DEFINITIEF Haalbaarheidsonderzoek MVM maart 2019 2
Tekst van het document
Haalbaarheidsonderzoek Stichting Museum Van Marken Delft, maart 2019 BMC Maart 2019 Jurjen Weemstra Marco van Vulpen Projectnummer: PO005477
BMC Advies B.V. P.O. box 490 3800 AL Amersfoort
Spacelab 4 3824 MR Amersfoort
T +31 (0)33 496 52 00 www.bmc.nl
KVK 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01
Inhoud Inhoud
2
1
4
Samenvattende conclusies en aanbevelingen 1.1
Naar een Museum van Marken?
4
1.2
Opzet
5
1.3
Commitment gemeente
7
1.4
Uitbouwen programmatische aanpak
7
2
Inleiding
8
3
Uitgangspunten
9
4
5
3.1
Het Verhaal van Van Marken
9
3.2
Huidige situatie
10
Omgevingsanalyse
12
4.1
Actuele trends & ontwikkelingen museumsector
12
4.2
Toeristische visie Delft 2017-2020
14
4.3
Focus op cultuur; Cultuurkader Delft 2016-2019
15
4.4
Coalitieakkoord Delft 2018-2022
16
4.5
Beleidsvisie Cultureel erfgoed en Cultuur Zuid-Holland
17
4.6
Gesprekken stakeholders
18
Outline Museum Van Marken
19
5.1
Positionering
19
5.2
Missie
20
5.3
Visie
20
5.4
Hoofdthema’s
27
5.5
Presentatievormen
29
5.6
Collectie
30
5.7
Publiek
31
5.8
Partnerships
32
5.9
Organisatie
33
5.10 6
7
Huisvesting
Locatie
34 35
6.1
Criteria
35
6.2
Beoordelingskaart
36
Financiële paragraaf
38
7.1
Exploitatieopzet
38
7.2
Indicatie investeringen
40
Bijlage 1 Lijst van geïnterviewden
42
Bijlage 2 Beoordelingskaart Van Marken
43
Bijlage 3 Overzicht mogelijke locaties
45
Bijlage 4 Benchmark
55
1 Samenvattende conclusies en aanbevelingen 1.1 Naar een Museum van Marken? De betekenis die Jacques van Marken met de oprichting van de Nederlandse Gist- & Spiritusfabriek en ook met zijn latere fabrieken heeft gehad voor de economische, maatschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling van Delft valt moeilijk te onderschatten. Ook zijn voortrekkersrol nationaal en internationaal als sociaal entrepreneur spreekt tot de verbeelding. Het ‘verhaal van Van Marken’ verdient het om meer bekendheid te krijgen en verteld te worden. Het ‘verhaal van Van Marken’ is niet alleen vanuit geschiedkundig oogpunt de moeite waard om verteld te worden, maar heeft ook een grote zeggingskracht voor onze samenleving van vandaag de dag: De wijze waarop Van Marken onderzoek met ondernemerschap wist te combineren geldt ook nu nog als inspiratiebron, getuige bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Biocampus als samenwerkingsproject tussen DSM en de TU Delft. Van Marken heeft tientallen bedrijven opgericht en grootgemaakt en is daarmee het toonbeeld van economische ontwikkelkracht en aanjager avant-la-lettre van start-ups. Als ‘sociaal ingenieur’ was hij zijn tijd ver vooruit en geldt hij ook nu nog als vernieuwer en boegbeeld voor wat tegenwoordig heet: maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Delft heeft internationaal een sterke naam als stad van historie, Delfts Blauw, Oranje en Vermeer én als kennisstad en broedplaats van innovatie. Een combinatie die in het Delftse marketingbeleid wordt onderstreept met de slogan Creating History. Jacques van Marken staat zo mogelijk meer nog dan de bekende iconen model voor Creating History. De naam Van Marken is alleen (nu nog) minder bekend; we zien hem als een icoon-inde-dop. Het ‘verhaal van Van Marken’ kan op verschillende manieren worden verteld: in romans, theatervoorstellingen, wisseltentoonstellingen, bijeenkomsten met oud-werknemers, online-presentaties, met rondleidingen door het Agnetapark en nog meer. Op dit moment wordt daar ook al hard aan gewerkt door de nieuw opgerichte Stichting Museum Van Marken. Het is goed om deze programmatische aanpak in de komende jaren verder uit te bouwen. Wij denken dat naast – of beter nog: als onderdeel van – een programmatische aanpak het ‘verhaal van Van Marken’ het beste uit de verf komt vanuit een vast ankerpunt. Een ankerpunt in de vorm van een museum annex bezoekerscentrum, waarin en van waaruit het ‘verhaal van Van Marken’ kan worden verteld. Er is meer dan voldoende collectie voorhanden, zowel binnen als buiten, om invulling te geven aan een Museum Van Marken.
Een Museum Van Marken kan een onderscheidende en waardevolle toevoeging bieden op het bestaande museale aanbod in Delft, omdat het een ander, evenzeer aantrekkelijk, maar minder bekend gezicht van Delft laat zien.
Niet alleen is een Museum Van Marken onderscheidend vanwege het onderwerp, maar ook in zijn opzet met binnen- en buitenpresentaties. Ook heeft een Museum Van Marken alles in zich om niet alleen het verleden te vieren, maar ook betekenisvol in te spelen op de actualiteit. Wij denken dat met een Museum Van Marken nieuwe doelgroepen kunnen worden aangeboord. Museum Van Marken kan zich profileren als participatief museum, waarbij de inwoners van Delft worden betrokken bij het erfgoed van hun stad. Daarmee past een Museum van Marken goed in het gemeentelijk cultuurbeleid. Ook voor toeristen heeft een Museum Van Marken veel te bieden; niet zozeer voor de massatoeristen van wie Delft er al veel trekt, maar juist voor publiek in de categorie ‘kwaliteitstoerisme’, gericht op bezoekers uit Nederland en de ons omringende landen en Amerikaanse toeristen. Daarmee kan een Museum Van Marken uitstekend inspelen op de ambities en doelstellingen van het nieuwe toerismebeleid en de citymarketing van de gemeente. Delft wil zich ontwikkelen en positioneren als innovatieve en verbonden stad; op beide thema’s kan Museum Van Marken een waardevolle bijdrage leveren.
1.2 Opzet Het museum moet een aantrekkelijke mix van publieksactiviteiten bieden, met als vaste kern een (semi)permanente presentatie over het leven en werk van Van Marken en daaromheen een doorlopend programma van wisseltentoonstellingen, lezingen, seminars et cetera. Museum Van Marken zal ook de functie van een bezoekerscentrum moeten krijgen, van waaruit rondleidingen en routes aangeboden worden langs het erfgoed dat Van Marken nagelaten heeft, zoals het Agnetapark (opgenomen in de lijst van de 100 belangrijkste monumenten in Nederland). De presentaties en publieksactiviteiten van Museum Van Marken zullen worden ontwikkeld en gepresenteerd langs drie hoofdthema’s: Historie. Dit is de geschiedkundige lijn, waarbij de belangrijkste elementen uit het leven en werk van Van Marken worden gepresenteerd. Multimediaal en waar mogelijk geïllustreerd met collectie (waar nog veel van beschikbaar is). Innovatie. Met dit hoofdthema wordt ingezoomd op de kwaliteiten die Van Marken aan de dag legde bij het ontwikkelen en opzetten van nieuwe bedrijven. Van Marken als innovator op het snijvlak van wetenschap en ondernemerschap. Hierin ligt een interessante link naar de huidige innovatieve technologische ontwikkeling van Delft, die met tentoonstellingen, lezingen, onderzoeksprogramma’s, seminars enzovoorts kan worden opgepakt. Community.
Met dit hoofdthema wordt aandacht geschonken aan Van Marken als aanjager van sociale, maatschappelijke en culturele netwerken. Niet alleen voor de werknemers van zijn bedrijven, maar ook voor de inwoners van Delft en omstreken. Nog steeds zijn er verenigingen en netwerken actief die door Van Marken zijn opgezet, waaronder bijvoorbeeld de huurders-/kopersvereniging Agnetapark, De Koninklijke Harmonie Kapel, de Sparta sportvereniging en de Vereniging van oudmedewerkers Calvé.
We gaan uit van een museum dat beschikt over ca. 1.400 m2 bvo, waarvan ca. 600 m2 voor de vaste presentatie, 100 m2 voor een zichtdepot, 100 m2 voor wisseltentoonstellingen (voor grote wisseltentoonstellingen moet worden samengewerkt met andere musea, in het bijzonder Prinsenhof en Science Centre), 275 m 2 aan diverse publieksvoorzieningen (filmzaaltje, auditorium, educatieruimte, winkel/entree) en 200 m2 horeca. Gelegen op een goed bereikbare plek, nabij de historische binnenstad centrum, nabij het Agnetapark en als het even kan in industrieel erfgoed met een hoog Van Markengehalte. In het kader van dit haalbaarheidsonderzoek hebben we verschillende potentiële locaties en gebouwen onderzocht. De accommodatie dan wel locatie die het beste aan de wensen voldoet is het oude, leegstaande gebouw van het Taplokaal. Deze accommodatie kent echter een belangrijke beperking: het ligt op het DSM-terrein. En hoewel DSM er blijk van geeft positief te staan tegenover initiatieven die het verhaal van grondlegger Van Marken vertellen, is het gegeven het huidige veiligheidsregime niet mogelijk om permanent een dergelijke publieksfunctie op het DSM-terrein toe te staan.
Hoewel thans nog geen concrete locatie voor een Museum Van Marken in beeld is, kan er toch al wel een eerste indicatie worden gegeven voor wat er aan investeringen nodig is: Uitgaande van herbestemming industrieel erfgoed zoals het Taplokaal moet gerekend worden met een bedrag van ca. € 1.600,─ per m2. Met 1.400 m2 bedraagt de investeringslast voor renovatie/verbouw indicatief ca. € 2,3 miljoen, afhankelijk van de staat van onderhoud van het desbetreffende pand. Dit is nog exclusief eventuele verwervingskosten voor gebouw en grond. Voor de museale inrichting van de vaste presentatie moet gerekend worden met een investeringsbedrag van € 1.500,─ per m2. Met 600 m2 vaste presentatie betekent dat een investeringslast van € 900.000,─. Voor de renovatie/verbouw van een industrieel erfgoedlocatie zijn subsidiebijdragen mogelijk bij gemeente, provincie en Rijk (fondsen). Voor de investeringslast van de museale inrichting kan een beroep worden gedaan op bijvoorbeeld de Bankgiroloterij, Fonds 21, Mondriaanfonds, VSB-fonds en lokale/regionale fondsen.
Met een aansprekende vaste presentatie, een aantrekkelijk programma aan wisseltentoonstellingen, randprogrammering, educatie en rondleidingen buiten, gehuisvest in een bijzonder gebouw dat bijdraagt aan het ‘verhaal van Van Marken’ en gelegen op een strategische en goed bereikbare plek nabij binnenstad en Agnetapark, denken wij dat Museum van Marken jaarlijks zo’n 40.000 bezoekers moet kunnen trekken, mogelijk zelfs meer. Wij gaan uit van een kleine kernorganisatie van 3,5 fte, aangevuld met een grote groep vrijwilligers. Een eerste, indicatieve, exploitatiebegroting laat een bedrag van € 457.800,─ aan lasten zien en € 318.500,─ aan eigen inkomsten. Voor het exploitatietekort van indicatief € 139.300,─ moet een oplossing gezocht worden, waarbij structurele subsidie van de gemeente het meest voor de hand ligt. Ook kan onderzocht worden of een deel van de structurele lasten gedekt kan worden door derden, in overleg met de gemeente.
1.3 Commitment gemeente Voor de realisering van een Museum Van Marken zijn twee elementen van doorslaggevend belang: medewerking van de gemeente in de verdere planontwikkeling, afhankelijk van de uiteindelijke locatie bij eventuele gebiedsontwikkeling, bij het aanboren van cofinanciering voor herbestemming van industrieel erfgoed en bij het afdekken van exploitatietekort; beschikbaar krijgen van een passend gebouw op een strategische locatie. Al met al een sleutelrol voor de gemeente. Het spreekt voor zich dat de gemeente alleen bereid zal zijn om medewerking te verlenen wanneer het perspectief van Museum Van Marken althans op hoofdlijnen onderschreven wordt. Dat zal als eerste achterhaald moeten worden. 1.4 Uitbouwen programmatische aanpak Ervan uitgaande dat de gemeente het wenkend perspectief van Museum Van Marken althans op hoofdlijnen onderschrijft, kan de zoektocht naar een geschikte locatie worden geïntensiveerd. Het vinden van een geschikte locatie is noodzakelijk om het plan voor een Museum Van Marken te kunnen concretiseren, zowel wat betreft het huisvestingsen inrichtingsplan (voorzien van uitgewerkte investeringsramingen) als wat betreft een ondernemingsplan (voorzien van een uitgewerkte exploitatieopzet). Dat kan nog wel een poosje duren.
In afwachting van een geschikte locatie en daarmee verdere concretisering van het plan voor een Museum Van Marken kan er verder gewerkt worden aan de programmatische aanpak zoals de stichting Museum Van Marken die nu al in uitvoering heeft. Overwogen kan worden om deze programmatische aanpak in de komende jaren te intensiveren met uitbreiding van het activiteitenaanbod. Daarbij kan gedacht worden aan: het ontwikkelen en in de markt zetten van groepsarrangementen: rondleidingen door Agnetapark in combinatie met een hapje/drankje in de Tent; het opzetten van professioneel collectiebeheer: inventariseren van bestaande collecties, opstellen en uitvoeren van een projectplan ‘verbeteren collectieregistratie’, mogelijk in combinatie met het actief verwerven van nieuwe collectie; collectie online: geïnventariseerde collecties voor het publiek toegankelijk maken op de website; het organiseren van Van Marken-tentoonstellingen als follow-up van de jubileumtentoonstelling die dit jaar op initiatief van DSM wordt georganiseerd.
Dit in de vorm van bijvoorbeeld Pop-up-musea; het (doen) uitvoeren van studies met publicaties over de belangrijke aspecten van het ‘verhaal van Van Marken’; het (doen) maken van een toneelvoorstelling over het bewogen leven van Jacques en Agneta van Marken; het verzorgen van een (semi)permanente presentatie over de betekenis van Van Marken voor Delft, als onderdeel van House of Delft. Het is mogelijk om voor elk van deze en andere projecten afzonderlijke financiering te regelen door middel van sponsoring, subsidieregelingen en fondsen. Niettemin denken wij dat het wenselijk is om de organisatie van de stichting Museum Van Marken in de kern te professionaliseren. Dat zou kunnen door financiering te zoeken voor een vaste (parttime)kracht die projectenplannen kan ontwikkelen en de weg weet om daar (project)financiering voor te krijgen. Een ondernemende coördinator/aanjager, die in staat is om de programmatische aanpak verder uit te bouwen.
2 Inleiding Delft is bekend om haar Delfts Blauw, Johannes Vermeer en Willem van Oranje. Die bekendheid is goed voor de kennis over de stad, voor het historisch bewustzijn, voor het toerisme en voor de economie van Delft. Voor de jongste geschiedenis van de stad is ook de komst van de industrie heel belangrijk geweest. De ondernemer Jacques van Marken (1845-1906) heeft hierin een cruciale rol gespeeld. Hij was de grootste werkgever uit de industriële revolutie. Veel Delftenaren zijn of voelen zich verbonden met zijn industriële schepping. Daarnaast herinneren nog steeds bestaande wijken, straten en gebouwen aan deze markante en innovatieve ondernemer. Een initiatiefgroep van betrokken Delftenaren heeft inmiddels de Stichting Museum Van Marken opgericht. Deze stichting heeft de ambitie om het ‘verhaal van Van Marken’ museaal te ontsluiten. De stichting heeft de provincie bereid gevonden een haalbaarheidsonderzoek te laten uitvoeren naar een Museum Van Marken. De opdracht voor dit haalbaarheidsonderzoek is verleend aan adviesbureau BMC. Het haalbaarheidsonderzoek is uitgevoerd door Marco van Vulpen en Jurjen Weemstra van BMC. In het kader van dit haalbaarheidsonderzoek hebben wij eerst een aantal oriënterende gesprekken gevoerd, onder andere met DSM, de gemeente en de TU Delft. In de bijlage is een overzicht opgenomen van alle personen die de onderzoekers gesproken hebben.
Het bestuur van de Stichting Museum Van Marken (Rob Trompper, Chris de Weijer en Joke van der Mast), schrijver/Van Marken-kenner Jan van der Mast en erfgoeddeskundige Chris Dieke hebben de nodige input geleverd en als klankbordgroep gediend. In hoofdstuk 2 van deze rapportage (Uitgangspunten) schetsen wij eerst het verhaal van Van Marken en wat de recent opgerichte Stichting Museum Van Marken beoogt. Hoofdstuk 3 bevat een omgevingsanalyse met daarin onder andere actuele trends en ontwikkelingen in de museumsector en het gemeentelijke en provinciale cultuur- en erfgoedbeleid. In hoofdstuk 4 presenteren wij een outline voor een Museum Van Marken, waarbij we onder andere ingaan op de positionering, het concept, het publieksbereik en mogelijke partnerships. Ook gaan we in op organisatie en huisvesting. Dit laatste onderwerp (huisvesting) werken we in hoofdstuk 5 verder uit, waarbij we een aantal mogelijke locaties beoordelen op basis van relevante criteria. In hoofdstuk 6 gaan we in op de financiën, ten aanzien van zowel de benodigde investeringen als de exploitatieopzet. In hoofdstuk 7 ronden we af met samenvattende conclusies en aanbevelingen. De benchmark uit de bijlage dient als input voor de rapportage.
3 Uitgangspunten 3.1 Het Verhaal van Van Marken Jacob Cornelis (Jacques) Van Marken werd op 30 juli 1845 geboren in Dordrecht als zoon van een dominee en studeerde vanaf 1862 aan de Polytechnische school in Delft (de huidige TU Delft), waar hij in 1867 als eerste in de nieuwe studierichting Technologie afstudeerde. In zijn studietijd was hij buitengewoon actief; hij was lid van het Corps, zat in de senaat, richtte de Debating-club op (de oudste van Nederland), was secretaris van Vrije Studie en schreef prachtige gedichten in de Studentenalmanak. In 1869 trad hij in het huwelijk met Agneta Matthes. Tijdens zijn derde studiejaar - amper 20 jaar oud - besloot hij zich ‘nuttig te maken voor de maatschappij’ en wilde hij de ‘Sociale Questie’ oplossen. De domineeszoon geloofde in de wetenschap en in vooruitgang en vertrok naar Wenen om te kijken hoe daar bakkersgist werd gemaakt. Na zijn studie richtte hij in 1869 de N.V. Nederlandsche Gist& Spiritusfabriek op (het latere Gist-Brocades, inmiddels opgegaan in DSM). De kennis van het bereidingsproces van gist heeft Jacques persoonlijk in Oostenrijk opgedaan. Later volgden meerdere ondernemingen in Delft, zoals in 1883 de Oliefabriek (het latere Calvé), in 1885 de Lijm- en Gelatinefabriek en in 1891 Drukkerij van Marken, de eerste coöperatie in Nederland waarbij arbeiders mede-eigenaar werden van het bedrijf.
Van Marken was een ‘start-up avant la lettre’ en een van de aartsvaders van de Industriële Revolutie in Nederland in de tweede helft van de 19e eeuw. Ook richtte hij samen met zijn vrouw Agneta een parfumfabriekje op aan de Phoenixstraat onder de naam ‘Maison Neuve’. Van Marken was zeer actief in Delft en daarbuiten en groeide tijdens zijn leven uit tot een internationaal bekende persoon. In Delft stond hij aan de wieg van talloze verenigingen die nu nog altijd bestaan, hij speelde een rol bij de Botanische tuin, de Porceleyne Fles, Huis Lambert van Meerten en zorgde voor de benoeming van Beijerinck tot hoogleraar bacteriologie et cetera. Op internationale congressen en tentoonstellingen verzorgde hij voordrachten en hij won vele prijzen. Zo sprak hij op de Wereldtentoonstelling in Parijs (1889) over winstdeling, won er een gouden medaille voor zijn sociale politiek en werd uitgenodigd door de Franse president om zijn bedrijfsfilosofie (verzoening Arbeid & Kapitaal) uit te leggen. In Parijs stond een maquette van zijn Agnetapark als voorbeeld hoe je voor arbeiders woningen en voorzieningen kon bouwen. Als directeur van de Delftse ondernemingen was hij heel begaan met de arbeidersklasse en gedreven om de situatie voor hen binnen en buiten de fabriek te verbeteren. Hij was daarin een pionier in een tijd waarin aan sociale aspecten weinig aandacht werd geschonken.
In de 19e eeuw hadden fabrieksarbeiders een armoedig bestaan; de werkdagen waren lang, het sterftecijfer van fabrieksarbeiders lag hoog en het loon was laag. Van Marken probeerde daarin verbetering aan te brengen en bouwde voor zijn werknemers het Agnetapark, de eerste fabrieksnederzetting in Nederland. Hij ging hier ook zelf met zijn vrouw Agneta wonen, in de villa Rust Roest. In 1884 zorgde hij voor een ongevallenverzekering voor zijn personeel. Ook kregen werknemers een vorm van winstuitkering en hij richtte in 1878 de eerste ondernemingsraad van Nederland op.
Van Marken kuste het ingeslapen Delft wakker en kwam in 1894 met het begrip ’sociaal ingenieur’ in een beroemd artikel over de nieuwe rol van de ingenieur in het veranderde maatschappelijk veld. Op allerlei gebied was Van Marken zijn tijd ver vooruit. Hij maakte als een van de eersten gebruik van een stoommachine, had een eigen station op de spoorlijn van Rotterdam naar Den Haag, zorgde voor de aanvoer van schoon drinkwater uit de Haagse duinen en was op 13 november 1880 de eerste Nederlander met een telefoontoestel in huis. Verder was hij een van de eersten die reclamecampagnes groots en serieus aanpakte en daarbij maakte hij gebruik van kunstenaars en van moderne technieken als projectie. Onlangs werd hierover een tentoonstelling georganiseerd in het Prinsenhof in Delft met het onderwerp ‘Art Nouveau | Nieuwe Zakelijkheid | Delft’. Het belang van de persoon Van Marken is groot. Zijn nalatenschap is meervoudig: Het verhaal van sociaal ondernemer Van Marken is van nationaal belang. De wijze waarop Van Marken zorg had voor zijn medewerkers heeft toentertijd ook andere industriëlen geïnspireerd. Met de hernieuwde aandacht voor sociaal en maatschappelijk verantwoord ondernemen is het gedachtegoed van Van Marken nog steeds actueel. De impact die Van Marken met zijn snelgroeiende bedrijven en met de huisvesting c.a.
voor zijn werknemers en hun gezinnen op de stad Delft heeft gehad is enorm, zowel in economisch, als maatschappelijk, als stedenbouwkundig opzicht. Veel daarvan is nu nog te ervaren in de vorm van industrieel erfgoed (o.a. de bedrijfsgebouwen op het terrein van DSM en de Lijmfabriek), een complete woonwijk met voorzieningen(Agnetapark) en nog steeds bestaande netwerken en verenigingen, waaronder de Koninklijke Harmoniekapel en sportvereniging Sparta. Het levensverhaal van Van Marken is ook spannend en emotioneel geladen: de rol die zijn vrouw Agneta speelde in de ontwikkeling van de bedrijven, het dubbelleven dat Van Marken leefde, zijn morfineverslaving et cetera. Het veelzijdige en meeslepende levensverhaal van Jacques van Marken en zijn vrouw Agneta Matthes spreekt tot de verbeelding en inspireert ook nu nog. De Gist- en Spiritusfabriek werd in 1869 opgericht. Al snel volgden verschillende bedrijfsuitbreidingen en nieuwe fabrieken en werd de woonwijk Agnetapark aangelegd. Alleen al in de periode tussen 1920 en 1930 werden er 27 nieuwe fabrieksgebouwen in gebruik genomen. Van de bebouwing is veel bewaard gebleven. Daarmee is ook een soort staalkaart van de Nederlandse architectuurgeschiedenis van de laatste 150 jaar ontstaan. 3.2 Huidige situatie In het voorjaar van 2018 is Stichting Museum Van Marken gestart en in oktober 2018 is de stichting formeel opgericht.
Het stichtingsbestuur bestaat uit: Rob Trompper (voorzitter) Joke van der Mast (secretaris) Chris de Weijer (penningmeester) Er wordt nog gewerkt aan het verkrijgen van de ANBI-status. De inhoudelijke aanjager is Jan van der Mast. Hij schreef de roman Agneta, gebaseerd op het leven van de vrouw van Jacques van Marken. Filmmaker Theodor van der Lans maakte hier een documentaire over getiteld ‘Onbegrensde liefde. Toen Delft wakker werd gekust’.
Van der Mast hangt verder lezingen en stadswandelingen (door het Agnetapark) op aan Van Marken. Ook werkt hij aan een toneelstuk, een tentoonstelling en de biografie van Jacques van Marken. Genoemde tentoonstelling heeft alles te maken met het 150-jarig bestaan van DSM. Centraal in de tentoonstelling ‘GIST 150’, dat plaatsvindt in het hoofdgebouw, staat Jacques van Marken, de stichter van de Gist- en Spiritusfabriek (NG&SF). De expositie wordt uitgesplitst in drie thema’s: 1. Techniek & Innovatie: pionier/stimulator; 2. Commercieel: creatieve geest achter spraakmakende reclame; 3. Sociaal: eerste MVO-ondernemer in Nederland en ‘gezinshoofd’ Agnetapark (‘De Gistrepubliek’). Ook zal een deel over de laatste ontwikkelingen in de biotechnologie te zien zijn, gebaseerd op Micropia Artis. De stichting heeft inmiddels een uitgebreide inventarisatie gemaakt met tentoonstellingsobjecten en mogelijke onderwerpen van wisseltentoonstellingen. Voor tentoonstellingsobjecten kan geput worden uit de archieven van bijvoorbeeld DSM, gemeente, Prinsenhof en particuliere verzamelaars. Inmiddels worden ook tentoonstellingsobjecten aangeboden en gedoneerd. Het gaat onder meer om een groot aantal attributen die een relatie hebben met de Van Markens of een van de fabrieken.
Te denken valt aan de projectiewagens van de Gist-karavaan, de Amerikaanse popcornwagen, het schrijfbureau van Jacques van Marken, alle exemplaren van de Fabrieksbode, toverlantaarnplaatjes, brieven aan en van Van Marken, medailles, oorkondes, vaandels, gereedschappen, productverpakkingen, oude bouwtekeningen, historische kaarten en niet te vergeten de parfumflesjes Maison Neuve. Ook zijn er maquettes van Agnetapark en Gistfabriek getraceerd en een van de gebruikte tentoonstellingspaviljoens. Daarnaast is er in feite al een buitenexpositie aanwezig in de vorm van de het Agnetapark en de verschillende oude fabrieksgebouwen. Vooruitlopend op de daadwerkelijke realisatie van het museum is al een groot aantal activiteiten in gang gezet. Bijvoorbeeld het project De Stoel, waarbij oud-medewerkers vertellen over hun ervaringen, een wandelkaart met Van Marken-objecten en een website: www.museumVanMarken.nl.
4 Omgevingsanalyse 4.1
Actuele trends & ontwikkelingen museumsector
Sectoradvies Raad voor Cultuur In april 2018 kwam de Raad voor Cultuur met een Sectoradvies Musea getiteld ‘In wankel evenwicht’. Volgens de raad is de vitaliteit van musea op vele manieren zichtbaar. Het zijn dynamische instellingen, die zich voegen naar de ontwikkelingen in de maatschappij. Musea zijn daarbij op allerlei manieren bezig om hun eigen gebouwen open te breken. Zij treden uit hun comfortzone en slechten muren van hun eigen bastion om nieuwe verbindingen met de samenleving aan te gaan. ‘Grensverkenningen’ zijn volgens de raad ook essentieel om het museum in deze eeuw vitaal te houden en aantrekkelijk te maken voor nieuwe doelgroepen. De raad vindt het een van de grote uitdagingen van de museumsector voor de komende decennia om zich meer te profileren als platform van verbinding tussen de verschillende maatschappelijke groepen. Het is de kunst om ervoor te zorgen dat museale collecties door middel van nieuwe ‘openingen’, verhalen en verbindingen aanspreekbaar worden of blijven voor het publiek van de toekomst. Op grond van de geschetste ontwikkelingen in de museumsector komt de raad tot zes hoofdaanbevelingen: 1. Onder invloed van maatschappelijke druk is het accent in het museumbeleid te veel komen te liggen op de presentatie van de collectie. Bezuinigingen zijn afgewenteld op het beheer en behoud van de collectie, waardoor er een sluipend verval dreigt.
Daarnaast vergrijst het conservatorenbestand en vindt er onvoldoende overdracht van kennis over de collecties plaats. Om de kennis te vergroten kan de band tussen museumsector en wetenschap worden versterkt. 2. Een museum is idealiter ook een ontmoetingsplek voor uiteenlopende bezoekers van allerlei leeftijden, verschillend van achtergrond en opleidingsniveau. Zij kunnen kennismaken met elkaars blik op de collectie, de samenleving en de werkelijkheid. Hierbij is ‘meerstemmigheid’ een sleutelterm: door collecties vanuit verschillende perspectieven te tonen, verbindingen aan te gaan met andere maatschappelijke organisaties en personen en groepen met een andere (culturele) achtergrond uit te nodigen, verbreedt én verdiept de museumsector zich. 3. Houd de collectie vitaal en mobiel. Pluriform aanbod en deugdelijk collectiebeheer betekenen ook dat musea in staat zijn om hun collecties regulier te verrijken met nieuwe voorwerpen en waar noodzakelijk ook afstotingsbeleid kunnen uitvoeren. Ondanks de publieke en private fondsen die voor aankopen beschikbaar zijn en de vele particulieren die aan musea schenken, is de raad van mening dat er te weinig middelen beschikbaar zijn.
4. Digitalisering behoeft constante aandacht. Omdat soft- en hardware continu in
ontwikkeling zijn, moet ook de digitale collectie worden geüpdatet, zowel in opslag als ontsluiting. Daarnaast is er nog een wereld te winnen in het gebruik van de digitale content die musea beheren. Het is van groot belang om dit te stimuleren, juist omdat voor nieuwe generaties digitale content een vanzelfsprekend onderdeel is van hun natuurlijke leefomgeving.
5. Ontwikkel een visie op ondernemerschap en governance. In het verlengde van de bezuinigingen zijn musea aangespoord ondernemender te zijn en meer eigen inkomsten te verwerven. In de praktijk blijkt dat een commerciëlere houding van musea op gespannen voet kan staan met de speelruimte die zij van hun subsidiënten krijgen. Ondernemen betekent risico nemen en hun innovatieve commerciële projecten kunnen op gespannen voet staan met de afspraken die zij met hun overheden maken. Ook vraagt dit om andere competenties van directie, management en Raad van Toezicht. Voor kleine en middelgrote musea is het verwerven van private inkomsten een bijna onmogelijke opgave: de kernactiviteiten mogen hiervan niet afhankelijk zijn en het vergt een langdurige investering. 6. Met de komst van de Erfgoedwet is de BIS gericht op financiering van de presentatie van collecties. De raad kan zich voorstellen dat musea die buiten de Erfgoedwet vallen ook in aanmerking kunnen komen voor rijkssubsidie. Zulke bijdragen zullen dan wel specifiek bestemd moeten zijn voor taken die buiten het beheer van de collecties vallen, zoals presentaties, programma’s en samenwerkingen tussen musea en andere instellingen binnen een stedelijke regio. Samenwerking en participatie In Museum van publiekbelang (2016) van de Museumvereniging staat dat samenwerking in alle vormen aan belang wint.
Musea en andere erfgoedlocaties werken steeds vaker en intensiever met elkaar samen, tot strategische allianties en fusies aan toe. Deze trend zal de komende jaren doorzetten. Want wie de cijfers van musea over 2015 ziet, weet dat de continuïteit van musea zonder veel verbindingen onder druk staat. Op allerlei manieren zoeken musea en erfgoedinstellingen daarom naar manieren om een nieuwe impuls aan samenwerking te geven. Met name de stap naar strategische allianties en fusies is een opkomende trend. Naast samenwerking tussen musea of binnen het culturele domein krijgt ook samenwerking van musea met het bedrijfsleven en de wetenschap meer aandacht. Het werpt een nieuwe blik op de randvoorwaarden voor continuïteit van musea en erfgoedinstellingen. Naast meer samenwerking tussen verschillende erfgoedbeheerders is er een trend om meer samen te werken met het publiek. In het onderzoek Het participatieve museum worden verschillende vormen van participatie met het publiek beschreven: een bijdrage van het publiek, samenwerking, cocreatie en hosting.1 Musea proberen door participatie de lokale gemeenschap bij het erfgoedbeheer te betrekken en een breder publiek te bereiken. Ook samenwerking tussen de verschillende groepen vrijwilligers kan de gemeenschap versterken.
Erfgoed als platform In het erfgoedveld wordt veel onderzoek gedaan naar placemaking, ofwel: hoe erfgoed een plek betekenis geeft en gemeenschapszin bevordert. 2 Er zijn drie verschillende manieren waarop erfgoed een rol speelt in het vormen van gemeenschappen: als setting, als focus en als platform. In het eerste geval gaat het om het reactiveren van de gemeenschap, waardoor erfgoed een nieuwe invulling en betekenis krijgt; het vormt het decor voor activering van gemeenschapszin. In het tweede geval staat het erfgoed meer centraal. Burgers komen samen om erfgoed te bespreken, te restaureren en er storytelling mee te bedrijven. 1 2
Het onderzoeksrapport De Kunst van Publieksparticipatie, Laurens Kleijntjens, Utrecht 2016. Martijn van de Waal, Placemaking, 2016.
In beide gevallen wordt het erfgoed gebruikt voor een gemeenschappelijk verhaal. Deze twee manieren van omgang met erfgoed komen bijeen in de derde rol: erfgoed als platform. Erfgoed draagt bij aan een manier van het organiseren van dingen, om samen bijeen te komen, en draagt bij aan de historische verhalen van de gemeenschap. 4.2
Toeristische visie Delft 2017-2020
Achtergrond Delft is ambitieus als het gaat om toerisme. Het rapport uit 2016 van de hand van Wim Deetman getiteld ‘Delft, parel in de randstad’, naar aanleiding van de uit de hand gelopen grote projecten en financiële problemen van de gemeente Delft, gaf het advies om sterk in te zetten op toerisme. Daarom wordt er nu jaarlijks vijf ton voor gereserveerd. Hoofdpunten Delft is een krachtig merk. De stad heeft internationaal een sterke naam als stad van historie, Delfts Blauw, Oranje en Vermeer én als kennisstad en broedplaats van innovatie. Een combinatie die Delft onderstreept met de slogan ‘Creating History’. Toch ziet men het risico dat de naam van de iconen krachtiger wordt dan het bijbehorende aanbod. Daar ligt een belangrijke uitdaging. Delft richt zich op groei van de toeristische sector in Delft. Groei van de aantallen toeristen, het verlengen van de verblijfsduur, het verhogen van de bestedingen en het vergroten van de waardering voor de stad. Regio De regio krijgt meer toeristische betekenis als de afzonderlijke ‘bestemmingen’ zich gezamenlijk presenteren. Rotterdam, Delft en Den Haag kunnen dan fungeren als bekende ‘landmarks’ voor het aantrekken van meer bezoekers, die vervolgens worden verleid om verder de regio in te trekken. De toeristische producten worden op elkaar afgestemd en de unique selling points van de regio worden eruit gelicht.
Verhaal en iconen Het uitgangspunt is dat je in Delft de Gouden Eeuw en de iconen beleeft. Daar ziet men de kracht van Delft. Daarom wordt er ingezet op het versterken van de iconen, als pijlers van de toeristische sector, om het onderscheidende vermogen ten opzichte van vergelijkbare bestemmingen te vergroten. Daarbij moet de Delftse innovatie, op maatschappelijk en technologisch vlak, een verbindende rol spelen. Doelgroepen Delft kiest voor een aantal kansrijke doelgroepen en internationale focuslanden. Dat laatste geeft al aan dat Delft toeristen buiten de eigen regio wil aantrekken. De inzet is gericht op toeristen uit de ons omringende landen: Groot-Brittannië, Duitsland, België, Frankrijk, Spanje en Italië. Intercontinentaal is Amerika het belangrijkste focusland, omdat Amerikanen buitengewoon geïnteresseerd zouden zijn in het aanbod. Wat doelgroep betreft wil Delft inzetten op zogenoemde ‘creatieve en inspirerende volwassenen’. Deze groep – met een groot aandeel jongeren – is vaak hoogopgeleid, maar heeft niet altijd een hoog inkomen. Ze zijn geïnteresseerd in vernieuwing, moderne kunst en andere culturen.
Thematisch werken Samenwerken rond een thema moet richting geven aan het verhaal en stimuleert het verbinden van het aanbod. De iconen bieden een uitstekend uitgangspunt en ook mogelijkheden om een Delftse invulling te geven aan landelijke thema’s zoals de Gouden Eeuw, grote meesters of de oorsprong van ons koninkrijk. De komende jaren staat thematisch werken dan ook centraal. Marketingplan Delft Marketing In het marketingplan Delft en haar verhaal 2018-2020 wordt de toeristische ambitie van Delft nog eens onderstreept. Geschetst wordt dat Delft een groeistad is met een navenante economische ontwikkeling: Delft maakt een ‘sprong kwaliteit’. Als voorbeelden worden de ontwikkeling van de binnenstad, de (door)ontwikkeling van de TU, de ontwikkeling van het Spoorzonegebied en de bereikbaarheid van de stad genoemd. Delft scoort volgens de merkenindex van Beerda bovengemiddeld op museumaanbod, sfeer, internationale klasse en architectuur. Aandachtspunten zijn echter het culturele aanbod, groenvoorzieningen, fietsen en het winkelaanbod. Het plan formuleert voor Delft Marketing een drietal kernopgaves: het verbinden van stakeholders, het verhaal van de stad vertellen en het in de etalage zetten van de stad. Delft Marketing doet dit vanuit een netwerkopvatting: anderen moeten het verhaal vertellen; Delft marketing faciliteert slechts. 4.3
Focus op cultuur; Cultuurkader Delft 2016-2019
Drie ambities Mede op basis van de inbreng van de cultuursector, de behoefte van Delftenaren én beleidskeuzes die de gemeente heeft gemaakt zijn er drie focuspunten (of ambities) geformuleerd voor het cultuurbeleid: I. Het aanzien van Delft: stad van cultuur en techniek Het onderscheidende cultuuraanbod draagt sterk bij aan het op de kaart zetten van Delft als innovatieve en aantrekkelijke stad. Het aanbod omvat de Delftse kernwaarden technologie, historie, creativiteit en innovatie. II. De burger centraal: participatie en talentontwikkeling in Delft Cultuur draagt bij aan een Delft waar burgers ‘doen, meedoen en ertoe doen’. Het stimuleert de ontwikkeling van het creatief vermogen van de Delftenaren. III. De culturele sector: verbinden en versterken De culturele sector is stevig georganiseerd en verankerd binnen de bredere Delftse maatschappelijke en economische infrastructuur. Programmalijnen voor cultuur De gemeente werkt de ambities uit, samen met de cultuursector en betrokken partijen. Dat gebeurt aan de hand van vijf programmalijnen voor cultuur in Delft, die nauw met elkaar samenhangen en elkaar versterken.
Meest relevant in deze context is programmalijn 3, Cultureel erfgoed, met als doelstellingen: het vergroten van het publieksbereik van Museum Prinsenhof Delft; het Prinsenkwartier en Museum Prinsenhof Delft ontwikkelen tot een uitnodigende en levendige locatie met een diverse, kwalitatief hoogwaardige programmering; (digitale) informatie en kennis over (gebouwd) erfgoed verder zichtbaar en toegankelijk maken; cultuurhistorie zichtbaar maken in de openbare ruimte; (her)gebruik, herbestemming, tijdelijke invullingen en creatief gebruik van monumentale gebouwen stimuleren; versterken van het cultuureducatief programma rondom cultureel erfgoed. Regioprofiel Delft is onderdeel van het regioprofiel Haaglanden. In twee van de drie proeftuinen zitten aanknopingspunten voor het Museum Van Marken. Internationale hub voor makers en talent De regio streeft naar een sterk creatief en innovatief makers- en cultuurklimaat, waarmee het vestigingsklimaat voor makers, young professionals en daarmee ook bedrijven wordt versterkt. Het maakklimaat en de vele culturele organisaties dragen bij aan de maatschappelijke en economische innovatie. De komende jaren wil men daarom het maakklimaat verder verbeteren, wil men meer uitwisseling tussen makers, culturele organisaties in de omliggende gemeenten en wil men als culturele sector nog meer bijdragen aan innovatie en het vestigingsklimaat.
Samenwerking en zichtbaarheid De regio wil minder bescheiden zijn en actiever het rijke aanbod voor het voetlicht brengen. Deze (inter)nationale zichtbaarheid wil men de komende jaren vergroten door rond belangrijke momenten een gezamenlijk aansprekend programma op te zetten. 4.4
Coalitieakkoord Delft 2018-2022
Achtergrond De fracties van GroenLinks, STIP, D66, VVD en Partij van de Arbeid vormen samen het College van Delft. De fracties zeggen in hun voorwoord dat men lef en durf wil tonen. De gemeente is een open overheid, die luistert en uitnodigt om mee te denken, maar wil ook een overheid zijn die waar nodig regie neemt en een koers uitzet. Delft mag vooroplopen in vernieuwingen en projecten aanjagen en versnellen. Experimenten wil men niet schuwen: juist Delft kan een proeftuin zijn voor innovaties en ruimte bieden aan initiatieven uit de stad. Verruiming budget Cultureel aanbod draagt bij aan een stad die aantrekkelijk is voor bezoekers. Het college ziet hier kansen die het samen met de culturele sector wil benutten. Het wil ruimte geven aan culturele initiatieven en evenementen, verspreid door de hele stad. Drempels worden weggenomen en er wordt actief meegedacht aan de voorkant. Cultuurbudget wordt verruimd en wordt zo ingezet dat de hele stad – ook de wijken – er profijt van heeft.
4.5
Beleidsvisie Cultureel erfgoed en Cultuur Zuid-Holland
Hoofdpunten Uit alles blijkt dat Zuid-Holland zich op cultuurgebied in 2017-2020 vooral richt op cultureel erfgoed. Een aantrekkelijke leefomgeving en identiteitsbeleving is daarbij de inzet. De visie is een voortzetting en versterking van de lijn in de vorige Beleidsvisie 2013 t/m 2016. Destijds was het motto ‘beleving’ en ‘ontwikkelen’ als logisch complement van ‘beschermen’. Die lijn wordt nu doorgetrokken onder het motto ‘doorontwikkelen’. Het stuk kent drie speerpunten: 1. een koppeling met eigentijdse functies en nieuwe economische dragers bij restauratieopgaven en herbestemming; 2. een betere presentatie en toegankelijkheid van de archeologische vondsten die aan ons beheer zijn toevertrouwd; 3. het waarborgen van het onderhoud van de molens als dragers van het Hollandse landschap. Voor het bereiken van deze doelen is incidenteel € 6 miljoen (4 x € 1,5 miljoen per jaar van 2016 t/m 2019) extra beschikbaar gesteld. En wederom is € 8 miljoen (4 x € 2 miljoen per jaar van 2016 t/m 2019) beschikbaar voor de voortzetting van de Erfgoedlijnen. Aandachtspunt is dat het erfgoed toegankelijk wordt voor een breed publiek. Naast scholen worden straks ook erfgoedinstellingen, inwoners en bezoekers van Zuid-Holland op maat bediend met onderwijsprojecten, informatie in de recreatieve sfeer, publieksevenementen en educatieve projecten.
Erfgoedhuis Zuid-Holland krijgt, naast schoolprojecten, ook de publiekscommunicatie als taak. Erfgoedlijnen Een erfgoedlijn is als volgt gedefinieerd: ‘Een geografische structuur (kust, trekvaart, oude duinenrij, eiland, etc.), die meerdere monumentale stippen met één gemeenschappelijk historisch verhaal verbindt tot één streep of lijn op de kaart. De erfgoedlijnen zijn ensembles van erfgoed, landschap en water, die kwaliteit verschaffen aan de ruimte en beschikken over groot recreatief en toeristisch potentieel’. De provincie onderscheidt zeven erfgoedlijnen: De Romeinse Limes Zuid-Holland Oude Hollandse Waterlinie Atlantikwall Landgoederenzone Trekvaarten Goeree-Overflakkee Waterdriehoek (Kinderdijk, Dordrecht en Biesbosch) Elke erfgoedlijn wordt uitgevoerd door een erfgoedtafel, bestaande uit verschillende belanghebbende partijen. De rol van de provincie is om de juiste partijen met elkaar te verbinden, zowel binnen als buiten de provinciale organisatie. Naast deze erfgoedlijnen wil de provincie inwoners meer betrekken bij archeologische activiteiten. Gemeenten, musea en archeologische onderzoeksbureaus kunnen hiervoor subsidie aanvragen.
4.6 Gesprekken stakeholders Nagenoeg zonder uitzondering kan het initiatief voor een museum bij de diverse gesprekspartners (zie bijlage) rekenen op veel enthousiasme. Ook aan het belang van Van Marken voor de ontwikkeling van de stad Delft wordt niet getwijfeld. Het verhaal is het waard verteld te worden, zo is de breed gedeelde opvatting. Tegelijkertijd kwam vaak naar voren dat het verhaal van Van Marken eigenlijk bij weinig mensen bekend is; Van Marken kent niemand meer, maar 'Gist', Calvé of DSM wel. De vraag werd dus dikwijls gesteld of Van Marken wel de juiste drager van het verhaal is. Je zou een breder thema kunnen nemen als kapstok. Veel partijen wijzen op de mogelijkheden van samenwerking. Enkele partijen gaven aan het op voorhand niet wenselijk te vinden uit te gaan van een groot, stand alone museum, met de aanbeveling om veel meer te denken in programma en doelgroepen; een netwerkmuseum waarin onder andere Science Centre en Museum Prinsenhof het verhaal van Van Marken (mee) kunnen vertellen. Als belangrijkste partijen bij de realisering van een Museum Van Marken worden genoemd: de gemeente, de provincie, DSM en TU Delft. Als belangrijkste samenwerkingspartners worden genoemd: Museum Prinsenhof, Science Centre en Delft Marketing.
Wat betreft de TU geven veel gesprekspartners aan dat het lastig is om de TU aan je zijde te krijgen voor dit initiatief, omdat het niet de corebusiness van de TU is. Daar staat tegenover dat de TU meer in verbinding met de stad en de inwoners wil staan. Dit laatste blijkt bijvoorbeeld uit het convenant dat de gemeente Delft in 2016 met de TU heeft gesloten. Tot slot is er bij partijen veel waardering en ondersteuning voor de manier waarop de initiatiefgroep opereert als pleitbezorger voor een Museum Van Marken. Het initiatief zingt rond in de stad. Dankzij partijen als Marketing Delft is het bovendien mogelijk om verder draagvlak te winnen via verschillende platforms waarin partijen op het gebied van toerisme, recreatie en de zakelijke markt samenkomen.
5 Outline Museum Van Marken 5.1 Positionering De betekenis die Jacques van Marken met de oprichting van de Nederlandse Gist- & Spiritusfabriek en ook met latere fabrieken heeft gehad op de economische, maatschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling van Delft, is onmiskenbaar. Ook zijn voortrekkersrol nationaal en internationaal als sociaal entrepreneur en als een van de aartsvaders van de industriële revolutie is van groot belang geweest. Het ‘verhaal van Van Marken’ verdient het om meer bekendheid te krijgen en verteld te worden. Van Marken staat in de traditie van andere grote ondernemers uit de industriële periode, zoals Stork in Twente , Philips in Eindhoven, Jurgens in Oss en van Beuningen in Rotterdam. Het zijn de grondleggers van het Nederlandse bedrijfsleven die de industriële revolutie voor Nederland betekenis gaven. Van deze aartsvaders van de industriële revolutie is Jacques van Marken de grote inspirator geweest als sociaal ondernemer. Het ‘verhaal van Van Marken’ is niet alleen vanuit geschiedkundig oogpunt de moeite waard om verteld te worden, maar heeft ook een grote zeggingskracht voor onze samenleving van vandaag de dag: De wijze waarop Van Marken onderzoek met ondernemerschap wist te combineren geldt ook nu nog als inspiratiebron, getuige bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Biocampus als samenwerkingsproject tussen DSM en de TU Delft.
Van Marken heeft tientallen bedrijven opgericht en groot gemaakt en is daarmee het toonbeeld van economische ontwikkelkracht en aanjager avant-la-lettre van start-ups. Als ‘sociaal ingenieur’ was hij zijn tijd ver vooruit en geldt hij ook nu nog als vernieuwer en boegbeeld voor wat tegenwoordig heet: maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat het levensverhaal van Jacques van Marken en zijn vrouw Agneta Matthes ook nog eens ongekend veelzijdig en meeslepend is geweest, biedt een uitgelezen kans om het ‘verhaal van Van Marken’ een gepaste dramatische lading te geven en de geschiedenis te personifiëren. Dit zal de impact op bezoekers aanzienlijk vergroten. Er is nog veel collectie aan de hand waarvan het ‘verhaal van Van Marken’ kan worden verteld: DSM heeft in haar bedrijfscollectie een groot aantal objecten, documenten, foto’s, affiches en ander aantrekkelijk beeldmateriaal. Ook bij Museum De Prinsenhof, het gemeentearchief en de TU Delft is een bijzondere collectie voorhanden. In het stadsbeeld van Delft is ook nog veel bijzondere collectie te zien, waaronder het Agnetapark, de oude gebouwen van de Nederlandse Gist- & Spiritusfabriek op het terrein van DSM, de voormalige Lijmfabriek en de panden in de historische binnenstad die met het ‘verhaal van Van Marken’ verbonden zijn. Het ‘verhaal van Van Marken’ kan op allerlei manieren worden verteld.
Gelet op de aanwezige collectie binnen en buiten denken wij dat een museale presentatie de meest passende en aantrekkelijke vorm biedt.
Een Museum Van Marken kan een onderscheidende en waardevolle toevoeging bieden op het bestaande museale aanbod in Delft, omdat: het een ander, evenzeer aantrekkelijk, maar minder bekend gezicht van Delft laat zien; het nieuwe doelgroepen kan aanboren: als participatief museum: de eigen inwoners betrekken bij het erfgoed van de stad; toeristen: niet het internationale massatoerisme dat voor het Delfts Blauw of het meisje van Vermeer komt, maar juist kwaliteitstoerisme dat geïnteresseerd is in een dagje Delft; het om een ander museaal concept gaat, waarbij de relatie tussen binnen en buiten gelegd wordt. Museum Van Marken als bezoekerscentrum om het ‘andere Delft’ te ontdekken; Museum Van Marken qua onderwerp helemaal samenvalt met wat Delft beoogt te zijn: een innovatieve en verbonden stad; Museum Van Marken alles in zich heeft om niet alleen het verleden te vieren, maar ook betekenisvol te kunnen inspelen op de actualiteit. 5.2 Missie Voor de jongste geschiedenis van de stad is de komst van de industrie heel belangrijk geweest. Vreemd genoeg ontbreekt deze geschiedenisperiode nagenoeg geheel in het culturele en museale aanbod van Delft. Ten onrechte, want ondernemer Jacques van Marken heeft Delft eind 19e eeuw wakker gekust. Hij was destijds de grootste werkgever en nog steeds zijn of voelen veel Delftenaren zich verbonden met zijn industriële schepping.
Maar ook nationaal en internationaal was hij een vooraanstaand ondernemer, die in zijn tijd te boek stond als de ‘meest geliefde industrieel van Nederland’. Museum Van Marken wil de bezoekers meenemen in de unieke geschiedenis hoe Jacques van Marken (1845-1906) de industriële revolutie in Delft naar zijn hand zette en uitgroeide naar een in binnen- en buitenland bejubelde ‘modelondernemer’. Het museum zal voor bezoekers het gedachtegoed van Van Marken naar het heden brengen door middel van een attractieve en impactvolle bezoekerservaring over het ontstaan en de ontwikkeling van het Agnetapark en de door Van Marken gestichte fabrieken. De historische verhalen zetten aan tot nadenken over actuele sociale en innovatieve thema’s. Als missionstatement noemen wij: Museum Van Marken wil het leven en werk van Jacques van Marken voor een breed publiek ontsluiten, met bijzondere aandacht voor de betekenis die hij heeft gehad voor de economische, maatschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling van Delft en met oog voor de actualiteit: Jacques van Marken als innovator, creatieve ondernemer en ‘sociaal ingenieur’ kan ook in onze tijd als inspiratiebron dienen. 5.3
Visie
Creating History Delft heeft internationaal een sterke naam als stad van historie, Delfts Blauw, Oranje en Vermeer én als kennisstad en broedplaats van innovatie. Een combinatie die in het Delftse marketingbeleid wordt onderstreept met de slogan Creating History. Jacques van Marken staat zo mogelijk meer nog dan de bekende iconen model voor de slogan Creating History.
Van Marken is alleen minder bekend; we zien hem als een icoon-in-de-dop. Met een Museum Van Marken kan Delft werken aan de branding van een nieuwe icoon Creating History. Museum Van Marken kan een ijzersterke propositie vormen voor kwaliteitstoerisme, aantrekkelijk voor de beoogde doelgroepen: creatieve en inspirerende volwassenen; toeristen uit de ons omringende landen (Engeland, Duitsland, België, Frankrijk, Spanje en Italië) en Amerika. Juist voor bezoekers uit deze landen zal het verhaal van Van Marken en zijn betekenis voor de industriële revolutie, zijn ‘social engineering’ en de producten (yeast & spiritus) herkenbaar en interessant zijn.
Stad van cultuur & techniek Een speerpunt in het cultuurbeleid van de gemeente is de thematiek van Cultuur & Techniek. Kernwaarden hierbij zijn: technologie, historie, creativiteit en innovatie. Deze kernwaarden sluiten naadloos aan bij het ‘verhaal van Van Marken’. Zo bezien past een Museum Van Marken goed in het stedelijke cultuurbeleid. Ervan uitgaande dat een Museum Van Marken toepasselijk gesitueerd zou kunnen worden in een van de industrieelerfgoedobjecten die door Van Marken gebouwd zijn, is er sprake van herbestemming van industrieel erfgoed, hetgeen een belangrijke doelstelling is van het gemeentelijk cultuurbeleid. Meer aandacht voor het stedelijke erfgoed staat als zodanig ook hoog op de beleidsagenda van de gemeente. Het cultuurbeleid voorziet erin dat de Delftse cultuurhistorie zichtbaar wordt gemaakt, met bijzondere aandacht voor de schooljeugd (erfgoededucatie). Ook hierin zou een Museum Van Marken goed kunnen passen.
Betrokken stad In het coalitieakkoord 2018-2022 is behalve het thema innovatieve stad als hoofdthema benoemd: Delft Verbonden stad. Met dit thema wil het gemeentebestuur de groeiende tweedeling in de stad tegengaan. Onder andere door communitybuilding en gezamenlijke activiteiten in de wijken te stimuleren. Met Museum Van Marken kan goed worden ingespeeld op het thema Verbonden Stad. Van Marken had als sociaal ondernemer oog voor de belangen van zijn werknemers. Zo betrok hij hen bij de inrichting van de woningen in het Agnetapark, realiseerde hij een gemeenschapshuis, ontwikkelde hij al een stelsel aan sociale voorzieningen en stimuleerde hij het verenigingsleven. Tot in deze tijd zijn er verenigingen actief (o.a. de Koninklijke Harmoniekapel, Sportvereniging Sparta, oud-werknemers van de Calvéfabriek en de kopers- en huurdersverenigingen Agnetapark). Een op te zetten Museum Van Marken kan deze verenigingen aan zich binden. Ook kan een Museum Van Marken inwoners van Delft aan zich binden in erfgoedgemeenschappen om als vrijwilliger betrokken te zijn bij de openstelling van het museum, het beheer van de collectie en bij rondleidingen en groepsontvangsten.
Delft vanaf het water Van Marken realiseerde zijn fabrieken strategisch gelegen nabij het spoor en aan het water. Aanvoer van grondstoffen en vervoer van producten ging per spoor, maar vooral met schepen. Als het even kan zou een Museum Van Marken gesitueerd moeten worden aan het water. Denkbaar is dan dat het museum ook voor toeristen per boot bereikbaar is. Rotterdam (Van Nellefabriek), Delfshaven en Schiedam (jenevermuseum) worden inmiddels al met rondvaartboten bediend. De provincie Zuid-Holland ondersteunt vanuit het provinciale erfgoedbeleid activiteiten en projecten in zeven zogenoemde Erfgoedlijnen. Een van die erfgoedlijnen heeft betrekking op het thema Trekvaarten. Een Museum Van Marken gesitueerd aan het water zou uitstekend passen in die provinciale erfgoedlijn.
De kracht van storytelling De industriële, maatschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling van Delft, die door Van Marken aan het begin van de 20e eeuw in een stroomversnelling is gebracht, laat zich uitstekend vertellen aan de hand van gepersonifieerde verhalen. Denkbaar is om deze geschiedenis door de ogen van Van Marken te bezien of – beter nog – door zijn vrouw Agneta te laten vertellen. Het verhaal van Van Marken is meeslepend en kent dramatische hoogte- en dieptepunten. Zoals de roman Agneta van schrijver Jan van der Mast de geschiedenis ontvouwt vanuit het perspectief van Agneta, zo zou ook de museale presentatie in gepersonifieerde vorm kunnen worden gebracht. Daarmee leent een Museum Van Marken zich uitstekend voor de principes van storytelling. Storytelling gaat uit van persoonlijke verhalen. Persoonlijke verhalen vormen het krachtigste middel om mensen te raken. Ook (authentieke) objecten zijn een middel om mensen te raken, mits zij gekoppeld worden aan persoonlijke verhalen. Vanuit dit principe kan de museale presentatie van Museum Van Marken worden opgezet. Dat hoeft zich overigens niet alleen te beperken tot het verhaal van Agneta. Ook persoonlijke verhalen van bijvoorbeeld oud-werknemers of familieleden kunnen een rol spelen in de presentatie.
Verder zal het verhaal van Van Marken verteld kunnen worden door vrijwilligers die vanuit persoonlijke betrokkenheid verhalen doorgeven. Dat kan als rondleider in het museum zelf, maar ook als gids bij Van Marken-tours door Delft en door het Agnetapark.
Ontwikkelperspectief: organische groei De realisering van een Museum Van Marken zal niet zomaar een feit zijn. De totstandkoming van het museum is afhankelijk van tal van factoren en de medewerking van verschillende partijen. Misschien wel de belangrijkste factor is het beschikbaar komen van een aantrekkelijke locatie met gebouw. Liefst aan de rand van de binnenstad, aan het water, goed bereikbaar, in de nabijheid van het Agnetapark en als het even kan in een gebouw met een hoog Van Markengehalte. Zo’n gebouw is niet zomaar voorhanden. In dit haalbaarheidsonderzoek hebben we een aantal denkbare locaties en gebouwen in beeld gebracht, maar óf ze kennen zodanige beperkingen dat huisvesting van Museum Van Marken niet goed mogelijk of wenselijk is, óf ze voldoen wel aan de belangrijkste criteria, maar zijn (op dit moment) niet beschikbaar. Tegen deze achtergrond is het goed om een Museum Van Marken als wenkend eindperspectief in ogenschouw te nemen, maar ondertussen gewoon door te gaan op het pad dat de Stichting Museum Van Marken al heeft ingeslagen, namelijk dat van de organische groei. Die organische groei betekent een geleidelijke opschaling en intensivering van programma’s die het leven en werk van Van Marken belichten.
Waar nog maar twee jaar geleden begonnen is met rondleidingen door het Agnetapark, is er nu een roman, verschijnt er binnenkort een biografie, komt er in opdracht van DSM een grote tentoonstelling over Van Marken in het oorspronkelijke hoofdgebouw van DSM c.q. Gist-Brocades c.q. de Nederlandse Gist & Spiritusfabriek. Ook is er inmiddels een website en organiseert de stichting het initiatief ‘De Stoel’, waarin oud-werknemers bevraagd worden op herinneringen aan het werken in fabrieken van de Delftse Nijverheid. En inmiddels is er een wandelkaart in voorbereiding met drie Van Markenroutes: de historische, de innovatieve en de communityroute.
Het ligt voor de hand om in de komende jaren het aantal activiteiten uit te breiden, bijvoorbeeld met het produceren van een theatervoorstelling; het leven van Jacques en Agneta van Marken biedt daar overvloedig veel materiaal voor. Ook kunnen de Van Marken-routes mogelijk worden voorzien van informatieborden en een app. En verder is het van belang om al iets van een bezoekerscentrum te realiseren, mogelijk als onderdeel van het beoogde House of Delft, nabij het station, al dan niet in combinatie met een startpunt in het Agnetapark zelf, in de hal van het voormalige gebouw ‘De Tent’ (nu ‘Heinde & Ver’). Met een intensivering van het Van Marken-programma zal ook de bekendheid van Van Marken bij een groter publiek toenemen. En dat biedt als zodanig een gunstige opmaat naar de realisering van een Museum Van Marken. Referentiemusea Er zijn geen praktijkvoorbeelden van andere musea die zeer vergelijkbaar zijn met het beoogde Museum Van Marken. Niettemin noemen we er een paar die (op onderdelen) in de buurt komen. Cuypershuis in Roermond Een museum dat geheel gewijd is aan het werk en het gedachtegoed van de bekende architect Pierre Cuypers. Het museum is gevestigd in de voormalige werkplaats met woning van Pierre Cuypers (industrieel erfgoed; zie foto hieronder).
Het museum kent een vaste presentatie, ruimte voor wisseltentoonstellingen, een educatieruimte/ auditorium, filmzaaltje en een museumcafe (in eigen beheer) annex winkel. Het Cuypershuis biedt ook rondleidingen door de stad.
Biesbosch Museum Eiland Dit is een museum over een heel ander onderwerp, maar qua opzet wel vergelijkbaar. Het is een thematisch museum, gerealiseerd in een bestaand gebouw van bijzondere architectuur, met een vaste presentatie over de geschiedenis, de natuur en de waterhuishouding van de Biesbosch. Met ruimte voor wisseltentoonstellingen, een educatieruimte, een auditorium, een filmzaaltje en een grote horecaruimte (verpacht) annex entree, annex winkel. Vanuit het museum kun je rondvaarten en rondwandelingen maken.
Zaans Museum Dit museum vertelt het verhaal van de industriële ontwikkeling van de Zaanstreek. Een binnenmuseum met een prachtige presentatie langs themalijnen, met een mooie balans van authentieke collectie en multimediale presentaties. Het biedt vaste presentaties, wisseltentoonstellingen en heeft een educatieruimte c.q. auditorium en een museumcafé (in eigen beheer), annex winkel, annex entree. Vanuit het Zaans Museum kun je de Zaansche Schans bewonderen (combiticket).
Huis van Weldadigheid Dit is een museum/bezoekerscentrum dat momenteel gerealiseerd wordt in Frederiksoord. Het Huis van Weldadigheid vertelt het verhaal van het grote sociale experiment dat in de 19e eeuw plaatsvond in de Maatschappij van Weldadigheid. Onder aanvoering van generaal Johannes van den Bosch werden in Drenthe (en ook in Vlaanderen) vrije koloniën en strafkoloniën gesticht, waar ‘paupers’ een nieuw bestaan kregen aangeboden/opgelegd. In zijn opzet zeer vergelijkbaar met de plannen voor Museum Van Marken. Het centrum wordt gerealiseerd in een bestaand gebouw en krijgt een vaste presentatie (experience), een educatieruimte/auditorium, een entree met winkel en een grote horecaruimte (pacht). Het bezoekerscentrum vormt het vertrekpunt voor fiets- en wandelroutes door de kolonie Frederiksoord.