CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-handelingen raad 15 juli 2021

Raadsvergadering 15 juli 2021, gemeente Delft41.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ik zeg nogmaals dat dat best goed lijkt te werken, want het is nog steeds zo dat de Grote Plas de best scorende plas is. Dat komt ook juist doordat we dat ecologische spoor hebben ingezet en niet hebben ingezet op incidentele bestrijding. Dus ik ontraad deze motie. 19

De VOORZITTER: Mevrouw Gaal, ik wil u vragen om uw tweede termijn verder in uw tweede termijn te doen, om het zo te zeggen. Wethouder VOLLEBREGT: Voorzitter. Mijn betoog gaat de educatieve waarde van het betoog van de heer Brandligt niet overtreffen, maar ik zal wel reageren op de moties over de VAK, onder andere van het CDA. Het is goed dat we met elkaar het beeld scherp hebben; dat kwam in het debat al even voorbij. In deze Kadernota, waar opnieuw scherpe keuzes in staan met nog een niet-sluitend resultaat in 2025, stellen we als college vanavond voor om juist wel ruimte vrij te maken voor de VAK, zo'n € 150.000 aan aanvullende subsidie om VAK overeind te houden, juist omdat wij net als het CDA die functie voor de stad zo belangrijk vinden. Tegelijkertijd klopt het dat dit minder is dan in het scenario dat de VAK heeft gepresenteerd. Daarnaast is het ook zo - daarmee reageer ik op de eerste motie van het CDA - dat wij in opdracht van een in deze raad aangenomen motie inderdaad gaan kijken wat de impact van een aantal bezuinigingen op de stad is. Eventueel zullen wij u daar bij de begroting een voorstel voor doen, gebruikmakend van het saldo dat u vanavond in de Kadernota vrijmaakt om die impact eventueel te dempen.

U heeft in die motie al aangegeven dat er in ieder geval naar Delft voor Elkaar en naar DOK moet worden gekeken, maar de motie heeft het ook over een bredere afweging. Dat is ook hoe het college de motie zal uitvoeren. Wij zullen in de volle breedte kijken en ja, daar kunnen we ook de VAK in meenemen. Daarmee zeggen we natuurlijk niet dat we per se iets gaan doen, maar in die afweging zullen we de VAK meenemen. Heel praktisch: het zou kunnen dat dit voorstel na de begroting volgt, gewoon in de tijd, omdat het anders ambtelijk niet te doen is en omdat we ook informatie van externe partners nodig hebben. Verwacht u daarbij ook niet een ellenlange beleidsanalyse, maar echt een kort voorstel. De tweede motie over de VAK loopt eigenlijk al vooruit op in ieder geval die afweging en ook op de financiële ruimte die er is. Vanwege het gebrek aan financiële ruimte wil ik die motie ontraden. Wellicht kan wethouder Harpe nog iets verder ingaan op de samenhang met de jeugdzorg. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Er is geen vraag over mijn portefeuilles gesteld. De VOORZITTER: Mooi, een lekker rustig avondje, mevrouw Huijsmans, tot nu toe. Wethouder HARPE: Voorzitter. In reactie op de motie Rijksgeld voor sociaal domein van het CDA, de ChristenUnie en Onafhankelijk Delft: daarover hebben we het in de commissie natuurlijk al gehad. Ik herhaal kort wat ik toen gezegd heb.

We hebben het hier over geld waarvan nog niet bekend is of het door het Rijk gelabeld gaat worden voor jeugdzorg. We hopen dat in de loop van de komende maanden te horen. Ten tweede is het geld niet bedoeld voor extra investeringen. Het geld is bedoeld om tekorten die zijn ontstaan in de jeugdzorg, op te lossen. Die tekorten hebben wij opgelost door de algemene reserve te benutten. Dat betekent dat we nu geld krijgen om tekorten in te lopen, te dekken, en dat dat geld weer teruggaat naar de algemene reserve. Mevrouw Bel en mevrouw De Boer hebben daar al iets over gezegd. Vervolgens kijken we opnieuw wat er nodig is voor de jeugdzorg. We maken een integrale afweging om de benodigde kosten ook te gaan dekken. We hebben ongeveer 7 miljoen uit die algemene reserve gehaald om de begroting voor jeugdzorg rond te krijgen. Dat valt bij wijze van spreken dus tegen elkaar weg. Ten derde is het incidenteel geld. We hebben nog steeds geen structurele oplossing. Op zich hebben wij geen probleem met incidenteel geld. Daar hebben we ook de reserve Sociaal domein voor. Als we eenmalig iets nodig hebben om een extra stap te zetten, een pilot te storten of anderszins, doen we dat dus ook. Wat dat betreft denk ik dat dit een heldere lijn is. Het college ontraadt dus de motie, die op zich natuurlijk sympathiek is, kijkend naar het hart dat u heeft voor de jeugdzorg. 20

Een korte aanvulling op collega Vollebregt over de VAK-motie, waarin ook even een link wordt gelegd met de jeugdzorg in die zin dat muziek ook goed zou zijn voor kinderen die zorg nodig hebben. Het is geen vervanging voor therapie tegen hechtingsproblematiek, trauma's of eetstoornissen. We ontkennen niet dat muziek van waarde kan zijn bij talentontwikkeling bij nadere oriëntatie, maar het kan niet in de plaats komen van de in het algemeen zware therapieën die we zien in de jeugdzorg. Daarnaast is hier, zoals ik al zei, sprake van incidenteel geld. Daar kun je dus niet een structurele bezuiniging of anderszins bij VAK mee dekken. Ik sluit me dus aan bij wat collega Vollebregt al zei over het ontraden van de motie. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Het is allang wetenschappelijk bewezen dat muziek en muziekonderwijs heel goed zijn voor de sociale en psychische ontwikkeling van kinderen. Ik vind de uitspraak van de wethouder dus een beetje boud. Wij bedoelen vooral het voorkómen van therapieën voor kinderen. Ik hoor dat u al helemaal bent ingenesteld in het uitgangspunt dat kinderen allerlei therapieën nodig hebben. De VOORZITTER: Mevrouw Van Geenen, een interruptie is kort en krachtig. Wat is uw punt? Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Sorry. Hoe kijkt de heer Harpe aan tegen preventie? Muziek kan immers voorkomen dat therapieën nodig zijn.

Wethouder HARPE: Jazeker, daarover verschillen we ook niet van mening. We hebben preventie natuurlijk ook als een belangrijk speerpunt. Kijk naar het manifest. We zijn bezig met het Beleidskader preventie. Daar komt deze discussie dus ongetwijfeld in terug, maar op dit moment geld vrijmaken om door middel van deze preventie iets extra's te doen richting VAK, vind ik niet de geëigende weg. En we gaan nog met elkaar praten over de toegevoegde waarde van preventie. Ik heb ook niet gezegd dat het helemaal niks doet, maar ik wil nog graag een gesprek met u voeren over de gedachte dat zware jeugdzorg afgeschaald kan worden omdat we muziektherapieën of anderszins geven. Maar over preventie zijn we het op zich eens. De bekostiging daarvan is iets anders. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik behandel twee moties met een vergelijkbaar doel, namelijk een buitenbad. Dat verzoek komt regelmatig terug en heeft ook bijna altijd een relatie met de Delftse Hout. Ik hoop dat we bij mooi weer deze zomer de blauwalg buiten de deur houden, want dan hebben we volgens mij een deel van de discussie gehad. In het onderzoek dat wij naar de zwembaden hebben gedaan, is dit ook altijd een zoektocht geweest: kan je bij een zwembad ook een buitenbad realiseren? U moet bedenken dat dit binnen een stedelijke context heel lastig is, want het maakt altijd herrie.

Daarmee zullen we dus rekening moeten houden, maar er is nu een heel concreet verzoek. Voor alle duidelijkheid: wij hebben op dit moment absoluut niet de ambtelijke capaciteit om het onderzoek te doen, maar veel belangrijker is dat we op dit moment ook niet de middelen hebben om te investeren in een zwembad en ook de exploitatie af te dekken, want bijna altijd is ook een buitenbad exploitatietechnisch niet sluitend. De lijn die we nu aan het uitzetten zijn met de vernieuwing van het zwembad Maria Duyst, maar ook alle investeringen in sport vragen echt onze aandacht. Tegelijkertijd weten wij dat we op termijn ook nog naar het zwembad Kerkpolder moeten kijken. Het is natuurlijk heel slim om, als we zwembad Kerkpolder gaan renoveren - ik denk dat dat ergens in 2025 aan de orde komt - erover na te denken of daar, toegevoegd aan het binnenbad, een buitenlocatie kan komen. Daar wil je vaak ook een grasveld bij hebben. Dat is dus de lijn die we gaan inzetten, maar op dit moment gaat dit niet lukken. Op dit moment hebben we geen menskracht en geen geld om hiermee aan de slag te gaan. In de tussentijd zou het kunnen zijn dat Delftse Hout toch in die functie gaat voorzien. Tegelijkertijd weten we dat we op termijn met zwembad Kerkpolder aan de slag moeten, maar dat zit veel verder in de tijd. Op dat moment kunnen we die 21

afweging opnieuw maken om te kijken of we, als we dat zwembad renoveren, daar iets met een buitenbad en een grasveld kunnen doen. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Het één staat in onze motie niet los van het ander. Dat mag duidelijk zijn. In 2010 is een uitgebreide analyse gedaan van het watersysteem van de Delftse Hout. In het water bevindt zich poep van dieren maar ook van mensen. De regen spoelt dat de plas in. Ook zijn er conflicterende situaties. Uit de watersysteemanalyse blijkt dat de Delftse Hout een hele kwetsbare locatie is. De draagkracht van het systeem is vooral door gebrek aan ijzer en de matige begroeiing zeer gevoelig voor vermesting. Bijna elke externe belasting is te veel, dus ook zwemmen. Juist daardoor zijn we tot een motie voor zo'n buitenzwembad gekomen, want dit blijkt elke keer weer een probleem te zijn. Vandaar dat we vragen om een onderzoek naar een zwemlocatie en dat we geen motie hebben ingediend met "hier moet een zwemlocatie komen", omdat je met zo'n motie de bevolking eigenlijk al in de voet schiet. Wij hebben die analyse van het water nader bekeken, ook in verband met de Flock- en Lockmethode, die onderzocht is door de universiteit van Wageningen. Die heeft deze methode zelf bedacht.

Ik heb in het projectplan van die universiteit over Flock en Lock gelezen dat het principe achter de Flocken Lockmethode is dat blauwalgen dankzij een flockmiddel afzinken naar de bodem. Daarna worden ze toegedekt met een fosfaatfixatiemiddel. Dit middel zorgt ervoor dat er geen fosfaat vrijkomt uit de waterbodem. Zo is deze essentiële voedingsbron niet langer voor blauwalgen beschikbaar, waardoor ze zich niet meer massaal ontwikkelen. De Flock- en Lockmethode is na uitvoerig testen toegepast op zwembad De Rauwbraken in BerkelEnschot. Het heeft daar zeer goed gewerkt. Er groeien nu waterplanten en er zijn weinig algen. Een perfecte ingreep dus. Ook zwemplas De Kuil in Prinsenbeek heeft na behandeling met Flock en Lock geen last meer van blauwalggroei. Dit is dus een kansrijke innovatie. Mevrouw BEL (D66): Ik ben benieuwd of het mevrouw Gaal om het middel te doen is of om het doel, want de heer Brandligt heeft net heel mooi aangegeven dat de maatregelen die we tot nu toe al inzetten, hun vruchten beginnen af te werpen en dat dat ecologisch verantwoorde maatregelen zijn. Wil mevrouw Gaal graag deze methode inzetten of vindt zij een andere methode die ook resultaat heeft ook goed? Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): De methode die gebruikt is in andere natuurwaterplassen, heeft echt perfect gewerkt. Nu zegt de wethouder: kijk, er is geen blauwalg.

Maar vier weken geleden was er nog wel blauwalg. Ik kom daar regelmatig. Ik laat daar de hond uit en ik ga daar kijken. Dan staat dat bord er weer. Het is ook bij TV West geweest. Het gaat mij er dus om dat mensen moeten kunnen verkoelen en dat kindertjes lekker vrij moeten kunnen spelen. Waar kunnen ze dat in Delft? Zegt u mij dan eens waar kleine kinderen nu lekker in water kunnen spelen? De waterspeeltuin is altijd dicht als het heet is in de zomer, omdat er dan ook daar blauwalg is. En dat is dan maar een kleine locatie. Dan zouden we het daar toch gewoon kunnen proberen als een soort proeftuin? De heer DE WIT (Hart voor Delft): Voorzitter. Wethouder Schrederhof van de Partij van de Arbeid, die vroeger een partij voor de arbeiders was, zegt in feite dat zij twee argumenten heeft. Zij zegt dat zij geen ambtelijke capaciteit heeft. Dat snap ik niet, want we hebben ontzettend veel ambtenaren in Delft. Die zitten thuis en wat ik ervan begrijp, werken ze daar efficiënter. Zij zegt ook dat zij de middelen niet heeft. Zo hou je ons natuurlijk niet voor de gek, want het is natuurlijk een keuze die het college maakt. Het college kiest er niet voor. Het college kiest voor geld voor het Mobiliteitsplan, klimaatplannen en de cultuurplannen, hele dure cultuurplannen. Dat zijn keuzes die allemaal ten goede komen van de linkse en rechtse elite.

Daarom verbaast het me dat de Partij van de Arbeid zegt: dit gaan we niet doen. Want dit is iets voor jongeren van alle lagen van de bevolking. Ik denk ook gewoon dat 22

het nodig is, want in tegenstelling tot wat OD zegt, hebben wij er allang geen vertrouwen meer in dat de Delftse Hout ooit schoon zwemwater wordt. Als het 25 à 30 graden wordt, gaat die blauwalg weer woekeren, want al die ecologische maatregelen, zoals natuurvriendelijke oevers … Het was dit voorjaar maar een paar dagen warm en de blauwalg was er weer. Dat wil ik ook nog even zeggen over de motie Flock en Lock: dat zijn allemaal zaken die al geprobeerd zijn in de Delftse Hout. Die zijn allemaal mislukt. Wij hebben dus totaal geen hoop dat in de Delftse Hout ooit nog gezond gezwommen kan worden door jongeren zonder ziek te worden, als er een hittegolf is. Met andere woorden: wij houden onze motie overeind. Wij vinden dat het college daar geld voor had kunnen uittrekken. Het college had in ieder geval kunnen zeggen: we gaan het proberen. Maar helaas, het college doet dat niet. Mevrouw BEL (D66): De heer De Wit geeft heel mooi aan dat het toch wel enigszins politiek is, maar ik ben benieuwd of de heer De Wit dan vindt dat inzetten op voetgangers, fietsen, jeugdpreventie, buitensport en schoolgebouwen allemaal inzetten is op de elite en of dat niet voor de gewone mensen en de jongeren is. De heer DE WIT (Hart voor Delft): Ja, maar we zien de jongeren voor wat verkoeling nu van ellende in de grachten springen, met gevaar voor eigen leven.

De steden warmen op en de zomers worden langer en heter. U heeft gelijk als u zegt dat er andere zaken zijn, maar dat is gewoon lopend beleid. We hebben het erover dat Delft dit tekortkomt. Dit missen we. We blijven daar dus voor gaan. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Meneer De Wit zegt dat de Flock- en Lockmethode door het hoogheemraadschap is getest. Dat is helemaal niet waar. U liegt gewoon, want ik heb hier het stuk waarin staat dat dit niet zo is. De heer DE WIT (Hart voor Delft): U komt waarschijnlijk toch niet zo lang in de Delftse Hout. Zo te zien is dat zo. Flock en Lock met zuurstofbellen en waterstofperoxide is zo'n acht jaar geleden allang als experiment geprobeerd in de Delftse Hout. Dat zal wethouder Brandligt bevestigen. Dat was geen succes. Ik distantieer me dus van dit soort kwalificaties. De VOORZITTER: Ik ga straks aan de heer Brandligt vragen of hij daar een zinnig woord over kan zeggen. U kijkt hier in ieder geval verschillend tegenaan op basis van de voor u beschikbare informatie. Mevrouw BEL (D66): Voorzitter. Door alle interrupties heb ik nog niet gereageerd op de hele zwemdiscussie. D66 heeft er in de vorige periode ook al een belangrijk punt van gemaakt dat dit iets is waar in Delft heel veel behoefte aan is, zoals de heer De Wit ook aangeeft. Dat onderschrijven wij.

De heer De Wit kan zich herinneren dat we al jaren inzetten op het bestrijden van de blauwalg. Het is goed om van de heer Brandligt te horen dat dit nu zijn vruchten begint af te werpen. We proberen ook al jaren creatief mee te denken, bijvoorbeeld over een te openen dak. Dat is bij de Maria Duystlaan geen haalbare kaart, maar misschien is dit te zijner tijd een optie bij Kerkpolder. Wat de moties betreft: volgens mij hebben we in het verleden al eens uitgezocht of het haalbaar is om in Delft een apart buitenzwembad te realiseren. Ik vind het dus eigenlijk alleen maar goed nieuws dat de wethouder nu aangeeft dat dit bij Kerkpolder weer overwogen wordt. Laten we in de tussentijd dan vooral inzetten op gezond buitenwater en dit samen met het hoogheemraadschap oppakken. Tot slot de motie over het inzetten van VAK om zware jeugdzorg te voorkomen. Ik sluit me helemaal aan bij de woorden van de wethouder. Cultuur is enorm belangrijk, zeker voor de jeugd, en kan ook best een preventieve werking hebben, maar volgens mij met name voor het voorkomen van lichte jeugdzorg. De zware jeugdzorg is toch echt iets wat je niet met een pianoles kunt voorkomen. Dat lijkt me dus niet iets wat een oplossing biedt. 23

Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Is mevrouw Bel zich ervan bewust dat het grootste deel, het allergrootste deel, van kinderen in de jeugdzorg valt onder "ambulant algemeen"? Dat zijn dus helemaal niet zulke ernstige problemen. En ik zal nog een keer zeggen dat wetenschappelijk is bewezen dat muziek heel goed is voor de psychische toestand en de sociale vaardigheden van kinderen. Ziet u het dan niet ook als een soort preventie? Mevrouw BEL (D66): Het lijkt me uitstekend om kinderen zo veel mogelijk te stimuleren om op muziekles te gaan. Daar gaat ook best een preventieve werking van uit, maar mevrouw Van Geenen is zich er ongetwijfeld ook van bewust dat het weliswaar niet bij de grootste aantallen in de jeugdzorg om zware jeugdzorg gaat, maar dat daar wel het meeste geld heen gaat. De VOORZITTER: Nee, ik stop nu met deze discussie, want anders vervallen we in herhaling. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Volgens mij laten dit debat en ook het debat in de commissie zien dat heel veel partijen qua inhoud niet zoveel van mening verschillen over wat de stad nodig heeft en wat belangrijk voor de stad is. Maar het gaat nu steeds weer over de inzet van geld, de bekostiging. Dat is blijkbaar wat dit Kadernotadebat toch enorm politiek maakt.

Ik hoorde zojuist iemand bijvoorbeeld zeggen dat een zwembad in de komende tien jaren supernoodzakelijk kan zijn voor Delft in verband met global warming: het wordt steeds warmer en de hittestress in de stad wordt mogelijk onhoudbaar. Daar kan ik erg in meegaan. Daar moeten we dus echt aan gaan werken. In dit debat lijkt het er ook op dat een euro een geheugen heeft: als die ergens uit komt, moet die daarna ook daarnaar terug. Dat verbaast mij zeer. Dat lijkt op iets vergelijkbaars, wat ik ook in de commissie noemde, namelijk de Zalmnorm: als je een tekort hebt op je begroting, los dat dan gewoon binnen de begroting op. Op zich is dat een mooi mechanisme, maar in tijden van financiële nood kun je, zoals ik net al aangaf, eigenlijk geen beleid meer maken. Dat is uitermate jammer. Ik moet gelukkig constateren dat dit debat toch uitermate politiek is geworden. De VOORZITTER: Mag ik iedereen erop wijzen dat we in de derde termijn zitten, hetgeen formeel een uitzondering is? De heer VAN VLIET (GroenLinks): Voorzitter. Ik vergat iets heel belangrijks. In de commissievergadering hebben wij namelijk opgemerkt dat er bij het onderhoud aan wegen en riolering geen geld is voor het aanleggen van groen, terwijl dat dan natuurlijk wel moet. De wethouder heeft gezegd dat het best wel wat kost om daar groen aan te leggen.

GroenLinks heeft gezegd: wij willen toch dat daar in de begroting ruimte voor wordt gemaakt. De wethouder heeft toen toegezegd dat hij dat gaat meenemen bij de begroting. Wij willen graag nog even markeren dat die toezegging is gedaan, want omdat er een toezegging was, hebben we geen motie gemaakt. Zo zijn de spelregels. Misschien kan de wethouder dat nog even beamen. De VOORZITTER: Even beamen voor de annalen. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Voorzitter. Misschien heb ik de tweede termijn gemist, maar … De VOORZITTER: De eerste termijn was de behandeling van de Kadernota vorige week. We hebben zojuist de tweede termijn gehad en nu zitten we inmiddels in de derde termijn. Mevrouw VAN GEENEN (CDA): Oké, we doen nu de derde termijn. Er zijn bezuinigingen voorgesteld op basis van een tekort. Nu wordt dat tekort voor een deel gedekt, maar er 24

gebeurt niets met de bezuinigingen. Daar zijn wij het natuurlijk absoluut niet mee eens. Daarom handhaven we de motie Rijksgelden enzovoort. Wat de VAK betreft: ik heb al een paar keer gezegd dat wetenschappelijk is aangetoond dat muziek gewoon een heel positieve invloed heeft op kinderen, maar kennelijk doen we ze liever in therapie dan dat we een gezonde oplossing voor hen vinden. Maar we vinden het heel belangrijk dat de VAK krijgt wat het nodig heeft, dus niet alleen datgene waarvan de gemeente vindt dat het daarmee overeind gehouden kan worden. Daarom handhaven we ook beide moties over de VAK. De VOORZITTER: Ik sluit de beraadslaging over de Kadernota. We hebben een aantal moties. Aan het begin van de vergadering is aangegeven dat de motie Gedenkplek overledenen corona niet is ingediend. In stemming komt motie 8.1.1 (Onderzoek en realisatie buitenzwembad in Delft) van Onafhankelijk Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 15 tegen 24 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Onafhankelijk Delft, de SP, de ChristenUnie en Hart voor Delft ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 8.1.3 (Onderzoek naar oplossing blauwalg in grote Plas Delftse Hout) van Onafhankelijk Delft. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw Gaal, ik kan me niet voorstellen dat u nog een stemverklaring wil afleggen.

Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Helaas toch wel, want we blijven erbij dat het hoogheemraadschap geen onderzoek naar Flock en Lock heeft gedaan. De VOORZITTER: Dat heeft u al gezegd, maar u onderstreept het nog een keer. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 6 tegen 33 stemmen, waarbij de fracties van Onafhankelijk Delft en de SP ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 8.1.4 (Geen bezuiniging op het muziekonderwijs van de VAK) van het CDA. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 11 tegen 27 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Onafhankelijk Delft, de SP en de ChristenUnie ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 8.1.5 (Ook voor de VAK het begrotingssaldo 2024 achter de hand) van het CDA en de ChristenUnie. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. In 2017 hebben we een financieel plafond afgesproken voor VAK. Desalniettemin hebben we toch afgesproken om structureel geld vrij te maken voor VAK. Er is dus geen sprake van een bezuiniging. We stemmen tegen deze motie. Mevrouw BEL (D66): Voorzitter. We hebben een vergelijkbare redenering. Natuurlijk gaan we allerlei dingen integraal bekijken bij de begroting, maar omdat er geen bezuiniging staat, willen we dit niet meenemen in de motie zoals die er lag. 25

De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 24 tegen 15 stemmen, waarbij de fracties van GroenLinks, D66 en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt motie 8.1.6 (Buiten zwemmen voor de Delftse burger) van Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 12 tegen 27 stemmen, waarbij de fracties van Onafhankelijk Delft, de SP, de ChristenUnie en Hart voor Delft ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 8.1.7 (Rijksgeld voor sociaal domein ook echt voor sociaal domein) van het CDA, de ChristenUnie en Onafhankelijk Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 11 tegen 27 stemmen, waarbij de fracties van Onafhankelijk Delft, het CDA, de SP en de ChristenUnie ervoor hebben gestemd. Mevrouw VOOGT (VVD): Voorzitter. Ik heb tegengestemd en heb de stem ook verstuurd, maar hij pakt 'm om de ene of andere reden niet. De VOORZITTER: Dat is bij dezen genotuleerd. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 24 tegen 15 stemmen, waarbij de fracties van Onafhankelijk Delft, het CDA, de SP en Hart voor Delft en de heren Maruf en Van Roon van de fractie van D66 ertegen hebben gestemd. De heer VAN ROON (D66): Voorzitter. Ik heb op de verkeerde knop gedrukt. Excuus. Ik had de intentie om hiervoor te stemmen. Mijn excuus. De VOORZITTER: Dat dacht ik al.

Bij dezen is genoteerd dat de hele D66-fractie voorgestemd heeft. XX. Voorstel van het college aan de raad inzake vaststelling Omgevingsvisie (nr. 2119372). De VOORZITTER: Er wordt een motie ingediend door het CDA, OD, de ChristenUnie en GroenLinks. In die volgorde gaan we de bespreking doen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Het is een amendement. De VOORZITTER: U heeft gelijk. De heer VALK (CDA): Ik zal me beperken tot de toelichting op het amendement. In de Omgevingsvisie wordt als een van de zes prioriteiten genoemd dat Delft hoofdstad van innovatie en technologie moet worden. Op een andere plek wordt in de Omgevingsvisie gezegd dat Delft kennishoofdstad van Nederland moet worden. En op weer een andere plek wordt gezegd dat Delft ook nog innovatiehoofdstad van Nederland moet worden. Laat ik benadrukken dat kennis, technologie en innovatie alle drie ontzettend belangrijk zijn voor Delft en voor de samenleving in het algemeen. Het is dus terecht dat dit een van de zes prioriteiten is, maar om twee redenen vindt het CDA het ongewenst dat we in de Omgevingsvisie expliciet als prioriteit nummer 1 opnemen dat Delft hoofdstad moet worden van én kennis én technologie én innovatie. Ten eerste wordt de indruk gewekt dat innovatie en technologie belangrijker gevonden worden dan andere prioriteiten, zoals duurzaamheid en stad waar het prettig wonen is.

Alleen bij innovatie en technologie wordt immers keer op 26

keer benadrukt dat we de beste van Nederland willen zijn. De tweede reden: of je wordt algemeen erkend als hoofdstad of je roept jezelf uit tot hoofdstad, zonder dat iemand daar waarde aan hecht. Beide is onwenselijk. Als we erkend willen worden - dan zegt Eindhoven dus: wat wij doen, is best aardig, maar Delft is toch echt onze meerdere - zeggen we eigenlijk dat innovatie een wedstrijd moet worden tussen steden. Dat vinden we onwenselijk, zeker in een Omgevingsvisie. Als je jezelf eenzijdig tot hoofdstad uitroept, is dat niets meer dan een marketingslogan, zoals Gouda zich "kaashoofdstad" noemt; ook Alkmaar noemt zich "kaashoofdstad". Een marketingslogan is prima, maar een slagzin hoort niet in de Omgevingsvisie thuis. Ons amendement, dat wij samen indienen met Onafhankelijk Delft, de ChristenUnie en GroenLinks, verandert geen millimeter aan het belang van kennis, technologie en innovatie voor Delft. We kiezen voor herformuleringen die dit benadrukken, maar we schrappen de term "hoofdstad van innovatie", "hoofdstad van kennis" en "hoofdstad van technologie" als eerste prioriteit in de Omgevingsvisie. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Ik ben benieuwd of de heer Valk het niet belangrijk vindt om die ambitie echt zo expliciet uit te spreken, juist ook om bijvoorbeeld subsidies en fondsen naar de stad toe te trekken.

De heer VALK (CDA): Ik heb net benadrukt dat je jezelf niet tot hoofdstad kunt uitroepen en dan meer geld kunt krijgen. Dat heeft geen enkele waarde. Of je wordt door iedereen erkend als hoofdstad, maar dan moeten we er een wedstrijd van maken tussen universiteitssteden. Dan moeten we zeggen: in Nijmegen doen ze nu bijvoorbeeld onderzoek naar tuberculose en dat is eigenlijk heel slecht voor Delft, want het kost ons een plek op de ranglijst. Zo moeten we niet gaan denken. Innovatie is voor iedereen. Het moet geen wedstrijdje worden tussen universiteitssteden. Het moet gaan om wat het beste is voor Nederland. Daarom vinden we het niet wenselijk dat we in de Omgevingsvisie opnemen dat we de allerbeste van Nederland willen zijn, de hoofdstad van Nederland.

Door de fracties van het CDA, Onafhankelijk Delft, de ChristenUnie en GroenLinks wordt amendement 8.2.A (Stad van innovatie en technologie) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in (digitale) vergadering bijeen op donderdag 15 juli 2021 ter bespreking van het agendapunt 'Omgevingsvisie Delft 2040', Besluit: De Omgevingsvisie Delft 2040 als volgt te wijzigen: Op pagina 47, 58, 59 (titel), 61, 103 en 131: Het woord 'hoofdstad' te wijzigen in 'stad'; Op pagina 38: de zin 'Delft positioneert zich binnen de Metropoolregio dan ook als dé technologische kennishoofdstad van Nederland.' te wijzigen in: 'Delft positioneert zich binnen de Metropoolregio dan ook als stad van technologie en innovatie.' Op pagina 59 (alinea): De zin 'Delft heeft een uitstekende uitgangspositie om zich door te ontwikkelen van kennisstad tot technologiehoofdstad van Nederland.' te wijzigen in: 'Delft heeft een uitstekende uitgangspositie om zich door te ontwikkelen van kennisstad tot toonaangevende technologiestad in Nederland.' Verder roept de gemeenteraad de wethouder op de term 'hoofdstad van technologie en innovatie' in haar voorwoord te vervangen door 'stad van technologie en innovatie'. 27

Toelichting: Dat Delft een stad van technologie en innovatie is en blijft, staat niet ter discussie. Evenmin het belang van technologie en innovatie voor de maatschappij in het algemeen en voor Delft in het bijzonder. De opstellers van dit amendement maken bezwaar tegen de termen 'hoofdstad van technologie en innovatie', 'kennishoofdstad van Nederland' en 'technologiehoofdstad van Nederland' die in de Omgevingsvisie worden gebruikt. Het eerste bezwaar is dat alleen bij technologie en innovatie de prioriteit is 'de beste van Nederland' te willen zijn, terwijl bij alle andere prioriteiten niet een dergelijke ambitie wordt uitgesproken. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat in de Omgevingsvisie de prioriteit technologie en innovatie veel belangrijker gevonden wordt dan prioriteiten als Duurzaam, Bereikbaar, Goed Wonen, etc. Het tweede bezwaar is dat de term 'Hoofdstad van Nederland' niet alleen in de letterlijke betekenis, maar ook in de figuurlijke betekenis alleen zin heeft als dit met objectieve criteria waargemaakt kan worden en Delft ook als zodanig wordt erkend door alle andere (universiteits)steden in Nederland. Anders is het niets meer dan een reclameslogan, waarin Delft zichzelf uitroept tot hoofdstad zonder dat dit enige betekenis of gevolg heeft. Vergelijk Eindhoven dat zichzelf heeft uitgeroepen tot de slimste regio van de wereld.

Een dergelijke ongefundeerde claim kan prima in marketingcampagnes van Delft maar hoort niet thuis als prioriteit in de Omgevingsvisie." Mevrouw VAN TRICHT (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Onafhankelijk Delft heeft dit amendement mede-ingediend, omdat wij vinden dat "van kennisstad tot technologiehoofdstad van Nederland" wel een beetje hoogdravend is. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De termijn van de heer Valk behoeft geen verlenging, maar ik heb wel een vraag. Met welke ranking zouden we bezig zijn? De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. In de commissie heeft GroenLinks de Omgevingsvisie van Delft al volop geprezen, met name hoe de inbreng vanuit de stad daarin een plek heeft gekregen. In de commissievergadering deed het college de toezegging om met ons na te denken over hoe we de Global Goals in de visie gaan opnemen. Daar houden we de wethouder natuurlijk graag aan. Er zijn natuurlijk nog allerlei andere wensen die ergens in de uitwerking van de visie een plek kunnen krijgen in het Omgevingsplan. Wij gaan er bijvoorbeeld van uit dat ons amendement bij het Mobiliteitsplan over het vergroenen van een wandelroute rondom de stad zal bijdragen aan het vergroenen van de Westvest en Phoenixstraat. We zullen daar zeker nog op terugkomen wanneer het Omgevingsplan voorbijkomt.

Wij interpreteren het amendement zo dat ten opzichte van andere ambities in de visie geen extra gewicht of prioriteit wordt gegeven aan een ambitie op het gebied van technologie en innovatie. Dat doet uiteraard niks af aan het belang dat we hechten aan technologie en innovatie. Kan de wethouder uitleggen of het nou wel of niet iets uitmaakt welke woorden in de visie gebruikt zijn? Wij willen weten hoe het college de woorden interpreteert. GroenLinks vindt het belangrijk om daar helderheid over te krijgen. De heer VAN DEN BRINK (STIP): De heer Herrema noemt net het mooie proces waarmee we tot deze mooie visie zijn gekomen. STIP vraagt zich af of dit amendement echt recht doet aan dat proces waarmee we tot deze visie zijn gekomen en aan alle input van al die mensen uit de stad, ook op dit vlak. De heer HERREMA (GroenLinks): Sorry, ik zie geen verband tussen het proces van de totstandkoming van deze visie en dit amendement, dat over een aantal woorden gaat.

28

Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. We hebben in de commissie al uitgebreid gesproken over de Omgevingsvisie. Ik heb u toen al verteld dat het voor de VVD heel erg belangrijk is dat we in de Omgevingsvisie aandacht hebben voor een aantal dingen, zoals goede randvoorwaarden voor de maakindustrie, cultuur en toerisme voor iedereen, met zo weinig mogelijk gedoe voor de initiatiefnemers, een gebalanceerde woningvoorraad, duurzaamheidsmaatregelen alleen nemen als ze echt werken, een toegankelijke leefomgeving, kwalitatief goede sportvoorzieningen en een bereikbaar Delft. Die heb ik met veel liefde nog eens expliciet benadrukt, maar ik wil ten opzichte van de commissievergadering ook nog een ander punt maken. We lezen in de Omgevingsvisie over een zestal dilemma's die belangrijk zijn bij het nadenken over de openbare ruimte, bijvoorbeeld een dilemma op het vlak van ruimte voor wonen én ruimte voor bedrijvigheid, bouwen in hogere dichtheden én behoud van de leefbaarheid of een groeiende stad met een groeiend aantal verplaatsingen én duurzame mobiliteit. Het is ons inziens heel belangrijk dat je die dilemma's eigenlijk ook gebieds- en wijkgericht gaat bekijken om te zien wat past, wat nodig is en wat we juist niet moeten doen. De ene wijk is immers de andere wijk niet. Dat gaan we gelukkig doen; dat gaan we doen in gebiedsvisies.

Maar ik ben wel benieuwd of de wethouder kan toezeggen dat we daarover ook het gesprek blijven voeren bij de actualisatie van de Omgevingsvisie en misschien zelfs van de gebiedsvisies, zodat we daar ook echt aandacht voor blijven houden en het niet alleen papieren dilemma's blijven maar daar in de praktijk ook het goede gesprek over blijven voeren. Daar krijg ik dus graag een reactie op. En dan een reactie op het amendement. Aan de ene kant kunnen we het punt van het amendement begrijpen en volgen, maar is het juist niet ook heel mooi om hierin echt een beetje attitude te tonen? Want volgens mij mogen we als stad Delft heel trots zijn op wat we doen. We horen graag de reactie van de wethouder hierop. De heer MARUF (D66): Mevrouw Van den Berg heeft het over een papieren werkelijkheid. Ik krijg de indruk dat ze daar de Omgevingsvisie mee bedoelt. Volgens mij zijn er 1.400 respondenten. Dit is het gevolg van een heel proces waar een heleboel mensen heel veel over te zeggen hebben gehad. Waarom omschrijft u de Omgevingsvisie zoals die voor ons ligt, dan als "een papieren werkelijkheid"? De heer VALK (CDA): Mevrouw Van den Berg zegt dat we best wat ambitie mogen tonen. Ik heb twee vragen aan mevrouw Van den Berg.

Waarom wil de VVD dan niet de meest bereikbare stad van Nederland zijn? We kennen de VVD vanuit het verleden als een bereikbaarheidspartij, maar daar tonen we geen ambitie in de Omgevingsvisie. Ten tweede: wat mag ambitie kosten? Zo'n wedstrijdje tussen steden kost geld. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): In reactie op de vraag van de heer Maruf: nee hoor, wat mij betreft is - en hopelijk wordt - de Omgevingsvisie geen papieren exercitie. Er hebben inderdaad heel veel mensen aan meegewerkt en het gaat nu echt leven; we gaan er nu mee aan de slag. Ik wil alleen maar benadrukken dat ik daar dus heel veel zin in heb. Wat mij betreft gaan we er in de praktijk dus ook uitvoering aan geven, heel graag zelfs. In reactie op de vraag van de heer Valk, "waarom dan niet ook de meest bereikbare stad?": Wat mij betreft graag, maar we hebben het juist met heel veel mensen in de stad besproken en bij heel veel mensen in de stad opgehaald. Deze keuze hebben we nu gemaakt. Nogmaals, ik denk dat we daarbij best een beetje attitude mogen tonen. We kunnen niet altijd in alles het beste jongetje van de klas zijn, maar volgens mij zijn we in Delft juist heel erg uniek op het punt van innovatie en techniek. Wat mij betreft volgen we hierin dus ook de resultaten van alle gesprekken die in het kader van deze Omgevingsvisie zijn gehouden. En wat mag het kosten? We moeten keuzes maken.

Ook hierin zullen we keuzes moeten maken. Je kunt dus heel graag de beste willen worden, maar we hebben wel een maximumaantal centjes in onze portemonnee zitten. We zullen dus keuzes moeten maken. 29

De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik dacht: ik vraag het niet. Maar mevrouw Van den Berg heeft de term nu twee keer gebruikt: "attitude tonen". Ik weet niet wat u daarmee bedoelt. Kunt u dat uitleggen? De VOORZITTER: Ja, ik vroeg het ook al aan de griffier. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik vind dat we als stad vooral trots mogen zijn. Dat woord had ik misschien beter kunnen gebruiken. De heer VALK (CDA): Mevrouw Van den Berg zegt dat we keuzes moeten maken. Ik begrijp dus dat de VVD, als er gekozen moet worden tussen innovatie en bereikbaarheid, op basis van de Omgevingsvisie kiest voor innovatie. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Volgens mij gaan er nu bepaalde dingen door elkaar lopen. U vroeg mij wat het mag kosten. Toen zei ik: dan moeten we keuzes maken. Wat betreft de hoofdstad op het gebied van kennis en innovatie versus de andere prioriteiten heb ik volgens mij bevestigd dat dit het resultaat is van de vele gesprekken die we hierover hebben gevoerd. De heer VALK (CDA): Mevrouw Van den Berg zei dat we niet in alles de beste kunnen zijn en dus keuzes moeten maken. Ze zegt dat we wel de beste willen zijn in innovatie, maar bereikbaarheid, duurzaamheid of goed leven scoort wat lager. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik zie helemaal wat meneer Valk hier probeert te doen, maar dit zijn niet de woorden die ik heb gebruikt. De VOORZITTER: We ronden dit af.

Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Voorzitter. Ik ben het helemaal eens met het ingediende amendement. Delft moet niet technologiehoofdstad worden, maar gewoon een fijne stad om in te wonen. Die uitdaging is al lastig genoeg; dat merken we dagelijks. Ik zal niet alles herhalen wat de SP eerder heeft ingebracht over inspraak, sport en voorzieningen. U kent ons ook als dé partij die de wooncrisis wil aanpakken. Ook daarover zal ik niet alles herhalen, maar in de Omgevingsvisie zien wij echt geen oplossingen om van Delft ook een stad te maken waar het voor iedereen fijn wonen is en die bereikbaar blijft voor iedereen, ook financieel. Ik wil daar het volgende onderdeel uit halen. Het college wil grootschalig studentenwoningen bouwen op en rond de TU-campus, maar over betaalbaar wonen voor andere jongeren horen we niets. Dat is minstens net zo belangrijk. Ik zeg vaak: de stad is van ons allemaal. Dat geldt ook een beetje voor de grond. Ik weet dat de TU-campus van de universiteit is, maar wij vinden echt dat er op de campus en in de omgeving ook woningen voor andere mensen gebouwd zouden moeten kunnen worden. Daar wil ik graag nog een reactie op van de wethouder. Mevrouw TIEKSTRA (PvdA): Voorzitter. Ik zal mij namens mijn fractie vooral beperken tot het opnieuw uitspreken van onze waardering voor deze Omgevingsvisie. Dat heb ik vorige week ook gedaan.

Ik heb daarbij een aantal aandachtspunten benoemd maar heb ook aandacht gevraagd voor de vele dilemma's waar wij nog met elkaar voor staan. Daar zullen we in deze raad ongetwijfeld nog vaak met elkaar op terugkomen. Wat het amendement betreft: de PvdA is een partij die vaak wars is van superlatieven. Anderzijds hebben wij ook niet veel moeite met deze kenschets. We wachten even de beantwoording door de wethouder af, maar wij maken geen halszaak van deze woordkeuze.

30

De heer VAN DEN BRINK (STIP): Voorzitter. Zoals we in de bespreking in de commissie al noemden, is STIP blij met deze Omgevingsvisie. In de commissie hebben we drie kleine aanvullingen op de visie voorgesteld. Na nauw overleg met de wethouder en de ambtelijke organisatie bleek een deel gelukkig al voldoende geborgd te zijn in de visie. Amendementen vonden we daarom geen recht doen aan het mooie proces dat is doorlopen om tot deze visie te komen. Wel wil STIP nog wat punten voor de bespreking van de omgevingsplannen meegeven. Allereerst vindt STIP het belangrijk dat in de omgevingsplannen met betrekking tot de Schie niet alleen rekening wordt gehouden met het bulkvervoer, maar ook met de sporten die op het water plaatsvinden. Sporten zoals roeien willen we namelijk graag faciliteren. Dat heeft ook ruimtelijke implicaties. Ten tweede ziet STIP graag dat er in de omgevingsplannen ruimte komt om flexibel met regels om te gaan om innovaties in Delft te implementeren. Met die innovaties kunnen we versneld oplossingen vinden voor maatschappelijke opgaven. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): De heer Van den Brink noemde roeien op het water. Wat vindt hij van zwemmen in de Schie? De VOORZITTER: Daar kan ik kort over zijn voor meneer Van den Brink: dat mag grotendeels niet van de provincie. Dat is dus vrij eenvoudig.

De heer VAN DEN BRINK (STIP): Dank u wel, voorzitter, voor dat antwoord. Dan ga ik gewoon door met mijn pleidooi. Met die innovaties kunnen we dus versneld oplossingen vinden voor maatschappelijke opgaven waar we voor staan. Kan de wethouder bevestigen dat die twee punten, dus sporten op het water en flexibel omgaan met regels, ook in de omgevingsplannen zullen landen? Als laatste ziet STIP graag dat we aan de slag gaan met de ambitie om het evenementenaanbod te verspreiden over de stad. Het viel STIP op dat voor de evenementenlocaties die buiten de binnenstad liggen, nog geen locatieprofielen zijn opgesteld, terwijl deze locatieprofielen er wel voor zorgen dat er makkelijk iets georganiseerd kan worden. Kan het college toezeggen voor alle evenementenlocaties profielen op te stellen en mogelijk ook naar nieuwe locaties te gaan kijken? Tot slot het amendement van het CDA. Wij vinden het gewoon een gek signaal om nu als enige aanpassing te zeggen dat wij niet de ambitie hebben om hoofdstad te zijn. Gezien alles wat er in Delft gebeurt, vinden wij dat we daar best trots op mogen zijn, zoals de VVD ook zegt. Daarom zullen we dit amendement niet steunen. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Hart voor Delft kan instemmen met de Omgevingsvisie en vindt het een aardig boekwerk voor in de vakantie. Je hebt het niet zomaar uit en we kunnen er nog lang mee vooruit.

We steunen het amendement. De heer MARUF (D66): Voorzitter. Tijdens de commissiebespreking vroeg de heer Valk naar mijn interpretatie van "een innovatiehoofdstad" en wat dat voor een hoofdstad zou zijn. Blijkbaar heeft mijn antwoord de heer Valk er niet van kunnen overtuigen om dat onveranderd te laten. Wij steunen dit amendement niet, temeer omdat ik de uitleg van GroenLinks heb vergeleken met die van het CDA. Ze bedoelen beide iets anders, maar ze komen met hetzelfde amendement. Ik vraag me dus eigenlijk ook af wie het overwicht heeft. Wat zou GroenLinks antwoorden als het gaat om innovatie en het schrappen daarvan en wat zou het CDA daarop antwoorden? Dan krijg ik twee verschillende antwoorden. Wij steunen dit amendement dus niet. De VOORZITTER: U wordt op uw wenken bediend. U wordt geïnterrumpeerd door meneer Valk. Die gaat hier vast iets over zeggen. 31

De heer VALK (CDA): Jazeker. Ik heb twee redenen genoemd waarom we dit amendement hebben ingediend. De ene reden sluit wat meer aan bij de argumentatie van GroenLinks: we moeten de ene prioriteit niet zwaarder laten wegen dan de andere. Dat is voor GroenLinks zwaarwegender. Het tweede argument, namelijk dat het geen wedstrijdje tussen steden moet worden, is voor ons heel zwaarwegend geweest. Die argumenten hebben we allebei in dit amendement samengevat. U mag kiezen welke van de twee u het meest aanspreekt. De VOORZITTER: Dat is nog eens aardig van meneer Valk. De heer MARUF (D66): Er is ook optie C en daar gaan wij voor: als je akkoord gaat met het amendement, haal je eigenlijk een ambitie uit een stuk dat juist bedoeld is om je ambities vast te leggen. We willen een circulaire, duurzame stad zijn, maar ook een innovatieve stad. "Innovatief" gaat niet alleen over de TU Delft. Dat gaat over sociale huurwoningen, innovatief wonen, innovatief verzorgen. Wat ons betreft blijft het er dus in staan en is het gewoon ook hartstikke goed voor het ambitieniveau van onze stad. De VOORZITTER: Ik ga naar de wethouder Omgevingsvisie, die natuurlijk heel blij is dat haar Omgevingsvisie hier nu in onze raad ligt. En dat is terecht; daar mag ze blij mee zijn en trots op zijn. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter.

We kunnen hier inderdaad trots op zijn na zoveel tijd die hierin is gestoken en met de energie in de stad om mee te denken en ons te voeden met "wat voor stad willen we zijn en waar willen we op inzetten om tot 2040 Delft een fijne stad te houden waar je een leuke tijd kan hebben, waar je prettig woont, werk kunt vinden en ook buiten vertier zult vinden"? Volgens mij hebben we daar met dit stuk een heel mooi verhaal voor neergelegd. De heer Maruf gaf al aan dat we daarbij ook onze ambities en de trots die we voelen op de stad, hebben verwoord en daarvoor ook de woorden hebben gekozen. Er zijn flink wat zienswijzen geweest en er zijn flink wat woorden ter discussie gesteld en bevraagd, maar je ziet dat juist wat nu is opgeschreven, heel veel herkenning bij onze bewoners en onze partners in de stad oproept en dat dit daarmee dus ook het verhaal is van hoe we graag naar Delft kijken en hoe we ook de toekomst van Delft zien. Volgens mij is er dus hard aan gewerkt. Ook de raadsleden hebben hier in verschillende sessies aan bijgedragen. Daarmee is het volgens mij ook een stuk waar we de komende tijd mee voort kunnen.

Maar zoals de VVD al aangaf, zal er wel geregeld discussie zijn: hebben we deze doelen op de goede manier opgeschreven of moeten we wellicht nog wat bijstellen? Ja, dat gesprek zal zeker plaatsvinden, maar voor de dilemma's die we benoemd hebben - dat zijn best wel stevige, want we hebben een dichtbevolkte stad, we gaan nog verder verdichten, we willen graag een groene, bereikbare en circulaire stad en noem alle mooie woorden maar op - moet uiteindelijk natuurlijk ook een stevig plan kunnen worden gemaakt. Die dilemma's verdwijnen niet; die zullen blijven, maar over de manier waarop de beste oplossing kan worden ingepast, zal de komende tijd nog geregeld een gesprek met de raad plaatsvinden. We moeten deze visie gaan uitwerken in het omgevingsplan. Op dat moment zullen we samen met onze bewoners en ook met de raad en partners met wie we zaken zullen gaan doen, gaan spreken over hoe we het omgevingsplan uiteindelijk gaan opstellen. Daarbij zul je zien dat we op thema's die langskwamen - of het nu gaat over sport, innovaties of wonen ook met elkaar moeten gaan kijken hoe we dingen willen vastleggen. Concreter: op welke manier wil je de ruimte geven aan innovatie? Volgens mij moeten we daar met elkaar het gesprek over hebben, ook over de vraag op welke plekken je met sport aan de gang wil. Collega Schrederhof heeft daar natuurlijk al een heel mooi stuk voor neergelegd.

Ook op dat punt zullen we met elkaar in gesprek gaan over hoe je dat het beste kunt inpassen en wat het meest wenselijke is op het punt van de ruimtelijke ordening. Over het wonen op de campus heb ik in de commissie R&V al aangegeven dat we zien dat meerdere doelgroepen daar een fijne plek zouden kunnen vinden om daar te gaan wonen. 32

Ook dat zullen we in de nadere uitwerking van de plannen met elkaar hier in de raad gaan bespreken. GroenLinks had het in de commissie over de Global Goals. Daarvan hebben we gezegd dat we die niet in deze visie zullen verwerken, maar dat we het in het gesprek ook daarover zullen hebben. Het is een levend document. We zullen er om de zoveel tijd een gesprek met elkaar over voeren: vinden we nog dat de Omgevingsvisie ons past? Daarom is het volgens mij ook goed om te kijken hoe je die Global Goals vertaalt naar een lokaal stuk, dat onze Omgevingsvisie is. Volgens mij is dit dus een mooi moment om dit traject af te ronden, maar is dit eigenlijk ook een start om over een jaar of over twee jaar weer een volgende aangepaste versie met elkaar te bespreken. Dan het verhaal over de trots die wij voelen voor innovatie, die ons eigenlijk al vanuit het verleden altijd heel veel bekendheid heeft opgeleverd, niet alleen in Nederland maar zeker ook daarbuiten, en hoe we daarmee om zouden willen gaan in de woorden. Daar is een amendement over ingediend. Ik zou graag wethouder Vollebregt willen vragen om de reactie daarop op zich te nemen, want hij kan daar volgens mij met de juiste trots een antwoord op geven. Wethouder VOLLEBREGT: Voorzitter.

Ik zal daarnaast kort ingaan op de vraag over de evenementen, maar ik begin met het amendement van onder andere het CDA om het woorddeel "hoofd" te verwijderen als we spreken over "stad van technologie en innovatie". Dat wil ik natuurlijk niet te groot maken, want het gaat slechts om een deel van een woord, maar als ik heel eerlijk ben, denk ik toch dat dit bijna symbolisch is voor wat we vaak heel fout doen in deze stad. Ik denk dat we de boodschap dat wij toch echt de hoofdstad van technologie en innovatie zijn, zoals u ook heeft benoemd als grote ambitie in de Agenda 2040, eerder meer en vaker zouden moeten uitstralen dan minder, want we maken die boodschap iedere dag waar, of dat nou op de TU Delft, op onze hogescholen, op onze roc, bij Yes!Delft of bij de bedrijven is. We doen dat. Het amendement geeft in de overwegingen aan dat je dat alleen kunt claimen als je dat hard kunt onderbouwen. Dat kunnen we, zonder enige twijfel, als we kijken naar objectief onderzoek van de Universiteit Utrecht naar de meest innovatieve regio en als we heel feitelijk kijken naar het aantal patenten die in onze regio worden ingediend. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. We kunnen dit feitelijk onderbouwen. In het amendement wordt ook op een wat negatieve manier gesproken over Eindhoven en over hoe ze dat daar doen, maar ik zou juist zeggen: leer daarvan.

Want we zien dat marketing uiteindelijk ook werkt. Er is in de Tweede Kamer een vaste bespreking van de Brainportregio, terwijl hier, als wij hier onze grens iets groter maken, drie keer zoveel gebeurt. Het heeft zin om je eigen marketing op orde te hebben. Het is heel on-Delfts om dat te doen, maar u merkt aan mijn pleidooi dat ik het ons zou gunnen dat we dat wat meer zouden willen doen. Dat wilden we ook, maar het is helaas een van de inzetten waarop we bij het herstelplan hebben moeten bezuinigen. We zullen het nu dus op een creatievere manier moeten doen, zoals zoveel dingen. Maar in dat licht lijkt het mij een slecht signaal dat u daar als raad ook qua formulering iets in aanpast. Een deel van de argumentatie snap ik wel heel goed. Het lijkt bijna alsof die pijler belangrijker is dan andere pijlers. Ik kan u echt bevestigen dat dat natuurlijk niet het geval is. We hechten net zoveel waarde aan al die andere pijlers van de Omgevingsvisie. Ik neem aan dat u dat de afgelopen drieënhalf jaar ook heeft gezien in het beleid van dit college, maar deze titel gaat echt over die unieke positie die wij regionaal, nationaal en zelfs wereldwijd hebben. Het zal u dus niet verbazen dat ik dit amendement namens het college sterk wil ontraden. Het tweede punt is het verzoek om te kijken naar spreiding van evenementen. Ik snap die zoektocht.

We zien op dit moment dat heel veel drukte en evenementen geconcentreerd zijn in de binnenstad. Het zou op twee manieren heel tof zijn om dat veel meer door de stad te spreiden. Enerzijds zou dat de last spreiden die dit soms met zich meebrengt, maar anderzijds zorgt dit er ook voor dat die evenementen voor heel veel doelgroepen nog 33

makkelijker bereikbaar worden. Als de Mooi Weer Spelen plaatsvinden in de Poptahof, zien we dat ze een ander publiek trekken dan toen ze nog op de Markt plaatsvonden. Daar is dus zeker iets voor te zeggen. We hebben daarvoor inderdaad de locatieprofielen. Ik kan inderdaad toezeggen dat we in 2022 - het gaat ons niet meer lukken om dat dit jaar te doen ook zullen kijken naar de locatieprofielen buiten de binnenstad en zullen onderzoeken of we daar eventueel nieuwe locaties aan toe kunnen voegen. De VOORZITTER: Ik zou de woorden van de wethouder over de door hem beschreven ambities graag van harte willen onderstrepen. Dat punt is ongelofelijk belangrijk, denk ik. Zijn er nog punten gemaakt voor andere leden van het college? Ik heb de indruk dat dat wel losloopt. Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik kan blijven herhalen dat het amendement niks afdoet aan de ambities op het gebied van innovatie. Het gaat puur om "hoe noemen we onszelf?". Dat je alleen maar trots kunt zijn als je de hoofdstad bent … Denk aan Rotterdam: je kunt echt trots zijn op je stad als je niet de hoofdstad bent. Samenwerking is veel belangrijker in innovatie en innovatieve organisatie dan een ranglijst van steden. Dan helpt het niet als je jezelf continu op de borst klopt in die zin dat je meer bent dan andere steden en dat je meer wilt zijn dan andere steden.

Ik denk dus echt dat hier een verkeerd signaal van uitgaat. We moeten juist als samenwerkingspartner beter voor de dag komen. Ik handhaaf dus het amendement en ik ben benieuwd hoe de stemming zal gaan. De heer VAN DEN BRINK (STIP): De heer Valk heeft het over het signaal dat we afgeven als we wel uitspreken dat we hoofdstad willen zijn, maar wat denkt de heer Valk dan van het signaal dat wordt afgegeven als we met het amendement expliciet uitspreken dat we dat niet willen zijn? De heer VALK (CDA): Ik denk dat het een heel mooi signaal is, ten eerste omdat we zeggen dat we de stad van technologie, innovatie en kennis willen zijn - want dat zegt het amendement expliciet - en ten tweede omdat we de hand uitsteken naar alle universiteitssteden in Nederland door te zeggen: wij willen samenwerken met jullie; als jullie iets beter kunnen dan wij, mag het bij jullie gebeuren en als wij het beter kunnen dan jullie, doen wij het, maar liever werken we samen op gelijkwaardige voet. Bij innovatie gaat het er immers om Nederland en de wereld beter te maken en niet alleen om Delft zo hoog mogelijk op een lijstje te krijgen. De heer MARUF (D66): Dan vraag ik mij af wat we nog meer zouden moeten afschaffen. Ik vond de vraag van de heer Van den Brink heel terecht. We hebben de Prinsenstad en we hebben een stad rijk aan historie, maar Amsterdam heeft ook een rijke historie.

Zullen we dat ook gelijk uit onze naam verwijderen? Zo zijn er meer van die voorvoegsels die je zou moeten verwijderen als je op deze manier gaat redeneren. Vindt u dat niet? De heer VALK (CDA): U benadrukt precies wat het amendement wil gaan doen. Delft is een stad van historie, Amsterdam is een stad van historie en Amersfoort is een stad van historie. Wij zeggen als Delft niet: "Wij zijn de meest historische stad van Nederland". Dat is met het amendement ook zo: Delft is de stad van innovatie, Eindhoven is de stad van innovatie en Groningen is de stad van innovatie. Dat zijn we allemaal. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Het woord "trots" is een paar keer gevallen en er is ook gezegd dat wij zelf hoofdstad zijn. Even iets persoonlijks: ik word zelf enorm blij en trots als iemand anders zegt dat ik heel goed ben, niet als ikzelf zeg dat ik heel goed ben. Daar lijkt dit juist op. Dat punt wil ik nog meegeven. De VOORZITTER: Ik kijk naar beide wethouders. Mevrouw Huijsmans heeft niets meer toe te voegen. Dat dacht ik ook. 34

Wethouder VOLLEBREGT: Voorzitter. De heer Van der Woerd heeft er gelijk in dat het nog veel belangrijker is dat anderen dat over ons zeggen, maar we kunnen ook op dat punt volop bevestigen dat dat gebeurt, al zijn het onze regionale partners of de zojuist door mij aangehaalde onafhankelijke onderzoeken. Laten we met elkaar ook scherp hebben dat we ook op het vlak van historie iets zeggen. Ons stadsmotto is niet voor niks "Delft creating history". Dat zijn grote ambities en grote uitspraken. Maar nogmaals, ik denk dat we die waarmaken in deze stad. De VOORZITTER: Ik denk dat dit voldoende bediscussieerd is. De meningen zijn gedeeld en het debat is geweest. Ik stel dus voor om de beraadslaging te sluiten. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. In stemming komt amendement 8.2.A (Stad van innovatie en technologie) van het CDA, Onafhankelijk Delft, de ChristenUnie en GroenLinks. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. Het is in de visie klip-en-klaar dat we innovatie erg belangrijk vinden, maar niet belangrijker dan andere ambities. Mijn fractie is al discussiërend tot de slotsom gekomen dat we met de aanpassingen in het amendement de visie net wat smarter formuleren. Wij zullen dus voorstemmen.

Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met 21 tegen 17 stemmen, waarbij de fracties van STIP, D66, de VVD en de PvdA ertegen hebben gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel. De VOORZITTER: Dit is een heel symbolisch moment en ook weer een heel mooi wapenfeit vlak voor de vakantie, een groot plan dat hier nu vastgesteld kan worden. Ik ben heel benieuwd naar de uitslag van de stemming, maar ik geef eerst gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Wij zijn blij dat het amendement is aangenomen, maar los daarvan - het gaat natuurlijk om één woord - wil ik de wethouder complimenteren voor het hele proces voor de Omgevingsvisie. Wij zullen natuurlijk voor de Omgevingsvisie stemmen. Het debat ging over één woordje. Dat woordje is voor ons wel essentieel, maar het is verder een goed stuk. De VOORZITTER: Ik zie anderen knikken. Ik denk dus dat die complimenten terecht naar de wethouder gaan. Heel mooi. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 36 tegen 3 stemmen, waarbij de fractie van de SP ertegen heeft gestemd. XX. Voorstel van het college aan de raad inzake grondexploitatie Maria Duystlaan (nr. 2124494). De VOORZITTER: Een aantal woordvoerders hebben dit teruggenomen naar hun fracties. Er is een motie van Hart voor Delft. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter.

Het verbaast Hart voor Delft dat er al bij voorbaat van uitgegaan wordt dat er een groter tekort komt op de grondexploitatie bij de Maria Duystlaan. Sociale voorzieningen zijn tegenwoordig net zo belangrijk als woningbouw. Iedereen wil voor zijn kind vlakbij huis een school of voor zichzelf dicht bij huis kunnen 35

sporten. Vandaar dat Hart voor Delft vindt dat een tekort op de grondexploitatie tot een minimum beperkt moet worden. Wat is de noodzaak om hier een verhoogde groenvoorziening te creëren? De Delftse Hout is dichtbij en voor heel de stad geldt een groenvoorziening op niveau B. Hart voor Delft vindt dan ook dat ook voor dit plan een voorziening op B-niveau voldoende is. De heer MARUF (D66): Als fractie zijn we nog niet per se voor of per se tegen, want ik verwachtte ook een soort uitleg van wat deze motie ons brengt. Dat heb ik gemist in de bijdrage van Hart voor Delft. Als we de grondwaarde van de school in de techniek niet afwaarderen, wat gebeurt er dan wat in ons voordeel werkt? Dan kunnen wij namelijk een beter oordeel geven. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Als de grondexploitatie en de grondwaardering op een gewoon niveau blijven, op sociaal niveau, zijn er volgens mij veel minder tekorten voor de stad. Dat is een voordeel voor de gemeentekas. Door de fractie van Hart voor Delft wordt motie 8.3.1 (Grondexploitatie Maria Duystlaan en meer) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in (digitale) vergadering bijeen op 15 juli 2021, constaterende dat: • • •

het college een verhoogd negatieve grondexploitatie aan ziet komen op het project Maria Duystlaan en dit tekort op de grondexploitatie wil verhogen met € 780.000; het college de raad om toestemming vraagt om de grondwaarde van de school met € 206.000 af te mogen waarderen; het college toestemming wil om maximaal 1 miljoen extra uit het Fonds 2040 te reserveren voor een verhoogde groene omgeving en bij een grotere opbrengst van de grondexploitatie dit weer in het Fonds 2040 terug wil storten;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10516445/1