CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

CO2 effecten klimaatbeleid Delft Achtergrondrapport

Commissie Ruimte en Verkeer 14 maart 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050 (nr. 2410127)11.769 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

CO2-effecten klimaatbeleid Delft Achtergrondrapport

CO2-effecten klimaatbeleid Delft Achtergrondrapport

Dit rapport is geschreven door: Jasper Schilling, Marijke Meyer, Simone Tanis Delft, CE Delft, december 2023 Publicatienummer: 23.230154.174 Opdrachtgever: Gemeente Delft Alle openbare publicaties van CE Delft zijn verkrijgbaar via www.ce.nl Meer informatie over de studie is te verkrijgen bij de projectleider Jasper Schilling (CE Delft) © copyright, CE Delft, Delft

CE Delft Committed to the Environment CE Delft draagt met onafhankelijk onderzoek en advies bij aan een duurzame samenleving. Wij zijn toon– aangevend op het gebied van energie, transport en grondstoffen. Met onze kennis van techniek, beleid en economie helpen we overheden, ngo’s en bedrijven structurele veranderingen te realiseren. Al sinds 1978 werken betrokken en kundige medewerkers bij CE Delft om dit waar te maken.

1

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Inhoud 1

Inleiding

3

2

Methode 2.1 Over het CEGEM-model 2.2 Huidige emissies 2.3 Basispad 2.4 Maatregelen 2.5 Hernieuwbare opwek van elektriciteit

4 4 6 9 15 21

3

Detailoverzicht doorrekening 3.1 Wonen 3.2 Publieke dienstverlening 3.3 Industrie en commerciële dienstverlening 3.4 Mobiliteit 3.5 Infrastructuur voor de gebouwde omgeving

23 23 25 26 29 31

Literatuur

32

A

Verschillen tussen KEV 2023 en KEV 2022 A.1 Overzicht aanvullende maatregelen KEV 2023

34 37

2

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

1 Inleiding Dit achtergrondrapport is een bijlage bij de ‘Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050’. In dit rapport geven we extra achtergrondinformatie over de berekeningen van de CO2-reductie in Delft: — Hoofdstuk 2 beschrijft de methode waarmee we tot de resultaten zijn gekomen. — In Hoofdstuk 3 presenteren we aanvullende grafieken en tabellen, zodat alle resultaten van de doorrekening beschikbaar zijn. De routekaart toont immers alleen de belangrijkste grafieken.

3

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

2 Methode Dit hoofdstuk gaat in op de methode die we hebben gebruikt om tot de resultaten te komen. We gaan allereerst in op het CEGEM-model. Vervolgens bespreken we hoe we de huidige emissies hebben bepaald en hoe we de CO2-impact van het basispad en gemeentelijke maatregelen hebben berekend. Tot slot gaan we in op de methode omtrent de opwek van hernieuwbare elektriciteit.

2.1

Over het CEGEM-model CE Delft heeft het Gemeentelijk Emissiereductie Model (CEGEM) ontwikkeld om gemeentelijk klimaatbeleid te monitoren. Met het model kunnen we het klimaatbeleid van gemeenten doorrekenen en een prognose maken van de broeikasgasemissies in de toekomst. Het CEGEM-model sluit aan bij de landelijke monitoring door het PBL in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV).

Een onderzoek in drie stappen Het CEGEM-model is opgebouwd aan de hand van drie stappen, zie Figuur 1. De eerste stap is het in kaart brengen van de huidige emissies, zodat we weten wat het startpunt is. Ook bepalen we de emissies in 1990, omdat de reductiedoelstelling is geformuleerd ten opzichte van de emissies in het jaar 1990. De landelijke doelstelling is 55% CO2-reductie, maar de gemeente Delft streeft naar 60%. Vervolgens bepalen we het basispad. Dit geeft inzicht in wat de emissies in 2030 en 2050 zullen zijn als de gemeente geen beleidsmaatregelen zou nemen. In de derde stap bekijken we wat het effect is van beleidsmaatregelen die de gemeente heeft genomen of van plan is om te nemen. Figuur 1 – Overzicht van de gemaakte stappen in de doorrekening

4

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Nationaal beleid gebaseerd op de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2022 Om de CO2-effecten van nationaal beleid en autonome ontwikkelingen (stap 2 in Figuur 1) op de toekomstige emissies in Delft in te schatten, baseren we ons primair op de Klimaaten Energieverkenning 2022 (PBL, 2022b). De KEV geeft inzicht in de ontwikkelingen van de broeikasgasemissies in Nederland en de bijdrage van het nationale klimaat- en energiebeleid hieraan. De KEV 2022 is in november 2022 gepubliceerd. Hierin is het vastgestelde en voorgenomen beleid meegenomen dat op 1 mei 2022 beschikbaar was, officieel was medegedeeld en concreet genoeg uitgewerkt. Dit zijn bijvoorbeeld de BENGbouweisen, de SDE++-subsidieregeling, de uitfasering van alle E-, F- en G-labels van sociale huurwoningen en CO2-minimumprijzen in de industrie en elektriciteitssector.

KEV 2023 Eind oktober 2023 heeft het PBL de KEV 2023 (PBL, 2023) gepubliceerd. Echter door beperkte uitvoerende capaciteit bij het PBL en meewerkende organisaties is de versie van 2023 beperkt ten opzichte de KEV 2022: de KEV 2023 maakt gebruik van de KEV 2022, met daarbovenop enkele recente beleidswijzigingen (peildatum 1 mei 2023). Twee belangrijke beperkingen van de KEV 2023 ten opzichte van de versie uit 2022 zijn: (1) de KEV 2023 presenteert ramingen van broeikasgasemissies enkel op hoofdlijnen en bevat daarom resultaten voor individuele maatregelen of gedetailleerde getallenbijlagen, en (2) de KEV 2023 maakt geen onderscheid in ‘vastgesteld’, ‘voorgenomen’ en ‘geagendeerd’ beleid. Dit betekent dat ook beleid waarvan de uitvoering nog (zeer) onzeker is, door PBL is meegenomen in de prognose. Vanwege deze beperkingen baseren we ons in deze studie op de KEV 2022. Bijlage A gaat uitgebreider in op de belangrijkste verschillen tussen de KEV 2022 en 2023. Rond november 2024 geeft het PBL de KEV weer een uitgebreide update.

KEV geeft inzicht in ontwikkeling emissies tot 2030 De KEV geeft inzicht in de verwachte ontwikkeling van broeikasgasemissies in Nederland tot 2030, dus niet tot 2050. Voor enkele ontwikkelingen geeft de KEV ook een prognose tot of kentallen voor 2050. Zo niet, dan hanteren we voor 2050 dezelfde gegevens als voor 2030 of doen we een (onderbouwde) aanname over de ontwikkeling richting 2050. In alle gevallen nemen we in dit rapport op welke keuze we hebben gemaakt en op welke informatiebronnen deze keuze is gebaseerd. De prognose tot 2050 heeft daarom een grotere onzekerheid dan de prognose tot 2030.

Sectoren In dit onderzoek presenteren we de CO2-emissies voor verschillende sectoren. Voor wat betreft de sectorindeling sluiten we aan bij de Regionale klimaatmonitor. De Regionale klimaatmonitor presenteert in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat cijfers en trends in de energietransitie. Het gaat om de volgende vier sectoren: — gebouwde omgeving; — industrie; — mobiliteit; — landbouw.

5

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

De KEV presenteert naast deze vier sectoren ook emissies voor de sectoren elektriciteit en landgebruik. In tegenstelling tot de KEV (en het nationale Klimaatakkoord) presenteren we elektriciteit niet als aparte sector, maar nemen we de emissies mee in de sectoren die deze elektriciteit verbruiken. De emissies van landgebruik waren voorheen geen onderdeel van het oorspronkelijke nationale streefdoel van 49% CO2-reductie in 2030. Met de aanscherping in het Coalitieakkoord van het nationale streefdoel naar 55% reductie, zijn deze emissies wel een integraal onderdeel geworden van het nationale streefdoel (PBL, 2022b). CO2emissies gerelateerd aan landgebruik zijn echter niet op gemeenteniveau beschikbaar. Daarom laten we deze emissies in dit onderzoek buiten beschouwing, en kijken we enkel naar de overige broeikasgassen van deze sector. Broeikasgasemissies uit bunkerbrandstoffen voor de internationale lucht- en scheepvaart worden beleidsmatig niet aan Nederland toegerekend en tellen niet meer voor de Nederlandse emissiedoelen (PBL, 2022b). Deze emissies laten we in dit onderzoek (net zoals in de KEV) dan ook buiten beschouwing.

2.2

Huidige emissies In deze paragraaf beschrijven we hoe we de huidige emissies en de emissies in 1990 bepalen.

Keuze van het basisjaar De meest recent beschikbare emissiecijfers zijn die van 2021. De CO 2-emissies in 2030 en 2050 zijn altijd berekend op basis van de emissiereductie ten opzichte van het basisjaar 2021.

CO2-emissies: verbruiksbenadering Om de CO2-emissies van de gemeente te bepalen, hebben we de gegevens over het energiegebruik (gas, elektriciteit, warmte en voertuigbrandstoffen) van de verschillende sectoren gebruikt uit de Regionale klimaatmonitor. In lijn met de Regionale klimaatmonitor zijn we voor het berekenen van CO2-emissies uitgegaan van de verbruiksbenadering. De verbruiksbenadering, in tegenstelling tot de bronbenadering, wijst de emissies toe aan de locatie waar energie wordt gebruikt, in plaats van waar deze wordt geproduceerd. De verbruiksbenadering neemt dus de emissies van warmte en elektriciteit die in de gemeente verbruikt wordt mee en laat eventuele CO2-emissies van elektriciteits- en warmteproductie op grondgebied van de gemeente (de zogenaamde puntbronemissies) buiten beschouwing (Rijksoverheid, lopend). Met behulp van CO2-emissiefactoren (verkregen uit de Regionale klimaatmonitor) hebben we het verbruik van gas, elektriciteit, warmte en voertuigbrandstoffen omgerekend naar CO2-emissies.

Emissies overige broeikasgassen: bronbenadering We hebben ook de overige broeikasgassen uit de Regionale klimaatmonitor gebruikt. De Regionale klimaatmonitor ontvangt deze gegevens via de Emissieregistratie. Emissieregistratie rapporteert enkel over de puntbronemissies (en dus niet over emissies

6

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

gerelateerd aan bijvoorbeeld elektriciteitsverbruik). De puntbronemissies zijn emissies naar de lucht die plaatsvinden op het grondgebied van de gemeente. We hebben de emissies van overige broeikasgassen met de Global Warming Potentials uit het Fifth Assessment Report (AR5) van het IPCC (IPCC, 2014) omgerekend naar CO2-equivalenten. Daarmee zijn deze emissies vergelijkbaar en optelbaar met de emissies van CO 2.

Emissies in 1990 De gemeente heeft als doel om in 2030 60% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990 (Gemeente Delft, 2022). Daarom moeten we ook weten wat de emissies van de gemeente waren in 1990. Deze emissies heeft CE Delft in 2022 voor de gemeente Delft bepaald (CE Delft, 2022). Destijds is de uitstoot in 1990 vastgesteld op 828 kton CO2-eq. Door updates van de rekenmethodiek die sindsdien zijn doorgevoerd is de uitstoot met terugwerkende kracht vastgesteld op 823 kton. Voor dit onderzoek zijn wij daarom uitgegaan van 823 kton emissies in 1990.

Emissies industrie De energieverbruiks- en emissiegegevens van de sector industrie op gemeenteniveau zijn een inschatting en kunnen onvolledig zijn. Ze zijn vooral bedoeld als indicatie. De gegevens kunnen niet één-op-één worden overgenomen in gemeentelijke doelstellingen. CBS publiceert de aardgas- en elektriciteitslevering per bedrijfstak (SBI). In sommige gevallen mag CBS de aardgas- of elektriciteitslevering aan een bedrijfstak in een gemeente niet publiceren, omdat dit herleidbaar kan zijn naar individuele afnemers. Dit is bijvoorbeeld het geval als het aantal bedrijven in een bedrijfstak zeer laag is (kleiner dan tien) of als één dominante afnemer (verantwoordelijk voor meer dan 80% van het verbruik) in die bedrijfstak aanwezig is. Zowel op provinciaal als op gemeentelijk niveau komt dit regelmatig voor. Voor meer informatie hierover, zie https://klimaatmonitor.databank.nl/content/co2uitstoot, paragraaf B3. Voor grote bedrijven die vallen onder het Europese ETS (zoals DSM in Delft) zijn vanuit de Nationale emissieregistratie wel bedrijfsspecifieke cijfers voorhanden.

Databronnen Tabel 1 geeft de uitgangspunten en de informatiebronnen per sector weer. In het geval bepaalde data niet bekend waren, hebben we geïnterpoleerd op basis van de jaren waarover de data wel beschikbaar waren.

7

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Tabel 1 – Uitgangspunten en informatiebronnen per sector voor het bepalen van de huidige emissies Sector

CO2 Categorie uit de Regionale klimaatmonitor

Gebouwde − Woningen omgeving

− Commerciële dienstverlening: • handel (SBI G) • vervoer en opslag (SBI H) • horeca (SBI I) • informatie en communicatie (J) • financiële dienstverlening (K) • verhuur en handel van onroerend goed (SBI L) • specialistische zakelijke diensten (SBI M) • verhuur en overige zakelijke diensten (SBI N)

Overige broeikasgassen

Opmerkingen/correcties

Categorie uit Emissieregistratie

Verminderd met CO2-emissies van elektrisch vervoer1: − personenauto’s − tweewielers en brommobielen

Consumenten

Verminderd met CO2-emissies van elektrisch vervoer: − autobussen − bestelauto’s − zware bedrijfsvoertuigen excl. bestelbussen − binnenvaart − recreatievaart − spoorvervoer − mobiele werktuigen

Handel, diensten en overheid

Aangevuld met CO2-emissies van elektrisch vervoer (berekend op basis van Klimaat- en Energieverkenning 2021)2

Verkeer en vervoer

− Publieke dienstverlening: • openbaar bestuur en overheidsdiensten (SBI O) • onderwijs (SBI P) • gezondheids- en welzijnszorg (SBI Q) • cultuur, sport en recreatie (SBI R) • overige dienstverlening (SBI S) • extraterritoriale organisaties (SBI U) Mobiliteit

— Wegverkeer: • personenauto’s; • bestelauto’s; • zware bedrijfsvoertuigen excl. autobussen; • autobussen; • tweewielers en brommobielen. − Mobiele werktuigen − Binnenvaart − Recreatievaart − Railverkeer

________________________________ 1 2

8

Deze correctie hebben we gedaan om dubbeltelling met de sector mobiliteit te voorkomen. Inclusief laadpalen. Let op: laadpalen worden in de Klimaatmonitor aan gebouwde omgeving toebedeeld.

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Sector

CO2 Categorie uit de Regionale klimaatmonitor

Industrie

Overige broeikasgassen

Opmerkingen/correcties

− − − −

Delfstoffenwinning (SBI B) Industrie (SBI C) Energievoorziening (SBI D) Waterbedrijven en afvalbeheer (SBI E) − Bouwnijverheid (SBI F)

Afvalverwijdering, bouw, chemische industrie, drinkwatervoorziening, energiesector, overige industrie, raffinaderijen, en riolering en waterzuiveringsinstallaties

Landbouw − Landbouw, bosbouw en visserij (SBI A)

2.3

Categorie uit Emissieregistratie

Landbouw, natuur

Basispad Ook zonder gemeentelijk beleid blijven de emissies in Delft niet constant. Nationaal beleid en autonome ontwikkelingen zorgen voor een afname van de jaarlijkse emissies, terwijl groei van het aantal inwoners en gebouwen zorgt voor een toename. In deze paragraaf laten we zien hoe de emissies in Delft richting 2030 en 2050 ontwikkelen zonder gemeentelijke inspanningen. Dit noemen we het basispad. In het basispad onderscheiden we drie typen oorzaken: nationaal beleid, autonome ontwikkelingen en bevolkingsontwikkeling van de gemeente. De gemeente heeft daar geen of zeer beperkt invloed op. Een uitzondering daarop is wanneer nationaal beleid zorgt voor een uitvoeringslast voor de gemeente, zoals in het handhaven van de label-c verplichting. Een overzicht van de ontwikkelingen in het basispad staat in Tabel 2. Tabel 2 – Overzicht van ontwikkelingen die worden meegenomen in het basispad

9

Sector

Nationaal beleid

Alle sectoren

− Daling emissiefactor elektriciteit

Gebouwde omgeving

− Energiebesparingsplicht bedrijven en instellingen − Label C-verplichting kantoren

Industrie

− KEV-trend ontwikkeling elektriciteits- en gasverbruik − KEV-trend ontwikkeling overige broeikasgassen

Mobiliteit

Al het nationale en Europese mobiliteitsbeleid dat in de KEV als ‘vastgesteld’ of ‘voorgenomen’ was bestempeld nemen wij mee. Bijv.: − Subsidies elektrisch rijden − Europese voertuignormeringen − Zero-emissie (ZE) zones stadslogistiek

Landbouw

KEV-trend ontwikkeling elektriciteits- en gasverbruik

Autonome ontwikkelingen

Bevolkingsontwikkeling

− Warmere winters − Elektriciteitsverbruik huishoudens

− Nieuwbouw woningen en dienstensector

Autonome ontwikkelingen − Bevolkingsontwikkeling conform de aannames van de KEV maken onderdeel van het basispad. Dit houdt bijv. in: − Veranderende verkeersvolumes door demografische en sociaaleconomische ontwikkelingen − Verjonging wagenpark.

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Sector

Nationaal beleid

Autonome ontwikkelingen

Bevolkingsontwikkeling

en niet-energiegerelateerde emissies.

In de volgende paragrafen beschrijven we per sector welke ontwikkelingen meegenomen worden in het basispad.

2.3.1 Alle sectoren Een ontwikkeling die voor alle sectoren van belang is, is de daling van de emissiefactor van elektriciteit. Dat lichten we hieronder toe.

Daling emissiefactor elektriciteit De nationale CO2-emissiefactor van elektriciteit is aan het dalen door onder meer de afspraken in het Klimaatakkoord. In de KEV heeft het PBL berekend wat de emissiefactor zal zijn in 2030 (zie Tabel 3). In de tabellenbijlage bij de KEV 2022 is ook een prognose gedaan voor de verwachte emissiefactor in 2040, namelijk 0,07 kg CO 2/kWh. Na 2040 nemen we aan dat deze richting 2050 daalt naar nul. Tabel 3 – Emissiefactor elektriciteit (kg/kWh) Jaar

Emissiefactor (kg CO2/kWh)

Bron

2021

0,29

(CBS, 2023)

2030

0,07

(PBL, 2022b)

2050

0

Aanname CE Delft (landelijke doelstelling CO2-neutrale energievoorziening in 2050)

We vermenigvuldigen deze emissiefactor met de prognose van de elektriciteitsvraag in 2030 en 2050, waarbij we rekening hebben gehouden met autonome besparing. In 2030 leiden de ontwikkelingen op de elektriciteitsvraag en de daling van de emissiefactor van elektriciteit tot een CO2-besparing van 178 kton ten opzichte van 2021. Dit komt overeen met een reductie van 37% van de totale emissies van de gemeente Delft. Het terugdringen van de emissiefactor van het elektriciteitsnet is een nationale ontwikkeling, waar de gemeente Delft ook een verantwoordelijkheid in heeft. Met gemeentelijke of regionale inspanningen (bijv. de Regionale Energiestrategie) draagt Delft bij aan het CO2-neutraal maken van elektriciteit. Paragraaf 2.5 gaat in op de inspanningen van de gemeente Delft op het gebied van de opwek van hernieuwbare elektriciteit.

2.3.2 Gebouwde omgeving In deze paragraaf beschrijven we welke ontwikkelingen we meenemen in het basispad in de sector gebouwde omgeving.

Energiebesparingsplicht bedrijven en instellingen Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder: de energiebesparingsplicht. De energiebesparingsplicht geldt voor locaties van bedrijven en instellingen met een jaarlijks verbruik

10

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas (of een equivalent daarvan) (RVO, 2023). (TNO, 2021) heeft de verwachte effecten van de energiebesparingsplicht in beeld gebracht. Uit deze studie blijkt dat 89% van de dienstensector behoort tot de doelgroep van de energiebesparingsplicht. Het gemiddelde besparingspotentieel voor gas bedraagt 14% en het gemiddelde besparingspotentieel voor elektriciteit bedraagt 6% in 2030 ten opzichte van 2020. Sinds 1 juli 2023 is de energiebesparingsplicht uitgebreid en valt een bredere groep bedrijven hieronder. De verplichting heet nu ‘Verduurzaming van het energiegebruik’ en geldt nu ook voor vergunningplichtige inrichtingen, bedrijven die meedoen met CO2-emissiehandel (EU ETS) en glastuinbouwinrichtingen (deze waren voorheen uitgezonderd van verplichtingen).3 Er zijn echter nog geen studies gedaan naar het effect hiervan op het energiegebruik of de CO2-emissies. Hoewel dit landelijk beleid betreft zorgt deze maatregel op gemeentelijke schaal voor een uitvoeringslast. Het succes van de maatregel hangt dan ook af van de gemeentelijke inspanningen bedrijven en instellingen aan hun verplichtingen te houden.

Warmere winters Het wordt steeds warmer in Nederland. Gemiddeld zijn de winters in de periode 1906-2020 1,8°C warmer geworden. Deze temperatuurstijging heeft een effect op de warmtebehoefte. De warmtebehoefte kan beschreven worden aan de hand van het aantal graaddagen4. Het gemiddeld aantal graaddagen daalde in de periode 2000-2020 met 6% en deze trend zal zich voortzetten. Alleen al hierdoor is in Nederland het energiegebruik voor ruimteverwarming in 2030 9% lager dan in 2000, oplopend naar 15% in 2050 (PBL, 2022a). Een afname in het aantal graaddagen zorgt voor een afname van de warmtebehoefte voor ruimteverwarming, niet voor een afname van de warmtebehoefte voor warmtapwater. Gemiddeld wordt 79% van de warmtevraag van woningen gebruikt voor ruimteverwarming, de overige 21% gaat naar warmtapwater. We doen de aanname dat deze verhouding in de dienstensector gelijk is. We hebben berekend dat de warmtevraag van gebouwen ten behoeve van ruimteverwarming in 2030 afneemt met 3,5% en in 2050 met 10% ten opzichte van 2020 (PBL, 2022a).

Elektriciteitsverbruik huishoudens Door Europese Ecodesign-wetgeving worden elektrische apparaten steeds zuiniger. We verwachten daarom dat door natuurlijke vervanging van apparaten de elektriciteitsvraag van huishoudens jaar-op-jaar daalt. Aan de andere kant zien we dat door het stijgen ________________________________ 3 4

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2023-111.html Het aantal graaddagen is een maat voor uren dat gestookt moet worden. Het aantal graaddagen is de som per jaar van de daggemiddelde buitentemperatuur beneden de stookgrens van 18 graden. Een daggemiddelde temperatuur van 10 graden levert dus 18-10 = 8 graaddagen op voor die ene dag PBL. (2022a). Herziening weerscorrectie voor ruimteverwarming (Nieuwe methodiek om energieverbruik voor ruimteverwarming te corrigeren voor weer en klimaat in de Klimaat- en Energieverkenning, Issue. https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2022-herziening-weerscorrectie-voorruimteverwarming_4902.pdf.

11

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

van de welvaart huishoudens gemiddeld meer apparaten hebben, en dus meer verbruiken. De besparing in de periode 2016-2020 is 1,5% per jaar. Daarna is de besparing 0%. De toename in elektriciteitsvraag door elektrische warmtepompen en auto’s nemen we hier niet mee. Deze toename berekenen we bij respectievelijk de transitievisie warmte en nieuwbouwwoningen en bij mobiliteit. De Ecodesign-wetgeving zorgt niet alleen voor energiebesparing bij huishoudens, maar ook bij diensten. Echter doordat deze besparing overlapt met de besparing door de energiebesparingsplicht, laten we diensten hier buiten beschouwing.

Nieuwbouw woningen en dienstensector In 2021 bedroeg het aantal inwoners van Delft 103.581 (CBS, lopend-b). Het inwoneraantal zal in 2030 naar verwachting zijn toegenomen tot 119.300 en in 2050 tot 124.500 (PBL & CBS, 2022). Als gevolg van de bevolkingsgroei komen er de komende jaren in de gemeente nieuwbouwwoningen bij. Bevolkingsgroei en uitbreiding van de woningvoorraad zorgen voor een stijging van het energiegebruik, en daarmee van de emissies in de gemeente. Deze uitstoot is beperkt, vanwege nationale energieprestatie-eisen (de BENG-norm). Tabel 4 geeft de verwachte ontwikkeling van de bevolking en woningvoorraad in Delft weer. Tabel 4 – Aantal inwoners en woningvoorraad in Delft in 2021, 2030 & 2050 Jaar

Aantal inwoners

Woningvoorraad

2021

103.581

51.495

2030

119.300

66.300

2050

124.500

72.100

Bron aantal inwoners in 2021: (CBS, lopend-b). Bron woningvoorraad in 2021: (Regionale klimaatmonitor, 2021). Bron aantal inwoners en woningvoorraad in 2030 en 2050: (PBL & CBS, 2022).

Naast de groei in de woningvoorraad verwachten we ook een toename in de oppervlakte van gebouwen die worden gebruikt voor utiliteitsfuncties. We hebben de aanname gedaan dat de groei van utiliteitsgebouwen evenredig loopt met de groei van woningen. De nieuwe gebouwen zorgen voor groei in de energievraag en veroorzaken daarmee CO2-uitstoot. Sinds 2018 wordt nieuwbouw aardgasvrij gebouwd. In onze berekening doen we de aanname dat de nieuw te bouwen gebouwen voor 50% met een elektrische warmtepomp worden verwarmd en voor 50% met een warmtenet. We gebruiken nationale bouwnormen om de elektriciteits- en warmtevraag te bepalen, zie Tabel 5. Tabel 5 – Kentallen voor het berekenen van de elektriciteits- en warmtevraag van nieuwbouw Gebruikte gegevens

Bron

Woningen

12

Maximale warmtebehoefte nieuwbouwwoning

65 kWh/m2/jaar

(Ministerie van BZK, 2022)

Gemiddeld oppervlakte van woningen in Delft in 2021, bouwjaarklasse vanaf 2015

95 m2

(CBS, lopend-c)

Gemiddelde warmtapwatervraag

856 kWh/persoon/jaar (ECW, 2022)

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Gebruikte gegevens

Bron

Aantal personen per woning

1,80 # in 2030 1,73 # in 2050

Berekend op basis van gegevens van (PBL & CBS, 2022)

Gemiddelde elektriciteitsvraag woningen in Delft in 2021

2.450 kWh/jaar

(Regionale klimaatmonitor, 2021)

Woningen

Utiliteitsgebouwen Maximale warmtebehoefte nieuwbouw

Gemiddelde warmtapwatervraag

Kantoren

90

Onderwijs

190

Gezondheidszorg

350

Overige utiliteit

50

Kantoren

1,0

Onderwijs

1,3

Gezondheidszorg

10,6

Overige utiliteit

1,0

Gemiddelde Kantoren elektriciteitsvraag apparaten Onderwijs

(Ministerie van BZK, 2022)

(PBL, 2021) kWh/m2/jaar

126 42

Gezondheidszorg

64

Overige utiliteit

36

2.3.3 Industrie In deze paragraaf beschrijven we welke ontwikkelingen we meenemen in het basispad in de sector industrie.

KEV-trend ontwikkeling elektriciteits- en gasverbruik We passen de ontwikkeling van het elektriciteits- en gasverbruik in de industrie uit de KEV 2022 toe op Delft. Daarin maken we onderscheid in de trends voor industriële installaties die onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) vallen, en overige industrie (de ESR-sectoren). Op basis van gegevens uit de KEV 2022 hebben we berekend dat het totale energiegebruik van de sector industrie met 3% stijgt in de periode van 2020 tot 2030. Het elektriciteitsverbruik stijgt in die periode met 17%, terwijl verbruik van brandstoffen voor warmte juist daalt. De uitstoot daalt echter met 22% mede doordat de elektriciteit duurzamer wordt opgewekt, de CO2-heffing op de industrie en de energiebesparingsplicht. In 2040 ligt het totale energiegebruik volgens de KEV weer hoger dan in 2021. Bij gebrek aan informatie over 2050 gaan we uit van het energiegebruik in 2040.

KEV-trend ontwikkeling overige broeikasgassen We passen de industrieontwikkeling van overige broeikasgassen (methaan, lachgas en fluorhoudende gassen) uit de KEV 2022 toe op Delft. Volgens de KEV 2022 nemen de emissies van deze broeikasgassen in de periode van 2021 tot 2030 af met 28% en tot 2050 met 38%. Doordat de verhoudingen tussen sectoren in Delft anders zijn dan voor heel Nederland vallen de uiteindelijke reductiepercentages in de gemeente anders uit.

2.3.4 Mobiliteit In deze paragraaf beschrijven we welke ontwikkelingen we meenemen in het basispad in de sector mobiliteit.

13

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

KEV-trend emissies van verkeer De emissies voor de sector mobiliteit zijn gebaseerd het CEREM-model (CE Delft, lopend). In het CEREM-model baseren wij de nationale trends tot 2040 grotendeels op de KEV. De nationale ontwikkelingen tot 2050 hebben wij ingeschat door extrapolatie. Deze nationale ontwikkelingen passen we, gecorrigeerd voor lokale verschillen in bevolkingsgroei en werkgelegenheid, als groeivoeten toe op de lokale cijfers uit de Regionale klimaatmonitor. De KEV-raming houdt rekening met verschillende autonome trends en Europees en nationaal bestaand en voorgenomen beleid. Hieronder beschrijven we enkele van de belangrijkste trends binnen de verduurzaming van mobiliteit: — Verschoning wagenpark: Door Europese emissienormen voor het wegverkeer stoten nieuwe auto’s gemiddeld steeds minder broeikasgassen uit. Door het proces van wagenparkvernieuwing zullen de emissies per gereden kilometer tot 2030 dus vanzelf afnemen. — Elektrisch vervoer: De verkoop van elektrische personenauto’s stijgt snel. Dit is voor een groot deel een gevolg van de landelijke subsidieregeling voor nulemissiepersonenauto’s. Deze toename in elektrische auto’s zet naar verwachting door richting 2030. Het aandeel elektrische bestel- en vrachtauto’s is nog beperkt vergeleken met de personenauto’s, maar de KEV geeft aan dat dit de komende jaren waarschijnlijk snel zal stijgen.

Vooral door de invoering van zero-emissie(ZE-)zones voor stadslogistiek is de verwachting dat ook het aantal elektrische bestelauto’s de komende jaren flink zal stijgen. Elektrisch vervoer zorgt voor CO2-reductie door minder brandstofverbruik, maar hier komt elektriciteitsverbruik voor in de plaats. Doordat de landelijke CO2emissiefactor van elektriciteit daalt, nemen ook de emissies van elektrisch vervoer steeds verder af. — Bijmenging biobrandstoffen: Het kabinet heeft in 2021 een wetsvoorstel ingediend om de minimale inzet van geavanceerde biobrandstoffen te verhogen naar 7% in 2030. Hiermee geeft de Nederlandse overheid invulling aan de EU-verplichtingen voor hernieuwbare energie. Het verduurzamen van de brandstofmix zorgt voor een CO 2-reductie in de hele mobiliteitssector. — Nulemissie (ZE-)bussen en -doelgroepenvervoer: In het ‘Bestuursakkoord Zero-Emissie Regionaal Openbaar Vervoer per Bus’ is afgesproken dat in 2030 alle bussen die voor het stedelijk en regionale openbaar vervoer worden ingezet, zonder emissies zijn. In het bestuursakkoord ‘Zero-Emissie Doelgroepenvervoer’ is afgesproken dat in 2025 al het doelgroepenverkeer emissievrij is. De KEV neemt echter geen effect mee voor de maatregel ZE-doelgroepenvervoer. — Groei van verkeersvolumes: Volgens de KEV neemt het aantal gereden kilometers van personenauto’s licht toe.

Ook de vervoersvolumes in de binnenvaart nemen tot 2030 naar verwachting toe. Volgens de KEV zijn de emissies van broeikasgassen in 2030 vergelijkbaar met de emissies in 2021, ondanks de verwachting dat de vloot efficiënter wordt en er meer biobrandstoffen worden ingezet.

Correctie verkeersvolumes op basis van bevolkingsgroei De bevolking van de gemeente Delft neemt toe van 103.581 in 2021 tot 119.300 in 2030 en 124.500 in 2050 (PBL & CBS, 2022). Het CBS verwacht dat de Nederlandse bevolking als geheel toeneemt tot 18,59 miljoen in 2030 (CBS, lopend-a). De groei in Delft is dus naar verwachting ongeveer 9% hoger dan het Nederlandse gemiddelde. Daarom hebben we de KEV-prognose voor verkeersvolume hierop gecorrigeerd.

14

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

2.3.5 Landbouw In deze paragraaf beschrijven we welke ontwikkelingen we meenemen in het basispad in de sector landbouw.

KEV-trend ontwikkeling elektriciteits- en gasverbruik en niet-energiegerelateerde emissies In de KEV 2022 staat dat het elektriciteit- en gasverbruik in de landbouw ten opzichte van 2021 naar verwachting zal dalen met 5% richting 2030 maar juist 2% hoger ligt richting 2050. De uitstoot van overige broeikasgassen (methaan, lachgas), die vrijkomen bij onder andere de veeteelt, daalt naar verwachting met 5% in 2030, oplopend tot 13% richting 2050. Recente beleidsontwikkelingen rond het stikstofdossier en het Landbouwakkoord, waaronder de aangekondigde uitkoopregelingen van piekbelasters, neemt het PBL in deze trend dus niet mee.

2.4

Maatregelen In deze paragaaf beschrijven we per sector welke gemeentelijke beleidsmaatregelen we hebben doorgerekend en hoe we dat hebben aangepakt. Tabel 6 - Overzicht van de doorgerekende maatregelen per transitiepad Sector

Maatregelen

Wonen

− −

Woningen energiezuinig maken Warmtetransitie

Publieke dienstverlening

− −

Werkgebouwen energiezuinig maken Investeren in duurzame energie

Industrie en commerciële dienstverlening

− − −

Beïnvloeden en besparen Verduurzaming bedrijfsprocessen en warmtetransitie Handhaving van (regionale en landelijk) regelgeving

Mobiliteit

− −

Verminderen en veranderen van mobiliteit Verschonen van mobiliteit

2.4.1 Wonen Woningen energiezuinig maken Binnen de effectberekening van deze pijler vallen de maatregelen wijkgerichte collectieve isolatieacties, ontzorging en subsidie voor doe-het-zelvers en financieringsinstrument gemeentelijke verduurzamingsregeling.

Wijkgerichte collectieve isolatieacties In aanvulling op de gemeentelijke campagne ‘Delft doet Duurzaam’ (voorheen bekend als ‘Delft wordt groen’) worden er per wijk, als dat nodig is, wijkgerichte isolatiecampagnes uitgevoerd die aansluiten bij wat er in de wijk speelt. Dit in samenwerking met de energieambassadeur. De gemeente heeft ingeschat dat er tot 2050 nog 5.000 geaccepteerde offertes zullen voortkomen uit deze maatregel (Gemeente Delft, 2023). CE Delft heeft de gemiddelde besparing op aardgas voor de werkzaamheden ingeschat aan de hand van de

15

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

dataset ‘Referentieverbruik warmte woningen’ van het PBL5, waarbij een gemiddelde besparing van label D-G naar label C is aangenomen. Dit komt uit op een reductie 150 m3/jaar aardgas per aangepakte woning.

Ontzorging en subsidie voor doe-het-zelvers De gemeente Delft zet naar voorbeeld van de gemeente Den Haag een gemeentelijke subsidie op voor doe-het-zelvers. Daarnaast ontwikkelt ze een aanbod van isolatiecoaches die doe-het-zelvers kunnen adviseren/ondersteunen bij de werkzaamheden. Daarmee stimuleert ze doe-het-zelvers en biedt ze een oplossing voor de schaarste aan de aanbodzijde. De gemeente heeft ingeschat dat hiermee 1.500 woningen kunnen worden aangepakt tot 2030 (Gemeente Delft, 2023). CE Delft heeft de gemiddelde besparing op aardgas voor de werkzaamheden ingeschat aan de hand van de dataset ‘Referentieverbruik warmte woningen’ van het PBL6, waarbij een gemiddelde besparing van label D-G naar label C is aangenomen. Dit komt uit op een reductie 150 m3/jaar aardgas per aangepakte woning.

Financieringsinstrument gemeentelijke verduurzamingsregeling De gemeente organiseert een samenwerking met stichting de Woonpas om daarmee eigenaren van naoorlogse woningen vergaand en woonlastenneutraal te ontzorgen bij de isolatie van hun woning. Ze verwacht hier circa 2.000 woningen mee te kunnen ondersteunen. CE Delft heeft de gemiddelde besparing op aardgas voor de werkzaamheden ingeschat aan de hand van de dataset ‘Referentieverbruik warmte woningen’ van het PBL7, waarbij een gemiddelde besparing van label D naar label B is aangenomen. Dit komt uit op een reductie 200 m3/jaar aardgas per aangepakte woning. Het totale effect van deze maatregelen is een reductie van 1,5 kton in 2030. Het doel van de gemeente is om 10.000 woningen voor 2030 naar de Standaard te brengen en in totaal 25.000 in 2050. Hiervan worden voor 5.000 ontzorging en ondersteuning geleverd in de vorm van bovenstaande maatregelen. De drie maatregelen samen leiden dus tot bijna 5.000 woningen op de Standaard in 2030.

Opschalen warmtetransitie Binnen de effectberekening van deze pijler vallen het warmtenet in de wijken Voorhof en Buitenhof en het aardgasvrij maken van de Multatulibuurt. 5.000 woningen in Voorhof en Buitenhof en de Multatulibuurt zitten in de projectfase. Ook het effect van het uitvoeren van het Warmteplan Delft valt onder deze pijler. Hier zijn nog geen concretiseringsstappen op genomen. Het totale effect van deze maatregelen is een reductie van 13,2 kton in 2030 voor het transitiepad huishoudens. Om de CO2-reductie van het warmtenet in Voorhof en Buitenhof en het aardgasvrij maken van de Multatulibuurt te berekenen hebben we gebruikgemaakt van uitkomsten uit het model CEGOIA van CE Delft. Dit model berekent op buurtniveau de nationale kosten van warmtetechnieken. Daarnaast hebben we enkele aannames gedaan: — Voor 2030 worden de volgende panden aangesloten op een warmtenet: • de hoogbouw in de Multatulibuurt; ________________________________ 5 6 7

16

www.pbl.nl/publicaties/referentieverbruik-warmte-woningen www.pbl.nl/publicaties/referentieverbruik-warmte-woningen www.pbl.nl/publicaties/referentieverbruik-warmte-woningen

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

— — — — — — — — — —

• 80% van de gebouwen in de rest van Voorhof en Buitenhof; • de ruim 5.000 panden die de gemeente voor 2026 wil aansluiten. Woningen die op een warmtenet worden aangesloten worden op een lineair tempo geïsoleerd van hun huidige isolatieniveau naar label C tussen het basisjaar en 2050. Bij een warmtenet wordt met het warmtenet ook in warmtapwater voorzien. De warmtebron van het warmtenet is 100% geothermie. Er wordt geen koeling voorzien in de warmtenetten. Voor de laagbouw van de Multatulibuurt worden twee scenario’s voorzien, namelijk een warmtenet dat in 2035 wordt aangesloten of op een lineair tempo over op all-electric tussen 2024 en 2035. Woningen die een all-electric-warmtepomp krijgen worden geïsoleerd naar label B voor de overstap. Woningen worden in het basisjaar met aardgas verwarmd. Het bevolkingsaantal, de vraag naar ruimteverwarming, de oppervlakte van de gebouwen en het toekomstige gas- en warmteverbruik van de eerste panden in een buurt is evenredig met het percentage eerste panden in die buurt. De verhouding tussen publieke en commerciële dienstverlening en het bevolkingsaantal verandert niet tot en met 2050. Na 2030 gaan de 20% overige gebouwen in Voorhof en Buitenhof over op een all-electricwarmtepomp.

Tekstkader 1 - Haalbaarheid van het aardgasvrij maken van buurten en wijken vóór 2030 Een aantal kritische succesfactoren spelen een rol bij de vraag of de gemeente Delft vóór 2030 buurten en wijken van het aardgas af kan helpen: — Ten eerste: krijgen gemeenten de bevoegdheid om wijken van het gas af te sluiten, onder welke voorwaarden en wanneer? De Wet gemeentelijke instrumenten (Wgiw) moet gemeenten deze bevoegdheid geven. In het voorstel voor deze wet staat dat gemeenten, indien er een goed en betaalbaar duurzaam alternatief is, kunnen bepalen dat de netbeheerder na een bepaalde datum geen aardgas meer transporteert naar een bepaalde wijk. De planning is dat de Wgiw op 1 januari 2024 in werking treedt (Rijksoverheid, 2021). Een aandachtspunt is dat in het Klimaatakkoord (Rijksoverheid, 2019) een termijn van acht jaar is genoemd tussen het besluit van de gemeente om de aardgaslevering in een bepaalde wijk te stoppen en de daadwerkelijke overstap op een duurzaam alternatief. Tot 2030 rest de gemeente nog zeven jaar, wat betekent dat de eerste buurten in 2030 mogelijk nog niet in van het aardgasnet zijn afgesloten. Daarnaast rest de vraag of de gemeente bereid is om van zo’n bevoegdheid gebruik te maken.

— Ten tweede: in hoeverre is het (financieel) aantrekkelijk voor bewoners om van het gas af te gaan? De gasprijs voor de consument, de kosten van nieuwe installaties of van warmtelevering, lening en de informatievoorziening zullen in sterke mate het succes van de maatregelen voor de gebouwde omgeving bepalen. Dit ligt niet geheel in de hand van de gemeente, maar zeker ook bij het Rijk. Daarnaast kunnen ook niet-financiële factoren effect hebben op het succes: overstappen op aardgasvrij betekent overstappen van een vertrouwde naar een “onzekere” warmtevoorziening, de bewoner moet tijd investeren om zich in het onderwerp te verdiepen en er moeten aanpassingen worden gedaan in het huis. Hierdoor kan het realiseren van voldoende draagvlak voor aardgasvrij een moeizaam proces zijn.

In het Warmteplan Delft staat de visie van de gemeente Delft voor een aardgasvrije gebouwde omgeving (Gemeente Delft & CE Delft, 2021). Het Warmteplan speelt een beslissende rol in het behalen van de ambities. Het geeft richting in de aanpak en planning waardoor heel Delft gefaseerd van het gas af gaat. Het Warmteplan geeft per buurt aan welke warmtetechniek een kansrijke oplossing is voor aardgasvrij, zie Figuur 2. Het Warmteplan veronderstelt hierbij dat deze oplossing geldt voor alle panden in de transitiepaden wonen, publieke dienstverlening en industrie en commerciële dienst-

17

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

verlening. Daarmee weegt de doorrekening van het plan zwaar in het totaalplaatje van toekomstige uitstootreductie. In deze studie hebben we aangegeven wat het effect is wanneer dit Warmteplan voor de overige wijken een-op-een wordt uitgevoerd voor 2050. Om het CO2-effect van het uitvoeren van het Warmteplan uit te rekenen hebben wij aangenomen dat het gasverbruik in 2050 naar 0 gaat. Of dit daadwerkelijk gaat lukken is nog in grote mate onzeker. Voor de periode 2030-2050 kunnen ervaringen met bijvoorbeeld warmte-uitvoeringsplannen (zie hierboven, en Tekstkader 1) leiden tot nieuwe inzichten over wat qua uitvoering nodig is om het plan tot een succes te brengen. Elke vijf jaar volgt een update van het Warmteplan en de Routekaart om het plan met voortschrijdend inzicht concreter uit te werken, en dit kan nog grote gevolgen hebben voor het CO2-effect van het Warmteplan. Figuur 2 – Visie van de gemeente Delft om de woningen en gebouwen van het aardgas af te krijgen

Bron: (Gemeente Delft & CE Delft, 2021).

2.4.2 Publieke dienstverlening Werkgebouwen energiezuinig maken Binnen de effectberekening van deze pijler vallen de maatregelen Routekaart verduurzaming vastgoed Delft en E-deal Rabobank. Deze laatste maatregel was niet doorrekenbaar op CO2. Het effect van de Routekaart verduurzaming vastgoed Delft is een reductie van 0,4 kton in 2030. Deze reductie is berekend aan de hand van door de gemeente aangeleverde gegevens over maatregelen om werkgebouwen te verduurzamen en de te verwachten energiebesparing. De gemeente berekent deze besparing t.o.v. een klimaatjaar. We hebben aangenomen dat deze besparing hetzelfde is als besparing t.o.v. het basisjaar.

18

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Investeren in duurzame energie Binnen de effectberekening van deze pijler zijn de plannen voor het aardgasvrij maken de publieke dienstverlening in de Multatulibuurt en Voorhof Buitenhof doorgerekend, en de verdere effecten van het volledig uitvoeren van het Warmteplan Delft. Zie voor meer achtergrond over de berekeningen de uitleg onder Paragraaf 2.4.1. Ook de verduurzamingsplannen van de TU Delft voor hun vastgoed vallen hieronder. Dit gaat om het verduurzamen van de individuele ketels8 van de TU Delft (door inzet van geothermie). Het totale effect van deze maatregelen is een toename van 0,7 kton in 2030 voor het transitiepad publieke dienstverlening, door een toename in het elektriciteitsverbruik van de TU Delft.

2.4.3 Industrie en commerciële dienstverlening Beïnvloeden en besparen Binnen de effectberekening van deze pijler zijn de plannen voor het aardgasvrij maken de commerciële dienstverlening in de Multatulibuurt en Voorhof Buitenhof doorgerekend, en de verdere effecten van het volledig uitvoeren van het Warmteplan Delft. Zie voor meer achtergrond over de berekeningen de uitleg onder Paragraaf 2.4.1. Het totale effect van deze maatregelen is een reductie van 2,6 kton in 2030. Daarnaast vallen ook enkele verduurzamingsmaatregelen van industriële bedrijven die bij de gemeente bekend zijn onder deze pijler. Het effect van deze maatregelen is een reductie van 0,18 kton. De totale reductie voor het transitiepad industrie en commerciële dienstverlening komt uit op 2,8 kton.

Verduurzaming bedrijfsprocessen en warmtetransitie Binnen de effectberekening van deze pijler valt het verduurzamen van de warmtekrachtcentrales van de TU Delft (door inzet van geothermie). Dit leidt tot een reductie van 6 kton CO2.

2.4.4 Mobiliteit CE Delft heeft de effecten van het gemeentelijk beleid op het transitiepad mobiliteit doorgerekend in het kader van een studie voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (CE Delft, 2023). De effecten zijn overgenomen in deze studie. Voor de Routekaart zijn de maatregelen verdeeld over de twee pijlers binnen het transitiepad, zie Tabel 7. Voor een omschrijving van de gehanteerde berekeningswijze en aannames voor deze berekeningen, zie (CE Delft, 2023).

________________________________ 8

19

De verduurzaming van de warmtekrachtcentrale van de TU Delft valt onder het transitiepad industrie.

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Tabel 7 – Overzicht van de meegenomen maatregelen per pijler, incl. de bijbehorende CO2-reductie-effecten voor het jaar 2030 Pijler

Maatregel

Verminderen en veranderen van mobiliteit

Werkgeversaanpak

Verschonen mobiliteit

Metropolitane fietsroutes

1.496.133 78.184

Modal shift korte ritten

1.097.367

Lagere parkeernormen

5.084.822

Betaald parkeren uitbreiden en parkeertarieven verhogen

991.664

Bouwen rondom ov-locaties

124.200

Inzet iVRI’s in vrachtverkeer

118.010

Modal shift weg naar water/transitiepad

838.571

ZE eigen wagenpark

592.317

ZE-taxi’s ZE-zones stadslogistiek Deelmobiliteit Duurzaam personenvervoer over water

20

Reductie in 2030 in kg CO2/jaar

738.491 4.633.422 120.443 6.815

Verduurzaming verslogistiek

866.438

Verduurzaming binnenvaart

195.441

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

2.5

Hernieuwbare opwek van elektriciteit De plannen op het gebied van hernieuwbare elektriciteitsopwekking hebben we niet meegenomen bij het berekenen van de CO2-effecten van maatregelen, om dubbeltelling met een dalende landelijke emissiefactor van elektriciteit te voorkomen, zie ook Paragraaf 2.3.1. In dit hoofdstuk brengen we daarom de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit van een aantal maatregelen in beeld.

Collectieve inkoopacties van zonnepanelen De gemeente organiseert een paar keer per jaar samen met het Energieloket collectieve inkoopacties voor zonnepanelen Van de gemeente Delft hebben wij overzichten gekregen van het aantal bewonersbrieven, het aantal aanmeldingen en het aantal offerte aanvragen en uiteindelijk geaccepteerde offertes over de jaren 2021 tot de zomer van 2023. Alleen van het jaar 2021 is er een definitief beeld van hoeveel offertes uiteindelijk zijn geaccepteerd (en de panelen daarmee geplaatst). Aangezien 2021 het basisjaar is van de routekaart zitten de gerealiseerde zonnepanelen van dit jaar al in de cijfers van het basisjaar, en hoeft de opbrengst hier niet nogmaals te worden berekend. Het percentage geaccepteerde offertes in 2021 is gebruikt om een inschatting te maken van het aantal geaccepteerde offertes in 2022 en 2023. Hiermee komen wij op een inschatting dat er in totaal 450 huishoudens zonnepanelen hebben aangeschaft. Aangenomen is dat ieder huishouden 10 panelen plaatst van 400 Wp. Er is rekening gehouden met 900 vollasturen voor deze panelen. In totaal leverde de collectieve inkoopacties tot op heden een jaarlijkse opbrengst van 4,2 MWh op.

Opwek E-deal Rabobank Deze deal is een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Delft en de Rabobank om verduurzaming door bedrijven in Delft te versnellen. De Rabobank en de gemeente bieden gratis energie-advies voor alle Delftse bedrijven via de Energieke Regio. Dat gaat over energie besparen, isoleren en stroom opwekken met zonnepanelen. Hiernaast wordt kennisuitwisseling tussen Delftse bedrijven gestimuleerd via het bedrijvennetwerk Delft Energieneutraal 2050. Van de gemeente ontvingen wij voortgangsrapportages over het gegeven energieadvies in de jaren 2019-2021. In deze jaren hebben bedrijven naar aanleiding van het energieadvies zonnepanelen geplaatst. Er zijn geen isolerende maatregelen getroffen. De opgewekte zonne-energie vanuit deze actie is berekend door het piekvermogen aan aanbestede (468 kWp), gerealiseerde (279 kWp) en geplande (240 kWp) zonnepanelen binnen de E-deal Rabobank te vermenigvuldigen met het aantal aangenomen vollasturen zon op dak (900 uur). De E-deal van de Rabobank levert in totaal 888 Mwh per jaar op, die uitgesplitst kan worden in een hoeveelheid gerealiseerde opwekking van 467 MWh per jaar, en 421 MWh per jaar die nog gepland is. Aangenomen is dat deze panelen liggen op grote daken (> 15 kWp), en daarmee meetellen voor de RES-ambitie. Deze maatregel.

21

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Zonnepanelen TU Delft De gemeente heeft de ambitie om zonne-energie te verkrijgen van zonnepanelen op grote daken (> 15 kWp) van de TU Delft. Hiervoor is 44.000 m 2 aan dak en gevels beschikbaar voor extra zonnepanelen en dit levert grofweg 3-4 GWh, of, gemiddeld genomen, 3,5 kton MWh per jaar op (TU Delft, 2019).In plaats van zonnepanelen zouden er ook zon thermische installaties geplaatst kunnen worden (TU Delft, 2019), de opbrengst van deze variant hebben wij verder niet doorgerekend.

22

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

3 Detailoverzicht doorrekening Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de kernfiguren en -tabellen van de doorrekening. De Routekaart toont immers alleen de belangrijkste grafieken.

3.1

Wonen Algemeen Tussen 2021 en 2030 nemen de broeikasgasemissies door wonen in Delft met ongeveer 22% af door autonome ontwikkelingen. Figuur 3 - Ontwikkeling broeikasgassen in de sector wonen richting 2030 & 2050 met huidig beleid gemeente Delft

Binnen dit transitiepad zijn de volgende autonome ontwikkelingen meegenomen: — effecten van het verduurzamen van de Nederlandse elektriciteits- en gasvoorziening; — verwachte groei van de energievraag als gevolg van de groei van de stad; — verwachte veranderingen van het energiegebruik van de woningen als gevolg van meer eigen acties en het warmer worden van het klimaat; — effect van het verduurzamen van de warmtebronnen van bestaande warmtenetten in Delft. Het gemeentebeleid zorgt voor een verdere afname van ongeveer 11%. Hierbij heeft het warmtenet in Voorhof en Buitenhof (pijler opschalen warmte) het grootste effect. Na 2030 zal er een verdere daling van 9% plaatsvinden als gevolg van autonome ontwikkelingen. Het energiezuiniger maken van woningen zal na 2030 ook leiden tot kleine aanvullende CO2-effecten voor de stad, dit doordat de elektriciteit die in deze woningen wordt gebruikt steeds duurzamer wordt.

23

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Ook loopt na 2030 het aardgasvrij maken van de Multatulibuurt en Voorhof Buitenhof nog door. Deze gemeentelijke plannen leiden daarmee tot een beperkte additionele reductie. Hiernaast heeft de gemeente in haar Warmteplan Delft aangegeven dat alle bouwwerken in de gebouwde omgeving in 2050 aardgasvrij zijn, ook de woningen. Wanneer het Warmteplan daadwerkelijk wordt uitgevoerd zal dit leiden tot een volledige reductie van alle CO 2emissies in dit transitiepad. Tabel 8 - Ontwikkeling broeikasgassen in de sector wonen richting 2030 & 2050 met huidig beleid gemeente Delft Emissies (ton CO2-eq.) Totaal 2021

128.677

Effect basispad 2030

28.185

Energiebewust maken regulering en handhaving Energiezuinig maken woningen

1.485

Opschalen warmte

9.257

Prognose 2030

85.770

Effect basispad 2050

12.218

Energiebewust maken regulering en handhaving

-

Energiezuinig maken woningen

857

Opschalen warmte Prognose 2050

72.695 0

Energiebewust maken regulering en handhaving Onder deze pijler vallen de wijkgerichte isolatiecampagnes. Deze campagnes leveren niet direct een emissiereductie op, maar dragen bij aan de effectiviteit van de maatregelen in de pijler energiezuinig maken woningen. Om deze reden zijn de maatregelen niet doorgerekend.

Energiezuinig maken woningen Binnen de effectberekening van deze pijler vallen de maatregelen wijkgerichte collectieve isolatieacties, ontzorging en subsidie voor doe-het-zelvers en financieringsinstrument gemeentelijke verduurzamingsregeling. Het totale effect van deze maatregelen is een reductie van 1,5 kton. Het doel van de gemeente is om 10.000 woningen voor 2030 naar de Standaard te brengen en in totaal 25.000 in 2050. De drie maatregelen samen leiden tot bijna 5.000 woningen op de Standaard in 2030.

Opschalen warmte Binnen de effectberekening van deze pijler vallen het warmtenet in de wijken Voorhof en Buitenhof en het aardgasvrij maken van de Multatulibuurt. Ook het effect van het uitvoeren van het Warmteplan Delft valt onder deze pijler. Het totale effect van deze maatregelen is een reductie van 86 kton.

24

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

3.2

Publieke dienstverlening Algemeen Tussen 2021 en 2030 nemen de broeikasgasemissies door publieke dienstverlening in Delft met ongeveer 29 kton af door autonome ontwikkelingen. Tabel 9 - Ontwikkeling broeikasgassen in de sector publieke dienstverlening richting 2030 & 2050 met huidig beleid gemeente Delft

Binnen dit transitiepad zijn de volgende autonome ontwikkelingen meegenomen: — effecten van het verduurzamen van de Nederlandse elektriciteits- en gasvoorziening; — verwachte groei van de energievraag als gevolg van de groei van de stad; — verwachte veranderingen van het energiegebruik van de publieke dienstverlening als gevolg van meer eigen acties en het warmer worden van het klimaat. Verduurzamingsmaatregelen in de dienstverlening hebben een additioneel effect van 6%, dat echter (tijdelijk) teniet wordt gedaan door de grote groei aan elektriciteitsvraag die de TU Delft verwacht. Tussen 2030 en 2050 is een aanvullende reductie vanuit autonome ontwikkelingen verwacht van 16%. Door het verschonen van de elektriciteitsvoorziening leidt de groei van het elektriciteitsgebruik van de TU Delft niet meer tot een stijging in de CO 2-uitstoot, maar tot een daling. Hiernaast heeft de gemeente in haar Warmteplan Delft aangegeven dat alle bouwwerken in de gebouwde omgeving in 2050 aardgasvrij zijn, ook de publieke dienstverlening. Wanneer het Warmteplan daadwerkelijk wordt uitgevoerd zal dit leiden tot een volledige reductie van alle CO2-emissies in dit spoor.

25

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Tabel 10 - Ontwikkeling broeikasgassen in de sector publieke dienstverlening richting 2030 & 2050 met huidig beleid gemeente Delft Emissies (ton CO2-eq.) Totaal 2021

69.940

Effect basispad 2030

29.205

Werkgebouwen energiezuinig maken

352

Beïnvloeding om energie te besparen

Additioneel 754

Prognose 2030

41.130

Effect basispad 2050

11.238

Werkgebouwen energiezuinig maken

21

Beïnvloeding om energie te besparen

29.870

Prognose 2050

0

Werkgebouwen energiezuinig maken Binnen de effectberekening van deze pijler vallen de maatregelen Routekaart verduurzaming vastgoed Delft en E-deal Rabobank. Deze laatste maatregel was niet doorrekenbaar op CO2 (enkel in duurzame opwek van elektriciteit). Het effect van de Routekaart verduurzaming vastgoed Delft is een reductie van 0,4 kton.

Beïnvloeding om energie te besparen Binnen de effectberekening van deze pijler zijn de plannen voor het aardgasvrij maken van de publieke dienstverlening in de Multatulibuurt en Voorhof Buitenhof doorgerekend, en de verdere effecten van het volledig uitvoeren van het Warmteplan Delft. Ook de verduurzamingsplannen van de TU Delft voor hun vastgoed vallen hieronder. Het totale effect van deze maatregelen is een reductie van 29,5 kton.

3.3

Industrie en commerciële dienstverlening Tussen 2021 en 2030 nemen de broeikasgasemissies door de commerciële dienstverlening en industrie in Delft met ongeveer 84 kton af door autonome ontwikkelingen.

26

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Figuur 4 - Ontwikkeling broeikasgassen in de sector commerciële dienstverlening en industrie richting 2030 & 2050 met huidig beleid gemeente Delft

Binnen dit spoor zijn de volgende autonome ontwikkelingen meegenomen: — effecten van het verduurzamen van de Nederlandse elektriciteits- en gasvoorziening; — verwachte groei van de energievraag als gevolg van de groei van de stad; — verwachte veranderingen van het energiegebruik van de commerciële dienstverlening als gevolg van meer eigen acties en het warmer worden van het klimaat; — effecten van de handhaving van het Activiteitenbesluit in de Wet milieubeheer/Besluit activiteiten leefomgeving. Verduurzamingsmaatregelen vanuit de industrie in Delft zorgen voor een verdere reductie. Hierbij heeft het verduurzamen van de warmtekrachtcentrale TU Delft (met geothermie) het grootste effect, dat valt onder de pijler maximale opwek zonnestroom en energietransitie. Hiernaast is de ambitie om in het warmte uitvoeringsplan Delft, en in de tweede fase van de uitrol van het warmtenet in Voorhof-Buitenhof ook de commerciële dienstverlening in deze gebieden mee te nemen. Deze maatregelen zouden leiden tot een verdere reductie van ongeveer 10%. Na 2030 wordt er vanuit autonome ontwikkelingen een aanvullende reductie verwacht van 46%. Hiernaast heeft de gemeente in haar Warmteplan Delft aangegeven dat alle bouwwerken in de gebouwde omgeving in 2050 aardgasvrij zijn, ook de commerciële dienstverlening.

Wanneer het Warmteplan daadwerkelijk wordt uitgevoerd zal dit leiden tot een volledige reductie van alle CO2-emissies in dit transitiepad.

27

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Tabel 11 - Ontwikkeling broeikasgassen in de sector commerciële dienstverlening en industrie richting 2030 & 2050 met huidig beleid gemeente Delft Emissies totaal (ton CO2-eq.) Totaal 2021

170.513

Effect bovengemeentelijk beleid tot 2030

83.576

Beïnvloeding om energie te besparen

2725

Maximale opwek zonnestroom en energietransitie

16.020

Prognose 2030

68.193

Effect bovengemeentelijk beleid 2030-2050

25.937

Beïnvloeding om energie te besparen

10.579

Prognose 2050

31.675

Beïnvloeding om energie te besparen Binnen de effectberekening van deze pijler zijn drie maatregelen meegenomen: — Enkele verduurzamingsmaatregelen van industriële bedrijven die bij de gemeente bekend zijn. — De plannen voor het aardgasvrij maken van de commerciële dienstverlening in de Multatulibuurt en Voorhof Buitenhof. — de verdere effecten van het volledig uitvoeren van het Warmteplan Delft. Het totale effect van deze maatregelen is een reductie van 13,2 kton.

Verduurzaming bedrijfsprocessen en warmtetransitie Binnen de effectberekening van deze pijler valt het verduurzamen van de warmtekrachtcentrales van de TU Delft (door inzet van geothermie). Dit leidt tot een reductie van 16 kton CO2. De opwek van zonnestroom wordt behandeld in transitiepad 8, Pijler opwek duurzame elektriciteit.

Handhaving van regelgeving Er zijn geen maatregelen doorgerekend voor deze pijler.

28

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

3.4

Mobiliteit Algemeen Tabel 12 - Ontwikkeling broeikasgassen in de sector mobiliteit richting 2030 & 2050 met huidig beleid gemeente Delft

Tussen 2021 en 2030 nemen de broeikasgasemissies door mobiliteit in Delft met ongeveer 1 kton af door autonome ontwikkelingen. Binnen dit transitiepad zijn de volgende autonome ontwikkelingen meegenomen: — verduurzamen van de elektriciteitsvoorziening en bijmengverplichtingen voor motorbrandstoffen; — al het nationale en Europese mobiliteitsbeleid dat in de KEV als ‘vastgesteld’ of ‘voorgenomen’ was bestempeld, bijvoorbeeld: • landelijke subsidies elektrisch rijden; • Europese voertuignormeringen. — veranderende verkeersvolumes door demografische en sociaaleconomische ontwikkelingen; — verjonging wagenpark. Het gemeentebeleid zorgt voor een verdere afname van ongeveer 11%. ZE-zones stadslogistiek (pijler verschonen mobiliteit) en lagere parkeernormen (verminderen en veranderen mobiliteit) hebben het grootste effect. Na 2030 dalen de emissies verder door autonome ontwikkelingen.

29

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

Tabel 13 - Ontwikkeling broeikasgassen in de sector mobiliteit richting 2030 & 2050 met huidig beleid gemeente Delft Emissies (ton CO2-eq.) Totaal 2021

114.700

Effect basispad 2030

736

Effect verminderen en veranderen mobiliteit

8.233

Effect verschonen mobiliteit

6.048

Prognose 2030

99.682

Effect basispad 2050

67.212

Prognose 2050

32.470

Verminderen en veranderen van mobiliteit Binnen deze pijler zijn de volgende maatregelen doorgerekend: — werkgeversaanpak; — metropolitane fietsroutes; — modal shift korte ritten; — lagere parkeernormen; — betaald parkeren uitbreiden en parkeertarieven verhogen; — bouwen rondom ov-locaties; — inzet iVRI's in vrachtverkeer; — modal shift weg naar water/transitiepad. Het totale effect van deze maatregelen is een reductie van 8,2 kton CO2.

Verschonen van mobiliteit Binnen deze pijler zijn de volgende maatregelen doorgerekend: — ZE eigen wagenpark; — ZE-taxi’s; — ZE-zones stadslogistiek; — deelmobiliteit; — duurzaam personenvervoer over water; — verduurzaming binnenvaart; — verduurzaming verslogistiek. Het totale effect van deze maatregelen is een reductie van 6,0 kton CO2.

30

230154 - CO2-effecten klimaatbeleid Delft – December 2023

3.5

Infrastructuur voor de gebouwde omgeving Opwek duurzame elektriciteit Figuur 5 – Bekende ontwikkeling elektriciteitsopwekking in Delft met huidig beleid gemeente Delft

De plannen op het gebied van hernieuwbare elektriciteitsopwekking hebben we niet meegenomen bij het berekenen van de CO2-effecten van de maatregelen, om dubbeltelling met een dalende landelijke emissiefactor van elektriciteit te voorkomen. In deze paragraaf brengen we daarom de hoeveelheid opgewekte hernieuwbare elektriciteit ten gevolge van de maatregelen in beeld. Het betreft de volgende maatregelen: — collectieve inkoopacties van zonnepanelen (transitiepad wonen, pijler Energiezuinig maken woningen); — zonnepanelen E-deal Rabobank (zowel publieke als commerciële dienstverlening, pijlers Maximale opwek zonnestroom en energietransitie en werkgebouwen energiezuinig maken); — zonnepanelen TU Delft (transitiepad publieke dienstverlening, pijler ‘werkgebouwen energiezuinig maken’). Tabel 14 - Bekende ontwikkeling elektriciteitsopwekking in Delft met huidig beleid gemeente Delft Energieopwek in TJ

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13895820/1