DRK-Rapport Duurzame participatie
Tekst van het document
Norm 1. De raad heeft heldere afspraken gemaakt met het college over informatievoorziening. De raad heeft met het college afspraken gemaakt over de vorm (halfjaarrapportage) en frequentie (tweemaal per jaar) van de informatievoorziening. De raad heeft daarbij geen afspraken gemaakt over de inhoud van de rapportages. Ook is te zien dat de raad niet expliciet vraagt om informatie omtrent de doelrealisatie of de impact van projecten op de doelrealisatie. Daarmee is aan de eerste norm gedeeltelijk voldaan. Norm 2. De raad wordt conform gemaakte afspraken door het college geïnformeerd en de raad stuurt proactief op een goede informatievoorziening. De afspraken die de raad met het college heeft gemaakt zijn gericht op vorm en frequentie. Aan deze vorm en frequentie wordt door het college voldaan. Aanvullend wordt de 54
raad via de raadswerkgroep Energietransitie geïnformeerd. De informatievoorziening is daarmee conform afspraak. Het is nog niet breed te zien dat de raad expliciet de informatiebehoefte duidelijk maakt richting het college, los van het verzoek om de checklist. Bijvoorbeeld door aanvullende informatievragen te stellen of informatie op te vragen in een andere vorm. De routekaart die wordt ontwikkeld - mede als informatiedocument - komt niet voort uit een specifieke vraag vanuit de raad. De raad stuurt beperkt proactief op een goede informatievoorziening. Al komt uit de raadsessie wel het beeld naar voren dat de raad de informatievoorziening anders wil inrichten. Ook komt het beeld naar voren dat de huidige informatievoorziening voor raadsleden niet voldoende is om te sturen. Met de kanttekening daarbij dat de energietransitie per definitie een complexe opgave is om op te kunnen sturen. De raad wordt conform afspraak geïnformeerd, maar de raad stuurt op dit moment beperkt proactief op de informatievoorziening. Daarmee is aan de tweede norm gedeeltelijk voldaan. Norm 3. De informatie geeft de raad voldoende handvatten om bij te sturen en de raad maakt proactief gebruik van deze handvatten. Door het ontbreken van heldere afspraken over de inhoud van de informatievoorziening, is de informatie tot nu toe vooral gericht op de uitvoerende kant, de status van projecten.
Dit is niet per se de informatie die de raad nodig heeft om strategisch te kunnen sturen; dat zit meer rondom doelrealisatie en impact van doelen en de keuzes die de raad op basis van de informatie te maken heeft. Wel is te zien dat in de raadswerkgroep wordt gesproken over de uitvoering, de doelrealisatie en de knelpunten. Ook op regionaal niveau, waar de raad zich via een motie uitspreekt over de doelrealisatie in de RES. Daarmee is aan de derde norm gedeeltelijk voldaan. De routekaart en de op te stellen monitor stellen de raad de komende tijd wel beter in staat om te sturen en het strategische gesprek te voeren met het college over de transitie. Kanttekening daarbij is dat raadsleden goed in beeld dienen te hebben welke doelen worden nagestreefd en op welke doelen het college dus kan worden aangesproken. Het gesprek over de verouderde en niet formeel vastgestelde doelen uit de nota van 2013 is niet gevoerd met de raad. Dat doet af aan de mate waarin de raad goed bij kan sturen.
55
Onderzoeksresultaten deel II Dragen de opzet en de uitvoering van participatie bij aan een betere planvorming, uitvoering en doelrealisatie?
56
5.
Opzet van participatie
In dit hoofdstuk wordt de opzet van de participatie beschreven (§5.1). Vervolgens wordt de opzet van het beleid geanalyseerd (§5.2) en vindt de toetsing aan de normen plaats (§5.3). 5.1.
Hoe is participatie opgezet?
5.1.1. Doelen en aanpak Gemeentebrede aanpak participatie Voor de totstandkoming van het warmteplan is gebruikgemaakt van de participatieaanpak Delfts Doen. Deze aanpak is gemeentebreed en domeinoverstijgend. De aanpak is eerder toegepast bij het opstellen van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervangt de aanpak bestaande regelingen en verordeningen voor participatie en inspraak. De aanpak Delfts Doen bestaat uit negen spelregels; deze gaan over bijvoorbeeld het maken van afspraken over participatie, het in beeld brengen van stakeholders en het vastleggen van alle acties en de resultaten ervan. In juni 2021 is het toepassen van deze aanpak vastgelegd in de nota Participatie in Delft 2022.30 Participatie bij het warmteplan In het plan van aanpak om te komen tot het warmteplan is opgenomen dat het warmteplan samen met externe partners en inwoners wordt opgesteld - in lijn met de aanpak van Delfts Doen.31 Om tot het warmteplan te komen, zijn vooraf drie (digitale; in verband met corona) bijeenkomsten georganiseerd met inwoners. Het doel van de participatie was om uitgangspunten en acties op te stellen die de basis vormen voor het warmteplan. Het warmteplan kent de volgende uitgangspunten, die voortvloeien uit de spelregels van Delfts Doen: 1. Bij het opstellen van het warmteplan worden partijen uit de stad actief betrokken. 2.
De gemeente maakt informatie actief bekend en breed toegankelijk. 3. De gemeente biedt al voor 2021 een helder handelingsperspectief en draagt dit uit: nu isoleren en het treffen van 'no-regret'-maatregelen. 4. De gemeente heeft een regierol en ondersteunt lokaal initiatief. 5. Aardgasvrij moet voor iedereen betaalbaar zijn. 6. Een aardgasvrije stad mag niet leiden tot een grotere welvaartsongelijkheid. 7. De alternatieven voor aardgas moeten betrouwbaar en veilig zijn en bijdragen aan duurzaamheid in brede zin. 8. Energiemaatregelen worden afgewogen tegen andere beleidsdoelen.
30 31
Nota Participatie in Delft 2022, 8 juni 2021. Plan van aanpak Warmteplan 2021, 12 maart 2019.
57
De volgende werkwijze is gehanteerd: - 1e bijeenkomst: deze bijeenkomst was gericht op het verzamelen van zoveel mogelijk ideeën, wensen, verwachtingen en zorgen van inwoners. - 2e bijeenkomst: deze bijeenkomst was gericht op het clusteren en samenvatten van de ideeën uit de eerste bijeenkomsten. Daarbij is aan inwoners gevraagd welke punten zij het belangrijkst vinden. Aan de eerste twee bijeenkomsten hebben in totaal 249 mensen deelgenomen. - 3e bijeenkomst: deze bijeenkomst was gericht op het toetsen van de uitkomsten uit de eerste twee bijeenkomsten en de enquête. Aan deze bijeenkomst hebben 132 mensen deelgenomen. Naast de deelnemers aan de bijeenkomsten hebben in totaal bijna 5.000 mensen digitaal (een deel van) de bijeenkomst gevolgd. De deelnemers konden zich aanmelden of inlopen bij de bijeenkomsten. Aanvullend op de participatiebijeenkomsten zijn de volgende instrumenten ingezet: - Er is een klankbordgroep32 ingesteld om te toetsen of er draagvlak is voor de keuzes, gemaakt in het warmteplan. Ook heeft de klankbordgroep geadviseerd op de inhoud van het plan en het participatieproces. Met de inwoners en ondernemers in de klankbordgroep is getoetst of het plan voldoet aan de acht uitgangspunten (zie hierboven).
- Via de website Delft aardgasvrij, sandwichborden in de stad, een artikel in Delft op Zondag en het Delft Internet Panel is een enquête uitgezet onder inwoners over bewustwording van het energieverbruik en bekendheid over de energietransitie. - Het plan is gepresenteerd aan en besproken met het bedrijvennetwerk Delft Energie Neutraal 2050. - Er zijn drie digitale stadsgesprekken gevoerd over de resultaten van de eerste fase van de totstandkoming van het plan en de prioritering van de wijken. - Meer institutionele, professionele partijen hebben in een projectgroep meegedacht over de kaders van het onderzoek, het proces en de vormgeving van de uitkomsten. Daarnaast leverden deze stakeholders relevante gegevens ten behoeve van de planvorming. Met de stakeholders zijn de uitgangspunten afgestemd, bijvoorbeeld voor de buurtpriortering. Het warmteplan bevat niet alleen kaders voor de warmtetransitie, maar maakt ook een eerste prioritering voor de uitvoering (welke buurten starten voor 2030 met het proces om aardgasvrij te worden). De volgende figuur is aan de hand van de informatie uit het warmteplan opgesteld, en laat zien welke warmte-opties worden verwacht per buurt en op welke termijn.33
32
Bestaande uit huurdersorganisaties, wijk- en buurtverenigingen, bedrijven- en ondernemersnetwerken en Platform Energietransitie Delft, aangevuld met inwoners op persoonlijke titel. 33 Wat is uw mogelijke warmte-aansluiting in de toekomst? https://delft.maps.arcgis.com/apps/Embed/index.html?webmap=154ab02610db4a6bb4bc5556e575a328&zo om=true&previewImage=false&scale=true&search=true&searchextent=true&details=true&legend=true&di sable_scroll=false&legend=true&show_panel=true&active_panel=details&home=true
58
Figuur 16. Prioritering warmteoplossingen De overgang naar aardgasvrije warmte wordt vormgegeven met warmteuitvoeringsplannen. Onder regie van de gemeente wordt samen met een buurt in een participatieproces het warmte-uitvoeringsplan opgesteld. Op 6 september 2022 heeft het college de Multatulibuurt gekozen als eerste buurt om hiermee aan de slag te gaan. Het college wil behoeften in de buurt integraal oppakken. Daarom verloopt het traject parallel aan de vervanging van de riolering en openbare ruimte. Ook wordt het traject gekoppeld aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid voor Delft West. In de nota wordt aangegeven dat deze keuze is gebaseerd op een stadsanalyse, gericht op ‘zachte’ factoren en technische inzichten uit het warmteplan.34 Aangegeven wordt dat de corporaties en energiecoöperatie Deelstroom in meerdere workshops hebben bijgedragen aan het in kaart brengen van inwonersinitiatieven in de stad en de potentie voor samenwerking vanuit inwoners voor de energietransitie. De studentenambassadeur en diverse inwoners, huurders- en belangenverenigingen hebben ook input geleverd voor de stadsanalyse. De ambtelijke organisatie geeft aan dat, bij het opstellen van het warmteplan, het opstellen van een buurtpaspoort voor alle kansrijke eerste buurten het uitgangspunt was.
Het doel van een buurtpaspoort is om sociale en fysieke kenmerken van de inwoners, bedrijven en andere organisaties in kaart te brengen. Daarmee wordt een eerste beeld verkregen van wat er mogelijk is in de buurt wat betreft de energietransitie. Aanvullend wordt inzichtelijk gemaakt wat daarbij de wensen zijn van partijen in de buurt. Na het warmteplan en de 34
Raadsinformatiebrief ‘keuze eerste buurt voor warmte uitvoeringsplan’, 6 september 2022.
59
stadsanalyse is echter besloten om het buurtpaspoort op te stellen ná de keuze voor de eerste buurt. Achtergrond bij deze keuze was dat er geen capaciteit en tijd beschikbaar waren om voor alle buurten een buurtpaspoort op te stellen, zeker gelet op de tijds- en capaciteitsinvestering die dit vraagt. De uitkomsten van het buurtpaspoort zijn daarom niet meegenomen in de keuze voor de eerste buurt. Participatie bij het warmte-uitvoeringsplan Multatulibuurt Na de keuze van het college voor de Multatulibuurt als eerste buurt in september 2022, is gestart met het opstellen van een buurtpaspoort.35 Het buurtpaspoort is vastgesteld in augustus 2023.36 Dit leidt tot de volgende infographics, over o.a. bezit en eigendom, waaruit zichtbaar wordt dat de Multatulibuurt een diverse buurt is met verscheidene vormen van bezit en eigendom:
Figuur 17. Eigendom, infographic buurtpaspoort Multatulibuurt
35 36
Raadsinformatiebrief ‘keuze eerste buurt voor warmte uitvoeringsplan’, 6 september 2022. Buurtpaspoort Multatulibuurt, augustus 2023.
60
Figuur 18. Bezit, infographic buurtpaspoort Multatulibuurt Na het afronden van het buurtpaspoort in augustus 2023, is gestart met de tweede fase van het WUP. De raad is in juli 2023 geïnformeerd over de aanpak van participatie in de Multatulibuurt.37 De participatie in de Multatulibuurt kent de volgende ambitie: de buurt verbeteren en verduurzamen met een integrale aanpak. De ambitie kent de twee aspecten: 1. Verbinding met opgaven rioolvervanging, herinrichting, leefbaarheid en veiligheid. 2. Verbeteringen die de buurt zelf aandraagt en deels zelf uitvoert. Uitgangspunten voor de participatie daarbij zijn: - De leefwereld van de inwoner staat centraal. - Laagdrempelig en gezamenlijk aanwezig in de buurt. - Participatie van bottom-up, aanjagen en ondersteunen van initiatieven. - Interne projectgroep met extra inzet van Buurtbinders en Delft voor Elkaar. In de presentatie is een aantal voorbeelden genoemd van participatiemethoden die worden gehanteerd in de Multatulibuurt: - Gezamenlijke communicatie via flyers en website. - Tweewekelijkse aanwezigheid in het buurthuis. - Ondersteunen van eerste initiatieven. - Karavaan na de zomer, gezamenlijk met woningcorporaties, over o.a.
schetsontwerp rioolvervanging en planvorming herinrichting.38 In juni 2023 zijn ook huis-aan-huisgesprekken met eigenaren gevoerd om inwoners mee te laten denken over het proces en om hen goed aan te haken. Zo zijn inwoners geïnformeerd over warmteopties en besparingsmogelijkheden, samen met energiehulpen. Inwoners
37 38
Presentatie participatie bij warmte uitvoeringsplannen in raadswerkgroep, juli 2023. Met ‘karavaan’ wordt bedoeld dat men door de wijk trekt om mensen te informeren.
61
konden daarbij de voorkeursopties voor warmte aandragen. De gemeente werkte deze vervolgens uit, inclusief de ruimtelijke, juridische, technische en financiële implicaties. In de aanpak wordt aangegeven dat het proces duidelijkheid vraagt over de concrete uitwerking van ambities en welk orgaan op welk moment een besluit neemt. Daarbij zijn eerlijkheid en transparantie het uitgangspunt. Ook wordt erkend dat bovenstaande aanpak niet voor elke buurt passend is, doordat er bijvoorbeeld al een duidelijke warmte-oplossing is of omdat andere opgaven in een buurt minder urgent zijn en daarom om minder intensieve participatie vragen. 5.1.2. Afspraken met de raad De gemeenteraad is tussentijds op de hoogte gehouden van het proces middels het toezenden en presenteren van een aantal stukken. Zo zijn de resultaten van het participatieproces en de aanpak voor de totstandkoming van het warmteplan met de gemeenteraad gedeeld. Vervolgens is de raadswerkgroep Energietransitie geïnformeerd over het doorlopen van de volgende twee stappen in het proces: 1) het bepalen van alternatieve warmtevoorzieningen per buurt en 2) het prioriteren van buurten voor de aanpak. Vervolgens zijn het ontwerp warmteplan en het definitieve warmteplan aan de raad voorgelegd.
Het definitieve warmteplan is door de raad vastgesteld.39 In de aanpak van het warmte-uitvoeringsplan Multatulibuurt zijn geen afspraken gemaakt met de raad over zijn betrokkenheid bij het participatieproces. Het warmte-uitvoeringsplan wordt - na afronding - vastgesteld door het college, zo geeft de ambtelijke organisatie aan. Hoewel er geen aparte afspraken zijn gemaakt over de betrokkenheid van de raad, geeft de ambtelijke organisatie aan dat de raad – via de raadswerkgroep – wel regelmatig wordt geïnformeerd over de voortgang. In een eerdere fase zijn ook de Delfts Doen-participatieaanpak en de nota Participatie vastgesteld door de raad.4041 In de nota is opgenomen dat de gemeenteraad de kaderstellende, controlerende en besluitvormende rol heeft. Daarbij moeten de uitkomsten van het participatieproces een plek krijgen in de besluitvorming. De gemeenteraad kan verder bepalen bij welke initiatieven participatieproces doorlopen moet worden. 5.2. Analyse Opzet van participatie De gemeente heeft een participatieaanpak die elke paar jaar wordt geëvalueerd. De Delfts Doen-aanpak geeft duidelijke spelregels om de aanpak vorm te geven. De aanpak geeft heldere richtlijnen voor het informeren van inwoners en stakeholders over de resultaten van participatie.
Zo is bij de totstandkoming van het warmteplan te zien dat er een apart verslag wordt opgenomen met de resultaten van de participatie. Ook is helder beschreven dat de
39
Raadsbesluit vaststellen warmteplan Delft 2021, 16 december 2021. Raadsvoorstel Delftse Participatie Aanpak (Delfts Doen), 1 juni 2017. 41 Nota Participatie in Delft 2022, 8 juni 2021. 40
62
besluitvormende rol van de raad behouden blijft. Deze punten zijn ook gedeeld met participanten bij de start van het traject. Dat er een duidelijke aanpak is, betekent niet dat deze altijd passend is. In de Multatulibuurt heeft de gemeente te maken met een diverse buurt wat betreft eigendom en bezit en wat betreft soorten woningen (complexen of grondgebonden). Ook is er nog geen duidelijke warmteoplossing in de buurt. In de aanpak van de participatie in de Multatulibuurt is bijvoorbeeld te zien dat de aanpak al doende meer is ontwikkeld. In de interviews wordt aangegeven dat er samen met de externe partijen en sociale organisaties een aanpak is ontwikkeld voor het betrekken van de verschillende doelgroepen. In de aanpak voor de Multatulibuurt wordt dan ook niet gerefereerd aan de ‘Delfts Doen’aanpak. De aanpak kent niet veel elementen uit deze aanpak. Een aanpak als Delfts Doen is meer in lijn met projecten in de openbare ruimte en met de implementatie van de nieuwe Omgevingswet. Deze projecten kennen namelijk vaak één initiatiefnemer, met een concreet plan dat kan worden voorgelegd. De aanpak van Delfts Doen is - ondanks de helderheid en duidelijke spelregels - daarom niet meteen passend voor een proces als het komen tot een warmte-uitvoeringsplan, waarbij meerdere initiatiefnemers betrokken zijn en er nog geen plan voorligt waarop inwoners kunnen reageren.
Het is dan ook logisch dat een voorgeschreven aanpak als Delfts Doen niet strak wordt gehanteerd. Participatiebeleid in ontwikkeling De gemeente heeft dus een duidelijke leidraad voor participatie, maar loopt er tegenaan dat deze leidraad niet passend is voor de opgave waar de gemeente voor staat. In de interviews geven ambtelijk betrokkenen dan ook aan dat richting het opstellen van het warmte-uitvoeringsplan het besef is ontstaan dat er een andere aanpak nodig is dan de standaard participatieaanpak van ophalen en terugkoppelen. Mede omdat inwoners zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvoering. In plaats daarvan is een participatieaanpak nodig die goed past bij de energietransitie; met zijn lange adem, complexiteit, koppeling met andere opgaven en diversiteit aan betrokken stakeholders. Hierover wordt binnen de ambtelijke organisatie reeds nagedacht. Uit de interviews komt naar voren dat binnen het directeurenteam de opgave is belegd om na te denken over een zogenoemd ‘participatielandschap’. Een landschap waarin verschillende methoden en aanpakken zijn opgenomen voor het organiseren van participatie bij transities. Dit moet de komende jaren vorm gaan krijgen en vertaald worden naar specifieke transities en opgaven binnen de gemeenten. De lessen die de gemeente de komende tijd opdoet uit de participatie in de Multatulibuurt, kunnen hierin een plek krijgen.
Lessen die nu al worden aangedragen zijn bijvoorbeeld het belang van toegankelijkheid en transparantie voor een succesvolle participatie. Aandachtspunt hierbij is het organiseren van integraliteit in je participatieaanpak. In de interviews wordt aangegeven dat er binnen de ambtelijke organisatie nogal snel naar het team Energietransitie wordt gekeken als het gaat om participatie. De andere domeinen zijn vooral aangehaakt als dat nodig is, maar zitten niet structureel aan tafel. Bij de Multatulibuurt is dit door het integrale karakter van de aanpak wel het geval.
63
Brede aanhang vanuit de organisatie voor alle buurten is wel van belang, omdat de energietransitie ook op de andere domeinen van invloed is en omdat je in wijken te maken kan hebben met koppelkansen met andere programma’s en opgaven in andere domeinen. Uit de ambtelijke interviews komt naar voren dat het de verwachting is dat de nieuwe werkwijze met opgaveregie gaat helpen om nog beter integraal - over de domeinen heen samen te werken, maar dit is nog in ontwikkeling. 5.3. Toetsing aan het normenkader Groen Aan de norm wordt volledig of grotendeels voldaan. Oranje Aan de norm wordt gedeeltelijk voldaan. Rood Aan de norm wordt niet of nauwelijks voldaan. Aspect
Norm
Opzet participatie
1. De doelen en de aanpak van participatie zijn helder en concreet uitgewerkt. 2. Met de raad zijn duidelijke afspraken gemaakt over de rol van de raad bij de participatie. 3. Het is voor participanten duidelijk hoe de gemeente participatie wil aanpakken, wat het doel is en wat er met de input gedaan wordt.
Norm 1. De doelen en de aanpak van participatie zijn helder en concreet uitgewerkt. De doelen en de aanpak zijn vastgelegd in het plan van aanpak voor het warmteplan en het plan van aanpak voor de Multatulibuurt. Dit zijn heldere en concrete maatregelen en uitgangspunten, deels voortkomend uit de Delfts Doen-aanpak; een concrete participatieaanpak. Daarmee is aan de eerste norm volledig voldaan. De Delfts Doenaanpak komt minder duidelijk terug bij de Multatulibuurt - aangezien deze aanpak meer is gericht op omgevingsplannen - maar de aanpak is ook hier voldoende helder en concreet. Norm 2. Met de raad zijn duidelijke afspraken gemaakt over de rol van de raad bij de participatie. Voor het warmteplan is de Delfts Doen-aanpak gehanteerd met als uitgangspunt dat de rol van de raad onveranderd blijft. De raad blijft te allen tijde besluitvormend orgaan; dit is een duidelijke afspraak. Voor de Multatulibuurt heeft de raad een minder expliciete rol omdat dit vooral de uitvoering betreft van de bestaande kaders. Het is een collegebevoegdheid; ook dit is een duidelijke afspraak. Daarmee is aan de tweede norm volledig voldaan. Norm 3. Het is voor participanten duidelijk hoe de gemeente participatie wil aanpakken, wat het doel is en wat er met de input gedaan wordt. De aanpak van participatie voor het warmteplan is gepresenteerd en toegelicht aan de participanten.
Ook het doel en de wijze waarop de input wordt meegenomen zijn toegelicht. Daarmee is aan de derde norm volledig voldaan. Een aantal participanten is wel minder enthousiast over de daadwerkelijke uitvoering van de participatie; in het volgende hoofdstuk wordt hier verder op ingegaan.
64
6.
Uitvoering van participatie
In het vorige hoofdstuk is ingegaan op de opzet van participatie bij het warmteplan en de WUP, en de relatie met de Delfts Doen-aanpak. In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de wijze waarop de participatie daadwerkelijk is uitgevoerd en hoe participanten hierop terugkijken. In dit hoofdstuk wordt de uitvoering van participatie beschreven (§6.1). Vervolgens wordt de uitvoering van het beleid geanalyseerd (§6.2) en vindt de toetsing aan de normen plaats (§6.3). 6.1. Hoe is de participatie uitgevoerd? De aanpak voor het warmteplan en het warmte-uitvoeringsplan in de Multatulibuurt is (grotendeels) uitgevoerd zoals beoogd. Voor het warmteplan zijn bijeenkomsten georganiseerd en is een survey uitgezet onder inwoners van Delft. De resultaten van de participatie zijn gevat in het eindverslag dat bij het conceptwarmteplan is opgeleverd. In de aanpak voor de participatie bij het warmte-uitvoeringsplan is oorspronkelijk beoogd om aan de hand van de resultaten buurtpaspoorten op te stellen. Dit, in combinatie met de uitkomsten van de stadsanalyse, zou vervolgens moeten leiden tot de keuze voor de eerste buurt. Zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, heeft de gemeente er in de loop van het proces voor gekozen om eerst de buurt te kiezen, waarna vervolgens een buurtpaspoort is opgesteld. Dit, gelet op de verwachte benodigde capaciteit om het buurtpaspoort op te stellen.
Met het opstellen van het warmte-uitvoeringsplan voor de Multatulibuurt is nu gestart. Het proces bevindt zich nog vooral in de informatiefase: bij inwoners langsgaan om mensen te informeren over de transitie en de verschillende warmteoplossingen. Denk aan informatie over kosten, planning of mogelijkheden voor warmteoplossingen. Ook wordt in deze fase ingezet op het informeren over de plannen die worden opgesteld voor de vernieuwing van de riolering, via een karavaan. De ambtelijke organisatie geeft aan dat hiervoor capaciteit wordt ingezet, en dat deze fase veel capaciteit vraagt van de organisatie. De ambtelijke organisatie van de gemeente is niet de enige partij die inwoners informeert over de transitie. Ook externe stakeholders als woningcorporaties, energieleveranciers, inwonersverenigingen- en initiatieven en sociale organisaties geven aan dat zij inwoners informeren over de transitie. De raad is geïnformeerd over de uitvoering van participatie middels het eindverslag over de participatie bij het warmteplan. Ook wordt de raad - zo geeft de ambtelijke organisatie aan - bijgepraat over de uitvoering van participeren in de Multatulibuurt. Dit gebeurt via de raadswerkgroep Energietransitie. 6.2. Analyse 6.2.1.
Warmteplan Hoewel er een duidelijke aanpak is op papier die goede handvatten biedt aan de ambtelijke organisatie, komt uit interviews naar voren dat de aanpak niet altijd duidelijk was voor 65
inwoners, betrokken bij de energietransitie. Dit betreft vooral de terugkoppeling en inzicht in het nemen van besluiten. De terugkoppeling is gedaan via verslagen. Ook heeft het warmteplan ter inzage gelegen. Wat betreft terugkoppeling was het niet voor alle participanten goed inzichtelijk of en hoe hun input uiteindelijk een plek heeft gekregen binnen het definitieve warmteplan. Het is hun beleving dat niet duidelijk genoeg is gemaakt hoe opmerkingen zijn meegenomen. En waarom bepaalde punten niet zijn meegenomen in het uiteindelijke plan. Een aantal participanten geeft daarbij aan behoefte te hebben aan een eenduidige terugkoppeling vanuit de gemeente: dit hebben we opgehaald en dit hebben we ermee gedaan, voorzien van een heldere en inzichtelijke toelichting van de gemeente. Dit kan ook dienen als basis voor het verdere gesprek, want dit kan verschillen blootleggen in inzichten of uitgangspunten tussen gemeente en participanten. Verschillen die - gelet op het belang van draagvlak - op tafel moeten komen en moeten worden opgelost voordat verder wordt gegaan op de ingeslagen weg. 6.2.2. Keuze voor de eerste buurt Ook geven sommige participanten aan dat het voor hen niet duidelijk was hoe tot de keuze is gekomen voor de Multatulibuurt als eerste buurt voor een warmte-uitvoeringsplan. Uit het warmteplan kwam de Multatulibuurt als kansrijke, maar niet als enige buurt naar voren.
Uiteindelijk heeft de gemeente zelf gekozen voor de Multatulibuurt als eerste buurt, door de uitkomsten van het warmteplan te koppelen aan de uitkomsten van de stadsanalyse. Als deze uitkomsten aan elkaar worden gekoppeld, komen er twee kansrijke buurten naar voren: de Multatulibuurt en Kuiperwijk-Zuid. Deze laatste buurt is echter een buurt waar het warmtenet kansrijk is, maar waar nog geen Open Warmtenet Delft wordt ontwikkeld. Daarom is het in de ogen van de ambtelijke organisatie en het college niet logisch om te starten in deze buurt. Voor een aantal participanten is dit echter níet logisch. Verwachtingen spelen hier een rol bij. Participeren inwoners of inwonersorganisaties in het inventariseren van kansrijke buurten, of participeren zij in de keuze voor een eerste buurt? Als de verwachtingen bij inwoners zich richten op dat laatste, dan is het begrijpelijk dat niet duidelijk is hoe tot de keuze voor de eerste buurt is gekomen. Immers, inwoners hebben alleen direct geparticipeerd in het komen tot het warmteplan (de inventarisatie van de kansrijke buurten). De koppeling hierna met de stadsanalyse, en de uiteindelijke keuze, was een taak voor de gemeente. 6.2.3. Informatie richting participanten Ook op andere vlakken geven stakeholders en inwoners in interviews aan dat de informatievoorziening kan worden verbeterd.
Als voorbeeld wordt de onderbouwing van kosten bij de uitwerking van verschillende technieken genoemd. Hoe komt de gemeente daarbij tot de berekeningen? Welke posten worden hierin meegenomen? In welke mate zijn de cijfers inschattingen, en in welke mate kan men van deze cijfers uitgaan bij de keuze voor een techniek? Deze aspecten zijn van belang, gelet op de transparantie alsook het vertrouwen richting de gemeente. Vertrouwen dat de gemeente inwoners in staat stelt om een weloverwogen keuze te maken voor een techniek, zonder dat berekeningen daarbij in het voordeel of nadeel zijn van een specifieke techniek. Zeker in tijden van een dalend vertrouwen in de overheid, is transparantie van groot belang voor draagvlak. Draagvlak is uiteindelijk van belang voor de realisatie van de ambities van de gemeente. Ambtelijk wordt aangegeven dat hier wel een sessie over is georganiseerd door CE Delft, bij het proces om te komen tot het Warmteplan. 66
Daarnaast heeft Delft te maken met inwoners die - bovengemiddeld ten opzichte van veel andere gemeenten - geïnteresseerd, kundig en ingelezen zijn in de transitie. Veel inwoners die actief participeren, hebben vanuit een technische achtergrond interesse in de transitie. Dit is in ieder geval het geval in de Multatulibuurt. Deze inwoners willen dan ook graag op technisch vlak meedenken over de transitie. Dit is een voordeel voor de gemeente; immers: hoe meer kennis hoe beter. Maar deze technische kennis bij participanten maakt transparantie extra belangrijk. De informatiebehoefte van deze groep inwoners is namelijk - waarschijnlijk - anders en groter dan voor veel inwoners zonder een technische achtergrond en met een sterke interesse in de energietransitie en warmtetechnieken. De gemeente speelt hier al (deels) op in door bijvoorbeeld technische sessies en bijeenkomsten te organiseren voor belanghebbende inwoners. 6.3. Toetsing aan het normenkader Groen Aan de norm wordt volledig of grotendeels voldaan. Oranje Aan de norm wordt gedeeltelijk voldaan. Rood Aan de norm wordt niet of nauwelijks voldaan. Aspect
Norm
Uitvoering participatie
1. De participatie is conform opgezet uitgevoerd. 2. Participanten zijn geïnformeerd over wat er met hun input is gedaan. 3. De raad is conform afspraak betrokken bij de participatie.
Norm 1. De participatie is conform opzet uitgevoerd. Aan de uitvoering van de participatie omtrent het warmteplan en het warmteuitvoeringsplan is te zien dat de participatie conform opzet is uitgevoerd. De verschillende stappen hierin zijn gevolgd. Daarmee is aan de eerste norm volledig voldaan. Kanttekening is de participatie bij de keuze voor de eerste buurt. Daarbij is er - gelet op de capaciteit binnen de ambtelijke organisatie - voor gekozen om het buurtpaspoort pas na de keuze voor de eerste buurt op te stellen. Hierin is dus afgeweken van de oorspronkelijke opzet, al betekent dit niet dat er in de oorspronkelijke opzet voor een andere eerste buurt zou zijn gekozen. Norm 2. Participanten zijn geïnformeerd over wat er met hun input is gedaan. De input van participanten op het warmteplan is teruggekoppeld in een eindverslag. Voor de input op het warmte-uitvoeringsplan is het nu nog te vroeg. Het beeld over de communicatie rondom gemaakte keuzes wisselt. De een ziet de input herkenbaar terugkomen, de ander heeft behoefte aan een expliciete terugkoppeling: dit hebben we opgehaald en dit hebben we ermee gedaan. De vorm van de terugkoppeling sluit niet aan bij de behoefte van alle participanten. Daarbij speelt mee dat de achtergrond van de participanten varieert: van technisch onderlegde burgers tot inwoners die zich zorgen maken over wat er allemaal financieel op hen afkomt.
Hun informatiebehoefte zal dan ook wisselen. Het is en blijft van belang dat de gemeente goed kan terugkoppelen over gemaakte keuzes, en deze goed kan onderbouwen richting participanten. Wat is er opgehaald? 67
Welke uitgangspunten zijn gehanteerd bij de keuzes? Op basis van welke informatie worden de keuzes gemaakt? Hier is nog behoefte aan. Daarmee is aan de tweede norm gedeeltelijk voldaan. Norm 3. De raad is conform afspraak betrokken bij de participatie. De raad heeft een besluitvormende rol gehad omtrent het warmteplan. De raad had geen verdere rol in de participatie. Het warmte-uitvoeringsplan wordt conform bevoegdheid vastgesteld door het college. Daarmee is aan de derde norm volledig voldaan. Kanttekening daarbij is dat het ontbreken van afspraken tussen college en raad over participatie niet betekent dat er geen gesprek moet plaatsvinden tussen raad en college over participatie, zeker over de mogelijke verwachtingen van inwoners bij participatie. Of dergelijke gesprekken moeten leiden tot concrete afspraken, is een tweede.
68
7.
Effecten van participatie
In dit hoofdstuk worden eerst de ervaren effecten van de participatie beschreven (§7.1). Vervolgens vindt hierop een reflectie plaats richting participatie in de toekomst (§7.2). Tot slot vindt de toetsing aan de normen plaats (§7.3). 7.1. Wat zijn de effecten van participatie volgens participanten en gemeente? 7.1.1. Concrete resultaten Ambtelijk betrokkenen geven aan dat participatie omtrent het warmteplan heeft geleid tot in ieder geval twee concrete aanpassingen aan het oorspronkelijke plan, namelijk minimaal een energielabel C voor gebouwen en aanvullend onderzoek naar warmteoplossingen voor de binnenstad. Naar aanleiding van de inbreng door participanten is besloten een doel op te nemen in het warmteplan om alle gebouwen te voorzien van minimaal een energielabel C. Bij een warmtenet is isolatie van gebouwen minder van toepassing dan bij warmtepompen. Participanten hebben het beeld gedeeld dat isolatie zich echter zou moeten focussen op álle gebouwen, niet alleen op gebouwen die niet worden aangesloten op een warmtenet. Daarom is de ambitie opgenomen om alle gebouwen in 2050 te isoleren tot minimaal energielabel C. Verder geven ambtelijk betrokkenen aan dat op basis van de input op het warmteplan is besloten om aanvullend onderzoek te laten doen naar oplossingen voor de binnenstad.
In deze omgeving is een warmtenet niet toepasbaar, waardoor men uit zou komen op een hybride warmtepomp. Inwoners in deze buurt zijn hier geen voorstander van vanwege mogelijk geluidsoverlast. Als vervolgstap op de vaststelling van het warmteplan is dan ook een aanvullend onderzoek ingesteld naar geluidsoverlast door warmtepompen. Verder is op basis van de participatie besloten om aanvullende technische sessies te organiseren met geïnteresseerde inwoners, bijvoorbeeld over de verschillende oplossingen en de kosten die hiermee samenhangen. Deze sessies zijn georganiseerd om aan de behoefte van een specifieke groep participanten te voldoen. Dit kan ook worden gezien als concreet resultaat van de participatie. 7.1.2. Meerwaarde Naast de concrete resultaten voor het warmteplan, zien geïnterviewden - vanuit gemeente maar ook vanuit participanten – de meerwaarde van de participatie in de Multatulibuurt. Zo wordt benoemd dat de intensieve participatie in de Multatulibuurt heeft geresulteerd in een groei van draagvlak en vertrouwen bij de buurt, o.a. door de laagdrempelige benadering van de buurt en de toegankelijkheid voor het beantwoorden van vragen. Ook wordt de meerwaarde gezien van het activeren van inwoners. Met (digitale) informatiebijeenkomsten in de buurt worden ook inwoners betrokken die anders wellicht niet hadden geparticipeerd.
Ook met de deur-naar-deuraanpak komt de gemeente bij inwoners over de vloer die anders wellicht pas op een laat moment aangehaakt worden, bijvoorbeeld wanneer de pijpen al de grond ingaan.
69
Ook breder wordt gezien dat participatie maakt dat de buurt meer wordt ‘geactiveerd’ om kennis op te doen. Juist om elkaar te informeren over de transitie en wat dat betekent. Verder zijn stakeholders en inwoners positief over de integrale aanpak die wordt gehanteerd in de Multatulibuurt. Er zijn verschillende opgaven die hier een plek moeten krijgen: leefbaarheid en veiligheid, rioleringsvervanging en ontwikkeling van de buitenruimte, en overgang naar schone warmte. Voor riolering en warmte moet in ieder geval de straat open. Het is volgens de gemeente, stakeholders en inwoners positief dat dit mogelijk in één keer kan gebeuren. Op die manier kunnen de inwoners hier tegelijkertijd over worden geïnformeerd in plaats van een situatie waarin inwoners meerdere keren de gemeente aan de deur krijgen over verschillende ontwikkelingen in de wijk; de ene keer over warmte en de andere keer over riolering. Dat kan tot verwarring leiden onder de inwoners. Het is positief dat de gemeente hierover in één keer en met één stem kan informeren en inwoners hierbij kan betrekken. Vanuit de verschillende partijen, betrokken bij participatie, komt een grotendeels positief beeld naar voren over de aanpak van de gemeente Delft in de Multatulibuurt. De fysieke aanwezigheid van de gemeente in de wijk en de integrale aanpak worden gewaardeerd.
Wel geven enkele inwoners aan dat de gemeente transparanter kan worden in de onderbouwing van bijvoorbeeld berekende kosten voor de warmteoplossingen. Wat wordt daarin meegenomen en hoe wordt dat verwerkt in de berekeningen? Ook institutionele partijen zijn positief over de participatie. Enkelen benoemen Delft als voorbeeldgemeente voor andere gemeenten. Het is dan ook de brede wens van de gemeente en participanten om de goedwerkende aspecten te vertalen naar aanpakken in de andere buurten van Delft, aspecten als laagdrempeligheid, toegankelijkheid, aanwezigheid en koppeling van meerdere opgaven. 7.2. Analyse Zoals in hoofdstuk 5 beschreven, past een aanpak als Delfts Doen minder bij een participatieproces als het warmte-uitvoeringsplan Multatulibuurt. Dit is dan ook niet per se een participatieproces in traditionele zin. Traditionele participatie heeft vaak de vorm van consultatie: de gemeente deelt de plannen, en inwoners en externe partijen kunnen daar op reageren. De gemeente verwerkt de reacties vervolgens in een definitief plan. De energietransitie vraagt - ook in de ogen van de ambtelijke organisatie - om een andersoortige aanpak omdat de woningeigenaar het besluit moet nemen om van het gas af te gaan, en besluit welk alternatief zij op wil investeren. En ook vanwege de lange adem, complexiteit, koppeling met andere opgaven en diversiteit aan betrokken stakeholders.
De transitie vraagt meer een proces van co-creatie en samen tot plannen komen. De gemeente heeft daarin geen leidende rol, maar maakt gelijkwaardig deel uit van het co-creatieproces. Het proces om te komen tot een warmte-uitvoeringsplan voor de Multatulibuurt is dan ook meer een proces van co-creatie. De gemeente heeft geen plan klaarliggen, maar voert breed gesprekken met de buurt om hiertoe te kunnen komen. Dit komt ook doordat er in de buurt nog geen kant en klare en logische warmteoplossing ligt. In buurten waar één warmtetechniek overtuigend het betaalbaarst is, ligt een co-creatie aanpak over de keuze van de warmtetechniek niet voor de hand. In de Multatulibuurt staan alle opties staan (in principe) nog open. Een co-creatieproces voor een WUP kent voordelen en nadelen.
70
Voordeel is dat de inwoners in de Multatulibuurt nog iets te kiezen hebben, en dat hun input uiteindelijk gaat bepalen hoe het WUP er straks uitziet. Dat schept de verwachting dat het draagvlak in de buurt voor de oplossing die er gaat komen, waarschijnlijk hoog is. Nadeel is dat een dergelijk proces intensief en kostbaar is. Ook is het proces wel afhankelijk van inwoners die daadwerkelijk willen meedenken. Er zullen ook bewoners zijn die behoefte hebben aan een duidelijk plan, en geen interesse hebben om actief en intensief mee te denken. Co-creatie vraagt om regelmatige aanwezigheid in de wijk en het is een lang proces. Daarbij moet de gemeente blijvend het gesprek voeren met inwoners en externe partijen; dit kost tijd en capaciteit. Capaciteit die niet per se voorhanden is in die orde van grootte als gewerkt moet gaan worden in meerdere wijken tegelijkertijd. Deze aanpak is - zo geven ambtelijk betrokkenen, stakeholders en inwoners aan - tot nu toe succesvol in het betrekken van inwoners bij de energietransitie. Inwoners van de Multatulibuurt zijn volgens stakeholders, inwoners en de gemeente geëngageerd. Uit de interviews komt een aantal succesfactoren naar voren dat daaraan heeft bijgedragen: - Aanwezigheid in de wijk: ambtenaren zijn een keer in de twee weken aanwezig in de wijk om vragen te beantwoorden over de transitie.
- Transparantie: alle vragen worden beantwoord; door de gemeente en ook door andere partners in de buurt. - Kennis en expertise: de betrokkenen in de wijk hebben kennis van zaken en kennis van de wijk. Ook weten de betrokkenen informatie goed en duidelijk over te brengen naar inwoners. - Organisatiekracht: in de wijk zijn inwoners al vroeg aangehaakt in het proces. Dit zal echter anders zijn in andere buurten. In andere buurten kan vanwege beperkte capaciteit waarschijnlijk niet hetzelfde intensieve proces worden doorlopen. Niet alleen als het gaat om capaciteit, maar ook als het gaat om tijd. In één buurt kan zoiets wel, maar niet als de gemeente straks voor drie of vier buurten tegelijkertijd een WUP moet gaan opstellen. Het is ook de vraag of daar tegen die tijd überhaupt de financiële middelen voor beschikbaar zijn. Ook zijn er in andere buurten - in de ogen van de gemeente - wellicht wél logische warmteoplossingen waardoor inwoners, die zo’n oplossing wellicht minder logisch achten, niet meer iets ‘te kiezen’ hebben. Het risico bestaat dat in volgende buurten terug wordt gegaan naar een ‘traditionele’ participatieaanpak van vooral consultatie. Dat kan afbreuk doen aan het draagvlak onder inwoners.
Daarom erkennen betrokkenen het belang van het vasthouden van de lessen uit de Multatulibuurt – zoals het belang van transparantie, toegankelijkheid en laagdrempeligheid – zonder dat dat betekent dat er gelijk een intensief cocreatieproces moet worden doorlopen. De lessen zijn volgens betrokkenen ook waardevol voor meer traditionele participatieprocessen, waarbij een reeds opgesteld plan wordt voorgelegd.
71
7.3. Toetsing aan de norm Groen Aan de norm wordt volledig of grotendeels voldaan. Oranje Aan de norm wordt gedeeltelijk voldaan. Rood Aan de norm wordt niet of nauwelijks voldaan. Aspect
Norm
Effecten participatie
1. Participanten zien dat hun participatie heeft bijgedragen aan betere planvorming, uitvoering en doelrealisatie. 2. De gemeente (raad, college en ambtelijke organisatie) ziet dat participatie heeft bijgedragen aan betere planvorming, uitvoering en doelrealisatie.
Norm 1. Participanten zien dat hun participatie heeft bijgedragen aan betere planvorming, uitvoering en doelrealisatie. Participanten - zowel inwoners als extern - geven aan dat zij het gevoel hebben dat er meer draagvlak is in de Multatulibuurt voor de gaande ontwikkelingen. Dit kan op dit moment, in deze fase van de planvorming, natuurlijk nog niet concreet worden gemaakt met bijvoorbeeld data; dit gevoel is echter breed aanwezig. Daarmee leeft bij stakeholders en inwoners het gevoel dat door hun participatie de plannen beter kunnen worden uitgevoerd omdat er meer draagvlak is. Wel is de kanttekening te plaatsen dat de gemeente meer oog had moeten hebben voor transparantie in bijvoorbeeld kosten van de transitie voor inwoners en de wijze waarop deze berekend worden. Het uitblijven van voldoende transparantie zou namelijk afbreuk kunnen doen aan het draagvlak waar nu zo hard aan wordt gewerkt. Ook is het de vraag of het gevoel van versterkt draagvlak nog steeds aanwezig is wanneer de plannen concreet worden en direct impact hebben op inwoners in de wijk. Zeker als de plannen impact gaan hebben op de portemonnee. Daarmee is aan de eerste norm grotendeels voldaan. Norm 2. De gemeente (raad, college en ambtelijke organisatie) ziet dat participatie heeft bijgedragen aan betere planvorming, uitvoering en doelrealisatie.
De gemeente Delft (zowel raad, college als ambtelijke organisatie) is positief over de wijze waarop nu wordt geparticipeerd in de Multatulibuurt. De gemeente heeft het gevoel dat er meer draagvlak en vertrouwen is gekomen in de buurt. Daarmee bestaat binnen de gemeente het gevoel dat de participatie heeft bijgedragen aan betere planvorming, uitvoering en doelrealisatie. Immers, de gedachte is dat een in participatie opgesteld plan beter past bij de wijk dan een plan alleen opgesteld door de gemeente. Wat tot meer resultaat gaat leiden doordat de bewoners achter het plan staan. Dit geeft ook het vertrouwen dat deze aanpak – in meer of minder mate – kan worden gebruikt voor de andere wijken. Er is dan ook behoefte om te leren van de huidige aanpak richting de volgende buurten en voor het werken aan transities in het algemeen. Daarmee is aan de tweede norm volledig voldaan. Wel rijst opnieuw de vraag in welke mate dit gevoel van draagvlak doorwerkt als de plannen concreet worden en impact gaan hebben op de inwoners in de wijken.
72
Bijlage I.I | Overzicht geïnterviewde personen Gemeente Delft Wethouder duurzaamheid, werk en inkomen en economie. Gemeentesecretaris. Directeur Dienstverlening. Directeur Ruimte en Economie. Concerncontroller. Businesscontroller dienstverlening. Businesscontroller opgaven. Opgaveregisseur. Programmamanager. Projectmanager. Senior adviseur energietransitie. Adviseur energietransitie. Adviseur energietransitie. Vertegenwoordiging van gemeenteraadsleden. Externe partijen Inwonersvereniging BHTD. Buurtbinders. Delft voor Elkaar. DuWo. DWA. Energiecoöperatie Deelstroom Delft. Gasunie. Hoogheemraadschap Delfland. Huurdersraad Vidomes. Platform Energietransitie Delft. Platform VvE’s. Stedelink. Stedin. Vidomes.
73