CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Regionale Woonzorgvisie Haaglanden

Commissie Sociaal Domein en Wonen 16 april 2026, gemeente DelftBij agendapunt: 2609117 College van B&W - Concept Regionale Woonzorgvisie25.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Er is in de regio al een samenwerking tussen Kamers met Aandacht en de gemeenten Den Haag, Westland, Delft, Leidschendam-Voorburg en Pijnacker-Nootdorp. Friendscontract De kern van een Friendscontract is de verhuur van 1 woning aan meerdere afzonderlijke alleenstaanden, met 1 gezamenlijk huurcontract. Huurders regelen zelf de totale huurbetaling en zorgen zelf voor nieuwe huurders. Huurders vormen samen 1 huishouden (geen stellen of gezinnen) en zijn in gelijke mate financieel verantwoordelijk én beschermd. De woonlasten van de huurder zijn bij een Friendscontract laag, het verhoogt de huuropbrengsten van de corporatie en verlaagt de huurtoeslaguitgaven. Daarnaast zorgt het delen van huurwoningen ervoor dat corporaties meer mensen kunnen huisvesten binnen hun woningvoorraad. Het toepassen van een Friendscontract is mogelijk mits de huisvestingsverordening daar ruimte voor biedt.

3. Versnellen van woningtoewijzing Loting Het ophogen van het aantal sociale huurwoningen dat via loting wordt aangeboden vergroot de kans van mensen met een urgente woningbehoefte om zonder een lange inschrijftijd aan een woonruimte te komen. Door het gemiddeld hoge aantal reacties geeft dit uiteraard geen garantie op een woning. Housing First Housing First biedt dakloze mensen direct een woning, zonder voorafgaande voorwaarden. Vanuit hun huis werken zij aan herstel met intensieve begeleiding. De begeleiding van Housing First duurt gemiddeld

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

21

drie jaar en is bewezen effectief: 83% van de deelnemers blijft duurzaam gehuisvest. In Den Haag ligt dit percentage zelfs op 90%. Room First Room First is een inspirerende aanpak uit Rotterdam: Een concept soortgelijk aan Housing First, maar dan functionerend als tijdelijke oplossing. Jongeren en volwassenen die geen (veilige) plek hebben om te slapen, en willen werken aan het verbeteren van hun situatie en het verkrijgen van een eigen woning, kunnen zich in de gemeente Rotterdam aanmelden bij Centraal Onthaal om toegewezen te worden aan een tijdelijke kamer met gedeelde voorzieningen. Hiervoor betalen zij elke maand een eigen bijdrage. Personen die een kamer via Room First krijgen, werken wekelijks met een persoonlijke begeleider aan hun persoonlijke plan, met als doel om na 3 maanden klaar te zijn voor een andere woning of woonvorm. Het implementeren van Room First in regio Haaglanden kan veel jongeren en (jong)volwassenen helpen aan tijdelijk onderdak en een versterkte zelfredzaamheid. Verhuisbox+ De Verhuisbox+ is een maatregel die in de regio door Den Haag wordt gebruikt voor het huisvesten van (dreigend) dak- en thuisloze mensen. De kern van de maatregel is dat er buiten de gemeentegrenzen en ook buiten de regio wordt gekeken voor een potentiële woning.

In gemeenten met kortere wachttijden voor een sociale huurwoning is meer kans voor (dreigend) dak- en thuisloze mensen om een woning te vinden. Deelnemers aan de Verhuisbox+ worden begeleid bij het inschrijven bij corporaties in krimpgemeenten en het reageren op woningen. Ook worden deelnemers vergoed voor reiskosten naar bezichtigingen. Wanneer er een woning is gevonden, krijgen deelnemers een financiële tegemoetkoming voor het inrichten van de woning. Ook staat de gemeente garant voor de eerste maand huur en wordt een soepele overgang van uitkeringen georganiseerd tussen de gemeenten. Wel is er een aantal aandachtspunten voor een succesvolle en positieve samenwerking met de gemeenten waar (dreigend) dak- en thuisloze mensen naar verwezen worden. Deze aandachtspunten komen naar voren uit een evaluatie van de eerste toepassingen van de Verhuisbox+. Zo is onderling contact met de ontvangende gemeenten zeer belangrijk. De ontvangende gemeenten moet actief worden geïnformeerd over de verhuizing, zodat een warme overdracht indien wenselijk mogelijk wordt. Een goed ontvangst voor de verhuizer is van belang, waarbij rekening wordt gehouden met het nodige maatwerk in de overdracht en daarna. Ook na de verhuizing is het belangrijk om een follow-up te doen bij de verhuizer om te verzekeren dat de verhuizer een positief toekomstperspectief tegemoet gaat in zijn nieuwe woonplaats.

Daarnaast kan een follow-up interview met de gemeenten helpen om standpunten, dilemma’s en eventuele afspraken af te stemmen.

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

22

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Bijlage 3: Memo Verdeelafspraken - 29 oktober 2025 Leidende principes voor verdeling van de urgente woningzoekenden Hoofdstuk 1. Aanleiding notitie De Bestuurlijke Tafel Wonen heeft de ambtelijke projectgroep opdracht gegeven het volgende voor te bereiden: Het maken van afspraken over een evenwichtige woonruimteverdeling van de verplichte urgentiecategorieën die beschreven zijn in de concept- Wet Versterking regie op de volkshuisvesting, waarbij de ruimte die er is in de regio optimaal benut wordt. (BTW, 29 maart 2023). Deze notitie doet hiertoe een voorstel. Werkwijze De ambtelijke projectgroep, welke bestaat uit vertegenwoordigers van de 9 gemeenten, heeft verkend hoe een verdeelafspraak tot stand kan komen. Besproken zijn de huidige verdeelafspraken in de beide centrumregio’s Delft en Den Haag, de lokale convenanten, de beschikbare jaarlijkse sociale woningvoorraad en de meest gehanteerde regionale verdeelprincipes. De projectgroep heeft met een simulatiespel ook gezien en geconstateerd dat de huidige betaalbare woningvoorraad tekortschiet. Om die reden zijn niet alleen verdeelafspraken nodig, maar is de werkgroep urgentiecategorieën/ doelgroepen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang, ook gevraagd een voorstel te doen voor tussentijdse woonoplossingen en voor de toekomst in beeld te brengen wat de woonopgave voor deze doelgroepen is.

Deze voorstellen maken onderdeel uit van de regionale woonzorgvisie (zie kader). Deze notitie beantwoordt verder de volgende vragen: Hoofdstuk 2: Waarom is regionale verdeling noodzakelijk en urgent? Hoofdstuk 3: Voor welke groepen woningzoekenden maken we regionale verdeelafspraken? Hoofdstuk 4: Huidige situatie van verdeling Hoofdstuk 5: Evenwichtige verdeelsystematiek Hoofdstuk 6. Scenario’s voor toekomstige verdeling op basis van de leidende principes Hoofdstuk 7. Besluitvorming Hoofdstuk 8. Procesaanpak voor bestuurlijke instemming Groeidocument Dit is het vierde concept waarin zowel ambtelijk commentaar als de eerste bestuurlijke reactie is verwerkt. De notitie is bedoeld als groeidocument op weg naar een bestuurlijk instemmingsbesluit. Dit instemmingsbesluit wordt opgenomen in de regionale woonzorgvisie, welke meegegeven wordt in het overdrachtsdossier aan de nieuwe BTW.

1

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Hoofdstuk 2. Waarom is regionale verdeling noodzakelijk en urgent? Iedere gemeente kampt met een krappe woningvoorraad. Om die reden dient de motivatie helder te zijn waarom een regionale verdeling van urgente woningzoekenden noodzakelijk is. Onderstaande redenen zijn regionaal van belang. 2.1 Sturing en regie De woningmarkt staat onder druk. Om te zorgen voor een evenwichtige verdeling van alle woningzoekenden over de 9 gemeenten is regionale sturing en regie bij voorrang van woningzoekenden noodzakelijk. De concept-Wet Versterking regie op de volkshuisvesting zal de voorrang van urgentiecategorieën bij wet voorschrijven. Iedere regio wordt gevraagd om regionaal af te stemmen over verdeling van de jaarlijkse instroom van urgentiecategorieën in de sociale voorraad. In de regio Haaglanden kennen we al een regionale urgentieregeling die lokaal in de Huisvestingsverordeningen verankerd is. Daarmee is het beleid rondom urgentie en toewijzing nu al regionaal eenduidig. Deze regeling dient met het oog op de uitbreiding van de urgentiecategorieën in de concept-wet regie te worden herzien. 2.2 Woonagenda met oog voor sociale doelstellingen De regio Haaglanden heeft een sterk sociaal beleid dat als doel heeft Weer thuis en Langer thuis mogelijk te maken. Deze beleidsdoelstellingen zijn uitsluitend mogelijk wanneer de woonagenda voldoende woningen en passende woonvormen biedt.

Voldoende woningen zijn een voorwaarde om de inwoners in een kwetsbare situatie een kansrijk herstel te bieden. 2.3 Ongedeelde regio De Bestuurlijke Tafel Wonen huldigt het principe van de ‘ongedeelde’ regio. Immers, de inwoners van de eigen gemeente verhuizen ook naar de andere gemeente. De sterke kanten van alle gemeenten (woningvoorraad, voorzieningen, natuur en groen) worden door elkaars inwoners benut. Dat maakt het belangrijk dat bij een verdeling van urgente categorieën regionaal wordt afgestemd, want het beleid van de ene gemeente heeft gevolgen voor de in- of uitstroom van de andere gemeente in de woningmarktregio. 2.4 Voorkomen van grote kosten in het sociale domein De woonagenda en de woningmarkt hebben groot e ect op de kosten in het sociale domein. Uitstroom uit instellingen maakt nieuwe instroom in de instellingen mogelijk en vermindert wachtlijsten en crises in de thuissituatie. Ongeacht de aankomende decentralisatie op Beschermd Wonen en een te verwachten besluit over decentralisatie Maatschappelijke Opvang in 2026, zijn afspraken tussen centrumgemeenten en regiogemeenten onmisbaar. Denk hierbij aan afspraken over wettelijk en aanvullend beleid, alsook onderlinge afspraken over in- en uitstroom uit voorzieningen/instellingen. Bovenstaande redenen maken gezamenlijke verdeelafspraken van de wettelijke urgentiecategorieën noodzakelijk.

2

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Hoofdstuk 3. Voor welke groepen woningzoekenden maken we regionale verdeelafspraken? Een woningzoekende met urgentie krijgt voorrang bij de toewijzing van een woning. In de regio Haaglanden worden de urgentiecriteria regionaal afgestemd. Relevant in dit kader zijn de huidige regionale voorrangsgroepen en de nieuwe groepen voor urgentie, als gevolg van de nieuwe Wet VRV. In dit hoofdstuk beschrijven we deze voorrangsgroepen en becijferen we de aantallen. 3.1 Huidige voorrangsgroepen regio Haaglanden Sociaal, medische of sociaal-medische urgenten In de huidige verordening kan een woningzoekende al urgentie krijgen op basis van sociale, medische of sociaal-medische redenen. Woningzoekenden met een urgentie op basis van sociale, medische of sociaal-medische redenen kunnen zelf zoeken in het woonruimteverdeelsysteem. De woningzoekenden met een medische urgentie zijn ook opgenomen in de nieuwe concept-wet VRV. De sociale urgentie wordt verleend in het geval van een levensbedreigende situatie. De sociale urgenten en de herstructureringsurgenten (in het kader van sloop/nieuwbouw) zijn niet wettelijk opgenomen. Met deze categorieën moet ook rekening gehouden worden bij het opstellen van de urgentieregeling. Statushouders Iedere gemeente heeft (vooralsnog) een wettelijke taakstelling voor statushouders. Ook deze groepen krijgen via directe bemiddeling toegang tot een sociale huurwoning.

Het huidige kabinet heeft inmiddels een nieuwe wet in ontwikkeling om deze voorrang niet langer toe te staan. Waarschijnlijk is pas begin 2026 duidelijkheid over inwerkingtreding van deze wet. Convenanten uitstroom instellingen Naast de urgenties die worden toegekend via de huisvestingsverordening kent iedere gemeente ook een convenant over de uitstroom van zorgafhankelijke inwoners in instellingen of ambulante zorg1. In dit convenant spreken gemeente, woningcorporaties en zorginstellingen af op welke wijze zij samenwerken om inwoners die nu zijn opgenomen in instellingen of ambulante zorg, weer zelfstandig te laten wonen. In de prestatieafspraken met corporaties worden ook aantallen afgesproken of percentages van woningaantallen. In het geval van percentages van de jaarlijkse mutatie sociale huur kan sprake zijn van communicerende vaten tussen convenantwoningen en woningen voor andere bijzondere doelgroepen met urgentie. De toewijzing van woningen verloopt via directe bemiddeling. Dat wil zeggen dat een kandidaat niet zelf kan zoeken maar een voor deze kandidaat geschikte woning krijgt toegewezen door de woningcorporatie, na overleg met de zorginstelling. Naast afspraken over huisvesting worden in de convenanten ook afspraken over zorg en begeleiding vastgelegd. De toegang tot convenantwoningen en de specifieke voorwaarden in de centrumregio Den Haag verschillen per gemeente.

Dit komt doordat iedere gemeente haar eigen afspraken heeft gemaakt met verschillende zorgpartijen. Acht gemeenten hebben een convenant uitstroom instellingen afgesloten, de gemeente Wassenaar heeft een convenant in ontwikkeling. 1

3

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Ook het aantal zorgpartijen betrokken bij het convenant verschillende per gemeente. De mogelijkheid bestaat daarom dat niet alle inwoners die in een instelling zijn opgenomen aanspraak kunnen maken op een convenantwoning. 3.2 Nieuwe wettelijk urgente woningzoekenden In de concept-Wet VRV wordt iedere gemeente gevraagd om speciale aandacht voor de woonopgave van aandachtsgroepen in de nieuwbouw en de woonruimteverdeling. Dit zijn woningzoekenden die niet zelfstandig in een woning kunnen voorzien, hetzij doordat een combinatie met zorg of begeleiding is vereist, hetzij doordat een specifieke woonvorm wordt gevraagd. Een klein, gespecificeerd deel van de aandachtsgroepen zijn de zogenoemde ‘urgentiecategorieën’. In de concept-Wet VRV krijgen deze groepen een landelijke, wettelijke urgentie. Gemeenten zijn daarmee wettelijk verplicht deze groepen voorrang te verlenen in de woonruimteverdeling. Door VNG en het ministerie van VRO zijn de aandachtsgroepen en de kleinere groep urgentiecategorieën als volgt in beeld gebracht.

De wettelijke urgentie-groepen zijn niet helemaal nieuw in de regio Haaglanden. In de regio Haaglanden krijgt een groot deel van de urgentiecategorieën op dit moment al voorrang op de woningmarkt, via de convenantafspraken (uitstromers uit instellingen). Deze groepen krijgen toegang tot een sociale huurwoning door directe bemiddeling. Deze groepen kunnen nu niet zelf zoeken.

4

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Ook kennen we in deze regio de doelgroep sociaal-medisch urgenten, aangezien voor urgenten een regionale urgentieregeling is opgenomen in de Huisvestingsverordening. Deze groep kan in principe zelf met urgentie in het woonruimteverdeelsysteem een woning in de regio zoeken. De enige categorie die nog niet eerder voorrang heeft gekregen in het woonruimteverdeelsysteem in de regio is de categorie stoppende sekswerkers. 3.3 Jaarlijkse instroom urgentiecategorieën regio Haaglanden In 2024 heeft de regionale werkgroep urgentiecategorieën/Doelgroepen Maatschappelijke Opvang & Beschermd Wonen voor de regio Haaglanden de urgentiecategorieën kwantitatief in beeld gebracht. Dankzij de werkgroep heeft de regio nu een goed onderbouwde inschatting van het verwachte jaarlijkse aantal woningzoekenden behorend tot een urgentiecategorie. De jaarlijkse opgave van urgentiecategorieën komt neer op grofweg 1.500 personen. In de corporatievoorraad worden op dit moment (gemiddelde 2022-2023) zo’n 1.000 woningen aan deze doelgroepen verhuurd. Met weigeringsgrond (voorwaarde: voorheen zelfstandige woning bewoond)

medisch uitstap mantel- urgenten uitstroom uitstroom klinische vrouwen- uitstr seksinwoners zorgers laag MO - BW GGZ opvang JZ detentie werkers Totaal

Regio

1139700

10

365

504

175

5

95

200

175

20

1549

Tabel: Overzicht inschatting aantal per urgentiecategorie, Memo werkgroep urgentiecategorieën okt 2024.

Bij inwerkingtreding van de Wet VRV, wordt de huidig regionale toegepaste weigeringsgrond voor de aanvraag van een urgentie, namelijk ‘achterlaten woning’, wettelijk verboden. De verwachting is dat hierdoor het aantal medisch(-sociale) urgente woningzoekenden toeneemt en het totaal groeit tot ongeveer jaarlijks 2300 personen. Zonder weigeringsgrond / verwachte omvang na inwerkingtreding Wet VRV

Regio

inwoners

mantel zorgers

1139700

10

medisch urgenuitten stroom hoog MO

1080

504

uitstroom BW

klinische GGZ

175

5

vrouwenopvang

uitstroom JZ

detentie

uitstap sekswerkers

95

200

175

20

Totaal

2264

5

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

3.4 Totale vraag per jaar van bijzondere doelgroepen De huidige urgente woningzoekenden worden beschreven in de SVH-definitie “Bijzondere doelgroepen”.2

Wanneer we in de bijzondere doelgroepen de verwachte jaarlijkse vraag van de urgentiecategorieën meetellen, zien we een jaarlijkse vraag aan woningen ontstaan van 3.412 woningen per jaar.

Wij weten op voorhand dat deze vraag groter is dan het nu beschikbare, betaalbare aanbod in de corporatievoorraad. Daarom zijn regionale afspraken nodig over welke aanvullende maatregelen nodig zijn om deze groep wel zoveel mogelijk passend te laten huisvesten, bijvoorbeeld door uitbreiding in nieuwbouw of toevoeging van tijdelijke woonvormen. Voorts bestaat wettelijk ook de mogelijkheid om de instroom van urgente groepen te begrenzen via een regionaal afgestemde en unaniem besloten urgentieregeling. De regionale urgentieregeling opent daarmee de mogelijkheid tot regie, een bevoegdheid die de regio ook nu al toepast in de huidige huisvestingsverordening door een gezamenlijk afgestemd regionaal deel.

Waarom nu weer een nieuwe definitie? Er zijn twee redenen. 1. Er is geprobeerd om zoveel mogelijk aansluiting te krijgen bij bestaande realisatiecijfers. Om deze te gebruiken, is de definitie bijzondere doelgroepen in data van belang om appels met appels te vergelijken. 2. De bijzondere doelgroepen worden in de praktijk door veel gemeenten gebruikt. De groepering is logisch omdat deze doelgroepen voor het overgrote deel een beroep doen op de goedkope woningvoorraad tot de 1e aftoppingsgrens. 2

6

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

3.5 Wettelijke eisen Wvrv voor regionale afstemming De concept Wet Versterking regie op de volkshuisvesting dient enerzijds te sturen op de nieuwbouw van (betaalbare) woningen in het land, anderzijds meer grip te krijgen op de verdeling van de betaalbare woningen in de regio. Via het nationaal volkshuisvestingsprogramma en het provinciaal huisvestingsprogramma worden de kaders voorgeschreven waarbinnen colleges een gemeentelijk huisvestingsprogramma kunnen maken. 3.5.1. Verplichting regionale afspraken bij verdeling Via de wet wordt meer gestuurd op regionale samenwerking. Provincies wijzen woningmarktregio’s aan3 die met elkaar in gesprek moeten gaan om tot afspraken te komen van de verdeling van urgenten4. Als die afspraken niet tot stand komen, wordt er via een Algemene Maatregel van Bestuur een percentage opgelegd aan gemeenten om als aandeel te nemen van het aantal regionale wettelijke urgenten. In de concept-maatregel is nu 15% opgenomen, dat wil zeggen: minimaal 15% van de jaarlijkse mutatie sociale huurwoningen dient in iedere gemeente te worden toegewezen aan urgentiecategorieën. 3.5.2 Wettelijke urgentieregeling De wet wijzigt de Huisvestingswet 2014 op een ingrijpende manier, vooral binnen de urgentieregeling. Het Rijk schrijft grotendeels voor welke urgente groepen verplicht zijn en welke voorwaarden gemeenten kunnen stellen aan urgentieverlening.

Meest ingrijpende wijziging is het toevoegen van een groot aantal wettelijk urgenten (zie paragraaf 3.2). Daarnaast wordt ook meer van de systematiek van de urgentieregeling bepaald door het Rijk. Dit betekent onder andere dat de weigeringsgrond dat urgenten een zelfstandige woning achterlaten, zoals in de huidige regionale urgentieregeling geldt, verboden wordt voor wettelijk urgenten5. Ook worden er via de voorgestelde Regeling versterking regie op de volkshuisvesting voor specifieke urgentiecategorieën (toegestane) voorwaarden gesteld. Over de uitwerking van de urgentieregeling wordt, in de vorm van aantallen toegekende urgenties, jaarlijks verslag uitgebracht aan de Provincie door de colleges6. Belangrijk hierbij is dat ook door het Rijk is aangegeven dat het aantal toewijzingen aan urgenten, wettelijk en niet wettelijk, onder het percentage voor regionaal en lokaal maatwerk valt (maximaal 50%)7 op het moment dat er in de urgentieverlening een lokale of regionale bindingseis wordt gesteld.8

Artikel 3 concept Huisvestingswet 2014. Artikel 6 concept Huisvestingswet 2014. 5 Artikel 15 concept Huisvestingswet 2014. 6 Artikel 12 concept Huisvestingswet 2014. 7 Artikel 14 Huisvestingswet 2014. 8 Dit is aangegeven in de memorie van toelichting van de wijziging van de Huisvestingswet 2014 van 1 januari 2024 (wijziging naar aanleiding van de evaluatie van de Huisvestingswet 2014). 3 4

7

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

3.6 Convenanten uitstroom uit instellingen Een belangrijk deel van de huidige wettelijke urgentiecategorieën krijgt nu al voorrang op een woning via convenanten. Om de visies in het sociale domein te concretiseren zijn door alle gemeenten afspraken gemaakt over de uitstroom van mensen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in de sociale woningvoorraad. Centrumregio’s BW&MO In de centrumregio BW&MO Delft is een regionale verdeelafspraak gemaakt en bekrachtigd in de gezamenlijke uitvoeringsagenda.9 De verdeelafspraken zijn door de Delftse regiogemeenten uitgewerkt in een convenant en vastgelegd in de individuele prestatieafspraken met woningcorporaties. In de centrumregio BW&MO Den Haag is geen gezamenlijke regionale verdeelafspraak gemaakt. Alle individuele gemeenten10 hebben een convenant gesloten met hun woningcorporaties en zorgorganisaties. Deze convenanten zijn vooral gericht op de uitstroom uit instellingen en ambulante zorg. 3.7 Conclusies: welke aanpassingen zijn nodig? In de regio Haaglanden zijn al diverse voorrangsafspraken over de instroom in de sociale voorraad van mensen die in een kwetsbare positie terecht zijn gekomen. Dit vanuit de zorg en de verantwoordelijkheid voor deze inwoners.

Tegelijkertijd is er door de krapte op de woningmarkt ook behoefte om regie te houden op het aantal mensen met voorrang om andere woningzoekenden ook een kans te geven op een sociale huurwoning. Door de nieuwe Wet VRV zijn aanpassingen van de huidige verdeelafspraken nodig. Wettelijke eisen Als een regio de jaarlijkse instroom in de sociale woningvoorraad van het aantal urgente woningzoekenden wil begrenzen, zijn door de wet regionale afspraken voor verdeling van wettelijk urgentie vereist. Voorts dient de regio uitvoering te geven aan een urgentieregeling voor urgent woningzoekenden. Uitgangspunten Bestuurlijke Tafel Wonen In het regionale overleg van de Bestuurlijke Tafel Wonen op 11 november 2024 hebben de betrokken wethouders voorts de volgende uitgangspunten meegegeven bij de voorbereiding van verdeelafspraken over de 9 gemeenten.

9

Uitvoeringsagenda Transformatie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 2022-2026. Del M.u.v. Gemeente Wassenaar, die op dit moment een convenant opstelt.

10

8

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

De Bestuurlijke Tafel Wonen heeft kennisgenomen van de definities en het cijferkader van de werkgroep urgentiecategorieën. De Bestuurlijke Tafel Wonen stemt in met een verdiepingsslag op de verdeling van urgentiecategorieën. De Bestuurlijke Tafel Wonen constateert dat de regionale opgave gezien het becijferde aantal urgentiecategorieën groot is en dat een zorgvuldig gesprek over de evenwichtige verdeling van de jaarlijkse instroom van deze urgente woningzoekenden moet worden gevoerd. De Bestuurlijke Tafel Wonen vraagt bij de verdere verdiepingsslag naar een regionale verdeelsystematiek mee te nemen: - Een duidelijke motivatie inclusief getalsmatige onderbouwing waarom een regionale verdeling van urgentiecategorieën noodzakelijk is (voor welk probleem is dit de oplossing?) en op welke gemeenten deze verdeling van toepassing is. - Voorts vraagt de Bestuurlijke Tafel Wonen in de verdiepingsslag mee te nemen: een verdeling naar herkomstgemeente, kansrijk herstel en maatwerk en passend bij de bestaande sociale woningvoorraad per gemeente en de afspraken met lokale woningcorporaties en de huidige regionale afspraken over verdeling tussen centrum- en regiogemeenten. - De verdiepingsslag in aantallen, verdeelprincipes en keuzes zullen ambtelijk worden voorbereid in de ambtelijke projectgroep en daarna weer geagendeerd worden voor de Bestuurlijke Tafel Wonen.

Dit volgens de processtappen die zijn gepresenteerd op voorgaande BTW-overleggen in september, juli en februari 2024.

9

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Hoofdstuk 4. Wat is huidige situatie van verdeling? Alle gemeenten wijzen nu al het gros van de wettelijke urgentiecategorieën met voorrang toe. In deze paragraaf beschrijven we de inhoud van deze afspraken. 4.1. Centrumregio’s Delft De vier gemeenten in de regio Delft werken samen aan de Transformatie van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in de regio Delft (DWO). Deze afspraken zijn onafhankelijk van wat het Rijk in januari 2026 beslist over de ‘doordecentralisatie’. Deze afspraken hebben als kern: - De Beschermd Wonen-instellingen verdelen over de regio. - Uitstroom waarbij cliënten met goede ondersteuning terug kunnen naar de “eigen” gemeente via convenant. In de samenwerking zijn ook afspraken gemaakt over nieuw woonaanbod (woonzorgvormen) die nodig zijn in iedere gemeente.

De uitvoering van de visie gaat gepaard met een intensieve samenwerking op uitvoerend, tactisch en strategisch niveau, om te zorgen dat de uitstroom van cliënten gepaard gaat met de benodigde zorg en begeleiding en dat de betrokken partijen elkaar goed aanvullen en bij problemen elkaar weten te vinden. Op grond van deze afspraken “Naar een Beschermd Thuis” maakt iedere gemeente in de regio met de eigen corporaties afspraken in een convenant over het jaarlijkse aantal beschikbare woningen. Dit zijn er voor:

10

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Gemeente Delft: 70 Gemeente Westland: 40 Gemeente Midden-Delfland: 3,5 Gemeente Pijnacker-Nootdorp: 7 De betrokken partijen zijn zeer tevreden over de lopende afspraken, zowel voor wat betreft de inhoud als op het proces. Den Haag In de centrumregio Den Haag heeft iedere gemeente een convenant afgesloten met de eigen corporaties over de uitstroom van instellingen. De convenanten verschillen in voorrangsdoelgroepen. Wel wordt verkend of een regionaal convenant mogelijk is. 4.2 Kwantitatieve afspraken huidige convenanten In vrijwel iedere gemeente (in Wassenaar nog in ontwikkeling) zijn convenantafspraken gemaakt over specifieke urgentiecategorieën. Het verschilt per gemeente welke doelgroepen onder het convenant vallen en aan welke voorwaarden deze doelgroepen moeten voldoen. Ook de afgesproken aantallen woningen die corporaties leveren, verschillen sterk. Gemiddeld genomen worden minder woningen verhuurd aan convenantkandidaten dan in de afspraken staat. Dit komt bijvoorbeeld omdat de afspraak nog nieuw is en de realisatie dus nog op gang moet komen, doordat er geen passende woningen beschikbaar zijn of omdat de op voorhand gemaakte verdeling van convenantwoningen niet overeenkomt met de werkelijke behoefte vanuit de zorgpartijen.

Aantal verhuringen 2023 op basis van convenant Verhuringen aan Aantal afgesproken convenantconvenantwoningen1) kandidaten (2023)2) Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Totaal regio Haaglanden

70 313 46 3,5 7 41 0 30 67 587

64 282 32 0 1 26 0 7 33 445

Bronnen: 1) Op basis van informatie van de ambtelijke projectgroep over afgesproken aantallen in convenanten. 2) Op basis van data SVH (aantal verhuringen via directe bemiddeling met reden “convenantafspraken”).

11

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

4.3 Beschikbaar aanbod bij corporaties Jaarlijks verhuren corporaties zo’n 8.000 sociale huurwoningen in de regio Haaglanden (zie tabel hieronder). Ongeveer de helft van deze verhuringen is in Den Haag, gevolgd door Delft en Zoetermeer: zij nemen beiden 13% van het totaal aantal verhuringen in de regio voor hun rekening. Het woningaanbod is in Midden-Delfland, Wassenaar en Pijnacker-Nootdorp het kleinst.

Tabel: Jaarlijks aantal verhuringen in de sociale corporatiesector (gemiddelde o.b.v. 2020-2023).

Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Regio Haaglanden

Verhuringen sociaal (tot liberalisatiegrens) Aantal Relatief 1.051 13% 3.907 49% 504 6% 114 1% 179 2% 544 7% 160 2% 518 6% 1.065 13% 8.040 100%

Verhuringen tot 1e aftopgrens Aantal 662 2.600 384 72 91 401 87 255 722 5.273

Relatief 13% 49% 7% 1% 2% 8% 2% 5% 14% 100%

Bron: SVH

Het meeste aanbod ligt qua huurprijs onder de eerste aftoppingsgrens: het gaat om twee derde van wat beschikbaar komt (66%). De aandachtsgroepen waar deze notitie over gaat, zijn doorgaans kleine huishoudens (één of twee personen) met een lager inkomen. Zij zijn bijna altijd aangewezen op dit woningaanbod. In de praktijk zien we dit ook terug: ruim 90% van de aandachtsgroepen uit deze notitie die door corporaties zijn gehuisvest, kwamen in een woning in dit segment (onder de eerste aftoppingsgrens) terecht. Woningen boven de eerste aftoppingsgrens zijn voor deze doelgroep doorgaans niet geschikt (te duur en/of te groot). Net zoals het totale woningaanbod loopt ook het aanbod in dit huursegment al jaren terug in de regio. Naast bijzondere doelgroepen zijn ook alle andere (met name jonge of startende) kleine huishoudens met een lager inkomen aangewezen op dit deel van de voorraad: denk aan jongeren, alleenstaanden en stellen met lage inkomens en (vooralsnog) statushouders. Dit deel van het corporatiebezit staat vaak geconcentreerd in bepaalde wijken en buurten. Op complexen portiekniveau leidt in bepaalde buurten een te hoge mutatiegraad tot een (te) hoge concentratie van doelgroepen in een kwetsbare situatie. Hierdoor groeit de balans tussen vragende en dragende bewoners scheef en is de leefomgeving geen goede herstelplek voor de bijzondere doelgroepen (meer).

12

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Figuur: Ontwikkeling van het aantal verhuringen onder de eerste aftoppingsgrens (2017-2024). 10.000 9.000 8.000 7.000 6.000

6.984 6.171

5.000

5.793

4.000

Verhuringen onder 1e aftopgrens

6.477 5.503 5.621

5.419

5.050

Totaal aantal verhuringen

3.000 2.000 1.000 0 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Bron: SVH

4.4 Huidige praktijk van verdeling Deze notitie gaat over de instroom van de wettelijke urgentiecategorieën in de woningvoorraad (zie paragraaf 3.1). Corporaties huisvesten jaarlijks op dit moment zo’n 1.000 urgenten en convenantkandidaten in de regio. Deze twee groepen vormen min of meer de groep wettelijke urgentiecategorieën.11 De urgente woningzoekenden vragen een urgentieverklaring aan in hun woongemeente en zoeken daarmee in principe zelf een woning in de regio. Convenantkandidaten worden op basis van lokale convenantafspraken direct bemiddeld (mogen niet zelf zoeken in de regio).

In de meeste gemeenten zijn met corporaties (prestatie)afspraken gemaakt waarmee de instroom van bijzondere doelgroepen (meestal inclusief statushouders) in de corporatiesector begrensd wordt. Dit om zo te kunnen borgen dat (a) de leefbaarheid in portieken en complexen op peil blijft en (b) om ervoor te zorgen dat ook reguliere woningzoekenden die op dit segment zijn aangewezen, een kans maken. De details en definities van de afspraak verschillen per gemeente, maar hebben wel een rode lijn: meestal wordt de instroom van bijzondere doelgroepen begrensd op maximaal 30% van de verhuringen in de sociale huursector (in sommige gemeenten gespecificeerd per woningsegment).

11

Min of meer betekent dus dat in de praktijk een kleine afwijking mogelijk kan zijn.

13

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

4.5 Cijfermatige analyse urgentiecategorieën naar herkomstgemeente Het blijkt lastig te zijn om een cijfermatige analyse te maken voor een verdeling naar herkomstgemeente per urgentiecategorie. We beschikken voor de gehele woningmarktregio op dit moment over te weinig cijfers per categorie naar herkomstgemeente. Voor de uitstromers uit BW&MO is in Delft een goede verdeling voorhanden, in de regio Den Haag dient hierover nog nader overleg te worden gevoerd. Voor de andere grote groep, de uitstromers uit Jeugdzorg en Detentie, zijn evenmin goede cijfers naar herkomstgemeente voorhanden. Op basis van jaarlijkse monitoring kunnen deze cijfers wel worden opgebouwd.

14

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Hoofdstuk 5. Evenwichtige verdeelsystematiek De voorrang op de woningmarkt van urgentiecategorieën is niet nieuw in Haaglanden. Iedere gemeente huisvest nu al urgentiecategorieën. In de regio is daarbij steeds de afweging, hoe kunnen we goed zorgen voor onze inwoners die in een kwetsbare positie terecht zijn gekomen, maar tegelijkertijd regie houden op het aantal instromers om andere woningzoekenden ook een kans te geven op de betaalbare woningvoorraad. Voor de verdeling van deze urgente woningzoekenden vinden de volgende leidende principes de meeste instemming. In deze paragraaf worden deze principes gedefinieerd. 5.1 Leidende principes voor verdeling In de regio is vaak het gesprek over verdeling gevoerd. Daarbij vinden de volgende principes de meeste navolging en instemming. 1. Naar herkomstgemeente, tenzij Iedere gemeente voelt zich verantwoordelijk voor de huisvesting van de eigen inwoners in een kwetsbare situatie. Daarmee is dit een vanzelfsprekend leidend principe. Ook als deze inwoners gebruik hebben moeten maken van voorzieningen in een andere gemeente, maar nu weer kunnen terugverhuizen. Bij de definitie naar herkomstgemeente hanteren we de definitie12 uit de Handreiking Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen.

Samengevat luidt deze: Onder herkomstgemeente verstaan we 'de gemeente waar iemand met een woonadres staat/stond ingeschreven voorafgaand aan beschermd wonen (Red.: Opname in instelling)'. Als iemand geen woonadres heeft geldt de gemeente waar iemand het laatst stond ingeschreven in de afgelopen 5 jaar als woonadres.’ 2. Kansrijke woonstart en maatwerk Alle gemeenten ondersteunen de doelstellingen in het sociale domein die gericht zijn op kansrijk herstel van de inwoner in een kwetsbare positie. Bij de omschrijving van dit principe sluiten we aan bij de omschrijving van de VNG in de Handreiking Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen.13 Bij het besluit welke gemeente het meest passend is voor een kansrijke woonstart worden onderstaande criteria gehanteerd:   

Aanwezigheid van een positief sociaal netwerk (familie en vrienden) Voorwaarden voor succesvolle trajecten (bijvoorbeeld ingezette (schuld)hulpverlening, scholing, (vrijwilligers)werk) Gegronde redenen om tegemoet te komen aan de wens van een cliënt, anders dan de hierboven genoemde voorwaarden

Handreiking Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen VNG, juli 2023, op p 9 de definities en op p 19 een beslisboom bij twijfelgevallen. 13 Handreiking Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen, VNG, juli 2023, pag. 14. 12

15

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Maatwerk Voor de uitstroom uit instellingen is maatwerk en directe bemiddeling naar een woning voor alle gemeenten vanzelfsprekend als leidend principe. Dat betekent dat een woningzoekende door de corporatie direct gekoppeld wordt aan een geselecteerde woning. De woning is geschikt voor de woningzoekende en in overleg met de zorginstelling geselecteerd. Nadat de regio overeenstemming heeft gevonden over een evenwichtige verdeelafspraak zal voor het vervolg besproken moeten worden hoe het uitvoeringsproces wordt uitgewerkt. Geldt voor alle urgentiecategorieën directe bemiddeling? Deze uitwerking wordt opgepakt in het regionale proces voor de aanpassing van de regionale huisvestingsverordening. De vraag is namelijk of directe bemiddeling voor alle urgentiecategorieën dient te gelden. Een deel van de urgentiecategorieën is in staat zelf een woning te zoeken zonder directe bemiddeling. Dat is op dit moment een belangrijk beleidsuitgangspunt bij de huidige woonruimteverdeling. Bijvoorbeeld de woningzoekende met een urgentie op sociale criteria kan nu zelf een woning zoeken in het regionale verdeelsysteem. Dit zal in het vervolgproces moeten worden uitgezocht. 3.

Maximum 30% van de jaarlijkse mutatie in de sociale woningvoorraad We constateren in de praktijk een gedeelde systematiek in de woonruimteverdeling: in alle gemeenten bestaan afspraken om een maximaal % van de jaarlijkse mutatie toe te wijzen aan aandachtsgroepen in de sociale woningvoorraad van de corporaties. Vrijwel iedere gemeente hanteert een begrenzing als leidend principe (meestal 30%) voor de instroom van bijzondere doelgroepen in de jaarlijkse mutatie van de sociale corporatievoorraad. In de meeste gemeenten staat deze begrenzing onder druk als gevolg van een relatief hoger aantal sociaal/medisch urgenten dan het aantal verleende urgenties in deze gemeenten. Er dienen immers ook woningen beschikbaar te zijn voor reguliere woningzoekenden en in sommige buurten en portieken is de veerkracht onvoldoende om meer aandachtsgroepen te huisvesten. De definities van bijzondere doelgroep en sociale voorraad alsook het percentage verschillen soms in nuances tussen gemeenten. De meeste gemeenten hanteren een norm van maximaal 30% van de jaarlijkse mutatie, in sommige gemeenten gespecificeerd per woningsegment14. In de volgende hoofdstukken wordt cijfermatig geanalyseerd wat de beschikbaarheid is van de sociale voorraad binnen de jaarlijkse mutatie. 4.

Met oog voor de leefbaarheid in wijken Met name de centrumgemeenten Den Haag en Delft en de regiogemeenten met een grote druk op de sociale woningvoorraad kijken bij de verdeling van urgente woningzoekenden ook naar de leefbaarheid in de wijk. Dat maakt dat binnen een gemeente afgeweken wordt van de 30%

De urgentiecategorieën doen bijna allemaal een beroep op de woningvoorraad van kleine woningen tot de 1e aftoppingsgrens of, in geval van jongeren, op de voorraad die specifiek bedoeld is voor deze doelgroep. In gemeenten met een grote voorraad in deze prijscategorie wordt aangegeven dat het % toewijzingen groter is. 14

16

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

jaarlijkse mutatie.15 Inzet op leefbaarheid is daarom van groot belang om een begrenzingsafspraak te blijven hanteren met oog voor de leefbaarheid van de wijk. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de juiste balans tussen vragers en dragers om ook een goede landingskans van bijzondere doelgroepen te vergroten.

Dit kan in gevallen door naar beneden af te wijken of door omhoog af te wijken in bepaalde wijken. Omwille van de leefbaarheid is bijvoorbeeld in de Woonvisie Den Haag 2040 aangegeven dat in bepaalde wijken 40% van de sociale voorraad kan worden toegewezen aan aandachtsgroepen. 15

17

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Hoofdstuk 6. Conclusies huidige verdeling en cijfermatige uitwerking mogelijke verdeelprincipes

6.1 Scenario’s verdeling Om het gesprek te kunnen voeren over evenwichtige regionale verdeelafspraken zijn scenario’s voor verdeling opgesteld. Deze scenario’s zijn gebaseerd: -

Op basis van de leidende principes Op de huidige praktijk van verdeling Op de wettelijke vereisten

De werkgroep urgentiecategorieën heeft een inschatting gemaakt van het aantal te verwachte urgentiecategorieën: dat komt neer op zo’n 2.264 mensen na inwerkingtreding van de Wet Regie op de Volkshuisvesting. Dat betekent ten opzichte van de huidige realisatie dat er wettelijke urgentiecategorieën bijkomen en dat bestaande urgentiecategorieën in omvang zullen toenemen (met name door het vervallen van een weigeringsgrond voor urgentie). De totale bijzondere doelgroepen voor urgentie worden ingeschat op 3.412 personen. Dit aantal is de basis voor de verdeling in de scenario’s (zie ook paragraaf 3.4). Wanneer we de leidinggevende principes hanteren, zien we het volgende beeld (zie onderstaande tabel). Omdat de opgave als geheel groeit, is in ieder verdeelscenario en bij iedere gemeente een toename te zien ten opzichte van de huidige realisatie (kolom B). Tegelijkertijd is ook zichtbaar dat de opgave in ieder verdeelscenario (kolom A, E, F) groter is dan de beschikbare woningvoorraad voor deze doelgroep (kolom C, D).

18

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Tabel: Opgave bijzondere doelgroepen4) per gemeente: realisatie (B), mogelijke verdeelprincipes (A, E, F) en scenario’s voor maximaal beschikbare woonruimte in bestaand corporatiebezit (C, D). A

B

C

D

E

F

Verdeling naar inwonertal

Realisatie 20241)

Max. 30% van sociale huur

Max. 30% van woningen tot 1e aftop

Min. 15% uit Wet regie2)

Verdeling naar herkomstgemeente

Delft 314 205 315 199 158 Den Haag 1.668 1002 1.172 780 586 L’dam-V’burg 229 110 151 115 76 Midden-Delfland 57 24 34 21 17 Niet in Pijnacker-Nootdorp 171 56 54 27 27 beeld te Rijswijk 177 166 163 120 82 brengen3) Wassenaar 79 29 48 26 24 Westland 335 82 155 77 78 Zoetermeer 381 185 320 216 160 Regio Haaglanden 3.412 1.859 2.412 1.582 1.206 3.412 Niet geplaatst 0 1.553 1.000 1.830 2.206 0 Bronnen/toelichting: 1) Bron: verhuurdata SVH. Betreft verhuringen aan alle bijzondere doelgroepen (zie paragraaf 3.4). 2) De Wet Regie op de Volkshuisvesting schrijft voor dat gemeenten afspraken gaan maken over de verdeling van wettelijke urgentiecategorieën over de regio. Als gemeenten daar niet uitkomen, zijn zij verplicht om (minimaal) 15% van hun vrijkomende voorraad aan deze groep te huisvesten. Hier berekenden we op welke aantallen je dan uitkomt. 3) Op dit moment is niet goed (genoeg) in beeld wat de herkomstgemeente van de wettelijke urgentiecategorieën in Haaglanden is, waardoor we bij dit scenario niet kunnen berekenen tot welke aantallen per gemeente een dergelijk verdeelprincipe in de regio zou leiden. 4) Uitgaande van een opgave van in totaal 3.412 bijzondere doelgroepen per jaar, waarvan 2.264 wettelijke urgentiecategorieën (zie ook hoofdstuk 7 ad 3).

19

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

7. Verkenning haalbaarheid scenario’s 7.1. Opbrengst informatieve en oordeelvormende ronde Door de ambtelijke projectgroep is met de eigen wethouder verkend of de leidende principes instemming krijgen. De uitkomst van dit gesprek wordt hieronder beschreven. Alle gemeenten benadrukken het belang van een eerlijke verdeling van de huisvestingsopgave van urgent woningzoekenden over de regio. Gemeenten willen duidelijkheid over de herkomst van urgent woningzoekenden en de verdeling van deze urgent woningzoekenden over de sociale huurvoorraad. De meeste wethouders kunnen zich voor een regionale verdeelafspraak vinden in de leidende principes, onder voorwaarde dat de volgorde als volgt is: 1. 2. 3. 4.

Naar herkomstgemeente, tenzij Kansrijke woonstart Max 30% van de jaarlijkse mutatie sociale huur Met oog voor de leefbaarheid van wijken

Ad 1. Naar herkomstgemeente Rijswijk en Midden-Delfland vragen om een betere cijfermatige onderbouwing naar herkomstgemeente om de verdeling te rechtvaardigen. Deze cijfers zijn afgelopen jaren onvoldoende systematisch verzameld. De monitoring op herkomstgemeente dient te worden uitgewerkt in de volgende fase. Rijswijk benadrukt daarnaast de eigen verantwoordelijkheid van iedere gemeente op basis van het inwonertal. De gemeente heeft een grote sociale woningvoorraad en vangt hierdoor meer urgente woningzoekenden op uit de regio. De sociale voorraad is regionaal scheef verdeeld. Dit maakt dat gemeenten met een grote sociale voorraad in absolute en relatieve zin meer urgente woningzoekenden huisvesten. Door afspraken in de Regionale Realisatieagenda Wonen Haaglanden (regionale woondeal) over onder meer de uitbreiding van de sociale voorraad zal op den duur deze scheve verdeling verminderen. Dit proces verloopt echter langzaam. In de tussentijd vraagt Rijswijk de andere gemeenten om compenserende afspraken over de urgente woningzoekenden. Bijvoorbeeld door op korte termijn extra huisvestingsoplossingen te ontwikkelen in de vorm van het beter benutten van de bestaande woningvoorraad door splitsing, optoppen en aanbouwen of door locaties te benutten voor flexibele woningvoorraad of door leegstaand vastgoed met een andere functie te benutten voor sociale woningen. Ad 2.

Kansrijke woonstart Uit de reacties kwam naar voren dat de term “Kansrijke woonstart” een betere benaming is voor dit leidende principe dan ‘Kansrijk herstel”. Wanneer is hiervan sprake? Bij de toepassing van het leidende principe ‘kansrijke woonstart’ wordt rekening gehouden met de volgende wegingscriteria.

20

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

1) perspectief van de cliënt; 2) sociaal netwerk; 3) bestaand werk, dagbesteding, onderwijs; 4) lopende hulp- of ondersteuningstrajecten; 5) actuele criminele activiteiten en/of maatregelen. Bij het besluit welke gemeente het meest passend is voor een kansrijke woonstart worden in de praktijk van de Delftse regio onderstaande criteria gehanteerd:   

Aanwezigheid van een positief sociaal netwerk (familie en vrienden) Voorwaarden voor succesvolle trajecten (bijvoorbeeld reeds ingezette (schuld)hulpverlening, scholing, (vrijwilligers)werk, etc. Gegronde redenen om tegemoet te komen aan de wens van een cliënt, anders dan de hierboven genoemde voorwaarden

In de volgende fase dient te worden uitgewerkt hoe de uitstroom uit instellingen en de aanmelding voor urgentie nu plaatsvindt en of bijstelling nodig is om de leidende principes tot uiting te laten komen. Ad 3. Maximaal 30% van de jaarlijkse mutatie sociale huur De meeste gemeenten onderschrijven een begrenzing op 30% van de jaarlijkse mutatie sociale huur voor de toewijzing aan bijzondere doelgroepen. Dit is vaak geregeld in het kader van prestatieafspraken en de afspraken kunnen verschillen per gemeente. Daar wordt vaak (doch niet altijd) de SVH-definitie gehanteerd, die de volgende categorieën bevat:

In de regio Haaglanden bevat de totale bijzondere doelgroep hierdoor meer categorieën dan enkel de wettelijke urgentiecategorieën, hoewel die groep wel de grootste is van de bijzondere doelgroepen. De totale vraag van bijzondere doelgroepen na inwerkingtreding van de Wet Regie is als volgt ingeschat.

21

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

16

Met de 30%-afspraak over de jaarlijkse mutatie sociale voorraad kan slechts een deel van de verwachte vraag van bijzondere doelgroepen worden ingevuld. Dat betekent dat in alle gemeenten gewerkt dient te worden aan uitbreiding van de sociale voorraad bestemd voor bijzondere doelgroepen. Begrenzingsafspraak 30% jaarlijkse mutatie sociale huur17 In deze regionale inventarisatie constateren we een bestaand verdeelsysteem met begrenzing. Begrenzingsafspraken maken onderdeel uit van de systematiek van de prestatieafspraken18. Vaak wordt een begrenzing toegepast op 30% van de jaarlijkse mutatie voor de gehele sociale voorraad. Enkele gemeenten hanteren een begrenzing van 30% onder de eerste aftoppingsgrens en/of 30% in kwetsbare gebieden en portieken. Eén van de gemeenten past de 30%-begrenzing toe op specifieke delen van de sociale voorraad: bijvoorbeeld maximaal 30% van vrijkomende woningen in de categorie kleine, grote en 55+gelabelde woningen voor aandachtsgroepen. Voorts geeft één van de gemeenten aan bij onvoldoende corporatieaanbod eigen doorstroomlocaties in te willen zetten. De wettelijke minimale taakstelling voor de wettelijke urgentiecategorieën dient minimaal 15% van de jaarlijkse mutatie sociale voorraad te zijn. Dat is echter onvoldoende voor de opgave. Daarvoor is meer nodig.

De huidige begrenzingsafspraken van (vormen van) 30% van het aantal mutaties in de corporatiesector geven meer ruimte, echter nog onvoldoende voor de woonopgave van bijzondere doelgroepen. Wel kan dan worden voldaan aan de minimale taakstelling van 15% voor de wettelijke urgentiecategorieën en is er nog wat (doch onvoldoende) ruimte over voor de wettelijke taakstelling voor statushouders en overige bijzondere doelgroepen.19 De doelgroep “Overige” wordt per gemeente ingevuld en bevat per gemeente verschillende doelgroepen. Bij de uitwerking van deze afspraken dient de invulling nader te worden geanalyseerd. 17 Belangrijk is bij de uitwerking een artikel op te nemen dat bij gewijzigde landelijke regelgeving die gevolgen heeft voor de 30% afspraak, opnieuw regionaal overleg plaatsvindt om te bezien of aanpassing noodzakelijk is. De regionale regelgeving dient hierin ruimte te bieden. 18 Bij de uitwerking van een begrenzingsafspraak van 30% in regionale regelgeving dient rekening te worden gehouden met de planningscyclus van het maken van prestatieafspraken. 16

22

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

In overleg met de eigen colleges stemmen de 9 wethouders in met een regionale begrenzingsafspraak van jaarlijks 30% mutatie van de sociale voorraad. Dit aantal woningen dat voortvloeit uit deze begrenzingsafspraak wordt ingezet voor alle voorrangsgroepen (de bijzondere doelgroepen) in de regio. In met name de gemeente Den Haag is sprake van een groot aantal dakloze doelgroepen (O.a. Jongeren, Gezinnen met minderjarige kinderen). Daarom heeft Den Haag op de BTW als aanvulling ingebracht. 1. Grote urgentie Door de overvolle maatschappelijke opvang en hotelopvang voor gezinnen, heeft Den Haag geconstateerd dat de regionale verdeelafspraak in aantal tekortschiet. Het aantal daklozen in Den Haag is schrikbarend en is maatschappelijk ongewenst. De extra Haagse hotelopvang voor gezinnen kost op jaarbasis 15 miljoen, geld dat beter besteed kan worden. Den Haag vraagt aandacht voor deze urgentie en nood, maar ook een helpende hand van collega- wethouders om actief in woord én daad aan deze woningnood van daklozen te werken. 2. Verdeelafspraak Het Haagse college ondersteunt de huidige verdeelafspraak met een begrenzing van 30% van de jaarlijkse mutatie sociale voorraad, maar ziet dit tegelijkertijd als startpunt voor het gesprek over verdere maatregelen die nodig zijn om dakloosheid te bestrijden.

Den Haag stelt bij de uitvoering van de verdeelafspraak een jaarlijkse monitoring als voorwaarde. Voorts wil zij met de provincie in gesprek over het toegepaste escalatiemodel. 3. Nieuwbouw van de sociale voorraad De beide wethouders onderschrijven de ambitie om met de regionale woonzorgvisie de extra benodigde woningvoorraad in nieuwbouw zichtbaar te maken. Dit dient dan ook in sociale planvoorraad per gemeente zichtbaar te zijn en door de provincie te worden bewaakt. 4. Tijdelijke huisvestingsmaatregelen Nieuwbouwontwikkeling is traag. In tussentijd zijn huisvestingsoplossingen nodig. Den Haag stelt voor tijdelijke huisvesting regionaal op te pakken en aan te jagen als onderdeel van het uitvoeringstraject van het regionale woonzorgvisie-proces. Daarbij denkt zij aan onorthodoxe maatregelen als de huisvesting van twee woningzoekenden in één woning, de financiering van de onrendabele top van sociale huur die wordt ingezet voor daklozen, de aankoop van grootschalige huisvestingslocaties. Ad 4. Met oog voor de leefbaarheid in de wijken Iedere gemeente beoordeelt zelf, in overleg met de eigen woningbouwcorporatie, op welke wijze de begrenzing over de wijken wordt toegepast en of er een verlaging dan wel verhoging van het % in kwetsbare wijken plaatsvindt.

Wanneer de gemeente kiest verlaging plaatst dit de gemeente vervolgens voor het dilemma hoe wel te kunnen voldoen aan de regionale begrenzingsafspraak.

23

Regio Haaglanden, verdeling van de urgente woningzoekenden, def 29-10- 2025

Hoofdstuk 8: Naar een gedragen regionale verdeelafspraak 8.1 Aanpak bespreking In afstemming met de Bestuurlijke Tafel Wonen en de ambtelijke projectgroep is de volgende procesaanpak afgesproken. 1. Verkennend: Is de notitie volledig? (Maart – April) Ten eerste is de vraag aan de ambtelijke projectgroep: vind je de info duidelijk? Is meer info noodzakelijk? Dient een ander scenario te worden ontwikkeld? (5 maart) De notitie is in een eerste ronde informerend voorgelegd met dezelfde vragen aan de Bestuurlijke Tafel Wonen. (19 maart) Ook is in het Bestuurlijke Overleg met de zorgpartijen, wethouders sociaal en de woningcorporaties opgehaald welke onderwerpen zij meegeven voor verdere uitwerking. (10 april) 2. Oordeelvormend: Naar welk scenario gaat de voorkeur van iedere gemeente? (April – Mei) De vraag aan de ambtelijke projectgroep is om na de Bestuurlijke Tafel Wonen op 19 maart het gesprek aan te gaan met de eigen wethouder. De vraag is: naar welk scenario gaat de voorkeur uit en onder welke voorwaarden is een ander scenario mogelijk? Deze input is besproken op de ambtelijke projectgroep in april en in mei en is verwerkt in concept 4. Dit nieuwe concept leggen we ter bespreking voor aan de Bestuurlijke Tafel Wonen op 21 mei. De vraag aan de Bestuurlijke Tafel Wonen is om op basis van concept 4 overleg te voeren met het eigen college.

De woningcorporaties/SVH en de betrokken organisaties op het Bestuurlijke Overleg krijgen deze notitie eveneens voorgelegd om hun zienswijze in te brengen. 3. Instemmend: Naar een gedragen regionaal instemmingsbesluit Naar aanleiding van de bespreking in het eigen college worden de reacties op 25 juni in de Bestuurlijke Tafel Wonen besproken. De notitie wordt vervolgens bijgesteld en ter instemming voorgelegd op 17 september op de BTW. De notitie wordt onderdeel van de regionale woonzorgvisie.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16647821/1