definitieve vastgestelde Programmabegroting 2025-2028 Delft incl Amendementen
Tekst van het document
23
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
gedaan. In het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet zijn twee nieuwe belastingen geïntroduceerd (ongebouwde grondbelasting en planbatenheffing, specifiek bedoeld voor de woningbouwopgave) en is het voorstel opgenomen de stijging van de OZB te maximeren. De concrete uitwerking van deze voorstellen is nog niet bekend. Om aanvullende dekkingen te vinden voor de tekorten in het financieel meerjarenbeeld is het Handelingsperspectief opgesteld (zie aparte bijlage bij deze begroting). Het handelingsperspectief is een financieel actieplan dat een overzicht geeft van oplossingen, het tijdpad voor de uitvoering en de wijze waarop de raad wordt betrokken. Voor de opstelling van de begroting en het handelingsperspectief is gebruik gemaakt van het advies van de VNG (ledenbrief 11 juni 2024). Dit advies is opgesteld vanwege de grote onzekerheid over de financiële toekomst van gemeenten en de aanhoudende disbalans tussen taken, middelen en ambities vanaf 2026. De VNG voert overleg met het kabinet over de dreigende verschraling van steden en dorpen en streeft naar voldoende middelen voor de wettelijke en maatschappelijke opgave van gemeenten. Kostenbeheersing in het zorgdomein is hiervoor een randvoorwaarde.
Mogelijk volgt een aanpassing van het wettelijk kader waardoor een versobering van de dekking en de voorzieningen in de Wmo en de Jeugdwet mogelijk wordt (VNG, essay Verschraling in gemeenten is een keus van het kabinet, 21 juni 2024). Incidentele baten en lasten Als randvoorwaarde vanuit het financieel toezicht door de provincie geldt dat het nieuwe begrotingsjaar 2025, of een opvolgend jaar van de meerjarenraming, structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Dit betekent dat: 1. 2.
structurele lasten worden gedekt door structurele baten, ramingen volledig en realistisch zijn.
Om vast te stellen of sprake is van een structureel evenwicht, corrigeren we de begroting voor incidentele baten, lasten en reservemutaties. Na correctie is het structurele begrotingssaldo als volgt. Begrotingsevenwicht (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Begrotingssaldo programma's Resultaat PB 2025-2028
60
-4.088
-4.196
75
Incidentele baten en lasten programma's
5.567
6.569
2.340
769
Incidentele reservemutaties
1.152
-5.204
-1.976
992
Structureel begrotingsevenwicht
6.779
-2.723
-3.832
1.836
De positieve saldi betekenen dat de nieuwe begroting voor 2025 structureel in evenwicht is. Het structureel evenwicht is vanaf 2026 negatief, maar verbetert naar verwachting als de voorstellen uit het handelingsperspectief worden verwerkt. Een overzicht van de incidentele baten en lasten in deze begroting is opgenomen bij de verzameloverzichten. Hierbij hoort ook het complete overzicht van toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Voor de beoordeling van het begrotingsevenwicht schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) het gebruik van het financiële kengetal Structurele exploitatieruimte voor. Dit kengetal vergelijkt de structurele baten en structurele lasten met de totale baten. In het begrotingsjaar 2025 is de structurele exploitatieruimte voor Delft 0,9% positief. Toelichting bouwstenen Hierna volgt een toelichting op de bouwstenen in de tabel met het begrotings- en meerjarenbeeld. Een uitgebreide toelichting op de verschillende voorstellen is opgenomen bij de beleidsprogramma's en/of de paragrafen.
24
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
Kadernota 2024 Met de vaststelling van de Kadernota 2024 door de raad ( op 27 juni 2024) is de koers voor de komende jaren bepaald. In de begroting is dit meerjarig verwerkt. De drie grote opgaven worden uitgevoerd, op basis van het coalitieakkoord zijn bestuurlijke accenten geformuleerd en zijn noodzakelijke bijstellingen gedaan in het bestaande beleid en de investeringen. Moties en toezeggingen hebben geleid tot voorstellen en er zijn keuzes gemaakt over de houdbaarheid van de financiering van het sociaal domein. Ook is een toelichting opgenomen op het financiële kader en de stand van zaken van het project Prinsenhof en de voorbereiding van de Gelatinebrug. De voorstellen voor de bouwstenen van de kadernota zijn verwerkt en toegelicht door middel van de 15e begrotingswijziging 2024. Naast de bouwstenen staan in de Kadernota 2024 maatregelen waarmee gestuurd wordt op het bereiken van een positief begrotingssaldo in 2025. Dit betreft de verlenging van afschrijftermijnen van kapitaalgoederen (wegen, groen & water, kunstwerken), realistisch ramen (op basis van een analyse van rekeningresultaten in 2021, 2022 en 2023) en een incidentele onttrekking aan de Algemene reserve. In de Programmabegroting 2025-2028 is de verlenging afschrijftermijnen nader uitgewerkt op programmaniveau. Dit leidt tot een beperkte ophoging van de opbrengst.
Het voordeel als gevolg van realistisch ramen in 2025 is uitgewerkt op programmaniveau en bijgesteld als gevolg van actuele inzichten. Programmabegroting 2025-2028 De nieuwe begroting kent een aantal bouwstenen. Voor zover de voorstellen bij deze bouwstenen een effect hebben in het lopende jaar 2024 zijn ze onderdeel van de Najaarsrapportage 2024. 1. Moties en toezeggingen Hierna is voor een aantal moties en toezeggingen aangegeven hoe opvolging is gegeven aan de opdracht of de toezegging. De motie Gemeenteraad voorop (a) (Programmabegroting 2024-2027) draagt op het programma Raad als eerste hoofdstuk op te nemen en het programma Stad en bestuur als tweede hoofdstuk. Aan de motie is uitvoering gegeven vanaf de Programmabegroting 2025-2028. De motie Diervriendelijke gemeente en zorgen voor morgen (Programmabegroting 2024-2027) draagt op om in de Kadernota 2024 € 5.000 vrij te maken om dieren te helpen. Voor dit doel is geen specifiek budget gealloceerd. Wel wordt ingezet op het nemen van maatregelen in de grachten van de binnenstad voor dieren in de vorm van nest- en rustplekken en uitstapplekken. En wordt vanuit het uitvoeringsprogramma Groen en Biodiversiteit, nadrukkelijk vorm gegeven aan het gestalte geven van Delft als diervriendelijke en biodiverse stad.
De motie Verbouwing museum Prinsenhof Delft: houd de wethouder financieel "in control" deel I (1 februari 2024) draagt op om de exploitatiekosten na verbouwing inzichtelijk te maken en de hogere structurele lasten niet meer te laten stijgen dan € 450.000 (financieel plafond). Hiervoor iseen dekkingsvoorstel gevraagd in de Kadernota 2024 waarbij bezien moet worden welke bijdrage de stad kan leveren. De hogere structurele lasten van € 450.000 worden beschouwd als financieel plafond. Dekking is verwerkt in de Kadernota 2024 waar financiële ruimte is ontstaan door de verwerking van de september- en decembercirculaire 2023. Bezien wordt of en welke bijdrage door de stad kan worden geleverd gezien de baten die de verbouwing van Prinsenhof heeft voor onze ondernemers. De motie Red de REV #2 (Kadernota 2024) draagt op middelen te reserveren voor de uitvoering van het programma betaalbare bedrijfsruimte. Hieraan is opvolging gegeven door binnen het programma Economie en Vastgoed incidentele ruimte vrij te maken (€ 165.000) door verschuivingen vanuit budgetten voor Binnenstad Gastvrij en Vitaal en Toerisme. De motie Wie zijn wij? (Kadernota 2024) draagt op aandacht te hebben voor het spanningsveld tussen de richtlijnen voor duidelijke taal en een juiste weergave van de duale rollen. Aan de motie is uitvoering gegeven vanaf de Programmabegroting 2025-2028.
25
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
De motie Herbestemming van middelen voor de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Delft (Kadernota 2024) verzoekt om in de Programmabegroting 2025-2028 uit de algemene reserves € 3 miljoen te herbestemmen voor culturele huisvestingsopgaven, aanwending van deze reservering direct na bespreking van het IHP-Cultuur mogelijk te maken en de raad te informeren over voortgang en resultaten. Uit de Algemene reserve wordt € 3 miljoen ingezet als dekking voor culturele huisvestingsopgaven als onderdeel van het investeringsprogramma van Delft. De motie Behoedzaam verlengen afschrijvingstermijnen (Kadernota 2024) draagt op om de verlenging van afschrijftermijnen zorgvuldig te monitoren en hierin mee te nemen wat de consequenties zijn voor de lasten van inwoners van Delft. De monitoring en consequenties moeten jaarlijks worden meegenomen in de kadernota en begroting. Het monitoren van de kwaliteit van de openbare ruimte is een continu proces. Afhankelijk van het type kapitaalgoed worden jaarlijks of meerjaarlijks inspecties gedaan naar de staat van het kapitaalgoed. Het verlengen van de afschrijvingstermijn leidt niet tot verlaging van de kwaliteit van de openbare ruimte of een later moment van vervanging. Het betreft het gelijktrekken van de financiële afschrijvingstermijn met de technische levensduur.
Door de afschrijvingstermijnen gelijk te trekken met de technische levensduur wordt niet onnodig versneld afgeschreven. Bijvoorbeeld: bomen werden in tien jaar afgeschreven, terwijl een gemiddelde levensduur van een boom daar ver boven zit, ook in een stedelijke omgeving. Daarom is gekozen om bomen af te schrijven in dertig jaar wat nog steeds een behoudende levensduur is. In de planning- en controlcyclus rapporteren we in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen over de staat van onze kapitaalgoederen. Daarnaast wordt in de vierjaarlijkse beheerplannen ook inzicht gegeven in de staat van het areaal. De toezegging over een voorstel voor afdoening van de motie Gasthuisplaats (20 april 2023) is nagekomen door een budgetvoorstel in de Kadernota 2024. Nu wordt een plan opgesteld met de stad om tot een fijne plek te komen. De toezegging over een financieel actieplan (inclusief aanpak en tijdlijn) voor het in balans krijgen van uitgaven, inkomsten en woonlasten, zodat al in 2025 voor de raad duidelijk wordt hoe we voor de gemeente Delft tot een beheersbaar begrotings- en meerjarenbeeld kunnen komen en Delft financieel gezond blijft (Kadernota 2024), is ingevuld door middel van het Handelingsperspectief (zie aparte bijlage bij de begroting). 2.
Meicirculaire 2024 De meicirculaire is op 27 mei 2024 gepubliceerd en geeft aan wat de bijstellingen zijn in de Algemene uitkering, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Een toelichting staat in de 'Bestuurlijke reactie meicirculaire 2024' (van 26 juni 2024, zaaknummer 2426371). In de meicirculaire is de afschaffing van de oploop van de opschalingskorting verwerkt (vanaf 2026) en zijn middelen opgenomen voor loon- en prijsontwikkeling op basis van de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2024. Incidentele effecten ontstaan door een eenmalige uitname in 2025 (nadeel) en door definitieve afrekening van het BCF 2023 (voordeel). De afname van middelen uit het gemeentefonds in 2026 ( het ‘ravijn’) is door de Voorjaarsnota van het Rijk kleiner geworden, maar nog steeds is sprake van een substantiële daling van middelen. Door actualisatie van maatstaven (bijvoorbeeld inwoners, huishoudens met laag inkomen, bijstandontvangers) ontstaan voordelen. De financiële effecten op basis van deze circulaire zijn aanvullend aan het begrotings- en meerjarenbeeld dat is gepresenteerd in de Kadernota 2024. Op basis van het voorstel voor verwerking verslechtert het saldo van de begroting 2025 en verbetert het meerjarenbeeld. 3.
Nominale ontwikkelingen 2025 Op basis van de afgesproken uitgangspunten in de Kadernota 2024 zijn de middelen voor loon- en prijsbijstelling in de meicirculaire verdeeld. Hiermee is het prijspeil van de nieuwe begroting aangepast aan de verwachte ontwikkeling van lonen en prijzen in 2025. Rekening is gehouden met te betalen
26
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
subsidies, bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en de stijging van de inkomsten uit leges, toeristenbelasting, parkeerinkomsten en precario: • • • •
•
De verwachte loonontwikkeling is 4,4% vanaf 2025 en betreft met name een reservering voor de nieuwe cao. De materiële prijscompensatie betreft goederen en diensten (2,2%), Sociaal domein (5%), vastgoed (op basis van de uitgangspunten Vastgoedanalyse) en de gemeenschappelijke regelingen (op basis van de ontwerp-begrotingen). Voor subsidies wordt compensatie toegevoegd op basis van een gewogen gemiddelde van de salarisontwikkeling (70% Index Prijs OverheidsConsumptie, beloning werknemers) en materiële kostenontwikkeling (30% Index Materiële OverheidsConsumptie) De tarieven van de woonlasten zijn gecorrigeerd voor inflatie (2,8% voor Afvalstoffenheffing en Rioolheffing). Bij de OZB gebeurt dit op basis van een gewogen gemiddelde van de consumentenprijsindex (CPI) en de negatieve maatstaf voor de belastingcapaciteit in het gemeentefonds (5,13%). De overige baten (leges, precario, reclame) stijgen met de CPI van 2,8%. Voor de toeristenbelasting (1,5%) en de huurbaten (2,2%) zijn afwijkende percentages afgesproken.
In de Kadernota 2024 is al een voorstel opgenomen om middelen te storten in de reserve Nominale ontwikkeling ten behoeve van de inflatiecorrectie van de ontvangen investeringssubsidies van het Rijk die een vast prijspeil kennen. Aanvullend is in deze begroting rekening gehouden met een reservering van € 223.000 voor ophoging van de kapitaallasten als gevolg van inflatiecorrectie van het investeringsprogramma. 4. Opgaven en project Renovatie museum Prinsenhof In het hoofdstuk Focus op drie opgaven zijn de opgaven in samenhang met elkaar toegelicht. De invulling van de besteding van de beschikbare middelen (reserveringen Delft-West en IDD) is geactualiseerd. Ten opzichte van de Kadernota 2024 is geen sprake van wijzigingen die van invloed zijn op het begrotings- en meerjarenbeeld. Aandachtspunten voor de langere termijn zijn het structurele karakter van de doelen en activiteiten terwijl zowel de rijksmiddelen als de eigen middelen incidenteel zijn. Voor de opgave Delft-West is de financiering van het programmabureau geborgd tot en met 2025 (via de specifieke uitkering Kansrijke Wijken). Er wordt in de Alliantieraad gesproken over aanvullend benodigde middelen van de verschillende partners (waaronder de gemeente). De financiering van het programmabureau vanaf 2026 is nog niet gekwantificeerd en begroot.
Het restant van de reservering van € 10 miljoen voor Delft-West is volgens de Kadernota 2024 eind 2027 circa € 2,8 miljoen. In de begroting is een voorstel opgenomen om extra dekking uit de reservering te halen voor de Financiële winkel (€ 300.000, zie bouwsteen Bestaand beleid en de programma’s Stad en bestuur en Werk en inkomen). Voor de co-financiering van de regiodeal wordt aanvullend een beroep gedaan op dit restant. Dit is maximaal € 1,5 miljoen (Rijke leerdag en Boostlabs). Afspraak is dat alternatieve dekkingsbronnen worden gezocht, maar die zijn er nog niet. Het restant kan dus snel teruglopen tot € 1,0 miljoen, terwijl de uitvoeringsplannen de komende jaren nog wel wat middelen zullen vragen. Bij de Kadernota 2025 volgt een update. De reservering voor de opgave Innovatiedistrict Delft van € 8 miljoen is bij de Kadernota 2024 nader geduid voor wat betreft besteding de komende jaren. Er resteert volgens deze duiding eind 2028 geen saldo. Er wordt gewerkt aan een ontwikkelstrategie inclusief een investeringsagenda met middelen die worden geïnvesteerd en de bijdrage daarvan aan de lange-termijn-doelstellingen. Dit zal ook na 2028 vragen om een bijdrage vanuit de gemeente die nog niet gekwantificeerd en begroot is. Naast de € 8 miljoen is incidenteel (tot en met 2025) € 0,2 miljoen regulier uitvoeringsbudget IDD (intern) geraamd.
Na 2026 zijn deze middelen dus niet meer beschikbaar. Voor de opgave Energietransitie is rekening gehouden met de inzet van de bijdrage van € 4 miljoen in 2026 uit de reserve Stad voor de overdimensionering van de warmtepompcentrale ten behoeve van toekomstige aansluitingen in de wijken Voorhof en Buitenhof. De komende jaren (tot en met 2028) lijken er voldoende middelen te zijn om de eerste fase (tot en met 2030) goed te kunnen aanpakken.
27
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
Om de vastgestelde doelen voor 2050 te kunnen halen, zijn ook in de periode 2030 tot 2050 middelen nodig. Voor de periode tot 2040 zal dit indicatief berekend en betrokken worden bij het Strategisch Investeringsplan (horizon 2040). Daarmee is niet gezegd dat de dekking en/of financiering (alleen) van de gemeente moet komen. Bij de bespreking van het strategisch investeringsplan kan dan het vervolg worden bepaald, ook in relatie tot het Handelingsperspectief Programmabegroting 2026-2029. Door het project Renovatie museum Prinsenhof Delft is het regulier geplande onderhoud niet nodig. Daardoor vallen de hiervoor gereserveerde middelen vrij uit de voorziening Onderhoud vastgoed. Deze middelen worden gestort in de reserve Prinsenhof Delft. 5. Nieuw beleid (inclusief bestuurlijke accenten) De keuzes voor nieuw beleid zijn al gemaakt in de Kadernota 2024. In de nieuw begroting zijn geen nieuwe voorstellen opgenomen. 6. Bestaand beleid Bij bestaand beleid is een budgetvoorstel opgenomen voor beveiliging bij OPEN, DOK en de VAK. Zoals aangekondigd in de Kadernota 2024 is voor de herhuisvesting van Erfgoed Delft rekening gehouden met eenmalige kosten van de verhuizing.
Ook is de actualisering van het onderhoudsplan Sportvelden verwerkt (zie programma Samenleven, onderwijs en cultuur) Voor extra taken bij de Financiële winkel is, passend bij de doelstellingen van de opgave Delft-West, incidentele dekking gevonden in de reservering voor Delft-West (zie programma's Stad en bestuur en Werk en inkomen). De onderhoudsplanning van het gemeentelijk vastgoed is bijgesteld (zie programma Economie en vastgoed) en bij de facilitaire kosten is rekening gehouden met diverse kostenstijgingen. Hiervoor is dekking beschikbaar binnen bestaande budgetten (zie programma Overhead) Ten slotte is de raming van de rentelasten en -baten en van het dividend geactualiseerd. Hierdoor ontstaat per saldo een voordeel in het begrotings- en meerjarenbeeld (zie programma Financiën). 7. Sociaal domein Omdat de compensatie die gemeenten ontvangen voor de extra kosten van de jeugdzorg incidenteel in de meicirculaire wordt opgenomen, is voor het meerjarige voordeel een stelpost Extra middelen jeugdzorg (arbitrage) geraamd. De stelpost is aangepast aan de wijziging in de richtlijn van de provincie voor de raming van de extra middelen.
Over de Hervormingsagenda Jeugd hebben de VNG en het Rijk afgesproken dat in 2025 een deskundigencommissie beoordeelt of de beoogde besparingen (oplopend tot € 1 miljard in 2027) realistisch en haalbaar zijn en of gemeenten zich voldoende hebben ingespannen om de taakstellende opbrengst te behalen. Op basis van de bevindingen volgt mogelijk een extra compensatie door het Rijk. Delft houdt tot nu toe rekening met een extra opbrengst (i.c. hogere baten en/of lagere lasten) van de Hervormingsagenda vanaf 2026 en met een verlaging van kosten als gevolg van investeringen in de transitie van de jeugdzorg. Voor de Wmo is in de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk een houdbaarheidsonderzoek aangekondigd waarmee in 2025 zicht en grip moet ontstaan op de uitgaven. Bezien wordt de mogelijkheid van een apart budget met een eigen indexering. Vooruitlopend hierop is bij het Rijk voor 2026 al € 75 miljoen gereserveerd, oplopend naar € 300 miljoen vanaf 2029. De uitgaven en inkomsten voor het sociaal domein zijn geraamd op basis van lokale ramingen. Ook is rekening gehouden met mutaties in de meicirculaire (taakmutaties, decentralisatie- en integratieuitkeringen). 8. Actualisering investeringsprogramma (herfasering) Het bestaande investeringsprogramma is geactualiseerd. Dit betreft met name de herfasering van de investeringsprojecten en de verschuivingen van investeringsagenda naar -plan.
Op basis van nieuwe ramingen ontstaan incidenteel voordelen als gevolg van lagere afschrijvingslasten. Toegevoegd zijn
28
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
de investeringen die starten in de nieuwe jaarschijf 2028 en de nieuwe investeringen die in de Kadernota 2024 zijn opgenomen. Hierbij is specifiek aandacht besteed aan de actualisatie van de investeringen in het kader van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs. Vooruitlopend op het document Actualisatie IHP 2025, dat in 2025 aan de raad wordt voorgelegd, zijn alle actualisaties en bijstellingen meegenomen in dit investeringsprogramma. Ook is er voor de IHP projecten een stelpost van 25% opgenomen voor extra locatiegebonden kosten. Een nadere toelichting staat in het programma Samenleven, onderwijs en cultuur (zie programma 8.3). In het kader van realistisch ramen is een bijstelling opgenomen van de kapitaallasten die rekening houdt met de verwachte realisatie per jaar. Voor de nieuwe begroting is de bijstelling geactualiseerd en gebaseerd op een realisatie van 70%. Een nadere toelichting staat bij Investeringen. 9. Herfasering reserves en voorzieningen De bijstellingen van de onttrekkingen voor de concrete bestedingsvoorstellen ten laste van de reserveringen voor Delft-West en Innovatiedistrict Delft zijn verwerkt (zie bouwsteen Opgaven). Dat geldt ook voor de bijdrage uit de reserve Stad voor de Warmtepomp (zie programma Duurzame stad).
Voor het museum Prinsenhof zijn middelen voor regulier onderhoud vrijgevallen die vervolgens zijn gestort in de reserve Project Prinsenhof. Tevens is een storting in de reserve Project Prinsenhof verwerkt die ten onrechte was beëindigd vanaf 2028. Aan de voorziening Sportvelden zijn middelen toegevoegd na actualisering van het onderhoudsplan sportvelden. Om tot een sluitend begrotings- en meerjarenbeeld te komen, is in de Kadernota 2024 voor het begrotingsjaar 2025 een incidentele onttrekking aan de Algemene reserve opgenomen van € 8,3 miljoen. 10. Woonlasten In 2025 worden de woonlasten, bestaande uit de onroerende zaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, aangepast voor inflatie, actuele kosten in de gesloten circuits en areaaluitbreiding. De inflatiecorrectie van de OZB komt bovenop de extra opbrengst van € 2,1 miljoen (circa 7%) die in de Programmabegroting 2022-2025 is opgenomen. Deze stijging blijft noodzakelijk voor een sluitende begroting. In totaal is de stijging van de OZB in 2025 12,2% en bestaat uit de bijstelling in de Programmabegroting 2022-2025 (€ 2,1 miljoen), inflatiecorrectie 2025 (€ 1,7 miljoen) en areaaluitbreiding (€ 185.000).
In 2021 heeft het college met de raad in de Programmabegroting 2022-2025 afgesproken de verhoging van de OZB in 2025 terug te draaien, als daarvoor voldoende financiële ruimte beschikbaar is, wanneer het Rijk met voldoende compensatie zou komen voor de gemeentelijke taken en met als randvoorwaarde het behoud van een structureel begrotingsevenwicht. Omdat de structurele financiële positie van gemeenten vanaf 2026 verslechtert en omdat nog onzeker is of hierover aanvullende afspraken gemaakt kunnen worden met het kabinet, is het terugdraaien van de stijging voor 2025 niet mogelijk. In de Programmabegroting 2026-2028 zal opnieuw bezien worden welke mogelijkheden er zijn. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn de toerekenbare kosten en de aantallen huishoudens geactualiseerd. Inclusief de inflatiecorrectie stijgt de afvalstoffenheffing met 3,65%. De rioolheffing stijgt, na inflatiecorrectie en een bijdrage uit de voorziening Riolering, met 5,5%.
29
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
Financiële gezondheid Naast een positief begrotingssaldo en het voldoen aan de eis van structureel evenwicht zijn voor een compleet inzicht in de financiële gezondheid van de gemeente de volgende vragen relevant: 1. Zijn we financieel wendbaar en weerbaar (ook op de langere termijn)? Bij wendbaarheid gaat het erom hoe snel de gemeente de financiële huishouding kan afstemmen op veranderende opgaven of hoe snel de gemeente kan inspelen op nieuwe financiële verhoudingen. Bij weerbaarheid gaat het om de vraag hoe groot de financiële buffer is. 2. Kunnen we de financiële risico's aan? Hiervoor is het weerstandsvermogen bepalend oftewel de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. 3. Is er ruimte voor nieuw beleid? De ruimte voor nieuw beleid wordt bepaald door het saldo van het begrotings- en meerjarenbeeld (inclusief taakstellingen en stelposten) dat is gebaseerd op realistische ramingen voor lasten, baten en reservemutaties. Daarnaast gaat het om het vrij aanwendbare deel van het reservevermogen. Voor de beantwoording van de vragen is informatie beschikbaar in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing en de paragraaf Financiering. Ad 1. Zijn we financieel wendbaar en weerbaar (ook op de langere termijn)? Wendbaarheid gaat over flexibiliteit van budgetten en beïnvloedbaarheid van beleid (medebewind, autonomie).
Zo zijn lasten van afschrijving en rente weinig flexibel en is onderwijshuisvesting een wettelijke taak met beperkte beïnvloedbaarheid. Inkoop van maatschappelijke ondersteuning is flexibeler, maar voor aanvragen geldt een open einderegeling en bij aanvullende voorzieningen is weer meer ruimte voor eigen beleid. De weerbaarheid is onderdeel van de Algemene reserve hangt samen met de wendbaarheid. Een lage wendbaarheid vraagt om een hogere weerbaarheid, omdat het aanpassen van de financiële huishouding meer tijd kost. Aanvulling van de Algemene reserve kan benodigd zijn als de weerbaarheidsreserve daadwerkelijk wordt ingezet. Financiële kengetallen (BBV) De financiële kengetallen over belastingcapaciteit, grondexploitatie en structurele exploitatieruimte gaan over wendbaarheid. De kengetallen over schulden (netto schuldquote en gecorrigeerde netto schuldquote) en eigen vermogen (solvabiliteit) sluiten aan bij weerbaarheid. Jaarrekening 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Prognose 2027
Prognose 2028
Netto schuldquote
43,3%
49,3%
48,9%
69,8%
80,9%
80,3%
Gecorrigeerde netto schuldquote
26,3%
35,2%
35,4%
54,8%
66,2%
68,1%
Solvabiliteitsratio
40,5%
46,6%
40,5%
38,8%
38,9%
36,0%
-0,9%
0,3%
-1,2%
-1,3%
-1,3%
0,0%
Waarderingscijfer Door BBV voorgeschreven Weerbaarheid:
Wendbaarheid: Kengetal
30
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
grondexploitaties Structurele exploitatieruimte
0,6%
1,5%
0,9%
-0,6%
-0,8%
0,3%
Belastingcapaciteit
114,6%
115,9%
120,0%
120,0%
120,0%
120,0%
De scores per kengetal zijn positief en overschrijden de signaleringswaarden uit het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) van de provincie niet. Een uitzondering geldt voor het kengetal Belastingcapaciteit, waarvoor de score als risicovol wordt gekwalificeerd. Dit kengetal geeft inzicht in de belastingdruk (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijk gemiddelde en daarmee in de ruimte voor belastingverhoging. De score indiceert dat de wendbaarheid beperkt is. De verwachting is dat de schuldquote op termijn gaat stijgen als gevolg van de financieringsbehoefte van het investeringsprogramma en de afname van de liquide middelen. Afhankelijk van de ontwikkeling van de rente zal dat ook leiden tot een toename van de rentelasten. Het Strategisch investeringsPlan dat in voorbereiding is (4e kwartaal 2024) geeft meer inzicht in de lange termijnontwikkelingen van de investeringen en consequenties voor de financieringsbehoefte. Reserves De totale omvang van de reserves is begin 2025 € 274,7 miljoen en bestaat uit bestemmingsreserves (€ 181 miljoen) waarvoor concrete bestedingsafspraken bestaan die zijn vastgesteld door de gemeenteraad en de Algemene reserve (€ 93,7 miljoen).
De Algemene reserve levert de dekking voor de benodigde weerstandscapaciteit die hoort bij het risicoprofiel, voor de buffer die is afgesproken in de Programmabegroting 2023-2026 en voor de bijdrage aan de incidentele dekkingsmiddelen. De buffer en de vrij besteedbare ruimte vormen de dekking voor investeringen in de stad (cofinancieringsbijdragen, reserveringen Delft-West, Innovatiedistrict Delft, museum Prinsenhof en Gelatinebrug en bijdragen aan het begrotingssaldo). Ad 2. Kunnen we de financiële risico's aan? De financiële risico's zijn in kaart gebracht en gepresenteerd in het risicoprofiel in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. De totale omvang bedraag € 42,8 miljoen. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de aanwezige risico's wordt uitgedrukt in een weerstandsratio. Voor Delft is de score 1,79. De beoordeling van deze score is ruim voldoende volgens de weerstandsnorm in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader van de provincie (GTK 2020 Gemeenten). Ad 3. Is er ruimte voor nieuw beleid? De weerbaarheid is op orde en toereikend voor beheersing van het risicoprofiel en voor het huidige pakket aan bestuurlijke opgaven en investeringen. Voor uitbreiding van bestaande ambities en toevoeging van nieuwe ambities is op dit moment geen ruimte. De wendbaarheid van de begroting staat onder druk.
T/m 2025 gaat het goed, maar vanaf 2026 is bijsturing noodzakelijk. In het handelingsperspectief staan hiervoor diverse mogelijkheden die nader worden onderzocht (bijvoorbeeld het zoeken van ruimte in de lopende exploitatiebegroting en een nader analyse van mogelijke bestedingsruimte binnen bestemmingsreserves). Het Strategisch Investeringsplan gaat bijdragen aan het verkrijgen van meerjarig inzicht in de gevolgen van de investeringsambities. De uiteindelijke opgave is mede afhankelijk van keuzes die het Rijk maakt over de structurele financiering van gemeenten. De inzet van de VNG hierbij is om te komen tot goede afspraken over de balans tussen taken en middelen.
31
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
FINANCIËLE BEGROTING 2025 & MEERJARENBEELD 2026-2028 Baten en lasten per programma De tabellen hierna geven inzicht in de omvang van baten en lasten per programma en van stortingen in en onttrekkingen aan reserves. Zowel voor de realisatie op basis van Jaarstukken 2023, het lopende jaar 2024 als voor de Programmabegroting 2025-2028. Bij de programma's staat een toelichting op het beleid en het budget aan de hand van de 3 W-vragen: 'Wat willen we bereiken?', 'Wat gaan we ervoor doen?' en 'Wat mag het kosten?'. Bedragen x €1.000 Exploitatie
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Baten
486.786
454.623
499.845
504.708
477.455
488.904
Lasten
473.833
460.163
500.707
516.218
487.096
491.328
Onttrekkingen
-51.831
-23.682
-28.976
-13.057
-10.329
-6.405
Stortingen
57.449
18.411
28.055
5.635
4.885
3.906
Begrotingssaldo
7.336
-270
60
-4.088
-4.196
75
Baten en lasten, toevoegingen en onttrekkingen De kolom Begroting 2024 geeft de stand van de begroting die nu in uitvoering is. Inclusief door de raad vastgestelde begrotingswijzigingen. De besluitvorming over nieuwe mutaties in 2024, dus na vaststelling van de Kadernota 2024, is onderdeel van de behandeling van de Najaarsrapportage 2024. De mutatie van de reserves betreft de Algemene reserve en bestemmingsreserves. Een specificatie en toelichting is opgenomen bij het programma Financiën.
32
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
Bedragen x €1.000 Exploitatie
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
3.045
4.119
4.093
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Baten Duurzame stad
1.223
823
823
Bereikbare stad
7.488
6.725
7.493
6.696
6.696
6.696
Goed wonen
12.013
18.784
14.911
38.225
14.951
23.074
Schone en veilige stad
36.095
35.660
36.101
35.730
35.552
35.945
Gezonde en sociale stad
5.064
999
4.162
4.827
1.926
1.926
Samenleven,onderwijs en cultuur
10.008
5.068
7.795
5.747
4.885
4.885
Werk en inkomen
81.608
60.392
68.955
68.588
68.588
68.588
Economie en Vastgoed
6.936
6.046
6.249
6.274
6.184
6.147
Stad en Bestuur Financiën
1.925
1.324
1.991
1.991
1.361
1.361
316.891
311.677
340.637
327.949
329.031
332.002
Overhead
5.713
3.829
7.458
7.458
7.458
7.458
Totaal Baten
486.786
454.623
499.845
504.708
477.455
488.904
Duurzame stad
8.057
11.617
9.730
9.997
5.125
4.992
Bereikbare stad
11.814
12.577
12.435
12.449
13.023
13.315
Goed wonen
19.825
29.199
25.905
47.559
23.856
31.285
Schone en veilige stad
67.928
67.402
71.174
72.236
72.569
72.835
Gezonde en sociale stad
106.526
115.800
129.743
128.130
124.908
124.558
Samenleven,onderwijs en cultuur
58.985
49.721
55.718
51.770
55.404
55.668
Werk en inkomen
115.636
95.870
105.588
105.709
105.652
105.588
Economie en Vastgoed
18.562
13.144
12.907
14.497
16.001
14.271
Stad en Bestuur
10.027
10.883
11.515
11.366
9.966
9.953
Raad
2.546
2.567
2.834
2.834
2.834
2.830
Lasten
Financiën
6.180
3.272
9.118
6.798
4.857
3.557
Overhead
47.746
48.109
54.039
52.873
52.902
52.476
Totaal Lasten
473.833
460.163
500.707
516.218
487.096
491.328
-51.831
-23.682
-28.976
-13.057
-10.329
-6.405
Financiën
57.449
18.411
28.055
5.635
4.885
3.906
Begrotingssaldo
7.336
-270
60
-4.088
-4.196
75
Onttrekkingen Financiën Stortingen
33
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
INVESTERINGEN Inleiding en leeswijzer In het investeringsplan en het investeringsplan bedrijfsmiddelen staan de in uitvoering genomen investeringen, vervangingsinvesteringen en investeringen vanuit beheerplannen. Op de investeringsagenda staan de voornemens tot investeren. Voorafgaand aan de uitvoering hiervan wordt een uitvoeringsplan vastgesteld met een kostenraming en planning. Onder het overzicht gewijzigde investeringen staat het totaal aan toegekende en nog toe te kennen investeringsbedragen voor alle projecten over alle jaren. De afschrijvings- en rentelasten (kapitaallasten) die samenhangen met deze investeringen zijn opgenomen bij de programma's en opgenomen in de meerjarige begroting. Individuele investeringsprojecten zijn weergegeven en toegelicht in de programma’s onder de 3e W-vraag ‘wat mag het kosten’. De gewijzigde investeringen t.o.v. de Kadernota 2024 zijn hierin vetgedrukt. Investeringsprogramma Toegekend budget na actualisatie
Realisatie t/m 2023
Beschikbaar bedrag na actualisatie
Investeringsplan
421.349
134.312
287.037
Bedrijfsmiddelen
16.969
2.409
14.560
Investeringsagenda
156.641
-
156.641
Totaal investeringsprogramma
594.959
136.721
458.238
Investeringsprogramma tot en met 2028
Mutaties investeringsprogramma Ten opzichte van de Programmabegroting 2024-2027 is het investeringsprogramma geactualiseerd. De aansluiting met de nieuwe begroting is in onderstaande tabel opgenomen.
34
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
(bedragen x € 1.000)
Toegekend bedrag
Mutaties investeringsprogramma Investeringsplan Toegekend bedrag Investeringsplan 2024-2027
360.958
Van 'Agenda' naar 'Plan'
3.750
Kadernota
15.070
Museum Prinsenhof
34.500
Uitbreiding Vulcanusweg
150
Actualisatie Investeringsplan (incl. afgeronde investeringen)
6.921
Toegekend bedrag investeringsagenda tot en met 2028
421.349
Bedrijfsmiddelen Toegekend bedrag Investeringsplan 2024-2027 Van 'Bedrijfsmiddelen' naar 'Plan' Kadernota
11.505 300
Actualisatie bedrijfsmiddelen
5.164
Toegekend bedrag investeringsagenda tot en met 2028
16.969
Investeringsagenda Toegekend bedrag Investeringsplan 2024-2027
101.576
Van 'Agenda' naar 'Plan'
-3.750
Actualisatie IHP
57.515
Actualisatie investeringsagenda
1.300
Toegekend bedrag investeringsagenda tot en met 2028
156.641
Totaal investeringsprogramma tot en met 2028
594.959
Toelichting mutaties investeringsprogramma In vergelijking met de vorige programmabegroting is een aantal investeringen afgesloten en heeft de raad nieuwe aanvullende besluiten genomen. In de Kadernota 2024 zijn investeringen opgenomen en geactualiseerd voor het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) en de nieuwe beheerplannen openbare ruimte. Ten slotte zijn de planning en de ramingen van het bestaande programma geactualiseerd (herfasering op basis van realisatie). De toelichtingen op de investeringen staan in het betreffende programma (derde W-vraag: 'Wat mag het kosten'). Realisatie ten opzichte van begroting Jaarlijks is sprake van een afwijking tussen de geraamde investeringsbedragen en de daadwerkelijke realisatie. Analyse leert dat dit verklaard wordt door diverse (externe) factoren. Zoals beschikbaarheid van aannemers, beschikbaarheid van materieel, inspraak op bestemmingsplannen en capaciteit. Op basis van de realisatie in de afgelopen jaren is nu de reële verwachting dat van het totale investeringsprogramma per jaar circa 70% kan worden gerealiseerd. Vanwege de eerdergenoemde factoren is het niet mogelijk om vooraf aan te geven op welke specifieke investeringen dit betrekking heeft. In het begrotings- en meerjarenbeeld is daarom een bijstelling (stelpost) voor realistisch ramen opgenomen die aansluit bij de aanname dat in een jaar maximaal 70% wordt besteed.
Voor de lagere kapitaallasten die hiervan het gevolg zijn, is een stelpost geraamd (zie programma Financiën).
35
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
Overzicht gewijzigde investeringen (bedragen × € 1.000) Gewijzigde investeringen
Begroting 2025 Programma
Reeds besloten: Stand Programmabegroting 2024-2027
500.363
Nog te besluiten voorstellen: Meubilair
P2
Waterplan / klimaatadaptatie
P3
50 10
Adaptieve Mobiliteitsagenda
P4
4.560
Beheerplan civiele constructies
P6
2.500
Beheerplan groen en water
P6
1.933
Waterberging
P6
500
Beheerplan openbare verlichting
P6
2.200
Beheerplan wegen
P6
2.644
Bomenwijk (Vestia)
P6
500
Speelplekken
P6
530
Stadsvernieuwing
P6
140
Tractie
P6
277
Verkeersvoorzieningen
P6
315
Vernieuwen riolen (GRP)
P6
4.204
Voorziening vernieuwen riolen (GRP)
P6
-4.204
Binnen- en buitensport
P8
-1.320
IHP CLD Hof van Delft
P8
1.659
IHP Grotius Juniusstraat-grond
P8
8.000
IHP Grotius Juniusstraat -grond
P8
3.100
IHP Maurice Maeterlinckschool - grond
P8
900
IHP Mercurius met sportzaal
P8
5.106
IHP Stelpost
P8
50.764
OHP 2025 1e inrichting Spinoza ISK
P8
335
OHP 2025 1e inrichting Mercurius college
P8
115
RingPass velden
P8
3.490
Sportaccommodaties KN2021
P8
-1.810
Sportpark Kruithuisweg (Blue Birds)
P8
500
Tijdelijke huisvesting Gebouw Het Kristal
P8
-190
Tijdelijke uitbreiding ISK
P8
394
ICT Investeringen
P11
7.394
Totaal nieuwe en gewijzigde investeringen
94.596
Stand Programmabegroting 2025-2028
594.959
36
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
Investeringsplan In het Investeringsplan staat per programma het totaal toegekende budget, de realisatie van dit budget tot en met 2023 en het nog beschikbare bedrag voor 2025 en verder. De individuele investeringsprojecten en de te verwachtte kapitaallasten zijn opgenomen en toegelicht in de programma’s onder de 3e W-vraag ‘wat mag het kosten’. Investeringsplan
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2023
2024
2025
2026
2027
Duurzame stad
4.575
1.773
545
945
762
275
275
Bereikbare stad
88.371
69.756
4.994
5.315
3.141
2.761
2.404
(bedragen × € 1.000)
Goed wonen
Jaarschijf 2024 o.v.v. NJR24
Fasering
2028
626
186
94
10
336
-
-
Schone en veilige stad
150.502
47.622
21.647
23.709
18.233
24.272
9.974
Samenleven, onderwijs en cultuur
172.443
12.167
18.965
47.898
34.826
19.883
23.074 -
Economie en vastgoed
1.740
99
906
135
600
-
Overhead
3.092
2.699
124
135
134
-
-
421.349
134.302
47.274
78.147
58.032
47.191
35.727
Totaal investeringsplan
Investeringsplan - bedrijfsmiddelen De bedrijfsmiddelen vormen een aparte categorie binnen het Investeringsplan. In het investeringsplan voor de bedrijfsmiddelen is per programma het toegekende budget in de meerjarenbegroting opgenomen. De individuele investeringsprojecten en de te verwachtte kapitaallasten zijn opgenomen en toegelicht in de programma’s onder de 3e W-vraag ‘wat mag het kosten’. Investeringen Bedrijfsmiddelen
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2023
Jaarschijf 2024 o.v.v. NJR24
Fasering
2024
2025
2026
2027
750
-
250
150
150
150
50
1.293
32
149
278
278
278
278
(bedragen × € 1.000) Bereikbare stad Schone en veilige stad
2028
Stad en bestuur
1.001
61
199
590
50
50
50
Overhead
13.925
2.316
984
1.058
1.600
6.747
1.220
Totaal bedrijfsmiddelen
16.969
2.409
1.582
2.076
2.078
7.225
1.598
Investeringsagenda Op de investeringsagenda staan investeringsvoornemens. Een investering staat op de agenda als er nog geen goedgekeurd uitvoeringsplan (kostenraming, planning) is vastgesteld. Op de Investeringsagenda staan per investering de raming van de voorgenomen investering en de voorgenomen fasering. De individuele investeringsprojecten en de te verwachtte kapitaallasten zijn opgenomen en toegelicht in de programma’s onder de 3e W-vraag ‘wat mag het kosten’. Investeringsagenda
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2023
Jaarschijf 2024 o.v.v. NJR24
Fasering
2024
2025
2026
2027
2028
7.500
-
-
1.000
1.500
1.000
4.000
Samenleven, onderwijs en cultuur
149.141
-
850
8.644
17.710
31.875 54.569
Totaal investeringsagenda
156.641
-
850
9.644
19.210
32.875 58.569
(bedragen × € 1.000) Schone en veilige stad
37
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
Beleidsbegroting
38
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
BELEIDSBEGROTING Inleiding beleidsbegroting De programmabegroting omvat tien programma's. De namen van de programma's zijn niet gelijk aan de bestuurlijke accenten. Per programma worden de drie W-vragen beantwoord: 'Wat willen we bereiken?', 'Wat gaan we ervoor doen?' en 'Wat gaat het kosten?'. Bij de eerste W-vraag staan de indicatoren en een actualisering van de effecten en prestaties voor 2025. Bij de tweede W-vraag geven we een opsomming van de activiteiten die worden ondernomen om die effecten en prestaties te bereiken. De derde W-vraag laat de financiële vertaling per programma zien, inclusief investeringen. In een apart overzicht zijn de mutaties ten opzichte van de vorige begroting opgenomen. Nieuwe, nog te besluiten mutaties zijn toegelicht. Het meerjarige beeld, met rekeningcijfers over de afgelopen jaren en de begrote lasten, baten en reservemutaties tot en met 2028, zijn te vinden bij Overzichten, onderdeel Uitvoeringsinformatie Baten en lasten per taakveld. De uitwerking van de drie opgaven (Delft-West, Innovatiedistrict Delft en Energietransitie) en de inzet voor de bestuurlijke accenten komen in de programma's aan de orde. Structuur per programma: 1. Wat willen we bereiken?: Tabel met de beleidsindicatoren. 2. Wat gaan we daarvoor doen?: Toelichting op de acties voor het begrotingsjaar in relatie tot het beschikbare budget. 3.
Wat gaat het kosten?: Overzicht van baten en lasten met een toelichting op de mutaties en een overzicht van investeringen met een toelichting. Indicatoren Met indicatoren laten we transparant en meetbaar zien wat we bereiken in onze stad. Vooraf leggen we een streefcijfer vast in de programmabegroting. Dit voorkomt achteraf spraakverwarring over doelbereiking. Op deze manier leggen we transparant rekenschap af over onze ambities. De streefcijfers van de lokale indicatoren geven in de regel minimaal beoogde waarden weer ('groter of gelijk aan'). Per programma staan de meest relevante indicatoren bij elkaar. Dit zijn de indicatoren uit het coalitieakkoord. De verplichte BBV-indicatoren (Besluit Begroting en Verantwoording) staan in bijlage Verplichte beleidsindicatoren BBV.
39
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
1 RAAD Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2025
Lasten
2.834
Saldo
-2.834
1.1 WAT WILLEN WE BEREIKEN Algemeen De doelstelling van het programma Raad omvat het waarborgen van een democratisch bestuur, dat effectief, doelmatig, transparant en betrouwbaar functioneert. De betrokkenheid van inwoners bij het politiek bestuur van de gemeente is daarbij van wezenlijk belang voor het draagvlak van genomen besluiten. Beleidstoelichting De gemeenteraad heeft 39 leden die allemaal inwoner zijn van Delft. Gezamenlijk vertegenwoordigen zij alle inwoners van onze stad. De gemeenteraad is het hoogste bestuurlijke orgaan van de gemeente en vormt samen met de burgemeester en het college het bestuur van Delft. De gemeenteraad bepaalt de (financiële) kaders waarbinnen het college van burgemeester en wethouders het beleid voor Delft moet uitwerken en uitvoeren. Daarnaast controleert de gemeenteraad of het college het beleid naar behoren uitvoert en (onvoorziene) problemen afdoende aanpakt. Hierbij geeft de gemeenteraad ook invulling aan haar volksvertegenwoordigende rol door in actieve verbinding met de stad te staan. Bij deze taken worden de gemeenteraadsleden ondersteund door een aantal commissieleden.
40
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
1.2 WAT GAAN WE ERVOOR DOEN Algemeen Het programma Raad omvat de activiteiten en bijbehorende kosten die samenhangen met het goed functioneren van de gemeenteraad, waaronder de vergoedingen voor gemeenteraads- en commissieleden, fractievergoedingen, vergaderkosten, werk- en wijkbezoeken, voorlichtingsbijeenkomsten, de kosten voor de externe accountant, communicatiemiddelen en audiovisuele apparatuur, het budget van de Delftse Rekenkamer, de inzet van de Stadsbouwmeester en de ondersteuning en advisering door de medewerkers van de griffie. De griffie bestaat uit ambtenaren die de gemeenteraad ondersteunen. Delftse Rekenkamer (DRK) De DRK werkt voor de gemeenteraad en doet onafhankelijk onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentebeleid. Daarnaast adviseert de DRK de gemeenteraad over hoe het beleid en uitvoering beter kunnen. Verdere informatie is te vinden via: https://www.delft.nl/delftserekenkamer. Stadsbouwmeester De stadsbouwmeester is een onafhankelijk adviseur van de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie die de samenhang tussen verschillende projecten binnen de stad stimuleert en hierbij zo veel mogelijk samenwerkt met de stad. Hij heeft een vrije, inspirerende, verbindende en agenderende rol naar zowel de raad, het college als de ambtelijke organisatie en stimuleert het debat met de stad.
Verdere informatie is te vinden via: https://ris.delft.nl/stadsbouwmeester/. Accountant De gemeente heeft een externe accountant die werkt voor de gemeenteraad en ook door de gemeenteraad wordt geselecteerd. De accountant vormt een oordeel over het getrouwe beeld van de jaarstukken, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording. Daarmee heeft de accountant een ondersteunende rol in de planning- en controlcyclus.
41
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
1.3 WAT MAG HET KOSTEN Overzicht baten en lasten Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Lasten
2.834
2.834
2.834
2.830
Saldo
-2.834
-2.834
-2.834
-2.830
Overzicht mutaties (bedragen × € 1.000)
Begroting 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
-2.692
-2.693
-2.692
-2.693
Najaarsrapportage 2023 (structurele effecten)
-22
-22
-22
-22
Kadernota 2024
-15
-15
-15
-15
Raad Reeds besloten: Stand Programmabegroting 2024-2027 Begrotingswijzigingen t/m 1 juli 2024
Nog te besluiten voorstellen: Nominale ontwikkeling Totaal - Raad
-105
-105
-104
-100
-2.834
-2.834
-2.834
-2.830
Toelichting op de mutaties Kadernota 2024 (-/- € 15.000) Het budget voor presentiegelden commissieleden is structureel verhoogd (15e begrotingswijziging 2024). Nog te besluiten voorstellen: Nominale ontwikkeling (-/- € 105.000) De nominale ontwikkeling betreft de aanpassing van de budgetten aan het prijspeil voor 2025. Een nadere toelichting is opgenomen in het hoofdstuk Financiële positie.
42
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
2 STAD EN BESTUUR Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2025
Baten
1.991
Lasten
11.515
Saldo
-9.524
Algemeen Het college van Delft staat voor de waarden van goed bestuur. Deze vormen het fundament van ons handelen en besluitvorming. Dit betekent dat we transparant zijn, gericht op een effectieve besteding van middelen en de legitimiteit van onze besluitvorming. Op deze manier geven we vorm aan het begrip betrouwbare overheid. We zijn benaderbaar en zichtbaar in de stad aanwezig. We geloven in een cultuur van inwoners aangenaam verrassen, door bijvoorbeeld vaker en sneller te telefoon te pakken. Ook als het antwoord nee is. Mensen maken de stad. De stad maken we met elkaar. Samen bepalen we hoe iedereen in Delft leeft, werkt en hoe Delft zich daardoor ontwikkelt. We zien dit uitdrukkelijk als gezamenlijke opgave van de gemeenteraad en het college. Daar waar het nodig is, willen we de kracht van de samenleving versterken. Daar waar die kracht al aanwezig is, willen we ruimte geven aan initiatieven, bijvoorbeeld via participatietrajecten waarbij omwonenden en ondernemers meedenken over de thema's werken én wonen, leefkwaliteit, bereikbaarheid, alsmede met het verstrekken van subsidies. Wij staan als raad en college voor de waarden van goed bestuur. Dat betekent voor ons dat we als college zichtbaar zijn, betrouwbaar zijn, verantwoordelijkheid nemen en echt luisteren. Wij willen meer met bewoners en bedrijven samen oppakken en zichtbaar zijn in de wijken.
Dus dichtbij alle Delftenaren en dichtbij de uitvoering. We werken samen met de stad en partners aan een aantrekkelijk Delft, ook voor toekomstige generaties. Tegelijkertijd: er gebeurt al veel moois in Delft. Met de aanpak 'Wij West - Gelijke kansen in Delft' bijvoorbeeld. Waarin we samen met bewoners, instellingen en organisaties uit Delft-West vorm en inhoud geven aan de opgaven, vanuit vertrouwen. Voor het toekomstbestendig versterken van de stad, werken we samen met, en behartigen we belangen bij, mede-overheden. Dit met oog voor de omgeving. Daartoe zorgen we ook dat we de kansen in beeld hebben die samenwerking op bovengemeentelijk niveau en in netwerkverbanden met zich mee kan brengen. Relevante beleidskaders In 2023 is het kader in de vorm van de visie op gemeentelijke dienstverlening opgesteld. Onder dit programma vallen de volgende onderwerpen: College van B&W, bestuurlijke samenwerking (inclusief verbonden stad), burgerzaken, basisregistraties, dienstverlening, verkiezingen, overige baten en lasten stad en bestuur en kostenverdeelstaat (ureninzet op het programma).
43
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
2.1 WAT WILLEN WE BEREIKEN Beleidsindicatoren Stad en bestuur Met elkaar: vertrouwensscore B&W
Stand: 6,4
Streven: PB 2025
Streven: 2030 6,6
7,0
Toelichting op de beleidsindicatoren We streven ernaar om tussen 2025 en 2030 het vertrouwen in het college van burgemeester en wethouders te laten stijgen naar het rapportcijfer 7. Dat is ambitieus, maar het laat zien waar we voor staan en waar we op inzetten. Dit betreft een gezamenlijke inspanning, waar we met het college en de hele ambtelijke organisatie hard voor werken. Gemeentelijke dienstverlening Met onze dienstverlening ondersteunen wij inwoners, ondernemers, organisaties en bezoekers om hun zaken eenvoudig te regelen. De organisatie werkt hieraan op basis van een visie, met vier leidende principes: • •
• •
Voor iedere Delftenaar: We zijn er voor iedere Delftenaar. We leven ons in en hebben oog voor de mens en de situatie. Met onze inclusieve dienstverlening sluiten we aan op het belang van de stad én de behoeften van inwoners, ondernemers, organisaties en bezoekers. Toegankelijke dienstverlening: We leveren passende dienstverlening voor iedereen, laagdrempelig en eenvoudig in gebruik. Zo zijn we toegankelijk voor iedere Delftenaar. Mensen kunnen gemakkelijk gebruik maken van onze dienstverlening, ongeacht de eigen vaardigheden. Eigentijdse dienstverlening: We blijven kansen benutten voor mogelijkheden van nieuwe (digitale) oplossingen waar die meerwaarde hebben voor de Delftse dienstverlening. De inzet is dat iedereen eenvoudig toegang heeft tot gemeentelijke diensten. Voor en samen met de stad: Om onze diensten voortdurend te verbeteren, gebruiken we de ervaringen en kennis van Delftenaren en het netwerk van partners en organisaties. We betrekken hen actief bij het ontwikkelen en toetsen ervan.
Voor onze dienstverlening willen we het streefcijfer van 7,5 minimaal handhaven voor de komende jaren. Als input voor deze indicator gebruiken we de tweejaarlijks Omnibusenquête.
44
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
2.2 WAT GAAN WE ERVOOR DOEN Doelstellingen De stad maken we met elkaar De stad maken we met elkaar en dat komt binnen elke opgave tot uiting. Zo blijft er in 2025 veel aandacht voor het samen met de wijken vormgeven van de energietransitie en het samenwerken met onze partners. We hebben een breed palet aan mogelijkheden en instrumenten op het gebied van participatie en inspraak, zoals de methode Delfts Doen, 'Right to Challenge', Energieloket Delft (verduurzamen) en ons (nieuwe) subsidiestelsel. We gaan de participatieaanpak Delfts Doen evalueren en waar nodig aanpassen. We zetten met ons uitvoeringsplan 'Samen maken we de stad' in op vier lijnen: 1. 2. 3. 4.
We staan in contact met 'alle' Delftenaren. We geven initiatieven uit de stad meer ruimte (vanuit het besef dat niet alles kan). We betrekken bewoners intensief en tijdig bij de energietransitie en fysieke plannen in de wijk. We willen de verbinding tussen student en stad vergroten.
De kracht van Delftenaren benutten we zoveel als mogelijk, bijvoorbeeld door inzet van hun (ervarings-)deskundigheid en kennis in bijvoorbeeld het armoedenetwerk of het toegankelijkheidsnetwerk. We werken eraan om zichtbaar en toegankelijk te zijn in de wijken. Daarvoor organiseren we ons werk dichterbij – en samen met – alle Delftenaren. We maken daarvoor bijvoorbeeld gebruik van spreekuren in de wijken en inlooplocaties in de stad. Wijkregisseurs kennen de wijken, verbinden sleutelfiguren, ondersteunen initiatieven en organiseren samenhang door middel van leefbaarheidsoverleggen met partners. We zetten in op het stimuleren en faciliteren van vrijwilligerswerk en gaan dat ook meer zichtbaar maken. Zo zijn we gestart met een extern vertrouwenspersoon voor vrijwilligers, brengen we vraag en aanbod beter bij elkaar via de website Delft helpt elkaar en is er de vrijwilligersacademie met volop aanbod van trainingen en workshops. We versterken in de gemeentelijke organisatie het omgevingsbewustzijn bij de medewerkers om zo als organisatie nog beter te worden in het samenwerken met de stad, in het vroegtijdig oppikken wat er leeft en daar samen met bewoners en organisaties op in te kunnen spelen. Bovengemeentelijke samenwerking De verplaatsing van mensen van woning naar werk, school en voorzieningen gaat in onze regio vaak de gemeentegrens over.
Delft heeft een bijzondere positie als middelgrote stad tussen Rotterdam en Den Haag, als stad met centrumfunctie voor woonplaatsen in de omgeving en als stad met een technische universiteit. Veel gedecentraliseerde taken voeren we regionaal samen uit – vanwege verwevenheid, specialisatie en/of schaalvoordeel. Deze positie maakt dat Delft een speler is in veel samenwerkingsverbanden en dat daar veel prioriteit naar uitgaat. We zijn ons bewust van het waardevolle contact met onze buurgemeenten en we hebben belang bij de verbindende blik die daarbij vaak van ons gevraagd of gewaardeerd wordt. In Delft liggen veel kansen die de spin-off van de Delftse kenniseconomie lokaal en bovenlokaal vergroten. We werken daaraan dan ook bestuurlijk samen met de omliggende gemeenten, zowel in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), als met Leiden en Dordrecht. Ook werken we samen met de provincie Zuid-Holland en met het Rijk. De Delftse inbreng in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag stemmen we regelmatig af met de Delftse Delegatie van gemeenteraadsleden, die lid zijn van de adviescommissies binnen de MRDH voor verkeer en economisch vestigingsklimaat. In MRDH-verband gaan we in 2025 aan de slag met de implementatie van de verbeteringen van de samenwerking waartoe de samenwerkende
45
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
gemeenten besluiten in de 10-jaarsevaluatie. Ook met de provincie zijn we scherp op de wijze van samenwerking. Er is regelmatig ambtelijk en bestuurlijk contact over Delftse en regionale opgaven en we zorgen dat we elkaar niet verrassen met besluiten. Op nationale schaal biedt het G40-netwerk van (middel)grote steden ons een plek om op stedelijke vraagstukken kennis te vergroten en de koers voor bovenlokale belangenbehartiging te bepalen. Een samenwerking waarbij de G40 en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) elkaar complementeren en versterken. We vertegenwoordigen Delft binnen de VNG in de algemene ledenvergaderingen. Daar bepalen gemeenten samen de koers voor contacten met het Rijk over rijksbeleid, regelgeving, uitvoeringskaders en financiering én maken we keuzes voor gezamenlijke gemeentelijke uitvoering (GGU). Met de VNG stellen we doelen voor de lange termijn op en nemen we initiatief voor samenhang in beleid tussen alle overheidslagen. Dat doen we vanuit onze contacten met inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen én onze kennis van de uitvoering. We vragen ook het nieuwe kabinet om samenwerking. Alleen samen kunnen we een slagvaardige overheid zijn, die doet wat het belooft en waar de burger op vertrouwt. Voor de (netwerk)samenwerkingen binnen de MRDH, G40 en VNG dragen we bij via contributie vanuit het programma Stad en Bestuur.
Delft is in meer (tijdelijke) netwerkverbanden actief. Ook is de gemeente partij in diverse publiekrechtelijke Gemeenschappelijke Regelingen, die een aantal gemeentelijke taken realiseren. De inhoudelijke advisering op bestuurlijke samenwerking- en netwerkverbanden heeft betrekking op diverse doelstellingen in de programmabegroting. In de paragraaf Verbonden Partijen is een overzicht opgenomen van onder andere gemeenschappelijke regelingen. Lobby en Public Affairs Delft kent drie grote en langjarige opgaven. Om deze opgaven te realiseren hebben we andere partijen nodig. Afgelopen periode hebben college, organisatie en raad hard gewerkt om samen met andere partijen budgetten en ruimte te realiseren. Deze inzet werpt zijn vruchten af, zoals met de versnellingsgelden, Woningbouw Impuls, opname in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en Preventie met gezag. Maar we zijn er nog niet. Onze uitgangspositie biedt immers kansen, maar schept ook verplichtingen. We moeten nu doorpakken. De komende jaren is daarom extra inzet nodig op lobby, belangenbehartiging en strategisch partnerschap. In 2024 zijn daartoe de public affairs-activiteiten versterkt en meer met elkaar in verband gebracht. In 2025 zetten we vervolgstappen in de professionalisering.
Met het doel om de uitvoering van de gemeentelijke (lobby-)agenda effectiever en efficiënter vanuit public affairs te ondersteunen. De aanpak verloopt langs drie sporen: de inhoudelijke lobbyprioriteiten, het verstevigen van de bilaterale en netwerksamenwerking en een passende organisatie. Daarbij zoeken wij slimme samenwerkingen op, met partners binnen de stad, zoals de TU Delft, en buiten de stad. Actieve deelname aan bestuurlijke samenwerkingen, zoals de G40 en de VNG, vanuit de inhoud én vanuit public affairs, helpt daar ook bij.
46
Programmabegroting 2025-2028 vastgesteld incl. Amendementen 7 november 2024
Gemeentelijke Dienstverlening De komende periode werken we aan de volgende trajecten en ontwikkelingen op het gebied van dienstverlening: Toegankelijke en inclusieve dienstverlening We gaan verkennen, binnen de wettelijke kaders van informatiebeveiliging en privacy, of het mogelijk is om proactieve dienstverlening in te zetten. Bijvoorbeeld: inwoners proactief informeren over regelingen waar ze mogelijk gebruik van kunnen maken. Daarnaast gaan we onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van toepassingen zoals Teletolk in dienstverlening. Teletolk is een dienst waarmee doven en slechthorenden gebruik kunnen maken van een gebarentolk of schrijftolk. We organiseren onze dienstverlening ook nabij, in de stad, waar dat nodig is om het juiste resultaat te bereiken. Daarvoor werken we samen binnen de organisatie en met onze (uitvoerings)partners aan verschillende initiatieven en opgaven, waaronder Delft-West. Start vervanging digitale dienstverleningsomgeving De gemeente heeft een groot deel van haar dienstverlening gedigitaliseerd, veelal in eigen beheer. De komende periode gaan we deze eigen ontwikkelde dienstverleningsomgeving vervangen. De aanleidingen hiervoor zijn personeelsverloop en verschillende (technologische) ontwikkelingen. In 2024 hebben we de oplossingsrichting bepaald voor de nieuwe omgeving. In 2025 starten we met de realisatie.
Dit is een omvangrijk gemeentebreed verandertraject. Bedrijfsvoering Als gevolg van BBV-regelgeving voor overhead is net als vorige jaren een groot deel van de informatie over dit programma opgenomen bij het programma Overhead. Daarnaast verwijzen we voor een nadere invulling van wat we gaan doen naar de paragraaf Bedrijfsvoering.