CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bouwen aan leefomgevingskwaliteit Vereniging Deltametropool

Commissie Ruimte en Verkeer 19 januari 2023, gemeente DelftBij agendapunt: 2249620 Planbureau voor de Leefomgeving - 2 publicaties over de Ruimtelijke Opgave17.973 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bouwen aan leefomgevingskwaliteit

Een blik op het begrip leefomgevingskwaliteit en de bijdrage hieraan van binnenstedelijke bouwprojecten uit het recente verleden

colofon Rotterdam, oktober 2022 versie 1: 14-3-2022 versie 2: 29-3-2022 (spelling- en opmaakcorrecties) versie 3: 13-5-2022 (spelling- en opmaakcorrecties; wijziging afbeeldingen hoofdstuk ‘Voltooid en verbeterd?’) versie 4: 17-10-2022 (gedrukte publicatie; aanpassing opmaak)

Onderzoek door: Vereniging Deltametropool Arjan Smits (contact: arjan.smits@deltametropool.nl) Vera Loefs Emilia Harle Ana Luisa Moura Paul Gerretsen

In samenwerking met: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Maarten Piek Planbureau voor de Leefomgeving (in het kader van Inclusive Waste Wise Cities) Arjan Harbers Claudia Basta Kersten Nabielek

Coverfoto’s, van links naar rechts: - De Ceuvel, Amsterdam. DELVA. Foto: Sebastian van Damme - Station Bilthoven, Bilthoven. BDP. Foto: Ben Vulkers - De Groene Kaap, Rotterdam. Bureau Massa. Foto: Maud Dekkers Photography - Into the Wild, Den Haag. openfabric. Foto: Francesco Garofalo

Inhoudsopgave 06

Deel I Catalogus voor leefomgevingskwaliteit

10

Ruimte en mobiliteit

51

Governance

13

Oriëntatiemogelijkheden benutten

54

Voor tevreden actoren zorgen

14

Samenhang in het stedelijk weefsel aanbrengen

55

Innovatie en kwaliteit aanjagen

15

Afwisseling in het stedelijk weefsel aanbrengen

56

Effectief planproces tot stand brengen

16

Toekomstbestendige ruimtelijke

57

Schone, nette en veilige openbare ruimte ontwikkelen en behouden

inrichting mogelijk maken 17

Ruimtelijke identiteit, esthetische en culturele waarde behouden en/of versterken

18

Bestaand en toekomstig uitzicht waarborgen

19

Privacy beschermen

20

Multimodale bereikbaarheid voor iedereen

21

58

Deel II Voltooid en verbeterd?

mogelijk maken

62

Markthal, Purmerend

Parkeren (gemotoriseerd en

64

Euryza, Zwijndrecht

niet-gemotoriseerd) faciliteren

66

Het Turfschip, Alkmaar

68

Deltaplein, Voorschoten

70

De Populier en de Cypressen, Beverwijk

22

Sociaal en economie

25

Openbare ruimte maken

72

De President, Den Haag

26

Doel- en inkomensgroepen mixen

74

Hof van Asselsberg, Bergen op Zoom

27

Sociale cohesie in de openbare ruimte bevorderen

76

The City Garden, Amstelveen

28

Nabijheid van dagelijkse voorzieningen als winkels,

78

Kraanbolwerk, Zwolle

school, dagbesteding voor ouderen en zorg realiseren

80

Calandkade, Den Haag

29

Toegankelijkheid voor alle doelgroepen mogelijk maken

82

Willemspoort-Noord, Den Bosch

30

Lokale economie behouden en/of bevorderen

84

Lorentz, Leiden

31

Sociale veiligheid garanderen

86

Up:town, Rotterdam

32

Fysieke veiligheid garanderen

88

Grote Markt, Groningen

33

Verkeersveiligheid garanderen

90 De Startmotor, Rotterdam 92

Zijdebalen, Utrecht

94

Cornelis Lelylaan, Amsterdam

34

Milieu en gezonheid

37

Biodiversiteit behouden en/of versterken

96

Hogekwartier Liendert-zijde, Amersfoort

38

Schone lucht, water en bodem realiseren

98

Holland Park, Diemen

39

Geluidhinder voorkomen en beperken

100 Houthavens, Amsterdam

40

Lichtvervuiling voorkomen en beperken

102 Strijp-S, Eindhoven

41

Externe veiligheid verhogen

42

Actieve mobiliteit bevorderen

43

Sport en/of beweging bevorderen

44

Groenbeleving bevorderen

45

Natuurrampen (overstroming, hoosbuien,storm, aardbevingen) beheersbaar maken

46

Stedelijke hitte-eilanden voorkomen

47

Windcondities beheersbaar maken

48

Lokaal energie opwekken

49

Duurzame materialen gebruiken

50

Aantakken op energie-infrastructuur

104 Bronvermelding

Inleiding De meerwaarde van binnenstedelijk bouwen wordt steeds duidelijker. Het vergroten van het woningaanbod en locaties voor werk en voorzieningen versterkt de bestaande steden en dorpen. Het biedt kansen voor meer mensen om van stedelijke en dorpse kwaliteiten te genieten en om grote opgaven van onze tijd goed aan te pakken. Samen en compact zijn we in staat tot innovatieve en efficiënte oplossingen te komen. Toch zijn er voor aanvang van binnenstedelijke bouwprojecten vaak veel vragen. Wordt het niet te vol? Blijft er nog ruimte voor groen?

4

In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft het Rijk een integrale strategie voor verstedelijking gepresenteerd. Die strategie is gericht op het creëren van mogelijkheden voor verstedelijking en tegelijkertijd een kwaliteitsverbetering van de leefomgeving. Om antwoord te kunnen bieden op de vraag in hoeverre verstedelijking samengaat met leefomgevingskwaliteitsverbetering heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dit onderzoek uitgezet: ‘Bouwen aan leefomgevingskwaliteit’ moet meer inzicht geven in de condities en mogelijkheden voor binnenstedelijk bouwen waarbij de leefomgevingskwaliteit wordt behouden of wordt versterkt. Het onderzoek, uitgevoerd door Vereniging Deltametropool, is opgezet in twee delen:

Deel I

— Catalogus voor leefomgevingskwaliteit 36 doelen op weg naar een prettige leefomgeving

Deze catalogus biedt een overzicht van alle deelaspecten waaruit leefomgevingskwaliteit bestaat, op basis van een inventarisatie van wetenschappelijke studie naar binnenstedelijk bouwen en leefomgevingskwaliteit door het Planbureau voor de Leefomgeving. Het geeft in 36 doelen een beeld van de reikwijdte van het begrip leefomgevingskwaliteit, zonder hierin een hiërarchie of prioritering in aan te brengen. Aan de hand van goede, bestaande voorbeelden toont de catalogus op welke manieren binnenstedelijke ontwikkelingen aan de verschillende doelen van leefomgevingskwaliteit kunnen bijgedragen.

Deel II

— Voltooid en verbeterd? 20 binnenstedelijke bouwprojecten tegen de spiegel van het verleden

Binnenstedelijk bouwen resulteert in veel gevallen in een aanzienlijke kwaliteitsverbetering ten opzichte van de oude situatie. Dat blijkt uit een analyse van woningbouwprojecten die in de afgelopen vijf jaar gerealiseerd zijn. Na inventarisatie van locaties waar de afgelopen vijf jaar verdichting heeft plaatsgevonden, zijn 20 projecten geselecteerd die een doorsnee beeld geven van wat er in Nederland aan woongebouwen wordt gerealiseerd. Veelal onopvallende projecten, waarvan de oude situatie vaak snel vergeten is en waardoor de positieve verandering die is bewerkstelligd vaak niet herkend wordt. Deze gerealiseerde projecten worden vergeleken met de reeds vergeten, voormalige situatie om zo de positieve effecten op de leefomgevingskwaliteit te kunnen duiden.

5

Catalogus

voor leefomgevingskwaliteit 36 doelen op weg naar een prettige leefomgeving

“We realiseren hiermee een goede leefomgevingskwaliteit.” Het is een veel gebruikte uitspraak rond gebiedsontwikkelingen en bouwprojecten. Maar wat wordt hier precies mee bedoeld? Het kan bijvoorbeeld gaan over een aantrekkelijk straatbeeld, over nabijheid van voorzieningen, over ruimte voor sport en ontspanning of over een goede luchtkwaliteit. Het kan gaan over één deelaspect van leefomgevingskwaliteit, maar ook over een combinatie. Soms kunnen deelaspecten ook conflicteren met elkaar, zoals het streven naar een goede bereikbaarheid en verkeersveiligheid kan conflicteren met het streven naar meer biodiversiteit en natuurlijke elementen. Kortom, leefomgevingskwaliteit is een breed begrip waaronder veel deelaspect te definiëren zijn, die op verschillende manieren relaties met elkaar hebben. Binnenstedelijke ontwikkelingen kunnen op verschillende deelaspecten impact hebben afhankelijk van het type project, de schaal, de context en de uitwerking. Om grip te krijgen op het begrip ’leefomgevingskwaliteit‘ heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een inventarisatie van nationale en internationale literatuurstudies naar binnenstedelijk bouwen en leefomgevingskwaliteit uitgevoerd.

Op basis van deze analyse is leefomgevingskwaliteit gedefinieerd in doelen die zijn gecategoriseerd binnen een aantal domeinen: — Ruimte en mobiliteit — Sociaal en economie — Milieu en gezondheid — Governance Deze Doelencatalogus biedt een overzicht van de door het PBL geclassificeerde doelen. Het geeft een beeld van de reikwijdte van het begrip ‘leefomgevingskwaliteit’, zonder hierin een hiërarchie of prioritering in aan te brengen. Aan de hand van goede, bestaande voorbeelden toont de catalogus op welke manieren binnenstedelijke ontwikkelingen aan verschillende deelaspecten van leefomgevingskwaliteit kunnen bijgedragen. De 36 doelen worden op de volgende pagina’s toegelicht. Ter verbeelding en inspiratie zijn er voorbeeldprojecten, die te laten zien hoe de doelen in de praktijk tot uitwerking kunnen komen. De tekeningen onderaan de pagina’s schetsen een beeld van een aantal ontwerpprincipes die kunnen worden toegepast om aan het doel te werken.

7

Ruimte & mobiliteit Oriëntatiemogelijkheden benutten

13

Samenhang in het stedelijk weefsel aanbrengen

16

Ruimtelijke identiteit, esthetische en culturele waarde behouden en/of versterken

19

14

Afwisseling in het stedelijk weefsel aanbrengen

15

17

Bestaand en toekomstig uitzicht waarborgen

18

Multimodale bereikbaarheid voor iedereen mogelijk maken

20

Parkeren (gemotoriseerd en niet-gemotoriseerd) faciliteren

21

25

Doel- en inkomensgroepen mixen

26

Sociale cohesie in de openbare ruimte bevorderen

27

Nabijheid van dagelijkse voorzieningen als winkels, school, dagbesteding voor ouderen en zorg realiseren

28

Toegankelijkheid voor alle doelgroepen mogelijk maken

29

Lokale economie behouden en/of bevorderen

30

Sociale veiligheid garanderen

31

Fysieke veiligheid garanderen

32

Verkeersveiligheid garanderen

33

Toekomstbestendige ruimtelijke inrichting mogelijk maken

Privacy beschermen

Sociaal & economie Openbare ruimte maken

8

Milieu & gezondheid Biodiversiteit behouden en/of versterken

37

Schone lucht, water en bodem realiseren

Lichtvervuiling voorkomen en beperken

40

Externe veiligheid verhogen

38

Geluidhinder voorkomen en beperken

39

41

Actieve mobiliteit bevorderen

42

45

Sport /beweging bevorderen

43

Groenbeleving bevorderen

44

Natuurrampen (overstroming, hoosbuien, storm, aardbevingen) beheersbaar maken

Stedelijke hitte-eilanden voorkomen

46

Windcondities beheersbaar maken

47

Lokaal energie opwekken

48

Duurzame materialen gebruiken

49

Aantakken op energie infrastructuur

50

Effectief planproces tot stand brengen

56

Governance Voor tevreden actoren zorgen

54

Schone, nette en veilige openbare ruimte ontwikkelen en behouden

57

Innovatie en kwaliteit aanjagen

55

9

Ruimte & mobiliteit

Genieten van het levendige straatbeeld, jezelf een plek eigen kunnen maken en eenvoudig met OV, fiets of auto je woning kunnen bereiken – het zijn onderdelen van leefomgevingskwaliteit die sterk samenhangen met het ruimtelijk ontwerp van de omgeving. Doelen met betrekking tot dit soort onderwerpen vallen onder het domein ‘Ruimte en mobiliteit’. Onder de noemer ‘Ruimte’ gaat het over de verschijningsvorm van wijken en buurten als geheel, maar ook over de afzonderlijke openbare ruimtes en gebouwen. Zijn er oriëntatiepunten? Zit er veel afwisseling in kleur- en materiaalgebruik, of vormt het juist een samenhangend geheel? Ook gaat het over hoe mensen zich met de omgeving identificeren, of ze er trots op zijn en hoe ze hun privacy en uitzicht beleven. Een meer overkoepelend doel is in hoeverre een gebouw of gebied toekomstbestendig is. Kan het waar nodig, zonder grote ingrepen, uitgebreid, aangepast of anders gebruikt worden? Onder de noemer ‘Mobiliteit’ gaat het over de bereikbaarheid van woningen, werkplekken en voorzieningen en in hoeverre parkeren nabij de bestemmingen mogelijk is. Het gaat hierbij om zowel collectief als individueel vervoer en om zowel gemotoriseerd als niet-gemotoriseerd vervoer. De grote ruimtevraag van vervoer en parkeren kan conflicteren met de ruimtevraag van andere doelen, zoals klimaatadaptatie of verblijfsruimte.

Afhankelijk van de context en ambities zal de juiste balans in afstemming met andere doelen en een daarbij passend mobiliteitsaanbod gevonden moeten worden en kunnen er combinaties tussen functies gezocht worden. De 9 doelen van het domein ‘Ruimte & mobiliteit’ worden op de volgende pagina’s toegelicht.

Foto vorige pagina: Zijdebalen, Utrecht. Inrichting openbare ruimte door Rijnboutt. Foto: Rufus de Vries

Doelen 13

Oriëntatiemogelijkheden benutten

14

Samenhang in het stedelijk weefsel aanbrengen

15

Afwisseling in het stedelijk weefsel aanbrengen

16

Toekomstbestendige ruimtelijke inrichting mogelijk maken

17

Ruimtelijke identiteit, esthetische en culturele waarde behouden en/of versterken

18

Bestaand en toekomstig uitzicht waarborgen

19

Privacy beschermen

20

Multimodale bereikbaarheid voor iedereen mogelijk maken

21

Parkeren (gemotoriseerd en niet-gemotoriseerd) faciliteren

12

Oriëntatiemogelijkheden benutten Dankzij een goede oriëntatie voelen gebruikers en bezoekers zich snel thuis in een buurt. Het maakt dat mensen er makkelijker hun weg vinden en dat ze zich door het overzicht behaaglijker en veilig voelen. Een helder stratenpatroon met een duidelijke hiërarchie biedt houvast. Landmarks functioneren als oriëntatiepunten en kunnen ook bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van een gebied.

Quartier Massena, Parijs Het Masterplan van Quartier Massena is ontworpen op een gridpatroon dat de contouren voor de bouwblokken en het stadspark bepaalt. Binnen een set van regels zoals rooilijnen en programma, was er ruimte om per kavel gebouwen met andere hoogte, vorm, kleur en configuratie te ontwerpen. Door het inpassen van een gevarieerd en intensief programma binnen de kavels van een grid, vormen de verschillende delen één geheel, waardoor het voor bezoekers eenvoudig oriënteren en navigeren is.

The Whale, Amsterdam The Whale is als landmark neergezet en één van de drie ’meteorieten‘ die bij de ontwikkeling van Borneo-Sporenburg zijn ontworpen om aanpalend woningen in lage dichtheid mogelijk te maken én om het gebied te markeren. Door de omvang steekt het ruim boven de naastgelegen bebouwing uit en de opvallende schuine daklijnen maken het gebouw als landmark compleet. Vanuit verschillende posities bezien levert het telkens een ander aanzicht op en is het altijd herkenbaar.

Schoorsteen Strijp-S, Eindhoven Een oude fabrieksschoorsteen van 76 meter hoog is een herkenbaar bouwwerk in de buurt en is ’s avonds het canvas van een permanent lichtkunstwerk. Zo verandert het object bij het invallen van de duisternis in een soort vuurtoren, waardoor het fungeert als oriëntatiepunt en ontmoetingsplek – een nieuwe landmark voor Eindhoven.

Ontwerpprincipes

Helder stratenpatroon

Herkenningspunten

13

Samenhang in het in stedelijk weefsel aanbrengen Samenhang in het straatbeeld draagt bij aan een rustige, overzichtelijke en aangename uitstraling van een gebied. Blokken, panden of inrichtingselementen worden ondergeschikt gemaakt aan de identiteit van het geheel. Samenhang ontstaat door keuzes voor bijvoorbeeld rooilijnen, goothoogtes, kleur- en materiaalgebruik consequent door te voeren – wat in allerlei verschijningsvormen tot uiting kan komen. De balans tussen samenhang en afwisseling bepaalt voor een groot deel de ruimtelijke verschijningsvorm van het straatbeeld.

Little C, Rotterdam De gebouwen van Little C vormen een samenhangend geheel door het metselwerk dat overal rijk gedetailleerd is uitgewerkt. Het aanwezige staal van de hekwerken, bruggen en noodtrappen versterkt de eenheid in het buurtje nog meer. In de buitenruimte bepalen beton en hergebruikte klinkers de sfeer. Als tegenhanger van deze harde inrichting is er een overdaad aan beplanting op maaiveld, en langs gevels geplant. Overgangen tussen binnen- en buitenruimten zijn zacht en vloeiend gemaakt met natuurstenen plinten, verspringingen, luifels en trapjes.

Weespergilde, Weesp Op een terrein in de nabijheid van de rivier de Vecht en het oude centrum van Weesp zijn zeven nieuwe bouwblokken gebouwd. De gevels zijn met veel variatie ontworpen, zodat ze goed passen bij de historische bebouwing (ook met veel variatie) in het centrum. Tegelijkertijd zit er veel samenhang tussen de gebouwen; door het gebruik van dezelfde warme materialen en kleuren, en de openbare ruimte die als één geheel ontworpen is.

Ontwerpprincipes

Regelmatige rooilijnen

14

Regelmaat in kleuren, materialen en goothoogtes

Mengen van functies en typologieën

Afwisseling in het stedelijk weefsel aanbrengen Het aanbrengen van afwisseling in het straatbeeld zorgt voor levendigheid en een rijkheid aan impulsen. Dit kan bijdragen aan een aangename uitstraling van een gebied. Blokken, panden of inrichtingselementen dragen een eigen identiteit uit. Afwisseling ontstaat door te keuzes voor bijvoorbeeld rooilijnen, goothoogtes, kleur- en materiaalgebruik afgewogen te variëren – wat in allerlei verschijningsvormen tot uiting kan komen. De balans tussen samenhang en afwisseling bepaalt voor een groot deel de ruimtelijke verschijningsvorm van het straatbeeld. Deltaplein, Voorschoten In het centrum van Voorschoten is een langwerpig bouwblok ontwikkeld, met daarin woningen, winkels en een parkeergarage. Door het ontwerp in kleinschalige panden en een afwisselend gevelbeeld met verspringende gevels, verschillende materialen, dakvormen en detailleringen past het bij het historische centrum. De bestaande winkelstraat wordt met het ontwerp doorgezet en gemarkeerd door het hogere volume op de kop. Het paviljoen, tegenover de kop van het blok, draagt door de andere verschijningsvorm bij aan het afwisselende beeld. Holland Park, Diemen Wanneer je door Holland Park loopt of fietst, verandert het beeld van de ruimte voortdurend. De poorten en bruggen bieden doorkijkperspectieven over het water of in de binnenruimtes.

De variaties in metselwerk, verspringingen en hoogte geven een elk gebouw een eigen identiteit. De gesloten bouwblokken en aaneenschakeling van straten, pleinen en grachten vormen een herkenbaar geheel.

Ontwerpprincipes

Variatie in rooilijnen

Variatie in kleuren, materialen en goothoogtes

Variatie in type en inrichting van publieke ruimte

15

Toekomstbestendige ruimtelijke inrichting mogelijk maken Een toekomstbestendige ruimtelijke inrichting draagt eraan bij dat een gebouw of gebied langdurig bruikbaar is zonder dat er (veel) geherstructureerd hoeft te worden. De plek biedt ruimte voor gebruikers om het zich eigen te maken en veranderingen aan te brengen. Het kan wanneer nodig aangepast of uitgebreid worden, met behoud van op zijn minst het casco (gebouw of stedenbouwkundig). Dit kan bijvoorbeeld mogelijk gemaakt worden door (delen van) het plan nog niet definitief te bestemmen, modulair te bouwen of een eenvoudig of flexibel casco als basis te ontwerpen.

Eilandje, Antwerpen Voormalig havengebied het Eilandje wordt volgens het concept van Slow Urbanism ontwikkeld: een aanpak waarin de tijd wordt genomen voor de transformatie van een gebied. Gedurende de ontwikkeling is er ruimte voor verandering, zoals nieuwe maatschappelijke ideeën, politieke accenten, marktomstandigheden en ervaringen van de omgeving. Geleidelijke ontwikkeling, gespreid over een langere tijd en gevormd vanuit meerdere ideeën, vergroot de toekomstbestendigheid.

Superlofts, Delft

Westbeat, Amsterdam

Superlofts is een bouwsysteem waarbij met geprefabriceerde onderdelen modulair gebouwd kan worden, in een gevarieerde mix van lofttypes die later in tijd ook eenvoudig kunnen worden aangepast. Hierdoor kan een veranderd programma worden opgevangen en wordt de levensduur van het gebouw verlengd. In verschillende steden zijn gebouwen volgens dit concept gerealiseerd.

Ontwerpprincipes

Extra ruimte als comfort of voor toekomstig ander gebruik

16

Een eenvoudig casco, modulair bouwen

De kern van het woon- werkgebouw Westbeat wordt gevormd door de zogenaamde ‘superruimte’ op de begane grond. Deze niet voorgeprogrammeerde ruimte kan flexibel worden gebruikt voor divers en collectief gebruik, voor spel en experiment. De doorlopende, sierlijk gewelfde ruimtes zijn goed zichtbaar vanaf straat en maken het gebouw tot een toegankelijke en levendige bestemming in de stad.

Ruimtelijke identiteit, esthetische en culturele waarde behouden en/of versterken Mensen ontlenen een deel van hun identiteit aan de leefomgeving. Dit speelt op verschillende schaalniveaus. Zo ontleent Rotterdam zijn identiteit aan de haven en is dit vaak terug te zien in het ontwerp van openbare ruimte en gebouwen. Het kan ook zijn dat mensen trots zijn op een specifiek (historisch) object of gebouw, wat een herinnering oproept of een plek in de stad markeert. Vasthouden aan esthetische en culturele waarde kan een bepaalde identiteit behouden of versterken.

Pakhuismeesteren, Rotterdam Dit voormalige veemgebouw op de Wilhelminapier is, na jaren van onbruik en dreigende sloop, getransformeerd tot multifunctioneel gebouw met onder andere een hotel, supermarkt, foodcourt en parkeergarage. Vanwege de cultuurhistorische waarde van het gebouw zijn zoveel mogelijk van de karakteristieke elementen intact gelaten en zichtbaar gemaakt. Bovenop het gebouw zijn twee verdiepingen met ‘long stay’ appartementen en vergaderruimtes toegevoegd.

Maankwartier, Heerlen Het Maankwartier biedt Heerlen een stedelijke entree per spoor met een uitgesproken identiteit. Met het ontwerp van bogen, arcades, loggia’s en hoogteverschillen is afscheid genomen van de strakke taal van het modernisme die heerste in het oude, grauwe stationsgebied en vervangen door zuidelijke warmte en natuurlijke elementen. Met referenties aan de fabrieksarchitectuur tijdens de perioden van mijnbouw en de ooit in Heerlen aanwezige Romeinen is het verleden in een nieuw jasje gegoten.

De President, Den Haag Het beeldbepalende gevelkunstwerk ‘Natuur en Techniek’ van kunstenaar Harry op de Laak bevond zich voorheen op de zijgevel van een gesloopt kantoorgebouw . Op verzoek van bewoners en de gemeente is het werk bewaard en opnieuw geplaatst op de hoek van appartementencomplex De President. Zo blijft de zogenaamde graffito als herkenningspunt en identiteitsdrager bestaan.

Ontwerpprincipes

Toegankelijkheid tot archeologische- en erfgoedwaarden

Kunst in de openbare ruimte en hoogwaardige en natuurlijke materialen 17

Bestaand en toekomstig uitzicht waarborgen Een prettig uitzicht draagt bij aan de aantrekkelijkheid van een woning of buitenruimte. De kwaliteit en openheid van een uitzicht worden bepaald door de inrichting van de omgeving. In een meer stedelijke omgeving is de openheid vaak beperkt, de kwaliteit van de inrichting van de omgeving kan desalniettemin hoog zijn. Door rekening te houden met de impact van een plan op het uitzicht, zowel vanuit het planobject naar de omgeving als andersom, kan de kwaliteit en openheid zoveel mogelijk gewaarborgd worden.

Letzigrund Stadion, Zürich Het Letzigrund stadion staat midden in Zürich, te midden van wooncomplexen. Om het uitzicht van omwonenden zo veel mogelijk te behouden, en de impact van zo’n groot gebouw op de omgeving te verkleinen, ligt het veld 8 meter verzonken. Tegen de randen van de ‘krater’ dalen de tribunes af tot op het veld en rijst het stadion niet ver boven maaiveld uit. Mede doordat het geheel volledig gefinancierd is door de gemeente was het mogelijk een open complex te realiseren, dat dagelijks openbaar toegankelijk is.

IJside, Amsterdam Het woonwerkgebouw IJside is gelegen aan de Oude Houthaven in de buurt van een aantal monumentale pakhuizen. Door een deel van het gebouw omhoog te tillen, blijven belangrijke zichtlijnen vanaf het aan de overkant gelegen sport- en speelplein naar de haven bestaan. Onder de overstek is zo een overdekt plein gecreëerd dat direct grenst aan het water.

Ontwerpprincipes

Verdiept bouwen

18

Opgetild bouwen

Strategische locaties open houden

Privacy beschermen Een prettige leefomgeving biedt ruimte waarin bewoners zich kunnen terugtrekken. De behoefte aan privacy is afhankelijk van de leefstijl van de bewoners. De mate waarin privacy geboden wordt, is afhankelijk van de wijk- en gebouwtypologie. In stedelijke omgevingen zijn er over het algemeen minder mogelijkheden om problemen zoals inkijk in woningen of tuinen te beperken. Door slim te programmeren, bijvoorbeeld door te werken met collectieve overgangszones of bel-etages – waarbij het souterrain voor verschillende functies gebruikt kan worden – kan privacy geboden worden.

De Groene Kaap, Rotterdam In dit woongebouw bevinden zich twee verhoogde binnenstraten waar men via paden en trappen langs de entrees van tientallen meerlaagse gezinswoningen wordt geleid. Materiaalverschillen, inrichtingselementen en beplanting markeren stapsgewijze overgang van woning, naar privé buitenplek, naar semipublieke hoven, naar de wijdere omgeving. Kanttekening: Hoewel de groene wandelroute als publieke ruimte is ontworpen, is de toegangspoort momenteel, op initiatief van enkele bewoners, gesloten.

Zijdebalen, Utrecht De herontwikkeling Zijdebalen bestaat uit vier gesloten bouwblokken aan de vecht. De woningtypen variëren van statige herenhuizen tot lofts en appartementen die qua vorm en stijl aansluiten op de oude grachtenpanden in het centrum van Utrecht. De blokken zijn elk gelegen op een half verdiepte parkeergarage, waardoor de onderste woonverdiepingen iets verhoogd liggen ten opzichte van de straat en inkijk vanaf straatniveau op die manier voorkomen wordt. Het souterrain wordt gebruikt als parkeergarage.

Ontwerpprincipes

Bel-etages (hoofdverdieping boven straatniveau)

Overgangszones tussen publiek, collectief en privé

19

Multimodale bereikbaarheid voor iedereen mogelijk maken Wonen, werken en voorzieningen moeten onderling goed bereikbaar zijn. Het gaat hierbij om zowel collectief als individueel vervoer, en gemotoriseerd en niet-gemotoriseerd vervoer. De ruimtevraag van vervoer is groot, wat kan conflicteren met de ruimtevraag van andere doelen. Een mobiliteitssysteem dat leunt op collectief en niet-gemotoriseerd vervoer heeft een kleinere ruimtevraag dan een systeem dat leunt op individueel, gemotoriseerd vervoer. Afhankelijk van de context kan de juiste balans in afstemming met andere doelen gevonden worden.

Station, Breda

Quartier Vauban, Freiburg

Het stationsgebouw van Breda is meer dan een OV-terminal. Het omvat een parkeergelegenheid, winkels, kantoorruimte, én woningen. Het gebouw is over het spoor gebouwd waaronder een poortjesvrije voetgangerspassage de beide zijden van het spoor op een aangename manier verbindt. Qua mobiliteit bedient het vele opties: zowel parkeren op het dak, een grote fietsenstalling en een trein- en busstation.

Het uitgangspunt bij de realisatie van Vauban was om te komen tot een ecologische en fiets- en voetgangersvriendelijke wijk. Het dichte netwerk aan voetgangerspaden, het aanbod van deelauto’s, de tramlijn en de aanwezigheid van voorzieningen hebben ertoe geleid dat de afhankelijkheid van de auto sterk is afgenomen: tweederde van alle trips binnen, van en naar de wijk zijn niet gemotoriseerd. Voor mensen die met de auto naar de wijk komen is er de nabijgelegen parkeergarage.

Ontwerpprincipes

Knooppuntontwikkeling

20

Breng duidelijke hierarchie aan tussen mobiliteitsvormen

Parkeren (gemotoriseerd en niet-gemotoriseerd) faciliteren Voor bewoners en bezoekers is het prettig om nabij de bestemming te kunnen parkeren. Dit geldt voor zowel gemotoriseerd als niet-gemotoriseerd individueel vervoer (ook vervoersmiddelen van deelmobiliteitsaanbieders). De ruimtevraag van parkeren is groot, wat kan conflicteren met de ruimtevraag van andere doelen. Met oplossingen zoals parkeren in, op of onder gebouwen, geautomatiseerd parkeren, of door dubbel gebruik van parkeerplaatsen in de tijd (wonen en werken) ontstaat ruimtewinst. Afhankelijk van de context kan de juiste balans in afstemming met andere doelen gevonden worden. Defensie-eiland, Woerden Een voormalig defensieterrein in de binnenstad is getransformeerd naar een woonwijk met appartementen en eengezinswoningen. Het parkeren van auto’s is zo veel mogelijk ondergronds aangelegd. Hierdoor ontstaat ruimte om de omgeving groen en waterrijk in te richten, waarbinnen veel ruimte aan fietsers en wandelaars wordt geboden. Parkeergarage Theater, Nieuwegein Vanwege de matige bereikbaarheid met het OV is een goede autobereikbaarheid belangrijk voor het stadshart van Nieuwegein. Dit betekent echter niet de auto dominant is in het straatbeeld van het centrum. Parkeergarage Theater is opgenomen in een gebouw met commerciële functies in de plint, en de parkeerplaatsen op de lagen erboven.

Deze liggen verscholen achter beplanting die op verschillende balkons is geplaatst. Vanaf straatniveau ervaren de voetgangers vooral het groen en de levendige plint.

De Startmotor, Rotterdam Dit woongebouw biedt huisvesting aan ruim 500 jongeren die hun eerste stappen op de woningmarkt zetten. Naast de appartementen zijn er vele faciliteiten zoals sportvelden, een hobbyruimte en een pakketservice. Ook de parkeervoorzieningen zijn in het gebouw opgenomen. Gezien de centrale ligging in de stad, de goede OV-bereikbaarheid (nabij metrostation Zuidplein) en de jonge doelgroep is gekozen voor een kleine autoparkeerplaats en een zeer ruime fietsenberging, met plek voor meer dan 700 fietsen.

Ontwerpprincipes

Parkeren ondergronds

Parkeren in of op gebouw

Ruimte voor niet-gemotoriseerd vervoer

21

Sociaal & economie

Onbekenden ontmoeten in het park, boodschappen doen bij de supermarkt of toko om de hoek en de uitbater van de lokale koffiebar groeten wanneer je langsloopt. Het zijn allemaal ervaringen die bijdragen aan de leefomgevingskwaliteit. Doelen van deze aard zijn geschaard onder het domein ‘Sociaal en economie’. Het gaat hierbij over de aanwezigheid van openbare ruimte waar mensen kunnen ontspannen en elkaar kunnen ontmoeten. Ook gaat het over de nabijheid van voorzieningen zoals winkels, scholen en sport, en hoe toegankelijk deze plekken zijn voor bijvoorbeeld mensen die moeilijk ter been zijn. Een goede mix van openbare ruimten en voorzieningen voor iedereen draagt bij aan de levendigheid van een buurt. Aan de andere kant kan dit ook gestimuleerd worden door het realiseren van woningtypen en voorzieningen voor mensen met verschillende leefstijlen, wat een goede basis vormt voor een gevarieerde lokale economie met allerlei soorten winkels, eetzaakjes en bedrijfjes die bijdragen aan de levendigheid en het buurtgevoel. Zo versterken deze verschillende kwaliteiten elkaar. Voorgenoemde kwaliteiten kunnen ook de sociale cohesie en sociale veiligheid ten goede komen. Daarnaast gaat het binnen dit domein ook om andere aspecten van veiligheid, namelijk en fysieke- en verkeersveiligheid. De 9 doelen van het domein ‘Sociaal & economie’ worden op de volgende pagina’s toegelicht.

Foto vorige pagina: Voorzieningencluster, Enschede. Buro Santenco

Doelen 25

Openbare ruimte maken

26

Doel- en inkomensgroepen mixen

27

Sociale cohesie in de openbare ruimte bevorderen

28

Nabijheid van dagelijkse voorzieningen als winkels, school, dagbesteding voor ouderen en zorg realiseren

29

Toegankelijkheid voor alle doelgroepen mogelijk maken

30

Lokale economie behouden en/of bevorderen

31

Sociale veiligheid garanderen

32

Fysieke veiligheid garanderen

33

Verkeersveiligheid garanderen

24

Openbare ruimte maken De aanwezigheid van openbare ruimte is een voorwaarde voor (on)geplande interactie tussen mensen. Aan de ontwikkeling van openbare ruimte zijn vele andere leefomgevingskwaliteitsdoelen te koppelen, zoals het verbeteren van de biodiversiteit en het stimuleren van beweging. In compacte stedelijke gebieden wordt de beperkte openbare ruimte vaak intensief benut. Door het openbaar maken van ontoegankelijke en/of onbenutte daken en terreinen kan ruimte geschept worden waar mensen graag samenkomen, sporten en genieten van de omgeving.

Spoorzone, Tilburg De brede strook van de voormalige NS-werkplaats in Tilburg was voorheen nagenoeg afgesloten voor buitenstaanders. Sinds een aantal jaar is het gebied publiek toegankelijk gemaakt. Er is gewerkt aan het aantrekkelijk maken van de buitenruimte en een deel van het historisch erfgoed, met als blikvanger de LocHal. Er zijn sportvoorzieningen en groene buitenruimtes waar allerlei type stedelingen gebruik van kunnen maken.

Voorzieningencluster, Enschede Het voorzieningencluster vormt, sinds de wederopbouw na de vuurwerkramp, het functionele hart van de wijk Roombeek. In dit cluster heeft de openbare ruimte, die tegelijkertijd als schoolplein voor diverse lagere scholen functioneert, een centrale rol. Onderdeel hiervan is bijvoorbeeld de renbaan, die ‘s ochtends dienst doet als kiss and ride zone, tijdens schooltijd wordt gebruikt door spelende kinderen, en waar na schooltijd buurtbewoners kunnen sporten.

Dakpark, Rotterdam Op een plek waar voorheen een havenrangeerterrein was, is nu het Dakpark. Een grote, groene openbare ruimte van zo’n 1200 meter lang, met diverse tuinen en speelplaatsen in een stedelijke, stenige omgeving. Het is aangelegd bovenop een winkelboulevard dat tevens als waterkering functioneert. Het beheer van het park wordt georganiseerd vanuit Stichting Dakpark, die al vanaf de ontwerpfase betrokken is. Via de stichting organiseren bewonersclubs vele activiteiten, zoals tuinieren, koken en rondleidingen.

Ontwerpprincipes

Straten, (school)pleinen, daken en gebouwen toegankelijk maken of houden

Meervoudig gebruik in de tijd

25

Doel- en inkomensgroepen mixen De aanwezigheid van mensen met verschillende leefstijlen en dagritmes draagt bij aan de levendigheid van een buurt. Gedurende de dag worden straten en parken op verschillende manieren gebruikt: door ouderen om uit te rusten, door kinderen om te spelen, door jongvolwassenen om te eten en drinken. De één spreekt na school af in een café, de ander stapt na een kantoordag nog even de supermarkt in. Al die verschillende ritmes dragen bij aan het instand houden van een variëteit aan functies door de dag heen.

Via Verde, New York In dit gebouw in The Bronx is ruimte voor winkels, werkruimtes en voorzieningen zoals een medische kliniek, fitnesscentrum, speelplaats, bibliotheek en buitentheater. Door de mix aan voorzieningen en woningtypen trekt het verschillende doelen inkomensgroepen aan. De schakering van collectieve ruimtes stimuleert fysieke activiteit en ontmoeting tussen bewoners. Via Verde belichaamt het moderne, gezonde stadsleven en maakt het ook voor lagere inkomensgroepen mogelijk hier deel van uit te maken.

Holland Park, Amsterdam Deze nieuwe stadswijk wordt ontwikkeld voor een brede doelgroep. Er worden deelgebieden met eigen identiteit en sfeer gecreëerd, waar men met gelijkgestemde buren kan wonen: er is bijvoorbeeld gelet op overeenstemming in levensstijl. Dit betekent niet dat er hele deelgebieden met uniforme woningen worden gebouwd, zoals vroeger met name binnen het sociaal programma gebruikelijk was. Ook binnen gebieden met dezelfde identiteit en sfeer wordt er voor een variëteit aan woningen gezorgd, om een goede mix waarborgen.

Ontwerpprincipes

Openbare ruimte voor verschillende (leeftijds)groepen aantrekkelijk maken 26

Gevarieerd aanbod van (huur)woningen voor verschillende doelgroepen

Gevarieerd aanbod van voorzieningen voor verschillende doelgroepen

Sociale cohesie in de openbare ruimte bevorderen Je thuis voelen in de publieke ruimte hoort bij leefomgevingskwaliteit. In wijken met gelijkgestemden gaat dit eenvoudig, terwijl dit in wijken met verschillende groepen mensen minder vanzelfsprekend is. De confrontatie met andere mensen leidt niet altijd tot begrip. Maar tegelijkertijd, hoe minder ontmoetingen er met ‘de ander’ plaatsvinden, hoe meer de sociale bubbel en het onbegrip groeit. Juist ontmoetingen tussen groepen helpen om de solidariteit te vergroten. Het ontwerp van openbare ruimte en functies voor ontmoeten en ontspannen speelt hier een belangrijke rol in. Stationsgebied, Utrecht De Jaarbeurszijde van station Utrecht Centraal is getransformeerd van doorgangsroute zonder noemenswaardige betekenis naar stadsplein met verblijfskwaliteit. Het is een plek waar reizigers af en aan komen, sporters in de rekken hun oefeningen doen, jeugd samenkomt op de trappen en anderen bij de fietsenstalling wachten op hun afspraak. De overzichtelijke indeling en drukte van mensen dragen bij aan een veilig gevoel, waarin men onbewust met de spreekwoordelijke ‘ander’ samen is.

The Malings, Newcastle Deze buurt is ontworpen met veel aandacht voor gemeenschapsvorming. De voordeuren van de woningen komen uit op de buurtpleinen, waar plek is voor gedeelde voorzieningen zoals afval- en recyclingbakken. Aan de achterzijde liggen tuinen met lage erfafscheidingen en er tussenin een voetpad. Hierdoor worden ontmoetingen gestimuleerd. De voetpaden komen uit bij een kade, waar sociale ondernemingen, kleine winkels en cafés gevestigd zijn. Deze faciliteiten stimuleren het straatleven en dragen bij aan het gemeenschapsgevoel.

Ontwerpprincipes

Laagdrempelige verblijfplaatsen in de openbare ruimte die ontmoeting stimuleren

Gemeenschappelijke voorzieningen waar mensen elkaar tegenkomen

Gevarieerd aanbod van voorzieningen voor verschillende doelgroepen

27

Nabijheid van dagelijkse voorzieningen als winkels, school, dagbesteding voor ouderen en zorg realiseren Bij een leefomgeving van hoge kwaliteit horen voorzieningen zoals winkels, school, dagbesteding voor ouderen, zorg. Wanneer deze voorzieningen in, of in de nabijheid van, woonomgevingen zijn gevestigd, hoeven mensen hiervoor niet ver te reizen en wordt het buurtgevoel gestimuleerd. Buren bouwen onderling een band op door van dezelfde voorzieningen gebruik te maken. In buurten met hoge dichtheden is er over het algemeen meer vraag, en dus meer draagvlak voor voorzieningen dan bij lage dichtheden. Alt-Erlaa, Wenen Een belangrijk onderdeel van de torens van Alt-Erlaa vormen de vele gemeenschappelijke voorzieningen in de kern van de gebouwen. In deze collectieve ruimtes – zonder daglicht – speelt zich een actief verenigingsleven af en vinden de bewoners elkaar voor bijvoorbeeld het gezamenlijk beheer van de gebouwen. Zo is er onder meer een pingponglokaal, een danszaal en een hobbykamer voor vliegtuigbouwers. Voor de dagelijkse benodigdheden is er rondom de gebouwen een supermarkt, apotheek, restaurant, school, café en sportfaciliteit gebouwd. Burano, Zaandam Het stationsgebied van Zaandam is getransformeerd van kantoor en bedrijfsgebied naar een gemengd hoogstedelijk woon- en winkelmilieu.

Met de realisatie van woongebouw Burano zijn de voordelen van het stedelijk leven ook voor ouderen bereikbaar. In het complex is ruimte om (zorg)diensten te verlenen aan de bewoners en een gemeenschappelijke woonkamer waar ze elkaar kunnen ontmoeten. In de nabijheid van het gebouw zijn dagelijkse voorzieningen, zoals supermarkt, restaurants en winkels.

Ontwerpprincipes

Voorzieningen op het gebouw

28

Voorzieningen in het gebouw

(Publieke) voorzieningen in de buurt

Voorzieningen op loop- en fietsafstand

Toegankelijkheid voor alle doelgroepen mogelijk maken De publieke plekken en voorzieningen die een leefomgeving te bieden heeft, dienen voor iedereen comfortabel te bereiken en gebruiken zijn. Toegankelijkheid voor iedereen betekent dat ook mensen die moeilijk ter been zijn of kinderen op een veilige manier op die plekken en voorzieningen kunnen komen. Weinig obstakels, ruimte om te passeren, hellingbanen, liften, markeringen en woningen op maat dragen hieraan bij.

Hunziker Areal, Zürich In het Hunziker Areal kunnen allerlei doelgroepen terecht: van gezinnen tot studenten, en van ouderen tot jongeren. Er zijn ook bijzondere woonvormen voor gehandicapten. De toegang van deze groep tot de buurt en woningen is tot in de architectuur van de woningeenheden ontworpen. Zo zijn er door de woongenootschap die de buurt heeft ontwikkeld zeer intensieve participatieprocessen en matchmaking-avonden georganiseerd waarin duurzaamheid, buitenruimte én de woningtypologieën werden bediscussieerd.

Ontwerpprincipes

Hellingbaan of lift om hoogte te overbruggen

Zitplekken om uit te rusten

Brede stoep, weinig obstakels en duidelijke markering

29

Lokale economie behouden en/of bevorderen Lokale ondernemers kunnen een belangrijke rol vervullen voor de leefbaarheid van een wijk. Kleine winkels hebben bijvoorbeeld een hoog percentage klanten uit eigen buurt, wat de kans op ontmoetingen tussen buurtbewoners vergroot. Daarnaast dragen (lokale) bedrijven bij aan de levendigheid door de dag heen, omdat werkenden in een buurt een ander ritme hebben dan de bewoners.

De Nieuwe Stad, Amersfoort

Strijp-S, Eindhoven

In samenwerking tussen gemeente, ontwikkelaar, ontwerpers, ondernemers en gebruikers wordt er in Amersfoort gewerkt aan het ontwikkelen van een levendig stuk stad. Er is ingezet op een lang proces waarin de lokale economie die kans krijgt zich te ontwikkelen en er zich een sociale structuur kan vormen. Inmiddels zijn in de panden op het terrein allerlei soorten bedrijven te vinden. De ontwikkelende partij heeft zich langjarig committeerd aan het project.

Bij de ontwikkeling van het voormalige Philipsterrein is ingezet op een multifunctionele en gemengde stad. Met een aantal grote evenementen is het gebied op de kaart gezet en er is met respect omgegaan met de bestaande gebouwde en sociale structuur. In de langjarige gebiedsontwikkeling hebben bedrijven en ondernemers de kans gekregen om zich er te ontwikkelen en aan de aantrekkelijkheid van het gebied bij te dragen.

Ontwerpprincipes

Behoud of creëer ruimte voor werk

30

Flexibel bruikbare (buiten)ruimte voor ondernemers

Werklocaties op goed bereikbare en zichtbare plek in de buurt

Sociale veiligheid garanderen Voor een hoge leefomgevingskwaliteit is het gevoel van veiligheid op straat van belang. Men moet zich in de publieke ruimte op alle tijden van de dag en week prettig voelen. Dit geldt voor buurtbewoners en werkenden, maar ook voor bezoekers die zich door een buurt bewegen. Een intensief gebruik van de openbare ruimte en aanliggende bebouwing kan hieraan bijdragen doordat dit de kans vergroot dat mensen een oogje in het zeil houden, de zogenaamde ‘ogen op straat’. Ook verlichting en een overzichtelijke inrichting dragen bij aan een veilig gevoel.

Kleiburgflat, Bijlmer De renovatie van de Bijlmermeerflat Kleiburg laat zien dat er met een aantal aanpassingen ook rond galerijflats een prettig en veilig gevoel kan ontstaan. Op de begane grond hebben kleine en als onveilig ervaren onderdoorgangen plaatsgemaakt voor enkele zeer ruime onderdoorgangen. De blinde plint van dichte bergingen is veranderd in een plint van woningen, fietsenbergingen en ateliers, allemaal met glazen puien van plafond tot vloer, elk met een ingang op maaiveldniveau, waardoor er vanuit de plint veel zicht is op straat, en omgekeerd. Little C, Rotterdam ‘Ontmoeting’ tussen bewoners was een belangrijk aspect in het ontwerp. De buitenruimtes zijn klein, overzichtelijk en hebben ramen van omliggende bebouwing op zich gericht. Hierdoor wordt (een gevoel van) sociale veiligheid gecreëerd. De bewoners komen elkaar tegen in de gemeenschappelijk opgangen, loopbruggen en daktuinen, die duidelijk gescheiden zijn van de openbare ruimte. In een aantal plinten is ruimte voor bedrijven. Door deze functiemenging is er programma door de dag heen.

Ontwerpprincipes

Overzichtelijke inrichting, zicht op de straat.

Straatverlichting (geen donkere hoekjes)

Functiemenging en programma zo veel mogelijk door de dag heen.

Gemeenschappelijke ingangen

31

Fysieke veiligheid garanderen Fysieke veiligheid is een basisvoorwaarde voor een goede leefomgeving. Dit houdt in dat mensen zich veilig in de openbare ruimte kunnen begeven en bewegen ten opzichte van fysieke elementen. Om een aantal voorbeelden te noemen: de inrichting, zoals de plaatsing van randen, paaltjes of verlichting, is logisch, overzichtelijk waardoor de kans op struikelen klein is. Straten en pleinen lopen niet af richting het water, waardoor rolstoelen en kinderwagens hier veilig kunnen blijven staan. Over het algemeen is fysieke veiligheid geborgd via het Bouwbesluit en beheer en onderhoud.

Goede straatverlichting Goed zicht op de straat, dankzij een overzichtelijke inrichting en heldere verlichting bij nacht, draagt bij aan het voorkomen van ongelukken. Dit is vooral belangrijk langs drukke wegen met gemotoriseerd verkeer en op kruispunten.

Hekwerk langs gracht Het plaatsen van hekwerk, bijvoorbeeld langs drukke fietspaden dicht tegen de waterkant, kan ongelukkige valpartijen voorkomen.

Ontwerpprincipes

Hekje langs hoge kade

32

Straatverlichting

Verkeersveiligheid garanderen Verkeersveiligheid is een basisvoorwaarde voor een goede leefomgeving. Dit houdt in dat verkeersdeelnemers zich veilig door de openbare ruimte kunnen verplaatsen ten opzichte van andere verkeersdeelnemers. Per type straat is een andere inrichting van de verkeersruimte mogelijk, afhankelijk van het soort verkeersdeelnemers, straatprofiel en kruisingen. Een overzichtelijke inrichting en markering verkleint de kans op ongelukken.

Station Bilthoven, Bilthoven De voormalige gelijkvloerse spoorwegovergang nabij Station Bilthoven was jarenlang een van de gevaarlijkste kruisingen van Nederland. Door de ontwikkeling van een ongelijkvloerse overgang en scheiding tussen fiets- en voetpad en het autoverkeer is de veiligheid hier sterk verbeterd. Het ontwerp was onderdeel van een integraal landschappelijk ontwerp van het stationsgebied en laat zien hoe een verkeerskundige ingreep gecombineerd kan worden met een kwalitatieve verbetering van de buitenruimte.

Leidseweg, Utrecht De Leidseweg maakt onderdeel uit van een fietsvriendelijke route tussen het centrum van Utrecht en wijk de Leidsche Rijn. Voorheen was autoverkeer hier in twee richtingen gelijkwaardig aan het fietsverkeer. Tegenwoordig hebben fietsers prioriteit en is de weg in slechts één richting toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. Deze herinrichting heeft plaatsgevonden met oog voor verbetering van de veiligheid en comfort, met strak rood-bruin asfalt en een overrijdbare middenberm van klinkers om gemotoriseerd verkeer te vertragen.

Ontwerpprincipes

Wegmarkering

Verkeersdrempels en andere obstakels tegen hard rijden

Scheiding van verkeer met verschillende snelheiden

Tunnel bij gevaarlijke kruisingen

33

Milieu & gezondheid

Je verwonderen over de wilde bloemen in de berm, zonder zorgen fietsen over de fietsstraat en luisteren naar vogelgezang in het park. Het zijn dagelijkse geneugten die in de steden van vroeger moeilijk voor te stellen waren, maar tegenwoordig steeds vaker te ervaren zijn, en bijdragen aan de leefomgevingskwaliteit van steden. Doelen die gaan over dit soort kenmerken vallen onder het domein ‘Milieu en gezondheid’. Bloemrijke groenvakken, een variëteit aan bomen en heesters in de parken, waterpoelen met rietkragen en andere natuurlijke elementen dragen op vele manieren bij aan de leefomgevingskwaliteit. Meer ‘groen’ in de stad dient vrijwel altijd meerdere doelen. Rijke beplanting versterkt de biodiversiteit, de beleving ervan werkt stress verlagend en verschillende soorten flora kunnen worden ingezet ten behoeve van de filtering van lucht, water en bodem en het voorkomen van geluidhinder, windhinder en hittestress. Daarnaast kunnen natuurlijke elementen, en voornamelijk watervakken, ook ingezet worden ten behoeve van klimaatadaptatie, door hun capaciteit om water op te nemen, vast te houden en de temperatuur te verlagen. Veel van deze kenmerken van een ‘groene stad’ dragen bij aan zowel de milieukant als de gezondheidskant van dit domein.

Meer gericht op de gezondheidstak is externe veiligheid, daarbij gaat het bijvoorbeeld over het uitsluiten van risicovolle activiteiten zoals industrieën met een hoge milieucategorie in de nabijheid van de leefomgeving. Onder ‘gezondheid’ valt ook het stimuleren van actieve mobiliteit, bijvoorbeeld door fietsen en lopen aantrekkelijk te maken, en sport en beweging, door openbare ruimte hiervoor in te richten. Tenslotte biedt het beperken van lichtvervuiling een voorwaarde voor ongestoorde nachtrust, en raakt daarmee aan de gezondheid van mens, flora en fauna. Aan de milieukant van het domein komt ook het gebruik van duurzame materialen, lokale energieopwekking en het aantakken op duurzame energiebronnen in aan bod. De 15 doelen van het domein ‘Milieu & gezondheid’ worden op de volgende pagina’s toegelicht.

Foto vorige pagina: Into the Wild, Den Haag. Inrichting openbare ruimte door Open Fabrid. Foto: Francesco Garofalo.

Doelen 37

Biodiversiteit behouden en/of versterken

38

Schone lucht, water en bodem realiseren

39

Geluidhinder voorkomen en beperken

40

Lichtvervuiling voorkomen en beperken

41

Externe veiligheid verhogen

42

Actieve mobiliteit bevorderen

43

Sport en/of beweging bevorderen

44

Groenbeleving bevorderen

45

Natuurrampen (overstroming, hoosbuien, storm, aardbevingen) beheersbaar maken

46

Stedelijke hitte-eilanden voorkomen

47

Windcondities beheersbaar maken

48

Lokaal energie opwekken

49

Duurzame materialen gebruiken

50

Aantakken op energie-infrastructuur

36

Biodiversiteit behouden en/of versterken Biodiversiteit staat, onder meer in steden, onder druk. Dit terwijl een gezond ecologisch systeem belangrijk is voor ons en al het leven wat onze planeet rijk is. Soorten en ecosystemen zorgen voor de productie van zuurstof, waterzuivering, luchtfiltering, het beheersen van plagen en de bestuiving van planten. Een gezonde flora en fauna draagt ook bij aan de aantrekkelijkheid van de leefomgeving voor mensen. De ontwikkeling van biodiversiteit heeft tijd nodig. Om ervoor te zorgen dat soorten en ecosystemen zich kunnen handhaven en vormen is een lange termijn (beheers)plan nodig.

KUNST HAUS WIEN, Wenen

Lakenpark, Leiden Als onderdeel van het Singelpark in Leiden is het Lakenpark ontwikkeld. Het verbeteren van de biodiversiteit, klimaatbestendigheid en levendigheid waren uitgangspunt. Aan de versterking van de biodiversiteit is onder meer gewerkt door het toepassen van een wild en weelderig beplantingsconcept met ruimte voor meerstammige bomen (met een hogere milieuwaarde en meer schaduwopbrengst dan hoogstammen of betakte bomen), contrasterende bladvormen, schors en een variatie aan seizoensgebonden kwaliteiten.

Tijd is misschien wel de belangrijke factor voor de ontwikkeling van biodiversiteit. Tijd waarin alles wat leeft zich kan ontwikkelen en gezamenlijk een ecosysteem kan vormen. Het ontwerp en het beheer moet die ontwikkeling ook toestaan en wat dat betreft is KUNST HAUS WIEN een goed voorbeeld. Door de jaren heen hebben zich er meer dan 260 plantsoorten en meerdere bijenkoloniën gevestigd en huist het gebouw naast een museum dus nog heel veel ander leven.

Ruigeplaat, Hoogvliet Langs steeds meer oevers in de regio Rijnmond – Drechtsteden worden getijdenparken ontwikkeld waar de kenmerkende deltanatuur weer tot wasdom kan komen. Bijvoorbeeld in het gebied Ruigeplaat: Dit zoetwatergetijdengebied bestaat uit rietland en wilgenvloedbos. Er groeien soorten die het goed doen op de grens van zoet en zout water, zoals spindotterbloem en zomerklokje. Het bos is een goed leefgebied voor paddenstoelen en vele trekvogels strijken er in de herfstmaanden neer.

Ontwerpprincipes

Natuurrijke buitenruimte, zowel op land als water

Beplanting en schuilplaatsen aan en op gebouwen

Ecologische verbindingen

Voorzie in tijd en ruimte voor de flora en fauna om te ontwikkelen

37

Schone lucht, water en bodem realiseren Het intensiever gebruik van steden kan leiden tot gezondheidsrisico’s door vervuiling van lucht, water en bodem. Door het treffen van gerichte maatregelen zoals de aanleg van luchtfilterend groen, natuurlijke waterfilters en zones met prioriteit voor schoon vervoer kunnen die risico’s beperkt worden, zodat iedereen zich gezond in steden kan begeven en bewegen. Dit soort maatregelen vergen ruimte en kunnen conflicteren met andere doelen, zoals een goede (auto) bereikbaarheid. Hier dient een balans in gezocht te worden.

Erasmusgracht, Amsterdam

Anspachlaan, Brussel

De Ceuvel, Amsterdam Het terrein van ‘Ceuvel Volharding’ is een voormalige scheepswerf, een verlaten en vervuild terrein in de havens van Buiksloterham. Uitgangspunt bij de ontwikkeling van het terrein is het zuiveren van de vervuilde bodem. In plaats van het saneren op de traditionele manier is gekozen voor phytoremediatie. Dit is een organische wijze van bodemzuivering waarbij planten worden ingezet om verontreiniging aan de bodem te onttrekken.

Sinds de Anspachlaan alleen voor voetgangers, fietsers en ander niet-gemoriseerd verkeer toegankelijk is, is daar de concentratie van dieselroet met 61 procent gedaald. De Anspachlaan is een van de beeldbepalende assen in het centrum van Brussel en was lange tijd een weg van vier rijstroken waarop het verkeer desondanks vrijwel continu vast stond. In 2015 ging de laan op slot voor auto’s, en is sindsdien heringericht voor voetgangers, fietsers, groen en terrassen.

Regenwater uit de omgeving van de Erasmusgracht wordt geloosd in een afgescheiden bezinkbassin in de gracht, waarna het regenwater door het helofytenfilter wordt gezuiverd. Een ander voordeel is dat het kwaliteit toevoegt aan de omgeving.

Ontwerpprincipes

Milieuzones, fiets- en voetgangersvriendelijke zones, snelheidsbeperking 38

Luchtfilterende beplanting

Luchtfilterende waternevel

Helofytenfilter

Geluidhinder voorkomen en beperken Stilte draagt bij aan het voorkomen van stress en maakt het verblijf in de openbare ruimte aangenaam. Door intensiever gebruik van steden, en voornamelijk de groei van mobiliteit, neemt de geluidsbelasting echter toe. (Weg)verkeer en industrie zijn grote veroorzakers van geluidhinder. Door het ontwerpen van geluidsbuffers (gebouwen of natuurlijk) en zones waar fietsers en voetgangers prioriteit hebben, kan hinder beperkt worden. Dit kan conflicteren met andere doelen, zoals een goede (auto)bereikbaarheid. Hier dient een balans in gezocht te worden. Super Blocks, Barcelona Een dorps gevoel midden in de stad, dat is waar Barcelona met het Super Block project naartoe wil. Waar vroeger nog een druk kruispunt was, is nu een plein met plantenbakken en houten banken en tafels verrezen. Een fiets- en voetgangersvriendelijk gebied van 5000 vierkante meter, waar het stil is de mensen uit de buurt ruimte hebben om bijeen te komen. Barcelona is Europees recordhouder geluidsvervuiling. De ontwikkeling van de Super Blocks moet helpen dit terug te dringen.

Sportpark A4, Schiedam Ter hoogte van Schiedam is de rijksweg A4 ondertunneld. Bovenop deze tunnelbak is een park gerealiseerd dat deels is ingericht als sportcomplex. Het ondertunnelen van de rijksweg zorgt voor een beperking van de (geluid)overlast en door het dubbele grondgebruik worden Vlaardingen en Schiedam op een aantrekkelijke manier met elkaar verbonden.

Achterzijde

Voorzijde

De Tribune, Amsterdam De buurt Laan van Spartaan wordt begrensd door de ringweg A10. Rondom de voetbalvelden, in het hart van de buurt, is in hoge dichtheid bebouwing gerealiseerd. Het 250 meter lange woongebouw De Tribune ligt direct aan de A10 en fungeert daardoor tevens als geluidsscherm voor de rest van de wijk. Met een vliesgevel langs de A10 is de gevel geluidsluw ontworpen. Het bevat onder meer ouderenwoningen, woningen voor gehandicapten, studentenwoningen, sociale huurwoningen, een buurtrestaurant, een medisch centrum en een klimhal.

Ontwerpprincipes

Infrastructuur ondertunnelen

Bomen en struiken langs infrastructuur

Fiets- en voetgangersvriendelijke zones, snelheidsbeperking

Gebouwen als geluidswal

39

Lichtvervuiling voorkomen en beperken Voor de gezondheid van flora en fauna (en mensen) is het goed als het echt donker is ‘s nachts. Met name nachtdieren en insecten kunnen erg gevoelig zijn voor licht, waardoor het dag- en nachtritme verstoord wordt. Het beperken van verlichting kan echter wel conflicteren met andere doelen zoals sociale en fysieke veiligheid. Hier dient per straat, plein, park of andere openbare ruimte een balans in gezocht te worden.

Lichtvisie, Den Haag Om lichtvervuiling te beperken en een herkenbare signatuur in de verlichting van de stad te krijgen is een lichtvisie opgesteld. Per type gebied worden er verlichtingsplannen geschetst: voor hoofdwegen en paden (veiligheid), woon- werkgebieden (warm), toeristische gebieden (levendig) en natuur (beperkt). Kunstlicht kan het gedrag van nachtdieren zoals vleermuizen verstoren, vandaar dat in de Haagse natuur alleen verlichting komt waar dat echt nodig is.

Ecoduct A74, Venlo Op steeds meer plekken wordt vleermuisvriendelijke verlichting toegepast. Dit is amberkleurige ledverlichting waarvoor vleermuisogen ongevoelig zijn en waarbij mensen de verkeerssituatie nog goed kunnen waarnemen. Bij het ecoduct aan de A74 zijn nog een aantal extra maatregelen getroffen: de verlichting gaat alleen aan als er fietsers of voetgangerspasseren en de lichtsterkte verandert langzaam mee met de zonsopkomst en –ondergang.

Arendonk, Heirbaan Om vogels, insecten en reptielen in de bossen bij Oud-Turnhout zo min mogelijk te verstoren na zonsondergang, is er langs de Heirbaan gekozen voor faunavriendelijke verlichtingspalen. Deze palen zijn slechts vijf meter hoog en staan op ruime afstand van elkaar. Hierdoor ontstaat er een lint van lichtplekken in plaats van een egale lichtstraat. Daarnaast staan de verlichtingspalen niet te ver naast de weg.

Ontwerpprincipes

Dynamische verlichting

40

Beperk kunstlicht in natuurgebieden; gebruik faunavriendelijke verlichting

Voorzie in donkere plekken voor nachtdieren

Externe veiligheid verhogen Veiligheid is een basisvoorwaarde voor een goede leefomgeving. Locaties waar risicovolle activiteiten plaatsvinden, zoals industriële activiteiten en transport van gevaarlijke stoffen, dienen op voldoende afstand van de leefomgeving te zijn gesitueerd, bijvoorbeeld door het hanteren van veiligheidszones. Hierbij worden normen van omgevingsveiligheid gehandhaafd om de risico’s voor mens en milieu te verlagen tot een verwaarloosbaar niveau.

Paris Rive Gauche, Parijs Het Rive Gauche project in Parijs is een grootschalige gebiedsontwikkeling op een voormalig terrein met werkplaatsen, fabrieken en loodsen, langs de Seine en spoorwegen. Het gaat om een hoogstedelijke ontwikkeling. Bijzonder is dat ongeveer de helft van het project gerealiseerd wordt op een versterkte betonplaat, op zo’n 6 meter boven de spoorwegen. De plaat functioneert als een nieuw maaiveld en beschermt tevens tegen mogelijke veiligheidsrisico’s op de omgeving van het spoor.

Ontwerpprincipes

Bufferzone tussen woningen en industrie met gevaarlijke stoffen

Bufferzone tussen woningen en infrastructuur met gevaarlijke stoffen

Tunnel voor infrastructuur met gevaarlijke stoffen, ter bescherming van (nieuw)maaiveld. 41

Actieve mobiliteit bevorderen Naast de directe gezondheidswinst door meer beweging, draagt actieve mobiliteit ook bij aan een gezondere leefomgeving. Een mobiliteitssysteem gericht op lopen, fietsen en andere vormen van actieve mobiliteit levert een schonere lucht, minder geluidsoverlast en minder benodigde ruimte voor autoparkeren dan een systeem gericht op gemotoriseerd vervoer. De ruimtevraag van actieve mobiliteit is relatief klein waardoor er meer ruimte over blijft voor andere leefomgevingskwaliteitsdoelen, zoals op het gebied van klimaatadaptatie en sociale interactie.

Daphne Schippersbrug, Utrecht Deze fiets- en wandelbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal is onderdeel van een doorfietsroute die geheel door woongebieden loopt. Om de negen meter hoogte te overbruggen slingert het fietspad over het dak van een school het kanaal over. Met de aanleg van de brug, wordt een omweg vermeden en daardoor is het aantrekkelijker geworden om tussen de wijk Leidsche Rijn en het centrum van Utrecht te fietsen en wandelen.

Fietsstraat Pijlhovestraat, Enschede Een fietsstraat is een straat die ingericht is als fietsroute. Auto’s zijn hier toegestaan maar ze zijn ‘te gast’. Voor gemotoriseerd verkeer geldt een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. In veel steden wordt een netwerk van fietsstraten aangelegd. Via deze straten kunnen fietsers snel en veilig de stad door, in en uit.

Ontwerpprincipes

Snelfietsroutes

42

Veilige fietsroutes en een fijnmazig netwerk

Fietsparkeren nabij openbaar vervoer

Sport en/of beweging bevorderen De openbare ruimte speelt een belangrijke rol bij de gezondheid van mensen. De aanwezigheid en een goede bereikbaarheid van speelpleinen, parken en sportvoorzieningen kan mensen stimuleren om te gaan sporten en bewegen. Frisse lucht, het buitenzijn, de mogelijkheid mensen te ontmoeten en de aanwezigheid van groen leveren een positieve bijdrage aan het (beweeg)plezier en de gezondheid. Bereikbaarheid, variatie, veiligheid en verblijfsmogelijkheden zijn belangrijke voorwaarden voor het gebruik van sport- en beweegplekken in de stad.

Into the Wild, Den Haag Deze speeltuin in de Haagse Rivierenbuurt is een combinatie van drie typen speeltuinen die in Nederland veel zien te zijn: de ‘ouderwetse’ betegelde speeltuin met toestellen, het trap- en basketbalveldje en de avontuurlijke natuurspeeltuin. In de binnenste ruimte van het plein bevindt zich de ‘wildernis’, met daaromheen een stedelijke buitenrand voor sport en spel. Kinderen kunnen hier veilig spelen en kennis maken met de natuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12145287/1