CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Gele Scheikunde Toelichting

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake bestemmingsplan Gele Scheikunde (nr. 2420283)31.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde economie en biedt waar mogelijk groeiruimte aan bestaande bedrijvigheid. De TU Delft is en blijft een belangrijke partner en is in 2040 zowel sociaal als fysiek beter met de stad verbonden. De visie wijst verder op het belang van energieneutraal en klimaatbestendig ontwikkelen, de mobiliteitstransitie, gezondheid en natuurinclusiviteit. Het onderhavige bestemmingsplan voegt een mix van wonen en werken toe. Het plan verzorgt een divers woningaanbod voor onder andere werknemers en oud-studenten van de TU Delft en behelst kleinschalige bedrijvigheid. Dit versterkt de kenniseconomie van Delft. De voorgenomen ontwikkelng is in lijn met de omgevingsvisie. 3.4.2

Kadernota 2023

In de 'Kadernota 2023 - Stad in uitvoering' zijn de ambities ('opgaven') voor de stad geformuleerd. Delft gaat aan de slag vanuit vijf heldere accenten: Delft kansrijk voor iedereen, ruimte voor wonen, een gezonde en veilige stad, een duurzame stad en economische kracht en bruisende stad. De nota legt de focus op de noodzakelijke opgaven van Delft: Energietransitie en de gebiedsgerichte programma’s Delft-West en Innovatiedistrict Delft. Dit is nodig om Delft te versterken en te komen tot een evenwichtige opbouw en economische ontwikkeling van de stad, om de stad leefbaar te houden en onze energie en warmte duurzaam en betaalbaar. Het toevoegen van circa 304 woningen in diverse groottes en prijsklasses draagt bij aan het bieden van ruimte voor wonen binnen de gemeente. Hierdoor is het onderhavige bestemmingsplan in lijn met de Kadernota. 3.4.3

Woonvisie Delft 2016-2023

Het gemeentelijke woonbeleid is vastgelegd in de Woonvisie Delft 2016-2023. De visie beschrijft het belang van een aantrekkelijk woonklimaat dat past bij de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling van Delft en de regio. Het is wenselijk dat medewerkers van Delftse kennisbedrijven en (internationale) promovendi en studenten in Delft kunnen wonen en woonruimte kunnen vinden in de stad. Ook zouden meer afstudeerders van de TU ervoor moeten kunnen kiezen om na hun studie in de stad te blijven wonen. Delft is een solidaire kennisstad; een stad van mensen die bij elkaar horen en elkaar steunen met voldoende en kwalitatief goede woningen, met name ook voor ouderen en zorgafhankelijke doelgroepen. Het aantal inwoners en ook het aantal huishoudens in Delft is groeiende, nu maar ook in de komende jaren. De druk op de Delftse woningmarkt is groot. Steeds meer mensen willen in de nabijheid van goede voorzieningen, openbaar vervoer en een baan wonen. Daarnaast is er een toename van het aantal 1- en 2- persoons huishoudens, blijven ouderen steeds langer thuis wonen en wonen meer kwetsbare mensen zelfstandig in de wijken. Zoals vastgelegd in de Woonvisie 2016 – 2023 is de Delftse woningmarkt niet in balans. Vooral het aandeel woningen in het middeldure en hogere segment is ondervertegenwoordigd.

De Woonvisie beschrijft het belang van een aantrekkelijk woonklimaat met vitale stedelijke woonmilieus dat past bij de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling van Delft en de regio. Voor een betere balans is een stevige verschuiving noodzakelijk naar woningaanbod dat bijdraagt aan meer diversiteit en een aantrekkelijk levendig karakter van de stad en aan een evenwichtige opbouw van de wijken met een passende voorzieningenstructuur en een aantrekkelijke openbare ruimte. Studentenwoningen dienen vooral gerealiseerd te worden in de nabijheid van de TU en de hogescholen op de campus en in de randen daarvan. Eénzijdige gebieden met grote clusters studentenwoningen elders in de stad zijn niet gewenst. De ligging van het plangebied is geschikt voor studentenwoningen. In het woningbouwprogramma zijn woningen voor studenten ook voorzien. Op korte, middenlange en lange termijn (tot 2040) dienen in het kader van de regionale verstedelijkingsafspraken circa 15.000 woningen te worden toegevoegd en dient de bestaande voorraad toekomstbestendig en duurzaam te worden gemaakt. De uitvoering van het woonbeleid is vastgelegd in de Woonagenda 2019 – 2022. De pijlers voor de uitvoering zijn: sterke wijken, een toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad, voldoende kansen

31

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde op doorstroming, geschikte woningen voor ouderen (rollator toe- en doorgankelijk) en kwetsbare groepen en studentenhuisvesting in goede banen. Om de kansen op een woning te vergroten voor starters, doorstromers en mensen die in Delft werken en hier willen wonen en die niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning en niet kunnen of willen kopen is in het verlengde van de Woonagenda het Aktieplan middenhuur opgesteld en zijn afspraken gemaakt met beleggers, ontwikkelaars en woningcorporaties over nieuwbouw van middeldure huurwoningen, de wijze van samenwerking en afstemming, huurbeleid, monitoring van de toewijzing aan de doelgroep en de voortgang en ontwikkeling van dit segment. Gezien de huidige en toekomstige behoefte kent de Delftse woningmarkt vooral tekorten in het middeldure en dure segment. Voor een betere balans is een stevige verschuiving noodzakelijk naar woningaanbod dat bijdraagt aan meer diversiteit en een aantrekkelijk levendig karakter van de stad. Doorkijk naar de nieuwe Woonvisie De Woonvisie 2016-2023 nadert de tijdshorizon. Actualisatie is nodig, de wereld waarin we leven is veranderd. De druk op de woningmarkt is groot en de afgelopen jaren toegenomen. Vraag en aanbod zijn niet in balans en de betaalbaarheid staat onder druk in koop en huur.

Inmiddels is een actuele woonvisie sinds 2022 (wijziging Woningwet) een verplicht document. In het maakproces van een actuele woonvisie is de fase van onderzoek, analyse en formuleren van de beleidsrichting voor nu afgerond. Ten opzichte van de huidige woonvisie sturen we op hoofdlijnen op een aantal punten bij. De eerdere ambitie van een netto-groei van 15.000 woningen in de periode 2018-2040 is herbevestigd. De behoeftecijfers rechtvaardigen een groei naar tenminste 59.000 woningen in 2030 (ten opzichte van 51.500 woningen in 2021 een netto groei van 7.500 woningen). Er is op dit moment behoefte aan woningen in zowel de huur en koop en in elk prijssegment. Het daadwerkelijk realiseren van deze woningen is gezien de huidige woningnood belangrijker dan voorheen. Conclusie Onderhavige ontwikkeling van appartementen en eengezinswoningen, waarvan het merendeel bestaat uit woningen voor het middeldure en dure segment, past binnen de doelstellingen van de Woonvisie 2016-2023. Ook geeft het plan invulling aan de ambitie om in Delft tot 2040, daar waar mogelijk, op een kwalitatieve wijze 15.000 woningen te realiseren. 3.4.4

Ruimtelijk economische visie Delft 2030

De ruimtelijk economische visie Delft 2030 biedt een ontwikkelperspectief voor de Delftse economie, schetst de ruimtelijke impact daarvan in de stad en de beleidskeuzes die hieruit voortvloeien. De gemeente Delft zet in op het realiseren van 10.000 extra banen in de periode 2018-2040. Hiervoor is onder meer circa 100.000 m2 aan extra bedrijfsruimte nodig, met name voor de innovatieve maakindustrie. Met de ontwikkeling van een mix van commerciële en maatschappelijke functies wordt een bijdrage geleverd aan de doelstellingen uit de visie. Met name de ruime mogelijkheden voor bedrijfsruimten dragen bij aan de innovatieve maakindustrie. De behoefte aan de opgenomen functies in het onderhavige bestemmingplan wordt verder uitgebreid getoetst in paragraaf 4.14. 3.4.5

Beleidsnota bouwhoogten Delft

Deze nota bevat een analyse en onderbouwing van de maximaal toelaatbare bouwhoogten in Delft. Daarbij is rekening gehouden met onder andere het stadsbeeld van Delft en het zicht op de kerktorens in de historische binnenstad. De nota is niet bedoeld als absolute norm voor hoogbouw, maar als leidraad bij het ontwikkelen van hoogbouw in Delft. Het bestemmingsplan maakt geen bouwhoogtes mogelijk boven de 40 meter. Voor de onderhavige ontwikkeling is geen Hoogbouw Effect Rapportage benodigd. Gelet op het feit dat in het plangebied één gebouw voorkomt met een bouwdeel met een bouwhoogte van meer dan 30 meter is vanuit NEN8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving' een windhinderonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek wordt behandeld in paragraaf 4.8.

32

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde

3.4.6

Mobiliteitsprogramma Delft 2040

De gemeenteraad heeft op 28 januari 2021 definitief ingestemd met het Mobiliteitsprogramma Delft 2040. De stad wil de komende jaren groeien in aantal inwoners en arbeidsplaatsen wat leidt tot meer mobiliteit en extra drukte op de beschikbare ruimte. Om een gezonde doorgroei van de stad mogelijk te maken met een goede bereikbaarheid, is een nieuwe balans nodig tussen de toenemende mobiliteitsvraag en de schaarse openbare ruimte in de stad. Het mobiliteitsprogramma toont de visie voor de komende 20 jaar, tot 2040, om de stad bereikbaar en leefbaar te houden. Om dit mogelijk te maken wordt ingezet op een mobiliteitstransitie waarbij de infrastructuur in de stad beter benut wordt door voorrang te geven aan ruimte efficiënte, schone, slimme en veilige mobiliteit. Het openbaar vervoer en de fiets moeten in snelheid, gemak en veiligheid een meer aantrekkelijk alternatief worden voor de auto. Ook de deelauto kan als alternatief voor de particuliere auto bijdragen aan efficiënter autogebruik. Concreet zijn de belangrijkste pijlers van het beleid: Ruimte geven door ruimte te maken voor: 1. meer verblijfsruimte en minder ruimte voor verplaatsen. 2. ruimte maken door minder autoritten. 3. ruimte maken door minder autoparkeren. Meer schone en actieve/ gezonde verplaatsingen in de vorm van lopen of fietsen. Verkeersnetwerken en hun onderlinge samenhang aanpassen. Openbare ruimte verbeteren.

Innovatieve vormen van vervoer stimuleren die bijdragen aan de doelstellingen van het mobiliteitsprogramma. Innovatieve vormen van vervoer stimuleren die bijdragen aan de doelstellingen van het mobiliteitsprogramma. Tegengaan van 'vervoersarmoede'. Verbeteren van de verkeersveiligheid. De verkeersaspecten die samenhangen met de voorgenomen ontwikkeling worden behandeld in paragraaf 4.1. 3.4.7

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 december 2023 de Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 vastgesteld. In deze beleidsregels staat hoe voldaan kan worden aan de parkeerbehoefte bij bouwontwikkelingen (nieuwbouw, verbouw of functiewijziging). Het parkeerbeleid van de gemeente is erop gericht om binnen haar mogelijkheden voor alle doelgroepen in de stad voldoende auto- en fietsparkeerplaatsen beschikbaar te hebben en om eventuele schaarste aan parkeerruimte op een zo goed mogelijke wijze te verdelen. Bij allerlei nieuwe bouwontwikkelingen hanteert de gemeente een breed scala aan parkeernormen om ervoor te zorgen dat bouwontwikkelingen toegankelijk en bereikbaar zijn, zonder dat er te veel autoparkeerplaatsen worden aangelegd. In de Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 wordt beschreven hoe de gemeente de parkeernormen in de praktijk inzet. De nieuwe parkeernormen zijn aangepast aan de hedendaagse inzichten. De parkeernormen hebben als basis de parkeerkencijfers van het landelijke kenniscentrum CROW. Deze kencijfers zijn op basis van landelijk onderzoek tot stand gekomen en geven een zo goed mogelijke indicatie van de werkelijke parkeerbehoefte bij de onderscheiden functies. In delen van Delft zijn parkeernormen vastgesteld die lager zijn dan de landelijke kencijfers.

Zo zet Delft parkeernormen in om actieve en schone vormen van mobiliteit te stimuleren en het aantal (rijdende) auto's in de stad te beperken. De Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 vormt een toekomstvast, gebiedsgericht en flexibel parkeernormenbeleid. Toekomstvast zodat voorkomen wordt dat de omgeving van een bouwontwikkeling wordt opgezadeld met een parkeerprobleem, Gebiedsgericht om zo efficiënt mogelijk om te gaan met schaarse ruimte, en Flexibel zodat rekening gehouden kan worden met lokale omstandigheden.

33

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde

Bij de beoordeling van een omgevingsvergunning zullen bouwplannen getoetst worden aan de Nota Parkeernormen 2023 en aan de hand daarvan zal worden bepaald hoeveel auto- en fietsparkeerplaatsen er per ontwikkeling nodig en mogelijk zijn. De parkeerbehoefte als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt behandeld in paragraaf 4.1. 3.4.8

Beleid hogere waarden geluidhinder

In het kader van ruimtelijke plannen of reconstructies van geluidbronnen wordt onderzocht wat de geluidsbelasting aan de gevels van de aanwezige geluidsgevoelige functies is. Als de in de Wet geluidhinder (Wgh) opgenomen voorkeursgrenswaarden wordt overschreden, maar de uiterste toegestane grenswaarde niet en maatregelen om de geluidsbelasting terug te dringen niet doelmatig zijn of deze overwegende bezwaren ontmoeten, dan is het mogelijk om ontheffing te verkrijgen: een zogenaamde hogere waarde. Voorwaarde is wel dat een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt gerealiseerd. In het rapport 'Beleid hogere waarden wet geluidhinder' (geactualiseerd april 2013) is het gemeentelijk beleid opgenomen met betrekking tot deze hogere waarden. Of sprake is van in de Wet geluidhinder (Wgh) opgenomen voorkeursgrenswaarden wordt in paragraaf 4.3 behandeld. 3.4.9

Nota Groen

In 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Groen Delft 2012-2020 en het daarbij horende Uitvoeringsprogramma nota Groen Delft 2012-2020 vastgesteld. Het beleid is niet bedoeld als bindend kader maar moet ervoor zorgen dat het groenbelang voldoende wordt betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er wordt beschreven welke groene kwaliteiten in het plangebied bestaan, verloren gaan of worden toegevoegd. Het beleid is onder meer gericht op het versterken van biodiversiteit, goed openbaar groen en het handhaven van een evenwichtige verhouding tussen groen, bebouwing en verharding, gebaseerd op de zowel de ruimtelijke, sociale, ecologische, economische en fysische waarden van groen. Het beleid streeft naar een samenhangend, verbonden en fijnmazig groen netwerk. In paragraaf 3.4.13 wordt ingegaan op de manier waarop natuurinclusief gebouwd en ontwikkeld wordt. Voor bomen geldt dat gestreefd wordt naar behoud. Mocht behoud of verplanten van bomen niet mogelijk zijn, dan geldt een (financiële) herplantplicht. In het ontwerp worden zoveel mogelijk bomen ingepast. De kap van een gedeelte van de bomen is onvermijdelijk om de herontwikkeling mogelijk te maken. Ter compensatie worden ongeveer 145 nieuwe bomen aangeplant. De inpassing van bomen is beschreven in paragraaf 2.2.5. Hierdoor voldoet het onderhavige bestemmingsplan aan de Nota Groen.

3.4.10 Waterplan Delft, een blauw netwerk (2000) Het Waterplan is gericht op het realiseren van duurzaam stedelijk waterbeheer. Vanuit een integrale visie op duurzaam stedelijk waterbeheer en rekening houdend met de specifieke situatie in Delft (kansen en knelpunten) beschrijft het Waterplan de ambities en doelstellingen voor de Delftse wateren op de lange termijn. Duurzaam waterbeheer richt zich op het realiseren van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Gezond wil zeggen: een watersysteem met een waterkwaliteit en een ecologische kwaliteit die past bij de (natuurlijke) situatie ter plaatse. Veerkrachtig betekent dat verstoringen door bijvoorbeeld extreme regenval of incidentele verontreiniging relatief gemakkelijk kunnen worden opgevangen en dat systemen zich relatief gemakkelijk kunnen herstellen van ecologische verstoringen, zoals achteruitgang of (lokaal) zelfs volledig verdwijnen van soorten. Binnen de mogelijkheden die gezonde en veerkrachtige watersystemen bieden wordt een duurzaam gebruik van watersystemen (onder meer recreatie en scheepvaart) zoveel mogelijk bevorderd. Bij duurzaam waterbeheer worden water, ecologie en ruimtelijke ordening in samenhang bezien, gebruikmakend van de 'natuurlijke' karakteristieken en de ligging van de watersystemen in het omringende landschap.

Het betekent dat wordt aangesloten bij natuurlijke processen (water als ordenend principe) en bestaande ecologische structuren, en dat hiermee rekening wordt gehouden bij

34

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde de ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld bij herinrichting van woonwijken en bij nieuwbouw. De voorgenomen ontwikkeling wordt getoetst aan het vigerende waterbeleid in paragraaf 4.13. 3.4.11 Waterstructuurvisie (2006) De Waterstructuurvisie heeft als doel het verbeteren van de waterkwaliteit en het realiseren van voldoende waterbergingscapaciteit. In de visie wordt gestreefd naar 92 m² per hectare. Voor de realisatie van de wateropgave wordt zoveel mogelijk aangesloten bij ruimtelijke ontwikkelingen en herstructureringen. De voorgenomen ontwikkeling wordt getoetst aan het vigerende waterbeleid in paragraaf 4.13. 3.4.12 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast beschrijft het gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) hoe de gemeente de aankomende jaren (vanaf 2022 tot en met 2026) invulling zal geven aan de watertaken en hoe dit bijdraagt aan de ambities. Daarmee geeft het vGRP ook een onderbouwing van de rioolheffing. Afvalwaterzorgplicht De gemeente is verantwoordelijk voor de doelmatige inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. Traditioneel doet de gemeente dit door het aanleggen en onderhouden van een rioleringsstelsel.

Dat stelsel vervoert, in tegenstelling tot de decentrale voorzieningen, afvalwater van huishoudens en bedrijfspanden naar de waterzuivering. De laatste jaren is er ook aandacht voor decentrale waterzuivering, waarbij afvalwater lokaal gezuiverd en hergebruikt of geloosd wordt. Hemelwaterzorgplicht De gemeente is verantwoordelijk voor de doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (regen, sneeuw en hagel) dat op openbaar terrein terecht komt. Op particulier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de verwerking en vertraagde afvoer van hemelwater. Er zijn verschillende manieren waarop gemeentes invulling geven aan deze inspanningsverplichting. Afkoppelen is niet altijd wenselijk, zo zijn gebieden met een beperkte waterbergingscapaciteit in principe niet geschikt voor afkoppelen aangezien bij afkoppelen de afvoer naar het oppervlaktewater toeneemt. Uitgangspunt is het gescheiden inzamelen en afvoeren van hemelwater. Het hemelwater gescheiden van de vuile afvalwaterstroom verwerken is een meer duurzame invulling van de zorgplicht dan gemengd inzamelen. Het gemengd inzamelen en verwerken van hemelwater en vuilwater is een erfenis uit het verleden die vooral in de oudere delen van de stad nog vaak voorkomt.

Nadeel van gemengde verwerking is dat schone waterstromen vuil worden en dat de kans groter is dat de openbare ruimte en inwoners met vuil afvalwater in aanraking komen. De gemeente anticipeert op klimaatveranderingen zodat het risico op wateroverlast in de toekomst zoveel mogelijk wordt beperkt. Het rioleringsstelsel is en wordt ontworpen om bij normale neerslag het water te kunnen afvoeren. Hiertoe wordt de landelijke richtlijn aangehouden voor de berekening van benodigde capaciteit. Bij extreme buien kan wateroverlast ontstaan. Dit betekent dat er mogelijk een aantal keren per jaar enige tijd water op straat blijft staan. Grondwaterzorgplicht De verantwoordelijkheden van de gemeente op het gebied van grondwater zijn genuanceerder dan de andere twee zorgplichten: er geldt een inspanningsverplichting ('zoveel mogelijk') in plaats van de resultaatverplichting (afvalwater) of de inspanningsverplichting (hemelwater) wanneer perceeleigenaren hemelwater redelijkerwijs niet kúnnen afvoeren naar het oppervlaktewater of de bodem (hemelwaterzorgplicht). In het kort stelt de grondwaterzorgplicht de gemeente niet verantwoordelijk voor de grondwaterstand. De perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het tegengaan van grondwaterlast op eigen terrein. Dit geldt ook voor funderingsproblemen.

Wel is de gemeente in sommige gevallen verantwoordelijk voor het zo veel mogelijk beperken van structurele nadelige gevolgen van grondwateroverlast (te hoge) of -onderlast (te lage grondwaterstand). De gemeente is verplicht haar grondwaterzorgplicht na te komen om structurele nadelige gevolgen van grondwateroverlast zo veel als

35

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde mogelijk te beperken. Zij kan hierop worden aangesproken. Toepassing van het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 vindt plaats bij de uitwerking van de voorgenomen ontwikkeling. 3.4.13 Duurzaam en natuurinclusief bouwen Delft Energieneutraal 2050 Bij nieuwbouw of herontwikkelingen gelden de doelstellingen uit het Delftse klimaatbeleid. De basis hiervoor is de nota Delft Energieneutraal 2050. Uitgangspunt is dat voor een nieuwe woon- of bedrijfsbestemming de ambitie voorligt om een scherpere energieprestatie te realiseren dan de landelijke normen. Hiervoor hanteert Delft de Trias energetica: 1. het verminderen van de vraag door energiebesparing bij eindgebruikers; 2. het toepassen van duurzame bronnen; 3. het (verder) optimaliseren van de toepassing van fossiele bronnen naar energie-efficiency en betrouwbaarheid. Beleid duurzaam bouwen Het gemeentelijk duurzaam bouwen beleid geeft op gebouwniveau ambities voor verantwoord materiaalgebruik, waterbesparing, gezondheid en flexibel ruimtegebruik. Voor het thema energie zijn de ambities in de nota Delft energieneutraal 2050 vastgelegd. De duurzaamheidsambitie van een gebouw worden volgens de GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) methodiek uitgedrukt.

Dit is een prestatiegerichte werkwijze, waarmee de markt wordt vrijgelaten om zelf invulling te geven aan duurzaamheid van een gebouw zolang maar aan de doelstellingen wordt voldaan. De gemeentelijke GPR ambities worden periodiek aangescherpt als gevolg van landelijke ontwikkelingen en aanscherping van wet- en regelgeving en de doelstellingen per ruimtelijke ontwikkeling zijn in een anterieure overeenkomst vastgelegd. Voor de te ontwikkelen gebouwen geldt voor alle functies een GPR Gebouw Score, waarbij minimaal de volgende scores behaald moeten worden: DPG* Gezondheid Gebruikskwaliteit Toekomstwaarde

8.0, waarbij Energie en Milieu afzonderlijk minimaal 7.5; 8.0; 8.0; 8.0.

* DPG staat voor Duurzaamheids-Prestatie-Gebouwen en omvat zowel Energie als Milieu. Besluit bodemenergiesystemen De toepassing van bodemenergie, een techniek om woningen en gebouwen energiezuinig te maken, levert een bijdrage aan de realisatie van de gemeentelijke klimaatdoelstellingen. Door de snelle groei kunnen belangen tussen diverse bodemenergiesystemen onderling en andere belangen met elkaar in conflict komen. Bij de aanleg van een open bodemenergiesysteem dient te worden voldaan aan de Waterwet. Bij de aanleg van een gesloten systeem moet worden voldaan aan het Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen en de Verordening en Beleidsregel gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015. Het plangebied ligt binnen de gemeente in het interferentiegebied van de TU. Kader natuurinclusief bouwen Op 30 september 2021 is het Kader Natuurinclusief bouwen door de gemeenteraad vastgesteld. Om de kwaliteit van de stedelijke omgeving te behouden en te versterken is een integrale aanpak op het gebied van leefbaarheid, gezondheid, economie en natuur noodzakelijk, dat moet leiden tot een natuurinclusieve stad. Een natuurinclusieve stad is een dynamische groene, gezonde en levendige stad voor mens, dier en plant.

Om natuurinclusief bouwen en ontwikkelen in Delft vorm te geven is gekozen om een concreet kader te ontwikkelen voor natuurinclusief bouwen en ontwikkelen in samenhang met klimaatadaptieve maatregelen. Overigens blijft de wet Natuurbescherming met inbegrip van de zorgplicht gelden voor elk project.

36

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde

De natuurinclusieve maatregelen gelden zowel bij nieuwbouw als bij renovatie. De maatregelen kunnen worden door vertaald naar diverse schaalniveaus en elementen voor het realiseren van biotopen. Er is onderscheid gemaakt in: Het inbouwen van specifieke voorzieningen voor specifieke (plant- en dier) soorten (bv. nestkasten voor mussen, insectenstenen) Gebouw gebonden ingrepen (bv. groene daken en gevels) Gebouw gebonden omgeving/buitenruimte (bv. (collectieve) tuinen op eigen perceel). De omgeving betreft de niet-bebouwde ruimte of buitenruimte, behorend bij de ontwikkeling en een zone van 50 cm tot 2 meter rondom de ontwikkeling of binnentuin. Bij gebiedsontwikkelingen kunnen maatregelen eventueel ook gekoppeld worden aan de openbare ruimte. Openbare ruimte (bv. pocketparks, natuurspeelplaatsen, bermen, wegen, taluds etc.). De ambities voor duurzaam en natuurinclusief bouwen worden uitgewerkt in paragraaf 4.15. 3.4.14 Warmteplan In december 2021 heeft de gemeenteraad van Delft de Transitievisie Warmte (Warmteplan Delft 2021) vastgesteld. Het Warmteplan is een visie document en geeft voor de bestaande bebouwde omgeving een eerste inzicht in de mogelijkheden voor aardgasvrij verwarmen per buurt. Per CBS buurt is door CE Delft met behulp van het model CEGOIA het warmte alternatief met de laagste nationale kosten berekend.

Het CEGOIA-model berekent de nationale kosten van duurzame warmteopties. Dit is een eerste modelmatige benadering op basis van kentallen. Op basis van deze modelberekeningen komt voor dit plangebied een warmtenet voor 2030 als voorkeurstechniek voor de bestaande situatie naar voren. De warmtetechniek voor de bestaande bebouwing van een buurt is niet per se de meest logische oplossing voor de nieuwbouw in diezelfde buurt. Voor de nieuwbouw ontwikkelingen in dit plangebied zijn - gelet op de grootschalige bebouwing – bodemenergiesystemen het meest geëigende en duurzame alternatief voor verwarming en koeling zonder aardgas. De ontwikkelingen binnen het plan sluiten aan bij het Warmteplan. 3.4.15 Klimaatadaptatie In 2019 is de Klimaatadaptatie Strategie vastgesteld door de gemeenteraad. De strategie is vooral een visie op Klimaatadaptatie in Delft. De strategie uit 2019 gaat over heel Delft en over alle domeinen, dus zowel over de openbare ruimte als over private percelen (inclusief bebouwing). In de Delftse strategie zijn de volgende 2 inhoudelijke speerpunten geformuleerd: 1. Een veerkrachtig systeem met maximale sponswerking 2. Geen toename van hittestress In 2018 heeft Delft het Convenant Klimaatadaptieve Bouwen getekend.

Partners in het convenant zijn onder andere de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Delfland, de meeste gemeenten, maatschappelijk organisaties en projectontwikkelaars. Op basis van de gemeentelijke klimaatadaptatiestrategie (2019) en het provinciale convenant (2018) heeft de gemeente Delft de ambities en regels voor klimaatadaptief bouwen uitgewerkt in de 'Beleidsregel Klimaatadaptief bouwen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkeling en herstructurering' (2022). Daarmee is het beleidsthema klimaatadaptatie voor nieuwbouw, gebiedsontwikkeling en herstructurering in het beleid van de gemeente Delft verankerd. Het doel van de beleidsregel is het verminderen van (1) wateroverlast, (2) hittestress, (3) droogte en (4) bodemdaling en daarnaast het vergroten van de biodiversiteit (5). Onderdeel (6) "overstromingen" is niet nader uitgewerkt in de beleidsregel want dit is belegd bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Ambities en regels klimaatadaptief bouwen In oktober 2022 is door het college het beleid 'Ambities en regels klimaatadaptief bouwen, Beleidsregel

37

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde Klimaatadaptief bouwen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkeling en herstructurering' vastgesteld. In deze beleidsregel zijn de ambities en regels voor klimaatadaptief bouwen voor de gemeente Delft aangegeven. De toetsing aan het convenant vindt plaats in paragraaf 4.13 en 4.16. 3.4.16 Erfgoednota Delft 2020-2030 Een belangrijk onderdeel in de Erfgoednota is het bij een ruimtelijke ontwikkeling benoemen en waar mogelijk beschermen van cultuurhistorische waarden: van gebouwen, objecten en (deel)structuren. Daarnaast is er inzicht nodig in de archeologische verwachtingswaarde. Beschermde monumenten mogen niet zonder vergunning worden gewijzigd. Om voorgestelde ingrepen te kunnen beoordelen, wordt gebruikt gemaakt van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Om te voorkomen dat voor kleine wijzigingen en bepaalde veelvoorkomende ingrepen een vergunning moet worden aangevraagd, heeft de gemeente de Uitvoeringsrichtlijnen Monumentenzorg Delft opgesteld. Het uitgevoerde archeologische onderzoek wordt beschreven in paragraaf 4.11. De toetsing met betrekking tot cultuurhistorie wordt gedaan in paragraaf 4.12.

3.5

Hoogheemraadschap Delfland

3.5.1

Waterbeheerprogramma 2022-2027

Het Waterbeheerprogramma 2022-2027, 'Keuzes maken en kansen benutten' is het document waarin het Hoogheemraadschap van Delfland (hierna: Delfland) de ambities voor de komende jaren heeft vastgelegd. Het programma beschrijft de doelen voor het waterbeheer en de financiële consequenties daarvan. Delfland investeert de komende jaren volop in het vergroten van de veiligheid, het verbeteren van de waterkwaliteit, het tegengaan van wateroverlast en het optimaliseren van de zuivering van afvalwater. Klimaatverandering, zeespiegelstijging verzilting en nieuwe wetten en regels gaan het waterbeheer de komende decennia ingrijpend veranderen. Bovendien dwingen de complexiteit van het gebied en de omvang van de noodzakelijke investeringen tot het stellen van prioriteiten. Delfland spreidt daarom de maatregelen in de tijd, zodat het tempo aansluit bij de mogelijkheden van de organisatie en het gebied. Watertoets Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking watertoets voor gemeenten opgesteld.

In het kader van de watertoets vindt overleg plaats tussen de gemeente Delft en het hoogheemraadschap van Delfland. Dit komt aan de orde in paragraaf 4.13. 3.5.2

Beleidsnota beperken en voorkomen wateroverlast (2014)

De beleidsnota 'Beperken en voorkomen wateroverlast' bevat het Delflandse beleid op hoofdlijnen voor het op orde brengen en houden van het watersysteem ten aanzien van wateroverlast. Het gaat daarbij zowel om het oplossen van bestaande knelpunten als om het voorkomen van nieuwe knelpunten. 3.5.3

Watervergunning

Voor sommige activiteiten is een watervergunning van het Hoogheemraadschap van Delfland nodig, bijvoorbeeld: graven of dempen van oppervlaktewater; bouwen binnen de beschermingszone van een waterkering; aanleg van ondergrondse leidingen. activiteiten binnen het waterstaatwerk en bouwen binnen de beschermingszone van een waterkering.

38

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde

3.5.4

Handreiking watertoets

Delfland hanteert een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. De toets berust op twee uitgangspunten: 1. standstillbeginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; 2. verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. In het kader van de watertoets heeft overleg plaatsgevonden tussen de gemeente Delft en het Hoogheemraadschap van Delfland. Dit komt aan de orde in paragraaf 4.13.

3.6

Conclusie

De beoogde ontwikkeling past binnen de relevante ruimtelijke beleidskaders vanuit het rijk, de provincie, regio, de gemeente en het waterschap.

39

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten en onderzoek

Verkeer en parkeren

Door de transformatie van Gele Scheikunde verandert in vergelijking met de huidige situatie de parkeervraag en de verkeersgeneratie. De verandering in de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkellocatie heeft ook effect op de omliggende wegen. Ten behoeve van de realisatie van Gele Scheikunde en het effect hiervan op de infrastructuur is door Goudappel (2022) een mobiliteitsonderzoek uitgevoerd, het volledige rapport is meegenomen in Bijlage 5. Nadien hebben zich wijzigingen voorgedaan ten aanzien van verkeer en parkeren: Er is gereguleerd parkeren ingesteld in de TU-wijk die direct naast het plangebied ligt (februari 2023) De gemeente Delft heeft nieuwe parkeernormen vastgesteld (december 2023). De consequenties van deze veranderingen zijn door Goudappel (2024) verkend in een aanvullende notitie voor parkeren. Deze actualisatie is meegenomen als bijlage 25 bij deze plantoelichting. Het nieuwe parkeerbeleid heeft vooral consequenties voor de nadere uitwerking bij de omgevingsvergunning (o.a. inzet deelauto's en inzet van openbare ruimte voor bezoekers). 4.1.1

Parkeren

Het plangebied ligt op basis van het recent vastgestelde parkeerbeleid in het gebied 'rest bebouwde kom' binnen het gebied waar sprake is van parkeerregulering. In dit gebied worden de minimum landelijke kencijfers gehanteerd voor auto parkeren, met 20% extra verlaging. De beoogde ontwikkeling voorziet onder andere in appartementen voor starters. Een alternatieve toepassing van parkeernormen is wenselijk, omdat deze groep vaak (nog) geen auto heeft. Door het aanbieden van aantrekkelijke en voldoende deelmobiliteit (bijv. deelauto's) als onderdeel van de ontwikkeling wordt het aannemelijk gemaakt dat een gedeelte van de bewoners geen privéauto nodig heeft.

Autoparkeren

Op Gele Scheikunde worden maximaal 304 woningen, commerciële functies en maatschappelijke functies ontwikkeld. Hiervoor is de volgende parkeerbehoefte berekend op basis van de normen van de gemeente Delft (zie Hoofdstuk 4, 'Actualiseren parkeerbehoefte Gele Scheikunde (auto)' van Bijlage XX): 1. De normatieve parkeerbehoefte bedraagt op basis van het nieuwe parkeerbeleid van de gemeente Delft (december 2023) in totaal voor de woon-, commerciële en maatschappelijke functies 282 parkeerplaatsen, waarvan 227 voor bewoners/medewerkers (vast gebruik) en 55 voor bezoekers. Wanneer binnen deze combinatie enkel naar de specifieke normatieve parkeerbehoefte voor de woningen wordt gekeken, zijn er normatief 234 parkeerplaatsen nodig, waarvan 204 voor de bewoners en 30 voor bezoekers. 2. Door deelauto's beschikbaar te stellen voor de huurwoningen kleiner dan 75 m² GO (in totaal 158 woningen) is een parkeerreductie van 30% toegestaan voor deze woningen. Voor deze woningen worden 6 deelauto's geplaatst (ca. 1 deelauto per 25 woningen) Het voornemen is om 4 hiervan in de parkeergarage te plaatsen en 2 in het openbare gebied in de directe omgeving van het plan, zodat deze ook te gebruiken zijn door omwonenden. 3. Het voorstel is om bewoners en werknemers een plek te geven in de parkeergarage, inclusief 4 deelauto's als onderdeel van het toepassen van een parkeerreductie.

De maatgevende parkeervraag treedt op, op de werkdag-nacht en is 185 parkeerplaatsen. Dit aantal past in de parkeergarage met 190 plaatsen. 4. Bezoekers van de woningen kunnen gebruik maken van restcapaciteit in de TU-buurt (avonden en weekend) middels een bezoekersvergunning. Voor bezoekers van woningen geldt een loopafstand van 400 m. Bezoekers van het Grand Café en de andere voorzieningen kunnen tegen betaling parkeren in de omgeving. Voor deze bezoekers geldt een loopafstand van 200 m. 40

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde 5. Aan de parkeervraag kan worden voldaan door de realisatie van een parkeergarage, het beschikbaar stellen van deelauto's en parkeerplaatsen in de openbare ruimte. De parkeeroplossing wordt in detail uitgewerkt bij de omgevingsvergunning. De parkeernormen worden geborgd in het onderhavige bestemmingsplan. Aan de parkeervraag kan worden voldaan door de realisatie van een parkeergarage, het beschikbaar stellen van deelauto's en parkeerplaatsen in de openbare ruimte. De parkeeroplossing wordt in detail uitgewerkt bij de omgevingsvergunning. De parkeernormen worden geborgd in het onderhavige bestemmingsplan.

Fietsparkeren

Bij nieuw te bouwen woningen zijn de richtlijnen voor fietsparkeren vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Er geldt een verplichting om bij nieuwe woningen een individuele (fietsen)berging te realiseren van ongeveer 5 m2 of een gelijkwaardig alternatief van een berging. In Delft wordt met een gelijkwaardig alternatief (inpandige) gezamenlijke fietsparkeervoorzieningen bedoeld. Bewoners zullen een gemeenschappelijke fietsparkeervoorziening beter benutten voor het parkeren van hun fiets dan een individuele berging. Aangezien de berging conform het Bouwbesluit naast het parkeren van fietsen ook bedoeld is voor het opbergen van spullen, moet er bij het realiseren van een gezamenlijke fietsparkeervoorziening een individuele berging van minimaal 2,7 m² worden gerealiseerd bij de woning.

Bij het volledig realiseren van inpandige, gezamenlijke fietsparkeervoorzieningen is de fietsparkeernorm gebaseerd op 1 fiets per 25 m2 GO. In totaal zijn er circa 1.200 (afgerond) fietsparkeerplaatsen nodig. Aanvullend zijn er nog circa 90 fietsparkeerplaatsen nodig voor de bezoekers van woningen en circa 90 fietsparkeerplaatsen nodig voor de overige voorzieningen, conform de fietsparkeernormen uit de Beleidsregels Parkeernormen 2023. Over het algemeen dient het aantal fietsparkeerplaatsen voor bezoekers in de openbare ruimte plaats te vinden; voor de bewoners en medewerkers is een afgesloten ruimte nodig. De precieze situering van de fietsparkeerplekken wordt nader uitgewerkt bij het bouwplan.

Voor deze fietsen wordt in de verschillende gebouwen in het plan en in de openbare ruimte voldoende ruimte gereserveerd 4.1.2

Verkeersafwikkeling

De ontwikkeling van Gele Scheikunde brengt verkeer en autoritten met zich mee, met name door de komst van bewoners met een auto. Het parkeren van deze bewoners vindt plaats op eigen terrein in een ondergrondse parkeergarage. Voor de ontsluiting van deze garage zijn drie varianten onderzocht: 1. in- en uitgang parkeergarage via de Michiel de Ruyterweg; 2. in- en uitgang parkeergarage aan de westzijde met inrijdend verkeer via de Bernhardlaan en uitrijdend via de Julianalaan en 3. in- en uitgang parkeergarage aan de westzijde met in- en uitrijdend verkeer via de Julianalaan. Vanuit verkeerskundige en stedenbouwkundige overwegingen is uiteindelijk gekozen voor de ontsluiting aan de Michiel de Ruyterweg (zoals ook al vermeld in paragraaf 2.2.4 ), deze ontsluiting is dan ook verwerkt op de verbeelding van het onderhavige bestemmingsplan. In de volgende paragraaf wordt de gekozen oplossing verder toegelicht.

41

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde

Figuur 4.1: Globale ligging van de parkeergarage en variant met 1. in-/uitgang via Michiel de Ruyterweg; 2. ingang via Bernhardlaan en uitgang via Julianalaan; 3. in-/uitgang via de Julianalaan (bron: Mobiliteitsplan, 2022). Er is uiteindelijk gekozen voor de ontsluiting op de Michiel de Ruyterweg.

Ontsluiting en verkeersveiligheid De grote fietsstromen op de Michiel de Ruyterweg tijdens de spits van/ naar de TU vormen een knelpunt voor de verkeersafwikkeling van (de omgeving van) het plangebied. Dit is ook de oorzaak waarom voor de bestaande Zeeheldenbuurt wordt gekeken naar een oplossing om de buurt beter in- en uit te kunnen rijden en de fietsers te passeren. Met de verbreding van het fietspad van de Michiel de Ruyterweg en het creëren van meer opstelruimte tussen het fietspad en de rijbaan wordt gestreefd naar een verbetering van de verkeerssituatie voor de autobereikbaarheid van de Zeeheldenbuurt.

De verkeersveiligheid van de drie ontsluitingsvarianten genoemd in paragraaf 4.1.2 is inzichtelijk gemaakt in het Mobiliteitsrapport van Goudappel: 1. Aantakking op de Michiel de Ruyterweg. In deze variant blijft het autoverkeer geconcentreerd op hoofdwegen en wordt zo min mogelijk de woonwijk in getrokken, waardoor er een rustiger park en rustiger woonstraten ontstaan. Wel zorgt het met de huidige vormgeving van de Michiel de Ruyterweg voor een extra doorkruising van een drukke fietsroute. Dit is een aandachtspunt bij een verdere uitwerking van de aansluiting. 2. Ingaand via de Bernhardlaan en uitgaand Julianalaan. In deze variant is het nodig eenrichtingsverkeer op de Bernhardlaan in te stellen, gecombineerd met een verbod voor 'niet-bestemmingsverkeer'. Er wordt gebruik gemaakt van bestaande doorkruisingen van de fietsstromen langs de Michiel de Ruyterweg. Wel is een aanpassing van de inrit van de Bernhardlaan nodig (uitbuiging fietspad). Het nadeel is dat er veel verkeer door het park en de

42

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde woonstraten gaat, maar dit is inpasbaar. 3. In- en uitgaand via de Julianalaan. In deze variant is er ook een ingaande verbinding via de Bernhardlaan nodig, zodat het grotere voertuigen (vuilnisauto, verhuiswagen) niet hoeven te keren in het parkje. Daarmee is niet altijd te voorkomen dat ook niet andere voertuigen deze route kiezen. Dit kan deels worden ondervangen door het instellen van een verbod voor 'niet-bestemmingsverkeer'. Er wordt vooral gebruik gemaakt van een bestaande doorkruisingen van de fietsstromen langs de Michiel de Ruyterweg. Het nadeel is dat er veel verkeer door het park en de woonstraten gaat, maar dit is inpasbaar. Uiteindelijk is de keuze gevallen op de rechtstreekse ontsluiting via de Michiel de Ruyterweg (variant 1), omdat hiermee de huidige ontsluitingsroutes van de Zeeheldenbuurt niet extra worden belast (spreiding van het verkeer) en door de aanpassingen aan de Michiel de Ruyterweg een verbeterde situatie ontstaat voor het in- en uitrijden van de Zeeheldenbuurt. Eenzelfde oplossing is mogelijk voor de inrichting van de ontsluiting ter hoogte van Gele Scheikunde, door de voldoende opstelruimte tussen het fietspad en de rijbaan te creëren.

Hierdoor wordt bijvoorbeeld het fietspad niet geblokkeerd als een auto op het fietspad moet wachten om de Michiel De Ruyterweg op te rijden bij het uitrijden van de parkeergarage. Fietsers behouden voorrang op in- en uitrijdende auto's, waardoor de fietser zo weinig mogelijk hinder ondervindt van auto's op de route van en naar de TU-campus.

In het kort bestaat de oplossing voor het verbeteren van de (auto-)bereikbaarheid Zeeheldenbuurt en de fietsveiligheid Michiel de Ruyterweg uit de volgende onderdelen: Directe ontsluiting parkeergarage Gele Scheikunde op Michiel de Ruyterweg. Verbreden gehele tweerichtings fietspad Michiel de Ruyterweg vanaf Sebastiaansbrug tot aan Jaffalaan van 3 meter breed naar minimaal 4 meter breed: 1. Tussen Mijnbouwplein / Julianalaan gebruik maken van ruimte tussen fietspad en rijbaan en extra opstelruimte voor fietsers creëren ter hoogte van fietsoversteek Mijnbouwplein. 2. Tussen Julianalaan / Jaffalaan fietspad volledig verplaatsen en ruimte te creëren tussen het fietspad en de rijbaan. Vrijgekomen ruimte tussen fietspad en rijbaan vergroenen (toename van groen in de openbare ruimte). Jonge bomen ter hoogte van Gele Scheikunde worden verplaatst, oude bomen ten noorden van Julianalaan kunnen worden gehandhaafd. Optimalisaties uitvoeren ter hoogte van het kruispunt Julianalaan / Michiel de Ruyterweg om het inen uitrijden van de Zeeheldenbuurt te verbeteren. Om de grote fietsstromen ook in de toekomst goed te faciliteren, is het noodzakelijk om een fijnmaziger fietsnetwerk te realiseren. In dat geval kan er een betere spreiding van het fietsverkeer ontstaan door alternatieve fietsroutes aantrekkelijker te maken (bijv. qua inrichting of comfort).

De route over de Kanaalweg / Rotterdamseweg lijkt vooralsnog de meeste potentie te hebben om een grotere fietsstroom te kunnen faciliteren en in de toekomst eventueel voor verlichting op het fietspad van de Michiel de Ruyterweg te zorgen.

Verkeerseffecten Met behulp van het V-MRDH verkeersmodel is voor het prognosejaar 2032 inzichtelijk gemaakt wat de auto verkeerseffecten zijn van de ontwikkeling. Eerst zijn de autonome intensiteiten berekent. Hieruit blijkt dat de noordelijke delen van de Michiel de Ruyterweg autonoom behoorlijk toenemen tot 2032. Hierbij is uitgegaan van een situatie zonder herinrichting van de weg.

Blijkens de berekeningen met het verkeersmodel genereert Gele Scheikunde per etmaal (werkdag) gemiddeld ongeveer 1.000 autoritten: 500 inkomend en 500 uitgaand. Veruit het grootste deel daarvan wordt gegenereerd door verkeer van en naar de parkeergarage. Daarnaast is er een kleine stroom van verzorgend verkeer dat geen gebruik maakt van de parkeergarage, denk daarbij aan bezoekers,

43

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde pakjesbezorgers, busjes van werkverkeer (loodgieters, schilders etc.) vuilnisauto's, verhuisauto's etc. Voor sommige voertuigen zijn aparte voorzieningen nodig, bijvoorbeeld ambulances, brandweer-, vuilnisen verhuisauto's. Voor de te rijden routes van deze voertuigen zijn in de plantoelichting aparte kaarten opgenomen. Andere voertuigen moeten, net als de bezoekers, een parkeerplaats in de omgeving vinden.

Bij de rechtstreekse aansluiting via de Michiel de Ruyterweg beperkt de toename van het verkeer zich voornamelijk tot de Michiel de Ruyterweg in de richting van het Zuidplantsoen. De intensiteit op de Julianalaan blijft vrijwel gelijk aan de autonome situatie. Op andere wegen zijn de effecten ook zeer beperkt en nauwelijks merkbaar. Bij een toetsing van de wegcapaciteit blijft de verzadigingsgraad (I/C-waarde) op alle wegvakken onder de 20% met uitzondering van het noordelijk deel van de Michiel de Ruyterweg (St. Sebastiaansbrug): hier is de I/C-waarde 33%. De algemene streefwaarde is hierbij 80%.

Op basis bovenstaande resultaten worden bij de gekozen variant met de ontsluiting op de Michiel de Ruyterweg geen knelpunten verwacht bij de doorstroming van het autoverkeer. 4.1.3

Conclusie

Er wordt voldaan aan de parkeerbehoefte en de fiets- en autoparkeernormen zijn geborgd in de regels. De verkeersafwikkeling wordt bij de ontsluiting van de parkeergarage via de Michiel de Ruyterweg en de verbreding van het fietspad op de Michiel de Ruyterweg op een goede wijze ingepast. De inrichting van de openbare ruimte aan de zijde van de Michiel de Ruyterweg is een aandachtspunt bij de verdere uitwerking van deze gebiedsontwikkeling (bijv. relatie tussen het fietspad, voetgangersvoorziening en groen). Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

Kader

Bij bestemmingsplannen moet een afweging gemaakt worden tussen de belangen van bedrijven en bewoners. Die belangen kunnen tegenstrijdig zijn. Bedrijven hebben (milieu)ruimte nodig om te kunnen functioneren. Bewoners hebben belang bij het voorkomen van hinder. Voor de afweging tussen deze belangen is milieuzonering een hulpmiddel. Milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen). Het doel hiervan is om milieuhinder bij woningen (en andere gevoelige functies) zoveel mogelijk te voorkomen. Tegelijkertijd geeft milieuzonering aan bedrijven zekerheid over de (milieu)ruimte die het bedrijf heeft. Voor milieuzonering wordt landelijk gebruik gemaakt van de VNG-handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. In de VNG-handreiking worden indicatieve richtafstanden aangegeven ten opzichte van rustige woongebieden en gemengde gebieden. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere activiteiten (zoals bedrijven) voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. 4.2.2

Toetsing

Gebiedstype Het plangebied bevindt zich in de wijk Wippolder in Delft. Volgens de VNG-brochure behoren gebieden met een matige tot sterke functiemenging tot het omgevingstype 'gemengd gebied'. Gelet op de directe omgeving rondom het plangebied is er sprake van een functiemenging van onderwijs, wonen en andere bedrijvigheid. Ook in het plangebied zelf worden woningen gecombineerd met voorzieningen. Het gebied

44

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde vertoont dus kenmerken van een 'gemengd gebied'. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen voor de nieuwe woningen is uitgegaan van de classificatie 'rustige woonwijk'.

Omgeving Rondom het plangebied bevinden zich enkele functies die bedrijvigheid mogelijk maken: Ten zuiden van het plangebied zijn binnen de bestemming 'Maatschappelijk' een universiteitsgebouw (Jaffalaan 5), internationale basisschool (Jaffalaan 9) en hogeschool (Rotterdamseweg 137) aanwezig; Ten noordoosten van het plangebied is op de bestemming 'Maatschappelijk' een universiteitsgebouw (faculteit Bouwkunde) aanwezig (Julianalaan 134); Ten zuidoosten van het plangebied op het naastgelegen perceel wordt ter plaatse van de bestemming 'Maatschappelijk' een internationale (middelbare) school gerealiseerd (Prins Bernardlaan 6). Universiteitsgebouwen Voor de universiteitsgebouwen ten noordoosten en zuiden van het plangebied geldt een indicatieve hinderafstand van 30 meter (maximaal milieucategorie 2 t.o.v. een rustige woonwijk). Het aspect geluid is hier maatgevend. Er kan zich hier op grond van de maatschappelijke vlakken in het vigerende bestemmingsplan (TU Midden en Noord) bovendien geen bedrijvigheid vestigen die een hogere milieucategorie heeft dan de reeds gevestigde functies. Deze functies zijn als volgt getoetst aan de indicatieve afstandsnormen uit de VNG-brochure "bedrijven en milieuzonering": Het universiteitscomplex ten zuiden ligt op circa 65 meter van de woonvlakken van Gele Scheikunde. Hier wordt voldaan aan de indicatieve richtafstand uit de VNG-brochure.

De faculteit Bouwkunde omvat een historisch gebouw met aan de zuidwestelijke zijde een beperkte buitenruimte, hier ligt nu een voetpad. Bij een universiteit is het gebouw representatief. Er kan daarom vanuit gegaan worden dat de milieubelasting wordt veroorzaakt vanuit het bouwvlak. Onderstaand figuur laat zien dat de woongevels van Gele Scheikunde op circa 30 meter liggen. De milieucontour loopt 15 cm over het woonvlak van Gele Scheikunde. Dit effect is verwaarloosbaar bij een indicatieve richtafstand van 30 meter en heeft geen significant effect op het geluidklimaat. Er is hier sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en daarmee wordt voldaan aan de VNG-brochure.

45

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde

Figuur 4.2: Richtafstanden van omliggende functies t.o.v. de bouwvlakken met woonfuncties binnen het onderhavige bestemmingsplan. Internationale school De school (Prins Bernardlaan 6) heeft op basis van de VNG-brochure een indicatieve hinderafstand van 30 meter (milieucategorie 2 in combinatie met classificatie rustige woonwijk). De afstand tussen de geprojecteerde woningbouw (gevel) en de school met schoolplein (grens bestemmingsvlak) voldoet niet aan de indicatieve hinderafstand. Daarom wordt in paragraaf 4.3 nader in beeld gebracht hoe de geluidhinder van de school op de toekomstige woonvlakken kunnen worden geborgd in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening'.

Functiemenging plangebied De beoogde ontwikkeling voorziet in verschillende woongebouwen met maatschappelijke en commerciële voorzieningen in de plint en het huidige Gele Scheikunde. Dergelijke functies (zoals horeca, ateliers etc.) vallen op basis van de lijst functiemenging in principe binnen categorie A of B. Deze activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden gerealiseerd en in gebruik genomen. Indien categorie B-functies worden gerealiseerd, is bouwkundige scheiding tussen deze functies en woningen noodzakelijk. Door geen categorie C toe te staan wordt de oprichting van bijv. een milieubelastende commerciële parkeergarage voorkomen. Daarmee wordt voldaan aan de eisen die aan functiemenging worden gesteld volgens de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering. Voor de omgeving zorgen deze maatschappelijke en commerciële voorzieningen eveneens niet voor knelpunten ten aanzien van het woon- en leefklimaat. 4.2.3

Conclusie

De woonvlakken in het onderhavige bestemmingsplan liggen binnen de richtafstand voor geluid van de faculteit Bouwkunde en de internationale school. De contour van de faculteit heeft geen significant effect op het geluidklimaat. Voor het geluid van de internationale school is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en hieruit volgt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan (zie paragraaf 4.3). Van de overige omliggende bedrijvigheid lopen geen indicatieve hindercontouren over de woonfuncties in het bestemmingsplan. De te realiseren voorzieningen (maatschappelijk en/of commercieel) binnen het plangebied vormt eveneens geen belemmering voor de functies in de omgeving van het plangebied. Vanuit de systematiek van 'Bedrijven en milieuzonering' wordt daarmee een voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd. Er bestaat daarbij geen aanleiding om dit aspect nader te onderzoeken. Dit geldt zowel vanuit het plangebied als vanuit de omgeving. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

46

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde

4.3

Geluid

4.3.1

Kader

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met woningen, geluidsgevoelige gebouwen, nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh) en dat er, op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De Wgh is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. Daarnaast dient getoetst te worden aan het gemeentelijke geluidbeleid: het beleid hogere waarden Wet geluidhinder (zie ook paragraaf 3.4.8 in het beleidskader). Een akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh is daarom alleen noodzakelijk wanneer de ontwikkeling plaatsvindt binnen een zone van een weg, spoor en gezoneerd industrieterrein en waarbij sprake is van geluidgevoelige bestemmingen. De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van een geluidsgevoelige functie (wonen) en het plangebied ligt binnen de geluidszone van gezoneerde wegen. 4.3.2

Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai

Doel Het plangebied is gelegen nabij meerdere wegen, waaronder de Michiel de Ruyterweg/Mekelweg, Jaffalaan, Zuidplantsoen en de Julianalaan. Daarom is door Antea Group (2023) een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai, het volledige rapport is meegenomen Bijlage 6. Doel van het akoestisch onderzoek is om de geluidbelasting op de te projecteren woningen vanwege nabijgelegen wegen en tram-/busbaan in beeld te brengen en aan de hand hiervan te bepalen of wordt voldaan aan de grenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder en aan eventuele vereisten die volgen uit het gemeentelijk geluidbeleid. De geluidbelasting van een trambaan wordt berekend via een losse rekenmethode en vervolgens aan het geluid van het wegverkeer toegevoegd. De bussen zijn onderdeel van het wegverkeer. Ook heeft het akoestisch onderzoek tot doel om (voor wegen waarvoor geen wettelijk toetsingskader geldt zoals 30 km/h wegen) aan de hand van de berekende geluidbelasting te bepalen of sprake is van goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. Daarnaast is in het akoestisch onderzoek in beeld gebracht wat de akoestische gevolgen zijn van verkeer van en naar het plangebied.

Hiertoe is de geluidbelasting op bestaande woningen langs de weg waarop het plan direct wordt ontsloten in beeld gebracht voor de plansituatie 2033 en de autonome situatie 2033 (= toekomstige situatie waarin het plan geen doorgang vindt) en zijn de geluidbelastingen vervolgens met elkaar vergeleken. Resultaat Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Michiel de Ruyterweg en trambaan hoogstens 59 dB (incl. aftrek) bedraagt. De geluidbelasting vanwege Zuidplantsoen bedraagt hoogstens 52 dB (incl. aftrek), vanwege de Jaffalaan hoogstens 52 dB (incl. aftrek). Gezien de overschrijding van de voorkeurswaarde vanwege het geluid van deze wegen, dient te worden onderzocht of maatregelen ter beperkingen van het geluid mogelijk zijn. De geluidbelasting vanwege de Mijnbouwstraat voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Wettelijk gezien is voor deze weg een onderzoek naar maatregelen niet nodig. De resterende wegen betreffen 30 km/uur wegen. Vanwege de Julianalaan betreft de geluidbelasting hoogstens 51 dB (incl. aftrek). Het effect van maatregelen is voor deze weg in beeld gebracht. De geluidbelasting vanwege de overige 30 km/uur wegen is lager dan 48 dB. De geluidinvloed wordt daarmee aanvaardbaar geacht.

Hogere waarden Uit de maatregelenoverweging blijkt dat bron- en overdrachtsmaatregelen stuiten op bezwaren van financiële, technische, verkeerskundige en stedenbouwkundige aard. Onder voorwaarden (ingevolge het gemeentelijk geluidbeleid) is het mogelijk om hogere waarden vast te stellen:

47

vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde vanwege alle wegen en de tram bij elkaar opgeteld (cumulatie) is de geluidbelasting op de grenzen van de bouwvlakken hoogstens 65 dB (zonder aftrek). Dit is 60 dB inclusief aftrek en daarmee lager dan de maximale grenswaarde van 63 dB ingevolge de Wgh. Er is derhalve geen sprake van een onaanvaardbare gecumuleerde geluidbelasting. woningen en andere geluidgevoelige gebouwen dienen altijd een geluidluwe zijde te hebben. Dit is een gevel met een gecumuleerde geluidbelasting van 55 dB zonder aftrek ex art. 110g Wet geluidhinder. Hiertoe is ter illustratie een berekening uitgevoerd waarin de bouwvlakken theoretisch volledig zijn gevuld met gebouwen tot aan de maximale bouwhoogte. De illustratieve berekening maakt duidelijk dat er op ieder bouwvlak posities zijn waar de geluidbelasting voldoet aan de eis van het beleid voor een geluidluwe gevel (< / = 55 dB). elke woning bevat ten minste één slaapkamer die niet aan de hoogst geluidbelaste zijde is gesitueerd. De maatregelen op de 30 km/uur weg Julianalaan zijn niet doelmatig voor dit plan maar de geluidbelasting is in het kader van een goede ruimtelijke ordening in dit stedelijke gebied aanvaardbaar. Het wordt geadviseerd om, zodra het plan verder is uitgekristalliseerd, middels berekeningen te laten toetsen of daadwerkelijk voor iedere woning sprake is van een geluidluwe gevel.

Om te bepalen of aan de laatstgenoemde eis kan worden voldaan, is gedetailleerde informatie vereist over de precieze indeling van de woningen en de indeling van de verblijfsruimten. Wanneer het plan meer is uitgekristalliseerd, wordt eveneens geadviseerd om een meer gedetailleerde doorrekening uit te voeren om vast te stellen of inderdaad wordt voldaan aan deze eis. In het geval van eenzijdig georiënteerde zelfstandige wooneenheden biedt het geluidbeleid de mogelijkheid om af te wijken van de genoemde voorwaarden. Dan dient op gebouwniveau ten minste 50% van de woningen niet te zijn gesitueerd aan de hoogste geluidbelaste zijde. Deze mogelijkheid is van toepassing op woningen met snelle doorstroming zoals studentenwoningen. Er is in de voorliggende situatie geen sprake van snelle doorstroomwoningen. Alle woningen binnen het plangebied dienen te voldoen aan de eisen ingevolge het gemeentelijk geluidbeleid. Indien er eenzijdig georiënteerde woningen zijn beoogd die niet kunnen worden gekarakteriseerd als snelle doorstroomwoningen, dienen deze te voldoen aan de eisen ingevolge het gemeentelijk geluidbeleid (geluidluwe gevel, tenminste 1 slaapkamer niet aan hoogst geluidbelaste zijde). In deze gevallen zou bijvoorbeeld een loggia of afgesloten buitenruimte kunnen worden toegepast. Gezien het voorgaande stelt het college van burgemeester en wethouders hogere waarden vast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14164306/1