CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Delftse Educatieve Agenda 2024-2027

Commissie Sociaal Domein en Wonen 25 januari 2024, gemeente DelftBij agendapunt: 2347750 College van B&W - Delftse Educatieve Agenda 2024-202710.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Delftse Educatieve Agenda 2024-2027 Delft Kansrijk voor iedereen

Inhoudsopgave Voorwoord 1. Inleiding 2. Stand van zaken – onderwijs in Delft 3. Inhoudelijke focus 2024-2027 3.1 Ambitie I – Aansluiting zorg en educatie 3.2 Ambitie II – Educatie voor iedereen 3.3 Ambitie III – Kansen vergroten 4. Samenwerkingsstructuur Lokabel Beleidsoverleg Werkgroepen 5. Financiën Bijlage 1 – Overzicht overleggen en werk­groepen opvang, onderwijs en gemeente Delft Bijlage 2 – Overzicht gesprekspartners Bijlage 3 – Gebruikte afkortingen en begrippen

3 4 5 8 9 13 17 20 20 21 21 23 24 27 28

2

Voorwoord Wat zou het toch mooi zijn als álle kinderen in Delft een opvang en school vinden die goed bij hen past. Waar zij hun talenten kunnen ontwikkelen. En kunnen uitgroeien tot evenwichtige volwassenen. Want passende educatie is de basis voor een passende toekomst. Daar staan wij voor en daar zetten wij ons ook graag voor in! Met trots presenteren we daarom als gemeente Delft, de Delftse schoolbesturen en kinderopvang1 – in samenwerking met andere educatieve partners – de Delftse Educatieve Agenda (DEA) 2024-2027.2 In deze DEA hebben wij de gezamenlijke ambities van de kinderopvang, onderwijs en de gemeente voor de komende vier jaar vastgelegd. Wat wij daarin het belangrijkste vinden? Iedereen moet kunnen meedoen. Alle kinderen en jongeren moeten hun talenten kunnen ontwikkelen. En we willen het potentieel aan arbeid optimaal benutten.

Het onderwijs, de kinderopvang en de gemeente Delft dragen, samen met ouders3 en veel andere maatschappelijke organisaties, bij aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Dit doet iedereen vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid, maar wel samen met anderen. Juist door samenwerking kunnen we de ontwikkeling van kinderen en jongeren sterker stimuleren. Ieder kind en iedere jongere in Delft hoort erbij. Samen willen wij hen de ondersteuning bieden die zij nodig hebben om hun talenten te ontdekken en ontplooien. Mede namens alle schoolbesturen en de kinderopvang,

Met de DEA willen we toewerken naar een grotere kansen­ gelijkheid in de kinderopvang en het onderwijs. Kinderen en jongeren zijn de toekomst van onze stad. Daarom willen we deze kinderen en jongeren de allerbeste kansen geven, ongeacht afkomst of omstandigheden. Delft kansrijk voor iedereen is dan ook het hoofddoel van de DEA.

1 2 3

Karin Schrederhof, Wethouder Wonen, Zorg, Onderwijs en Sport en Joëlle Gooijer, Wethouder Jeugd, Armoede en Ouderen

Waar kinderopvang staat bedoelen we kinderopvang met een aanbod met voorschoolse educatie. In bijlage 2 staan alle gesprekspartners. Onder ouders verstaan wij (pleeg)ouders, verzorgers en voogden.

3

1. Inleiding We hebben gezamenlijk als partners de DEA ontwikkeld om focus aan te brengen in de gezamenlijke ambities voor de komende vier jaar. Daarbij bouwen we voort op de strategische onderwijsagenda 2019-2023. De DEA vormt zo een belofte aan de ongeveer 3.400 0-4 jarigen, 6.850 kinderen in het basisonderwijs, 4.400 jongeren in het voorgezet onderwijs, 1.300 jongeren in het mbo en ruim 15.000 hbo’ers/wo-studenten die in onze stad wonen. Opdrachtformulering en ambities

Toelichting op het proces

Onze gezamenlijke opdracht zien wij als volgt: Wij – het onderwijs, de kinderopvang en de gemeente Delft – werken samen, zodat alle kinderen en jongeren in Delft zich kansrijk kunnen ontwikkelen richting volwassenheid. En zodat zij hun talenten kunnen ontplooien, om naar eigen vermogen deel te nemen aan onze samenleving.

Alle betrokkenen willen in de nieuwe beleidsperiode inzetten op het borgen en realiseren van bestaand beleid. Zij willen ook meer focus aanbrengen, met een beperkt aantal ambities.

We hebben vanuit deze opdracht met elkaar de volgende drie ambities opgesteld, met hierbij twee prioriteiten per ambitie: • Ambitie I – Aansluiting zorg en educatie 1. Versterken samenwerking 2. Preventie en normaliseren • Ambitie II – Educatie voor iedereen 1. Inclusiever onderwijs 2. Doorgaande lijnen • Ambitie III – Kansen vergroten 1. Taalontwikkeling 2. Toegankelijk breed educatief aanbod

Voor de totstandkoming van de DEA is een stedelijke werkgroep ingericht met vertegenwoordigers vanuit onderwijs en de kinderopvang. Ook hebben we ambtelijk vanuit verschillende domeinen ( Jeugd, Cultuur, Armoede en Sport en Onderwijshuisvesting) input opgehaald. Voor alle onderwijspartners hebben we twee stedelijke inspiratiesessies georganiseerd rondom het thema Kansengelijkheid op 11 oktober 2022 en het thema Inclusie op 2 februari 2023. Adviesbureau Oberon heeft vervolgens gesprekken gevoerd met de bestuurders en heeft de contouren van de DEA opgesteld. Met deze contouren heeft het bureau in februarimaart 2023 een uitvraag gedaan bij de Delftse onderwijs­ partners (zie bijlage 2). Daarna is de conceptversie in mei 2023 besproken in het lokale bestuurlijk overleg onderwijs (Lokabel)4 4

De DEA is een groeidocument, waarin we de uitwerking van de ambities op hoofdlijnen en de visie op samenwerking hebben vastgelegd. We staan regelmatig stil bij de vraag of de gekozen thema’s nog de juiste zijn, bij wat we doen en hoe we dat gezamenlijk doen. In de komende jaren zullen nieuwe ontwikkelingen zich aandienen, waaraan we met elkaar ook aandacht moeten of willen geven. Het terugbrengen van de zeven thema’s uit de strategische onderwijsagenda 2019-2023 naar drie ambities sluit aan bij onze visie op samenwerking, waarbij focus één van de leidende principes is. Wij kiezen bewust voor een beperkt aantal ambities, waaraan wij de komende jaren extra aandacht geven. De voortgang hiervan gaan we volgen via de uitvoeringsagenda. In de uitvoeringsagenda staan de activiteiten voor dat jaar beschreven en benoemen we hoe de plannen en activiteiten zijn belegd: wie neemt het initiatief, wie is verantwoordelijk en wat moet het eindresultaat zijn. Het betekent ook focus in onze overleggen: we zorgen voor duidelijke agenda’s, waarbij partners op een agendapunt kunnen aansluiten en waarbij het doel van bespreken duidelijk is (beeld-, oordeel- of besluit­ vormend).

Leeswijzer In hoofdstuk 2 benoemen we eerst de stand van zaken; welke cijfers zijn bekend over onder andere risico op onderwijs­ achterstanden en het gebruik van jeugdhulp in Delft? In hoofdstuk 3 gaan we vervolgens in op hoe we aan de drie geformuleerde ambities gaan werken. We stellen doelen die helpen om te bepalen of we goed op weg zijn. In hoofdstuk 4 leest u meer over onze visie op samenwerking en de samenwerkingsstructuur. Tot slot komen de financiën aan bod.

Lokabel is een bestuurlijk overleg tussen gemeente, onderwijsbesturen en de peuteropvang.

4

2. Stand van zaken – onderwijs in Delft In dit hoofdstuk presenteren we cijfers over de Delftse situatie voor de volgende onderwerpen: aantal kinderen en scholen per wijk, risico op onderwijsachterstanden, advisering naar het VO, Delftse ouders, jeugdhulp, voortijdig schoolverlaters en werkloosheid. Hierbij vergelijken we Delft, waar mogelijk en relevant, met het Nederlandse gemiddelde en met twee vergelijkbare Zuid-Hollandse steden: Leiden en Dordrecht. Dit biedt inzicht in hoe Delft ervoor staat in vergelijking met andere min of meer gelijke gemeenten.

Figuur 1 - Aantal kinderen en jongeren (0-17 jaar) per wijk (BRP, 2023 bewerking gemeente Delft)

Algemeen Wijken in Delft verschillen van elkaar, bijvoorbeeld in het aantal kinderen (0-17 jaar) dat er woont (zie figuur 1). Met name in het noorden van Delft wonen relatief weinig kinderen en jongeren (Hof van Delft, Binnenstad en Vrijenban), in vergelijking met de wijken Voordijkshoorn, Buitenhof en Tanthof. Figuur 2 geeft de spreiding van scholen aan in Delft.5

Risico op onderwijsachterstanden Het CBS berekent voor iedere wijk, en daarmee ook voor iedere gemeente, in Nederland hoeveel kinderen risico lopen op onderwijsachterstanden.

Dit doet het CBS op basis van gegevens die bij hen bekend zijn.6 Volgens het CBS heeft ieder jaar 15% van alle 2,5 – 12jarigen in Nederland een verhoogd risico op een onderwijs­ achterstand. Ook laat het CBS zien hoe deze 15% verspreid is over wijken en gemeenten in Nederland. Op gemeentelijk niveau geeft dit voor 2021 het volgende beeld: het gemiddelde Delftse percentage voor het aantal kinderen met een risico op een onderwijsachterstand is 18%. Dit is lager dan in Dordrecht (22%), maar hoger dan Leiden (15%) en het landelijk gemiddelde (15%).

primair onderwijs; voortgezet onderwijs

5 6

Bron: Integraal huisvestingsplan onderwijs 2020-2035 (stand van zaken juli 2020). Een risico op een onderwijsachterstand wordt berekend door het CBS op basis van vier kenmerken: opleidingsniveau van beide ouders, land van herkomst van beide ouders, verblijfsduur in Nederland van de moeder en of het gezin in schuldhulpverlening zit of niet. Door weging van deze indicatoren ontstaat per kind in de leeftijd 2,5 tot 12 jaar in Nederland een score, die ook wordt benut voor gemeentescores en schoolweging en de bijbehorende financiering vanuit het Rijk.

speciaal onderwijs wissellocatie

Figuur 2 - Spreiding scholen in Delft

5

Figuur 3 - Spreiding risico onderwijsachterstanden in Delft, 2023

Zoals te zien in figuur 3 zijn er wijken in Delft waar relatief weinig kinderen wonen met (risico op) een onderwijsachterstand – zoals Binnenstad en Hof van Delft – en wijken waar circa één op de drie kinderen (risico op) een onderwijsachterstand heeft, zoals Voorhof en Buitenhof. Hoe donkerder de wijk, hoe hoger de concentratie van risico’s op een onderwijsachterstand in een bepaald gebied. De grote verschillen tussen de wijken in Delft komen ook nadrukkelijk in beeld bij de kansenkaart (www.kansenkaart.nl). Hierin wordt bijvoorbeeld helder dat in de wijken van DelftWest in een klas vaak kinderen zitten waarvan de ouders een laag inkomen hebben.

Ongelijke advisering

Ouders van Delftse kinderen en jongeren

In Delft wordt gemiddeld genomen vaker een schooladvies van havo of hoger gegeven (56%) dan landelijk (46%) of in de vergelijkbare gemeenten Dordrecht (43%) en Leiden (53%; bron DUO, waar staat je gemeente 2020). Ook hier zien we echter een groot verschil tussen de Delftse scholen. De kinderen op scholen met (grotere) risico’s op onderwijsachterstanden krijgen over het algemeen minder vaak een schooladvies voor havo/ vwo. Uit analyses blijkt hierbij dat kinderen op Delftse scholen met veel kinderen in een kwetsbare situatie vaker een school­ advies PRO/beroepsgericht krijgen (rond de 50-55%) dan het gemiddelde percentage PRO/beroepsgericht advies van scholen met veel kwetsbare kinderen in Nederland (35%).

Delft is een stad met veel verschillende nationaliteiten. Tabel 1 laat zien dat er in Delft (aanzienlijk) meer ouders van peuters en basisschoolkinderen met een migratieachtergrond zijn, in vergelijking met de rest van Nederland en steden als Leiden en Dordrecht (CBS). Relatief veel Delftse ouders wonen kort in Nederland. Dit aandeel is hoger dan het Nederlandse gemiddelde en ook het gemiddelde van Leiden en Dordrecht. Dit blijkt ook uit de groeiende stijging van het aantal deelnemende kinderen aan de taalklassen. Het gaat hierbij in Delft, ook in vergelijking met Leiden en Dordrecht, naar verhouding vaak om ouders die elders in de wereld geboren zijn dan in de veel voorkomende migratielanden zoals Suriname, Turkije en Marokko. 6

Tabel 1: Herkomst ouders Ouders

Delft

Dordrecht

Leiden

Landelijk

Ouders met migratieachtergrond

35,6 %

31,9 %

29,9 %

22,6 %

Ouders die relatief kort in Nederland wonen

18 %

11 %

15 %

10 %

Bron: eigen bewerking Oberon o.a. scholen op de kaart 2019-2021 Tabel 2: Cijfers over jeugdhulp, voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en uitkering, Schooljaar 2021/2022 Inwoners

Delft

Dordrecht

Leiden

Landelijk

Jongeren tot 18 jaar die gebruikmaken van jeugdhulp (CBS, 2022)

14%

13,2 %

13,1%

10,9 %

Jongeren die uitstromen zonder kwalificatie (DUO, 2022)

2,23 %

3,37 %

2,72 %

2,34 %

Werkloosheid (15 – 75 jarigen) (CBS, 2022)

4,5 %

3,8 %

4,1 %

3,5 %

Werkloze jongeren (CBS, 2021)

1%

2%

1%

2%

Kinderen tot 18 jaar in gezin met bijstandsuitkering (CBS, 2021)

10%

8%

8%

6%

Bron: https://informatieproducten.duo.rijkscloud.nl/public/dashboardvsvopen/

Jeugdhulp, voortijdig schoolverlaters en werkloosheid Tot slot is gekeken naar drie indicatoren: het gebruik van jeugdhulp, het voortijdig schoolverlaten (jongeren die zonder startkwalificatie7 uit het onderwijs uitstromen) en werkloosheid. Hierbij valt op dat het gebruik van jeugdhulp hoger ligt in Delft dan in Leiden, Dordrecht of landelijk gemiddeld (waarstaatjegemeente.nl). In een vo-klas met dertig leerlingen zijn er in Delft gemiddeld vier die gebruikmaken van zorg. Het aantal jongeren dat voortijdig het onderwijs verlaat, ligt lager dan Leiden, Dordrecht en het landelijk gemiddelde. Het werkloosheidspercentage tot slot ligt aanzienlijk hoger in Delft dan het landelijk gemiddeld, en ook hoger dan in Dordrecht en Leiden. De bovenstaande tabel laat dit zien. 7

Conclusie Bovenstaande cijfers geven een beeld over de stand van zaken in Delft anno 2023 die voor onderwijs en opvang van belang zijn. Verschillen tussen de wijken zijn groot als het gaat om het risico op een onderwijsachterstand en het advies voor het niveau van voortgezet onderwijs. De grote diversiteit tussen de Delftse ouders en kinderen brengt naast voordelen ook uitdagingen met zich mee. Wij zetten ons de komende jaren samen in om de ongelijk verdeelde kansen in Delft om te buigen, zodat alle kinderen zich kansrijk kunnen ontwikkelen. Om dit te bereiken, werken we aan de drie ambities, die we in de komende hoofdstukken verder uitwerken.

Een startkwalificatie is een mbo-2 diploma, havo of vwo-diploma.

7

3. Inhoudelijke focus 2024-2027 Om de gewenste focus van deze DEA te hebben en houden, richten we ons de komende vier jaar op drie ambities. Per ambitie benoemen we twee bestuurlijke prioriteiten. Deze komen bovenop bestaande educatieve beleidsinitiatieven, die gewoon doorgaan. Deze focus brengen we aan, omdat juist rondom deze vraagstukken knelpunten zijn of omdat wij met elkaar hebben vastgesteld dat het thema blijvende aandacht vraagt.

In bijlage 1 zijn de bestaande werkgroepen en overlegtafels rondom de ambities van de DEA opgenomen.

Ed

Aa

De drie ambities zijn:

ing zorg en luit ed s n

atie uc

Naast al deze onderwerpen die al in andere overleggen besproken worden, hebben we met elkaar ook afspraken gemaakt rondom bijvoorbeeld het terugdringen van schoolverzuim, het bespoedigen van integratie of het voorkomen van segregatie. Ook deze afspraken zijn niet in deze DEA opgenomen, maar in andere beleidsnota’s, regionale plannen of convenanten. Toch zijn ook dit onderwerpen die bijdragen aan het verwezenlijken van

onze gezamenlijke opdracht, waaraan wij met elkaar blijven samenwerken.

voor iede ree atie c u

n

Bestaande samenwerking naast de DEA Als gemeente en partners werken we nu al samen op een groot aantal onderwerpen die buiten de DEA vallen. Dat blijven we ook doen. Zo hebben en houden we (in wisselende samenstellingen) overleg over leerplicht, we stemmen af rondom de aansluiting tot de arbeidsmarkt, wij gaan convenanten over schoolveiligheid afsluiten en stellen plannen op voor integrale onderwijshuisvesting. Ook werken wij samen om kinderen van -9 maanden tot 2 jaar een kansrijke start te bieden, door ouders goed te begeleiden bij de zwangerschap en de eerste periode daarna. Bij het verdelen van de gelden voor het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) hebben wij gezamenlijk hieraan invulling gegeven.

nsen vergrote Ka n

8

3.1 Ambitie I – Aansluiting zorg en educatie Per klas hebben ongeveer vier Delftse jongeren extra ondersteuning of aanvullende zorg nodig bij het doorlopen van hun educatieve loopbaan en/of het vinden van een plek op de arbeidsmarkt (zie vorige hoofdstuk). In Delft neemt de zorgvraag toe. Er zijn nu wachtlijsten voor speciaal onderwijs en zwaardere en lichtere zorgvragen van kinderen en jongeren. Het is daarom noodzakelijk een goede samenwerking te hebben tussen de kinderopvang, het onderwijs, de organisatie van jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de arbeidsmarkt. De aansluiting tussen passend onderwijs en zorg is nog niet op orde, zo blijkt uit ervaringen in Delft en landelijk onderzoek.8 Om dit in Delft te versterken, werken we de komende tijd specifiek aan (1) het versterken van de samenwerking tussen betrokken partijen en (2) preventie en normaliseren.

Landelijke ontwikkelingen Alle onderwijssectoren (po, vo en mbo) werken aan een betere aansluiting op zorg voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De Jeugdwet biedt daarvoor voldoende mogelijkheden en veel regio’s en gemeenten maken al gebruik van deze mogelijkheden. Daarbij gaat het onder meer om de inzet van beschikkingsvrije hulp en voorliggende voorzieningen op scholen. De gedachte daarachter is dat wanneer je eerder laagdrempelige hulp aanbiedt, je de escalatie van problematiek en daarmee de inzet van gespecialiseerde jeugdhulp kunt voorkomen. In het po en vo lopen landelijk diverse pilots met de inzet van wijkteams en (uitbreiding van) schoolmaatschappelijk werk op scholen (bijvoorbeeld onder de noemer Schoolzorgteams).

Ook in de kinderopvang is deze trend zichtbaar (onder meer onder de noemer Plusopvang). In het mbo is eveneens sprake van beschikkingsvrije inzet van (al dan niet specialistische) jeugdhulpmedewerkers. In het speciaal onderwijs is landelijk de weg richting collectieve financiering van jeugdhulp (én wlz) ingeslagen, via een voorgenomen wetswijziging. Door bovenstaande landelijke ontwikkelingen komen indivi­ duele indicaties meer en meer te vervallen de komende jaren. Hierdoor verdwijnen veel procedures en wordt de administratieve belasting van ouders lager. Maar belangrijker nog is dat scholen en zorgaanbieders flexibeler kunnen werken, dat zij met minder mensen een effectievere en integrale aanpak kunnen hanteren en dat zij leerlingen op het juiste moment de juiste zorg kunnen bieden in goede relatie met de zorg thuis. Dit vraagt om een goede samenwerking onderwijs-zorg op regionaal (bijvoorbeeld regionale inkoop) en lokaal niveau.

Ook gemeenten en samenwerkingsverbanden in de regio moeten beter gaan samenwerken. Deze ontwikkelingen worden ondersteund door de onlangs vastgestelde landelijke Hervormingsagenda Jeugd.9 Hierin zijn afspraken opgenomen tussen het Rijk, gemeenten en uitvoerders jeugdhulp, onder andere over de kwaliteit van jeugdhulp.

Versterken samenwerking Waarom we samenwerken gaan versterken De hierboven geschetste landelijke ontwikkelingen , zoals rond collectieve inkoop, volgen we in Delft met interesse en we springen erop in waar nodig. Belangrijk is dat we elkaar hierin beter gaan vinden, zowel op regionaal als op lokaal niveau. Een dekkend netwerk realiseren, inclusief specialis­tische 9

8

Zie o.a. Met andere ogen. René Peeters e.a. november 2018. Landelijke inventarisatie aansluiting onderwijs en jeugdhulp 2018. Oberon/KBA/Kohnstamm, oktober 2018.

Hervormingsagenda over verbeteringen jeugdzorg definitief vastgesteld | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl

9

meerdere zorgaanbieders werken. Juist bij complexe hulpvragen zien we vaak dat de samenwerking niet voldoende is.

Wat we in Delft (en in de regio) al doen We hebben al diverse regionale en lokalen afspraken rondom zorg- en ondersteuningsaanbod jongeren vastgelegd in onder andere: • De ondersteuningsplannen met de drie samenwerkings­ verbanden passend onderwijs;10 • Manifest ‘Opvoeden en opgroeien in Delft’ en beleidskader Jeugdpreventie van 2021 ‘Een Delftse (op)voedingsbodem’; • de Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden 2021-2026 ‘De toekomst is nu!’.

voorzieningen, is een uitdaging en vraagt om goede samen­ werking tussen onderwijs en gemeenten. In het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) Passend Onderwijs is vastgesteld dat de regionale en lokale samen­ werking met de betrokken externe partners moet verbeteren. Er zijn diverse regionale netwerken waar inhoudelijke en financiële afspraken worden gemaakt over deze ondersteuning, waarbij Delflanden de belangrijkste regio is rond passend onderwijs en Haaglanden rond jeugdzorg. Ouders en kinderen uit Delft moeten van al deze afstemming geen last ervaren. Dit vraagt dat wij als bestuurders helder afbakenen wat we op welke tafel bespreken.

Professionals geven aan: ‘We willen graag een centraal aanspreekpunt voor onderwijs en zorg. Op dit moment zijn er te veel losse organisaties die, met de beste bedoelingen voor de jongeren, niet actief samenwerken.’ Betere samenwerking moet leiden tot een betere organisatie van het zorgaanbod rondom het kind of de jongere, in plaats van het kind of de jongere uit de eigen (onderwijs)context te halen. We volgen in Delft goed of vanuit de regio deze samenwerking van de grond komt, anders gaan we dit op lokaal niveau organiseren, waarbij de gemeente regie heeft. Hierbij houden we extra oog voor kinderen en hun ouders die met

Mooie voorbeelden zijn: • Pilot ‘Aansluiting van de zorg op het onderwijs’ van Praktijkschool Grotius 2022: In de vorm van leertafels/ lerende netwerken heeft Grotius onderzocht welke vormen van ondersteuning binnen en om de school aanwezig moeten zijn om de jongeren een passend aanbod van onderwijs en zorg te kunnen bieden. Het gaat hier om de inrichting van de ondersteuningsstructuur binnen de school en om de samenwerking met de netwerkpartners. • Deelname landelijke experimentele regeling OnderwijsZorgarrangementen Herman Broeren-school, om voor een specifieke groep kinderen af te wijken van wet- en regel­ geving rond onderwijstijden, -dagen, -locatie en enkele bestedingsvoorwaarden rond onderwijsbekostiging. • Daghulp/kleutervleugel voor kinderen van vier jaar tot zeven jaar, die aan onderwijs toe zijn. Er is een combinatiegroep van daghulp en onderwijs, voor kinderen die zowel problemen hebben met leren als in het contact met anderen.

10 Landelijk Reformatorisch samenwerkingsverband Berséba en de samenwerkingsverbanden PPO en VO Delflanden.

10

Zij kunnen naast de behandeling (deeltijd)onderwijs volgen via De Strandwacht, locatie Griegstraat. • Leerplicht en samenwerkingsverbanden in het po en vo hebben maandelijks overleg over thuiszitters om de voortgang te bewaken en waar nodig op te schalen.

Doelen 1. We zorgen voor een dekkend zorgaanbod met bijpassende overlegstructuren. 2. We versterken de samenwerking in de regio voor het ondersteunen van jeugdigen inclusief duidelijke rolverdeling en regie/doorzettingsmacht (planmatig werken). 3. Kinderen krijgen onderwijs en zorg die past bij hun behoeften, op een plek waar zij zich veilig voelen en kunnen ontwikkelen. Hiermee wordt zorg laagdrempelig en financieel efficiënt ingezet.

Wat we gaan doen De samenwerkingsverbanden en de gemeenten maken op regionaal niveau afspraken over collectieve of contextgerichte financiering. De afspraken gaan over hoe we de ondersteuningsbehoeften van de kinderen en jongeren het best kunnen organiseren, ook in Delft. Als we deze afspraken niet genoeg vinden voor Delft, maken we hierover aanvullende lokale afspraken. We zorgen ervoor dat iedere opvang en school weet welk formeel zorgaanbod er in de buurt/stad is. We willen niet alleen meer zicht op de ondersteuningsmogelijkheden. In Delft hebben professionals ook behoefte aan meer regie in het volgen van de directe ondersteuning aan het kind of jongere (is die geregeld, komt de ondersteuning, hoe verloopt dat). Dit kan door bijvoorbeeld het aanstellen van een vast contactpersoon (bijvoorbeeld van het jeugdteam)

als ‘linking pin’. Regie is soms nodig bij het doorbreken van impasses op casusniveau (als er geen plek of financiering is) en bij het versnellen van de route en toeleiding naar onder­ steuning. We onderzoeken en besluiten met elkaar wat nodig is om dergelijke impasses te doorbreken en de route naar passende ondersteuning te versnellen. Een zogenaamde doorbraak­manager, die andere gemeenten al inzetten, is een mogelijke oplossing.

Preventie en normaliseren Waarom we accent leggen op preventie en normaliseren Het tweede bestuurlijke vraagstuk binnen dit thema gaat over het versterken van preventie en over normaliseren. Zowel scholen als gemeenten zetten, waar mogelijk, ondersteuning in van partners uit het voorveld ( JGZ, jongerenwerk, wijkteam) om specialistische inzet te voorkomen. Daar waar nodig wordt tijdig specialistische jeugdhulp ingezet vanuit de gemeente, zodat een verzwaring van de problematiek van de jeugdige wordt voor­ komen. Bron: LEIDENDE PRINCIPES. Samenwerking onderwijs – jeugdhulp Holland Rijnland

Naast normaliseren kan ook het versterken van preventie positieve gevolgen hebben voor het wegwerken van de bestaande wachtlijsten voor zwaardere ondersteuning. Professionals uit het werkveld hebben deze wachtlijsten genoemd als een van de issues in Delft.

Normaliseren is een belangrijke stap in het bieden van kansen aan alle kinderen. Uitgangspunt is dat verschillen in gedrag en competentie erbij horen. Niet iedereen is immers hetzelfde. Als een kind in de opvang of op school ‘afwijkend’ gedrag of competenties laat zien, betekent normaliseren: aandacht geven aan dat wat goed gaat en erkennen dat verschillen horen bij opvoeden en ontwikkeling. Hierbij staat dus niet het zoeken naar een diagnose en behandeling centraal.11 Normaliseren vraagt van professionals dat zij zich bekwaam voelen om alle kinderen met alle onderlinge verschillen te onderwijzen. Ook is het nodig dat er voldoende laagdrempelige hulp en ondersteuning dichtbij georganiseerd is, bij voorkeur in of rond de school/kinderopvang. De Hervormingsagenda Jeugd benadrukt het belang van een stevige sociale en pedagogische basis: met goed onderwijs, betaalbare opvang, toegang tot verenigingen, de bibliotheek, speelruimte, sport en andere publieke voorzieningen. Het adagium is om goede voorwaarden te creëren voor ouders, jongeren en gezinnen – en niet pas in actie te komen als er ‘gesignaleerd en doorverwezen’ moet worden.

‘Preventie’ verandert met deze inzet van karakter: van een probleem­ gestuurde benadering (waarin elk risico voorkomen moet worden met ‘een eigen’ preventie-aanpak) naar een meer ondersteunende en ‘bufferende’ aanpak, met oog voor bekrachtigende en beschermende factoren. Met het oog hierop werken onderwijs en gemeenten aan het verstevigen van de pedagogische context, waarin jongeren zich kunnen ontwikkelen en ouders in hun ouderschap gedijen. Deze contextgerichte benadering vraagt om de ontwikkeling van een ander soort voorzieningen: vrij toegankelijke, collectieve voorzieningen in het dagelijks leven, die jongeren helpen in hun proces van socialisatie en persoonsvorming.

11 Zie ook papers en lezingen van Bert Wienen over normaliseren, bijv https://www.envedder.nl/nieuwsoverzicht/artikel/het-riool-en-de-speedboot-bert-wienen-over-normaliseren. Zie ook de pilot in Hardenberg: https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/problemen-jeugdhulp-zijn-ook-door-scholen-en-gemeente-samen-op-te-lossen

11

Onze prioriteit ligt bij kinderen die lichte zorgondersteuning ontvangen en die we door een andere manier van benaderen of ondersteunen uit het formele zorgcircuit kunnen halen.

Wat we in Delft (en de regio) al doen • De Community School is een samenwerking tussen basisschool De Horizon (Buitenhof ) met de Jeugdgezondheidszorg ( JGZ), stichting Delftse peuterspeelzalen, Delft voor Elkaar en Delft Support. Hierin staat het welzijn van de leerlingen in brede zin centraal en ouders worden sterker betrokken. • In het project Regie Op Preventie (ROP) richt een JGZ-­ regisseur zich op de VO-scholen van Delft. Voor leerlingen van 12-18 jaar biedt de regisseur een voorlichtingsaanbod voor alle mogelijke gezondheidsthema’s die spelen binnen de school.

• Het ondersteuningsteam binnen elke school bestaat in ieder geval uit de ondersteuningscoördinator van de school, de begeleider passend onderwijs vanuit het samenwerkingsverband en een medewerker van Team Jeugd vanuit Delft Support. Leerplicht en JGZ nemen deel afhankelijk van de casus. Vanuit de NPO-middelen krijgen scholen die hieraan behoefte hebben extra inzet vanuit Team Jeugd. • De JGZ, scholen en leerplicht maken afspraken over het uitvoeren van onderzoek, waarbij sprake is van opvallend frequent of zorgwekkend (ziekte)verzuim. • In de projectgroep Schoolveiligheid werken gemeente, politie en onderwijs aan een convenant met handelingsprotocol.

Doelen 1. We hebben duidelijke afspraken over normaliseren en een preventieve ondersteuningsstructuur. Die passen binnen de kaders van de afspraken die zijn gemaakt in het OOGO

passend onderwijs. Deze lokale afspraken gaan we implemen­teren en evalueren. Hierbij versterken we de expertise van de kinderopvang- en onderwijsprofessionals bij het herkennen van (lichte) afwijkingen en de omgang met deze afwijkingen. 2. We ontwikkelen een sterke preventieve zorgstructuur via opvang en school. Hierdoor hoeven minder kinderen gebruik te maken van een lichte vorm van zorgondersteuning, zodat hiervoor geen wachtlijsten meer zijn.

Wat we gaan doen We richten een werkgroep12 op, die een voorstel gaat doen over normaliseren en de preventieve ondersteuningsstructuur binnen Delft. Hierbij houden zij rekening met de ontwikkelingen op regionaal niveau rond onder andere collectieve ondersteuning, jeugdhulp op school en vraagstukken over grensverkeer.

12 Binnen vo is al een structuur via JGZ Regie op Preventie. Binnen po is dit nog niet geregeld.

12

3.2 Ambitie II – Educatie voor iedereen We willen dat alle kinderen en jongeren zich kansrijk ontwikkelen. Wij moeten dus met elkaar zorgen dat opvang en onderwijs toegankelijk zijn en dat een doorlopende leerlijn aansluit bij de behoefte van alle kinderen en jongeren. Dit vraagt dat we met elkaar kijken naar het totaalpakket aan opvang en onderwijs voor kinderen en jongeren van 0 tot 27 jaar en nagaan welke versterkingen gewenst zijn. Binnen deze ambitie zetten we specifiek in op (1) inclusiever onderwijs en (2) doorgaande lijnen en versterkte overgangen.

Landelijke ontwikkelingen Het College van de rechten van de mens heeft het Rijk in 2021 opgedragen meer werk te maken van inclusievere

kinder­opvang. Het College heeft deze opdracht in 2022 herhaald voor het onderwijs. Sindsdien staat dit onderwerp nadrukkelijker in de belangstelling. Maart 2023 stelde het Rijk een werkagenda naar inclusief onderwijs in 2035 op. In het document is de ambitie vastgelegd dat leerlingen en hun ouders in 2035 dichtbij huis een school kunnen kiezen die bij hen past en waar het kind zich thuis voelt. Iedere leerling moet zich naar eigen mogelijk­heden kunnen ontwikkelen. Alle leerlingen (met en zonder extra ondersteuningsbehoefte) leren en spelen samen in dezelfde klas. Voorwaarden hiervoor zijn: • leraren zijn voldoende toegerust om te kunnen lesgeven aan een diverse groep; • het gespecialiseerd onderwijs biedt ondersteuning en expertise;

• de jeugdhulp en zorg blijft beschikbaar voor leerlingen en leraren; • het gespecialiseerd onderwijs blijft beschikbaar voor leerlingen die intensievere ondersteuning nodig hebben. Rond inclusieve kinderopvang wordt in 2023 of 2024 een soortgelijk document verwacht vanuit het Rijk. De Onderwijsraad brengt najaar 2023 een advies uit over de doorgaande lijn van voorschoolse educatie naar het basisonderwijs. Verder speelt al jaren de discussie over het vroeg selecteren voor categoraal voortgezet onderwijs in het Nederlandse onderwijsstelsel. Initiatieven zoals 10-14 onderwijs komen meer en meer van de grond, zonder dat er tot op heden landelijke, grootschalige wijzigingen ingevoerd worden rondom selectie. Rond de doorstroom vmbo en mbo zien we een gelijke trend: van onderaf worden meer en meer samenwerkingen aangegaan, met regelmaat ook onderwijs in één gebouw. Het Rijk ondersteunt mondjesmaat veranderingen in het stelsel, bijvoorbeeld met een pilot regelluwe scholen en een aangekondigde pilot peuter-kleutergroepen, zodat in de praktijk getoetst kan worden wat de effecten zijn.

Inclusiever onderwijs Waarom we focus leggen op inclusiever onderwijs Toegankelijke opvang en onderwijs voor alle kinderen vraagt in Delft om een verdere uitwerking van inclusiever onderwijs. In Delft haken we actief aan op de landelijke werkagenda naar inclusiever onderwijs. We zien namelijk dat niet voor alle kinderen met een fysieke, cognitieve of sociaal-emotionele achterstand of beperking opvang en onderwijs vlakbij huis toegankelijk is.

13

Inclusiever onderwijs omvat drie dimensies, die zijn uitgewerkt in ‘inclusieladders':13 • Organisatorische inclusie: dit betekent ‘thuisnabij’, oftewel een dekkend netwerk van voorzieningen dat past bij de actieradius van het kind/ouder. • Sociale inclusie: van en met elkaar leren, de mate waarin kinderen ondanks verschil op cognitief, fysiek en gedrags­ niveau samen onderwijs/opvang volgen. • Didactische inclusie: omgaan met verschillen in de klas, specialistisch aanbod voor kinderen. De didactische inclusie is primair een opdracht van het onderwijs en de discussie over de organisatorische inclusie vindt plaats via andere beleidsstukken, zoals over onderwijshuisvesting. In Delft wordt gemeente breed gewerkt aan een lokale inclusie-agenda. We kiezen daarom voor sociale inclusie als speerpunt voor deze DEA.

Wat we in Delft al doen Op 2 februari 2023 organiseerden de samenwerkingsverbanden po en vo samen met de gemeente een goedbezochte bijeenkomst over inclusiever onderwijs. Tijdens de bijeenkomst presenteerden zij een aantal voorbeelden uit Delft en elders in het land. Ook organiseerden zij een discussie over de haalbaarheid/verbreding van de gepresenteerde voorbeelden rond inclusiever onderwijs. Als uitkomst van de bijeenkomst is ten eerste de wens uitgesproken dat wij in Delft deze voorbeelden verder uitrollen (waarbij de samenwerkingsverbanden de leiding nemen). Ten tweede is vastgesteld dat een basis­ houding nodig is die uitstraalt dat inclusiever onderwijs het streven is. De samenwerkingsverbanden hebben de voorbeelden uitgewerkt in de brochure ‘Samen op weg naar inclusiever onderwijs!’14

Inspirerende Delftse voorbeelden zijn: • De Laurentius praktijkschool en de Maurice Maeterlinckschool hebben op vrijdagmiddag een gezamenlijk aanbod aan binnen- en buitenschoolse activiteiten en workshops die openstaan voor leerlingen van beide schoollocaties. • The International School (secundary) werkt met heterogene groepen van verschillende onderwijsniveau (mavo tot en met gymnasium) van gelijke leeftijd. Leerlingen met en zonder lichamelijke en psychische belemmeringen zitten bij elkaar in de klas. Er is geen verwijzing mogelijk naar het speciaal onderwijs. • Basisschool De Horizon heeft drie groeigroepen (Onderbouw, Middenbouw, Bovenbouw). In deze groepen zitten maximaal tien kinderen met een arrangement op het gebied van leren en/of gedrag. Kinderen in de groepen krijgen een programma dat is aangepast aan het niveau van de kinderen.

13 Incclusieladders is instrument ontwikkeld door bureau Sardes. Zie : https://sardes.nl/thema/inclusief-onderwijs/ 14 https://www.swvvo-delflanden.nl/wp-content/uploads/2023/04/SWV-VO-Delflanden_Op-weg-naar-inclusiever-onderwijs.pdf

Doelen 1. We hebben een gedeelde visie op inclusiever onderwijs die leeft onder alle betrokken professionals. Een uitvoerings­ agenda geeft sturing aan de doorvertaling van de visie. 2. Er zijn in 2024-2027 vele kleinschalige en middelgrote initiatieven ontplooid voor inclusiever onderwijs in Delft. 3. Ouders merken dat het onderwijs en de opvang in Delft inclusiever is. 4. Inclusiever onderwijs als term is op termijn niet meer nodig, omdat dit in de opvang en het onderwijs het nieuwe normaal is: kinderen met een (fysieke, cognitieve, gedragsmatige of andere) achterstand of beperking gaan waar mogelijk naar dezelfde school als kinderen zonder achterstand of beperking.

Wat we gaan doen We ondersteunen de initiatieven die op de stedelijke bijeenkomst van 2 februari 2023 gedeeld zijn. Verder stellen we een gezamenlijke visienotitie en uitvoeringsagenda vast. Voor de 14

visienotitie en uitvoeringsagenda nemen de gemeente en beide samenwerkingsverbanden passend onderwijs het voortouw. We zorgen hierbij voor goede aansluiting met bestaande en toekomstige ontwikkelingen rond passend onderwijs en andere initiatieven rond het toegankelijk maken van onderwijs en opvang. De opbrengst wordt gedeeld tijdens de tweede stedelijke bijeenkomst in het eerste kwartaal van 2024.

Doorgaande lijnen Waarom we focus leggen op doorgaande lijnen Een sterke doorgaande (leer)lijn en een goede overgang tussen de verschillende opvang- en onderwijsvormen ondersteunen de ontwikkeling van een kind.15 Om een sterke doorgaande lijn te creëren, moeten we als educatieve partners goed samen afstemmen en met elkaar optrekken. Onder doorgaande (leer)lijn verstaan we niet alleen de overdracht van informatie, maar ook pedagogische en didac­ tische afstemming. Een overgang is de overstap van de ene opvang- of onderwijsvorm naar de volgende vorm, oftewel van voorschool naar basisschool, van basisschool naar middelbare school, van de middelbare school naar vervolgonderwijs of het werkveld. Het thema doorgaande leerlijn gaan we in alle facetten oppakken en dus ook voor alle overgangsvormen. Hiernaast focussen we ons op de doorgaande lijn techniek van de voorschool tot aan de universiteit. Immers, we willen Delft blijven neerzetten als dé stad van innovatie en technologie. Dat betekent dat we streven naar een sterke technische beroepskolom en door­ gaande lijn van po, vmbo, mbo en hbo, naar een Technische Universiteit. En naar een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt voor technische beroepen.

Wat we in Delft al doen • De voorscholen en de basisscholen hebben afspraken vastgelegd over het versterken van een doorgaande ontwikkelingslijn. Ook ligt vast welke doelen behaald moeten worden om peuters naar de basisschool te laten uitstromen met de juiste kennis en vaardigheden. • Voor het versterken van de overgang po-vo is op stedelijk niveau een coördinator PO/VO aangesteld om het projectplan Kansrijk Adviseren en Kansrijk Plaatsen uit te voeren. Activiteiten zijn onder andere: een stedelijke bijeenkomst kansrijk adviseren, kansrijk plaatsen, onderzoek naar 10-14 onderwijs (junior college), onderzoek naar een kopklas voor hoogbegaafde leerlingen, organiseren po/vo-markt (warme overdracht). • In de regionale schoolverlatersaanpak Haaglanden werken we samen om de overstap van vo naar mbo voor jongeren te verbeteren en scholen te ondersteunen (Spririt4you). • Bij de overstap van leerlingen praktijkonderwijs (pro) en speciaal onderwijs (vso) naar de arbeidsmarkt is de gemeente (via Jongerenacademie en Werkse!) gedurende het laatste schooljaar van de leerling al betrokken voor het bespreken van de uitstroommogelijkheden (vervolgonderwijs, werk of dagbesteding). • Voor jongeren in de Entreeopleiding, die na afronding van de opleiding of voortijdig de overstap maken naar werk, is een goede aansluiting ook van belang.

Gemeenten Den Haag, Delft, Rijswijk en Westland werken met bedrijven en ROC Mondriaan samen binnen EWA Haaglanden (Entree Wegen naar Arbeid) aan succesvolle entreeopleidingen naar werk en naar mbo niveau 2. • De doorgaande lijn in techniek krijgt op dit moment al invulling via STOHA (Sterk Techniek Onderwijs Haaglanden).

15 https://www.sardes.nl/pathtoimg.php?id=3262&image=special_24__de_doorgaande_lijn_onderzoek.pdf

15

Doelen

Wat we gaan doen

1. We versterken de overgangen van voorschoolse voorzien­ ingen naar po en van po naar vo. 2. Einddoel is dat alle kinderen en jongeren soepele overgangen ervaren en een logische, didactische leerlijn. 3. Het aantal voortijdig schoolverlaters daalt tussen 2024-2027. 4. De doorgaande lijn techniek is versterkt, waardoor we dé stad voor innovatie en technologie zijn en blijven. De aansluiting van het po op de doorgaande lijn techniek is versterkt in de ogen van onderwijsprofessionals. Alle Delftse kinderen vanaf 0 jaar komen in aanraking met techniek. Meer Delftse jongeren kiezen voor een opleiding in de techniek.

We gaan de komende jaren de ontwikkeling versterken van meer integrale kindcentra. Daarbij zijn onder andere opvang en de basisschool gevestigd in hetzelfde pand, waarbij ze ook inhoudelijk afstemmen. Daarbij nemen de onderwijsbesturen het voortouw. We versterken de start van het primair onderwijs en de overgang van po naar vo. We nemen hierbij ervaringen rondom kansrijk adviseren mee. We intensiveren de monitoring rondom de overgangen in het educatief aanbod, met name voorschools naar basisonderwijs en basisonderwijs naar voorgezet onderwijs,

zodat we beter zicht krijgen op knelpunten. We benutten bevindingen uit de werkgroepen overgangen en van de werk­ zaamheden van de projectleider po-vo voor het versterken van andere overgangen. Verder blijven we aandacht geven aan het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters. We gaan zorgen voor betere loopbaanontwikkeling, betere nazorg en we verbeteren de aanpak aanwezigheid op school (voorkomen verzuim/ thuiszitten/uitval). Wij zien vooral kansen voor betere aansluiting tussen het onderwijs en bedrijfsleven via het initiatief Smart Makers Delft. Dit vraagt om een apart actieplan, waar het programma Smart Makers Delft zich op richt. De gemeente neemt hierbij de regierol en heeft de intentie om hiervoor een opgave-regisseur aan te stellen. Bestuurlijk is de samenwerking met kinderopvang, po en vo goed georganiseerd via Lokabel en het convenant met de TU. Ook het mbo en hbo zijn nadrukkelijk onderdeel van de (technologie)keten in Delft en zijn nodig voor de doelen die we willen behalen. Komende periode gaan we de lokale bestuurlijke samenwerking versterken met partners in de stad binnen mbo, hbo en wo door tweejaarlijks overleg met elkaar.

16

3.3 Ambitie III – Kansen vergroten Het is en blijft onze gezamenlijke wens dat wij kinderen en jongeren de meest optimale kansen bieden op een educatieve loopbaan die past bij hun eigen mogelijkheden. Juist ook als zij dit vanuit thuis niet (kunnen) meekrijgen of hierin niet of nauwelijks gestimuleerd (kunnen) worden, zijn wij als educatieve partners aan zet. Om dit te bereiken, gaan wij de komende periode meer aandacht geven aan het vergroten van kansen. Gegeven de kansenongelijkheid in de stad (zie hoofdstuk 2) weten we dat dit een vraagstuk is voor een langere periode. De kansenongelijkheid is niet zomaar ‘weggewerkt’. Om stappen te zetten, leggen we de focus vooral op de scholen met de hoogste schoolweging en de grootste groep niet-Nederlandstalige kinderen en jongeren, waaronder ook kinderen van kennis­ migranten. Twee bestuurlijke prioriteiten staan hierbij centraal: • Taalontwikkeling. • Toegankelijk maken van het educatieve aanbod (sport, cultuur etc).

kansen. In het coalitieakkoord is expliciet opgenomen dat de overheid ongelijke investeringen moet doen om kinderen in kwetsbare omstandigheden meer kansen te bieden. Een goed voorbeeld hiervan is het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NVLP). Delft-West is als één van de twintig gebieden aangesloten bij dit programma. De rijksoverheid wil met dit programma samen met gemeenten en partners binnen vijftien tot twintig jaar de toekomst van de bewoners verbeteren. Ook wil ze voorkomen dat problemen zich opstapelen in deze gebieden. Het gaat om problemen rond onderwijs, armoede, gezondheid, werk, wonen en veiligheid. Om educatie te verbreden voor kinderen in kwetsbare situaties en daarmee kansengelijkheid te realiseren, zijn er veel organisaties die naast de rijksmiddelen scholen of ouders ondersteunen. Denk aan het Jeugdeducatiefonds, Stichting Leergeld en Jantje Beton. Het is voor gemeenten, scholen en kinderopvang op lokaal niveau zoeken naar de middelen voor deze verbreding. Het besef dat het meerwaarde heeft dat kansarme kinderen in aanraking komen met alle aspecten van educatie, dringt hiermee wel steeds meer door in de samenleving.

Taalontwikkeling

Landelijke ontwikkelingen Op landelijk niveau komen rond educatie altijd twee bewegingen terug: focus op de kernvakken taal en rekenen en focus op de brede ontwikkeling. De laatste tijd wint de focus op de kernvakken terrein. Het Masterplan basisvaardigheden is hiervan het resultaat. Naar verwachting laait vanzelf de discussie weer op dat kinderen meer moeten leren dan de basisvaardigheden. In Delft kiezen we voor aandacht voor beide domeinen, zoals verderop blijkt in dit hoofdstuk. Daarnaast heeft het onlangs gevallen kabinet Rutte IV een trendbreuk gemaakt in de aanpak in het onderwijs rond gelijke

Waarom focus op taalontwikkeling Taalontwikkeling is het proces dat kinderen doorlopen bij het leren van een taal. Onder invloed van taalaanbod uit de omgeving krijgt het kind steeds meer vaardigheid in verschillende aspecten van taal, waaronder woordenschat en de hantering van grammaticale en communicatieve regels. In hoofdstuk 2 hebben we laten zien dat in Delft ouders wonen uit veel verschillende landen, meer dan in steden als Dordrecht en Leiden. Onder meer door de groei van Delft en de instroom van (kennis)migranten moet het taalaanbod aan de verschillende groepen meertalige kinderen, jongeren en studenten nog

diverser. Goede aansluiting bij de thuistaal is hierbij vereist, een rol die het onderwijs in Delft vaak al stevig op zich heeft genomen. NT-2 onderwijs Wanneer kinderen in Nederland aankomen, is het van belang dat ze zo snel mogelijk onderwijs kunnen volgen. Onderwijs is een recht en kinderen moeten de kans krijgen zich voor te bereiden op de Nederlandse maatschappij. In Europese richtlijnen staat dat kinderen die asiel aanvragen binnen drie maanden toegang moeten hebben tot het onderwijs. Voor migranten die geen asiel aanvragen, maar hier komen als EUburger, als Nederlandse staatsburger of met een niet-asiel gerelateerde verblijfsvergunning geldt dat zij eveneens zo snel mogelijk naar school moeten en dat zij direct onder de Leerplichtwet vallen.

Wat we in Delft al doen • Het onderwijs en de gemeente zetten via het Onderwijs­ achterstandenbeleid (OAB) gezamenlijk én vanuit de eigen verantwoordelijkheden al in op het stimuleren van de 17

Wat we gaan doen Ten eerste zorgt de gemeente ervoor dat in de tweede helft van 2023 het nieuwe OAB-beleidskader wordt opgesteld voor 2024-2027, waarbij taalstimulering uiteraard aandacht krijgt.16 Dit gebeurt in afstemming met de kinderopvang, OAB- basisscholen, DOK en JGZ. De extra beschikbare middelen in het kader van het NVLP (inclusief SPUK-regeling kansrijke wijk) zetten we in op wetenschappelijk bewezen interventies. Die zijn bijvoorbeeld een derde pedagogisch medewerker voor extra taalstimulering in de voorschoolse educatie in kwetsbare wijken, uitbreiding van taalvisite en een taalklas voor ouders.

taal­ontwikkeling van de jongste peuters tot studenten. De professionals in het werkveld benoemen als opbrengst van de samenwerking met de educatieve partners vooral de aandacht voor taal. Taalklassen en de taalondersteuning vanuit DOK, zoals Taalladder, taalvisite en Vindplaatsen, zien zij als mooie voorbeelden van samenwerking tussen opvang, onderwijs en gemeente. • In de gemeente Delft organiseren we al langere tijd onderwijs voor nieuwkomers. • Voor kinderen van nieuwkomers van 6-12 jaar zijn er drie scholen met opvangklassen. Deze drie scholen hebben een expertisefunctie voor de andere basisscholen. De kinderen van 12-18 gaan naar de ISK (Internationale Schakelklas). ISK Delft vervult een regiofunctie voor de gemeente Pijnacker­Nootdorp en Midden-Delfland.

Doelen 1. Ons doel is dat alle kinderen en jongeren een sterke taalbasis hebben. Onze prioriteit ligt bij jonge kinderen en nieuw­komers die thuis weinig Nederlands horen, lezen of spreken en die extra ondersteund moeten worden om de Nederlandse taal machtig te worden. 2. We onderschrijven de landelijke richtlijnen voor wat betreft het nieuwkomersonderwijs. We voegen hier voor de gemeente Delft de volgende ambities aan toe: • We streven ernaar binnen drie maanden een volledig onderwijsaanbod te bieden, maar eerder is wenselijk. • We zorgen voor structureel voldoende, toegankelijk en kwalitatief aanbod van onderwijs aan nieuwkomers.

Verder onderzoeken we de komende periode wat nodig is om structureel voldoende, toegankelijk en kwalitatief aanbod van onderwijs aan nieuwkomers te realiseren. Ook bedden we het plan voor internationaal onderwijs hierin in. De ervaringen vanuit de interventies van ons OAB-beleid en de Gelijke Kansen Agenda (zoals Verlengde schooldag, Kopklas, taalaanbod uitstroom ISK) nemen we hierin mee. Vanuit het onderzoek en de ervaringen ontwikkelt de werkgroep NewKids in samenwerking met ISK Delft hiervoor een actieplan NT-2.17

16 Het gaat hierbij om kinderen en jongeren met laag- of hoogopgeleide ouders.We richten ons vooral op kinderen en jongeren van niet-Nederlandse ouders. 17 De kennis en ervaring van de werkgroep nieuwkomers wordt hierbij meegenomen.

18

Toegankelijk breed educatief aanbod Onder breed educatief aanbod verstaan we het aanbod van onder andere sportverenigingen, amateurkunstverenigingen, creatieve en culturele activiteiten, zwemlessen en naschoolse activiteiten.

Waarom focus op toegankelijk breed aanbod Niet alle kinderen en jongeren groeien op in een omgeving die hun ontwikkeling optimaal ondersteunt. Om ervoor te zorgen dat alle leerlingen in Delft zichzelf ten volle kunnen ontplooien, willen we met een breed educatief aanbod in het primair en voortgezet onderwijs een impuls geven aan de brede talent­ ontwikkeling. Dat doen we met aanvullende activiteiten op het gebied van sport, cultuur, cognitieve begeleiding en sociaalemotionele ontwikkeling. Via diverse invalshoeken zijn wij met elkaar bezig om de kansen­gelijkheid van kinderen en jongeren in Delft te bevor­ deren, bijvoorbeeld door onze samenwerking in de Gelijke Kansen Agenda, onze NPO-aanpak en het OAB. We zien mogelijkheden om dit verder te versterken via een toegankelijk breed educatief aanbod, in lijn met onze ambitie richting inclusiever onderwijs. Dit aanbod moet voor iedereen toegankelijk zijn. In hoofdstuk 2 stipten we de grote verschillen in de Delftse wijken aan. In Delft zien we vooral dat er in bepaalde wijken financiële, culturele of sociale drempels zijn om deel te nemen aan ons gezamenlijke brede aanbod. In de wijken Buitenhof en Voorhof woont bijvoorbeeld één op de zeven kinderen in een huishouden onder 110% van het minimumloon.18 Dan moeten ouders keuzes maken over deelname aan (betaalde) activiteiten na en buiten school.

Via het Programma Delft-West gaan we specifiek voor deze wijken met elkaar en met de bewoners aan de slag om hierin verandering te brengen. In andere wijken zijn het geen financiële, maar juist culturele of taalkundige drempels die maken dat kinderen en jongeren niet deelnemen aan activiteiten of dat kinderen en jongeren uit verschillende (culturele) groepen elkaar niet ontmoeten. Voor alle kinderen in Delft willen wij de drempels beslechten om daarmee de kansengelijkheid te vergroten.

Wat we al in Delft doen • In de periode 2022-2025 is met de middelen uit het gemeentelijke Nationaal Programma Onderwijs (NPO) een aanvullend aanbod ontwikkeld op het gebied van zorg, cultuureducatie, sport en professionalisering voor docenten. Via een zogenaamde menukaart hebben de scholen voor primair en voortgezet onderwijs hiervan gebruikgemaakt. • Via de gemeente Delft ontvangen de Delftse onderwijsachterstandsscholen extra middelen vanuit het Jeugdeducatiefonds voor het verbreden van het aanbod voor de leerlingen.

Wat gaan we doen We zien dat opvang en onderwijs een belangrijke rol kunnen spelen om kinderen in aanraking te laten komen met dit brede educatieve aanbod. We streven ernaar dat opvang en scholen dit laagdrempelig aanbieden. En dat ze zorgen voor toeleiding naar laagdrempelige externe activiteiten in de buurt en stad. De komende periode gaan wij het volgende doen: • In schooljaar 2023-2024 starten we met de pilot Rijke schooldag in Delft-West. De ervaringen en uitkomsten uit de werkateliers vanuit het Programma Delft-West worden actief betrokken bij de uitwerking van deze pilot.

• We organiseren een vervolg op en verdieping van het NPOaanbod. Dat doen we in samenhang met lopende programma’s binnen sport en cultuur (waaronder het programma Cultuurhelden, de mogelijkheden vanuit het Jeugdfonds Sport en Cultuur en de activiteiten van organisaties zoals DOK en de combinatie­functionaris Cultuur van Delfts Peil). • Lokabel stelt een werkgroep in om de beoogde kennis te delen en de beoogde rol op te pakken van onderwijs en opvang rond het laagdrempelig aanbieden van een breed educatief aanbod. In Lokabel worden de bevindingen en de voortgang van deze werkgroep besproken. Ons droombeeld voor de lange termijn is dat alle kinderen en jongeren zich optimaal kunnen ontwikkelen, omdat hun talenten herkend zijn en er geen drempels zijn om die talenten te ontdekken en tot bloei te laten komen.

18 Bron: https://dashboards.cbs.nl/v2/armoedethuiswonendekinderen

19

4. Samenwerkingsstructuur Wij werken samen vanuit de volgende leidende principes: • Focus: Wij kiezen bewust voor een beperkt aantal ambities waaraan wij de komende jaren extra aandacht geven. De voortgang daarvan volgen we via de uitvoeringsagenda. Het betekent ook focus in onze overleggen: we zorgen voor duidelijke agenda’s, waar partners op een agendapunt kunnen aansluiten en waarbij het doel van bespreken duidelijk is (beeld-, oordeel- of besluitvormend). • Gelijkwaardigheid en vertrouwen: Wij werken met elkaar samen met korte lijnen en vanuit partnerschap. Wij erkennen dat wij allen bijdragen aan de DEA en aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren in Delft vanuit de eigen (wettelijke) taak, het eigen organisatiebelang én vanuit de gedeelde,

gezamenlijke verantwoordelijkheid voor die kinderen en jongeren. • Toewijding: Wij dragen allen vanuit onze eigen organisatievisie en – mogelijkheden actief bij aan de genoemde ambities. Deze bijdrage betreft het nakomen van gemaakte afspraken en kan gaan over inzet van mensen of middelen. Over de inzet van menskracht of middelen zijn wij transparant, zodat verwachtingen over onze bijdragen helder zijn. • Transparantie: Wij maken met elkaar keuzes over wat we wel en niet doen in het kader van deze DEA. Ook delen wij onze verwachtingen over en weer over de bijdrage en taken van de eigen organisatie. Ook binnen de eigen organisatie zijn wij transparant over de rollen, taken en verantwoordelijkheden van onze partners in de DEA en informeren wij onze eigen achterban actief over de afspraken die we met elkaar maken.

Op een ontspannen wijze spreken wij elkaar aan op gemaakte afspraken en we staan met elkaar stil bij hoe de samenwerking verloopt, zowel op resultaten als op manier van samenwerken. Niet iedere partij heeft dezelfde rol of taak binnen de DEA. In onze samenwerkingsstructuur werken wij met een bestuurlijk overleg Lokabel, een beleidsoverleg en met werkgroepen rondom de drie ambities. Daarnaast informeren wij alle betrokkenen in ieder geval jaarlijks over de voortgang op deze onderwerpen.

Lokabel Aan Lokabel – ons bestuurlijk overleg – nemen de bestuurders deel van onderwijs po en vo,19 kinderopvang en gemeente.20 De kerntaak van het bestuurlijk overleg is met elkaar sturing te geven aan het realiseren van de gezamenlijke opdracht. In het Lokabel-overleg bespreken wij daarom de onderwerpen of ambities die we hebben benoemd in deze DEA. Ook komt ter tafel welke nieuwe signalen of onderwerpen gemeentebreed aandacht behoeven in het kader van onze opdracht. Verder ontvangen we vanuit het beleidsoverleg en de werkgroepen informatie over de voortgang op lopende acties rondom de DEA-ambities, die zijn opgenomen in een uitvoeringsagenda. Met de uitvoeringsagenda geven wij concrete invulling aan hoe wij de gezamenlijke opdracht willen realiseren.

19 Inclusief speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en de samenwerkingsverbanden po en vo. 20 Hieronder verstaan wij eveneens gemandateerde vertegenwoordigers namens de bestuurders. Afhankelijk van de agenda kan naast de wethouder Onderwijs ook de wethouder Jeugd van de gemeente Delft aansluiten bij het Lokabel-overleg.

20

Actuele ontwikkelingen rondom opvang en onderwijs – gerelateerd aan de onderwerpen van deze DEA – kunnen ook op de agenda voor het bestuurlijk overleg staan. Voortgang op (aanpalende) (beleids)terreinen voegen wij zo veel als mogelijk schriftelijk toe aan de agenda van de DEA in de vorm van een nieuwsbrief. Daar waar deze voortgang of ontwikkelingen vragen om bespreking, maken wij hier agendapunten van. Tot slot benutten wij het bestuurlijk overleg om formele bestuurlijke afstemming rondom het onderwijsachterstandenbeleid te organiseren.21 Andere formele bestuurlijke afstemming (onderwijshuisvesting, passend onderwijs, voortijdig schoolverlaten/RMC) vallen buiten Lokabel en agenderen we op andere overlegtafels. Ook zijn mbo, hbo en de TU geen vaste partners van Lokabel; zij hebben een apart bestuurlijk overleg met de gemeente. We hechten er wel waarde aan hen bij de voortgang te betrekken en zullen daarom jaarlijks/ tweejaarlijks een 0-27 jaar bestuurlijk overleg beleggen voor uitwisseling en kennisdeling. Een overzicht van andere formele bestuurlijke overleggen is opgenomen in bijlage 1. De agenda voor het bestuurlijk overleg is zo opgesteld dat duidelijk is voor welk agendapunt welke partners –dus ook ketenpartners zoals de JGZ, DOK of sociale partners – uit­ genodigd zijn. De wethouder Jeugd van de gemeente Delft nodigen we op agenda uit om bij Lokabel aan te sluiten.

De taken van Lokabel zijn: • Bespreken van de voortgang en mogelijke knelpunten op hoofdlijnen op de opdracht, de benoemde ambities en benoemde prioriteiten. • Bespreken van mogelijke nieuwe ontwikkelingen waarop de partners gezamenlijk moeten inspelen.

• Bespreken van de resultaten van de acties en besluiten of we voorstellen overnemen/invoeren. • Keuzes maken welke acties per ambitie we per schooljaar oppakken en welke we in de uitvoeringsagenda prioriteit geven. • Bespreken van financiële ontwikkelingen. • Regelmatig de inhoudelijke voortgang en onderlinge samenwerking evalueren. • Afstemming en besluitvorming rondom onderwijsachter­ standenbeleid. De Lokabel-overleggen worden voorbereid door het beleidsoverleg (zie hieronder). De wethouder Onderwijs zit het overleg voor. Andere bestuurders kunnen het voorzitterschap per toerbeurt overnemen. De locatie van het overleg stellen we in overleg vast. Lokabel houdt eind 2025 een eerste evaluatie van de DEA. Dit is een evaluatie over zowel de inhoud – de acties, voortgang op de ambities en benoemde prioriteiten – als over de samenwerking/ structuur – hoe doen we het samen. Eventuele aanpassingen maken we bekend aan alle betrokkenen. Medio 2027 vindt opnieuw een evaluatie plaats op inhoud en samenwerkingsstruc­ tuur, waarbij de resultaten van de evaluatie dienen als input voor een nieuwe bestuurlijke agenda vanaf 2028. De voortgang op inhoud bespreken we daarnaast tijdens de reguliere bestuurlijke overleggen en indien nodig sturen wij bij.

Beleidsoverleg Het beleidsoverleg bereidt het Lokabel-overleg voor en houdt vinger aan de pols gedurende het jaar om de voortgang op acties en activiteiten te volgen. Het beleidsoverleg fungeert

21 Vanuit de Wet Primair Onderwijs moeten gemeente, onderwijsbesturen en kinderopvangbesturen met elkaar jaarlijks doelen stellen met betrekking tot leerlingspreiding, segregatie en integratie (WPO 161 en WVO 2020 3.42), doelgroepdefinitie voorschoolse educatie, toeleiding voorschoolse educatie, een doorgaande lijn van voorschools naar vroegschools en resultaatafspraken vroegschoolse educatie (WPO 160). Deze onderwerpen agenderen we daarom jaarlijks in het bestuurlijk overleg Lokabel.

als ‘linking pin’ tussen het bestuurlijk overleg en de uitvoering. Het beleidsoverleg bestaat uit afgevaardigden op directie/ beleids­niveau vanuit het onderwijs, de ve-peuteropvang en de gemeente. Taken voor het beleidsoverleg zijn: • Lokabel-overleg voorbereiden. • Ontwikkelen van een concept uitvoeringsagenda door evaluatie van (acties op) de uitvoeringsagenda en nieuwe acties opnemen naar aanleiding van input in samenwerking met werkgroepen/overlegtafels. • Ontwikkelen van bestuurlijke opdrachten naar aanleiding van Lokabel. • De voortgang op de acties in de uitvoeringsagenda bewaken, knelpunten in de uitvoering oplossen. • Juiste werkgroep/overleg aanwijzen of nieuwe werkgroep organiseren voor uitvoeren van acties op de uitvoerings­ agenda. • In overleg met bestuurlijk overleg de samenhang bewaken tussen verschillende ambities en acties uit de uitvoerings­ agenda en waar nodig werkgroepen informatie aan elkaar laten uitwisselen. Het beleidsoverleg komt zes keer per jaar bij elkaar, voorafgaand aan en na een Lokabel-overleg. Leden zijn voor in ieder geval twee jaar lid van het beleidsoverleg om continuïteit te waarborgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13512673/1