Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid Bijlagen bij de Toelichting Deel 4
Tekst van het document
•
Wat opvalt aan de hoogteligging is dat het parkeerterrein dat later is aangelegd, hoger ligt dan de parkeergarage, niet overdekt is en het regenwater naar de parkeergarage afstroomt (zie foto 2).
•
Tijdens het veldbezoek zijn ook de installatie ruimtes bezocht. Dan gaat het om de ruimte met een cv-installatie een ruimte met de Sprinkler-installatie en een ruimte met de WKO-installatie. Bij de personen die aanwezig waren was niet bekend of er een pomp voor het vuilwater en/of een pomp voor het hemelwater aanwezig waren.
•
De vloerhoogte van de installatieruimtes is gelijk aan de vloerhoogte van de parkeergarage. Bij overtollig regenwater is het mogelijk dat dit water direct naar deze ruimtes afstroomt waardoor het water bij de installaties kan komen (foto 3).
•
Tijdens het veldbezoek is het talud van het oppervlaktewater gecontroleerd op uitkomende leidingen. Er is één leiding aangetroffen waarvan de bob net boven het waterpeil is aangelegd (zie foto 4). Dat is op een hoogte van ca. -2,75 m NAP. De vloer van de parkeergarage heeft een hoogte van ca. -2,28 m NAP waardoor deze leiding onder de vloer van de parkeergarage kan liggen. Deze leiding ligt tussen de sloot en het gebouw. Dit kan heel goed een hemelwaterleiding zijn van het dak van het gebouw. Deze aangetroffen leiding in de sloot is niet op de tekening zichtbaar. Ook niet in het verlengde van het gebouw; Het vermoeden is daarom dat er nog een tekening met de HWA-leidingen aanwezig moet zijn.
Aangezien er nog een aantal openstaande vragen waren naar aanleiding van het veldbezoek is de beheerder om aanvullende informatie gevraagd. Op 3 november heeft de beheerder van de eigenaar hierop gereageerd. Bij de beantwoording is ook een extra tekening aangeleverd waarop de hemelwaterriolering is aangegeven. Deze tekening heeft tekening nr “WT-0-1” en de naam “W-installatie in terrein”. De tekening is separaat bij deze notitie aangeleverd. De locatie van de genomen foto’s van het veldbezoek zijn naderhand op deze tekening geplaatst. Op basis van deze tekening is de conclusie dat het grootste deel van het hemelwater afkomstig van het terrein van gebouw Exact (namelijk het dakoppervlak en de (zowel dakoppervlak als de parkeervakken aan weerszijden van het gebouw) via een vrijvervalleiding naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd. Het is nog niet duidelijk waar de dompelpompen op lozen en hoe de afwatering van de parkeervakken onder het gebouw functioneert.
13 december 2021
BH9723-RHD-ZZ-XX-NT-Z-0001
4/10
4
Conclusie en advies
4.1
Conclusie
In deze conclusie zijn de antwoorden geformuleerd op de gestelde vragen in de aanleiding. Waar en hoe wordt het hemelwater, afkomstig van de parkeerkelder, afgevoerd (riolering of oppervlaktewater)? Het grootste deel van het hemelwater afkomstig van het perceel van Molengraaffsingel 33, gebouw Exact, namelijk het dakoppervlak en de parkeervakken aan weerszijden van het gebouw, wordt onder vrijverval met twee leidingen direct naar het aangrenzend oppervlaktewater afgevoerd. Het regenwater heeft een vrije uitstroom naar het oppervlaktewater. Er zijn op basis van de geanalyseerde gegevens geen terugslagkleppen of pompsystemen in deze leidingen aanwezig. In figuur 3 is een uitsnede van deze tekening toegevoegd waarop de twee hemelwaterleidingen (blauw gemarkeerd) richting het oppervlaktewater in bovenaanzicht als in een dwarsprofiel zijn weergegeven. De leidingen hebben een diameter van 200 en 400 mm. Openstaande vragen: 1) Bij het veldbezoek is alleen de leiding met een diameter van 400 mm aangetroffen. Tijdens de opname lag deze leiding boven het waterpeil terwijl volgens de tekening de leiding nagenoeg volledig onder het waterpeil bevindt. Het is dus mogelijk dat de leiding van 400 mm hoger aangelegd is tot boven het waterpeil, maar dat de leiding van 200 mm zich conform de tekening onder het waterpeil bevindt.
2) De afwatering van de parkeervakken onder het gebouw is nog niet duidelijk. De afwatering van de kolken onder het gebouw is nog niet duidelijk. Ook is het niet duidelijk waarom in enkele van deze kolken een dompelpomp is geplaatst. Vermoedelijk wateren deze kolken middels de dompelpompen op de riolering.
Figuur 3 – Uitsnede tekening “WT-0-1” met de naam “W-installatie in terrein”
13 december 2021
BH9723-RHD-ZZ-XX-NT-Z-0001
5/10
Wat is het effect van de berekende peilstijgingen in het watersysteem en de riolering voor de afwatering van gebouw Exact? In figuur 4 is de huidige situatie van deze afwatering schematisch weergegeven. Molengraaffsingel
-0,70 m
Parkeerkelder Exact
T=100 -2,11 m -1,78 m -2,28 m HWA riolering -3,30 m
Twee HWA leidingen -3,19 Waterpeil -2,85 m T=10 -2,05 m
Figuur 4 Principe huidige afwatering gebouw Exact. (Hoogten in meters t.o.v. NAP) Bij de toetsingsbui T=100 (herhalingstijd 1 keer per 100 jaar) voor het oppervlaktewater is een maximale peilstijging van -2,11 m N.A.P. berekent. De vloerhoogte van de parkeerkelder is ca. -2,28 m N.A.P. Met de huidige afwateringsituatie zal het oppervlaktewater via de twee hemelwaterleidingen bij de watergang naar de parkeerkelder afstromen. De maximale waterdiepte in de parkeerkelder en de installatieruimtes bedraagt dan ca. 0,20 m (zie figuur 4). Met deze waterdiepte is de parkeerkelder nog toegankelijk voor voertuigen en zal er ook geen directe schade ontstaan aan voertuigen. Voor de hydraulische berekening van de regenwaterriolering is ervan uitgegaan dat het verhard oppervlak van gebouw Exact direct op de regenwaterriolering in de Molengraaffsingel is aangesloten. Dat is in de praktijk niet het geval waardoor de regenwaterriolering minder met hemelwater wordt belast. Het berekende overtollige regenwater blijft volgens de berekening tussen de opsluitbanden van de rijbaan en leidt niet tot afstroming richting het gebouw Exact. Nu bekend is dat het hemelwater van het gebouw niet op de hemelwaterriolering is aangesloten leidt de berekende peilstijging in de regenwaterriolering niet tot directe wateroverlast in de parkeerkelder.
Bij deze berekeningen is gerekend met een bui van 70 mm in 1 uur (T=100), 90 mm in 1 uur (T=250) en 160 mm in 2 uur (T=1000).
4.2
Advies
Naar aanleiding van de bureaustudie en het veldbezoek gelden de volgende adviezen: ◼ Beantwoording openstaande vragen:
Verifiëren of de tweede HWA-leiding richting oppervlaktewater met een diameter van Ø 200 mm functioneert.
Nagaan of de kolken met dompelpompen onder gebouw aangesloten zijn op de HWA of VWA.
◼
Nagaan of een waterdiepte van ca. 0,20 m in de parkeerkelder schade (b.v. aan de installaties) tot gevolg heeft en bepalen of dit acceptabel is. Installatieruimtes kunnen uitgerust worden met schotten welke tijdelijk kunnen worden geplaatst om water uit de ruimtes te houden. Deze waterdiepte komt volgens de berekeningen eens in de 10 tot 100 jaar voor bij het klimaat van 2050.
◼
Indien de waterdiepte van ca. 0,20 m in de parkeerkelder onacceptabel is dan dient de parkeerkelder gelijk een poldersysteem te worden ontwaterd.
Uitrusten van de HWA leidingen richting oppervlaktewatersysteem met een terugslagklep. Er dient onderhoud op de terugslagkleppen te worden uitgevoerd om functioneren te waarborgen.
Plaatsen van dompelpomp voor noodafvoer, of het gebruik van de huidige dompelpompen (afhankelijk van huidige lozingssituatie) nagaan.
13 december 2021
BH9723-RHD-ZZ-XX-NT-Z-0001
6/10
Bijlage 1 – Foto’s veldbezoek Een weergave van de locatie van de foto’s op een revisietekening is separaat aangeleverd.
Foto 1
13 december 2021
BH9723-RHD-ZZ-XX-NT-Z-0001
7/10
Foto 2
13 december 2021
BH9723-RHD-ZZ-XX-NT-Z-0001
8/10
Foto 3
13 december 2021
BH9723-RHD-ZZ-XX-NT-Z-0001
9/10
Foto 4
Locatie leiding richting oppervlaktewater
13 december 2021
BH9723-RHD-ZZ-XX-NT-Z-0001
10/10
RAPPORT Afvoerstructuurplan bemalingsgebied Technopolis en VSL Afvoerstructuurplannen TU Delft Klant:
TU Delft
Referentie: BG4059-102-WATRP20200127 Status:
Definitief/P01.01
Datum:
27 januari 2020
Beperkt verspreid
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Stationspark 27C 4462 DZ GOES Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 98 00 T +31 113 23 30 05 F info.goes@nl.rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Afvoerstructuurplan bemalingsgebied Technopolis en VSL Ondertitel: Referentie: BG4059-102-WATRP20200127 Status: P01.01/Definitief Datum: 27 januari 2020 Projectnaam: Afvoerstructuurplan Technopolis en VSL Projectnummer: BG4059-102-100 Auteur(s): L.C. Janse
Opgesteld door: L.C. Janse Gecontroleerd door: A.P.G. van de Waart Datum/paraaf: 27 januari 2020 Goedgekeurd door: L.C. Janse Datum/paraaf: 27 januari 2020
Classificatie Beperkt verspreid
Disclaimer No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and ISO 45001:2018. 27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
i
Beperkt verspreid
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Doelstelling
1
1.3
Leeswijzer
1
2
Systeembeschrijving
2
2.1
Plangebied
2
2.2
Systeembeschrijving riolering
3
2.2.1 2.2.2
Bemalingsgebied Technopolis Bemalingsgebied VSL
3 4
2.3
Systeembeschrijving oppervlaktewater
4
3
Uitgangspunten
5
3.1
Herkomst brongegevens
5
3.2
Verhard oppervlak
6
3.3
Afvalwaterhoeveelheden
6
3.4
Injecties
6
3.5
Rioolgemalen
7
3.6
Berging
7
3.7
Maaiveldverloop
7
4
Functioneren huidige situatie (situatie 2019)
9
4.1
Functioneren praktijk
9
4.2
Hydraulisch functioneren
9
4.2.1 4.2.2
Bemalingsgebied Technopolis Bemalingsgebied VSL
9 12
5
Functioneren toekomstige situatie/gewenste eindsituatie
13
5.1
Ontwikkelingen
13
5.2
Hydraulisch functioneren
14
5.2.1 5.2.2 5.2.1 5.2.2
Bemalingsgebied Technopolis Bemalingsgebied VSL Conclusie toekomstige situatie/gewenste eindsituatie (Fase 1, 3) Voorstel toekomstige situatie (Fase 2)
14 15 15 15
6
Hemelwaterstresstest
17
6.1
Inleiding
17
6.2
Vitaal en kwetsbaar (stap 1)
17
6.3
Berekeningsresultaten extreme neerslag (stap 2)
17
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
ii
Beperkt verspreid
6.4
Berekeningsresultaten
18
6.5
Kwetsbaarheden & risico’s (stap 3)
20
7
Maatregelen, optimalisaties & aanbevelingen
21
7.1
Maatregelen en oplossingsrichtingen
21
7.2
Systeemoptimalisaties
23
7.3
Waterrobuustheid
23
7.4
Overige aanbevelingen
25
8
Conclusies
26
8.1
Conclusies
26
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Overzichtstekening Riooltabel Richtlijnen & uitgangspunten Vitale en kwetsbare objecten
Tekeningen • • • •
BG3702-101-100-301 BG4059-102-1 BG4059-102-2 BG4059-102-3
27 januari 2020
: Overzichtstekening bemalingsgebied Technopolis en VSL : Berekeningsresultaten extreme neerslagsituatie 70 mm : Berekeningsresultaten extreme neerslagsituatie 90 mm : Berekeningsresultaten extreme neerslagsituatie 160 mm
BG4059-102-WATRP20200127
iii
Beperkt verspreid
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De TU Delft is gestart met het opstellen van een zevental afvoerstructuurplannen voor de riolering en waterhuishouding binnen het eigen beheersgebied. Aan Royal HaskoningDHV is opdracht verleend voor het opstellen van een afvoerstructuurplan voor het gebied Technopolis en VSL. Het voorliggende rapport is opgesteld in het kader van de zorgplichten van de beheerafdeling van de TU Delft en richt zich op het functioneren van de riolering en bevat resultaten van rioleringsberekeningen.
1.2
Doelstelling
Het doel van dit afvoerstructuurplan is inzicht te krijgen in het huidige systeem functioneren van de riolering en een eerste beeld te krijgen van de waterhuishouding in het gebied. Daarnaast vormt het huidige systeem functioneren de basis voor toekomstige ontwikkelingen binnen deze gebieden. Het afvoerstructuurplan bevat in essentie de volgende onderdelen: 1. Een beschrijving en weergave van de huidige riolering en waterhuishouding (wat is er en hoe functioneert het in theorie en praktijk). 2. Welke ontwikkelingen staan er op stapel en wat is de te verwachten invloed hiervan op de riolering en waterhuishouding. 3. Een beschrijving van de gewenste eindsituatie na realisatie van de toekomstige ontwikkelingen (incl. de hiertoe te stellen kaders). 4. Een beschrijving van de te verwachten effecten in het kader van klimaatontwikkelingen op de riolering (hemelwaterstresstest).
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de systeembeschrijving. De uitgangspunten en de kenmerken van het bemalingsgebied worden weergegeven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het functioneren in praktijk, waarin onder andere de klachten en meldingen worden weergegeven en er wordt ingegaan op het hydraulisch functioneren van het bestaand rioleringssysteem. Hoofdstuk 5 gaat in op de gewenste eindsituatie na eventuele toekomstige ontwikkelingen. De resultaten van de hemelwaterstresstest komen in hoofdstuk 6 aan de orde. De voorgestelde oplossingsrichtingen en aanbevelingen worden weergegeven in hoofdstuk 7. Ten slotte wordt ingegaan op de conclusie in hoofdstuk 8.
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
1
Beperkt verspreid
2
Systeembeschrijving
2.1
Plangebied
Bemalingsgebied Technopolis Het bemalingsgebied Technopolis is globaal gesitueerd tussen de A13 en de Rotterdamseweg. Bemalingsgebied Technopolis is een uitbreidingsgebied voor de TU Delft. De ligging van het bemalingsgebied is weergegeven in figuur 2.1.
RG Heertjeslaan (TR-W 207)
Figuur 2.1: Ligging bemalingsgebied Technopolis
Een gedetailleerd overzicht van het rioolsysteem in bemalingsgebied Technopolis is weergegeven op de bijgevoegde overzichtstekening met kenmerk BG3702-101-100-301. Bemalingsgebied VSL Bemalingsgebied VSL grenst aan bemalingsgebied Technopolis en is globaal gesitueerd tussen de Thijsseweg en de A13. De ligging van het bemalingsgebied is weergegeven in figuur 2.2. RG VSL (TUV10950P)
Figuur 2.2: Ligging bemalingsgebied VSL
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
2
Beperkt verspreid
2.2
Systeembeschrijving riolering
In het onderstaande afvoerschema is de afvoer van de bemalingsgebieden Technopolis en VSL, schematisch weergegeven. In de volgende paragrafen is per bemalingsgebied een systeembeschrijving opgenomen.
VSL
Injectie gemeentelijk minigemaal DR Schoenmakerstraat 340 Fortuna
Injectie gemeentelijk minigemaal DR Mekelweg 20 Bluebirds
Gescheiden stelsel Gemeentelijk rioolgemaal VSL (TUV10950P)
VSL Technopolis
TU-Zuid
(Verbeterd) gescheiden stelsel
Gemengd en gescheiden stelsel
Rioolgemaal Heertjeslaan (TR-W 207)
Rioolgemaal Watermanweg (TR-W 204)
Rioolgemaal Stevinweg (TR-W 208) Bemalingsgebied Campus Persleiding loost in gemeentelijke vrijvervalriolering Zuidplantsoen AWZI Harnaschpolder
TU-Zuid
Technopolis
Figuur 2.3: Afvoerschema Bemalingsgebied Technopolis en VSL
2.2.1
Bemalingsgebied Technopolis
Bemalingsgebied Technopolis is voorzien van een gescheiden rioolstelsel met een injectie van het verbeterd gescheiden stelsel rondom de parkeergarage en het gemengd stelsel ter plaatse van de trambaan. In het vuilwaterstelsel is een nooduitlaat naar het oppervlaktewater aangebracht om wateroverlast in het gebouw als gevolg van het niet functioneren van het rioolgemaal te voorkomen. Deze nooduitlaat heeft een diameter van 200 mm en is vanuit inspectieput met nummer TUV10012 (nabij rioolgemaal ‘Heertjeslaan’) met het oppervlaktewater verbonden. De leiding heeft een gronddekking van ca. 0,90 m. Bij het lozingspunt is een terugslagklep op de leiding aangebracht om terugstroom van oppervlaktewater naar de riolering te voorkomen. Het hemelwaterstelsel loost op meerdere locaties rechtstreeks op het oppervlaktewater. Het verbeterd gescheiden stelsel bevindt zich rondom de parkeergarage nabij het gebouw ‘Technopolis’ en is uitgevoerd in een zgn. “Smart drain stelsel”. Ingezameld hemelwater wat niet via dit systeem gaat wordt afgevoerd naar het gemengde riool wordt rechtstreeks geloosd op het oppervlaktewater.
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
3
Beperkt verspreid
Het afvalwater vanuit het vuilwaterstelsel wordt naar het rioolgemaal ‘Heertjeslaan’ afgevoerd. Via dit rioolgemaal wordt het afval- en regenwater naar de gemeentelijke vrijvervalriolering aan de Zuidplantsoen en via het gemeentelijke afvalwatertransportsysteem richting de AWZI Harnaschpolder verpompt. Naast het afvalwater uit het eigen gebied ontvangt het gebied nog een tweetal injecties. Eén injectie is afkomstig van het tankstation en de Burger King nabij de rijksweg A13. Deze injectie is aangesloten op een inspectieput van het vuilwaterstelsel in de Molengraaffsingel. Daarnaast wordt het afvalwater van bemalingsgebied VSL via een persleiding, nabij het rioolgemaal ‘Heertjeslaan’, in het vuilwaterstelsel van Technopolis geloosd.
2.2.2
Bemalingsgebied VSL
In bemalingsgebied VSL ligt een gescheiden stelsel. Het vuilwaterstelsel heeft geen overstort of nooduitlaat naar het oppervlaktewater. Het afvalwater wordt via het vuilwaterstelsel naar het gemeentelijk rioolgemaal VSL (RG Thijsseweg 11) afgevoerd. Dit rioolgemaal verpompt het afvalwater naar het gemengd stelsel in bemalingsgebied Technopolis. Via het rioolgemaal ‘Heertjeslaan’ in bemalingsgebied Technopolis wordt het afvalwater naar de gemeentelijke vrijvervalriolering aan de Zuidplantsoen verpompt.
2.3
Systeembeschrijving oppervlaktewater
Het oppervlaktewatersysteem in bemalingsgebied TU Zuid valt binnen de contouren van het peilgebied met een flexibel peil tussen de NAP -3,05 m tot NAP -2,85 m. Voor de hydraulische berekeningen is het hoogste waterpeil, namelijk NAP -2.85 m, gehanteerd. Naast secundair water zijn de watergangen evenwijdig aan de Heertjeslaan en rondom bemalingsgebied VSL primair water. Het oppervlaktewater stroomt af naar het zuiden, richting de stuw ter hoogte van de Archimedesweg/Rotterdamseweg. Direct na de stuw wordt het oppervlaktewater, via het poldergemaal naar de hoger gelegen boezem ‘Delftse Schie’ afgevoerd. In figuur 2.4 is het watersysteem weergegeven.
-0,43
Stuw en poldergemaal
Figuur 2.4: Watersysteem bemalingsgebied TU Zuid 27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
4
Beperkt verspreid
3
Uitgangspunten
In dit hoofdstuk wordt in gegaan op de uitgangspunten die zijn gehanteerd bij het opstellen van dit afvoerstructuurplan. Zo worden de eigenschappen van de rioolgemalen en andere bijzondere constructies in dit hoofdstuk nader toegelicht. Daarnaast wordt ingegaan op de belasting op het stelsel en de herkomst van diverse gegevens. In bijlage 2 zijn de specifieke kenmerken van het rioolstelsel in een kenmerkentabel weergegeven. In de volgende paragrafen worden deze kenmerken nader toegelicht.
3.1
Herkomst brongegevens
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de herkomst van de gegevens die gebruikt zijn bij het opstellen van het rekenmodel. Tabel 3.1: Herkomst brongegevens
Soort gegevens
Bron
Put- en leidinggegevens
Het rioolbeheerbestand is digitaal door de TU Delft aangeleverd. Door Royal HaskoningDHV zijn onlogische waardes in beeld gebracht (geen b.o.b of diameter niet bekend), waarna in overleg met de TU Delft aanpassingen zijn doorgevoerd. Voor de ontbrekende maaiveldhoogtes zijn de gegevens uit het AHN3 aangehouden.
Verhard oppervlak
Het verhardoppervlak is door Royal HaskoningDHV op basis van een bureauonderzoek en veldverkenning op een tekening verwerkt en als basis gehanteerd.
Droogweerafvoer
De werkelijk verpompte dag volumes zijn teruggerekend naar een debiet in m3/uur op basis van een periode van 10 uur per dag.
Injecties
De debieten van de injecties zijn een aanname.
Pompcapaciteit
De pompcapaciteiten van de gemalen zijn in het rekenmodel zoveel mogelijk gebaseerd op werkelijke (geïnstalleerde en gemeten) pompcapaciteiten. Deze gegevens zijn door de TU Delft aangeleverd en voornamelijk gebaseerd op de pompkenmerken en de aflezingen in Aquaview. De pompcapaciteit van het gemeentelijk rioolgemaal aan de Thijssenweg (bemalingsgebied VSL) is ook gebaseerd op de pompkenmerken en aflezingen in Iview.
Toegestane pompovercapaciteit
De toegestane pompovercapaciteit bedraagt volgens de CIW en de WRW de droogweerafvoer, vermeerderd met de injecties en de pompovercapaciteit ter grootte van 0.7 mm/uur, ofwel 7 m³/uur per hectare over het werkelijk aangesloten verhard oppervlak. Voor een verbeterd gescheiden stelsel bedraagt deze 0.3 mm/uur.
Gegevens kelder en in- en uitslagpeil van de gemalen
In de berekeningen is voor de in/uitslagpeilen verondersteld dat de inslagpeilen van de gemeentelijke rioolgemalen gelijk zijn dan de bob van de laagst intredende leiding. Het uitslagpeil is theoretisch berekend, waarbij is aangenomen dat deze 0,50 m lager is dan het inslagpeil.
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
5
Beperkt verspreid
3.2
Verhard oppervlak
Tabel 3.2 geeft een overzicht van het verhard oppervlak dat is aangesloten op het rioolstelsel per bemalingsgebied. Het aangesloten verhard oppervlak is gedetailleerd weergegeven op de bijgevoegde overzichtstekeningen. Tabel 3.2: Overzicht aangesloten verharding
Gebied Technopolis
Vuilwaterstelsel
Gescheiden
Wegen (ha)
Daken (ha)
Wegen (ha)
Daken (ha)
Wegen (ha)
Daken (ha)
Totaal (ha)
0,06
-
5,26
2,61
-
0,22
8,15
-
-
0,86
0,61
-
-
1,47
0,06
0,00
6,12
3,22
0,00
0,22
9,62
VSL Totaal:
3.3
Verbeterd gescheiden
Afvalwaterhoeveelheden
Voor het bepalen van de afvalwaterhoeveelheden zijn gegevens over het drinkwaterverbruik opgevraagd bij de leverancier in het gebied. Om moverende redenen zijn deze gegevens bij aanvang van het opstellen van dit afvoerstructuurplan nog niet beschikbaar gekomen. Om toch een indicatie te verkrijgen van de hoeveelheid afvalwater, is dit bepaald op basis van het verpompte volume bij rioolgemaal Heertjeslaan tijdens droge dagen. Deze volumes zijn teruggerekend naar een debiet in m3/uur op basis van een periode van 10 uur per dag.
3.4
Injecties
Naast de injectie uit bemalingsgebied VSL is er één injectie afkomstig van buiten het bemalingsgebied, namelijk die van het tankstation en de Burger King (A13). Deze injectie loost op het gemengde/vuilwaterriolering van bemalingsgebied Technopolis. De exacte locatie van deze injectie is weergegeven op de bijgevoegde tekening en schematisch in figuur 3.1. De belangrijkste kenmerken van deze injectie zijn in de onderstaande tabel weergegeven.
Injectie: Tankstation / Burger King
Figuur 3.1: Locatie injectie Naam injectie
Soort afvalwater
Beheerder
Locatie beschrijving
Capaciteit [m3/uur]
Herkomst capaciteit
Tankstation / Burger King
DWA
Onbekend
Persleiding sluit aan op het gemengd/vuilwaterriolering van bemalingsgebied Technopolis.
0,5 m3/uur
Aanname.
Tabel 3.3: Kenmerken injectie
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
6
Beperkt verspreid
3.5
Rioolgemalen
In tabel 3.4 worden de kenmerken van de gemalen weergegeven. Tabel 3.4: Kenmerken gemalen. Bemalingsgebied
Naam gemaal
Geïnstalleerde capaciteit [m3/uur]
Verpompt volume DWA per dag [m3]
Technopolis
RG Heertjeslaan
122
VSL
RG Thijsseweg
16
3.6
Soort afvalwater
Beheerder
150
Gescheiden (met injecties VGS en gemengd)
TU Delft
Onbekend
DWA
Gemeente
Berging
In tabel 3.5 is de berging in het gemengde/vuilwaterriool en het verbeterd gescheiden stelsel weergegeven. Tabel 3.5 Berging rioolstelsel Bemalingsgebied
Type stelsel
Verhard oppervlak (ha)
Laagste overstortdrempel (m NAP)
Onderdrempelberging (m³)
(mm)
Technopolis
Gemengd
0,06
Bij gemaal ‘Heertjeslaan’
201
340
Technopolis
VGS
0,22
n.v.t.
2,40
1
3.7
Maaiveldverloop
Het maaiveldniveau in het bemalingsgebied is bepaald op basis van het AHN3 en varieert van -0,40 m NAP tot -2,80 m NAP. In figuur 3.2 is te zien dat het plangebied in een hellend gebied ligt. Vanwege de boezem functie ligt de Rotterdamseweg hoger dan het gemiddelde maaiveld in het bemalingsgebied. Het maaiveld in bemalingsgebied Technopolis en VSL ligt lager dan het aangrenzende bemalingsgebied Technopolis. Het maaiveld in het gebied dat nog niet bouwrijp is gemaakt, ligt lager dan het overig gebied.
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
7
Beperkt verspreid
Figuur 3.2: Maaiveldverloop (bron: AHN3)
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
8
Beperkt verspreid
4
Functioneren huidige situatie (situatie 2019)
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het functioneren van de riolering in de huidige situatie. Hierbij is zowel het functioneren van de praktijk als het theoretische functioneren onderzocht.
4.1
Functioneren praktijk
Bij de beheerafdeling van de TU is alleen het gebied rond het gebouw ‘TNW Zuid’ (in het bemalingsgebied Technopolis), als wateroverlastgevoelig gebied bekend. Van dit recent opgeleverde gebouw zijn klachten m.b.t. inpandige overlast bekend. In onderstaand figuur is de locatie van dit gebouw weergegeven.
Legenda Inpandige wateroverlast
De rioolgemalen in het gebied Technopolis en het gebied VSL functioneren naar behoren. Bij de TU Delft zijn er geen klachten en meldingen bekend met betrekking tot het oppervlaktewater. Figuur 4.1: Meldingen wateroverlast
4.2
Hydraulisch functioneren
Aan de hand van de resultaten uit de inventarisatiefase, de uitgangspunten uit hoofdstuk 3 en de toetsingscriteria/richtlijnen uit bijlage 3 is een dynamisch rekenmodel van het bemalingsgebied Technopolis en VSL vervaardigd. Dit rekenmodel is vervolgens doorgerekend met bui 08 en bui 10 (voor meer informatie zie bijlage 3). In de volgende paragrafen zijn de berekeningsresultaten per bemalingsgebied en neerslaggebeurtenis beschreven.
4.2.1
Bemalingsgebied Technopolis
Neerslaggebeurtenis bui 08 De resultaten van de berekening met bui 08 zijn gevisualiseerd in figuur 4.2 en geanalyseerd. Uit deze analyse van de berekeningsresultaten blijkt dat het bemalingsgebied Technopolis over het algemeen over een robuust rioolstelsel beschikt. Wel blijkt dat er op één locatie water-op-straat optreedt tijdens bui 08 en/of is er sprake van een verminderde waking tussen de waterspiegel in het riool en het maaiveld (zie figuur 4.2). Uit de resultaten blijkt dat de nooduitlaat in het vuilwaterstelsel niet in werking treedt.
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
9
Beperkt verspreid
Legenda Waakhoogte >0,2 m Waakhoogte < 0,2 m Water-op-straat
1
Figuur 4.2: Berekeningsresultaten bui 08
1. Locatie nabij gebouw ‘Exact’ In de straat Molengraaffsingel ter plaatse van het gebouw ‘Exact’ wordt tijdens bui 08 water-opstraat berekend. In de praktijk wordt hier vooralsnog geen wateroverlast ervaren. De maximaal berekende waterdiepte op deze locatie bedraagt 3 cm en treedt kortstondig op (ca. 5 minuten). Uit een analyse van de berekeningsresultaten blijkt dat er relatief veel weg en dakoppervlak op deze regenwaterriolering is aangesloten. In de praktijk kan het zijn dat er minder verhard oppervlak op deze regenwaterriolering is aangesloten, bijvoorbeeld dat het dakoppervlak direct op de naast gelegen watergang is aangesloten.
Figuur 4.3: Lengteprofiel bui 08
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
10
Beperkt verspreid
Neerslaggebeurtenis bui 10 De resultaten van de berekening met bui 10 zijn gevisualiseerd in figuur 4.4 en geanalyseerd. Het rioolstelsel is vervolgens doorgerekend met een bui met een hogere intensiteit (bui 10). De resultaten hiervan zijn gevisualiseerd in de volgende figuur. Uit de resultaten blijkt dat de nooduitlaat in het vuilwaterstelsel niet in werking treedt.
Legenda Waakhoogte >0,2 m Waakhoogte < 0,2 m Water-op-straat
1
Overlastlocatie praktijk 1. 2. 3. 4.
Molengraaffsingel 4 Heertjeslaan nabij de Rotterdamseweg Mekelweg TNW Zuid
3
2
Figuur 4.4: Berekeningsresultaten bui 10
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
11
Beperkt verspreid
Bij de berekening van bui 10 wordt met maximaal circa 25 minuten minder dan 30 minuten (toetsingscriteria) water op straat berekend. Daarnaast wordt op een aantal locaties, ten opzichte van bui 08, wel water-op-straat berekend. Deze locaties zijn, weergegeven in figuur 4.4.
4.2.2
Bemalingsgebied VSL
Deze paragraaf beschrijft de berekeningsresultaten van bui 08 en bui 10 in bemalingsgebied VSL. Bui 08 De resultaten van de berekening met bui 08 zijn gevisualiseerd in figuur 4.5 en geanalyseerd. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat bemalingsgebied VSL over een robuust gescheiden stelsel beschikt. Er zijn geen locaties waar bij bui 08 water-op-straat wordt berekend en er wordt in de praktijk ook geen wateroverlast ervaren. Bui 10 De resultaten van de berekening met bui 10 zijn gevisualiseerd in figuur 4.6 en geanalyseerd. Alleen op de parkeerplaats voor het gebouw wordt minimaal water-op-straat berekend. Het waterniveau in de riolering is volgens de berekening 0,1 cm boven het straatpeil. De duur van het water-op-straat is te verwaarlozen.
Legenda Waakhoogte >0,2 m Waakhoogte < 0,2 m Water-op-straat
Legenda Waakhoogte >0,2 m Waakhoogte < 0,2 m Water-op-straat
1
Figuur 4.5: Berekeningsresultaten bui 08
27 januari 2020
Figuur 4.6: Berekeningsresultaten bui 10
BG4059-102-WATRP20200127
12
Beperkt verspreid
5
Functioneren toekomstige situatie/gewenste eindsituatie
5.1
Ontwikkelingen
Als basis voor de toekomstige ontwikkelingen is de tekening ‘Verkavelingsplan Technopolis’ met tekeningnummer ‘PTTTUT02’ d.d. 10-06-2014 gehanteerd. De ontwikkelingen vallen binnen de contouren van de bemalingsgebieden ‘Technopolis’ en ‘VSL’ (zie figuur 5.1). Het verkavelingsplan is opgedeeld in verschillende fasen. Deze grenzen van deze fasen zijn in figuur 5.1 weergegeven. Fase 1 en 3 In fase 1 en 3 zijn de riolering en wegen al aangelegd en zijn een aantal kavels al bebouwd (zie de tekening in bijlage 1). Een deel van het oppervlaktewater, op de grens met fase 2 is nog niet aangelegd.
Fase 2: gebied nog niet voorzien van riolering Fase 1 en 3: gebied voorzien van riolering
Het toekomstige verhard oppervlak, afkomstig Figuur 5.1: Verkavelingsplan van de percelen, is voor dit gedeelte van het ontwikkelgebied in het rekenmodel verwerkt. De wegenstructuur wijzigt ten opzichte van de bestaande situatie nauwelijks. Op de kruising van de Heertjeslaan/Huismansingel is een rotonde voorzien. Vanwege deze beperkte wijziging en het oppervlaktewater nabij deze rotonde is het verhard oppervlak in het rekenmodel niet gewijzigd. Op basis van de kaveloppervlakten in het verkavelingsplan zijn aannames gedaan voor de hoeveelheid verhard oppervlak afkomstig van de terreinen en de daken. Vanwege de beperkte capaciteit van de bestaande regenwaterriolering en de grote hoeveelheid oppervlaktewater in het gebied, zijn er voor twee scenario’s hydraulische berekeningen uitgevoerd. Het verschil in beide scenario’s is de hoeveelheid aangesloten verhard oppervlak op de bestaande regenwaterriolering. In tabel 5.1 zijn de uitgangspunten van deze scenario’s weergegeven. Scenario
Kavel oppervlakte (ha)
Percentage dak oppervlak van kavel oppervlak op riolering (%)
Percentage terrein verharding van kavel oppervlak op riolering (%)
Bemalingsgebied VSL Verhard oppervlak (ha)
Bemalingsgebied Technopolis Verhard oppervlak (ha)
1
15.50
60
40
1.28
14.20
2
15.50
0
40
0.88
8.42
Tabel 5.1 Uitgangspunten en hoeveelheden verhard oppervlak per scenario
Fase 2 Fase 2 van het ontwikkelgebied is nog niet bouwrijp gemaakt en daarom nog niet voorzien van wegen, riolering en het toekomstig oppervlaktewater.
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
13
Beperkt verspreid
In dit afvoerstructuurplan is ervan uitgegaan dat met de ontwikkeling van dit gebied, een separate afvoer voor het hemelwater wordt aangelegd. Het toekomstige verhard oppervlak in dit gebied is daarom niet meegenomen in het rekenmodel van de toekomstige situatie. Voor de DWA afvoer in dit gebied zijn wij ervan uitgegaan dat de vuilwaterriolering afvoert naar het bestaande rioolgemaal van bemalingsgebied Technopolis. In paragraaf 5.2.2 is een voorstel beschreven voor de afvoerstructuur in dit gebied.
5.2
Hydraulisch functioneren
Voor beide scenario’s, zoals in de vorige paragraaf is beschreven, is een dynamisch rekenmodel van het bemalingsgebied Technopolis en VSL vervaardigd. Voor de toekomstige situaties zijn oppervlakten voor uit tabel 5.1 in het rekenmodel verwerkt. Dit rekenmodel is vervolgens doorgerekend met bui 08 en bui 10 (voor meer informatie zie bijlage 3). In de volgende paragrafen wordt het effect van de ontwikkelingen op het hydraulisch functioneren per bemalingsgebied beschreven.
5.2.1
Bemalingsgebied Technopolis
De resultaten van de berekening met bui 08, zijn voor de twee scenario’s gevisualiseerd in figuur 5.2 en geanalyseerd. Uit de berekeningsresultaten van bui 08 blijkt dat met de toekomstige ontwikkelingen, bij zowel scenario 1 als 2, het aantal water-op-straat locaties ten op zichtte van huidige situatie, toeneemt. Deze extra water-op-straat locaties zijn in figuur 5.2 gemarkeerd.
Molengraaffsingel 2
Heertjeslaan
Figuur 5.2: Scenario 1 (100% dak en terrein naar HWA riolering) Scenario 2 (0% dak en 100% terrein naar HWA riolering)
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
14
Beperkt verspreid
5.2.2
Bemalingsgebied VSL
De resultaten van de berekening met bui 08, zijn voor de twee scenario’s gevisualiseerd in figuur 5.3 en geanalyseerd. Uit de berekeningsresultaten van bui 08 blijkt dat met de toekomstige ontwikkelingen, bij zowel scenario 1 als 2, geen water-op-straat wordt berekend.
Figuur 5.3: Scenario 1 (100% dak en terrein naar HWA riolering) Scenario 2 (0% dak en 100% terrein naar HWA riolering)
5.2.1
Conclusie toekomstige situatie/gewenste eindsituatie (Fase 1, 3)
Uit de berekeningsresultaten van de verschillende scenario’s blijkt dat bij het aansluiten van het dakoppervlak van de nieuwbouw op de regenwaterriolering (in fase 1 en 3), het aantal water-op-straat locaties toeneemt. Omdat er door het aansluiten van extra verhard oppervlak op de regenwaterriolering, de water-op-straat locaties toenemen en er naast alle percelen oppervlaktewater is voorzien, adviseren wij om het hemelwater afkomstig van zowel de daken als het terrein van de nieuwbouwlocaties, rechtstreeks op het oppervlaktewater aan te sluiten. Eigenaren zijn verantwoordelijk voor de afvoer van regenwater dat op eigen perceel valt. Wij stellen daarom voor om minimale bergingseisen voor regenwater in bijvoorbeeld koopovereenkomsten op te nemen (b.v. groen/blauw dak, waterberging onder de verharding). Hierdoor wordt de piekbelasting in het oppervlaktewater en in het verdere watersysteem, zoveel mogelijk beperkt
5.2.2
Voorstel toekomstige situatie (Fase 2)
In deze paragraaf doen wij voorstellen voor het inrichten van de afvoerstructuur in het gedeelte van het ontwikkelgebied waar nog geen rijbaan en riolering is aangelegd (fase 2). In figuur 5.4 is dit voorstel schematisch weergegeven. Regenwaterriolering Voor het omgaan met het regenwater afkomstig van de daken en terreinen, is het voorstel gelijk aan het voorstel voor het omgaan met het regenwater in de fasen 1 en 3 waar al riolering is aangelegd, zoals in paragraaf 5.2.1. is beschreven. In het gedeelte van het ontwikkelgebied waar nog geen rijbaan en riolering is aangelegd is naast de rijbaan oppervlaktewater voorzien. Het regenwater afkomstig van de wegverharding, kan rechtstreeks op het oppervlaktewater worden aangesloten. In het bestaande gebied gaat het regenwater afkomstig van de 27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
15
Beperkt verspreid
wegverharding namelijk ook via kolken naar een regenwaterriolering die rechtstreeks (zonder zuiveringsvoorziening) op het oppervlaktewater is aangesloten. Doordat het regenwater zonder tussenkomst van een regenwaterriool naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd worden de aanlegkosten en de beheer en onderhoudskosten lager en is er geen beperkende afvoercapaciteit meer van de riolering.
Gedeelte niet gerioleerd
Gedeelte gerioleerd
Vuilwaterriolering De vuilwaterriolering kan in de rijbaan worden aangelegd en aangesloten worden op het bestaand rioolgemaal ‘Heertjeslaan’. Daarbij is het nuttig om te onderzoeken of het functioneren van de pompen bij de toename van dit vuilwater nog optimaal renderen.
Vuilwaterriolering aansluiten op bestaand rioolgemaal
Legenda Plangrens Indicatieve ligging vuilwaterriolering Regenwater van percelen naar oppervlaktewater Regenwater van rijbaan oppervlakkig naar oppervlaktewater Figuur 5.4: Schematische weergave afvoerstructuur nog te ontwikkelen plangebied
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
16
Beperkt verspreid
6
Hemelwaterstresstest
6.1
Inleiding
In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat heel Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig ingericht dient te zijn. In het Deltaplan is het volgende viertal klimaatthema’s gedefinieerd: • Wateroverlast; • Hitte; • Droogte; • Overstroming. Voor het thema wateroverlast is in dit afvoerstructuurplan een hemelwaterstresstest opgenomen. In deze stresstest zijn potentiële kwetsbaarheden voor het gebied TU Zuid geïdentificeerd. De thema’s Hitte en Droogte dienen separaat aan het afvoerstructuurplan nader onderzocht te worden. Het thema Overstroming wordt regionaal opgepakt. De hemelwaterstresstest beschrijft en visualiseert het effect wat de klimaatverandering in de toekomst kan hebben. De hemelwaterstresstest is in de kern als volgt opgebouwd: 1. Verzamelen informatie vitale en kwetsbare functies binnen het gebied (zie bijlage 4) 2. Uitvoeren berekeningen met extreme neerslag (klimaatbuien) 3. Combineren resultaten en definiëren kwetsbaarheden.
6.2
Vitaal en kwetsbaar (stap 1)
In bijlage 4 is een overzicht opgenomen waarin de objecten en gebouwen met een vitale en kwetsbare functie zijn weergegeven. Deze lijst is gezamenlijk met de TU Delft opgesteld. Bij het opstellen van deze lijst is voor het begrip ‘kwetsbare functies’ de volgende definitie gehanteerd: “We spreken van kwetsbare objecten, netwerken en groepen als het gaat om de levering van producten, diensten en de onderliggende processen die, als zij uitvallen, maatschappelijke ontwrichting kunnen veroorzaken. Dat kan zijn omdat er sprake is van veel slachtoffers en grote economische schade, dan wel wanneer het herstel zeer lang gaat duren en er geen reële alternatieven voorhanden zijn, terwijl we deze producten en diensten niet kunnen missen”.
6.3
Berekeningsresultaten extreme neerslag (stap 2)
Straten en parkeerterrein kunnen bij hevige regenbuien onder water komen te staan. Dit wordt een probleem als het water boven trottoirniveau komt te staan en over drempels gebouwen instroomt. De verwachte waterdiepte is daarom een indicator voor het optreden van overlast. Grote waterdiepte betekent grotere kans op overlast en daarmee een grotere kans op schade. Om de waterdiepte te kunnen bepalen is met behulp van het rekenmodel een drietal buien doorgerekend. Deze zogenaamde standaard “klimaatbuien” zijn in 2018 opgeleverd door o.a. stichting RIONED en STOWA en zijn tot stand gekomen in samenwerking met het KNMI en de TU Delft. De kenmerken van de betreffende buien zijn in de volgende tabel weergegeven.
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
17
Beperkt verspreid
Herhalingstijd op basis van huidig klimaat (jaar)
Hoeveelheid (mm)
Duur (min)
70
60
100
90
60
250
160
120
1000
Tabel 6.1 Extreme neerslag gebeurtenissen
Opgemerkt wordt dat deze (extreme) buien voornamelijk bedoeld zijn om te simuleren wat er gebeurt als een rioolstelsel overbelast raakt. Tijdens deze extreme buien is de riolering van minder maatgevend belang voor de water-op-straat locaties maar is het maaiveldverloop veel meer van invloed op de berekende wateroverlast. Om deze reden wordt de riolering niet met deze extreme buien gedimensioneerd. De riolering is wel meegenomen in de berekening met de extreme neerslaggebeurtenissen.
6.4
Berekeningsresultaten
Het rekenmodel van de huidige situatie (waarin maaiveld en riolering aan elkaar zijn gekoppeld)* is doorgerekend met de 3 eerdergenoemde klimaatbuien. De berekeningsresultaten van deze extreme neerslaggebeurtenissen zijn weergegeven in figuur 6.1 t/m 6.3. *excl. onverharde terreinen Bij de extreme neerslaggebeurtenissen wordt in de rijbanen in het gehele bemalingsgebied, water-opstraat berekend. De locaties waar bij bui 10 ook water-op-straat wordt berekend zijn de locaties met de hoogste waterdiepte. Bij neerslaggebeurtenis 160 mm in 2 uur is dit ca. 0,15 m. Op de berekende wateroverlast locatie bij het gebouw ‘TNW’ na zijn er verder geen locaties waar de berekeningsresultaten van de extreme neerslaggebeurtenissen aantonen dat er wateroverlast naast of in de gebouwen optreedt. Van de meeste gebouwen is de regenwaterriolering op eigen terrein niet bekend en daarom ook niet in het rekenmodel opgenomen. Op een groot aantal locaties is het waterniveau in de regenwaterriolering boven het maaiveld. Het is dan aannemelijk dat het waterniveau in het, op de percelen aansluitende regenwaterriolering, ook boven maaiveld staat of inpandige wateroverlast kan veroorzaken.
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
18
Beperkt verspreid
Figuur 6.1: Berekeningsresultaten 70 mm in 1 uur
Figuur 6.2: Berekeningsresultaten 90 mm in 1 uur 27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
19
Beperkt verspreid
Figuur 6.3: Berekeningsresultaten 160 mm in 2 uur
6.5
Kwetsbaarheden & risico’s (stap 3)
De resultaten van de inventarisatie van de vitale en kwetsbare objecten en functies zijn in bijlage 4 in een gedetailleerd overzicht opgenomen. De berekeningsresultaten van de extreme neerslaggebeurtenissen zijn in combinatie met de gebouwen en deze vitale en kwetsbare objecten op de tekeningen in de bijlage weergegeven. Gebouwen Uit de berekeningsresultaten van alle drie de extreme neerslaggebeurtenissen blijkt dat het water vanuit de hemelwaterriolering tegen het gebouw ‘TNW Zuid’ aan blijft staan. Dit gebouw heeft daarmee een verhoogde kans op inpandige wateroverlast. Om dit risico beter in te kunnen schatten is het van belang om ter plaatse onderzoek te doen en metingen uit te voeren. Daarbij gaat het om het inmeten van de vloerhoogte in relatie tot het omliggende maaiveld en of het gebouw voorzien is van een kelder. Met die gegevens kan het risico verfijnd worden en daarna de afweging plaats vinden voor het nemen van maatregelen. De geplande rioleringsmaatregelen rondom het gebouw ‘TNW Zuid’ hebben minimaal effect op de situatie bij extreme neerslag. Het maaiveldverloop is in deze extreme situaties bepalend. Overige vitale en kwetsbare objecten Nabij het gebouw ‘TNW Zuid’ ligt een ‘brandweer opstelplaats’ waar tijdens extreme neerslagsituaties water-op-straat wordt berekend.
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
20
Beperkt verspreid
7
Maatregelen, optimalisaties & aanbevelingen
7.1
Maatregelen en oplossingsrichtingen
Uit de analyse van het functioneren van de riolering is gebleken dat de rioolstelsels in de bemalingsgebieden Technopolis en VSL robuust zijn. Bij 3 locaties wordt niet voldaan aan één van de volgende toetsingscriteria: • De riolering dient voldoende afvoercapaciteit te hebben voor een theoretische bui met een herhalingstijd van eenmaal per twee jaar (bui 08). De minimaal vereiste waakhoogte in het riool is 0,20 m. (verschil tussen waterstand in put en het maaiveld); • De afvoercapaciteit van het rioolstelsel wordt getoetst aan een theoretische bui met een herhalingstijd van eenmaal per tien jaar (bui 10). Hierbij mag maximaal gedurende 30 minuten waterop-straat worden berekend. Voor deze locaties zijn hieronder oplossingsrichtingen beschreven voor maatregelen waarmee de afvoercapaciteit van de riolering op deze locatie vergroot kan worden. Met deze oplossingsrichtingen zal de riolering voldoen aan de bovengenoemde toetsingscriteria. Nabij gebouw ‘Exact’ In de straat Molengraaffsingel ter plaatse van het gebouw ‘Exact’ wordt tijdens bui 08 water-op-straat berekend maar er zijn geen meldingen bekend van wateroverlast. Bij bui 10 wordt met ca. 25 minuten minder dan de maatstaf van 30 minuten, water-op-straat berekend. Omdat er geen meldingen bekend zijn van wateroverlast heeft het uitvoeren van maatregelen geen hoge urgentie.
In de onderstaande tabel zijn oplossingsrichtingen aangegeven. Locatie
Opmerking / mogelijke oorzaak
Oplossingsrichting
Locatie nabij gebouw ‘Exact’
1. In de praktijk kan het zijn dat er minder verhard oppervlak op deze regenwaterriolering is aangesloten, bijvoorbeeld dat het dakoppervlak direct op de naast gelegen watergang is aangesloten. 2. Relatief veel opstuwing in de eerste twee strengen na de uitstroomvoorziening.
1. Onderzoeken of het dakoppervlak van gebouw ‘Exact’ direct op het oppervlaktewater is aangesloten. 2. De eerste twee leidingen vanaf de uitstroomvoorziening vergroten. Deze leidingen zijn in figuur 7.2 gemarkeerd.
Vergroten leidingen
Figuur 7.1: Lengteprofiel bui 08
Nabij gebouw ‘TNW’ Ter plaatse van het gebouw ‘TNW’ wordt, bij bui 10, water-op-straat berekend en in de praktijk ook wateroverlast ervaren. De maximaal berekende waterdiepte op deze locatie bedraagt ca. 5 cm en treedt kortstondig op (ca. 15 minuten). Uit een analyse van de berekeningsresultaten blijkt dat het berekende water op straat voornamelijk wordt veroorzaakt door een beperkte afvoercapaciteit van de riolering rondom het gebouw. In de onderstaande figuur is een doorsnede van de riolering tot aan de 27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
21
Beperkt verspreid
uitstroomvoorziening opgenomen. Hierin is te zien dat de leidingen rond het gebouw voor relatief veel opstuwing zorgen en de twee leidingen voor de uitstroomvoorziening. Daar versmallen de diameters van Ø500 mm naar Ø315 mm. Omdat er meldingen bekend zijn van wateroverlast heeft het uitvoeren van maatregelen urgentie. In de onderstaande tabel zijn oplossingsrichtingen aangegeven. Er wordt momenteel gedetailleerder onderzoek gedaan naar de toepassing en uitwerking van deze oplossingsrichtingen. Locatie
Opmerking / mogelijke oorzaak
Oplossingsrichting
Locatie nabij gebouw ‘Technopolis’
Relatief veel opstuwing in leidingen rondom het gebouw en twee leidingen voor uitstroomvoorziening
1. Leidingen rondom het gebouw vergroten. 2. Vergroten leiding richting uitstroomvoorziening 3. Creëren 2e extra lozingspunt HWA
1. Vergroten leidingen
2. Vergroten leidingen
Figuur 7.2: Lengteprofiel bui 10
Nabij gebouw ‘VSL’ Op de parkeerplaats aan de voorzijde van het gebouw ‘VSL’ wordt tijdens bui 10 water-op-straat berekend maar er zijn geen meldingen bekend van wateroverlast. Omdat er geen meldingen bekend zijn van wateroverlast, en het rioolstelsel voldoet aan bui 08, heeft het uitvoeren van maatregelen een lage urgentie. Voor deze locatie hebben wij geen oplossingsrichtingen aan de riolering beschreven maar in paragraaf 7.3. is voor deze locatie een oplossingsrichting beschreven voor het aanpassen van de bovengrondse inrichting waardoor het gebied waterrobuuster wordt bij extreme neerslaggebeurtenissen. In figuur 7.3 is een lengteprofiel van de hemelwaterriolering, bij bui 10 weergegeven.
Figuur 7.3: Lengteprofiel bui 10
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
22
Beperkt verspreid
7.2
Systeemoptimalisaties
Naast de in de vorige paragraaf benoemde oplossingsrichtingen voor het (theoretische) hydraulische knelpunt is gezocht naar optimalisaties waarmee het bestaande systeem geoptimaliseerd kan worden. Aangezien het systeem verder naar behoren functioneert zijn er geen aanvullende optimalisaties geconstateerd.
7.3
Waterrobuustheid
In deze paragraaf zijn oplossingsrichtingen beschreven voor het vergroten van de waterrobuustheid tijdens extreme neerslaggebeurtenissen. Tijdens deze neerslaggebeurtenissen ontstaan er op diverse locaties ter plaatse van de rijbaan water-op-straat situaties. Dit komt met name voor bij de locaties Molengraaffsingel nabij het gebouw ‘YES!Delft’ (noordelijk deel), gebouw ‘Exact’ (zuidelijk deel) en de Heertjeslaan nabij de aansluiting op de Rotterdamseweg. In de volgende figuren zijn per locatie de resultaten bij bui 160 mm in 2 uur weergegeven en in de tabel zijn oplossingsrichtingen benoemd om deze locaties bij extreme neerslaggebeurtenissen robuuster te maken. Locatie
Opmerking
Oplossingsrichting
Molengraaffsingel (‘YES!Delft’) Figuur 7.4
Tussen de vloerhoogte van het gebouw ‘YES!Delft’ en de hoogte van de trottoirband van de rijbaan zit nagenoeg geen hoogte verschil. Hierdoor is de kans op inpandige wateroverlast aanwezig. Het water verzamelt zich op de rijbaan en t.p.v. van het gebouw is met ca. 0,15 m, de hoogste waterdiepte.
Onderzoeken van de mogelijkheden om het regenwater afkomstig van de verharding, in extreme situaties, ook oppervlakkig naar de naastgelegen waterpartij en het oppervlaktewater af te voeren en/of naast de rijbaan een wadi aanbrengen waar het water tijdelijk kan worden gebufferd.
Heertjeslaan Figuur 7.5
Vanwege de hogere ligging van de Rotterdamseweg stroomt het overtollige regenwater richting de Heertjeslaan. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat dit regenwater voornamelijk afkomstig is uit de regenwaterriolering in de naastgelegen groenstroken en zich daar verzameld.
Het regenwater verzamelt zich nu al in de groenstrook naast de rijbaan. Door de groenstrook te verlagen kan er tijdens extreme neerslagsituaties nog meer regenwater worden geborgen.
Molengraaffsingel (‘Exact’) Figuur 7.6
Het overtollige regenwater stroomt bij een neerslag van 160 mm in 2 uur nog niet richting de gebouwen maar naar het naastgelegen oppervlaktewater.
Onderzoeken of het mogelijk is om de trottoirband van de rijbaan aan de slootzijde te verlagen zodat het overtollige regenwater oppervlakkig naar het oppervlaktewater kan afstromen waardoor de waterdiepte op de rijbaan minder is dan in de huidige situatie.
Locatie parkeerplaats voor gebouw ‘VSL’ Figuur 7.7
Voorheen was bemalingsgebied ‘VSL’ voorzien van een verbeterd gescheiden stelsel. Het vuilregenwaterstelsel was gekoppeld met de vuilwaterriolering en de schoonregenwaterriolering. In de huidige situatie heeft de vuilregenwaterriolering alleen een koppeling naar het schoonregenwaterriolering en heeft deze geen directe uitstroomvoorziening naar het oppervlaktewater.
Onderzoeken van de mogelijkheden om het regenwater afkomstig van de verharding ook oppervlakkig naar de naastgelegen waterpartij en het oppervlaktewater af te voeren.
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
23
Beperkt verspreid
Locatie foto Locatie foto
Figuur 7.4: Bui 160 mm in 2 uur - Molengraaffsingel ’YESDELFT!’
27 januari 2020
Figuur 7.5: Bui 160 mm in 2 uur - locatie Heertjeslaan
BG4059-102-WATRP20200127
24
Beperkt verspreid
7.4
Overige aanbevelingen
Naar aanleiding van het analyseren van de berekeningsresultaten hebben wij de volgende aanbevelingen: ▪
Gemaalcapaciteit rioolgemaal ‘RG Heertjeslaan’ De huidige geïnstalleerde pompcapaciteit van 122 m3/uur is afgestemd op de huidige bebouwing. De pompcapaciteit van de huidige pompen kan tot 175 m3/uur worden verhoogd waarbij al rekening is gehouden met een prognose van de toekomstige ontwikkelingen.
▪
Verwerken gegevens drinkwaterverbruik Voor de DWA afvoer is het drinkwaterverbruik bij Evides opgevraagd. Tot op heden hebben wij nog geen gegevens ontvangen. Als deze gegevens bekend zijn, dienen deze in de riooltabellen en het rekenmodel verwerkt te worden. Hierdoor wordt de DWA afvoer tot op objectniveau inzichtelijk. Tot op heden is er op bemalingsgebiedniveau inzicht in de DWA afvoer.
▪
Nader uitwerken oplossingsrichtingen Geadviseerd wordt om de oplossingsrichtingen zoals benoemd in deze rapportage nader uit te werken en te concretiseren.
▪
Onderzoeken ombouwen smart drainstelsel Geadviseerd wordt om, in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland te onderzoeken of het mogelijk is om het smartdrainstelsel om te bouwen naar een gescheiden stelsel. Het smartdrainstelsel heeft een hoge storingsgevoeligheid.
▪
Nieuwbouwgebied Geadviseerd wordt om voor het nieuwbouwgebied de volgende maatregelen te concretiseren: • Voor fase 1 en 3, waar al riolering is voorzien, het in koopovereenkomsten opnemen van bergingseisen voor het vasthouden van het hemelwater afkomstig van de percelen en het rechtstreeks vertraagd afvoeren van dit hemelwater naar het oppervlaktewater. Eigenaren zijn verantwoordelijk voor de afvoer van regenwater dat op eigen perceel valt. Hierdoor wordt de piekbelasting in het oppervlaktewater en in het verdere watersysteem, zoveel mogelijk beperkt; • Voor fase 2, dat nog niet voorzien is van riolering en wegen, het hemelwater afkomstig van de wegen en de percelen rechtstreeks afvoeren naar het oppervlaktewater zonder tussenkomst van riolering. Voor het hemelwater afkomstig van de percelen geldt hetzelfde als voor fase 1 en 3 wat in de voorgaande bullet is beschreven; • Het droogweerafvoer via een nog aan te leggen riolering aansluiten op het bestaande rioolgemaal ‘Heertjeslaan’.
▪
Samenwerking met Hoogheemraadschap van Delfland In de gesprekken met het Hoogheemraadschap van Delfland dient het direct afvoeren van het regenwater afkomstig van de daken en terreinen van de nieuwbouw gebieden en de wegverharding, voorgelegd te worden.
▪
Maaiveldhoogten TNW-gebouw Voor de maaiveldhoogten van de inspectieputten rondom het TNW-gebouw zijn de gedateerde hoogten van de AHN aangehouden. Gezien de gevoeligheid voor de wateroverlast in dit gebied adviseren wij om de puthoogten in te meten / controleren.
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
25
Beperkt verspreid
8
Conclusies
8.1
Conclusies
Hydraulisch functioneren huidige situatie Als toetsingscriteria is dat de riolering bij bui 08 over voldoende afvoercapaciteit beschikt en er daarom geen water-op-straat mag optreden. Uit een hydraulische toetsing met bui 08 blijkt dat het rioolstelsel in de bemalingsgebieden Technopolis en VSL grotendeels aan deze eis voldoet. Op één locatie/gebied wordt wel water op straat berekend maar daar wordt geen wateroverlast ervaren. In hoofdstuk 7 zijn er oplossingen voor deze locaties beschreven. Hydraulisch functioneren toekomstige situatie/gewenste eindsituatie Uit de berekeningsresultaten blijkt dat wanneer dat door het aansluiten van meer verhard oppervlak op de bestaande hemelwaterriolering de water-op-straat locaties toenemen. Omdat alle percelen aan oppervlaktewater grenzen en de perceeleigenaren verantwoordelijk zijn voor de afvoer van hemelwater op eigen terrein, is het voorstel om het hemelwater afkomstig van de daken en terreinen van de nieuwbouwlocaties niet via de regenwaterriolering af te voeren maar rechtstreeks naar het oppervlaktewater af te voeren. Hemelwaterstresstest Vanwege de toename van de extreme neerslaggebeurtenissen als gevolg van de klimaatontwikkelingen zijn er hydraulische berekeningen uitgevoerd met de extreme neerslag gebeurtenissen. Met behulp van deze hydraulische berekeningen is de impact van deze extreme neerslag inzichtelijk gemaakt.
Bij de extreme neerslaggebeurtenissen wordt in de rijbanen in het gehele bemalingsgebied, water-opstraat berekend. Op de berekende wateroverlast locatie bij het gebouw ‘TNW’ na zijn er verder geen locaties waar de berekeningsresultaten van de extreme neerslaggebeurtenissen aantonen dat er wateroverlast naast of in de gebouwen optreedt. Op een groot aantal locaties is het waterniveau in de regenwaterriolering boven het maaiveld. Het is dan aannemelijk dat het waterniveau in het, op de percelen aansluitende regenwaterriolering, ook boven maaiveld staat of inpandige wateroverlast kan veroorzaken. Oplossingsrichtingen In hoofdstuk 7 zijn oplossingsrichtingen beschreven om wateroverlast locaties te voorkomen, om het rioleringssysteem robuuster te maken en de inrichting van het openbare gebied aan te passen op de extreme neerslaggebeurtenissen.
27 januari 2020
BG4059-102-WATRP20200127
26
Bijlage 1. Overzichtstekening
Legenda
±
! .
Stuw Hoogheemraadschap Delfland
Verhard oppervlak Gemengd stelsel
^ ^ ^ ^ ^ ^ ^^ Grens bemalingsgebieden
Dakverharding
Type gemaal Hoofdgemaal
( !
Pompunit
#
#
! (
Open verharding Gesloten verharding
Gescheiden stelsel
Afvoertype putten
Waterpeil -3,02 m NAP 3M
Exact
! (
Waterpeil flex -3,05 / -2,85 m NAP
YES! Delft
Injectie Burger King en tankstation A13 Debiet onbekend
Waterpeil flex -3,05 / -2,85 m NAP
Waterpeil flex -3,05 / -2,85 m NAP
! (
Dakverharding
Vuilwater
Gesloten verharding
Hemelwater
Open verharding
! (
Gemengd rioolwater
! (
Grondwater
Gesloten en open verharding
! (
HWA en grondwater
Dakverharding
! (
Duikers
! (
Anders / onbekend
Niet aangesloten verharding
Afvoertype strengen Vuilwater
Waterpeil flex -3,05 / -2,85 m NAP
Hemelwater Gemengd rioolwater
Technopolis Science Park
Grondwater
!. . !. !. !
HWA en grondwater
! .
Oppervlaktewater Anders of onbekend Persleiding
Gemaal TR-W207 Heertjeslaan Inslag:-5.87 m NAP Uitslag:-6.40 m NAP Capaciteit: Max. 75 m3/ uur (pomp =122 m3/uur)
Leiding buiten bedrijf
TUV10000P
Nooduitlaat naar oppervlaktewater, PVC 200 mm -1.99 m NAP Terugslagklep bij watergang
TUV10950P
Waterpeil -2,25 m NAP Gemaal TUV10950P (VSL) Gegevens onbekend Eigendom en beheer gemeente Delft
Waterpe il -3,02
! .
Waterpeil flex -3,05 / -2,85 m NAP
m NA P
m NAP
Waterpeil flex -3,05 / -2,85 m NAP
VSL Waterpe il fle x -3 ,05 / -2 ,8 5
Waterpeil -3,02 m NAP
Beveiligingsgebied RID Waterpeil flex -3,05 / -2,85 m NAP
Waterpeil -3,02 m NAP
TUV20000P
GDV20340P
GDV20320P
Waterpeil flex -3,05 / -2,85 m NAP
Fortuna / Blue Birds
Revisie ringleiding DWA en drainage rond TNW nog te verwerken
TU Zuid TNW Zuid Deltares
Logistiek & Milieu Gemaal TUV11000P Gegevens onbekend
TUV11000P
VGS-koppeling, diameter en hoogte onbekend
Waterpeil flex -3,05 / -2,85 m NAP
Wateroverlast rond gebouw bij hevige neerslag
Parkeergarage
The Fellowship
Sport & Cultuur
TUV20120P
Deltares
±
Luchtvaart- & Ruimtevaarttechniek (L&R)
TUV21900P
TUV21800P Waterpeil flex -3,05 / -2,85 m NAP
The Datacenter Group
Van Mourik Broekmanweg
TUV21910P
Bouwkunde
Gemaal Deltares Loost op stelsel gemeente Delft
HSL
Campus
Luchtvaart- & Ruimtevaarttechniek (L&R)
Technopolis Science Park Fortuna / Blue Birds
VSL
TU Zuid
Sport & Cultuur
RADEX
Waterpeil flex -3,05 / -2,85 m NAP
! .
Applicon
Waterpeil flex -3,05 / -2,85 m NAP
J. Bolle
Eerste uitgave
Technische Universiteit Delft
M. van Houte
1:1.500
24-01-2019
Afvoerstructuurplan riolering TU Zuid en Technopolis
Rioleringssysteem bemalingsgebied Technopolis Science Park
A0
J. Janse
DEFINITIEF
-1
1
BG3702-101-100-301
A
Bijlage 2. Riooltabel