Concept-handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 25 september 2025
Tekst van het document
We verschillen alleen van mening over hoe we dat doen, maar lof voor het initiatief. De VOORZITTER: Dat was geen vraag. Daar hoeft mevrouw Grobben dus geen tijd aan te spenderen. Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 7.2.1 (33% sociaal borgen in plancapaciteit) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 25 september 2025, constaterende dat:
de Woonvisie inzet op minimaal 33% sociale huur in 2040, exclusief studenten; uit de Woonmonitor blijkt dat ongeveer 23% van de huidige plancapaciteit bestaat uit sociale woningen; dit percentage achterblijft bij de beleidsdoelstellingen uit de Woonvisie;
overwegende dat om te zorgen dat er voldoende betaalbare woningen beschikbaar komen, bijsturing noodzakelijk is; verzoekt het college: 48
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
1. binnen 6 maanden met een concreet voorstel te komen dat ervoor zorgt dat de plancapaciteit al in 2026 (exclusief studentenwoningen) minimaal 33% sociale huur bedraagt, conform de doelstellingen uit de Woonvisie 2023-2028; 2. per wijk de plancapaciteit te tonen (totaal en sociaal) en wat die plannen doen met de 33%-doelstelling; opnemen in de eerstvolgende Woonmonitor en daarna jaarlijks; 3. deze voortgang te verankeren in de prestatieafspraken met de corporaties, en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw KOK (SP): Voorzitter. De SP is uiteraard voor elk plan dat zorgt voor meer sociale woningen. We willen dat namelijk al jaren. We hebben dan ook onophoudelijk aangedragen dat het woningbeleid van de afgelopen jaren en zelfs de afgelopen decennia zorgt voor problemen en dat in nieuwbouwprojecten in elk geval het percentage aan sociale woningen op orde moet zijn. Ik ben ook echt benieuwd wat STIP van deze motie vindt. Tenslotte waaien zij al jaren als een vlag in de wind. In de vorige raadsperiode liepen ze aan het handje van de VVD mee en nu lijkt men mee te lopen met dit college, maar wat gebeurt er nou volgend jaar in maart? Welke kant gaat de vlag dan op? Het zou goed zijn als STIP als grote partij in deze stad een langeretermijnvisie zou krijgen, zodat we weten waar we aan toe zijn. De VOORZITTER: U wordt op uw wenken bediend.
Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Ik mag de SP meteen antwoord geven. Wij hebben deze Woonmonitor gelezen. Om te beginnen zijn we heel blij met de toezegging die we in de commissie hebben gekregen dat we meer zicht krijgen op de particuliere voorraad. We vinden het namelijk belangrijk om die twee dingen goed naast elkaar te kunnen leggen, zodat we goed grip krijgen op de situatie en daar goede besluiten over kunnen nemen. Ik begin met de motie van Hart voor Delft. U heeft in mijn interrupties misschien al kunnen horen dat de door Hart voor Delft geschetste zorgen de accenten niet leggen waar we nu de pijnpunten hebben. In de Woonmonitor lezen we dat we tot komend jaar sowieso nog een derde sociaal hebben en waarschijnlijk ook tot 2030. Dit heeft op termijn bijsturing nodig; dat erkennen wij ook, maar de motie vraagt om een plan dat nu disproportioneel veel capaciteit gaat vragen voor een tekort dat pas op termijn ontstaat. Laten we de accenten nu dus leggen waar dat nodig is. Wij onderstrepen daarmee ook onze oproep om richting de Huisvestingsverordening de inefficiëntie van de voorraad wat beter in beeld te krijgen. De heer TREFFERS (Volt): We horen STIP eigenlijk beredeneren dat we in Delft pas na 2030 onder de een derde sociale huur zakken en dat we dus tot dat moment moeten wachten totdat we daar iets aan gaan doen.
Ik ben het ermee eens dat dit een heel ambitieuze motie is, maar wat is nou het moment waarop u wél wilt acteren als we zien dat we binnen vijf jaar onder dat percentage gaan vallen met plannen die we nu aan het maken zijn? 49
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Mevrouw KOK (SP): We zijn echt in nog geen tien jaar van 48% naar bijna onder 30% gedoken. Dat komt door de afgelopen jaren, de Woonmonitoren, de Woonvisies en noem ze maar op. Nu gaan we wachten tot het helemaal spaak loopt. We moeten echt zorgen dat er sociale woningen komen. Ik ben heel blij dat mevrouw Grobben … Ik had de moed om moties te maken al een beetje opgegeven. Ik ben dus heel blij dat mevrouw Grobben toch weer de moed gevonden heeft, omdat onze moties over sociale woningen altijd weggestemd worden. We zitten tot zó diep in - hoe ga ik dat netjes zeggen? - het gedoe vanwege te weinig woningen en nu gaan we weer wachten totdat we onder de 30% duiken. Waarom sturen we niet direct bij? Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Ik kan het niet beter verwoorden dan mijn twee voorgangers. Ik sluit me daar volledig bij aan, want dat wilde ik ook zeggen. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Deze partijen schetsen eigenlijk het beeld dat STIP achterover zou leunen. Dat is niet zo. We gaan de komende jaren namelijk wel gewoon sociale huur bijbouwen. Daar zijn we ook ontzettend blij mee, maar we hebben ook de opgaven van de hele stad, van verschillende delen in onze voorraad. Dat is ook de betaalbare koop, dat is ook de middenhuur en dat is ook studentenhuisvesting, die enorm achterblijft. We moeten nu focussen op waar de pijnpunten nu liggen.
Dat betekent dat we de komende jaren moeten gaan kijken hoe we gaan bijsturen, maar ja, dat moet ook met het Rijk, dat over de brug moet komen. We kunnen hier wel blijven wensdenken, maar we hebben ook het geld nodig om samen met de woningcorporaties een derde sociaal te behouden. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik vind het echt pijnlijk dat STIP hier beweert dat de sociale huurvoorraad geen pijnpunt is in het Delftse woningsysteem, want we zien dat mensen jaren moeten wachten op een sociale huurwoning. Die mensen hebben zo'n woning nodig, zodat ze in deze stad kunnen leven op een manier die betaalbaar is, ook voor mensen die niet zoveel verdienen als sommigen van ons. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Ik vraag Volt oprecht wat we nu concreet moeten doen om op dit moment bij te sturen, want op dit moment zitten we gewoon op die 35%. We gaan er tot 2030 niet onder duiken. Ja, we moeten bijsturen. Wat wil Volt dan concreet? De heer TREFFERS (Volt): Volgens mij weet mevrouw Fung Fen Chung ook dat zo'n proces van woningen toevoegen jaren kost. Dat we nu weten dat we in 2030 onder dat percentage gaan zakken, komt doordat die plannen nu worden gemaakt. Dat betekent dus ook dat je die plannen moet aanpassen als je dat doel in 2030 moet halen. Daar hebben we in de commissie al een uitgebreide discussie over gehad.
Meer coalitiepartijen hebben gezegd dat dit niet helemaal de cijfers zijn waarover zij het gesprek willen hebben. Ik vind van wel. Daarom hebben we een toezegging van de wethouder gevraagd en gekregen om een analyse te maken van de plannen die in de toekomst liggen, wat verder in de toekomst dan de plannen waar mevrouw Grobben het over heeft. Tegelijkertijd ging dat over betaalbare woonruimte, de 67% waar we het over hebben. Ik ben het eigenlijk heel erg met 50
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
mevrouw Grobben eens dat sociale huur daar niet bij mag achterblijven. De vraag aan de wethouder is dus of zij in de analyse die zij toch al gaat maken, ook een aanzet kan geven van wat we kunnen doen om die sociale huurpercentages omhoog te krijgen in onze plancapaciteit. De VOORZITTER: Ik maak u erop opmerkzaam dat het over de Woonmonitor gaat en dat dit niet een heel woonvisiedebat is, maar dat is slechts een advies om op tijd klaar te zijn. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. De Woonmonitor laat zien wat veel Delftenaren dagelijks ervaren: de druk op de woningmarkt neemt toe, betaalbare woningen zijn schaars en de woontevredenheid daalt. Onafhankelijk Delft zegt: we moeten bouwen voor mensen en niet voor de markt. We willen meer woningen voor jongeren en starters, want anders verliezen we onze jeugd aan andere steden. We willen graag passende woningen voor senioren, zodat de doorstroming op gang komt. We maken ons dus ook grote zorgen dat het aandeel sociale huur richting 2040 onder de 30% blijft. Dat vinden wij natuurlijk onacceptabel, maar het is allemaal wensdenken. We willen hier natuurlijk allemaal hetzelfde; niemand hier is tegen bouwen en hulp aan iedereen die een huis nodig heeft. Ik vraag me alleen af of mensen hier ook nadenken over hoe die huizen gebouwd gaan worden, want we komen enorm veel handen tekort om dat sowieso te doen.
Onafhankelijk Delft heeft een tijdje geleden een voorstel ingediend bij wethouder Zwart om mensen die niet goed kunnen leren maar bijvoorbeeld wel goed kunnen werken met hun handen, versneld een bepaalde opleiding te laten doen, zodat zij bijvoorbeeld ingezet kunnen worden bij woningcorporaties om te stuccen, te metselen of dat soort dingen. Ik denk dat we in deze raad ook eens een keer een gesprek moeten gaan voeren over hoe wij die werkloze jongeren waar we geen kant mee op kunnen, die op de bank liggen en die vervallen in criminaliteit, op die manier aan het werk kunnen krijgen. Dan kunnen we de woningmarkt waarschijnlijk ook weer een beetje helpen opkrikken. Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. Ik vind dit een mooie oproep van OD. Verder zijn wij natuurlijk ook voor meer sociale huur. We sluiten ons aan bij de opmerkingen van de PvdA, want bij ons blijft de vraag nog steeds of deze motie in de huidige vorm haalbaar is. Ik vond de vraag van Volt ook interessant. Daar hoor ik dus graag een antwoord op. De VOORZITTER: Wethouder Schrederhof heeft de mogelijkheid om uw vragen te beantwoorden. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik hoop van harte dat dat lukt, maar anders komen er wel vervolgvragen. De Woonmonitor is een registratiesysteem, geen beleidsdocument. Daarna ga je aan beleid werken.
Er gaan hier heel veel cijfers over tafel over percentages sociale huurvoorraad. Bij de 48% die in de oude Woonvisie stond, zaten ook de particuliere sociale woningen. Je zou nu ook de studentenhuisvesting mee kunnen tellen. Dan zit je echt veel hoger dan die 33%, maar we hebben afgesproken dat we in deze Woonvisie sturen op die 33%. We lopen het risico dat we daar in 2030 onder zakken, zoals we ook in de commissie 51
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
hebben besproken. Dat willen we niet met elkaar. We zien nu trouwens al wel dat in de nieuwe plannenregistratie het aantal sociale woningen weer wat toeneemt. Wat is nou de afspraak die we met elkaar hebben gemaakt? We gaan de plannen die al lopen en waar nog ruimte is om het gesprek te kunnen voeren of nieuwe plannen vooral benutten om met elkaar te gaan verkennen hoe we de balans in de betaalbaarheid voor elkaar krijgen. Ik zal maar gelijk duidelijk zijn: betaalbaarheid is óók het goed in beeld brengen van de sociale huursector; dat is daar een onderdeel van. Dat is niet morgen af. Wij moeten dat uiteindelijk ook vanuit het Rijk doen: wij moeten een volkshuisvestingsplan maken. Vroeger was dat voor een deel doelgroepenbeleid. Daarin wordt heel helder omschreven - dat kan ook verankerd worden in de omgevingsplannen - wat wij de komende tijd gaan ontwikkelen voor verschillende doelgroepen. Daar nemen we dat dus keurig in mee. Wat is daarvoor nodig voordat wij dat gesprek aangaan? Ook dat hebben we met elkaar besproken: het is nodig dat de wetgeving die het Rijk nu aan het ontwikkelen is, wordt vastgesteld. Anders zijn we van alles aan het bedenken en dan blijkt die wet niet aan te sluiten. Dat is de Wet regie volkshuisvesting, maar ook de verdere uitwerking van de realisatiestimulans. Met andere woorden: wij gaan hier wel degelijk mee aan de slag.
Dat hebben we volgens mij in de commissie ook keurig met elkaar besproken en dat is ook in een toezegging verankerd. De termijn om dat halverwege 2026 te hebben, is echt snel en hijgerig. Dan heb je de gesprekken met de betrokken partijen niet goed gevoerd. Ik denk dat we een heel groot deel van wat mevrouw Grobben wil al met elkaar hebben afgesproken, maar de in de motie genoemde termijn is echt niet haalbaar. Daarmee is de motie ook niet uitvoerbaar. Heel veel van wat erin staat, ook het meenemen van corporaties in dit traject, is ook al verankerd. De VOORZITTER: Wethouder Zwart reageert op de inbreng van mevrouw Gaal. Wethouder ZWART: Voorzitter. Mevrouw Gaal had inderdaad een nadrukkelijke vraag of opmerking met betrekking tot mijn portefeuille. Daar hebben we vaker over gesproken en we delen het belang daarvan heel erg. Daarom wil ik hier een mijlpaal benoemen. Een week geleden hebben we samen met Rijswijk een eerste bouwpraktijk geopend. Bij ERA Contour, dus op de bouwplaats van een nieuwbouwproject, zijn nu achttien mensen met afstand tot de arbeidsmarkt twaalf weken aan de slag gegaan om echt op allerlei manieren in de bouw te leren voor elektricien, tegelzetter enzovoort; vraag me niet naar alle onderdelen.
Dat is een hele mooie manier om hiermee aan de slag te gaan, want we zien dat Delft alléén vaak te klein is om hiermee aan de slag te gaan, omdat we te weinig mensen hebben om zo'n bouwpraktijk of zo'n leerweg volwaardig neer te zetten, maar juist in regionaal verband lukt het nu wel. Dat is een hele positieve ontwikkeling. De VOORZITTER: Mevrouw Gaal heeft een hele korte vraag, want anders kan het in haar tweede termijn. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Het is fantastisch om te horen dat deze mijlpaal is gerealiseerd. Ik mag hopen dat onze inbreng van toen daaraan heeft bijgedragen. 52
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Ik snap dat het niet haalbaar is. Om eerlijk te zijn had ik dat ook verwacht, maar hoe gaan we er dan voor zorgen dat het, als we hier over twaalf maanden weer over spreken - u bent er dan niet meer; uw opvolger zal mij dan beantwoorden als ik het geluk heb dat ik hier dan nog mag zitten - weer niet onder 33% is of dat het zelfs nog verder gezakt is en nog onder 23% komt? Wat gaan we dan doen? Hoe gaan we dan bijsturen? Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Hier beginnen we natuurlijk mee zodra we duidelijkheid over het rijksbeleid hebben. Het wordt ook een wettelijke verplichting: dat volkshuisvestingsprogramma moet gewoon door elke gemeente gemaakt worden. Bij ons zijn de Woonvisie en de Woonmonitor dan logische gevolgen. Feitelijk staat in de Woonmonitor gewoon dat we niet onder die 33% willen komen. Dat is nog steeds vigerend beleid. Ik neem dus aan dat mijn opvolger dat gewoon keurig meeneemt en dat u blijft toetsen of we met elkaar goed op weg gaan om binnen die 33% te blijven. De VOORZITTER: Daarmee hebben we ook de tweede termijn van de kant van het college gehad. Ik sluit de beraadslaging. In stemming komt motie 7.2.1 (33% sociaal borgen in de plancapaciteit) van Hart voor Delft.
De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Bijsturen moeten we zeker, maar het college geeft aan hiermee aan de slag te gaan. Het uitwerken van deze bijsturing moeten we goed en zorgvuldig doen. De motie is daarom wat ons betreft overhaast en wij zullen ertegen stemmen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ook al staan we helemaal achter het doel van de motie, wij zien ook dat zij niet uitvoerbaar is. Omdat we dit debat normaal erg op de inhoud en genuanceerd voeren en ook een goede toezegging hebben gekregen, zullen we tegen de motie stemmen. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Hoewel de motie ontraden wordt, vinden wij toch dat zij een stok achter de deur kan zijn. Wij zullen de motie dus steunen. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 8 tegen 29 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de SP ervoor hebben gestemd.
53
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De VOORZITTER: Zoals u weet, behandelen we nu eerst agendapunt 7.10, dat naar voren is gehaald. 145. Collegebrief Eerste Voortgangsrapportage Delftse Inclusie Agenda (2522297). De VOORZITTER: Er zijn twee moties aangekondigd: motie 7.10.1 (Ambitie voor toegankelijk(st)e gemeente) van de heer Van der Woerd, mede namens Onafhankelijk Delft en motie 7.10.2 (Kapot glas op straat opruimen in Delft als onderdeel van de Inclusie Agenda) van mevrouw Gaal van Onafhankelijk Delft. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Aan het eind van de dag is een kleine wijziging aangebracht in de motie. Het eerste punt van het dictum is in lijn gebracht met de titel: "met als doel" is veranderd in "de ambitie om". Wat is er mooier dan dat een Delftse wethouder van Inclusie in 2027 kan zeggen: "Hier staat een dankbare wethouder, niet alleen voor de prijs maar voor alle inwoners van Delft, met wie we goed samenwerken. Iedereen in Delft weet dat we nog geen 10 scoren en dat we er nog niet zijn, maar we blijven samenwerken aan toegankelijkheid in onze gemeente. We zorgen ervoor dat de lijntjes tussen gemeente en ervaringsdeskundigen, zoals het Toegankelijkheidsnetwerk Delft, kort blijven. We luisteren niet alleen; we ondernemen ook zo snel mogelijk actie als zij aangeven dat dat nodig is. Het helpt enorm als ervaringsdeskundigen wijzen op wat beter kan.
Dat opent de ogen en zorgt zo voor bewustwording. We zorgen er echt voor dat mensen makkelijker mee kunnen doen in onze gemeente." Dat kan de tekst zijn in 2027 van een Delftse wethouder. Wat is het goed dat een Delftse wethouder dit kan doen. Het meedoen aan zo'n verkiezing kan een presterend team creëren. Het zorgt ervoor dat het team gericht is op het realiseren van de Delftse Inclusie Agenda. Vandaar deze motie. De heer TREFFERS (Volt): De ChristenUnie wil in de motie uitspreken dat Delft een concrete ambitie heeft op het punt van toegankelijk zijn. Zou die concrete ambitie nou echt de plek op een ranglijst moeten zijn of moeten we eigenlijk streven naar de doelen die toch al in de Delftse Inclusie Agenda staan? Waarom gaat het u zo om die prijs? Kunnen we de tijd en de energie die we stoppen in het inschrijven voor zo'n prijs niet beter stoppen in het toegankelijker maken van onze stad? De heer VISSER (CDA): Een ambitie kost ook geld. Ik vermoed ook zomaar dat meedoen aan deze prijs en het willen bereiken van die finale ook de nodige financiële investeringen vragen.
Is dat ook iets waar de ChristenUnie over nagedacht heeft en, zo ja, kan zij daar iets over delen? Mevrouw OSEPA (GroenLinks): Is dit idee aan het Toegankelijkheidsnetwerk voorgelegd? Wat zou hun inzet hierin moeten zijn en wat vinden ze van dit idee? Mevrouw JANSSEN (PvdA): Aanvullend op de andere vragen: loopt u de ambtenaren en eventueel het Toegankelijkheidsnetwerk niet voor de voeten door nu 54
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
op deze manier te streven naar een bepaalde invulling van de opgave van toegankelijkheid in plaats van dat u daar vrijheid in geeft? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik begin met de vraag van de Partij van de Arbeid: lopen wij mensen voor de voeten? Ik heb aan het eind betoogd dat dat juist niet het geval is: als je meedoet met zo'n verkiezing gaat dat een team juist heel goed laten presteren. Je ziet dat alles er dan op gericht is om daarmee bezig te zijn. Daarmee beantwoord ik eigenlijk ook de vragen van Volt, het CDA en GroenLinks: het kost geen extra geld, omdat de prestatie die geleverd gaat worden, beter wordt. Ik zeg dit niet zomaar. Ik spreek hier uit ervaring; dat kan ik met u delen onder het genot van een biertje, dat ik graag wil faciliteren. Ja, nog één; het wordt heel gezellig. Dit blijkt uit heel veel van dit soort prijsvragen, verkiezingen of hoe je het ook noemen wil. Het gaat inderdaad niet om de rangorde, maar om de weg ernaartoe. Het is een middel. Daarom is "doel" veranderd in "ambitie". Mevrouw JANSSEN (PvdA): Ik ga het gesprek graag aan onder het genot van een 0.0-biertje, als dat mag. Ik vraag me wel af of u met het Toegankelijkheidsnetwerk heeft besproken of dit hen echt helpt.
Of niet? Mevrouw KOK (SP): Realiseert de heer Van der Woerd zich dat hij de mensen die dit werk moeten doen een extra druk op de schouders legt, terwijl half Nederland ondertussen omvalt van de burn-outs? Dus waarom zouden we voor een prijs extra druk opleggen, terwijl ze al zulk geweldig werk doen? Want eerlijk is eerlijk: de Inclusie Agenda is een fantastisch instrument. Dat gaat heel erg goed. Als daar een prijs uit komt, is dat prima, maar hoezo is dat een doel? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik heb juist willen betogen dat het niet gaat om dit doel, maar dat dat een middel is. Het is vaak ook heel leuk en mensen worden er enthousiast van. Met de druk valt het over het algemeen dus wel mee; tenminste, dat is mijn ervaring en ik weet dit ook van collega's. De Partij van de Arbeid stelde een goede vraag. Ik gaf daar zojuist geen antwoord op toen GroenLinks die vraag stelde: weet het Toegankelijkheidsnetwerk van deze motie? Nee, ik heb hier met de wethouder over gesproken, maar in het hele verhaal over de Inclusie Agenda staat juist die hele samenwerking met het Toegankelijkheidsnetwerk. Dat hoeft hier als zodanig dus geen last van te hebben, omdat het er juist om gaat dat het enthousiasme op deze manier nog extra groot wordt gemaakt in het team. De heer KRISHNASING (VVD): Het Toegankelijkheidsnetwerk spreekt van "niet over ons zonder ons".
Hoe draagt deze motie dan bij en wat heeft de Delftenaar er straks aan dat we meedoen aan een ranglijst? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik heb juist betoogd dat de ranglijst het doel niet is. Het gaat erom dat alles erop gericht is. Uiteindelijk sta je inderdaad in het centrum van de belangstelling en heb je gewoon aan iedereen een goed verhaal te vertellen. 55
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Mevrouw OSEPA (GroenLinks): Vindt de ChristenUnie dat de ambitie en wat wij nu aan het doen zijn, nu niet voldoende zijn? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ambitie kan altijd net iets meer en net iets beter, al blijft de ambitie hetzelfde, namelijk om het goed te doen. Ik verval in herhaling: meedoen aan zo'n verkiezing, of dat nou op Nederlands VNG-niveau is of Europees, gaat eraan bijdragen dat we op deze manier met z'n allen enthousiast bezig zijn, dat we er bekendheid aan geven en dat een team hier heel doelgericht mee aan de slag gaat. Over het algemeen vergroot dit het enthousiasme. Door de fracties van de ChristenUnie en Onafhankelijk Delft wordt motie 7.10.1 (Ambitie voor toegankelijk(st)e gemeente) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, bijeen op 25 september 2025, bespreekt het agendapunt Voortgangsrapportage Delftse Inclusie Agenda, stelt vast dat:
Delft sinds 2024 een Inclusie Agenda heeft; elke drie jaar de VNG een verkiezing organiseert met een prijs voor de top 3 'meest toegankelijke gemeente' van Nederland; de Europese Commissie jaarlijks de Access City Award uitreikt met een geldprijs tussen € 80.000 en € 150.000; het doel van de prijs het bewustmaken van het belang van toegankelijkheid is voor een breed publiek en het belonen van gemeenten die zich hierin onderscheiden;
heeft nagedacht over en houdt er rekening mee dat:
de eerste voortgangsrapportage laat zien dat in Delft met nauwe betrokkenheid van ervaringskennis en partijen in de stad flinke stappen worden gezet om Delft toegankelijker te maken voor alle inwoners; om in aanmerking te komen voor een van de prijzen de gemeente moet aantonen dat er consequent aan toegankelijkheid wordt gewerkt en dat er op dit gebied hoog wordt ingezet;
vindt belangrijk dat Delft een concrete ambitie heeft als het gaat om het toegankelijk zijn; geeft het college de opdracht om:
in overleg met het Toegankelijkheidsnetwerk actief in te zetten op inschrijving voor de Access City Award en/of de VNG-verkiezing meest toegankelijke gemeente, met de ambitie om de finale (de drie meest toegankelijke gemeenten) te bereiken in 2027; 56
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
de inspanningen van de gemeente en het Toegankelijkheidsnetwerk gericht te houden op het realiseren van de Delftse Inclusie Agenda,
en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft dient samen met de ChristenUnie deze al genoemde motie in. De Inclusie Agenda vinden wij een hele belangrijke stap, maar het kan altijd beter. Inclusie gaat niet alleen over gebouwen of voorzieningen, maar ook over de openbare ruimte. In onze stad Delft zien we helaas veel kapot glas op straat. Voor rolstoelgebruikers, scootmobielers, fietsers en kinderwagens kan dit lekke banden betekenen. Het kan ook gevaar of zelfs verwondingen opleveren voor hulphonden en andere dieren. Als wij echt inclusief willen zijn, moeten wij zorgen dat iedereen zich veilig en vrij kan verplaatsen. Daarom vraagt Onafhankelijk Delft het college om een schone glasvrije stad en schone glasvrije straten onderdeel te maken van de Inclusie Agenda. Door de fractie van Onafhankelijk Delft wordt motie 7.10.2 (Kapot glas op straat opruimen in Delft als onderdeel van de Inclusie Agenda) ingediend: "De raad van de gemeente Delft, in vergadering bijeen op 25 september 2025, constaterende dat:
het college een Inclusie Agenda heeft opgesteld om de stad toegankelijker en gelijkwaardiger te maken voor alle Delftenaren; mensen met een beperking (bijvoorbeeld rolstoelgebruikers of scootmobielgebruikers), fietsers en huisdieren regelmatig hinder en gevaar ondervinden van glas op straat; een inclusieve stad niet alleen gaat over gebouwen en voorzieningen, maar ook over een veilige en schone openbare ruimte; glas op straat leidt tot lekke banden, gevaar bij valpartijen en verwondingen bij hulphonden en andere dieren;
overwegende dat:
het opruimen van glas een relatief eenvoudige, maar zeer belangrijke maatregel is om daadwerkelijk bij te dragen aan een toegankelijke en veilige stad; dit direct aansluit bij de doelstellingen van de Inclusie Agenda, namelijk dat iedereen volwaardig kan meedoen;
verzoekt het college: 1. het thema 'schone en glasvrije straat in Delft' expliciet te koppelen aan de uitvoering van de Inclusie Agenda; 2. extra maatregelen te nemen om glas op straat sneller en structureler te verwijderen, bijvoorbeeld door: 57
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
meldingen via BuitenBeter, sneller op te pakken; samenwerking met handhaving en (kapot) glasinzameling bij hen extra onder de aandacht te brengen; bewustwordingsactie richting horeca en inwoners via de Stadskrant onder de aandacht te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag." De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. De Inclusie Agenda is natuurlijk al een aantal keren besproken. Ervaringsdeskundigen hebben ook ingesproken. Meneer Gaal heeft in de commissie ingesproken. Ongeveer twee maanden geleden was ik aanwezig bij de vergadering van de werkgroep. Ik vond het interessant om eens mee te luisteren. Daar waren we voor uitgenodigd en ik heb daar gebruik van gemaakt. Ik kwam al snel tot de conclusie dat het heel moeilijk is om jezelf voor te stellen waar iemand met een beperking tegen aanloopt. Dat moet je echt meemaken door met die mensen mee te lopen. In aanvulling op wat de heer Van der Woerd zei: die mensen zijn al blij als ze een luisterend oor hebben en als ze kunnen uitleggen hoe enthousiast ze zijn als vrijwilliger, maar de Inclusie Agenda is natuurlijk wel een dingetje, want die vraagt nogal wat. We kunnen hier als raadsleden zonder beperking met z'n allen allerlei dingen roepen of zeggen, maar laten we vooral naar die mensen blijven luisteren die daar in het werkveld problemen mee hebben. Ik zal een voorbeeld geven. De speeltuin in het Westerkwartier is helemaal omgebouwd tot een inclusieve speeltuin. Daar komen kinderen met een beperking. Die worden geprikkeld en spelen in die speeltuin.
Dan krijgen ze een brief van de gemeente waarin staat dat de speeltuin vanaf 2 april tot september een uurtje langer open mag. Dat is dus alleen in de zomertijd. De vraag aan de wethouder is dus: als wij nou met z'n allen inzetten op die Inclusie Agenda, waarom is dat dan alleen in de zomertijd? Dat geeft die speeltuin ook aan. Dat is mijn vraag, maar ik vraag vooral om alsjeblieft naar die mensen te blijven luisteren in plaats van hier allerlei dingen te verzinnen over wat wij moeten doen met de Inclusie Agenda. Mevrouw STEHOUWER (STIP): Voorzitter. Ik moet zeggen dat ik me een beetje verbaas over de motie van de ChristenUnie over de wedstrijd, omdat we het er in het commissiedebat eigenlijk met z'n allen over eens waren dat het een hele mooie agenda is. Daar sta ik nog steeds heel erg achter. Ik meen me te herinneren dat de wethouder ook best enthousiast was over het idee om aan deze wedstrijd mee te doen. Ik vraag me dus eigenlijk af of de wethouder dit idee wil omarmen, omdat het gewoon een mooi idee is om mee te doen. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Het lijkt mij ontzettend slecht om als ambitie een plek op een ranglijst te kiezen. Daarnaast ben ik het heel erg eens met de VVD: wij hebben juist in dit stuk afgesproken dat we het niet gaan doen zonder de mensen waar we het over hebben. Daar is dit wél een voorbeeld van.
Eerlijk gezegd zie ik, als ik in de stad om me heen kijk, ook nog niet een stad die het verdient om de allertoegankelijkste stad van Nederland of van Europa te zijn. Misschien over drie jaar, maar ik zie in dit stuk ook niet de inzet dat we nu elke straat gaan opengooien. 58
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Dat is tegelijkertijd misschien maar goed ook, maar ik vraag me af waarom de heer Van der Woerd verwacht dat we die prijs daadwerkelijk kunnen winnen. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter. Ik sluit me aan bij de heer Treffers: op zich is het heel goed om te streven naar een toegankelijke, inclusieve stad die voor iedereen acceptabel is, maar de vraag is of het streven naar een plaats in een wedstrijd daarvoor het beste middel is. Ik zou daarover eigenlijk goed willen overleggen met instanties die daarbij betrokken zijn, zoals het Toegankelijkheidsnetwerk en de betrokken ambtenaren, om te zien hoe we ons geld het beste kunnen uitgeven. Misschien moet je voor die wedstrijd voldoen aan een bepaald format en kost het allemaal weer tijd. Ik sta daar niet in eerste instantie om te springen, maar ik hoor graag de reactie van de wethouder. Wat de motie over glas betreft: het is heel slecht als er glas in de binnenstad ligt. Dat is voor iedereen onveilig, maar ik vraag me af in hoeverre deze motie daadwerkelijk gaat bijdragen aan het sneller of anders opruimen van het glas. Ik wacht de reactie van de wethouder dus af. Ik vraag hem ook hoelang het duurt voordat het is opgeruimd als het gemeld wordt in die app.
Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Mevrouw Janssen, heeft u weleens in een rolstoel gezeten en door de stad gereden, niet alleen door de binnenstad, maar ook door andere straten? Ik heb dat namelijk wél gedaan toen ik mijn been gebroken had. Ik kan u vertellen dat die situatie niet fijn is. Bent u het met mij eens dat het, als je in een rolstoel zit, niet fijn is dat je niet kan oversteken? Dan sta je daar; er is ook niemand die je zomaar even kan helpen. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Dat is een interessante. Ja, ik heb tien jaar een rolstoel gehad. Ik heb een ernstig ongeluk gehad en ik heb daardoor langdurig in een rolstoel gezeten. Ik weet dus heel goed hoe het is. Ik vind het daarom hartstikke goed dat u zich hiervoor inzet en dat die activiteiten er zijn. Ik roep andere raadsleden ook op om een keertje in een rolstoel te gaan zitten, want ik denk dat dat heel nuttig is. Dus ja, ik heb in een rolstoel gezeten. En nee, ik heb gelukkig nooit een lekke band gehad doordat ik over glas had gereden, maar als dat was gebeurd had ik dat zeker heel vervelend gevonden. Ik vraag me dus af wat deze motie daadwerkelijk toevoegt.
Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Lijkt het u niet handig dat dit gewoon met de Inclusie Agenda meegenomen wordt, zodat daar extra op gelet wordt, juist omdat het over een inclusieagenda gaat? Dat gaat over mensen met een beperking, die daar dus wél mee te maken krijgen. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Ik vind dat iedereen last heeft van glas. Het is natuurlijk belangrijk dat we de stad überhaupt goed schoon moeten maken. Of dit mee moet in de Inclusie Agenda of dat we het gewoon op moeten ruimen … Ik ben heel benieuwd wat de wethouder hierover gaat zeggen: heeft dit daar toegevoegde waarde voor? Het is heel slecht als er glas in de binnenstad ligt. Dat is voor iedereen onveilig, maar ik vraag me af in hoeverre deze motie daadwerkelijk gaat bijdragen 59
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
aan het sneller of anders opruimen van het glas. Ik wacht de reactie van de wethouder dus af. Ik vraag hem ook hoelang het duurt voordat het is opgeruimd als het gemeld wordt in die app. De heer KRISHNASING (VVD): Voorzitter. Dit is geen makkelijke. Toegankelijkheid is voor de Delftse VVD geen luxe. We hebben het hier over een onderwerp waar we het ook in de commissie uitgebreid over hebben gehad. Ik wil het nog maar eens benadrukken: we willen de wethouder echt complimenteren voor de stappen die ze heeft gezet en wat ze samen met het Toegankelijkheidsnetwerk heeft bereikt met betrekking tot de Inclusie Agenda. Het Toegankelijkheidsnetwerk laat wel weten dat het zich zorgen maakt over de borging van de toekomst. Ik ben hier tijdens de commissievergadering over begonnen en ik begin hier nog een keer over, want juist deze wethouder is heel goed bezig, maar volgend jaar hebben we verkiezingen. Daarom is mijn vraag aan de raad via u, voorzitter: hoe belangrijk vinden we het om dit echt te laten voortvloeien in de haarvaten van de ambtelijke organisatie? De wethouder heeft aangegeven dat het nu in de jaarplannen van de ambtelijke organisatie staat, maar als we dit willen borgen, moet het ook voor de volgende jaren in de jaarplannen moet komen. Daarom mijn vraag om dit te borgen.
Laten we daarmee dus de motie aanhouden, over de verkiezingen heen kijken en dit enten binnen de ambtelijke organisatie. Of kan de wethouder toezeggen dat zij of haar opvolger hiermee hierna, volgend jaar, aan de slag gaat? Mevrouw OSEPA (GroenLinks): Voorzitter. Na achttien jaar is de Inclusie Agendatrein eindelijk uit het station vertrokken. Hij dendert met groot enthousiasme, zoals de heer Van der Woerd net zei, richting het toegankelijke, inclusieve Delft die wij met z'n allen graag zien. GroenLinks ziet graag dat er geen afleidingen zijn die extra inzet, energie of middelen onttrekken aan de uitvoering van deze Inclusie Agenda. Dat brengt mij bij de twee moties. De motie Ambitie toegankelijk(st)e gemeente van de ChristenUnie en OD is sympathiek, maar wij maken ons zorgen over de mogelijke extra inzet, belasting en misschien middelen die gemoeid zijn met deelname aan de verkiezing voor de meest toegankelijke gemeente. De ambitie vinden wij belangrijk, maar we horen graag hoe de wethouder deze deelname ziet. De motie Kapot glas opruimen van OD is van dezelfde orde: laten we nu geen extra wagons aan de Inclusie Agenda-trein plakken. Dus geen extra maatregelen of belasting van de mensen van het Toegankelijkheidsnetwerk en ook geen extra financiële middelen. We willen graag dat we op koers blijven, met het vertrouwen dat wij hebben uitgesproken bij de voortgangsrapportage.
De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Net als mevrouw Stehouwer had ik ook de indruk dat de wethouder best wel welwillend stond tegenover de suggestie van de ChristenUnie in de commissie over die verkiezing. Of daar dan nog een motie voor nodig was … Daar heb ik aarzelingen bij, maar in het verlengde van mijn interruptie wil ik ook van de wethouder weten wat de financiële consequenties van deze motie zijn en of de bewering klopt dat er geen extra middelen nodig zijn. 60
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
Dan nog over de motie van Onafhankelijk Delft. Ik ben het eens met mevrouw Janssen: volgens mij is het geen specifiek onderdeel van de Inclusie Agenda, maar is het vervelend voor iedereen die zich in de stad beweegt, door glas rijdt en lek rijdt. Volgens mij zouden we dat dus veel breder moeten zien en zou het inclusiebeleid juist onderdeel moeten zijn van andere beleidsterreinen in plaats van andersom, zoals nu voorgelegd is. Wethouder GOOIJER: Voorzitter. Dank voor wederom een bij dit thema betrokken raad. Dat stemt mij heel blij. Zover zijn we inmiddels, kan ik ook zeggen. Ik heb mevrouw Gaal in de commissie een belofte gedaan. Ik heb een hele stapel kaarten bij me die uitgedeeld kunnen worden aan mensen die willen meedoen. Ik moet er wel bij zeggen dat de leesbaarheid beter had gekund voor een kaart over toegankelijkheid, want op de onderste regel staat in kleine lettertjes hoe je je kan aanmelden voor het Toegankelijkheidsnetwerk, maar het staat erop, met die opmerking erbij. Ik dank meneer Van der Woerd, niet alleen voor het indienen van een motie met nog een extra ambitie, maar ook alvast voor de speech. Als ik in de volgende termijn wethouder ben en een speechschrijver nodig heb, weet ik in welke hoek ik ga zoeken. Nee, zonder dollen: ik snap de gedachte achter de motie.
We hebben daar ook in de commissie over gewisseld en ook tussen de commissievergadering en vanavond. Natuurlijk is het een dilemma. Ik heb vorige week in de commissie geschetst dat je niet wil dat we capaciteit vooral inzetten op het voeren van PR, zodat mensen onze enquête positief invullen, maar dat je je middelen vooral inzet voor concrete maatregelen om een toegankelijkere stad te worden. Ik heb de indruk dat de motie zoals die is ingediend juist in het tweede dictum daar aandacht voor heeft door te zeggen dat het moet gaan over de inzet en de uitvoering van de agenda, maar dat het streven naar een hoge ranking een vliegwiel kan zijn in het werk dat we hebben in de stad en met het Toegankelijkheidsnetwerk. Daar heb ik een aantal fracties over gehoord. Het mantra "niet over hen zonder hen" zit er goed in, maar dat vraagt het eerste dictum. Daarom is dat volgens mij wel gedekt. Het is een terechte opmerking, maar het eerste dictum zegt dat we daarover in overleg moeten gaan. Als we in het overleg met het Toegankelijkheidsnetwerk weerstand krijgen en als het contraproductief gaat werken, dan zullen we dat meenemen in het werken met deze motie. Ik snap de vragen en de bezwaren uit de raad. Ik denk dus dat de motie uiteindelijk aan het oordeel van de raad is. Ik heb geen grote bezwaren, maar wel de zojuist gemaakte kanttekening dat het geen doel op zich is.
Daarom ben ik blij met de aanpassing dat het een ambitie is en niet een doel op zich. Dan de motie over glas op straat. Dat is op zich een terecht punt. De heer Visser merkte terecht op dat het voor iedereen in de stad vervelend is als er glas ligt, maar de meeste mensen kunnen zelf hun fietsband plakken; ik realiseer me terdege dat steeds minder mensen hun eigen fietsband nog kunnen plakken, maar die mensen kunnen dat zelf fiksen. Maar als je afhankelijk bent van een rolstoel of scootmobiel, moet je je leverancier bellen en ben je afhankelijk van een reparatie. Dat is dus echt verstrekkend. Ik heb ook in de commissie gezegd dat ik daar in mijn werkend leven veel voorbeelden van heb gezien. Dat is echt lastig, maar toch zou ik de motie willen 61
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
ontraden. Dat heeft te maken met twee dingen. Ten eerste ligt de agenda vast met maatregelen zoals genoemd. Voor nieuwe maatregelen, zeker op detailniveau, is er niet per se ruimte. Natuurlijk kunnen we het onderwerp "glas" wel even inbrengen in het overleg dat het Toegankelijkheidsnetwerk heeft, maar ten tweede vraagt de motie om meldingen rond glas sneller af te doen en daar dus sneller op in te grijpen. Daar zeg ik allereerst van dat ik het opruimen en schoon houden van de stad primair een verantwoordelijkheid van mensen zelf vind. Als voor je zaak glas ligt, ruim het dan dus zelf even op en ga niet de gemeente daarvoor bellen. Het hoort daar gewoon niet te zijn. Ten tweede hebben we een BuitenBeter-app. Daar kunnen dingen gemeld worden. Die worden in de regel binnen 48 uur opgelost. Daar gaat trouwens mijn collega-wethouder Van Vliet over, niet over de app maar wel over het beheer van de openbare ruimte, maar ik heb afgestemd dat ik dit antwoord mag geven. Als we dat sneller zouden willen doen dan 48 uur, zoals de motie vraagt, vraagt dat het openbreken van contracten die we hebben met onze diensten om dingen op te pakken. Dat zou aanzienlijke kostenstijgingen met zich meebrengen. Dat geld is er niet. Daarom ontraden we die motie ook. Hart voor Delft vraagt om het langer openblijven van een speeltuin en waarom de speeltuin alleen in de zomertijd langer open kan.
Ik kwalificeer dit als een technische vraag, want ik weet het antwoord echt niet. O, die vraag hoort bij wethouder Schrederhof, maar we nemen die vraag mee als een technische vraag; die vraag kan ik hier niet beantwoorden. Het CDA vraagt naar de financiële consequenties van de eerste motie. Wat mij betreft zijn die er niet en gaat het vooral om het gesprek en het goed volgen van die verkiezingen: hoe zijn zij, wanneer zijn zij, hoe moet je je daartoe verhouden en kun je er wat mee? We hebben regulier overleg met het Toegankelijkheidsnetwerk en we voeren onze eigen agenda. Het heeft dus geen financiële consequenties dat je daar gewoon actief mee aan de slag gaat en het gaat niet ten koste van de acties die gewoon in de agenda zelf staan. Met de VVD heb ik in de commissie al van gedachten gewisseld. Wat mij betreft is de motie niet nodig. We hebben het namelijk geborgd, niet in mijn aanwezigheid in dit college, maar omdat er een agenda ligt waarin we hebben afgesproken dat we elk jaar bij de raad terugkomen met de voortgang van de Inclusie Agenda. Die afspraak geldt net zozeer voor het volgende college en voor mijn opvolger. Daar is de motie dus niet voor nodig.
Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Kan de wethouder dan toezeggen dat zij kan zorgen dat glas beter opgeruimd wordt? Als er bijvoorbeeld feestjes in de stad zijn geweest - die zijn er nogal vaak - dan ligt daar zóveel glas. Als u wilt, ga ik elke dag een foto maken waar ik langskom. Dan weet u echt niet wat u ziet. Wethouder GOOIJER: Dat kan ik niet toezeggen. Dat is niet mijn taak. Dat is een discussie met wethouder Van Vliet. Als blijkt - misschien eerst in de BuitenBeter-app - dat het structureel niet goed gaat met het opruimen in onze stad na feestjes, is dat een andere discussie. Daar ga ik nu geen toezeggingen over doen. 62
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De VOORZITTER: Ik zou het een beetje bij de Inclusie Agenda willen houden, want anders dwalen we echt een beetje af van het onderwerp. Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De ChristenUnie dankt de wethouder hartelijk voor haar beantwoording. Ze leest de twee punten in het dictum precies zoals ze bedoeld zijn. Er is gevraagd of ik het Toegankelijkheidsnetwerk heb benaderd. Dat is wat deze motie betreft niet gebeurd, maar als het overleg met het Toegankelijkheidsnetwerk erop uitdraait dat het dit toch eigenlijk niet zo handig vindt, gaat het niet gebeuren en is de motie daarmee dus afgedaan, want dan kun je haar gewoon niet uitvoeren; punt. Daar hebben we dan ook vrede mee. Het tweede dictum is niet voor niets toegevoegd: de inspanning moet gericht blijven op het realiseren van de Delftse Inclusie Agenda, waar door iedereen of bijna iedereen lovend over is gesproken. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. De wethouder zei zojuist dat zij de vraag mag beantwoorden van wethouder Van Vliet. Dan zou ik willen vragen of zij dit hele glasgebeuren kan meenemen in de voortgangsrapportage. Mevrouw OSEPA (GroenLinks): Voorzitter. We zijn tevreden met de antwoorden van de wethouder. We denken dat we deze motie kunnen steunen, met het vertrouwen dat wij de richting blijven aanhouden die we nu ingeslagen zijn.
We beschouwen de motie ook als afgedaan middels de voortgangsrapportage. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Ik heb even zitten puzzelen, maar de tweede termijn van de heer Van der Woerd heeft mij over de streep getrokken. Wij zullen zijn motie straks bij de stemmingen steunen. De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. Het Toegankelijkheidsnetwerk is in oktober 2023 opgericht. Dat had als doel om een stem te geven aan mensen met een beperking en om een concrete verbetering voor te stellen aan de stad. Ik zit hier als raadslid. Raadsleden gaan over kaders en wachten tot het Toegankelijkheidsnetwerk met voorstellen komt. Ik vind dat ze dat een aantal keren hebben gedaan. Daar houdt Hart voor Delft zich ook aan, maar we luisteren ook en we zien ook weleens dingen in de stad. Dan denk je: nou, lekker, die stoep mag ook weleens gelijkgetrokken worden of iets dergelijks. Maar we luisteren vooral naar de mensen die last hebben op het punt van het inclusiegebeuren. Bij al die plannen is toen afgesproken dat er in 2026 een inclusietheaterproject komt, zodat er een theaterstuk wordt opgevoerd waarin mensen met beperking en mensen zonder beperking samenwerken. Ik vraag de wethouder of die afspraak nog steeds staat. Ik hou niet van het theater, maar daar wil ik wel aan meedoen. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Voorzitter.
Ik wil de indieners van deze moties nogmaals bedanken, want het is echt belangrijk en aandacht voor inclusie is hartstikke goed. Ik ben het heel erg met meneer Van der Woerd en mevrouw Gaal eens dat er aandacht moet zijn. Ik vraag me alleen af of dit de handigste manier is 63
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
om dat te doen, zeker als ik het dictum goed lees, met name het tweede dictum: "de inspanningen van de gemeente en het Toegankelijkheidsnetwerk gericht te houden op het realiseren van de Delftse Inclusie Agenda". Dat doen we juist als we de motie niet aannemen. Ik vraag me dus af wat de toegevoegde waarde van de motie is. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Dat tweede punt van het dictum staat er dus omdat eerst het eerste punt van het dictum er staat. Het mag dus niet afleiden van waar we mee bezig zijn. Daarom staat dat punt van het dictum daar. Mevrouw JANSSEN (PvdA): Dat snap ik en dat vind ik ook hartstikke mooi. Toch ben ik een beetje bang dat we dat wél gaan doen. Nogmaals, ik ben heel blij met de aandacht voor de inclusie, maar wij zullen in dat opzicht tegenstemmen. Verder vind ik de antwoorden van de wethouder, ook over het glas, meer dan duidelijk. Wethouder GOOIJER: Voorzitter. Ik heb volgens mij twee vragen gehoord. Mevrouw Gaal vraagt om een toezegging om volgend jaar te rapporteren, maar we rapporteren volgend jaar over de acties die in de agenda staan. Een specifieke aanpak op het punt van glas staat niet in de agenda, want de agenda wordt samen met de mensen van het Toegankelijkheidsnetwerk opgesteld. Ik denk dus niet dat het woord "glas" terug te lezen is in de rapportage.
Wellicht wel; dan komt het voort uit de acties die worden ondernomen, maar ik ga dat niet toezeggen. U zult dat moeten zien, maar dat staat los van het feit dat dit een terechte zorg is en dat we hier in deze stad echt mee aan de slag moeten en moeten blijven. Ik snap de zorg heel goed, maar ik denk niet dat dit de manier is. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Zou de wethouder het dan bespreekbaar kunnen maken? De VOORZITTER: Dat heeft de wethouder toegezegd. Wethouder GOOIJER: Nou, toegezegd … Ik heb gezegd … De VOORZITTER: Dat hoorde ik u zeggen. Wethouder GOOIJER: Ja, maar wat mij betreft hoeft niet alles wat ik zeg en doe een toezegging te worden. Natuurlijk is dit een debat dat we voeren en aandacht voor glas op straat kunnen we daar zeker neerzetten, maar om daarover nou een aparte toezegging met het hele circus eromheen te doen, vind ik eerlijk gezegd wat overdreven. Vandaar dat ik het klein hield. De VOORZITTER: Dan gaat u nu naar de beantwoording van de heer Stoop. Wethouder GOOIJER: Ja, over de theatervoorstelling waar de heer Stoop aan refereert. Voor zover ik weet lopen de voorbereidingen daarvan; ik weet niet of meneer Stoop hoort wat ik zeg. Hij keek misschien wel naar het scherm; dat zou goed kunnen. 64
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De VOORZITTER: Meneer Stoop, het gaat over uw theater. Wethouder GOOIJER: Volgens mij lopen de voorbereidingen daarvan en wordt de productie opgezet. Ik weet de laatste stand van zaken niet en ik weet ook helemaal niet of het nog mogelijk is om je aan te melden, maar dat kunnen we achter de schermen even checken. De heer STOOP (Hart voor Delft): Ik heb dat gezegd omdat het enige goede cijfer dat ik had, voor drama was. De VOORZITTER: We nemen daar notie van. Wethouder GOOIJER: Als meneer Stoop meespeelt, kom ik heel graag kijken. Ik ben heel benieuwd naar zijn toneeltalent. Ik hoop heel erg op een mooie voorstelling, maar ik weet niet precies wat de stand van zaken is. De VOORZITTER: We hebben de tweede termijn van de raad en het college gehad. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ik wil de motie intrekken, omdat ik ga denken over een betere. De VOORZITTER: U trekt uw motie 7.10.2 (Kapot glas op straat opruimen in Delft) in. Dan hoeven we daar ook niet meer over te stemmen. In stemming komt motie 7.10.1 (Ambitie voor toegankelijk(st)e gemeente) van de ChristenUnie en Onafhankelijk Delft. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer KRISHNASING (VVD): Voorzitter. In eerste instantie dachten wij: toegankelijkheid is geen netwerk; Delftenaren hebben meer aan toegankelijke stoepen dan aan een bokaal in een vitrinekast.
Maar naar aanleiding van de beraadslaging zullen wij voor de motie stemmen. Mevrouw STEHOUWER (STIP): Voorzitter. STIP vindt het idee heel sympathiek en leuk, maar uiteindelijk is het een hele motie voor alleen het meedoen aan een wedstrijd. Dat vinden wij een te zwaar middel. Wij zullen dus tegenstemmen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 24 tegen 13 stemmen, waarbij de fracties van de PvdA, de SP, STIP en Volt ertegen hebben gestemd. 146. Collegebrief Nota Vastgoedbedrijfsanalyse 2024 (2518208). De VOORZITTER: Er zijn twee moties aangekondigd: motie 7.3.1 (Geen verkoop van publiek eigendom) van de heer Van der Sluis en motie 7.3.2 (Publieke functies in gemeentelijk vastgoed behouden) van mevrouw De Jongh Swemer van Hart voor Delft. 65
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. De SP draagt de democratie een warm hart toe. Wij vinden dat de bewoners en de maatschappij zeggenschap moeten hebben over wat er in de stad gebeurt. Door het verkopen van gebouwen verliest de stad zeggenschap; zo simpel is het. Eigenaren van de gebouwen kunnen in de toekomst aanvullende eisen gaan stellen. Ze kunnen iets heel anders met een gebouw gaan doen. Ze kunnen het verkopen of de gemeente voor het blok zetten met een prijsverhoging. Het aanpassen van de publieke ruimte is ingewikkelder als de gebouwen niet van de gemeente zijn maar van een commerciële partij. Een commerciële eigenaar wil er ook altijd iets aan overhouden, waar de belastingbetaler dan weer voor moet opdraaien. Kortom: het verkopen van vastgoed is eigenlijk altijd een slecht idee. Het voorstel waarover we het vandaag hebben, hinkt heel erg op twee gedachten: wel verkopen of niet verkopen? Maar de centrale conclusie is: we verkopen alles wat we hebben, tenzij … De SP wil dit omdraaien: we verkopen niet, tenzij … De gemeente heeft immers al heel weinig grond in haar bezit, wat de democratische zeggenschap in de weg zit.
Het tweede punt is dat erin staat dat het college de raad alleen bij het verkopen van vastgoed betrekt als "het college van mening is dat het object past binnen de definitie van 'in het oog springend en/of politiek gevoelige objecten'." De SP vindt dat niet kunnen; daarom het tweede deel van de motie. Als er wordt verkocht, moet de raad daarvan in alle gevallen op de hoogte gesteld worden. Het moet geen afweging zijn die gemaakt wordt door het college zelf. Ik wil ook even peilen bij andere partijen. Ik kan me namelijk voorstellen dat er partijen zijn die het eerste punt niet helemaal ideaal vinden, maar het tweede punt wel steunen. Als dat het geval is, kunnen we het eerste punt van het dictum schrappen en dan alleen stemmen over het tweede punt van het dictum. De heer ANALIKWU (D66): De heer Van der Sluis doet net alsof de verkoop van ieder vastgoedobject van de gemeente een superpolitieke daad is, maar het gaat bijvoorbeeld ook om een veelvoud van transformatorhuisjes waar de gemeente grond voor moet verkopen. Wil de heer Van der Sluis dat de raad in de toekomst van tevoren toestemming moet geven voor ieder transformatorhuisje? De heer VAN DER SLUIS (SP): Ik heb in de commissievergadering al gezegd dat we in het verleden bijvoorbeeld heel veel stukjes snippergroen hebben verkocht.
Als het college van tevoren zegt "we gaan heel veel snippergroen verkopen en dit is het plan", kunnen we als gemeenteraad zeggen: prima. Als het college zegt "we gaan transformatorhuisjes verkopen", kunnen wij zeggen: prima, ga dat maar doen. Dat is zo, maar we willen er wel van op de hoogte gesteld worden dat het gaat gebeuren, zodat we kunnen bijsturen als het nodig is of als de raad het nodig vindt. Door de fractie van de SP wordt motie 7.3.1 (Geen verkoop van publiek eigendom) ingediend:
66
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
"De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 25 september 2025 ter bespreking van de collegebrief Nota Vastgoedbedrijfsanalyse 2024 (2518208). Wij stellen vast dat: -
-
er in deze vastgoedbedrijfsanalyse verschillende beleidspunten staan; de regels omtrent de verkoop van vastgoed er niet eenduidig in staan; er staat enerzijds dat verkoop en het daarbij behalen van de hoogst mogelijke verkoopopbrengst geen doel op zich is, maar er staat ook in 'We laten, waar mogelijk, het inzetten van vastgoed aan de markt over (Nee, tenzij)'; in de analyse staat dat 'de raad vooraf wordt geïnformeerd over het voornemen tot vervreemden als het college van mening is dat het object past binnen de definitie van 'in het oog springende' en/of 'politiek gevoelige' objecten'.
Wij hebben nagedacht over, en houden er rekening mee dat: -
het verkopen van publiek eigendom de democratische zeggenschap vermindert; bij het verkopen van publiek eigendom de gemeente in de toekomst geconfronteerd kan worden met aanvullende eisen van de eigenaar; kopers van publiek eigendom daar ook altijd een voordeel mee willen behalen - dat kan financieel of anders zijn - wat ten koste gaat van de gemeente; we vinden dat de raad het altijd moet weten wanneer vastgoed wordt verkocht en dat de afweging of dit nodig is niet aan het college is.
Wij verzoeken het college de beleidsregels in de Vastgoedbedrijfsanalyse zodanig aan te passen dat: - de regels rondom het verkopen van vastgoed consistent vermelden dat verkoop in principe niet plaatsvindt, tenzij ...; - als de gemeente toch van plan is om vastgoed te verkopen, de raad daar altijd van tevoren van op de hoogte wordt gebracht, en gaan over tot de orde van de dag." Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik kan mij helemaal vinden in de motie van de SP. We voegen daar nog een motie aan toe, waarmee de huidige gebruikers op de een of andere manier zeggenschap krijgen over het vastgoed waar ze in zitten als dat zomaar verkocht wordt. Gemeentelijk vastgoed is immers van grote waarde voor onze stad. Het gaat niet alleen om stenen en panden, maar ook om plekken waar maatschappelijke organisaties, bewonersinitiatieven en publieke functies hun thuis hebben. Denk aan buurthuizen, welzijnsorganisaties, culturele initiatieven en uiteraard ook sportaccommodaties en sportvelden. Wij zien dat bij verkoop of afstoting van gemeentelijk vastgoed de belangen van de huidige gebruikers of bewoners soms onvoldoende worden gewaarborgd. Zij lopen het risico hun plek kwijt te raken zonder dat een volwaardig alternatief beschikbaar is. Dat kan en mag niet de bedoeling zijn. Daarom moeten we als gemeente zorgvuldig zijn met 67
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
ons vastgoed. Onze panden zouden er in de eerste plaats moeten zijn voor het ondersteunen van publieke functies, niet om in de particuliere markt te verdwijnen. Verkoop aan particulieren die er een privéwoning of commercieel pand van willen maken, tast het publieke karakter aan dat zo hard nodig is. In de bijlagen staan twee afwegingskaders die ons niet geruststellen, want in het eerste afwegingskader staat dat er wordt getoetst of het bijdraagt aan gemeentelijke doelstellingen; zo niet, dan verkopen. Ook wordt gezegd dat het aan de ambitie van de gemeente moet voldoen. Zo niet, dan is er geen algemeen belang. Ook dan geldt dus: weg ermee. We vinden dit veel te broos en afhankelijk van de tijdsgeest. Met de motie willen we drie dingen bereiken. Eén: de huidige bewoners volwaardig betrekken en hun belangen beschermen. Twee: de raad zeggenschap geven bij het afstoten van gemeentelijke panden, zoals de heer Van der Sluis al aangaf. Drie: publieke functies behouden en waar mogelijk uitbreiden in ons gemeentelijk vastgoed. Kortom: ons gemeentelijk vastgoed is er voor de stad, voor maatschappelijke functies en voor bewoners. Laten we daar zuinig op zijn. De heer TREFFERS (Volt): Ik vind dit een hele sympathieke motie. Ik vraag me af waar het vierde punt van het dictum, behalve dat dat nog iets strenger is, toevoegt ten opzichte van het derde punt van het dictum.
Volgens mij is het immers een best wel extreme uitspraak, terwijl de eerste drie punten van het dictum eigenlijk al een hele mooie uitspraak van de raad weergeven. De vraag is dus wat het vierde dictum nog toevoegt en of u eventueel bereid bent om die te schrappen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): De ChristenUnie heeft een vraag over precies hetzelfde punt, overigens met dank voor het enthousiast brengen van deze motie. Het is fijn om dat zo mee te maken. "Verkoop aan particulieren die het pand willen omzetten naar louter particulier gebruik actief tegen te gaan" is wel heel streng, want we hebben mogelijk een gebrek aan ruimte voor publieke functies, maar ook voor wonen. Wat vindt u ervan als een particulier er gewoon fantastische, mooie woningen in wil gaan organiseren? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik snap de vraag, maar het gaat om gemeentelijke panden. Dan moet je in eerste instantie dus kijken of de publieke functies die daar nu vaak in zitten, behouden kunnen blijven. Bijvoorbeeld de dokterspost waar we een tijd geleden geweest zijn - ik ben de naam van de straat even vergeten - moet daar gewoon uit. Dat soort dingen moeten we gewoon niet willen met elkaar. We willen deze rechten dus gewoon beschermen.
Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 7.3.2 (Publieke functies in gemeentelijk vastgoed behouden) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 25 september 2025 met betrekking tot Delfts gemeentelijk vastgoed, constaterende dat: 68
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2025
de gemeente een omvangrijke vastgoedportefeuille heeft die van groot belang is voor maatschappelijke en publieke functies; in de Vastgoedbedrijfsanalyse 2024 is opgenomen dat vastgoed kan worden afgestoten of verduurzaamd; bij afstoten van gemeentelijke panden het risico bestaat dat huidige gebruikers of bewoners hun plek verliezen zonder een volwaardig alternatief; gemeentelijk vastgoed soms wordt verkocht aan particulieren, waardoor publieke functies verloren gaan;
overwegende dat:
gemeentelijke panden bij voorkeur een publieke of maatschappelijke functie moeten behouden of krijgen; de gemeente zorgvuldig dient om te gaan met haar vastgoed en de belangen van huidige gebruikers dient te waarborgen; de gemeenteraad in positie moet zijn om kaders te stellen en zeggenschap te verkrijgen bij het afstoten van ons schaarse gemeentelijk vastgoed;
verzoekt het college: 1. bij voorgenomen verkoop of afstoting van gemeentelijk vastgoed de huidige gebruikers en/of bewoners vroegtijdig te betrekken en hun belangen volwaardig te borgen; 2. de gemeenteraad altijd actief te informeren en om instemming te vragen bij besluiten tot afstoten van gemeentelijke panden; 3. in beginsel publieke en maatschappelijke functies in gemeentelijke panden te behouden en waar mogelijk uit te breiden; 4. verkoop aan particulieren die het pand willen omzetten naar louter particulier gebruik actief tegen te gaan, en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. De VVD ziet de meerjarige analyse van ons vastgoedbedrijf vooral als instrument om verstandig en zakelijk met gemeentelijk bezit om te gaan. Zo kijken wij daartegen aan. Ik wil kort ingaan op de moties. Met de motie van de SP om de verkoop van gemeentelijk vastgoed in principe onmogelijk te maken slaan we hier wat ons betreft volledig in door. Het is namelijk niet altijd van belang voor onze stad om panden vast te houden. Soms is verkoop ook best een goede keuze, omdat de markt iets beter of goedkoper kan beheren, omdat we middelen vrijmaken voor andere investeringen of omdat een pand simpelweg geen publieke meerwaarde meer heeft. Het SP-argument dat verkoop altijd verlies van zeggenschap betekent klopt natuurlijk niet. Zeggenschap is niet hetzelfde als eigendom.