Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid Bijlagen bij de Toelichting Deel 4
Tekst van het document
Projectgerelateerd
Samengevat zijn de resultaten van de resultaten van de modellering als volgt: De inundatie vanuit de watergangen van de infrastructuur en de bebouwing bij voorgestelde hoogten betreft 0% bij doorrekening van de situatie T100 en voldoet daarmee aan de eis van het waterschap; De inundatie van het grasland betreft <5% bij doorrekening van de situatie T10 en voldoet daarmee aan de eis van het waterschap; De inundatie bij een klimaatbui van 70 mm in 1 uur is iets minder in vergelijking met de situatie T100, want de kritische hoogte van de waterstand ligt iets lager. Bij de klimaatbuien van 90 mm in 1 uur en 160 mm in 2 uur treedt meer inundatie op wat overeenkomt met de lagere herhalingstijd van de hoeveelheid neerslag, zoals zichtbaar is in de figuren in het Waterhuishoudkundig plan TU Delft Campus Zuid (bijlage 1). Conclusie: De provinciale toetsing is leidend voor de bepaling van knelpunten bij de dynamische toetsing op berging. Er ontstaat bij de doorrekening enige inundatie van openbaar groen in de zuid-oostelijke hoek van het peilgebied. Echter, deze inundatie valt ruim onder de toegestane norm van inundatie voor openbaar groen (<5%). Er vindt in de toekomstige situatie geen inundatie van de verhoogde infrastructuur of bebouwing plaats. Er zijn om deze reden bij deze toetsing geen knelpunten vastgesteld.
3.3
Grondwater
Door wijzigingen in het oppervlaktewatersysteem en de aanleg van verharde oppervlakken welke voor snelle afstroming zorgen in plaats van infiltratie, is het mogelijk dat de grondwaterstanden wijzigen. Bij dit criterium wordt een kwalitatieve inschatting gemaakt van de effecten. Huidige situatie In het gebied zijn vier peilbuizen van het gemeentelijke meetnet aanwezig. Drie meetpunten (29-1.01h2, 29-2.01h2 en 29-3.01h2) liggen in/nabij een wadi. Het vierde meetpunt (29.1.06) ligt in het noordwesten van het peilgebied. De gemeten grondwaterstanden liggen rond NAP -2,5 m. Bij peilbuis 29.3.01h2 liggen de grondwaterstanden aanzienlijk lager. Dit komt naar verwachting door de ligging bij de wadi. De locaties van de grondwatermeetpunten zijn weergegeven in figuur 3.1. De gemeten grondwaterstanden zijn weergegeven in figuur 3.2.
WATERPARAGRAAF TUD CAMPUS ZUID
BJ2357-RHD-XX-XX-RP-Z-0001
12
Projectgerelateerd
Figuur 3.1 - Locatie grondwatermeetpunten.
Figuur 3.2 - Gemeten grondwaterstanden gemeentelijk grondwatermeetnet.
WATERPARAGRAAF TUD CAMPUS ZUID
BJ2357-RHD-XX-XX-RP-Z-0001
13
Projectgerelateerd
De stijghoogte in het eerste watervoerende pakket ligt rond NAP -3,7 m, zie figuur 3.3. De stijghoogte ligt lager dan de freatische grondwaterstanden, het gebied betreft dus een inzijgingsgebied. Als gevolg van het reduceren van de onttrekking Delft-Noord, zal de stijghoogte in het eerste watervoerende pakket stijgen. De uiteindelijke stijghoogte ligt op circa NAP -2,7 m. In de toekomst zal de hoeveelheid wegzijging dus afnemen of eventueel omslaan naar kwel.
Figuur 3.3 - Verandering stijghoogte als gevolg van afname onttrekking Delft-Noord (Grondwateronttrekking Delft-Noord, Resultaten monitoring 2019, Acacia Water, 2020).
Toekomstige situatie De grondwaterstand wordt niet of nauwelijks beïnvloed door de stedelijke ontwikkeling van Campus Zuid. De huidige oppervlaktewaterpeilen worden gehandhaafd. Daarnaast zijn er geen permanente bemalingen of onttrekkingen in de toekomstige situatie voorzien. Door de toename van de verhardingsgraad zal de hoeveelheid infiltratie van grondwater in de bodem mogelijk afnemen, waardoor de grondwaterstanden lokaal beperkt kunnen dalen. Omdat de toename van de verharding voornamelijk plaatst vindt op enige afstand van de bestaande bebouwing, worden geen negatieve effecten als gevolg van deze beperkte daling voor de bestaand bebouwing verwacht. In de toekomst zal door de verhoging van de stijghoogte in het eerste watervoerende pakket als gevolg van de afbouw van de grondwateronttrekking Delft-Noord de hoeveelheid wegzijging afnemen, waardoor de grondwaterstanden naar verwachting zullen stijgen. De te bebouwen gebieden en de wegen worden opgehoogd om ervoor te zorgen dat de ontwatering en stabiliteit van deze gebieden voldoende is. De wegen worden opgehoogd tot een minimale hoogte van NAP -1,55 m, de vloerpeilen van de gebouwen worden aangelegd op een minimale hoogte van NAP -1,25 m.
Hierdoor is de ontwateringsdiepte ter plaatse van de wegen (circa 1 m) en ter plaatse van de bebouwing (circa 1,25 m) voldoende om te zorgen dat er geen problemen als gevolg van het grondwater optreden. Conclusie: De ingrepen hebben geen negatief effect op de grondwaterhuishouding.
WATERPARAGRAAF TUD CAMPUS ZUID
BJ2357-RHD-XX-XX-RP-Z-0001
14
Projectgerelateerd
3.4
Waterveiligheid
Langs de Rotterdamseweg (westkant plangebied) loopt de boezemkade van de Schie. Deze regionale kering is in beheer bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Bouw en / of grondwerkzaamheden die in het profiel van de waterkering vallen, dienen op grond van de keur vergund te worden. De boezemkade is te zien in figuur 3.4 Zoals te zien is in de figuur zijn er geen werkzaamheden voorzien binnen de beschermingszones van de regionale waterkeringen. Gezien dat de werkzaamheden van Campus Zuid zich niet bevinden binnen de beschermingszones van waterstaatswerken, zal de situatie met betrekking tot waterveiligheid niet veranderen ten opzichte van de huidige situatie.
Figuur 3.4 - Overzicht waterstaatwerken plangebied.
Conclusie: De ingrepen hebben geen effect op de waterveiligheid.
WATERPARAGRAAF TUD CAMPUS ZUID
BJ2357-RHD-XX-XX-RP-Z-0001
15
Projectgerelateerd
3.5
Riolering
Binnen het plangebied bevinden zich drie bemalingsgebieden, namelijk Technopolis, TU Zuid en VSL, zie figuur 3.55 tot en met figuur 3.77.
Figuur 3.5 - Bemalingsgebied TU Zuid.
Figuur 3.6 - Bemalingsgebied Technopolis.
Figuur 3.7 - Bemalingsgebied VSL.
Voor deze drie bemalingsgebieden zijn afvoerstructuurplannen opgesteld. In deze afvoerstructuurplannen is bepaald wat het effect is van de ontwikkelingen in het gebied op de riolering en de waterhuishouding. Deze afvoerstructuurplannen zijn opgenomen in bijlage 2.
WATERPARAGRAAF TUD CAMPUS ZUID
BJ2357-RHD-XX-XX-RP-Z-0001
16
Projectgerelateerd
Bemalingsgebied TU Zuid In dit bemalingsgebied ligt zowel gemengde als gescheiden riolering. Op de gemengde riolering is voor zover bekend alleen nog de verharding van de trambaan aangesloten. Het afval- en hemelwater vanuit de gemengde/vuilwater riolering wordt naar rioolgemaal ‘Watermanweg’ afgevoerd. De gemengde/vuilwater riolering is niet voorzien van een overstort of nooduitlaat naar het oppervlaktewater. Het rioolgemaal ‘Watermanweg’ verpompt het afval- en hemelwater naar de gemeentelijke vrijvervalriolering in de Zuidplantsoen. Naast het afvalwater uit het eigen gebied ontvangt het gebied nog twee injecties afkomstig van twee gemeentelijke minigemalen nabij sportvereniging Blue Birds en de Fortunahal van de korfbalvereniging. Deze twee injecties zijn rechtstreeks op de kelder van rioolgemaal ‘Watermanweg’ aangesloten. Daarnaast ontvangt het gemengde rioolstelsel een injectie vanaf het beveiligingsgebied RID (kernreactor). Onderdeel van dit beveiligingsgebied is gebouw H-PTC dat met een persleiding op de vrijvervalriolering van TU-Zuid is aangesloten. Voor zover bekend is het betreffende gebied gescheiden gerioleerd en wordt er alleen afvalwater geloosd (onder vrijverval) op de riolering van TU Zuid. Het hemelwater wat wordt ingezameld via het gescheiden rioolsysteem wordt op meerdere locaties rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd.
Daarnaast vindt rechtstreekse afvoer plaats via kolkensystemen die op het oppervlaktewater aangesloten zijn. Centraal in het gebied is een aantal wadi’s gerealiseerd waarin een deel van het afstromende hemelwater geborgen wordt en geïnfiltreerd in de bodem. Bij hevige regenval vindt overloop van de wadi’s naar het hemelwaterriool plaats. Bemalingsgebied Technopolis Bemalingsgebied Technopolis is voorzien van een gescheiden rioolstelsel met een injectie van het verbeterd gescheiden stelsel rondom de parkeergarage en het gemengd stelsel ter plaatse van de trambaan. In het vuilwaterstelsel is een nooduitlaat naar het oppervlaktewater aangebracht om wateroverlast in het gebouw als gevolg van het niet functioneren van het rioolgemaal te voorkomen. Het hemelwaterstelsel loost op meerdere locaties rechtstreeks op het oppervlaktewater. Het verbeterd gescheiden stelsel bevindt zich rondom de parkeergarage nabij het gebouw ‘Technopolis’ en is uitgevoerd in een zgn. “Smart drain stelsel”. Ingezameld hemelwater wat niet via dit systeem gaat wordt rechtstreeks geloosd op het oppervlaktewater. Het afvalwater vanuit het vuilwaterstelsel wordt naar het rioolgemaal ‘Heertjeslaan’ afgevoerd.
Via dit rioolgemaal wordt het afval- en regenwater naar de gemeentelijke vrijvervalriolering aan de Zuidplantsoen en via het gemeentelijke afvalwatertransportsysteem richting de AWZI Harnaschpolder verpompt. Naast het afvalwater uit het eigen gebied ontvangt het gebied nog een tweetal injecties. Eén injectie is afkomstig van het tankstation en de Burger King nabij de rijksweg A13. Deze injectie is aangesloten op een inspectieput van het vuilwaterstelsel in de Molengraaffsingel. Daarnaast wordt het afvalwater van bemalingsgebied VSL via een persleiding, nabij het rioolgemaal ‘Heertjeslaan’, in het vuilwaterstelsel van Technopolis geloosd. Bemalingsgebied VSL In bemalingsgebied VSL ligt een gescheiden stelsel. Het vuilwaterstelsel heeft geen overstort of nooduitlaat naar het oppervlaktewater. Het afvalwater wordt via het vuilwaterstelsel naar het gemeentelijk rioolgemaal VSL (RG Thijsseweg 11) afgevoerd. Dit rioolgemaal verpompt het afvalwater naar het gemengd stelsel in bemalingsgebied Technopolis. Via het rioolgemaal ‘Heertjeslaan’ in bemalingsgebied Technopolis wordt het afvalwater naar de gemeentelijke vrijvervalriolering aan de Zuidplantsoen verpompt.
WATERPARAGRAAF TUD CAMPUS ZUID
BJ2357-RHD-XX-XX-RP-Z-0001
17
Projectgerelateerd
Toetsingscriteria De TU Delft hanteert de volgende uitgangspunten voor het toetsen van de rioolsystemen binnen het gebied: De riolering dient voldoende afvoercapaciteit te hebben voor een theoretische bui met een herhalingstijd van eenmaal per twee jaar (bui 08). De minimaal vereiste waakhoogte in het riool is 0,20 m. (verschil tussen waterstand in put en het maaiveld); De afvoercapaciteit van het rioolstelsel getoetst wordt aan een theoretische bui met een herhalingstijd van eenmaal per tien jaar (bui 10). Hierbij mag maximaal gedurende 30 minuten water-op-straat worden berekend. Hydraulisch functioneren Bemalingsgebied TU Zuid Uit een hydraulische toetsing met bui 08 blijkt dat het rioolstelsel in bemalingsgebied TU Zuid grotendeels voldoende afvoercapaciteit heeft. Op één locatie/gebied wordt wel water op straat berekend. Hoewel dit in de praktijk niet wordt ervaren. In het bemalingsgebied zijn bijna alle percelen volgebouwd en is er ook weinig ruimte voor nieuwbouw. Er zijn daarom geen aanvullende hydraulische berekeningen voor de toekomstige situatie uitgevoerd. Vanwege de overcapaciteit op de gemengd/vuilwaterriolering is het effect op de riolering als gevolg van eventuele uitbreiding van de bestaande gebouwen beperkt. Op de meeste regenwaterriolering is bij bui 08, nog over capaciteit voor het aansluiten van extra verhard oppervlak.
De voorkeur gaat uit om het regenwater, indien dit mogelijk is, direct naar het oppervlaktewater af te voeren. Bemalingsgebied Technopolis en VSL Uit een hydraulische toetsing met bui 08 blijkt dat het rioolstelsel in de bemalingsgebieden Technopolis en VSL in de huidige situatie grotendeels voldoende afvoercapaciteit heeft. Op één locatie/gebied wordt wel water op straat berekend maar daar wordt geen wateroverlast ervaren. Uit de berekeningsresultaten voor de toekomstige situatie blijkt dat door het aansluiten van meer verhard oppervlak op de bestaande hemelwaterriolering de water-op-straat locaties toenemen. Omdat alle percelen aan oppervlaktewater grenzen en de perceeleigenaren verantwoordelijk zijn voor de afvoer van hemelwater op eigen terrein, is het voorstel om het hemelwater afkomstig van de daken en terreinen van de nieuwbouwlocaties niet via de regenwaterriolering af te voeren maar rechtstreeks naar het oppervlaktewater af te voeren. Conclusie: De ontwikkelingen leiden tot meer locaties met water-op-straat. Dit kan naar verwachting voorkomen worden door het hemelwater afkomstig van de daken en terreinen van de nieuwbouwlocaties niet via de regenwaterriolering af te voeren maar rechtstreeks naar het oppervlaktewater af te voeren.
3.6
Waterkwaliteit
Lozingen In de “Beleidsnota riolering en het watersysteem’’ van Delfland is aangegeven hoe Delfland wil omgaan met riooloverstorten om te zorgen dat verontreinigingen vanuit gemengde rioolstelsels terug te brengen. In de bemalingsgebieden Technopolis, TU Zuid en VSL zijn geen riooloverstorten aanwezig. Wel is in bemalingsgebied Technopolis een nooduitlaat naar het oppervlaktewater aanwezig. Deze wordt alleen gebruikt als het rioolgemaal niet functioneert. Uit de uitgevoerde berekeningen in het afvoerstructuurplan (zie bijlage 2) blijkt dat er in de berekende situaties geen overstortingen plaatsvinden. De nooduitlaat wordt dus alleen gebruikt wanneer het gemaal niet functioneert. Het hemelwater wordt via het gescheiden stelsel of direct naar het oppervlaktewater afgevoerd, zonodig met een eenvoudige zuiverende voorziening.
WATERPARAGRAAF TUD CAMPUS ZUID
BJ2357-RHD-XX-XX-RP-Z-0001
18
Projectgerelateerd
KRW-waterlichaam Binnen het plangebied zijn geen KRW-wateren aanwezig. Het water dat via de overstort aan de zuidoostelijke zijde van het plangebied uitgelaten wordt uit het peilgebied ZDP25 komt terecht in KRW-waterlichaam NL15_04 Zuidpolder van Delfgauw, zie figuur 3.8. Afvoer van oppervlaktewater uit peilgebied ZDP25 met een slechte kwaliteit kan een negatief effect hebben op dit KRW-waterlichaam.
Figuur 3.8 - KRW-waterlichaam NL15-04 Zuidpolder van Delfgauw.
De Zuidpolder van Delfgauw is gekenmerkt als een kunstmatig waterlichaam. Het watertype van dit waterlichaam is ‘Gebufferde (regionale) kanalen’ (M3). Het waterlichaam Zuidpolder van Delfgauw is het meest westelijke deel van de Karitaatmolensloot. Het zuidelijk deel van het kassengebied en stedelijk gebied van Pijnacker watert via deze sloot af op waterlichaam Oostboezem. Vrijwel continu wordt water vanuit de Pijnackerse vaart in het afwateringsgebied ingelaten om het waterpeil in de polder te handhaven en door te spoelen. Vanwege de constante aanvoer van nutriënten- en slibrijk water is het doorzicht in een groot deel van de watergang beperkt. Hierdoor kan licht moeilijk doordringen tot de waterbodem. De waterplanten komen hierdoor moeilijk tot ontwikkeling. En als ze tot ontwikkeling komen, dan mogen ze geen belemmering vormen voor de afvoerfunctie van de watergang. De belangrijkste bronnen voor stikstof en fosfor zijn glastuinbouw, uit- en afspoeling van landelijk gebied, inlaat van water en de waterbodem. Wat betreft de ecologische doelen voldoet het KRW-waterlichaam voor algen (door grote doorspoeling). Waterplanten en vissen worden beoordeeld als ontoereikend. Macrofauna wordt als matig beoordeeld.
De ontwikkelingen in het plangebied leiden naar verwachting niet tot significante effecten op de chemische en ecologische doelen van het KRW-waterlichaam Zuidpolder van Delfgauw. Het overtollige water uit peilvak ZPD25 komt vlak voor het gemaal naar de boezem in het KRW-waterlichaam terecht en zal dus alleen zeer lokaal effect hebben op de waterkwaliteit.
WATERPARAGRAAF TUD CAMPUS ZUID
BJ2357-RHD-XX-XX-RP-Z-0001
19
Projectgerelateerd
In het plangebied wordt grotendeels een gescheiden rioolstelsel en er zijn geen riooloverstorten aanwezig. Een gescheiden rioolstelsel zorgt voor een relatief lage belasting voor wat betreft waterkwaliteit op het watersysteem. Door het gescheiden rioolstelsel zal waterkwaliteit niet of nauwelijks worden beïnvloed. Door het ophogen van de te ontwikkelen terreinen kan er wel een hogere belasting met chloride optreden als gevolg van het uitspoelen van zout uit het gebruikte ophoogzand, of door uitpersen tijdens de consolidatie van de bovenste bodemlagen. Conclusie: De waterkwaliteit wordt niet negatief beïnvloed door riooloverstorten, afvoer van hemelwater naar het oppervlaktewater moet indien noodzakelijk geacht voorzien zijn van een zuiverende voorziening. De waterkwaliteit van KRW-waterlichaam NL15_04 wordt niet of zeer beperkt negatief beïnvloed door de ontwikkelingen.
WATERPARAGRAAF TUD CAMPUS ZUID
BJ2357-RHD-XX-XX-RP-Z-0001
20
Projectgerelateerd
Conclusie In het plangebied Campus Zuid vindt stedelijke ontwikkeling plaats. In deze waterparagraaf is uiteengezet wat de invloed is van deze stedelijke ontwikkeling op de verschillende aspecten van waterhuishouding. De toekomstige invulling van het watersysteem is getoetst aan de vigerende normeringen voor het hydraulisch functioneren en voor het risico op inundatie (en dus niet aan het standstill-principe). Uit beide toetsingen volgt dat er in de toekomstige situatie géén knelpunten voor de normeringen naar voren komen. De maximaal gemodelleerde peilstijgingen zijn als volgt: Het actuele plan leidt bij een T=10 bui tot een maximale peilstijging van 35 cm en bij een T=100 bui tot een maximale peilsteiging van 74 cm. Dit maximale peil treedt niet lokaal op maar door het hele peilvak. De toekomstige waterstructuur is dan ook robuust. De verhouding van verhard (inclusief open water) en onverhard betreft hierbij respectievelijk 62% en 38%. In het waterhuishoudkundig plan is een aantal aanbevelingen voor aanpassingen aan het watersysteem aangegeven. De afvoerstructuurplannen van de drie bemalingsgebieden van de riolering zijn getoetst aan de normeringen van de TU Delft.
De ruimtelijke ontwikkelingen leiden logischerwijs tot meer locaties met water op straat, maar de beschikbare berging in het oppervlaktewatersysteem laat toe dat delen van het verhard oppervlak direct afwateren op het oppervlaktewatersysteem, waardoor het aantal situaties met water op straat beperkt plaatsvinden. Er worden ten opzichte van de huidige situatie door de stedelijke ontwikkelingen geen (of zéér beperkt en lokale) effecten verwacht op de grondwaterstand, de waterveiligheid of de (grond)waterkwaliteit. Er wordt voor deze onderdelen in de toekomstige waterhuishouding dus voldaan aan het stand-still beginsel wat stelt dat negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen.
WATERPARAGRAAF TUD CAMPUS ZUID
BJ2357-RHD-XX-XX-RP-Z-0001
21
Bijlage 1 Waterhuishoudkundig plan
Projectgerelateerd
Separaat aangeleverd.
BIJLAGE
BJ2357-RHD-XX-XX-RP-Z-0001
A1
Bijlage 2 Afvoerstructuurplannen
Projectgerelateerd
Separaat aangeleverd.
BIJLAGE
BJ2357-RHD-XX-XX-RP-Z-0001
A3
RAPPORT Waterhuishoudkundig plan TU Delft Campus Zuid
Klant:
TU Delft - Directie Campus & Real Estate
Referentie: BG8199WATRP2005151325WM Status:
Definitief/P02.01
Datum:
3-8-2020
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
George Hintzenweg 85 3068 AX ROTTERDAM Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 90 00 T +31 10 209 44 26 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Waterhuishoudkundig plan TU Delft Campus Zuid Ondertitel: Referentie: BG8199WATRP2005151325WM Status: P02.01/Definitief Datum: 3-8-2020 Projectnaam: WHP Campus Zuid TU Delft Projectnummer: BG8199 Auteur(s): Mark de Weerd Opgesteld door: Mark de Weerd Gecontroleerd door: Ingrid Jensen Datum/paraaf: 3 augustus 2020 Goedgekeurd door: Ingrid Jensen Datum/paraaf: 3 augustus 2020
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Proces
1
1.3
Getoetst gebied
1
1.4
Leeswijzer
2
2
Beschrijving opgave
3
2.1
Huidige situatie
3
2.2
Toekomstige situatie
3
3
Toetsing watersysteem
4
3.1
Inleiding
4
3.2
Opbouw en uitgangspunten model oppervlaktewatersysteem
4
3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4
Rioleringsmodel Verhardingsgraad Hoogtemodel Overige randvoorwaarden en uitgangspunten
4 4 5 7
4
Resultaten
10
4.1
Hydraulische stationaire toetsing
10
4.2
Bepaling situatie T10 en T100
10
4.3
Hydraulische dynamische toetsing
11
4.4
Dynamische toetsing op berging
11
5
Conclusie
14
Bijlagen 1 Overzichtstekening huidig watersysteem 2 Toekomstige invulling Campus Zuid 3 Kaartbeelden resultaten hydraulische toetsingen 4 Kaartbeelden resultaten bergingstoetsingen 5 Watertoets, peilkeuze en ontwateringsadvies verplaatsing H&S-accommodatie Bluebirds te Delft
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
ii
Projectgerelateerd
Inleiding 1.1
Aanleiding
Voor u ligt het waterhuishoudkundig plan voor het watersysteem van Campus Zuid. In 2014 is het watersysteem van Campus Zuid getoetst op de daarvoor geldende toetsingseisen. In de tussentijd zijn er planwijzigingen doorgevoerd voor Campus Zuid, waarbij ook voor het huidige watersysteem wijzigingen zijn doorgevoerd. Door het Hoogheemraadschap van Delfland is om deze reden aangegeven dat het huidige waterhoudkundig plan uit 2014 niet meer voldoet, doordat de stedenbouwkundige plannen voor Campus Zuid gewijzigd zijn en een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld. Voor het nieuwe bestemmingsplan dient de wateropgave opnieuw bepaald te worden. Aangezien in 2019 het toekomstig rioleringsstelsel van de toekomstige invulling van Campus Zuid getoetst is op de stedelijke normeringen, kan bij de toetsing van het watersysteem hierop direct aangesloten worden. De uitgangspunten voor het waterhuishoudkundig plan zijn samen met de beheerder van het gebied, de TU Delft Directie Campus & Real Estate, en het Hoogheemraadschap van Delfland besproken. Uit het overleg bleek dat grotendeels dezelfde uitgangspunten zoals gehanteerd in 2014 ten aanzien van hydraulische toetsing en toetsing op inundatie gehandhaafd kunnen blijven, waarbij de manier van toetsing wel aangepast dient te worden op het huidige beleid van Hoogheemraadschap van Delfland.
Om deze reden is de manier van toetsing in dit waterhuishoudkundig plan opnieuw beschreven.
1.2
Proces
Onderliggend rapport betreft het resultaat van de toetsing van het waterhuishoudkundig systeem tijdens de planfase. In de planfase worden theoretische knelpunten bepaald. Deze knelpunten worden in een volgende fase in overleg met de TU Delft en het Hoogheemraadschap van Delfland vastgesteld en daarnaast wordt gezocht naar een oplossing voor een eventueel probleem. Dit rapport is dan ook leidend voor de verdere waterhuishoudkundige uitwerking door de TU Delft en voor de toetsing van vergunningaanvragen door Delfland (watervergunning als bevoegd gezag en omgevingsvergunning als adviseur van de gemeente Delft).
1.3
Getoetst gebied
Figuur 1 toont het getoetst gebied. Dit getoetst gebied betreft peilgebied ZPD25. Ruimtelijke ontwikkelingen buiten dit peilgebied vallen binnen andere (grotere) peilgebieden en zijn derhalve niet binnen dit waterhuishoudkundig plan getoetst.
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
1
Projectgerelateerd
Figuur 0.1 - Weergave getoetst gebied. Dit betreft peilgebied ZPD25.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de toekomstige planinrichting van het gebied. Hoofdstuk 3 beschrijft de methode van toetsing, evenals de uitgangspunten waar tijdens de toetsing rekening mee is gehouden. Hoofdstuk 4 beschrijft de analyse van het watersysteem, evenals een analyse van de knelpunten welke naar voren gekomen zijn. Hoofdstuk 5 zijn de conclusies volgend uit de analyses beknopt beschreven.
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
2
Projectgerelateerd
Beschrijving opgave 2.1
Huidige situatie
In 2014 is het watersysteem van Campus Zuid getoetst. Het getoetste peilvak betrof het toenmalige XXV. De vergunde gerealiseerde, stedelijke ontwikkeling tot medio 2014 betrof diverse ontwikkelingsstadia van infrastructuur (wegen, trambaan) en vastgoed. Dit betrof voorbelastingen, het bouwrijp of woonrijp maken, (utiliteits)bouw of (tram)wegenaanleg. Sinds 2014 zijn de getoetste plannen voor de waterhuishouding grotendeels gerealiseerd. Maar er zijn ook wijzigingen in de plannen aangebracht. De belangrijkste wijziging met betrekking tot het watersysteem betreft de wijziging van de begrenzing en codering van het peilgebied waar het Innovation Park in ligt. Dit komt onder andere door plaatsing van de klepstuw aan de zuidzijde van het gebied in 2015. De codering voor het peilgebied is in de peilenkaart veranderd van peilgebied XXV naar code GPG2011ZPD 25. De grenzen van het huidig vigerend peilgebied, inclusief de beschikbare informatie van het huidige watersysteem, zijn gepresenteerd in bijlage 1. Het vastgesteld peil voor ZPD 25 betreft een zomer- en winterpeil van respectievelijk NAP -2,85 m en NAP -3,05 m. Het peilgebied wordt in noordelijke, oostelijke en zuidelijke richting begrenst door peilgebied GPG2011ZPD 1, met een vastgesteld peil NAP -3,02 m.
In het westen wordt het peilgebied begrensd door de Schie in peilgebied GPG2019BZM 1, met een vastgesteld peil van NAP -0,43 m. In peilgebied ZPD 25 zit daarnaast een afwijkend peilgebied met de naam GPG2011ZPD 25a, met een vastgesteld peil van NAP -2,70 m. Dit betreft het terrein van Deltares. Daarnaast is er één hoogwatervoorziening grenzend aan, en één hoogwatervoorziening in het noorden van het peilgebied ZPD25: GPG2018ZPD 1g en GPG2018ZPD 25b, met vastgestelde peilen van respectievelijk NAP -2,01 m en NAP -2,21 m.
2.2
Toekomstige situatie
Naast de wijzigingen voor de begrenzing van het peilgebied en de vigerende peilen zijn er sinds 2014 wijzigingen aangebracht in de plannen voor invulling van Campus Zuid. Dit betreft wijzigingen in de mate van verhard oppervlak en de ligging van de riolering. Ook wordt het gebied aan de oostzijde van het peilgebied beschikbaar gesteld voor innovatieve proeftuinen op verschillende gebieden, zoals waterbeheer. Het huidige watersysteem wordt daarbij aangepast om aan deze nieuwe invulling van het gebied te voldoen. De toekomstige invulling van het hele peilgebied is gepresenteerd in bijlage 2. Aangezien de invulling in fases wordt bereikt zijn in deze bijlage ook de tekeningen met de verschillende fases van het plan toegevoegd.
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
3
Projectgerelateerd
Toetsing watersysteem 3.1
Inleiding
In bijlage 2 vindt u de geplande eindsituatie volgens het stedenbouwkundig plan van 2019 van Campus Zuid1. Aanvullend is in bijlage 5 een schetsontwerp opgenomen van de nieuwe locatie voor het sportpark Bluebirds2, met daarin de verwachtte invulling van het gebied. Dit stedenbouwkundig plan en de waterparagraaf voor het nieuwe sportpark vormen samen met de gegevens van het huidige watersysteem welke in december 2019 door TU Delft - Directie Campus & Real Estate en het Hoogheemraadschap zijn aangeleverd, het uitgangspunt voor de beschouwing van het watersysteem in dit hoofdstuk.
3.2
Opbouw en uitgangspunten model oppervlaktewatersysteem
3.2.1
Rioleringsmodel
In 2019 is door Royal HaskoningDHV een afvoerstructuurplan opgesteld van Campus Zuid. Hierbij is onder andere bepaald of het hemelwater van het extra verhard oppervlak als gevolg van de ontwikkelingen door het bestaande rioolstelsel kan worden afgevoerd. De conclusie was dat dit niet het geval is. Er is geadviseerd om het hemelwater van de percelen niet aan te sluiten op de bestaande riolering, maar op eigen terrein te bergen en af te voeren naar aan het perceel grenzende oppervlaktewater. Voor de nieuwe wegen is geadviseerd om een apart regenwaterstelsel te ontwerpen. Op basis van het laatste stedenbouwkundig plan dient nog een definitieve invulling te worden gegeven aan de afvoer van het hemelwater. Deze definitieve invulling wordt op een later moment uitgewerkt. Ten behoeve van dit waterhuishoudkundig plan voor het oppervlaktewatersysteem is het rioleringsmodel, zoals dit is opgesteld voor het afvoerstructuurplan, uitgebreid met oppervlaktewatersysteem tot een integraal riolerings- en oppervlaktewatermodel.
3.2.2
Verhardingsgraad
De eindsituatie van Campus Zuid binnen het peilgebied ZDF25 heeft een bruto oppervlak van 89,86 ha. Van dit oppervlak is 55,54 ha hydrologisch verhard (volledig verhard). Dit komt neer op een verhouding van verhard en onverhard van respectievelijk 62% en 38%. Hierbij is uitgegaan dat de waterberging welke aangegeven staat in de watertoets voor locatie Bluebirds niet wordt gerealiseerd. In het model is het oppervlak opgedeeld door middel van Thiessen-polygons op de rekenpunten (“nodes”) van het watersysteem. De opzet van het model is weergegeven in figuur 0.1. Tabel 1 - Verdeling landgebruik Campus Zuid (de verdeling van de oppervlaktes is volgens de verdeling in bijlage 2). Type oppervlak
Oppervlak (ha)
Percentage (%)
Onverhard
34,32
38%
Water
8,40
9%
Daken (huidige en toekomstige bebouwing)
30,50
34%
Wegen en terreinen (huidige en toekomstige verharding)
16,64
19%
89,86
1
TU Delft Campus Zuid – Stedenbouwkundig Plan; Posad Maxwan; d.d. December 2019 Watertoets, peilkeuze en ontwateringsadvies verplaatsing H&S-accommodatie Bluebirds te Delft; asc-sportsandwater; d.d. 8 januari 2021
2
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
4
Projectgerelateerd
Figuur 0.1 - Weergave integraal oppervlaktewater- en rioleringsmodel in Infoworks (overstorten zijn niet weergegeven omdat deze niet aanwezig zijn).
3.2.3
Hoogtemodel
Aangezien in het gebied stedelijke ontwikkeling plaatsvindt, worden de bebouwde gebieden en de wegen en terreinen opgehoogd om ervoor te zorgen dat de ontwatering en stabiliteit van deze gebieden voldoende is. Voor de toekomstige hoogten van de wegen en terreinen en het vloerpeil van de gebouwen is een inschatting gemaakt. Het sportpark wordt opgehoogd tot een minimale hoogte van NAP -1,85 m, de wegen worden opgehoogd tot een minimale hoogte van NAP -1,55 m, de vloerpeilen van de gebouwen worden aangelegd op een minimale hoogte van NAP -1,25 m. Van een aantal gebouwen zijn daarnaast de vloerpeilen in september 2022 ingemeten3. Deze waarden zijn ingebrand in het AHN3. Figuur 0.2 laat het gebied zien wat ten opzichte van het AHN3 in het hoogtemodel is opgehoogd. Het gebied is opgedeeld in twee gebieden, west en oost, en van het nieuwe hoogtemodel is een tweetal S-curves gemaakt. Deze twee S-curves zijn op twee locaties aan het model gekoppeld door middel van twee zogenoemde ‘dummytakjes’ om tijdens de bergingstoets de maaiveldberging te simuleren.
3
Ondersteuning civieltechnische werkzaamheden Kluyvergebied - Inventariseren en inmeten vloerpeilen Kluyvergebied. Referentienr. BI8670-101-RHD-DH-XX-DR-C-0001, RHDHV, d.d. 29-9-2022.
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
5
Projectgerelateerd
Figuur 0.2 - Ophogingen AHN3 op basis van stedenbouwkundig plan, watertoets nieuw sportpark en de inmetingen vloerpeilen in september 2022.
Figuur 0.3 - Dwarsprofielen bergingstakjes (S-curves maaiveld).
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
6
Projectgerelateerd
3.2.4
Overige randvoorwaarden en uitgangspunten
1) Dimensionering klepstuw De klepstuw is gedimensioneerd op basis van de bemalingsnorm. Aangezien de grootte van het gebied ten opzichte van de toetsing in 2014 veranderd is, evenals de verhardingsgraad, is de dimensionering getoetst om te bepalen of deze ook voor de nieuwe situatie voldoet. De bemalingsnormen zijn uiteengezet in tabel 2. Tabel 2 – Bemalingsnormen zoals gehanteerd door Delfland Type oppervlak
Bemalingsnorm
Onverhard
14,4 mm/dag (10 m3/min.100ha)
Verhard
28,8 mm/dag (20 m3/min.100ha) 3
Bemalingsnorm [m /min] = Oppervlak verhard (ha)/100*20 + Oppervlak onverhard (ha)/100*10
Uitgaande van de oppervlakken zoals uiteengezet in Tabel 1, is de bemalingsnorm voor dit gebied berekend op 14.5 m3/min, wat beduidend minder is dan 18.2 m3/min welke in het vorige waterhuishoudkundige plan is bepaald. Voor de modellering is uitgegaan van een geknepen afvoer tot 14.4 m3/min. 2) Hydraulische toetsing De dimensies van watergangen en kunstwerken dienen bij stationaire doorrekening van de bemalingsnorm zonder verdamping te voldoen aan de normen van Delfland: Maximaal toegestane verhang: 4 cm/km tot 20 cm per polder. Maximaal toegestane verval: 2 mm in duikers tot 20 m lengte. Langere duikers: verval 2 mm plus verhang watergang. Deze toetsing is uitgevoerd door het doorrekenen van een dag met een stationaire bui van 14,4 mm/dag op onverhard gebied en een stationaire bui van 28,8 mm/dag op al het verhard gebied en het oppervlaktewater. Voor een situatie T10 welke ééns in de tien jaar voor komt geldt daarnaast: Maximaal toegestane stroomsnelheid: 0,2 m/sec in hoofdwatergangen, 0,6 m/sec in duikers. De situatie T10 is bepaald door middel van doorrekening van een selectie van 323 meetreeksen van verdamping en neerslag waar ook een klimaatfactor in is verwerkt. De doorgerekende reeks betreft de toetsingsdata 2050_WL_centr_H-R4, zoals gehanteerd door Delfland.
Voor deze meetreeksen is op de waterstanden statistiek toegepast om te bepalen wat de herhalingstijd is van de waterstanden. Vervolgens is uit deze herhalingstijd de T10-situatie en de T100-situatie bepaald. Bij de T10-situatie zijn de stroomsnelheden bepaald waarna vervolgens is bepaald of wordt voldaan aan de maximaal toegestane stroomsnelheid.
4
STOWA Rapport 2019-19; NEERSLAGSTATISTIEK EN -REEKSEN VOOR HET WATERBEHEER 2019; KNMI, HKV & STOWA.
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
7
Projectgerelateerd
3) Toetsing op NBW-normen De toetsnormen waaraan dient te worden voldaan zijn bepaald in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) en vastgesteld in de Provinciale Verordening. De toetsnormen zijn zoals gepresenteerd in tabel 3. Tabel 3 – Toetsnormen Nationaal Bestuursakkoord Water Gebruiksfunctie
Beschermingsniveau
Faalcriterium
Bebouwing en infrastructuur binnen bebouwde kom
1x per 100 jaar – T100
0% laagste maaiveld
Openbaar groen
1x per 10 jaar – T10
5% laagste maaiveld
Grasland
1x per 10 jaar – T10
5% laagste maaiveld
Akkerbouw
1x per 25 jaar – T25
1% laagste maaiveld
Glastuinbouw
1x per 50 jaar – T50
1% laagste maaiveld
Het landgebruik in de polder betreft bebouwing en infrastructuur binnen bebouwde kom, in combinatie met openbaar groen. Voor de bebouwing en infrastructuur geldt een beschermingsniveau van 1x per 100 jaar (T100) met een faalcriterium van 0%, voor het openbaar groen geldt een beschermingsniveau van 1x per 10 jaar (T10) met een faalcriterium van 5%. Zoals in de beschrijving van de hydraulische toetsing staat is het beschermingsniveau voor beide situaties in beeld gebracht aan de hand van de doorrekening van 323 gekozen events, waarna door middel van statistiek achteraf de herhalingstijd van de waterstanden is bepaald. Voor de uitgevoerde toetsing is vooraf aan de doorrekening géén maximale peilstijging of toetshoogte bepaald, omdat de ervaring leert dat deze toetshoogte niet altijd recht doet aan of bij inundatie op een locatie wel of geen knelpunt plaatsvindt. Er is namelijk altijd discussie over randzaken, zoals bijvoorbeeld de oevers van een watergang. In bijlage 3 wordt op kaarten aangegeven waar volgens de modellering in combinatie met de hoogtekaart inundatie optreedt. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de beoordeling van deze inundatie, en of deze inundatie in werkelijkheid wel of geen knelpunt betreft.
4) Toetsing op klimaatbuien Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) heeft in samenwerking met een groot aantal partijen de gestandaardiseerde stresstest ontwikkeld. Voor wateroverlast voor stedelijk gebied is dit in samenwerking gedaan met het ministerie van I&W, STOWA en Stichting RIONED. Voor de Stresstest wateroverlast voor stedelijk gebied zijn zeven gestandaardiseerde neerslaggebeurtenissen voor korte en lange duur vastgesteld. Elke gebeurtenis heeft de vorm van een blokbui (een vaste neerslagintensiteit gedurende de bui). Tabel 4 toont voor elke bui de schaal, de duur, de hoeveelheid, de initiële conditie en de herhalingstijden voor zowel het huidige klimaat als het klimaat volgens een worstcasescenario consistent met de KNMI'14scenario's voor 2030, 2050 en 2085. Voor Campus Zuid zijn de gestandaardiseerde neerslaggebeurtenissen voor de lokale schaal doorgerekend (70 en 90 mm in 1 uur, en 160 mm in 2 uur).
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
8
Projectgerelateerd
Tabel 4 - Gestandaardiseerde buien voor de Stresstest wateroverlast
5) Gebruikte waarden in modellering In aanvulling op bovenstaande uitgangspunten zijn de volgende waarden en uitgangspunten gebruikt in het model. Onderdeel
Waarden
Watergangen Initiële waterstand
Zomerpeil (NAP -2,85 m)
Weerstand
Km = 25 m1/3/s
Dwarsprofielen
Differentiatie in breedtes op de waterlijn afgeleid uit BGT en overige gegevens afgeleid uit legger oppervlaktewater, met maximale diepte van de watergang van 0,5m indien deze niet bekend was.
Duikers Wandruwheid
Km = 75 m1/3/s.
Intreeverlies
ξ = 0,6.
Uittreeverlies
ξ = 1,0.
Riolering1 Wandruwheid
k = 3,0 mm (volgens Coolbrook-White).
In- en uittreeverliezen, bochtverliezen en verlies door instekende inlaten
Deze verliezen zitten verdisconteerd in de wandruwheid .
Afvoer via verhard oppervlak1 Oppervlak
52,38 ha
Initiële verliezen (berging, infiltratie)
Conform inloopmodel NWRW 4.3, waarbij onderscheid is gemaakt tussen open en gesloten verharding, vlakke en hellende daken.
Afvoer via onverhard oppervlak Oppervlak
36,94 ha.
Initiële grondwaterstand
Gelijk aan streefpeil oppervlaktewater (NAP -2,85 m).
Berging in de bodem
Verwaarloosd.
Berging op land
4 mm.
Infiltratiecapaciteit in de bodem
120 mm/dag.
Afname en herstel infiltratiecapaciteit o.b.v. Horton
Minimale infiltratiecapaciteit van 24 mm/dag. Herstelfactor is 3 per uur.
1
Afstromingsfactor
0,2 per minuut.
Kwel
Verwaarloosd.
Conform de richtlijnen uit de Kennisbank Stedelijk Water van de Stichting RIONED.
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
9
Projectgerelateerd
Resultaten 4.1
Hydraulische stationaire toetsing
Voor de resultaten van de hydraulische stationaire toetsing geldt: Maximaal berekend verhang is 0,00000155 m/m = 0,00155 cm/km. Maximale opstuwing in polder bedraagt 0,2 cm. Dit voldoet aan de eisen van maximaal verhang van 4 cm/km tot 20 cm per polder. Maximaal berekende verval over een duiker is bij een duiker van 96 m lang en bedraagt 1 mm. Dit voldoet aan de eis van maximaal 2 mm + verhang van 4 cm/km. Maximaal berekende verval over een duiker tot 20 m is 1 mm. Dit voldoet aan de eis van maximaal 2 mm. Conclusie: Er zijn geen knelpunten bepaald op basis van de hydraulische stationaire toetsing.
4.2
Bepaling situatie T10 en T100
De cumulatieve verdeling van de hoogte van de waterstanden is voor twee locaties verspreid over het gebied bepaald, namelijk de locaties waar de maaiveldcurven aan het model gekoppeld zijn. Deze verdelingen zijn gepresenteerd in figuur 0.1 en figuur 0.2. Gumbel skewed cumulative distribution function
Gumbel skewed cumulative distribution function 1.2
1.00 0.99 0.98 0.97 0.96 0.95 0.94 0.93 0.92 0.91 0.90 0.89 0.88 0.87 0.86 0.85
1.0 0.8 0.6 0.4 0.2 0.0 ‐2.85
‐2.75
‐2.65
‐2.55
‐2.45
‐2.7
‐2.35
‐2.65
‐2.6
‐2.55
‐2.5
‐2.45
‐2.4
‐2.35
‐2.3
Figuur 0.1 - Cumulatieve verdelingsfunctie - locatie A. Gumbel skewed cumulative distribution function
Gumbel skewed cumulative distribution function 1.2
1.00 0.99 0.98 0.97 0.96 0.95 0.94 0.93 0.92 0.91 0.90 0.89 0.88 0.87 0.86 0.85
1.0 0.8 0.6 0.4 0.2 0.0 ‐2.85
‐2.75
‐2.65
‐2.55
‐2.45
‐2.35
‐2.7
‐2.65
‐2.6
‐2.55
‐2.5
‐2.45
‐2.4
‐2.35
Figuur 0.2 - Cumulatieve verdelingsfunctie - locatie B.
De representatieve bui voor T10 is: Event 126, 1 augustus 1946. De representatieve bui voor T100 is: Event 140, 3 juni 1952.
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
10
‐2.3
Projectgerelateerd
4.3
Hydraulische dynamische toetsing
Voor de resultaten van de toetsing stroomsnelheid bij T10 geldt:
Voor de watergangen geldt dat bij de watergangen de maximale stroomsnelheid niet boven de eis van 0.2 m/s komt.
Voor de duikers geldt dat de maximale stroomsnelheid niet boven de eis van 0.6 m/s komt.
Conclusie: Er zijn geen aandachtspunten bepaald op basis van de hydraulische dynamische toetsing.
4.4
Dynamische toetsing op berging
In Bijlage 4 vindt u de resulterende kaarten voor de inundatieberekeningen (klimaatbuien en de klimaatreeks van Delfland). Voor de resultaten van de doorrekening van de klimaatbuien en de klimaatreeks van Delfland geldt: De kritische waarden voor de waterstand in het peilgebied zijn als volgt: Doorrekening
Kritische hoogte waterstand (m NAP)
Statistische herhalingstijd bij klimaat in 2050 (jaar)
T10 (neerslagreeks)
-2.50
10 jaar
T100 (neerslagreeks)
-2,11
100 jaar
Lokaal 70 mm in 1 uur
-2,19
100 jaar
Lokaal 90 mm in 1 uur
-2.04
250 jaar
Lokaal 160 mm in 2 uur
-1,75
1000 jaar
De inundatie van het grasland betreft <5% bij doorrekening van de situatie T10 en voldoet daarmee aan de eis van het waterschap. De inundatie van de infrastructuur en de bebouwing bij voorgestelde hoogten betreft ~1% bij doorrekening van de situatie T100 en voldoet daarmee niet aan de eis van het waterschap.
Er is één locatie waar inundatie optreedt bij T100 welke mogelijk gezien kan worden als knelpunt. De locatie betreft de verlaagde parkeerplaats onder het kantoorgebouw op de Molengraaffsingel 33.
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
11
Projectgerelateerd
Figuur 0.3 - Resultaat berekening T100 tpv Molengraaffsingel 33
Conclusie: Er is één knelpunt bepaald op basis van de dynamische toetsing op berging. Wel zijn er een aantal opmerkingen te plaatsen bij de resultaten. Voor alle resultaten geldt dat er inundatie wordt berekend bij het Reactor Instituut Delft. Dit betreft echter een fout in het AHN3. In werkelijkheid bevindt zich daar geen verlaging in het maaiveld. Ditzelfde geldt voor de inundatie op de weg voor het parkeergebouw, waar ten tijde van het invliegen van het AHN3 nog een ondiepe greppel of bouwput aanwezig lijkt.
Figuur 0.4 - Resultaat berekening T100 tpv Reactor Instituut Delft en voor het parkeergebouw TWN Zuid.
Daarnaast geldt dat in de zuid-oostelijke hoek van het peilgebied bij alle doorrekeningen water op het maaiveld komt te staan, tussen de verhoogde wegen en gebouwen in. Het is de verwachting dat het maaiveld gelijk met de gebouwen en wegen deels wordt verhoogd. Er wordt aangeraden om, als de plannen voor de maaiveldverhoging gereed zijn, een doorrekening van het model te maken met deze nieuwe waarden voor de maaiveldhoogte erin verwerkt. Mogelijk dat het water wat nu in het model tussen de gebouwen wordt geborgen in de nieuwe situatie op een andere locatie in het peilgebied zal gaan inunderen.
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
12
Projectgerelateerd
Figuur 0.5 - Resultaat berekening klimaatbui 90 mm tpv VSL
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
13
Projectgerelateerd
Conclusie Er is op basis van de uitgevoerde analyses één knelpunt naar voren gekomen voor waterberging in het toekomstig watersysteem. Dit betreft de Molengraaffsingel 33. Bij deze locatie is nader onderzoek uitgevoerd en is er een advies uitgebracht hoe dit knelpunt kan worden voorkomen (zie bijlage 5). Er zijn daarnaast géén knelpunten naar voren gekomen op basis van de hydraulische toetsing op stroomsnelheden van de watergangen en de duikers. Het waterhuishoudkundig plan binnen het stedenbouwkundig plan voldoet daarom niet volledig aan de normen van het Hoogheemraadschap van Delfland. Er wordt aangeraden om in overleg de knelpunten te analyseren. De maximaal gemodelleerde peilstijgingen zijn als volgt:
Het actuele plan leidt bij een T=10 bui tot een maximale peilstijging van 35 cm en bij een T=100 bui tot een maximale peilstijging van 74 cm. Dit maximale peil treedt niet lokaal op maar vrijwel gelijk verdeeld over het hele peilvak. De actuele waterstructuur is dan ook robuust. De verhouding van verhard en onverhard betreft hierbij respectievelijk 62% en 38%.
Aanvullend zijn de volgende conclusies over het toekomstig watersysteem te maken:
De klepstuw welke als uitstroompunt geldt voor het peilgebied, ter plaatse van het gemaal, zou volgens de uitgevoerde analyse het uitstroomdebiet harder moeten knijpen (van 18.2 naar 14.5 m3/min). Het is aan Hoogheemraadschap van Delfland om te bepalen of dit benedenstrooms van de klepstuw daadwerkelijk een knelpunt betreft.
Voor waarborging van een goede peilscheiding moeten maatregelen (ophoging) voor het dijkje bij Floodproof worden genomen. Er is afgesproken deze maatregelen binnen 1 jaar te voltooien.
Naast de uitvoer van de klepstuw zijn in het waterhuishoudkundig plan van 2014 een aantal werkzaamheden beschreven welke moesten worden uitgevoerd. Dit betroffen maatregelen voor de waterhuishouding op het terrein van Deltares. De benodigde aanpassingen op het terrein van Deltares zijn volgens Deltares inmiddels uitgevoerd
3-8-2020
BG8199WATRP2005151325WM
14
Bijlage 1 Overzichtstekening huidig watersysteem
ZPD 1 a 0 / 0
) " ) " " )
ZPD 1 -3.02 / -3.02
bruggen
) "
#
Stuw
"
"
Waterlijn watergangen
" )
ZPD 1 g -2.21 / -2.21
Watervlak
Peilgebieden
" ) ZPD 25 b -2.01 / -2.01
Gemaal
) "
) " "
) "
0
50
100
200
300 Meters
Titel Huidig watersysteem Peilgebied ZPD 25 TU Delft - Campus Zuid
ZPD 25 -3.05 / -2.85
Project
Actualiseren waterhuishoudingsplan Campus Zuid Opdrachtgever TU Delft Directie Campus & Real Estate
) " ) " BZM 1 -0.43 / -0.43
) "
) "
) "
) " ) " ) " " ) # #
) "
Datum
Schaal
4/30/2020
1:7000
Figuur Watersysteem Peilgebied ZPD 25
" ) ) " ZPD 25 a
-2.7 / -2.7
) )" " ) "
) )" )" "" )
" # Esri Nederland, Beeldmateriaal.nl
Gecontroleerd door
Volgnummer
Ingrid Jensen
1
Pad: C:\Users\908529\Box\BG8199 WHP Technopolis TU-Delft\BG8199 Team\BG8199 Technical Data\04 GIS\Uiteindelijke kaarten\Watersysteem.mxd
±
Legenda
Bijlage 2 Toekomstige invulling Campus Zuid
±
Legenda Onverhard Huidige verharding Toekomstige extra verharding Huidige bebouwing Toekomstige extra bebouwing Water Sportvelden bluebirds Huidige bestemmingsplangebieden Peilgebied ZPD 25 0 NL.IMRO.0503.BP0019-2001
55
110
220
330 Meters
Titel Toekomstige invulling - Campus Zuid Watersysteem Peilgebied ZPD 25 TU Delft - Campus Zuid Project Actualiseren waterhuishoudingsplan Campus Zuid
NL.IMRO.0503.BP0019-2001
Opdrachtgever TU Delft Directie Campus & Real Estate
NL.IMRO.05030000.17-
Datum
Schaal
8-6-2023
1:8.000
Figuur Toekomstige invulling Peilgebied ZPD 25
Esri Nederland, Beeldmateriaal.nl
Gecontroleerd door
Volgnummer
Ingrid Jensen
1
Bijlage 3 Kaartbeelden resultaten bergingstoetsingen
±
Legenda Peilgebieden
#
Gemaal
"
Stuw
Waterdiepte Klimaatbui 160 mm (m)
"
0
"
0 - 0.1 0.1 - 0.3 0.3 - 0.5
"
0.5 - 1
0
50
100
200
300 Meters
Titel Resultaten klimaatbui 160 mm Watersysteem Peilgebied ZPD 25 TU Delft - Campus Zuid Project Actualiseren waterhuishoudingsplan Campus Zuid Opdrachtgever TU Delft Directie Campus & Real Estate Datum
Schaal
15-3-2023
1:7.000
Figuur Watersysteem Peilgebied ZPD 25
"
# """"
" #
Esri Nederland, Beeldmateriaal.nl
Gecontroleerd door
Volgnummer
Ingrid Jensen
1
±
Legenda Peilgebieden
#
Gemaal
"
Stuw
Waterdiepte Klimaatbui T10 mm (m)
"
0
"
0 - 0.1 0.1 - 0.3 0.3 - 0.5
"
0.5 - 1
0
50
100
200
300 Meters
Titel Resultaten Klimaatbui T10 Watersysteem Peilgebied ZPD 25 TU Delft - Campus Zuid Project Actualiseren waterhuishoudingsplan Campus Zuid Opdrachtgever TU Delft Directie Campus & Real Estate Datum
Schaal
15-3-2023
1:7.000
Figuur Watersysteem Peilgebied ZPD 25
"
# """"
" #
Esri Nederland, Beeldmateriaal.nl
Gecontroleerd door
Volgnummer
Ingrid Jensen
1
±
Legenda Peilgebieden
#
Gemaal
"
Stuw
Waterdiepte Klimaatbui T100 mm (m)
"
0
"
0 - 0.1 0.1 - 0.3 0.3 - 0.5
"
0.5 - 1
0
50
100
200
300 Meters
Titel Resultaten Klimaatbui T100 Watersysteem Peilgebied ZPD 25 TU Delft - Campus Zuid Project Actualiseren waterhuishoudingsplan Campus Zuid Opdrachtgever TU Delft Directie Campus & Real Estate Datum
Schaal
15-3-2023
1:7.000
Figuur Watersysteem Peilgebied ZPD 25
"
# """"
" #
Esri Nederland, Beeldmateriaal.nl
Gecontroleerd door
Volgnummer
Ingrid Jensen
1
±
Legenda Peilgebieden
#
Gemaal
"
Stuw
Waterdiepte Klimaatbui 70 mm (m)
"
0
"
0 - 0.1 0.1 - 0.3 0.3 - 0.5
"
0.5 - 1
0
50
100
200
300 Meters
Titel Resultaten toetsing klimaatbui 70 mm Watersysteem Peilgebied ZPD 25 TU Delft - Campus Zuid Project Actualiseren waterhuishoudingsplan Campus Zuid Opdrachtgever TU Delft Directie Campus & Real Estate Datum
Schaal
15-3-2023
1:7.000
Figuur Watersysteem Peilgebied ZPD 25
"
# """"
" #
Esri Nederland, Beeldmateriaal.nl
Gecontroleerd door
Volgnummer
Ingrid Jensen
1
±
Legenda Peilgebieden
#
Gemaal
"
Stuw
Waterdiepte Klimaatbui 90 mm (m)
"
0
"
0 - 0.1 0.1 - 0.3 0.3 - 0.5
"
0.5 - 1
0
50
100
200
300 Meters
Titel Resultaten Klimaatbui 90 mm Watersysteem Peilgebied ZPD 25 TU Delft - Campus Zuid Project Actualiseren waterhuishoudingsplan Campus Zuid Opdrachtgever TU Delft Directie Campus & Real Estate Datum
Schaal
15-3-2023
1:7.000
Figuur Watersysteem Peilgebied ZPD 25
"
# """"
" #
Esri Nederland, Beeldmateriaal.nl
Gecontroleerd door
Volgnummer
Ingrid Jensen
1
Bijlage 4 Watertoets, peilkeuze en ontwateringsadvies verplaatsing H&S-accommodatie Bluebirds te Delft
Synarchis B.V. t.a.v. dhr. D. Floren
Postbus 323
Postadres
6880 AH VELP Bezoekadres
Reinaldstraat 93
Telefoon
(026) 36 900 30
Hakgriend 18
3371 KA Hardinxveld-Giessendam
Datum Onderwerp Projectnummer Bijlage(n)
6883HL Velp
bart@asc-sportsandwater.nl
Website
www. asc-sportsandwater.nl
IBAN
NL28 RABO 0123 6608 74
KvK nr.
Arnhem 09182500
BTW nr.
NL 8208.50.330.B01
Velp, 8 januari 2021 Watertoets, peilkeuze en ontwateringsadvies verplaatsing H&S-accommodatie Bluebirds te Delft 200107 6
INLEIDING
In vervolg op uw opdracht doen wij u hierbij een watertoets en ontwateringsadvies toekomen voor de inpassing van een honk- en softbal accommodatie aan de Thijsseweg te Delft. Op basis van de verstrekte gegevens worden de volgende uitgangspunten aangehouden:
-
Areaal te dempen watergangen is afgeleid op 3.100 m2;
-
Af te koppelen areaal club-/kleedvoorziening met omliggende verhardingen is aangegeven op 1.678 m2;
-
Er worden geen parkeerplaatsen aangelegd op de accommodatie;
-
Overige verharde arealen, zoals verhardingen rondom de veldarealen, wateren af op omliggende onverharde zones.
-
Als uitgangspunt voor af te koppelen verhardingen dient te worden gerekend met een ontwerpbui van 100 mm in 48 uur (bron: afkoppelvisie gemeente Delft).
Voor het beoordelen van de bodemopbouw en het functioneren van de waterhuishouding op de planlocatie zijn de onderstaande bronnen benut:
1. langjarige peilbuisgegevens (1960-2020) van TNO in de omgeving van de planlocatie; 2. archief boorgegevens TNO; 3. geohydrologische schematisatie (TNO); 4. legger en peilenkaart hoogheemraadschap Van Delfland.
ANALYSE BODEM EN GRONDWATER
De maaiveldhoogte op de planlocatie is op basis van AHN afgeleid op 1,0 à 1,6 m - NAP. Op basis van de literatuur en de voor dit onderzoek verzamelde gegevens wordt de volgende bodemopbouw aangetroffen.
Vanaf het maaiveld wordt, onder een al dan niet aanwezige topzandlaag, een afdekkend klei- en veenpakket aangetroffen tot 15 à 20 m – NAP. Hieronder wordt het 1e watervoerend pakket aangetroffen bestaande uit relatief grove zanden (zie ook bijlagen 3 en 4).
Gebaseerd op langjarige peilbuisgegevens van TNO (en met name peilbuis B37E0274) wordt een stijghoogte fluctuatie in het 1e watervoerend pakket afgeleid tussen 3,8 en 5,2 m - NAP. Vanuit ons meetnetwerk is lokaal een gemonitorde peilbuis bekend in het 1e watervoerend pakket. De stijghoogte hierin wordt momenteel (december 2020) gemeten op 4,4 m – NAP.
De grondwaterstand nabij het maaiveld wordt met name bepaald door de actuele neerslagsituatie, de lokale bodemopbouw en het waterpeil van omliggend oppervlaktewater.
Het oppervlaktewaterpeil in omliggende watergangen worden door het hoogheemraadschap Van Delfland beheerst tussen 2,85 en 3,05 m – NAP.
ONTWATERINGSADVIES Teneinde het plangebied te ontwikkelen worden eisen gesteld aan de ontwatering en de drooglegging van het gebied. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de huidige en de toekomstige ontwatering van het plangebied.
Onder drooglegging wordt verstaan de afstand tussen maaiveld en slootpeil. Ontwateringsdiepte is de afstand tussen maaiveld en grondwaterstand. De afvoernorm wordt toegepast om een berekening te kunnen
uitvoeren
naar
de
hoeveelheid
af
te
voeren
water
en
de
daarbij
behorende
ontwateringsmiddelen.
Over het algemeen worden voor de volgende bestemmingen de in de tabel 1 en 2 vermelde eisen ten aanzien van de drooglegging en ontwateringsdiepte toegepast.
pagina 2 van 4
Tabel 1: Bestemming en droogleggingseis in m Bestemming
Drooglegging in m bij T=1
Drooglegging in m bij T=10+10%
1,3
1,0
0,5
0,3
bebouwing met kruipruimte t.o.v. bouwpeil bebouwing
zonder
kruipruimte
t.o.v.
bouwpeil
Tabel 2: Bestemming en ontwateringsdiepte in m Bestemming bebouwing met kruipruimte t.o.v. bouwpeil
Ontwateringsdiepte bij T=1 Ontwateringsdiepte bij T=10+10% 0,9
0,7
0,5
0,3
bebouwing zonder kruipruimte t.o.v. bouwpeil
Afhankelijk of de club-/kleedvoorziening met of zonder kruipruimte wordt gebouwd volstaat een drooglegging van 1,0 à 0,3 m – vloerpeil. Technisch gezien heeft het toepassen van een kruipruimte voordelen t.b.v. installatiewerkzaamheden. Derhalve wordt in deze rapportage daarvan uit gegaan. Bij een vloerpeil op 1,85 m - NAP voldoet het vloerpeil aan de droogleggingseis.
Voor het voldoen aan de ontwateringseisen dient een drainagestelsel met zandwerkvloer te worden toe gepast aangezien vanaf maaiveld klei- en veenlagen worden verwacht en hierin stagnerend grondwater kan ontstaan tot aan het maaiveld.
WATERTOETS Op basis van de bodem- en waterhuishoudkundige analyse wordt het ondergronds bergen en infiltreren in de ondiepe bodem niet haalbaar geacht. Derhalve wordt geadviseerd de te dempen watergangen en af te koppelen verharde arealen te compenseren door middel van de aanleg van open water.
Voor de te dempen watergangen dienen er nieuwe watergangen aan te worden gebracht met een oppervlakte van minimaal 3.100 m2. Het profiel van de watergangen zal gelijk moeten zijn met het huidige profiel en een bodemdiepte op tenminste ca. 0,5 m –maaiveld. Ter compensatie van het club-/kleedgebouw dient 1.678 * 0,1 = 168 m3 (oppervlak * neerslag) te worden geborgen op de planlocatie. Aangezien de huidige watergangen 0,4 m diep zijn (o.b.v. legger) komt dit overeen met ca. 420 m2 aan te leggen open water. Het totaal aan te leggen open water komt hiermee op 3.520 m2.
pagina 3 van 4
Indien deze ruimte niet beschikbaar is op de toegewezen locatie, dan dient nader onderzoek te worden gedaan naar het afkoppelen van grondwater in het 1 e watervoerend pakket (zandlagen vanaf 20 m – maaiveld).
Wij vertrouwen u hiermee vooralsnog van dienst te zijn geweest.
Met vriendelijke groeten
ASC Sports & Water
Ing. B. Spikker
Bijlagen: 1
situatietekening met peilbuislocaties TNO
2
voorziene situering sportpark
3
archief boorgegevens TNO
4
geohydrologisch profielen Regis ll v2.2. en GeoTOP v1.4
5
peilbuisgegevens en isohypsenpatroon TNO
6
interactieve kaarten hoogheemraadschap Van Delfland
pagina 4 van 4
BIJLAGE 1 SITUERING PLANLOCATIE EN PEILBUISLOCATIES TNO
Planlocatie
Peilbuislocatie TNO
BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING SPORTPARK
BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING SPORTPARK Te compenseren oppervlaktewater = 3.100 m2
BIJLAGE 3 ARCHIEF BODEMGEGEVENS TNO
Planlocatie
Peilbuislocatie TNO
BIJLAGE 3 ARCHIEF BODEMGEGEVENS TNO
BIJLAGE 4 GEOHYDROLOGISCHE PROFIEL
Projectlocatie
Richting
:
west / oost
Bron
:
REGIS ll v2.2
Richting
:
west / oost
Bron
:
GeoTOP v1.4
BIJLAGE 5 PEILBUISGEGEVENS TNO
1e Watervoerend pakket -250
Stijghoogte in cm t.o.v. NAP
-300 -350 -400 -450 -500 -550 -600 -650
B37E0274 1
BIJLAGE 5 PEILBUISGEGEVENS TNO
Bron: Grondwaterkaart van Nederland, provincie Zuid-Holland TNO: Isohypsenpatroon eerste watervoerend pakket 1995
Planlocatie
Lijn van gelijke stijghoogte in m t.o.v. NAP
Peilbuislocatie TNO
BIJLAGE 6 INTERACTIEVE KAARTEN HH VAN DELFLAND
BIJLAGE 6 INTERACTIEVE KAARTEN HH VAN DELFLAND PEILENKAART
Bijlage 5 Onderzoek aansluiting hemelwater gebouw Exact
HaskoningDHV Nederland B.V. Water & Maritime
Notitie Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Goedgekeurd door:
De heer T. Kunen Ing. L.C. Janse 13 december 2021
Onderwerp:
Onderzoek aansluiting hemelwater gebouw Exact
1
BH9723-RHD-ZZ-XX-NT-Z-0001 Projectgerelateerd Ir. M. de Weerd
Aanleiding
Het projectgebied TU Delft – Campus Zuid is in ontwikkeling. Voor de wijzigingen in het nieuwe bestemmingsplan is een waterparagraaf opgesteld (ref. projectnummer BH5886). Onderdeel van deze waterparagraaf betrof het uitvoeren van een watersysteemanalyse (voor toetsing van het oppervlaktewatersysteem) en een hemelwaterstresstest (voor toetsing van de riolering). Bij deze toetsingen zijn hydrodynamische berekeningen uitgevoerd met extreme neerslagsituaties met als doel inzicht te krijgen in de effecten van deze extreme neerslag. Bij de watersysteemanalyse zijn bij extreme neerslagsituaties peilstijgingen in het oppervlaktewater berekend die hoger zijn dan de vloerhoogte van de verdiepte parkeergarage Exact aan de Molengraaffsingel 33 in Delft. Bij de hemelwaterstresstest wordt in de hemelwaterriolering voor het gebouw Exact in de Molengraaffsingel een peilstijging berekent die hoger is dan de vloerhoogte van de parkeerkelder. De manier van afwatering vanaf het terrein van Exact is onbekend. Uw heeft ons daarom gevraagd om een detailanalyse uit te voeren naar de afwatering van dit gebouw zodat inzicht ontstaat of de knelpunten in werkelijkheid optreden en wat het eventuele effect van de berekende peilstijgingen in het oppervlaktewater en de riolering is. De centrale vragen in dit onderzoek zijn: ◼
Waar en hoe wordt het hemelwater, afkomstig van de parkeerkelder, afgevoerd (riolering of oppervlaktewater)?
◼
Wat is het effect van de berekende peilstijgingen in het watersysteem en de riolering voor de afwatering van gebouw Exact?
De detailanalyse bestaat uit de volgende werkstappen: 1. Bureauonderzoek ontvangen gegevens 2. Veldbezoek Molengraaffsingel 33 3. Conclusie en advies In deze notitie wordt het resultaat van de stappen beschreven.
13 december 2021
BH9723-RHD-ZZ-XX-NT-Z-0001
1/10
2
Bureauonderzoek ontvangen gegevens
De volgende gegevens hebben wij voorafgaand aan het veldbezoek ontvangen. Deze gegevens zijn separaat als bijlage met deze notitie aangeleverd. ◼
◼
TU Delft:
Revisie tekening riolering Molengraaffsingel
Rioolinspecties riolering Molengraaffsingel
Eigenaar gebouw Exact:
Revisietekening 1137 - W00: “werktuigbouwkundige en sanitaire installaties – parkeerniveau”
Op de revisie tekening van de hoofdriolering in de Molengraaffsingel is een aansluitleiding van de vuilwaterriolering richting gebouw Exact (t.p.v. noordelijke hellingbaan) zichtbaar, maar geen aansluitleiding van het hemelwaterriool richting het gebouw. Op de rioolinspecties zijn meerdere aansluitingen aangetroffen. Slechts enkele van deze zijn zichtbaar op de revisietekening. Vermoedelijk zijn deze aansluitingen geplaatst voor aansluitingen van eventuele toekomstige ontwikkelingen (toekomstige gebouwen). In figuur 1 is de revisie van de riolering in de Molengraaffsingel weergegeven waar ook de verschillen tussen de rioolinspecties en deze revisie zijn vermeld. Aansluiting vuilwaterriolering aangetroffen op rioolinspectie. Één aansluiting op deze streng is zichtbaar.
Contouren gebouw Exact schematisch weergegeven
Meer aansluitingen op hemelwaterriool volgens rioolinspectie dan revisie.
Op de revisietekening van het gebouw Exact “werktuigbouwkundige en sanitaire installaties – Figuur 1 parkeerniveau” zijn meerdere hemelwaterleidingen en -afvoeren aangegeven. Maar er zijn geen 13 december 2021
BH9723-RHD-ZZ-XX-NT-Z-0001
2/10
verbindingen/ leidingen zichtbaar richting het oppervlaktewater of de riolering in de Molengraaffsingel. De locaties aangegeven als HWA betreffen om deze reden vermoedelijk de standleidingen in het gebouw. Daarnaast is ook geen informatie weergegeven over eventuele terugslagkleppen of vuil- en/of hemelwaterpompen.
13 december 2021
BH9723-RHD-ZZ-XX-NT-Z-0001
3/10
3
Kort verslag veldbezoek Molengraaffsingel 33
Op 28 oktober 2021 heeft Leonard Janse van ons kantoor een bezoek gebracht aan het gebouw Exact. Bij dit bezoek was de beheerder van de huurder Exact en een medewerker van AA Installatie aanwezig. De meest opvallende resultaten van het veldbezoek zijn hieronder uiteengezet. De foto’s zijn als bijlage 1 toegevoegd. •
In de parkeergarage liggen voornamelijk lijngoten waar het hemelwater door wordt afgevoerd. Daarnaast zijn er twee straatkolken in de parkeergarage waar een dompelpomp in hangt (zie foto 1 in bijlage 1). Het is onduidelijk waar het regenwater naar wordt afgevoerd. Overigens is het merkwaardig dat een dompelpomp in een straatkolk hangt, daar is een kolk normaliter niet voor bedoeld. De beheerder van huurder Exact geeft aan dat er in de 12 jaar dat het gebouw in gebruik is, geen wateroverlast is geweest als gevolg van neerslag. Het is daarom onduidelijk waarom de dompelpomp in de kolk is geplaatst. Ook is onduidelijk waar de dompelpomp naartoe afwatert.