CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-handelingen raad 6 juli 2021

Raadsvergadering 6 juli 2021, gemeente Delft26.744 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Gelukkig hebben we verder bezuinigen weten te voorkomen. Meneer Van der Woerd gaf heel mooi aan dat verder snijden dan het bot tot een heel pijnlijke exercitie zou leiden. We hebben zelfs nog wat ruimte gevonden voor de broodnodige investeringen, onder andere in duurzame schoolgebouwen, sportvoorzieningen en uiteindelijk ook het Prinsenhof. Maar helaas ontkwamen we niet aan een onontkoombare verhoging van de ozb. Gelukkig hebben we dat weten te beperken

tot een eenmalige verhoging in 2023, maar het mag duidelijk zijn dat de ozb geen geldkraan is waaraan we naar believen kunnen draaien. De suggestie van de heer Van Rijn om af te spreken dat we deze verhoging weer terugdraaien op het moment waarop er geld vanuit het Rijk komt, lijkt me uitstekend. Een belangrijk kader waarover we het met z'n allen eens zijn, is dat er te weinig geld is vanuit het Rijk. Dat brengt ons in een buitengewoon benarde situatie, waarbij we eigenlijk niet meer aan het stuur staan. Het karige Gemeentefonds reduceert ons tot degene die met wilde handbewegingen probeert aan te geven hoeveel ruimte er nog is totdat het onvermijdelijke "boem is ho" dat maar al te duidelijk aangeeft. Als raadslid wil je aan het stuur zitten of op z'n minst de bestemming kiezen en de route uitstippelen. Nogmaals, dit brengt ons als gemeenteraadsleden in een hele benarde situatie en dit ondermijnt eigenlijk de lokale democratie. Een belangrijk signaal aan het Rijk, behalve natuurlijk dat we extra geld willen hebben, is dan ook om te zeggen: tot hier en niet verder; we gaan sowieso geen extra taken meer overnemen zonder dat daar geld bij komt. Het lijkt me sowieso heel goed om dat punt te maken, maar de VNG heeft natuurlijk ook een motie aangenomen met als strekking: misschien moeten we af en toe eens zeggen dat we bepaalde taken niet gaan uitvoeren.

Dat is natuurlijk heel lastig, omdat de gemeente hele belangrijke taken heeft. Op het moment dat we bepaalde taken niet zouden uitvoeren, zouden we daarmee onze eigen burgers raken. We hebben eerlijk gezegd ook in de fractie zitten worstelen met wat we willen meegeven bij deze Kadernota. Mevrouw Tiekstra gaf al aan dat er eigenlijk geen budget is om nu allerlei extra wensen in te willigen, maar de stad wil ook weten wat voor ambities een partij heeft en waar zij voor staat. Meneer Van Rijn zei "we doen een stapje terug", maar het is niet de bedoeling dat we de komende jaren blijven stilstaan. Het is de bedoeling dat we wel vooruit blijven gaan. Ik zou dus toch mee willen geven waarop we, op het moment dat er geld is - dat hopen we met z'n allen - willen inzetten, wat we dan willen realiseren en welke ambities we nog hebben voor Delft. Delft is een stad voor iedereen, waar we ook omzien naar elkaar en vooruitkijken naar de toekomst. Ik vind het heel mooi dat ik eigenlijk in elk betoog van elke partij belangrijke punten terug zie komen waarin ik ook iets herken. Het is goed om dat met z'n allen te constateren. Meneer Stoop zegt dat een belangrijk deel van de bevolking zich niet gehoord voelt. Mevrouw Van Geenen zegt dat we allerlei dingen vragen van mensen om zelfstandig te zijn, maar dat de WRR heeft aangegeven dat ze dat eigenlijk niet kunnen.

Maar mevrouw Gaal vroeg of we bij bepaalde dingen niet veel te bureaucratisch zijn omdat we allerlei dingen en administratie van mensen vragen die eigenlijk helemaal niet nodig zijn. Misschien moeten we het daar eens zoeken om wat burgerlijk ongehoorzaam te zijn en wat minder bovenop de lip van mensen te zitten, waardoor ze misschien juist een ruimere keuze hebben en zich kunnen ontwikkelen. Natuurlijk willen mensen inzetten op een stad met banen op alle niveaus en een divers woningaanbod … De VOORZITTER: Ik geloof dat ik mevrouw Van Rossum hoor binnenkomen. Mevrouw Van Rossum, ik heb mevrouw Bel de gelegenheid gegeven. Die maakt even haar verhaal af. U bent de volgende, want u was echt helemaal van het net.

Mevrouw BEL (D66): Ik was gebleven bij de opmerking dat we met z'n allen een stad willen met banen op alle niveaus en een divers woningaanbod waar iedereen een goede stap kan maken. Ja, natuurlijk betekent dit ook aandacht voor de jeugd, meneer Stoop. We willen een stad waar iedereen zichzelf kan zijn en zich thuis voelt. Dat geldt als je wieg in Delft staat, maar ook als je in Delft komt studeren of bijvoorbeeld als je als statushouder in Delft komt. We willen een stad waar de behoefte van de één niet ten koste gaat van de vrijheid van een ander. Dat zouden we bijvoorbeeld nog wat beter kunnen vertalen in de openbare ruimte in Delft en de voorzieningen in Delft. Voor wie in het leven tegen problemen aanloopt, zouden we inderdaad wat minder bureaucratie en wat meer persoonlijke aandacht en maatwerk willen bieden, omdat we denken dat dat beter werkt dan "one size fits all". Een mooi voorbeeld daarvan is: in plaats van mensen volgen via social media in de Participatiewet eens kijken wat voor problemen mensen hebben. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Ik had de interruptie eigenlijk al wat eerder in mijn hoofd, maar ik dacht: ik wacht nog eventjes. Maar mevrouw Bel is inmiddels toe aan het noemen van een reeks van ambities namens D66.

Ik wil even terugkomen op een punt dat zij eerder in haar betoog oppakte, ook in navolging van iets wat meneer Van Rijn al naar voren bracht, namelijk de prioriteit die D66 lijkt te willen geven aan het verlagen van lasten wanneer meer geld beschikbaar komt. Hoe moet ik die opmerking zien ten opzichte van de forse aantallen ambities die D66 nu neerlegt? Waar ligt de prioriteit? Mevrouw BEL (D66): Volgens mij heeft u ook een hele trits ambities opgesomd. Als wij noodgedwongen aan de ozb-knop draaien, vind ik het wel zo redelijk om ook afspraken te maken over wanneer we die weer terugdraaien naar een redelijk niveau. Daarnaast hebben we nog andere ambities voor de stad, die we ook graag willen realiseren. Volgens mij past dat in hetzelfde kader waarin u heeft gezegd: voor nu komen we niet met concrete voorstellen, maar we willen wel graag aangeven wat we belangrijk vinden voor de stad. Bij ons zit in dat rijtje ook de ozb-verlaging. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Ik heb inderdaad ook een hele reeks ambities neergelegd, maar ik heb heel nadrukkelijk niet de keuze gemaakt om prioriteit te geven aan meteen lastenverlaging op het moment dat er geld is. Ik kom dus toch nog eens terug op mijn vraag, want het zijn wat mij betreft twee verschillende grootheden: lasten verlagen of investeren.

Waar ligt voor uw partij nu de prioriteit? Mevrouw BEL (D66): We hebben een heleboel bezuinigingen gedaan en we hebben de lasten verhoogd. Als laatste hebben we gezegd dat we bij die forse lastenverhoging ook afspraken maken over hoe we die weer terugdraaien. Ik kom bij de laatste belangrijke ambitie, de klimaatcrisis. We moeten als stad vooruit blijven kijken naar de toekomst. Ja, dat is ook verantwoord omgaan met geld, maar tegelijkertijd ook belangrijke uitdagingen niet uit de weg gaan. En de klimaatcrisis is iets wat we niet zomaar kunnen parkeren. Het is een mondiale opgave, maar we kunnen daaraan ook lokaal invulling geven in het aanjagen van de energietransitie, maar ook in de invulling van klimaatadaptatie. Dan wil ik geen papieren tijgers, maar gericht datgene daar doen waar dat zoden aan de dijk zet en daarbij zo veel mogelijk mensen en instanties meekrijgen om een bijdrage te leveren. Ja, dat kan ook een financiële bijdrage zijn, want de gemeente kan ook dit niet alleen.

De heer HARINCK (STIP): Past een uitvoeringsplan voor een circulaire economie ook binnen die ambitie van D66? Mevrouw BEL (D66): Dat is papier, meneer Harinck. Laten we nou vooral gewoon iets doen. De wethouder heeft bij het herstelplan aangegeven dat dat plan niet heel erg nodig was. Er zijn genoeg goede ideeën om het direct ten uitvoer te brengen. Uw suggestie dat er een bestemmingsreserve is waar nog geld in zit, was bij de jaarrekening eigenlijk precies mijn punt waarom ik behoedzaam wil omgaan met het instellen van bestemmingsreserves. Want bij het instellen daarvan zeggen we "U gaat er altijd nog over op het moment dat er geld uit gehaald wordt", maar op het moment dat we er geld uit halen, zeggen we "Nou ja, er is toch een potje; laten we het dus maar opmaken". Ik ben daar dus geen voorstander van. De heer HARINCK (STIP): Als ik mevrouw Bel goed begrijp, wil ze geen extra papierwerk, maar wil zij wel, als er financiële ruimte is, die inzetten voor duurzaamheid en circulariteit. Mevrouw BEL (D66): Dan moet ik natuurlijk oppassen voor wat de definitie is van "als er financiële ruimte is". Maar als ik er zelf invulling aan mag geven wanneer er financiële ruimte is, ben ik het helemaal met u eens, ja. De VOORZITTER: Meneer Harinck, afrondend.

De heer HARINCK (STIP): Als u dan moet kiezen tussen verlaging van de ozb en die duurzame ambities, waar gaat u dan voor? Mevrouw BEL (D66): Volgens mij heb ik die vraag al beantwoord. We gaan de duurzame ambities gewoon voortzetten zoals we die van plan zijn en op een slimme manier en we gaan ook onze afspraken nakomen dat we, op het moment dat er meer geld van het Rijk komt, de belastingen weer verlagen. De VOORZITTER: We ronden het hiermee af. Mevrouw Van Rossum, gaat uw gang. Uw microfoon staat nog steeds op mute. Het blijft een beetje tobben. Kunt u het nog eens proberen? Is er bij de SP-fractie iemand anders die het betoog van mevrouw Van Rossum kan houden? Dan kunt u uw stuk toesturen naar die fractiegenoot. Mevrouw BEL (D66): Voorzitter, als het goed is, kan ook de eigenaar van de Teamssessie mevrouw Van Rossum ontmuten. De VOORZITTER: Het lukt mij niet. Ontmuten lukt vaak niet. Je kunt alleen muten. Mevrouw Van Rossum, ik zou u willen vragen of u in staat bent om uw bijdrage door te sturen naar een van uw fractiegenoten. En kunt u dan in de chat aangeven wie dat is? Dan zal ik die opzoeken of dan kan die zich melden. Ik zie meneer Al Jaberi. Meneer Al Jaberi, heeft u de bijdrage al binnengekregen? De heer AL JABERI (SP): Voorzitter, ik heb nog niks binnen. De VOORZITTER: We wachten nog heel even.

Lukt het om het door te sturen naar uw collega, mevrouw Van Rossum, zodat hij uw verhaal kan houden als een soort

preeklezer, zoals we vroeger ook in de kerk hadden? Als op het laatste moment de dominee ziek was, was er gelukkig altijd nog een preek, die voorgelezen kon worden. Mevrouw Van Rossum is weer geheel en al stilgevallen. Ik kijk even naar de griffier. Kunt u even bellen met mevrouw Van Rossum? We hebben tenslotte altijd nog een telefoon in ons bezit. Ik schors de vergadering een klein minuutje. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Meneer Al Jaberi, als het goed is, komt de bijdrage van de SP straks bij u binnen, want mevrouw Van Rossum zal die naar u versturen. De heer AL JABERI (SP): Voorzitter, ik hou mijn mail in de gaten. De VOORZITTER: Dan wachten we nog even. Intussen gaat mevrouw Van Rossum nog eens proberen om binnen te komen. Als het echt niet kan, moeten we het maar voor de tweede termijn houden. Intussen vraag ik de wethouder Financiën na te denken over hoelang hij wil schorsen. Ziet u al wat binnenkomen, meneer Al Jaberi? De heer AL JABERI (SP): Nee, voorzitter. De VOORZITTER: Dan gaan we nu schorsen. Daarna hoop ik eerst de SP nog even het woord te kunnen geven. Misschien is ons college dan in staat om à la minute te antwoorden. Desnoods schorsen we nog een keer, maar dan gaan we wel alvast aan de slag met datgene wat nu reeds ingebracht is. De vergadering wordt enige tijd geschorst.

De VOORZITTER: Ik zie dat mevrouw Van Rossum weer helemaal vrolijk, fris en fruitig present is. We gaan nu eerst luisteren naar mevrouw Van Rossum. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Voorzitter. Ik hoop dat het nu goed gaat. Het internet was weg en is intussen teruggekomen. De VOORZITTER: Gaat uw gang. U bent nu loud en clear te volgen. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Er zit iemand heel boos naar mij te gebaren vanuit de woonkamer. Ik dacht even dat het weer misging, maar ik geloof dat het iets met voetbal te maken had. De VOORZITTER: Gaat u rustig door. Het gaat allemaal ten koste van uw tijd. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Dat geeft niks, voorzitter. Tijd zat. De VOORZITTER: Oké, dan weten we dat. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Ik ga serieus verder. Wij hadden een gesprek in de commissievergadering over de jaarrekening. Die werd positief afgesloten. Veel partijen uitten daar lof over, maar ik vroeg wethouder Brandligt waarom de toon in de Kadernota dan zo somber was over de financiën. Hij zei … Volgens mij viel ik op dit punt weg; u zit nu dus allemaal vast op het puntje op uw stoel. Wat zei hij nou? Je

kunt het op papier financieel wel rondkrijgen, maar de stad gaat achteruit als je minder kunt investeren. Dat was natuurlijk echt de spijker op z'n kop; dat is wat er allemaal aan de hand is. Het kan op papier wel kloppen, maar wat betekent het voor Delft? In de Kadernota lezen we over harde keuzes die gemaakt moeten worden, maar het is nog niet altijd duidelijk wat dat dan in de praktijk voor ons allemaal in Delft gaat betekenen. We vinden deze Kadernota weinig politiek. Wat de SP betreft heeft het meer zin om door te praten over de uitwerking van de bezuinigingen als we het over de begroting hebben. We zien hier een paar goede besparingen in, namelijk het verhuren van het Stadskantoor en een wethouder minder. Dat zijn dingen die de SP al jaren voorstelt. Het is dus goed dat die nu opgepakt zijn. Ik wil drie onderwerpen over de Kadernota doornemen, ten eerste het doel van zo'n stuk in coronatijd. We hebben het al vaak gezegd: de pandemie raakt iedereen, maar niet iedereen wordt evenredig geraakt in deze coronatijd. De spaarpotjes van de Nederlanders zijn het afgelopen jaar met 77 miljard gegroeid, maar tegelijkertijd moet men in een van de vijf huizen het vakantiegeld gebruiken om gewoon rond te kunnen komen. Een grote groep Nederlanders is er dus op vooruitgegaan tijdens de crisis, maar er is ook een grote groep die moeilijk kan rondkomen.

De SP vindt het onze verantwoordelijkheid, de verantwoordelijkheid van de Delftse raad, om te voorkomen dat de rekening van de crisis bij de mensen met het minste geld wordt neergelegd. Dat zijn juist de mensen die de samenleving het afgelopen jaar draaiend hielden: supermarktmedewerkers, mensen in de zorg, pakketbezorgers, maar ook nog vele anderen. Dat moet het hoofddoel zijn van alle plannen die nu gemaakt worden. Kan het college daarom toezeggen dat het gaat kijken of op de ene of andere manier via gemeentelijke of andere belastingen de ongelijkheid verkleind kan worden? Ik weet dat de gemeente niet aan inkomenspolitiek mag doen, maar er zijn vast manieren om het wat gelijker te verdelen. Dat is een vraag aan het college. Het tweede onderwerp is de basis op orde. In de Kadernota wordt gesproken over verbeteringen, maar tegelijkertijd zijn er plannen voor bezuinigingen op echte basisvoorzieningen. Dat is dus niet de basis op orde hebben, zoals het college dat graag ziet. Ik geef één voorbeeld; er zijn er meer, maar die kunnen we niet allemaal behandelen. Het college wil goed onderwijs in Delft, maar intussen wordt in de Tanthof de simpele oproep om af te zien van zo'n megaschool, tot nu toe gewoon genegeerd door dit college.

We merken dat er daar niet naar de mensen geluisterd wordt, maar wat het college bijvoorbeeld wel wil, is betalen voor samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven voor innovatie in de maakindustrie met Smart Makers Delft. Wij zouden zeggen: kiest u, nu dat moet, echt voor de basis op orde en zorg gewoon overal voor basisscholen op loopafstand, ook in de Tanthof. Het laatste wat ik wil bespreken, betreft de langetermijneffecten. Ik denk dat er erg goed gekeken moet worden naar de bezuinigingen die nu voorspeld worden: welke dingen raken de lange termijn meer of minder? Natuurlijk is de impact van corona groot op de hele maatschappij, ook financieel. En natuurlijk heeft de gemeente gewoon te maken met de financiële problemen die ook veroorzaakt worden door het kabinet in Den Haag, bijvoorbeeld door de veel te lage middelen voor de zorg. Daar is vanavond al veel over gezegd. De SP maakt zich heel veel zorgen over hoe dat straks gaat uitwerken. Onze vraag aan het college is dan ook of u in de uitwerking van die taakstelling, zoals dat heet - dus bezuinigingen - de raad blijft informeren tot

aan de begroting, want wij willen niet dat we straks te laat moeten ingrijpen als er op de verkeerde plek wordt bezuinigd. En toch heeft de raad in Delft ook een keuze bij hoe we het geld gaan inzetten. Dan moeten we dus juist aan de lange termijn denken. Wat ons betreft gaat het dan over algemeen toegankelijke voorzieningen in de buurten en de wijken: de bieb, het buurthuis, de speeltuin, maar ook hele andere zaken. De bezuiniging op Werkse! is hier ook echt een voorbeeld van, want hoe kan het dat er wordt bezuinigd op een instelling die juist de komende tijd belangrijk is om mensen aan het werk te krijgen nu de werkloosheid in de regio zo toeneemt? Dat moeten we echt niet doen, want dat gaat te veel schade aanbrengen in onze stad. Dit geldt ook voor de maakindustrie. Wat heeft de stad aan investeringen in de maakindustrie als de jongeren die daar hun beroep hebben, hier niet aan een woning kunnen komen en als er grote bedragen gaan naar bedrijven zoals DSM, terwijl lokale ondernemers het water aan de lippen staat? Dat zijn de langetermijnoplossingen waar we ons voor moeten inzetten. Ik hoor graag de reactie van het college. En ik heb het uitgehouden met mijn internetverbinding. De VOORZITTER: Gefeliciteerd, mevrouw Van Rossum. Fantastisch, heerlijk dat het gelukt is. Ik zie geen verzoek om naar aanleiding hiervan te schorsen. De wethouders kunnen het dus aan.

Wethouder BRANDLIGT: Voorzitter. Met deze Kadernota hebben we uiteraard geen feestelijke Kadernota neergelegd. Dat hadden we uiteraard graag anders gezien. Dat klinkt deze avond ook terug in uw bijdragen. De Kadernota werd al "de tweede horde waar we overheen moesten" genoemd na het herstelplan, dat de eerste horde was om weer op orde te komen. Zo voelt deze Kadernota ook. Het is helaas ook niet zo dat we met deze Kadernota voor de toekomst helemaal uit de problemen zijn. Was het maar waar, maar ook dat kunnen we niet nu al met zekerheid zeggen. Sterker nog, daarvoor wachten we ook op een nieuw kabinet. De heer Van der Woerd heeft een zevental punten genoemd. Die zijn niet allemaal voor mij, maar een aantal door hem genoemde punten zijn door vele fracties genoemd. Ik denk dus dat ik met het beantwoorden van de heer Van der Woerd al veel fracties beantwoordt. Het eerste punt dat hij noemde, was het opnieuw overwegen van de ozb als we meer middelen krijgen. Zoals u in deze Kadernota kunt lezen, is voor 2023 een verhoging voorzien. Die is ook in de tabellen verwerkt, maar u ziet in de tekst ook dat er voor 2025 een extra verhoging nodig is, mocht het Rijk niet met voldoende middelen over de brug komen.

Dat betekent omgekeerd dus ook dat, als er wel voldoende middelen gaan komen - zoals ik al zei, is daar nu nog geen zicht op - de extra verhoging in 2025 als eerste verlaagd zal kunnen worden. Maar de verhoging in 2023 is echt een onderdeel van de integrale afweging van het hele pakket. Dan worden al die wensen die u al geuit heeft dan wel de bezuinigingen die al doorgevoerd zijn, daarbij integraal afgewogen. Het tweede punt dat u noemt, is: geen extra taken van het Rijk. Ook dat heb ik bij een aantal fracties gehoord. Dat is absoluut het uitgangspunt dat wij als college hanteren. Dit geluid horen wij overigens niet alleen in Delft, maar bij heel veel gemeenten. Op de ALV van de VNG is dit ook duidelijk gezegd. Sterker nog, hier zijn moties over aangenomen met bijna alle gemeenten vóór, die dit dus ook hebben

uitgesproken. Volgens mij was slechts een handjevol daartegen. Deze lijn wordt dus ook breed gesteund. U heeft het een en ander gevraagd over het Groeifonds. Er zijn veel aanvragen voor het Groeifonds, ook veel aanvragen die Delft raken. Dat heeft mede te maken met het feit dat bij bijna elke aanvraag uit het Groeifonds de TU Delft betrokken is. Op de ene of andere manier zal zij dus altijd tot de winnaars behoren. Dat betekent dus wel dat die investering in Delft zal landen. Dat is niet per se een gemeentelijke investering, maar wij zijn er uiteraard wel blij mee en we zullen haar daar waar we kunnen, natuurlijk ook ondersteunen. U had ook een punt over het coronageld: u was bang dat geld dat wij voor corona krijgen, voor algemene gaten in de begroting gebruikt wordt. Dat is niet het geval. We hebben een coronareserve. Alles wat we coronagerelateerd van het Rijk krijgen, gaat in deze reserve. Dat geldt uiteraard ook voor de uitgaven voor corona. We weten uiteraard nog niet hoe dat gaat aflopen. Op dit moment is dus nog niet te zeggen dat we geld gaan overhouden. Als dat wel zo is, kan het zijn dat dat, afhankelijk van waarvoor we het hebben gekregen, terug moet naar het Rijk of we zullen natuurlijk bij u terugkomen met wat daarmee zou moeten gebeuren. Dan kom ik bij de VVD.

Ik moet zeggen dat u wel een steile inflatie in uw betoog heeft, meneer Van Rijn, want uw merkte op dat we nu een structureel tekort van 50 miljoen euro hebben. Dat was een paar maanden geleden nog 44 miljoen euro. U veegt ook een aantal zaken bij elkaar die uiteindelijk niet kloppen. U telt de tekorten van een aantal jaren op. Dat zijn veelal ook incidentele tekorten. Dat is bij elkaar inderdaad een behoorlijk bedrag, maar dat is natuurlijk niet een structureel tekort; zo is het niet. Het klopt inderdaad dat we in het afgelopen jaar, dit begrotingsjaar en ook de komende begrotingsjaren nog uit de algemene reserve putten, allemaal op weg om uiteindelijk naar een structureel sluitende begroting te komen. Zoals gezegd hebben we het Rijk daar absoluut nog meer bij nodig. Om gelijk één punt van het Rijk te noemen: ook over de 7 miljoen euro die we voor de jeugd hebben gekregen, zijn veel vragen gesteld. Die 7 miljoen euro hebben we voor 2022 gekregen. Daarvoor geldt weer dat dat geld naar de algemene reserve gaat, want voor jeugd hebben we voor 2022 een sluitende begroting door uit de algemene reserve te putten. Geld dat we nu krijgen, gaat in eerste instantie dus ook weer terug in die algemene reserve, verandert in die zin dus niks voor jeugd en is ook geen extra geld dat we voor iets kunnen besteden.

Die 7 miljoen euro, met een korting die daarop zit, die er nog gaat komen vanuit het Rijk, mag voor de komende jaren later voor 75% meetellen. Dat zult u uiteindelijk ook terugzien in onze begroting. De heer Van Rijn vroeg hoe het door hem genoemde structurele tekort is veroorzaakt. Daar zitten een aantal oorzaken onder. Een van de oorzaken is dat we het sociaal domein nu anders en ook meer naar de toekomst ramen. Dat is één onderdeel. Het tweede onderdeel is dat we hadden gehoopt dat het Rijk inmiddels met een aantal punten over de brug was gekomen, maar dat gebeurt maar niet. De herijking van het Gemeentefonds is er daar één van, ook al worden we daarvan vermoedelijk niet heel rijk. Maar ook op andere punten verwachten we nog wat van het Rijk. We hebben het net over jeugd gehad, maar ook bij de Wmo verwachten we

eerlijk gezegd nog wat. Ook op andere terreinen hopen we nog middelen van het Rijk te krijgen. Wij hopen bijvoorbeeld nog steeds op de afschaffing van de opschalingskorting, die ook nog steeds verwerkt is in de begroting. Dan kom ik bij de vraag van STIP over de circulaire economie. Mij werd eventjes in de mond gelegd dat we geen uitvoeringsprogramma nodig hebben om toch alles te kunnen uitvoeren. Zo heb ik dat niet gezegd. Ik heb gezegd dat het, als we geen uitvoeringsprogramma hebben, niet zo is dat er dan helemaal niks meer gebeurt. Dat is wat anders. Op een aantal punten wordt er natuurlijk nog wel doorgegaan met circulaire economie, daar waar wij dat vooral ook bij anderen, bijvoorbeeld bij bouwopgaven, kunnen meegeven bij ontwikkelingen. Mevrouw BEL (D66): Ik wil verifiëren of het omgekeerde ook geldt. Als we nu een heel mooi plan gaan schrijven, betekent dat toch niet dat we geld hebben om dat uit te gaan voeren? Wethouder BRANDLIGT: Dat was de volgende zin die ik wilde uitspreken. Dat klopt. Als je een uitvoeringsplan hebt, heb je daarmee nog niet de middelen om dat vervolgens ook uit te voeren. Het is wel zo dat, als je geld aan iets wilt uitgeven, dat uiteraard langs de raad moet. Dan heb je een plan nodig. Het kan meestal dus niet zo zijn dat je als gemeente geld gaat uitgeven als er geen plan is.

Dat gaat u ook niet goed vinden; dat zou u ook niet goed moeten vinden. Het klopt dus: met een plan hebben we ook alleen dat, een plan, maar nog geen geld om het uit te voeren. Dat geef ik dus aan richting STIP. Het is wel zo dat door die reserve Beleid en Uitvoering een aantal onderdelen inmiddels niet meer nodig zijn. Het geld om het uitvoeringsplan te maken, zullen we er dus net uit kunnen financieren, maar dan hebben we ook niet meer dan dat. Volgens mij ben ik aan het eind gekomen, behalve nog de vraag van mevrouw Van Rossum om via de belastingen de lasten eerlijker te verdelen. Vanuit mijn politieke overtuiging zou ik dat graag willen, maar ik moet toch melden dat de mogelijkheden er eigenlijk niet zijn om dat te kunnen of mogen doen met ons belastingstelsel. Ik vrees dus dat die route helaas niet gaat werken. Wethouder VOLLEBREGT: Voorzitter. Ik ga in op een drietal vragen. Mogelijk heb ik er nog één gemist. De eerste vraag gaat over de afweging die wij hebben gemaakt over de VAK. Het klopt wat de heer Van Rijn zegt: we hebben de VAK inderdaad incidenteel voor twee jaar voor twee ton gedekt en we doen dat nu structureel. We doen dat op dezelfde manier zoals we dat eigenlijk door de hele Kadernota heen doen: terug naar de basis. Dit is echt het basisscenario dat de VAK nodig heeft om voort te kunnen bestaan. Dat is dus de belangrijkste afweging die daarachter ligt.

Eerder hebben we met elkaar het debat gevoerd over de vraag of dat gedekt kan worden binnen de portefeuille. Zoals u gezien heeft in zowel het herstelplan als de Kadernota, hebben we ook binnen de cultuurportefeuille forse bezuinigingen doorgevoerd - denk alleen al aan die van DOK - maar die hebben we gebruikt om ons algemene tekort te dekken. Er was dus geen ruimte om daar ook nog dit uit te doen. Dat zijn dus de afwegingen over de VAK. De al door mij genoemde bezuiniging op DOK sluit daar enigszins op aan. De heer Van Rijn vroeg hoe die zich verhoudt tot de vier ton die is vrijgemaakt in de

Kadernota. We houden ons daar gewoon aan de afspraken en aan wat u als raad ons volgens mij heeft opgedragen via een motie. Wij werken de bezuinigingen door zoals ze in het herstelplan staan. We komen bij u terug met de effecten. Dan kunnen we met elkaar afwegen - het college zal u daar vast een slim voorstel voor doen welk deel van die ruimte we eventueel willen inzetten om eventuele effecten te dempen. Maar tot die tijd gaan we dus gewoon door met de bezuinigingen zoals u deze heeft vastgesteld in het herstelplan. Een kleinere vraag was er over New Energy. Ik herken niet dat we dat financieren uit de coronareserve. Ik kan dus bevestigen dat dat niet het geval is en dat we dat niet zo gaan doen. Kunnen we het Stadskantoor sneller verhuren? Dat heeft wel wat voeten in de aarde. Wij zijn als overheid ook gebonden aan vrij strenge regels voor verhuur van ons eigen vastgoed, al was het maar dat het in ieder geval marktconform moet zijn. Dat moeten we dus goed uitwerken. Dat doen we zo snel als dat kan, want ik ben het met u eens: als dat kan, is dat natuurlijk een van de mooiste bezuinigingen die we kunnen behalen. Maar we moeten dat wel zorgvuldig doen en ook dat zal capaciteit vragen. Voor nu moeten we dit dus realistisch laten staan, denk ik. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Ik heb een vraag gekregen van de ChristenUnie over de beveiliging in het Stadskantoor.

Beveiliging moet zichtbaar zijn in het Stadskantoor, want anders mag zij niet tot actie overgaan op het moment dat er moet worden ingegrepen. We kunnen ze dus vragen een leuk sjaaltje om te doen, maar ze moeten vooral goed zichtbaar zijn. Dat is zoals we ze nu ook neergezet hebben. Dat neemt niet weg dat ze training hebben gekregen om mensen ook actief te benaderen. Daar hebben we de afgelopen jaren veel tijd en moeite in gestopt, zodat ze de gastvrije kant inderdaad een stuk beter ontwikkeld hebben. Volgens mij is de gemiddelde bezoeker van het Stadskantoor daar heel tevreden over. Dan de vraag of we echt werk met werk kunnen maken en ook wat groener werk met werk kunnen maken. In de vorige begroting hadden we als college als een van de prioriteiten aangegeven dat we met incidenteel budget zouden gaan voor leefbare straten waarin het prettig verblijven is, een kwaliteitsimpuls met groen, klimaatadaptatie. Daar hadden we incidenteel budget voor vrijgemaakt, maar met het herstelplan is dat geschrapt. Ik begrijp uit de vele betogen maar zeker ook uit de concrete vraag van GroenLinks dat vanuit de raad de vraag komt hoe we hiermee zouden kunnen omgaan. Ik ben het ermee eens dat, als we gaan investeren in de stad en dat dan eigenlijk maar half doen, het jammer is als we er over een x-aantal jaren achter komen dat we bepaalde dingen niet hebben gedaan en daar dan spijt van hebben.

Het is dus een ingewikkelde vraag, want waar gaan we het geld vinden? Het zal ook geen structureel geld zijn. We zullen daar dus echt even voor moeten gaan kijken, maar wel vanuit de gedachte dat het jammer is om penny wise, pound foolish over tien jaar misschien terug te kijken in de zin van: dat is in de tijd gebeurd waarin in Delft echt weinig geld beschikbaar was en daar hebben we echt een steekje laten vallen. We moeten echt gaan kijken hoe we daar toch een mouw aan kunnen passen en erover nadenken hoe we de budgetten daar misschien op een iets andere manier kunnen inzetten. Laten we dus inderdaad even een onderzoek wijden aan die vraag.

Wethouder HARPE: Voorzitter. Een aantal partijen, waaronder de Partij van de Arbeid, de ChristenUnie en het CDA, hebben gevraagd wat we gaan doen met die 7 miljoen euro extra geld dat vanuit het Rijk komt. Dat geld wordt uitgekeerd ter compensatie van opgelopen tekorten in het verleden. Wij hebben een begroting voor jeugd die dekkend is doordat we geld uit de algemene reserve hebben gehaald. Dat gebruiken we nu om de zorg die nodig is, te kunnen leveren. Dat betekent dat die 7 miljoen euro teruggaat naar de algemene reserve en dat - dat was een vraag van STIP - de voortgang en de afronding van het Actieplan Sociaal Domein nodig is om uiteindelijk op nul uit te komen. Ook dat is een bezuiniging die ingeboekt is in de lopende begroting. Het is niet zo dat wij, nu er van het Rijk geld komt voor in het verleden opgelopen tekorten, nu kunnen stoppen met het Actieplan Sociaal Domein. Dat is hoe we ermee omgaan. Over wat er na 2022 gebeurt, heeft collega Brandligt al iets gezegd. Dat weten we niet. Dat wachten we in spanning af. Er is nog een andere vraag van de VVD: doen wij de Wet inburgering en de uitvoering daarvan met de middelen die het Rijk ter beschikking stelt? Het antwoord daarop is bevestigend: wij zullen het gaan doen met de middelen die het Rijk ter beschikking stelt. Dat wordt een hele uitdaging. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter.

Ik heb een groot aantal vragen gekregen. De wijkversterking beperken wij nu, wel met structureel geld, tot een tweetal wijken, eigenlijk buurten: de Poptahof en een deel van de Buitenhof. Daar kunnen we dan structureel wat extra capaciteit inzetten. Tegelijkertijd zullen we in de andere wijken natuurlijk zorgen dat we zo veel mogelijk afstemming hebben in het fysieke domein als we gaan bouwen en beheren maar ook als er sociale vraagstukken spelen die je veel beter gebiedsgewijs kan aanpakken. De focus die in de wijkversterking zat en de extra investeringen zitten daar dan alleen niet. Het liefst rol je dat natuurlijk over de hele stad uit, maar dit is de prioritering die we gedaan hebben. De andere vraag die ik kreeg, heeft sterk te maken met hoe we in de keten het wonen van ouderen en de zorg voor ouderen regelen en wie dat betaalt. Daar komen een heleboel vraagstukken uit. Dat is nou precies de inhoud van de regiovisie die we met DSW gemaakt hebben. Daarbij is duidelijk dat wij als gemeente verantwoordelijk zijn voor het zelfstandig wonen en de aanvullende Wmo en dat het verpleeghuis in the end eigenlijk de plek is van DSW en ook gefinancierd wordt door DSW vanuit de Wlz en deels ook uit de Zvw. We willen daar een meer fluïde overgang in hebben. Als mensen wat langer thuis blijven wonen en niet in de Wlz komen, zal dat ook mede door DSW gefinancierd moeten worden.

Dat wordt dus een interessante zoektocht met elkaar, maar dat is nou precies de uitdaging waar we met elkaar volgens mij voor staan. Vervolgens vroeg u zich af wat de mooie woorden "faseren" en "prioriteren" betekenen. Die betekenen zeker niet dat wij sleutelen aan ons bouwvolume en ook niet dat wij sleutelen aan de programmering, maar als u de Woonmonitor krijgt - die komt echt voor het reces; de laatste hand wordt daaraan gelegd - ziet u dat wij pieken hebben in onze bouwproductie. Dat betekent vaak ook een piek in je ambtelijke inzet. Eigenlijk wil je dat wat beter over de tijd verspreiden. Dat kan door juist die vorm van prioriteren te kiezen. Dus niet sleutelen aan het programma, maar wel met elkaar zorgen dat we het wat beter over de tijd verdelen.

Vervolgens gaf u aan dat u niet wilt dat wonen een heel groot verdienobject is. Dat ben ik volledig met u eens. Volgens mij missen wij nog wel wat instrumenten om daar goed op te sturen die door het Rijk aangegeven moeten worden. Maar daar waar we ze lokaal kunnen inzetten, doen we onze uiterste best om dat te doen, ook in bestaande fora. De Wmo is natuurlijk nooit alleen een kostenpost. Dat is de noodzakelijke zorg die wij onze inwoners kunnen geven. Die moeten wij ook goed regelen. Wij denken dat wij met het actieplan voor de Wmo en bijvoorbeeld ook voor het armoedebeleid en de schuldhulpverlening een goede stap maken. Daarbij willen we vooral bij de Wmo veel meer de preventiekant en die voorliggende voorziening inzetten om daarmee te zorgen dat mensen die zelfredzaam zijn, terechtkunnen in dat domein of in de voorliggende voorziening om te voorkomen dat ze in de Wmo komen. Dat doen we om die zorg vooral te kunnen bieden aan mensen die niet zelfredzaam zijn. Ik denk dat we daar veel oog voor moeten hebben. Dat maakt ook dat de samenwerking die er al was tussen Delft Support en Delft voor Elkaar, nu versterkt wordt. Zullen wij het actieplan gaan uitvoeren? Ja, mede omdat we denken dat we daarmee vooral in de Wmo een hele goede beweging maken met het toevoegen van die preventiekant en dat voorliggende veld.

Het is natuurlijk altijd een verhaal van lange adem om die transformatie in de wijze waarop je zorg biedt, te kunnen regelen. Tussendoor kwam ook nog de formatiebezuiniging aan de orde maar vooral ook de koppeling aan de kindertoeslagaffaire en de druk daarvan op ons in de formatie. Dat wordt in ieder geval vergoed door het Rijk. Daar kunnen we dus extra menskracht op inzetten, want dat is natuurlijk een stevige opgave die wij uit moeten voeren. Volgens mij heb ik daarmee de vragen beantwoord. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dank het college hartelijk voor de duidelijke en wat mij betreft volledige beantwoording. Een aantal antwoorden had ik graag anders gezien, met name over die 7 miljoen euro, die teruggaat naar de reserve. Toen de GroenLinks-wethouder zei dat die teruggaat in de reserve, dacht ik: maar dat is toch iets van de VVD, een soort Zalmnorm? Maar toen wethouder Harpe het woord had gevoerd, begreep ik het weer helemaal. Dus hartelijk dank. De heer HARINCK (STIP): Voorzitter. Een korte reactie. Dank aan wethouder Harpe voor de toezegging dat we niet gaan stoppen met het Actieplan Sociaal Domein. Het lijkt me verstandig om niet zomaar alle plannen overhoop te gooien. De woorden van wethouder Brandligt over het uitvoeringsplan circulaire economie stemmen ons erg positief.

Daar gaan wij dus verder mee aan de slag. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Voorzitter. Toch nog even over ons algemene punt dat zorg en Wmo worden gezien als kostenpost en niet als investering, terwijl we in Delft juist heel veel investeren voor werkgelegenheid, maar ook vooral voor technische innovaties. Wij hebben dus gezegd dat het hele innovatieve deel en de zorg elkaar kunnen versterken. Daar willen wij meer naartoe en daar wilden wij ook meer een antwoord op.

Ik ben heel blij dat mijn collega van de ChristenUnie het helemaal begrijpt van die 7 miljoen euro, die terug is gegaan naar de algemene reserve en dat we daar nog steeds helemaal niks extra's mee kunnen. Voor mij is dat niet helemaal duidelijk. Wij kijken of we daar verder nog iets mee willen. De VOORZITTER: Er zijn verder geen raadsleden die nog iets willen zeggen. De Kadernota doen wij op 15 juli en dan hebben we ook de moties en de besluitvorming. We gaan naar het volgende agendapunt, na een kleine schorsing. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Ik schorste even omdat ik de familie Vlek de gelegenheid wilde geven om in te loggen. We weten uit ervaring dat dit niet altijd zo snel gaat als je hoopt, maar ik hoop van harte dat ze nu zijn ingelogd. Ik heet hen van harte welkom als luisteraar en kijker naar deze vergadering. Het is heel mooi dat we ons vanavond opnieuw mogen buigen over dit belangrijke agendapunt, dat door de mooie schenking van de familie Vlek uiteindelijk vleugels heeft gekregen en daarmee na een mooi debat in de commissie uiteindelijk in deze raadsvergadering is geland. Ik wil vanuit de gemeente nogmaals mijn erkentelijkheid en grote dank uitspreken aan de familie Vlek, maar ik ben ook dankbaar dat u als raad een mooi debat met elkaar heeft gehad in de commissievergadering.

Ik hoop dat we dit vanavond echt tezamen kunnen afronden als raad en tot een goede besluitvorming kunnen komen. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Hart voor Delft heeft een amendement en een motie. Net als bij de motie en het amendement bij agendapunt 8.5 gaat het om geld, indirect geld van de Delftse burger. In gedachten komt bij Hart voor Delft het onderzoek naar de grote projecten van 2015-2017 boven water drijven. Vandaar het amendement-Prinsenhof. Het was eerst een motie en is naderhand omgezet in een amendement, omdat we denken dat een amendement duidelijker is en dat daarmee beter tot uitdrukking komt wat Hart voor Delft zou willen. Het gaat over beslispunt 1 in het raadsvoorstel, waarin staat dat de gemeente voor de restauratie en renovatie een indicatief investeringsbedrag vast wil laten stellen. "Indicatief" vinden wij een beetje een woord waarmee je over het vastgestelde bedrag heen gaat. Dat willen we graag uit dit raadsvoorstel hebben. Als het woord "indicatief" eruit is, is het gewoon duidelijker: dan is het een besluit over een gemeentelijke investering van maximaal 18 miljoen euro en niet meer. Daarnaast is er de motie Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen. Misschien is dat een ouderwets gezegde, maar het is nog steeds een waarheid als een koe.

De directeur van het Museum Prinsenhof, het college en de raad zijn al lange tijd bezig met plannen om het rijksmonument waarin het Museum Prinsenhof is gevestigd, te kunnen restaureren. Helaas ontbreekt het bij iedereen aan voldoende geld. Hart voor Delft had bij alle onderliggende aangeleverde documenten verwacht een plan aan te treffen waaruit de aanvraag voor subsidie met betrekking tot de restauratie van dit rijksmonument blijkt, maar niks daarvan. Sinds bekend is geworden dat er een gift van 10 miljoen euro wordt gedaan wanneer de raad met het raadsvoorstel akkoord gaat, wordt er alleen maar gesproken over opschalen. Het woord "afschalen" is uit de vocabulaire verdwenen. Deze motie wil openheid oftewel transparantie betrachten met betrekking tot het aanvragen van subsidies. Overheidssubsidies moeten niet voor alle tierelantijntjes gebruikt worden, maar voor de renovatie en

restauratie van het gebouw. De gift van 10 miljoen euro kan dan gebruikt worden voor de extra's. Het bedrag dat de gemeente Delft dan kwijt is aan de restauratie, kan in mindering worden gebracht, waardoor dit geld ten goede kan komen aan de tekorten op de begroting voor de komende jaren, waardoor Hart voor Delft dan misschien wel voor de begroting kan stemmen. Daarnaast wil Hart voor Delft dat voor de restauratie en renovatie van een pand als het Prinsenhof - misschien geldt dit wel voor meer rijksmonumenten binnen Delft - gespaard gaat worden, zodat bij een volgende restauratie/renovatie een startkapitaal beschikbaar is. Door de fractie van Hart voor Delft wordt amendement 8.3-A (Prinsenhof) ingediend: De gemeenteraad van Delft, in (digitale) vergadering bijeen op dinsdag 6 juli 2021 ter bespreking van het agendapunt Van Visie naar ontwerp Prinsenhof Delft: start Ontwerpfase (2122454), Besluit: Bij de vaststelling van het raadsvoorstel onder beslispunt 1: Het financieel kader voor het door het ontwerpteam uit te werken plan vast te stellen op een indicatief investeringsbedrag van 28 miljoen euro (18 miljoen euro van de gemeente voor de restauratie en renovatie van het erfgoed en 10 miljoen euro schenking voor versterking van de museale functie, toegankelijkheid en beleving van gebouw en buitenruimte) met opschaalmogelijkheden.

Hiermee wordt het definitief besluit genomen tot groot onderhoud en restauratie van het Prinsenhof (18 miljoen euro) als volgt te wijzigen in: Beslispunt 1: Het financieel kader voor het door het ontwerpteam uit te werken plan vast te stellen op een investeringsbedrag van 28 miljoen euro (18 miljoen euro van de gemeente voor de restauratie en renovatie van het erfgoed en 10 miljoen euro schenking voor versterking van de museale functie, toegankelijkheid en beleving van gebouw en buitenruimte) met opschaalmogelijkheden. Hiermee wordt het definitief besluit genomen tot groot onderhoud en restauratie van het Prinsenhof (18 miljoen euro).

Toelichting: - Het college stelt voor bij de restauratie en renovatie het indicatief investeringsbedrag vast te stellen op 28 miljoen euro, zijnde 8 miljoen euro vanuit de gemeente en 10 miljoen euro vanuit een schenking; - Door het woord 'indicatie' het college de mogelijkheid openhoudt dat in de toekomst meerkosten kunnen ontstaan, waarvoor nu geen dekking is; - Het verstandig is dat de gemeenteraad van Delft een maximaal financieel kader stelt voor restauratie en renovatie van het Prinsenhof; - Deze wijziging bedoeld is om nog duidelijker te besluiten over een gemeentelijke investering van maximaal 18 miljoen euro." Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 8.3-2 (Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in (digitale) vergadering bijeen op 6 juli 2021,

constaterende dat: • •

•

de gemeente Delft met het monumentale kloostercomplex St. Agatha met daarin gevestigd het Museum Prinsenhof beschikt over een nationaal icoon; het college de raad vraagt om het financieel kader voor het door het ontwerpteam uit te werken plan vast te stellen op een indicatief investeringsbedrag van 28 miljoen euro (18 miljoen euro van de gemeente voor de restauratie en renovatie van het erfgoed en 10 miljoen euro schenking voor versterking van de museale functie, toegankelijkheid en beleving van gebouw en buitenruimte) met opschaalmogelijkheden. Hiermee wordt het definitief besluit genomen tot groot onderhoud en restauratie van het Prinsenhof (18 miljoen euro); geoormerkte additionele cofinanciering voor het project vanuit het Rijk, de provincie, de RCE of andere partijen ten goede te laten komen aan de opschalingsmogelijkheden richting het volledige programma van eisen;

overwegende dat: • • • •

in de afgelopen 70 jaar door de gemeente Delft onvoldoende geld is gereserveerd voor restauratie/renovatie van het rijksmonument gebouw Prinsenhof; het college tot op heden, althans niet ter kennisneming of ter inzage heeft gegeven aan de raad, geen subsidie heeft aangevraagd bij de provincie ZuidHolland en het Rijk of andere partijen; wanneer er eerder subsidie aangevraagd was bij de provincie en het Rijk, de kosten voor de gemeente Delft lager waren uitgevallen; het college ervan uitgaat dat er via de provincie en het Rijk alleen geoormerkt geld voor het volledige programma van eisen als cofinanciering overgemaakt zal worden en dit volledig ten goede wil laten komen aan de opschalingsmogelijkheden;

draagt het college op: • • •

een poging te doen om bij het Rijk en de provincie voor het rijksmonument, gebouw Prinsenhof, subsidie te krijgen en dit in mindering te brengen op de gemeentelijke bijdrage; in het eerste kwartaal van 2022 de raad op de hoogte te brengen van alle binnengekomen subsidies en waar deze in het programma van eisen aan toebedeeld zijn; wanneer de renovatie/restauratie voltooid is, gelijk te beginnen met de jaarlijkse afschrijving van het monumentale pand Prinsenhof en zodoende een voorziening voor toekomstige renovatie/restauratie op te bouwen,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Wat het amendement betreft: als het college kan toezeggen dat het zodra een overschrijding van het budget van 18 miljoen euro of 28 miljoen euro in zicht komt - dus niet wanneer die wordt

gerealiseerd, maar wanneer die in zicht komt, dus op tijd - naar de raad komt met een voorstel tot beperking van de realisatie of een beperkte toevoeging aan het budget, die immers eventueel nodig zou kunnen zijn, vindt de ChristenUnie de verscherping via dit amendement niet zo nodig. De motie Zuinigheid met vlijt vindt de ChristenUnie een hele mooie motie. Wij zijn ook benieuwd naar de reactie van het college. De heer VAN VLIET (GroenLinks): Voorzitter. In de commissie is hier ruimschoots over gesproken. Het is, met dank aan de gulle donatie van de familie Vlek, natuurlijk fantastisch dat het hele traject ineens in een stroomversnelling raakt en dat vrijwel de hele raad zegt: nu moeten we ook de stap gaan zetten, lef tonen en echt aan de slag gaan met ons museum. Het is fantastisch dat het zo gaat. GroenLinks staat daar van harte achter en vindt het wijs van het college om de scheiding te maken tussen de dingen die we echt moeten doen en de dingen die we graag met hulp van anderen er nog bij zouden willen doen. Wat dat betreft vindt GroenLinks ook dat we moeten staan voor de investering die de gemeente nu wil doen en dat de middelen die daar echt extra bij komen, moeten worden geïnvesteerd in de dingen die we daarmee extra kunnen doen. Dat is alvast de reactie op de motie van Hart voor Delft. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter.

Tijdens de commissievergadering heb ik de familie Vlek, de burgemeester en de directeur van het Prinsenhof ruimschoots bewierookt. Dat ga ik nu niet doen. Ik heb ook genoeg gezegd over het voorstel. Snel naar het amendement van Hart voor Delft: daar staan we positief tegenover. Op de motie wachten we de reactie van het college af. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft heeft dit vanavond al eerder genoemd, maar ook wij danken de familie Vlek natuurlijk hartelijk. We vinden het helemaal fantastisch dat door deze genereuze gift mogelijk wordt gemaakt dat het Prinsenhof voor iedereen toegankelijk wordt gemaakt doordat er ook een lift komt, waardoor mensen met een beperking zich beter door het museum kunnen bewegen. Dat waarderen wij als Onafhankelijk Delft enorm. Ik wil toch een paar seconden wijden aan het feit dat ik het moeilijk vind dat we in het verleden zoveel geld wilden investeren in iets wat nu voor zoveel minder geld kan worden gedaan en dat daardoor een beetje een aparte bijsmaak bij ons is ontstaan, maar voor nu zien we dit positief in. Onafhankelijk Delft heeft nog wel een paar vragen in het kader van de opschaling. Het is fijn dat er nu in ieder geval voor deze systematiek wordt gekozen. We vragen ons ernstig af of de rustiek van het Agathaplan behouden blijft en of daar ook in de toekomst op in wordt gezet.

Daar willen we heel graag een antwoord op. Ook willen we officieel toch nog een keer vragen of er aandacht wordt besteed aan de Werkgroep Prinsenhof en of die nauw betrokken blijft. Daarnaast willen we graag vragen of de wethouder van plan is om de deur op een kier te zetten om in de toekomst toch uit eigen kas nog bij te spekken. Dat antwoord ontvangen we graag. De heer VAN WOUDENBERG (CDA): Ik ga niet onze in de commissie uitgesproken bijdrage herhalen. Het is een goed gebruik om dat niet in de raad te doen. Ik ga dus ook niet de lovende woorden en de dank die we hebben uitgesproken aan de familie

Vlek over de meer dan genereuze gift van 10 miljoen euro herhalen, maar toch … De voorwaarden die de familie Vlek stelt voor die 10 miljoen euro, hebben wij als CDA gelegd tegen de kaders die we als raad al hadden gesteld. Tenslotte ligt het primaat ook op dat punt bij de raad. Het voldoet daar helemaal aan. Wat dat betreft dus nogmaals dank voor die gift, ook voor het feit dat die binnen die kaders past en dat er geen voorwaarden worden gesteld die buiten die kaders liggen. Ook daarvoor dus dank aan de familie Vlek. Wij staan achter het amendement van Hart voor Delft. Dat steunen wij dus. Ik ben benieuwd naar de reactie van de wethouder. Het lijkt mij een lastige. Wij vinden het heel goed dat er maximaal 18 miljoen euro wordt besteed en dat we gewoon aan onze taken als rentmeester voldoen, maar dat zit niet ingebakken in de motie, want daarin staat eigenlijk: als we geld krijgen van andere instanties, zoals de provincie of het Rijk, willen we eigenlijk niet aan ons rentmeesterschap voldoen, want dan gaan we dat afknibbelen van die 18 miljoen euro. Ik vind dat het amendement en de motie daarmee eigenlijk een vreemde tegenstelling oproepen. Daarom neigen wij naar een nee tegen de motie, maar ik hoor graag de reactie van de wethouder. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Voorzitter.

Delft heeft een bijzondere verantwoordelijkheid in het behoud van het nationale erfgoed dat het Prinsenhof is. Zoals mijn collega Yildiz al aangaf in de commissievergadering, is de PvdA-fractie verheugd over de oplossing die nu voorhanden is. De gift van 10 miljoen euro maakt het mogelijk om toch de renovatie uit te voeren én om een volwaardig museum voor Delft te behouden. Mochten er meer private middelen of anderszins meer budget beschikbaar komen, dan zou het onze voorkeur hebben dat dit besteed wordt aan het nog toegankelijker maken van het museum voor mensen in een rolstoel. Dan het amendement van Hart voor Delft. Vanaf de presentatie van de bedragen die nodig zijn, vanaf het begin, werd gesproken van "indicatief". Dat is niet voor niets, want er moet nog enorm veel worden uitgewerkt. Daarom lijkt het weghalen van "indicatief" nu niet reëel. Ik sluit me hiermee aan bij de opmerkingen van de ChristenUnie. Wat de motie betreft sluit ik me aan bij de opmerkingen van het CDA. De heer WEILER (STIP): Voorzitter. Als er één plek is waar de historische identiteit van Delft ligt en zichtbaar is voor iedereen, is dat het Prinsenhof. Elke keer dat ik er kom, word ik weer vervuld met een gevoel van trots. Dat geldt niet alleen voor mij.

In de aanloop naar dit besluit hebben we gezien hoeveel mensen deze plek nauw aan het hart ligt en hoezeer zij zich betrokken voelen en betrokken hebben getoond. Dank daarvoor. Eén groep betrokkenen wil ik er nogmaals uitlichten. Dat is natuurlijk de familie Vlek. Hun generositeit maakt STIP nederig en zeer dankbaar. Niet alleen voor de bewoners maar ook voor bezoekers en de bezoekerseconomie van Delft is deze plek cruciaal. Dit hebben we gezien met de Pieter de Hooch-tentoonstelling en dit gaan we met een vernieuwd museum in de toekomst nog veel vaker zien. We hebben nu een tijd voor ons liggen waarin zo veel mogelijk cofinanciering binnengehaald moet worden. STIP wil de wethouder en de rest van het college meegeven dat wij hierin de punten uit het programma van eisen over de museale functie het allerbelangrijkst vinden. We wensen het college en de ambtelijke organisatie de komende tijd heel veel succes.

Wat het amendement van Hart voor Delft betreft: in het laatste punt van de toelichting kunnen wij ons niet vinden. Mochten grotere investeringen wenselijk zijn vanuit het college, dan zou dat hoe dan ook naar de raad gecommuniceerd moeten kunnen worden. Dan kunnen we als raad in alle wijsheid besluiten of dit een goed plan is. Los hiervan lijkt het amendement zelf ons op zich een verduidelijking van het besluit en zien wij daar weinig bezwaar tegen. Wat de motie van Hart voor Delft betreft: STIP kan zich niet vinden in de eerste opdraging, omdat dit volgens ons een onprofessionele houding is die niet getuigt van goed bestuur. STIP staat minder negatief tegenover de tweede en de derde opdraging. Wellicht is hier een toezegging mogelijk. We wachten graag de reactie van de wethouder af. De VOORZITTER: Ik zou zeggen: hou dat nederige vast; dat is altijd goed. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Voorzitter. Een grote gift voor het museum. Ik moet bekennen dat bij zo'n oplossing met een gift de schrik ons een beetje om het socialistenhart slaat. Net als iedereen is ook de SP blij dat de renovatie nu kan starten. We zijn dus niet zuur over wat er nu gebeurt. We zijn daar natuurlijk dankbaar voor, maar het is wel zorgwekkend dat het zonder deze liefdadigheid dus niet zou lukken met ons Prinsenhof. Dat betekent dat we nu moeten beginnen met nadenken over financiering voor de volgende keer.

We hebben dus veel begrip voor de voorliggende motie en die willen we ook steunen. Over het amendement hebben we nog wel een vraag. We snappen dat, als er meer geld nodig is, men weer bij de raad zal moeten komen, maar het lijkt ons dat dit ook gewoon onder de regels voor grote projecten moet vallen. Dan moet dat ook gewoon: dan moet de raad akkoord geven voor dat soort extra investeringen. Mij rest nog één ding. Jaren geleden heeft de SP al gevraagd om het Prinsenhof gratis te maken voor Delftenaren, zodat iedereen die zich daar wil opleiden en vertoeven, dat gewoon kan doen. Wethouder Vollebregt heeft toen toegezegd om dat uit te zoeken. We kwamen daar onlangs op terug. Ineens is dat verworden tot een voorstel van hem om het museum één dag per jaar gratis te maken voor mensen uit Delft. Ik heb toen gezegd dat dit ééndriehonderdvijfenzestigste toezegging is. Dat is het natuurlijk een beetje. Ik wil hier dus nog even op terugkomen en ik wil het college toch nog even vragen of nu duidelijker toegezegd kan worden dat uitgezocht wordt hoeveel het wel of niet zou kosten om het museum gratis te maken. Gratis maken kent natuurlijk vele vormen. Ik zou dus willen voorstellen dat dit na de zomer wordt uitgezocht, in ieder geval voor de jaarwisseling.

Bijvoorbeeld één dag in de week gratis voor Delftenaren, misschien zelfs de laatste vrijdag van de maand, één keer per jaar per huishouden of iedereen in Delft jaarlijks een gratis kaartje sturen. Er zijn heel veel mogelijkheden om dat uit te voeren. Ik zou die graag uitgewerkt zien, zodat we als raad echt kunnen kiezen of we daarvoor wel of niet budget willen vrijmaken, want wij geloven dat dit erg weinig gaat kosten en heel veel plezier en heel veel educatie oplevert. Mevrouw BEL (D66): Voorzitter. Het is natuurlijk geweldig dat wij dankzij deze grote gift niet alleen de ambitie om ons cultureel erfgoed te behouden en daar zuinig op te zijn, maar ook onze museale ambitie kunnen waarmaken. Ik heb toch wel wat

sympathie voor het amendement van Hart voor Delft waarmee wordt gezegd: laten we in ieder geval scherp stellen dat we daar als Delft die 18 miljoen euro in investeren, zodat we dat in ieder geval helder hebben. Wat de motie betreft, heb ik in de commissie de wethouder al een vraag gesteld over het eerste deel van het dictum. Hij gaf toen aan: als wij de boer opgaan om fondsen te werven, lukt dat alleen als we daar ook extra dingen van doen. Als het alternatief is dat we niet de boer opgaan en dan minder hebben, lijkt het me dus niet zo'n goed idee. Maar ik wil wel graag een herbevestiging van de toezegging die ik destijds van de wethouder kreeg en die ik nog niet in de lijst zag staan: als wij fondsen werven die niet geoormerkt zijn of die iets als oormerk hebben wat nu al binnen de scope is, komt u bij de raad terug om de prioriteit aan te geven waaraan we dat dan uitgeven. Als het lukt om fondsen te werven, ga ik ervan uit dat u ons daarover met veel genoegen zult informeren. Ten aanzien van de derde bullet lijkt het me goed om eens te kijken hoe we als Delft met ons vastgoed omgaan en hoe we ervoor zorgen dat dat ook in de toekomst goed onderhouden wordt, maar het lijkt me wat kort door de bocht om dat nu even in één bullet in deze motie te regelen. Wethouder VOLLEBREGT: Voorzitter. Dit is een bijzonder moment. Ik begin ook even met een bijzonder object.

We hebben het in de technische presentatie ook al aan een aantal commissieleden laten zien. Dat is dit boekje uit 1950, waarin tijdens de vorige verbouwing van Museum Prinsenhof een stichting onder leiding van erevoorzitter Van Walsum, op dat moment burgemeester van Delft, ook moest zoeken naar de laatste 100.000 gulden om de verbouwing rond te krijgen. In dat boekje zie ik heel veel bijna enge parallellen met de situatie waar we nu in zitten. De mooie dingen van het Prinsenhof kloppen nog steeds. Het is ons mooiste monument, verknoopt met Hollandse historie, zoals dit boekje zou zeggen, maar de andere kant klopt ook: de financiële situatie was ook toen ingewikkeld voor de gemeente Delft. Het was geen makkelijk besluit en er was ook toen betrokkenheid van Delftse families nodig om het voor elkaar te krijgen. Ik kan een keer een foto van het boekje doorsturen. Dan ziet u een aantal namen, onder anderen de familie Van Marken, terugkomen in die betrokkenheid. Ook daar zie ik nu dus echt een parallel met die situatie. En voorzitter, tegen u zeg ik dat we ook nu weer onder aanvoering van een geweldige burgemeester van Delft nu eindelijk met opgeheven hoofd een voorstel kunnen neerleggen waar ik persoonlijk ook echt trots op ben en dat recht doet aan het gebouw en ons museum. Dat kan alleen maar dankzij een geweldige gift van de familie Vlek.

Dat is meermaals gezegd, maar dat verdient het ook. Ook ik ben daar ontzettend dankbaar voor, natuurlijk namens het hele college. Maar laat ik ook herhalen dat dit voorstel nog steeds recht doet aan de betrokkenheid van al die Delftenaren die ongeveer een jaar lang eigenlijk aan het roer van dit project hebben gezeten en met ons hebben meegedacht over het toekomstperspectief. Zonder enige twijfel kan ik mevrouw Timmermans bevestigen dat we daar ook mee door zullen gaan. Geen sprankje twijfel. Dit betekent niet dat we er met dit voorstel zijn. Een aantal van u refereerden daar al aan. De komende jaren zal een heel intensief ontwerpproces volgen om tot een geweldig ontwerp en uiteindelijk natuurlijk ook een geweldige uitvoering te komen. Ik ben heel erg blij dat daar ook een heel sterk ontwerpteam voor klaar staat om daar echt voortvarend mee aan de slag te gaan. Maar vanavond en in de commissie ging

het natuurlijk ook uitgebreid over het feit dat we er ook financieel nog niet zijn. Om uiteindelijk het hele toekomstperspectief te realiseren, is een investeringsbedrag van 37 miljoen euro nodig. De komende tijd gaan we er natuurlijk keihard aan werken om zo dicht mogelijk bij dat toekomstperspectief te komen. Ik hoop en verwacht ook echt dat we daar subsidies voor gaan vinden. Ik heb in de commissie verteld dat we natuurlijk ook gaan nadenken over mogelijkheden voor crowdfunding. We komen inderdaad bij de raad terug voor hoe we daar vervolgens mee omgaan; dat kan ik mevrouw Bel gelijk bevestigen. Dat geldt voor ongelabelde subsidies, maar ook voor subsidies waarvoor we eigenlijk zelf al geld hadden gereserveerd. Daar komen we dus inderdaad voor terug bij de raad. Het college heeft geen bezwaar tegen het amendement. Het woordje "indicatief" komt wel voort - laat ik dat wel benadrukken; dit kwam ook terug in de termijn van de heer Van der Woerd - uit het feit dat we nog in een fase zitten met echt grote marges rondom de bedragen, waarin het zomaar nog 30% hoger of lager of 10% hoger of lager kan worden. Over dat soort inschattingen hebben we het op dit moment. Het gaat hier echter om het besluit over welk investeringsbudget u beschikbaar stelt. Dat is inderdaad 18 miljoen euro, niks meer en niks minder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10516429/1