CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

BP boekje Toelichting Regels Bijlagen bij de regels (GEWZIJZIGD)

Raadsvergadering 11 juli 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake crisis- en herstelwet omgevingsplan TU Delft Campus Zuid (nr. 2424345)41.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Op basis van paragraaf 5.4 van de Erfgoedwet moet iedereen die, anders dan bij het doen van archeologisch onderzoek, iets vindt waarvan hij/zij weet of kan vermoeden dat het een (roerend of onroerend) monument betreft, dit melden bij de minister van OCW (om praktische redenen, bij de gemeente Midden-Delfland). Indien het bevoegd gezag van mening is dat dit noodzakelijk is, moet er tijd en ruimte geboden worden de resten te onderzoeken, documenteren en eventueel veiligstellen. Het niet melden van het aantreffen van oudheden is een overtreding van de Erfgoedwet en daarmee een strafbaar feit. Consequenties die hieraan verbonden kunnen worden zijn het intrekken van de verleende omgevingsvergunning of het opleggen van een geldboete. Deze meldingsplicht geldt ook in gebieden waar geen archeologische functie van kracht is en ook voor werkzaamheden die binnen de vrijstellingsgrenzen vallen. Archeologie vormt geen belemmering voor het vaststellen van het plan.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 86

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Hoofdstuk 8 8.1

Juridische planbeschrijving

Verantwoording planvorm

De planologische ontwikkeling van TU Delft Campus Zuid is gebaseerd op de Notitie Beeldkwaliteit TU Delft Campus Zuid van augustus 2020. De Notitie Beeldkwaliteit TU Delft Campus Zuid is opgesteld in aanvulling op het stedenbouwkundig plan TU Delft Campus Zuid van maart 2020. Aan de hand hiervan is in april 2022 een voorontwerp Crisis- en herstelwet (Chw) omgevingsplan 'TU Delft Campus Zuid' opgesteld en naar de relevante vooroverlegpartners en stakeholders van TU Delft Campus Zuid verzonden. Het voornemen was de vigerende bestemmingsplannen 'Technopolis' en 'Technopolis - Clusters en Kamers' te actualiseren. Hiermee zou de ruimtelijke hoofdstructuur van het gehele plangebied -met uitzondering van het grondgebied van Deltares- en de daaraan gekoppelde kwaliteiten in één keer actueel inzichtelijk worden gemaakt Na het vooroverleg bleek dit voornemen te ambitieus. In overleg met TU Delft is gekozen om het Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid voor een deel planologisch doorgang te laten vinden. De Notitie Beeldkwaliteit TU Delft wordt mogelijk op onderdelen in fase 2 van TU Delft Campus Zuid (het zgn. zuidelijk deel) aangepast. Zo is een Campusvisie opgesteld die wordt uitgewerkt in Gebiedsvisies. In de Campusvisie wordt vanuit het perspectief van ecologie en duurzaamheid de bebouwingsstrategie nader verkend.

Dit leidt mogelijk tot het anders differentiëren van de verdichting in het gebied. Verder wordt de mogelijkheid voor het ontwikkelen van studentenhuisvesting ook op de TU Delft Campus Zuid nader verkend.

Actualisatie van de eerste fase Aangezien de ontwikkeling van de eerste fase niet afhankelijk is van de realisatie van de andere ontwikkelingen op TU Delft Campus Zuid en om de voortgang van die fase niet onnodig te frustreren, is in overleg met TU Delft gekozen om voor dit deel wel het Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid planologisch doorgang te laten vinden. Hiermee actualiseert dit omgevingsplan grosso modo alleen het vigerend bestemmingsplan 'Technopolis - Clusters en Kamers'. Het in dit bestemmingsplan geldend verkavelingsplan bleek in de huidige praktijk moeilijk uitvoerbaar. De combinatie van de vereiste parkeernorm, de vereiste floor-space-index (fsi) en het maximaal bebouwingspercentage en -hoogte leidde tot onmogelijke en/of onhaalbare ontwikkelingen. Het Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid is in principe een ontwikkelingsgericht plan. Het is er immers op gericht om de gewenste ontwikkeling van dit deel van TU Delft Campus Zuid beter te faciliteren. Aangezien de meeste hierin opgenomen functies ook reeds onderdeel uitmaken van het bestaande bestemmingsplan 'Technopolis - Clusters en Kamers', is daarentegen geen sprake van een compleet nieuw ontwikkelingsgericht bestemmingsplan maar eerder van een actualisatie daarvan. We werken vooral toe naar een globaler bestemmingsplan, met functies in een groter vlak.

Met deze flexibiliteit kan beter invulling worden gegeven aan toekomstige behoeftes (organische gebiedsontwikkeling), zonder dat er per sé meer ontwikkelruimte ontstaat. De gewenste ontwikkelingen c.q. functies worden ingepast binnen de bestaande kaders van milieuwetgeving en het streven naar eenvoud en uniformiteit in de verbeelding en regels. Voor de milieuonderzoeken is aansluiting gezocht bij die van het voorontwerp Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid. Voor zover bij het voorontwerp nog niet onderzocht, is het milieuonderzoek voor dit deelplan nu wel verder verricht. Na vaststelling van het Chw omgevingsplan 'TU Delft Campus Zuid' kan het academisch deel van Campus Zuid tussen de Anthony Fokkerweg en de Heertjeslaan nader worden ontwikkeld en worden ontwikkelingen zoals Next Delft 2, Alfarim, Fraim en de zgn. sportschuif planologisch mogelijk gemaakt. Het overige deel van de TU Delft Campus Zuid wordt tenslotte planologisch geactualiseerd na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 87

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

8.2

De verbeelding

De verbeelding bij dit omgevingsplan laat zien waar de verschillende functies zijn toegewezen. Daarmee wordt de ruimtelijke toedeling van de verschillende functies inzichtelijk. In de regels is vervolgens, evenals bij een regulier bestemmingsplan, invulling gegeven aan de manier hoe de gronden gebruikt kunnen worden en welke bouwmogelijkheden er zijn. Deze regels zijn in paragraaf 8.3 beschreven. Naast de functies zijn op de verbeelding ook aanduidingen opgenomen om specifieke bepalingen ten aanzien van bouwen en gebruik te kunnen geven binnen de genoemde functies en activiteiten. Een aantal aspecten (meer sectorale) heeft een overkoepelende werking en beperken zich niet tot de functiegrenzen (grenzen tussen de onderscheiden functies en activiteiten). De gronden waarvoor deze sectorale aspecten gelden zijn op de verbeelding ook aangewezen. De verbeelding voldoet aan de vereisten van een objectgerichte vertaling van de regels en is opgesteld conform de vereisten van de Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Er is voor dit omgevingsplan en de mogelijkheden van de verbrede reikwijdte geen aanleiding om van deze standaard af te wijken voor de verbeelding en de regels.

8.3

Systematiek functies

8.3.1

Inleidende regels

Begrippen In dit artikel zijn de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het omgevingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten, die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, gemeten moeten worden. Doelen Het omgevingsplan beschrijft wat met het omgevingsplan beoogd wordt.

8.3.2

Gebiedsbeschrijving

Gebiedsbeschrijving en bouwstenen In dit artikel wordt de werking van de gebiedsbeschrijving en de bouwstenen juridisch vastgelegd. Voor zover gebiedsbeschrijving en bouwstenen niet met elkaar overeen zouden kunnen lijken te komen, geldt dat de concretiserende bouwstenen bepalend zijn: deze bevatten de meest concrete regels. Met de bouwstenen voor afwijking kan worden afgeweken van de concretiserende bouwstenen. Het toetsingskader voor afwijking wordt gevormd door de daarbij genoemde voorwaarden en door de gebiedsbeschrijving. De voorwaarde in artikel 4 lid 3 onder b van de planregels om van de bouwstenen te mogen afwijken mits de activiteit geen laagfrequente trillingen veroorzaakt (1-5 Hz) is ingegeven voor het beschermen van bepaalde gebieden binnen dan wel in de nabijheid van het plangebied van trillinggevoelige objecten. Deze objecten/bedrijven behoeven bijzondere bescherming tegen trillingen van buitenaf, vanwege onderzoeks- en laboratoriumruimten, waar apparatuur en instrumenten worden gebruikt die verstoord kunnen worden onder invloed van trillingen. Het Nationaal Metrologisch Instituut (Metrology Tower) op Campus Zuid is hier een concreet voorbeeld van. Aangezien deze wijze van beschermen momenteel uniek is, is in de planregels alleen toetsbare grenswaarden opgenomen.

Bij een wenselijke activiteit die de genoemde grenswaarden overschrijdt, zou mogelijk via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kunnen worden meegewerkt. Dit vooropgesteld dat die gevraagde activiteit niet leidt tot een beperking van de bescherming van de trillinggevoelige objecten. Kwaliteitseisen voor het gebied Dit artikel bevat de kwaliteitseisen voor het gebied. Deze eisen worden nader geconcretiseerd in bouwstenen. Per kwaliteitseis/onderwerp wordt aangegeven in welk artikel of welke artikelen de bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 88

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid concretiserende bouwsteen of bouwstenen zijn opgenomen. De kwaliteitseisen vormen ook de basis voor eventueel maatwerk (artikel 24).

8.3.3

Toedeling van functies

Bedrijf Voor dit deelplan is alleen aan een grote trafostation aan de Anthony Fokkerweg de functie Bedrijf toegekend. Campus De functie Campus is hoofdzakelijk bedoeld voor wetenschappelijk onderwijs en/of beroepsonderwijs, onderzoek en valorisatie enerzijds en kennisintensieve bedrijven ten dienste van de bedrijvencampus anderzijds. Inrichtingen uit milieucategorieën tot en met 3.2 van de Lijst van Bedrijfstypen zijn in het plangebied met recht toegestaan. Daarnaast is het Interfacultair Reactor Instituut Delft met een specifieke functieaanduiding toegestaan. Verder zijn binnen de functie bepaalde gebieden planologisch aangeduid voor trillinggevoelige bedrijven. Deze bedrijven behoeven bijzondere bescherming tegen trillingen van buitenaf, vanwege onderzoeks- en laboratoriumruimten, waar apparatuur en instrumenten worden gebruikt die verstoord kunnen worden onder invloed van trillingen. Het Nationaal Metrologisch Instituut (Metrology Tower) op Campus Zuid is hier een concreet voorbeeld van. Om de mogelijkheden van innovatie te stimuleren, wordt planologisch een zgn. Living Lab (zie paragraaf 4.2.2) gefaciliteerd door het testen, toepassen en tonen van technologische innovaties mogelijk te maken. Om Campus meer te verlevendigen is ondersteunende horeca mogelijk. Dit is ruimer dan ondergeschikte horeca.

Niet alleen horeca wordt toegestaan die ondergeschikt is aan en ten dienste staat van de hoofdfunctie, maar ook die op zichzelf ondersteunend is aan (een van) de hoofdfuncties van de (bedrijven)campus of ondersteunend is aan het gebied. Een sprekend voorbeeld hiervan is Coffee & Bikes. Tenslotte zijn daarbij behorende voorzieningen zoals een parkeerhub, bruggen, water(huishoudkundige voorzieningen), groen en voorzieningen voor het opwekken van (duurzame) energie binnen de functie toegelaten. Om het terrein toegankelijk te houden, zijn erfafscheidingen tussen de kavels niet toegestaan. Gemengd - 1 De functie Gemengd - 1 biedt primair de mogelijkheid voor vestiging van kennisintensieve bedrijven tot en met maximaal milieucategorie 3.1 ten dienste van de bedrijvencampus. Het bevoegd gezag kan afwijken van gebruiksregels en een bedrijf toestaan dat is opgenomen in de naast hogere categorie van de LvB dan ter plaatse is toegestaan, indien deze wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk gesteld kan worden met een bedrijf van de toegestane categorie. Daarnaast wordt ruimte gecreëerd voor synergie met daaraan gerelateerde kennisinstellingen, onderzoekscentra en onderwijsinstellingen. Om de mogelijkheden van innovatie voor de komende jaren te stimuleren, wordt planologisch een zgn.

Living Lab (zie paragraaf 4.2.2) gefaciliteerd door het testen, toepassen en tonen van technologische innovaties mogelijk te maken. Verder zijn binnen de functie bepaalde gebieden planologisch aangeduid voor trillinggevoelige bedrijven. Deze bedrijven behoeven bijzondere bescherming tegen trillingen van buitenaf, vanwege onderzoeks- en laboratoriumruimten, waar apparatuur en instrumenten worden gebruikt die verstoord kunnen worden onder invloed van trillingen. Om Gemengd - 1 meer te verlevendigen is ondersteunende horeca mogelijk. Dit is ruimer dan ondergeschikte horeca. Niet alleen horeca wordt toegestaan die ondergeschikt is aan en ten dienste staat van de hoofdfunctie, maar ook die op zichzelf ondersteunend is aan (een van) de hoofdfuncties van de (bedrijven)campus of ondersteunend is aan het gebied. Een sprekend voorbeeld hiervan is Coffee & Bikes. Tenslotte zijn daarbij behorende voorzieningen zoals een parkeerhub, bruggen, water(huishoudkundige bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 89

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid voorzieningen), groen en voorzieningen voor het opwekken van (duurzame) energie binnen de functie toegelaten. Om het terrein toegankelijk te houden, zijn erfafscheidingen in beginsel tussen de kavels niet toegestaan. Groen De ecologische verbindingen die over het plangebied lopen zijn als functie groen opgenomen in de verbeelding, inclusief de aangrenzende waterlopen. De ecologische zones zijn bedoeld voor instandhouding en versterking van de ecologische waarden in en rondom het plangebied. Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van fietsenstallingen en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke aanduiding van verkeer - (H)OV-verbinding' een personeelsgebouw van maximaal 30 m2 en maximaal 3 m. hoog. Een mogelijke verlenging van een (hoogwaardig) openbaar vervoer verbinding inclusief bijbehorende voorzieningen is daarnaast ook in de functie Groen aangeduid op de verbeelding. Om de mogelijkheden van innovatie te stimuleren, wordt in de meeste functies in dit plangebied planologisch een zgn. Living Lab gefaciliteerd. Bij de functie groen wordt dit niet op voorhand toegestaan om een open structuur van het plangebied te behouden. Bij een mogelijk wenselijke activiteit die alleen in de functie groen kan worden gerealiseerd, zou via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kunnen worden meegewerkt.

Bij de afweging om aan hieraan mee te kunnen werken zullen aspecten zoals of geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, de (ecologische) groenstructuur en de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit worden meegenomen. Groen-1 Voor het Kluyverpark is functie Groen – 1 toegekend. Het verschil met de functie Groen is de aanvuling ten aanzien van het planologisch mogelijk maken van een paviljoen met een maximum bvo van 75 m2 en een hoogte van maximaal 5 m Daarentegen kent functie Groen - 1 niet de aanduiding 'specifieke aanduiding van verkeer - (H)OV-verbinding'. Sport Voor de aannemelijke verplaatsing van de honk- en softbalvereniging naar het meer zuidelijke terrein op TU Delft Campus Zuid tussen Deltares en Metrology Tower, is deze locatie als functie Sport opgenomen. Ook zou een fysiotherapeut of een vergelijkbare therapeut gehuisvest kunnen worden om daar een synergie te bewerkstelligen. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan medische fitness, dat wil zeggen fitness met een medische indicatie onder begeleiding van een fysiotherapeut. Ten behoeve van de bijbehorende bebouwing is een maximale bouwpercentage en een bouwhoogte op de verbeelding opgenomen.

Ook hier zijn wegen met bijbehorende paden en bermen, ter ontsluiting van terreinen en -voorzieningen, toegestaan, evenals langzaamverkeersvoorzieningen, watergangen en waterpartijen, groen- parkeer- en overige bijbehorende voorzieningen. Als bebouwing zijn onder meer club-, kleed-, sanitaire en kantineruimten toegestaan. Tenslotte zijn daarbij behorende voorzieningen zoals (gebouwde) parkeervoorzieningen, bruggen, water(huishoudkundige voorzieningen), groen en voorzieningen voor het opwekken van (duurzame) energie binnen de functie toegelaten. Verkeer De hoofdstructuur van ontsluitingsroutes is specifiek bestemd. Het betreft alle binnen het plangebied aanwezige wegen met uitzondering van de Kruithuisweg en de A4. Opstelstroken en op- en afritten vallen ook binnen deze functie. Daarnaast is een (hoogwaardig) openbaar vervoer verbinding en een mogelijke verlenging ter plaatse van de aanduiding ' 'specifieke aanduiding van verkeer - (H)OV-verbinding' naast de functie Groen ook in deze functie toegestaan. Tenslotte is in samenspraak met de TU Delft een regeling opgenomen om een aantal (potentieel) trillinggevoelige laboratoria, met trillingarme vloeren ten behoeve van het uitvoeren van metingen, planologisch te beschermen tegen trillingen.

Uit onderzoek van Peutz (zie bijlage 13 Trillingenonderzoek) blijkt dat binnen het plangebied met name wegen laagfrequente trillingen veroorzaken. Daardoor is verkeer de dominante en bepalende bron. De huidige infrastructuur geeft geen bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 90

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid problemen. Om deze trillinggevoelige objecten te beschermen tegen trillingen, is binnen de functie Verkeer een regeling opgenomen die zich richt op nieuwe infrastructuur en aanpassingen van bestaande infrastructuur binnen het plangebied. De trillingfrequentie van 1 tot 5 Hz wordt privaatrechtelijk ondervangen. Verkeer-Wegverkeer Voor de mogelijk verkeerskundige aanpassingen aan en op de Kruithuisweg is de functie Verkeer-Wegverkeer toegekend. Water De hoofdstructuur van water is specifiek bestemd. De overige watergangen in het plangebied vallen onder de diverse functies. Leiding - Water / Leiding - Hoogspanning / Leiding - Riool In het plangebied ligt een aantal planologisch relevante leidingen te weten watertransportleidingen, hoogspanningsverbindingen (ondergronds) en rioolleidingen. De belangen, verbonden aan deze leidingen, zijn in de regels beschermd via de functies 'Leiding - Water', 'Leiding - Hoogspanning' en 'Leiding - Riool'. Op grond van deze functies is voor activiteiten waarbij gegraven wordt, zoals bouwen en een aantal specifiek genoemde werken en werkzaamheden, een omgevingsvergunning nodig. Het verlenen van de omgevingsvergunning is slechts mogelijk indien de belangen (veiligheid) van de leiding niet onevenredig worden geschaad.

Waarde - Archeologie De functie 'Waarde - Archeologie' is gehanteerd voor een deel van het plangebied. Deze gebieden hebben op basis van de archeologische verwachtingskaart mogelijk archeologische waarde. Bouwen is op deze gronden uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels of nadat uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Per dubbelfunctie is een afwijkingsgrens opgenomen voor oppervlakten waarvoor het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk is. Waterstaat - Waterkering In het plangebied komt ook een waterkering voor. Hiervoor is de dubbelfunctie 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. De waterkering ligt langs de Schie. Ter plaatse van deze waterkering geldt een beschermende functie. Het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de andere voor die gronden geldende functies zijn slechts toelaatbaar met een omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend als de waterkeringsbelangen hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Het bevoegd gezag wint advies in van het Hoogheemraadschap, voordat zij beslist op het verzoek om een omgevingsvergunning.

8.3.4

Gebiedsaanduidingen

Geluidzone-Industrie Het plangebied valt ten westen deels onder de geluidzone van het geluidgezoneerd bedrijventerrein Schieoevers. Voor de gronden die zijn gelegen tussen het geluidgezoneerd bedrijventerrein Schieoevers en de vastgestelde geluidscontour is de aanduiding 'geluidzone - industrie' opgenomen. Op gronden met deze aanduiding is geen nieuwe geluidgevoelige bebouwing toegestaan. Dit met uitzondering van situaties waarbij in het kader van de Wet geluidhinder een hogere waarde voor de geluidgevoelige bebouwing is vastgesteld. Overige zone-trillingzone Op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'zonering trillingen' geldt dat, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke functies, de trillingniveaus veroorzaakt door de in een inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in een inrichting verrichte werkzaamheden, activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in onmiddellijke nabijheid van de inrichting, voldoen aan de in aanduiding opgenomen tabel met toelaatbare trillingniveaus.De trillingfrequentie van 1 tot 5 Hz wordt bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 91

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid privaatrechtelijk ondervangen.

8.3.5

Algemene regels

Antidubbeltelregel Deze regel is voor plannen verplicht voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze bepaling strekt er, volgens de Nota van Toelichting bij het Bro (Staatsblad 2008, 145), toe te voorkomen dat van ruimte die in het plan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw voor een tweede keer zou kunnen worden gebruik gemaakt. Voorrangsregeling dubbelfunctie In dit artikel is een prioritering aangegeven van de (dubbel)functies indien er op gronden sprake is van meerdere (dubbel)functies en de daarbij gepaard gaande belangen. Maatwerkvoorschriften Maatwerkvoorschriften kunnen voor een concreet geval worden gesteld in aanvulling op of in afwijking van de in het plan opgenomen regels. Hiermee kan individueel maatwerk worden geleverd. Met dit instrument wordt voorgesorteerd op de mogelijkheden die de Omgevingswet. Zolang de Omgevingswet niet in werking is getreden, zijn maatwerkvoorschriften een synoniem voor nadere eisen in de huidige Wet ruimtelijke ordening. Voorwaardelijke verplichting Dit artikel regelt de verplichtingen vanuit het waterhuishoudkundig belang. Algemene bouwregels In dit artikel zijn bouwregels opgenomen die gelden voor alle gebouwen binnen het plangebied.

Deze regels gelden naast de overige regels in het plangebied. Parkeerregeling Dit artikel bevat regels voor parkeergelegenheid bij het bouwen van gebouwen met een dynamische verwijzing naar het vigerend parkeerbeleid. Laden en lossen van goederen Dit artikel bevat regels voor het laden en lossen van goederen met een dynamische verwijzing naar het vigerend parkeerbeleid. Algemene gebruiksregels In dit artikel is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de functies. In lid 1 is aangegeven welk gebruik in ieder geval verboden is en in lid 2 welk gebruik hieronder niet wordt verstaan. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt aangegeven in hoeverre en in welke gevallen bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels ingeval van geringe afwijkingen van de bouwregels. Wijzigingsregels In dit artikel is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor een beperkte overschrijding van functiegrenzen, een wijzigingsbevoegdheid om onder voorwaarden binnen de functies Campus en Gemengd - 1 gebouwen met maximaal 40 m. respectievelijk 70 m. toe te staan. Tenslotte nog de mogelijkheid voor college om geen exploitatieplan of een daarmee vergelijkbaar publiekrechtelijk instrument voor kostenverhaal vast te stellen. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen de wijzigingsregels -voor zover niet reeds gebruikt- te vervallen.

In dat geval wordt artikel 22.32 van de bruidschat toegepast op deze regels. Procedurebepalingen In deze procedurebepalingen wordt de procedure bij het doorlopen van een wijzigingsbevoegdheid bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 92

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid beschreven.

8.3.6

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht Dit artikel bevat de overgangsregels met betrekking tot het bouwen en het gebruik van gronden. In afwijking van de bouwregels blijven enige bouwmogelijkheden bestaan voor die gebouwen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan afwijken van het plan en die zijn of worden gebouwd bij of krachtens de Wabo. Bestaande afwijkingen mogen in principe niet worden vergroot. Het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt van het plan op het moment dat het in werking treedt, mag worden voortgezet. Het overgangsrecht is echter niet van toepassing op gebruik dat al in strijd was met het voorgaande plan. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan, indien de afwijking hierdoor in mindere mate strijdigheid met dit plan oplevert. Slotregel Hierin is de naam van het plan opgenomen.

8.4

Specifieke elementen

Lijst van Bedrijfstypen Met behulp van de Lijst van Bedrijfstypen wordt aangegeven welke milieubelastende activiteiten in een gebied wel of niet toelaatbaar zijn. De Lijst van Bedrijfstypen, die de gemeente Delft hanteert bij het bepalen van de milieucategorie, is de lijst afkomstig uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG. In deze publicatie staat ook de methodiek van milieuzonering in plannen uitgelegd. Seksinrichtingen Het gemeentelijke beleid omvat een vrijstellingsbevoegdheid ten aanzien van de vestiging van seksinrichtingen op bedrijventerreinen. Campus Zuid is van dit beleid niet uitgesloten. Met vrijstelling zijn seksinrichtingen in het plangebied onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Binnen het gemeentelijk grondgebied zijn in totaal maximaal twee seksinrichtingen toegestaan, raamprostitutie is uitgesloten.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 93

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Hoofdstuk 9

Handhaving

Toezicht en handhaving is iets dat door betrokkenen als onprettig wordt ervaren. De gemeente doet het omdat we in een veilige, gezonde, aantrekkelijke en duurzame omgeving willen wonen, werken en leven. Soms kan het gedrag van individuele burgers of bedrijven dit streven bedreigen en een risico opleveren voor de leefomgeving. Deze risico's willen wij beheersbaar houden. Er is echter altijd een grens aan de middelen die de gemeente daarvoor kan en wil inzetten. De rode draad in het gemeentelijke beleid is dat de inschatting van de risico's voor de gebruikers en voor de leefomgeving doorslaggevend is voor de prioriteiten die gesteld worden bij het stimuleren en/of afdwingen van het naleefgedrag. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan onderwerpen en gevallen waarin de risico's van niet-naleving het grootst zijn. De concrete doelstellingen en speerpunten worden elk jaar vastgesteld in een jaarplan. De gemeente heeft verschillende instrumenten om het naleefgedrag te beïnvloeden en zo nodig naleving af te dwingen. Het begint met heldere regels waar draagvlak voor is en die bekend zijn bij degenen die door de regels worden geraakt. Daarnaast wordt er risicogestuurd toezicht gehouden.

Indien toezichtactiviteiten leiden tot de constatering van een illegale situatie, bijvoorbeeld omdat de regels van het plan niet worden nageleefd, dan wordt beslist of en in hoeverre en met toepassing van welke sanctiemiddelen de gemeente zich zal inspannen om de overtreder te dwingen deze illegale situatie op te heffen. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de (regionale) handhavingsstrategie. Uitgangspunt daarbij is de 'beginselplicht tot handhaving'. Gelet op de beperkte beschikbare capaciteit is het echter niet mogelijk en ook wenselijk - om tegen alle overtredingen handhavend op te treden. Afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding, het gedrag van de overtreder en de overige omstandigheden van het geval zal een passende reactie en aanpak worden bepaald. Dat kan onder meer zijn een legalisatietraject, afzien van handhaving, waarschuwing of het toepassen van een bestuursrechtelijk sanctiemiddel. Bij zeer ernstige overtredingen kan ook sprake zijn van een strafrechtelijk traject. Strafrechtelijke vervolging is afhankelijk van en gebeurt door het Openbaar Ministerie.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 94

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Hoofdstuk 10 10.1

Economische uitvoerbaarheid

Kostenverhaal

10.1.1 Kostenverhaal artikel 7v BuChw De overheid is verplicht kosten voor aanleg van openbare voorzieningen te verhalen op realisatoren. Ook onder de Aanvullingswet grondeigendom (als onderdeel van de Omgevingswet) blijft dit principe gehandhaafd. Er komt optioneel de mogelijkheid om een financiële bijdrage te verhalen voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet onderdeel zijn van de verhaalbare kosten. Deze mogelijkheid is niet opgenomen in artikel 7v an het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (BuChw). De gemeente heeft op 11 oktober 2016 het project (toen nog Technopolis geheten) aangemeld voor de 15e (nu 16e) tranche van het BuChw bij het toenmalig ministerie van IenM (nu BZK). Hierbij is ingestemd om deel te nemen met het kostenverhaalexperiment artikel 7v BuChw en de langere planperiode van 20 in plaats van 10 jaar ex. artikel 7c BuChw (verbrede reikwijdte). Bij de voorbereiding is van beide artikelen gebruik gemaakt, maar uiteindelijk is vooruitlopend op de vaststelling van het bestemmingsplan met de TU Delft een private overeenkomst gesloten, waarmee het kostenverhaal is verzekerd. 10.1.2 Het kostenverhaal door middel van een private overeenkomst De belangrijkste initiatiefnemer voor gebiedsontwikkeling is de TU Delft. Zij wil afhankelijk van vraag diverse vastgoedprogramma's realiseren die voor de financiële dekking zorgen voor het kostenverhaal.

De TU Delft wil zoveel mogelijk de noodzakelijke aanpassingen van de publieke ruimte zelf (doen) realiseren. De publieke ruimte is het gebied van TU Delft, waarin zich wegen, water en groen bevindt, dat openbaar toegankelijk is, maar wel eigendom van TU Delft. Aanpassingen in deze publieke ruimte en bijbehorende kosten komen voor rekening van de initiatiefnemer die daarnaast een afdracht doet voor bovenwijkse voorzieningen. In de totstandkoming van het bestemmingsplan verbrede reikwijdte hebben partijen de conclusie getrokken dat deze methodiek kon worden opgenomen in de private overeenkomst waarin de kostenverhaalsafspraken een plek hebben gekregen. Naast de TU Delft zijn er geen andere initiatiefnemers in het gebied. Er zijn wel andere grondeigenaren, maar op hun gronden zijn voor de komende jaren geen ontwikkelingen voorzien. Zij behouden de planologische rechten die zij ook onder de vigerende bestemmingsplannen hadden. De gemeente Delft en de TU Delft hebben samen het kostenverhaal overeengekomen door middel van een private overeenkomst. Daarmee geldt dat voor alle relevante en verhaalbare kosten (planontwikkeling, aanpassing binnenplanse kosten en bovenwijkse kosten) er voldoende dekking is voor de kosten.

Het kostenverhaal is, ook in deze organische gebiedsontwikkeling verzekerd, al weten partijen niet hoeveel vastgoed er wordt ontwikkeld en wat de investeringen aan het einde van 20 jaar zijn. Wel is duidelijk dat steeds de investeringen in de directe omgeving worden gedekt uit vastgoedontwikkeling en dat er per te realiseren perceel of deelgebied afdracht kan worden gedaan voor de aanleg van bovenwijkse voorzieningen. De investeringen in de bovenwijkse voorzieningen vinden getrapt plaats. Dat kan ook omdat de aanpassing gekoppeld zijn aan de groei van het programma op de Campus. Door groei van uitgifte van percelen en de realisatie van het aantal gebouwen is er financiële dekking om deze investeringen uit te voeren. Doordat een private overeenkomst kon worden gesloten is het niet nodig gebruik te maken van de financiële en plan-economische regels voor kostenverhaal uit art. 7v. Wel maakt de gemeente gebruik van de regeling van verbrede reikwijdte voor de termijn van de verbrede reikwijdte van 20 jaar. Verder maakt het experiment het ook beter mogelijk om anticiperend op de Omgevingswet dynamische verwijzingen naar gemeentelijk duurzaamheidsbeleid te borgen. Zo is in artikel 5 een dynamische beleidswijziging naar de kaders 'Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen' en 'Beleidsregels klimaatadapatief bouwen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkeling en herstructurering' opgenomen.

Tenslotte borgt dit plan in de regels een aantal zones binnen het plangebied dat bijzondere bescherming tegen trillingen van buitenaf behoeft. Dit vanwege onderzoeks- en laboratoriumruimten, waar apparatuur en instrumenten worden gebruikt die verstoord kunnen worden onder invloed van trillingen.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 95

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid 10.1.3 Het experiment: van organisch kostenverhaal met risico voor de gemeente naar organisch ontwikkelen met flexibiliteit en stap-voor-stapinvesteren door de initiatiefnemer Het proces waarin de campus in Delft zich de komende jaren ontwikkelt, is een spontaan proces waarin bedrijven en organisaties zich vestigen in het gebied en samen werken aan innovatie. In dat proces moeten kantoren en bedrijfsgebouwen worden ontwikkeld, ondersteunende voorzieningen worden gerealiseerd en moet ontsluiting en parkeren worden gerealiseerd om de functies mogelijk te maken. Het tempo van de ontwikkeling is afhankelijk van marktvraag, maar ook van de combinaties die de bedrijven zien die zich gevestigd hebben en zij die vestiging overwegen. Een ontwikkelstrategie voor het gebied moet dit dan ook mogelijk maken en hier aansluiten. Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte als RO-kader voor organische gebiedsontwikkeling maakt het mogelijk nieuwe vastgoedprogramma's en aanpassing van openbare ruimte samen op te laten gaan. Vanuit de gemeente Delft is hiervoor een proces van experiment ingezet om hier vanuit het kostenverhaal een passende regeling voor mogelijk te maken. Bij de te verhalen kosten speelt de aanpassing van openbare ruimte binnen het plangebied alsook kosten voor planstructuur en bovenwijkse voorzieningen.

In het ontwerpproces van planologie en de ontwikkelstrategie (kostenverhaal) bleek dat de initiatiefnemer TU Delft een groot deel van het ontwikkelproces zelf ter hand neemt. Zij koppelt daarbij vastgoedontwikkeling aan aanpassing van infrastructuur, groen en water in de directe omgeving; in dit geval in de publiek toegankelijke ruimte. De kosten die normaal gesproken worden gemaakt voor aanpassing van direct in de omgeving gelegen openbare ruimte worden in dit geval niet gemaakt op openbare ruimte van de gemeente, maar op de gronden in eigendom van de TU Delft (in termen van kostenverhaal, op de eigen kavel). De kwaliteitseisen zijn gelijk aan de normale situatie, aangezien de infrastructuur e.d. openbaar toegankelijk is en daarmee aan de gebruikelijk eisen moet voldoen. De gemeente zal hierop met haar vigerende beleidskaders toetsen. De gemeente Delft zal een aantal bovenwijkse investeringen uitvoeren op de momenten dat infrastructuur en andere bovenwijkse structuren moeten worden aangepast door de groei van het programma op de Campus. De planning is volgordelijk en niet een fasering in de tijd. Steeds wanneer een bepaald oppervlakte aan vastgoed is gerealiseerd worden investeringen gedaan. De gemeente en de TU Delft hebben daarmee de rente- en faseringskosten en de risico's in tijd teruggebracht en hebben investeren en financiële dekking slim aan elkaar gekoppeld.

Dat de TU Delft daarmee de meeste investeringen zelf uitvoert, gaandeweg met vastgoedontwikkeling, past goed in een organisch ontwikkelkader. De experimentstatus heeft daarmee zijn waarde bewezen. Dat er over en weer slechts een beperkte hoeveelheid financiële afspraken gemaakt konden worden en dit geregeld is in een private overeenkomst is de resultante van het (zoek)proces.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 96

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Hoofdstuk 11 11.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak en overleg

Op 22 februari 2022 heeft een (digitale) toelichting op het concept plan plaatsgevonden voor de betrokken bedrijven en instellingen van het parkmanagement en BKS. Daar is ook afgesproken dat geïnteresseerde bedrijven het concept plan reeds in het vooroverleg toegezonden krijgen. Dit vooroverleg was van 26 april 2022 tot 7 juni 2022. Vervolgens is in het parkmanagementoverleg op 10 oktober 2023 de laatste stand van zaken met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan toegelicht.

11.1.1 Overleg ex art. 3.1.1 Bro In het kader van vooroverleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept-ontwerpplan toegezonden aan de volgende overlegpartners: 1. Provincie Zuid-Holland; 2. Ministerie van BZK; 3. Rijkswaterstaat; 4. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; 5. Hoogheemraadschap van Delfland 6. Gemeente Pijnacker-Nootdorp; 7. KPN W&O NS Access Rayon Midden; 8. Centraal Overlegorgaan; 9. Tennet Zuid-Holland; 10. Stedin; 11. Nederlandse Gasunie; 12. Evides Waterbedrijf; 13. VWS Pipeline Control b.v.; 14. Veiligheidsregio Haaglanden; 15. Stichting DUWO; 16. Vestia; 17. Vidomes; 18. Woonbron. De volgende instanties hebben aangegeven verder geen inhoudelijke reactie te hebben op het concept-ontwerp bestemmingsplan: 1. Gemeente Pijnacker-Nootdorp 2. Tennet De volgende instanties hebben inhoudelijke reacties gegeven op het concept-ontwerp bestemmingsplan: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Radex innovation centre Evides Gasunie Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Haaglanden Provincie Zuid-Holland

De ingekomen overlegreacties zijn hieronder samengevat en beantwoord. 1. (Radex innovation centre) 1.1 Samenvatting Verzoek om de bestemming onderwijs aan te passen naar kennisintensieve bedrijfsdoeleinden. Antwoord bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 97

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid Hoewel de functie Campus voor het bedrijf Radex innovation centre dezelfde rechten waarborgt als onder het nu vigerende bestemmingsplan, begrijpen wij vanuit het beeld wel de wens om dit ook meer direct ook tot uiting te brengen. Vandaar wordt de locatie aangepast naar Gemengd-1. Conclusie Deze reactie heeft geleid tot aanpassing van het plan.

2. (Evides) 2.1 Samenvatting Verzoek om bij een aantal locaties het bouwvlak aan te passen om te voorkomen dat boven een waterleiding bebouwd kan worden. De locaties betreffen de volgende: waterleiding van Thijsseweg naar Rotterdamseweg, Kluyverweg en boven de Anthony Fokkerweg. Antwoord Na bestudering van de toegevoegde situatietekening, komen wij tot de conclusie dat dit gedeelte van de drinkwaterleiding een relatief kleine waterleiding betreft die de gemeente normaliter niet bestemt. In onze bestemmingsplannen bestemmen we alleen in de volgende gevallen de kabels en leidingen op de verbeelding: leidingen voor het transport van giftige stoffen; leidingen voor het transport van brandbare en/of ontplofbare stoffen; aardgasleidingen met een bedrijfsdruk van 10 bar en hoger; leidingen met een diameter van 50 cm en groter met tenminste een regionale functie, buiten de bebouwde kom; bovengrondse hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; ondergrondse hoogspanningsverbindingen van 150 kV en hoger; afvalwaterpersleidingen met een doorsnee van 400 mm en groter; De gemeente heeft met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wel de intentie om met alle betrokken ketenpartners van kabels en leidingen in overleg te gaan om te bespreken of deze lijn van bestemmen met het wijzigen van het omgevingsplan wellicht aangepast dient te worden.

Voor nu volstaat naar onze mening de publiekrechtelijke borging door de verplichte (digitale) KLIC-melding bij graafwerkzaamheden. Daarnaast hebben wij de TU Delft als private grondeigenaar op de hoogte gebracht van de genoemde locaties, zodat hier reeds bij de voorbereiding van (bouw)werkzaamheden rekening mee gehouden kan worden.

2.1 Samenvatting Verder het verzoek het bouwvlak Gemengd-2 op de hoek van de Molengraafsingel niet over de dubbelbestemming Leiding-Water te laten komen, om hiermee bebouwing boven de leiding te voorkomen. Antwoord Het gebied waar dit betrekking op heeft valt niet langer binnen het voorliggend plan. Verder meer algemeen volgt uit artikel 19 van de planregels dat het verboden is om te bouwen (artikel 19.2) dan wel aan te leggen (artikel 19.3), tenzij er schriftelijk akkoord is van in casu Evides. Hiermee is dus geborgd dat niet (dan wel niet zonder afstemming van Evides) boven de leiding kan worden gebouwd. Conclusie Deze reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het plan.

3. (Gasunie) 3.1 Samenvatting Op grond van deze toetsing komen wij tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 98

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid van onze dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Conclusie Deze reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het plan.

4. (Rijkswaterstaat) 4.1 Samenvatting In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van verkeersgegevens uit een verkeersmodel van Goudappel Coffeng. Voor de rijksweg A13 moet echter gebruik gemaakt worden van de gegevens uit het Geluidregister van Rijkswaterstaat. Antwoord Het akoestisch onderzoek is aangepast en voor het nader onderzoek zijn nu tevens de brongegevens A13 uit het landelijk geluidregister (versie 20221220_v2214) gebruikt. Conclusie Deze reactie heeft geleid tot aanpassing van de bjilage bij het plan.

4.2 Samenvatting Zijn er ook modelberekeningen uitgevoerd van de referentie en kan aangegeven worden wat de impact van uw plan is op de A13? Rijkswaterstaat verzoekt de mobiliteitsparagraaf aan te vullen met de effecten op het Hoofdwegennet. Antwoord In het ontwerp-bestemmingsplan is hier geen tekst voor opgenomen. In de toelichting bij het bestemmingsplan ligt de focus op het verkeerssysteem binnen het plangebied. De verkeerslichten bij het kruispunt Huismansingel / Molengraaffsingel zorgen voor een gedoseerde toestroom naar verderop gelegen kruispunten. In onderstaande figuren is de verzadiging van het Kruithuisplein te zien in de autonome situatie (zonder ontwikkeling op Campus Zuid) en in de projectsituatie (inclusief ontwikkeling van 250.000 m2 bvo bedrijfsruimte). In beide gevallen komt de verzadigingsgraad niet boven de 85%. In de ochtendspits is de intensiteit op de afrit naar de Kruithuisweg hoger in de projectsituatie. De dubbele linksaffer naar Campus Zuid, zoals is toegelicht in het bestemmingsplan, zorgt hier echter voor een goede verkeersafwikkeling waardoor geen terugslag ontstaat naar het Kruithuisplein.

bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 99

bestemmingsplan Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid

Conclusie Hieruit wordt geconcludeerd dat er geen nadelige effecten zijn te verwachten op de A13 als gevolg van de ontwikkeling van Campus Zuid. Dit geldt daarmee ook voor de situatie dat er, volgens het huidige plangebied, 56.200 m2 in plaats van 250.000 m2 bvo wordt gerealiseerd.

5. (Veiligheidsregio Haaglanden) 5.1 Samenvatting De Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) heeft het betreffende plangebied geinventariseerd op risicobronnen en effecten, daarbij het Reactor Instituut Delft (RID) in het bijzonder en tenslotte op de risico's voor de omgeving. Antwoord We nemen het advies ter harte om in samenwerking met de VRH en andere betrokken partijen, de geinventariseerde risico’s en de gevolgen nader te beschouwen en aan de hand van de geadviseerde maatregelen deze mee te nemen bij de verdere uitwerking van het plangebied. Conclusie Deze reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het plan.

6. (Provincie Zuid-Holland) 6.1 Samenvatting De nieuwe (mogelijke) ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt in de regels, gemengde doeleinden en wijzigingsregels, dienen op grond van artikel 6.10 van de verordening nog te worden voorzien van een behoefte onderbouwing (ladder van duurzame verstedelijking). bestemmingsplan "Chw omgevingsplan TU Delft Campus Zuid" (vastgesteld) 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14368445/1