CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen 2 juni 2022

Raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente Delft26.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

die wil je op een goede wijze nakomen. Alle partijen wil je daarin serieus nemen. Ik kijk even naar de heer Van der Sluis: de raad is inderdaad de politiek en de heer Van der Sluis is daar onderdeel van, maar u bent ook onderdeel van de overheid. Die overheid moet consistent zijn en moet objectieve afwegingen maken, want als je dat niet doet, weten we met elkaar dat in no-time anderen, die niet in een bevoorrechte positie zitten, zullen vragen waarop de overheid haar besluiten baseert. Zij voelen zich gedupeerd of in ieder geval veronachtzaamd als we dat niet doen. Dan heb ik het over collega-ondernemers waarvan wij met de eerste motie mogelijkerwijs zouden zeggen: het past, met de vinger in de lucht, wel een beetje in die kaders en het moet wel ongeveer lukken. Dat is niet een basis waarop je als overheid kan besturen. Het gaat over belangrijke belangen van ondernemers. Die moet je uiteindelijk op een goede wijze objectief en rechtmatig afwegen. Maar het gaat ook over het feit dat je een beleid opgebouwd hebt met anderen, die ook een hele directe betrokkenheid hebben. Dat zijn niet alleen de bewoners maar ook de mensen die zich vanuit hun engagement verantwoordelijk voelen voor bijvoorbeeld het erfgoed en de zichtlijnen op historische punten in de stad. Dat heeft een aantal jaren geleden uiteindelijk allemaal in een heel stevig proces geleid tot dit beleid.

Naar aanleiding van de vraag van de heer Van den Brink, die ook verwoord is in deze motie: er is inderdaad een hardheidsclausule ingebouwd. Maar die hardheidsclausule is heel duidelijk begrensd en beperkt zich eigenlijk tot daar waar zaken of bijzondere omstandigheden onredelijk uitpakken voor een ondernemer. Dan heb je het over afwijkingen waarvan je echt goed moet kunnen aangeven dat dat het geval is. We hebben nu al te maken met het feit dat we slechts twee keer afgeweken zijn en dat we nu al in een bezwaarprocedure zitten van degenen die gezegd hebben: let op, zo ga je buiten die lijnen. Daar is echt een heel restrictieve lijn ingezet. Die lijn is er omdat je uiteindelijk moet zorgen dat je gewoon een objectieve, rechtmatige afweging maakt. Dat is uiteindelijk onze taak als overheid. Dat is ook het verhaal dat ik hier zal moeten vertellen, want ik kan niet anders. Het heeft ook te maken met datgene wat mevrouw De Jongh Swemer naar voren bracht: het gaat ook over rechtvaardigheid en het uiteindelijk maken van een objectieve afweging over wie je wel helpt en wie niet. Dat moet je echt goed kunnen beargumenteren. Dat vraagt meer dan alleen een gevoel in de zin van: kan het ongeveer wel? Nee, je hebt uiteindelijk gewoon afspraken met elkaar gemaakt - nota bene tot aan de Raad van State bevochten waar je als overheid niet zomaar van af kan wijken.

Dat is eigenlijk ook maar goed, want je moet betrouwbaar en consistent zijn. Dat is eigenlijk het probleem dat het college heeft. We hebben daar natuurlijk met elkaar over gesproken. Met de eerste motie gaat de hardheidsclausule niet benut worden zoals die beoogd is, maar veel meer in de zin van: laten we haar wat verruimen en laten we dan het risico nemen van de mogelijke juridische precedentvorming die ontstaat. Dat laatste is heel kwetsbaar, want we weten dat Delft een hele volle binnenstad heeft en die wordt de komende jaren alleen maar voller. Als je dan risico's neemt die je straks niet meer kan terugdraaien, ben je gewoon heel kwetsbaar bezig. Dan raakt het uiteindelijk de hele stad en mag je dat niet alleen doen voor één groep. Het is inderdaad veel breder. Ik denk dat de heer Jaff dat zojuist goed naar voren bracht. Wij zijn overigens niet de enigen die uiteindelijk die afweging maken. Rotterdam differentieert en Amsterdam doet iets maar daar heeft de burgemeester het op een aantal onderdelen weer teruggetrokken. Maar in het type steden zoals onze stad - Groningen, Utrecht, Maastricht - gebeurt gewoon hetzelfde. Die hebben gezegd: het is klaar, want wij moeten gewoon zorgen dat we ook voor de toekomst weer verantwoord met ons centrum omgaan; daar kunnen we geen risico's mee nemen.

Ik denk dat dat eigenlijk onderschrijft dat het niet zo heel vreemd is, hoe moeilijk het ook is. Dat is natuurlijk die worsteling die ik ook onderken. Dat heeft er ook toe geleid dat wethouder Vollebregt en ik intern tot het gaatje 45

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

zijn gegaan om te kijken of we toch iets kunnen. Kunnen we het naar voren halen? Dat wilden we heel graag. Kunnen we toch nog meer maatwerk bieden? Wij noemden dat woord "maatwerk" immers ook, want dat vonden we een dankbaar woord, maar dat maatwerk is uiteindelijk natuurlijk altijd omschreven. Zo hoort het ook te zijn bij een overheid. Wij zijn uiteindelijk naar eer en geweten tot de conclusie gekomen dat beide gewoon niet haalbaar zijn: het ene kan niet en het ander is heel moeilijk. Maar daar kom ik straks op. Wij ontraden als college dus echt motie M8.5.2. Het eerste zou gewoon onvoorspelbaarheid van een overheid teweegbrengen, terwijl je echt een heldere richtlijn hebt liggen waarin ook goed omschreven is waarvoor je die clausule mag gebruiken. Het tweede punt is het beschikbaar stellen van terrasruimte aan horecaondernemers die niet direct grenzen aan de openbare ruimte. Ze grenzen eigenlijk allemaal aan de openbare ruimte, maar als er geen openbare ruimte is, mag men op zich een terras doen, mits dat voldoet aan de voorwaarden op het punt van geluid, nooduitgang en dat soort zaken. Je zou dat dus "overbodig" kunnen noemen. Wat betreft het waarborgen van de in de overweging genoemde doelen van het terrassenbeleid: dat is eigenlijk juist wat ik beoog, namelijk gewoon consistent zijn. Je hebt afspraken gemaakt.

Er was een heel bijzondere, heldere legitimatie om ervan af te wijken, namelijk de 1,5 meter. Nu zijn we weer terug en nu moeten we vanuit onze verantwoordelijkheid voor het algemeen belang van het centrum helaas zeggen dat dit het was en dat we dat niet verder kunnen voortzetten, zoals onze eigen juristen maar ook externe juristen, als second opinion, zeggen. Dat is soms een moeilijke rol van de overheid, maar ik denk toch dat we die rol moeten nemen. Dat voor wat de eerste motie betreft. De tweede motie gaat over het vervroegen van het terrassenbeleid. Nogmaals, we hebben dat ook in het college besproken. We hebben het zelfs ter sprake gebracht in de collegevergadering, omdat we het heel goed met elkaar wilden afwegen. Het is ook nadrukkelijk aan de orde geweest in het directieteam, maar we hebben op dit moment gewoon te maken met een organisatie die niet alles tegelijk kan. We zijn een aantal heel belangrijke dingen aan het uitwerken, zoals het ruimtelijk beleid, waar ik straks naar aanleiding van de vraag van mevrouw Gremmen op zal ingaan, maar ook de veiligheidsplannen, waarmee dezelfde ambtenaren aan de slag moeten rond de Bibob, rond ondermijning, rond de weerbaarheid van ondernemers in dat kader. Dezelfde ambtenaren zijn ook met deze zaken bezig. Dat is ongelofelijk belangrijk.

We kunnen het ook niet zomaar inpassen, want het is echt een integrale aanpak die vanuit heel veel verschillende afdelingen plaatsvindt. Als we het zouden doen, zouden we het alleen voor de terrassen kunnen doen. Dan zouden we eigenlijk al vandaag moeten beginnen, want in verband met de complexiteit ben je er een behoorlijk lange tijd mee bezig. Ambtelijk geeft men aan dat dit gewoon een jaar kost, met het overleg, uiteindelijk het vastleggen, processen die daar nog uit voort kunnen komen als gevolg van bezwaar en beroep en noem maar op. En dan zouden we daarna nog weer de terrasboten moeten doen, want die kunnen we gewoon niet naar voren halen, omdat dat een formeel overgangsverhaal is. Het is natuurlijk veel beter om boten en de terrassen samen in één keer te doen. Daarom is het eigenlijk buitengewoon ongewenst en onverstandig om dit nu te doen, gelet op onze ambtelijke organisatie en de dingen die daar op dit moment gewoon al zijn. We hebben echt druk op de ketel gezet, ook vanuit het college; dat kan ik naar eer en geweten zeggen. Uiteindelijk hebben we toch moeten constateren dat dit geen begaanbaar pad is. Dat voor wat motie M8.5.3 betreft. Dat is onze werkelijkheid, die ook ons lang heeft doen trekken, duwen en worstelen, eigenlijk net zoals de heer Van den Brink, om hieruit te komen. Uiteindelijk hebben we gewoon vastgesteld dat het antwoord soms nee is.

Hoe moeilijk dat ook is, soms is het antwoord: nee, het gaat niet. We hebben alles afgewogen en dit is uiteindelijk een verstandige lijn die recht doet aan de rol van de overheid en die ook recht doet aan wat we aankunnen.

46

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

Wat betreft kijken naar optimalisatie bij de herziening denk ik dat we eerlijk moeten zijn. Daarmee ga ik een beetje in op de woorden van mevrouw Dijk, die aangaf dat de mensen helderheid willen hebben. Ik denk dat we heel eerlijk en helder naar mensen moeten zijn. We hebben een beleid dat eigenlijk een grote optimalisatie kent van ruimte voor de horeca. Onze horecaruimte, de positie van de horeca, is de op één na grootste in Nederland, direct na Amsterdam. Ik denk dat we eerlijk moeten zijn. Kijkend naar wat er alleen al in de afgelopen tien jaar is gekomen aan meer drukte in de stad, meer fietsen, meer gebruik van de stad en noem maar op, moeten we gewoon eerlijk zijn en moeten we vaststellen dat actualisatie niet zal betekenen dat hier grote openingen gaan komen. Dat is gewoon geen werkelijkheid. Wij kunnen geen meters erbij halen. Of het nou wel of niet actueel is, Delft is Delft, in al haar historie, in al haar krapte en ook in al haar intensieve gebruik van alle ruimte. Veel meer helderheid zal er dus niet uit komen. Dus het naar voren halen … Natuurlijk kunnen we misschien op een paar kleine plekken kijken of we iets kunnen. We nemen die terrassensituatie mee, maar dat kan pas voor 2024. We willen onze organisatie ook niet over de kling jagen en we willen het daarom samen doen, want anders is men twee keer een intensief proces aan het doen.

Dat ten aanzien van de twee moties. Het college ontraadt dus beide moties. Ik kijk nog even naar specifieke vragen die gesteld zijn, nogmaals de worsteling onderstrepend, want terwijl ik dit zeg, voel ik die worsteling evengoed. Die hebben ook de heer Vollebregt en ik de afgelopen tijd ervaren, evenals natuurlijk wethouder Huijsmans, die verantwoordelijk is voor de integrale ruimteproblematiek, die in onze stad best groot is, zeker in het centrum. Ik vond dat mevrouw Dijk het mooi zei met een citaat van een van onze ondernemers: probeer redenen te vinden om ja te zeggen. Dat is eigenlijk wat wij gedaan hebben in de voorbereiding naar deze debatten, waarvan we wisten dat ze zouden komen. We hebben uiteindelijk echter moeten constateren dat de werkelijkheid soms gewoon anders is dan je heel erg graag zou willen. Mevrouw Gremmen gaf in haar eerste maidenspeech - dat was een interruptie - perfect aan dat we natuurlijk breder moeten kijken. Het verhaal is breed en er zijn meerdere belangen. De VVD heeft een vlammend betoog gehouden. Dat ging natuurlijk met name ook over de belastingen en de ondernemers, maar daar heeft de collega, wethouder Brandligt, al het nodige over gezegd. Mevrouw Gremmen vroeg welke zaken dan niet zouden kunnen worden gedaan. Ik heb al een aantal zaken genoemd.

Zij vroeg ook: wat zijn nou die stappen als we die zaken integreren? Daar had ik net een een-tweetje met de wethouder over. We kunnen natuurlijk best inzicht geven in hoe we dat doen, wie we daarbij betrekken en of dat recht doet aan de posities van mensen. Daar moet je immers wel met elkaar over spreken, maar we kunnen natuurlijk heel goed het gesprek hebben over hoe dat ingericht wordt. Dat moeten we gewoon heel zorgvuldig doen. Dat is klip-en-klaar. Onze stad blijft uiteindelijk een prachtige stad waar heel veel mensen komen en waar we met elkaar heel veel willen genieten van het mooie wat er is, wat een geweldige opvulling van het geheel betekent, maar wat gelijk ook zo duidelijk de begrenzing aangeeft. Het is samen met het college mijn ondankbare taak om dat hier toch gewoon helder te maken en daar uiteindelijk ook onze conclusies uit te trekken als college. Dat maakt dus dat wij beide moties ontraden. De VOORZITTER: Dank u wel. Vanuit deze rol moet ik even opmerken dat ook het college hard door de tijd heen gaat. Er is behoefte aan een tweede termijn. Meneer Van den Brink, wilt u nog iets zeggen in de 22 seconden die u nog heeft? Nee. 47

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

Mevrouw DIJK (D66): Voorzitter. Dank voor de toelichting. Ik snap dat het een capaciteitsprobleem is en ik voel ook echt dat er hard aan getrokken is, maar toch voelt het als een prioriteitsvraagstuk en dat blijft het voor mij. Ik hoor nog steeds niet wat er dan wel mogelijk is, want de terrassenkaart is verouderd, de Spoorzone of het Agathaplein is nu niet meegenomen en sommige gebieden zijn autoluw geworden, waar je ook nog iets mee kan. Als je dan toch wacht tot eind 2023, begin 2024, wanneer je de terrasboten erbij wil betrekken, ben je weer te laat. En misschien heb je dan alsnog weer een lockdown. Daarom alsnog mijn verzoek om het terrassenbeleid dan apart te doen. Er zal vast een mogelijkheid zijn om een blauwdruk te maken, zodat je het ene onderzoek meeneemt naar het andere onderzoek. Dan wordt het een soort estafette. Het voelt gewoon niet goed als je hier nu zo lang op moet wachten. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. Wat mij betreft brengen we de moties gewoon in stemming. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik sluit me daarbij aan. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Ik vind het vreemd. Wat ik een beetje proef, is dat een meerderheid hier in de raad de horecaondernemers eigenlijk wel de ruimte wil geven door tijdelijk die extra terrasboten te geven, maar er wordt gezegd dat dat niet kan omdat ze dan in de toekomst het recht op die terrasboten houden.

Dat is gek, want dit betekent dat we deze ondernemers kunnen helpen, maar dat we ze toch niet kunnen helpen omdat we bang zijn dat ze in de toekomst dan misbruik gaan maken van de hulp die we ze nu geven. Maar daardoor zijn die mensen niet geholpen. Het is dus eigenlijk in hun eigen belang als zij zeggen: we willen nu graag een jaar die terrasboten hebben en daarna zien we af van een verlenging daarvan. Dan komt er een hele technocratische discussie los: "Ja, maar dat kan niet; dat gaan we niet doen." We komen dus in een heel kafkaëske situatie, die ik niet kan volgen en die ik niet begrijp. Ik heb nog één opmerking voor de heer Van Rijn van de VVD: ook afvalstoffenheffing en rioolheffing worden niet betaald door minima. Die krijgen daar vrijstelling voor. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik wil alleen zeggen: hear, hear. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Voorzitter. Ik wil even ingaan op het punt van de heer Van der Sluis, die zegt: waarom leggen we nou geen terrasboten neer; dat risico zouden we toch eigenlijk moeten nemen? Daar komt het op neer. Maar het gaat er echt om dat we bij de terrasboten gewoon een maximumaantal ligplaatsen hebben en een maximumaantal boten kennen. Je kunt dat gewoon niet doen, want we hebben tot aan de Raad van State een dispuut daarover gehad met andere partners in de stad.

Du moment dat wij een terrasboot daar de ruimte geven, zullen we niet zozeer dat juridische precedent hebben, maar krijgen we gewoon bezwaren en beroepen. Vervolgens gaan we een juridische procedure in. Uiteindelijk red je het niet, want we hebben hier gewoon een helder vastgesteld beleid, dat tot aan de Raad van State is vastgesteld. Die ruimte is er juridisch dus gewoon niet. We hebben gewoon wetten en regels. Dat is vervelend; dat is héél vervelend, maar dat is wel een werkelijkheid en daar hebben we gewoon mee van doen. Als we die stap zetten, weten we dus dat we daar problemen mee krijgen. Onze juristen moeten daar dan vervolgens de energie in gaan steken, terwijl je weet dat je nat gaat, omdat je dit tot aan de Raad van State bevochten hebt. Daar zit dus geen precedentvorming of iets

48

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

dergelijks. Misschien óók, maar hier zit ook gewoon een vrij harde grens in de afspraken en de regels die gemaakt zijn. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik constateer slechts dat dit de situatie is. Ik heb begrepen dat we het totale aantal terrasboten nu niet halen, omdat de boten bij Loetje eigenlijk geen terrasboten zijn. Er kunnen dus drie boten bij, maar die moeten dan naar een andere locatie toe. Hoe zit dat precies? Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Er is van het totaal één terrasboot die niet benut wordt. Als je die naar iemand doet, doe je 'm in ieder geval niet naar een ander. Daar begint het al. En die moet passen in de ligplaatsen, want we hebben twee afspraken gemaakt met die hele club van inwoners die betrokken zijn geweest, belangengroepen en noem maar op: over de plekken en over de hoeveelheid. Die zijn gewoon vastgelegd en die zijn bevochten tot aan de Raad van State. Dan kan je dus niet zomaar zeggen: dat doen we. Want je weet dan zeker wat er gebeurt. Dat hebben we ook gezien in de brief die we hebben gekregen en in het bezwaar dat al gemaakt is ten aanzien van de hardheidsclausule: men is buitengewoon scherp op de begrenzing ervan. Er was coulance tijdens corona. Daar ben ik nog altijd blij mee. Toen is er echt gezegd: geef die ruimte aan onze ondernemers; dit is objectief echt een situatie waarin we die ruimte gewoon moeten geven.

Maar dan moet je op een bepaald moment ook zeggen dat die objectiviteit weg is. Wij kunnen ook heel moeilijk toetsen wie het financieel wel of niet moeilijk heeft en noem maar op. Die objectiviteit is weg en nu moeten we gewoon terug naar datgene wat we ook met andere mensen afgesproken hebben. Dat is uiteindelijk het evenwicht dat je zoekt. De VOORZITTER: Ik denk dat we de beraadslaging kunnen sluiten. Dat is het geval. We gaan over tot de stemming over de moties. In stemming komt motie M8.5.1 (Steun herstel horeca) van STIP, de VVD en het CDA. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw VUIK (D66): Voorzitter. Omdat ik eigenaar ben van twee horecazaken met terras zal ik mij onthouden van stemming over alle drie de moties. De VOORZITTER: Kijk, een gebundelde stemverklaring. Dat is lekker. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Dat geldt ook voor mij. Ook ik ben eigenaresse van twee horecazaken en ik onthoud me dus ook van stemming. De VOORZITTER: Dus ook bij alle drie de moties. De heer SCHUURMAN (D66): Voorzitter. Om dezelfde reden stem ik als horecaondernemer ook niet mee. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Mijn stemverklaring geldt voor alle drie de moties. Ik heb geen horecaonderneming. De ChristenUnie snapt de worstelingen aan beide kanten.

Het heeft ook niets te maken met Der Prozess van Franz Kafka, van een eeuw geleden. Daarom stemmen wij tegen alle drie de moties. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Ook wij hebben heel goed oog voor de noden van de horecaondernemers in deze stad, maar we hebben ook heel goed geluisterd naar 49

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

het integere en doorwrochte antwoord van ons college. We zijn blij met de toezegging over de marketingcampagne voor de horecaondernemers, maar we snappen ook heel goed dat Delft op dit terrein niet in inkomenspolitiek kan stappen. Wat dat betreft vonden we het antwoord helder. We zien dus, hoe spijtig ook, geen ruimte om deze motie te steunen. De heer JAFF (GroenLinks): Voorzitter. Daar wil ik me bij aansluiten. Mevrouw GREMMEN (Volt): Voorzitter. Wij ook. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 13 tegen 18 stemmen, waarbij het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, STIP en de VVD ervoor hebben gestemd en mevrouw Grobben, de heer Schuurman en mevrouw Vuik zich van stemming hebben onthouden. In stemming komt motie M8.5.2 (Meer maatwerk voor terrassen en terrasboten) van STIP, de VVD, Onafhankelijk Delft en de SP. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De drie onthoudingen gelden ook voor deze motie, neem ik aan. De heer SCHUURMAN (D66): Voorzitter. Ik heb geen terras. Bij deze motie stem ik dus wel mee. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Ik heb goed geluisterd naar de uitleg en toelichting van de burgemeester. Volgens mij is het belangrijk om daar rekening mee te houden. Mijn fractie zal deze motie dan ook niet steunen. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter.

Wij hebben wederom goed oog voor de noden van de horeca, maar ook op dit punt hebben wij goed geluisterd naar het antwoord van het college. Wij zien ook dat er een afweging moet komen die breder is, voor de hele stad, dus ook voor de inwoners. We zien vanuit het verleden dat er veel procedures zijn bij de minste of geringste wijziging. Ook dat nemen we dus mee in onze gedachten. We zien ook dat het college wederom echt integer en doorwrocht heeft gezocht naar antwoorden en zelfs ook naar voorbeelden buiten de stad heeft gekeken, bijvoorbeeld in Maastricht; jazeker! Helaas en hoe spijtig ook zullen wij ook deze motie niet steunen. De VOORZITTER: Probeer een stemverklaring kort te houden. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 11 tegen 21 stemmen, waarbij STIP, de SP, de VVD en Onafhankelijk Delft ervoor hebben gestemd en mevrouw Grobben en mevrouw Vuik zich van stemming hebben onthouden. In stemming komt motie M8.5.3 (Vervroeging terrassenbeleid) van D66, STIP en de VVD. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Mijn fractie interpreteert het eerste dictum - "verzoekt het college om het evaluatiemoment zo snel mogelijk in te plannen" - als volgt: het college heeft de vrijheid om de planning te kiezen zoals het die ziet. Om die reden zullen wij voor deze motie stemmen.

50

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Wederom dezelfde overwegingen als de vorige keer, ook over de noden. We zien nu eigenlijk de situatie ontstaan dat je jezelf tegenkomt als je heel erg moet knijpen in de ambtelijke staf en dat een heleboel dingen dan niet meer mogelijk zijn. Niet alles kan; dat zien we steeds vaker in ons land. Heel erg hierop bezuinigen heeft dus consequenties voor de ambtelijke staf. Ik weet waarom het moest, maar daar plukken we helaas de wrange vruchten van. Wij zien dus geen kans om deze motie te steunen. De heer SCHUURMAN (D66): Voorzitter. Om dezelfde reden als bij de vorige motie, namelijk omdat ik geen terras heb, stem ik ook bij deze motie mee. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 18 tegen 14 stemmen, waarbij het CDA, D66, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, STIP en de VVD ervoor hebben gestemd en mevrouw Grobben en mevrouw Vuik zich van stemming hebben onthouden. De VOORZITTER: Daarmee is dit agendapunt afgerond. Ik geef het voorzitterschap terug aan de burgemeester. (De burgemeester neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de heer Valk.) De VOORZITTER: Er wordt gevraagd om een korte schorsing. De vergadering wordt enige tijd geschorst. 91. Afvalinzameling Avalex ontwerpbegroting 2023 (nr. 2215203).

De VOORZITTER: Wethouder Brandligt was uitgenodigd voor de behandeling, maar uiteindelijk zal wethouder Huijsmans de vragen beantwoorden. Wethouder Brandligt heeft vanavond zijn zwanenzang al gezongen. Wat zullen we hem missen! Ik wel in ieder geval. De fractie van STIP overwoog een motie en dat levert inderdaad iets op. Ze zijn lekker druk geweest, de STIP'ers. Meneer Van den Brink heeft nog twintig seconden. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Voorzitter. Ik wacht tot de tweede termijn. De VOORZITTER: Heel slim; u kent het spel. Door de fracties van STIP en de ChristenUnie wordt motie M8.6.1 (Duurzaam besparen) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 2 juni 2022 ter bespreking van Avalex - jaarstukken 2021 en ontwerpbegroting 2023, constaterende dat: -

de financiële positie van Delft (al lang) onder druk staat; Avalex op verzoek van de gemeente Delft verschillende mogelijkheden voor besparingen op de dienstverleningsovereenkomst (DVO) in kaart heeft gebracht; Delft, gelijk aan de landelijke doelstelling uit het Rijksbreed programma Circulaire Economie, in 2050 een 100% circulaire economie moet zijn;

overwegende dat: 51

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

-

grofvuil in de milieustraat beter gescheiden kan worden dan wanneer dit aan huis wordt opgehaald; Delft de Van Afval Naar Grondstof (VANG) doelstelling (100 kilo restafval per inwoner in 2020) niet haalt; het behalen van de VANG-norm een structurele totaalbesparing op kan leveren van € 3.760.000; het behalen van de VANG-doelstelling noodzakelijk is om te komen tot een circulaire economie in 2050; niet iedere inwoner van Delft weet hoe, of is in staat om, zijn hoeveelheid afval te verminderen;

verzoekt het college: -

-

-

een voorstel te doen aan de raad voor het invoeren van de besparingsmogelijkheden: o die volgens het principe 'de vervuiler betaalt' frequente gebruikers belasten; o die het gebruik van de milieustraat stimuleren; o die bijdragen aan het behalen van de VANG doelstelling; bij de uitwerking van deze voorstellen: o de inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm te ontzien van aanvullende kosten; o door eenvoudige voorlichting te werken aan de bewustwording van inwoners over de manieren waarop zij zelf afval kunnen verminderen; dit voorstel te betrekken bij de besluitvorming over de DVO voor 2024,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Van afval naar grondstof, VANG, is een belangrijk programma om afval beter te scheiden en de kwaliteit van deelstromen afval te verbeteren. Het is goed dat de effecten van besparingsmogelijkheden op de VANGdoelstellingen in kaart worden gebracht. Het afvalbeleid van de gemeente en daarmee het bestuur van Delft heeft nu eenmaal het grootste effect op de inzameling van afval en niet op de productie en de recycling van afval. Daarom heeft de ChristenUnie Delft deze motie mede-ingediend. Toch ook even een opmerking over "de vervuiler betaalt". Moet wie het meest vervuilt ook het meest betalen? Deze motie draagt bij aan de bewustwording van inwoners over plastic verpakkingsmateriaal en de kosten van recyclen, en dat graag op een taalniveau waarop iedere inwoner het begrijpt. De strekking van de motie is niet zozeer dat wie het meest vervuilt, het meest moet betalen, want de kans bestaat dat dit de lagere inkomens betreft. Zij hebben vaak minder keuzemogelijkheden en waarschijnlijk ook minder kennis om minder afval te maken. Daarom moet de mogelijkheid geboden worden om de kosten bij hen kwijt te schelden. De VOORZITTER: Een vraag van meneer Valk. Meneer Valk, nog hartelijk dank voor het voorzitten zojuist. Geweldig gedaan! De heer VALK (CDA): Graag gedaan.

De motie vraagt om zwaardere belasting van frequent gebruik. Begrijp ik het goed dat iemand die heel vaak naar de milieustraat gaat met een

52

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

kleine zak, meer moet gaan betalen dan iemand die één keer heel veel kuub stort? Is dat een beetje de richting waarin u denkt? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Dat is een goede vraag. Ik denk dat er gewoon vele mogelijkheden zijn om dit aan te pakken. Daar mag het college zelf over nadenken. De heer TREFFERS (Volt): Ik heb ook een vraag over "de vervuiler betaalt" en over de zin daarna over het stimuleren van de milieustraat. Bent u niet bang dat als je meer moet betalen als je vaak afval inlevert, dat juist tegenwerkt dat mensen de milieustraat gaan gebruiken? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Dat denk ik niet. Het feit dat de milieustraat beter wordt gebruikt, betekent niet altijd dat je het moet brengen maar ook dat je het kan laten ophalen. Alles wat naar de milieustraat zou moeten gaan, zou je dan dus zwaarder kunnen belasten. Het gaat dus niet specifiek alleen over het brengen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. De motie van STIP en de ChristenUnie ademt goede bedoelingen en ik weet dat ze het ook goed bedoelen, maar ik ben bang dat het beperken van het ophalen van het grofvuil in de praktijk alleen maar onvoorziene problemen oplevert. STIP wil graag rekening houden met de inwoners met een lager inkomen. Dat is mooi, maar uit eigen ervaring weet ik dat grofvuil nu al niet altijd thuis wordt opgehaald, maar dat je dan zelf naar de milieustraat moet brengen.

Dat betekent dat ik nu een auto moet huren om het grofvuil weg te brengen. Ik ga niet pleiten voor een extra uitzondering voor mensen zonder auto, want op die manier komen er alleen maar extra regeltjes bij die de boel er niet overzichtelijker op maken. Het enige wat je hiermee bereikt, is dat je het beeld versterkt van de circulaire samenleving als een hobbyproject voor de elite. Dat soort dwangmaatregelen werken echt alleen maar averechts. Wat de SP betreft hoeft het college hier dus geen tijd aan te verspillen. De VOORZITTER: Dat is uitlokking, meneer Van der Sluis. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik begrijp dat de SP dit vanuit haar filosofie "een speeltje van de elite" noemt, maar dat is natuurlijk niet zo. We beogen hiermee namelijk ook het creëren van bewustwording bij al onze inwoners. Daarom is het gewoon helemaal geen "speeltje van de elite"; het spijt me zeer. De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik zeg niet dat het een speeltje van de elite is, maar op deze manier wordt het een speeltje van de elite, want al dit soort regeltjes en dwangmaatregelen dan moet je hiervoor betalen, dan moet je daarvoor iemand bellen, maar als je minder verdient dan zoveel, hoef je niet meer te bellen maar moet je het laten ophalen - helpen niet. Mensen krijgen op die manier een hekel aan het beleid en aan de milieumaatregelen.

Dat werkt averechts, want ik wil juist voorkomen dat het een spelletje voor de elite wordt. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Toch nog één ding: aan het systeem ophalen en wegbrengen verandert helemaal niets. Dat wil ik nog even gezegd hebben als toevoeging op de interruptie. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Wij gaan deze motie niet steunen. "Het onderzoeken van besparingsmogelijkheden" is de titel die ik in de motie lees. Dat klinkt voor de bühne natuurlijk fantastisch, maar eigenlijk is de kern van deze motie dat inwoners meer gaan betalen voor het scheiden en het verwerken van hun afval, want die vervuiler moet 53

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

meer betalen en er wordt ook nog eens meer kwijtgescholden voor de inkomens tot 130% van het sociaal minimum. Dat betekent een hogere afvalstoffenheffing. En dat niet alleen: ik hoorde net wel wat twijfel in de beantwoording van vragen, maar de motie lijkt ertoe op te roepen om het grofvuil zelf naar de milieustraat te gaan brengen. Vorig jaar hebben we als raad juist gezegd: doe dat nou niet, want de kans op illegale stort neemt daardoor fors toe. Toen hebben we juist ook nog tegen een soortgelijke motie gestemd. We willen hierbij tot slot ook alvast aankondigen dat we bij de behandeling van de Kadernota of het coalitieakkoord als VVD wederom aandacht zullen vragen voor nascheiding als bewezen instrument om de afvalverwerking betaalbaar, dienstbaar en vooral doeltreffend te krijgen. Laten we daar nou eens echt werk van gaan maken. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft kan zich helemaal vinden in de inbreng van de VVD. Ook wij zijn bang dat mensen gewoon gaan dumpen en dat natuurgebieden, die ons heel lief zijn, de dupe worden. Nu zie je al overal, bijvoorbeeld bij flats, dat zelfs ook mensen uit andere steden hun rotzooi bij ons komen dumpen. Je kan het allemaal wel willen, maar het moet ook mogelijk zijn.

Niet iedereen is behept met de kennis; dat ben ik met meneer Van der Woerd eens, maar dat wil niet zeggen dat je, als je arm bent, niet weet hoe je een pak melk op moet vouwen. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Ik hoor wel heel erg veel angst hier in de raad om te vragen om met een voorstel te komen. Hoe erg kan het zijn? De motie is heel voorzichtig geformuleerd. Er moeten nog een voorstel en een uitwerking komen en de doelen zijn op zich helder. Er wordt heel erg ver doorgeredeneerd over de vraag of mensen wel of niet een auto hebben en over regeltjes en dergelijke. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Bent u het niet met mij eens dat als wij "slechts" vragen om een voorstel, dat toch weer ambtelijke capaciteit gaat vragen voor een doelstelling die we binnen deze raad volgens mij in ieder geval niet allemaal dragen? De heer HOMBERGEN (PvdA): Het zal duidelijk zijn dat binnen de raad unanimiteit niet zo heel vaak voorkomt. Ik zou inderdaad willen dat de ambtelijke capaciteit in de toekomst wat ruimer is. Dan kunnen we vaker goede dingen doen voor de stad, maar ik denk dat we er echt aan moeten meewerken om bij dit belangrijke onderwerp met betrekking tot het afval te komen tot een constructief voorstel. Ik denk dat dit op den duur ook leidt tot een kostenbesparing, want als we minder afval hebben, zullen we daar ook minder kosten aan hebben.

Het is dus een mooie stap en het is een goed onderzoek, waarvan ik de resultaten graag tegemoetzie om te kijken hoe we dit kunnen doen. Ik denk dat dat hoort bij een heel constructieve houding richting Avalex. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik kan het vrij kort houden, want ik kan me grotendeels aansluiten bij de heel goede bijdrage van de VVD. In eerste instantie dacht ik toen ik deze motie zag: wat kan een voorstel voor kwaad? Maar bij het vorige agendapunt kwam al ter sprake dat elk voorstel ambtenarencapaciteit kost en dat dit een richting opgaat waarvan wij ook als raad hebben gezegd dat we dat eigenlijk helemaal niet willen. Ik denk dus dat we gewoon beter ten halve kunnen keren dan ten hele dwalen en dat we dit de volgende keer maar gewoon integraal moeten bekijken in plaats van nu terloops een motie in te dienen bij iets. Ik ben het op dit punt dus eens met de VVD. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. De in de motie aangestipte punten zijn hier ook benoemd, bijvoorbeeld de doelstelling om in 2050 uiteindelijk tot een circulaire economie te komen, de kilo's restafval zo veel mogelijk terug te dringen, te voldoen aan de VANG54

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

doelstellingen en het uiteindelijk natuurlijk ook allemaal betaalbaar en behapbaar te houden voor onze inwoners. Volgens mij zijn dat allemaal doelstellingen die we hier met elkaar een heel eind kunnen delen. Alleen zouden we de motie in deze vorm echt willen ontraden. Op zich kan ik me aansluiten bij hoe de heer Valk het verwoordde: het vragen om een voorstel is prima, maar ik denk dat het goed is om na te denken over wat de input is om tot een voorstel te komen. Er wordt nu gewerkt aan deze besparingsvoorstellen. Dat zijn verschillende kleine elementen die uiteindelijk ook in onze dienstverleningsovereenkomst zullen worden opgenomen, maar er zal echt flink veel meer nodig zijn om uiteindelijk alle gestelde doelen te kunnen bereiken. Er loopt intussen ook al enige tijd een onderzoek bij Avalex. Dat wordt op een niet al te lange termijn afgerond. We zijn bezig met HNI, Het Nieuwe Inzamelen. Dat is ook op een niet al te lange termijn uitgerold en klaar. Ook daar kunnen we het een en ander van constateren, met name rondom maatwerk en nascheiding, zaken die hier natuurlijk al vaker zijn besproken. Wat dat betreft denk ik dat het goed is om die onderzoeken en uitkomsten af te wachten.

Om een geste te doen naar de raad, zeg ik namens het college alvast toe - dat zal het nieuwe college uiteindelijk moeten gaan doen dat we die onderzoeken hier op tafel zullen leggen en dat we daar ook een aantal opties bij doen voor hoe je de volgende stappen zou kunnen zetten. Dan kan ook op basis daarvan hier in de raad het debat plaatsvinden, want ik ben het ermee eens dat we moeten voorkomen dat we nu een aantal losse stukjes nader gaan uitwerken terwijl er gewoon echt een groter samenhangend verhaal is waar ook hier in de raad goed naar gekeken moet worden: hoe gaan we nou uiteindelijk met elkaar sturen op die betaalbare maar ook circulaire economie? Ik denk dat daarvoor echt wat meer informatie nodig is dan puur het voorstel waar hier naar wordt gevraagd. Ik zou dat dus graag willen toezeggen en richting het volgende college aangeven: ga hiermee aan de slag en neem de raad hier ook in mee, want er zijn nog veel keuzes te maken, maar we moeten ook nog echt grote stappen zetten op dit dossier. De VOORZITTER: Er is nog een vraag aan wethouder Huijsmans. Daarna krijgt wethouder Brandligt toch nog even het woord. De heer HOMBERGEN (PvdA): Ik dank wethouder Huijsmans voor de toezegging.

Ik ben wel een beetje benieuwd naar een tijdstermijn: wanneer zal het nieuwe college die toezegging volgens u gestand kunnen doen? Wethouder HUIJSMANS: De eerste draft van dat onderzoek hebben we in het overleg met Avalex al een keer besproken. Dat zal er dus over een niet al te lange tijd aankomen. Laten we zeggen dat er in het najaar stukken voor zullen liggen om daar het gesprek over te gaan voeren. Wethouder BRANDLIGT: Voorzitter. Deze kans laat ik me niet ontnemen om toch nog even iets te kunnen zeggen, maar dan in mijn rol als voorzitter van Avalex. Deze discussie speelt natuurlijk in heel veel gemeenten. Ik ben vandaag als aandeelhouder van HVC ook daar in de aandeelhoudersvergadering geweest. Ook daar speelt deze discussie heel erg: hoe kunnen we komen tot minder restafval? Iedereen heeft weinig ambtelijke capaciteit. We moeten dus vooral zo veel mogelijk gebruikmaken van gezamenlijk hierin optrekken. Dat is ook binnen Avalex van groot belang. Als alle zes gemeenten van Avalex iets op een andere manier gaan doen, wordt het zeker heel erg duur om dat uit te voeren. Het is dus van groot belang, ook voor de kosten, om ervoor te zorgen om dat met meerderen tegelijk te doen. Dan kunnen we ambtelijke capaciteit bundelen, maar dan kunnen we ook de kosten naar beneden brengen.

55

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022

De heer VAN DEN BRINK (STIP): Voorzitter. Wij zijn erg blij met de toezegging van de wethouder. Wij zullen daarom de motie intrekken. Ik licht nog even toe waarom de motie wat ons betreft ook belangrijk was, namelijk om als nieuwe raad uit te spreken dat we het belangrijk vinden om echt wat kracht te zetten achter de daarin genoemde doelen en er snel mee aan de slag te gaan. Zoals de wethouder ook zei, gaat dat ook grote besluiten vragen. De VOORZITTER: De ChristenUnie sluit zich aan bij de woorden van de heer Van den Brink; dat is mooi. Ik stel vast dat wij geen motie meer hebben. Dan kan er ook niet over gestemd worden. Dat betekent dat we klaar zijn. 92. Sluiting. De VOORZITTER: Ik wens iedereen nog een hele fijne avond. Misschien gaat u zich nog genoeglijk verpozen. Anders een goede nachtrust. Tot de volgende keer. De vergadering wordt om 22.35 uur gesloten.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 juli 2022.

,voorzitter. J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

, griffier. Drs. R.G.R. Jeene CMC

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11915781/1