Concept-handelingen raad 6 juli 2021
Tekst van het document
DIGITALE RAADSVERGADERING VIA MICROSOFT TEAMS OP 6 JULI 2021 Voorzitter: mevrouw J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart, burgemeester. Aanwezig zijn: mevrouw Bel, mevrouw Van den Berg, mevrouw Bij de Vaate, mevrouw De Boer, de heer Van den Brink, mevrouw Van Cooten, de heer Dag, mevrouw Gaal, mevrouw Van Geenen, mevrouw Grobben, de heren Harinck, Herrema, Den Hollander, Al Jaberi en Jaff, mevrouw De Koning, mevrouw Lips, de heer Maruf, mevrouw Osepa, de heren Van Overbeeke, Van Rijn en Van Roon, mevrouw Van Rossum, de heren Schuurman en Stoop, mevrouw Tiekstra, mevrouw Timmermans, de heer Töns, mevrouw Van Tricht, de heren Valk en Van Vliet, mevrouw Voogt en de heren Weiler, Van der Woerd en Van Woudenberg. Aanwezige wethouders: de heer Brandligt, de heer Harpe, mevrouw Huijsmans, mevrouw Schrederhof en de heer Vollebregt. Raadsgriffier: de heer R.G.R. Jeene. XX. Opening en mededelingen. De VOORZITTER: Ik open de vergadering. Kijkers thuis, raadsleden, wethouders en ondersteuners, goedenavond. Eenieder van harte welkom bij deze digitale raadsvergadering van de gemeente Delft. Ik vraag de griffier om de namen van de raadsleden één voor één op te noemen in alfabetische volgorde. U wordt gevraagd om, nadat uw naam is genoemd, in beeld te komen en uzelf present te melden. We willen u graag zien en horen. Op basis daarvan weten we of we een quorum hebben en besluiten kunnen nemen.
Ik zou dus zeggen: mensen, sta klaar. De alfabetische volgorde is ons allen bekend, als het goed is. Dan kunnen wij hier weer met gezwinde spoed doorheen gaan. (De griffier noemt de namen op; mevrouw Enthoven, mevrouw Gooijer, mevrouw Kok en de heer De Wit zijn afwezig.) De VOORZITTER: We hebben een quorum. Dat betekent dat de vergadering daadwerkelijk geopend kan worden. U heeft vooraf aangegeven wie de woordvoerder van uw fractie per bespreekpunt is. Deze lijsten zijn vanmiddag verspreid. In die volgorde wil ik het gaan doen. Nadat deze sprekers zijn geweest, zal ik vragen wie er nog meer een termijn wil hebben. Daarvoor kunt u op dat moment uw hand opsteken in Teams. Verder kunt u tussendoor het handje gebruiken voor interrupties of punten van orde. Voorafgaand aan de vergadering zijn tot vanmiddag 12.00 uur nog moties en amendementen door de griffier ontvangen. Deze zijn reeds op het RIS gepubliceerd. Verder heeft mevrouw De Koning vanmiddag een amendement over het Prinsenhof ingezonden. Deze komt in de plaats van de motie Maximalisering kosten gemeente Prinsenhof en staat op het RIS. Kunt u daarmee instemmen? Dat is het geval. Dan maakt ook dat amendement onderdeel uit van de beraadslaging. Alle moties en amendementen zijn voldoende ondersteund en maken hierbij deel uit van de beraadslaging.
Eventuele extra moties en amendementen kunt u tijdens de vergadering mailen naar de griffier. Deze worden dan op het RIS geplaatst.
De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb de griffie aan het eind van de middag een update gestuurd van de motie en het amendement over de precario. De VOORZITTER: Gaarne in het vervolg - mag ik dat tegen eenieder zeggen? even naar de griffier zelf sturen of een CC naar de griffier, zodat hij in control blijft van wat er binnenkomt. Wij gaan ze even opzoeken en zorgen ervoor dat zij netjes onderdeel worden van de beraadslaging. XX. Vaststellen agenda. De VOORZITTER: Het presidium stelt voor om ten aanzien van de bespreekagenda een totale spreektijd aan te houden van 2,5 uur. Dit betekent 12 minuten per fractie en 36 minuten voor het college. De spreektijd wordt bijgehouden. U zal regelmatig een stand van zaken te horen krijgen. Het wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Er zijn twee berichten ontvangen. Het voorstel van het college aan de raad inzake jaarstukken 2020 kan van D66 van de bespreekagenda naar de hamerstukkenagenda. Kunt u daarmee instemmen? Dat is het geval. Het college verzoekt om het voorstel van het college aan de raad inzake vaststelling verordening behandeling bezwaarschriften Delft door te schuiven naar na het reces. Kunt u daarmee instemmen? Dat is het geval. Veel dank. Tevens is er nog een actuele motie ontvangen. Daar is echter zojuist over gesproken met de fractievoorzitters.
Als het goed is, zijn de geachte afgevaardigden van Onafhankelijk Delft inmiddels geïnformeerd over de uitkomst daarvan. Het fractievoorzittersoverleg stelt voor om dit te behandelen in de vergadering van de commissie EFB in september. Daar staat immers ook al de beantwoording van de vragen op de agenda. Er is dan ook nog een eventuele nadere verdieping mogelijk van de vragen op dit vlak en we hebben dan ook de rust en de tijd om dit met elkaar te bespreken. Het is goed om te weten dat vanuit de fractie van STIP de vraag gekomen is of naast de functionaris gegevensbescherming van Zoetermeer, die het oordeel heeft gegeven dat zoals we het op dit moment doen, gewoon keurig binnen de wet valt, ook onze eigen functionaris daarnaar zou kunnen en willen kijken. Ik heb die vraag neergelegd. Ik kan dat niet regelen. Het is een onafhankelijke functionaris, maar hij heeft mij te kennen gegeven dat hij de bereidheid heeft om dat te doen. Hij zal dat zo spoedig mogelijk doen. Hij heeft nog een aantal andere prioriteiten liggen. Hij probeert dit voor de vergadering van de commissie EFB gedaan te hebben. Dan zou ik de uitkomsten daarvan aan u kunnen doorsturen; daar ben ik toe bereid. Persoonlijk denk ik ook dat we dit beter gewoon in alle rust in de vergadering van de commissie EFB kunnen behandelen, want we hebben best nog wel een aantal punten in deze vergadering zelf staan.
Dat is dus de uitkomst van het fractievoorzittersoverleg. Mevrouw Timmermans, wilt u daar nog iets over zeggen? Uw fractie was helaas niet vertegenwoordigd bij het overleg. Anders hadden we het daar ter plekke kunnen bespreken, maar dat moeten we nu maar even hier doen. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Het is best wel grappig dat ik een actuele motie opstel en dat wij dan zelf niet kiezen hoe die verder wordt afgehandeld.
De VOORZITTER: Daar is het fractievoorzittersoverleg het middel voor, mevrouw Timmermans. Als u daar bent, kunt u erover spreken. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Ik ben geen fractievoorzitter. Ik heb er dus niet over kunnen spreken. De VOORZITTER: Maar er is een fractievoorzitter, neem ik aan. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Dat snap ik. In overleg met STIP wil ik het wel overwegen. Er zijn meerdere indieners van deze actuele motie en die zijn akkoord gegaan. Maar ik wil toch wel zeggen dat het wettelijk niet kan en dus op eigen risico is. Dan bespreken we het op 2 september. De VOORZITTER: Alles wat wij als gemeente doen, is natuurlijk altijd onze verantwoordelijkheid in z'n totaliteit. En nogmaals, dit is gewoon getoetst door de functionaris van Zoetermeer, onder wie de data-analist valt. Die heeft dit gewoon beschouwd als zijnde keurig binnen de regels. Uitstekend, we doen het op die manier, mensen. Veel dank daarvoor. Mooi dat we het op deze manier kunnen afwikkelen. Met deze wijzigingen wordt de agenda vastgesteld. XX. Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 17 juni 2021. De Handelingen worden ongewijzigd vastgesteld. XX. Vaststelling van de wijze van afdoening van ingekomen stukken week 23 tot en met week 25. Besloten wordt overeenkomstig de behandelvoorstellen. XX. Besluitvorming hamerstukken.
INVOEGEN HAMERSTUKKEN De VOORZITTER: We hebben de jaarstukken hier dus aan toegevoegd. De voorstellen van de hamerstukkenlijst worden zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen. XX. Benoemingen. De VOORZITTER: Er zijn geen benoemingen. XX. Initiatiefvoorstellen: De VOORZITTER: Er zijn ook geen initiatiefvoorstellen.
XX. Voorstel van het college aan de raad inzake Kadernota 2021 (nr. 2120416). De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De termijn van de ChristenUnie bestaat uit zeven punten. Het eerste is dat we vanavond als fracties onze politieke bestellingen zouden kunnen doen voor de nabije toekomst, maar dat heeft natuurlijk niet zoveel zin, gezien de met het recente herstelplan en deze Kaderbrief noodzakelijk ingeslagen weg. Want verder snijden dan het bot betekent amputeren. Dat is te pijnlijk en ondraaglijk. De enige uitweg lijkt het verhogen van de onroerendezaakbelasting. De vraag is welk perspectief het college hierin biedt. De ChristenUnie vraagt het college de hoogte van de ozb opnieuw te overwegen als het Rijk de financiële positie van gemeenten zal verbeteren voor het sociaal domein, onderwijshuisvesting, de uitvoering van de Omgevingswet en het Klimaatakkoord. In elk geval moeten we als gemeente Delft geen enkele uitbreiding van taken van de rijksoverheid accepteren. Voldoende financiële middelen voor de huidige taken zijn prioriteit 1. Twee. Delft ontvangt in 2022 al 7 miljoen euro incidenteel. Het is de bedoeling dat dit geld besteed wordt aan de jeugdzorg; tenminste, zo lijkt het. Het college zet in op preventie. Die vindt ook al plaats. De vraag is waar die 7 miljoen euro dan heen gaat.
Kan die bijvoorbeeld naar de zware jeugdzorg? Of kan, als het voor preventie mag worden gebruikt, vanuit die 7 miljoen euro worden bijgedragen aan betere ventilatie van de scholen? En moet deze 7 miljoen euro ook daadwerkelijk in 2022 worden besteed? Punt drie. De ChristenUnie Delft ziet een belangrijke en goede kentering van het beleid van het college en de gemeente ten aanzien van de TU: het Delftse kenniscluster wordt gesteund in het aantrekken van financiering vanuit het Nationale Groeifonds en uit Europese en andere financieringsbronnen. Uit het rapportDeetman bleek namelijk ook dat Delft een nettobetaler is. Delft investeert dus en de regio oogst. Als ChristenUnie hebben we dit vaker onder de aandacht gebracht. Het is daarom goed om te zien dat dit zo in de Kadernota staat. Vier. Op het punt van sterke wijken benoemt het college twee gebieden: leefbaarheid en veiligheid. De vraag is dan hoe versobering van de wijkaanpak hierin past. Minder wijken aanpakken, minder aandachtsgebieden; college, zal dit niet leiden tot verloedering en achterstand en vervolgens tot meerkosten in het sociale domein? Kan wat we beogen met cultuur, sport, armoedebestrijding en ook het stimuleren van ondernemerschap, een onderdeel worden van wijkversterking? Want dan kan echt duidelijk worden wat het college voor ogen heeft met deze pijlers van de samenleving.
Dit komt op een bepaalde manier ook terug in de omgevingsvisie, met name in de opgaven "Delft, waar het goed en gezond leven is" en "sterke en leefbare wijken met goede en voldoende woningen voor iedereen". Punt vijf. De Vereniging van woningcorporaties, de branchevereniging van zorgorganisaties, de VNG-taskforce Wonen en Zorgverzekeraars Nederland en de ministeries van BZK en VWS hebben afspraken gemaakt over wonen en verpleegzorg in het algemeen en voor ouderen in het bijzonder. Als hierover voor gemeenten bindende afspraken komen, heeft het college dan een beeld van het bijbehorende financiële plaatje?
Zes. De ChristenUnie kan er niet zomaar mee akkoord gaan dat middelen voor extra steun voor kwetsbare groepen op de algemene reserve zijn gezet. Zie de vierde coronarapportage, pagina 6. De kans is groot dat dit geld niet ingezet zal worden voor de bestemde groepen en hun acute nood, ontstaan door coronamaatregelen, maar dat het in de dekking van de begroting gaat. De vraag is hoe het college de besteding van dit geld gaat borgen. Zeven. We lezen hier en daar zinnen waarvan de ChristenUnie zich in alle ernst afvraagt wat het college bedoelt, bijvoorbeeld over de woningbouwopgave en de toename van woningbouwplannen. Ik citeer: "Het geeft ons de ruimte om te faseren, te prioriteren en te selecteren. We verminderen de complexiteit en risico's en kijken naar planoptimalisatie. Hiermee zorgen we voor haalbaarheid van ontwikkelingen en de snelheid van realiseren." Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat hier wordt bedoeld, want in Delft heeft het college zich opgedragen 15.000 woningen bij te bouwen. In het post-coronatijdperk zal blijken dat er een tekort is aan bouwvakkers en aan grondstoffen. En grondstoffenprijzen stijgen.
De ChristenUnie denkt dat de rode loper wordt uitgerold voor beleggers als we die 15.000 woningen niet bestemmen als bijvoorbeeld premiekoopwoningen en sociale woningbouw, want de korting op de overdrachtsbelasting en de nieuwe zogenoemde jubelton - een ton belastingvrij schenken aan kinderen - betekent alleen dat kopers een hogere prijs gaan bieden. Dat geld verdwijnt dus in de zakken van verkopers. Bent u het hiermee eens? Tot slot nog dit. De gemeente wil graag gastvrijheid uitstralen. Dat is mooi. Vindt het college een ontvangst op het Stadskantoor - zeg maar: de balie - door personen in uniform met een "V" op de revers gastvrijheid uitstralen? Of zou informele kleding beter, gastvrijer en vriendelijker overkomen? De heer VAN VLIET (GroenLinks): Voorzitter. Wij waren met de GroenLinksfractie afgelopen zaterdag op bezoek bij 38CC. We hebben daar heel uitgebreid gesproken over de kracht van verbeelding en hoe belangrijk die is, want elke verandering begint met verbeelding, al is het maar de kok die bedenkt wat hij zou willen eten, de ingenieur die nadenkt over een technische innovatie, een scholier die nadenkt over een stage of een bewoner die nadenkt over een plezierige straat.
We zijn dan ook heel blij dat het college ondanks de omstandigheden ook in deze Kadernota de verbeelding heeft aangesproken en ook echt met ambities komt voor de stad voor voldoende woningen en arbeidsplaatsen, schone energie, verduurzaming van de mobiliteit, investeren in sport en cultuur, het Prinsenhof. Maar goed, het is verder natuurlijk een verdomd sober verhaal, noodgedwongen. We hebben er bij de begroting al uitgebreid bij stilgestaan hoe noodzakelijk het is dat er meer geld komt van het Rijk en dat er meer bevoegdheden komen van het Rijk. Het is dus goed dat in deze Kadernota staat dat de gemeente volop bezig is met een lobby om dat voor elkaar te krijgen. Verder zie je in de Kadernota dat de neiging bestaat om ons terug te trekken op kerntaken van de gemeente. Sommige politici interpreteren dit zo dat we ons moeten reduceren tot de wettelijke taken. Daar is GroenLinks natuurlijk wars van. Als we ons beperken tot wettelijke taken, hebben we hier als gemeenteraad niks meer te zoeken. Dan kunnen we gewoon stoppen, want wij gaan over wat de kerntaken zijn van onze gemeente. Een van die kerntaken gaat juist over verbeelding, over cultuur. We zien in deze Kadernota dat er voor cultuur een beetje geld bij komt vanuit de
coronamiddelen. Dat is een beetje, maar als er ook maar enigszins weer ruimte komt, zou cultuur in deze stad, in onze stad met zijn rijke cultuurhistorie maar ook met zijn creativiteit en innovatie, meer verdienen. Dit geldt ook voor armoedebestrijding. We zijn heel blij dat er in deze Kadernota echt aandacht is voor armoedebestrijding. Tegelijkertijd zien we dat het magertjes is. We weten dat je elke euro die je investeert in armoedebestrijding, anderhalf of twee keer terugverdient, nog naast het allerbelangrijkste, namelijk dat het voor de mensen in de stad natuurlijk ontzettend belangrijk is dat we armoede voorkomen en bestrijden. Ik noem als derde punt voor GroenLinks toch maar eens de verduurzaming. Weliswaar is onze eigen wethouder natuurlijk hartstikke goed bezig met een warmtenet en een warmteplan, maar het is schrijnend om te zien dat de ambities die allemaal nog in eerdere stukken stonden, nu helemaal zijn teruggeschroefd en dat daarbij staat: wij rekenen erop dat het Rijk ons gaat helpen bij het voldoen aan de toezeggingen die zijn gedaan bij het Klimaatakkoord. Het is natuurlijk eigenlijk te gek voor woorden in deze tijd, waarin we de gevolgen van de klimaatverandering om ons heen zien, dat wij als gemeente moeten wachten op het Rijk totdat we doen wat nodig is.
Ook hier geldt: laten we een nieuwe coalitie een kans geven, maar als dat niet gebeurt, wil GroenLinks echt kijken hoe we op een andere manier toch middelen hiervoor gaan vrijmaken om te zorgen dat we doen wat nodig is. De heer VAN RIJN (VVD): Een inspirerend betoog van de heer Van Vliet. Het is natuurlijk mooi om te dromen en te verbeelden, maar ik ben er altijd wel van om dromen ook realiteit te laten worden. Daar heb je ook middelen voor nodig. U zei net: ja, we moeten middelen vrijmaken voor de energietransitie. Maar wat is dan uw concrete plan als die middelen er niet zijn? De heer VAN VLIET (GroenLinks): Het zou zomaar kunnen dat we in de toekomst misschien uit de reserves moeten putten. Wij zien om ons heen de gevolgen van de klimaatverandering. Ik zou niet over 30 jaar aan mijn kinderen willen vertellen: het spijt me, het is een beetje warmer geworden, maar we hadden het even wat lastig bij de gemeente. Dat kan niet zo zijn. De hand dus aan de ploeg en dan misschien maar uit andere middelen putten. De heer VAN RIJN (VVD): Zo kennen we GroenLinks weer: gewoon de hele spaarrekening plunderen. Maar goed rentmeesterschap is ook belangrijk voor onze toekomst. We moeten vooral dingen doen die werken.
Dus misschien moeten we nu even tijdelijk meer terugvallen op de wettelijke taken en natuurlijk moeten we richting het Rijk kijken en geen taken accepteren waar geen middelen bij komen. Misschien is dat toch een haalbaardere weg. Wat gaat u doen richting uw landelijke fractie? De heer VAN VLIET (GroenLinks): Ik kan u vertellen dat onze landelijke fractie hardnekkige pogingen doet om in gesprek te komen met uw partij om te kijken hoe we heel goed samen kunnen werken aan de verduurzaming van ons land. Volgens mij wordt het verschil van inzicht daarin onterecht heel groot gemaakt. Ik denk dat er ook binnen uw partij velen zijn die zeer graag zouden willen dat de regering goed en stevig aan de slag gaat en datgene nakomt wat op het gebied van verduurzaming is afgesproken. Volgens mij staan de mensen van onze partij klaar om dit samen met uw partij op te pakken.
De VOORZITTER: Meneer Van Rijn, tot slot. De heer VAN RIJN (VVD): Ja, tot slot. Deze uitgestoken hand wil ik wel aanvaarden. Dat weet u van mij. Ik vind dat we hier in Delft het goede voorbeeld moeten geven. GroenLinks en de VVD gaan samen een liberale energietransitie in gang zetten. Dan vindt u mij dus aan uw zijde. De VOORZITTER: Meneer Van Vliet, hier openen zich mogelijkheden. De heer VAN VLIET (GroenLinks): Dit klinkt als een prachtige uitgestoken hand. Ik verheug me erop om daar een goede agenda voor neer te leggen. De VOORZITTER: De heer Van Rijn kan zijn hand weer intrekken. Dat klinkt heel vervelend, maar voor de vergadering moet die hand weg. Ja, dank u wel. Verder blijft die hand natuurlijk naar u uitgestoken. De heer VAN VLIET (GroenLinks): GroenLinks kan zich heel goed vinden in deze Kadernota. Er is één punt waarop wij nog een aanpassing zouden willen. Dat heeft te maken met een uitspraak van mevrouw Huijsmans in een commissievergadering van een maand geleden over het vergroenen van de stad. De raad vindt vergroenen van de stad erg belangrijk. We hebben eerder met een breed gesteunde raadsmotie extra middelen daarvoor beschikbaar gesteld.
Helaas zijn die alweer geschrapt, maar tot onze verrassing zei de wethouder een maand geleden dat ook als er in Delft straten opengaan - er wordt gewerkt in de openbare ruimte, er wordt een riolering vervangen - geen middelen zijn om op die plek iets aan het vergroenen van de stad te doen. Dat is een punt waarvan GroenLinks zegt dat we hier toch wel door het putje zakken. Het is niet uit te leggen aan de stad dat we niet met elkaar zeggen: op de plekken waar we aan het werk gaan, willen we de stad op z'n minst kunnen vergroenen en bomen en struiken kunnen planten, zodat het leefklimaat aangenaam wordt en zodat we zorgen dat we verkoeling hebben als het hartstikke warm is. Dat wil de stad. Op dit punt zou GroenLinks het college willen vragen om hiervoor richting de begroting middelen vrij te maken en om eens te gaan kijken hoe dat kan. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. Van verbeelding naar realiteit. De Kadernota 2021 is de opmaat voor de laatste begroting van het college in deze coalitieperiode. Het college heeft grote transities op het gebied van mobiliteit, energie, economie, wonen en zorg in gang gezet. Wat mij betreft verdient dat wel een compliment, maar desalniettemin is duidelijk dat die ambities en de beschikbare financiële middelen niet in de pas lopen. Dat is een understatement. Delft bevindt zich in zwaar weer.
Enerzijds worden we al anderhalf jaar geconfronteerd met de coronacrisis. Anderzijds lopen we gewoon langs de randen van de financiële afgrond. Dan is het fijn om te dromen, maar oppassen dat we er niet in vallen. Natuurlijk is het terecht dat we naar het Rijk kijken voor de nodige financiële tegemoetkoming. Dat doe ik ook. Ik onderneem ook actief actie richting de landelijke VVD-fractie. Ik hoop dus dat daar actie komt, maar desalniettemin zullen wij in Delft een stap terug moeten doen, want de welvaart die we lange tijd hebben gekend, zal voorlopig niet terugkomen. Met het herstelplan hebben we als raad onze verantwoordelijkheid genomen om te zorgen voor een sluitende begroting voor 2021. Met deze Kadernota zetten we
opnieuw noodzakelijke stappen naar een financieel gezond en hopelijk ook toekomstbestendig Delft. Ja, we moeten verder bezuinigen en nee, we mogen daarbij niet de ogen sluiten voor de grote uitdagingen waarvoor we staan. Die zie ik ook wel, meneer Van Vliet. De uiteindelijke balans van wat wij de afgelopen jaren met elkaar hebben bereikt, zal ik opmaken in de algemene beschouwingen. Voor nu zal ik me beperken, niet tot de heilige zeven maar tot een drieslag. Ik ga toch nog even in op de financiële situatie van Delft. Ik zal onze afdronk geven van de Kadernota en de gemaakte keuzes en tot slotte wil ik nog wat kaders en uitgangspunten meegeven. Ik begin bij de financiële situatie. De financiële positie van de gemeente is het afgelopen jaar … De VOORZITTER: Meneer Van Rijn, mevrouw Van Rossum wil graag het woord. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Als ik het betoog van de heer Van Rijn hoor, lijkt het een beetje alsof financieel gezond zijn, dus de financiën op papier op orde hebben, het hoofddoel is van de VVD. Klopt dat? De heer VAN RIJN (VVD): Nou, dat is niet helemaal juist, maar alles wat we doen, moet wel passen binnen onze financiële huishouding. Dat is dus eigenlijk het antwoord. Ik ga door, voorzitter. De VOORZITTER: Mevrouw Van Rossum is nog niet helemaal klaar met u.
Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Als het enige inhoudelijke wat de heer Van Rijn kan aangeven, is dat het binnen de financiële situatie moet passen, lijkt me dat dat wél het hoofddoel van de VVD is. De heer VAN RIJN (VVD): Ik vind het goed dat u dat opbrengt, maar ik heb straks wat uitgangspunten om toch meer te doen, hopelijk ook binnen de beschikbare middelen. Dus luistert u even rustig en kom daarna bij me terug. De VOORZITTER: U wordt zo geholpen, mevrouw Van Rossum. De heer VAN RIJN (VVD): Zeker. Wat opvalt, is dat de toon in deze Kadernota totaal anders is dan in voorgaande Kadernota's, programmabegrotingen en jaarstukken. Zo staat in de programmabegroting van 2019-2020 nog te lezen dat het college een behoedzame en solide financiële strategie volgt, dat er ruimte is voor diverse beleidsintensiveringen en dat na verwerking daarvan een positief meerjarig begrotingssaldo resteert. Toch moeten we amper een jaar later constateren dat de financiële situatie is omgeslagen. Ik heb hier wat vragen over. Hoe kan het zijn dat in minder dan een jaar het totale structurele tekort tot 2025 tot meer dan 50 miljoen euro is toegenomen? In hoeverre was dit te voorzien en waar komt dit vandaan? Graag alles toch nog een keer netjes op een rijtje.
Hebben wij nu alle tegenvallers gehad? En welke ontwikkelingen ziet de wethouder nog richting de begroting? Tot mijn grote zorg lees ik in de Kadernota immers dat in de Najaarsrapportage 2021 mogelijk nog een effect van doorgeschoven kosten voor vastgoed en gemeentelijke huisvesting volgt en dat er nog geen rekening is gehouden met extra kosten als gevolg van een vergroting van het rioolstelsel. Daarnaast hadden we laatst een beeldvormende sessie over Theater De Veste, waar ook een additionele financiële
behoefte werd neergelegd. We moeten ook nog een islamitische school bouwen en dat kost wat. Dus graag een reactie van de wethouder: welke ellende komt er nog aan? Kan het college ook de laatste stand van zaken geven ten aanzien van de tegemoetkomingen vanuit het Rijk? Hoeveel extra middelen kunnen we in 2022 als gemeente verwachten ten aanzien van de jeugdzorg en is er al zicht op wat de herijking van het Gemeentefonds oplevert? Tot zover het financiële stukje. Dan onze appreciatie van de Kadernota. De weinig rooskleurige financiële situatie is niet alleen te danken aan het Rijk. Als VVD hebben we ook de afgelopen jaren meerdere malen benadrukt dat we het verdienmodel van Delft moeten verbeteren. Gelukkig vindt deze oproep weerklank in de Kadernota, maar ook in het herstelplan. Tijdens de behandeling van het herstelplan heb ik uitgebreid stilgestaan bij de vraag aan welke knoppen je zou kunnen draaien om het verdienmodel te verbeteren. Op basis van wat ik daar over het verdienmodel heb gezegd, wil ik een korte appreciatie geven van de Kadernota. Eén: wij willen werk, werk, werk. Dit vereist de aanwezigheid van onderwijs en banen op elk niveau.
We vinden het heel goed dat er geïnvesteerd blijft worden in ruimte voor maakindustrie en dat het college zich sterk blijft maken voor meer voorbereidend middelbaar technisch beroepsonderwijs en het ontwikkelen van een vmbo/mbo-campus oftewel Smart Makers Delft. Daarnaast kan het op onze instemming rekenen dat het college vaart maakt met het realiseren van het wensbeeld zoals geschetst in de Woonagenda en inzet op het bouwen van woningen voor starters en gezinnen, maar we zijn ook erg benieuwd naar de Woonmonitor om te zien hoever we staan met het realiseren van dat wensbeeld. Verder willen wij de Delftenaren niet onnodig in de schulden jagen. Het is daarom goed nieuws dat dit college de woonlasten in deze collegeperiode eigenlijk slechts beperkt heeft laten stijgen. Zo zijn de woonlasten de afgelopen jaren gelijk gebleven, behoudens de inflatiecorrectie. Voor de ozb geldt dat ook in 2022. Uiteraard baart de voorziene tijdelijke ozb-stijging in 2023 ons wel zorgen. Ook de verhoging van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing vanaf 2022 is voor ons lastig verteerbaar. Ik zal zo nog even wat scherpe kaders meegeven voor de ontwikkeling van de woonlasten. Dan nog een aantal vragen over de investeringen in stedelijke opgaven. Als voorbeeld van een opgave die we gaan afschalen, wordt in de Kadernota het niet verlengen van de incidentele budgetten voor VAK genoemd.
Tegelijkertijd zie ik wel een structurele subsidie terugkomen van € 150.000 voor VAK. Dit heeft dus niets te maken met het afschalen van opgaven. In 2017 hebben we afgesproken dat er een financieel plafond is. Sterker nog, tijdens de vorige begrotingsbehandeling hebben we een toezegging van de wethouder gekregen dat hij de keuzes zou maken binnen zijn eigen portefeuille ten einde van het kunnen verstrekken van een structurele subsidie aan VAK. Welke keuzes heeft hij gemaakt? Graag een reactie. De tweede vraag. Voorts zie ik dat het college voorstelt om een onderzoek naar de realisatie van New Energy Delft te financieren uit de coronamiddelen. Dat lijkt me toch niet de bedoeling. Graag een reactie van de wethouder. Ik zie ook iets staan over de verhuur van het Stadskantoor, die pas zou moeten beginnen in 2025. Waarom kan dat niet eerder? Want dat zou flinke baten opleveren. Ook daarop dus graag een reactie.
Ik heb een drieluik aangekondigd. Het derde punt is dat ik nog wat uitgangspunten meegeef voor de begroting. Eén: kan het college toezeggen dat nieuwe taken die door het Rijk worden gedecentraliseerd, alleen worden opgepakt als daarbij ook de bijbehorende financiële middelen worden verstrekt? Denk bijvoorbeeld aan de Omgevingswet die op ons afkomt en aan de nieuwe Inburgeringswet. Twee: natuurlijk is dit ook aan een nieuw college, maar kan het college toezeggen dat bij het beschikbaar komen van extra middelen uit het Rijk de voorziene tijdelijke lastenverhogingen in 2023 en 2025 ongedaan worden gemaakt? Drie. In de gesloten circuits afval en riool zijn de inkomsten hoger dan de lasten, maar vanwege de opname van allerlei posten binnen het gesloten circuit, zoals overhead, kwijtscheldingen, klimaatadaptatie en RBG-kosten, worden nog meer lasten afgewenteld naar de Delftenaar. Kan het college toezeggen om te stoppen met deze verkapte lastenverzwaringen? Wij hebben hiervoor ook een motie ingediend. Die heeft het helaas niet gehaald. Misschien kijkt de raad daar nu anders naar. Dan het laatste punt dat ik wil meegeven. In deze Kadernota staat een reservering van 4 ton ten behoeve van de motie Begrotingssaldo achter de hand. Die 4 ton betekent niet dat de bezuinigingen op DOK en Delft voor Elkaar ongedaan worden gemaakt. Hier moet worden geleverd.
Kan het college dat bevestigen? Ik rond af. In deze tijden van crisis wordt er echt veel gevraagd van ons, ook van ons als politici. Laat het herstelplan en de Kadernota de aanleiding zijn om … De VOORZITTER: Meneer Van Rijn, voordat u tot een prachtige afronding van uw verhaal komt, ga ik u even onderbreken, want nu is meneer Van Vliet degene die een vraag heeft en die u interrumpeert. De heer VAN RIJN (VVD): Ik heb nog twee zinnen. Mag dat? De VOORZITTER: Nou, vooruit. Gaat uw gang. Maak het af. De heer VAN RIJN (VVD): Laat het herstelplan en deze Kadernota de aanleiding zijn om de verbinding tussen coalitie en oppositie in de stad verder te versterken. Ik heb ook net de hand uitgestoken - misschien nog niet met heel veel geld - naar de heer Van Vliet om de energietransitie liberaal aan te pakken. Samen moeten we de schouders eronder zetten, zodat we kunnen behouden wat waardevol is. De heer VAN VLIET (GroenLinks): Helaas viel mijn internet er heel eventjes uit. Ik heb een klein stukje van de VVD-bijdrage gemist, maar in lijn met de vraag van mevrouw Van Rossum lijkt het erop alsof de financiën het enige zijn waarover u zich zorgen maakt. Dan gaat het ook nog over de lastenverzwaring. Dat is het enige waar u zich zorgen over maakt.
U vraagt het college: kunnen we dat nou niet terugdraaien? Hebt u verder geen ambities voor de stad op punten waar u zich zorgen over maakt of die wel waargemaakt kunnen worden en waar we misschien toch nog eens naar moeten kijken als er enigszins middelen beschikbaar komen? De heer VAN RIJN (VVD): Ambities hebben wij natuurlijk te over, maar wat ik niet wil, is dat er heel gemakkelijk alleen aan de lastenknop wordt gedraaid, waardoor we Delftenaren juist in de schulden drukken en vervolgens ook nog heel veel geld nodig hebben om schuldhulpverlening op te tuigen. Dat gaan we dus niet doen.
De heer VAN VLIET (GroenLinks): Vanuit GroenLinks zien wij echt kerntaken voor de gemeente en wij zien dat die in het gedrang komen. Wij vragen daar aandacht voor van de raad, omdat wij zeggen dat die taken in het gedrang komen. Als er weer middelen komen, willen we daar middelen voor beschikbaar stellen. Maar ik begrijp dat dit voor de VVD in het geheel niet geldt, afgezien van de lasten voor de burger. De heer VAN RIJN (VVD): We hebben diverse transities in de steigers gezet. En ja, daarmee kunnen we helaas misschien niet de hele wereld klimaatneutraal maken of we kunnen niet zo hard gaan als we zouden willen, maar we hebben wel wat in gang gezet met elkaar op het gebied van energie, op het gebied van zorg, op het gebied van economie. De VOORZITTER: Meneer Van Rijn, houd het kort, want u heeft nog één minuut voor de rest van de vergadering. De heer VAN RIJN (VVD): Punt. De VOORZITTER: Oké. Meneer Harinck, u mag nog een vraag stellen, maar het is the question of meneer Van Rijn nog gaat antwoorden, want ik denk dat hij heel zuinig met zijn geld … Met zijn tijd omgaat; dat is nog belangrijker dan geld. De heer HARINCK (STIP): Ik denk dat het heel kort kan. Ziet de heer Van Rijn het ondersteunen van VAK als een kerntaak van de gemeente? De heer VAN RIJN (VVD): Nee, dat is in principe geen kerntaak van de gemeente. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter.
De Kadernota 2021; daar is zij weer. Het jaar is wat ons betreft voorbijgevlogen. Het één kan hier in Delft natuurlijk niet zonder het ander, want de griffie, de griffiers en de ambtenaren hebben heel wat voor ons gedaan. Daar danken we hen voor. Ook de burgemeester en wethouders danken we, want we hebben altijd keurig antwoord gekregen, al waren we het daar niet altijd mee eens. Vorig jaar zagen wij natuurlijk al bergen ellende aankomen in het sociaal domein, met name bij de jeugdzorg en de ggz. Dit baarde ons erge zorgen, omdat wij die zorg graag gewaarborgd wilden zien. Dat het tekort zo groot was, hakte er wel in. Het hunkeren naar meer geld uit Den Haag bleef, hoewel een begroting nu eenmaal toch een begroting is. Onlangs werd toegezegd dat er landelijk 600 miljoen euro extra naar jeugdzorg ging. Wij krabben ons echter achter de oren wanneer wij op huisbezoeken zijn. Wij zien mails die voor anderen bestemd zijn maar ook afspraken voor intakegesprekken terwijl mensen al jaren te maken hebben met de problematiek en de betreffende instanties. Ook worden mensen erg opgejaagd. We hebben zelfs een bericht dat iemand door dat opjagen niet meer wil leven. Het onderscheid moet opgemerkt worden door een echt goede psycholoog of psychiater en niet opgedrongen worden door een vage medewerker. Wij willen daar ook graag aandacht voor.
De wachtlijsten blijven en helaas hielp corona daarbij niet. Het zijn roerige tijden voor ons allemaal. De financiële situatie in onze mooie stad is nog steeds niet gezond. Wij wijten dit ook aan het vorige college, bijvoorbeeld aangaande het Prinsenhof, het prachtige monument dat 70 jaar aan onderhoud aan zich voorbij moest laten gaan omdat er gezelligere of andere keuzes werden
gemaakt. Het is natuurlijk wel altijd goed om er kiezers mee te genereren. Nu staan wij voor een enorme opdracht om dit monument aan te passen aan de huidige tijd. We krijgen hulp van een echte Delftse familie met een groot hart, maar ook wij willen gewoon een gezond, goed dak boven ons hoofd. Als het dak niet in orde is, lekt het door. Zo komen we ook bij de enorme hoeveelheid klachten van inwoners. Er zijn helaas heel veel klachten over studenten. Nee, natuurlijk niet over alle studenten, maar het groeit ons wel een beetje boven de pet. Alle instanties die hiermee bezig zijn of zullen zijn … Dit zou zoveel geld en ergernis kunnen schelen. We zouden zoveel positieve dingen kunnen doen, gewoon door met elkaar rekening te houden en elkaar op een gezamenlijke verantwoordelijkheid te wijzen. Respect en rekening houden met elkaar, zo moeilijk kan het eigenlijk toch niet zijn? Als het dak lekt, lekt het ook door in de lagere regionen. Als de kelder niet waterdicht is, ontstaan er echter ook problemen als er opslag is. Lekkage kan vanaf twee kanten. Ja, dan is de boot wel aan. Wij eindigden vorig jaar met een gigabegrotingstekort. Wat Onafhankelijk Delft betreft was het dieptepunt de schenkingssubsidie aan het Filmhuis Delft en de hypotheek van 1,2 miljoen euro om een nieuw filmhuis te kunnen bouwen in de gouden wijk Nieuw Delft.
Het is onbegrijpelijk dat Onafhankelijk Delft hier als enige tegen stemde. Dit betekent natuurlijk wel dat wij 1,8 miljoen euro extra schuld op ons namen. Natuurlijk niet echt, want dit is natuurlijk in de begroting verwerkt. Dit is kwalijk. Later bleek ook waarom: een ernstig tekort, waar het college van op de hoogte was. Het is dus ook zeer dubbel. Ook de opbrengst van de Eneco-gelden moest alweer aangewend worden om uit de schulden te komen. "Eerst uitgeven en later zien wij wel." Zo gaat het hier best al jaren. Vanaf het moment dat ik in deze raad kwam in 2010, gaat het zo: financiële gaten dichten. Waar de Delftenaar juist zo van genoot, is wegbezuinigd. Buurt en wijkcentra, bibliotheken, musea, sport, zwembaden. "Bezuinigen, bezuinigen", zeiden vorige leden van onze fractie. Dat credo galmt nog na. Nee, er is niets leuks of extra's voor ons, voor gewone Delftenaren. Geen verkoeling; zoek het maar uit in jouw snikhete, ongeïsoleerde huis. "Ga maar met het openbaar vervoer naar het strand", is de gemeenteleus. Alsof de minima, de echte minima, daar geld voor hebben. Praten met meel in de mond, want vele reisbewegingen zijn toch ook slecht voor het klimaat? Terwijl de mond hier vol is van de energietransitie, betalen arme mensen relatief veel voor hun energievoorzieningen, omdat hun huizen vaak juist slecht geïsoleerd zijn. Woningcorporaties wassen hun handen in onschuld.
Het excuus is, als zij dat al geven in hun antwoord: er is geen geld. Van de opbrengst van de verkoop van Eneco-aandelen wordt nu een deel van de energietransitie, Warmtelinq, bekostigd en weer niets waarvan alle Delftenaren kunnen profiteren. De opdracht is duidelijk en wij spekken de pot. Dan zeg ik maar even niets over het Staedionverhaal; de miljoenen vliegen straks toch de grote zak weer uit. Weg, weg is het geld, ons aller geld! De wijken met problemen blijven weer achter op de rest, waar het wel goed toeven, werken en wonen is, daar waar het geld tegen de plinten klotst en waar een parkeervergunning van een paar honderd euro per jaar geen enkel probleem is. Maar waar de mensen in de volkswijken wonen omdat wij vroeger de arbeidersklasse waren en de nazaten hiervan hier nog wonen, is ellende. Daar moeten hun kinderen die hier in Delft geboren zijn, nu bij hun ouders blijven wonen of vertrekken naar elders. Daar is de sociale cohesie uit de straat, wijk en stad gehaald en wordt meer en meer
gebruikgemaakt van extern ingehuurde hulp, wat direct veel kosten voor de gemeente met zich meebrengt. In Delft, onze mooie stad, heeft de authentieke Delftenaar steeds meer en meer het gevoel een tweederangs burger te zijn. Zovelen zeggen dit echt tegen ons omdat er wel gebouwd wordt voor studenten en anderen, maar niet voor hun kinderen. Dit snijdt naar meerdere kanten omdat zij ook geen gezin kunnen stichten als zij nog bij hun ouders moeten wonen. De gewone Delftenaren voelen zich in de steek gelaten en treuren. Hun stem is alleen klein, terwijl zij met velen zijn. Zo zeggen zij ons dat er voor de rijken en de TU gekozen wordt. Zij zeggen ons dat de wethouder Wonen, mevrouw Schrederhof, wel degelijk iets kan doen aan overijverige corporaties die willen slopen en duur vertalen. De mensen blijven teleurgesteld achter, met in hun straten bergen vuil of grofvuil. Zij betalen steeds meer voor steeds minder diensten. Onze wethouder Stephan Brandligt zit in het bestuur van Avalex. Waar gaat dit toch steeds zo fout? Lopen wij achter de feiten aan? De donkere wolken hangen al jaren boven Delft. In eerste instantie valt het niet op, maar wie goed kijkt, ziet de verpaupering. Wij willen graag weer licht in onze stad, een gezonde vitale stad, waar goede keuzes worden gemaakt ten bate van iedereen, met huizen voor starters en middeninkomens en schone lucht.
Wij hebben allemaal kunnen merken hoe het vreselijke gedrocht dat corona heet, ook iets positiefs heeft gebracht, namelijk schone lucht, weliswaar zeer duur betaald. Velen zijn ons ontvallen. Daar zouden wij een mooie herdenkplek in Delft voor willen zien. Dan rest mij nog het volgende. Onafhankelijk Delft heeft een nare smaak in de mond gekregen. Wij hebben sinds de vorige Kadernota het gevoel te moeten zoeken naar wat er niet is opgeschreven. De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. Over de Kadernota is de afgelopen maanden, ook door onze fractie, in verschillende commissievergaderingen en op andere vergadermomenten al veel gesproken. We hebben het er gisteren tijdens de fractievergadering over gehad. Over één ding zijn we het in elk geval eens geworden: het college heeft het voor elkaar gekregen de rekening neer te leggen bij het volgende college, dat na de verkiezingen de stad gaat besturen. Wij hopen natuurlijk dat wij daarvan deel mogen uitmaken, maar daar kom ik op terug. Dit jaar is het nog even aanmodderen en af en toe even putten uit de reserves, waar dit college af en toe een graai in doet. De ChristenUnie gaf het al aan: de kosten voor de burger gaan omhoog, zoals de ozb. Wat wel goed gaat, is vooral de energietransitie. Dat is natuurlijk het paradepaardje van GroenLinks, dat het geld heeft uitgegeven dat er is.
Meneer Van Rijn gaf dat heel treffend aan: "De uitgestoken hand nemen wij aan." Maar ik hou mijn hand nog even in mijn zak, want als GroenLinks datgene wil wat wij op het Adama van Scheltemaplein hoorden - "we willen de mensen niet in de armoe jagen en ze kunnen € 35.000 lenen van de VVE om hun huizen energieneutraal te krijgen" - vinden wij dat toch wel een dingetje. En dan hebben we het nog niet eens over Het Nieuwe Inzamelen, want daar willen we het niet eens over hebben. We hebben namelijk het gevoel dat we simpelweg tegen een muur aanpraten. Zoals wij als Hart voor Delft denken, blijkt in de genen van dit college niet voor te komen. Dat zegt naar onze mening al genoeg. Maar het lijkt me wel een aandachtspunt voor de collegepartijen, want het is nogal wat als een
collega-partij in de raad zo over je denkt. Dit is namelijk niet alleen bij Hart voor Delft zo, maar ook bij veel burgers in de stad die zich totaal niet gehoord voelen. We weten allemaal dat Hart voor Delft de partij is die tegen de begroting heeft gestemd maar voor het herstelplan. Dat wil zeggen dat wij vinden dat het onze verantwoordelijkheid en plicht is en blijft om kritisch te zijn op elke euro die uitgegeven wordt. Ik kan natuurlijk met een hele riedel nu mijn gal gaan spuwen over wat er fout gaat, maar dat heeft geen nut, want ik bereik daar op dit moment hier niks mee. Wij willen dat vooral doen op de momenten die er daarvoor zijn. Meneer Van Vliet zei dat hij bij 38CC op bezoek is geweest. Wij zijn bij De Border op bezoek geweest, het jongerencentrum in Tanthof. Daar maken wij ons zorgen over: over de jongeren in Delft, die nergens terechtkunnen. Door middel van een motie die gelukkig door alle partijen is gesteund, is De Border voorlopig open. Je ziet het resultaat. Het hoeft dus niet veel geld te kosten. Het is gewoon een kwestie van: hoe betrek je je burgers erbij? En hoe laat je je verhaal landen? Dat heb ik al vaker gezegd.
Ik had afgelopen week een interview en toen heb ik dat ook gezegd: je kan ambities en plannen hebben, maar als die ambities en de boodschap die je uitdraagt, niet landen bij degenen waarvoor zij bedoeld zijn, kan je ze net zo goed in de prullenbak gooien. Dat is wat er de afgelopen jaren is gebeurd, bijvoorbeeld met de parkeertransitie: als je had gezegd "we gaan betaald parkeren invoeren", had de publieke tribune gewoon vol gezeten. Ik bedoel maar: in het beeld dat de burgers hebben van de politiek van Delft, is de afstand giga. Delft is de duurste maar ook een van de armste steden. Daar is de afgelopen jaren geld uitgegeven dat er vooral niet was. Niet voor niets heeft Delft in tien jaar tijd twee keer onder toezicht van de provincie gestaan. Volgende week, op 15 juli, gaan we de Kadernota vaststellen en mogen wij zeggen of we wel of niet akkoord gaan. Mijn gewaardeerde collega Jan Peter de Wit zal dit op 15 juli natuurlijk op zijn geheel eigen wijze - dat moet je natuurlijk niet verkeerd interpreteren - aan u laten weten. Hij is er vandaag jammer genoeg niet. Dat kan gebeuren. Heb je dan helemaal niets positiefs te melden als fractie van Hart voor Delft? Natuurlijk wel. Dit is gelukkig de laatste Kadernota die dit linkse college ons aanbiedt voor de verkiezingen die in maart 2022 gaan plaatsvinden.
Wij zijn namelijk een beetje klaar met al die ambities, plannen, doormodderen en niet in staat zijn een boodschap over te brengen, want er zijn zelfs dingen die Hart voor Delft hoog zitten. Naar meneer Van Vliet en GroenLinks toe: natuurlijk weten jullie dat Hart voor Delft geen enkele partij uitsluit, ook GroenLinks niet, maar misschien is het handig als we buiten de formele momenten met elkaar ook eens een informeel moment pakken om te praten over "wat bedoel je daar nou mee en hoe zie jij dat dan?" in plaats van zo zeker te zijn van je gelijk. Dat betreft vooral de energietransitie. Daar sluit ik mee af. Dit moet de VVD ook aanspreken. Wij hebben natuurlijk te maken met een energietransitie waar geen financieel plafond in zit. Er wordt geld uitgegeven en we weten niet waar dat ophoudt. We moeten wachten op het Rijk. Daar zitten we maar op te wachten, maar dat komt niet. Hetzelfde punt van dat financiële plafond geldt natuurlijk voor de jeugdzorg. Wij willen graag praten vanuit financiële plafonds, zoals we straks ook bij het agendapunt over het Prinsenhof doen.
De heer VAN VLIET (GroenLinks): Ik krijg een uitnodiging van de heer Stoop voor een informeel moment om eens goed van gedachten te wisselen. Uiteraard ga ik daar van harte op in, maar wij spreken veel met Delftenaren, ook over armoedebestrijding en het voorkómen van armoede en ook over de politiek. Het zou toch jammer zijn als ik, wanneer die mensen mij vragen "wat doet Hart voor Delft nou in de politiek?", alleen kan zeggen: zij vinden het bespreken van de Kadernota niet een moment om te zeggen wat ze anders willen. Dat gaf u zojuist aan: u zei dat dat niet het moment is. Ik zou u toch willen uitnodigen om aan te geven wat u nou anders wil in deze Kadernota. De heer STOOP (Hart voor Delft): Meneer Van Vliet, u hebt niet naar mij geluisterd. Ik heb gezegd dat ik wel mijn gal kan gaan spuwen over van alles en nog wat dat niet goed gaat, over de jeugd en het welzijnswerk, maar daarna heb ik gezegd dat wij dat doen op de momenten die er daarvoor zijn. Daarvoor hebben we de beeldvormende vergaderingen, de commissievergaderingen en de raadsvergaderingen. Daar wil ik mijn tijd aan besteden. Ik heb twaalf minuten en die gaan straks op. Daarom heb ik het zo gedaan; dat hebben we in de fractie afgesproken.
Dan laat ik straks ook nog wat tijd over voor mijn collega, want als ik alles moet gaan uitleggen, bijvoorbeeld of wij voor jeugd zijn … De vraag die u aan mij stelt, vind ik trouwens sowieso vreemd, want u kent mij en ja, natuurlijk, wie maakt zich geen zorgen over de jeugd? Dat doen wij allemaal. Nederlandse, Delftse burgers noemen dit "een inkoppertje", meneer Van Vliet. Die kende ik wel. Mevrouw VAN GEENEN: Voorzitter. Een fors deel van de Kadernota heeft betrekking op het sociaal domein en dan natuurlijk vooral op de taakstelling die we in het sociaal domein moeten realiseren. Dat lijkt niet gek, want een groot deel van het sociaal domein wordt niet per se gezien als een investering in de toekomst van onze stad, maar lijkt louter een kostenpost. Toch ziet het CDA dit anders, al was het maar omdat de sector zorg en welzijn een van de grootste werkgevers is in onze stad. Bovendien heeft het welzijn van inwoners een positief effect op de sfeer in de stad en helpt het bijvoorbeeld om - om maar iets te noemen - radicalisering maar ook heel veel andere ongewenste zaken te voorkomen. Daarnaast doet het CDA al jaren voorstellen om zorg en begeleiding met nieuwe innovaties te verbinden. Dat is een win-winsituatie, want dan kunnen innovaties en innovatieve bedrijven samen met zorg en welzijn elkaar versterken en daarmee de samenleving versterken.
Maar nee, het lijkt alsof we spreekwoordelijk meer bezig zijn met de huisvesting van andere innovaties dan met de weer spreekwoordelijke huisvesting van mensen, de bewoners van onze stad. Bij de bespreking van de omgevingsvisie, vorige week in de commissie RV, merkte het CDA al op dat innovatie veel vaker wordt genoemd dan goed, veilig, gezond en betaalbaar wonen in Delft. In de Kadernota staat bijvoorbeeld de aandelenaankoop voor 1,5 miljoen euro in InnovationQuarter; het zijn trouwens ook altijd Engelse termen. Laten we volstaan met de volgende opmerking hierover. Volgende week besluit de gemeenteraad over de investering in IQ; zo zal ik het nu in het Nederlands noemen. In de commissie heeft het CDA hierover kritische opmerkingen gemaakt, maar uiteraard schikken we ons volgende week naar het meerderheidsbesluit, zoals dat hoort. Wij gaan ervan uit dat het college dat op dit punt ook doet, mocht de raad volgende week anders beslissen.
Maar we gaan terug naar het sociaal domein. Het CDA is blij met de actieve uitvoering door het college van onze initiatiefnota over de rookvrije generatie, die we destijds samen met D66 hebben ingediend, en met de inzet om ongewenste verkamering en splitsing van panden te voorkomen. Dat juicht het CDA natuurlijk van harte toe. We zien hierin een actieve omarming van dit CDA-punt, dat tot de omzettingsvergunning leidde. Al eerder hebben we aangegeven kritisch te zijn over de taakstelling op het sociaal domein, omdat er juist in deze tijd extra inzet nodig is. We denken aan de vergrijzing en de naweeën of de nog komende weeën van de coronacrisis. Daar moeten we oog voor hebben. Beleid mag niet ten koste gaan van mensen die hulp nodig hebben. Ons valt ook op dat Delft voor Elkaar en Delft Support kennelijk nu pas afspraken gaan maken over de rolverdeling. Dat is opvallend, zo niet verbijsterend, want volgens mij zijn beide organisaties juist voor die samenwerking ontstaan. En dan is het doel ook nog eens meer zelfredzaamheid, zoals we in de Kadernota lezen. Maar was het niet de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid die ervoor pleitte om juist de rem te zetten op die vermeende zelfredzaamheid? Hoe rijmen we dit met elkaar en hoe zorgt het college ervoor dat zorg die nodig is, gegarandeerd blijft? Hierop krijgen wij graag een reactie.
Het CDA pleit voor een betrouwbare overheid die kerntaken serieus neemt en kan uitvoeren. Dat betekent ook dat dit niet ten koste gaat van mensen die de dienstverlening aan de burgers verzorgen. Een bezuiniging van 28 fte op het ambtenarenapparaat is fors en de voorgenomen bezuiniging op een wethouder in deze tijd zou voorbarig kunnen zijn, maar vinden wij wel het onderzoeken waard. Onze zorg zit in de wetenschap dat onder andere de gevolgen van de kinderopvangtoeslagenaffaire fors zal drukken op de organisatie. Tot slot. Uit de brief van het kabinet van 29 juni blijkt dat Delft in 2022 ruim 7 miljoen euro extra zou kunnen ontvangen voor jeugdzorg als daardoor geld overblijft in 2022. Nu via onder meer de meicirculaire en de Kaderbrief van 29 juni bekend is geworden dat Delft ruim 7 miljoen euro ontvangt voor het tekort op de jeugdzorg, vraagt het CDA in welke mate het college wil en kan voldoen aan de invulling van de set maatregelen waarover de Kaderbrief spreekt en die een besparing zou moeten opleveren. Graag een reactie. Wij stellen voor dat deze tegemoetkoming de ruimte geeft om de taakstelling op het sociaal domein bij te stellen ten gunste van de gebruikers. Daarbij hoort wat het CDA betreft ook de cultuursector, die een grote bijdrage levert aan het welzijn van onze burgers.
Het relatief kleine bedrag aan bezuinigingen op de VAK kan bijvoorbeeld juist het verschil maken tussen muziekonderwijs voor de elite en toegankelijkheid van dit onderwijs voor iedereen. Op een andere manier geldt dit ook voor DOK. We zien voor de VAK de taakstelling dan graag teruggedraaid en voor DOK verlaagd. Mogelijk kunnen we dan zelfs ook de lastenverzwaring voor de bewoners van Delft naar beneden bijstellen. Daar pleiten wij in ieder geval voor. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Voorzitter. Met deze Kadernota wordt de tweede horde genomen op de route die naar een sluitende programmabegroting moet leiden. De eerste horde was, zoals al werd gezegd, het herstelplan dat we eind maart hebben vastgesteld. Ik begon mijn bijdrage toen met de constatering dat het herstelplan helaas onvermijdelijk was. Tot mijn spijt moet ik ook nu constateren dat deze Kadernota en met name de daarin opgenomen bezuinigingen opnieuw onvermijdelijk zijn. De kabinetsformatie hapert en daarmee tevens ons zicht op financiële
compensatie vanuit het Rijk voor de geleden verliezen in het sociaal domein. Ook de besluitvorming over de klimaatdoelstellingen en de voor Delft hopelijk voordelige nieuwe verdeling van het Gemeentefonds is afhankelijk van de komst van een nieuw kabinet. Ook al zijn er inmiddels incidenteel extra middelen voor de jeugdzorg beschikbaar gesteld - mijn fractie is overigens zeer benieuwd hoe het college dat geld denkt te gaan besteden - en ook al is er dankzij een genereuze gift ook zicht gekomen op de restauratie van het Prinsenhof, een structureel sluitend begrotingsperspectief kunnen we daar nog steeds niet mee halen. Het wachten is dus op dat nieuwe kabinet. Voor de PvdA-fractie is dat een wat onwelkome constatering. Ook in deze Kadernota blijft, ondanks de sombere context, de visie overeind zoals die is neergelegd bij de start van deze coalitie. Samen werken we aan een Delft waarin het goed wonen, werken en leven is, een duurzaam, verbonden en bereikbaar Delft, waarin historie en innovatie harmonieus met elkaar kunnen samenwonen. Maar de realisatie van deze visie wordt een steeds zwaardere opgave. Alleen al het op orde brengen en houden van de basisvoorzieningen vergt bezuinigingen en lastenverhoging.
Mijn fractie ziet er op dit moment dan ook van af om met een of meer moties te komen bij deze Kadernota, maar dat neemt niet weg dat wij, vooruitlopend op wat toch echt eens zal moeten komen, graag nu al aandacht vragen voor die zaken waarin, zo gauw de mogelijkheid daartoe zal ontstaan, wat ons betreft vooral geïnvesteerd moet worden. Allereerst is dat wat ons betreft in de wijken, waarin de kracht van onze stad ligt. Het is teleurstellend dat in deze Kadernota alleen nog ruimte kan worden vrijgemaakt voor twee in plaats van de oorspronkelijke vijf wijkprogramma's. De PvdA wil ook graag blijven investeren in DOK en VAK en in de Delftse wijkcentra, die wat ons betreft laagdrempelige plekken moeten zijn waar buurtinitiatieven, die zo nodig zijn, kunnen opbloeien. Nieuw geld is ook nodig voor het bestrijden van de groeiende ongelijkheid in het onderwijs, de gezondheidsverschillen en de toenemende kloof tussen rijk en arm. Niet voor niets heeft de landelijke PvdA in samenwerking met de landelijke ChristenUnie vandaag aangedrongen op een actievere aanpak van de kinderarmoede, die echt toeneemt. Daarnaast wil de PvdA investeren in een groen en gezond Delft. Zo is het jammer dat in het herstelplan het uitvoeringsplan is gesneuveld dat Delft circulair moet maken en dat vooralsnog ook het geld ontbreekt om Delft echt groener te maken.
De heer Van Vliet refereerde daar al aan en ik steun zijn betoog daarover zeker. Ik ben ook benieuwd naar de reactie van de wethouder. De Delftse bijdrage aan het behalen van de Global Goals en ook het Klimaatakkoord komt nog onvoldoende uit de verf. Op veel kleinere schaal maar wat de PvdA-fractie betreft ook zeker nodig bij investeringen die gaan komen: ook de dieren die worden opgevangen door de wildopvang, hebben onze steun hard nodig in een gezond en groen Delft. Onze wensenlijst is lang. Op dit moment onthouden wij ons, zoals gezegd, van wijzigingsvoorstellen bij deze Kadernota. Hopelijk is er echter in de komende programmabegroting dankzij een rijksoverheid die dan wél over de brug gaat komen, weer ruimte om te gaan investeren in de stad. De heer HARINCK (STIP): Voorzitter. Vandaag bespreken we een Kadernota waarin veel is gesneden. Doordat het Rijk keer op keer maar niet over de boeg komt voor taken die ons zijn opgelegd, wordt de gemeente langzaam maar zeker machteloos. Het is duidelijk dat dit niet langer kan. Gemeenten komen gelukkig in verzet, maar bij
deze Kadernota staan we nog wel met onze handen gebonden en we moeten keuzes maken. Dat hebben we dan ook gedaan. Een stapje terug, zoals de heer Van Rijn net zei en dat is het. Voor STIP zijn er drie onderwerpen waar we ons echt zorgen over maken binnen de huidige financiële situatie. Dat zijn duurzaamheid, cultuur en economie. Ik zal dan ook op deze punten ingaan, allereerst op duurzaamheid. We lopen nog steeds ontzettend achter met het percentage opgewekte duurzame energie en de vermindering van de CO2-uitstoot. We zijn dan ook blij dat de wethouder bij de jaarstukken heeft toegezegd om de gevolgen van de klimaatverandering in kaart te brengen. Zo zullen we als raad misschien beter inzien dat het gaat om aanzienlijke risico's en hoe belangrijk het is om te zorgen dat de schade beperkt blijft. Maar nog niet op alle vlakken zijn de plannen concreet. Doordat we nu geen uitvoeringsplan gaan opstellen om onze doelstellingen met betrekking tot circulariteit te behalen, verliezen we kostbare tijd. Die tijd is echt nodig om naar een toekomstbestendige stad te gaan. Daarom wil STIP handen en voeten geven aan het Uitvoeringsplan circulaire economie door aanspraak te maken op de reserve Beleid en uitvoering, waaruit incidentele beleidsopgaven gefinancierd kunnen worden, zoals deze.
Kan de wethouder hierop reageren? De VOORZITTER: Meneer Harinck, ik zie dat meneer Van Rijn zijn laatste minuut wil gebruiken om u te interrumperen. De heer VAN RIJN (VVD): De wethouder heeft aangegeven dit te kunnen uitvoeren zonder uitvoeringsplan. Daarnaast heeft STIP het herstelplan ondertekend. Waarom komt u daar nu op terug? De heer HARINCK (STIP): Ik weet niet waarover meneer Van Rijn het heeft. We hebben het hier over een bestemmingsreserve. Die is bedoeld om uitgaven te financieren. Ik ga over naar cultuur. We vinden het erg pijnlijk om te zien hoe lastig het is om als culturele instelling in deze coronatijd je kop boven water te houden. Bezuiniging na bezuiniging maakt het bijvoorbeeld onmogelijk om het onlangs opgestelde Cultuurkader uit te voeren. We zijn een cultuurstad met grote potentie en ambitie, maar hebben niet de financiële ruimte om deze uit te voeren, zelfs voor de basisdoelstellingen. De VOORZITTER: Meneer Harinck, mag ik u vragen uw beeld even uit te doen, zodat uw geluid optimaal is, gegeven de mogelijkheden van de digitale snelweg? Want u klinkt niet heel vlotjes. De heer HARINCK (STIP): Het hapert. De VOORZITTER: Het hapert. Dat bedoelde ik eigenlijk, ja. Dat is het juiste woord. Als u het beeld even uitzet, horen we u alleen. Dat helpt.
De heer HARINCK (STIP): Ik denk dat ik hier was gebleven: we zijn een cultuurstad met grote potentie en ambitie, maar hebben niet de financiële ruimte om deze uit te voeren, zelfs niet voor de basisdoelstellingen. Dat is kwalijk. We hopen dat we, als er op termijn meer financiële ruimte komt, onze culturele instellingen verlichting kunnen bieden en dat het Cultuurkader dan echt gerealiseerd kan worden.
Tot slot de economie. Het is goed om te zien welke effecten onze investeringen in de stad hebben. Grote externe financiering is geland bij het quantumcluster in Delft en bij Planet B.io. Dit zal een enorme boost geven aan ons technische ecosysteem. Alleen is er nog wel een groot tekort aan bedrijfsruimte, waardoor potentiële nieuwe bedrijven op alle onderwijsniveaus niet kunnen landen in Delft. Dit is een terugkerend probleem en ontzettend zonde, juist in deze kwetsbare economische fase. We moeten echt scherp blijven op onze eigen visie wat betreft een stad waarin we zowel willen wonen als werken en we moeten hierin ook willen investeren. Het is gelukkig niet alleen kommer en kwel. Met het geld dat we krijgen van het Rijk voor middelen voor de jeugd, is het weer mogelijk om een beetje op adem te komen. De bezuinigingen die we op andere gebieden hebben gedaan om de tekorten van het sociaal domein in te kunnen lopen, kunnen door deze ruimte wat verlichting worden geboden. Zou de wethouder kunnen toezeggen om de realisatie van een actieplan sociaal domein aan te houden, ook als er meer externe financiering komt? We zouden dan later als raad op een integrale manier kunnen afwegen wat we met die gelden doen. Wij zouden dus graag inzetten op de eerder genoemde onderwerpen duurzaamheid, cultuur en economie.
Zo werken we samen aan een toekomstbestendige culturele stad die oog heeft voor zijn culturele instellingen. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Ik vraag me af of de heer Harinck toch ook nog ergens ruimte ziet voor het sociaal domein. Of zullen we mensen die daar een beroep op doen, de stad uit bonjouren? De heer HARINCK (STIP): Nee hoor, die gaan we zeker niet de stad uit bonjouren. Dat lijkt mij een slecht plan. Nee, ik denk dat mevrouw Van Geenen en ik het vaak eens zijn over het sociaal domein, zeker met betrekking tot preventie en ook de investeringen in de door haar genoemde win-winsituatie. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Fijn dat u dat ondersteunt. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Voorzitter. Toen ik laatst, toen we het over de jaarrekening hadden, aan wethouder Brandligt vroeg hoe het nou kon dat die positief werd afgesloten - heel veel partijen uiten daar echt lof voor - … De VOORZITTER: Mevrouw Van Rossum blijft hangen. Dat is vervelend. Mevrouw Van Rossum, kunt u uw beeld uit doen, zodat we u misschien wel horen? Anders ga ik even naar mevrouw Bel. Ik neem aan dat mevrouw Bel namens D66 ook nog het woord wil voeren over de Kadernota. Mevrouw BEL (D66): Uiteraard, burgemeester, ook al was deze Kadernota niet echt een Kadernota waarmee we heel erg kaders meegeven. Noodgedwongen was het toch een beetje het vervolg op een herstelplan en het verder "dichtrekenen" van de begroting.