CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Cultuurhistorische verkenning Kabeldistrict

Raadsvergadering 4 april 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Beeldkwaliteitsplan Kabeldistrict (nr. 2310122) en College van B&W - Gelatinebrug – stand van zaken (nr. 2310129)17.653 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

KRONIEK VAN HET KABELDISTRICT Fabriekscomplex van de NKF in Delft

CULTUURHISTORISCHE VERKENNING Wijnand Galema Architectuurhistoricus

Satellietopname van fabriek II van de Nederlandse Kabelfabriek, het huidige Kabeldistrict (Google Earth Pro).

Situatie van het object volgens de BAG-viewer (https://bagviewer.kadaster.nl).

object adres architect bouwperiode monumentenstatus beschermd stadsgezicht

: Fabriek II, Nederlandse Kabelfabriek : Schieweg 15, 2627 AN Delft : De Vries Robbé, Gorinchem, i.s.m. Nederhorst, Gouda : 1949-1960 : nee : nee 1

Inhoudsopgave Introductie

4

Bedrijf – geschiedenis van de Nederlandse Kabel Fabriek

5

Locatie – historische ontwikkeling van de Schieoevers

29

Gebouw – constructie en architectuur

40

Kernwaarden

63

Aanbevelingen

64

Bronnen

65

2

Omslag catalogus NKF, ontwerp Frits Stapel, circa 1955 (SD/archief NKF).

3

INTRODUCTIE In opdracht van Kabeldistrict NV is aan Wijnand Galema Architectuurhistoricus gevraagd een cultuurhistorische verkenning uit te voeren naar het gebouwencomplex van het Kabeldistrict. Dit complex bestaat uit meerdere loodsen en fabriekshallen die samen Fabriek II van de Nederlandse Kabel Fabriek (NKF) vormen. Deze kwamen in drie fases tot stand in de periode 1949-1963. De fabriek is ontworpen door het tekenbureau van de firma De Vries Robbé uit Gorinchem, leverancier van de staalconstructie, in samenwerking met aannemingsbedrijf Nederhorst uit Gouda, dat in 1913 ook het eerste gebouw van de kabelfabriek in Delft heeft ontworpen en gebouwd. Dit als fabriek I bekendstaande gebouw is nog steeds in gebruik bij de voortzetters van NKF, het huidige Prysmian. Met het op de herontwikkeling van het Kabeldistrict is voor fabriek II en directe omgeving een stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze gaan uit van behoud van enkele elementen van de fabriek. In het kader van de planvorming is in de afgelopen jaren veel historische documentatie over het complex verzameld. Dit vormt op zich een uiterst waardevolle bijdrage aan de geschiedenis en beeldvorming van het gebouw, maar een overkoepelend en objectief verhaal over de geschiedenis van de fabriek, de ontwikkeling van de Schieoevers en de architectonische verschijningsvorm ontbrak.

Vanuit de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) van de gemeente Delft ontstond behoefte aan een nader onderzoek naar meer achtergronden en een cultuurhistorische duiding van het gebouw. Dit onderzoek wil vooral antwoord geven op de vraag wat de zogenaamde kernwaarden van het fabriekscomplex zijn. Kernwaarden vatten de belangrijkste ruimtelijke en historische kwaliteiten kernachtig samen en kunnen worden ingezet als leidraad voor toekomstige aanpassingen aan het complex. In geval van het Kabeldistrict bieden ze extra handvatten en onderbouwing om bestaande plannen, waaronder het beeldkwaliteitsplan, nog preciezer en overtuigender te maken in hun keuze om elementen van het bestaande complex te behouden, te herstellen of te versterken. Het onderzoek is dus geen uitvoerige bouwhistorische verkenning met waardestelling en ook geen archeologisch onderzoek. Wat betreft archeologie verwijs ik naar het archeologisch bureauonderzoek uit 2021, uitgevoerd door Transect uit Nieuwegein. De bevindingen van dit onderzoek zijn gebaseerd op veldwerk en bronnenonderzoek, waaronder het archief van de NKF in het stadsarchief van Delft, het archief van De Vries Robbé in Gorinchem en historische documentatie aanwezig in het Kabeldistrict zelf. Het veldwerk op locatie heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2022.

Het onderzoek is uitgevoerd door Wijnand Galema Architectuurhistoricus, in samenwerking met onderzoeksassistent Cathelijne van Andel uit Amsterdam. Op grond hiervan is een goed beeld geconstrueerd van de achtergronden en totstandkoming van het bedrijf, de locatie en het gebouw. Dit zijn de drie verhaallijnen in deze rapportage. Aan het eind worden de kernwaarden benoemd en zijn aanbevelingen gedaan hoe op een respectvolle manier met de geschiedenis van dit voor Delft en Nederland unieke erfgoed kan worden omgegaan. Wijnand Galema, 1 december 2022

4

1. BEDRIJF – Geschiedenis van de Nederlandse Kabelfabriek Familie Von Lindern: scheepsbouwers en touwslagers Het geslacht Von Lindern is een van oorsprong Duitse familie die in het begin van de negentiende eeuw naar Nederland verhuisde. Franz Harms Von Lindern II (1804-1882) was kapitein bij de koopvaardij, touwslager, fabrikant, scheepsbouwer en reder.1 Als stuurman kwam hij naar Alblasserdam waar hij voor Cornelis Smit op verschillende schepen voer. Franz richtte in 1837 de touwslagerij ‘Lijnbaan Straat Sunda’ op in Alblasserdam.2 De touwslagerij werd vernoemd naar het drukbevaren water tussen Java en Sumatra. In een langgerekt fabrieksgebouw werden garen met de hand tot touw gesponnen. Ook richtte Franz later een eigen scheepswerf op aan de rivier de Noord. In het jaar 1851 kreeg Franz de Nederlandse nationaliteit. De zonen van Franz, Cornelis I (1838-1911) en Jan (1845-1913) richtten samen rond 1877 in Amsterdam de scheepsbouwwerf De Nederlandse Droogdok Maatschappij op.3 In 1884 werd de scheepswerf verkocht aan de Amsterdamse Droogdok Maatschappij.4 De scheepswerf werd voorzien van een drijvend droogdok, ‘Het Koningsdok’ dat tussen 1879-1881 werd gebouwd in Alblasserdam. Cornelis I trouwde in 1860 met Agatha Rijkee uit Alblasserdam, waarmee hij zes kinderen kreeg.

Lijnbaan Straat Sunda vanuit de lucht (Regionaal Archief Dordrecht, inv.nr. 556-5020).

Touwen van de fabriek Sunda (Regionaal Archief Dordrecht, inv.nr.1241_1924). 1 https://www.alblasserdam.net/columns/14/wat-hebben-de-nakomelingen-van-franz-harms-von-lindern-i-met-alblasserdam-te-maken 2 Stadsarchief Delft (hierna genoemd: SD), Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek (NKF Kabel BV) (555), invr.nr. 130, ‘Stukken betreffende de geschiedenis, 1912-1952, z.d.; met hiaten’, ‘Ons werk bij de Nederlandsche Kabelfabrieken’, In de Hoekspiegel, Personeelsblad van de N.V. tot aanneming van werken van Nederhorst. Eerste jaargang, nummer 9, december 1952. 3 https://geschiedenisalblasserwaard.wordpress.com/2022/02/14/huize-bockhorn/ 4 https://www.alblasserdam.net/columns/14/wat-hebben-de-nakomelingen-van-franz-harms-von-lindern-i-met-alblasserdam-te-maken

5

Cornelis II (1869-1945) (hierna vermeld als Von Lindern) werd geboren op 17 april 1869 in Alblasserdam. Von Lindern groeide op en haalde zijn technische kennis door als vrijwilliger te werken in de Grofsmederij in Leiden en op de Machinefabriek van Begeman in Helmond.5 Op jonge leeftijd kreeg hij de leiding over de touwslagerij van zijn opa. Cornelis was 22 jaar directeur van N.V. Lijnbaan Straat Sunda, waar zo’n 250 mensen werkten. In deze periode transformeerde hij het bedrijf door stoomkracht te introduceren. In Schotland kocht Von Lindern een aantal stoommachines voor de touwslagerij waardoor de productiecapaciteit flink steeg. De nieuwe machines haalde de lokale kranten toen de spinbanken van de touwslagerij op hol sloegen door een defecte stoomketel.6 Tijdens zijn directeurschap van de touwslagerij richtte Von Lindern ook een machinale spinnerij voor manilla-garens op.7

Links: portret van Cornelis II von Lindern (SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 163); rechts: familiehuis in Alblasserdam, circa 1960 (Regionaal Archief Dordrecht, Collectie P.J. de Ruiter-Lolkus, invr.nr. 1241_5249).

Op 10 november 1904, toen Von Lindern 35 jaar was, trouwde hij met Wilhelmina Maria Birkhoff (1874-1952) uit Middelharnis. Ze kregen twee zoons, Cornelis III (1905-1979) en Jan Hendrik (19101977). In augustus 1911 besloot het gezin naar Den Haag te verhuizen waar de kinderen beter onderwijs konden krijgen. Von Lindern verliet de touwslagerij en gaf de directie door aan de heren Van Helden en Van Koogh.8 Het gezin woonde van 1911 tot 1928 in een statig woonhuis aan de Javastraat 12 in Den Haag en verhuisde later naar de Schouwweg in Wassenaar. Oprichting van de kabelfabriek In Den Haag besteedde Von Lindern zijn tijd aan gezin en vrije tijd, maar begon zich al snel te vervelen.9 In het Plan tot oprichting van een kabelfabriek blikte hij terug op zijn wens en idee voor een dergelijk bedrijf.

“Te Alblasserdam woonden wij in een huis, waaruit wij het uitzicht op de rivier hadden en zag ik schepen uit Duitschland langs ons gaan, die geladen waren met trommels, waarop elektrische kabels gewonden waren en was bij mij dikwijls de gedachte opgekomen ‘Waarom is er geen fabriek voor deze geleidingen in Holland en zijn menschen die fabrieken van touwwerk hebben niet het eerst aangewezen zoo’n fabriek te stichten?’” vroeg Von Lindern zich af.10 Von Lindern was opgegroeid in het familiehuis Huis Bockhorn op de Oost Kinderdijk 9 in Alblasserdam (afgebrand in 1964).11 De Duitse schepen die hij beschreef waren afkomstig van grote kabelbedrijven zoals Felten & 5 Zie noot 2. 6 Ibid.

7 https://geschiedenisalblasserwaard.wordpress.com/2022/02/14/huize-bockhorn/ 8 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 129, ‘Stukken betreffende de oprichting en voorgeschiedenis, 1911-1914’, Plan tot oprichting van een kabelfabriek, C. von Lindern (1869-1945). 9 Ibid. 10 Ibid. 11 Ibid.

6

Guilleaume uit Keulen. Het inspireerde Von Lindern dat deze bedrijven de overstap hadden gemaakt van de touwindustrie naar de kabelindustrie. Von Lindern begon de mogelijkheid van een eigen kabelfabriek te onderzoeken. Electrotechniek was in het begin van de negentiende eeuw een nieuw veld waar in Nederland weinig over bekend en geschreven was. Aangezien Von Lindern uit literatuuronderzoek niet veel wijzer werd, ging hij over tot zijn eigen marktonderzoek. Hij nam contact op met bedrijven in het binnen- en buitenland om te informeren naar de prijzen voor grondstoffen, machines en kabels. Aan de keukentafel woog hij materialen, mat hij kabels op en maakte hij berekeningen om de kosten in beeld te krijgen.12 Ook deed hij onderzoek naar de kosten voor de bouw van fabriek en aanschaf van machinerieën om de totale investeringssom te berekenen.

Links: keukenweegschaal van Von Lindern; rechts: Aandelenbewijs waarin L. van Lely instemt met de investering in de kabelfabriek, 1913 (beide: SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 130).

Von Lindern besloot een bedrijf op te richten en legde zijn plan voor aan bevriende collega’s uit de touwindustrie. Net als Von Lindern kwamen zij uit welvarende families die naast de touwindustrie, ook bekend waren in de Nederlandse politiek. Op 18 oktober 1912 kwamen A.G. Bosman (directeur touwfabriek en gemeenteraadslid), H.C. van der Lely (touwfabrikant en voormalig burgermeester Maassluis) en ene A. van der Lee bijeen op het thuisadres van Von Lindern in Den Haag.13 Er werd besloten een naamloze vennootschap op te richten en medestanders te zoeken die wilden investeren in hun onderneming. Binnen drie weken werd er een half miljoen gulden verzameld voor de oprichting van het bedrijf en de bouw van een fabriek.14 Dat het startkapitaal in minder dan een maand was verzameld, geeft opnieuw een indicatie van de welvarende en ondernemende kringen van Von Lindern. De oprichting van de nieuwe kabelfabriek bleef niet onopgemerkt. In 1915 benaderde de Duitse kabelfabriek A.G. Felten en Guilleaume het bedrijf met de vraag om aandelen te kopen of het bedrijf over te nemen.15 Uiteindelijk ging de overname niet door. Daarnaast werd er kort overwogen om een samenwerking met de N.V. Hollandsche draad- en kabelfabriek in Amsterdam (bekend als Draka) aan te gaan.

In plaats van een samenwerking werd er een ‘gentlemen’s agreement’ afgesproken, waarin de bedrijven zich tot hun eigen terrein zouden beperken.16 De fabriek in Amsterdam beperkte zich tot rubberkabel en de fabriek in Delft tot papier- en loodkabel.

12 Zie noot 2. 13 Zie noot 8.

14 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 130, ‘Stukken betreffende de geschiedenis, 1912-1952, z.d.; met hiaten’, Voordracht door J. Lels tijdens de Vergadering van de Afdeeling voor Electrotechniek op 23 januari 1915, ter inleiding van een bezoek aan de fabriek. Stuk ‘Over de stichting van der N.V. de Nederlandsche Kabelfabriek’. Overdruk uit het weekblad De Ingenieur van 20 mei 1916, nr. 21. 15 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 131, ‘Stukken betreffende de dreigende overname door A.G. Felten en Guilleaume, 1915’. 16 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 129, ‘Stukken betreffende de oprichting en voorgeschiedenis, 1911-1914’, Brief van jan teeuwis duyvis aan cornerlis von linden in juni/december 1912.

7

Fabriek I met het kantoorgebouw, op de voorgrond de Schie, circa 1918 (Mei 2020).

Bouw Fabriek I - Schieweg 9 Op 31 mei 1913 werd de N.V. Nederlandsche Kabelfabriek opgericht met medewerking van enige touwfabrikanten en een investering van zo’n half miljoen gulden in aandelen. Het doel van de vennootschap was tweeledig: (1) het vervaardigen van en handel drijven in elektrische geleidingen en aanverwante artikelen, zoomede in de daarvoor gebruikt wordende grondstoffen, een en ander genomen in den ruimsten zin en (2) het ten behoeve van of in verband met het bedrijf deelnemen in andere ondernemingen. In het eerste bericht aan de aandeelhouders in juli 1914 werd gemeld dat de moderne fabriek klaar was voor gebruik en dat de fabriek ondersteund werd door Duitse kabelfabrieken.17 In het voorjaar van 1913 had Von Lindern contact met verschillende assuradeurs, makelaars en gemeenten in heel Nederland met als doel een geschikte locatie te vinden voor de vestiging van de fabriek. Von Lindern was op zoek naar een perceel van maximaal 5 hectare dat aan vaarwater was gelegen en bij voorkeur ook een aansluiting op het spoor had. De Import Maatschappij uit Rotterdam had 5,5 hectare aan de Delfshavense Schie bij Overschie in de aanbieding. Nadat het grootste deel daarvan al snel verkocht bleek, viel die locatie af.18 Ook over terreinen aan de haven van Vlaardingen en de Laakhaven in Den Haag werd onderhandeld, maar werden niet gekozen.

De gemeente Dordrecht had een perceel op de Staart in de verkoop, de smalle landtong tussen de Merwede en het Wantij. De Kamer van Koophandel in Dordrecht liet Von Lindern weten dat hij zoveel mogelijk steun kon verwachten bij de oprichting van de fabriek.19 Dat er veel animo was om de fabriek binnen te halen, blijkt uit correspondentie met de heer G. Van Loon uit Waalwijk. Deze importeur van Amerikaans leer bood een stuk grond bijna 6 hectare aan bij de haven van Waalwijk en vermeldde erbij dat zijn compagnon alvast een advertentie in een lokale krant had geplaatst waarin de komst van de nieuwe industrie werd aangekondigd. Dat hier veel reacties op binnenkwamen, blijkt uit een brief van het bedrijf aan Von Lindern: “Het krioelt hier van menschen, die werk zoeken; als u morgen B Ibid. 18 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 171, ‘Stukken betreffende diverse locaties voor de vestiging van de kabelfabriek, 1913’, brief van Import Maatschappij uit Rotterdam aan Von Lindern, 12 juni 1913. 19 Idem, brief van de secretaris van de Kamer van Koophandel aan Von Lindern, 19 mei 1913.

8

zoudt kunnen beginnen kan ik u er wel 300 en meer bezorgen in alle soorten”. 20 Begin juni 1913 blijkt de keuze op Delft te zijn gevallen, zo blijkt uit correspondentie met assuradeur Van den Brink uit Utrecht, die meerdere percelen had aangeboden. Hij betreurde het dat de fabriek in Delft werd gevestigd “daar dit natuurlijk voor Utrecht een verlies is zoo een industrie te moeten missen”.21 Waarom juist voor het terrein in Delft werd gekozen, weten we niet, maar de gunstige ligging aan water en spoor zal hierin zeker een rol hebben gespeeld. Vermoedelijk heeft ook de aanwezigheid van de Technische Hogeschool, voorloper van de huidige TU Delft, een rol gespeeld. In 1904 werd aan de hogeschool een faculteit voor toegepaste natuurkunde en elektrotechniek opgericht. Het perceel van 3,5 hectare lag op dat moment nog buiten de stad, aan de westzijde van de Schie, halverwege de Abtswoudseweg en het Kruithuis. ‘Langs de Schie, waar wij bouwden, liepen de jagertjes hun schuitjes stil door het water te trekken en de schaarse gaslampen verlichtten spaarzaam een deel van de modderige weg’, schreef Von Lindern.22 In dit nog rurale landschap verrees een uiterst moderne fabriek als manifestatie van de vooruitgang die de elektrotechnische industrie teweeg zou brengen voor Delft en Nederland. “De fabriek was in een oogopslag te overzien.

Van ieder machinetype een stuks, bijeengegaard uit vreemde landen, want wie had in Nederland gehoord, laat staan belangstelling gehad voor wat zo’n industrie nodig had. De met papier geïsoleerde electrische kabel was een goede twintig jaar oud, maar Nederland was nog het land van gloeikousjes, gaslantaarns en gasfornuizen”, aldus Von Lindern.23 De komst van de fabriek betekende een inhaalslag voor Nederland en werd gezien als een nieuw tijdperk. Slechts enkele decennia later behoorde een wereld zonder elektriciteit tot het verleden. Zo schreef de NKF in de jaren tachtig van de vorige eeuw: “Wanneer de elektrische spanning door een storing het in het elektriciteitsnet tijdelijk wegvalt, bemerken wij pas hoe nauw ons leven met de elektrische energievoorziening verbonden is. De gloeilampen branden niet meer en wij moeten ons behelpen met kaarsen; treinen komen tot stilstand en in de fabrieken wordt het vreemd stil als de motoren uitgelopen zijn”.24

Het kantoorgebouw voor fabriek I, Schieweg 9, circa 1920 (Mei 2020).

20 Idem, brief van H.G. Everdingen, namens G. van Loon, aan Von Lindern, 18 maart 1913. 21 Idem, brief van W.P. van den Brink aan Von Lindern, 12 juni 1913.

22 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 129, ‘Stukken betreffende de oprichting en voorgeschiedenis, 1911-1914, Plan tot oprichting van een kabelfabriek door C. von Lindern (1869-1945). 23 Ibid. 24 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 695, ‘Documentatie van producten, (1941-1978); met hiaten.

9

De fabriek werd ontworpen door architect Hendrik Jan Nederhorst jr. (1871-1928) uit Gouda. Nederhorst jr. was net als zijn vader architect en aannemer. Hij staat bekend als ontwerper van woonhuizen en winkelpanden in Gouda in overwegend Neorenaissance-stijl. Na de dood van zijn vader in 1913 zette hij het bedrijf voort als een naamloze vennootschap, die naast het aannemen van werken ook optrad als adviseur en architect voor grote bouwopgaves. Voor de NKF ontwierp Nederhorst een driebeukig fabriekscomplex dat werd opgetrokken uit staal en baksteen. Het fabrieksgebouw was 115 meter lang en 27 meter breed en in de middelste hoge beuk bevond zich een loopkraan.25 De staalconstructie werd geleverd door de firma De Vries Robbé uit Gorinchem. De firma Bokhoven uit Gouda, die in 1913 opging in de NV Aanneming van Werken v/h H.J. Nederhorst. De Vries Robbé en Nederhorst zouden bij latere uitbreidingen betrokken blijven. Tijdens de bouw van de fabriek werd overigens al rekening gehouden met een mogelijke uitbreiding in de toekomst.26 De machines voor de kabelfabriek werden besteld in Engeland en Duitsland. De fabriek was in begin september 1914 gereed, maar kon pas twee weken later starten met de productie. Het maken van kabels was nieuw in Nederland en de 25 personeel moest eerst intern worden opgeleid.27 De eerste order van 200 meter aan kabel van 2x6mm2 werd met vreugde ontvangen.28

Fabriek I in aanbouw, 1913 (Regionaal Archief Gorinchem, archief de Vries Robbé & Co.

Fabriek I in bedrijf, circa 1920 (Mei 2020). 25 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 130, ‘Stukken betreffende de geschiedenis, 1912-1952, z.d.’.

26 Idem, voordracht door J. Lels tijdens de Vergadering van de Afdeeling voor Electrotechniek op 23 januari 1915, ter inleiding van een bezoek aan de fabriek. Stuk ‘Over de stichting van der N.V. de Nederlandsche Kabelfabriek’. Overdruk uit het weekblad De Ingenieur van 20 mei 1916, nr. 21. 27 Ibid. 28 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 129, ‘Stukken betreffende de oprichting en voorgeschiedenis, 1911-1914’.

10

Twee maanden vóór de opening van de kabelfabriek in 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Door tekorten aan steenkolen, gas en petroleum werd elektriciteit steeds populairder.29 Ondanks de toenemende vraag naar kabels was het een zware tijd voor het bedrijf door tekorten aan grondstoffen. Dit leidde ertoe dat ongebruikte kabels werden opgegraven en afgepeld zodat het koper en lood voor nieuwe kabels kon worden gebruikt. Het voordeel van de oorlog was dat kabels niet vanuit het buitenland konden worden betrokken. Dit zorgde voor een nieuwe groep afnemers, die door de kwaliteit van de kabels ook na de oorlog klant van NKF zouden blijven.30 De Nederlandse staat zorgde er tijdens de oorlog voor dat er genoeg leveringen van lood en koper naar de fabriek gingen.31 Tot aan het eind van de Eerste Wereldoorlog produceerde de fabriek 2.000 km sterkstroomkabel, waarvan 400 km voor een nominale spanning van 10.000 V. De fabriek had een eigen laboratorium waar vanaf 1917 werd onderzocht hoe dilectrische verliezen in de kabel verminderd konden worden. In het laboratorium stond een Wattmeter van de Firma Kipp uit Delft, waarmee experimenten gedaan konden worden.32 De NKF liet in 1917 ook woningen, schaftlokalen en garages bouwen ten behoeve van het personeel.

In 1919 werden ook een koperwalsdraadfabriek, magazijnen en een smederij gebouwd op het terrein aan de Schie.33 Groei in het Interbellum Na de Eerste Wereldoorlog kwam de fabriek in gunstiger vaarwater. Door herstel van de economie en de uitbreidingen wist NKF de fabricage tussen 1919 en 1920 te verdubbelen. In 1927 kreeg het bedrijf een bijzonder grote opdracht van het Gemeentelijk Energiebedrijf uit Amsterdam. De kabelfabriek werd gevraagd een verbinding te maken tussen de energiecentrales Hoogte Kadijk en Noord, en produceerde hiervoor de drieloodmantelkabels van 50kV. Voordat de kabels werden geleverd werden ze 100 uur beproefd met een viervoud van de spanning.34 Aan het eind van de jaren dertig werd in het laboratorium van de fabriek een nieuw type en krachtiger kabel ontwikkeld: de oliedrukkabel. De capaciteit van de oliedrukkabel was 150kV, terwijl tot dan toe 50kV gangbaar was. In 1937 wordt de oliedrukkabel voor het eerst genoemd in de bedrijfsdocumentatie en in 1941 werd het eerste exemplaar geleverd voor de verkoop.35 De oliedrukkabel werd na de Tweede Wereldoorlog de meest gebruikte kabel.36

Links: laboratorium circa 1935 (Mei 2020); rechts: brochure over de oliedrukkabel, ontwerp Frits Stapel, 1954, (https://theartofinformationblog.wordpress.com/selectie-aanwinsten-januari-2019).

29 NKF, 1970.

30 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 174, Instructieboek voor onderhoudspersoneel, maart 1966. 31 Zie noot 26. 32 Zie noot 29. 33 Zie noot 25. 34 Zie noot 29. 35 Ibid. 36 Ibid.

11

NKF kende een periode van constante groei in de vraag naar kabels. Het bestaande fabrieksterrein aan de Schie werd vrijwel continu uitgebreid. In 1920 werd de fabriek verlengd en werd een representatief kantoorgebouw aan de voorzijde gerealiseerd en een jaar later werd een los- en laadplaats aan de Schie aangelegd. In 1926 volgde een haspelbergplaats, in 1929 een trafo-gebouw, in 1930 een zwakstroomfabriek, in 1931 een expeditieruimte voor haspels, in 1937 een kantoorgebouw en in 1938 werd een fundering voor een loodpers gerealiseerd.37 In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog werd het echter onrustig op de markt. Von Lindern vreesde dat de toevoer van staal uit Duitsland moeilijker of zelfs onmogelijk zou worden in het geval van de uitbraak van een nieuwe oorlog. Von Lindern had het plan om een eigen walserij voor band- en draadstaal te bouwen ten behoeve van de eigen kabelfabricage, maar zag ook afzetmogelijkheden buiten het bedrijf. Omdat de staalfabrieken weigerden ‘knuppels’ te leveren, de langwerpige staalstaven die de hoofdgrondstof vormden voor de kabelproductie, waardoor Von Lindern besloot een eigen staalfabriek op te richten waar de blokken werden gegoten waaruit de knuppels werden gewalst. De hoogovens waren bereid hiervoor ruwstaal aan te leveren.

In Alblasserdam werd in 1937 begonnen op de buitendijkse locatie Ruigenhil aan de rivier de Noord met de bouw van de eigen staalfabriek die in 1939 in gebruik werd genomen.38 Ook dit gebouw werd grotendeels geconstrueerd uit stalen spanten en constructies van de firma De Vries Robbé, en werd in de jaren zestig fors uitgebreid tot een indrukwekkend industrieel complex.

Luchtfoto van de staalfabriek langs de Noord in Alblasserdam (1955-1963) Regionaal Archief Dordrecht 1088_1502).

37 Zie noot 25.

38 Zie: Kramer, 2021.

12

Impressie van het fabrieksterreinen en fabriekshallen van de staalfabriek in Alblasserdam Regionaal Archief Dordrecht, Collectie Kabelfabriek, invr.nr. 1088_1531.

Naoorlogse expansie NKF bleef niet gespaard tijdens de Tweede Wereldoorlog. De fabriek in Delft werd op 10 mei 1940 beschoten door oorlogsvliegtuigen. Om het personeel op te vangen tijdens deze luchtaanval gingen twee opzichters op weg naar de fabriek, waarbij een van hen overleed.39 Na de oorlog werd een ereplakkaat voor het slachtoffer onthuld in het kantoor. De haspelmakerij werd in mei 1940 vernield en de staalfabriek in Alblasserdam raakte eveneens beschadigd door bombardementen.40 Ook de productie ging moeizaam tijdens de oorlog. De meeste arbeiders tussen de 15 en 40 jaar werden opgeroepen voor de Arbeitseinsatz in Duitsland, waardoor een groot personeelstekort ontstond.41 In het laatste jaar van de oorlog overleed Cornelis von Lindern II. Zijn zonen waren in die tijd ook werkzaam in het familiebedrijf. Cornelis III (1905-1979) en Jan Hendrik (1910-1977) waren verantwoordelijk voor het bestuur van NKF Staal (het latere Nedstaal) in Alblasserdam. Daarnaast had Jan Hendrik (1910-1977) met hulp van zijn vader een papiergarenfabriek opgericht en werkte een tijd als directeur van de N.V. Nederlandsche Touwfabriek, de voortzetting van Lijnbaan Straat Sunda. Toen Cornelis II in 1945 overleed, nam zijn zoon Cornelis III op 41-jarige leeftijd, zijn werkzaamheden in de kabelfabriek over. De kabelfabriek speelde een belangrijke rol in de wederopbouw van Nederland.

Als onderdeel van de elektrotechnische industrie droeg NKF bij aan het herstel en aanleggen van infrastructurele projecten en telecommunicatieverbindingen. Het is niet bekend hoeveel meter kabels van de NKF in de Nederlandse bodem zijn gelegd, maar er is waarschijnlijk geen weg of straat waar ze niet liggen. In het bijzonder werkte NKF aan de verspreiding van elektrische stroom door kabels te leggen door de rivieren Maas en Westerschelde (1950).42 NKF produceerde lange kabels die via speciale boten op de rivierbodems werden neergelegd op grote diepte. Over de Maas werden een massakabel van 50kV en een oliedrukkabel van 150kV van 800 meter neergelegd. Het project in de Westerschelde was nog grootschaliger. “De Schelde werd doorkruist met een lengte aan één stuk van 5 km en een totaalgewicht van 24 ton en het duurde niet lang voordat 3 km 224-praige kabels de fabriek verlieten” beschreef Von Lindern.43 De kabels werden op een diepte van 28 meter neergelegd, een bijzondere technische prestatie. Door de nieuwe kabelverbinding met het station in Goes, werd heel

39 SD, Beeld en Geluid Delft, invr.nr. 27533, ‘Plaquette in het hoofdkantoor van de Kabelfabriek aan de Schieweg’, (1992). 40 SD, Beeld en Geluid Delft, invr.nr. 8577, ‘Haspelmakerij van de Nederlandse Kabelfabriek aan de Schieweg vernield in de Tweede Wereldoorlog’ (1940). 41 Zie noot 38. 42 Zie noot 29. 43 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, ‘Stukken betreffende de oprichting en voorgeschiedenis, 1911-1914’, Plan tot oprichting van een kabelfabriek door C. von Lindern (1869-1945).

13

Zeeuws-Vlaanderen voorzien van stroom.44 Daarnaast speelde de kabelfabriek een belangrijke rol in de bekabeling van de Nederlandse Spoorwegen en het telecommunicatienetwerk.45 Door nauwe banden met de faculteit Electrotechniek van de TU Delft stond NKF vooraan in technologische ontwikkelingen. Directeur F.H. Kreuger (1928-2015) was van 1988 tot 1996 hoogleraar hoogspanningstechniek aan de TU. Afgestudeerd elektrotechnici vonden hun weg in de laboratoria van de kabelfabriek. Om aan in de groeiende behoefte aan kabels te voorzien was het nodig de productiecapaciteit verder uit te bouwen. De oorspronkelijke fabriek uit 1913 werd opnieuw uitgebreid en gemoderniseerd. Tussen 1949 en 1952 werden talloze bouwsels aan- en bijgebouwd, zoals een walsendraaierij, een versterkte oever aan de Schie, een garage, een smederij, een kantine, een betonnen steiger, een expeditiekantoor en een knuppelloods. 46 In 1949 werd een nieuw laboratorium gebouwd, dat slechts acht jaar heeft bestaan. Op 26 juli 1957 brandde een groot deel van de eerste verdieping uit, waardoor het laboratorium volledig werd verwoest.47 NKF liet een nieuw hypermodern Hoogspanning Research Laboratorium bouwen naast de fabriek, waar met wisselspanning tot 900kV en stootspanning van 2,4mV kon worden gewerkt.48 Op 3 juni 1958 opende Koningin Juliana het nieuwe laboratorium.49

Nationaal Archief, Fotocollectie Elsevier, foto is auteursrechtelijk beschermd, toegangsnummer 2.24.05.02 bestanddeelnummer 015-0210, ‘Koningin Juliana brengt een bezoek aan de N.V. Nederlandse Kabelfabrieken in Delft. De koningin tijdens de rondgang’ (3 juni 1958).

De aanpassingen aan de oude fabriek gingen tegelijkertijd gepaard met veranderingen in het productieproces. Er was sprake van een complete reorganisatie waarbij de koperwalserij en trekkerij, waar de geleidende kern van de kabel wordt gemaakt, onder te brengen in een nieuw gebouw. In 1947 vraagt het bedrijf hiervoor toestemming aan bij het Rijksbureau voor Metalen. Dit had te maken met de industriële samenwerking tussen Nederland, België en Luxemburg, waarbij de partnerlanden elkaar consulteerden bij grootschalige investeringen in de industrie. In een brief aan de minister van Economische Zaken bracht NKF de noodzaak van de nieuwe koperwalserij extra onder de aandacht. De bestaande koperwalserij uit 1920, geleverd door de firma Krupp kon op papier koperdraad maken van 6,5 millimeter (de internationale standaard), maar bleek in praktijk 44 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 695, ‘Documentatie van producten, (1941-1978); met hiaten’, NKF GROEP, Laying 7 x 6.500 metres of Submarine Cable across the Westerschelde River. 45 Zie noot 29. 46 Zie noot 25. 47 Het Parool, ‘Laboratorium van kabelfabriek uitgebrand’, 26-07-1957. 48 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 168, ‘Stukken betreffende het 75 jarig jubileum in 1988, 1973-1988; met hiaten’, zoeknummer: 0021026, NKF, 50 jaar NKF ontwikkeling in de techniek van ondergrondse kabel (Delft 1970).

49 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 695, ‘Documentatie van producten, (1941-1978); met hiaten’.

14

met moeite 8 millimeter te halen. NKF was genoodzaakt koperdraad uit de VS en Canada te importeren of het draad in België tot 6,5 millimeter te laten bewerken. Voor de oorlog waren hiervoor al de benodigde machinerieën aangeschaft en die wilde het bedrijf nu onderbrengen in een nieuwe koperwalserij en -trekkerij.50 Het was eerst de bedoeling de nieuwe koperwalserij te bouwen op een terrein een paar honderd meter ten zuiden van de bestaande fabriek. De ondergrond bleek echter ongeschikt voor zware industrie zodat werd uitgeweken naar een terrein aan de overzijde van de Schie, ten zuiden van de Porceleyne Fles. Bij de opzet van de fabriek werd rekening gehouden met toekomstige verbreding van de Schie. Het ontwerp van het fabrieksgebouw werd gemaakt door De Vries Robbé uit Gorinchem en de bouw lag in handen van de NV Aanneming van Werken v/h H.J. Nederhorst uit Gouda. Naast de koperwalserij werd het nieuwe gebouw ook gebruikt voor de koperbeitserij en -trekkerij.51 Bouw Fabriek II – Schieweg 15 (huidig Kabeldistrict) Verreweg de grootste uitbreiding van de fabriek zou worden gebouwd op het terrein dat ongeschikt was voor zware industrie. Met de nodige extra funderingen was het mogelijk om hier een geheel nieuw fabriekscomplex te bouwen voor de productie van energiekabels tot 12,5 kV.

De fabriek werd in drie fases gerealiseerd tussen 1949 en 1963.52 Met de nieuwe fabriek had NKF beschikking over drie locaties aan de Schie, die met de volgende nummering werd aangeduid: I voor de bestaande fabriek, II voor de nieuwe fabriek en III voor de koperwalserij aan de overzijde. De staalfabriek in Alblasserdam, werd aangeduid als fabriek IV.

Luchtfoto fabriek II aan de Schieweg, gezien naar het oosten (1951), SD, Beeld en Geluid Delft, invr.nr. 1223).

50 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, inv.nr. 171, brief van NKF aan de minister van Economische Zaken, 18 juni 1947. 51 Idem, brief van NKF aan Burgemeester & wethouders van Delft, 3 juni 1947.

52 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 168, ‘Stukken betreffende het 75 jarig jubileum in 1988, 1973-1988; met hiaten’.

15

Luchtfoto van de fabrieken I, II en III aan de Schie (SD, Beeldbank, inv.nr. 3877, KLM Aerocarto).

Door de ontwikkeling van nieuwe typen kabels had NKF echter nog meer productiecapaciteit nodig. In 1950 werd in Farmsum, bij het Groningse Delfzijl, fabriek V geopend voor de productie van elektriciteitskabels. Daar kwam tussen 1955 en 1965 ook de fabricage van telecommunicatiekabels bij, en nog later ook glasvezelkabels.53 In 1961 werd het fabriekscomplex van wasmiddelenproducent Dobbelman in Waddinxveen overgenomen om hierin fabriek VI te vestigen, voor de productie van met kunststof geïsoleerde telecommunicatiekabels.54 NKF besloot ook in het buitenland samenwerkingen aan te gaan. In 1956-1958 kocht NKF de meerderheid van de aandelen op van twee Zuid-Afrikaanse bedrijven: Aberdare Cables Afrika Limited (opgericht in 1946) in de stad Port Elizabeth en Aycliffe Cables Ltd. in Johannesburg. Naast de overname van buitenlandse fabrieken fuseerde NKF in 1958 met de N.V. Hollandsche Draad- en Kabelfabriek (Draka) uit Amsterdam en werd de naam gewijzigd in N.V. Nederlandsche Kabelfabrieken.55 Draka was in 1910 opgericht en maakte kabels en leidingen met rubber isolatie. In de eerste jaren kwam de Amsterdamse fabriek in contact met Philips’ Gloeilampenfabrieken. Philips nam de helft van het kapitaal over en hielp de Amsterdamse kabelfabriek de productie op te voeren.56 De samenwerking met Philips werd beëindigd toen de fabriek in Delft de aandelen Draka overnam.

Door de fusie werd de N.V. Nederlandsche Kabelfabrieken een groot bedrijf met vestigingen over de hele wereld. Ook Draka had door de jaren heen buitenlandse vestigingen opgericht en was verschillende joint-ventures aangegaan. Zo had Draka al sinds 1920 aandelen in de fabriek van Kabelwerke Reinshagen uit Wuppertal in Duitsland.

53 Ibid. 54 Ibid. 55 Ibid.

56 Ibid.

16

Links: kabelfabriek Farmsum bij Delfzijl, (circa 1950)Beeldbank Groningen, Bron GAD4469, Identificatienummer NL_GDZI_GAD4469_1); rechts: NKF in Waddinxveen, circa 1990 ( https://nl.pinterest.com/pin/464644886534445315/).

Huisvesting en arbeidsmigranten In de jaren zestig ontstond een groot personeelstekort in de fabriek door vergrijzing van het personeel.57 Het bedrijf ging actief op zoek naar ongehuwd mannelijk personeel tussen de 25 en 35 jaar. Het nieuwe personeel dat niet in Delft of in de buurt woonachtig was, kon huisvesting via het bedrijf verkrijgen. Aan de Teding van Berkhoutlaan (de huidige Van Foreestweg), Meermanstraat en Van Oldenbarneveltstraat bouwde NKF enkele flats voor het personeel.58 Net als andere grote industrieën zocht de kabelfabriek in Nederland, maar ook daarbuiten naar goedkope werkkrachten. In 1959 werd een grote groep Italiaanse werknemers uit Limburg aangetrokken, die door het sluiten van de mijnen werkloos waren geworden en daardoor meteen in Delft aan de slag konden. In de jaren zestig begon NKF ook actief te werven Italië en Turkije.59 In 1965 werd in Waddinxveen het woonoord ‘Anadolu’ geopend voor de huisvesting van 176 Turkse werknemers.60 De naam verwees naar een streek bij Ankara waar de meeste arbeiders vandaan kwamen. Het woongebouw bestond uit een aantal eenheden die elk acht werknemers kon huisvesten. Er was een huismoskee en een kantine waar Turks eten werd gereserveerd. Van de Turkse werknemers werkten er 35 in Waddinxveen en 141 in Delft, die met speciale pendelbussen op en neer werden gereden.

Een oud waarschuwingsbord met uitleg in Turks en Italiaans dat tijdens het veldwerk voor dit onderzoek in fabriek II werd aangetroffen, is een stille getuige van de vele arbeidsmigranten die bij NKF hebben gewerkt.

Woningen voor medewerkers van NKF aan de Meermanstraat en de Van Oldenbarneveltstraat in Delft (SD, Beeld en Geluid Delft, invr.nr. 45140 en invr.nr. 40923).

57 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 305, ‘Stukken betreffende de buitenlandse werknemers en de huisvesting van de Turkse werknemers, , 1961-1970’, ‘Werkgelegenheid in rayon Delft is nog goed’, Delftsche Courant, 9 augustus 1967; ´Woonoord voor Turkse werknemers van NKF en rolstoelwoning geopend´, Nieuwe Zuidhollander, 1965. 58 SD, Beeld en Geluid Delft, invr.nr. 21254, ‘Bouw van de N.F.K. (Nederlandse Kabelfabriek) flat, aan de Meermanstraat (september 1962) en invr.nr. 28300, ‘Flat aan de Teding van Berkhoutlaan gebouwd in opdracht van de Nederlandse Kabelfabriek voor huisvesting van het personeel’ (1964). 59 https://www.stadsarchiefdelft.nl/delft365/italiaanse-associazione/ 60 Zie noot 57.

17

Links: Opening van woonoord Anadolu, 1965 (SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 305, ‘Stukken betreffende de buitenlandse werknemers en de huisvesting van de Turkse werknemers, 1961-1970); rechts: poster met waarschuwing voor vallend materieel in het Turks en Italiaans, 2022.

NKF Groep NV Aan het eind van de jaren zestig zag de fabriek de markt snel veranderen door economische neergang en sterke concurrentie. De vraag naar het type kabel veranderde bovendien, waarbij minder traditionele kabel op haspels nodig waren, maar en behoefte ontstond naar totaalproducten voor telefonie of sterkstroomprojecten.61 In 1970 werd daarom een grootschalige herstructurering doorgevoerd om versnippering van productie en overlap van werkzaamheden te vermijden, maar vooral om specialisatie van onderdelen te bevorderen. In 1970 werd een holding opgezet, NKF Groep NV met een hoofdkantoor in Rijswijk en verschillende werkmaatschappijen zoals Draka Kabel, NKF Kabel, NKF Staal, Draka plastics, Polva Nederland, Aberdare Cables, Aycliffe Cables en Kabelwerke Renshagen.62 De NKF Groep besloot de productie van kabels in hoofdproductgroepen te verdelen: energiekabel (E), installatiedraad- en kabel (I), telecommunicatiekabel (T), bedradingssystemen of wires (W) en kunststofproducten plastics (P).63 Delft bleef de locatie voor het maken energiekabels, met kantoren en laboratoria op gebied van E- en T-kabels.

Rond 1980 werkten er bij de NKF Groep NV ongeveer 12.000 mensen, waarvan 6.000 in Nederland en 3.000 bij NKF Kabel, waarvan 2.400 in Delft.64 Tot grote verrassing van de NKF Groep bracht Philips uit Eindhoven in dezelfde maand van de grote herstructurering een bod uit op alle aandelen. Voor een bedrag van 342 miljoen gulden werd de holding verkocht aan Philips.65 De notering van het NKF-aandeel op de Amsterdamse Effectenbeurs kwam te vervallen.66

61 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 148, ‘Stukken betreffende de reorganisatie van de hoofdproductgroepen NKF-E en NKF-T, 1976-1979’, Koppellijn: speciaal nummer over de organisatie-verandering (december 1976). 62 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 695, ‘Documentatie van producten, (1941-1978); met hiaten’, NKF Kabel NV, De productie van kabels, publicatienummer 106. 63 Zie noot 61. 64 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 773, ‘"Blauwdruk voor NKF Groep N.V. en haar werkmaatschappijen"., z.d.; met bijlagen’. 65 Nieuwsblad van het Noorden, ‘Philips doet bod van 342 miljoen gulden op Kabel’, 18 maart 1970. 66 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 168, ‘Stukken betreffende het 75 jarig jubileum in 1988, 1973-1988; met hiaten’.

18

Hoofdkantoor van NKF in Rijswijk, circa 1975 (Archief Kabeldistrict).

In de jaren zeventig en tachtig ging de NKF Groep NV buitenlandse samenwerkingen aan met verschillende kabelbedrijven. Op Jakarta werd in samenwerking met een Indonesisch bedrijf een kabelfabriek opgericht, P.T. Kabel Indonesia-Kabelindo, maar op 31 december 1979 trok NKF zich terug uit de samenwerking.67 Ook de samenwerking met het Braziliaanse Phelps Dodge Corporation en Sumitomo was van korte duur.68 In Turkije kocht de NKF Groep 36 procent van de aandelen op van de Turkse kabelfabriek Kablo Ve Elektrik Malzemesi A.S. (KAVEL) in Istanboel.69 Tot slot werd er vanaf 1981 samengewerkt met de Saudi Cable Company in Djedda in Saoedi-Arabië. Eind jaren tachtig werd de directe samenwerking beëindigd en omgezet in een contract voor verlening van technische hulp.70 In 1973 kwam de kabelfabriek in opspraak door een grote personeelsstaking, georganiseerd door de industriebonden NVV, NKV en CNV.71 Het personeel vanuit verschillende Nederlandse industriële bedrijven eisten betere werkomstandigheden. Medewerkers van NKF wilde onder andere loonsverhoging voor de laagst betaalden en meer vakantiedagen. Er werd een één uur durende staking afgekondigd op 8 maart, maar toen die door de directie werd genegeerd, werd besloten op 16 maart besloten tot een staking van onbepaalde tijd. Vrijwel alle werknemers bleven thuis en de fabrieken stonden leeg.

Pas na een hele maand, op 18 april ging de directie akkoord met de eisen van het personeel en kon het werk worden hervat.72

Protestmars van het personeel van NKF in Den Haag op 27 maart 1973 (Links: SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 303, ‘Stukken betreffende de werkstaking van 1973 naar aanleiding van C.A.O.- conflict, 1973’; rechts: Gemeentearchief Den Haag, Beeldbank, identificatienummer 1.18908). 67 Ibid. 68 Ibid. 69 Ibid. 70 Ibid. 71 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 303, ‘Stukken betreffende de werkstaking van 1973 naar aanleiding van C.A.O.- conflict, 1973’. 72 Ibid.

19

Rond 1975 was het conglomeraat van de NKF Groep op zijn top. Het was een van de meest toonaangevende bedrijven in de kabelindustrie ter wereld, met een omzet van 1,5 miljard gulden.73 Het succes van het bedrijf was onder andere te danken aan uitbreidingen en de verzelfstandiging van de werkmaatschappijen. De organisatorische structuur van een houdstermaatschappij met werkmaatschappijen was gunstig voor Philips. Het was relatief makkelijk om afdelingen af te stoten wanneer deze slecht functioneerden zonder dat de rest van het bedrijf daardoor beïnvloed zou worden.74 Al vrij snel naar de oprichting van de holding vonden overnames plaats. In 1970 werd 49% van de aandelen NKF Staal verkocht aan het Duitse bedrijf August Thyssen-Hutte A.G en vier jaar later ook de resterende aandelen.75 Ook de activiteiten rondom de productie van kunststof werden beëindigd. Draka plastics en Polva Nederland werden in 1978 verkocht aan het Belgische chemische concern Solvay & Cie. Uiteindelijk werd ook Kabelwerke Reinshagen in 1980 verkocht aan General Motors.76 Na deze overnamegolf bleven nog zo’n 1.600 medewerkers over in dienst van NKF. Tegelijkertijd werd door NKF Kabel geïnvesteerd in de bouw van een nieuwe fabriek in Delfzijl die in 1975 in bedrijf ging. Hier werden met papier geïsoleerde telecommunicatiekabels gemaakt.

Deze zevende fabriek werd in 1981 met fabriek 5 samengevoegd.77 In de jaren tachtig vond opnieuw een stagnatie in de kabelmarkt plaats, waardoor de omzet van Philips daalde. Het elektronicaconcern besloot de houdstermaatschappij op te heffen.78 In samenwerking met derden werd gekeken hoe de bedrijven toch op een of andere manier konden blijven bestaan. In 1986 werden Draka Kabel NV en NKF Kabel NV twee zelfstandige bedrijven.79 In principe keerden de kabelfabrieken in Delft en Amsterdam terug naar de bedrijfssituatie van vóór 1958. Op 17 mei 1988, na 18 jaar afwezigheid, keerde NKF terug op de Amsterdamse Effectenbeurs.80 Het Finse communicatiebedrijf Nokia kocht een groot deel van de aandelen van de Delftse fabriek op.81 In 1993 was maar liefst 57% van de aandelen in het bezit van Nokia. In 1993 nam de NKF twee kabelfabrieken van Philips in Duitsland. Na deze overname werd de helft van de omzet van het bedrijf in Duitsland behaald.82 Als gevolg van de verzelfstandiging was het plan om de productie van telecommunicatiekabels in Waddinxveen over te plaatsen naar Delfzijl. Door stakingen van het personeel en bezwaren van de gemeente Waddinxveen ging de verplaatsing niet door, maar twee jaar later werd de fabriek in Waddinxveen in zijn geheel gesloten.

In 2000 werd de NKF overgenomen door het Italiaanse Pirelli, op dat moment de grootste kabelproducent ter wereld.83 De fabriek in Delft werd onderdeel van Prysmian Cables and Systems. Als onderdeel van de Prysmian Group is de NKF nog steeds actief, maar van alle vestigingen die oorspronkelijk onder de Kabelfabriek vielen, is alleen fabriek I, de oorsprong van het bedrijf, nog in gebruik.84 Fabriek II zou tot 1999 in gebruik blijven voor de productie van laag- en hoogspanningskabels.85 Het fabriekscomplex werd kort daarna gekocht door transportbedrijf Van der Helm, die het gebouw aan verschillende kleine ondernemers zou gaan verhuren. In 2018 kwam het terrein in bezit van vastgoedontwikkelaars Amvest en Kondor Wessels Vastgoed. De kabelfabriek werd omgedoopt tot ‘Kabeldistrict’ en er werden plannen ontwikkeld om het geheel te transformeren tot een stedelijk woon-werkgebied.

73 Regionaal Archief Dordrecht, archiefbeschrijving van 1088 Nederlandse Kabelfabriek - Nedstaal te Alblasserdam. 74 Ibid. 75 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 168, ‘Stukken betreffende het 75 jarig jubileum in 1988, 1973-1988; met hiaten’, Foto afkomstig uit de Delftse Courant. 76 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 168, ‘Stukken betreffende het 75 jarig jubileum in 1988, 1973-1988; met hiaten.’ 77 Ibid. 78 Regionaal Archief Dordrecht, archiefbeschrijving van 1088 Nederlandse Kabelfabriek - Nedstaal te Alblasserdam. 79 Zie noot 76 80 Ibid. 81 Regionaal Archief Dordrecht, archiefbeschrijving van 1088 Nederlandse Kabelfabriek - Nedstaal te Alblasserdam. 82 De Volkskrant, ‘Philips verkoopt twee Duitse kabelfabrieken aan NKF in Delft’, 31-07-1993; https://nl.pinterest.com/pin/464644886534445315/. 83 Zie noot 81. 84 https://nl.prysmiangroup.com/over-ons/prysmian-group-in-nederland 85 Zie noot 81.

20

Overzicht van kabeltype en hun opbouw, 1965 (SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 695, ‘Documentatie van producten, (1941-1978), boekje: NKF KABEL N.V., De productie van kabels, publicatienummer 106.

Het productieproces Vanaf de oprichting van de kabelfabriek werden er sterkstroom- en telecommunicatiekabels geproduceerd. De sterkstroomkabel werd gebruikt om elektrisch vermogen over te brengen, voornamelijk voor hoogspanningsmasten van spoorwegen. Telecommunicatiekabels werden gebruikt voor het telefoonnetwerk. Elke kabel bestond uit een koperdraad als geleider met daaromheen een isolatielaag van papier of kunststof. Vanaf 1941 produceerde de fabriek ook oliedrukkabels van 150kV. Deze werden gebruikt voor de aanleg van het spoorwegennetwerk.86 Vanaf de jaren zeventig werd ook de glasvezelkabel geproduceerd. In de jaren zestig was ontdekt dat lasers via glas licht konden transporteren. Dit principe werd gebruikt om een dunne, holle kabel te maken van glas, dat was ingepakt met een plastic omhulsel. De glasvezelkabel had het voordeel een grote hoeveelheid data te transporteren en was veel dunner dan de traditionele kabel.87 Voor het maken van traditionele kabels zijn verschillende grondstoffen nodig. De basis van de sterkstroomkabel en telefoniekabel werd gevormd door koper dat voor de geleiding zorgt. Bij sterkstroomkabel werden bundels koperdraad samengevat in een omhulsel van papier, lood, jute en staal. Het staal werd in dunne banden om de kabel geslagen en vervolgens weer met jute omhuld. De telecommunicatiekabel telt slechts één koperdraad.

De kunststofkabel die van oorsprong bij Draka werden gemaakt, hadden geen stalen bescherming waardoor ze vooral voor binnengebruik geschikt waren. Het bandstaal werd in Alblasserdam geproduceerd en per schip naar Delft getransporteerd. Het koperdraad werd in Delft gemaakt. In de koperwalserij, fabriek III aan de overzijde van de Schie, werden de wire-bars, staven koper van ongeveer een meter lengte en doorsnede van 10 x 10 cm, tot een walsdraad van 6,5 mm gewalst. In een met gas gestookte blokoven werd het koper tot 900 graden verwarmd. Eenmaal verhit kwamen de staven op een rollenbaan terecht die naar de blokwals leidde. Na vijf maal walsen was de wire-bars tot een walsdraad van 6,5 mm verkleind. Tijdens het walsen had zich een laagje koperoxide op de draad gevormd, dat door onderdompeling in verdund zwavelzuur werd verwijderd. Daarna werd de draad afgespoeld en door een heetwaterbad gehaald. Vervolgens moest het walsdraad tot een passende dikte worden getrokken in speciale trekbanken waar de draad door middel van wrijving dunner en langer werd. Door het trekken was de draad hard en stug geworden en was het geleidingsvermogen verminderd. Om de draad weer soepel te maken moest het in vacuüm worden gegloeid. 86 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr.

695, ‘Documentatie van producten, (1941-1978); met hiaten’, Boekje: NKF KABEL N.V., De productie van kabels, publicatienummer 106. 87 Ibid.

21

Schematisch overzicht van de kabelproductie (Beekhuizen 1970).

Links: wire bars van koper voor bewerking in de walserij-trekkerij; rechts: bundels koperdraad klaar voor verwerking tot kabel (beide: Beekhuizen 1970).

De verdere productie tot de eigenlijke kabel vond plaats in fabriek II, waar de verschillende isolatieen beschermingslagen om de kabels werden geslagen. Het isoleren zorgde ervoor dat elektrische wikkelingen van elkaar gescheiden werden. Het isoleren gebeurde met speciaal papier dat eerst was gedrenkt in isolatieolie.88 Hoe hoger de spanning van de draad moest zijn, hoe meer papierlagen werden aangebracht. Kabels met 380kV bevatten 200 dunne lagen papier. Vanaf 1945 werkte de NKF

88 Ibid.

22

ook met kunststofisolatie van PVC.89 De isolatie vond plaats in een extrusiemachine. Korrelvormige kunststof werd door middel van een ronddraaiende vorm tot een plastische massa gekneed. Vervolgens werd de hete kunststof via een doorn en een matrijs om de koperkern geperst. Het was mogelijk om verschillende kabels met kunststof tot één kabel te vormen. Meestal werden 3 of 4 aders samengeslagen, dat in speciale kabelslagmachines plaatsvond. Het isolatiepapier werd in principe droog om de kabel gewikkeld, maar omdat er toch vocht vrij kwam in de fabriek en om er zeker van te zijn dat de kabel vochtvrij was, werden de kabelbundels in een afgesloten ketel droog geblazen. Hoogspanningskabels werden niet geïsoleerd met gedroogd papier maar gedrenkt in ‘kabelmassa’, een mengsel van olie en hars, zodat eventuele oneffenheden werden opgevuld. Tenslotte werd de kabelziel, de kern van de kabel, beschermd door een mantel van lood of aluminium en vervolgens door jute, asfalt of papierlagen omhuld. Als laatste werd de kabel door staalband omwikkeld voor bescherming tegen mechanische schade die op zijn beurt weer door jute werd bekleed. Het eindproduct werd op houten haspels gewonden. De haspels werden gemaakt in de haspelmakerij die zich ook aan de overzijde van de Schie bevond en met behulp van een schuit naar fabriek II werden vervoerd.

De haspelmakerij kampte met ruimtegebrek en pogingen van NKF om aangrenzende percelen aan te kopen, liepen op niets uit. Een bijkomend probleem was dat de schuit bij harde wind uit het zuidwesten niet van wal kwam. In 1962 werden voorlopige voorzieningen getroffen om de haspelmakerij te verbeteren. 90

Overzichtsbeeld van de productievloer in hal 2 en 3 van fabriek II, eind jaren zestig (Beekhuizen 1970).

89 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 168, ‘Stukken betreffende het 75 jarig jubileum in 1988, 1973-1988; met hiaten’; en SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek (NKF Kabel BV) (555), invr.nr. 695, ‘Documentatie van producten, [1941]-1978; met hiaten’, Boekje: NKF KABEL N.V., De productie van kabels, publicatienummer 106. 90 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, inv.nr. 178, diverse stukken.

23

Overslag van kabelhaspels over de Schie (www.delftkijkt.nl).

Verschillende fases van de productie van kabels (Mei 2020).

24

Kunst en vormgeving De kabelfabriek heeft een bijzondere nalatenschap als het gaat om vormgeving van bedrijfsdocumentatie en kunstwerken. Verschillende jubilea van de fabriek waren aanleiding om kunstenaars opdracht te geven voor het maken van beeldhouwwerken, publicaties en tekeningen. Daarnaast behoorde NKF tot de eerste Nederlandse bedrijven met een uitgesproken modernistische voorkeur om de fabriek en de producten te presenteren.91 In 1938 werd het 25-jarig jubileum gevierd waarbij het personeel een bijzonder wandtapijt in Gobelin-techniek schonk. Het werd ontworpen door Fer Semney (1919-1973), die werkte voor de Haagse meubelfabriek Pander.92 Het bedrijf stond bekend om hoogwaardige binnenhuisarchitectuur en had vooraanstaande ontwerpers in dienst. Semney ontwierp voor Pander onder andere meubels in Art-décostijl, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij voor de nazi’s waardoor hij in diskrediet is geraakt.93 Het gobelin voor NKF kan worden gezien als een soort drieluik met op het middelste deel de productie van kabels afgebeeld. Rechts werd de opwekking van elektrische energie gesymboliseerd door een waterkrachtcentrale, hoogspanningsleidingen, een opkomende zon en een bliksemstraal. Op het linkerdeel was het gebruik van elektrische stroom door de mens te zien aan de hand van attributen zoals een telegraaf, een radio en een microfoon.

Het tapijt werd omkaderd door twee geometrische randmotieven.

Gobelin geschonken door het personeel ter ere van het 2- jarig jubileum in 1938. Het wandtapijt ontworpen door Fer Semey namens meubelfabriek Pander (SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 162, Album met toespraken van het 25-jarig jubileum).

Voor het 40-jarig jubileum van de kabelfabriek kregen grafisch ontwerper Bernardus van Vlijmen en schrijver Piet Bakker de opdracht voor een gedenkboek over de geschiedenis van het bedrijf.94 Bernardus van Vlijmen (1895 –1977) stond bekend om zijn potloodtekeningen van fabrieks- en kantoorinterieurs. Naast de kabelfabriek tekende hij ook voor de N.V. Koek- en Beschuitfabriek in Zaandam, illustreerde hij verschillende kinderboeken en maakte een levensgroot portret van de Britse koningin Elizabeth II. Piet Bakker (1897 –1960) was medeoprichter van het tijdschrift Elsevier. Bakkers bekendste verhalen zijn die van straatjochie Ciske Vrijmoeth, later bekend geworden als Ciske de Rat. In het boek beschreef Bakker gedetailleerd zijn bezoek aan de Nederlandse kabelfabriek. ‘Close to the ancient dreamy little town of delft lies the modern functional netherlands cable works, on the very threshold of Rotterdam, one of the gateways of Europe, and from there the products are distrubuted to the four corners of the earth’, schreef Bakker. Uit zijn woorden blijkt een 91 https://theartofinformationblog.wordpress.com/2019/01/29/aanwinst-vier-zeldzame-bedrijfsfotoboeken-door-frits-stapel-vormgegeven-voor-denederlandse-kabelfabriek-in-delft-tussen-1940-en-1955/ 92 ‘De N.V. Ned. Kabelfabriek jubileert’, Delftsche courant, 25 juni 1938.

93 Ad van Liempt, ‘Design in tijden van oorlog’, 2015: https://www.zoutmagazine.eu/design-in-tijden-van-oorlog/ 94 SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 163, ‘Jubileumboek van de geschiedenis van het 40-jarig bestaan, z.d.’

25

grote fascinatie voor de grootschaligheid van de fabriek en de constante innovatie. De fabriek was voor Bakker een plek waar de wereld van morgen werd gemaakt, kabel voor kabel. ‘It is funny that a sober place like this factory can give an impression of cheerfulness – but it does! The wire-drawing shop is painted in pleasing tints and the copper gleams down brightly from its drums on the many machines which may take some of the stout trolley wire which the trolleys of our electric trains will soon be gliding’, schreef Bakker. ‘Copper wire is being lowered into another barge, perhaps for greece, or curacao, or maybe for new zealand. The barge will, within an hour, be in Rotterdam which stands out on the horizon’, vervolgde hij. Bakker had veel aandacht voor de verhouding tussen de mens en machine. Herhaaldelijk vergeleek hij de grote staalovens en het hete staal met de aanwezigheid van de duivel. Het personeel van de kabelfabriek had het gelukkig onder controle en wist de gloeiende massa in goede banen te leiden. Bakker verwonderde zich over het de rust die het personeel uitstraalde terwijl ze dit gewichtige werk leverde. ‘There is a strange contrast between this mobility of the machine and the part played by man. A couple of workmen or so mind a machine 30 to 40 yards long; to put it paradoxally, things are groing right only if they have nothing to do.

If they have to step in, there is something wrong – except when a roll of paper has to be changed. They earn their living by vigilance’, schreef Bakker. Het personeel was niet alleen waakzaam, maar ook zeer precies. ‘It was explained to me that in such a long cable no trace of pitting, not the finest spot of damp, no slightest vacuum may be permitted, otherwise a “fault” develops and such a fault is the equivalent of a human-brainstorm: trams, factories, refrigerators, radio-sets stop running’, aldus Bakker.

Tekeningen van Bernard van Vlijmen, 1953 (SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 163, ‘Jubileumboek van de geschiedenis van het 40-jarig bestaan’). 26

Ter ere van het 50-jarig jubileum in 1963 schonk het personeel een beeldhouwwerk aan de directie, dat tegenwoordig op de parkeerplaats van de Prysmian Group, bij de oude fabriek staat. Het beeldhouwwerk ‘de Draadtrekker’ werd gemaakt door door beeldend kunstenaar Juriaan Jansen en kunstsmid Tijs van Dongen van kunstsmederij Smeco.95 NKF behoorde tot de eerste Nederlandse bedrijven met een uitgesproken voorkeur om de fabriek en de producten op modernistische wijze te presenteren.96 Vanaf 1924 tot in de jaren dertig was Piet Zwart (1885-1977) grafisch vormgever voor de publicaties van de kabelfabriek. Deze waren bedoeld als voorlichtingsmateriaal voor technische scholen en personeel. Ook ontwierp hij 275 advertenties voor de kabelfabriek die in vaktijdschriften Sterkstroom en het Tijdschrift voor Electrotechniek werden geplaatst. Kenmerkend voor het werk van Zwart voor de kabelfabriek waren de bijzondere tab-indeling en katernen met driekwart pagina’s. Daarnaast gebruikte hij opvallende lettertypes, associaties en herhaling in de compositie. In de jaren veertig nam Frits Stapel (1910-1987), leerling van Zwart, de vormgeving over.97 Stapel zette de vernieuwende stijl voort, maar werkte meer met fotografie, speelde met de kleuren van het logo en besteedde meer aandacht aan het productieproces en de werknemers.

Stapel maakte gebruik van beeldmateriaal van vernieuwende fotografen als Cas Oorthuys en Hans Spies.

Diverse brochures ontworpen door Piet Zwart, jaren dertig ( https://www.lotsearch.net/artist/piet-zwart/archive). 95 SD, Beeld en Geluid Delft, ‘Kunstwerk de draadtrekker in 1963 geplaatst voor het kantoor’, 1982, foto door A. Kerklaan. 96 https://theartofinformationblog.wordpress.com/2019/01/29/aanwinst-vier-zeldzame-bedrijfsfotoboeken-door-frits-stapel-vormgegeven-voor-denederlandse-kabelfabriek-in-delft-tussen-1940-en-1955/ 97 Ibid.

27

Links: brochures ontworpen door Frits Stapel, 1941 ((https://theartofinformationblog.wordpress.com/selectieaanwinsten-januari-2019/ C:C); midden en rechts: idem, jaren vijftig (SD, Archief van de Nederlandsche Kabelfabriek, invr.nr. 773, ‘"Blauwdruk voor NKF Groep N.V. en haar werkmaatschappijen").

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12498157/1