Concept-handelingen raad 18 november 2021
Tekst van het document
GroenLinks vindt het van belang om te zien hoe wij met goede intenties, frisse moed en een positieve overtuiging met z'n allen voor de komende tien jaar samen met de stad Delft iets moois kunnen maken met alle spelers op het cultuurveld. De amendementen die wij vandaag mede hebben ingediend, getuigen van de aandacht waarmee GroenLinks het nieuwe Cultuurkader wil blijven benaderen: constant samen met de raad, het college en het cultuurveld blijven polijsten, met als doel om van Delft een bruisende cultuurstad te maken. Net als de mede-indieners realiseren wij ons dat de Fair Practice Code belangrijk is voor de sector. Reeds in de commissievergadering vertelde een inspreker ons dat hij tegen zijn werknemers zegt dat ze beter bij een fastfoodketen konden gaan werken dan voor het festival. Dan zouden ze namelijk veel meer verdienen. Professionals die zwaar onder het minimumloon werken, dat kan niet. Daarom is het fijn om te zien hoeveel partijen dit amendement mede hebben ingediend. Het amendement Eerlijk betalen voor cultuur geeft prioriteit aan de Fair Practice Code, wat voor GroenLinks niet betekent dat de Code Diversiteit en Inclusie niet belangrijk is. Toegankelijkheid is immers, zoals deze code op pagina 14 van het Cultuurkader beschreven wordt, op alle fronten van belang bij het weghalen van drempels die burgers ervaren om deel te kunnen nemen aan het cultuuraanbod.
Daarom zijn we blij dat in het plan van aanpak ook de Code Diversiteit en Inclusie zit. Kan de wethouder ons vertellen of in het in 2022 uit te voeren onderzoek beide codes tegelijk onder de loep genomen worden of, zoals het amendement voorstelt, dat er prioriteit gegeven wordt aan de Fair Practice Code? Wij willen ook graag weten wanneer in 2022 het onderzoek van start gaat. Over het tweede amendement hebben de vorige sprekers al genoeg gezegd. De Cultuurtafel Delft heeft vandaag zijn zorgen over de nabije toekomst met ons gedeeld. De steun van de gemeente Delft heeft ervoor gezorgd dat verschillende organisaties dit jaar hun hoofd boven water hebben kunnen houden, maar hoe moet het verder in deze laatste periode van 2021 en vooral in 2022? Graag willen wij, misschien met andere sprekers, vragen indienen voor de wethouder, misschien volgende week. Of misschien worden deze vragen al vanavond beantwoord. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Voorzitter. Er is al veel gezegd. Er is zelfs al twee maal over gesproken in de commissie. Dat had ik nog niet meegemaakt. Wat de PvdA-fractie betreft wordt het nu dan ook tijd om het Cultuurkader met al zijn beperkingen en onzekerheden vast te stellen. Daarom hebben wij samen met een aantal partijen - een hele trits, zoals D66 het noemde - twee amendementen mede-ingediend. Ten eerste het amendement Eerlijk betalen voor cultuur.
Dat is een belangrijk principe en blijkt inmiddels ook voor veel subsidieverstrekkers een voorwaarde voor het geven van subsidie aan een project. Een subsidiegever mag dus geen geld geven als niet aangegeven kan worden dat de code gehandhaafd of gebruikt wordt in de stad. Ook dit is een reden om deze code te 19
omarmen. Dat niet alles met deze code wordt opgelost, is een feit. Daarvoor zijn de budgetten in de afgelopen jaren helaas te veel afgeknepen. Toch hopen we hiermee een signaal af te geven: cultuur is niet gratis. Er moet uiteraard ruimte zijn voor onbetaalde vrijwilligers, maar professionals moeten gewoon betaald worden voor hun werk. Daarnaast is er een amendement naar aanleiding van een breed gedeelde wens: een multifunctionele vloerzaal, een plek voor popmuziek maar ook voor andere uitvoerende kunstenaars, een plek die echt past bij de aard en de omvang van onze stad. Ik wil nog aandacht vragen voor een idee dat de PvdA-fractie heeft gelanceerd in een motie, die een beetje tussen de wal en het schip is gevallen. Die motie is indertijd ingediend voor een raadsvergadering, maar omdat we het onderwerp opnieuw bespraken in de commissie, is die motie in die commissievergadering besproken. De wethouder heeft daarover een toezegging gedaan. Daarbij ging het erom dat je niet alleen bij gebiedsontwikkelingsplannen voor bijvoorbeeld Schieoevers maar ook bij de gebiedsontwikkelingsplannen die nog hierna komen, altijd ook aandacht vraagt voor programmering. Er moet dus niet alleen aandacht zijn voor het neerzetten van een nieuw gebouw voor cultuur en voor de exploitatie van dat gebouw, maar ook voor de activiteiten die in dat gebouw moeten plaatsvinden.
Ik zou het fijn vinden als de wethouder daar nog even op reageert. Tot slot sluit ik me aan bij de opmerking van het CDA dat de Cultuurkamer ons erop wees dat het van groot belang is dat alle middelen die vanuit de centrale overheid in het kader van de coronacrisis voor cultuur zijn bestemd, ook daadwerkelijk worden ingezet door de gemeente. Die oproep ondersteunen we van harte. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. Ik vraag me af of ik ooit heb meegemaakt dat een kader dat we vaststellen, zo ontzettend uiteenliep met de financiële middelen die wij er beschikbaar voor hadden. Dat is wel wat we vanavond gaan doen. Ook de ChristenUnie zal instemmen met dit Cultuurkader. Er is inderdaad uitgebreid over gedebatteerd en er is veel over te zeggen. We zullen voor het voorliggende amendement stemmen over het uitgebreide cultuuraanbod. Het is niet onze hoogste prioriteit. Die ambitielijst beoogt ook niet om daar prioriteit in aan te brengen, maar ik wil dit wel hierbij aangeven. Zolang we de basis niet op orde hebben en bijvoorbeeld de cultuurankers in de wijk niet genoeg middelen hebben, vinden we niet dat de gemeente aan de voorkant tijd en energie hierin moet stoppen. Maar als zich een ondernemer aandient en als er zicht is op een sluitende businesscase om zoiets op te starten, moeten we dat wel faciliteren.
Het kan dus echt in de brede zin van het woord, zoals de heer Van Woudenberg heeft benadrukt. Ik heb in mijn interruptie al aangegeven dat daarbij ook echt moet worden gezocht naar een locatie in de stad. Er zijn welllicht locaties die daarvoor deels al zijn geëquipeerd, waardoor zoiets met minder investeringen gerealiseerd kan worden. Het amendement over eerlijk betalen voor cultuur hebben we mede-ingediend en is door anderen al goed gemotiveerd. Ik sluit me ook aan bij de oproep van de heer Den Hollander over de coronagelden voor cultuur. De heer DE WIT (Hart voor Delft): Voorzitter. In de commissie heb ik mij al duidelijk uitgelaten over dit Cultuurkader. Wij vinden dit een Cultuurkader van de elite en niet van de gewone man. Het geld gaat weer naar de dure instellingen, zoals het Prinsenhof. Dat krijgt meer geld: bijna € 4 miljoen per jaar naar Museum Prinsenhof. Dat is bizar. Wij zien dat er gekort wordt op VAK en DOK, dingen waarbij de burgers of de gewone mensen nauw betrokken zijn. Zij gaan er graag heen. Ik noem ook de andere cultuursubsidies: de kleine cultuursubsidies zijn weer de klos. Vandaar dat wij dit Cultuurkader niet ondersteunen. We hebben het met een amendement van STIP over de vlakke vloer. Dat is een heel onduidelijk amendement, want zoals wij het lezen, is er al een vlakke vloer in Theater de Veste.
Wat wordt er nou bedoeld? Moet er een derde verdieping op Theater de Veste? We 20
snappen er helemaal niets van. Er is al een vlakke vloer met een podium bedoeld in de Spoorzone: in Lumen komt al een poppodium. Waarom moet er nog eentje komen? De heer WEILER (STIP): Ik kreeg de vraag wat een vlakkevloerzaal is. Ik had me een beetje op die vraag voorbereid. Het is goed dat u dat vraagt. Theater de Veste heeft nog geen vlakkevloerzaak. Theater de Veste heeft wel vlakke vloeren, maar het gaat hier om een echte, goed geïsoleerde professionele zaal met geluidsinstallaties en misschien met een tribune die te verwijderen is, zodat het een uitgaansgelegenheid kan worden voor popconcerten. Kortom, het is echt een multifunctionele zaal. Die is er in Delft nog niet, maar die zouden wij graag willen. De heer DE WIT (Hart voor Delft): Dan moet u uw amendement drastisch aanpassen, want Theater de Veste wordt er continu in genoemd. Als u Theater de Veste stelselmatig schrapt uit uw amendement, kunnen we ergens komen, maar wij hebben het idee dat het door corona - we zitten nu in de vierde golf van de pandemie - sowieso onzin is om nu dit soort cultuurzaken te gaan verzinnen. Wie gaat er nog naar het theater? Wie gaat er nog in een zaal zitten met allemaal mensen? Je moet allemaal gecontroleerd worden. Er is een gigantische polarisatie in de maatschappij gaande over dit soort zaken.
Niemand gaat meer naar de bioscoop en nu komt u met een voorstel voor een poppodium, terwijl de festivals niks mogen organiseren. Ik vind het dus een beetje platte politiek. Het is heel makkelijk om dit nu zo te gaan roepen. Elke vier jaar krijgen we dit soort voorstellen van STIP. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Natuurlijk zijn de omstandigheden nu niet zo dat je ergens een nieuw podium neerlegt of zoiets. We hebben een gebrek aan geld en de coronacrisis is inderdaad heel serieus, maar u loopt echt al wat langer mee en in de politiek gaat het er juist om dat je wat verder vooruitkijkt. Dan vraag ik me toch af of u ook niet vindt dat bij deze stad Delft ook gewoon ergens in de stad een plek hoort waar popmuziek gespeeld kan worden en waar gedanst kan worden. Dat missen we toch sinds Speakers weg is? Daar moet je nu toch al over nadenken? Dat bent u toch wel met me eens? De heer WEILER (STIP): Ik denk dat Hart voor Delft en STIP gemeen hebben dat ze vaak opkomen voor de Delftse jongeren. In meerdere onderzoeken van de gemeente Delft, de Veldacademie en Youngworks is keer op keer aangetoond dat de Delftse jongeren op zoek zijn naar een plek voor liveconcerten, voor popmuziek, maar ook voor uitgaan.
Als dat meerdere keren is aangetoond, wordt het dan niet tijd om daar als gemeenteraad actie op te ondernemen en ons daarvoor in te zetten? De heer DE WIT (Hart voor Delft): Tegen de heer Den Hollander zou ik willen zeggen: ook Ciccionina heeft haar deur gesloten. Die dingen moet je natuurlijk aan de markt overlaten. Tegen de heer Weiler zeg ik: ja, natuurlijk zijn wij voor een poppodium, maar niet in het theater. We zien die combinatie niet zozeer in het theater. De VOORZITTER: Vervolg uw betoog, meneer De Wit, voor zover dat nodig is. De heer DE WIT (Hart voor Delft): Nee, ik moet op de tijd letten. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. Hoewel dit college fors investeert in cultuur, zijn het voor de cultuursector turbulente tijden vanwege de aanhoudende coronacrisis. Met het voorliggende Cultuurkader wordt perspectief geboden aan de sector. Wat echter nog ontbreekt, is een heldere uitvoeringsagenda. Die is echt nodig om te voorkomen dat wij binnen de cultuurportefeuille iedere keer weer worden verrast en op een salami-achtige wijze geld moeten bijplussen, zoals de afgelopen jaren meerdere malen is gebeurd. Gelukkig wordt in het Cultuurkader wel een uitvoeringsagenda aangekondigd. Als VVD willen we daar graag heldere kaders voor meegeven. Kan de wethouder klip-en-klaar toezeggen een uitvoeringsagenda op te stellen met daarin in ieder geval aandacht voor een 21
duidelijke prioriteitsstelling van activiteiten die op korte, middellange en lange termijn moeten worden opgepakt, een heldere financiële onderbouwing van de activiteiten, zowel structureel als incidenteel, ook als daar vooralsnog geen geld voor beschikbaar is? Daarnaast hebben wij in de commissie gevraagd of er een heldere definitie kan komen van wat "de basis op orde" eigenlijk betekent. Kan de wethouder toezeggen dit mee te nemen in de scenarioverkenning die op korte termijn wordt uitgevoerd richting 2030 en de uitkomsten daar waar mogelijk te verwerken in de uitvoeringsagenda? De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Ik klikte al toen ik "salami-achtig snijden" langs hoorde komen. Vindt u niet dat we qua cultuur inmiddels al ver op het korstje aanbeland zijn en dat er nog maar heel weinig te snijden is? De heer WEILER (STIP): De heer Van Rijn had het over een uitvoeringsagenda. Ik vind dat een interessant idee. Wij praten graag mee over de uitvoering van het Cultuurkader. We hebben volgens mij van het vorige Cultuurkader geleerd dat er voldoende budget tegenover moet staan om het uit te gaan voeren. Is de VVD dat met STIP eens? De heer VAN RIJN (VVD): De heer Den Hollander vraagt of we op het korstje zijn aangekomen. Ik wil voorkomen dat we iedere keer worden verrast. We hadden bijvoorbeeld een financieel plafond gesteld voor VAK. Toen kwam er opeens een additionele behoefte.
Bij De Veste zien we zoiets gebeuren. Daarnaast is het op dit moment natuurlijk een taaie tijd. Dat komt door de coronacrisis, maar u moet niet vergeten dat dit college geïnvesteerd heeft in Lumen, het Prinsenhof en het Rietveldtheater en dat het additionele subsidies verstrekt heeft aan VAK, De Veste en ook voor evenementen. Volgens mij is er door dit college dus ook aardig wat geïnvesteerd. Die mening over het korstje deel ik dus niet helemaal. Dan de heer Weiler. Zo'n uitvoeringsagenda moet wat ons betreft inzicht geven in wat nodig is om de basis op orde te krijgen, wat we op korte termijn moeten doen en wat we op middellange en lange termijn moeten doen. Als het schip met gouden munten binnenvaart, kunnen we voor ambities misschien geld beschikbaar maken, maar laten we eerst de basis op orde krijgen en laten we ook realistisch zijn: alles is afhankelijk van de financiële situatie. We hebben ook nog wel andere uitdagingen in Delft waar geld voor nodig is. De heer WEILER (STIP): Ik ben het met de heer Van Rijn eens dat we eerst moeten kijken naar "de basis op orde" en pas daarna naar ambities. Is de heer Van Rijn het dan met STIP eens dat we voor die "basis op orde" voldoende budget moeten uittrekken en is hij bereid daarvoor te investeren? De heer VAN RIJN (VVD): Dat is precies wat ik vraag aan de wethouder: dat hij duidelijk in kaart brengt wat "de basis op orde" is.
Laten we daar dan over discussiëren. Verder wil ik STIP eigenlijk een compliment geven. Met het amendement Een extra zaal voor een uitgebreider Delfts cultuuraanbod wordt eindelijk realiteitszin getoond, want STIP onderkent dat er geen middelen zijn en benoemt dit tot de categorie "ambitie". Dus hulde voor de realiteitszin van STIP. Daarom denk ik dat we voor dit amendement kunnen stemmen. En ja, als de stoomboot met munten binnenkomt, kunnen we kijken of we hiervoor geld vrijmaken. Dan het amendement Eerlijk betalen voor cultuur. Als VVD zijn wij voor beloning naar prestatie. Wij staan dan ook sympathiek tegenover dit amendement, maar wij moeten voorkomen dat wij iets introduceren waarvan wij de gevolgen niet kennen. Ik zou de wethouder dus willen vragen om in de verkenning naar het toepassen van de Fair Practice Code de volgende twee zaken mee te nemen: wat zijn de financiële gevolgen van de introductie van deze code en welke ongewenste bijeffecten heeft de introductie van de Fair Practice Code? Komen bijvoorbeeld organisaties die vooral draaien op vrijwilligers in de knel, omdat ze opeens een minimumloon moeten betalen? Het zou zonde zijn als 22
bijvoorbeeld 38CC, dat we net hebben gered, alsnog de deuren moet sluiten vanwege de introductie van deze code. Kan de wethouder bevestigen dat hij deze aspecten meeneemt in dat onderzoek? Op basis van de uitkomsten kunnen we dan een afgewogen besluit nemen over de toepassing van de code. Ik ga ervan uit dat de heer Van Overbeeke dit ondersteunt, hoewel hij zeer ontwijkend antwoordde op mijn vragen, dat de tekst in het amendement klopt en dat hij zich heeft vergaloppeert in de toelichtingstekst. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Voorzitter. Er is inderdaad al heel veel gepraat over het Cultuurkader. Vanaf het begin zeiden de culturele organisaties van Delft: wat er allemaal in staat, vinden wij prima, maar hoe gaan jullie dit allemaal doen zonder geld? De eerste keer dat wij het hierover hadden, vonden echt alle partijen - met voorop STIP, de partij van wethouder Vollebregt zelf, die hierover gaat - dat er echt veel meer geld naar cultuur moest. Dat vond iedereen de eerste keer, omdat een poppodium hoort bij een levendige stad van ons formaat en omdat een goede bibliotheek een basisbehoefte voor mensen in Delft is, net als een theater overigens, meneer De Wit. Volgens u willen gewone mensen of de gewone man niet naar het theater. Deze gewone vrouw denkt daar anders over. Volgens mij willen mensen wel naar het theater, maar is het gewoon voor veel mensen heel duur.
Ik wil weleens met u in debat over hoe dat opgelost moet worden. Later bleef van al die scherpe woorden bar weinig over. Gelukkig is tijdens de beschouwingen met hangen en wurgen nog een klein bedrag voor de bieb vrijgemaakt door deze raad. Daar zijn wij heel blij mee en dat voorstel hebben wij ook mede-ingediend, maar verder blijkt het eigenlijk precies zo te zijn als meneer Weiler net zei: cultuur zal in de verkiezingen en de tijd daarna een belangrijk onderwerp worden. Dat denk ik ook, want als u een wethouder heeft, kunt u daar uiteindelijk geen geld voor vinden. Dat klinkt misschien hard, maar zo is het wel. De voorstellen van vanavond geven een signaal af. Dat zeggen de indieners ook. Dat vind ik ook niet verkeerd; dat is prima en dat zullen wij steunen. De SP staat van harte achter het eerlijk betalen van mensen in de culturele sector, maar uiteindelijk gaat het om meer fundamentele keuzes over hoe we het geld in Delft verdelen. Dat gaat volgens mij nog niet goed met deze nota. Wij zullen daar dus niet voor stemmen. Wethouder VOLLEBREGT: Voorzitter. Het is vanavond vaak gezegd: na twee interessante besprekingen in de commissie besluiten we vanavond eindelijk over het Cultuurkader. Dat is mooi, want dan kunnen we er daadwerkelijk mee aan de gang gaan. Daar gaat het uiteindelijk om: niet om het papier maar om de resultaten in de stad.
Laat ik dit moment ook gebruiken om de culturele partners nogmaals te bedanken, die in een voor hen ontzettend bizarre tijd hebben meegedacht om dit tot stand te brengen en die daarvoor de tijd hebben vrijgemaakt. Het is echt gezamenlijk tot stand gekomen. Dat is belangrijk, want we zullen het in de uitvoering ook gezamenlijk moeten doen om uiteindelijk naar dat doel te gaan. Laat ik dat doel, nu ik toch nog de kans heb, nog één keer herhalen: een inclusieve cultuur waarbij iedereen meedoet in Delft, die past bij ons DNA, die ons een aantrekkelijke stad maakt om er te werken en te bezoeken en die rekening houdt met de groei van de stad en een passend voorzieningenniveau dat daarbij nodig is. Gelet op de twee besprekingen houd ik het daar in algemene zin bij en ga ik gewoon in op de concrete punten, allereerst het amendement van onder andere D66 over de Fair Practice Code. Dat is een sterke en goede boodschap. Iedereen kan het alleen maar eens zijn met die eerlijke betaling. Dat onderschrijf ik zelf uiteraard van harte, maar ook vanavond moet ik u toch kort wijzen op de consequenties. We gaan die verkenning naar de Fair Practice Code sowieso uitvoeren. Dat heb ik u al expliciet toegezegd in de commissievergadering. Mogelijk redden we dat al iets eerder dan 2023; dat zeg ik in de richting van de heer Van Overbeeke. Dat is misschien dus nog iets optimistischer.
En ja, daar hebben vrijwilligers zeker een aparte rol in. We moeten dus goed nadenken over hoe we daarmee omgaan. Afhankelijk van de uitkomst hebben we twee keuzes: we doen wat met een aanvullende financieringsvraag of we zullen nog aanvullende keuzes moeten maken. Maar dat is volgens mij klip-en-klaar. Tegen dat amendement heb ik dus geen bezwaar. 23
Het amendement over de vlakkevloerzaal hebben we ook al twee keer besproken in de commissievergadering. Daar is inderdaad zeker behoefte aan in Delft voor theater, cabaret en andere vormen maar natuurlijk zeker ook voor popmuziek. Dat is volgens mij u allen bekend. Om een klein beetje te reageren op het debatje dat vanavond ook plaatsvond: daar zit natuurlijk inderdaad echt een kans om te kijken of De Veste daarin een rol kan spelen, ook met de ervaring die het heeft en met wat het kan doen. Dan heb je het inderdaad absoluut over een multifunctionele zaal. Maar vanavond is ook al aan de orde geweest dat het voor iedereen, inclusief de indieners, helder is dat er op dit moment geen middelen beschikbaar zijn om daar echt op in te zetten. Maar dat neemt niet weg dat het een goed signaal is als u dit opneemt als ambitie. Ook tegen dat amendement heb ik dus geen bezwaar. De heer Van Rijn stelde vragen over de uitvoeringsagenda. De komende tijd gaan we met onze instellingen in gesprek over de uitvoering van al die programmalijnen. Daarvoor maken we een uitvoeringsagenda voor een periode van twee tot vier jaar. Wat mij betreft ligt dat nog open en sta ik daarbij ook open voor de input van onze culturele partners. Dat doen we wel binnen de beperkte middelen en met realistische verwachtingen van onze instellingen, ook lerend van de vorige uitvoeringsagenda.
De heer Van Rijn vraagt om een duidelijke prioriteitsstelling, zowel voor de korte termijn als voor de middellange en lange termijn, en om een heldere financiële onderbouwing. Dat kan ik me naar aanleiding van de financiële onderbouwing waarover we al met elkaar gesproken hebben, heel goed voorstellen. Ik heb daar wel twee kanttekeningen bij. Die lange termijn gaat niet terugkomen in de uitvoeringsagenda. Die is juist voor een wat kortere periode, zoals ik net al aangaf. Die gaan we daar dus niet in meenemen. De heldere prioriteitsstelling gaan we daar wat mij betreft wél in meenemen. De heer Van Rijn vraagt ook om op te nemen wat je graag zou willen doen maar wat je op dit moment misschien niet gedekt hebt. Dat vind ik ook prima. Wat mij betreft gaan we ook dat opnemen. Dat zal wel op hoofdlijnen zijn, want als we er nog geen middelen voor hebben, is het zonde om dat helemaal in detail uit te werken. Maar dat de VVD een ambitie uitspreekt om die middelen beschikbaar te stellen, vind ik natuurlijk positief. Daarvoor bent u niet afhankelijk van het wachten op een stoomboot, zeker niet in deze tijd. Het zijn uiteindelijk gewoon politieke keuzes. Daarvoor bent u als raad aan zet. De heer VAN RIJN (VVD): Ik dank de wethouder voor de toelichting.
Nog even voor alle helderheid: kan ik dit registreren als een toezegging? Wethouder VOLLEBREGT: Ik denk dat de griffie dat kan noteren als toezegging. Ja hoor, dat is geen probleem. Dan de scenarioverkenning. Onder andere naar aanleiding van vragen van de heer Den Hollander hebben we in de commissie gesproken over wat we in de richting van de lange termijn doen op voorzieningenniveau, ook bij een groeiende stad. We waren oorspronkelijk van plan om de scenarioverkenning vooral te doen naar de effecten van corona. We hebben die verkenning wat breder gemaakt. Wij gaan dus aan de slag met een scenarioverkenning. Daarin zit ook de vraag van de heer Van Rijn wat "de basis op orde" is. Laat ik daarbij gelijk aangeven dat dit een politieke vraag is en dat er geen wiskundig of wetenschappelijk antwoord te geven is op de vraag wat "de basis op orde" is. Maar met die scenarioverkenning willen we daar wel degelijk een richting van een antwoord op geven. We willen inzicht krijgen in de actuele status van de sector op dit moment en de gevolgen van de coronacrisis en we willen de stappen bepalen: wat moeten we doen om op de middellange termijn tot 2030 te komen tot een stevige basis? Het zit dus letterlijk in de opdracht aan het onderzoeksbureau dat die verkenning gaat doen. De uitkomsten daarvan nemen we inderdaad mee in een uitvoeringsagenda. Dat komt dus goed. Er staat ook al een 24
toezegging aan de heer Den Hollander over die scenarioverkenning, namelijk dat we daarin de groei van de stad meenemen. Laten we dit aspect daarin gieten. Dan maken we daar dus één verhaal van. Nog toevoegend in de richting van de heer Den Hollander: naast het feit dat we die scenarioverkenning gaan doen, zijn we op dit moment al aan het werk aan een zogenaamd normenkader. Dat is een kader waarin we, als we iets gaan ontwikkelen, schrijven wat daarbij ook aan maatschappelijke voorzieningen ontwikkeld moet worden. Daar kan cultuur wat mij betreft ook uitstekend een plek in krijgen. Dat is wat mij betreft dus een tweede plek waar we dat mee kunnen nemen. De heer Van Woudenberg vroeg of wij al het geld uitgeven dat wij van het Rijk krijgen. Ik denk dat hij daarmee doelt op de coronamiddelen. Ook een aantal andere partijen refereerden daaraan. Dat is een terechte vraag, die ons ook is gesteld door de Cultuurtafel. Een aantal fracties hebben daar achter de schermen ook vragen over gesteld. Wat mij betreft komen we daar in ieder geval even op terug bij de volgende coronarapportage. Dan heb ik ook wat meer technische informatie en dan kan ik u mogelijk ook voorzien van die cijfers. Wat mij betreft wordt dit dus vervolgd. GroenLinks vroeg terecht aandacht voor de Code Diversiteit, naast natuurlijk de Fair Practice Code.
Die nemen we niet mee in de verkenning naar de Fair Practice Code. Dat is echt iets anders. Dat zijn twee hele losse onderwerpen. Voor de Code Diversiteit gaan we een heel aantal andere acties doen, want ik denk ook dat er heel andere dingen nodig zijn om daar uiteindelijk stappen in te zetten. Er zijn een heel aantal acties opgenomen in het Cultuurkader. Om daar iets uit te lichten waar wij als gemeente een belangrijke rol in hebben, noem ik kennisdeling vanuit onszelf en vanuit de informatie van het Rijk maar ook tussen onze instellingen onderling, want er zijn in deze stad een aantal partijen die daarin heel goede stappen zetten. Dus nee, we nemen het niet mee. Maar ja, daar gaan we absoluut ook gewoon kei- en keihard aan werken. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. Ik kan het kort houden. Wij zijn als VVD spinnend tevreden met de twee toezeggingen van de wethouder ten aanzien van de uitvoeringsagenda. Dank daarvoor, wethouder. Dan nog even het amendement over de Fair Practice Code. De wijze waarop de wethouder wil omgaan met dit amendement, stemt ons tevreden: eerst de verkenning en op basis van de resultaten bezien op welke wijze deze Fair Practice Code uiteindelijk wel of niet wordt toegepast. Als het zo uitgelegd wordt, kunnen wij daar ook voor stemmen. De heer VAN OVERBEEKE (D66): Voorzitter.
Ook ik dank de wethouder voor de antwoorden op de aan hem gestelde vragen. Het is goed om in de volgende coronarapportage op de vraag van de heer Van Woudenberg over het coronageld terug te komen. Ook een beetje in de richting van de heer Van Rijn: het is echt goed dat de gemeenteraad met het breed ingediende amendement vanavond het signaal afgeeft dat eerlijk betalen voor cultuur, voor culturele producten die we afnemen - om het een beetje op een bedrijfsmatige manier te zeggen - echt iets is wat we gewoon moeten doen en waarvoor we geld vrij moeten maken, omdat dat fatsoenlijk is. Ik ben heel blij dat de gemeenteraad dat signaal vanavond breed afgeeft. De heer VAN RIJN (VVD): Wij zijn het er niet over oneens dat dit belangrijk is. Het gaat erom dat er gewoon een tegenstrijdigheid staat in uw amendement. In de toelichting zegt u wat anders dan in de tekst van het amendement. Dat is nu helder uitgelegd door de heer 25
Vollebregt. In dat opzicht denk ik dus dat wij kunnen leven met het amendement, maar u blijft gewoon verwarring zaaien. De VOORZITTER: Nou, meneer Van Overbeeke, daar kunt u het dan weer mee doen voor de rest van de avond. Mevrouw OSEPA (GroenLinks): Voorzitter. Ook wij danken de wethouder voor alle antwoorden. Ik ben nog wel benieuwd wanneer die Code Diversiteit en Inclusie in het programma staat. Het staat wel in het plan van aanpak. Is het 2022? De heer WEILER (STIP): Voorzitter. Nog één punt over het bericht van de Cultuurtafel over de coronagelden. De culturele sector moet het al doen met weinig middelen. Het zou dus heel plezierig zijn als de voor 2021 beschikbare coronagelden ook in 2022 beschikbaar blijven. We willen dat wel eerst technisch nagaan. We nemen graag het initiatief om hier technische vragen over te stellen. De brief van de Cultuurtafel en de antwoorden op die technische vragen betrekken we dan graag bij de bespreking van de coronarapportage volgende week. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Voorzitter. Ook ik wil de heer Vollebregt bedanken voor de antwoorden en met name voor hoe hij is ingegaan op het idee van de PvdA-fractie om echt te kijken naar de lange termijn en niet alleen naar de exploitatie maar ook naar de programmering. Het is heel fijn dat dit op deze manier een goede plek krijgt. Daar ben ik dus heel tevreden mee.
De VOORZITTER: Wethouder, allemaal open doekjes! U mag antwoorden. Wethouder VOLLEBREGT: Voorzitter. Het is ook gewoon een mooi stuk. Ik kan me dat dus helemaal voorstellen. Ik heb nog twee dingen openstaan. Ik heb vergeten ze op te schrijven, want ik zit in twee documenten tegelijkertijd. De fractie van GroenLinks vroeg wanneer we aan de gang gaan met de Code Diversiteit. Vanaf het eerste moment. De Code Diversiteit gaat natuurlijk over veel dingen. Die gaat over de representatie van mensen die in onze culturele partners en instellingen werken en ook over publieksbereik. Een van onze drie programmalijnen, Meedoen met cultuur, bevat een heel aantal elementen die wat mij betreft precies over die code gaan. Dat gaan we dus vanaf het eerste moment doen. Volgens mij was dat het. De VOORZITTER: Ik zie ook helemaal geen vingers. Ik stel dus vast dat wij de beraadslaging kunnen sluiten. In stemming komt amendement A8.3.A (Eerlijk betalen voor cultuur) van D66, het CDA, STIP, de ChristenUnie, GroenLinks, de PvdA, Hart voor Delft en Onafhankelijk Delft. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt amendement A8.3.B (Een extra zaal voor een uitgebreider Delfts cultuuraanbod) van STIP, Onafhankelijk Delft, het CDA, D66, GroenLinks en de PvdA.
Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met 34 tegen 4 stemmen, waarbij Hart voor Delft ertegen heeft gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 29 tegen 9 stemmen, waarbij Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de SP ertegen hebben gestemd. 26
XX. College van B en W - Woonmonitor (nr. 2127567). De VOORZITTER: Diverse fracties hebben nagedacht over moties. De heer DAG (STIP): Voorzitter. STIP is erg blij met het debat dat is gevoerd in de commissievergadering. De raad heeft meer dan genoeg prachtige ideeën om hiermee aan de slag te gaan. Nu is het tijd voor actie. Om de daad bij het woord te voegen, dient STIP vanavond samen met een groot aantal andere partijen twee moties in. Ten eerste krijgen Delftse jongeren nu niet of nauwelijks de kans om toe te treden tot de Delftse woningmarkt. Hoewel andere Delftenaren het ook lastig hebben op de woningmarkt, is de kans voor jongeren en starters wel erg klein. Daarom dient STIP een motie in om het verloten van een deel van de woningvoorraad te onderzoeken en dit te betrekken bij een nieuwe Woonvisie. Het verloten van een percentage van de sociale huurvoorraad lijkt een effectief middel te zijn om de slaagkans voor Delftse jongeren en starters te vergroten. Om over te kunnen gaan tot woningloten, is het echter essentieel dat dit weloverwogen gebeurt, met oog voor alle woningzoekenden in Delft. Voor STIP is de nieuwe Woonvisie daar een uitgelezen plek voor. Ten tweede dienen we de motie Actualiseren Convenant TU Delft - Gemeente Delft in. Het is mooi dat dit convenant zich ten doel stelt een sterke combinatie van stad en universiteit te vormen.
STIP mist op dit moment echter de urgentie bij de TU Delft om de huidige en de toekomstige tekorten aan studentenhuisvesting aan te pakken. De gevolgen van een groeiende universiteit voor de stad moeten in goede banen geleid worden. Het is cruciaal dat de TU Delft zich verantwoordelijk voelt voor de impact die het tekort aan voldoende woningen heeft op haar eigen studenten en de stad. Daarom vraagt STIP de raad in deze motie om uit te spreken dat in het convenant de ruimtelijke gevolgen van een groeiende universiteit in goede banen geleid moeten worden. Waar de universiteit invloed heeft op Delft, hoort zij mee te werken aan oplossingen, zoals bij de tekorten aan studentenhuisvesting. Daarnaast draagt de motie het college op om intensiever met de TU Delft in gesprek te gaan en ook toe te gaan naar effectieve sturingsinstrumenten om die sterke combinatie van universiteit en stad te vormen. De raad, het college en de TU Delft willen allemaal een Delft waar het fijn wonen, werken, studeren en leven is. Daarin sta je samen sterker dan alleen. Door de fracties van STIP, D66, de PvdA, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en Onafhankelijk Delft wordt motie M8.4.1 (Actualiseren Convenant TU Delft - Gemeente Delft) ingediend: "De gemeenteraad van Delft in vergadering bijeen op 18 november 2021 ter bespreking van de Woonmonitor 2021, constaterende dat: -
de gemeente in november 2016 een convenant heeft getekend met de TU Delft om de samenwerking tussen gemeente en universiteit te versterken ; dit samenwerkingsverband is opgesteld met als doel: 'het vormen van een sterke combinatie stad en universiteit'; in het huidige convenant geen aandacht is voor studentenhuisvesting in Delft, waaronder de huidige en toekomstige tekorten aan studentenwoningen; uit de Landelijke monitor studentenhuisvesting 2021 is gebleken dat Delft dit jaar al een tekort van 1500 studentenwoningen heeft en dat het tekort in 2028 met de huidige plannen zal oplopen tot 3600 studentenwoningen;
overwegende dat:
27
-
-
studentenhuisvesting in de samenwerking tussen gemeente en universiteit, gezien de tekorten en de verantwoordelijkheden van de TU Delft hierin, één van de centrale thema’s zou moeten zijn; om de huidige en toekomstige tekorten niet nog verder te laten oplopen een intensieve samenwerking met de TU Delft nog belangrijker zal zijn; de Delftse Rekenkamer op dit moment een Rekenkamerrapport opstelt om het convenant TU Delft - gemeente Delft te evalueren; de aandacht voor onzelfstandige studentenhuisvesting in het kader van studentenwelzijn gezamenlijk met de TU Delft opgepakt dient te worden;
spreekt uit dat het cruciaal is om de gezamenlijke ambities voor het realiseren van meer (onzelfstandige) studentenwoningen en de ruimtelijke gevolgen van de groei van de universiteit op de stad in goede banen te leiden concreet vast te leggen in het convenant met de TU Delft om gezamenlijk de huidige en toekomstige tekorten studentenwoningen in te lopen en de verantwoordelijkheden van de TU Delft vast te leggen; draagt het college op: -
-
intensiever met de TU Delft in gesprek te gaan en te zoeken naar sturingsinstrumenten om de ruimtelijke gevolgen van de groei van de universiteit op de stad in goede banen te leiden, en hierbij expliciet aandacht te hebben voor de huidige en toekomstige tekorten studentenhuisvesting; de uitkomsten hiervan bestuurlijk vast te leggen, waar mogelijk bij de actualisering van het convenant naar aanleiding van het Rekenkameronderzoek; de resultaten hiervan in Q2 2022 terug te koppelen naar de raad,
en gaat over tot de orde van de dag." Door de fracties van STIP, D66, GroenLinks, de PvdA, de ChristenUnie en Onafhankelijk Delft wordt motie M8.4.2 (Woningloten in Delftse woningvoorraad) ingediend: "De gemeenteraad van Delft in vergadering bijeen op 18 november 2021 ter bespreking van de Woonmonitor 2021, constaterende dat: -
de inschrijfduur voor jongeren die slagen, van 2013 tot 2020 is toegenomen van 31 maanden naar 48 maanden; jongeren in de leeftijd tussen 23 en 26 jaar in 2020 de laagste slaagkans (10,9%) hebben bij het vinden van een sociale woning; van alle doelgroepen het woningbezit tussen 2011 en 2018 is toegenomen, behalve van jongere starters; verloting van een deel van de Delftse sociale huurvoorraad ervoor zorgt dat de kansen van nieuwkomers op de woningmarkt toenemen; in 2020 in Delft 2,8%, 29 van de in totaal 1019, van de vrijgekomen sociale huurvoorraad verloot is;
overwegende dat: -
jongeren en starters in 2021 woningzoekenden zijn die via de reguliere rangorde niet snel in aanmerking komen voor toegang tot de woningmarkt; inschrijfduur de kansen van nieuwkomers op de woningmarkt beperken omdat zij onvoldoende wachttijd hebben opgebouwd; in de gemeente Utrecht 10% tot 20% en in de gemeente Amsterdam 15% van de vrijgekomen sociale huurvoorraad succesvol wordt verloot; 28
-
het instellen van een minimumpercentage voor het verloten van woningen als stimulans werkt om een deel van het vrijkomende woningaanbod te verdelen onder woningzoekenden in Delft;
verzoekt het college: -
-
te onderzoeken of het verloten van een deel van de sociale huurvoorraad bijdraagt aan het vergroten van de kans voor Delftse jongeren en starters op een woning en met welk voor Delft passend percentage dit het geval is zonder dat dit te grote negatieve effecten heeft op andere woningzoekenden; de uitkomsten van dit onderzoek expliciet mee te nemen bij het opstellen van de nieuwe Woonvisie 2023-2030,
en gaat over tot de orde van de dag." De heer MARUF (D66): Voorzitter. Zoals de heer Dag al zei, hebben we vorige week een inhoudelijk goed en heel fijn gesprek met elkaar gehad over de woningmarkt. Ik kan de inbreng van de collega's daarin goed waarderen. Onderling hebben wij daar gevolg aan gegeven door te sparren over allerlei mogelijke maatregelen om de situatie voor iedereen te verlichten. Daarom ben ik blij dat we de twee moties mede hebben kunnen indienen met zowel coalitie- als oppositiepartijen. De heer Dag heeft het nut van de moties al goed verwoord. Ik onderschrijf graag zijn boodschap. Voor D66 is het van belang dat wij mensen een fijne leefomgeving kunnen bieden. We wonen echt in een prachtige stad. Met de toenemende drukte op de woningmarkt probeer je iedereen ook gelijke kansen te geven om die woningmarkt in te komen. Ik wil kort stilstaan bij de kostendelersnorm. Ik heb met verscheidene collega's de afgelopen week goede gesprekken gehad. Ik heb gehoord dat er behoefte is aan een aanpassing. Ik wil er nog verder op studeren hoe dat kan en ik wil met de andere fracties bekijken wat er mogelijk is. Ik wil de wethouder uiteraard bedanken voor de snelle antwoorden op onze schriftelijke vragen. Afsluitend wil ik kort stilstaan bij een proef die de gemeente Rotterdam met de kostendelersnorm is gestart.
Zij heeft ervoor gekozen om het komende halfjaar voor 21- tot 27-jarigen het meetellen aan een huishouden stop te zetten. Dat is een soort vrijstelling voor kinderen tot en met 27 jaar. Volgens mij is dat een goede ontwikkeling en dat kan ook zeker lokaal. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Voorzitter. Tijdens de behandeling van de Woonmonitor in de commissie Sociaal Domein en Wonen heeft mijn fractie onder andere aandacht gevraagd voor de positie op de woningmarkt van enkele specifieke groepen. Daarmee doel ik op starters, studenten en ook ouderen met een zware zorgbehoefte. Dit heeft wat mijn fractie betreft uiteindelijk geresulteerd in het mede-indienen van de moties die net door de heer Dag uitgebreid zijn toegelicht. Ik schaar me graag achter zijn toelichting. Daar wil ik het voor dit punt bij laten. Mevrouw LIPS (GroenLinks): Voorzitter. GroenLinks vindt diversiteit een groot goed. Delft is een diverse, internationale stad waarin verschillende culturen met elkaar samenleven. Delft is als studentenstad ook een levendige stad. Dat maakt Delft een fijne stad om in te wonen. Diversiteit vraagt ook een evenwichtige bevolkingssamenstelling. Daarom wil GroenLinks niet het gesprek met de TU aangaan over tekorten aan studentenhuisvesting, maar over hoeveel studentenwoningen we nog in Delft en op de campus kunnen bouwen.
Wat is de impact van de blijvende groei van de TU op de stad? Het convenant en het gesprek hierover met de TU vindt GroenLinks uiterst belangrijk. We vragen de indieners van de motie daarom of ze dit met GroenLinks eens zijn en of ze in de motie de volgende zinsneden waar wij 29
moeite mee hebben, willen schrappen. Daarbij gaat het bij "spreekt uit" om de zinsnede: "om gezamenlijk de huidige en toekomstige tekorten studentenwoningen in te lopen en de verantwoordelijkheden van de TU Delft vast te leggen". Bij "draagt het college op" gaat het om deze zinsnede aan het eind van het eerste dictum: "en hierbij expliciet aandacht te hebben voor de huidige- en toekomstige tekorten studentenhuisvesting". Alleen als deze zinsneden geschrapt worden, kunnen we de motie steunen. De andere motie over het verloten vinden we een hele mooie motie van STIP. Vandaar dat wij die motie mede hebben ingediend. De heer DAG (STIP): Mevrouw Lips doet een voorstel om de motie aan te passen, maar ik wil nog wat dieper nagaan waar haar bezwaar precies vandaan komt. Zij zegt dat een zinsnede moet worden geschrapt over de huidige en toekomstige tekorten, maar ik wil dan een vraag bij mevrouw Lips neerleggen. Wil GroenLinks dan niet dat er gezien de groei van het aantal studenten meer bijgebouwd moet worden? Ik denk immers dat dat een deel van de oplossing is. Mevrouw LIPS (GroenLinks): Dat is een terechte vraag. Wat GroenLinks betreft moeten we vooral eerst kijken wat voor stad je met elkaar wil zijn. We willen eerst het gesprek aangaan over de impact van de TU en van de groei op de stad.
Vervolgens willen we kijken hoeveel studentenwoningen je daarin wil realiseren om te zorgen dat er geen disbalans ontstaat. Vandaar dat we eerst dat gesprek willen. Vervolgens kunnen we kijken hoeveel studentenhuisvesting dan nodig is. De heer DAG (STIP): Ik dank mevrouw Lips voor het beantwoorden van de vraag, maar ik wil toch nog even een verheldering. We hebben op dit moment een tekort. Uit het Kencesrapport is ook gebleken dat er toekomstige tekorten aankomen. Hoe goed je dat gesprek met de TU ook voert, je wilt toch ook kijken naar wat de oplossing is? Ik wil mevrouw Lips toch vragen of ze bijbouwen wel of niet als een van de opties ziet om dit probleem het hoofd te bieden. Mevrouw LIPS (GroenLinks): Ik denk dat je zeker moet kijken hoe je kan voorzien in de behoeften van voldoende studenten, die er ook zijn, en dat je ook studenten moet huisvesten. In de Woonmonitor zie ik ook dat dit niet het grootste probleem is op het punt van wonen. Er zijn groepen waarvoor de woningnood veel groter is. Daar moet je dus ook goed naar kijken, maar tekorten zijn er al heel lang in Delft doordat de TU blijft groeien. Daar blijven dus tekorten. Ook in het onderzoek dat gedaan is, zien we dat er nog meer studenten naar Delft komen en dat daarom ook nog meer studentenwoningen nodig zijn.
Ik denk dat je er goed naar moet kijken wanneer dat een keer ophoudt en dat dat een belangrijke discussie is. Maar je zult zeker ook moeten kijken naar de huidige woningnood om daarvoor oplossingen te zoeken. De heer DAG (STIP): Ik denk dat mevrouw Lips het aan het einde goed te pakken heeft. Volgens mij is dat wat de motie opdraagt. Volgens mij spreken we daarmee als raad richting de TU Delft uit dat de wethouder extra in gesprek gaat met de TU Delft en dat dit - want die huidige en toekomstige tekorten zijn er - onderdeel is van dat gesprek. Volgens mij kunt u de motie dan ook alleen maar steunen. De VOORZITTER: Mevrouw Lips, heeft u verder nog punten? Mevrouw LIPS (GroenLinks): Nee, dat was het. Ik wil alleen nog aangeven dat wij dat bezwaar houden en dat wij ook andere fracties vragen wat zij daarvan vinden. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. We weten het allemaal: de woningmarkt in Delft zit op slot en is totaal niet in balans. Dat blijkt ook weer uit deze Woonmonitor. Om op de lange 30
termijn het wonen in Delft betaalbaar te houden en voldoende woningen beschikbaar te houden, moet de woningvoorraad in Delft veranderen. Wat de VVD betreft wordt er daarom gestuurd op een forse uitbreiding van het aantal middeldure huur- en koopwoningen in Delft en moeten we, kortom, bouwen, bouwen, bouwen. Wij zijn dan ook erg blij met de toezegging van de wethouder tijdens de begrotingsbehandeling om de doorstroming te gaan bevorderen door middel van het bijbouwen van deze middeldure huurwoningen, want door meer middeldure huur- en koopwoningen bij te bouwen hopen wij dat starters en werkende Delftenaren in Delft kunnen blijven wonen. De heer AL JABERI (SP): Mevrouw Voogt zegt dat ze de woningvoorraad wil aanpassen en tegelijkertijd wil bouwen, bouwen, bouwen. Ik denk dat wij allebei fan zijn van meer bijbouwen, maar kan zij toelichten wat haar visie is op het veranderen van de woningvoorraad? Als ik het goed hoor, wil zij van een bepaalde categorie meer woningen ten koste van een andere categorie. Wat moet er dan gebeuren met de mensen die nu in woningen wonen die de VVD liever kwijt dan rijk is? Mevrouw VOOGT (VVD): De heer Al Jaberi zegt steeds dat wij zeggen dat er geen sociale huur in Delft moet zijn, maar dat is natuurlijk absoluut niet aan de orde. Wij willen graag middeldure huurwoningen en betaalbare koopwoningen bijbouwen.
Volgens mij willen we daarbij allebei hetzelfde en zeggen wij totaal niks over de sociale huur. Die is ook nodig. Die is op dit moment iets te hoog. Dat zou, zoals we al hebben gezegd, in balans moeten komen, niet door te slopen maar door het bijbouwen van andere woningen. Daarmee is dat punt volgens mij voor nu voldoende verhelderd. De motie over het convenant met de TU hebben wij mede-ingediend, want wij vinden het belangrijk om de TU aan te sporen om haar verantwoordelijkheid te nemen voor het huisvesten van de studenten, maar daarbij ook te kijken naar huisvesting buiten Delft en op het terrein van de TU Delft zelf om het tekort aan woningen in te lopen. Dat willen wij nog aan de wethouder meegeven. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Voorzitter. Eerst over de motie over woningloten: wij zijn het zeer met het voorstel eens om een percentage woningen te verloten. Maar ik hoorde de heer Dag van STIP zeggen: "Het is tijd voor actie". Deze motie roept op tot een onderzoek. Wij zouden zeggen: het is tijd voor actie; doe een pilot voor twee jaar, kijk hoe die bevalt, kom met een mooie evaluatie en dan hebben we een mooie actie in Delft. Onze naam staat om deze reden niet onder de motie, maar wij vinden het voorstel wel heel goed.
Wat de andere motie betreft: wij willen natuurlijk al jaren en jaren dat de TU ook eens verantwoordelijkheid gaat nemen voor het huisvesten van studenten, want er is een steeds weer stijgend aantal studenten. Daarbij denken wij vooral ook aan internationale studenten die hier komen en die toch ergens moeten kunnen wonen. Onze fractie heeft deze motie mede-ingediend, omdat wij dit een uitstekend idee vinden. Wij hadden in het convenant ook graag meegegeven dat, als er meer studentenhuisvesting nodig zou zijn, dat op de campus kan en dat de TU mee kan onderhandelen voor studentenhuisvesting in de regio. Ik wil nog even ingaan op wat de heer Maruf van D66 zei over jongeren die thuis wonen. Wij zijn het zeer eens met het voorstel van de heer Maruf om te zorgen dat jongeren thuis kunnen wonen totdat zij een huis kunnen krijgen en dat zij daarmee niet extra worden belast. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. De Woonmonitor is een zeer lijvig stuk. Het is ook best lastig om alles goed te begrijpen. Wij vinden het ook moeilijk om onze inwoners uit te leggen hoe het allemaal zit. Wij willen er eigenlijk naartoe dat dit een soort deelinvulling is en dat wij nog een lange weg hebben te gaan. Volgens ons behoort armoedebestrijding een onderdeel te zijn van het woonbeleid en van het voorraadbeleid. Daar hebben we het natuurlijk ook heel vaak over gehad.
Daarbij gaat het dus om woningverbetering, aanpak 31
van slecht geïsoleerde woningen en aanpak van slechte installaties, zoals nu aan de gang is in het Oostblok, waar mensen al zes weken in de kou zitten. Door deze ellende hebben ze steeds een hogere energierekening, nog eens extra door de hoge energieprijzen. Het gevolg is gewoon energiearmoede. De energievoucher vinden wij een zoethoudertje. Wij vinden dat op geen enkele manier een oplossing voor bijvoorbeeld woningen met enkel glas en woningen met een slechte installatie. Maar we zijn er wel blij mee dat dit iets is wat wordt gevolgd of dat andere kleine aanpassingen plaatsvinden. Daarom zijn wij voor etiketteren, budgetteren en programmeren. Het verhaal is nog lang niet af, maar ik merk wel dat we elkaar stukje bij beetje gaan vinden en dat er steeds meer vragen gesteld worden. Wij zouden het fijn vinden als er bijvoorbeeld zoiets als een Woonforum zou komen of een belangengroep die dit goed gaat bekijken en de mensen uit de stad mee kan nemen en begeleiden, want dit is allemaal best heel lastig te begrijpen. Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Voorzitter. Wij vinden de Woonmonitor 2021 een goed handvat om in 2023 de nieuwe Woonvisie op te stellen.
Het is heel goed mogelijk dat de nieuwe raad anders aankijkt tegen de 44% te bouwen woningen in het dure segment, wat best veel is, zoals ik in de commissie al verwoord heb, en misschien naar beneden bijgesteld kan worden ten gunste van de middenhuur of sociale huur. Wij hadden graag meer seniorenwoningen in de Woonagenda gezien. Nu is er alleen sprake van 108 appartementen in 2023. Ik verwacht ook dat er meer behoefte komt aan speciale woonvormen voor ouderen, maar desondanks is deze Woonmonitor een mooi uitgangspunt. Wij zullen er dan ook niet tegen stemmen. De motie Actualiseren Convenant TU Delft - Gemeente Delft van STIP heeft een belangrijk punt gemeen met de zienswijze van Hart voor Delft betreffende de studentenhuisvesting. Als er iets is waar wij ons druk over maken, is dat studentenhuisvesting die door de ambitie van de TU helemaal uit de hand loopt. De kamerwoningnood is zo hoog geworden dat er een crisis dreigt. De enige manier om dit op te lossen, is dat de TU terrein beschikbaar stelt voor huisvesting. Op deze manier kan de TU een flinke bijdrage leveren aan het oplossen van het tekort aan studentenhuisvesting. De stad heeft er alles aan gedaan om studenten te huisvesten, waardoor er voor de Delftse inwoners - jongeren, starters, senioren - geen woningen meer beschikbaar zijn en de stad in problemen komt.
Hele wijken zijn verkamerd en de problemen worden nu goed zichtbaar. Een tweedeling in bepaalde wijken dreigt, voor zover die er al niet is. Daar dient zo spoedig mogelijk een oplossing voor gevonden te worden. De TU beschikt over een prachtige, ruime en groene campus. Hiervan zou een gedeelte beschikbaar gesteld kunnen worden voor huisvesting van studenten. Ik spreek de hoop uit dat de TU hier net zo succesvol in zal zijn als in het groot maken van de TU zelf, opdat de studenten met plezier de verkamerde woningen zullen verlaten en deze weer beschikbaar komen voor de Delftse inwoners. De motie is sympathiek, maar zolang er niet in vermeld wordt dat de TU zich inspant om op eigen terrein meer studenten te huisvesten, kunnen wij de motie niet steunen. Kan de wethouder zich hierover uitspreken? Of beter nog: kan zij toezeggen dat zij zich hiervoor wil inzetten? De heer DAG (STIP): Mevrouw Grobben maakt het punt dat Hart voor Delft al vaker heeft gemaakt, namelijk dat het terrein van de TU Delft een plek is die gebruikt kan worden om dit op te lossen. Ik denk dat de motie die er nu ligt, een goed middel kan zijn om die verantwoordelijkheid bij de TU Delft weer even scherp te krijgen. Want een onderdeel van het gesprek zal zijn dat de TU Delft die grond beschikbaar heeft, zoals mevrouw Grobben helemaal terecht aankaart. Dat gaat wellicht resultaat opleveren.
Eigenlijk denk ik dus dat mevrouw Grobben juist kan instemmen met deze motie. Is zij dat met mij eens? Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Wat de heer Dag zegt, klopt inderdaad, maar ik wil graag van de wethouder horen dat zij zich hiervoor wil gaan inzetten. Ik wil in ieder geval dat zij zich hierover uitspreekt. 32
De motie over verloting kunnen wij helaas niet steunen. Hart voor Delft is eerder voorstander van het verlagen van de leeftijdsgrens voor inschrijving dan van verloten, maar wij hebben wel vernomen dat dit regionaal moeilijk in te passen is. Mogelijk is dit wel in te passen in de Woonvisie 2023-2030. De heer DAG (STIP): Ik kan het niet laten. Ik vind het veel te leuk om in debat te zijn met mevrouw Grobben. U zegt dat u de motie over woningloting niet steunt. Kunt u nog even kort beargumenteren waarom dat zo is? Mevrouw GROBBEN (Hart voor Delft): Ik dacht dat ik daar duidelijk over was, maar ik zeg het met alle plezier nogmaals, hoewel dat van de spreektijd af gaat. Wij zijn eigenlijk voor het verlagen van de leeftijdsgrens van 18 naar 16, zoals in de commissie volgens mij ook is benoemd door D66. Verloten is eerlijk, maar wij vinden dat eigenlijk toch niet eerlijk. Wij zijn dus eigenlijk tegen verloten. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. Over wonen kun je altijd heel lang met elkaar debatteren in de Delftse raad, want er is genoeg aan de hand. Dat weten we ook allemaal. Ik ga dat vanavond verder niet doen. We zullen onze munitie sparen voor de nieuwe Woonvisie die opgesteld zal worden en waarover we op verschillende manieren het gesprek zullen aangaan. Onze handtekening staat onder de twee moties, waar al veel over is gezegd.
Wat het gesprek en het convenant met de TU betreft: het lijkt me heel goed om daarover blijvend in gesprek te gaan. Ik zag dat onze vroegere wethouder Van der Woude zich in de Tweede Kamer hard heeft gemaakt voor de groei van de TU, vooral ook met internationale studenten, en de knelpunten die dat met zich meebrengt. Een simpele oplossing daarvoor zou kunnen zijn om Nederlands verplicht te stellen op de universiteit. Het zou mooi zijn als ze dat weet te regelen. Dat scheelt volgens mij heel veel instroom. Dan kunnen we misschien wat beter alles in deze stad kwijt. Maar goed, dat is niet voor hier en niet voor vanavond. Nogmaals, onze handtekening staat onder de moties en die zijn wat ons betreft voldoende toegelicht. De heer AL JABERI (SP): Voorzitter. Er is al veel gezegd door de andere sprekers. Ook in de commissie was de conclusie simpel: de woningmarkt zit op slot, niet alleen in Delft maar in heel Nederland. Er is een groot tekort aan woningen en we moeten keuzes maken. De SP ziet dat de mensen met de kleinste beurzen de stad uit worden gejaagd. De kwantiteit van betaalbare woningen neemt af, maar ook de kwaliteit. Het is een goed begin dat deze Woonmonitor de energielabels van woningen beter in kaart brengt, maar we zien dat verbetering van diezelfde woningen achterblijft.
In de Poptahof, het Oostblok en de Van Assendelftstraat kampt iedereen met torenhoge stookkosten en schimmelproblematiek. Zoals andere sprekers al hebben gezegd, moet de Woonvisie inderdaad geactualiseerd worden, vooral om de verschillen in de stad aan te pakken. Het afnemende aantal jonge gezinnen en starters moet ook een kans krijgen om zich in Delft te vestigen. Wij vinden ook dat een woning een basisbehoefte is en geen loterij. De SP is voor huisvesting van jongere starters en gezinnen, maar niet als dat ten koste gaat van mensen met urgentie. Daarnaast moet een woning passend zijn en is het de vraag of dat gerealiseerd wordt door loting. Daarom zal de SP de motie over het verloten van woningen niet steunen. De TU trekt een groot deel van de inwoners van Delft aan. Ik ben er daar zelf één van. Bijdragen aan huisvesting van studenten is daarom logisch, zeker in deze tijd, waarin de tekorten steeds meer toenemen en de woningmarkt ook op andere fronten krapte vertoont. GroenLinks geeft terecht aan dat het niet alleen moet gaan over het faciliteren van de ongecontroleerde groei van de TU Delft, maar dat die groei met beleid moet gaan en in de maat moet zijn met de hoeveelheid studenten die de TU Delft kan huisvesten. Daarom wachten wij de reactie van de wethouder af alvorens wij bepalen of wij de motie steunen. 33
Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik herhaal ook dat we volgens mij een heel mooi gesprek in de raad hebben gehad. De Woonmonitor legt vast waar we staan, kijkt terug en agendeert een aantal zaken. Het is eigenlijk niet het beleidsdocument maar het geven van de richting van hoe we met het beleid omgaan. We hebben in de commissie mooie gesprekken gevoerd die straks een prima input zijn voor de nieuwe Woonvisie die we gaan maken, waarbij de raad natuurlijk intensief betrokken zal zijn. In alle dingen die wij nu agenderen, zie je dat het blijft gaan om het verdelen van schaarste. Dat zal op korte termijn ook niet zomaar oplosbaar zijn. We kunnen heel hard bijbouwen, maar die druk is heel groot. Als je één partij iets meer ruimte geeft, gaat dat dus altijd ten koste van een andere. Dat wil ik u in ieder geval meegeven, ook in de aanloop naar de nieuwe Woonvisie. Ik denk dat de oproep om het gesprek met de TU wat meer handen en voeten te geven en dat wellicht ook in het convenant in te brengen, een heel goede is. Ik zie die oproep eigenlijk als een brede opdracht - dat hoor ik ook in de raad - om met de TU in gesprek te gaan over de groei van de universiteit, die als consequentie heeft dat de woningvraag toeneemt maar ook dat er een andere ruimtelijke impact is. Het aantal fietsers neemt toe en de mobiliteit neemt toe. Uiteindelijk heeft dat steeds zijn impact.
Eigenlijk zie ik dit als een oproep aan mij om met de TU op welke manier dan ook daarover in gesprek te gaan en op zoek te gaan naar instrumentarium. Ook daarvoor noemt u een aantal dingen: aan de ene kant zorgen dat we bijbouwen - volgens mij hadden we daarover al de afspraak dat ik daarop zou aandringen in steden die nabij Delft liggen, maar het kan ook via sturen op de instroom, zoals mevrouw Gooijer zei en zoals mijn collega Hatte van der Woude ook al in de Kamer heeft aangegeven. Je bent dus op zoek naar een breed instrumentarium om die sturing te geven. Ik denk dat dat het gesprek tussen de TU en ons zou moeten zijn. Mevrouw Grobben vroeg of we met de TU ook het gesprek voeren over haar campus. Ja, dat doen we nu al. Heel concreet zijn we met de TU ook in gesprek over de campus aan de zuidkant, waar de bedoeling was dat daar bedrijvigheid komt, om daar te kijken of we in de tijdelijkheid studentenhuisvesting neer kunnen zetten. Het is dus zeker op dit moment niet een geheel dichte deur, maar het blijft een gesprek met elkaar over die verantwoordelijkheid voor de footprint van de TU op onze stad om die zo goed mogelijk op te pakken en daar instrumentarium voor te ontwikkelen. Ik denk dat dat essentieel is. Nog een aantal concrete vragen. Het bouwen van middeldure huur is ook in de commissie aan de orde geweest.
Daar hebben we een percentage voor en daarin doen we eigenlijk al meer dan dat percentage aangeeft. Dat gaat volgens mij dus op een goede manier. Hart voor Delft zei dat we nog maar heel beperkt ouderenwoningen hebben. Dat gaat over realisatie. Realisatie staat in de Woonvisie, maar er is een hele grote lijst met projecten voor ouderen, die we in de Agenda Langer en Weer Thuis gaan bijhouden. Daar zal ik u ook van op de hoogte houden. Dat is een lijst waar al concrete afspraken over zijn of plekken waar we locaties gaan onderzoeken. De andere motie gaat over woningloten en sluit aan op de opdracht die de raad heeft gegeven om de positie van jongeren op de woningmarkt goed in beeld te brengen en om dat onderzoek ook te betrekken in de Woonvisie. Dat is volgens mij een hele goede lijn. De motie haalt daar eigenlijk dit ene punt uit. Ik denk dat het goed is om dit te markeren en om dit ook in het proces van de Woonvisie mee te nemen: hoe geef je de startende jongeren toch iets meer plek? Primair is daarbij wel belangrijk dat je op de markt van de sociale huursector meer ruimte biedt voor jongeren. Ik waarschuw daar nog een keer voor: dat heeft een consequentie voor een ander deel van de mensen die zoeken op die woningmarkt. Ik denk dat dat een essentiële moet zijn: dát is de primaire, eerste lijn die je inzet en vervolgens kan je daarvoor het instrument van loten inzetten.
Je kan meerdere instrumenten inzetten, maar loten is daarvan de meest logische, omdat inschrijfduur een hele rare zou 34
zijn. Ik wil nog wel aangeven dat je bij loten ook die passendheid prima kan regelen, zowel qua inkomen als qua aantal kamers, want dat is gewoon waarop je de woning labelt. Wat mij betreft is het dus een goede opdracht om dit en ook de consequenties hiervan uit te zoeken. Dat is ook exact het antwoord aan het CDA: je kan het niet morgen invoeren en we gaan ook al met de Woonvisie aan de slag. Die twee kunnen dus parallel lopen. Je moet die consequentie voor andere doelgroepen in beeld brengen, want anders weten we niet wat de gevolgen zijn. En je moet het inregelen. Je hebt het niet zomaar in je Woonnet Haaglandensysteem ingezet. En wat de uitvoerende kant betreft: kijk uit, wij worden als overheid steeds meer op de vingers getikt en beoordeeld op de vraag of we de uitvoering goed geregeld hebben. Dat vraagt ook nogal wat. Het is mooi als dat parallel met de Woonvisie oploopt. Het andere punt dat nog aan de orde kwam en waarmee D66 bezig is geweest, is het verlagen van de leeftijd waarop je ingeschreven kan worden. Als je dat doet, kan je in ieder geval nog niet huren, want je kan pas huren als je 18 bent; anders mag je het contract niet tekenen. Maar als je de groep vergroot - dat doe je: mensen bouwen meer woonduur op omdat ze langer ingeschreven staan - schuift het hele circusje uiteindelijk gewoon op en dan heb je nog meer woonduur nodig om aan bod te komen.