Handelingen 2 juni 2022
Tekst van het document
Ik wilde vragen: bent u het met me eens dat je dus niet al te goed van vertrouwen moet zijn en dat er heel veel nodig is om ervoor te zorgen dat het goed gaat tussen huurder en verhuurder? Mevrouw KOELEWIJN (ChristenUnie): Natuurlijk gaan die dingen niet vanzelf en is er bij Woonbron echt wat strijd geweest voordat dit goed gaat, maar zij voelt zich nu wél gehoord en het gaat nu wél goed. Ik denk dus dat Vestia heel goed met Woonbron in gesprek kan gaan: hoe komt het dat het nu beter gaat? Natuurlijk gaat het niet perfect. Er zijn nog duizend dingen die beter kunnen; dingen kunnen altijd beter, maar ik denk dat het ook goed 25
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
is om wél vertrouwen te geven aan de corporatie, want als je geen vertrouwen geeft en alles onder een vergrootglas legt en blijft controleren, hebben mensen geen ruimte om te bloeien. Een corporatie heeft ook geen ruimte als je er continu bovenop zit. Ik denk dus dat het goed is om ideeën en zo'n zienswijze mee te geven met "dit zou je kunnen doen" en om tegelijkertijd ook te zeggen: je kunt kijken bij je buren; je hebt nu een mogelijkheid voor een frisse start en wij willen dat vertrouwen geven. Ik denk ook dat mensen heel erg opbloeien als je vertrouwen geeft en ik denk dat een corporatie dat ook kan. De VOORZITTER: Mag ik u ook complimenteren met uw reactie? De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ook wij van Volt willen ons helemaal aansluiten bij dit amendement en de indieners bedanken. Wij denken dat het een hele mooie eerste richting is die wij als raad kunnen geven aan het nieuwe Vestia. Wel willen we er graag op toezien dat er ook bij de prestatieafspraken aandacht blijft voor deze toevoeging en ook voor het punt van STIP over duurzaamheid, zodat we de sociale impact zo veel mogelijk kunnen vergroten. De VOORZITTER: Meneer Treffers, mag ik u complimenteren met uw korte en krachtige betoog? U herhaalt niets wat een ander al gezegd heeft. Dat is een zegen; u sluit zich kort en krachtig aan.
Laat dat een voorbeeld zijn voor velen; mag ik dat meegeven? Ik vind het dus heel mooi om dat te horen, maar ik vind het ook heel mooi dat u spreekt van "het nieuwe Vestia". Ik denk dat de wethouder het daar van harte mee eens zal zijn, na de lange geschiedenis. Neem van mij aan dat dit een drama is geweest voor heel veel mensen. Ik heb ooit in de Trêveszaal gezeten toen dit begon, jaren geleden. "Het nieuwe Vestia" is een mooi, hoopgevend geluid. Dus dank voor uw inbreng. Heel goed, een nieuw geluid van een nieuwe partij. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik zal de vragen en de lijn die we nu hebben, kort doorlopen. Wat we hier bespreken, is onze zienswijze op de splitsing van Vestia in een drietal corporaties, die inmiddels ook een naam hebben; daar kom ik straks op terug. Daaraan is een leningruil voorafgegaan. Vestia had leningen met een hele hoge rente, die niet afgelost mochten worden, want daar bleven banken vrolijk op zitten. Die leningen zijn geruild met andere corporaties. Dat betekent dat die corporaties meer betalen en Vestia minder. Dat is een hele mooie geste in de sector. Dat levert Vestia in totaal structureel 28 miljoen euro per jaar op. Dat geld mag worden uitgegeven aan huurbeleid, regulier onderhoud en specifieke doelgroepen, maar het kan niet gebruikt worden voor nieuwbouw, want daarvoor moet een corporatie borgbaar zijn.
Dan zegt het Waarborgfonds: u bent borgbaar. Dat verwachten we tussen nu en een jaar of twee. Er gaat echter ook een bruidsschat mee met verdeeld bezit. Dat mag voor nieuwbouw ingezet worden als Vestia dat verkoopt. Dat is ver weg, in kleine porties, in andere gemeenten en dat zou daar naar corporaties kunnen gaan. Dat is wat er gebeurt. Vervolgens maken we er drie corporaties van, die gewoon kleiner en overzichtelijker zijn maar die ook een systeemrisico voorkomen. Want als er iets misgaat met een grote corporatie, kukelt de hele sector om als je niet uitkijkt. Dat is volgens mij het antwoord op een vraag van Hart voor Delft. Met drie kleine corporaties kan dat niet. Er werd ook gevraagd of dit nog een keer kan gebeuren, want dit kunnen we maar beter aan de voorkant bedenken. Dat hele verhaal met die derivaten mag wettelijk niet meer. Tegelijkertijd zie je dat het WSW - dat is de financieel toetsende instantie; dat zijn wij niet dit permanent in de gaten houdt. Het WSW zal dus permanent meekijken. De discussie die we in de raad hebben gehad, ging over: hoever ga je nou in het meegeven aan Vestia van 26
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
wat je extra ten opzichte van de zienswijze wil? Toen hebben we het heel erg gehad over het wat en het hoe. Het hoe moet Vestia vooral met haar huurders verder verkennen. Ik vind het dus complimenten waard hoe dit amendement dat hoe en dat wat zo keurig uit elkaar haalt en wel gestes en voorbeelden geeft aan Vestia van hoe je dat zou kunnen doen. Voorbeelden van andere corporaties zijn daarin ook erg belangrijk. Het is goed om dat in de zienswijze op te nemen, maar de andere vraag was of dit ook in de prestatieafspraken moet. Ja, volgens mij is het jammer als we hierop gaan zitten wachten. We zijn nu bezig; laten we dit dus ook gelijk meenemen in die prestatieafspraken en dit ook daar bewaken naar Vestia toe. Een andere vraag was of we Vestia in een lijn kunnen zetten dat zij ook verduurzaamt. Dat doet ze al. Het Rode Dorp en een complex in de Kuyperwijk worden op dit moment al opgepakt. De angst van de VVD is: gaat dat geld dan niet gelijk in de nieuwbouw zitten? Dat kan eigenlijk niet, zoals ik net heb uitgelegd. Het geld moet in eerste instantie vooral in de bestaande voorraad terechtkomen. Volgens mij hebben we dat ook heel goed geborgd. Je hoopt alleen wel dat Vestia op termijn ook nieuwbouw kan overnemen, want een corporatie wordt op termijn het meest gezond als ze ook nieuwbouw kan ontwikkelen.
Een vraag van het CDA was: er wordt al geworven; hoe werkt dat dan? Dat is vooral met de huurdersraad besproken. Wij geven een zienswijze. Over het uiteindelijke besluit, met al die zienswijzen - dus van ons, van Den Haag en van Rotterdam - zal de Autoriteit Wonen het besluit moeten nemen. Ik denk dat u niet heel erg verbaasd bent dat de Autoriteit Wonen wel gaat nadenken als wij allemaal nee zouden zeggen, want dan zit er iets niet goed. Maar als wij vanuit de steden allemaal dit soort zienswijzen meegeven, zal de Autoriteit Wonen dit doorzetten, tenzij er nog rare dingen in de stukken zitten, maar dat voorzie ik niet. Ook de huurdersraad vindt dit immers heel belangrijk; dat hoorde ik ook van GroenLinks, dat de huurdersraad gesproken heeft. Vestia is, ook in overleg met de huurdersraad, dus al aan het voorsorteren op de structuur die je zou willen hebben op het moment dat het werkelijk kan. Het is meer dan dat, want inmiddels hebben de drie entiteiten ook een naam. De corporatie in Delft gaat Stedelink heten, de corporatie in Den Haag gaat, naar Den Haag verwijzend, Hof heten en - voor de echte Rotterdammers - in Rotterdam gaat de corporatie Hef heten, genoemd naar de brug in Rotterdam. Dat zijn de namen van de nieuwe corporaties.
Volgens mij heb ik heel duidelijk aangegeven dat ik het amendement echt een toevoeging vind en dat het goed is dat wij dat in onze zienswijze zetten. Vestia zal ook nog reageren op de vraag of dit betekent dat zij een andere zienswijze naar de AW opbouwt. Zij zal ook naar onze kant reageren; dat hebben we ook met haar afgesproken. De definitieve stukken die naar de Autoriteit Wonen gaan, krijgen wij ook nog te zien. Dat hele traject gaat u dus ook nog meemaken. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Kan de wethouder die namen herhalen? Wethouder SCHREDERHOF: Of er "de" voor staat, weet ik niet zeker, maar het zou "Hof" of "De Hof" in Den Haag kunnen zijn, want dat is de Hofstad. In Rotterdam heet de corporatie De Hef. Dat is die brug die er nu uit moet, omdat daar zo'n heel groot luxe jacht doorheen moet. Dat vergeet ik nooit meer. Die hangt omhoog. Dat wordt dus de naam in Rotterdam. Hier heet de corporatie Stedelink in verband met het aan elkaar koppelen van twee steden, namelijk Delft en Zoetermeer. Ik heb gehoord dat daar een vrij duur communicatiebureau bij betrokken is geweest.
27
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
De VOORZITTER: Oké, hier is over nagedacht, absoluut. Afgezien van mevrouw Romeijnders is er geen behoefte aan een tweede termijn. Het is nog spannend of haar fractie meegaat met het amendement. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. Het is fijn dat de wethouder de toezegging over de prestatieafspraken heeft gedaan. We steunen het amendement. De VOORZITTER: Mevrouw Grobben, eind goed, al goed! Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt amendement A8.3.A (Zienswijze splitsing Vestia) van de SP, de PvdA, de VVD, Onafhankelijk Delft, het CDA, STIP en Hart voor Delft. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. De VOORZITTER: De wethouder is hier heel tevreden mee. Heel mooi. In stemming komt het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. 90. Burgerbrieven terrassenbeleid. De VOORZITTER: Een aantal fracties dienen iets in. Omdat ik mijzelf niet in de hand kan houden - ik geef eerlijk toe dat dat heel moeilijk voor mij is - geef ik het voorzitterschap over aan de heer Valk. Hij mag op deze plek zitten en ik zal nederig opschuiven naar de plek van de heer Harpe. (De heer Valk neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de burgemeester.) De VOORZITTER: Ik geef het woord steeds aan de eerste indieners van de moties.
Ik begin dus met de heer Van den Brink en daarna komt mevrouw Dijk. Vervolgens komen de tweede indieners, dan de derde indieners. Uiteindelijk kijk ik naar de rest van de raad om te zien of ook andere partijen iets willen zeggen. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Voorzitter. De horeca heeft het nog steeds zwaar. Ook al voelt het misschien alsof corona weg is, de horeca is er nog lang niet bovenop. Als u links en rechts van mij kijkt, ziet u dat ook wij merken dat corona nog steeds niet weg is. In de commissie gaf STIP al aan te willen kijken hoe we de horeca kunnen steunen. Omdat de ruimte in Delft beperkt is, wilden we verder kijken dan de terrassen. Waar mogelijk wilden we iets betekenen voor de ondernemers. Ik kan u verklappen dat dat geen gemakkelijke zoektocht was. Daarom wil ik allereerst de ambtenaren bedanken voor de hulp en de goede gesprekken met alle partijen in de raad om te komen tot deze moties. Ik zal beginnen met het toelichten van de motie Steun herstel horeca. Om de horeca een financieel steuntje in de rug te geven, stellen wij voor om nog een keer een korting op de precariobelasting voor terrassen te geven. Daarnaast willen we meer mensen naar de stad toe trekken. Daarom stellen we voor om in overleg met Delft Marketing een brede marketingcampagne op te zetten voor alle ondernemers in Delft. Zo kunnen we alle ondernemers helpen. 28
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
De heer JAFF (GroenLinks): Op zich is dit een heel mooie motie. Tegelijkertijd komt de motie op ons over als "one size fits all", want we gaan iedereen een korting geven op de precariobelasting. Wat zijn uw ideeën daarbij? Wie wel, wie niet en op basis waarvan? De heer VAN DEN BRINK (STIP): Het idee is inderdaad om net als bij de eerdere keren dat we dit hebben gedaan, iedereen dezelfde korting te geven op de precariobelasting op terrassen. De heer JAFF (GroenLinks): De heer Van den Brink zegt dus eigenlijk: ook ondernemers die het niet nodig hebben en die financieel gezond zijn, gaan we even stevig ondersteunen als ondernemers die in financiële problemen zitten. De VOORZITTER: Ook de heer Van der Woerd heeft een vraag. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ja, natuurlijk ook over de precario. Ondernemers met een terras worden hiermee wel geholpen. Hoe gaat u horecaondernemers helpen die geen terras hebben en die geen precario betalen? De heer VAN DEN BRINK (STIP): Dat zijn twee heel terechte vragen, waar wij zelf ook mee hebben geworsteld. Met de precario helpen we ook ondernemers die het misschien iets minder nodig hebben, maar ik benadrukte aan het begin van mijn termijn dat wij echt hebben gezocht naar middelen om de horeca te kunnen steunen in het herstel. Die middelen zijn ietwat beperkt.
Ook de eerdere keren dat we de precariobelasting hebben ingezet, hebben we gezien dat dat het middel is dat we hebben om een financieel steuntje te geven. We hebben de reclamebelasting geprobeerd, maar daarmee matsten we al helemaal veel partijen die het eigenlijk niet nodig hadden. Daarom hebben we voor de precariobelasting gekozen. Wat doen we voor ondernemers die geen terras hebben? Het liefst zouden we iedereen inderdaad precies evenveel kunnen helpen, maar helaas lukt dat niet met de middelen die we hebben. Daarom hebben we ervoor gekozen om in te zetten op zo'n marketingcampagne waarmee we mensen naar de stad trekken, waar iedereen baat bij heeft, alle ondernemers van Delft. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Kunt u dan iets meer vertellen over zo'n marketingcampagne? Want als ik op een mooie dag door de stad loop, zitten alle terrassen vol. Waar is die marketingcampagne dan voor nodig? De heer VAN DEN BRINK (STIP): Weer een heel terechte vraag. We zien dat de omzet gewoon nog steeds niet op hetzelfde niveau is als vóór de coronacrisis. Dat zien we in Nederland breed. Daarnaast is het voor veel kleine ondernemers, helemaal als ze heel krap bij kas zitten, wat nu door corona dus het geval is, gewoon moeilijk om de middelen op te hoesten voor een grote campagne of in ieder geval voor het maken van reclame.
Daarom vinden wij het mooi om dat als gemeente, als collectief, op te pakken en op die manier wel iets neer te kunnen zetten waarmee je mensen naar Delft kunt trekken. De heer JAFF (GroenLinks): Ik vind dat het antwoord nog wat te wensen overlaat. De heer Van den Brink zegt zelf dat er ondernemers zijn - ik laat even in het midden of die wat kleiner of wat groter zijn - die extra aandacht of extra ondersteuning nodig hebben. De
29
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
oplossing die daarvoor aangedragen wordt, is dat we iedereen maar een klein beetje gaan geven. Daar lost u het probleem toch niet mee op? De VOORZITTER: Er zijn nog twee andere vragen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Iedereen wordt een beetje gegeven en toch ook weer niet iedereen, want veel meer ondernemers in de stad Delft behoren niet tot de horeca. Gaan we daar dan ook een marketingcampagne voor doen? Want ook die hebben te lijden gehad van de coronacrisis en ook die zouden misschien een steuntje kunnen gebruiken. De heer HOMBERGEN (PvdA): Het verhaal over de precariobelasting kunnen we ons goed voorstellen. Dat is ook afgebakend qua kosten. Een marketingcampagne kan natuurlijk oneindig groot zijn. De vraag is dus wat uw inschatting is van de kosten van die marketingcampagne, want ook Delft zelf heeft natuurlijk maar zeer beperkte budgetten. De VOORZITTER: Meneer Van den Brink, dat zijn een heleboel vragen om te beantwoorden. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Ik heb bij de eerste vraag niet meegeschreven. Die zal dus nog eens gesteld moeten worden. De VVD heeft voorgesteld om het inderdaad breder te trekken dan alleen de horeca en om de marketingcampagne wat breder te doen, dus voor Delftse ondernemers in het algemeen. Dan de vraag hoeveel het kost. Ik ben geen marketingexpert. Gelukkig hebben we Delft Marketing.
Daarom zegt de motie: doe dat in overleg met de marketing die we al doen. Wij hebben er heel veel vertrouwen in dat het college dit gewoon netjes zal uitvoeren. De heer JAFF (GroenLinks): Mijn vraag werd overgeslagen. Die stel ik dus opnieuw. Ik vroeg voor welk probleem dit een oplossing gaat zijn en voor wie dan. De VOORZITTER: Ook de heer Van Rijn wil interrumperen. De heer VAN RIJN (VVD): Ik wil de kameraden van STIP even helpen, want ik kan me herinneren dat in 2021 zowel GroenLinks als de ChristenUnie voor een korting op de precariobelasting hebben gestemd. Waarom hebben ze toen voorgestemd? De VOORZITTER: Ik vraag de heer Van den Brink nu om antwoord te geven, want anders wordt het ingewikkeld. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Welk probleem lossen wij op? Dat schetste ik eigenlijk al aan het begin. De horeca heeft het gewoon heel erg zwaar. De horeca is een van de zaken waar we als gemeente toch best wat invloed op hebben. Dit is een van de middelen die we daartoe kunnen gebruiken. Wij willen helpen waar we dat kunnen. Vandaar dat we dit zo vorm willen geven. De heer JAFF (GroenLinks): Dan zou ik zeggen: kijk gericht naar het probleem en zorg dat we dat probleem gericht oplossen en niet zomaar door een algemene, "one size fits all"maatregel. In de richting van de kameraden van de VVD, om in die termen te blijven spreken: urgente situaties vragen urgente maatregelen.
Die hebben we toen getroffen. Nota bene de bron die u zelf in de motie aanhaalt, geeft aan dat het aantal faillissementen
30
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
historisch laag is. Men voorziet niet echt grootschalige problemen. Als die problemen er al zouden zijn, gaan we die niet met deze maatregel oplossen. De VOORZITTER: Ik zie de heer Van Rijn, maar dit is de termijn van de heer Van den Brink. Ik stel dus voor dat u de heer Jaff interrumpeert als hij aan het woord is. De heer VAN RIJN (VVD): Hij is wel leuk: als u zo redeneert, betekent dat dat we ook de schuldhulpverlening gaan afbouwen. De VOORZITTER: Hou ons in spanning. Ik geef het woord aan de heer Van den Brink en dan gaan we straks horen wat u tegen de heer Jaff gaat zeggen. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Dan ga ik verder met mijn termijn. Ik ga naar de volgende motie, de motie Meer maatwerk voor terrassen. Met name bij deze motie was het echt een worsteling om tot iets werkbaars te komen, maar we denken dat we dat met deze motie hebben gedaan. Tijdens corona heeft de gemeente de horeca heel veel ruimte gegeven. Een aantal steden heeft ervoor gekozen om de uitbreiding van de terrassen door te zetten om zo te helpen bij het herstel. Hoe graag wij de horeca ook net zoveel ruimte zouden willen geven, daar hebben we in Delft simpelweg de ruimte niet voor. De stad is vol.
Daarin volgen wij de lijn van het college compleet, maar op een aantal plekken in de stad zien we voorbeelden waar uitbreiding mogelijk is zonder dat dat de doelen in het terrassenbeleid onevenredig benadeelt of compleet naast zich neerlegt. Denk aan de toegankelijkheid van de openbare ruimte, de doorgang voor de hulpdiensten en natuurlijk ook het woon- en leefklimaat. Omdat die plekken niet eerder zijn aangewezen als plek voor terras, geeft het juridische risico's om dit toe te staan. Met de motie Meer maatwerk spreken we uit in die gevallen bereid te zijn om, voordat we het beleid herzien, iets meer risico te lopen en maatwerk te bieden. Ik wil hierbij benadrukken dat we dat alleen willen doen als de doelen van het terrassenbeleid dat toelaten. Het blijft een heel complex onderwerp. Daarom hebben we ervoor gekozen om het college veel ruimte te geven. Dat zorgt er ook voor dat er nooit naar aanleiding van deze motie een uitbreiding hoeft te komen op een locatie waar het echt heel erg knelt. Daarmee vinden we dat deze motie recht doet aan de discussie in de commissie en aan de Delftse situatie. Ook richting alle horecaondernemers wil ik één ding meegeven. Met deze motie is de ruimte in de stad nog steeds heel erg beperkt. Het gaat op veel plekken ook niet lukken. Daar moeten we met elkaar eerlijk over zijn.
De heer JAFF (GroenLinks): Dat is een behoorlijk lang verhaal en volgens mij snappen we allemaal de pijn, maar ik vraag me af wat we met deze motie eigenlijk anders gaan doen dan we al doen. Want de motie zegt nota bene zelf "wanneer mogelijk met de hardheidsclausule maatwerk te bieden bij de uitbreiding van het terrasoppervlak en het aantal terrasboten". Dat doen we toch al? De heer VAN DEN BRINK (STIP): Weer een mooie vraag. Ik leg het graag uit. Het college heeft inderdaad al aangegeven dat het de hardheidsclausule af en toe wil toepassen. We zijn er heel blij mee dat het college dat heeft gezegd, maar in de antwoorden op de technische vragen is het college daar heel terughoudend in. Voor een deel is dat helemaal terecht, maar wij willen uitspreken dat wij als raad bereid zijn om af en toe het juridische risico te lopen dat we zo'n terras langer moeten vergunnen. Dat is eigenlijk wat we met deze motie uitspreken. Daarmee geven we het college net iets meer ruimte om van het oude beleid af te wijken.
31
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
De heer JAFF (GroenLinks): Dan vind ik het wel zo eerlijk om in de motie te schrijven: "verzoekt het college om een juridisch risico van precedentwerking te accepteren". Dan kunnen we overwegen of we mee willen stemmen of niet. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Dat staat erin. Ik heb zelfs geprobeerd om het er twee keer in te zetten, maar misschien is het niet helder genoeg. Ik wil afronden. Met de moties die wij vanavond indienen, denken we betekenisvolle stappen te kunnen zetten om de horeca te helpen herstellen. Die stappen passen bij een volle stad als Delft. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik heb een vraag over de motie Meer maatwerk voor terrassen en terrasboten. Ik heb de motie gelezen en ik zie horecaondernemers en toerisme. Waar zijn de omwonenden van terrassen? Waar kan ik dat lezen in deze motie? De heer VAN DEN BRINK (STIP): Een hele terechte vraag. Een van de doelen van het terrassenbeleid is inderdaad het waarborgen van het woon- en leefklimaat. Dat hebben we er ook expliciet in genoemd. Op die manier nemen we dat dus graag mee. Mevrouw GREMMEN (Volt): Volgens mij hebben we in de commissie brieven besproken waarin bewoners nadrukkelijk ertoe oproepen om niet langer de hardheidsclausule te gebruiken, juist omdat ze al overlast ervaren. Zij roepen ertoe op dat wij als gemeente de afspraken handhaven die met een grotere groep gemaakt zijn.
Zegt meneer Van den Brink nu eigenlijk dat we daar geen aandacht meer aan geven? Hoe moet ik dat zien? De heer VAN DEN BRINK (STIP): Wij zijn het nog helemaal eens met de kaders die in dat terrassenbeleid staan. Wij zeggen dus ook tegen het college: houd vast aan die kaders en het beleid dat we toen samen met heel de stad hebben opgesteld, maar wijs niet bij voorbaat dingen af omdat ze niet op de kaart zijn opgenomen; probeer net iets meer maatwerk te leveren. We spreken als raad dan uit dat we het oké vinden als we daardoor af en toe het risico lopen dat die precedentwerking zich voordoet en dat we daardoor een terras langer moeten vergunnen. Mevrouw GREMMEN (Volt): Die kaart is toch juist tot stand gekomen door een integrale afweging te maken en die zones staan dan toch niet voor niets niet op die kaart? Volgens mij was de reactie van het college ook al dat er waarschijnlijk geen uitbreiding meer mogelijk is, omdat daar de vorige keer al nadrukkelijk naar gekeken is. Hoe ziet u het dan voor zich om alsnog buiten die kaart te gaan zitten? De heer VAN DEN BRINK (STIP): Zoals ik in mijn termijn toegaf, is de ruimte in Delft heel beperkt. Dat erkennen we dus, maar we zien wel een aantal plekken waarvan wij denken: als we het beleid straks gaan herzien, is er best wel kans dat we daar net iets meer ruimte gaan geven. Dat gaat niet heel veel zijn.
Het doel is om de horeca te helpen in haar herstel. Wij zeggen dan: laten we op die plekken iets meer ruimte geven en vooruitlopend op die herziening met die kaders die we met heel de stad hebben vastgesteld, alvast een stap zetten. Het juridische risico dat we daarbij lopen, accepteren we dan, net als al die andere steden. De VOORZITTER: Ik denk dat dit het einde van uw termijn is en dat er geen vragen meer zijn. Het was heel wat, maar in uw eigen woorden was het allemaal terecht.
32
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
Door de fracties van STIP, de VVD en het CDA wordt motie M8.5.1 (Steun herstel horeca) ingediend: "De gemeenteraad van Delft in vergadering bijeen op 2 juni 2022 ter bespreking van 'burgerbrieven terrassenbeleid', constaterende dat: -
bijna de helft van de horecabedrijven er wegens corona momenteel financieel slecht voor staat; de verwachting is dat de omzet in de horeca pas in 2023 weer op het niveau is van 2019; bedrijven vanaf oktober moeten beginnen met het terugbetalen van de belastingschuld; minister Kuipers aangeeft dat onduidelijk is of corona ook na de zomer wegblijft;
overwegende dat: -
-
de Delftse horeca bijdraagt aan de opgaven die Delft geformuleerd heeft om in 2040 een sterke en gezonde stad te zijn, namelijk: o een stad met voorzieningen die aansluiten bij de behoeften van de stad; o Delft als toeristische topbestemming; het unaniem aangenomen initiatiefvoorstel ‘Delft Nieuwe Energie’ maatregelen omschrijft om horeca te ondersteunen (zonder terrasuitbreiding); de coronareserve na besluitvorming bij de Kadernota nog circa € 800.000 bevat;
verzoekt het college: -
voor het jaar 2022 horecaondernemers een korting op de precariobelasting terrassen te geven; in overleg met Delft Marketing gericht in te zetten op een marketingcampagne voor de Delftse horeca en ondernemers; deze maatregelen financieel te dekken met de reserve corona."
Door de fracties van STIP, de VVD, Onafhankelijk Delft en de SP wordt motie M8.5.2 (Meer maatwerk voor terrassen en terrasboten) ingediend: "De gemeenteraad van Delft in vergadering bijeen op 2 juni 2022 ter bespreking van burgerbrieven terrassenbeleid, constaterende dat: -
bijna de helft van de horecabedrijven er wegens corona momenteel financieel slecht voor staat; de verwachting is dat de omzet in de horeca pas in 2023 weer op het niveau is van 2019; bedrijven vanaf oktober moeten beginnen met het terugbetalen van de belastingschuld; minister Kuipers aangeeft dat onduidelijk is of corona ook na de zomer wegblijft;
33
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
-
Rotterdam, Den Haag, Maassluis, Breda hebben besloten de terrassen tijdelijk uit te breiden. Deze steden accepteren het daarbij horende juridische risico van het hierna potentieel regulier moeten vergunnen van deze terrassen;
overwegende dat: -
-
-
het terrassenbeleid onder andere de volgende doelen heeft: o Het bijdragen aan de verlevendiging en gastvrijheid van de stad; o het waarborgen van de toegankelijkheid van de openbare ruimte, inclusief een adequate doorgang voor politie en overige hulpdiensten; o het waarborgen van de verkeersveiligheid, openbare orde en het woon- en leefklimaat; het door de teruggekeerde bezoekers aan de stad en de beperkte ruimte niet in alle gevallen mogelijk is de bovengenoemde doelen te waarborgen en alle tijdelijk vergunde (uitgebreide) terrassen door te zetten; de hardheidsclausule de gemeente de ruimte geeft om af te wijken van beleidsregels in bijzondere omstandigheden;
spreekt uit dat: -
-
de coronacrisis dusdanig bijzondere omstandigheden heeft gecreëerd dat de gemeente af moet kunnen wijken van de beleidsregels in het terrassen- en terrasbotenbeleid; indien uitbreiding niet onevenredig in strijd is met de in de overwegingen opgenomen beleidsdoelen, geaccepteerd wordt dat de gemeente hierdoor het risico loopt potentieel ook regulier de vergunning te moeten verlenen;
verzoekt het college: -
-
de horeca ook in 2022 ruimhartig te ondersteunen in het herstel van de coronacrisis door wanneer mogelijk met de hardheidsclausule maatwerk te bieden bij de uitbreiding van het terrasoppervlak en het aantal terrasboten; terrasruimte beschikbaar te stellen aan horecaondernemers die niet direct grenzen aan de openbare ruimte; hierbij te waarborgen de in de overweging genoemde doelen van het terrassenbeleid."
De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Dijk van D66 voor haar eerste bijdrage in de raad. Mevrouw DIJK (D66): Voorzitter. "Probeer redenen te vinden om ja te zeggen in plaats van nee als antwoord te krijgen". Die oproep van Steven Aland van restaurant Angkor is mij bijgebleven na de laatste commissievergadering, waarin is gesproken over uitbreiding van het huidige terrassenbeleid. Diverse insprekers hebben toen hun verhaal gedeeld en verteld welke impact de pandemie heeft gehad op hun onderneming. Hoewel de terrassen weer vol zitten en de zon weer schijnt, kan het mooie weer niet al het financiële leed verbloemen. De boodschap van de horeca is dan ook helder: er moet iets gebeuren. Het verzoek is om het terrassenbeleid aan te houden zoals opgesteld tijdens de pandemie. Het college geeft in zijn beantwoording aan dat extra terrasruimte niet kan vanwege precedentwerking. Maar wat kan dan wel? De horeca heeft behoefte aan duidelijkheid. Om daar nu twee jaar op te wachten totdat er nieuw beleid is, voelt te ver weg. In combinatie met het feit dat het huidige 34
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
beleid niet actueel is, hebben wij de motie opgesteld om het evaluatiemoment van het terrassenbeleid te vervroegen, zodat we de horeca op korte termijn perspectief kunnen geven. De VOORZITTER: Dank u wel en van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech. Het is altijd heel mooi als een maidenspeech gepaard gaat met een motie, waarvan u ook nog de eerste indiener bent. Dat belooft heel veel en getuigt van een grote werklust, enthousiasme en betrokkenheid bij dit onderwerp. Het is ook mooi dat u vraagt om duidelijkheid voor de horeca en dat u dat in de motie ook koppelt aan de belangen van bewoners. Dat is dus echt een heel mooi D66-geluid. Dus nogmaals gefeliciteerd en welkom in ons midden. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik heb toch nog een vraag aan D66. Ik zou graag een nadere precisering willen hebben van het begrip "actueel", want door dat zo te benoemen, lijkt het alsof datgene wat er nu is, superouderwets is. Dus graag een nadere precisering. Mevrouw DIJK (D66): Bedankt voor de vraag. "Actueel" impliceert niet dat het heel erg verouderd is. Het beleid dateert uit 2013 en dat is toch al bijna tien jaar geleden. Vandaar "actueel". Ik ben op zoek naar actueel beleid. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Het antwoord roept bij mij toch het gevoel op dat wat er nu staat, een ouderwets gebeuren is. U heeft het over 2013.
Dat klopt, maar dat is helemaal niet zo lang geleden. Mevrouw DIJK (D66): Dan hebben wij verschillende meningen over jaren, want tien jaar geleden zag de wereld er toch heel anders uit en was er ook geen corona. Ik weet niet wat uw definitie van "ouderwets" is. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Dat herinnert me aan wat ik een paar weken geleden zei. Toen begon ik over iets van 2.600 jaar geleden. Mevrouw DIJK (D66): Als dat 2.600 jaar geleden is, is dat duidelijk. De heer JAFF (GroenLinks): Ik ben benieuwd naar de overwegingen van mevrouw Dijk over het financieel lijden als gevolg van de coronalockdowns. Heeft u nog andere zaken geraadpleegd dan alleen de brandbrief en het verhaal van de insprekers? Mevrouw DIJK (D66): Bedankt voor de vraag. Ik ben eigenlijk gewoon de stad in gegaan en ik heb gesproken met de voorzitter van de horecaondernemers hier in Delft om te kijken wat de behoefte is. Zo ben ik erop gekomen om te kijken wat de vraag is. De vraag was heel duidelijk: wij willen meer weten over hoe het terrassenbeleid kan worden ingericht en niet pas aan het eind van 2023. Ik heb dus niet alleen corona meegenomen in mijn overweging. Door de fracties van D66, STIP en de VVD wordt motie M8.5.3 (Vervroeging terrassenbeleid) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 2 juni 2022, ter bespreking van burgerbrieven terrassenbeleid, constaterende dat,
35
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
-
horecaondernemers in Delft nog steeds financieel lijden onder de gevolgen van de coronalockdowns (brandbrief horecaondernemers 5 april 2022); de tijdelijke ontheffing die de afgelopen 2 jaar werd verleend, ruimte gaf om inkomsten te genereren door een gedeelte van het terras op 1,5 meter te situeren; de horeca behoefte heeft aan uitbreiding van het huidige terrassenbeleid om te herstellen van corona; het huidige terrassenbeleid niet actueel is;
overwegende dat: -
is besloten om vanwege het risico op precedentwerking de horeca niet tijdelijk extra terrasruimte te gunnen zonder dat de 1,5 meterregel in werking is; de openbare ruimte in de binnenstad schaars is; de herverdeling van de openbare ruimte om zorgvuldige besluitvorming vraagt, waarbij alle belanghebbenden worden betrokken; het college over de herziening van het terrassenbeleid in gesprek wil gaan met de belanghebbenden en dit mee wil nemen in de integrale visie op de binnenstad;
spreekt uit dat de horeca behoefte heeft aan duidelijkheid, zodat zij zich kan richten op financieel herstel. Daarom is het noodzakelijk om duidelijkheid te geven over het terrassenbeleid; dat beleid is nu niet actueel; verzoekt het college: -
om het evaluatiemoment zo snel mogelijk in te plannen; bij de herziening nadrukkelijk te kijken naar het slimmer gebruiken van de openbare ruimte door: o samen met bewoners en ondernemers de mogelijkheden te onderzoeken naar ondernemen in een klein gebied; o de geleerde lessen uit de coronaperiode mee te nemen."
De heer VAN RIJN (VVD): Goedenavond, voorzitter, burgemeester, wethouders, inclusief wethouder Harpe thuis, mederaadsleden, ambtenaren en enthousiastelingen op de publieke tribune. Het is goed om jullie hier te zien. De samenleving draait als een tierelier. Er komen weer steeds meer bezoekers naar Delft. De terrassen zitten lekker vol. We kunnen elkaar weer ontmoeten, maar onder de oppervlakte zijn de sporen van corona voelbaar. Kijk maar naar de STIP'ers. Ik kijk ook naar de ondernemers. De ondernemers hebben aardig moeten interen op hun reserves. Dan kun je zeggen dat dat ondernemersrisico is, maar de coronacrisis was natuurlijk van de buitencategorie. De oproep van de horecaondernemers om de ondersteuning vanuit de gemeente in 2022 te continueren, begrijpen wij dus heel goed. Wij zijn daarom voorstander van het nogmaals tijdelijk verstrekken van extra terrasruimte. Daarnaast willen we iets doen aan verlaging van de lasten in 2022 voor de horecaondernemers. We willen ook gewoon een actueel terrassenbeleid, want dat is verouderd. Ik ga niet terug naar het Oude Testament. Natuurlijk moet er wel recht worden gedaan aan het zo veel mogelijk creëren van een gelijk speelveld tussen ondernemers en een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid. Daarom hebben we drie moties mede-ingediend: twee van STIP en één van D66.
De eerste motie gaat over het verlagen van de lasten in 2022 door het geven van een korting op de precariobelasting, zoals net werd toegelicht. Als VVD willen we nog verder gaan: wij willen
36
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
de ozb gaan verlagen voor Delftenaren, maar ook voor ondernemers. Maar daar komen we later op terug. De tweede motie roept het college op om creatief te zijn, maatwerk te leveren ten aanzien van het voortzetten van tijdelijke terrassen en het geven van de mogelijkheid van een terras aan ondernemers die niet aan publieke ruimte grenzen. Tot slot hebben we een motie ingediend met onder meer D66. Die motie roept op tot het versneld evalueren en actualiseren van het terrassenbeleid, met als doel het bieden van een duurzaam perspectief aan bewoners en ondernemers. We zijn benieuwd naar de reactie van het college. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Ik denk dat de heer Van den Brink, de heer Van Rijn en trouwens ook mevrouw Dijk al het nodige hebben gezegd over de eerste motie. Mevrouw Dijk verwoordde het goed: de oproep van de ondernemers, in ieder geval in de raadscommissie, was: wat kan er wel? We hoorden wat er niet kan, maar wat kan er wel? De reden waarom het CDA de eerste motie mede heeft ingediend - ik zie dat het logo er niet helemaal goed op is gekomen, maar een kniesoor die daarnaar kijkt - is dat we op deze manier een groep tegemoet kunnen komen die belangrijk is en waar voor een deel ook problemen mee zijn.
We hebben eerder in onze schriftelijke vragen, niet specifiek over dit onderwerp, het punt gemaakt dat problematische schulden tegengegaan en het liefst voorkomen moeten worden. Een ander punt dat ik nog wil noemen, is de marketingcampagne. Ik denk dat dat een goed idee is, want ook op die manier kunnen we in gezamenlijkheid naar de beste oplossing zoeken om Delft nog aantrekkelijker te maken voor publiek uit binnen- en buitenland en ook om het herstel verder te bevorderen. De heer JAFF (GroenLinks): In hoeverre is die campagne anders dan de toeristische visie die we samen met elkaar hebben vastgesteld? Wat voegt die campagne toe? De heer VISSER (CDA): Volgens mij is het een mooie aanvulling op wat er al bestaat. Wij zijn er als CDA ook altijd erg voorstander van om verschillende groepen erbij te betrekken; in de eerste plaats natuurlijk ondernemers, want daar hebben we het over, maar ook het maatschappelijk middenveld en andere organisaties. Als dat nieuwe gesprekken kan opleveren, zijn we daar dus absoluut voorstander van. De heer JAFF (GroenLinks): Ik heb geen antwoord op mijn vraag gekregen. Ik ben benieuwd wat de campagne extra toevoegt aan de toeristische visie die we met elkaar hebben vastgesteld en die al is geënt op het aanspreken van verschillende groepen en op het voor hen aantrekkelijker maken van Delft.
De heer VISSER (CDA): Het enige wat ik daar in aanvulling op mijn eerdere antwoord nog op wil en kan zeggen, is dat er nieuwe gesprekken en wellicht ook nieuwe ideeën ontstaan die deze stad nog verder kunnen brengen. Daarin hebben we met elkaar een opgave uit te voeren. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft wil graag beginnen met in het achterhoofd de afscheidsspeech van mevrouw Van Geenen van het CDA. Dit is een beetje een vrije vertaling van die speech door Onafhankelijk Delft: regels zijn goed, maar niet alles moet met regeltjes dicht worden getikt; blijf zelf nadenken en laat 37
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
ruimte voor afwijkingen als de situatie zich daartoe leent. Zoals in de commissievergadering door Onafhankelijk Delft is aangegeven, zullen wij de horecaondernemers steunen. De tijd die er tot nu toe met ontheffingen voor gegeven is om gederfde inkomsten te genereren, vindt Onafhankelijk Delft te kort. Het is schrijnend om te zien hoe regels nu in de weg staan om deze getroffen sector nog een keer bij te kunnen staan. Onafhankelijk Delft heeft zelf ook onderzoek gedaan naar de juridische mogelijkheden voor het tekenen van bijvoorbeeld een afstandsverklaring om zo geen aanspraak te kunnen maken die voortvloeit uit precedentwerking van een verlenging van ontheffingen. Een afstandsverklaring zal zeer waarschijnlijk niet toereikend genoeg zijn, maar met de woorden van mevrouw Van Geenen in ons achterhoofd kiest Onafhankelijk Delft voor menselijkheid en voor het helpen van elkaar. Daarom neemt Onafhankelijk Delft de precedentwerking voor lief en hebben we de motie Meer maatwerk voor terrassen en terrasboten mede-ingediend. Ook zullen we de motie Herstel horeca en de motie Vervroeging terrassenbeleid steunen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Er wordt wel heel lang gesproken over - laten we wel wezen - zo'n drie terrasboten in de binnenstad. Dat toont weer eens de preoccupatie van de Delftse politieke partijen met de binnenstad aan.
Ik moet nog zien dat we het hier ooit zo lang hebben over een ondernemer die graag een terras wil in Tanthof. Er wordt gesproken over technische en juridische zaken die er helemaal niet toe doen. Deze gemeenteraad is geen ambtenarenclub maar een politiek orgaan. Onze taak is het om de belangen af te wegen en een besluit te nemen. Buiten de belangen van politie, brandweer en verkeersveiligheid gaat het hier om een aantal ondernemers, hun werknemers en hun gasten. We hebben ze gehoord. Ze hebben in de commissievergadering hartstochtelijk voor hun zaak gepleit. Daartegenover staat een vereniging van bewoners van de binnenstad die een brief hebben gestuurd maar die niet de moeite hebben genomen om langs te komen. Het is zelfs zo dat ze niet eens in de straat wonen waar het om gaat. Althans, dat zei een van de insprekende ondernemers. Dat maakt de belangenafweging voor de SP een simpele: wij staan voor een ruimer terrassenbeleid. Aan de andere kant zie ik niet in waarom de gemeente geld uit zou moeten trekken voor een marketingcampagne voor de horeca. Dat geld kan beter besteed worden aan de leefbaarheid in de stad. De heer JAFF (GroenLinks): Dit is een behoorlijke uitdaging die we niet over onze kant kunnen laten gaan.
De heer Van der Sluis wekt de indruk dat wij alleen maar belangenvertegenwoordiger zijn van een club mensen die in de binnenstad woont en hier de raad heeft geïnstalleerd om hun belangen te vertegenwoordigen. Meneer Van der Sluis, hoe weegt u de belangen van de mensen die de binnenstad willen bezoeken en die niet op een terras kunnen plaatsnemen? Die moeten zich toch ook nog vrij in de binnenstad kunnen begeven? De heer VAN DER SLUIS (SP): Ging het nou om iemand die de stad bezoekt maar niet plaats kan nemen op een terras? Dat zijn juist de mensen die er baat bij hebben als er een extra terras komt. Ik snap het dus niet. De heer JAFF (GroenLinks): Toch wel jammer dat u die vraag als SP niet kan inkoppen. Het gaat om mensen die een kleine beurs hebben. De heer VAN DER SLUIS (SP): O, op die manier. Die mensen kunnen misschien wel werken op een terras. En ook mensen met een kleine beurs kunnen een keer naar een terras gaan. Dat is niemand verboden. Dat staat hier verder los van.
38
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Voor de horeca dreunen de gevolgen van corona nog altijd na. De toeristen zijn nog niet terug en de kosten lopen op door inflatie en uitgestelde belastingbetalingen. Onze horeca heeft het zwaar en moet moeite doen om er weer bovenop te komen. Tijdens corona heeft Hart voor Delft in december 2021 een motie ingediend om volledige kwijtschelding van de precariobelasting voor terrassen te bewerkstelligen. Die heeft het toen niet gehaald. Iets later is een andere motie aangenomen voor een korting van 50% op de precario. Die werd tijdens de vergadering nog tot 75% opgehoogd, maar dat lag toen erg gevoelig en we hebben toen niet meegestemd maar tegengestemd. Nu ligt er weer een motie die een korting vraagt. Het liefst willen wij eigenlijk nog steeds 100% kwijtschelding, maar als dat niet haalbaar is, gaan we mee met het voorstel om een korting te geven, waarbij wij de mogelijkheid willen houden om die met elkaar zo hoog mogelijk vast te stellen. Deze korting geldt dus voor alle horecaondernemers. Dat brengt mij bij de tweede motie, over maatwerk voor terrassen. Hoe sympathiek ook, Hart voor Delft vindt dat maar een zeer klein deel van de horecaondernemers profiteert van dit maatwerk. Wij willen eigenlijk dat iedereen zou kunnen profiteren. Daarom steunen we deze motie niet.
De VOORZITTER: De heer Van den Brink heeft een vraag voor u. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik ben voor het eerst aan het praten. De VOORZITTER: Dan mag u doorgaan. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Wel willen wij dat de evaluatie en de herziening van het terrassenbeleid eerder gaan plaatsvinden. We zouden dit het liefst gelijktrekken met het terrasbotenbeleid. Dat blijkt ambtelijk niet haalbaar, maar graag willen wij wel duidelijkheid over waar die ambtelijke krapte precies zit om dit niet te doen. We hopen dat er straks ruimte komt voor meer maatwerk bij onze terrassen, zodat dode hoeken leuke plekken worden en we met elkaar gebruik kunnen maken van het brede aanbod dat de horeca voor ons heeft. De VOORZITTER: Gefeliciteerd met uw maidenspeech. U bent eerder lid van de raad geweest. Daarom twijfelde ik even of dit een maidenspeech is, maar u bent heel lang weg geweest. We tellen het dus gewoon als een maidenspeech. Welkom terug in ons midden. U heeft een mooie afweging van de verschillende moties gemaakt. Dat laat zien dat u hart heeft voor de Delftse ondernemers, de belangen goed afweegt en voor een rechtvaardige stad gaat. Welkom terug en gefeliciteerd met deze maidenspeech. De heer Van den Brink mag zijn vraag nu stellen. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Gefeliciteerd natuurlijk en excuus.
De vraag is eigenlijk: waarom niet? Op het punt van de terrassen kunnen we niet iedereen helpen. Dat klopt; de ruimte is heel beperkt, maar het is het middel dat de gemeente eigenlijk heel weinig geld kost. We moeten het alleen toestaan, maar we kunnen daarmee wel een heel grote impact hebben voor de ondernemers die we daarmee kunnen helpen. Dus waarom niet? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Eigenlijk heb ik dat al gezegd: het is maar een heel kleine, beperkte groep ondernemers die dan profiteert. Er zijn ook heel veel ondernemers die dan niet profiteren. Uiteindelijk gaat het om: waar ga je zitten? Dat is dus de afweging geweest. 39
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
De heer VAN DEN BRINK (STIP): Bent u het niet met mij eens dat dit ten dele inherent is aan ondernemen? Er zullen altijd enige ongelijkheden zijn, bijvoorbeeld doordat je op een andere locatie zit? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Dat ben ik helemaal met u eens, maar daarom steunen wij de motie niet, want wij hoeven dat niet te stimuleren. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Er kan hiernaast toch ook nog iets bedacht worden voor andere ondernemers om die misschien op een andere manier tegemoet te komen? Moeten we deze ondernemers nu niet helpen omdat we dat nu niet hebben? Ik vraag me af wat de gedachte daarachter is. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Op zich klinkt dat sympathiek en we hebben daar ook over nagedacht, maar uiteindelijk moet het ook haalbaar zijn en is er ook gewoon geen geld om dat te doen. Wij zien eigenlijk ook geen ruimte om de horecaondernemers op een andere manier tegemoet te komen dan hiermee, maar misschien kunnen we daar op een ander tijdstip wat meer over nadenken. Er is een potje en dat kunnen we hiervoor gebruiken. We hebben met elkaar geen andere manier gevonden dan dit inzetten via de precario. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. In interrupties heb ik al een aantal punten aan de orde gesteld. Ik ga nog heel kort in op de moties. Op de motie Steun herstel horeca wachten we de reactie van het college af.
Met betrekking tot de motie Meer maatwerk voor terrassen en terrasboten vinden we toch dat er concrete aandacht ontbreekt voor omwonenden. Als dat er niet zo duidelijk in staat, gaan we die motie niet steunen. De hardheidsclausules blijven overigens gewoon bestaan en kunnen gebruikt worden daar waar onbedoelde effecten zijn opgetreden, want daar zijn zij voor bedoeld. Ook op de motie Vervroeg het terrassenbeleid wachten we de reactie van het college af, maar we hopen op een toezegging, want ook dit punt hebben we aan de orde gesteld in de commissievergadering. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Ik wil nog één keer benadrukken dat we echt hebben geprobeerd om rekening te houden met het woon- en leefklimaat. We hebben dat in de overwegingen opgenomen, maar als dat het punt is waar u over struikelt, denk ik - ik kijk even naar de andere indieners - dat we bereid zijn om daarover iets toe te voegen, want wij vinden dat wel degelijk heel belangrijk. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik ben er echt nog steeds naar op zoek waar dat dan zo concreet staat. Misschien moeten we een pauze inlassen om daarnaar te kijken. De VOORZITTER: De heer Van Rijn heeft nog een vraag. De heer VAN RIJN (VVD): Nee, een pauze is een prima plan. Dan leggen we het nog even uit. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Onafhankelijk Delft vraagt zich nog iets af.
Ik start nu misschien een heel brede discussie. Een bewonersvereniging vertegenwoordigt natuurlijk bewoners, maar hoe gaan wij als raad daarop af? Als dat drie oude knarren zijn die eigenlijk alles niet zo leuk vinden, waar gaan we dan op af? Waar leggen we de grens? Dat vraag ik me af. 40
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Sorry, ik heb een gedeelte van de vraag niet begrepen of niet verstaan. Ik hoorde het niet, misschien door een piepje; geen idee. De VOORZITTER: Wilt u het kort nog even zeggen, mevrouw Timmermans? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik laat het hierbij. Dit zegt genoeg. De VOORZITTER: Ik wijs erop dat Hart voor Delft inmiddels door de spreektijd heen is. Dit was het dus voor vanavond. STIP heeft nog 27 seconden voor de rest van de avond. Dat wordt dus ook een beetje krap. De heer JAFF (GroenLinks): Voorzitter. In de commissie hebben we hier natuurlijk uitgebreid over gesproken. We hebben toen ook een uitgebreide reactie van de portefeuillehouder gekregen. Daar staan wij nog steeds achter. Motie M8.5.1 steunen wij niet. Die is wat ons betreft te abstract en te erg "one size fits all". Die wordt dus niet concreet genoeg. Met motie M8.5.2 vragen we volgens mij niets nieuws. De heer VAN RIJN (VVD): De heer Jaff blijft een beetje vaag en wordt niet concreet genoeg. Wordt u dan concreet: wat zou u erin willen hebben? De heer JAFF (GroenLinks): Volgens mij is er geen aanleiding voor deze motie. Anders had ik haar wel ingediend. De heer VAN RIJN (VVD): Dat is natuurlijk weer een ander vraagstuk, maar u zegt dat het niet concreet genoeg is.
Dan vraag ik: hoe kunnen we de motie concreter maken om GroenLinks aan boord te krijgen? De heer JAFF (GroenLinks): Stel je voor dat je zou kunnen zeggen dat we ondernemers die feitelijk gezien financiële problemen hebben, helpen met een korting op de precario, dan kunnen we het daar nog over hebben. Ik denk dat het om de toevoeging van zulk soort onderdelen gaat. De VOORZITTER: De heer Van Rijn voor de laatste keer op dit punt. De heer VAN RIJN (VVD): Ik denk dat we straks even een pauze nodig hebben. De heer JAFF (GroenLinks): Motie M8.5.2 vraagt ons om juridische risico's te nemen en om als overheid willekeur toe te passen. Dat doen we niet en er is al een hardheidsclausule waarvan gebruik kan worden gemaakt. Ook die motie gaan wij dus niet steunen. De heer VAN RIJN (VVD): U zegt het goed, meneer Jaff: "juridische risico's". Die kun je mitigeren. Het wordt pas een juridisch probleem als je in de rechtszaal staat. Als je aan de voorkant goede afspraken kunt maken tussen gemeente en ondernemers, kun je die juridische risico's gewoon mitigeren. Kortom, wat is hier het probleem? De heer JAFF (GroenLinks): Juridische risico's zijn één probleem, maar we hebben ook uitvoerig van de portefeuillehouder gehoord hoe beperkt de openbare ruimte is, dat het steeds drukker wordt en dat die ruimte ook benut en beschikbaar moet blijven - dat zeg ik
41
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
ook richting de SP - voor mensen die niet op een terras willen zitten maar gewoon een blikje cola willen drinken. Dat is onze afweging. De VOORZITTER: Meneer Van Rijn, nog één laatste vraag. De heer VAN RIJN (VVD): De heer Jaff is koning in het ontwijken van vragen, maar ik vraag me af of hij alleen met het college praat of ook met ondernemers in de stad. De heer JAFF (GroenLinks): Met beide en we wegen de belangen af. In de aanloop naar deze vergadering hebben wij nog wat scherpte willen krijgen in motie M8.5.3. Die heb ik van de indiener helaas nog niet gekregen. Ik zou graag van de portefeuillehouder willen weten ten koste waarvan het gaat als we deze motie accepteren, want dan kunnen we een weloverwogen keuze maken. Wij weten immers allemaal hoe beperkt de capaciteit is binnen de ambtelijke organisatie. Als we dit naar voren halen, wat schuiven we dan naar achteren? De heer VAN RIJN (VVD): Ik ga toch proberen verbinding te zoeken met GroenLinks. Ik hoorde u eerder zeggen: we moeten er zijn voor mensen met een kleine beurs. Volgens mij moet je dan zorgen dat mensen meer geld overhouden in hun portefeuille. Wat vindt u dus van het voorstel om de ozb voor Delftenaren te verlagen? Kunnen we daarin samen optrekken? De VOORZITTER: Eerst de vraag van de heer Van den Brink. Dan kunt u de vragen in één keer beantwoorden.
De heer VAN DEN BRINK (STIP): Wat wil de heer Jaff doen voor ondernemers? Het klinkt als niks. De heer JAFF (GroenLinks): De vraag van de heer Van Rijn is volgens mij een ander onderwerp van gesprek. Dat gesprek moeten we op een ander moment voeren. Ook die vraag moet ik in deze situatie dus helaas ontwijken. En wat wil ik voor ondernemers? Volgens mij hebben wij als stad net een mooi coalitieakkoord gesloten waarin we ook oog hebben voor een bruisende en ondernemende stad. Daar passen we zo goed mogelijk de beschikbare ruimte en middelen voor toe. Dat is dus wat wij willen voor de stad. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik heb eigenlijk een vraag voor de heer Van Rijn voor de VVD: hoeveel denkt u dat minima in Delft aan ozb betalen? De VOORZITTER: Dit is de termijn van de heer Jaff. Het moeten niet allemaal driehoeksdebatten worden. Kunt u de vraag met één woord beantwoorden, meneer Van Rijn? Anders wordt het ingewikkeld. De heer VAN RIJN (VVD): Dit is een mooie vraag en die moet je breder trekken. Laten we dus ook kijken naar de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De VOORZITTER: We dwalen af. Ik ga dus weer terug naar de heer Jaff. Ik zie dat hij klaar is met zijn termijn. Dan is het woord aan mevrouw Gremmen van Volt, die ook haar eerste bijdrage in ons midden gaat leveren.
42
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
Mevrouw GREMMEN (Volt): Voorzitter. Ik heb eigenlijk een verhelderende vraag aan de portefeuillehouder, maar ik weet niet of dat mag. De VOORZITTER: Ja, natuurlijk mag dat. Mevrouw GREMMEN (Volt): Fijn. De vorige keer dat wij het terrassenbeleid bespraken, in de commissie, heeft de portefeuillehouder aangegeven dat het naar voren van de actualisatie van het terrassenbeleid andere projecten klem zou zetten. Zou u kunnen aangeven wat de gevolgen zijn en welke werkzaamheden dan niet kunnen worden uitgevoerd indien wij voor deze motie stemmen? Daarnaast hebben wij als Volt de vorige keer aandacht gevraagd voor de actualisatie van dit beleid als onderdeel van de participatie in Ruimte in de Binnenstad, zoals u ook heeft voorgesteld in uw reactiebrief op de burgerbrieven. Er is echter niks bekend over dit participatieplan en het loopt al een hele tijd. Als met deze motie wordt ingestemd, zou ik dus graag een toezegging van het college of de portefeuillehouder willen dat de raad wordt geïnformeerd over wat dan de precieze stappen in het participatieproces zijn, hoe en welke inwoners en bezoekers worden betrokken in deze participatie en hoe deze input dan gaat helpen om het terrassenbeleid te actualiseren, want dat is op dit moment niet helder. De VOORZITTER: Ook u gefeliciteerd met uw maidenspeech met mooie verhelderende vragen en een mooie nieuwe dimensie voor het debat.
Het is ook goed dat u aandacht vraagt voor participatie en dat u de raad wilt laten informeren. Dat laat zien dat u er als raadslid bovenop wilt zitten. Dat belooft heel veel voor de komende vier jaar. Nogmaals gefeliciteerd met uw maidenspeech. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Als het dan inderdaad mag, heb ook ik een verhelderende vraag aan het college, namelijk om in te gaan op de in de eerste motie genoemde marketingcampagne. Ik heb de indiener van de motie gevraagd of hij enig idee heeft van de grootte daarvan. Daarop kreeg ik het concrete antwoord nog niet op tafel, maar wellicht kan het college daar enige inschatting van geven. Dat is voor de PvdA van belang om te kijken hoeveel geld we daaraan uit zouden kunnen geven en of we die motie willen steunen. Wethouder BRANDLIGT: Voorzitter. Ik zal één motie voor mijn rekening nemen, de motie Steun herstel horeca, want die gaat vooral over precario. We hebben in de afgelopen jaren natuurlijk meerdere keren iets aan de precariotarieven gedaan. Daar zat een heel duidelijke redenatie achter, namelijk dat de ondernemers op dat moment door de lockdown geen gebruik konden maken van hun terras. Daardoor was er ook een reden om daarover geen precario te heffen. Dat was dus ook eerlijk ten opzichte van horecaondernemers die geen terras hebben, want die hoefden dat ook niet te betalen en die hadden ook de inkomsten niet.
Dat was de redenatie die we tot nu toe altijd gehouden hebben. Je kunt nu niet stellen dat de terrassen niet gebruikt worden. Ze zitten zelfs behoorlijk vol. Daarmee is de redenatie eigenlijk veranderd. Het wordt nu namelijk eigenlijk meer een soort inkomenspolitiek en ondersteuning voor een bepaalde groep ondernemers, namelijk precies de groep die een terras heeft en niet de groep die geen terras heeft, terwijl de groep die een terras heeft, er eigenlijk al beter voor staat dan de groep die geen terras heeft. Het is dus inkomenspolitiek dat is al niet het domein van de lokale politiek - maar het is ook nog eens in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Ook om principiële redenen zouden we dit punt dus willen afwijzen. Het tweede dictum gaat over de marketingcampagne. Ik begrijp de achtergrond heel goed. Er wordt al met de culturele sector gesproken over een campagne om meer mensen naar 43
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
Delft te trekken, juist ook voor steun aan de culturele sector. We kunnen natuurlijk kijken of we die campagne wat kunnen verbreden, zodat je überhaupt meer mensen naar Delft trekt. Dat is natuurlijk voor alle ondernemers goed, niet alleen voor de horecaondernemers met of zonder terras, maar ook voor andere ondernemers. Ik zou dat daar dus mee willen combineren. Tot slot geeft u aan de dekking te willen halen uit de coronareserve. U verwijst daarbij naar bijlage 1a van de Kaderbrief die u heeft gekregen, maar u noemt één zinnetje uit diezelfde bijlage niet. Dat is het zinnetje waarin een winstwaarschuwing staat: we hebben nu nog een hoeveelheid geld in de coronareserve zitten en zullen van het Rijk waarschijnlijk niet méér krijgen, maar in de komende jaren zullen we nog wel batendervingen, inkomstendervingen, hebben. De toeristenbelasting zal bijvoorbeeld nog een tijdje achterblijven. Dat zal ook nog gefinancierd moeten worden uit deze coronareserve. Tot slot heeft uw raad ons ook de opdracht meegegeven om bepaalde stortingen in de reserve, bijvoorbeeld die van de culturele sector, ook voor de culturele sector te behouden. Het hele bedrag dat nu over lijkt te zijn, is in die mate dus niet over. Al met al ontraden we dus deze motie.
Ook als deze motie niet wordt aangenomen, zullen we dus toch kijken of we de marktcampagne van de culturele sector kunnen verbreden voor alle ondernemers in Delft door mensen te trekken. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Wat voor bedrag blijft er volgens de wethouder dan wel over dat besteed zou kunnen worden aan dit soort problematiek? Wethouder BRANDLIGT: Dat is natuurlijk heel moeilijk te zeggen, omdat je daarvoor in de toekomst moet kijken. Het is al zeker dat een deel van het bedrag eigenlijk al met een doel in deze reserve gestort is en je wilt ook een deel vrijhouden voor de batenderving die we gaan krijgen. We weten al dat de toeristenbelastinginkomsten zullen achterblijven, want de hotelsector is nog niet op niveau. Hoeveel dat precies zal zijn en hoelang dat door zal lopen, weten we op dit moment niet. Ik wil dus aangeven dat de hier genoemde 8 ton niet in die mate beschikbaar zal zijn. U mag als raad uiteraard besluiten waaraan u het besteedt, maar als het aan het ene wordt besteed, wordt het niet aan het andere besteed. De heer HOMBERGEN (PvdA): De tijd van STIP is bijna op. Ik zal de vraag dus stellen: hoorde ik nou een toezegging dat u de marketingcampagne voor de culturele sector wilt combineren met de bruisende binnenstad? Wethouder BRANDLIGT: Ja, dat lijkt mij de slimste manier om hier op dit moment mee om te gaan.
Ik weet dat daar al over gesproken wordt. Het lijkt mij niet heel verstandig om allemaal verschillende campagnes naast elkaar te beginnen. Laten we deze campagne dus iets breder insteken, zodat zij gewoon meer bezoekers naar Delft trekt, uiteraard juist in de maanden waarin het wat stiller is. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Voorzitter. Allen dank voor de inbreng in de eerste termijn. Daar spreekt heel veel betrokkenheid en heel veel engagement uit. Ook de heer Van den Brink wil ik complimenten geven, want ik weet dat hij hier heel veel tijd in gestoken heeft. U geeft ook aan dat het een worsteling is. Dat begrijp ik heel goed, want dat zie je eigenlijk ook in dit hele debat terugkomen. Het is ook een worsteling ten opzichte van wat je als mens graag zou willen betekenen en wat je als overheid uiteindelijk ook moet borgen. Wat je als overheid moet borgen, is dat je een betrouwbare overheid bent. Mevrouw Gremmen zei dat mooi: je hebt in het verleden afspraken gemaakt met mensen en 44