CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Regionale Woonzorgvisie Haaglanden

Commissie Sociaal Domein en Wonen 16 april 2026, gemeente DelftBij agendapunt: 2609117 College van B&W - Concept Regionale Woonzorgvisie25.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Sturing op een goede benu ng van de woningvoorraad: juiste doelgroep in juiste voorraad. De vergrijzing vergroot de vraag naar kwalita ef goede ouderenhuisves ng. Deze nieuw toe te voegen voorraad dient herkenbaar en bereikbaar te zijn bij de juiste doelgroep. Het regionale instrumentarium dient hiervoor aangepast: dit zijn het aanbodmodel/de woonruimteverdeling en de regionale huisves ngsverordening. Ac epunt voor 2026 is hoe dit door woningcorpora es kan worden opgepakt. 4. Een combina e van wonen, ontmoe ng en zorg Geclusterde en zorggeschikte voorraad vragen een combina e met ontmoe ngsruimte en zorg. Dat is niet alleen een afstemmingsac e door uitvoerende par jen. Ook financiers en regisseurs als zorgkantoor en gemeenten dienen in hun beleid en meerjarenaanpak hierop aan te sluiten. Voor ouderenhuisves ng dient op regionaal niveau de afstemming plaats te vinden op: - Kwaliteit: afspreken inhoudelijke randvoorwaarden voor woonproducten: kwaliteit. - Uitwerking van deze labeling in de regionale woonruimteverdeling. - Afstemming met regionale werkzame partners zoals zorgkantoren over kwan teit en kwaliteit. Ac epunt voor 2026 is hoe het bestuurlijke overleg tussen par jen kan plaatsvinden.

1

1. Vertrekpunt In 2025 hebben vier verschillende ‘bloedgroepen’: de zorgaanbieders, zorgkantoren, woningcorpora es en gemeenten hun perspec even gedeeld aan de hand van drie vragen: 1. Wat zijn jullie belangen bij deze gezamenlijke regionale visie? 2. Welke dilemma’s zien jullie op deze onderwerpen? 3. Wat brengen jullie mee in deze gezamenlijke visie? De werkgroep is bijgestaan door Hans Adriani, de bestuurlijke aanjager van WWZ. 2. Twee zorgkantoorregio’s: DSW en CZ De woningmarktregio Haaglanden kent twee zorgkantoorregio’s: regio DSW met zorgkantoor DSW (gemeenten D, W, PN, MD) en regio Haaglanden (DH, R, LV, Z, W) met zorgkantoor CZ. 2.1 Zorgkantoor DSW DSW hee op het bestuurlijke overleg in februari haar visie gedeeld op de ontwikkeling van de ouderenzorg en het belang van huisves ng voor de ontwikkeling van vitale woongemeenschappen. In de regio DSW staan par jen voor een transforma e naar een regionaal ecosysteem dat zijn basis kent in een gezonde leefomgeving waarin zelf- en samenredzaamheid wordt ges muleerd. Dit hee gemaakt dat DSW in samenspraak met alle betrokkenen de ambi e hee geformuleerd om gezonde en vitale woongemeenschappen te ontwikkelen.

Grafiek: Het aantal te verwachten Wlz-cliënten in regio DSW

2

Illustra es: DSW. De getoonde intramurale capaciteit kan naar oordeel van DSW ook ingevuld worden in geclusterde wooncomplexen.

Staafdiagram: Weergave van de benodigde capaciteit in verblijfplaatsen en geclusterde woningvoorraad

3

Grafiek: Weergave van de capaciteit o.b.v. maximaal aantal Wlz-cliënten

Zorgkantoor DSW zet in op een vergro ng van het aantal geclusterde wooncomplexen. Een Gezond- en Wel-complex is een woonzorgconcept voor ouderen tussen zelfstandig thuis en het verpleeghuis in, waarin zorg- en gemeenschappelijke ac viteiten in samenhang worden georganiseerd en gefinancierd. Om te komen tot dit concept werken par jen aan: -

Gemeenschapsvorming: bieden van ontmoe ngsruimte, inzet van welzijnswerker voor community ontwikkeling en s muleren van gezamenlijke ac viteiten Preferent aanbiedersschap: preferente aanbieder voor ZVW en Wlz met vast team en spreekuur in complex Domeinovers jgend samenwerken: structureel overleg tussen par jen om preven e en vroegsignalering te s muleren

In de gemeenten Midden-Delfland, Westland, Pijnacker-Nootdorp en Del zijn inmiddels loca es ingezet. Het zorgkantoor ziet als dilemma de zoektocht naar voldoende loca es voor geclusterde woningvoorraad. Nieuwbouw verloopt traag.

2.2 Zorgkantoorregio CZ Tijdens het overleg op 6 mei presenteert CZ haar analyse. Ook CZ analyseert de behoe e aan transforma e van de ouderenzorg waarin de Wlz-zorg in toenemende mate bij cliënten thuis wordt geleverd. CZ neemt geen rol in bij de ontwikkeling van geclusterde woningvoorraad, maar ziet een duidelijke behoe e aan toename in deze voorraad. CZ verwoordt het belang van betaalbaarheid en toegankelijkheid. CZ wil met partners gezamenlijk optrekken voor de realisa e van een geclusterde woningvoorraad. Zij ziet als uitdaging: hoe de geclusterde woningvoorraad toe te laten nemen, vanwege het belang van efficiën e in zorglevering en de noodzaak om zorgzame gemeenschappen te s muleren. Zij wil in 2025 en 2026 par jen faciliteren en ac ef meedenken over de ontwikkeling van goede, specifieke woonzorgvormen zoals bijvoorbeeld het Haagse Plus Wonen. Partnerschap houdt in dat het zorgkantoor zelf proac ef reageert op regionale en lokale ini a even, maar ook door par jen wordt uitgenodigd jdens de ontwikkelingsperiode 4

van woonzorgproducten. Om samen te zorgen voor goede subsidieaanvragen en financiële randvoorwaarden. CZ ziet ook als uitdaging de aanslui ng van haar eigen sectorcijfers bij de woningmarktaantallen: de aantallen van het Bzk-basisscenario en de lokale woonzorgvisies zijn hoger dan de aantallen die in de zorgsector zijn becijferd voor de geclusterde voorraad. Maar beaamt ook de stelling van Hans Adriani dat we moeten voorkomen dat deze analyse afleidt van de daadwerkelijke opgave, hoe kan deze geclusterde woningvoorraad worden ges muleerd.

Grafiek: Het aantal te verwachten Wlz-cliënten in regio Den Haag

Grafiek: Weergave van de capaciteit o.b.v. maximaal aantal Wlz-cliënten

5

Staafdiagram: Weergave van de benodigde capaciteit in verblijfplaatsen en geclusterde woningvoorraad

6

3. Zorgaanbieders Haaglanden 3.1 Zorgscala In de Wlz-regio Haaglanden werken de V&V-zorgaanbieders samen in de vereniging ZorgScala. ZorgScala hee zich de vraag gesteld welk antwoord zij als zorgpar jen kunnen geven op de toename van het aantal ouderen en de behoe e aan langer thuis, wat zich vertaalt in een steeds korte verblijfsduur intramuraal. Voorts zien zorgpar jen dat nieuwbouw vaak onzeker is en onvoldoende antwoord biedt. Vanuit dit besef ontwikkelde ZorgScala een aanpak waarbij als uitgangspunten worden gehanteerd: Hoe ontwikkelt de zorgvraag in Den Haag en omliggende gemeenten van (zorg)regio Haaglanden? - Waar ontwikkelt deze zich? - Focus op bestaand bezit, want: Actuele woon-zorgvraag door vergrijzing + langer thuis wens én beleid Nieuwbouw is langere termijn-opgave met onzekere factoren Zorgaanbieders samen met woningcorpora es eerste focus op bestaand bezit, beleggers tweede focus ZorgScala maakte op basis van deze uitgangspunten een geografische kaart van de regio waarin zichtbaar wordt wat de focusgebieden zouden moeten zijn. De kaart als ‘praatplaat’ biedt een goede start van het gesprek tussen par jen om af te stemmen hoe je in dit gebied gezamenlijk aan de slag gaat. Via deze Bo om-up aanpak werken de V&V-par jen aan gebiedsgerichte samenhang van wonen, zorg en welzijn.

ZorgScala benadrukt dat deze ketensamenwerking van belang is om te voorkomen dat de zorg overbelast raakt. Strategieontwikkeling vindt plaats met zorgaanbieders, corpora es, welzijnsaanbieders en bewonersgroepen. -

Voorbeeld kaart: Hoe roder de kaart, hoe meer 75+ inwoners, aangegeven complexen zijn corpora ebezit, huis met + is woonzorgloca e

7

3.2 Zorgaanbieder Pieter van Foreest Als systeem-partner in het DSW-gebied werkt Pieter van Foreest aan de transforma e van diverse panden. Zij zien het werken aan een zorggeschikte en geclusterde woningvoorraad als een goede ontwikkeling, maar lopen in de prak jk vaak tegen ruimtelijke regels aan. Een voorbeeld is een bestemmingswijziging van maatschappelijk naar wonen. Dit gee veel rompslomp en vertraging, kunnen dit soort zaken niet in één keer worden geregeld? Gemeente Zoetermeer gee aan dat zij mogelijkheid tot transforma e in de uitgangspunten van hun Omgevingsplan hebben opgenomen. 4.

Woningcorpora es

Woningcorpora es zouden graag zien dat de huidige woningvoorraad beter wordt benut. Door een hogere woningbeze ng, door de ombouw naar geclusterde woningvoorraad, door betere doorstroming. Voorts hebben zij een voorkeur voor directe bemiddeling bij de zorggeschikte woningvoorraad. Kunnen we betere afspraken maken over de toewijzing van de juiste woning voor de juiste doelgroep? Op dat gebied werken corpora es ook mee in de regio aan de ontwikkeling van de huisves ngsverordening. Woningcorpora es geven aan grote zorgen te hebben over de toenemende eenzaamheid, of er voldoende zorg en ondersteuning blij en het welzijn van oudere huurders. 5. Gemeenten Den Haag ziet de noodzaak van Zorgzame buurten. De uitdaging is de samenwerking van zorg en welzijn in deze buurten. Hoe zorg je ervoor dat binnen de bestaande woningvoorraad je de zorg- en wonen-par jen bij elkaar brengt. Voorts blij nieuwbouw een uitdaging. Zoekt naar de mogelijkheid om een raamovereenkomst te ontwikkelen: hoe ouderenhuisves ng gezamenlijk te ontwikkelen? Zoetermeer ontwikkelt en s muleert woonconcepten voor ouderen. Haar dilemma is: hoe worden senioren enthousiast over deze woonvormen? Westland ziet een grote behoe e aan geclusterde woonvormen bij ouderen die nu in grote woningen wonen. Groepswonen is sterk ontwikkeld, uitdaging is nu voor het middensegment.

Naast woningen hee Westland als speerpunt de ontwikkeling van verpleeghuisbedden. Del hee weinig uitbreidingsloca es voor nieuwbouw en zet daarom volop in op transforma e bestaande woningvoorraad. De uitdaging is om geschikte loca es te vinden. Wassenaar constateert een tekort aan woningen met ruimten voor ontmoe ng. Gemeenten zijn posi ef over de lokale samenwerking wonen-zorg-welzijn. Waar in Del de samenwerking breed is opgezet, concentreert zich deze in andere gemeenten vaker op de corpora es. Zoetermeer gee aan het zorgkantoor aan tafel te missen. 6. Reflec e bestuurlijke aanjager Na het rondje langs par jen reflecteert Hans Adriani op de inbreng en gee advies mee. -

Gebruik in nieuwbouw dezelfde taal (defini es). Loca es: 5 jaar geleden presenteerde de provincie Zuid-Holland de ambi e en de mogelijkheid om 265.000 woningen te bouwen. Blijkbaar zijn er voldoende loca es? Betrek de provincie en hun inzicht bij de verkenning naar loca es. Zoek naar mogelijkheden die al zijn aangewezen 8

-

-

voor woningbouw. Bepaal wat logische loca es zijn om aan te pakken. De aanpak van ZorgScala is inspirerend. Blijf niet bezig met de analyse van cijfers: kies een rich nggevend cijfer met bandbreedte, wat je ook kiest het is al jd veel dat nodig is. Help elkaar met projectleiderscapaciteit. Nieuwbouw blij achter (60% realisa e): kunnen we niet werken aan tussen jdse oplossingen, beter benu en bestaande woningvoorraad? Er zijn veel kansen in de bestaande woningvoorraad jaren ’60 en ’70. Gemeenten als Rijswijk, L-V en Zoetermeer zijn al aan de slag en hebben al goede voorbeelden ges muleerd. Vb Wonen met een Plus-flat in Rijswijk. Corpora es zijn verantwoordelijk voor de hel van de opgave in ouderenhuisves ng, spreek echter andere par jen aan (o.a. projectontwikkelaars, beleggers) voor de andere 50%. Om anterieure overeenkomsten succesvol te maken, moet je beleid verankeren in het VHVprogramma en het omgevingsplan. Vb is Zoetermeer.

Tot slot wordt gezamenlijk gesproken over de benodigde transforma e van ouderenzorg naar vitale woongemeenschappen. Een vitale woongemeenschap vraagt een inzet op gebouw en woningen, wijkniveau en samenwerking tussen wonen, zorg en welzijn. Geconstateerd wordt dat het nodig is om hiervoor te werken aan de visieontwikkeling: wat verstaan we onder een vitale woongemeenschap. Inspirerend voorbeeld is de Gezond en Wel-aanpak in de DSW-regio. Gezamenlijk constateren we dat om te werken aan vitale woongemeenschappen nodig is: A. Te werken aan inhoudelijke samenhang op strategisch niveau Werken aan strategische randvoorwaarden regionaal: -

Vastleggen woningtypen conform het Bzk-scenario in regionale labeling. Regionale monitoring en sturing op gerealiseerde aantallen en daartoe jaarlijkse bestuurlijke overleggen te organiseren. Regionaal een ac eve uitwisseling s muleren op voorbeelden van goede lokale samenwerkingsverbanden zoals de Rijswijkse woonzorgtafel of het Netwerk Gezond en Wel. Regionaal het overleg organiseren over ouderenhuisves ng zowel ambtelijk/professioneel als bestuurlijk voor de uitwisseling op kwan teit en kwaliteit.

Lokaal dient te worden gewerkt aan de volgende strategische randvoorwaarden: -

Mogelijk maken van ruimtelijke programmering van gewenste loca es en de koppeling van par jen aan deze gebieden. Dit vereist het mogelijk maken van meerjarige samenwerking in het zorg- en welzijnsdomein. Er dient minimaal een VVT-zorgaanbieder betrokken te zijn. Reservering van kansrijke loca es en sturing op het gewenste programma. Verankering in beleid en juridisch kader: Omgevingsplan, VHV-programma, Inkoopkader Wlz, WZV en Wmo, woonruimteverdeling.

B. Te werken aan de inhoudelijke uitwerking van het zorgconcept Door de werkgroep wordt geadviseerd om regionaal de inhoudelijke uitwerking van de woonzorgproducten voor ouderenhuisves ng te realiseren. Door te werken aan bijvoorbeeld:

9

-

Aantrekkelijkheid woongebouw (vb van projectontwikkelaars). Hoe verdeling zorggeschikt: spikkeling versus concentra e. Samenstelling en sturing op bewonersgroep (1/3 kwetsbaar/Wlz en 2/3 vitaal geen zorg of Wmo). Ontwikkeling community; Aanslui ng welzijn en zorg; Afspraken over toewijzingsbeleid in de huisves ngsverordening.

7. Afstemming regionale en lokale agenda Door de wet Versterking regie op de volkshuisves ng zijn de mogelijkheden toegenomen om wonen en zorg beter te verbinden. De wetgever vraagt gemeenten in hun volkshuisves ngsprogramma de zorg- en dienstverlening die nodig is bij de woonproducten voor aandachtsgroepen inclusief ouderen te benoemen in de Wmo-visie en plan. De zorgkantoren kenden deze we elijke verplich ng al langer in de Wlz. De wetgever vraagt het zorgkantoor het inkoopbeleid af te stemmen met gemeenten. Voorts vraagt de wetgever in de Woningwet de woningbouwcorpora es voor het maken van presta eafspraken de zorgaanbieders te betrekken. Voor ouderenhuisves ng dient op regionaal niveau de afstemming plaats te vinden op: -

Kwan teit: Monitoring bouw ouderenhuisves ng in de Publiek Private Monitor Haaglanden (PPMH). Kwaliteit: Afspreken inhoudelijke randvoorwaarden voor woonproducten: kwaliteit. Uitwerking van deze labeling in de regionale woonruimteverdeling. Afstemming met regionale werkzame partners zoals zorgkantoren over kwan teit en kwaliteit.

Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk voor de realisa e en ontwikkeling van ouderenhuisves ng in de eigen gemeente. De realisa e vindt dan plaats binnen de kwan teits- en kwaliteitsnormen die regionaal zijn afgesproken tussen gemeenten maar vooral met samenwerkingspartners als woningbouwcorpora es, zorgaanbieders en zorgkantoren.

10

Bijlage 1. Defini es De regio spreekt voor ouderenhuisves ng af te werken met de onderstaande defini es voor die onderscheiden woonvormen. Eenduidige taal gee een basis voor monitoring en regionale afstemming. Het Bzk-basisscenario ouderenhuisves ng onderscheidt een behoe e aan drie type woonvormen. In deze tabel zijn de defini es samengevat. Door landelijke par jen is erkend dat de realisa e van ouderenhuisves ng extra kosten meebrengt door de hogere kwaliteit. Om die reden zijn/waren diverse investeringssubsidies beschikbaar. Deze worden ter beschikking gesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Ontmoe ngsruimte

Nultredenwoning 1

Geclusterde woonvorm

Zorggeschikte woning

Zijn zelfstandige woningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn.

Zijn woningen die voldoen aan de defini e voor nultredenwoningen in een geclusterde woonvorm: deze zijn ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan en samenredzaamheid wordt bevorderd.

Zijn zelfstandige nultredenwoningen waarin Wlz-zorg geleverd kan worden voor bewoners en die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm.

-

Verplicht, Ontmoe ngsruimte inpandig of op loopafstand voor ouderen (bv ca 100 meter).

Woningen dienen onderdeel te zijn van complex of groep geclusterde woningen.

Doel van de woonvorm is bevorderen gemeenschappelijkheid en tegengaan eenzaamheid.

Aantal woningen

-

Minimale clustering van 12 woningen.

Woningen dienen onderdeel te zijn van complex of groep geclusterde woningen.

Toegankelijkheid

Intern en extern gelijkvloers, zonder drempels

Intern en extern gelijkvloers, zonder drempels.

De toegang én de woning rolstoel- en rollator toe - en doorgankelijk. Woningen die vallen onder de categorie BAT2 3 of 4 en Woonkeur3 6 vallen binnen deze defini e.

Rollator toe- en doorgankelijk (bij voorkeur). Advies is om woningen demen evriendelijk in te richten.

Voldoende ruimte bij de entree en in de toiletruimte en de badkamer. Brandveilig.

1

Zie voor definities: Bijlage 1.

2

Gradaties Bouw Advies Toegankelijkheid: https://batutrecht.nl/bestanden/uploads/Gradaties-in-toegankelijkheid-van-woningen.pdf

3

Woonkeur: https://repository.o iciele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2016-37683/1/bijlage/exb-2016-37683.pdf

11

Beschikken over een goede en stabiele internetverbinding voor domo ca.

Zorgnormen

-

Bij voorkeur: Zorgsteunpunt en/of gemeenschappelijke ruimte, recep e, huismeester en/of vorm van alarmering.

Levering van VPT, MPT, PGB.

Doelgroep

-

65+geschikt en voorrang, wanneer in een complex min 50% van de woningen met voorrang aan 65+ wordt toegewezen, tellen alle geclusterde woningen mee.

Wlz-zorggeïndiceerd, min 30% van de woningen in het complex dient bestemd te zijn voor deze doelgroep.

S muleringsregeling Ontmoe ngsruimte in ouderenhuisves ng (SOO).

Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW).

Ontmoe ngsruimte op max 100 meter loopafstand.

De zorggeschikte wooneenheden worden verhuurd tot de maximale huurprijs voor sociale huurwoningen (tot de liberalisatiegrens).

Voorwaarden subsidie RVO

Minstens 50% van de (beoogde) bewoners is bij oplevering van de ontmoetingsruimte 55 jaar of ouder. Minimaal 75% van de huurwoningen wordt bij oplevering verhuurd onder de geïndexeerde huurgrens voor een pand met 186 woonpunten. Dit bedrag wordt bijgehouden in bijlage 1 van de uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte. Minimaal 75% van de nieuwbouw koopwoningen heeft bij verkoop een prijs van maximaal 1,25 x het bedrag van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Bij de bestaande koopwoningen is bij minimaal 75% van de woningen de WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) maximaal 1,25 x het bedrag van de NHG.

Minimaal 30% van de wooneenheden wordt verhuurd aan bewoners met een Wlz-indicatie, minimaal zorgprofiel VV4 tot en met VV10 van de Nederlandse Zorgautoriteit. Na oplevering worden deze wooneenheden minimaal 3 maanden gereserveerd voor deze doelgroep. De infrastructuur binnen de woonvorm en woningen maakt telefonisch en digitaal contact op afstand mogelijk naar zorgverleners en zorgverlening. Bij de bouw wordt rekening gehouden met dementievriendelijk bouwen. In nieuwbouwwoningen zijn de woonruimte en woonvorm geschikt voor rolstoelen. In getransformeerde gebouwen is de woonvorm rolstoelgeschikt en zijn de

12

wooneenheden geschikt voor rollators. Een transformatie moet per wooneenheid minstens gemiddeld € 40.000 kosten inclusief btw. Kost de transformatie per wooneenheid gemiddeld minstens € 100.000 inclusief btw? Dan krijgt u evenveel subsidie als bij nieuwbouw. U moet dan ook voldoen aan dezelfde toegankelijkheidseisen als nieuwbouw.

Verschijningsvorm

Appartement, pa obungalow, egw met slpkm bg

Aanleunwoningen, woonzorgcomplexen, serviceflats, groepswonen, ho eswoningen

De bewoner van de zorggeschikte woning betaalt zelfstandig huur voor de woning. Voormalige verpleegzorgplekken

Bronnen: -

Informa epakket ouderenhuisves ng, Bzk, feb 2024 (Bijlage 1) Defini es ouderenhuisves ng landelijke werkgroep monitoring, juni 2024 (Bijlage 1) Concept Afsprakenkader en richtlijnen Wonen en zorg voor ouderen, d.d. 05-09-2024 (Bijlage 2) Website RVO, aug 2024, subsidie S muleringsregeling Ontmoe ngsruimte in ouderenhuisves ng (SOO), S muleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SGZW) (Bijlage 1)

13

Bijlage 2. Cijferkader ouderenhuisves ng

Bzk basisscenario Let op: alle cijfers: prognose tot 2030 Zorggeschikt

Geclusterd

0-treden

Haaglanden

1.885

6.225

14.030

Delft

115

120

990

1.225

Den Haag (1

675

3.565

5.445

9.685

Leidschendam-Voorburg

140

255

1.415

1.810

Midden-Delfland

40

110

330

480

Pijnacker-Nootdorp

120

210

605

935

Rijswijk

115

300

1.100

1.515

Wassenaar

25

150

315

490

Westland

325

560

1.125

2.010

Zoetermeer (2

330

955

2.705

3.990

14

Totaal

Huisvesting Aandachtsgroepen Inschatting van de opgave

Regio Haaglanden 11 november 2025 Concept

DATUM

11 november 2025

TITEL

Huisvesting Aandachtsgroepen

OPDRACHTGEVER

Regio Haaglanden

AUTEUR(S)

Roos Henneken Anne Oijevaar Martin Bleijenburg

PROJECTNUMMER

3600.115

STATUS

Concept

Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01

Inhoud 1 1.1 1.2

Inleiding Aanleiding Aanpak

4 4 5

2 2.1 2.2 2.3

Opgave Woningbehoefte aandachtsgroepen Vrijkomend aanbod in de bestaande woningvoorraad Knelpunten

6 6 14 15

3 3.1 3.2

Aanbevelingen Regionale coördinatie Alternatieve woonoplossingen voor mensen met een urgente woningbehoefte

19 19 19

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De regio Haaglanden biedt haar inwoners een hoge kwaliteit van leven. Echter, uitdagingen zoals een krappe woningmarkt en druk op de zorgsector bedreigen deze levensstandaard. Steeds meer inwoners worstelen met het vinden van (betaalbare) woonruimte. Dit geldt ook voor mensen die zich in een kwetsbare positie bevinden en naast een huis ook zorg en begeleiding nodig hebben. In de voorgenomen wet Versterking regie op de volkshuisvesting (Wvrv) worden de maatregelen en doelen uit de Rijksprogramma’s Een thuis voor iedereen en Wonen en zorg voor ouderen opgenomen. De wet is ingediend ter behandeling in de Eerste Kamer, de datum van inwerkingtreden is bij schrijven van deze notitie nog onzeker. Gemeenten zijn 2 jaar na ingang van de wet verplicht een woonzorgvisie – als onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma – op te stellen waarin ze aangeven hoe ze invulling willen geven aan de vraag naar woonruimte vanuit ouderen en verschillende aandachtsgroepen, en aan de zorg en ondersteuning die daarvoor nodig is. De regio Haaglanden maakt werk van huisvesting voor aandachtsgroepen en is gestart met een proces om te komen tot de regionale Woonzorgagenda.

De gemeenten in de regio zijn het visietraject in 2024 gestart en werken nu aan een eenduidig zicht op de opgave van wonen met zorg voor een deel van de 12 door het Rijk gedefinieerde aandachtsgroepen, aangevuld met enkele nader gedefinieerde groepen in de regio. Voor het zicht op deze eenduidige opgave willen zij aansluiten bij bestaande analyses. Dit onderzoek heeft als doel om meer zicht te krijgen op de noodzakelijke huisvestingsopgave van urgente aandachtsgroepen. Daarvoor wordt antwoord gegeven op de volgende vragen: • Wat is de kwantitatieve en kwalitatieve woonvraag van de door de regio Haaglanden benoemde aandachtsgroepen? • Welke specificaties heeft huisvesting voor de verschillende aandachtsgroepen? Te denken valt aan tussenvormen tussen intramuraal en zelfstandig wonen en aan woonvormen voor de personen met onbegrepen gedrag, ook wel Skaeve Huse genoemd. • Wat is bij benadering de omvang van de huisvestingsopgave, door het matchen van vraag en aanbod en hoe houden we richting de toekomst rekening met de uitstroom naar herkomstgemeenten, ervan uitgaande dat we ambities realiseren om meer regionale spreiding en weer thuis wonen te bevorderen? Het inzicht in deze huisvestingsopgave is op 9 oktober 2025 gepresenteerd in het Bestuurlijk Overleg Regionale Woonzorgvisie.

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

4

1.2 Aanpak Er is gestart met een bureaustudie van regionale en lokale beleidsdocumenten en onderzoeken met betrekking tot de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen. Hierbij is nagegaan welke informatie over de omvang van de verschillende aandachtsgroepen de regio al heeft. Ter verificatie zijn deze cijfers vergeleken met resultaten uit het landelijke onderzoek dat Companen heeft uitgevoerd voor VRO. Wanneer de regio voor bepaalde aandachtsgroepen nog geen concrete resultaten had, zijn de resultaten van het rapport voor VRO1 als uitgangspunt genomen. De resultaten van deze studie naar de omvang van de aandachtsgroepen zijn vervolgens vergeleken met cijfers van de regionale werkgroep Urgentiecategorieën. In 2024 heeft de regionale werkgroep Urgentiecategorieën/Doelgroepen Maatschappelijke Opvang & Beschermd Wonen voor de regio Haaglanden de urgentiecategorieën kwantitatief in beeld gebracht. Op basis van de bureaustudie is geconcludeerd dat de uitkomsten van de omvang van de diverse aandachtsgroepen zoals de werkgroep die in beeld heeft gebracht, blijft binnen de bandbreedte die uit de andere lokale of landelijke onderzoeken naar voren komt. Daarmee heeft de regio al een goed onderbouwde inschatting gemaakt van het verwachte jaarlijkse aantal woningzoekenden behorend tot een urgentiecategorie.

Vervolgens is de huisvestingsopgave vergeleken met het jaarlijks vrijkomend aanbod in de bestaande woningvoorraad van de regio Haaglanden, en zijn daarbij de knelpunten in kaart gebracht.

1 ‘Onderzoek voorwaarden huisvesting aandachtsgroepen. Gepaste kwaliteiten en noodzakelijke investeringen’ (Companen, 2024)

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

5

2 Opgave 2.1 Woningbehoefte aandachtsgroepen Wie nemen we mee? In de voorgenomen wet Versterking regie op de volkshuisvesting wordt van iedere gemeente verwacht dat zij in hun woningbouwplannen en woonruimteverdeling nadrukkelijk aandacht besteden aan de woonbehoeften van aandachtsgroepen. Het gaat hierbij om woningzoekenden die niet zelfstandig in hun huisvesting kunnen voorzien, bijvoorbeeld omdat zij zorg of begeleiding nodig hebben, omdat zij gebaat zijn bij een specifieke woonvorm, of omdat zij geen huisvesting tot hun beschikking hebben bij het uitstromen uit een instelling. Binnen deze categorie bevindt zich een kleinere, duidelijk omschreven categorie: de zogenoemde urgentiecategorieën. In de voorgenomen wet krijgen deze groepen een landelijke wettelijke urgentie toegekend. Dat betekent dat gemeenten verplicht zijn deze woningzoekenden voorrang te geven bij de toewijzing van woonruimte. Uitgangspunt voor dit onderzoek zijn de urgente aandachtsgroepen uit het Rijksprogramma “Een thuis voor iedereen”, evenals personen met onbegrepen, risicovol of extreem overlastgevend gedrag (bijvoorbeeld uit de levensloopaanpak).

Aandachtsgroepen2 Aandachtsgroepen: • Uitstromers Beschermd Wonen • Uitstromers klinische GGZ • Uitstromers Maatschappelijke Opvang • Uitstromers Vrouwenopvang/mensenhandel • Uitstromers Jeugdzorg • Uitstromers (jeugd)detentie en forensische zorg (langer dan 3 maanden) • Uitstromers sekswerkers • Medisch urgenten • Mantelzorgontvangers/verleners • Dak- en thuisloze gezinnen met minderjarige kinderen Extra (niet-wettelijke) groep: • Personen met onbegrepen, risicovol of extreem overlastgevend gedrag (bijvoorbeeld uit de levensloopaanpak)

In de eerste fase van dit onderzoek is de omvang van de verschillende groepen geïnventariseerd aan de hand van bureaustudie van regionale en lokale beleidsdocumenten en onderzoeken met betrekking tot de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen. Wanneer er voor bepaalde aandachtsgroepen nog geen concrete cijfers in beeld waren, zijn de resultaten uit het onderzoek ‘Onderzoek voorwaarden huisvesting

2 Voor wettelijke afbakening aandachtsgroepen, zie ministeriële regeling Wet versterking regie volkshuisvesting

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

6

aandachtsgroepen’ voor het ministerie van VRO gebruikt en afgeleid naar regio- en gemeenteniveau op basis van inwonertal.

Woningbehoefte regio Haaglanden In 2024 heeft de regionale werkgroep Urgentiecategorieën/Doelgroepen Maatschappelijke Opvang & Beschermd Wonen voor de regio Haaglanden de urgentiecategorieën kwantitatief in beeld gebracht. Daarmee heeft de regio al een goed onderbouwde inschatting gemaakt van het verwachte jaarlijkse aantal woningzoekenden behorend tot een urgentiecategorie. Het geheel aan resultaten van de huisvestingsopgave voor de verschillende groepen zoals beschreven in de vorige paragraaf is vergeleken met de in beeld gebrachte cijfers door de werkgroep. De resultaten kwamen grotendeels overeen of bleven binnen de bandbreedte die uit de diverse onderzoeken naar voren kwam. Er is dan ook besloten om de cijfers die door de werkgroep in beeld zijn gebracht, aan te houden voor deze rapportage. De verdeling van de regionale opgave per aandachtsgroep voor de Regio Haaglanden is weergegeven in onderstaande tabel. De totale huisvestingsopgave van deze groepen, zoals geschat door de regionale werkgroep Urgentiecategorieën, komt neer op om en nabij 2.324. De opgavecijfers zijn daarnaast uitgesplitst naar de twee subregio’s Delft en Den Haag, te zien in tabel 2.2 en tabel 2.3. De cijfers zijn hiervoor verdeeld over de gemeenten van de subregio’s op basis van inwonertal.

Tabel 2.1: Jaarlijkse huisvestingsopgave per aandachtsgroep regio Haaglanden Regio Haaglanden Uitstromers Beschermd Wonen 175 Uitstromers klinische GGZ 5 Uitstromers Maatschappelijke Opvang 504 Uitstromers Vrouwenopvang/mensenhandel 95 Uitstromers Jeugdzorg 200 Uitstromers (jeugd)detentie en forensische zorg 175 Uitstromers sekswerkers 20 Medisch urgenten 1.080 Mantelzorgontvangers/verleners 10 Personen met onbegrepen gedrag 60 Totaal 2.324 Bron: Werkgroep Urgentiecategorieën regio Haaglanden

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

7

Tabel 2.2: Jaarlijkse huisvestingsopgave per aandachtsgroep regio Den Haag Regio Den Haag Uitstromers Beschermd Wonen 129 Uitstromers klinische GGZ 4 Uitstromers Maatschappelijke Opvang 373 Uitstromers Vrouwenopvang/mensenhandel 70 Uitstromers Jeugdzorg 148 Uitstromers (jeugd)detentie en forensische zorg 129 Uitstromers sekswerkers 15 Medisch urgenten 799 Mantelzorgontvangers/verleners 7 Personen met onbegrepen gedrag 45 Totaal 1.719 Bron: Werkgroep Urgentiecategorieën regio Haaglanden Tabel 2.3: Jaarlijkse huisvestingsopgave per aandachtsgroep regio Delft Regio Delft Uitstromers Beschermd Wonen 46 Uitstromers klinische GGZ 1 Uitstromers Maatschappelijke Opvang 131 Uitstromers Vrouwenopvang/mensenhandel 25 Uitstromers Jeugdzorg 52 Uitstromers (jeugd)detentie en forensische zorg 46 Uitstromers sekswerkers 5 Medisch urgenten 281 Mantelzorgontvangers/verleners 3 Personen met onbegrepen gedrag 15 Totaal 605 Bron: Werkgroep Urgentiecategorieën regio Haaglanden

In de schatting van de werkgroep urgentiecategorieën is de groep dak- en thuisloze gezinnen met minderjarige kinderen nog niet meegenomen. Deze groep is in 2025 toegevoegd als aandachtsgroep die in aanmerking zal komen voor urgentie. Dak- en thuisloze personen in Nederland worden op gemeenteniveau geteld via een methode genaamd de ETHOS-telling. De resultaten van de ETHOS-telling 2025 in regio Den Haag zijn in oktober 2025 gepresenteerd. Aan de hand daarvan hebben we een schatting uitgewerkt van de additionele woonbehoefte:

(Dreigend) dak- en thuislozen: ETHOS-telling Voor de recent gepubliceerde ETHOS-telling is geteld in verschillende regio’s in Nederland, waaronder de regio Den Haag. Hieronder vallen de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer. ETHOS staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’. De brede definitie omvat in totaal 13 categorieën van uitsluiting van behoorlijke huisvesting. Voor de recent uitgevoerde telling is de ETHOS-Light definitie gebruikt, waarbij de leefsituatie van mensen centraal staat: iedereen die zich bevindt in een leefsituatie die valt onder de ETHOS-Light categorieën wordt beschouwd als (dreigend) dak- of thuisloos.

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

8

De ETHOS-Light definitie bevat 6 categorieën, waar een zevende categorie aan toe is gevoegd: 1. Mensen die leven in de openbare ruimte 2. Mensen in de noodopvang voor dakloze mensen 3. Mensen in tijdelijke opvang voor dakloze mensen 4. Mensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting en mensen die langer in een instelling verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisvesting 5. Mensen in niet-conventionele woonruimten vanwege een gebrek aan passende huisvesting 6. Mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of derden 7. Mensen met een dreigende huisuitzetting zonder passende vervolghuisvesting De ETHOS-tellingen zijn uitgevoerd op 8 april 2025 in verschillende regio’s in Nederland. De resultaten voor de regio Den haag zijn weergegeven in figuur 2.1. Figuur 2.1: Resultaten ETHOS-telling regio Den Haag 2024

Bron: ETHOS-telling regio Den Haag, 2025

Voor de subregio Den Haag komt de totale telling van personen die (dreigend) dak- of thuisloos zijn neer op 6.089 volwassenen. Wanneer kinderen daarbij worden opgeteld komt de telling uit op 7.201 personen. Het betreft 0,83% van het totaal aantal inwoners van de subregio. Cijfers voor de subregio Delft zijn in de huidige telling niet meegenomen.

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

9

Dakloze gezinnen met minderjarige kinderen: Dakloze gezinnen met minderjarige kinderen worden toegevoegd aan de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting als urgente groep. De omvang van deze groep kan het beste via de ETHOS-telling worden geschat. In de ETHOS-telling van regio Den Haag is van 78% van de personen het huishoudtype bekend. De huishoudenssamenstelling is in figuur 2.2 weergegeven. Figuur 2.2 Huishoudenssamenstelling (78% van) getelde personen ETHOS-telling Regio Den Haag, 2024

Bron: ETHOS-telling regio Den Haag, 2025

Voor 100% van de respondenten zou dit kunnen betekenen dat er 677 alleenstaanden met kind(eren) en 178 gezinnen met kind(eren) in een situatie van dakloosheid zitten. Samen gaat het dan om 855 dakloze gezinnen met minderjarige kinderen. Enkel de dakloze gezinnen die niet in een vorm van opvang verblijven krijgen recht op urgentie. Het is niet bekend hoe veel gezinnen in een vorm van opvang verbleven. Wel is bekend welk deel van de kinderen in een vorm van opvang verbleef. 32% van kinderen verbleef in de opvang, 68% (759 kinderen) daarbuiten (zie Figuur 2.3). Figuur 2.3 ETHOS-Ligt classificatie volwassenen, mannen, vrouwen en kinderen, ETHOS-telling Regio Den Haag, 2024

Bron: ETHOS-telling regio Den Haag, 2025

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

10

Op basis van 1.112 getelde kinderen, en een schatting van 855 gezinnen, heeft een gezin gemiddeld 1,3 kinderen. Met deze berekening zouden de 759 dakloze kinderen buiten de opvang behoren tot 584 gezinnen. Via deze grove schatting ontstaat er een behoefte van ongeveer 584 dakloze gezinnen met minderjarige kinderen die in aanmerking zullen komen voor urgentie in subregio Den Haag. Voor subregio Delft is geen telling gedaan, dus is niet eenzelfde schatting te maken. Hogeschool Utrecht en Kansfonds raden het af om een extrapolatie te doen naar een andere regio, omdat dat het doel van de ETHOS-methode (daadwerkelijke telling) tegenstaat. Om door te kunnen rekenen op regioniveau vullen we een aantal in van 146 gezinnen met dakloze minderjarige kinderen die in aanmerking kunnen komen voor urgentie in regio Delft. We benadrukken dat een schatting op basis van inwonertal niet voldoende bruikbaar is, en adviseren de regio Delft om deel te nemen aan de ETHOS-telling. Tabel 2.4: ETHOS-telling regio Haaglanden ETHOS-telling regio Den Haag (Let op: dit betreft een schatting) ETHOS-telling regio Delft (Let op: dit betreft een extrapolatie o.b.v. de schatting van regio Den Haag) Totaal regio Haaglanden (Let op: dit betreft een optelsom van de schatting van Den Haag en de extrapolatie voor Delft) Bron: ETHOS-telling regio Den Haag, 2025, bewerking Companen

Aantallen 584 146 730

De geschatte opgave voor regio Haaglanden die voortkomt uit de ETHOS-telling regio Den Haag is een momentopname van 8 april 2025. Het betreft de totale geschatte behoefte aan huisvesting voor dak- en thuisloze gezinnen met minderjarige kinderen op dat moment. Deze doelgroep zal in aanmerking komen voor huisvesting met urgentie. De totale behoefte staat niet gelijk aan een jaarlijkse behoefte, maar is wel een behoefte op de korte termijn. De jaarlijkse opgave is nog onvoldoende in beeld op basis van deze telling.

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

11

Passende woonvormen voor aandachtsgroepen In samenspraak met de werkgroep is bepaald dat het doel binnen deze huisvestingsopgave de uitstroom naar zelfstandig wonen betreft. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat ongeveer een kwart van de personen die uitstromen uit een intramurale instelling, behoefte heeft aan een tussenvorm. Hoewel de focus hierbij dus op uitstroom naar zelfstandig wonen ligt, verschillende de behoeften aan begeleiding, woonvorm, omgeving en betaalbaarheid tussen de verschillende aandachtsgroepen. Daarom vraagt elke groep om een specifiekere kwalitatieve invulling van wat een ‘passende’ woning betekent. Hieronder benoemen we per groep de gepaste woonkwaliteiten. Uitstromers Beschermd Wonen Gepaste huisvesting voor personen die uitstromen uit Beschermd Wonen zijn studio’s, (kleine) appartementen of gezinswoningen. In veel gevallen zal een huurprijs onder de eerste aftoppingsgrens het meest passend zijn. Geclusterd wonen in de vorm van begeleid wonen of zelfstandig wonen in een wooncomplex of een zelfstandige woning zijn de meest gepaste huisvestingsmogelijkheden. Hier komt vaak ambulante begeleiding bij kijken. Ook is een beschermende, beschutte woonomgeving van belang, met niet te veel prikkels.

Uitstromers klinische GGZ Personen die uitstromen uit de klinische GGZ naar reguliere huisvesting komen meestal in geclusterde woonvormen of reguliere, zelfstandige woningen met (ambulante) begeleiding terecht. Voor hen zijn woningen met een huurprijs onder de eerste aftoppingsgrens geschikt. Een beschermde woonomgeving met weinig prikkels is van belang. Uitstromers MO Personen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang vinden het liefst een zelfstandige sociale huurwoning, met minimaal 1 slaapkamer en doorgaans onder de eerste aftoppingsgrens; voor jongeren onder de kwaliteitskortingsgrens. Soms kan een kamer of bijvoorbeeld een flexwoning een oplossing bieden, mits die als stabiele huisvesting fungeert. Voor jongeren binnen deze doelgroep kunnen eventueel gedeelde voorzieningen worden gerealiseerd. Dit kan in de vorm van begeleid wonen, gemengd wonen, gespikkeld wonen, groepswonen of geclusterd wonen met begeleiding. Uitstromers vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel Wanneer mensen uit de vrouwenopvang uitstromen, of wanneer zij slachtoffer zijn geweest van mensenhandel, hebben zij een woning nodig om hun leven weer op te pakken. Dit zijn doorgaans reguliere woningen onder de aftoppingsgrens, in de vorm van studio’s en (kleine) appartementen, en in geval van uitstromers met een gezin is een gezinswoning gewenst.

In geval dat er sprake is van gevaar in de privéomgeving, is een woning in een andere regio nodig. Het kan zijn dat ambulante begeleiding gewenst is om zelfredzaamheid te bevorderen. Uitstromers jeugdzorg Wanneer jongeren uitstromen uit jeugdzorg met verblijf, dan komen zij op verschillende plekken terecht. Een deel stroomt uit naar vormen van beschermd wonen of een tussenvorm zoals een kamertrainingscentrum. Een ander deel stroomt uit naar zelfstandig wonen, eventueel met ambulante begeleiding. Voor hen zijn kamers/studio’s, flexwoningen of kleine reguliere woningen in een omgeving die het risico op ondermijning beperken, geschikt. Vormen van zelfstandig wonen voor jongeren onder de 21 jaar moeten een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens hebben, zodat de jongeren in aanmerking komen voor huurtoeslag.

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

12

Uitstromers (jeugd)detentie en forensische zorg Personen die uitstromen uit langdurige detentie hebben doorgaans op zeer korte termijn een reguliere sociale huurwoning of appartement nodig die past bij hun inkomen en gezinsgrootte (in geval van ouderschap). Voor jongeren kan dit ook een kamer of studio zijn. De woning kan een flexwoning zijn, mits dit stabiele huisvestiging biedt voor een langere periode. Een huurprijs onder de eerste aftoppingsgrens is gewenst. Stabiele huisvesting en een omgeving die de kans op recidive beperkt zijn gewenst. Personen die uitstromen uit forensische zorg stromen veelal uit naar forensisch beschermd wonen, en soms direct naar reguliere huisvesting. Forensisch beschermd wonen is een verblijfsvoorziening met persoonlijke zorg en ondersteunende begeleiding in een beschermde woonomgeving. Wanneer cliënten (direct of vanuit forensisch beschermd wonen) uitstromen naar reguliere huisvesting, is de mogelijkheid tot het ontvangen van ambulante begeleiding belangrijk. Uitstappende sekswerkers Personen die als sekswerker uitstappen, hebben behoefte aan een woning zodat zij in een nieuwe omgeving kunnen uitstromen naar een andere levensstijl. Dit kunnen reguliere woningen zijn in de vorm van studio’s of appartementen, en in geval van ouderschap is een gezinswoning wenselijk.

Onderzoek naar belemmerende factoren bij uitstappen uit sekswerk toont aan dat financieel rondkomen en het niet kunnen vinden van betaalbare huisvesting een grote belemmering vormen in het uitstroomproces. Afhankelijk van het inkomen zijn sociale huurwoningen met een prijs tot de liberalisatiegrens dan vaak passend. Mantelzorgontvangers/verleners Wanneer intensieve mantelzorgverlening noodzakelijk is en/of de reisafstand tussen mantelzorgontvanger en -verlener groot is, dan kan worden overwogen om te verhuizen om de zorgverlening efficiënter te maken. Er is dan mogelijkheid om een (pre-)mantelzorgunit/-aanbouw te bouwen in de tuin. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om via sociale urgentie een aanvraag te doen voor een sociale huurwoning in de buurt van de mantelzorgontvanger of de mantelzorgverlener. Waar een mantelzorgontvanger vaak baat heeft bij een nultreden of zorggeschikte woning, volstaat voor een mantelzorgverlener vaak een reguliere woning. Medisch urgenten De groep medisch urgenten betreft mensen met een lichamelijke of zintuiglijke beperking, of psychische kwetsbaarheid die wegens ernstige en chronische medische redenen andere huisvesting nodig hebben, omdat de huidige woning hen niet meer in staat stelt zelfstandig te wonen of hun behandeling te ontvangen. Deze aandachtsgroep omvat personen met veel verschillende woonwensen en -behoeften.

Wat zij allen gemeen hebben, is dat ze een (zorg)geschikte woning naar gelang bestedingsruimte, en passend bij gezinsgrootte zoeken. Dit kan zowel een koopwoning als een huurwoning zijn. Mensen met een lichamelijke of zintuigelijke beperking kunnen veelal zelfstandig wonen of gespikkeld wonen in woonwijken. Wanneer de zorgbehoefte groot is, dan biedt geclusterd wonen met begeleiding vaak een uitkomst. Geclusterde woonvormen waarin mensen gezamenlijk wonen hebben een ontmoetingsruimte en gemeenschappelijke voorzieningen. Vaak zijn ruimtelijke aanpassingen vereist. Denk hierbij aan ruime gangen, verbrede deuren en aangepaste drempels. Een zorggeschikte gelijkvloerse woning of een woning met (trap)lift is in veel gevallen gepast. Voor personen met een zintuigelijke beperking zou de mogelijkheid tot digitale bediening of stem-handbediening de woonkwaliteit verbeteren. Aanpassingen voor deze twee groepen kunnen dus

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

13

zowel betrekking hebben op ruimtelijke indeling als op implementatie van technologie in de woningen. Daarnaast is de beschikbaarheid van zorg op afroep of ADL-ondersteuning een belangrijk vereiste voor deze aandachtsgroepen. Personen met een psychische kwetsbaarheid (die minstens 12 maanden voorafgaande behandeling bij een specialistische tweedelijns instelling hebben gehad), kunnen aanpassingen zoals betere geluidsisolatie of verstelbare/flexibele ruimtes binnen hun woningen nodig hebben, om zo prikkelarm mogelijk te kunnen wonen. Personen uit deze groep kunnen baat hebben bij gespikkelde of geclusterde woonvormen. Personen met onbegrepen gedrag Passende huisvesting en opvang voor mensen met onbegrepen gedrag is cruciaal. Wonen in een reguliere woonomgeving is niet altijd haalbaar voor deze mensen. Een voorbeeld van een geschikt woonconcept is Skaeve Huse. Hier kunnen ze op gepaste afstand van andere woningen, in een rustige omgeving met weinig prikkels van buitenaf wonen met begeleiding. Het helpt bewoners om grip op hun leven te krijgen en door te wonen op gepaste afstand van woonwijken vermindert de overlast voor anderen. Een deel van de mensen met deze problematiek ontvangt begeleiding door middel van de Levensloopaanpak (LLA). Dit is een landelijk project voor volwassenen die langdurige ondersteuning nodig hebben.

Bijvoorbeeld wanneer er een hoog risico is op gevaarlijk gedrag, of terugkerende moeilijk beheersbare problematiek. Bij de levensloopaanpak zijn verschillende instanties betrokken, zoals zorg- en veiligheidshuizen, reclassering, de DJI en andere hulpverleners. Deze instanties trekken samen op en helpen deze personen om een zo stabiel mogelijk leven op te bouwen. Een veilige en passende woonplek is een zeer belangrijk onderdeel hiervan. In het traject wordt een levelsloopplan opgesteld waarin het einddoel wordt gesteld. Waar kan iemand uiteindelijk het beste wonen? Wat is het ideale woonprofiel? Vervolgens wordt gekeken hoe daar te komen, en wat daarvoor georganiseerd moet worden. Misschien is er een ambulant of juist langdurig klinisch behandeltraject nodig, of misschien beschikt iemand al wel over de benodigde woonvaardigheden voor de beoogde woonplek. Doel is een stabiele verblijfsplek, passend bij de benodigde ondersteuning of zorg.

2.2 Vrijkomend aanbod in de bestaande woningvoorraad Mutaties sociale huursector Personen die tot een aandachtsgroep behoren hebben vaak minder te besteden dan reguliere woningzoekenden. Het overgrote deel van hen zal behoefte hebben aan een sociale huurwoning, de meesten met een huurprijs tot de eerste aftoppingsgrens. Met de komst van de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting komen meer mensen in aanmerking voor een sociale huurwoning met urgentie. In de regio is afgesproken om het percentage vrijkomende sociale huurwoningen dat naar bijondere doelgroepen zal gaan voor elke gemeente te begrenzen op 30%. Deze begrenzingsafspraak voorkomt dat er, als gevolg van de toename in urgenties, geen woningen meer vrijkomen voor reguliere woningzoekenden binnen de sociale huurwoning. Daarnaast moet de afspraak voorkomen dat de leefbaarheid nog verder onder druk komt te staan. Het huidige aantal mutaties heeft sinds 2018 licht geschommeld, met een uitschieter naar boven in 2021. Sindsdien is het aantal mutaties weer gedaald, naar onder het niveau van 2018 (zie figuur 2.4). Er komen dus minder sociale huurwoningen vrij dan de afgelopen jaren het geval is geweest. Dit geldt voor het

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

14

geheel aan mutaties in de sociale huurvoorraad, en ook specifiek voor verhuringen tot de eerste aftoppingsgrens. In 2024 zijn 7.334 woningen verhuurd, waarvan 4.504 onder de eerste aftoppingsgrens. Gemiddeld over de periode 2022-2024 ging het om 7.720 mutaties in gehele sociale voorraad, waarvan 4.903 tot de eerste aftoppingsgrens.

Figuur 2.4 Mutatiegraad sociale huur 2018-2024, Regio Haaglanden 10.000

8.000

9.002 7.762

7.486

7.666

7.332

8.162 7.334

6.000 5.703 4.000

6.011 5.275

5.078

4.872

5.127 4.504

2.000

0 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Sociale verhuringen (alleen wat meetelt voor HVO) Verhuringen onder 1e aftopgrens (alleen wat meetelt voor HVO) Bron: SVH, 2025

2.3 Knelpunten Een licht afnemend aantal mutaties, in combinatie met een toenemend aantal aandachtsgroepen en aanspraken op urgentie, betekent dat de woonbehoefte van aandachtsgroepen een steeds groter beroep zal doen op de sociale huurvoorraad. Door de begrenzingsafspraak van 30% wordt voorkomen dat dit beroep zó groot wordt dat andere woningzoekenden geen kans meer maken op een sociale huurwoning. Op basis van het gemiddelde aantal urgenties van 7.720 over de periode 2022-2024, zouden er maximaal 2.316 (30%) sociale huurwoningen voor aandachtsgroepen beschikbaar zijn. Op basis van de schatting van de werkgroep zijn er 2.264 woningen nodig voor de urgente aandachtsgroepen. Op het eerste oog lijkt er dus geen knelling te ontstaan, maar er is wel degelijk sprake van knelling. Er zijn naast de urgente aandachtsgroepen die de werkgroep heeft geschat nog meer mensen die een beroep doen op het vrijkomende aanbod: • Er wordt een urgente groep toegevoegd aan de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting, te weten dakloze gezinnen met minderjarige kinderen (die niet in de opvang verblijven). Op basis van een grove schatting en extrapolatie zou het kunnen dat er in de regio 730 gezinnen tot deze groep behoren. De totale behoefte staat niet gelijk aan een jaarlijkse behoefte, maar is wel een behoefte op de korte termijn.

De jaarlijkse opgave is nog onvoldoende in beeld op basis van de ETHOS-telling. • Regio Haaglanden kent ook urgentie toe aan overige bijzondere doelgroepen, waaronder personen met sociale urgentie. De werkgroep schat dat het gaat om 371 personen per jaar in de regio.

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

15

•

De regio blijft verantwoordelijk voor een taakstelling van statushouders. Gemiddeld over de periode 2022-2024 heeft de regio 777 woningen aan statushouders verhuurd per jaar, waarvan gemiddeld 576 tot de eerste aftoppingsgrens. Conform de verdeelafspraak in de regio Haaglanden valt deze groep ook onder de begrenzing van 30%.

In totaal komt de schatting uit op 3.412 huishoudens per jaar die als bijzondere doelgroep op zoek zijn naar een woning binnen de sociale huursector. Daarnaast zoeken rond de 730 dakloze gezinnen met minderjarige kinderen op de korte termijn een sociale huurwoning. Figuur 2.5 Bijzondere doelgroepen, definitie SVH

Bron: Werkgroep Urgentiecategorieën/Doelgroepen Maatschappelijke Opvang & Beschermd Wonen, 2025

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

16

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

17

Per jaar zijn dus ca. 3.412 huishoudens als bijzondere doelgroep op zoek naar een sociale huurwoning. In 2022-2024 waren er gemiddeld 7.720 mutaties per jaar in de sociale huurvoorraad, waarvan op basis van de regionale begrenzingsafspraak van 30% maximaal 2.316 woningen beschikbaar komen voor bijzondere doelgroepen. Voor bijzondere doelgroepen is er dus een jaarlijks tekort aan circa 1.096 mutaties in de sociale huurvoorraad. Om alle bijzondere doelgroepen die een beroep doen op een sociale huurwoning te kunnen huisvesten, zullen dus bijna 1.100 extra woningen voor hen beschikbaar moeten komen op jaarbasis. Bij een begrenzingsafspraak van 30%, betekent een ambitie van het huisvesten van alle bijzondere doelgroepen binnen 30% van de mutaties, dat er in totaal 11.373 mutaties binnen de sociale huur op jaarbasis nodig zouden zijn. In deze berekening is de behoefte van dak- en thuisloze gezinnen met minderjarige kinderen nog niet opgenomen. In de regio Haaglanden behoren naar schatting 730 gezinnen tot deze doelgroep. Zij hebben allen behoefte aan een woning met urgentie op de korte termijn. De jaarlijkse opgave is nog onvoldoende in beeld. Bijna 75% van statushouders wordt in corporatiewoningen tot de eerste aftoppingsgrens gehuisvest.

Ook van de aandachtsgroepen en overige bijzondere doelgroepen is het grootste deel aangewezen op een woning met huurprijs tot de eerste aftoppingsgrens. In 2022-2024 waren er gemiddeld 4.903 mutaties met een huurprijs tot de eerste aftoppingsgrens. Het grootste deel van de extra benodigde mutaties zal in dit prijssegment moeten landen. Deze grote en urgente opgave vraagt om creatieve, effectieve en efficiënte oplossingen. Naast het bouwen van reguliere woningen, zullen we tussenvormen moeten ontwikkelen en gebruik moeten maken van kansen binnen de bestaande voorraad om de vraag op korte termijn op te kunnen vangen. Hoofdstuk 3 bevat aanbevelingen op dit gebied.

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

18

3 Aanbevelingen De resultaten van dit onderzoek geven weer dat de regio de komende jaren aan de slag moet met een flinke huisvestingsopgave. Het zal een aanzienlijke tijd in beslag nemen om alle woningzoekenden binnen de verschillende aandachtsgroepen van een passende woning te voorzien, en daarbij rekening te houden met de verschillende behoeften als het gaat om begeleiding, woonvormen, omgeving en betaalbaarheid. Tegelijkertijd heeft een combinatie van te beperkt passend aanbod en bureaucratie als effect dat mensen met deze woningbehoeften vandaag de dag al veel belemmeringen ervaren bij het betreden van de huizenmarkt, wat hun zelfredzaamheid en levenskwaliteit aanzienlijk kan beperken. Om op de lange termijn gunstige resultaten te kunnen behalen, zijn slagen op korte termijn nodig. In hoofdstuk 3 geven we een aantal richtingen en voorbeelden.

3.1 Regionale coördinatie In samenspraak met de werkgroep kwam naar voren dat regionale coördinatie binnen dit vraagstuk nadrukkelijk gewenst is. Momenteel wordt nog te vaak afgeweken door lokale instanties, waardoor het hogere doel niet behaald kan worden. Een aanbeveling die we hierbij dan ook doen is het aanstellen van één partij die op regionaal niveau de huisvesting coördineert, met name op het vlak van de kwantitatieve verdeling van de groepen over de verschillende gemeenten. Een mogelijk voorbeeld van een instantie die de regionale coördinatie op zich kan nemen, is de SVH. De betreffende instantie is met name verantwoordelijk voor de verdeling van de ‘aantallen’, maar daarmee niet automatisch voor de daadwerkelijke huisvesting. Op deze manier zijn de aantallen te huisvesten personen binnen aandachtsgroepen voor elke gemeente helder, en is de daadwerkelijke huisvesting en invulling vervolgens aan de samenwerking tussen de gemeente en corporaties.

3.2 Alternatieve woonoplossingen voor mensen met een urgente woningbehoefte Gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor kwetsbare inwoners die hun situatie niet zelfstandig kunnen verbeteren. Een woonruimte is een erg belangrijke stap om zelfredzaam te worden en de leefsituatie te verbeteren. Er zijn verschillende invalshoeken mogelijk om het huisvesten van mensen met een urgente woningbehoefte te versnellen. We onderscheiden drie strategieën: 1. Het creëren van extra (tijdelijke) woonruimte. 2. Het beter benutten van bestaande woningen door woningdeling. 3. Het versnellen van toewijzing voor mensen met urgente woonbehoeften.

1. Toevoegen van (tijdelijke) woonruimte Gemeenten kunnen samenwerken met woningcorporaties, investeerders, zorginstellingen en maatschappelijke initiatieven om nieuwe woonvormen te realiseren, beheren en toewijzen. Flexwoningen en verplaatsbare units Modulaire, verplaatsbare woningen bieden een snelle en flexibele oplossing voor tijdelijke huisvesting. Ze zijn eenvoudig te plaatsen, aan te passen en te demonteren. Flexwoningen kunnen een flexibele schil van verplaatsbare woningen vormen, die schommelingen in vraag en aanbod op kunnen vangen. Het Rijk heeft de afgelopen paar jaar subsidies verstrekt aan gemeenten, zodat zij de bouw van Flexwoningen

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

19

kunnen stimuleren. De ontwikkelaars van Flexwoningen kunnen zowel commerciële als sociaalmaatschappelijke initiatiefnemers zijn. Flexwoningen zijn niet langer containerachtige modules, maar worden steeds vaker gebouwd volgens reguliere nieuwbouweisen, onder andere op het gebied van bouwmaterialen en duurzaamheid. Dit brengt hogere bouwkosten met zich mee, maar ook een langere levensduur van de woning en een prettigere woonervaring. Naast het bouwen van Flexwoningen, is een andere mogelijkheid om flexwonen te creëren binnen de bestaande voorraad, bijvoorbeeld door de inzet van leegstaande sloopwoningen met tijdelijke huurcontracten. Flexwoningen zijn geschikt voor spoedzoekers zoals jongeren met een moeilijke thuissituatie, gescheiden personen of mensen zonder inschrijving als woningzoekende, bijvoorbeeld uitstromers uit intramurale instellingen. Het geschikte type flexwoning is afhankelijk van de beoogde huishoudens. Studio’s zijn geschikt voor jongeren, Tweekamerappartementen voor alleenstaanden, en drie- of meerkamerwoningen voor gezinnen of zwangere vrouwen. Woningsplitsing Door grotere woningen te splitsen, ontstaat extra woonruimte zonder nieuwe grond te gebruiken. Dit kan via: • Zachte splitsing: gedeelde voordeur, eigen kamer en sanitair. •

Bouwkundige splitsing: zelfstandige wooneenheden met eigen huisnummer.

Zachte splitsing is vooral geschikt voor jongeren; bouwkundige splitsing is beter voor volwassenen en gezinnen. Gemeenten kunnen splitsing stimuleren via versoepeld splitsingsbeleid en door het oprichten van een platform dat woningeigenaren en geïnteresseerden verbindt en informeert. Transformatie van leegstaand vastgoed Leegstaande gebouwen zoals kantoren, scholen, verzorgingstehuizen of gevangenissen kunnen worden omgebouwd tot woonruimte en extra aanbod in de daklozenopvang. Dit vereist minder bouw dan nieuwbouw en benut bestaande locaties. Een regionale taskforce kan actief zoeken naar geschikte panden. Voor jongeren zijn studio’s en kamers met gedeelde voorzieningen passend. Volwassenen en gezinnen hebben baat bij zelfstandige appartementen. Het woonklaar maken van een pand kan met hulp van donateurs, ondernemers of met overheidsfinanciering. Gemeenten kunnen gebruikmaken van de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT) voor financiering. Optoppen, aanplakken en inplinten Ruimtegebrek vraagt om creatieve oplossingen zoals bouwen bovenop bestaande gebouwen (optoppen), aanbouwen aan de zijkant (aanplakken), of het benutten van de begane grond (inplinten). Ook bijgebouwen zoals garages kunnen worden omgevormd tot woonruimte. Naast dat dit bijdraagt aan ruimteoptimalisatie, zijn er ook financiële voordelen aan verbonden.

Zo kan het toevoegen van sociale huurappartementen op bestaande (meer)gezinscorporatiewoningen de sociale huuropgave op dure nieuwbouwgrond verlichten. Optoppen is daarmee voor zowel gemeenten, bouwers als corporaties een financieel aantrekkelijke aanvulling op de traditionele nieuwbouw. Passantenhotels Passantenhotels zijn complexen waar mensen een kamer kunnen huren, vaak voor meerdere maanden, totdat zij vervolghuisvesting hebben gevonden. Dit concept is vooral geschikt voor alleenstaande volwassenen en jongeren zonder vaste woonplek. In Amsterdam is al jaren ervaring met passantenhotels in verschillende varianten, bedoeld voor zelfredzame dakloze inwoners. Bewoners betalen hier een

3600.115 | Huisvesting Aandachtsgroepen

20

pensionprijs en krijgen daarvoor een eigen kamer. In het passantenhotel is geen eigen kookgelegenheid. Na een verblijf van zes maanden kunnen bewoners doorstromen naar een passantenpension, waar wel eigen kookgelegenheid wordt geboden. Ook hier kunnen bewoners maximaal zes maanden verblijven.

2. Woningdelen Parentshouses Voor ouders in een scheidingssituatie biedt een Parentshouse tijdelijke woonruimte. In Parentshouses wonen meerdere gescheiden ouders samen in een huis, voor een periode van maximaal 1-2 jaar. Zij hebben ieder een grote kamer, waarin ook de kinderen kunnen komen logeren. Ze delen een gezamenlijke woonkamer, keuken en badkamer. Parentshouses worden gerund door zelfstandige stichtingen. Gemeenten kunnen deze stichtingen financieel ondersteunen bij het realiseren van Parentshouses, maar ook door een soepele vergunningverlening. Daarnaast kan de samenwerking bestaan uit een goede informatievoorziening door de gemeente: een gemeentelijk scheidingsloket kan ouders op de hoogte brengen van de mogelijkheden voor het verblijven in een Parentshouse. Stichting The ParentsHouse is al actief in Zoetermeer. Hospitaverhuur Door kamers in particuliere woningen tijdelijk te verhuren, ontstaat extra woonruimte. Aangezien het aanbod aan hospitaverhuur afhankelijk is van particulieren, is het van belang dat er voldoende duidelijke en overtuigende informatie beschikbaar is voor inwoners van de gemeenten over het verhuren van een kamer in huis. Er kan worden ingezet op een informatiecampagne, en samenwerking met organisaties als HospiHousing en Kamers met Aandacht kan waardevol zijn om verhuurders en kwetsbare jonge huurders aan elkaar te koppelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16647821/1