CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-handelingen raadsvergadering 4 november 2021

Raadsvergadering 4 november 2021, gemeente Delft36.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Er is een dreigend tekort van € 195.000 vanwege de nieuwe wetgeving die eraan komt. Daarom is de eerste en juiste stap nu om met het Rijk in gesprek te gaan, omdat de beschikbare middelen nog onvoldoende zijn. We zijn normaal gesproken niet altijd voorstander van moties die ertoe oproepen om richting het Rijk te gaan, maar onze positie is hierin zo uniek dat dat wat ons betreft heel veel zin heeft. Om daarnaast de wetgeving goed te laten landen in de stad, draagt de motie het college ook op om met een voorstel te komen. STIP kijkt uit naar dat voorstel en gaat op dat moment graag opnieuw in gesprek met de rest van de raad over dat voorstel. De heer VAN VLIET (GroenLinks): Het tweede dictum is een beetje moeilijk leesbaar. Begrijp ik het nou goed dat in het dictum staat: als de wet ons gaat verplichten om deze bijdrage te gaan betalen, dan gaan we dat doen? Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Ik ben ook erg benieuwd naar het antwoord op de vraag van de heer Van Vliet, maar ik heb een andere vraag. Meneer Dag zegt dat Delft een unieke positie heeft. Ik ben benieuwd waarom, want wij zijn gewoon een van de gemeenten die tot op heden eigenlijk te karig zijn geweest. Andere 45

gemeenten zijn ook niet volledig gecompenseerd en hebben het gewoon wel gedaan omdat de studenten het nodig hebben. We hadden eigenlijk een motie verwacht die gewoon zegt: we gaan het doen, want dat heeft de staatssecretaris ons gevraagd. Ja, dat kost geld. Dat is wel incidenteel geld en ik denk dat we dat met elkaar best wel hadden kunnen vinden. Maar ik proefde daar totaal geen ruimte meer voor. We hebben zelf geen motie opgesteld, maar dat is wel de reden waarom ons logo nu niet op deze motie staat. We zullen er wel voor stemmen, want dit is een belangrijk element, maar ik ben wel benieuwd waarom u daar niet voor heeft gekozen. Maar het gaat vooral ook om mijn eerste vraag: waarom is Delft nou zo uniek? Is dat niet vooral omdat we tot nu toe gewoon te zuinig zijn geweest voor deze groep? Mevrouw VOOGT (VVD): Ik ben benieuwd of in de lobby die nu plaatsvindt bij het Rijk, ook gekeken kan worden of er andere partijen zijn dan de gemeente die deze uitkering aan studenten zouden moeten uitkeren, bijvoorbeeld het UWV, zoals dat ook gebeurt met mensen met een beperking die een werkgever hebben. Daar ben ik benieuwd naar. De heer DAG (STIP): Dat zijn veel interrupties in één keer. De vraag van de heer Van Vliet ging over de tweede opdraging.

Om het nog even wat scherper neer te zetten: in het eerste dictum dragen we de wethouder op om naar het Rijk te stappen en vervolgens willen we met het tweede dictum graag een voorstel naar de raad krijgen waarin die onderhandeling of dat gesprek met het Rijk goed terugkomt, zodat we die wetgeving goed kunnen laten landen in de stad. Dat is eigenlijk waar de tweede opdraging om vraagt. Ik hoop dat daarmee de onduidelijkheid is weggenomen. Anders hoor ik dat nog wel van de heer Van Vliet. Mevrouw Gooijer vroeg waarom we een unieke positie hebben. Dat komt vooral doordat we in Delft relatief veel studenten hebben. Daardoor hebben we ook te maken met relatief veel studenten met een beperking. De compensatie vanuit het Rijk is op dit moment zo geregeld dat alle gemeenten dezelfde compensatie krijgen, terwijl we als Delft natuurlijk een relatief grote hoeveelheid studenten met een beperking hebben. Het is wellicht ook nog een suggestie richting de wethouder om in het gesprek met het Rijk mee te nemen dat een compensatie per student veel meer op haar plek is, omdat wij als Delft in die zin dus een unieke positie hebben. Incidenteel dekken was onze originele manier om hier aandacht aan te schenken. Dat was toch lastig. We hadden ook gezegd dat we incidenteel gaan dekken tot 1 juli.

Dat was de eerste opdraging, maar het lastige daarvan is dat je op een gegeven moment natuurlijk ook structureel moet gaan kijken. Het lastige daarvan is dat, als op een gegeven moment incidenteel toch blijkt dat je daarna de boel niet kan ophoesten, je dat weer moet terugdraaien. Dat geeft hele lastige situaties. Misschien kan de wethouder dit nog verhelderen, want in het gesprek met de wethouder bleek dat incidenteel dekken toch lastig was. Ik denk dat de suggestie van mevrouw Voogt een terechte is. In andere gemeenten zie je wel dat er onder andere over gesproken wordt dat ook onderwijsinstellingen hieraan een bijdrage kunnen leveren. Ik denk dus dat ook dat een suggestie is aan de wethouder om dat wellicht mee te nemen in het gesprek met het Rijk.

46

De heer VAN VLIET (GroenLinks): Ik begrijp het nog niet. U draagt het college op om met een voorstel te komen om die € 300 te gaan betalen. De vraag is aan welke voorwaarden voldaan moet zijn voordat het college dat ook daadwerkelijk gaat doen. Wat moet er dan veranderd zijn? De heer DAG (STIP): Bedankt voor de verheldering. Ik denk dat het in het voorstel terug moet komen. Het eerste dictum draagt op om met het Rijk in gesprek te gaan. Daar komt natuurlijk wat uit. Ik denk dat in het voorstel juist heel duidelijk terug moet komen hoe die compensatie vanuit het Rijk geregeld gaat worden. Dan nemen we dat mee. Dan gaan we natuurlijk in gesprek over dat voorstel en gaan we kijken op welke manier we die gelden gaan uitgeven en hoe we dit gaan regelen. De heer VAN VLIET (GroenLinks): Dus als het Rijk niet met compensatie komt, komt er geen voorstel. De heer DAG (STIP): Nee, dan komt er wel een voorstel. In de breedste zin van het woord wil ik dat de wethouder met een voorstel naar de raad komt, afhankelijk van de compensatie van het Rijk. Ik denk dat we daar niet op vooruit kunnen lopen. Het Rijk gaat met een bepaalde compensatie komen, of dat nou een compensatie is voor het hele bedrag of voor een deel van het bedrag, zoals dat nu gebeurt. Het Rijk geeft nu een bijdrage van € 45.000, terwijl we een uitgave hebben van € 120.000.

Afhankelijk van het gesprek dat de wethouder met het Rijk gaat voeren, zullen wij zien wat die compensatie gaat zijn. Mevrouw BEL (D66): Voorzitter, met uw permissie wil ik de heer Dag een beetje bijvallen en aanvullen. Volgens mij was het antwoord op de eerste vraag van de heer Van Vliet ja. We gaan het dus sowieso doen als de wet er komt. In antwoord op de vraag van mevrouw Gooijer of wij minder zijn bedeeld dan andere gemeenten: er is 35 miljoen euro naar de gemeenten gegaan via het Gemeentefonds. Dat deel je door 352 gemeenten. We hebben maar € 43.000 gekregen. Wij hebben dus minder gekregen dan je op basis van eerlijk verdelen over alle gemeenten zou verwachten. Een kind kan bedenken dat we in Delft gemiddeld meer studenten hebben dan elders. Dus ja, wij zijn eigenlijk - hoe zeg ik dat netjes? - dubbel gepakt. De VOORZITTER: Ik heb de indruk dat dat vaker voorkomt. Heeft u nog iets heel dringends, meneer Van Vliet? Want dit gaat wel heel erg diep. Uw laatste punt. De heer VAN VLIET (GroenLinks): Als het Rijk besluit tot een extra bijdrage van 0 euro, wat wordt dan het voorstel van het college? De heer DAG (STIP): Ik ga hier niet voor het college praten. Ik ben geen wethouder. Ik denk dat de wethouder straks ook op dit debatje reflecteert, maar volgens mij willen wij hetzelfde, want ik kan me aansluiten bij de woorden van mevrouw Bel.

De VOORZITTER: Ik hoop dat de wethouder straks nog een paar punten verduidelijkt. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Voorzitter. In aanvulling op mijn collega's zal ik ingaan op de motie Energie in de wijken. Een aantal weken geleden is de definitieve versie van het Warmteplan naar de raad gestuurd. Rond dezelfde tijd kwam er ook 47

een brief naar de raad die omschrijft of we op schema lagen om de duurzaamheidsdoelstellingen te behalen. Wat bleek? We komen geld tekort en niet een beetje. Het Rijk is niet over de brug gekomen. Daardoor staat de leefbaarheid van de stad op het spel. Vandaag pakken we daarom als raad onze verantwoordelijkheid. We voegen de daad bij het woord en we maken geld vrij om de duurzaamheidsdoelen te behalen. Dankzij dit geld hoeven we koppelkansen straks niet te laten liggen. STIP is blij met en trots op deze stad. Toch moet duidelijk zijn dat we er nog niet zijn, zelfs nu we dit geld vrij hebben gemaakt. Voor alleen de uitvoering van bijvoorbeeld het Warmteplan is de komende tien jaar al zo'n 20 miljoen euro nodig. Daar voorziet deze motie niet in. De gemeente heeft dat geld simpelweg niet. Daarom bij dezen nog een oproep aan het kabinet of het aanstaande kabinet voor knaken bij de taken. Omdat de middelen schaars zijn, zal STIP kritisch kijken naar de uitwerking van de motie. Wat STIP betreft gaan de middelen primair naar het behalen van duurzaamheidsdoelstellingen en gebruiken we ze om die andere opgaven aan te jagen, zoals eerder ook al aan bod kwam. Dat betekent een uitvoeringsplan op de circulariteitsvisie, geld voor het Warmteplan en geld voor klimaatadaptatie. Zo houden we Delft ook in de toekomst leefbaar. Kortom: een urgente, belangrijke stap voor heel Delft.

Mevrouw DE BOER (STIP): Voorzitter. We hebben met veel partijen een amendement ingediend dat ervoor zorgt dat 38CC een jaar kan overbruggen. Het hebben van een centrum voor beeldende kunst is natuurlijk essentieel voor onze stad. Daarom is het ook belangrijk dat dat zo blijft. We sluiten ons aan bij de woorden van het CDA over 38CC. Deze motie is een goede kortetermijnoplossing, maar het blijft van belang hoe we de ontvangen rijkssubsidie voor beeldende kunst besteden. Wat ons betreft blijft 38CC hierin een belangrijke uitvoerende organisatie. De heer VAN RIJN (VVD): We zijn ook best wel positief over het feit dat 38CC zichzelf opnieuw heeft uitgevonden, maar is STIP het met me eens dat het ophoudt als er ook bij dit concept geen breed bezoekerspubliek wordt aangetrokken? Mevrouw DE BOER (STIP): Ik denk dat meneer Van Rijn in die zin een goed punt heeft dat we moeten kijken hoe het op lange termijn een organisatie blijft die zichzelf ook draaiend kan houden. Het kan niet zo zijn dat we elk jaar incidenteel geld gaan geven. Ik denk dus dat het belangrijk is dat 38CC gaat kijken hoe het dat op een lange termijn kan volhouden. Dat kan door het aantrekken van andere bezoekers en dat kan ook op andere manieren. Dat is misschien aan 38CC zelf.

Binnenkort bespreken we met de raad de terugkoppeling van de motie Vier ton achter de hand, waar hopelijk ook verzachtingen voor DOK in zullen staan. De meeste van deze bezuinigingen gaan pas in 2023 in. De bezuiniging op een podium met activiteiten, dat OPEN faciliteert, geldt echter al vanaf 2022. Deze kan dus niet integraal worden meegenomen in de afweging. Dat vinden wij ook onwenselijk. Gelukkig is er nog een restant in de coronareserve voor cultuur, waarmee we dit kunnen dekken. Daarom hebben we een motie mede-ingediend om ervoor te zorgen dat activiteiten in OPEN in ieder geval in 2022 kunnen plaatsvinden en we een integrale afweging kunnen maken over die 4 ton. We willen onze complimenten geven aan de heer Van der Woerd. Hij heeft uitstekend speurwerk gedaan in de begroting. Ik zit hier nog best lekker. Dat is dáár 48

wel iets minder, heb ik net begrepen, maar ik denk dus dat vervanging van de stoelen nog niet snel nodig zal zijn. Wij hebben deze motie dan ook mede-ingediend. Een andere uitstekende motie van de ChristenUnie is de motie Kamers met Aandacht. Deze motie is gebaseerd op het principe dat we in de huidige wooncrisis elkaar moeten ondersteunen. Dat vinden we een hele mooie gedachte. Zoals de opdraging ook mooi zegt: jongeren vinden makkelijk huisvesting en krijgen op een natuurlijke manier begeleiding in het op eigen benen leren staan. Daar kunnen wij natuurlijk alleen maar achter staan. Daarom hebben wij deze motie mede-ingediend. De VOORZITTER: Meneer Van der Woerd, die kunt u in uw zak steken. Ja, ik zie het u doen; helemaal goed. Door de fracties van STIP, D66, Onafhankelijk Delft, de PvdA, Hart voor Delft en het CDA wordt motie M8.1.23 (Verhogen studietoeslag student met medische beperking) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 4 november 2021 ter bespreking van de Programmabegroting 2022-2025, constaterende dat: -

-

studenten met een medische beperking vaak niet kunnen bijverdienen naast hun studie en daarom aanspraak kunnen maken op een studietoeslag; het Rijk in 2019 per 1 januari 2021 de wetswijziging 'studietoeslag voor student met een medische beperking' aankondigde; in deze wetswijziging is opgenomen dat alle gemeenten in Nederland een studietoelage van 300 euro per maand beschikbaar moeten stellen aan studenten met een medische beperking; vanwege het huidige demissionaire kabinet de originele ingangsdatum van 1 januari 2021 opgeschoven is;

overwegende dat: -

-

-

de staatssecretaris en de minister Nederlandse gemeenten in de tussentijd meermaals heeft opgeroepen om op eigen initiatief, in afwachting van de wetswijziging, de studietoeslag alvast naar minimaal 300 euro te verhogen; sommige gemeenten in de regio in 2021 zijn overgestapt naar een studietoeslag van 300 euro, zoals bijvoorbeeld de gemeente Rotterdam; de studietoeslag voor studenten met een medische beperking in Delft op dit moment nog steeds 150 euro per maand is; Delft daarmee één van de twee Nederlandse studentensteden is die nog niet is overgestapt op 300 euro per maand; het verhogen van de individuele studietoeslag student met een medische beperking van 150 naar 300 euro de gemeente Delft maandelijks € 10.000 per maand en dus € 120.000 per jaar kost; het Rijk jaarlijks ongeveer € 45.000 beschikbaar stelt voor het Gemeentefonds van de gemeente Delft om de studietoeslag student met een beperking uit te keren;

49

-

dit nu al een jaarlijks tekort van ongeveer € 75.000 voor de gemeente Delft tot gevolg heeft en met het ingaan van de aangenomen wetgeving in het vooruitzicht dreigt uit te lopen op een tekort van ongeveer € 195.000;

verzoekt het college: -

-

met het Rijk in gesprek te gaan dat er voldoende middelen beschikbaar moeten worden gesteld om de studietoeslag student met een beperking te verhogen naar 300 euro per maand; vóór de Programmabegroting 2023-2026 en zodra het Rijk beslist de wetgeving te laten ingaan, met een voorstel aan de raad te komen om de studietoeslag voor studenten met een beperking naar 300 euro per maand te verhogen en dit terug te koppelen aan de raad."

Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Voorzitter. De PvdA heeft in de voorgaande besprekingen van deze begroting al aangegeven dat wij bepaald niet blij zijn met het feit dat deze begroting tekorten laat zien en dat we met ontwikkelingen te maken hebben waarop wij weinig tot geen invloed kunnen hebben. Het gevolg: pijnlijke keuzes. Daar hebben we het eerder over gehad. Net als voor andere fracties was dat voor de PvdA aanleiding om - in ons geval - mede-indiener te zijn van een amendement en een aantal moties die de effecten voor met name kwetsbare inwoners in onze gemeente en ook voor de culturele sector wat weg kunnen nemen. Heel concreet betekent dit dat wij mede-indiener zijn van het amendement met betrekking tot 38CC, Behoud hedendaagse kunst. Mijn fractie vindt het van belang dat we 38CC in ieder geval een jaar de kans geven om zijn bestaansrecht niet alleen te bewijzen maar ook van continuïteit te kunnen voorzien. Wij hebben onze handtekening ook onder de motie Samenhang in bezuiniging sociaal domein gezet. Die motie verdient misschien een prijs qua complexiteit, maar heeft toch een heel belangrijk doel, namelijk om een betaalbare ondersteuning te kunnen blijven bieden aan degenen die dat nodig hebben in onze stad.

Kamers met Aandacht is wat ons betreft een prachtig model om te voorzien in de extra woonruimte die voor jongeren nodig is, vooral ook voor kwetsbare jongeren die daarmee in een woonsituatie terechtkomen waarin ze extra ondersteuning kunnen krijgen van inwoners van Delft die zich daarvoor willen inzetten. Over de motie Verhogen studietoeslag zal ik niet veel zeggen, gezien de enorme uitwisseling die we daar net al over hebben gehad, maar ook wat de Partij van de Arbeid betreft is het van groot belang dat ook jongeren met een medische beperking zonder beperkingen kunnen studeren in onze stad. Ten slotte Energie in de wijken. Het woord "aanjager" is al gevallen. Ook mijn fractie heeft in de aanloop naar deze motie al laten weten dat de energietransitie wat ons betreft een belangrijke aanjager kan zijn én is voor het versterken van de sociale cohesie in de wijken. Vandaar dat onze handtekening ook onder die motie staat. De VOORZITTER: Tot slot ga ik naar de heer Van Rijn van de VVD.

50

De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. Ik zeg altijd maar: de laatsten zullen de eersten zijn. Tijdens de algemene beschouwingen heb ik de visie uiteengezet van de VVD, de Volkspartij voor Delft, gegeven de grote uitdagingen waarvoor Delft zich gesteld ziet. Als VVD voelen we ons verantwoordelijk voor Delft. Wij staan voor realiteitszin en oplossingen die werken. Het is niet onze ambitie om de problemen voor de hele wereld op te lossen. Als Volkspartij voor Delft zetten wij de Delftenaar centraal. Tot zover een hele korte samenvatting van onze algemene beschouwing. Ik ga nu stilstaan bij de moties die wij al dan niet met andere partijen indienen. Dat zijn er zeven; het magische getal zeven. Wij balen van de ozb-verhoging. Wat de VVD betreft is deze verhoging echt tijdelijk. Daarnaast maken wij ons zorgen over de ontwikkeling binnen de riool- en afvalstoffenheffing. Om te voorkomen dat de rioolen afvalstoffenheffing de komende jaren explodeert, willen wij op termijn de post Kwijtschelding gaan ontvlechten uit de gesloten circuits en onderbrengen bij het armoedebeleid. Vorig jaar hebben we samen met D66 hiertoe een poging gedaan. Die heeft het helaas net niet gehaald. Het heeft geen zin om dat nu opnieuw te doen, maar in de volgende coalitieperiode komen we daar zeker op terug.

Daarnaast heb ik nagedacht over hoe wij de post Watergerelateerde klimaatmaatregelen zouden kunnen ontvlechten uit het gesloten circuit riolering. Ik ben erin gedoken, maar dit blijkt zo technisch te zijn en zoveel voeten in de aarde te hebben dat ik heb besloten om dit voor nu ook niet te doen. Waar we wel toe hebben besloten, is om samen met D66 de motie Toeristen betalen mee aan Delft en de regio in te dienen. Wij vinden dat toeristen, die genieten van onze mooie stad, een extra duit in het zakje mogen doen. In deze motie roepen wij daarom op om te onderzoeken of de toeristenbelasting vanaf 2024 verder kan worden verhoogd. De opbrengsten willen we gebruiken om de lastenverhoging voor Delftenaren te beperken. Verder sluit ik mij aan bij het betoog van mevrouw Bel. Dan de motie De juiste woning bij het juiste inkomen ofwel de motie Middeldure huur, samen met - jawel - de SP. De woningmarkt in Delft zit op slot en is niet in balans. Om op lange termijn de financiële weerbaarheid van Delft op peil te houden, moet de woningvoorraad veranderen. Wat de VVD betreft wordt er gestuurd op een forse uitbreiding van het aantal middeldure huur- en koopwoningen in Delft. We moeten, kortom, bouwen, bouwen, bouwen. Door meer middeldure koop- en huurwoningen te bouwen zal de doorstroming verbeteren. Nog even wat cijfers voor de SP.

Uit de Woonmonitor blijkt dat 12% van de mensen in sociale huur scheefwoont. We dienen daarom samen met dezelfde SP een motie in om het college aan te sporen om vaart te maken, een extra inspanning te leveren ten aanzien van het bijbouwen van middeldure huurwoningen en hierover in gesprek te gaan met wooncorporaties, particuliere verhuurders en projectontwikkelaars. Ik snap heel goed dat dit eigenlijk onderdeel moet zijn van de nieuwe Woonvisie, maar wij vinden dit zo belangrijk dat we hier toch een oproep toe doen. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Ik wil even zeggen dat Onafhankelijk Delft deze motie mede-indient. De VOORZITTER: Prima, dat is bij dezen genoteerd.

51

De heer VAN VLIET (GroenLinks): Meneer Van Rijn maakt het wel heel bont, want hij wil dit zelfs in een nieuwe Woonvisie zetten. Het is al staand beleid. We hebben het met z'n allen al vastgesteld. Er is zelfs een stuk van het college over vastgesteld. Hoe kijkt meneer Van Rijn dan naar deze motie? De heer VAN RIJN (VVD): Uw opmerking is terecht, maar wij vinden dat er meer moet worden gedaan dan in de huidige Woonvisie staat, want het probleem is zó groot. Ik stel ook een vraag terug: hoe wilt u de doorstroming bevorderen en hoe wilt u mensen die in de 40 zijn en nog bij hun ouders wonen, uit dat huis krijgen en woonruimte geven? De heer VAN VLIET (GroenLinks): Het lijkt mij een goed idee om het Actieplan Middenhuur uit te voeren. Daarnaast lijkt het ons een goed idee om in de nieuwe Woonvisie eens te gaan kijken of we niet wat meer sociaal kunnen bouwen. De heer VAN RIJN (VVD): Ik ga die discussie mooi aan tijdens het opstellen van de nieuwe Woonvisie, maar dit willen we alvast meegeven. Ik ben ook benieuwd naar de reactie van de wethouder. Voor de motie Energie in de wijken wil ik verwijzen naar mijn interrupties. Dan de motie Behoud activiteiten OPEN. Ik wil mijn waardering uitspreken voor het pakket van bezuinigingen dat DOK heeft opgesteld.

Hoewel wij als VVD de reservering van 4 ton ten behoeve van de motie Begrotingssaldo achter de hand niet zomaar willen uitdelen, maken wij ons ten aanzien van DOK echt zorgen over de effecten van de maatregelen en het laten renderen van OPEN. Daarom hebben wij onder meer samen met D66 deze motie ingediend. Nog wel een vraag: wanneer kunnen wij de uitkomsten van de integrale afweging naar aanleiding van de motie Begrotingssaldo achter de hand verwachten? Graag een reactie van het college. Dan het amendement 38CC. Ik heb net al gezegd dat ik echt bewondering heb voor de wijze waarop 38CC zichzelf opnieuw aan het uitvinden is. Met het Museum van het alsof heeft 38CC een concept in handen dat wat ons betreft een breed bezoekerspubliek moet kunnen aanspreken. Maar als deze tijdelijke subsidie wordt verstrekt, moet dat wel ten goede komen aan zo veel mogelijk Delftenaren. Wij willen 38CC de kans geven om het concept waar te maken, maar dat moet het dan ook echt doen en het moet ook zorgen voor additionele financiering en het aantrekken van een breed bezoekerspubliek. Op de motie over het sociaal domein zal mijn fractiegenoot Miranda ingaan. Daarna wil ik het woord graag weer even terug voor een afhechting. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Ik licht de motie kort toe. Wij hebben die samen met GroenLinks, de PvdA en Onafhankelijk Delft ingediend.

Met deze motie willen wij eigenlijk voorkomen dat er binnen de bezuinigingsopgave van 10% bij Delft voor Elkaar bezuinigd gaat worden op voorzieningen die juist nodig zijn om de bezuinigingen op Wmo-maatwerk te gaan realiseren. Met de motie willen wij het college ook aanmoedigen om binnen de bezuinigingsopgave van Delft voor Elkaar te sturen op de ontwikkeling en het gebruik van deze voorliggende voorzieningen, zodat er uiteindelijk minder dure maatwerkvoorzieningen worden verstrekt en er samenhang ontstaat tussen het aanbod van Delft voor Elkaar, de voorliggende 52

gesubsidieerde voorzieningen en Delft Support, de geïndiceerde Wmomaatwerkvoorzieningen. Hierdoor wordt afschaling van zware zorg naar lichte zorg mogelijk gemaakt. Ik realiseer me dat deze motie wellicht wat technisch en complex is. Ik heb er daarom een voorbeeld bij, zodat misschien wat duidelijker wordt wat we met deze motie eigenlijk bedoelen te zeggen. Wat wij willen, is eigenlijk dat er gekeken wordt naar wat er voorliggend verstrekt kan worden, zodat je dat maatwerk niet hoeft te doen. Dit kan bijvoorbeeld bij mensen die in de wijk met elkaar wonen. Veel mensen wonen nu extramuraal, dus in de wijken, bijvoorbeeld beschermd. Al deze mensen wonen met extra begeleiding vanuit de Wmo. Dat is bekostigd en dat kost een hoop geld, maar dat kun je ook anders doen. Dit kun je bijvoorbeeld doen door gebruik te maken van het concept Buurtcirkel. Dat is een van de voorbeelden die ik hierbij wil benoemen. Daarbij worden mensen bij elkaar gezet. Zij hebben groepsbegeleiding, helpen elkaar, leren elkaar dingen en coachen elkaar. Ze gaan samen eten. Hiermee bestrijd je eenzaamheid. Zij zien het als de medegroepsleden afglijden in verslaving of in ggz-problematiek, waardoor sneller ingezet kan worden op opschaling van zorg. Dit is een uitermate belangrijk concept om dat voorliggend te kunnen organiseren, zodat je minder indicaties hoeft te verstrekken.

Wij vinden dit een heel prachtig instrument om mensen zelfredzaam te maken. Tegelijkertijd zou ik een lans willen breken voor de sportvoorzieningen, die als voorliggende voorzieningen ook gepositioneerd zijn bij Delft voor Elkaar. Die zijn ook een belangrijk instrument voor preventie. De heer AL JABERI (SP): Wordt de verantwoordelijkheid eigenlijk niet overgeheveld van professionals naar vrijwilligers door Delft voor Elkaar meer verantwoordelijk te maken voor het leveren van zorg? Wat vindt u daarvan? Mevrouw VOOGT (VVD): Dat is niet helemaal wat ik zeg, want ik zeg niet dat die groep begeleid wordt door een vrijwilliger. Dat zijn ook professionals, maar dan is het één professional voor een groep in tegenstelling tot de situatie waarin doorgaans iedereen een individuele voorziening en een eigen begeleider heeft. Dat is dus uiteindelijk veel duurder. Dat is wat ik bedoelde uit te leggen. Daar hebben we het dan dus over. Mevrouw BEL (D66): Het is inderdaad een heel veelzijdige motie met verschillende aspecten. Mevrouw Tiekstra gaf al aan dat het een beetje complex is en misschien is dit ook een voorbeeld waarin we het beter een beetje hadden kunnen opknippen.

Maar begrijp ik uw voorbeeld goed en houdt u een pleidooi voor een soort inventarisatie van individueel maatwerk om te kijken of die tot een nieuwe soort collectieve voorziening zou kunnen leiden die efficiënter is en misschien ook beter werkt omdat mensen elkaar meer ontmoeten? Mevrouw VOOGT (VVD): Ja, met de motie beogen wij inderdaad dat er goed gekeken wordt naar wat je voorliggend zou kunnen aanbieden, waarmee je dat individuele maatwerk, dat duurder is en waarin veel meer tijd gaat zitten, zou kunnen afschalen. Dat doe je dus in samenhang. Dat kan Delft voor Elkaar niet alleen bedenken. Daarbij hebben ze Delft Support en faciliterende hulp vanuit de gemeente nodig. Wij pleiten in deze motie eigenlijk voor die samenhang. Dat geldt dus niet alleen voor dit voorbeeld. Ook sportvoorzieningen zijn bijvoorbeeld ontzettend belangrijk bij Delft Support, omdat mensen daarmee in beweging blijven en fysiek 53

actief blijven, waardoor je uiteindelijk ook minder snel een beroep doet op de Wmomaatmerkvoorzieningen. Kortom: wij willen voorkomen dat er onomkeerbare bezuinigingen op voorzieningen van Delft voor Elkaar plaatsvinden waarmee andere bezuinigingen op het sociaal domein niet gerealiseerd kunnen gaan worden. Wij stellen voor dat dit goed op elkaar aansluit en in samenhang wordt gebracht. Wij zijn benieuwd naar de reactie van het college op onze motie. Ik geef het woord nu weer terug aan onze fractievoorzitter, Dimitri van Rijn. De VOORZITTER: Oké, meneer Van Rijn, gaat uw gang. Mevrouw VOOGT (VVD): Excuus, ik geef het woord aan de voorzitter. De VOORZITTER: Ja. Dat geeft niks, hoor. Ik neem het toch wel. De heer VAN RIJN (VVD): Dank, voorzitter. Ik neem het graag weer in ontvangst. Nog een hele korte reactie op twee andere moties. Wij snappen de door Hart voor Delft ingediende motie Hoogbouw en verzamelen van PMD, maar ik wil mij ook aansluiten bij de vraag van de heer Van Vliet. Ik zie namelijk een sterke relatie met de eerder door ons ingediende motie. In dat kader zijn wij benieuwd hoe het staat met de uitvoering van onze motie Nascheiding en maatwerk per wijk. Kan de wethouder toezeggen om de raad te voorzien van een update? De andere motie is de motie Haalbaarheidsonderzoek Openluchtzwembad inclusief wellnessactiviteiten.

Dat klinkt heel sympathiek en ook wij willen eigenlijk wel een openluchtzwembad, maar de middelen zijn er niet. Volgens mij zijn hier eerder ook onderzoeken naar gedaan. Ik ben dus benieuwd of het college die onderzoeken nog eens zou kunnen delen met de raad. Ten aanzien van alle andere moties wachten we gewoon de reactie van het college af. Op basis daarvan bepalen we hoe we stemmen. Dat blijft dus een verrassing. De VOORZITTER: Daarmee hebben we de eerste termijn van de raad gehad. Ik stel voor om een klein sanitaire stop te doen. Ik zou zeggen: tot 22.25 uur. De vergadering wordt enige tijd geschorst. Wethouder BRANDLIGT: Voorzitter. We hebben als college een verdeling gemaakt van alle moties. Dat zijn er heel wat. Als we alle collegeleden gehad hebben, zijn als het goed is - alle moties besproken. We gaan dus kijken of we een sluitende administratie hebben of dat er hier en daar iets tussen valt, maar daar komen we dan vanzelf op. Ik heb er in de spelverdeling vijf toegewezen gekregen. Die ga ik langs in een tamelijk willekeurige volgorde. De eerste motie is de motie Onderzoek uitbreiding beleidsregels bijzondere bijstand. De bedoeling achter die motie ondersteunen wij natuurlijk van harte. De bedoeling is om te zorgen dat mensen met een minimuminkomen ook mee kunnen doen met de energietransitie. Daar zijn wij van harte voor.

Gelukkig is het daarvoor niet nodig om de beleidsregels van de bijzondere bijstand aan te passen. Het is overigens niet zo dat je het beleid kan 54

aanpassen met het aanpassen van de beleidsregels. In die zin zou het dus ook niet helpen. Er werd al genoemd dat 015Duurzaam aan de slag gaat met vouchers. Die vouchers komen uiteindelijk uit een subsidie van het Rijk. Het Rijk heeft een subsidie gegeven. Die hebben wij als gemeente aangevraagd en die wordt uitgevoerd door verschillende organisaties in Delft, waaronder 015Duurzaam. Die vouchers zijn juist gericht op mensen met een minimuminkomen. Dat doen we in samenwerking met de Voedselbank, de Financiële Winkel, EMMA en de schuldhulpverlening, dus met iedereen die ons daarbij naar de juiste mensen kan verwijzen. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Als ik iemand die in de bijstand zit, € 137 wil schenken, wordt dat dan niet afgetrokken van de bijstandsuitkering? Wethouder BRANDLIGT: Nee, dat wordt niet afgetrokken van de uitkering. Die vouchers kunnen dus inderdaad echt besteed worden. Ze zullen ook ondersteuning krijgen voor de uitvoering daarvan. Of bedoelt u wat anders? Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Ik bedoel niet een voucher. Ik bedoel dat ik een donatie doe aan iemand in de bijstand om een zonnestroomdeel te kopen. Wethouder BRANDLIGT: O, u heeft het nu over de zonnestroomdelen. Dat is weer wat anders.

Zoals ik dat nu zie, zal ook dat niet afgetrokken worden van de bijstand, maar ik weet dat op dit punt nog overleg plaatsvindt met Deelstroom Delft om te kijken op welke manier dit het beste gedaan kan worden. Dat valt weer net een beetje buiten deze motie, maar het is in ieder geval de bedoeling dat ook de mensen met een minimuminkomen mee kunnen doen, ook met de zonnepanelenacties. We gaan kijken op welke manier dat kan. In de motie wordt ook gevraagd om dit onder de aandacht te brengen. Dat gaat ook gebeuren. Daarmee is deze motie in haar geheel eigenlijk overbodig, maar we voeren de bedoeling ervan al uit. Dan kom ik bij de burgerbetrokkenheid bij het klimaatbeleid. Daarover heeft de heer Van der Woerd een mooi betoog gehouden. In de motie staat dat een Burgerforum een mogelijkheid biedt om burgerbetrokkenheid te vergroten. Dat is ook zo. Tegelijkertijd zijn hier een aantal kanttekeningen bij te plaatsen. Daarover staat vandaag weer een artikeltje in Binnenlands Bestuur. Aanvullend op wat wij al hebben gezegd in onze reactie is het zo dat wij een PAW-aanvraag - PAW staat voor: Programma Aardgasvrije Wijken - hebben gedaan voor Tanthof. In die aanvraag is het ook de bedoeling om te kijken op welke manier we zo'n Burgerforum in Tanthof vorm kunnen geven, zodat het ook echt werkt.

Of dat dan "Burgerforum" gaat heten, is nog even wat anders, maar de bedoeling daarvan gaan we dus testen. Ik zou er dus niet voor zijn om dit dwingend voor de hele stad al op te leggen, maar wel om juist te kijken waar je dit met maatwerk het beste kan toepassen. Op deze manier voeren we deze motie dus eigenlijk al uit. De motie is wat ons betreft dus overbodig en wij ontraden haar op deze manier. Dan de motie van het CDA over het klimaatbudget. Wat moeten we daar nou eens over zeggen? Zoals de heer Valk al zei, is het nog maar een klein budget, dat ook afloopt. De besteding van het hele budget valt sowieso binnen het Programma Energietransitie. Dat geeft dus al enige richting, maar laat ik het eens omkeren. Als 55

deze motie zou worden aangenomen, wat zouden wij dan niet kunnen doen wat wij de afgelopen tijd wel gefinancierd hebben? Dan noem ik één voorbeeldje. Volgens mij is het nu ongeveer twee jaar geleden dat Delft een subsidie van € 25.000 heeft gegeven aan de Green Village, samen met Stedin, die dat ook gedaan heeft, en nog een andere partij om op de Green Village een lagetemperatuurwarmtenetje aan te leggen. Waarom is dat relevant? Dat is relevant omdat je met lagetemperatuurwarmtenetten uiteindelijk veel efficiënter en goedkoper de energietransitie kan doorvoeren, maar er moet wel eerst ook mee geëxperimenteerd worden. Door onze bijdrage daaraan kan dat nu gebeuren op de Green Village en kunnen wij ook gebruikmaken van de resultaten daarvan. Als ik uw motie nu lees, zou dat soort bijdragen daarmee juist niet gekund hebben. Dat zou heel jammer zijn. Een andere grens die u legt, is Delft: het moet in Delft gebeuren. Net vandaag heeft collega Huijsmans een prijs in ontvangst mogen nemen. Dat ging weliswaar over duurzame mobiliteit, maar ook daar zie je dat een bijdrage van Delft aan een fonds van de MRDH uiteindelijk ook in Delft leidt tot duurzame mobiliteit en CO2-reductie, terwijl het geld centraal in de MRDH is uitgegeven.

Een derde voorbeeld: als er in een buurgemeente een geothermieput komt waarvan ook wij de warmte krijgen, mogen wij daar dan niet meer in bijdragen omdat de put over de gemeentegrens ligt terwijl wij wel de warmte gebruiken? Kortom, ik vind dat deze motie - hoe zal ik het zeggen? - een beetje benepen overkomt, terwijl ik denk dat we dit kleine bedrag juist meer gericht op innovatie zouden moeten inzetten. Want het bedrag is eigenlijk te klein om het aan de energietransitie zelf uit te geven en om daar echt het verschil te maken, terwijl we juist met innovatie, waar we als Delft sterk in zijn en die ook onze naam heeft, nog het verschil kunnen maken. Om die reden ontraad ik deze motie. Dan kom ik bij de besteding van de 99 miljoen euro Eneco-gelden. In feite vraagt deze motie om transparantie in wat we met het geld gedaan hebben. Dat is gewoon openbare informatie. Die staat ook in de begroting, maar we hebben er ook geen bezwaar tegen om het op de in de motie aangegeven manier te doen. Tot slot de motie Energie in de wijken. Daarover hebben we het in de commissie al een aantal keren uitgebreid gehad. Er is een brede ondersteuning van de motie, maar wel met wat verschillende invalshoeken. Mijn interpretatie is dat iedereen in deze raad het belang en de urgentie van de energietransitie ziet, maar dat wil nog niet zeggen dat dit bij 100% van onze inwoners hetzelfde is.

Sterker: bij veel inwoners leven andere problemen die op dit moment urgenter zijn. Als je niets aan die problemen doet, kom je helemaal niet aan de uitvoering van de energietransitie toe. Hiermee wordt beoogd om deze punten in samenhang met elkaar te bekijken. Daarmee is niet gezegd dat dit geld dan voor van alles en nog wat ingezet kan worden, maar het kan wel precies dat geld zijn dat er samen met andere budgetten voor zorgt dat je een probleem in de wijk in samenhang kan oppakken. Het kan zijn dat men in de ene wijk bijvoorbeeld eerst kijkt naar werkloosheid en in een andere wijk naar eenzaamheid of het feit dat de openbare ruimte er niet goed bij ligt. Er kan in een wijk van alles aan de hand zijn waarmee mensen meer bezig zijn dan met de energietransitie. Kijk dan of je via dat urgente probleem binnen kan komen, zodat je daar wat aan doet en tegelijkertijd de energietransitie daaraan koppelt. Het lijkt ons een mooie opdracht voor ons om dit uit te werken richting de verkiezingen. Wethouder VOLLEBREGT: Voorzitter. Voor mij zijn er zes amendementen en moties. Ik loop ze langs in de volgorde waarin ze op het RIS staan. Ik denk dat 56

mevrouw De Boer de complimenten voor het amendement van de ChristenUnie al heel goed heeft overgebracht aan de heer Van der Woerd. Dat wil ik ook doen, maar ik kan dat niet zó enthousiast. Ik sluit me daar dus vooral gewoon bij aan. Het college heeft geen bezwaar tegen het amendement in zijn huidige vorm. Daarbij hoort wel de kanttekening dat we bij u als raad moeten terugkomen als er de komende vijf jaar met spoed iets vervangen moet worden, maar het lijkt realistisch en uitvoerbaar om het op deze manier te doen. De heer Van der Woerd vroeg mij wat ik met dat bedrag ga doen. Het eerlijke antwoord is dat ik daar nog niet over heb nagedacht. Dat is ook aan u: u hebt als raad het budgetrecht. Als u dat wilt, kunnen wij als college natuurlijk een mooi voorstel doen voor een besteding. Een overweging zou kunnen zijn dat u in 2024 een saldo achter de hand hebt gehouden om bezuinigingen te verzachten, maar nog niet in 2023. U zou dat in overweging kunnen nemen, maar dat is aan u als raad. Het college heeft geen bezwaar tegen het tweede amendement, het amendement Behoud hedendaagse kunst voor Delft. Het is echt een politieke weging voor u. U kent de argumentatie van het college. De heer Van Woudenberg vroeg mij nog of ik al iets kan zeggen over de rest van het bedrag, dus over 1 ton vanaf 2023.

Wij komen op een hele korte termijn, volgens mij binnen twee weken, met het subsidiekader voor beeldende kunst. Dat heeft u gevraagd toen u een amendement indiende bij het Herstelplan over deze bezuiniging. Dan bespreken we met elkaar de doelen van de totale beeldendekunstsubsidie die wij hebben voor alle instellingen. Ik ben het met de heer Van Woudenberg eens dat wij op tijd duidelijkheid moeten bieden aan 38CC, dus dat we voor halverwege het jaar in ieder geval helder moeten hebben hoe wij in 2023 omgaan met dat bedrag. Dus ja, dat gaan we absoluut doen. De heer VAN WOUDENBERG (CDA): Fijn om te horen dat de wethouder het zo met ons eens is. Ik had het nog iets explicieter gemaakt voor de toezegging: kan dat uiterlijk bij de Kadernota? Wethouder VOLLEBREGT: Ik weet niet precies wanneer de Kadernota valt, maar laat ik het heel scherp aangeven: in ieder geval voor juni 2022 geven we duidelijkheid over 2023. Volgens mij is dat voordat de raad de Kadernota bespreekt, maar die sturen wij natuurlijk al eerder naar u toe. De derde motie gaat over het voor iedereen toegankelijk maken van het stadhuis. U hebt het collegeadvies gezien. Laat heel helder zijn: ook voor het college is de toegankelijkheid van onze democratie en daarmee ook van dit stadhuis ontzettend belangrijk.

Daarom hebben we de afgelopen jaren al een aantal aanpassingen gedaan om, met name op de fysieke kant, dit stadhuis toegankelijker te maken voor mensen met, in dit geval, een fysieke beperking. Daar kunnen we misschien ook nog stappen in maken. We hebben de afgelopen weken een situatie gehad die aanleiding geeft om daar weer eens goed naar te kijken. Dat doen we wat mij betreft het liefst met de doelgroep. Maar de heer Van der Woerd maakte het in zijn uitleg veel breder, want het gaat ook over audiovisuele beperkingen. Zo hebben wij de motie oorspronkelijk niet geïnterpreteerd. De ontrading komt dus vooral vanuit die fysieke beperking, omdat we in dit pand gebonden zijn aan de monumentstatus en wat daarin mogelijk is. Maar de eerste door de heer Van der Woerd voorgestelde stap, namelijk om met een groep mensen te kijken welke aanpassingen nog mogelijk 57

zijn, lijkt mij prima om te doen. Dat wil ik hem dus wel toezeggen. Misschien wil hij de motie dan eventueel heroverwegen, want het is wel de eerste stap. Als er dan aanpassingen nodig zijn, zal er ook ergens budget gevonden moeten worden. Het ingewikkelde is wel dat de mensen die dit moeten gaan doen, de mensen zijn die op dit moment ook heel erg bezig zijn met de corona-aanpassingen in al onze panden. In de tijd zal het dus pas in de loop van 2022 worden dat we hiermee aan de gang kunnen, maar het lijkt mij een prima eerste stap om dat te doen voor dit stadhuis. Dan de motie over de toeristenbelasting. Het zal u niet verbazen - want we hebben het daar in de commissie al kort over gehad - dat ik u toch zou willen aanraden om daar enigszins voorzichtig mee om te gaan. De toeristische sector heeft het op dit moment nog heel zwaar. We zitten op dit moment op ongeveer 40% van de bezettingen. Hoewel in de motie een aantal voorbeelden staan van steden waar het een stuk hoger ligt, zijn er ook tal van voorbeelden te noemen van steden waar het lager ligt. Dat zijn toch ook de steden waarmee we concurreren. We moeten dus uitkijken dat het niet penny wise, pound foolish wordt. Een aantal overwegingen daarbij staan ook in de brief van het Platform Toerisme, maar wat mij betreft biedt de motie daar in de huidige vorm voldoende ruimte voor.

Tegen de motie in deze vorm heeft het college dus geen bezwaar. We hebben alle tijd om die afweging in alle rust en wijsheid te maken. De allerbelangrijkste factor daarbij zal zijn of de toeristische sector dan weer is hersteld. Dat bepaalt namelijk ook hoeveel inkomsten wij binnenhalen in 2024 en of er überhaupt geld over is om aan iets te besteden. De motie neemt een voorschot op waar dat eventueel heen kan. Dat moeten we op dat moment natuurlijk ook met elkaar afwegen. Maar nogmaals: geen bezwaar. De oproep in het eerste dictum van de motie om met de regiogemeenten in gesprek te gaan, lijkt mij een hele goede oproep. Dat gaan we dus zeker doen als u de motie aanneemt en anders misschien ook wel. Dan de motie Gelijke monniken, gelijke kappen van het CDA. Die spreekt van "gemeentelijke culturele instellingen". Volgens mij gaat dat over het Prinsenhof, dat ook door de heer Van Woudenberg werd genoemd. Ik heb u in de commissie al aangegeven dat daar al een forse taakstelling ligt. Die taakstelling zal ook nog eens sterk veranderen, afhankelijk van de renovatie die we gaan doorvoeren en de structurele kosten die daarbij horen. In de aanloop naar de renovatie heeft het Prinsenhof al een grote taak om die renovatie voor te bereiden en ook om tijdelijke programmering voor te bereiden. Dat moeten ze al binnen de huidige begroting doen.

Ik zou u dus niet aanraden om daar een extra taakstelling op te leggen. Deze motie zou ik dus willen ontraden. Tegen de motie Activiteiten OPEN behouden voor 2022 heeft het college geen bezwaar. Complimenten aan de heer Van Overbeeke voor de afstemming en het creatief zoeken naar dekkingsmogelijkheden. Ik moet u wel aangeven dat wij, doordat wij het nu vanuit de coronareserve doen, enigszins voorbijgaan aan het handelingsperspectief waarin we dat normaal gesproken afwegen, maar ik denk dat dit in deze situatie goed uitlegbaar en te verklaren is aan de stad. Het CDA vroeg nog naar twee andere aspecten van OPEN, de Vindplaats en het Taalhuis, de taaleducatie. U weet dat wij dat afwegen in het voorstel rondom de 4 ton, dat vanavond al een paar keer langs is gekomen. Daar komen we voor het eind van het jaar bij u op terug. 58

Tot slot de motie over de buurthuizen, het verduurzamen daarvan en de energierekening, waar ik de precieze titel niet van ken. Een groot deel van de buurthuizen is natuurlijk van ons; wethouder Schrederhof zal daar meer over zeggen. Het verzoek om te verduurzamen is dus een verzoek aan onszelf als gemeente. De buurthuizen worden gewoon meegenomen in de Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed. Een deel wordt de komende jaren al verduurzaamd en een deel zit verder weg, omdat we dat zo veel mogelijk combineren met onderhoud dat al gepland staat, wanneer we daarmee aan de slag gaan. Maar die zitten in principe gewoon in die Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Ik heb twee onderwerpen te bespreken, ten eerste amendement A8.1.A over het verplaatsen van de halte aan de Martinus Nijhofflaan. Ik zou dat amendement graag ontraden, ook omdat de halteverplaatsing bijdraagt aan het versterken van het openbaarvervoersysteem in de Voorhof en omdat dit ook onderdeel uitmaakt van ons investeringsprogramma, dat met het LVVP 2016-2019 al door het college is vastgesteld en dat ook in de commissie is besproken. Dat heeft op dat moment niet geleid tot een wijziging van de agenda, want uiteindelijk gaat het dan over het verbeteren van loopafstanden. Je zorgt er ook voor dat de halte op een betere plek ligt.

Daarnaast is op dit moment sprake van een helling in de tramhalte. Die is eigenlijk te groot om van een veilige situatie te spreken. Ook de verkeerssituatie met de oversteek is wat minder veilig. Bijvoorbeeld het kruispunt van de Martinus Nijhofflaan en de Aart van der Leeuwlaan is best een lastige plek waar je lastig kunt oversteken, omdat het daar niet verkeersveilig is. Door de halte te verplaatsen kunnen we daar gewoon een betere inrichting krijgen. Weet ook dat een goede inrichting van een halte nodig is omdat er na 2026 nieuw materieel gaat rijden van de HTM, dat breder is en een andere instaphoogte heeft. Ook daarvoor moet de halte dus geschikt gemaakt worden. Dat alles bij elkaar en ook het feit dat we daar de helft van betalen en dat de andere helft vanuit de MRDH komt, maken dat wij zeggen: houd dat nou gewoon netjes als reservering, want daarmee kunnen we op deze plek echt een betere inrichting organiseren. Dan motie M8.1.12, de motie Hoogbouw en het inzamelen van PMD. Doordat we gaan toetreden tot HVC - eigenlijk zijn we al toegetreden - is vanaf 1 januari komend jaar nascheiding mogelijk. Het is dan ook echt de bedoeling om daarmee het restafval te verminderen, maar op zich hebben we natuurlijk ook Grip op Grondstoffen. Dat heeft mijn buurman meermaals bepleit in de raad en dat is nog steeds ons uitgangspunt.

Dat betekent ook dat we nog steeds zo veel mogelijk inzetten op bronscheiding. Alleen op plekken waar dit echt niet tot succesvolle inzameling leidt, zouden we graag met nascheiding willen gaan werken. De heer Van Rijn had het al over de motie over maatwerk: zet nascheiding in waar je die goed kunt inzetten om een zo goed mogelijke opbrengst te bereiken. Volgens mij is dat ook nog steeds de wijze waarop wij ons beleid uitvoeren. Als wij zeggen dat bij hoogbouw altijd nascheiding moet plaatsvinden … Er zijn een heleboel plekken waar het in hoogbouw heel goed te organiseren is met bronscheiding, die nog steeds een stuk goedkoper is dan nascheiding. Daar zijn nu natuurlijk wel wat vragen over: hoe loopt dat dan en hoe wordt het uiteindelijk uitgevoerd? Eerder heb ik de fractie van Hart voor Delft al toegezegd om iets meer te vertellen over die uitrol. Ik heb het CDA daarna ook beloofd om daar nog iets aan toe te voegen over de evaluatie van de 59

containertuintjes. Volgens mij kunnen we dat pakketje mooi afmaken door ook even een stand van zaken van de uitvoering van die motie Maatwerk te geven. Volgens mij hebben we dan alles bij elkaar en kunnen we het gesprek daarover verder voeren, zodat er wat meer informatie voor de raadsleden is om te kijken of we nog steeds met de goede zaken bezig zijn. Dan hebben we daar een mooi overzicht van. De toezegging die er al stond, wordt dus uitgebreid met dit element. De heer VAN RIJN (VVD): Dat is een mooie toezegging. De vraag is wanneer we dit als raad kunnen verwachten. Wethouder HUIJSMANS: Volgens mij heb ik al eerder aangegeven dat ik zal proberen om dit nog netjes in dit jaar naar de raad te sturen. Ik heb volgens mij bij de vorige toezegging al gezegd wanneer het precies zal zijn, maar ik denk dat het er gewoon de komende maand aan kan komen. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Betekent dit dat het inzamelen voor de wijken Buitenhof en Voorhof uitgesteld wordt tot januari? Wethouder HUIJSMANS: Er zijn natuurlijk sowieso een heleboel stappen nodig voor die uitrol, zoals het plaatsen van de containers. Ik zal in het stuk de stand van zaken van de uitrol toelichten. Dan kunnen we ook kijken hoe we op specifieke plekken omgaan met nascheiding. Uiteindelijk halen we ook bij nascheiding nog papier op en zamelen we ook gft-afval nog steeds apart in.

Het gaat er vooral om dat PMD en restafval samen ingezameld worden. We hebben dus nog steeds de containers nodig, die ook zullen worden geplaatst, maar het vraagt natuurlijk wel wat meer in de verdere uitrol en ook in de communicatie naar de hoogbouwflats. Ik denk dat het goed is om dat ook toe te lichten: waar staan we, wat is onze planning en wat betekent dat voor het toepassen van het maatwerk? Het is goed om ook uit te leggen hoe dat in de planning zit en wanneer welke stappen gezet gaan worden, maar dat zullen we daar ook in toelichten. Wethouder HARPE: Voorzitter. Voor mij zijn er één vraag en één motie. Het CDA vroeg in feite om een bevestiging over muziek in de klas. In de commissie heb ik al gezegd dat we via de band van de NPO-gelden met de scholen in gesprek zijn om daarin daadwerkelijk iets extra's te doen. Natuurlijk kan ik dat niet zelf doen. Ik kan niet zomaar een accordeonist de klas insturen, maar we gaan met de scholen kijken wat we kunnen doen. U noemde ook het inhaal- en ondersteuningsprogramma. Ik weet daar nog niet het fijne van, maar ik zal dit betrekken bij de zojuist genoemde poging om meer muziek in de klas te laten klinken. Dan de motie over het schoolzwemmen. Het is inderdaad heel belangrijk om te leren zwemmen. Dat is een eerste verantwoordelijkheid van de ouders.

Gelukkig nemen ze die verantwoordelijkheid ook, want 80% van de kinderen heeft zwemdiploma A als ze naar groep 1 van het basisonderwijs gaan. Een deel van de kinderen heeft dus nog geen zwemdiploma. Daar kunnen financiële redenen aan ten grondslag liggen. Daarom hebben we twee maatregelen om te zorgen dat ook die kinderen leren zwemmen. Allereerst financieren we onderwijsachterstandsscholen ofwel OABscholen aanvullend voor het schoolzwemmen, zodat dat een keer per week plaatsvindt. Daarnaast kunnen ouders die onvoldoende middelen hebben om het schoolzwemmen te betalen, een beroep doen op het Jeugdfonds Sport & Cultuur. 60

De norm is 110% van de bijstandsnorm. Dus ook werkende armen, zoals zij weleens worden genoemd, mensen met een laag inkomen, kunnen daar gebruik van maken. Even los van de technische uitwerking betekent dit dat maximaal € 510 beschikbaar kan komen om te leren zwemmen. Alles afwegende zijn dit voor ons redenen om de motie te ontraden. Wij denken dat er met dit pakket voldoende mogelijkheden zijn om ook als er sprake is van een kleine portemonnee, te leren zwemmen. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Ik snap wat de wethouder zegt, maar een kleine correctie: het is echt een onbestaand fenomeen dat 80% van de kinderen al kan zwemmen voor groep 1. Je mag vaak pas op je vijfde beginnen met zwemles. Misschien denkt de wethouder nog aan klas 1 van de lagere school, zoals in zijn eigen jeugd. De VOORZITTER: Wethouder, hoe zit het? Wethouder HARPE: Ik heb het over groep 1. In mijn tijd was dat niet groep 1; die heette gewoon "de eerste klas". Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Ik kan me volledig aansluiten bij mevrouw Gooijer: kinderen kunnen echt nog niet zwemmen voordat ze naar school gaan. Dat is absoluut niet het geval. Zij mogen pas beginnen als ze al op school zitten. Maar mijn vraag is een andere. Ik hoor wat de wethouder zegt en het verbaast me ook niet dat hij dit zegt.

Het is tenslotte niet zijn idee om schoolzwemmen weer in te voeren, maar ik noem twee belangrijke argumenten die wij hebben. Ten eerste duren de wachtlijsten op dit moment een jaar en in sommige gevallen nog langer, onder andere natuurlijk vanwege de coronaperikelen, maar het duurde al een hele tijd een halfjaar. Het duurt dus sowieso heel lang voordat kinderen kunnen beginnen met zwemmen. Dit zou dat oplossen en zou het ook veiliger maken, omdat kinderen dan misschien al wél vroeg in de kleutertijd kunnen beginnen. Ten tweede wijst u op het Jeugdfonds, dat dit betaalt voor mensen met een laag inkomen. Dat is inderdaad hard nodig. Ik heb op dit moment twee kinderen op zwemles en ik kan u vertellen dat het verschrikkelijk duur is. Maar ik heb ook van de zwembaden begrepen dat wat uit het fonds vergoed wordt, vaak niet voldoende is om überhaupt het eerste diploma te halen. Ik denk dus toch dat wij als gemeente wat meer moeten doen als we willen zorgen dat kinderen echt veilig kunnen zwemmen, want het dekt wel een deel, maar lang niet alle kinderen kunnen daarmee hun diploma halen. Kunt u daar nog even op reageren? Dit zijn volgens mij namelijk twee belangrijke argumenten.

Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Ik heb net met mijn muziekje willen ondersteunen hoe belangrijk muziekles is, maar als de wethouder de ambitie heeft dat kinderen voor groep 1 al voor 80% kunnen zwemmen, betekent dat dan ook dat babyzwemmen tegenwoordig betaald wordt voor de ouders? Dat is mijn eerste vraag. U zou ook nog de door mij genoemde redenen uitzoeken. Ik ben daar zelf mee bezig geweest met het ministerie. Het moet voor 31 december worden aangevraagd. Wij verzoeken dan ook om ondersteuning voor basisscholen, juist ook om dat hiervoor te bestemmen. Het grote punt is dus gewoon dat kinderen structureel zwemles kunnen krijgen. Mevrouw BEL (D66): Nog een checkvraag aan de wethouder. Ik meen me te herinneren dat we een oplossing hadden bedacht voor het door mevrouw Van 61

Rossum terecht geschetste probleem dat de vergoeding vanuit het Sportfonds aanvankelijk niet voldoende zou zijn om je hele zwemdiploma te halen, namelijk door budgetten van het ene jaar naar het andere te schuiven, waardoor het wel mogelijk is om echt je diploma te halen. Klopt dat? Wethouder HARPE: Dat laatste weet ik niet; dat is een hele technische vraag. Daarbij kan overigens ook een discussie plaatsvinden over de vraag of het volledig kostendekkend moet zijn of dat het vooral een bijdrage is aan de kosten en dat ook aan ouders een eigen bijdrage wordt gevraagd. Als mevrouw Bel een antwoord op die vraag wil, moet ik dat technisch even laten uitzoeken. Ik vraag me af of je wachtlijsten die er nu zijn en waarvan mevrouw Van Rossum een aantal oorzaken gaf, oplost met meer geld, want het gaat voor mij vooral ook om capaciteit, even los van maatregelen zoals coronamaatregelen, waardoor je het zwembad helemaal niet in mag. Dat verband zie ik dus niet direct. Aan het herinvoeren van hoe het ooit was, zitten zodanige kosten vast dat wij denken dat het pakket dat er nu ligt, een evenwichtig pakket is. Dat debat hebben we volgens mij in de vorige periode gevoerd. Wat dat betreft is het college niet voornemens om het schoolzwemsysteem volledig te herzien. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Ik moet toch weer een argument van de wethouder ontkrachten.

Hij zegt dat de lange wachtlijst een probleem van de capaciteit is, maar dat komt natuurlijk doordat er geen kind is dat onder schooltijd naar zwemles gaat. Als kinderen onder schooltijd gebruik gaan maken van het zwembad, kun je de capaciteit om kinderen te leren zwemmen, natuurlijk heel erg uitbreiden. Dat is juist wat wij bedoelen met deze motie: zorg dat je op meerdere momenten die kinderen in het zwembad hebt, want nu zit het allemaal gepropt op de vrijdagmiddag, wanneer ouders een keer tijd hebben om van hun werk te komen en daar te gaan zitten. Ja, ik weet er alles van! De VOORZITTER: U bent een enorme ervaringsdeskundige. Wethouder HARPE: Dat begrijp ik, maar ik denk dat wij het niet eens worden. Ik heb de argumenten van het college gegeven. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Dit is geen mening, hè? U bedoelt dus dat ik gewoon gelijk heb met dat capaciteitsverhaal. Wethouder HARPE: Wat de capaciteit betreft: u heeft het over de uitbreiding van uren. Dan gaan we weer terug naar het oude schoolzwemsysteem. Dan zijn we weer terug bij de vraag of het college daartoe bereid is; zie de motie. Daarvan heb ik gezegd dat we op grond van wat ik heb verteld, dat niet zijn. Dat is het antwoord.

Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Oké, maar dan zijn we het erover eens dat u geen schoolzwemmen wil invoeren omdat u daar niet toe bereid bent en niet omdat dat niet zou uitmaken voor de capaciteit en de wachtlijsten niet korter zou maken, want dat zou namelijk wél het geval zijn. Wethouder HARPE: Ik zie geen aanknopingspunten, want ik ga mezelf herhalen. 62

De VOORZITTER: Oké. De wethouder herhaalt zichzelf niet graag. Wij ronden het debat over dit punt af. De wethouder heeft verder geen punten. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Hou u vast: ik heb twaalf moties. Ik zal het dus vrij snel doen. Ik start met de motie Middenhuur, die ik zou willen ontraden. Wij hebben een Woonvisie. Die hebben we vertaald in een Woonagenda. De voortgang daarvan kunt u keurig lezen in de Woonmonitor. Daar hebben we het volgende week over in de commissie SDW. In de Woonagenda is aangegeven dat wij 20% middenhuur bouwen. Daar is ook een Actieprogramma Middenhuur voor gemaakt. In dat actieprogramma kunt u lezen hoe de koppeling zit tussen inkomen en huurniveau. Dat is daarin dus keurig omschreven. Dat doen wij trouwens niet met publieke partners maar met private partners, als je onze pensioenfondsen private partners mag noemen; ik denk dat zij dat zijn. U kunt in de Woonmonitor lezen dat die 20% voortvarend ingevuld wordt en dat we feitelijk iets hoger zitten. Eén puntje uit onze Woonagenda en Woonvisie halen lijkt me een opening om daar van alles uit te halen. Daar gaan wij nou net een nieuwe Woonvisie op maken. Ik denk dus dat we dit daar neer moeten leggen. De motie over zelfbewoningsplicht en bescherming voor starterswoningen zou ik graag uitvoeren.

Ik wil alleen wel aangeven dat in Amsterdam, waar de zelfbewoningsplicht nu ingevoerd is, sprake is van een verhouding van 1 op 3 van partijen die een reële koopwoning uit de markt nemen en haar gaan verhuren, terwijl die verhouding bij ons 1 op 7 is. Dat ligt dus iets lager. Tegelijkertijd hebben wij in onze markt al heel veel dichtgezet. Verkameren mag niet meer en splitsen is echt sterk gereguleerd. Dit betekent dat we heel goed moeten kijken hoe we de zelfbewoningsplicht daar aanvullend op inzetten om te voorkomen dat de rechter ons terugfluit, want je moet daarvoor echt een stevige motivatie hebben die ook standhoudt. Maar ik heb al eerder gezegd dat we hiermee aan de slag willen en ik pak dit graag op. Een deel van de motie gaat over kansen op de woningmarkt voor starters. Er ligt een prachtig onderzoek, juist voor de startende huurder, dat we ook volgende week gaan bespreken. Ik denk dat ook dat in onze nieuwe Woonvisie een plek moet hebben. In het verleden dacht je dat je er was met bouwen voor doorstroming, maar dat is echt te weinig. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Kunnen we dit beluisteren als een toezegging? Wethouder SCHREDERHOF: Ja, ik heb gezegd dat ik de motie graag uitvoer. Dan is dat een toezegging om de teksten die daarin staan, uit te voeren. Een andere motie gaat over de samenhang van de bezuinigingen in het sociaal domein.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik de inhoud van de motie op hoofdlijnen echt prima vind, maar ik zou haar op een aantal punten toch willen ontraden. In deze motie gaat het al over het onderzoek van de Rekenkamer en wordt eigenlijk ook verzocht om met al die aanbevelingen akkoord te gaan, terwijl dat stuk volgende week gewoon nog besproken moet worden. Ik denk eerlijk gezegd dat we die ruimte met elkaar moeten nemen. Daar staat ook een van de voorstellen in die hier omschreven worden. Natuurlijk moeten wij de bezuinigingen van Delft voor Elkaar inzetten. Dat is echt de opdracht die wij hebben, maar tegelijkertijd moeten we dat 63

niet doen zonder dat we goed rekening houden met wat wij willen bereiken in het Actieprogramma Sociaal Domein, dus in de keten van geïndiceerde voorziening naar voorliggende voorziening maar ook aan die preventiekant. We moeten dus per oplossing en per lijn heel goed kijken hoe we die keten goed vormgeven en we moeten zorgen dat we de activiteiten die daarvoor bij Delft voor Elkaar relevant zijn, ook kunnen doen. Er moet sprake zijn van een samenhangend pakket in wat Delft Support, Delft voor Elkaar en de Wmo-zorgleveranciers in de aanbieding hebben. Ik denk dat dat een hele belangrijke lijn is. Ook heel belangrijk daarbij is de goede samenwerking met de door de Rekenkamer genoemde partners. In de stukken die u krijgt over de nieuwe aanbesteding van de Wmo, kunt u lezen dat we dat partnerschap met die grote partijen in de Wmo eigenlijk nog veel verder aantrekken. Dat leest u ook in onze stukken over Van beschermd wonen naar beschermd thuis. Als we van geïndiceerde voorziening naar voorliggende voorziening gaan en als we daarmee een bezuiniging op de Wmo kunnen maken, kun je natuurlijk ook heel goed kijken of je een deel van die bezuiniging juist ook kunt inzetten om dat voorliggende veld te versterken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10765231/1