CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-handelingen raadsvergadering 16 december 2021

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente Delft32.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dat laat onverlet dat de gemeente wat ons betreft, net als altijd, open moet staan voor mensen die in problemen zijn en die zich melden, dan op de juiste wijze moet doorverwijzen en, mocht het Rijk wel komen met regelingen voor deze groepen, ook gewoon paraat staat om dan hiermee verder te gaan. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Voorzitter. Ik sluit me graag aan bij de woorden van mevrouw Gooijer om deze vergadering niet nog langer te laten worden. De VOORZITTER: Ik wil graag opgemerkt hebben dat de spreektijd van de SP aardig ten einde is. Volgens mij is het nog een minuut, maar inmiddels zijn er nog een paar woorden gewisseld. Het kan dus zomaar wat minder zijn, maar ik geef aan dat de spreektijd haast op is. We zijn keihard; u weet het. De gewijzigde motie wordt met een digitale stemming verworpen met 6 tegen 32 stemmen, waarbij de SP en Onafhankelijk Delft ervoor hebben gestemd. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. XX. Voorstel van het college aan de raad inzake Beleid toeristische verhuur van woonruimte Delft (nr. 2140757). De heer VAN OVERBEEKE (D66): Voorzitter. In de commissie was er terecht lof voor de regels die we gaan stellen aan vakantieverhuur met platforms zoals Airbnb. Het is goed dat we die regels gaan stellen, maar wat D66 betreft kunnen die regels 43

op één punt strenger. Daarom dienen we een amendement in om het maximale aantal te verhuren nachten niet op 60 te stellen, zoals het college voorstelt, maar op 30. 60 is te veel om structurele vakantieverhuur effectief tegen te gaan, zowel bezien vanuit het oogpunt van omwonenden als vanuit het oogpunt van de verhuurder. De VOORZITTER: De heer Van Rijn wil u toespreken, kort en krachtig. De heer VAN RIJN (VVD): Zeker, ik heb een korte en krachtige vraag, maar wel met een kleine inleiding. Er is in Delft zelden of nooit overlast door vakantieverhuur. Wat niet is, kan natuurlijk nog komen, maar met het voorliggende voorstel van het college wordt juist daarop geanticipeerd. Verder zijn er bij overlast voldoende mogelijkheden om te handhaven. Dus welk probleem wil D66 met deze motie oplossen en wat voegt deze motie toe? De heer VAN OVERBEEKE (D66): Ik ga uitleggen waarom de anticipatieactie - als dat een woord is - die nu gedaan wordt, het stellen van die regels, volgens mij niet effectief is om structurele verhuur van woningen via vakantieverhuur tegen te gaan. Niet alleen overlast is een probleem, maar ook structurele bewoning, omdat dit gewoon woningen onttrekt aan de markt. De heer JAFF (GroenLinks): Het komt niet vaak voor, maar ik moet in dezen meneer Van Rijn bijvallen. Ook ik ben oprecht op zoek naar het probleem waarvoor u een oplossing zoekt.

Als ik de stukken goed bekijk, is het aantal unieke aanbiedingen in de stad, het aantal objecten die verhuurd worden, met 25% gedaald. We hebben in heel Delft slechts 136 aanbieders. Voor welk probleem zoeken we een oplossing? De heer VAN OVERBEEKE (D66): Ik ben nu al bij voorbaat benieuwd of GroenLinks en de VVD überhaupt voor dit voorstel gaan stemmen. In het voorstel wordt namelijk geanticipeerd op problemen die zouden kunnen gaan optreden met vakantieverhuur. Ik denk dat de anticipatie die gedaan wordt, niet effectief is. Als mijn collega's mij dat toestaan, ga ik nu uitleggen waarom ik dat denk. Bezien vanuit omwonenden betekent verhuur voor twee nachten per weekend van een appartement dat 60 nachten per jaar verhuurd wordt, nog steeds dat dat 30 weekenden gebeurt. Je zal er maar naast wonen; dat is gewoon niet "incidenteel" te noemen. Maar we bezien dit ook vanuit het oogpunt van de verhuurders: met verhuur op 60 nachten per jaar valt er nog steeds een businesscase te maken voor die structurele vakantieverhuur. In het amendement maak ik die rekensom ook volledig. De grote problemen met Airbnb zijn we in Delft gelukkig nog voor, maar laten we, nu we toch regels stellen, die zo maken dat we de problemen in de toekomst ook effectief tegengaan. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Er wordt gezegd: je zal er maar naast wonen.

Ik ben iemand die weleens de woning van iemand anders huurt. Dan gedraag ik me niet per se anders dan zoals ik me thuis gedraag. Waarop is die aanname dus gebaseerd? De heer VAN RIJN (VVD): Meer een statement: ik krijg wel een beetje een "als de hemel naar beneden valt, hebben we allemaal een blauwe neus"-gevoel. De VOORZITTER: Een blauwe hoed, maar dat maakt niet uit. De neus zal dan ook best wel een opdoffer krijgen. 44

De heer JAFF (GroenLinks): Ik ken de heer Van Overbeeke als een sterke analist. Ik zou wat meer diepgang willen op het punt van de cijfers waar ik naar gevraagd heb. Zonder regels en zonder beperkingen zien we de afgelopen vijf jaar het aanbod teruglopen. Nu komen we met restricties. Waarom bent u bang dat er met restricties juist een toename gaat komen? Leg dat mij eens uit. Mevrouw DEN BOER (STIP): Als iemand de rest van het jaar in zo'n woning woont, is het dan ook een woningonttrekking? De heer VAN OVERBEEKE (D66): Een heel vuurpeloton; leuk is dat. Ik reageer eerst op de vraag van de heer Jaff waarom het aantal verhuren het afgelopen jaar teruggelopen is. Ik denk dat ik de heer Jaff niet hoef uit te leggen waarom het aantal verhuren in de vakantie in het afgelopen jaar teruggelopen is. De VOORZITTER: Volgens mij was dat niet de vraag van de heer Jaff. Hij zal de vraag herhalen. De heer JAFF (GroenLinks): Ja, een correctie: niet het afgelopen jaar, maar vanaf 2017, dus de afgelopen vijf jaar. De heer VAN OVERBEEKE (D66): Ook vanuit 2017 bezien zal het op dit moment teruggelopen zijn. Maar goed, dan zou ik de vraag terug willen stellen die ik net al stelde.

Als het nou echt zo is dat GroenLinks, de VVD en STIP allemaal die problemen met de vakantieverhuur niet zien, ben ik erg benieuwd of zij straks voor dit voorstel gaan stemmen waarmee we dus proberen te anticiperen op problemen met vakantieverhuur. Mijn oproep zou zijn: als we die anticipatiepoging nou toch doen - ik heb nu drie keer geprobeerd een woord te maken met "anticipatie" - laten we dat dan doen op een effectieve manier. D66 denkt dat een maximumaantal van 60 te verhuren nachten niet effectief is. Wij denken dat 30 wel effectief zal zijn. De VOORZITTER: Wat is nou de derde "anticipatiecombinatie"? Hé, "anticipatiecombinatie"; dat is vier. Maar wat was dan de derde? O, die bent u kwijt. De heer VAN OVERBEEKE (D66): Volgens mij heb ik "anticipatiepoging", "anticipatieactie" en … Ja, dan heeft u gelijk; dan waren het er twee. De VOORZITTER: "Anticipatiecombinatie" komt daar nu ook bij. Mevrouw DEN BOER (STIP): Er is niet echt op mijn vraag ingegaan. Ik vraag me af of meneer Van Overbeeke daar nog op kan reageren. De VOORZITTER: Dat is natuurlijk de vrijheid van de heer Van Overbeeke, maar misschien is de heer Van Overbeeke de vraag vergeten. De heer VAN OVERBEEKE (D66): Ik begreep die vraag niet helemaal.

Het was iets zoals: als het de rest van het jaar verhuurd wordt, is het dan structurele verhuur? Misschien kan mevrouw Den Boer die vraag in haar eigen termijn even verduidelijken. Dan zal ik er in de tweede termijn op in proberen te gaan.

45

Door de fracties van D66, Hart voor Delft en de PvdA wordt amendement A13.10.A (Vakantieverhuur in goede banen) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 16 december 2021 ter bespreking van het agendapunt Voorstel van het college aan de raad inzake Beleid toeristische verhuur van woonruimte Delft, besluit het beleidskader Toeristische verhuur van woonruimte in Delft vast te stellen met de volgende wijziging van uitzonderingsgrond 2c op pagina 1: Dit punt was: • De verhuur maximaal 60 nachten per jaar plaatsvindt; Dit punt wordt: • De verhuur maximaal 30 nachten per jaar plaatsvindt; Toelichting: Indieners willen het aantal te verhuren nachten via vakantieverhuur in afwezigheid van bewoners maximaliseren op 30. Vakantieverhuur kan een kans zijn. Het is mooi als Delftenaren een weekendje weg gaan en hun woning aan toeristen verhuren. Maar in de praktijk zorgt het voor veel problemen. Woningen worden opgekocht en het hele jaar door aan toeristen verhuurd. Dat leidt tot herrie en verschraling en het onttrekt woningen aan de woningmarkt. In Delft is de overlast nog relatief klein. Het is mooi dat we de grootste problemen voor zijn, maar dat moet geen reden zijn om nu niet door te pakken met goede regels. We zien in andere steden wat overmatig vakantieverhuur aanricht.

Het college stelt voor om het aantal nachten dat huiseigenaren hun woning kunnen verhuren, op 60 te maximaliseren. Indieners vinden dat aantal nog te hoog. Dit omdat: (1) uitgaande van twee nachten per weekend dit voor omwonenden betekent dat een woning alsnog 30 weekenden verhuurd kan worden. Dit is niet 'incidenteel' te noemen. (2) Een snel rekenvoorbeeld laat zien dat een maximum van 60 nachten per jaar nog steeds een businesscase mogelijk maakt voor het structureel vakantieverhuren van woningen. Indieners willen dat huiseigenaren hun woning maximaal 30 nachten per jaar aan toeristen kunnen verhuren. In vergelijkbare steden zoals Leiden en Haarlem staat dit maximum ook op 30. Met 30 nachten verminderen we de overlast voor omwonenden en maken we de businesscase voor structurele verhuur een stuk moeilijker. Daarnaast is het meer in lijn met het gemiddeld aantal vakantiedagen per jaar, wat in Nederland ongeveer 26 is. Zo klopt het beter met het idee dat verhuur aan toeristen iets is wanneer je zelf op vakantie gaat, en daar was het allemaal om begonnen." Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Wat ga ik nu nog vertellen na deze debatten? Ik ga toch met mijn betoog beginnen. Zoals in de commissievergadering benoemd stemt Hart voor Delft volledig in met het voorstel om de toeristische verhuur van woonruimte te reguleren.

Wij vragen hier al een aantal jaren om, want het is noodzakelijk om de schaarse woningen te behouden voor de woningmarkt. Wij willen inderdaad nog een stapje verder gaan. Daarvoor hebben we met de PvdA en D66 een amendement ondertekend, want wij zijn van mening dat de toegestane 60 overnachtingen per jaar in de toeristische verhuur naar beneden bijgesteld kunnen worden om precies dezelfde redenen als de redenen die in het amendement zijn 46

weergegeven en die net door de heer Van Overbeeke zijn genoemd. Als je 60 overnachtingen toestaat, betekent dit dat er 30 weekenden per jaar verhuurd kan worden. De gemiddelde huurprijs is € 100 à € 125 maal 60. Voor die bedragen kun je heel makkelijk een hypotheek krijgen. In feite nodig je mensen dus uit om toch een woning te onttrekken aan de woningmarkt. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Voorzitter. Ook ik moet vaststellen dat er erg veel uitgewisseld is. De reden waarom we samen met D66 en Hart voor Delft dit amendement indienen, is, kort samengevat in het Engels, better safe than sorry. We staan hierin dus gewoon aan de voorzichtige kant. Vandaar de 30. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Voorzitter. Ik ga het binnen een minuut doen; maakt u zich geen zorgen. De SP is erg blij met dit plan van het college om toeristische verhuur in Delft in te dammen. Huizen zijn er om erin te wonen, niet voor de winst. We moeten dus zo veel mogelijk die echte commerciële jongens weren uit de stad. Dat is iets anders dan een kleinschalige bed and breakfast, die ook nog betaalbaar kan zijn voor mensen uit Delft of de omgeving en die ook niet zo snel tot overlast leidt. Die moeten we het niet moeilijk gaan maken. Daarom ben ik het eens met het voorstel van het college om die 60 nachten nu zo te laten. We zullen het amendement dan ook niet steunen.

Mogelijk kunnen we dit op een ander moment nog eens evalueren, maar voor ons is het nu voldoende zo. De VOORZITTER: U heeft nog 30 seconden. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. Ter correctie van de opmerking van mevrouw Van Rossum: het gaat in het amendement niet om een kleinschalige bed and breakfast, maar om mensen die hun eigen woning verhuren. Dat is iets anders dan een bed and breakfast. Wij hebben in de fractie lang gedebatteerd over het amendement, over de 30 of 60 dagen. Ook de ChristenUnie wil dat er geen overlast komt van vakantieverhuur. We willen Airbnb inzetten of laten inzetten waarvoor het bedoeld is. Het is namelijk een creatieve mogelijkheid om je eigen woning te verhuren als je er zelf niet bent. De meeste mensen hebben niet meer dan 30 vakantiedagen. Er zijn natuurlijk pensionado's of anderen die dat wel hebben, bijvoorbeeld zzp'ers. Willen we die dan beknotten? Niet per se, maar moeten we die helpen als gemeente? Nee, dat ook niet per se. Een snelle rekensom in het amendement laat zien dat je een hypotheek van 3 ton kan betalen met 60 dagen verhuur. Wat de ChristenUnie betreft zijn woningen geen winstfabrieken. Dat vinden we dus niet echt wenselijk. Een ander argument voor die 30 dagen is dat je ervoor zou kunnen pleiten dat, als je in Nederland in een soortgelijke stad je woning verhuurt, dat overal even lang mag.

Soortgelijke steden kiezen voor die 30. Dat vind ik dus ook een belangrijk argument. De heer JAFF (GroenLinks): Ik vraag me oprecht af of jullie het plan goed hebben gelezen, want in het plan staat dat je een woning alleen voor Airbnb mag aanbieden als je zelf op dat adres woont en het als primaire woning gebruikt. Nu wordt het zo geschetst alsof er woningen worden onttrokken en als businessmodellen worden ingezet, maar dat is pertinent incorrect.

47

Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Ik heb niet gezegd dat woningen onttrokken worden. Ik heb gezegd dat die rekensom laat zien dat je er behoorlijk mee kunt verdienen. Dat is wat ons betreft niet de bedoeling van woningen. De bedoeling van Airbnb is dat je op een creatieve manier je woning kunt verhuren als je er zelf niet bent. Dat willen we faciliteren, maar de vraag is hoe ver je daarin gaat. Dat is arbitrair. Dat hebben we in de fractie lang en zonder vaste uitkomst bediscussieerd. Wij zijn hierin dus nog onbestemd en wachten nog even andere inbrengen en de reactie van het college af. De VOORZITTER: Spannend! Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Los hiervan zijn we erg blij met het beleid dat nu voorligt. Daar is lang op gewacht. We hebben daar goed over gesproken. Volgens mij is het een waardevolle toevoeging voor deze stad. De VOORZITTER: Ik heb een verdrietige mededeling, want we hebben de SP-stem voor dit jaar voor het laatst gehoord. De tijd is om. De heer JAFF (GroenLinks): Voorzitter. Wat GroenLinks betreft ligt er een goed afgewogen plan dat past bij onze visie op toerisme en dat ruimte biedt voor mensen om hun woning naast het wonen ook anders te benutten. Daarnaast geven we als overheid en stadsbestuur goed richting en zorgen we dat we geen problemen en overlast krijgen in de stad. Dat doen we gewoon door heldere kaders te schetsen, die we hiervoor niet hadden.

Het voorliggende amendement zal mijn partij niet steunen. Dat in het voorstel bepaald is dat woningen, zoals ik net al zei, alleen voor Airbnb ingezet mogen worden wanneer iemand er zelf daadwerkelijk woont, is wat ons betreft voldoende om het fundamentele onderliggende vraagstuk te voorkomen, namelijk mogelijkheden om woningen aan de woningvoorraad te onttrekken en in te zetten als een businesscase. Want laat helder zijn dat wonen wat mijn fractie betreft een recht en geen verdienmodel is. Wij zien dit plan als een versterking daarvan. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ook Onafhankelijk Delft is blij met dit plan en ook met de 60 dagen. Wat misschien nog niet is gezegd maar wat wij ook hebben overwogen, is dat je verhuur van je huis vaak met een reden doet. Het kan lucratief zijn. Daar willen we natuurlijk mee oppassen. Daarom ligt dit plan er ook. 60 dagen is daarbij een mooie beperking. Er is tot nu toe geen tot weinig overlast geconstateerd. We snappen de verlaging naar 30 dagen dus niet. Het is ook niet zo dat die volle 60 dagen benut moeten worden. Om eigenlijk ook het beslissingsrecht over eigen eigendom een beetje te ondersteunen, gaan wij dus absoluut akkoord met die 60 dagen. Mevrouw DEN BOER (STIP): Voorzitter.

Als een woning 60 dagen wordt verhuurd en je er de rest van het jaar zelf woont, is dat niet een woningonttrekking; dat zeg ik in de richting van de heer Van Overbeeke. Voor de rest wil ik me omwille van de tijd aansluiten bij de woorden van de heer Jaff. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik start met het belang dat ik bij dit voorstel heb. Mijn belang is om te zorgen dat woningonttrekking niet plaatsvindt. Dat zal niet 48

plaatsvinden bij een bed and breakfast, maar zou bij vakantieverhuur wel kunnen. Dit voorstel regelt dat dit niet kan en borgt dat woningonttrekking niet aan de orde is. Ik hoor in dit debat dat je een discussie kan voeren over de vraag of het 60 of 30 dagen moeten zijn. Volgens mij heeft die discussie in verschillende steden geleid tot verschillende uitkomsten. Dat heeft te maken met de vraag: wat denk je dat mogelijk en wenselijk is in deze stad? Die geef ik graag aan mijn collega Vollebregt door. Wethouder VOLLEBREGT: Voorzitter. Ik denk dat dit voorstel echt een kwestie is van een balans waar je gewoon verschillende afwegingen in kan maken. Het debat van vanavond en mogelijk ook de stemmingsuitslag over dit voorstel laten dat ook zien. Er zitten duidelijk positieve kanten aan toeristische verhuur. Dat hebben we in de commissie uitgebreid met elkaar besproken. Het is echt een aanvullend aanbod op wat wij hebben in onze stad, zeker voor specifieke groepen. De potentiële nadelen heeft wethouder Schrederhof al benoemd. Ik zeg toch ook even dat de effecten in Delft op dit moment echt nog te overzien zijn. Het aantal verhuren is ook pre-corona niet toegenomen, zoals de heer Jaff ook aangaf. Het aantal advertenties is fors lager dan in vergelijkbare steden, maar met deze anticipatieaanpak proberen wij de problemen toch voor te zijn.

De VOORZITTER: "Anticipatieaanpak"; dat is vier! Wethouder VOLLEBREGT: Nee, die had de heer Van Overbeeke al; die mag gewoon op het conto van de heer Van Overbeeke. De VOORZITTER: Soepel! Wethouder VOLLEBREGT: Nee, die had hij al gezegd; anders had ik 'm nooit gegeven. Dan het amendement en het terugbrengen van 60 dagen naar 30 dagen. Ik zou u dat streng willen ontraden. Mijn belangrijkste reden daarvoor is dat we het probleem al oplossen met dit voorstel. Vakantieverhuur is alleen mogelijk als er iemand woont. Ons beleid moet ook proportioneel zijn. Als ik ons dan vergelijk met andere steden, gaan wij vrij ver in de regels die wij opleggen. Wij leggen een nachtencriterium op. Dat doet niet iedere stad. In verhouding tot hoe groot het probleem is, zouden we hiermee heel mee gaan. U maakt de potentiële effecten aan de positieve kant natuurlijk ook minder. Er zijn steden die voor 30 kiezen. In lijn met Rotterdam kan ik aangeven dat ook andere steden kiezen voor die 60 dagen. Het rekenvoorbeeld in het amendement vind ik ingewikkeld, want dat gaat heel erg uit van de absoluut maximale situatie: altijd die 60 dagen verhuurd. Ik denk dat dit een beetje vergezocht is, zeker voor alle situaties. Het CDA heeft in de commissie terecht gevraagd om op een bepaald moment met een evaluatie te komen.

Dat moeten we niet te vroeg doen, zeker omdat we midden in een coronacrisis zitten die niet representatief is, zeker voor dit beleidsterrein. Mijn voorstel zou zijn: laten we beginnen met deze regels en op het moment van evaluatie kijken of een eventuele verdere aanscherping nog nodig is. Ik zou het amendement dus willen ontraden.

49

De VOORZITTER: Er is geen behoefte aan een tweede termijn. Ik denk ook wel dat alles is uitgewisseld. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt amendement A13.10.A van D66, Hart voor Delft en de PvdA. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. Naar onze mening wordt het recht van een woningbezitter om binnen redelijke grenzen zijn eigendom te exploiteren, met het amendement van D66 te veel ingeperkt. Een woningbezitter betaalt zich toch al blauw aan hoge lasten. Als enige echte liberale partij stemmen we als VVD daarom tegen het amendement. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. Het lijkt me handig om onze stem te verklaren, want ik had die nog in het midden gelaten. Alles afwegende zullen wij tegen dit amendement stemmen. Wij wachten wel de evaluatie af en zullen dit heel goed volgen, omdat we niet willen dat dit ongewenste effecten gaat hebben in onze stad. Mocht het nodig zijn, dan moeten we daar gewoon op bijsturen. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 11 tegen 26 stemmen, waarbij D66, Hart voor Delft en de PvdA ervoor hebben gestemd. In stemming komt het voorstel. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN OVERBEEKE (D66): Voorzitter. Jammer dat ons amendement niet is aangenomen.

Desondanks is het goed dat we deze regels gaan stellen. Ook na het niet aannemen van het amendement zullen wij dus voor het voorstel stemmen. De VOORZITTER: Dat is soepel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. XX. Voorstel van het college aan de raad inzake Beleidskader Jeugdpreventie - Een Delftse (Op)voedingsbodem (nr. 2141784). Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. Afgelopen dinsdag is tot net na middernacht over dit stuk gesproken. Het is een belangrijk document en een belangrijk onderwerp. Eigenlijk willen wij het nu heel kort houden. Het is een mooi beleidskader. Ook de regiovisie, die dezelfde avond besproken is, spreekt heldere taal over het belang van preventie. Dat geldt ook voor het Manifest Opvoeden en Opgroeien in Delft. Maar we missen eigenlijk de boter bij de vis. Geld is een probleem, zeker in de jeugdzorg. Geld vrijmaken om te investeren in preventie om te voorkomen dat je later kosten moet maken, is heel belangrijk, maar de middelen ontbreken vaak en veel. Maar gelukkig hebben we een nieuw regeerakkoord en een nieuwe regering. Daar ben ik heel dankbaar voor. In dat nieuwe regeerakkoord blijken echt structureel extra middelen voor de jeugdzorg te zijn toegezegd. Er wordt weliswaar ook een poging gedaan om de kosten te beteugelen - dat is ook heel belangrijk - maar er komt toch echt structureel extra geld.

Een deel van dat extra 50

geld willen we als ChristenUnie samen met andere fracties echt bestemmen voor die preventieve kant. Dat regelt deze motie, die we samen met GroenLinks, de PvdA, de VVD, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en D66 indienen. Daarmee kunnen we investeren in preventie en dat is heel belangrijk. Door de fracties van de ChristenUnie, GroenLinks, de PvdA, de VVD, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en D66 wordt motie M13.11.1 (Financiën jeugdhulp meer in overeenstemming brengen met de ambitie op het gebied van preventie) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 16 december 2021, constaterende dat: -

-

-

in H10-verband er een regiovisie op de jeugdzorg is vastgesteld die als ambitie heeft het gewone opvoeden en opgroeien zo veel mogelijk te versterken; Delft een Manifest 'Opvoeden en Opgroeien in Delft' en Beleidskader Jeugdpreventie heeft die uitgaan van vertrouwen op de kracht van preventief handelen; de financiële begroting van Beleidskader Jeugdpreventie niet aansluit bij deze beoogde visie en ambities om van zware naar lichtere ondersteuning te gaan;

overwegende dat: -

-

-

volgens de Adviesraad Sociaal Domein het preventieve aanbod van jeugdhulp in Delft nog beter geconcretiseerd kan worden; gemeenten bij het Rijk de afgelopen jaren hard gelobbyd hebben voor passende financiële kaders bij de opgave voor de jeugd waar zij voor aan de lat staan; er een nieuw regeerakkoord is waaruit blijkt dat er structureel extra middelen komen (in combinatie met kostenbesparende maatregelen zoals het invoeren van een eigen bijdrage of het normeren van behandelduur); het zonder bijsturing aannemelijk is dat de financiële begroting jeugdhulp opnieuw onvoldoende zal aansluiten bij de beoogde visie en ambitie op het gebied van jeugdpreventie;

verzoekt het college: -

mogelijk door het Rijk beschikbaar gestelde aanvullende middelen Jeugd (ook) in te zetten voor een extra inzet op jeugdpreventie; deze extra inzet te relateren aan de doelstelling, uitgangspunten en prioriteiten van het Manifest en het Beleidskader Jeugdpreventie; de raad proactief mee te nemen in de gemaakte keuzes, bijvoorbeeld via de reguliere rapportages Jeugd,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. We hebben hier inderdaad uitgebreid over gediscussieerd. Mevrouw Gooijer gaf al aan dat we even moesten afwachten

51

wat er vanuit de landelijke politiek zou gaan gebeuren. De motie spreekt voor zich. Je kunt daar eigenlijk ook niet tegen zijn. Mevrouw BIJ DE VAATE (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks vindt preventie belangrijk. Voorkomen is beter dan genezen. Indien er vanuit het Rijk extra middelen komen voor de jeugd, willen wij graag dat er meer geld naar preventie gaat. Dat past ook bij de ambitie die we in het beleidskader kunnen lezen. Daarom hebben we met de ChristenUnie en andere partijen deze motie ingediend, die ook vraagt om de raad proactief mee te nemen in de keuzes. Volgens de goede afspraken die wij met de wethouder hebben gemaakt, verwachten we dat we daarover ergens in het eerste kwartaal van gedachten kunnen wisselen, dus heel ruim voor de Kaderbrief. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Ook de VVD is tevreden over de regiovisie en het Beleidskader Jeugdpreventie, zoals dat er nu ligt. Wij zijn eigenlijk wel klaar met het in hokjes duwen en labelen van onze jongeren. Met deze visie verminderen we de inzet van professionele zorg en onnodige medicalisering, zetten we in op normalisering en leggen we het primaat van opvoeden terug waar dat hoort, bij de ouders. Wij zijn blij dat dit een belangrijk onderdeel vormt van deze visie, maar wij voorzien ook een hiaat tussen de ambitie en de beschikbare financiën.

Wij vinden het namelijk belangrijk dat er goede preventieve voorzieningen zijn, dicht bij de leefwereld van de jongere en zijn ouders, omdat dit helpt bij het voorkomen van dure of duurdere jeugdzorg. Dit kan ook de uitstroom versnellen. Daarom hebben wij deze motie mede-ingediend. Daarin wordt gevraagd om de financiën in lijn te brengen met de ambitie die er ligt. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Voorzitter. Er ligt een motie voor bij een regiovisie of in ieder geval een plan voor preventie van jeugdzorg. Dit is het verhaal dat het CDA natuurlijk al jaren vertelt. Daarom kunnen wij natuurlijk niet tegen de motie zijn, maar toch willen wij iets zeggen over het woord "preventie". Zoals mevrouw Bij de Vaate al zei, is voorkomen beter dan genezen, maar het overigens ontzettend goede stuk over preventie gaat toch helemaal over hulpverlening, weliswaar over lichte vormen van hulpverlening maar die noemen wij niet per se alleen maar "preventie". Het is secundaire preventie. Wat het CDA altijd als belangrijkste preventie heeft gezien, is het versterken van het gewone leven van kinderen door versterking van het maatschappelijk middenveld. Als er extra geld komt van de landelijke overheid, laten we dan een boostercampagne beginnen om het maatschappelijk middenveld weer op peil te brengen.

Dan denken we natuurlijk weer aan de bibliotheken, de muziekscholen, de fanfare, de sportverenigingen en zegt u het maar, want dat zien wij als preventie en herstel van het gewone leven van kinderen. De heer WEILER (STIP): Voorzitter. Ik hou het kort en ga in op de motie van de ChristenUnie en andere fracties. Wij vragen ons alleen nog af om wat voor soort financiële middelen het gaat, omdat deze nu nog niet helemaal duidelijk zijn. Gaat dit om gelabelde gelden vanuit het Rijk die enkel en alleen voor de jeugdhulp ingezet kunnen worden? De vraag aan de wethouder is hoe hij het dictum interpreteert. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Voorzitter. Het belang van preventie kan niet genoeg worden onderstreept, zeker in het licht van de ambitie om het gewone opvoeden en opgroeien in Delft, zoals dat wordt aangegeven in een aantal uitstekende stukken die nu zijn neergelegd, te ondersteunen. Deze motie wil met name dat belang van 52

preventie onderstrepen. Het is nu aan het Rijk om te zorgen voor die extra middelen die we daarvoor nodig hebben. Wethouder HARPE: Voorzitter. We hadden afgelopen dinsdag een goed debat over de regiovisie en het Beleidskader Jeugdpreventie. De wensen van een groot deel van de raad, zoals vastgelegd in deze motie, zijn een logisch vervolg op wat we met elkaar gedeeld hebben. Het is nu alleen op papier gezet, inclusief de wijze waarop het college en de raad hierover proactief met elkaar communiceren. In die zin heeft het college geen bezwaar tegen deze motie; laat ik dat gelijk duidelijk maken. Ik ga in op een paar vragen of opmerkingen. Wat de bijdrage van mevrouw Van Geenen betreft: ik denk dat het heel lastig is om een discussie te beginnen over wat "preventie" is en wat die andere vorm van preventie is; het is me even ontschoten hoe u die noemde. We moeten er een andere keer op doorgaan dat hierbij wel degelijk een rol is weggelegd voor het maatschappelijk middenveld, zoals ook in het stuk staat. Ik neem aan dat u het onderwijs daar ook bij rekent. We kunnen daarover nog een keer met elkaar van gedachten wisselen als dat niet helder genoeg verwoord is, maar zeker ook vanuit die hoek is er de nodige aandacht. Over wat voor soort geld hebben we het? Laat ik daarover twee dingen zeggen. Ook ik heb dit onderdeel van het coalitieakkoord goed gelezen.

Mijn reactie is: eerst zien, dan geloven. Ik ben in die zin in de afgelopen periode wat sceptisch geworden, kijkend naar de afspraken die we hebben gemaakt en die dan wel of niet worden nageleefd. U heeft ook gezien dat door het kabinet in wording toch vraagtekens worden gezet bij de uitkomsten van de Commissie van Wijzen en de arbitragezaak. Dat is in mijn beleving heel kwalijk. Ik moet dus zien hoe dat gaat uitpakken en wat we precies wel of niet krijgen. Er staan een aantal zinnen die voor meerderlei uitleg vatbaar zijn. Ten tweede kan het zijn dat het kabinet geld aan de gemeenten geeft voor jeugdzorg. Dat wordt dan gestort in ons aandeel van het Gemeentefonds. Dat krijgen wij dan en dan kunnen we zelf kijken waar we dat aan uitgeven. In principe natuurlijk aan jeugdzorg, maar je kan er om uiteenlopende redenen ook voor kiezen om daar nog iets extra's bij te doen of er iets minder mee te doen. Zoals u weet, hebben we de afgelopen jaren zelf bijgeplust uit onze spaarpot, de algemene reserve, om te zorgen dat er voldoende middelen beschikbaar waren. Toen extra middelen ter beschikking werden gesteld voor 2022, hebben we dat geld in die algemene reserve teruggelegd. Dat is heel logisch.

We moeten met elkaar gaan kijken wat we daadwerkelijk krijgen, wat de effecten zijn op onze begroting en op het beschikbare geld voor jeugdzorg en wat dat betekent voor de verdeling binnen Delft, met name voor preventie. Dat gaan wij voor u uitzoeken zodra we dat weten. Daarover ga ik u informeren - proactief, zoals we hebben afgesproken - en dan gaan we het gesprek voeren over de besteding daarvan. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de toelichting. Ik ben blij dat u met het CDA ziet dat het onderwijs maar dus ook het maatschappelijk middenveld betrokken moet zijn bij preventie. Dat betekent ook dat er integraal beleid moet kunnen worden gevoerd. Ik kan uw scepsis begrijpen, maar als die enorme zak met geld komt, is het dan mogelijk om dat geld te verdelen over

53

verschillende portefeuilles, zodat er bijvoorbeeld ook een deel naar cultuur gaat, een deel naar onderwijs en een deel naar sport? Wethouder HARPE: Ook vanuit de sport zijn activiteiten aan te wijzen die bijdragen aan het welzijn van de jeugd en wat dies meer zij. Wij denken als college niet in hokjes. Ik zou wel de randvoorwaarde willen meegeven dat het, als je het bij een andere portefeuille neerlegt, uiteindelijk moet bijdragen aan het doel jeugdzorg en jeugd. Maar daar kan natuurlijk naar gekeken worden. Als een euro via een andere portefeuille een groter effect heeft dan vanuit mijn portefeuille, moeten we die discussie zeker voeren. De heer WEILER (STIP): Ik ben in verwarring. Zitten we nu in de tweede termijn? De VOORZITTER: Dat klopt. De vraag was uitdagend en de wethouder ging gelijk aan de slag, maar u mag nu en dan maak ik het rondje af. De heer WEILER (STIP): Voorzitter. Ik hou het kort. Ik stel dezelfde vraag aan de indieners: gaat het in de motie over specifiek voor de jeugdhulp gelabelde gelden? Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Dat vind ik een bijna technische vraag, waar we dan goed over kunnen nadenken. Het gaat erom dat we een heel mooi Beleidskader Jeugdpreventie hebben waar allerlei dingen in staan, maar dat daar onvoldoende geld voor is. Als duidelijk is hoeveel extra geld we krijgen, gaan we met elkaar in gesprek over hoe we dat vervolgens gaan uitgeven.

Daar kunnen verschillende dingen bij horen. Dat geld is in die zin dus nog aan niets gelabeld, behalve aan preventie, die we vanavond in dit beleidsstuk vaststellen. De VOORZITTER: Heeft de wethouder nog behoefte om te reageren? Ik denk het niet. Nee. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie M.13.11.1 (Financiën jeugdhulp meer in overeenstemming brengen met de ambitie op het gebied van preventie) van de ChristenUnie, GroenLinks, de PvdA, de VVD, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en D66. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer WEILER (STIP): Voorzitter. De uitleg van de wethouder en mevrouw Gooijer gehoord hebbend zullen we voor de motie stemmen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt het voorstel. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw BIJ DE VAATE (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks is positief over het beleidskader. We hebben ook veel waardering voor de manier waarop het manifest tot stand is gekomen in goede samenwerking met de partners van de stad. Dat is een ongoing proces. Er wordt steeds geleerd. Daarom is het heel belangrijk dat de raad goed meegenomen wordt door het college. Dat is het geval. Ook daarvoor dus 54

onze dank. Verder gaan wij heel graag het gesprek aan met het college en onze collega's in de raad. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. XX. Beantwoording schriftelijke vragen D66 over volgen burgers op sociale media (nr. 2125521) en beantwoording schriftelijke vragen OD over meekijken met burgers op sociale media (nr. 2125522). De VOORZITTER: Mevrouw Van Geenen zal de vergadering leiden, gelet op het feit dat onze vicevoorzitter, mevrouw Bel, zelf namens D66 het woord voert. (Mevrouw Van Geenen neemt het voorzitterschap van de vergadering over van de burgemeester.) Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft dient een motie in. Die wil ik graag toelichten. Onafhankelijk Delft heeft nu meerdere keren gezien hoe data van inwoners worden verzameld. Eigenlijk heeft de inwoner daar weinig weet van en hij wordt daar niet echt op geattendeerd. Ik verwijs ook naar de wifitracking in het verleden en in dit geval ook naar onlinemonitoring. Omdat Delft hier verdergaande stappen in heeft gemaakt dan andere gemeenten en omdat Onafhankelijk Delft de bescherming van persoonsgegevens van inwoners en bezoekers hoog in het vaandel heeft staan, dienen wij de motie Transparantie en informatieverplichting in.

Gelet op de Algemene Verordening Gegevensbescherming, de AVG, heeft de gemeente net als andere gemeenten gewoon een informatieverplichting ten opzichte van inwoners om hen op de hoogte te brengen van waarom, wanneer en op welke grond persoonsgegevens worden verwerkt. Daar is op de website van de gemeente voor een groot deel daadwerkelijk in voorzien, maar als het gaat om activiteiten die niet door de gemeente worden benoemd en die bijvoorbeeld door schriftelijke vragen of andersoortige aandacht naar buiten komen, kan de inwoner daar eigenlijk niks over terugvinden. Naast een informatieverplichting van de gemeente zou het de gemeente op z'n minst sieren om transparanter te handelen. In het geval van onlinemonitoring wordt de inwoner niet geïnformeerd. Er bestaat ook geen transparantie over het proces of de grondslagen en het verwerken van die persoonlijke gegevens. Onafhankelijk Delft pleit er dan ook voor om inwoners de kans te geven persoonlijke rechten zoals genoemd onder de wetgeving onder de AVG beter uit te kunnen laten oefenen door de gemeente Delft op te roepen transparanter te zijn ten opzichte van de inwoner over alle activiteiten waarbij persoonsgegevens worden verwerkt. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Ik heb een vraag over de motie. Er wordt gesproken van "transparanter te handelen" en "beter te voldoen", zodat de inwoner beter persoonlijke rechten kan uitoefenen.

Ik vind dat allemaal ontzettend vaag. Wanneer bent u tevreden? Wat wilt u nu eigenlijk precies? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Wat ik eigenlijk net omschreven heb. Ik wil dus dat het beter wordt dan zoals het nu is. Nu wordt op de website van de gemeente Delft onder het kopje "privacy" heel netjes aangegeven dat er persoonsgegevens worden verwerkt en waarom die worden verwerkt, maar in het verleden is gebleken dat er ook andersoortige activiteiten plaatsvinden die daar 55

eigenlijk niet zo goed omschreven zijn of tot hun recht komen. Het proces is dus eigenlijk onduidelijk. Vandaar graag de transparantere manier. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): U zegt zelf dat het nu eigenlijk op een goede manier op de website staat en u verwijst naar dingen die in het verleden zijn gebeurd. Gebeurt dat allemaal nu nog steeds? Gaat dat nog steeds niet goed? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Het gaat zeker hartstikke goed, want er wordt niet meer met een nepaccount gevolgd, maar er wordt nog steeds gedaan aan onlinemonitoring. Dat is niet bekend. Zo was wifitracking in de binnenstad of In de Hoven ook niet bekend. Ik denk dat inwoners het recht hebben om dat te weten. Op de website staat dit niet vermeld. Wij roepen daarom op om transparanter te zijn en te voldoen aan die informatieverplichting, een wettelijke informatieverplichting. De heer VAN RIJN (VVD): In aanvulling op de vraag van de heer Den Hollander: het college heeft al verschillende dingen toegezegd, namelijk dat er nog een gegevensbeschermingseffectenbeoordeling zou worden uitgevoerd voor fraudeopsporing en dat protocollen worden geactualiseerd. Wat wilt u nu nog meer? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Dat er een gegevensbeschermingseffectenbeoordeling - in de volksmond: een DPIA - wordt gedaan, betekent niet dat het op de website duidelijker wordt voor inwoners.

Dat zijn twee totaal verschillende dingen. Ik zou niet weten wat dat met elkaar te maken heeft. De heer JAFF (GroenLinks): Ik had dezelfde vraag. Het antwoord blijft onduidelijk. De VOORZITTER: Mevrouw Timmermans, wilt u een poging wagen om het nog duidelijker te maken? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik snap eigenlijk niet waar de onduidelijkheid in zit. Zo'n beoordeling is een risicoafweging. Er wordt een risico afgewogen wanneer, onder welke voorwaarden en op welke wettelijke grondslagen persoonsgegevens mogen worden verwerkt. Ik vraag om transparantie op de website. Ik snap het niet. De heer JAFF (GroenLinks): Dan zal ik de vraag concreter stellen. In het rapport dat we van de FG hebben gekregen, staat: "Bijna alle verwerkingen zijn toegestaan vanuit de AVG". Op grond van de AVG mogen we dus alles doen en het referentiekader waartoe we ons verhouden, is de AVG. De AVG wordt vermeld op de gemeentelijke website. Ik lees hier dat alleen bij hele specifieke casussen nog protocollen opgesteld en regels verduidelijkt moeten worden. Dat hebben we toegezegd gekregen in de commissie.

Wat wilt u nu nog meer? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Als u de motie had gelezen, wist u precies wat Onafhankelijk Delft wil, namelijk meer transparantie en dat voldaan wordt aan de informatieverplichting als het gaat om de zaken die nu in het duister blijven, die niet zijn genoemd en waar geen grondslag voor gemeld wordt.

56

Door de fractie van Onafhankelijk Delft wordt motie M13.13.1 (Transparantie en informatieverplichting) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, bijeen op 16 december 2021, constaterende dat: • • •

•

• • • • •

inwoners niet worden geïnformeerd als het gaat om wat de gemeente met persoonsgegevens doet die in de digitale ruimte of buitenruimte worden of werden verzameld; in het verleden is gebleken dat wifitracking plaatsvond maar hier geen informatie over is gegeven aan de Delftse inwoners; online inwoners zijn gevolgd met een account waaruit niet opgemaakt kon worden dat het om een gemeenteaccount ging en voor een niet duidbare termijn; deze blijkt ook niet uit de geleverde stukken ter voldoening aan het WOB-verzoek over dit onderwerp; het niet duidelijk is welke wettelijke gronden er worden gebruikt om persoonsgegevens te verzamelen als het gaat om situaties waarin de gemeente niet transparant is naar de inwoner toe maar wel voor bepaalde doeleinden persoonsgegevens verwerkt, zoals in het geval van online monitoren; inwoners in het duister tasten wat in deze (digitale) wereld allemaal door de gemeente aan persoonlijke informatie kan worden verzameld; de gemeente Delft een informatieverplichting heeft naar haar inwoners toe; er geen aparte pagina is op de website van de gemeente Delft waar inwoners terechtkunnen, omdat verscheidene verwerkingen van persoonsgegevens van inwoners niet kenbaar worden gemaakt; inwoners persoonlijke rechten moeten kunnen uitoefenen; inwoners niet geïnformeerd worden over de werkwijze van de gemeente Delft omdat er geen transparante handelswijze

plaatsvindt wanneer het gaat om de verwerking van persoonsgegevens in sommige gevallen;

overwegende dat: • • •

• • •

inwoners geïnformeerd moeten worden wanneer er en op grond waarvan persoonsgegevens worden verwerkt; het demissionaire kabinet heeft opgeroepen tot transparanter beleid naar aanleiding van de toeslagenaffaire; gemeenten dit voorbeeld zouden moeten volgen als het gaat om transparantie, en dan vooral als het gaat om de verwerking van persoonsgegevens, de rechten die een gemeente daarbij heeft en de grondslagen die worden gebruikt voor het verwerken van persoonsgegevens; er geen aparte pagina op de gemeentewebsite bestaat waarop de inwoner geïnformeerd wordt over het verwerken van persoonsgegevens in situaties die de gemeente niet kenbaar maakt als onlinemonitoring; de gemeente Delft steken laat vallen om de inwoner juist te informeren en inwoners de kans te bieden om persoonlijke rechten uit te oefenen; de gemeente Delft hiermee niet geheel transparant handelt;

57

verzoekt het college: •

• •

om transparanter te handelen als het gaat om de uitoefening van activiteiten die de gemeente Delft onderneemt waarbij persoonsgegevens van inwoners worden verwerkt en de handelswijze kenbaar te maken op een gemeentepagina op de website van de gemeente Delft; beter te voldoen aan het vereiste van transparantie en de informatieverplichting naar inwoners toe; informatie op een webpagina te geven over online monitoring, hoe de gemeente Delft hiermee omgaat en de wettelijke regels (grondslagen) die gelden voor de gemeente Delft om aan deze vorm van informatievergaring te voldoen, zodat beleid transparant is en de inwoner beter persoonlijke rechten kan uitoefenen,

en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw BEL (D66): Voorzitter. Het is duidelijk dat onze schriftelijke vragen en die van Onafhankelijk Delft nogal wat stof hebben doen opwaaien. Dat is volgens mij terecht, want het heeft wel aan het licht gebracht wat er gebeurde op social media en dat misschien niet alles even geoorloofd was. In dat opzicht is het dus winst dat we nu met een aantal dingen stoppen. Mevrouw Timmermans gaf het al aan: we stoppen met het gebruiken van anonieme accounts, we stoppen met het volgen van individuele casussen in het handhaven van de openbare orde en we gaan voortaan aan de voorkant een advies van de FG vragen. Dat is allemaal winst. Ik denk dat dit ook een mooi voorbeeld van voortschrijdend inzicht is bij het college en misschien ook van het leervermogen van de burgemeester. Ik snap de behoefte van mevrouw Timmermans wel om daar wat meer transparantie aan te geven. Ik vind de motie wel behoorlijk lang en ik vind de motie zelf ook niet heel transparant, maar als we als gemeente duidelijkere kaders en beleid krijgen over wat er nou precies onder welke voorwaarden gebeurt - het verslag van de FG gaf al een mooie samenvatting van wat er gebeurt aan … De VOORZITTER: Mevrouw Bel, ik zoek een punt, want er is een interruptie.

De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Het is een beetje raar dat we nu de commissiediscussie nog een keer gaan voeren, maar dat moet dan maar. De FG stelde vast dat er gewoon heel weinig aan de hand was. Ik hoor nu opnieuw de term "ongeoorloofd". Graag een onderbouwing: waar komt dat dan vandaan? Mevrouw BEL (D66): Meneer Den Hollander, volgens mij bent u degene die de discussie opnieuw begint. Ik vat alleen even samen wat er door het aankaarten van dit punt aan winst is en dat er inderdaad aanpassingen zijn gedaan naar aanleiding van de bevindingen van de FG. Met uw welnemen wil ik de discussie dus inderdaad niet opnieuw voeren. Ik denk dat het heel goed is dat als we straks het beleid hebben en als gemeenteraad naar ons toe krijgen, dat ook handig te vinden is voor de burgers van Delft. Ik denk dat we al een heel eind komen met dat samenvattinkje van de FG van het soort activiteiten dat de gemeente uitvoert op social media, met een linkje naar de exacte beleidsdocumenten voor de echt geïnteresseerden. De VOORZITTER: Meneer Cüppers, dit wordt uw maidenspeech, heb ik gehoord. 58

De heer CÜPPERS (STIP): Inderdaad, voorzitter. Als we kijken naar de uitkomsten van het onderzoek, zien we dat de gemeente iets heeft gedaan wat niet de bedoeling is. We willen nogmaals benadrukken dat STIP blij is dat het onderzoek er ligt. Het was nodig dat de FG hiernaar heeft gekeken. Uit het onderzoek en uit het al gevoerde debat blijkt het namelijk essentieel te zijn geweest dat STIP hier samen met onder andere Onafhankelijk Delft en D66 naar heeft gevraagd. Aangezien dit mijn maidenspeech in de gemeenteraad is, wil ik dit breder trekken dan alleen de stappen die moeten worden gezet op het gebied van privacy. Ik benoem kort een drietal onderwerpen, allereerst het doel van de gemeente om in 2050 circulair te zijn. Hiervoor moeten we duidelijke en grote stappen zetten. Zo kan Delft dat duurzaamheidsdoel halen of, nog beter, vervroegen. Daarnaast noem ik het cultuuraanbod van Delft. Ik zie Delft als een bruisende stad, maar het kan nog veel gezelliger. Laten we eraan werken om nog meer levendigheid in Delft te creëren. Ten derde moet Delft gebruikmaken van de technologische ontwikkelingen die aan haar voeten liggen. Door innovatie te omarmen en toe te passen verstevigen we de band tussen universiteit en stad. Dit zijn allemaal onderwerpen die we vandaag niet gaan oplossen, maar ze hebben wel iets gemeen. Delft doet al heel veel op deze onderwerpen, maar het kan nog beter.

Op deze en tal van andere thema's een extra stap zetten is wat ik samen met u allen in de raad uit Delft wil halen. Voor die nobele taak wil en zal ik me keihard inzetten binnen de Delftse gemeenteraad. Wat u van mij mag verwachten, is open communicatie over de keuzes die we gemaakt hebben. Om terug te komen op het onderwerp: STIP is kritisch maar niet ontevreden over wat de gemeente gaat doen met de adviezen die uit het onderzoek zijn gekomen. De transparantie naar de stad die het onderzoek heeft opgeleverd, waarderen we. Maar dat hadden we eerder en meer kunnen doen. We zoeken nog naar meer transparantie en duidelijkheid over de algoritmes die Delft gebruikt, over hoe instanties als OBI4wan te werk gaan en hun middelen gebruiken, over de verwerkersverklaring die we moeten afsluiten en over de DPIA die we nog moeten uitvoeren. Deze onderwerpen zijn verder vrij technisch. We laten ze dus graag terugkomen om ze te bespreken in de commissie R&A. We hebben al toegezegd gekregen dat er een terugkoppeling komt over hoe de aanbevelingen uit het onderzoek worden overgenomen. STIP ziet die terugkoppeling graag tegemoet. Hiervoor extra stappen zetten is daarom wat ons betreft voor nu niet nodig. De VOORZITTER: Meneer Cüppers, wat een geweldige maidenspeech! Ik zou bijna zeggen dat we gaan applaudisseren.

Nee hoor, dat is natuurlijk helemaal niet de bedoeling, maar u spreekt alsof u het vaker heeft gedaan. Ik vind het ook heel bijzonder dat u gelijk een uitstapje heeft gemaakt om ons duidelijk te maken wat u motiveert om hier te zitten. Gefeliciteerd! De heer JAFF (GroenLinks): Het is een goede gewoonte dat we niet interrumperen, maar mag ik wel een vraag stellen, voorzitter? De VOORZITTER: Als het een hele lieve vraag is, mag u die stellen.

59

De heer JAFF (GroenLinks): Ja, een lieve vraag dan. Ik ken STIP als een partij die zich op feiten baseert, maar u begon uw speech met: "We hebben hier dingen gedaan die niet kunnen". Kunt u mij uitleggen wat dat is? Wat hebben we gedaan wat tegen de wet indruist? De VOORZITTER: Meneer Cüppers, alleen als u wil, mag u antwoord geven. En ik wil u erop wijzen dat STIP nog één minuut heeft. De heer CÜPPERS (STIP): Oké. Ik wil wel even antwoord geven. Ik begrijp waar de vraag vandaan komt. Ik zal een voorbeeld uit het rapport noemen waar u zelf ook mee gekomen bent, namelijk de AVG-punten die u aankaartte. In datzelfde stuk staat inderdaad dat bijna alle verwerkingen zijn toegestaan vanuit de AVG, maar voor het uitvoeren van casusanalyses door de gemeente ontbreekt voldoende wettelijke onderbouwing. Op een andere pagina staat: "Tijdens het onderzoek maakt de gemeente Delft gebruik van een geheim account". Verder op dezelfde pagina staat: "Het gebruik van een geheim account is dan ook niet toegestaan." Dat lijken we duidelijke voorbeelden die uit het rapport komen. De heer DE WIT (Hart voor Delft): Voorzitter. Het komt eigenlijk allemaal voort uit de Newsroom die het college in 2017 heeft neergezet. In de Newsroom zijn ambtenaren bezig om Facebook-, Instagram-, Twitter-, YouTube-, LinkedIn- en WhatsAppberichten te volgen. Dat zijn eigenlijk openbare berichten.

Men heeft als doel om de dienstverlening van de gemeente te verbeteren aan de hand van klachten en zaken die mensen aan de orde stellen. Op zich is het natuurlijk een heel nobel streven om dit te doen door gebruik te maken van de openbare middelen die er zijn en dan te zeggen: daar reageren we allemaal op. De gemeente Delft reageert er ook op. In de motie staat dat dit allemaal verwerkt en gepubliceerd moet worden door de gemeente. Daar zitten die mensen helemaal niet op te wachten als ze iets op Twitter zetten en iets aan de gemeente vragen of als de gemeente reageert. Bijvoorbeeld: er staat vuilnis buiten bij de container; wanneer wordt dat opgehaald? Ik denk dat mensen helemaal niet willen dat dat allemaal geregistreerd wordt op de website van de gemeente Delft. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik denk dat het misschien gewoon een iets te moeilijke motie is om te begrijpen, maar ik probeer de motie heel simpel voor te leggen. Je zit op de bank en je denkt: ik zou toch weleens willen weten wat die gemeente allemaal over mij weet; als ik dat weet, kan ik misschien een verwijderverzoek indienen. Maar om te weten wat de gemeente over jou weet, moet je natuurlijk wel op de hoogte kunnen worden gebracht. In dit geval zijn er steeds specifieke dingen waarover niet genoeg wordt gedeeld. Dus ja, wij hebben hier absoluut een goede website voor.

Is die website toereikend? Nee. Roept deze motie daartoe op? Ja. De VOORZITTER: Mevrouw Timmermans, heeft u een vraag aan de heer De Wit? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ja. Bent u bekend met artikel 12 van de AVG, de Algemene Verordening Gegevensbescherming, die gaat over de informatieverplichting en transparantie?

60

De heer DE WIT (Hart voor Delft): Nee, ik ga niet alle wetsvoorstellen lezen; ik zit niet bij de politie. Het is geen overhoring. Waar het om gaat, is of mensen erop zitten te wachten dat dat allemaal gepubliceerd wordt. Ik denk het niet. De VOORZITTER: Mevrouw Timmermans is het niet met u eens. Wel kort en vragend graag. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik ben gewoon heel benieuwd waarvan allemaal verwacht wordt dat het gepubliceerd wordt. Dat kunnen echt twee zinnen zijn. De heer DE WIT (Hart voor Delft): Ik zit net te vertellen dat het een dienstverlening van de gemeente aan de burger is. Die burger ziet ook dat de gemeente reageert. De burgers zijn er juist hartstikke blij mee dat de gemeente openbare bronnen op de sociale media bijhoudt en dat de gemeente adequaat handelt. Mevrouw BEL (D66): Dat is nou precies het idee, meneer De Wit. Dat is een onderdeel van wat we doen op social media. Het is inderdaad gewoon een soort webcare dat je via Twitter een vraag kan stellen en dan netjes antwoord krijgt, maar dat is natuurlijk niet het enige wat er gebeurt. Als ambtenaren na een anonieme melding mensen met een bijstandsuitkering op social media gaan volgen om te kijken of ze frauderen, vraag ik me af of de burger daar zo blij mee is.

Even los van de vraag of ze daar blij mee zijn, is het wel handig dat … De VOORZITTER: Mevrouw Bel, heeft u een vraag aan meneer De Wit? Mevrouw BEL (D66): Ik kom tot de vraag. Nu ben ik helemaal van mijn à propos, voorzitter. Als dat soort mensen gevolgd worden, is het handig om te weten dat dat gebeurt. Maar u bent het toch met mij eens dat de burgers daar niet per se altijd even blij mee zijn, maar dat het wel goed is om te weten dat dit gebeurt? De heer DE WIT (Hart voor Delft): Ik vind dat de opsporing gebruik moet maken van de middelen die er zijn. Als iemand drie keer per jaar op vakantie gaat, een bijstandsuitkering heeft en allemaal mooie foto's plaatst, denk ik dat dat gebruikt mag worden door een sociaal rechercheur. Als een ambtenaar van het webcareteam dit ontdekt, vind ik het vrij logisch dat hij dat doorgeeft en dat dit niet openbaar op een website komt te staan, want daar volgt dan een onderzoek uit. Maar ik wil het eigenlijk hebben over de bijvangst van al die monitoring op het internet. Dat gaat over criminele activiteiten. Dat is niet helemaal duidelijk. De burgemeester heeft volgens de Gemeentewet - artikel nog wat - een taak in het handhaven van de openbare orde. Daar zit een spanningsveld tussen de AVG en het EVRM. Dat is dus de vraag.

Als ambtenaren uit de Newsroom of de webcare zien dat er allemaal activiteiten, opstanden, rellen, plunderingen of acties tegen de politie plaatsvinden, vind ik het een goede zaak dat zij dat doorgeven. Het is voor ons niet het doel van het webcareteam om dat te gaan doen … De VOORZITTER: Ik ga u even onderbreken. Mevrouw Gooijer heeft een interruptie. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Ik heb een punt van orde. Het lijkt alsof wij hier de commissievergadering bijwonen. Ik protesteer daartegen. Het is 23.45 uur. We 61

zijn hier te gast in de TU en er zijn mensen voor ons aan het werk. Ik stel voor dat we even over de motie praten en daarover stemmen. De commissiebehandeling is al geweest. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Ik zou bijna zeggen dat u mij de woorden uit de mond haalt. Meneer De Wit, u bent ook in uw laatste minuut. De heer DE WIT (Hart voor Delft): In principe vinden wij dat de burger er helemaal niets aan heeft dat dat allemaal en alle regels, zoals in de motie gesteld wordt, op internet moeten staan. Ik denk dat de gemeente gewoon door moet gaan met het bijhouden van het internet. Als er criminele activiteiten zitten aan te komen, moet ze daar ook wat mee doen. Wat dat betreft gaat deze motie dus alleen in op de theorie om het op internet te zetten. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Het is dus een wettelijke verplichting. Het staat echt niet ter debat; het is gewoon een wettelijke verplichting die volgt uit de wet: voldoe aan die informatieverplichting en aan transparantie. Het is dus niet een soort keus of zo. De VOORZITTER: Heeft u een vraag? Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ja. Bent u zich daarvan bewust? Ik weet niet waar dit hele pleidooi over gaat. Ik probeer gewoon een motie in te dienen waarin ik oproep tot meer transparantie en een betere informatieverplichting. De VOORZITTER: Meneer De Wit, u heeft bijna geen tijd meer. Heel kort nog.

De heer DE WIT (Hart voor Delft): Wij kiezen dus voor de veiligheid van de Delftenaar. Die stellen wij boven alle privacywetgeving en regelzoekerij die daar het gevolg van is. De veiligheid van de Delftenaar op straat maar ook in zijn huis vinden wij veel belangrijker. Die rol heeft de burgemeester. Ik vind het heel belangrijk dat de burgemeester in dezen kan optreden als handhaver van de openbare orde. Wij willen haar die mogelijkheid niet ontnemen. De heer JAFF (GroenLinks): Voorzitter. In de commissie hebben we, zoals gezegd, een uitgebreid gesprek gehad. Daarin heb ik in mijn inbreng getracht de nuance in te brengen op basis van de concrete waarneming van een onafhankelijke functionaris. Helaas lijkt dat toch nog niet bij iedereen geland te zijn. We hebben in het rapport gelezen dat er geen concrete voorbeelden zijn waarin onrechtmatig gehandeld is. Er is wel ruimte voor verbetering. In de commissie heeft de portefeuillehouder daar toezeggingen over gedaan, waarvoor dank. Dat is ook in lijn met het advies van de FG. Dus waar hebben we het zo lang over? Mevrouw BEL (D66): Ik constateer dat de mensen die zeggen dat we het hier te lang over hebben, elke keer de discussie weer beginnen. Kan de heer Jaff niet gewoon antwoord geven op de vraag of het goed is om het beleid over dit soort dingen op de site te zetten en transparant te maken voor de burger, ja of nee?

62

De heer JAFF (GroenLinks): Volgens mij is dat een open deur, staat dat in de wet, wordt dat opgepakt en is dat toegezegd. Daar hoeven we dus niet heel lang over te discussiëren. Ik heb toen technisch nog vragen gesteld over de monitoring en de interne controle op het juiste gebruik van gegevens en de manier waarop we daarmee omgaan. Ik ben blij dat ik daarop technisch het antwoord heb gekregen dat in ieder protocol dat opgesteld wordt, een paragraaf wordt opgenomen over de evaluatie, de toetsing en actualisatie van de protocollen. We gaan ook ons onszelf dus continu toetsen en kijken hoe we het beter kunnen doen. Ik wil nog een vrij fundamenteel punt maken. In een tijd waarin we merken dat het vertrouwen tussen burgers en de politiek erg dun is, hebben wij als politici een nog grotere verantwoordelijkheid. Daar moeten we met zorg mee omgaan. Dat betekent dus ook dat wij ons juist baseren op feitelijkheden en niet zomaar van alles rond gaan roepen in de media, namelijk dat we een soort mini-AIVD zijn. In dat opzicht wil ik echt een klemmend beroep doen op mijn mederaadsleden om hier met zorg mee om te gaan. Wij zijn het niet eens met de motie. Die gaan we dus niet steunen. In de motie ontbreekt de nuance. Er staat incorrecte informatie in. Daarbij blijft het abstract, want wat is "beter" en wat is "transparanter"? Dat is wat ons betreft te abstract.

Wat mij persoonlijk daarbij erg stoort, is dat de motie een soort gevoel wekt alsof wij met een soort Noord-Koreaanse methodiek de hele stad aan het achtervolgen zijn en allerlei informatie aan het verwerken zijn. Dat staat echt ver van de realiteit af. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Voorzitter. Ik sluit me graag aan bij het betoog van meneer Jaff. De reden waarom we hier opnieuw over beginnen, is dat de samenvatting van mevrouw Bel gewoon niet helemaal adequaat was. Daar wil ik het graag bij laten. Burgemeester VAN BIJSTERVELDT-VLIEGENTHART: Voorzitter. Het voelde inderdaad een beetje als een déjà vu van de commissievergadering die wij met elkaar hebben gehad. Ik ben dan ook van plan om kort en krachtig te zijn. Wij hebben op het FG-rapport een heldere collegereactie gegeven. Op de punten en de adviezen die de FG ons gegeven heeft, hebben wij positief gereageerd. Wij gaan de punten oppakken. Ik geloof dat er alleen rondom de Participatiewet één vraagstuk ligt, omdat de VNG daar duidelijk anders tegen aankijkt. Ik zou zeggen: dat is natuurlijk ook een instantie die daar goed kijk op heeft. Dat wordt dus nader uitgezocht. Verder gaan wij gewoon datgene doen wat de FG ons opgedragen heeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10999485/1