Gele Scheikunde Toelichting
Tekst van het document
Gele Scheikunde
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel planvorming 1.2 Begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Opbouw plan
4 4 5 5 6
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
7 7 10
Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Rijk 3.2 Provincie 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeente 3.5 Hoogheemraadschap Delfland 3.6 Conclusie
21 21 22 30 30 38 39
Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten en onderzoek 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Geluid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Externe Veiligheid 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Lichthinder 4.8 Wind 4.9 Flora en fauna 4.10 Bodem 4.11 Archeologie 4.12 Cultuurhistorische waarden 4.13 Water 4.14 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.15 Duurzaam- en natuurinclusief bouwen 4.16 Klimaatadaptatie 4.17 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
40 40 44 47 50 53 57 57 57 58 61 63 65 69 73 74 76 77
Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Verantwoording planvorm 5.2 Systematiek bestemmingen
78 78 78
Hoofdstuk6
80
Handhaving
Hoofdstuk7 Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid 7.1 Inspraak en overleg 7.2 Financiële uitvoerbaarheid
2
81 81 82
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Toelichting
3
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel planvorming
De aanleiding voor dit bestemmingsplan is de herontwikkeling van het gebouwencomplex Gele Scheikunde en het bijbehorend terrein, dat na ruim 70 jaar deel te hebben uitgemaakt van de Technische Universiteit (TU) Campus zijn oorspronkelijke onderwijs functie heeft verloren. De TU Delft heeft ervoor gekozen om het terrein met gebouwencomplex van Gele Scheikunde af te stoten. Bij verkoop van de gronden zijn door de TU Delft aan de ontwikkelaar uitgangspunten en ontwerp principes meegegeven voor een herontwikkeling van deze locatie die in 2017 zijn vastgelegd in een Ruimtelijk Programmatisch Kader (RPK). Het RPK is integraal als Bijlage 1 gevoegd bij deze plantoelichting. Het RPK is een vertrekpunt voor de planuitwerking die verder vorm heeft gekregen aan de hand van gemeentelijke uitgangspunten en geldend gemeentelijk beleid. Met de herontwikkeling wordt programmatisch voorzien in maximaal 304 woningen en 3.900 m2 bvo aan commerciële en maatschappelijke ruimtes. Twee bestaande portierswoningen blijven behouden, het totaal aan woningen in de toekomstige situatie is dus 306. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan, het onderhavige bestemmingsplan voorziet in het benodigde juridisch-planologische kader.
Figuur 1.1: Ligging plangebied in Delft.
4
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Figuur 1.2: Impressie van de toekomstige situatie. Bron: Stedenbouwkundig DO Gele Scheikunde.
1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied bevindt zich op een driehoekig plot welke aan drie zijdes begrensd wordt door de Julianalaan (noordelijk), de Michiel de Ruyterweg (oostelijk) en de Prins Bernhardlaan en Jaffalaan (zuidelijk). De locatie ligt in het zuidelijk deel van Delft binnen de wijk Wippolder. Het terrein ligt op het scharnierpunt van de Zeeheldenbuurt, BK-City en de TU Delft Campus. Aan de Prins Bernhardlaan is de gemeente voornemens een internationale school mogelijk te maken, deze ligt buiten het plangebied van het onderhavige bestemmingsplan.
Figuur 1.3: Ligging plangebied in haar directe omgeving. Bron luchtfoto: PDOK.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het vigerende bestemmingsplan is het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord', dat op 25 april 2013 is vastgesteld. Op de gronden in het plangebied zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen van kracht:
5
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde Enkelbestemming 'Maatschappelijk'. Enkelbestemming 'Groen'. Enkelbestemming 'Tuin'. Enkelbestemming 'Wonen'. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie II'. Dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'. Binnen de enkelbestemming 'Maatschappelijk' liggen de functieaanduidingen 'monumentale boom' en 'wonen'.
Figuur 1.4: Uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan. Bron: ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast is de 'Facetherziening parkeren' (vastgesteld op 31 mei 2018) van toepassing in het plangebied. In dit parapluplan zijn regels opgenomen voor parkeren, stallen, laden en lossen.
1.4
Opbouw plan
De toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk beschrijft Hoofdstuk 2 de huidige situatie en toekomstige ontwikkeling van het plangebied. In Hoofdstuk 3 is het beleid beschreven. Hoofdstuk 4, 'Omgevingsaspecten en onderzoek', beschrijft de voor bestemmingsplan uitgevoerde onderzoeken en relevante omgevingsaspecten. In Hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling. Hoofdstuk 6 gaat in op handhaving in dit plangebied. In Hoofdstuk 7 wordt tot slot de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven.
6
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie
2.1.1
Voorgeschiedenis
In 1946 is het faculteitsgebouw Gele Scheikunde opgeleverd dat op dat moment diende als nieuw onderkomen voor de faculteit Scheikundige Technologie. In verband met de groei van het aantal studenten is het gebouw in 1949 uitgebreid met een tweetal zijvleugels en voorzien van een tweede verdieping op centrale stuk van het gebouw. 2.1.2
Functies
Het gebouw telt sinds de uitbreiding in 1949 drie collegezalen met een capaciteit van respectievelijk 306, 145 en 60 zitplaatsen. Verder bevinden zich in het pand dertien laboratoria. Het gebouw heeft tot 2017 dienst gedaan als het faculteitsgebouw voor Scheikundige Technologie, maar staat op het moment leeg. Onderstaand figuur geeft een visuele weergave van de huidige indeling van het plangebied. Ten westen van het Gele Scheikunde gebouw bevinden zich twee oude dienstwoningen welke vroeger dienst deden als entree tot het gebied. Deze gebouwen blijven behouden als woningen, maar verliezen hun primaire functie als entree tot het gebied. Ten zuidwesten van het plangebied bevinden zich, buiten het plangebied, bestaande woningen. Deze woningen blijven behouden. Wel zullen deze woningen aan de achterzijde direct aan het beoogde park komen te liggen. Zoals eerder benoemd ligt het plangebied aan de zuidkant van de historische binnenstad, tussen de Zeeheldenbuurt en TU Delft. De Zeeheldenbuurt is, net als het Gele Scheikunde gebouw, in de jaren '30 gebouwd. Verder ligt het plangebied tegen de rand van het rijksbeschermd stadsgezicht Delft-TU Noord. Het omliggende gebied is karakteristiek door de afwisseling van laagbouw in de Zeeheldenbuurt, grootschalige gebouwen (o.a.
Rode Scheikunde/Aula en Congrescentrum) op de campus van de TU en de groene omgeving die onder andere wordt gecreëerd door de Botanische Tuin, het De Vries van Heijstplantsoen en de begraafplaats Jaffa met daaromheen het Zuidplantsoen. In het Rode Scheikunde gebouw bevindt zich momenteel de faculteit Bouwkunde.
Figuur 2.1: Huidige indeling plangebied. Bron: Stedenbouwkundig DO Gele Scheikunde.
7
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
2.1.3
Infrastructuur
Het plangebied wordt omsloten door meerdere wegen. Ten noorden van het plangebied, aan de voorzijde van Gele Scheikunde, ligt de Julianalaan. Deze straat bevindt zich in de Zeeheldenbuurt. Dit is een breed opgezette erftoegangsweg met feitelijk twee éénrichtingsstraten, uitgevoerd in klinkerbestrating waar tussen zich parkeervakken bevinden. Voor fietsers is een strook in rood asfalt beschikbaar. Halverwege de straat is een kruispunt met de Maerten Trompstraat te vinden. Aan de noordzijde en zuidzijde van de Julianalaan zijn woonhuizen gesitueerd.
Figuur 2.2: Wegprofiel Julianalaan ter hoogte van kruispunt met Michiel de Ruyterweg (bron: Streetsmart 29-06-2021).
Figuur 2.3: Wegprofiel Julianalaan ter hoogte van kruispunt met Prins Bernhardlaan (bron: Streetsmart 29-06-2021). Ten oosten van het plangebied ligt de Michiel de Ruyterweg. Deze weg is ook een erftoegangsweg en kent twee aparte rijbanen; één voor het reguliere motorverkeer en één voor het openbaar vervoer (tramen busbaan). Ter hoogte van Rode Scheikunde bevindt zich een tram-/bushalte. Aan de zijde van het plangebied is op de Michiel de Ruyterweg een dubbelzijdig fietspad gelegen.
8
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Figuur 2.4: Wegprofiel Michiel de Ruyterweg ter hoogte van Rode Scheikunde (bron: Streetsmart 29-06-2021).
Figuur 2.5: Wegprofiel Michiel de Ruyterweg ter hoogte van het Zuidplantsoen (bron: Streetsmart 29-06-2021). Ten zuiden van het plangebied bevindt zich de Prins Bernhardlaan. Dit is smalle doodlopende erftoegangsweg welke enkel de woningen in de straat ontsluit. De straat is uitgevoerd met klinkerbestrating en fietsers maken gebruik van de rijbaan. Parkeren gebeurt aan het begin van de straat of op eigen terrein. Aan de zijde van het plangebied, waar zich ook de woningen bevinden, ligt een voetpad. Aan de zuidzijde van de Prins Bernhardlaan bevindt zich een groenstrook met monumentale bomen.
9
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Figuur 2.6: Wegprofiel Prins Bernhardlaan met groenstrook (bron: Streetsmart 29-06-2021).
Parkeren Sinds 1 februari 2021 geldt in een deel van de omgeving van het plangebied een gemengd parkeerbeleid. Op maandag tot en met zaterdag tussen 12:00 en 24:00 uur kan alleen geparkeerd worden met een parkeervergunning of tegen betaling. Het nieuwe gereguleerde gebied heeft betrekking op de Julianalaan, Michiel de Ruyterweg (tot aan de kruising met de Zuidplantsoen) en de Rotterdamseweg.
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Vertrekpunt voor de planuitwerking
Het voormalig faculteitscomplex heeft zijn oorspronkelijke onderwijsfunctie verloren. Om deze reden heeft de TU Delft ervoor gekozen om het terrein met gebouwencomplex van Gele Scheikunde af te stoten. Bij verkoop van de gronden zijn door de TU Delft aan de ontwikkelaar uitgangspunten en ontwerp principes meegegeven voor een herontwikkeling van deze locatie die in 2017 zijn vastgelegd in een Ruimtelijk Programmatisch Kader (RPK). Een belangrijk uitgangspunt hierbij is in ieder geval dat het gebied van Gele Scheikunde als schakel dient te functioneren tussen de oude binnenstad en de TU Delft campus.
Het RPK is integraal als Bijlage 1 gevoegd bij deze plantoelichting. Voor de inhoud wordt hiernaar verwezen. Het RPK is een vertrekpunt voor de planuitwerking van Gele Scheikunde die verder vorm heeft gekregen aan de hand van gemeentelijke uitgangspunten en geldend gemeentelijk beleid.
2.2.2
Stedenbouwkundige uitwerking
De toekomstige situatie is uitgewerkt in een stedenbouwkundig DO in januari 2022 (Barcode Architects, Cepezed, Karres en Brands). Het DO is meegenomen in Bijlage 2.
Ruimtelijke structuur Het raamwerk openbare ruimte is gebaseerd op de structuur van het bouwcomplex Gele Scheikunde met een groene en parkachtige setting en het streven om het groen zoveel mogelijk naar binnen en rondom het gebied door te trekken, zodat de totale herontwikkeling een groen karakter krijgt. De wijk als geheel wordt omkaderd door een groene zoom, waarmee het aangezicht van de nieuwe
10
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde woonbuurt groen is. De Michiel de Ruyterweg krijgt de uitstraling van een stedelijke boulevard met bomen en functies in de plinten die het stedelijk leven activeren. Het plan is symmetrisch opgebouwd met de sterke horizontale structuur van woonstraten parallel aan de Julianalaan. De straten bieden toegang tot de woningen en verbinden de Michiel de Ruyterweg met het buurtpark. De straat in het midden krijgt een groene inrichting en ruime waterretentie. De verticale stegen zorgen voor de doorwaadbaarheid van het gebied. Deze stegen zijn opgebouwd met een minimaal profiel. Ten zuidenwesten van het Gele Scheikunde complex ligt het buurtpark. Dit wordt een centrale publieke ruimte voor jong en oud, waar aanleiding is voor verblijf en activiteit voor bewoners en omwonenden. Hier worden speeltoestellen, waterberging en parkweides ingericht. Het buurtpark wordt rondom de twee huidige dienstwoningen gerealiseerd. Het buurtpark heeft een oppervlakte van circa 4.800 vierkante meter. De dienstwoningen blijven behouden.
Figuur 2.7: Impressie van de ruimtelijke hoofdstructuur. Bron: Gele Scheikunde CV d.d. 2022.
Transformatiegedeelte Het hart van de wijk is het getransformeerde gebouw van Gele Scheikunde, dat herbestemd wordt tot woningen en een Grand Café. Deze route brengt een bezoeker via het café naar binnentuinen richting het plein, dat centraal in de groene as zit. Het huidige Gele Scheikunde gebouw aan de Julianalaan vormt met zijn rijke historie, bijzondere stedenbouwkundige opzet en kenmerkende architectuur de drager van het gebied, waarmee een levendig woongebied met een eigen identiteit wordt gecreëerd. Dit complex zal zo veel mogelijk hergebruikt worden. De voormalige aula wordt getransformeerd naar een Grand Café met binnentuin. Via de semi-openbare verbinding die door het bestaande gebouw loopt komt men uit bij het buurtplein die als woonkamer van de wijk kan functioneren. Op de twee vleugels van het Gele Scheikunde gebouw wordt een extra verdieping gebouwd waar woningen gerealiseerd kunnen worden en tevens ook een dakterras. 11
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Nieuwbouw Aan de achterzijde van het Gele Scheikunde complex wordt een mix van 3- en 4-laags grondgebonden rijwoningen gerealiseerd. Deze woontypologie is kenmerkend voor de binnenstad van Delft en toepasselijk voor dit gebied. De woningen zullen gezamenlijk gebruik maken van collectieve tuinen, waarbij iedere woning wel beschikking heeft tot een eigen privé terras. Aan de Michiel de Ruyterweg zijn drie woontorens gepland die in schaal en grootte de schakel vormen tussen de kleinschaligheid van de binnenstad en de grootschaligheid van de TU-wijk. Deze torens kennen in de plint maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Bovenop een deel van deze woontorens worden daktuinen aangelegd.
Figuur 2.8a: Impressie bebouwing het plangebied. Bron: Stedenbouwkundig DO d.d. 2022 Gele Scheikunde.
Wijzigingen aan Blok B en C In samenspraak met de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) zijn er in 2023 wijzigingen doorgevoerd t.o.v. het stedenbouwkundig DO uit 2022 aan Blok B en C aan de Michiel de Ruyterweg. De nieuwe opzet is weergegeven in onderstaand figuur. Met name de structuur van Blok C is aangepast, deze bestaat nu uit twee delen met een eigen bouwhoogte, voorheen waren dit drie hoogteaccenten.
12
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Figuur 2.8b: Opzet van Blok B en C na afstemming met de AOK in 2023. Bron: Gele Scheikunde CV.
Aansluiting bij internationale school Op het naastgelegen perceel (zie figuur 2.9) bestaat het voornemen om een internationale school te realiseren voor circa 440 leerlingen. Bij de stedenbouwkundige invulling van Gele Scheikunde wordt rekening gehouden met de nieuwe gebouwen van de school. Voor de internationale school is separaat een nieuw bestemmingsplan opgesteld dat inmiddels onherroepelijk is.
13
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Figuur 2.9: Overzicht globaal plangebied internationale school (rood) en plangebied Gele Scheikunde (blauw)
Figuur 2.10a: Impressie van de toekomstige situatie bij de school Bron: Atelier Pro en Gemeente Delft (2021).
14
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Figuur 2.10b: 3D Impressie van de buitenruimte IGVO met zicht op een poort aan achterzijde van het IGVO terrein, bezien vanuit de te realiseren fietsstraat die de IGVO locatie en Gele Scheikunde verbindt. Bron: Oase Landschapsarchitecten.
Figuur 2.11: Impressie van het toekomstige schoolgebouw. Bron: Atelier Pro en Gemeente Delft (2021). 2.2.3
Programma
Het plangebied beslaat een oppervlak van bijna drie hectare. Met het initiatief wordt een levendige woonbuurt gecreëerd met het toevoegen van 304 woningen. in het plangebied. Er worden vier bestaande woningen gesloopt. De twee bestaande portierswoningen blijven behouden, het totaal aan woningen in de toekomstige situatie is dus 306. De woningen worden gecombineerd met circa 3.900 m2 aan maatschappelijke en commerciële voorzieningen en een mix van kleinschalige bedrijvigheid in de plint. De wijk zal een gemengd woon-werkmilieu kennen voor zowel jongeren als ouderen. In de onderstaande tabel is de onderverdeling naar type woning te zien van de nieuwbouw en het programma van de voorzieningen. Tabel 2.1: Het woningprogramma van de voorgenomen ontwikkeling.
15
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Tabel 2.2: Het programma aan commerciële en maatschappelijke functies van de voorgenomen ontwikkeling.
2.2.4
Mobiliteit en parkeren
Lopen, fietsen en openbaar vervoer Conform het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 wordt er ingezet op een prominente rol voor lopen, fietsen en het openbaar vervoer binnen de gebiedsontwikkeling Gele Scheikunde. Het gebied ligt op een strategische locatie tussen het centrum van de stad en de campus van de TU. Daarbij bevindt zich aan de Michiel de Ruyterweg en tram- en bushalte. Deze eigenschappen zorgen ervoor dat Gele Scheikunde een aantrekkelijk plek wordt om te wonen en veel voorzieningen op loop- of fietsafstand te bereiken zijn. Ook is het gemakkelijk om het station Delft te bereiken en vanuit daar met de trein naar andere steden te reizen (bijv. voor werk of recreatie). De nieuwe buurt wordt autoluw ingericht, waarbij de woonstraten, indien mogelijk, worden ingericht als voetgangersgebied waar fietsen is toegestaan. Daarnaast komen er inpandige fietsenstallingen voor de bewoners om veilig de fiets te stallen.
16
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Figuur 2.12: Fietsrouting Gele Scheikunde. Bron: Stedenbouwkundig DO Gele Scheikunde.
Autoverkeer en deelmobiliteit Als gevolg van de gebiedsontwikkeling ontstaat er extra autoverkeer in de omgeving, met name van nieuwe bewoners met een (privé) auto. Door ligging en de beoogde doelgroep voor de woningen wordt echter ingezet op een lager autogebruik. Het parkeren dient op eigen terrein te worden opgelost en ter bescherming van de omgeving komen de nieuwe bewoners niet in aanmerking voor een parkeervergunning op straat. Voor bewoners zonder privéauto, maar die incidenteel toch een auto nodig hebben, zijn deelauto's beschikbaar.
Voor het autoparkeren is een ondergrondse parkeervoorziening voorzien onder het blok met grondgebonden woningen in het midden van het plangebied. Voor de ontsluiting van de parkeergarage waren in feite 3 varianten mogelijk om aan te sluiten op de bestaande wegenstructuur: 1. In- en uitrit naar de Michiel de Ruyterweg 2. In- en uitrit naar de Julianalaan 3. Inrit aan de Bernhardlaan en de uitrit bij de Julianalaan De keuze voor de ontsluiting van de parkeergarage is uiteindelijk gevallen op een rechtstreekse ontsluiting via de Michiel de Ruyterweg. Deze oplossing is in samenhang bekeken met het project voor de Michiel de Ruyterweg om de bereikbaarheid van de Zeeheldenbuurt te verbeteren en tegelijkertijd ook de fietsers op de Michiel de Ruyterweg beter te faciliteren. De fietser op de Michiel de Ruyterweg krijgt meer ruimte door een verbreding van het fietspad te realiseren. Daarnaast wordt het doorkruisen van het fietspad verbeterd door meer opstelruimte tussen het fietspad en de rijbaan te creëren bij de toegangswegen van de buurt (inclusief de nieuwe ontsluiting van de parkeergarage voor Gele Scheikunde). De fietser behoudt voorrang op het autoverkeer over de gehele route en kan zonder te stoppen doorfietsen. Tenslotte wordt met het toevoegen van bomen en groen tussen het fietspad en de rijbaan kwaliteit toegevoegd aan de openbare ruimte.
De verkeersafwikkeling en de keuze voor de ontsluiting van de parkeergarage is in meer detail beschreven in paragraaf 4.1.2
2.2.5
Groen en water
Bomen Op de locatie van de voormalige Gele Scheikunde faculteit zijn momenteel ruim 100 bomen aanwezig. Bomen van verschillende omvang en van verschillende kwaliteit. Voor de inpassing van bomen is een bomenbesparend plan opgesteld (zie Bijlage 3). Hier is een Boom Effect Analyse aan vooraf gegaan (zie Bijlage 4). Om de herontwikkeling mogelijk te maken dient een gedeelte van de bomen gekapt te worden (zie onderstaande figuren). Binnen de structuur van bestaande bomen is het niet mogelijk het programma, de stedelijke opzet en de parkeervoorzieningen - zoals vastgelegd in het ruimtelijk-programmatisch kader - te realiseren. Bij de herontwikkeling worden 47 bomen behouden en komen 9 bomen in aanmerking voor verplaatsing. Voor de bomen die niet behouden en niet verplant kunnen worden, worden nieuwe bomen aangeplant. Per boom die verwijderd wordt, worden drie nieuwe bomen geplant. In totaal worden circa 145 nieuwe bomen aangeplant in het gebied. Na de aanplanting staan er in het gebied in totaal circa 192 bomen, ongeveer 90 meer dan in de bestaande situatie. Naast het herplanten en toevoegen van bomen is er ook sprake van andere relevante verbeteringen in de groenstructuur van het gebied, namelijk: In de bestaande groenstrook langs de Julianalaan staan meer dan 20 bomen.
De groeiplaats waar de bomen in de huidige situatie in staan is te klein om bomen van deze grootte tot wasdom uit te
17
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde laten groeien. Om toekomstige problemen met de bomen te voorkomen gaat Gele Scheikunde proberen de huidige groeiplaats te verbeteren. De bestaande bestrating wordt verwijderd zodat er meer ruimte voor heesters ontstaat en daarnaast wordt hiermee de groeiplaats van meer dan 20 bomen aanzienlijk verbeterd. De Groene Kraag van het gebied wordt in stand gehouden en daar waar mogelijk versterkt. In de openbare ruimte binnen het plan wordt groen toegevoegd en is op veel plekken sprake van waterretentie en -infiltratie. Er worden in het park Wadi’s aangelegd. Deze wadi’s dienen als tijdelijke opslag en transport voor regenwater bij hevige pieken. Ze dragen ook bij aan de aantrekkelijkheid van de buurt en de ecologische waarde en voorkomen in warme zomers het ontstaan van hittestress.
Figuur 2.13: Te behouden en te kappen bomen Bron: Stedenbouwkundig DO 2022.
18
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Figuur 2.14: Boomstructuur in de toekomstige situatie. Bron: Stedenbouwkundig DO Gele Scheikunde 2022.
Waterstructuren De Gele Scheikundebuurt wordt een wateradaptieve buurt doordat het hemelwater wordt opgevangen, vertraagd en zo mogelijk direct op locatie wordt geïnfiltreerd in de bodem. Om dit mogelijk te maken worden er retentiedaken, wadi's en zoveel mogelijk openbaar groen aangelegd. Tevens worden bewoners gestimuleerd regentonnen aan te schaffen waarmee ook op eigen terrein water gebufferd, geïnfiltreerd en hergebruikt kan worden. Doordat het grondwaterpeil erg ondiep is worden er twee wadi's aangelegd, namelijk één in het woongebied en één in het park. Samen creëren deze wadi's ruimte om water te bufferen. De wadi’s worden met elkaar verbonden en tijdens piekbuien is een afvoer richting de watergang aan de Prins Bernhardlaan mogelijk. De polderdaken (daken en collectieve tuin) kunnen ook water bergen.
19
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Figuur 2.15: Waterberging en afvoer in plangebied: Bron: Stedenbouwkundig DO Gele Scheikunde 2022.
20
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijk
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. De visie geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. De NOVI heeft een dusdanig abstractieniveau dat er geen directe uitvoeringsprogramma's op het onderhavige bestemmingsplan van toepassing zijn. 3.1.2
uitgangspunten
of
AMvB Ruimte (Barro)
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening stelt het Rijk een aantal regels met betrekking tot de inhoud van bestemmingsplannen. De onderwerpen betreffen onder andere project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, gronden van defensie, grote rivieren en Waddenzee en waddengebied. Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen. Geen van de in het Barro genoemde onderwerpen hebben echter betrekking op onderhavig bestemmingsplan. 3.1.3
Bro (Ladder voor duurzame verstedelijking)
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte werd de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard gemotiveerd te worden met behulp van drie opeenvolgende treden. Deze treden borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkelingen wordt gekomen. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 van het Bro gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de regeling te vereenvoudigen, waarbij de effectiviteit van het instrument behouden moet blijven. Een onderzoek naar de behoefte heeft slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een functie of dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Concreet betekent dit dat met betrekking tot de (economische) behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of economische gevolgen van die vestiging ruimtelijke effecten (bijv. leegstand) relevant zijn. Artikel 3.1.6.
lid 2 van het Bro luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Dat betekent: eerst bepalen of een nieuwe ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft, vervolgens kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, daarna analyseren of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en tot slot afwegen of de ontwikkeling negatieve ruimtelijke gevolgen tot gevolg kan hebben. In paragraaf 4.14 wordt getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
21
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
3.2
Provincie
3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
In de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie d.d. 1 april 2023 is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving op visieniveau samengevoegd. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. Richtinggevende ambities In de Omgevingsvisie zijn de volgende zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. Naar een klimaatbestendige delta Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. 2. Naar een nieuwe economie: the next level De stap naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. 3. Naar een levendige meerkernige metropool De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd. Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied.
In dit gebied wordt ingezet op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. 4. Energievernieuwing Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. 5. Best bereikbare provincie De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra. Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzamen. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water. 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Beleidsopgaven Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Daarnaast wordt vanuit twaalf samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld.
Hieronder zijn de voor onderhavig project relevante beleidsopgaven nader toegelicht, te weten het behouden en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, de energietransitie in de gebouwde omgeving en stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied. 1. Behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten,
22
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: 1. De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. 2. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. 3. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen.
Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
23
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde
Figuur 3.1 Soorten ruimtelijke ontwikkelingen. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Ontwikkeling in het licht van de beleidsopgave behouden en versterken ruimtelijke kwaliteit: De ontwikkeling omvat het realiseren van een woongebied combineerd met voorzieningen op een universiteitscomplex. Er wordt aansluiting gezocht met de gebiedsidentiteit, maar de bestaande structuur wordt aangepast. De ontwikkeling valt dan ook in de categorie 'aanpassen'. In onderstaande is beoordeeld welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn op het plangebied en welke richtpunten bij een dergelijke inpassing horen.
Laag van de ondergrond Richtpunten ten behoeve van 'Bijzonder relief – oude stroomgordels en geulafzettingen': Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand; Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Richtpunten ten behoeve van 'Rivierdeltacomplex – jonge zeeklei': Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. De ontwikkeling sluit aan bij de huidige stedenbouwkundige patronen, dit is uitgewerkt in de beeldkwaliteitsparagraaf. De verwachte archeologische waarden zijn beschreven in paragraaf 4.11. Uit de archeologische onderzoeken volgt dat het plangebied kan worden vrijgegeven. In paragraaf 4.13 wordt beschreven hoe de ontwikkeling rekening houdt met het watersysteem. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Deze laag is niet van toepassing in het plangebied. Laag van de stedelijke occupatie Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Richtpunten betreffen: Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur.
Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een
24
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. De stedenbouwkundige opzet wordt aangesloten op de huidige landschappelijke patronen en structuren (zie ook de beeldkwaliteitsparagraaf). Laag van de beleving Richtpunten ten behoeve van 'fiets- en wandelroutes': Voorkomen van (nieuwe) obstakels en omwegen in het recreatief netwerk. Recreatieve voorzieningen worden zoveel mogelijk gekoppeld aan recreatieknooppunten in het recreatieve netwerk. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van het cultuurhistorisch erfgoed of andere recreatief interessante locaties.
Langs het plangebied loopt een fiets- en wandelroute. Deze wordt niet belemmert door het onderhavige bestemmingsplan. Beeldkwaliteitsparagraaf De onderhavige ontwikkeling omvat het transformeren van een universiteitscomplex naar een gebied met een gevarieerd woningaanbod in combinatie met diverse voorzieningen. Het plangebied is binnen de 'laag van stedelijke occupatie' gelegen in een 'stedelijk centrum gebied' binnen 'steden en dorpen'. Het nieuwe ontwerp voor Gele Scheikunde gaat uit van een overkoepelende visie waar alle verschillende onderdelen op een gepaste manier samenvallen tot één geheel. Zo wordt het mogelijk een levendige omgeving te realiseren van een hoogwaardige stedelijke en landschappelijke kwaliteit, met zijn eigen unieke karakter. Om deze visie kracht bij te zetten is het van essentieel belang ook in de architectuur samenhang te creëren, om het gebied van zijn eigen identiteit te voorzien, passend bij de locatie. Daarnaast wordt ingezet op een sterke groen- en waterstructuur. Stedenbouwkundig kent het plan drie gezichten. Grenzend aan de hoofdstraat Michiel de Ruyterweg zijn de hoogbouwaccenten gesitueerd die in schaal en grootte de schakel vormen tussen de kleinschaligheid van de binnenstad en de grootschaligheid van de TU-wijk.
Een groot deel wordt gevormd door een reeks grondgebonden rijwoningen in het centrale deel van het plan, een woontypologie kenmerkend voor de binnenstad van Delft en toepasselijk voor dit gebied. Tenslotte bevinden zich aan de Julianalaan de gebouwdelen die maximaal zijn ingezet op hergebruik, waar de rijke historie van het gebied en het bijzondere karakter van het oorspronkelijke pand het sterkst waarneembaar is. Door de architectuur en uitstraling van deze gebieden op elkaar af te stemmen ontstaat er een cohesie die de beeldkwaliteit van het hele gebied goed tot zijn recht laat komen. Met de nieuwe stedenbouwkundige opzet is ruimtelijke kwaliteit van de transformatie van het Gele Scheikunde Complex geborgd. Er wordt rekening gehouden met bestaande stedenbouwkundige patronen en hoogteaccenten in de omgeving (zie ook het stedenbouwkundig plan in Bijlage 2). De inpassing van cultuurhistorische waarden wordt verder behandeld in paragraaf 4.12).
2. Energietransitie in de gebouwde omgeving De provincie zet zich in voor energiebesparing en -opwekking in bestaand stedelijk gebied, zoals bij beheer en renovatie van woningen (verduurzaming voorraad), woningbouw en herstructurering van 25
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde bedrijventerreinen, kantorenlocaties en glastuinbouw. Middelen die hiervoor ingezet kunnen worden zijn: isoleren, aansluiten op een warmtenetwerk, cascaderen van lokale warmte, co-siting (bijeenbrengen en plannen van bedrijven met aansluitende warmtebehoeften) en efficiënter gebruik van energie. Nieuwbouwlocaties bieden de grootste kans om energie-efficiency te realiseren. In deze tijd is het ondenkbaar dat er niet energiezuinig of zelfs energieneutraal wordt gebouwd al dan niet in combinatie met een decentrale hernieuwbare energievoorziening. De provincie is een groot voorstander van aardgasloze wijken, zowel bij nieuwbouw als renovatie. In paragraaf 4.15 is beschreven welke ambities en uitgangspunten voor duurzaamheid, meer specifiek de energietransitie, zijn meegegeven.
3. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied De provincie wil bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), ofwel de bebouwde ruimte, beter benutten. De provincie verstaat daaronder: 'het bestaand stedenbouwkundig stelsel van bebouwing, met inbegrip van daartoe bouwrijp gemaakte terreinen, ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid (uitgezonderd glastuinbouw), detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Volgens de ladder voor duurzame verstedelijking moet de nieuwe stedelijke ontwikkeling primair plaatsvinden binnen het BSD. De ontwikkeling vindt plaats binnen het BSD. De ontwikkeling wordt in paragraaf 4.14 getoetst aan de Ladder. 3.2.2
Omgevingsprogramma Zuid-Holland
Het Omgevingsprogramma Zuid-Holland (geconsolideerde versie d.d. 1 april 2023) bevat de maatregelen waarmee Gedeputeerde Staten invulling geven aan de ambities en beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Het Omgevingsprogramma geeft bijvoorbeeld aan voor welke initiatieven subsidies worden verleend en aan welke provinciale wegen wordt gewerkt. Het Omgevingsprogramma is een overzicht van alle maatregelen inclusief de onderliggende activiteiten. Wat betreft het thema 'woningbouw' zijn in het programma diverse grootschalige woningbouwlocaties opgenomen waarvoor de provincie bestuurlijke afspraken heeft gemaakt met de betreffende gemeente over de locatie, kwaliteit, kwantiteit en tempo van de woningbouwopgave. Gele Scheikunde maakt hier geen onderdeel van uit. Andere thema's uit het Omgevingsprogramma zijn niet van toepassing op de onderhavige ontwikkeling. 3.2.3
Omgevingsverordening Zuid-Holland
De inhoud van de Omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de verordening van Provinciale Staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen die worden gesteld aan gemeentelijke bestemmingsplannen, met als doel het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Voor onderhavig bestemmingsplan wordt, vanwege de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan Gele Scheikunde voor 1 januari 2024, uitgegaan van de provinciale instructieregels, zoals opgenomen in de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Zuid-Holland d.d. 1 april 2023. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. 3.2.3.1 Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Op grond van het bepaalde in artikel 6.9 van de omgevingsverordening gelden de navolgende instructieregels voor Ruimtelijke kwaliteit:
26
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d.
6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. 8. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. 9.
Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9b, 6.9c of 6.9d. 10. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Kroonjuweel cultureel erfgoed, Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e,
27
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde 6.9f of 6.9g. 11. Transformatie is mogelijk in de beschermingscategorieën bedoeld in het negende en tiende lid voor de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur- en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties bedoeld in artikel 6.10. De voorwaarden als bedoeld in het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 12. Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting gecompenseerd. Gedeputeerde staten leggen de vereisten betreffende de aard en omvang van de compensatie en het moment waarop de compensatie gerealiseerd moet zijn, vast in een beleidsregel over de compensatie bij nieuwe ontwikkelingen. De motivering bij het bestemmingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie. Ontwikkeling bezien in het licht van artikel 6.9 betreffende ruimtelijke kwaliteit: In onderstaande is een verantwoording opgenomen ten aanzien van de bovenaangehaalde artikelleden van artikel 6.9 van de omgevingsverordening voor de ruimtelijke ontwikkeling van Gele Scheikunde: 1.
De ruimtelijke kwaliteit wordt geborgd door de ontwerp principes en uitgangspunten vanuit het Ruimtelijk-Programmatisch Kader (RPK), gemeentelijke uitgangspunten en geldend gemeentelijk beleid als vertrekpunt te hanteren voor de planuitwerking. Hierbij wordt mede rekening gehouden met het cultuurhistorisch onderzoek dat is gevoegd als Bijlage 17 bij de plantoelichting. Zie voor een uitgebreide beschrijving paragraaf 2.2. 2. In dit verband wordt verwezen naar paragraaf 3.2.1 van deze toelichting waarin is beoordeeld welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn op het plangebied en welke richtpunten bij de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling horen. Hierbij geldt als conclusie dat aan de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit wordt voldaan. 3. De realisatie van Gele Scheikunde is aan te merken als een ontwikkeling die valt in de categorie 'inpassen'. In paragraaf 3.2.1 is in dit verband beoordeeld welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn op het plangebied en welke richtpunten bij een dergelijke aanpassing horen. Een en ander wordt in deze paragraaf als herhaald en ingelast beschouwd. 4. De ontwikkeling valt onder de categorie inpassen. Voor de locatiekeuze wordt verwezen naar Bijlage 1 en Bijlage 2 bij de plantoelichting. Bij lid 2 en 3 is de toetsing aan de richtpunten reeds aangehaald. 5.
De realisatie van Gele Scheikunde is aan te merken als een ontwikkeling die valt in de categorie inpassen. Zie hiervoor de toetsing bij het eerste lid. 6. Het zesde lid is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. 7. De realisatie van Gele Scheikunde is aan te merken als een ontwikkeling die valt in de categorie inpassen. Zie hiervoor de toetsing bij het eerste lid. 8. Het achtste lid is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. 9. Idem. 10. Idem. 11. Idem. 12. Idem. 3.2.3.2 Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt
28
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Ontwikkeling van Gele Scheikunde bezien in het licht van artikel 6.10 De ontwikkeling betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. De ontwikkeling wordt in paragraaf 4.14 getoetst aan de Ladder. 3.2.3.3 Artikel 6.10c Parkeernorm stationsomgevingen 1.
Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe woningen in een stationsomgeving, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd op kaart 22 in bijlage II, hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per woning. 2. In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Ontwikkeling van Gele Scheikunde bezien in het licht van artikel 6.10c In onderstaande is een verantwoording opgenomen ten aanzien van de bovenaangehaalde artikelleden van artikel 6.10c van de omgevingsverordening voor de ruimtelijke ontwikkeling van Gele Scheikunde: 1. Het bestemmingsplan Gele Scheikunde is gelegen binnen de begrenzing van een stationsomgeving, zoals geometrisch vastgelegd op themakaart 22 van de omgevingsverordening. Voor de parkeernorm wordt gebruik gemaakt van de in lid 2 benoemde afwijkingsregel. 2. Voor de ontwikkeling van Gele Scheikunde wordt voorzien in de benodigde parkeerplaatsen in lijn met de regeling als opgenomen in het paraplu bestemmingsplan voor parkeren welke regeling in onderhavig bestemmingsplan één op één is overgenomen. Dit betreft op de lokale situatie afgestemde regels voor parkeren als bedoeld in dit artikellid.
3.2.3.4 Artikel 6.10d Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Ontwikkeling van Gele Scheikunde bezien in het licht van artikel 6.10d In paragraaf 4.1 van deze toelichting is nader ingegaan op het aspect verkeer en parkeren. Hier wordt integraal naar verwezen. 3.2.3.5 Artikel 6.27a Klimaatverandering In artikel 6.27a van de omgevingsverordening staat dat er rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. b. c. d.
wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte
alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Ontwikkeling van Gele Scheikunde bezien in het licht van artikel 6.27a Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en
29
vastgesteld bestemmingsplan Gele Scheikunde beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. Door klimaatverandering wordt het in Nederland, warmer, natter en droger. Dit heeft invloed op onze leefomgeving. Zo ervaren we steeds vaker hittestress, droogte en wateroverlast door heftige regenbuien. Daarnaast neemt de kans op overstromingen toe. In de paragrafen 4.13 en 4.16 is een projectspecifieke toelichting gegeven op de gevolgen van de ruimtelijke ontwikkeling op klimaatverandering. Hieruit blijkt dat met dit plan rekening is gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering op genoemde aspecten.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionaal Structuurplan Haaglanden
Het Regionaal Structuurplan Haaglanden (RSP) is op 16 april 2008 vastgesteld door het stadsgewest Haaglanden. Het plan geeft de regionale visie weer op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio Haaglanden tot 2020 met een doorkijk naar 2030. Haaglanden kiest in het RSP voor een beperkte uitbreiding van het stedelijk gebied. De nadruk ligt op de binnenstedelijke opgave. Verdere verstedelijking gaat namelijk ten koste van het "Goud van Haaglanden", zoals de groene kwaliteiten worden aangeduid. Uitbreiding van de woningvoorraad moet zoveel mogelijk plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied en er moet dus gezocht worden naar verdichtingsmogelijkheden. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. De bouw van circa 300 extra woningen op deze binnenstedelijke locatie sluit aan op de doelstellingen beschreven in het structuurplan. 3.3.2
Regionale woonvisie
De gemeenten in Haaglanden werken al jaren samen op woningbouwgebied. Vanuit de provincie Zuid-Holland wordt een regionale woonvisie en bijbehorend programma aangemoedigd. Gemeenten bepalen in zo'n regionale woonvisie de gewenste gezamenlijke ontwikkelrichting voor woningbouw en de woonkwaliteiten. De regio’s geven in hun regionale woonvisies onder andere inzicht in de wijze waarop zij omgaan met de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouw in relatie tot de marktopname, de wijze waarop vraag en aanbod van woonmilieus in balans wordt gebracht, de aanpak van het beheer van de sociale voorraad in relatie tot de doelgroep en de prioritering van plannen rond halten van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV). In Haaglanden wordt conform provinciale ramingen verwacht dat er zo'n 65.000 tot 80.000 woningen nodig zijn tot 2030 (WBR2019 resp. WBR2021). De regio heeft als ambitie er circa 80.000 toe te voegen. Delft wil er daar circa 15.000 van realiseren. Met de invulling van dit bod wil de gemeente de balans in de Delftse woningvoorraad verbeteren. De woningbouw binnen Gele Scheikunde draagt bij aan de woningbouwambities van de gemeente en is in lijn met de regionale woonvisie.
3.4
Gemeente
3.4.1
Omgevingsvisie Delft 2040
De gemeenteraad van Delft heeft op 15 juli 2021 de Omgevingsvisie Delft 2040 vastgesteld. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van de leefomgeving en loopt vooruit op de Omgevingswet. Binnen het huidige wettelijke stelsel vervangt de omgevingsvisie de Stadsvisie en de Ruimtelijke Structuurvisie Delft 2030. De kwaliteiten die van Delft een aantrekkelijke stad maken behouden we door ze verder te verrijken en te versterken. De Delftse kernwaarden zijn: historie, technologie, innovatie, creativiteit en de verbonden stad. Het Delftse erfgoed (oud en nieuw) speelt een grote rol in de aantrekkelijkheid, identiteit en het vestigingsklimaat van de stad. Delft voorziet tot 2040 in een groei van 10.000 banen. Delft maakt gebruik van de substantiële kansen van kennisintensieve bedrijven en van een kennisgedreven en ambachtelijke ‘maakindustrie’. Deze nieuwe maakindustrie biedt arbeidskansen voor een brede doelgroep in Delft en de regio. Het feit dat in Delft technisch onderwijs op mbo, hbo en academisch niveau aanwezig is maakt Delft uniek en versterkt de kansen van het Delftse bedrijfsleven. Delft koestert de huidige bedrijven, kleinschalige 30