CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-handelingen raad 18 november 2021

Raadsvergadering 18 november 2021, gemeente Delft29.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Als je de leeftijd verlaagt en het aantal woningen in de sociale huursector niet verhoogt, verandert er dus eigenlijk niks. Volgens mij zijn velen van u wiskundigen, maar dit moet toch een heldere verklaring zijn. Dit alleen gaat dus niet helpen. Volgens mij heb ik daarmee de vragen beantwoord en heb ik aangegeven dat de twee moties gaan helpen. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer MARUF (D66): Voorzitter. De wethouder legde uit waarom je de leeftijd niet naar 16 zou moeten verlagen. Ik kan ook rekenen en ik dien daarom vanavond geen motie in. De VOORZITTER: Mooi zo, dat is een geruststellende gedachte. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. In de nieuwe woningmarktafspraken en in de Woonvisie gaat het natuurlijk ook over sociale huurwoningen. Hanteren deze twee dezelfde definitie van "een sociale huurwoning"? Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor haar toelichting. De motie over verloting van woningen voor Delftse jongeren en starters vinden wij erg sympathiek. Wij zullen de motie steunen, omdat ze de kans op een woning voor Delftse jongeren vergroot. Maar zoals de wethouder aangaf: het blijft natuurlijk een verdeling van schaarste, want juist door middeldure huurwoningen te bouwen, wordt de doorstroming uit de sociale huur bevorderd. Wellicht is loten op termijn voor deze woningen dan helemaal niet nodig.

Het is dan ook mooi als dit wordt opgenomen in de komende Woonvisie, want het percentage middeldure huur is momenteel wel erg laag. Verder vinden wij het mooi om te horen dat de landelijke lijn van voormalig VVD-wethouder Van der Woude ook in deze raad gehoord en ondersteund wordt. De VOORZITTER: Het is altijd goed om de naam van mevrouw Van der Woude hier nog eens genoemd te hebben. Mevrouw LIPS (GroenLinks); Voorzitter. Zoals de wethouder de motie over het convenant met de TU verwoordt en interpreteert, kan GroenLinks zich daar helemaal in vinden. Daarmee worden wij aarzelend voor een dilemma gesteld, want de motie zelf vinden we erg eenzijdig ingestoken. Dat vinden we wel jammer, maar zo breed als de wethouder de motie interpreteert, kunnen we ermee leven.

35

We zijn heel blij dat ook jongeren straks aandacht krijgen in de nieuwe Woonvisie en dat de wethouder ook een aantal maatregelen op dat punt heeft genoemd of de raad erover heeft geïnformeerd dat ze die zal gaan uitvoeren om de positie van de jongeren op de woningmarkt te versterken. Daar ben ik heel blij mee. Ik kom straks met een stemverklaring nog even terug op hoe wij gaan stemmen. De heer DAG (STIP): Voorzitter. Ik wil de wethouder bedanken voor de uitgebreide toelichting en het ingaan op de terechte vragen die waren gesteld. Ik heb er alle vertrouwen in dat de wethouder de motie over het convenant goed invulling gaat geven richting de TU Delft. Dat wilde ik nog even zeggen. De heer AL JABERI (SP): Voorzitter. Ik wil nogmaals benadrukken dat er heel veel schrijnende gevallen zijn. Dat is echt het gevolg van de wooncrisis. Alleenstaande ouders met kinderen die niet aan een woning komen, mensen die na een scheiding dakloos worden. Als we woningen gaan verloten, is het maar de vraag of ze ook bij deze mensen terechtkomen. Misschien wel, misschien niet; dat is het lot van loten. Daarom zijn wij toch echt tegen loten. Wij willen juist dat mensen met urgentie een woning toegewezen krijgen. Daarnaast willen we benadrukken dat sommige middeldure woningen die nu gebouwd zijn, eigenlijk gewoon ongeschikt zijn voor een jong of startend gezin.

"Middeldure huurwoning" zegt alleen iets over de huurprijs. Over de kwaliteit van de woning wordt helemaal niks gezegd. Het kan dus gewoon om een veredeld studioappartement gaan. Het is de vraag of we meer van dit soort woningen in de stad willen. Wij snappen dat wij hier op dit moment niks aan kunnen doen in de Woonmonitor, maar we willen graag meegeven dat we ook moeten kijken naar de kwaliteit van de woningen en niet alleen naar de kwantiteit of de huurprijs. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik heb een hele concrete vraag gekregen van mevrouw Gaal: zijn de definities in de nieuwe woningmarktafspraken en in de Woonmonitor dezelfde? Nee. Volgens mij hebben we dat ook al een aantal keren uitgelegd. In de nieuwe woningmarktafspraken worden tot de doelgroepvoorraad benoemd: de DAEBcorporatiewoningen en de sociale particuliere woningen - allemaal onder de liberalisatiegrens - en ook sociale koop onder € 180.000. Maar dat was volgens mij het prijspeil van 2019. Dat zit nu ongeveer op € 195.000. Dat zijn de drie. In onze Woonmonitor is het de corporatiewoning. Daar zitten dus verschillen in, maar die zijn evident en uitgelegd. Een kort antwoord op het punt van de SP over middeldure huur: ja, voor een deel is het wat kleiner, maar in de commissie is al gezegd dat er een prachtig project van BPD komt, The Family. Daar zitten gewoon keurige drie- en vierkamerwoningen in.

De VOORZITTER: Ik constateer dat daarmee alles voldoende is besproken en dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie M8.4.1 (Actualiseren convenant TU Delft - Gemeente Delft) van STIP, D66, de PvdA, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en Onafhankelijk Delft. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw LIPS (GroenLinks): Voorzitter. Met de brede interpretatie die de wethouder hieraan geeft en als de motie zo wordt opgevat, zullen wij de motie steunen. De heer AL JABERI (SP): Voorzitter. Wij zullen ook voorstemmen, ook door de brede interpretatie van de wethouder. Wij moedigen het gesprek om op de campus huisvesting te realiseren aan. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. 36

In stemming komt motie M8.4.2 (Woningloten in Delftse woningvoorraad) van STIP, D66, GroenLinks, de PvdA, de ChristenUnie en Onafhankelijk Delft. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 30 tegen 7 stemmen, waarbij de SP en Hart voor Delft ertegen hebben gestemd. XX. Gemeenteraad Heerhugowaard - Motie Bevolkingsonderzoek borstkanker (nr. 2139733). Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Deze motie behoeft geen nadere uitleg. Wij beseffen dat dit landelijke politiek is, maar wij willen hier toch aandacht voor vragen. Dat is de reden waarom wij de motie toch indienen. Het is landelijke politiek, maar we hebben te maken met Delftse vrouwen. De VOORZITTER: Heel helder, kort en krachtig. Door de fracties van Hart voor Delft en de PvdA wordt motie M8.5.1 (Borstonderzoek vrouwen) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 18 november 2021, constaterende dat: • • •

de staatssecretaris voor Volksgezondheid heeft besloten het tijdsinterval voor het periodiek borstonderzoek voor vrouwen tijdelijk te verlengen van tweejaarlijks naar driejaarlijks; als reden hiervoor is vermeld dat het momenteel en de komende drie jaar niet mogelijk is landelijk consequent aan de termijn van twee jaar te kunnen voldoen; het hier weliswaar gaat om landelijk beleid, maar dat ook de raden als primaire volksvertegenwoordiging op het terrein van volksgezondheid een belangrijke politieke signaalfunctie hebben;

overwegende dat: • • • • • •

deze maatregel zowel voor de korte als lange termijn leidt tot verslechtering van deze uiterst belangrijke preventieve voorziening; ongeveer 1 miljoen vrouwen vanaf vijftig jaar in Nederland van deze voorziening gebruikmaken; in Nederland 1 op de 7 vrouwen borstkanker krijgen; het bevolkingsonderzoek bedoeld is om borstkanker zo vroeg mogelijk te ontdekken, waardoor de kans op een succesvolle behandeling groter en wellicht minder ingrijpend is; ook overwogen moet worden de leeftijdsgrens te verlagen van 50 naar 35 jaar; dit signaal vanuit de volksvertegenwoordigingen in ons land zo breed mogelijk moet worden overgebracht naar staatssecretaris Blokhuis;

roept het college op bij de demissionair staatssecretaris en toekomstige staatssecretarissen kenbaar te maken dat de genomen maatregel ongewenst en onverantwoord is en dat wij erop aandringen de maatregel in te trekken en er alles aan te doen de tweejarentermijn zo consequent mogelijk toe te passen, en gaat over tot de orde van de dag."

37

Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Voorzitter. Mijn gebruikelijke terughoudendheid bij het lokaal bedrijven van landelijke politiek verliest het op dit moment van mijn verontwaardiging over het besluit van de staatssecretaris om de frequentie van het periodiek borstonderzoek voor vrouwen terug te brengen van tweejaarlijks naar driejaarlijks. Jaarlijks sterven in Nederland ondanks de tweejaarlijkse screening zo'n 3.000 vrouwen aan borstkanker. Ik denk dat dat aantal niet te negeren valt. Daarnaast moet ik bekennen dat ook mijn feministische hart wat harder begon te kloppen toen ik het besluit van de staatssecretaris zag, want de specifieke eigenschappen van het vrouwelijk lichaam en de medische implicaties daarvan worden nog altijd onvoldoende onderkend. Het gevolg daarvan is dat medische problematiek van vrouwen in de toch nog altijd voornamelijk door mannen gedomineerde medische wereld stelselmatig wordt ondergewaardeerd. Het besluit ten aanzien van het borstonderzoek is daar ook weer een duidelijk voorbeeld van. In het licht daarvan heb ik samen met mevrouw Grobben van Hart voor Delft de motie ingediend om de staatssecretaris hopelijk op zijn schreden terug te laten keren. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Ik snap de verontwaardiging van mevrouw Tiekstra, maar ik ben er nog niet helemaal van overtuigd dat we daar een Delftse motie voor nodig hebben.

Er worden besluiten genomen in het land en er zijn groepen waarnaar je als volksvertegenwoordiger, als staatssecretaris, als minister of als wethouder moet luisteren. Het lijkt er nu een beetje op dat de PvdA, Hart voor Delft en wellicht andere fracties de macht van het getal willen inzetten om hun gelijk te halen in Den Haag. Ik vraag me af of dat de weg is. Als er goede argumenten zijn om dit terug te draaien, zijn daar kanalen voor die gewoon bewandeld kunnen worden. Ook al zou één persoon onder de aandacht brengen dat het niet goed is, dan zou een staatssecretaris of een minister daarnaar moeten luisteren. Ik zie niet zo goed in wat een Delftse ondersteunende motie moet toevoegen aan het debat dat in Den Haag gevoerd wordt. Graag een reactie. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Dat is een helder standpunt van mevrouw Gooijer, dat volgens mij even principieel is als mijn principiële aanleiding om af te wijken van deze inderdaad terechte opmerking. Landelijk zijn er voldoende kanalen om een discussie als deze te voeren. Toch wijk ik af van die lijn, daarin ook gesteund door een groot aantal andere gemeenten waar deze motie ook over de tafel gegaan is en aangenomen is. Daarom blijf ik bij mijn standpunt dat dit wat mij betreft echt goed zou doen.

Zeker in een klimaat waarin gemeenten vaak worden geconfronteerd met landelijk beleid waarover te weinig met ons wordt gesproken, moeten we in dit geval omgekeerd misschien toch laten horen dat we het hier echt niet mee eens zijn. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. Ik denk dat ik al duidelijk was in mijn reactie op mevrouw Tiekstra. Wij zullen deze motie niet steunen. Wij vinden dit namelijk niet de geëigende weg. Er zijn vele wegen om daar wel toe op te kunnen roepen, maar ik vind dat dit geen raakvlak heeft met het beleid van de gemeente; natuurlijk wel met de inwoners, maar dat geldt voor veel meer dingen. Ik deel dus de verontwaardiging, maar ik vind dit niet de weg voor een zuiver gebruik van onze volksvertegenwoordigende taak en ook van de instrumenten die we daarvoor hebben. Dat is de reden waarom wij hiertegen zullen stemmen. Mevrouw ENTHOVEN (STIP): Voorzitter. Ik kan kort zijn. Wij zullen de motie uiteindelijk wel steunen. De boodschap onderschrijven wij namelijk zeker. Wel wil ik net als de voorgaande sprekers aangeven dat dit soort dingen eigenlijk niet in de raad van Delft thuishoren, maar dit is zo'n belangrijk onderwerp - en wij staan ook achter deze motie - dat we voor de motie zullen stemmen.

Maar ik doe daarbij ook de oproep aan mijn mederaadsleden om niet al dit soort moties in stemming te laten brengen, want volgens mij is dit niet de plek daarvoor. Mevrouw LIPS (GroenLinks): Voorzitter. Ik kan me helemaal vinden in de opmerking van mevrouw Gooijer dat we ook in Delft geen landelijke politiek moeten bedrijven, maar ik heb 38

in de commissie al aangegeven dat we deze motie wel zullen steunen, gezien het onderwerp en de vele moties vanuit andere gemeenten. Maar ik wil wel een oproep doen om hier heel terughoudend in te zijn. Eerder hebben wij de motie over de verhuurderheffing om die reden niet gesteund. Ik maak bij deze motie dus een uitzondering. De heer SCHUURMAN (D66): Voorzitter. Er is al veel gezegd. Wij zijn het er natuurlijk mee eens dat dit landelijk beleid betreft, maar gezien de ernst van de zaak vinden wij toch dat wij als fractie deze motie moeten steunen. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Voorzitter. Wij zijn het helemaal eens met het standpunt van de ChristenUnie. We vinden het moeilijk om uit te maken welke groep meer slachtoffer is van het landelijk beleid: de ene wel of de andere niet. Wij vinden inderdaad dat dit landelijk beleid is. Er moet een signaal naartoe, maar dat hoeft niet via de lokale politiek. Wij zullen de motie dus niet steunen. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Dit is uiteraard een zeer belangrijk en serieus onderwerp. Het idee achter de motie vinden wij ook heel sympathiek. Dat hebben wij in de commissie ook uitgedragen, maar tegelijkertijd vragen wij ons af hoe vaak wij onze wethouders nog voor landelijke aangelegenheden naar de diverse ministeries sturen omdat we het niet eens zijn met landelijk beleid. Daarvoor zijn er andere instrumenten.

Daarom blijven wij principieel en zullen wij deze motie niet steunen. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Wij zullen de motie zeker steunen, omdat wij vinden dat voortijdig ziekte opsporen ontzettend belangrijk is, zeker in het geval van borstkanker. Wij snappen dat deze motie hier niet thuishoort, maar wij hebben eerder ook zelf een motie ingediend aangaande prostaatkanker. Daaraan heeft de raad ook zijn steun betuigd. Wij vinden dit van hetzelfde ernstige kaliber. Laten we hierin gewoon lief zijn voor elkaar. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Het is aan de raad om aan te geven op welke manier wij dit kenbaar maken. Maar dat dit een punt is dat kenbaar gemaakt moet worden, is essentieel. Ik denk dus dat u allen als raad bij de stemming aan het woord bent over de wijze waarop dat gebeurt, maar het punt is heel belangrijk. De VOORZITTER: Ik denk dat we daar niks aan toe te voegen hebben. Ik stel voor om de beraadslaging te sluiten en over te gaan tot de stemming. In stemming komt motie M8.4.1 (Borstonderzoek vrouwen) van Hart voor Delft en de PvdA. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 30 tegen 8 stemmen, waarbij het CDA, de VVD en de ChristenUnie ertegen hebben gestemd. XX. College van B en W - afdoening toezegging voor-en nadelen gebruik art. 31 lid 2 Participatiewet (nr. 2119365). De VOORZITTER: Hierover wordt een motie ingediend.

Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. We hebben in de commissie een goed debat over de premie gevoerd, onderling en ook met de wethouder. Artikel 31, lid 2, onderdeel j van de Participatiewet geeft ons ruimte om een premie te geven aan mensen die op weg zijn naar betaalde arbeid. De wethouder was bang voor een armoedeval. We hebben betoogd dat die niet aan de orde is. Het is een tijdelijk extraatje, een beloning voor mensen die bijvoorbeeld starten met deeltijdwerk. Elke bijstandsgerechtigde en iedereen die dit in de nabije omgeving heeft meegemaakt, weten hoe welkom zo'n tijdelijk extraatje is. Het zijn geen structurele inkomsten. Van een armoedeval als mensen vervolgens echt overstappen 39

naar een betaalde baan, is dus geen sprake. De wethouder waarschuwde ook voor ingewikkelde regels, maar zoals ook betoogd wordt in de motie die ik straks echt aankondig, hebben andere gemeenten al voorwerk gedaan. Die ingewikkelde regels hebben zij dus al uitgedacht. Het zou ook kunnen leiden tot hogere kosten die we niet kunnen betalen, maar Amsterdam laat zien dat die kosten zich dubbel en dwars terugverdienen. Ze hebben de pilot daar vervroegd beëindigd en omgezet in definitief beleid omdat die zo succesvol is. En ja, de hele Participatiewet moet herzien worden, maar de huidige Participatiewet biedt in al haar strengheid gemeenten ruimte, onder andere in dit artikel. Die ruimte wordt onvoldoende benut. Wij blijven daarom oproepen om iets meer lef te tonen. Daarom dienen wij deze motie in. De motie vraagt dus om de ruimte die de Participatiewet onder dat artikel biedt, toe te gaan passen en daarbij ook te kijken naar gemeenten die dit succesvol hebben ingevoerd. De motie dienen wij samen met D66, STIP, het CDA, de SP, Onafhankelijk Delft en GroenLinks in. Mevrouw VOOGT (VVD): Als blijkt dat er gemeenten zijn die geen goede ervaringen hebben met het invoeren van deze regeling, gaan wij deze regeling dan wel of niet invoeren? Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Ik zou tegen mevrouw Voogt zeggen dat wij daar zelf bij zijn. We vragen in de motie om iets uit te werken.

Ik neem aan dat dat een raadsvoorstel wordt; of de wethouder komt terug in de raad als wij zien dat het niet goed gaat. Dan hebben we daar weer een debat over en dan kijken wij verder. Ik heb die gemeenten nog niet gevonden. Door de fracties van de ChristenUnie, D66, STIP, het CDA, de SP, Onafhankelijk Delft en GroenLinks wordt motie M8.6.1 (Benut ruimte Participatiewet) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 18 november 2021, constaterende dat: -

-

-

artikel 31, lid 2 onderdeel j van de Participatiewet ruimte biedt voor het uitkeren van een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 2.629 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de belanghebbende; deze ruimte ook in de Delftse Participatieverordening is opgenomen, maar dan gekoppeld aan de participatieplaats: o Uitkeringsgerechtigden die werkzaamheden verrichten op een participatieplaats, hebben op grond van de Participatiewet voor het eerst zes maanden na aanvang en vervolgens iedere zes maanden na aanvang recht op een premie. Voorwaarde hiervoor is dat de uitkeringsgerechtigde naar oordeel van het college voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kansen op de arbeidsmarkt. o Het college kan een premie toekennen aan personen om deze personen te stimuleren een bepaald re-integratie-instrument te volgen of te belonen bij een succesvolle afronding van het instrument. Het college stelt nadere regels vast voor de hoogte en de verplichtingen die aan een dergelijke premie worden verbonden.

deze ruimte door het college tot op heden niet wordt benut en niet geldt voor mensen die een deeltijdbaan hebben; het college hiervoor als verklaring geeft dat het toepassen van deze premie kan leiden tot meer (ingewikkelde) regels, ongelijkheid en armoedeval; het college daarnaast aangeeft dat deze premie niet verder gaat helpen om meer mensen aan het werk te helpen en dat daarvoor vooral inzet van begeleiding van uitkeringsgerechtigden nodig is; 40

-

-

Rotterdam bezig is met een pilot voor een werkbonus op grond van artikel 31, lid 2 onderdeel j van de Participatiewet, waarbij bijstandsgerechtigden die deeltijd werken, maximaal 2 keer per jaar een premie krijgen bovenop hun uitkering en na het halfjaar waarin 25% vrijstelling van bijverdienste mogelijk is; Amsterdam tijdens zijn pilot al besloten heeft de 'bijverdienpremie' permanent in te voeren en ook andere steden hiermee bezig zijn;

overwegende dat: -

-

-

het goed zou zijn om de Participatiewet landelijk aan te passen om deze minder hardvochtig te maken; gemeenten intussen de ruimte die de huidige Participatiewet biedt, onvoldoende benutten; voor een rechtvaardige toepassing van de Participatiewet 'maatwerk' het sleutelwoord is; intensieve begeleiding van uitkeringsgerechtigden die niet vanzelf een baan vinden, heel belangrijk is; een premie daarnaast (en naast andere middelen die de gemeente al toepast) een zinvol instrument is om de eerste stappen naar de uitstroom uit een uitkering te belonen; er hierbij geen sprake is van een armoedeval omdat er geen sprake is van structurele inkomsten, maar van een een- of tweemalige premie die door de uitkeringsgerechtigden als een extraatje wordt ervaren en omdat de premie geen invloed heeft op toeslagen; de extra kosten onderdeel moeten zijn van alle kosten die de gemeente maakt om de uitstroom uit een uitkering te bevorderen; deze kosten zich terugverdienen wanneer uitkeringsgerechtigden uitstromen uit de bijstand;

draagt het college op: -

-

met een voorstel te komen hoe de premie (artikel 31, lid 2, onderdeel j) in Delft ingezet kan worden om mensen in de Participatiewet te belonen die via deeltijdwerk stappen zetten op weg naar de uitstroom uit de bijstand, bijvoorbeeld door een werkbonus naar Rotterdams model of de bijverdienpremie naar Amsterdams model; daarbij gebruik te maken van de ervaring in andere gemeenten; in het voorstel de financiële consequenties in beeld te brengen,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer VAN ROON (D66): Voorzitter. Ik ben heel blij dat we deze discussie eindelijk ook in deze raad voeren. Met een titel zoals deze op de agenda zien we natuurlijk direct dat dat garant staat voor spetterend politiek vuurwerk. Ik denk dat de techniek zojuist door mevrouw Gooijer veel beter is uitgelegd dan ik dat zou kunnen doen. Dat geldt ook voor het door haar wegnemen van de bezwaren. Dank daarvoor. Ik wil daaraan toevoegen dat dit gewoon een waardige en rechtvaardige stap is. Mensen die werken, of ze dat nou doen voor 1 ton per jaar of in de bijstand, verdienen het gewoon om ook een klein beetje de vruchten van hun arbeid terug te zien. Daarbij komt dat, zeker als je in de bijstand zit, € 100 of € 50 in de maand echt een groot verschil kan maken. Mevrouw VOOGT (VVD): In de motie staat dat de Participatiewet hardvochtig is. Ik ben benieuwd of de heer Van Roon kan aangeven wat hij daar precies mee bedoelt. De heer VAN ROON (D66): Daar kunnen we een hele lange discussie over voeren, maar het feit dat mensen dusdanig in een keurslijf gedwongen worden voor wat voor werk ze 41

moeten werk, welke activiteiten ze moeten ondernemen en welke studies al dan niet bijdragen, staat haaks op mijn gedachte om mensen vanuit positiviteit te begeleiden naar werk. Je komt er niet door mensen met een knuppel achterna te zitten, in de zin van: jullie moeten je aan meer regels houden, of anders … Ik kom terug bij de motie. We doen op dit moment iets wat niet handig is. We ontmoedigen mensen namelijk om in deeltijd te gaan werken. Dat is niet wat we willen als we willen dat mensen uiteindelijk doorstromen naar voltijdswerk. In steden als Amsterdam zien we al dat het werkt. Dat zien we ook in Rotterdam. Dus laten we dit vooral gewoon gaan doen. Dat is goed voor de stad en voor de mensen. Mevrouw ENTHOVEN (STIP): Voorzitter. Werk moet lonen, ook in de bijstand. Dat is op dit moment gewoon niet het geval. STIP wil dat mensen die in de Participatiewet zitten, gestimuleerd worden om te werken, ook als het om deeltijdwerk gaat. Deze motie roept daarom op om te onderzoeken hoe we in Delft een premie kunnen inzetten. Zo kunnen we mensen in de bijstand stimuleren om stappen te zetten om uiteindelijk op eigen benen te kunnen staan en kunnen zij, als dat niet lukt, toch dat kleine beetje extra krijgen wat hen kan helpen. In andere steden wordt dit al gedaan. We zijn daarom heel benieuwd naar een voorstel van de wethouder over hoe we dit in Delft kunnen toepassen.

Volgens mij is de motie voldoende toegelicht door mijn collega's en hoef ik er verder geen woorden aan vuil te maken. De VOORZITTER: Ik meld de STIP-fractie dat ze nog een minuut spreektijd heeft. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Voorzitter. De motie is uitstekend toegelicht door mevrouw Gooijer. Dat kunnen we natuurlijk prima aan haar overlaten. Daarom wil ik inzoomen op de hardvochtigheid, inderdaad, van de Participatiewet. In de motie staat ook een oproep dat die landelijk toch wat minder hardvochtig zou moeten worden. Daar zijn wij het helemaal mee eens, mevrouw Voogt; ik wil ook nog wel een keertje uitleggen waarom. Ik zou verwachten dat Delft eigenlijk allang een voorloper was geweest - maar zeker nu nog zou zijn - met het aanpassen van hardvochtige elementen in deze wet. Daar heeft D66 net een voorbeeld van gegeven. Jongeren moeten bijvoorbeeld het huis ontvluchten omdat hun ouders niet willen dat ze nog minder geld hebben dan ze nu al hebben. Het ligt misschien helemaal aan mij, maar dan hoor ik toch een beetje: boeien dat die kinderen het idee hebben dat ze moeten verhuizen; wij vinden de kostendelersnorm prima. Dat valt mij tegen, want Delft is eigenlijk net zo hardvochtig tegen mensen met een uitkering. Ik moet eerlijk zeggen dat ik van een GroenLinks-wethouder echt anders had verwacht, ook de afgelopen jaren al.

Ik zou dus inderdaad zeggen: toon wat lef, maar ook veel meer barmhartigheid bij het uitvoeren van deze wet. De heer AL JABERI (SP): Voorzitter. Ik heb weinig toe te voegen aan wat de vorige sprekers hebben gezegd. Vooral dank aan mevrouw Gooijer en meneer Van Roon voor het voorstellen van deze motie. Ook wij vinden natuurlijk dat arbeid gewoon moet lonen. De overheid heeft een grondwettelijke verplichting om voor werkgelegenheid te zorgen. Wij denken dat dat met dit voorstel nog beter kan, omdat het mensen motiveert om te werken in plaats van hen te dwingen. Wij zijn dus mede-indieners van deze motie. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ook wij zijn echt blij met deze motie. Wij komen echt bij mensen thuis waar zulke dingen echt het verschil kunnen maken. Ook als je weer een beetje mee kan en je eigenwaarde terug kunt vinden, vind ik dat wij daar hard aan mee moeten helpen, want het is allemaal al lastig zat. Mevrouw BIJ DE VAATE (GroenLinks): Voorzitter. De Participatiewet is te streng en werkt averechts. Dat zegt GroenLinks al heel lang en steeds opnieuw. Dat is terecht, want dat weten wij intussen door allerlei rapporten. 42

Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Ik heb net al gezegd dat ik verbaasd ben dat een GroenLinks-wethouder de wet eigenlijk net zo hardvochtig uitvoert als door het landelijk niveau wordt aangegeven. Wat vindt u daar dan van? Mevrouw BIJ DE VAATE (GroenLinks): Ik kom in de volgende zin bij de vraag van mevrouw Van Geenen. Wat GroenLinks ook allang en steeds opnieuw zegt, is: college, gebruik de maximale ruimte, hoe klein die ook is, die de Participatiewet biedt ten gunste van de burgers. Dat zeggen wij ook met de motie, die wij samen met andere indieners hebben ingediend. Mevrouw Van Geenen, hier komt het: GroenLinks gaat zorgvuldig en doelmatig om met de financiële middelen. Daarom vragen wij in de motie samen met andere partijen om bij een voorstel aan de raad rekening te houden met de ervaringen van andere gemeenten en om de financiële consequenties in beeld te brengen. Dus uiteraard wel uitvoeringsplannen - dat delen wij allemaal - maar wel zorgvuldig en doelmatig. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): We weten natuurlijk allemaal dat we doelmatigheid reuzebelangrijk vinden, maar dan nog kun je de mazen van de wet opzoeken. U zegt dat GroenLinks dat wil. Ik heb de afgelopen jaren helaas niet mogen meemaken dat GroenLinks zich daar hard voor heeft gemaakt.

Dan vraag ik u toch rechtstreeks wat u vindt van zo'n antwoord in de zin van: boeien dat die kinderen het huis uit moeten, maar wij vinden die kostendelersnorm prima. Mevrouw BIJ DE VAATE (GroenLinks): Mevrouw Van Geenen weet dat GroenLinks helemaal tegen deze kostendelersnorm is. Zoals ik zei aan het begin, heeft de Participatiewet allerlei mankementen. Dat zeggen wij elke keer. Ik wil het debat we in de commissie hebben gehad, niet opnieuw doen, maar daar zijn we het helemaal mee eens. Maar dat is landelijke politiek. Ik denk dat uw partij daar heel goed aan de tafel zit. Ik hoop dus dat er straks verandering in de Participatiewet komt dankzij de inzet van uw partij. De VOORZITTER: Het is goed dat u niet meer zo lang wil spreken, want uw tijd is zo'n beetje aan het opraken; nog een paar seconden. De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik ga niet over wat andere partijen denken. Ik heb ook geen interruptie gepleegd, omdat ik in de commissie al genoeg heb gezegd en gehoord. Ik weet ook nog de mening van wethouder Brandligt. Hij gaf aan: het is eigenlijk helemaal niet nodig, want we hebben al genoeg in Delft.

Ik heb in mijn betoog in de commissie al gezegd dat we straks het project Smart Makers hebben en dat we hier nu een beetje inkomenspolitiek gaan zitten bedrijven, want het heeft natuurlijk wel degelijk gevolgen: als je als jongere thuis woont en als je ouders een uitkering hebben, wordt je inkomen bij het inkomen van je ouders gerekend, wat aan het einde van dat jaar wel degelijk gevolgen heeft. Ik dacht eerst dat ook de VVD de motie had ingediend, want bij D66 staat "Vincent van Rijn" bij de handtekeningen. Ik dacht: meneer Van Rijn heeft een broer bij D66 zitten. Maar goed, dat was waarschijnlijk een foutje. Wij blijven bij het standpunt dat wij in de commissie hebben aangegeven. Wij vinden dat er al genoeg mogelijkheden voor mensen zijn om aan het werk te komen, zoals meneer Brandligt ook zei. Je kan hun natuurlijk een bonus geven van € 2.600. Ik heb daarbij de vergelijking gemaakt met vrijwilligers die achter de balie zitten en allerlei goede werkzaamheden doen in de stad. Die kunnen maximaal € 1.800 per jaar krijgen. Deze mensen werken in deeltijd. Hieperdepiep hoera, hartstikke fijn voor die mensen. Ik gun het ze ook allemaal, maar met het geven van zo'n bonus gaan wij met het oog op de vrijwilligers niet akkoord. Wij gaan ook niet akkoord met de motie. Daar gaan we niet voor stemmen. De VOORZITTER: Ik deel u mee dat Hart voor Delft nog 30 seconden heeft.

43

Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Voorzitter. Ook de PvdA is van mening dat natuurlijk geen middel ongebruikt moet worden gelaten om mensen die in de bijstand zitten, richting betaald werk te kunnen leiden. Een premie kan daar zeker aan bijdragen, maar we moeten natuurlijk niet vergeten dat een premie incidenteel is. Mijn fractie ziet dan ook vooral veel meerwaarde in maatwerk in de vorm van goede begeleiding in de aanloop naar werk, maar ook daarna. Toch denk ik dat er voldoende aanleiding is om die motie te steunen, maar ik ben ook benieuwd naar de reactie van de wethouder op deze motie. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. We hebben de discussie ook al in de commissie gevoerd. Als ik de discussie ook hier weer beluister, lijkt het er meer om te gaan dat deze regeling een armoederegeling is dan een instrument dat mensen daadwerkelijk aan een baan helpt. Wij zijn ervan overtuigd dat deze premie mensen juist in de uitkering houdt en niet stimuleert om aan het werk te gaan. Wij vinden het daarom geen goede en bovendien een dure beleidskeuze die we op dit moment niet kunnen en niet moeten willen bekostigen. Er zijn voldoende andere instrumenten om mensen in de bijstand een extraatje te geven. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Volgens mevrouw Voogt is dit een armoederegeling en geen stimulans om uit de bijstand te komen.

Ik denk dat zij niet heeft begrepen in welke situatie mensen in de bijstand zitten en hoe demotiverend het is als je een klein deeltijdbaantje hebt en daar helemaal niks aan overhoudt. Ja, met een vrijstellingsregeling waarvan de gemeente Delft gebruikmaakt, kan je er wat aan overhouden voor maximaal een halfjaar. Daarna is dat op. Sommige mensen zien er daarom van af om nog het risico aan te gaan van weer een deeltijdbaantje, want dat levert vooral heel veel gedoe en onzekerheid op. Zo'n premie kan gewoon helpen om net dat duwtje te geven, waardoor mensen die stap wél zetten en daardoor uitstromen. Daarom is dit wat ons betreft iets wat hierbij thuishoort. Dat zegt ook de wetgever, want het staat als mogelijkheid in de Participatiewet. Daarom vinden we dat dit hierbij thuishoort. Natuurlijk kun je ook nadenken over armoederegelingen. Dat doen we op momenten waarop we het daarover hebben. We hebben het nu over wat een artikel in de Participatiewet ons biedt. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Misschien een beetje in het verlengde van mevrouw Gooijer ben ik benieuwd op welk onderzoek of wat dan ook mevrouw Voogt meent te kunnen baseren dat een premie van zo'n kleine omvang mensen ervan zou weerhouden om werk te gaan zoeken. Ik vind dat een heel vreemde weergave van de situatie van mensen die echt aan de onderkant van de samenleving moeten zien rond te komen met weinig geld.

De heer VAN ROON (D66): Het verbaast me dat er gesproken wordt van "een extraatje voor bijstandsgerechtigden", alsof het gaat om de slagroom op de chocolademelk. Het gaat gewoon om mensen die werken en die op dit moment al hun inkomsten af moeten staan. Dat kan toch ook voor de VVD niet wenselijk zijn? De VVD moet er vanuit de liberale grondbeginselen toch ook gewoon voor zorgen dat we mensen niet een belastingtarief van 100% laten betalen? De heer AL JABERI (SP): De totale inkomsten van Delft zijn € 433,9 miljoen. De wethouder heeft berekend dat deze regeling maximaal € 25.000 kost. Kan mevrouw Voogt dus toelichten hoe in het licht van de totale inkomsten van Delft dit als een dure regeling beschouwd moet worden, ook als wij miljoenen sponsorgeld geven aan bijvoorbeeld DSM? Mevrouw VOOGT (VVD): Dit is echt een tijdelijke regeling. Zij is incidenteel en voorziet dus niet in een structureel inkomen. Die indruk krijg ik wel door deze interrupties, want er wordt gezegd dat je hier niet van kan rondkomen. Maar daar is deze regeling volgens mij dus niet voor bedoeld. Daarbij wil ik ook zeggen dat ik nog helemaal niet heb gezegd dat wij voor of tegen deze regeling zijn. Het is grappig dat mensen daar al bij voorbaat van uitgaan, want ik was nog niet klaar met mijn betoog.

Wij zijn namelijk heel benieuwd hoe de wethouder tegen deze motie aankijkt en of hij deze motie eigenlijk ook eerder leest als onderzoeken en de 44

pilots afwachten voordat er een voorstel gemaakt wordt. Daar ben ik voor nu dus benieuwd naar. Wethouder BRANDLIGT: Voorzitter. Ik ga proberen om het kort te houden en niet de hele discussie uit de commissie over te doen. We zijn het sowieso over een aantal dingen eens, namelijk dat we zo veel mogelijk mensen aan het werk willen hebben, waar ook deeltijdwerken bij hoort, en dat de huidige Participatiewet niet echt behulpzaam is om dat doel te bereiken. We hopen en verwachten eigenlijk ook wel een beetje dat een nieuw kabinet iets aan die wet gaat doen. Ik zie op de motie een aantal logo's staan van partijen die ook aan die tafel zitten. Doe dus uw zegenrijke werk, zou ik willen zeggen, en wend uw invloed aan om dat voor elkaar te krijgen. Ondertussen proberen wij met de riemen die we hebben, zo veel mogelijk mensen aan het werk te houden. Daar zetten we allerlei verschillende mogelijkheden voor in. Het artikel waar we het nu over hebben, is daarin best wel ingewikkeld gebleken. Dat blijkt ook uit het feit dat verschillende gemeenten nu met pilots bezig zijn en niet al jaren geleden iets gedaan hebben. Het is ook nog niet definitief gezegd dat die pilots het doel bereiken, als het doel tenminste is dat er meer mensen naar arbeid gaan dan zonder die regeling.

We hopen uiteraard dat er van de pilots die in verschillende gemeenten gedaan worden - die zijn allemaal overal net een beetje anders - een evaluatie komt om te laten zien wat daar daadwerkelijk mee gebeurt. De motie zie ik zo dat de raad ten eerste eigenlijk uitspreekt ontevreden te zijn met de Participatiewet zoals die nu is. Daar ben ik het mee eens; ook ik zou die graag aangepast zien. De raad geeft ook aan alle mogelijkheden te willen aangrijpen om mensen aan het werk te krijgen, hoe klein die mogelijkheid ook is; misschien is het zelfs theoretisch, maar probeer alles wat we hebben. Zo vat ik de motie op. Ik ben blij dat in het dictum ook de financiële consequenties staan, want daar zitten twee aspecten aan: hoeveel je aan premie kwijt bent - hoeveel dat is, hangt sterk af van wat voor regeling je uiteindelijk ontwerpt - maar ook de uitvoeringskosten. Die uitvoeringskosten zijn voor een gemeente als Amsterdam meestal niet zo'n probleem; dat is uiteindelijk de rijkste gemeente van het land. Maar voor Delft zijn uitvoeringskosten wel degelijk een issue. Je moet dus ook een regeling hebben waarbij de kosten van de uitvoering in verhouding staan tot de hoeveelheid geld die je uiteindelijk wil uitgeven. Dat zijn elementen die voor Delft helaas relevant zijn. Als ik vanuit deze optiek naar de motie kijk, heeft het college geen bezwaar.

De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. Vanaf deze plaats mijn excuus aan de heer Van Roon. Zo gaat het met moties: op een gegeven moment zie je niet meer wat je hebt opgeschreven, maar gelukkig zien anderen dat nog wel, helaas een beetje te laat. Maar goed, ik denk dat dat niks afdoet aan de inhoud van de motie. Ik ben blij met de support van de indienende fracties en ook van de wethouder. Nog één puntje ter nuancering van hoe de wethouder het ziet. Hij zegt: "Als deze motie bedoeld is om meer mensen uit de uitkering te krijgen …". Natuurlijk is dat het doel, want uiteindelijk is dat goed voor mensen, maar zelfs als dat bij sommige mensen niet lukt, vind ik het nog alleszins billijk dat zij een premie kunnen krijgen voor de effort die zij erin steken; vergeef me het Engelse woord. Dit haakt volgens mij ook aan op wat meneer Van Roon daar in zijn eerste termijn over heeft gezegd. Ten slotte de termijn waarin de motie moet worden afgedaan. Ik heb daarover nagedacht: zal ik de wethouder vragen met een termijn te komen, bijvoorbeeld voor de zomer van 2022? Helaas leert de praktijk van de afgelopen jaren mij dat dit soort data weinig zin hebben, want die worden bijna structureel met voeten getreden. De VOORZITTER: U heeft nog een halve minuut, mevrouw Gooijer. 45

Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Ik zal die termijn niet overschrijden, maar dat doet het college dus wél vaak bij de afdoening van moties. Dat heeft ertoe geleid dat ik dat niet heb gevraagd, maar ik zal wel scherp volgen of we niet wachten totdat driehonderdzoveel gemeenten ons zijn voorgegaan met pilots, maar dat we op dit terrein echt voortgang gaan boeken. De VOORZITTER: U heeft nog vijf seconden over. De heer VAN ROON (D66): Voorzitter. Ik wil bovenal inderdaad bevestigen dat de heer Van Roon echt mede-indiener is van deze motie. Ik denk dat de wethouder nog erg pessimistisch in de wedstrijd zit ten aanzien van de ervaringen die in andere gemeenten al zijn opgedaan met dit instrument. De tijd zal dat natuurlijk leren, maar wij willen met deze motie wel gewoon echt tempo maken met een voorstel en de volgende fase hier in Delft. De VOORZITTER: Voordat ik mevrouw Enthoven het woord geef, kijk ik hoeveel seconden STIP nog heeft. Nog één minuut. Die gaat nu in, mevrouw Enthoven. Mevrouw ENTHOVEN (STIP): Voorzitter. Dat komt goed; ik hou het kort. Ik sluit me aan bij de woorden van meneer Van Roon en mevrouw Gooijer. Er zijn echt al positieve resultaten, bijvoorbeeld in Amsterdam, waar echt al zicht is op mensen die zijn uitgestroomd naar voltijdwerk. Volgens mij is dit dus een hele goede stap die wij als gemeente kunnen zetten.

Laten wij hier ook echt een voortrekkersrol in nemen. De VOORZITTER: Voor STIP resteren nog 35 seconden. Ik sluit de beraadslaging. In stemming komt motie M8.6.1 (Benut ruimte Participatiewet) van de ChristenUnie, D66, STIP, het CDA, de SP, Onafhankelijk Delft en GroenLinks. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Met de uitleg van de wethouder om echt eerst te leren van de pilot en te kijken of mensen door deze regeling uit de uitkering raken - want daar gaat deze regeling uiteindelijk om - kunnen wij deze motie steunen en zullen wij ervoor stemmen. De VOORZITTER: Ik wil u erop wijzen dat u nog 55 seconden heeft. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 34 tegen 4 stemmen, waarbij Hart voor Delft ertegen heeft gestemd. XX. Delftse Rekenkamer - advies Kostenbeheersing Wmo (nr. 2128624). De VOORZITTER: Mevrouw Voogt heeft nog 50 seconden. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Ik ga het kort houden. Dit is op zich natuurlijk een ontzettend belangrijk onderwerp. Het gaat over kostenbeheersing in de Wmo. Wij vinden het namelijk erg belangrijk dat het college stuurt op kwalitatief goede, effectieve en doelmatige zorg en ondersteuning, zo zwaar als het kan en licht waar nodig, het liefst in de eigen buurt met ondersteuning vanuit het sociale netwerk, de buurt en vrijwilligers.

Wetende dat dit erg belangrijk is om een goed voorliggend veld te hebben met daarin voldoende algemene voorzieningen die mensen vooruit helpen in het leven, dienen wij samen met het CDA een motie in die ertoe oproept om de voorliggende voorzieningen in samenhang met de maatwerkvoorzieningen te brengen, inzichtelijk te maken welke voorliggende voorzieningen er zijn en hoe deze zich in de tijd ontwikkelen en daarover te rapporteren in de 46

voortgangsbrief over het Actieplan Sociaal Domein. We zijn benieuwd hoe de wethouder hiertegen aankijkt. De VOORZITTER: Geweldig gedaan, u heeft nog vier seconden over. Laat dat een voorbeeld zijn voor velen. Door de fracties van de VVD en het CDA wordt motie M8.7.1 (Inzicht in de ontwikkeling van de voorliggende voorzieningen) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 18 november 2021 ter bespreking van het agendapunt Delftse Rekenkamer - advies Kostenbeheersing WMO (nr. 2128624), constaterende dat: -

de gemeente stuurt op het gebruik van voorliggende voorzieningen en algemene voorzieningen in plaats van maatwerkvoorzieningen; de focus blijft op doorontwikkeling van de samenwerking met Delft Support en Delft voor Elkaar om afschalen naar voorliggende voorzieningen mogelijk te maken;

overwegende dat: -

-

het onderzoek 'Perspectieven voor Kostenbeheersing Wmo' van de Delftse Rekenkamer de gemeente aanbeveelt om meer te sturen op samenhang tussen financiën, aanbod en ook op vraag (door netwerkversterking) en zelfvoorziening (door gemeenschapsvorming), omdat dit leidt tot minder hulpvragen, minder Wmoindicaties en dat leidt uiteindelijk tot een kostenbesparing; het belangrijk is om inzicht te hebben in welke voorliggende voorzieningen er in Delft zijn; er in andere gemeenten goede voorbeelden zijn, zoals resultaatgericht beschikken (Den Haag), het opnemen van de voorliggende voorziening in het persoonlijk ondersteuningsplan (Den Haag) en de indicatiecoach Jeugdhulp (Maassluis en Vlaardingen), waarbij de gemeenten een aanzienlijke kostenbesparing weten te realiseren met behoud van kwaliteit van de zorg;

verzoekt het college: -

-

-

samenhang te brengen in de voorliggende voorzieningen en de maatwerkvoorzieningen; in de voortgangsbrieven van het actieplan Sociaal Domein inzichtelijk te maken welke voorliggende voorzieningen er in Delft zijn, hoe die zich (in lijn met de oproep van de Rekenkamer) ontwikkelen en op welke wijze de voorliggende voorzieningen bijdragen aan de substitutie van zware ondersteuning naar lichte ondersteuning; in de voortgangsbrieven van het Actieplan Sociaal domein inzichtelijk te maken hoe er gewerkt wordt aan het beheersbaar houden van de kosten door middel van de voorliggende voorzieningen; op de website van de gemeente en/of op de site van Delft voor Elkaar alle initiatieven uit het voorliggende veld op te nemen; zich bij de ontwikkeling van de voorliggende voorzieningen te laten inspireren door de goede voorbeelden uit andere gemeenten,

en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Voorzitter. Ik heb begrepen dat ik nog zeven minuten heb. 47

De VOORZITTER: Ja, gaat uw gang. Lekker! Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Die zal ik niet benutten. De VOORZITTER: Heel goed. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Mijn collega Voogt heeft het al prima uitgelegd, behalve dan dat de slogan is: licht als het kan en zwaar als het moet. Dus niet andersom. De VOORZITTER: Ja, dat is wel een fundamenteel verschil. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): We steunen deze motie natuurlijk, want we hebben haar mede-ingediend, vooral om te voorkomen dat we met een kaasschaaf allemaal zaken die we in het leven hebben geroepen, toch weer gaan verminderen. Dit leek ons een structurele manier om te kijken hoe je tot kostenbesparing kunt komen, zonder de kwaliteit van de zorg aan te tasten. De VOORZITTER: Meneer Stoop, u heeft nog twintig seconden. De heer STOOP (Hart voor Delft): Voorzitter. Ik ben kort. Constaterende dat … en daardoor overwegende dat … hebben wij besloten om de motie van de VVD en het CDA te steunen. De VOORZITTER: Hartstikke goed, meneer Stoop. U heeft nog twaalf seconden over. Die mag u vanavond thuis lekker gebruiken. Mevrouw Enthoven heeft nog 30 seconden. Mevrouw ENTHOVEN (STIP): Voorzitter. Ik zal het ook erg kort houden. Om de kosten beheersbaar te houden, is volgens ons een goed voorliggend veld waar ook goed gebruik van wordt gemaakt belangrijk.

Ook mensen die maatwerk nodig hebben, kunnen het voorliggend veld vaak ook gebruiken om gedeeltelijk zwaardere zorg te voorkomen. Daarom staan wij positief ten opzichte van deze motie. De VOORZITTER: U heeft nog negen seconden. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Voorzitter. De PvdA-fractie deelt de analyse in deze motie van het belang, zowel inhoudelijk als financieel, van de samenhang tussen het voorliggend veld en geïndiceerde zorg. We zijn er ook van overtuigd dat het hier echt gaat om een precaire balans. De motie vraagt om het beter inzichtelijk maken daarvan, mede in het licht van het financieel beheersbaar houden van de kosten. Wij steunen de motie dan ook van harte, met dit doel voor ogen. De VOORZITTER: Mevrouw Lips, u heeft nog 50 seconden. Mevrouw LIPS (GroenLinks): Voorzitter. Ik kan het heel kort houden. Ik was tevreden met de beantwoording door de wethouder in de commissievergadering. Wij zijn het eens met de motie. Wat ons betreft was die dus niet meer nodig geweest. Als de motie in stemming komt, zullen wij ervoor stemmen. De heer VAN ROON (D66): Voorzitter. Dit is een perfecte timing, want ik kan me helemaal aansluiten bij de woorden van mevrouw Lips. De heer AL JABERI (SP): Voorzitter. De zorg is omgetoverd tot een markt en men is verbaasd dat aanbieders er een sport van maken om zo veel mogelijk omzet te draaien.

In plaats van het probleem bij de bron aan te pakken, knijpt men de geldkraan dicht en legt men het probleem bij de maatschappij. Het college verwacht dat kinderen, buren en kennissen het gat vullen dat door bezuinigingen wordt geslagen. De SP is dan ook geen 48

voorstander van beleid om de inwoners van Delft verder te belasten, zeker in een tijd waarin bewoners het al zwaar hebben, bijvoorbeeld de mantelzorgers door de lockdowns. Deze trekken een zware wissel op jongeren. In de meeste gevallen zijn hun ouders mantelzorgers. Het stijgende aantal gevallen van depressie en leerachterstanden bij kinderen heeft de volledige aandacht nodig van ouders. Dan is er minder zorg voor mantelzorg. Daarnaast is het naar vrijwilligers overhevelen van zorg die door professionals wordt gedaan, ook onwenselijk. Wij stemmen daarom tegen deze motie. De gemeente moet inzetten op het tegengaan van de vermarkting in de zorg en op echte community building. Dat betekent investeren in buurthuizen en activiteiten in de wijken voor de lange termijn. De VOORZITTER: Mevrouw Lips, u heeft nog twintig seconden. Hou het kort. Mevrouw LIPS (GroenLinks): Ja, een interruptie is kort. In de motie staat toch juist dat we de voorliggende voorzieningen willen versterken? Ik begrijp de heer Al Jaberi dus niet. De heer AL JABERI (SP): Dat kan ik uitleggen. Er wordt gewoon aan cherrypicking gedaan en niet aan echte community building. Er wordt gewoon bezuinigd, terwijl dat eigenlijk niet zou moeten. Er wordt niks gedaan aan de vermarkting van de zorg. Het enige waar men wel naar wil kijken, is hoe vrijwilligers nog meer van het werk kunnen overnemen.

Daar staan wij niet achter. De VOORZITTER: Mevrouw Voogt, één zin. Mevrouw VOOGT (VVD): Ja, inderdaad heel kort. Het is geenszins de bedoeling om het voorliggende veld te verschralen. Het is, zoals net al is aangegeven, juist de bedoeling om het te verrijken. De motie roept daar juist toe op. De VOORZITTER: Mevrouw Gooijer, uw tijd is om. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): U zei net dat ik nog een paar seconden heb. De VOORZITTER: Als u in drie seconden iets kunt zeggen, geef ik u nog even de gelegenheid. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. Wij zullen voor deze motie stemmen. Het is heel goed om de samenleving te versterken, zeggen wij altijd. Het is goed om daarin samenhang te brengen, mits die samenhang niet leidt tot overlegculturen waar informele zorgaanbieders of vrijwilligersorganisaties alleen maar last van hebben, want dat is wel wat vaak gebeurt. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Volgens mij kan ik ook kort zijn. De motie is volgens mij een prachtige vertaling van het gesprek dat we in de commissie hebben gehad. Daar hadden we een mooi gesprek over de Woonvisie, maar ook hierover. Wij onderschrijven de aanbevelingen van de Rekenkamer, maar wij willen die juist in de praktijk heel goed uitvoeren. Dat verwoordt deze motie.

Ook aansluitend bij mevrouw Gooijer: niet heel veel gesprekken, maar gewoon in de praktijk kijken wat je van elkaar nodig hebt en hoe kan je in je processen die versterking aanbrengen. Wat mij betreft sluit de motie dus heel goed aan bij wat wij ook graag doen. De VOORZITTER: Er is geen behoefte aan een tweede termijn. Ik sluit dus de beraadslaging. In stemming komt motie M8.7.1 (Inzicht in de ontwikkeling van de voorliggende voorzieningen) van de VVD en het CDA. 49

De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 33 tegen 3 stemmen, waarbij de SP ertegen heeft gestemd. XX. Sluiting. De VOORZITTER: De griffier meldt mij zojuist een heugelijk feit: alle moties en amendementen zijn vanavond aangenomen. Ik zou zeggen: dat is het toppunt van invloed van de raad. De raad heeft helemaal het primaat. Het komt allemaal goed in de democratie, althans hier in Delft. Erg goed! Gefeliciteerd! U heeft uw werk niet voor niks gedaan. Het wordt allemaal met enthousiasme opgepakt. We gaan er als college mee aan de slag. Daar kunt u op rekenen. Ik wens u allen verder een hele fijne avond. Een goede nachtrust toegewenst. We zien elkaar ongetwijfeld weer in de loop van volgende week. Alle goeds.

De vergadering wordt om 23.25 uur gesloten.

Aldus vastgesteld in de openbare digitale raadsvergadering van 16 december 2021.

, voorzitter.

, griffier.

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10840856/1