar de woning staat, moet geen verschil maken voor het wel of niet nodig hebben van een verhuurdersvergunning. We moeten verhuurders in de hele stad gelijk behandelen. Dat betekent dat voor de SP de verhuurdersvergunning voor alle verhuurders moet gelden, voor dure of minder dure huizen en voor alle wijken in Delft.
Dit zou dan een prima onderdeel zijn van het onderzoek dat hier gevraagd wordt. Ik ben benieuwd wat de wethouder daarover zegt. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Hart voor Delft is blij dat een motie die bijna gelijk is aan een door ons over dit onderwerp ingediende motie 455 dagen later alsnog een kans krijgt. Het is grappig dat de indieners van deze motie destijds tegenstanders waren. Hoewel er kleine verschillen zijn, is het einddoel nagenoeg hetzelfde: het tegengaan van misstanden in de huurmarkt en het beschermen van huurders. Daarom - dit is de enige reden - zullen wij voor deze motie stemmen. De VOORZITTER: Ook uw tijd is op. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Ik kan mij voor het overgrote deel aansluiten bij het betoog van mevrouw Grobben, want ook ik was verrast door deze motie. GroenLinks en de Partij van de Arbeid stemden op 7 december 2023 inderdaad tegen de motie van mevrouw Grobben bij de Woonvisie en komen nu met een soortgelijke motie. Wat de CDA-fractie betreft is het ere wie ere toekomt. Dat is in dit geval mevrouw Grobben van Hart voor Delft, maar beide indieners hoeven niet te treuren, want het college heeft toch geluisterd naar de strekking van de motie van Hart voor Delft.
Op pagina 76 van de Programmabegroting 2025 lezen we: "In 2025 voeren we de verplichte taken uit van de nieuwe Wet goed verhuurderschap en verkennen we nut en noodzaak van de verhuurdersvergunningen." Wat het CDA betreft wachten we daar even op. Daarmee is deze motie overbodig en zullen wij bij een eventuele stemming tegenstemmen. Mevrouw VAN VELZEN (D66): Voorzitter. Ik ben altijd ontzettend blij als ik na meneer Visser aan de beurt ben, want heel vaak kan ik zeggen dat ik me aansluit bij meneer Visser, die altijd heel gedegen onderzoek doet en de paginanummers weet, 58
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
die ik nooit weet. Dus dank daarvoor. Ik wil iets minder stellig eindigen dan meneer Visser. Ik wil de wethouder vragen of het klopt dat zij dit al gaat doen. Dan zie ik het eerste dictum eigenlijk als "ga een onderzoek doen", het laatste dictum als een onderzoeksvraag en de middelste twee dicta voor een later stadium. Het lijkt me logischer om met een plan van aanpak te komen als we onderzoek hebben gedaan. Dat lijkt me dus niet helemaal de bedoeling, maar als dit is wat de wethouder al gaat doen, zie ik geen reden waarom dit geen toezegging zou kunnen zijn. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb navraag gedaan bij een collega-raadslid van de ChristenUnie in Den Haag. Die heeft een evaluatie van de Wet goed verhuurderschap achter de rug. Daar worden goede bevindingen gerapporteerd. Er wordt daar ook heel erg nagedacht over handhaving. Er is een Haagse Pandbrigade; misschien is dat ook iets voor Delft. Het maakt voor de ChristenUnie niet uit of dat er nou zal komen door deze motie of door wat de wethouder al van plan was. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Wij hebben de verplichting om de Wet goed verhuurderschap in te voeren per 1-1-2024. Dat bestaat uit verschillende instrumenten.
Daar zit volgens mij ook de crux van het verschil: toen de vorige keer de verhuurdersvergunning aan de orde kwam, werd die als doel op zich ingezet, terwijl het een instrument is en geen doel op zich. Wat hebben we de afgelopen tijd gedaan? We hebben een meldpunt ingericht, we hebben een Huurteam dat functioneert en waarvan we nu een verlenging willen en u kunt in het stuk ook lezen dat we de processen zo veel mogelijk geïmplementeerd hebben. We zijn immers een tandeloze tijger als we iets zien wat we niet ingericht hebben, bijvoorbeeld dat in een woning gekeken wordt omdat de bouwkundige kwaliteit niet op orde is of dat we de lijn naar de Huurcommissie niet goed geschetst hebben. Dat is wat er de afgelopen tijd gedaan is. Als je steeds dat soort stapjes in je handelingsperspectief hebt ingezet, is je laatste zware stap het invoeren van die verhuurdersvergunning. Laten we die goed positioneren ten opzichte van de opkoopbescherming en de verhuurvergunning. Dat gaat over koopwoningen; dit gaat over huurwoningen. Er zit geen selectie in het huurniveau, maar ik snap dat het onduidelijk is. Dat zullen we in het vervolg dus heel duidelijk moeten maken. Dit is onze vervolgstap: het onderzoek dat we willen gaan doen, een aangekondigd onderzoek naar de inzet van die verhuurdersvergunning. Er werden zojuist twee steden genoemd waar die verhuurdersvergunning geïmplementeerd is of wordt.
Carnisse in Rotterdam is echt een heel kwetsbare wijk. Den Haag heeft heel veel kwetsbare gebieden waar veel arbeidsmigranten wonen. Dat zouden goede argumenten zijn om met een verhuurdersvergunning aan de slag te gaan. Wij gaan het nu tegen het licht houden. Zoals D66 al zei, staat het wel in onze planning. Daarmee zou de motie overbodig kunnen zijn. De motie maakt het nog wel een tandje concreter en geeft feitelijk aan wat de raad graag wil zien op het moment dat we de verhuurdersvergunning tegen het licht houden. Het is aan u, raad, hoe u dat weegt en hoe belangrijk u die toevoeging vindt. Ik wil u wel meegeven dat in het onderzoek ook nog kan blijken dat de verhuurdersvergunning 59
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
voor Delft geen passend instrument is. Dat zullen we heel open en heel objectief doen, maar het is echt een ultiem instrument en je mag het niet vergelijken met wijken zoals Carnisse. Als we die tegenkomen in Delft, hebben we iets niet goed gezien in deze stad, want ik ken ze niet. Het is dus aan u, raad, hoe u met deze motie omgaat. De verdere duidelijke vertaling van wat de raad wil, staat wel in deze motie, als u haar goedkeurt. De VOORZITTER: Het staat dus eigenlijk al in de nota. Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw VAN VELZEN (D66): Voorzitter. Aan de hand van wat ik net van de wethouder heb gehoord, zijn het tweede dictum en daarmee ook het derde dictum facultatief. Afhankelijk van wat er uit het onderzoek komt, gaat u wel of niet een plan van aanpak maken. Als uit het onderzoek komt dat wij er niet zoveel aan hebben, lijkt me dat niet nodig. Het tweede dictum en het derde dictum zijn dus afhankelijk van het eerste dictum en het vierde dictum. Als ik dat goed heb gehoord, zou ik het leuk vinden om de eerste motie van mevrouw Romeijnders te steunen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik sta in principe helemaal achter het idee van de motie, maar ik heb de wethouder in deze vergadering ook al horen zeggen: dit doen we eigenlijk al en dus is het overbodig. Voor mij is de heel essentiële vraag dus wat de wethouder anders gaat doen als we deze motie aannemen.
Als we daar een concreet antwoord op krijgen, kan ik de motie ook met heel veel liefde steunen. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Ik wilde eigenlijk bijna dezelfde vraag stellen, want ik hoorde de wethouder zeggen dat de motie een duidelijk beeld geeft van wat de raad in dat onderzoek wil zien, maar was de wethouder niet al van plan om dat te doen? De VOORZITTER: Nee, mevrouw Romeijnders, ik houd het hierbij; we moeten de kerk altijd een beetje in het midden houden. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Volgens mij heb ik zojuist al gezegd dat deze motie een mooi gedetailleerd verhaal biedt van wat de raad wil hebben om de beoordeling te kunnen doen. Ik denk dat dat heel netjes geformuleerd is. Natuurlijk zouden wij daar zelf ook over zijn gaan nadenken, maar het is heel fijn om dat als college mee te krijgen in het verdere uitzoeken. Voor de rest sluit ik me geheel aan bij de opmerking van mevrouw Van Velzen: je gaat eerst onderzoeken en daarna ga je kijken of het zinnig is om dit in te voeren. De heer TREFFERS (Volt): Ja, maar de concrete vraag, ook van STIP, was wat de wethouder niet had gedaan als deze motie er niet had gelegen. Wethouder SCHREDERHOF: Als u kijkt naar de algehele context van de motie, hadden we dit soort dingen allemaal gedaan in de zoektocht die we hebben. Wat deze motie doet, is aangeven wat voor de raad belangrijke aspecten zijn als wij aan 60
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
de slag gaan met de vraag of die verhuurdersvergunning voor Delft een goed product is. Dat is hier keurig omschreven. De VOORZITTER: Ik denk dat de vraag is of die aspecten ook al meegenomen zouden worden in de aanpak. Wethouder SCHREDERHOF: We hebben nog geen concreet plan van aanpak. We gaan het oppakken. Dit nemen we dan dus mee in dat plan van aanpak. Mevrouw VAN VELZEN (D66): Ik kan het niet laten, want mevrouw Romeijnders baalt er natuurlijk van dat ze geen tijd meer heeft; ik ga dus een poging doen om de interruptie te plaatsen die zij misschien had geplaatst. Dat weet ik natuurlijk niet zeker, maar ik vind dit wel een beetje flauw, want er worden hier heel vaak moties aangenomen ter aansporing en reflectie. Laten we dit dus ook als aansporing zien. Dan is het volgens mij helemaal prima. De VOORZITTER: Ik dacht dat u een aansporing tot steun voor de motie bedoelde, maar u bedoelde een aansporing van de wethouder. Zeker, zo heeft de wethouder de motie ook duidelijk opgepakt. Maar goed, het is uiteindelijk aan de raad, zoals de wethouder ook aangaf. Ik denk dat we het na deze woorden van mevrouw Van Velzen afronden. Goed, u verleidt me, mevrouw Romeijnders. Echt kort en krachtig. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): In het door het CDA aangehaalde stuk staat het heel voorzichtig.
Ik dacht: we moeten gewoon wel een termijn hebben waarin we dit gaan onderzoeken, want in 2023 zouden we dit misschien ook doen. Dat was wel een andere tijd, maar ik denk dat we nu echt moeten beginnen met een onderzoek naar de verhuurdersvergunning. De VOORZITTER: Er zijn geen raadsleden die nog het woord willen en ook mogen voeren. Ook de wethouder heeft alles gezegd wat zij wilde zeggen. Ik stel overigens vast dat het college heel ruim binnen de tijd is gebleven; laten we dat ook even constateren. Heel goed. Ik sluit de beraadslaging. In stemming komt motie 6.5.1 (Verhuurdersvergunning: bescherm huurders, beperk misstanden) van GroenLinks en de PvdA. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Hoewel we de oproep van de motie heel goed begrijpen en dit gesprek later verder willen voeren, hebben we echt het idee dat de wethouder hier al mee aan de slag gaat. We vinden de motie dus overbodig en we zullen ertegen stemmen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Overbodige moties zijn natuurlijk nooit fijn. Tegelijkertijd hebben we het even opgezocht: wij hebben de motie van mevrouw Grobben vorig jaar ook gesteund. Omdat we iedereen gelijk behandelen, zullen we ook deze motie steunen. 61
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De VOORZITTER: Dat is ook wel weer heel erg leuk. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 26 tegen 13 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Onafhankelijk Delft, STIP en de VVD ertegen hebben gestemd. De VOORZITTER: Mevrouw Romeijnders, u kunt straks gerust het licht uit doen. 38. Sluiting. De VOORZITTER: Wel thuis en slaap lekker. De vergadering wordt om 23.03 uur gesloten. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 april 2025.
J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart – voorzitter.
J. Mimpen – griffier.
62