Bijlagen toelichting gevoegd en verkleind
Tekst van het document
11
rageermogelijkheden in de omgeving. Door het geringe oppervlak geschikt foerageergebied in relatie tot overig geschikter foerageergebied in de omgeving, kan op voorhand worden gesteld dat geen sprake is van essentieel foerageergebied. Elementen die kunnen dienen als vliegroute ontbraken in het plangebied zelf. De Delftse Schie ten oosten van het plangebied heeft, indien voldoende donker, potentieel functie als vliegroute voor vleermuizen. Daar de ingrepen beperkt zijn tot het plangebied zelf, zijn geen effecten te verwachten op deze functie. Negatieve effecten op de navigeer- en foerageermogelijkheden van vleermuizen zijn redelijkerwijs uit te sluiten.
Vogels Algemeen In het plangebied werden tijdens het veldbezoek geen vogels aangetroffen. Door het ontbreken van opgaand groen, waren potenties ook beperkt. Het hoekpand met het pannendak heeft potentie voor holenbroeders als de spreeuw. Soorten als de zanglijster en de merel kunnen op de meest uiteenlopende plekken broeden, ook onder overkappingen en dergelijke. Nesten werden voor zover dat zichtbaar was niet aangetroffen. Door met de werkzaamheden rekening te houden met de broedperiode worden effecen eenvoudig voorkomen. Jaarrond beschermde soorten De te slopen bebouwing is gedeeltelijk beoordeeld als potentieel geschikt voor de huismus. Het betreft het pannendak van het hoekpand die beoordeeld is als toegankelijk en geschikt voor de huismus. De huismus werd tijdens het veldbezoek zowel in het plangebied zelf als in de ruime omgeving niet gezien of gehoord. Echter is een eenmalig bezoek in deze tijd van het jaar onvoldoende om volledig uitsluitsel te geven. Middels twee veldbezoeken in de periode 1 april - 15 mei kan de aan- of afwezigheid van de huismus met zekerheid worden aangetoond. Het pannedak is daarnaast potentieel geschikt voor de gierzwaluw. Nader onderzoek in de periode 1 juni - 15 juli is nodig om de aan- of afwezigheid aan te tonen. In het plangebied zijn geen sporen aangetroffen van roofvogels en/of uilen.
De aanwezigheid van nesten van deze jaarrond beschermde vogelsoorten kan worden uitgesloten. Vissen In het plangebied ontbreekt open water. Effecten op vissen zijn dan ook niet van toepassing. Amfibieën Blijkens de data uit de NDFF zijn in de direce nabijheid van het plangebied de alpenwatersalamnder en de vinpootsalamnader aangetroffen. In het plangebied ontbrak elke potentie voor amfibieën door het ontbreken van water e/of beschutting De aanwezigheid van strikter beschermde amfibieën in de ruimere omgeving is voor de plannen niet relevant. Overige soortgroepen Voor de overige door de Wet natuurbescherming strikter beschermde soortgroepen ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied. Effecten zijn door de aard van de ingrepen ook niet aan de orde. Delft Zuideinde Ecologische quickscan
12
5 Conclusie en advies Conclusie Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële (beschermde) natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden:
» » Kans op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bebouwing; » » Kans op de aanwezigheid van nesten van de huismus en/of de gierzwaluw in het te slopen hoekpand met het pannendak;
» » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd). In het plangebied is de tongvaren aangetroffen, een krachtens de Wet natuurbescherming niet beschermde soort. Ondanks dat de tongvaren stikt genomen niet beschermd is, en het wegnemen op voorhand geen negatief effect heeft op de gunstige staat van instandhouding, is de groeplaats zeker behoudenswaardig. Temeer omdat de gemeente in haar groenbeleid pleit voor behoud, dan wel versterking van aanwezige natuurwaarden. Effecten Op basis van de aard en omvang van het plangebied en het feit dat in de regel preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Echter, is het noodzakelijk nader onderzoek naar vleermuizen, de huismus en de gierzwaluw uit te voeren om actueel gebruik van de bebouwing / het plangebied vast te kunnen stellen voorafgaand aan de sloop. Na uitvoer van het onderzoek kunnen, indien noodzakelijk, gepaste maatregelen worden getroffen. Uitzondering op het bovenstaande vormen situaties waarbij verblijfplaatsen worden aangetroffen van zeer grote omvang en lokaal en/of regionaal belang. De kans dat deze worden aangetroffen is gezien de aard en omvang van het plangebied klein. Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, EHS / de Provinciale Verordening.
Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van de plannen op beschermde gebieden in de ruimere omgeving uitgesloten zijn.
Advies Vleermuizen Aanbevolen wordt voorafgaand aan de sloop nader onderzoek uit te voeren naar vleermuizen conform het vleermuizenprotocol. Het onderzoek dient volgens het huidige protocol (versie 2017) te bestaan uit twee bezoeken in midden mei tot midden juli en twee bezoeken in de periode midden augustus tot 1 oktober, allen met een onderlinge tussenpoos van circa 20 30 dagen.
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
13
Vogels (gierzwaluw en huismus) Aanbevolen wordt nader onderzoek uit te voeren naar de aan- of afwezigheid van gierzwaluw en de huismus conform onderstaande aanpak:
» » Gierzwaluw: Uitvoer 3 bezoeken in de periode 1 juni - medio juli met een tussenpoos van minimaal 10 dagen. De bezoeken worden gestart vanaf 1 1/2 uur vóór zonsondergang. Dit onder gunstige weersomstandigheden: niet te koud, weinig wind, droog. Het onderzoek kan gedeeltelijk worden gecombineerd met het vleermuizenonderzoek.
» » Huismus: Uitvoer twee ochtendbezoeken met een minimale tussenpoos van 10 dagen in de periode 1 april tot 15 mei. Vogels algemeen Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in de nabijheid van de werkzaamheden aanwezig zijn, wordt aanbevolen zowel de sloop als het grondwerk uit te voeren buiten het broedseizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Tongvaren Geadviseerd wordt te onderzoeken of de groeplaats van de tongvaren behouden kan blijven. Men kan overwegen muurdelen elders in het plangebied een plek te geven. Een ter zake deskundige kan hierin adviseren.
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
14
Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk, en J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids Diersporen (tweede druk, 2003). KNNV Uitgeverij, Utrecht. Meijden, R. van der, 2005. Heukel’s flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.
Internet » » Google maps » » http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN » » http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wp-content/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf
» » www.nederlandsesoorten.nl
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
15
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
16
Buro L a n
d s c
, h a p
E c o
t Maerlan l o g i
e
&
R u i m
t e l i
j k e
B M- NOTI TI E 2018 O
i n g rd e n
Delft Zuideinde Nader onderzoek natuur 2018
J. va n Suijle kom, 26 oktob e r 2018
1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van Van Mierlo Planontwikkeling B.V. heeft Buro Maerlant een nader onderzoek naar broedvogels en vleermuizen uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen ingrepen in het plangebied Zuideinde te Delft (figuur 1). Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen de aanwezige bebouwing te slopen voor de realisatie van woningen. Het plangebied is tijdens eerder uitgevoerd veldonderzoek op 28 november 2017 beoordeeld als geschikt voor de huismus, de gierzwaluw en vleermuizen (Buro Maerlant, quickscan, 10 december 2017). Gezamenlijk met de eerder uitgevoerde quickscan geeft onderhavig rapport een compleet beeld van de aanwezige natuurwaarden. Figuur 1 Global e begre nz i ng v an he t p l angebi ed (rood) op een luc ht f ot o v an Googl e.
1.2 Methode / doel Onderhavig nader onderzoek is uitgevoerd conform de meest actuele onderzoeksstandaarden: Het vleermuizenprotocol 2017 en de voor de betreffende soorten beschikbare Kennisdocumenten van BIJ12. In tabel 1 op pagina 3 zijn de onderzoeksmomenten en weersomstandigheden weergegeven. Het veldonderzoek is uitgevoerd door J. Wardenaar en J. van Suijlekom. Huismus Op twee ochtenden in mei is het plangebied gedurende twee uur gericht onderzocht op de aanwezigheid van huismussen. Hierbij werd gelet op tjilpende mannetjes en overig nestindicerend gedrag. Gierzwaluw Op drie avonden in juni en juli is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van de gierzwaluw. Voor dit doel is vanaf circa twee uur vóór zonsondergang tot zonsondergang op verschillende plekken gepost. Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2018
2
Vleermuizen Het plangebied en de nabije omgeving is in de periode mei t/m september conform het protocol vleermuizen van de Gegevensautoriteit Natuur onderzocht. De te verwachten soorten betroffen de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. In het voorjaar is gericht onderzoek gedaan naar kraamverblijven en zomerverblijven. Hiervoor zijn twee avondbezoeken en één ochtendbezoek uitgevoerd. Het onderzoek in het najaar was gericht op baltsende mannetjes. Eventueel aanwezige paarverblijven / paarterritoria zijn middels twee ronden vastgesteld, waarbij vanaf de late avond tot rond middernacht op verschillende plekken werd gepost. Per bezoek betrof de onderzoeksduur twee uur. Tijdens alle bezoeken is ook de ruimere omgeving onderzocht op foeragerende dieren en op de aanwezigheid van vliegroutes. Met behulp van een detector (Pettersson D240x) met een heterodyne functie en realtime opnamefunctie zijn vleermuizen aan de hand van de echolocatiegeluiden op naam gebracht en gelokaliseerd.
Datum
Tijdstip / soortgroep primair
Temperatuur
Bewolking / neer-
Wind
slag
(Bft)
17-05-2018
Ochtend (huismus)
7 °C
Onbewolkt
2
16-05-2018
Avond (vleermuizen)
13 °C
Bewolkt, droog
4
17-05-2018
Ochtend (huismus)
9 °C
Licht bewokt,
1-2
droog 04-06-2018
Ochtend (vleermuizen)
13 °C
Lichte mist, be-
1-2
wolkt, droog 07-06-2018
Avond (gierzwaluw)
18 °C
Licht bewokt,
2-3
droog 22-06-2018
Avond (gierzwaluw en vleer-
19 °C
muizen)
Licht bewokt,
2
droog
02-07-2018
Avond (gierzwaluw)
19 °C
Onbewolkt
2-3
03-09-2018
Late avond
16 °C
Bewolkt, droog
3
24-09-2018
Late avond
8 °C
Onbewolkt
1
Tabel 1 D ata en weers o m s tan di g h eden ve ld b e zoe ke n.
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2018
3
2 Resultaten van het veldonderzoek Huismus In het plangebied zelf zijn tijdens het onderzoek geen huismussen aangetroffen. Nabij woningen ten westen en zuidwesten aan de Abtswoudseweg is een populatie huismussen aangetroffen van circa 20 tot 30 dieren. De mussen waren prominent aanwezig op en nabij de woningen. Ook werden jongen gehoord en zichtbaar gevoerd. Het plangebied zelf werd niet bezocht, ook werd geen interesse getoond. Als foerageergebied had dit deel van het plangebied ook niets te betekenen door de aanwezigheid van de hallen en betonverhardingen. De plannen hebben géén invloed op de aanwezige huismussen in de nabije omgeving. De aanwezigheid van nesten van de huismus in het plangebied zelf kan op basis van het onderzoek worden uitgesloten.
Gierzwaluw In de omgeving van het plangebied / dit gedeelte van Delft werd een opvallend hoog aantal gierzwaluwen waargenomen, zowel op grotere hoogte als ‘gierend’ nabij de bebouwing. Ten zuiden van het plangebied werd aan de Abtswoudseweg nr 101 één invliegende gierzwaluw aangetroffen. In het plangebied zelf zijn geen nestlocaties van de gierzwaluw vastgesteld. Ook werden geen indirecte aanwijzingen voor de aanwezigheid van een nest vastgesteld, zoals het kort naderen van de bebouwing in vlucht of het aantikken van gebouwdelen. De aanwezigheid van nesten van de gierzwaluw in het plangebied kan op basis van het onderzoek worden uitgesloten. De aanwezigheid van nesten van de gierzwaluw in de omgeving is voor de plannen niet relevant.
Vleermuizen Tijdens het onderzoek was sprake van een bijzonder lage activiteit / dichtheid en werd slechts één soort waargenomen: de gewone dwergvleermuis. Met “het voorjaar” worden de ronden in mei en juni bedoeld en met “het najaar” de bezoeken in september. Voorjaar In het voorjaar werden tijdens het overgrote deel van het onderzoek geheel geen vleermuizen gezien of gehoord. Rond het huizenblok op de hoek Hillenlaan / Zuideinde ten noordoosten van het plangebied werd een jagende gewone dwergvleermuis aangetroffen, die voor langere duur rond en nabij het huizenblok vloog. Daarbij werd ook af en toe nabij de woning in het noordoostelijke deel van het plangebied gejaagd. Voor de bebouwing in het plangebied werd geen interesse getoond. Een verblijfplaats is niet vastgesteld. Naast de hierboven genoemde aangetroffen dier werd boven het Zuideinde sporadisch voor korte duur een jagende gewone dwergvleermuis waargenomen. Relaties met het plangebied ontbraken.
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2018
4
Najaar In het najaar was het beeld vergelijkbaar als het voorjaar. Aan de achterzijde van het huizenblok Hillenlaan / Zuideinde werd een jagende gewone dwergvleermuis waargenomen. Dit betrof echter de enige waarneming. Balts werd niet waargenomen ook niet in de ruimere omgeving. Paarverblijfplaatsen zijn niet vastgesteld. Geconcludeerd kan worden dat in / nabij het plangebied geen belangrijke functies zijn aangetroffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen kan worden uitgesloten.
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2018
5
3 Conclusie Conclusie nader onderzoek Middels het seizoensbrede onderzoek is een goed beeld ontstaan over de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van de huismus, de gierzwaluw en vleermuizen. Nesten van de huismus en de zwaluw zijn niet aangetroffen in het plangebied. Beide soorten komen in de omgeving voor, waarvan de huismus vrij prominent (nesten). Effecten op aanwezige huismussen en gierzwaluwen worden niet verwacht, daar geen interesse werd getoond voor het plangebied en deze als foerageergebied in potentie ook weinig tot niets te bieden heeft. In het plangebied zijn geen vaste rust-of verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Aantallen waren ook uitgesproken laag in de omgeving. Effecten op vleermuizen zijn niet aan de orde. Overige natuurwaarden en advies Het advies uit de quickscan (zorgplichtmaatregelen) inzake vogels algemeen en de tongvaren blijft van toepassing op de ingrepen.
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2018
6
Buro L a n
d s c
, h a p
E c o
t Maerlan l o g i
e
&
R u i m
t e l i
j k e
B M- NOTI TI E 2021 O
i n g rd e n
Delft Zuideinde Nader onderzoek natuur 2021
J. va n Suijle kom, 20 d e c e mb e r 2021
1 Inleiding 1.1 Algemeen In 2018 heeft Buro Maerlant een nader onderzoek naar broedvogels en vleermuizen uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen ingrepen in het plangebied Zuideinde te Delft (figuur 1). Aanleiding voor het onderzoek was het voornemen de aanwezige bebouwing te slopen voor de realisatie van woningen. In 2018 zijn in het plangebied zelf geen verblijfplaatsen van vleermuizen of nesten van de huismus en de gierzwaluw aangetroffen. Het plan heeft een doorstart gemaakt, waarbij men de ruimtelijke procedure gaat doorlopen. Daar het onderzoek reeds drie jaar oud was, is deze middels onderhavig onderzoek geactualiseerd. Het eerste bezoek huismus is ook gebruikt om de actuele staat van het plangebied te beoordelen en Figuur 1 Global e begre nz i ng v an he t p l angebi ed (rood) op een luc ht f ot o v an Googl e.
eventueel sprake is van een verandering / nieuw vestiging van soorten en is de gekende groeiplaats van de tongvaren bekeken (zie rapportage Buro Maerlant update quickscan 2021).
1.2 Methode / doel Onderhavig nader onderzoek is uitgevoerd conform de meest actuele onderzoeksstandaarden: Het vleermuizenprotocol 2021 en de voor de betreffende soorten beschikbare Kennisdocumenten van BIJ12. In tabel 1 op pagina 3 zijn de onderzoeksmomenten en weersomstandigheden weergegeven. Het veldonderzoek is uitgevoerd door J. Wardenaar en J. van Suijlekom. Huismus Op twee ochtenden in mei en juni is het plangebied en de relevante omgeving gedurende een uur gericht onderzocht op de aanwezigheid van huismussen. Hierbij werd gelet op tjilpende mannetjes en overig nestindicerend gedrag.
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2021
2
Gierzwaluw Op drie avonden in juni en juli is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van de gierzwaluw. Voor dit doel is vanaf circa twee uur vóór zonsondergang tot zonsondergang op verschillende plekken gepost. Vleermuizen Het plangebied en de nabije omgeving is in de periode juni t/m september conform het protocol vleermuizen van de Gegevensautoriteit Natuur onderzocht. De te verwachten soorten betroffen de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. In het voorjaar is gericht onderzoek gedaan naar kraamverblijven en zomerverblijven. Hiervoor zijn drie avondbezoeken en drie ochtendbezoeken uitgevoerd. Het onderzoek in het najaar was gericht op baltsende mannetjes. Eventueel aanwezige paarverblijven / paarterritoria zijn middels twee ronden vastgesteld, waarbij vanaf de late avond tot rond middernacht op verschillende plekken werd gepost. Tijdens alle bezoeken is ook de relevante omgeving onderzocht op foeragerende dieren en op de aanwezigheid van vliegroutes. Met behulp van een detector (Pettersson D240x) met een heterodyne functie en realtime opnamefunctie zijn vleermuizen aan de hand van de echolocatiegeluiden op naam gebracht en gelokaliseerd.
Datum
Soort, soortgroep
Start-
Eind-
tijd
tijd
T( °C)
Bewolking /
Wind
neerslag
(Bft)
10-05-2021
huismus
10.15
11.15
15
bewolkt, droog
2-3
06-06-2021
gierzwaluw en vleermuizen
19.55
23.55
15
onbewolkt
3
07-06-2021
vleermuizen
03.22
05.22
10
onbewolkt
1
10-06-2018
huismus
09.30
10.30
20
onbewolkt
nihil
16-06-2021
gierzwaluw en vleermuizen
19.54
23.54
17
half bewolkt,
1-2
droog 17-06-2021
vleermuizen
03.20
05.20
14
licht bewolkt,
2
droog 13-07-2021
gierzwaluw en vleermuizen
19.55
23.55
19
half bewolkt,
2
droog 14-07-2021
vleermuizen
03.39
05.39
16
bewolkt, droog
3
24-08-2021
vleermuizen
22.00
00.00
13
bewolkt, droog
3
10-09-2021
vleermuizen
20.45
23.45
17
half bewolkt,
2
droog Tabel 1 D ata en weers o m s tan di g h eden ve ld b e zoe ke n.
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2021
3
2 Resultaten van het veldonderzoek Huismus In het plangebied zijn net als in 2018 geen nesten van de huismus waargenomen. Bij de woning ten zuidwesten van het plangebied werden circa vij tjilpende mannetjes waargenomen op het dak en vanaf de goot. Dit is op dezelfde plek als in 2018. Opvallend was dat bij de woningen aan de overzjde van de weg ten zuidwesten van het plangebied in tegenstelling tot 2018 nauwelijks activiteit werd waargenomen. Slechts een enekele keer werd voor korte duur een tjilpend mannetje waargenomen. Waarschijnlijk wordt in deze huizenrij niet meer gebroed. Voor het plangbied werd geen interesse getoond. Het plangebied had ook weinig te bieden doordat foerageermogelijkheden door de aanwezige (vegetatieloze) verhardingen ontbraken. Het plan heeft géén invloed op de aanwezige huismussen in de nabije omgeving. De aanwezigheid van nesten van de huismus in het plangebied zelf kan op basis van het onderzoek worden uitgesloten. In het plangebied is veel groen voorzien en wordt natuuinclusief gebouwd. Dit biedt kansen voor de huismus. Door de aanwezigheid van de populatie in de omgeving is de kans van slagen vrij groot.
Gierzwaluw Net als in 2018 werden in de omgeving relatief veel gierzwaluwen waargenomen. Aan de Abtwoudseweg ten zuidwesten van het plangebied en het Zuideinde, even ten noorden van het plangebied, werd op twee plekken een invliegende gierzwaluw waargenomen. Rond deze nestlocaties werden door groepjes van 5 tot 6 dieren op korte afstand van de woningen gegierd. Voor het plangebied zelf werd geen interesse getoond. De aanwezigheid van nesten van de gierzwaluw in het plangebied kan op basis van het onderzoek worden uitgesloten. De aanwezigheid van nesten van de gierzwaluw in de omgeving is voor de plannen niet relevant. Net als voor de huismus is het aanbieden van nieuwe nestlocaties in de nieuwbouw, doordat nesten in de omgeving aanwezig zijn, kansrijk met name aan de zijde van het Zuideinde, daar gevels ter plekke op het noordoosten zijn geprojecteerd (uit de zon) en dieren boven de weg gieren. In het vroege voorjaar (mei) zoeken gierzwaluwen ook actief naar (alternatieve?) nestlocaties. Neststenen met een hoog contrast (wit/lichtgrijs met een donkere opening) worden snel gevonden.
Vleermuizen Tijdens het onderzoek was sprake van een lage activiteit / dichtheid en werden het hele seizoen twee solitaire dieren waargenomen. Er één soort waargenomen: de gewone dwergvleermuis. Met “het voorjaar” worden de ronden in juni en juli en met “het najaar” de bezoeken in augustue en september. Voorjaar In het voorjaar werden op twee plekken vrijwel continu een jagende solitaire gewone dwergvleermuis waargenomen. Nabij de noordoostelijke rand jaagde een dier nabij de huizenblokken en de flat ten noorden van het plangebied. Nabij de zuidwestelijke rand werd een tweede dier vrijwel continu jagend waargenomen nabij de woningen ten zuid-
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2021
4
westen van het plangebied. Op beide locaties werd af en toe boven het plangebied zelf (randen) gejaagd. Dit gedrag werd tijdens alle bezoeken waargenomen. In - of uitvliegende dieren werden niet waargenomen in het plangebied zelf. Het dier in het noordoosten vloog uiteindelijk in bij de nabijgelegen flat ten noorden van het plangebied. Het dier in het zuidwesten vloog in de ochtendschemering vermoedelijk in bij een blok rijtjeswoningen ten zuidwesten van het plangebied. Het dier vloog toen het al vrijwel licht was plotseling richting dit huizenblok en werd daarna niet meer gezien. Voor de bebouwing in het plangebied werd geen interesse getoond. Een verblijfplaats is niet aangetroffen in het plangebied.
Najaar In het najaar werd op dezelfde twee locaties door een sloitair dier gejaagd en werd tevens door beide dieren in vlucht gebaltst. Dit was nabij de woningen / bebouwing ten noordoosten en noorden van het plangebied waar ook werd gejaagd. Net als in het voorjaar werd geen interesse getoond voor de bebouwing in het plangebied. Er werd ook niet gebaltst in de directe nabijheid van de bebouwing in het plangebied. Een paarverblijf is niet aangetroffen in het plangebied zelf. Met vrij grote zekerheid bevinden zich op dezelfde plekken waar een zomerverblijfplaats is aangetroffen ook een paarverblijf. Het betreffen beiden solitaire mannetjes. In de omgeving van het plangebied is op twee locaties een zomerverblijf van een solitaire gewone dwergvleermuis waargenomen, dat tevens functie heeft als paarverblijf. Het plangebied werd slechts af en toe aangedaan om te jagen. Een belangrijke functie is niet aangetroffen in het plangebid zelf. Voor de ingrepen is de aanwezigheid van de verblijfplaatsen en de functie van de omgeving als baltslocatie en jachtgebied in principe niet relevant. Tijdens de bouw is het echter gewenst vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen door deze te beperken tot de bouwplaats zelf. In de nieuwe situatie ontstaan door de aanwezigheid van de nieuwbouw en de aanplant van groen nieuwe mogelijkheden voor vleermuizen om te jagen.
Men is voornemens natuurinclusief te bouwen. Voor vleermuizen zijn kansen te creëren door voorzieningen te treffen in de nieuwbouw door bijvoorbeeld inbouw vleermuiskasten toe te passen in verschillende gevels.
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2021
5
3 Conclusie Conclusie nader onderzoek Middels het seizoensbrede onderzoek is een goed beeld ontstaan over de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van de huismus, de gierzwaluw en vleermuizen. Nesten van de huismus en de zwaluw zijn niet aangetroffen in het plangebied zelf. Voor beide soorten heeft het plangebied geen functie. In de omgeving zijn twee territoria aanwezig van een solitaire gewone dwergvleermuis (mannetjes). Effecten van de ingrepen zijn in principe niet aan de orde. Tijdens de bouw dient men echter vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen door deze te beperken tot de bouwplaats zelf. Overige natuurwaarden en advies Het advies uit de quickscan (zorgplichtmaatregelen) inzake vogels algemeen en de tongvaren blijft van toepassing op de ingrepen. Natuurinclusief bouwen De initiatiefnemer is voornemens in de nieuwbouw voorzieningen te treffen. Zoals reeds verwoord zijn er voor de huismus, de gierzwaluw en vleermuizen veel kansen te creëren, temeer doordat soorten al in de omgeving aanwezig zijn en dit de kans vergroot dat nieuwe voorzieningen snel worden gevonden. Het ontwerp leent zich goed voor de hierboven genoemde soorten. Gezamenlijk met de initiatiefnemer wordt de natuurinclusieve bouw concreet vorm gegeven en zullen voorzieningen worden opgenomen in het ontwerp.
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Delft Zuideinde Notitie nader onderzoek natuur 2021
6
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde – Abtswoudseweg (terreindeel Broos/Flier) Delft 18-2318-R01JV
COLOFON
Opdrachtgever
Ontwikkelingscombinatie Zuideinde V.O.F. Postbus 218 3140 AE Maassluis Contactpersoon: dhr. H. van Zweden
Locatie
Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft (terreindeel Broos/Flier)
Type onderzoek
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Aanvullend bodemonderzoek (maatwerk)
Rapportnummer
18-2318-R01JV
Datum rapport
7 maart 2019
Opsteller
Dhr. J. Voorhorst Projectleider Bodem
Kwaliteitscontrole
Mevr. M. Penders Projectleider Bodem
Inventerra Nijverheidsweg 34 3341 LJ Hendrik-Ido-Ambacht (078) 682 24 55 info@inventerra.nl
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING .......................................................................................................................... 1
2.
VOORONDERZOEK NEN 5725 .............................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 ...................................................................... 5 3.1 3.2 3.3
4.
Uitvoering veldwerk ....................................................................................................... 10 Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek ....................................................................... 10
VERKENNEND ASBESTONDERZOEK NEN 5707 ................................................................... 14 5.1 5.2 5.3
6.
Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 5 Uitvoering veldwerk ......................................................................................................... 6 Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek ......................................................................... 7
AANVULLEND BODEMONDERZOEK (MAATWERK) .............................................................. 10 4.1 4.2
5.
Beschrijving huidig en voormalig gebruik ........................................................................... 2 Beschrijving uitkomsten vooronderzoek NEN 5725 .............................................................. 3 Beschrijving toekomstige situatie ...................................................................................... 3 Regionale bodemkwaliteit (bodemkwaliteitskaart) ............................................................... 3 Bodemopbouw en geohydrologie ....................................................................................... 4
Onderzoeksstrategie ...................................................................................................... 14 Resultaten veldwerk en analyses ..................................................................................... 14 Aanvullend asbestonderzoek ........................................................................................... 15
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................... 16 6.1 6.2
Conclusies .................................................................................................................... 16 Aanbevelingen .............................................................................................................. 18
BIJLAGEN 1.
2. 3. 4. 5.
Weergave onderzoekslocatie 1.1 Kadastrale gegevens en omgevingskaart 1.2 Situatietekening 1.3 Foto’s 1.4 Verontreinigingssituatie grond Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingskader Kwaliteitsaspecten van het onderzoek
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
1. INLEIDING
In opdracht van Ontwikkelingscombinatie Zuideinde V.O.F. heeft Inventerra in de periode oktober 2018 – januari 2019 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740, een aanvullend bodemonderzoek (maatwerk) en een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 verricht op de locatie aan de Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen aanvraag van een Omgevingsvergunning in verband met de geplande herontwikkeling op de locatie. Het doel is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling. De in dit rapport beschreven onderzoeken hebben enkel betrekking op de binnen het plangebied gelegen terreindelen van Broos en Flier. De binnen het plangebied gelegen terreindelen van Bo-rent en KwikFit zullen in een latere fase worden onderzocht. Voor die nog te onderzoeken terreindelen zal een separaat onderzoeksrapport worden opgesteld. Kwaliteit Inventerra is door Normec Certifications gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018 (certificaatnummer EC-SIK-20241) en de BRL SIKB 6000, protocol 6001 en 6002 (certificaatnummer EC-SIK-60009) en is tevens door TÜV Nederland gecertificeerd voor de algemene kwaliteitsnorm NEN-ENISO 9001:2008.
De genoemde beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is onderdeel van een certificatiesysteem voor het gehele proces van veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek, inclusief alle secundaire processen, dat begint bij de acceptatie van het veldwerk en dat eindigt bij de overdracht van veldgegevens en monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkrapportage, aan de opdrachtgever. Op dit bodemonderzoek zijn de volgende protocollen, behorende bij de BRL SIKB 2000, van toepassing: 2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van
☒ ☒ ☒
grondmonsters en waterpassen. 2002 – Het nemen van watermonsters. 2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem.
De beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is niet van toepassing op: • de processen vóór het veldwerk, zoals vraagstelling, gegevens verzamelen en onderzoeksvoorstel; • de processen ná het veldwerk, zoals laboratoriumanalyses, interpretatie van analyse- en veldwerkresultaten en advies; • veldwerk anders dan middels de technieken boringen, steken en graven van sleuven, inclusief alle veldwerk dat volgt op deze technieken zoals plaatsen van peilbuizen of bemonsteren van peilbuizen; • de monsterneming in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Inventerra verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of de onderhavige onderzoekslocatie en verklaart daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in Kwalibo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer).
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
pag. 1 van 18
2. VOORONDERZOEK NEN 5725
In 2017 is door ons bureau een vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd, dat onder andere betrekking had op onderhavige onderzoekslocatie (rapport met kenmerk 17-2317-B171244, d.d. 21 dec. 2017). Navolgend is de voor het uitgevoerde (asbest)onderzoek relevante voorinformatie (samengevat) weergegeven. Voor het volledige vooronderzoek wordt verwezen naar het rapport van 21 dec. 2017. In bijlage 1 zijn de foto’s, gemaakt tijdens de terreininspectie, en de situatietekening(en) bijgevoegd. 2.1
Beschrijving huidig en voormalig gebruik
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Abtswoudseweg 4a/4d, 4e/4f en Zuideinde 100 te Delft en is kadastraal bekend: gemeente Delft, sectie O, perceelnummers 1360, 1584, 1585 en 2633. De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van 4.181 m2. De percelen 1360, 1585 en 2633 staan op naam van de heer J. Broos. Het perceel 1584 staat op naam van ‘Vereniging van Eigenaars Abtswoudseweg 4 En 4 I’. De te onderzoeken percelen (op onderstaande figuur gemarkeerd met een rode lijn) maken deel uit van een groter plangebied (onderstaand met een groene lijn weergegeven), waarin ook de terreindelen van Bo-rent en KwikFit zijn begrepen. De terreindelen van Bo-rent en KwikFit worden in een latere fase onderzocht. De XY-coördinaten van de onderzoekslocatie, waarvan de topografische ligging is weergegeven in bijlage 1, zijn: X: 84.600 en Y: 446.390. De onderzoekslocatie is verder weergegeven in figuur 2.1, op de kadastrale kaart in bijlage 1.1 en de situatietekening in bijlage 1.2. Figuur 2.1: Satellietfoto onderzoekslocatie (bron: Google Maps)
De onderzoekslocatie is te verdelen in twee deelgebieden, te weten het ‘Broos-terrein’ en het ‘Flier-terrein’. Het ‘Broos-terrein’ beslaat de percelen 1360, 1585 en 2633. Het terreindeel van Zuideinde 100 (percelen 1360 en 2633) wordt momenteel gebruikt als parkeerplaats en stalling, opslag van de keukenzaak van Broos en is geheel verhard met tegels en klinkers. In het pand aan de Abtswoudseweg 4a-4d (perceel 1585) is momenteel een keukenzaak gevestigd. Het pand is verhard met tegels. Het buitenterrein is verhard het klinkers. Het ‘Flier-terrein’ betreft het terrein van Abtswoudseweg 4e/4f (perceel 1584). In het pand op dat perceel is een werkplaats aanwezig. Het pand is geheel voorzien van een betonvloer. Ook het buitenterrein aan de straatzijde is verhard met beton. Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
pag. 2 van 18
2.2
Beschrijving uitkomsten vooronderzoek NEN 5725
Uit het in 2017 uitgevoerde vooronderzoek is gebleken dat op de noordelijke percelen 1360 en 2633 (Broos) in het verleden een vier- tot achttal ondergrondse brandstoftanks aanwezig zijn geweest, alsmede 9 à 10 afleverpompen. De tanks zijn in 1986 verwijderd, waarbij in de bodem visueel geen verontreiniging waargenomen zou zijn. Ook zou op het terrein steenkool opgeslagen, gebroken, gezeefd en getransporteerd zijn geweest. Voor zover bekend zijn er op de percelen 1360 en 2633 geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Op het perceel 1585 (Broos) is in het verleden een klein tankstation aanwezig geweest. Aan de straatkant lagen 2 ondergrondse tanks met vulpunten. De afleverzuil bevond zich op het aangrenzende terrein van nr. 4e/4f. De ontluchtingspunten en afleverzuilen bevonden zich langs de openbare weg. Voor zover bekend zijn de tanks nog aanwezig. In het pand van nr. 4e/4f is in het verleden een garagebedrijf gevestigd geweest. Uit een verkennend bodemonderzoek in 2010 (CSO, kenmerk 09L296-01) bleek dat de grond en het grondwater ter plaatse van de tanks op het terrein van Broos (Abtswoudseweg 4a/4d) matig tot sterk verontreinigd waren met minerale olie en benzeen. Het is aannemelijk om te veronderstellen dat de matige tot sterke verontreiniging in de grond ook aanwezig was op het perceel van nr. 4e/4f. In 2010 zijn ter plaatse van het pand van nr.
4e/4f lichte verontreinigingen met VOCl aangetoond in de grond en in het grondwater. Voor zover bekend zijn er na 2010 geen (aanvullende) bodemonderzoeken uitgevoerd. Op het westelijke terreindeel is in het verleden een sloot aanwezig geweest, welke in een U-vorm was gelegen. Omdat niet bekend is waarmee de sloot is gedempt, is het tracé verdacht voor verontreiniging. 2.3
Beschrijving toekomstige situatie
Gepland is de sloop van de huidige opstallen, waaronder ook de aangrenzende opstallen waarin Borent en Kwikfit zijn gevestigd (Abtswoudseweg 2a/2b, 2d/4 en Zuideinde 104/105 en Zuideinde 117), waarna nieuwbouw zal plaatsvinden. Gepland is de realisatie van een halfverdiepte parkeergarage met een oppervlakte van ca. 5.200 m2, met daar bovenop 120 appartementen in 4 gebouwen. 2.4
Regionale bodemkwaliteit (bodemkwaliteitskaart)
Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Delft blijkt dat de onderzoekslocatie gelegen is in zone 02 ‘Industrie/bedrijven 1940 – 1960’. Van deze zone is bekend dat die in het verleden ca. 1 à 1,5 m-mv is opgehoogd, waarbij het ophoogmateriaal plaatselijk puinhoudend kan zijn. De bovengrond valt in bodemkwaliteitsklasse Wonen+, de ondergrond in bodemkwaliteitsklasse Wonen. Op basis van de bodemkwaliteitskaart worden in de bovengrond lichte verontreinigingen met koper, zink en PAK verwacht. In de ondergrond worden lichte verontreinigingen met koper, kwik, zink, PAK en minerale olie verwacht. Ten overvloede wordt opgemerkt dat een bodemkwaliteitskaart alleen een verwachting van de algemene diffuse bodemkwaliteit in een bepaald gebied of zone geeft en geen uitspraak doet over de bodemkwaliteit op perceelniveau.
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
pag. 3 van 18
2.5
Bodemopbouw en geohydrologie
Ter plaatse van het plangebied is sprake van een Holocene deklaag met een dikte van ca. 17 meter, bestaande uit zandige, kleiige en/of venige afzettingen. De deklaag wordt gevolgd door een watervoerend pakket, bestaande uit de zandige afzettingen van de Formatie van Kreftenheye. Het watervoerende pakket heeft een dikte van tenminste 15 meter (tot ca. 32 m-mv). De stromingsrichting van het freatische grondwater is niet eenduidig en wordt beïnvloed door lokale factoren en omstandigheden, zoals ondergrondse obstakels en infrastructuur en de nabijgelegen Delftse Schie. De stromingsrichting van het diepere grondwater in het eerste watervoerende pakket is in noordelijke richting. Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
pag. 4 van 18
3. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740
3.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Uit het verrichte vooronderzoek volgt dat op de onderzoekslocatie in het algemeen sprake is van een diffuse, binnenstedelijke verontreiniging en dat rekening gehouden dient te worden met in ieder geval licht verhoogde gehalten aan voornamelijk zware metalen en PAK. Vanwege bijmengingen met bodemvreemd materiaal (m.n. puin) is de locatie tevens verdacht voor een bodemverontreiniging met asbest. Behalve de verwachte lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en asbest zijn er vanuit het vooronderzoek verder de volgende aandachtspunten: • Terrein Broos (percelen 1360 en 2633): de bodem op het terreindeel langs het Zuideinde is verdacht voor een verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten, vanwege de voormalige ondergrondse brandstoftanks en afleverzuilen. • Terrein Broos (perceel 1585) / terrein Flier (perceel 1584): de bodem ter plaatse is verdacht voor een verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten, vanwege de in 2010 aangetoonde verontreinigingen bij het voormalige tankstation op het betreffende terreindeel. • De bodem ter plaatse van het pand van Flier (perceel 1584) is verdacht voor lichte verontreinigingen met VOCl. Binnen de verschillende terreindelen worden de aanwezige specifieke verdachte puntbronnen afzonderlijk onderzocht.
Vooralsnog worden die verdachte punten onderzocht conform de onderzoeksstrategie voor een ‘verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting en een duidelijke verontreinigingskern’ (VEP). We gaan er, onder andere op basis van eerdere onderzoeken en het feit dat het gebied in het verleden opgehoogd is met puinhoudende grond, vanuit dat binnen de onderzoekslocatie sprake zal zijn van een (integrale) diffuse binnenstedelijke verontreiniging met voornamelijk zware metalen en PAK die niet specifiek toe te schrijven is aan de (voormalige) bedrijfsactiviteiten. De onderzoekslocatie wordt, voor wat betreft de algemene bodemkwaliteit, beschouwd als één onderzoeksgebied en zal worden onderzocht conform de onderzoeksstrategie voor een ‘diffuus belaste, niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging’ (VED-HE-NL). In onderstaande tabel is aangegeven welke werkzaamheden en analyses minimaal verricht worden. Tabel 1 Veldwerkzaamheden en analyses Locatie
Strategie
Veldwerk boringen
Analyses
peilbuizen
bg/vd
og/vd
gw
Terreindeel Broos (percelen 1360, 1585, 2633) Voorterrein met vml. tanks en pompen, opp. ca. 1.000 m2
VED-HE-NL
4x 1,5 m-mv * 3x 3,5 m-mv *
1x
3x OVAK
4x OVAK
1x OVAK
Achterterrein met vml. kolenopslag, opp. ca. 500 m2
VEP
4x 1,0 m-mv *
-
1x NENG
-
-
Slootdemping
Maatwerk
6x 2,0 m-mv $
-
-
2x NENG
-
Vml. tankstation Actualisatie straatzijde perceel 1585 Terreindeel Flier (perceel 1584)
4x 3,5 m-mv
Herbem. pb3c
1x OVAK
4x OVAK
1x OVAK
Garage/werkplaats, opp. ca. 380 m2
VEP
3x 0,5 m-vd 2x 2,0 m-mv
Herbem. pb4 en pb5
1x NENG 2x VAK/VOCl
1x OVAK 1x VOCl
2x NENW
Vml. tankstation straatzijde
Actualisatie
3x 3,5 m-mv
Herbem. pb1a, en pb2
1x OVAK
3x OVAK
2x OVAK
i.c.m. Broos en Flier
2x NENG
2x NENG
i.c.m. Broos en Flier
Algemene bodemkwaliteit terrein Broos en Flier Opp. 4.181 m2
VED-HE-NL
ca. 5x 1,0 mmv **
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
pag. 5 van 18
Verklaring tabel: m-mv: meter-maaiveld NENG :
bg: bovengrond
og: ondergrond
gw: grondwater
standaard pakket grond (droge stofgehalte, organisch stof- en lutumgehalte, 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), polychloorbifenylen (PCB), minerale olie) standaard pakket grondwater (9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl, 11 stuks), minerale olie) in combinatie met andere boringen binnen hetzelfde terreindeel waar mogelijk in combinatie met onderzoek algemene bodemkwaliteit gehele plangebied in combinatie met de overige deellocaties en aangevuld tot de onderzoeksinspanning die hoort bij deze oppervlakte minerale olie en vluchtige aromaten (grond incl. organisch stofgehalte) vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen) vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen
NENW :
$ : * : ** : OVAK : VAK : VOCl :
3.2
vd: verdachte laag
Uitvoering veldwerk
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2002. De uitvoerend veldmedewerker van Inventerra, dhr. P. van Achterberg, is voor deze werkzaamheden geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving. Op 8, 9 en 10 oktober 2018 zijn in totaal 36 boringen (boringen 1a, 301 t/m 318, 401 t/m 109 en 503 t/m 510) geplaatst, in diepte variërend van 1,0 – 3,2 m-mv. De peilbuizen 1a en 5 bleken niet meer aanwezig te zijn op locatie. De boringen 1a, 306 en 402 (ter plaatse van de niet meer aanwezige pb5) zijn afgewerkt met een peilbuis en samen met de bestaande peilbuizen 2, 3c en 4 gebruikt voor het grondwateronderzoek. De situering van de boringen en peilbuizen en enkele overzichtsfoto’s zijn weergegeven in bijlage 1. Het omhoog gebrachte bodemmateriaal is ter plaatse zintuiglijk beoordeeld, de vrijgekomen grond is geclassificeerd en bodemvreemde elementen en waarneembare afwijkingen (zoals kleur, geur, bijmengingen, verontreinigingen) zijn beschreven in boorprofielen, welke in bijlage 2 zijn bijgevoegd. Bij iedere boring zijn monsters genomen van de te onderscheiden bodemlagen. De bodem op de locatie is wisselend van opbouw, maar bestaat globaal uit een in dikte variërende zandige toplaag, gevolgd door veen en/of klei.
Bij het merendeel van de boringen is vanaf maaiveld tot een diepte van 1,0 à 1,5 m-mv een zwakke tot sterke bijmenging met puin in de grond waargenomen. Tevens is bij de boringen 1a, 304, 306, 309, 315 t/m 318, 408, 409, 503, 504, 506 en 507 visueel een verontreiniging met olie waargenomen in de vorm van zwakke tot sterke oliewaterreacties. Het grondwater bevond zich tijdens het veldwerk op een diepte van 0,9 à 1,2 m-mv. Het grondwater uit de bestaande peilbuizen 2, 3c en 4 is bemonsterd op 3 oktober 2018. Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen 1a, 306 en 402 is op 17 oktober 2018 zorgvuldig afgepompt en bemonsterd. De resultaten van de veldmetingen en eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 2 Resultaten veldmetingen en waarnemingen tijdens monstername grondwater Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU) #
Bijzonderheden
1A
1,80 - 2,80
1,20
7,1
993
8,9
-
2
2,00 - 3,00
1,10
7,3
955
8,9
-
3C
2,00 - 3,00
1,10
7,2
1003
8,6
-
4
1,50 - 2,50
0,90
7,2
893
7,6
-
306
1,40 - 2,40
0,65
6,9
867
8
-
402
1,70 - 2,70
1,10
7,2
844
7,6
-
Verklaring tabel: EGV: elektrisch geleidend vermogen #: bij een NTU >10 dient grondwater als troebel te worden beschouwd
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
pag. 6 van 18
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen van de proceseisen opgetreden. 3.3 Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters en de uitgevoerde analyses. De analyseresultaten zijn getoetst aan het vigerende bodembeleid en zijn eveneens weergegeven in de tabel. Daarbij zijn alleen de parameters vermeld die verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrond- c.q. streefwaarde(n). De volledige analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. In bijlage 4 is het wettelijk toetsingskader beschreven en is de uitgebreide toetsing van de analyseresultaten bijgevoegd. Tabel 3 Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten Grond
Boring met traject (m-mv)
Analyse
Toelichting
> AW
> T
> I
Minerale olie (0,26)
-
-
-
-
-
Voorterrein Broos met vml. tanks en pompen, opp. ca. 1.000 m2 Visueel met olie 304-2
304 (0,80 - 1,00)
OVAK
verontreinigd, rondom grondwater Ondergrond
305-1
305 (2,50 - 2,70)
OVAK
voormalige tanks, visueel on verdacht Ondergrond
306-1
306 (0,80 - 1,00)
OVAK
voormalige tanks, visueel verontreinigd
-
Minerale olie (0,54)
-
met olie Ondergrond 306-2
306 (2,50 - 2,70)
OVAK
voormalige tanks,
Minerale olie (0,04)
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
visueel on verdacht Ondergrond 307-1
307 (2,50 - 2,70)
OVAK
voormalige tanks, visueel on verdacht Ondergrond
308-1
308 (2,50 - 2,70)
OVAK
voormalige tanks, visueel on verdacht
Achterterrein Broos met vml. kolenopslag, opp. ca. 500 m2 309 (0,08 - 0,50) MM3
311 (0,08 - 0,50)
NENG
312 (0,08 - 0,50)
Puinhou dend
PCB (0,02)
bovengrond vm l.
Minerale olie (0,06)
kolenopslag
Zink (0,08)
Slootdemping PCB (0,14) Minerale olie (0,27) MM2
312 (0,50 - 1,00) 314 (0,50 - 1,00)
NENG
Puinhou dend veen slootdempin g
Koper (0,11) Zink (0,12) Kwik (0,01) Lood (0,16) PAK (0,15)
315-2
315 (0,50 - 1,00)
Minerale olie
Puinhoudende klei
Minerale olie (0,13)
slootdemping, visueel verontreinigd met olie
Vrml. tankstation straatzijde perceel 1585 (Broos) Ondergrond 316-1
316 (1,20 - 1,40)
OVAK
voormalige tanks, visueel verontreinigd met olie Ondergrond
317-1
317 (1,20 - 1,40)
OVAK
voormalige tanks, visueel verontreinigd met olie
Minerale olie (0,25) Ethylbenzeen (0,17) Tolueen (0,01) Xylenen (0,38) PAK (0,16) Minerale olie (0,32) Ethylbenzeen (0,01) Xylenen (0,02)
Ondergrond 317-2
317 (3,00 - 3,20)
OVAK
voormalige tanks,
-
visueel on verdacht
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
pag. 7 van 18
Ondergrond 318-1
318 (1,20 - 1,40)
OVAK
voormalige tanks,
Minerale olie (0,03)
visueel verontreinigd
Ethylbenzeen (-)
-
-
> T
> I
Lood (0,68)
-
met olie
Vervolg tabel 3 Grond
Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten Boring met traject (m-mv)
Analyse
Toelichting
> AW
Garage/werkplaats terrein Flier, opp. ca. 380 m2 401 (0,12 - 0,50)
Minerale olie (0,02)
402 (0,15 - 0,50) MM1
403 (0,12 - 0,50)
NENG
404 (0,19 - 0,50)
Puinhou dende
Koper (0,21)
bovengrond onder
Zink (0,3)
betonvloer pand Flier
Kwik (0,03)
405 (0,12 - 0,50)
PAK (0,38) Actualisatie
402-1
402 (0,20 - 0,40)
VAK/VOCl
verhoogde geha lten
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
VOCl 2010 Actualisatie 402-2
402 (1,20 - 1,40)
VAK/VOCl
verhoogde geha lten VOCl 2010 Actualisatie
405-1
405 (1,20 - 1,40)
VAK/VOCl
verhoogde geha lten VOCl 2010
Vrml. tankstation straatzijde perceel 1584 (Flier) Ondergrond voormalig 406-1
406 (1,20 - 1,40)
OVAK
tankstation, visueel onverdacht Ondergrond voormalig
407-1
407 (1,20 - 1,40)
OVAK
tankstation, visueel onverdacht Ondergrond voormalig
408-1
408 (1,20 - 1,40)
OVAK
tankstation, visueel
Xylenen (-)
onverdacht
Minerale olie (0,61)
-
Ondergrond 408-2
408 (2,80 - 3,00)
OVAK
voormalige tanks, visueel verontreinigd
-
-
-
-
-
met olie 409-1
409 (1,20 - 1,40)
OVAK
Ondergrond voormalig
Minerale olie (0,28)
tankstation, visueel
Ethylbenzeen (-)
onverdacht
Xylenen (0,01)
Algemene bodemkwaliteit terrein Broos en Flier, opp. 4.182 m2 314 (0,10 - 0,50)
PCB (0,02)
315 (0,08 - 0,50) MM4
506 (0,08 - 0,50) 508 (0,08 - 0,50)
Puinhou dend NENG
bovengrond zuidelijk terrein Broos (zand)
509 (0,08 - 0,50) 510 (0,10 - 0,50)
Minerale olie (0,07) Kobalt (-) Nikkel (0,17)
Koper (4,03) -
Zink (1,06) Lood (1,01)
Kwik (0,02) PAK (0,3) Minerale olie (0,02)
MM5
508 (0,50 - 1,00) 509 (0,50 - 1,00)
NENG
Puinhou dend
Koper (0,14)
ondergrond zuidelijk
Zink (0,25)
terrein Broos (klei)
Cadmium (0,01)
Lood (0,57) PAK (0,58)
-
Kwik (0,02) PCB (0,01) 311 (0,50 - 1,00) MM6
313 (0,50 - 1,00)
Puinhou dende NENG
510 (0,50 - 1,00)
ondergrond terrein Broos (veen)
Minerale olie (0,02) Kobalt (0,01)
Zink (0,6)
Nikkel (0,09)
Lood (0,54)
Koper (1,8)
Cadmium (-) Kwik (0,01) PCB (0,16)
MM7
303 (0,10 - 0,30) 304 (0,10 - 0,30)
NENG
Puinhou dend
Minerale olie (0,02)
bovengrond noordelijk
Zink (0,07)
terrein Broos (zand)
Kwik (-)
-
-
-
-
Lood (0,19) MM8
503 (0,10 - 0,50) 505 (0,10 - 0,50)
Onverdachte NENG
bovengrond noordelijk
-
terrein Broos (zand)
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
pag. 8 van 18
Vervolg tabel 3 Grond
Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten Boring met traject (m-mv)
Analyse
Toelichting
> AW
> T
> I
Kwik (-)
-
-
Xylenen (0,02)
-
Puinhou dende 503-2
503 (0,50 - 1,00)
NENG
ondergrond noordelijk terrein Broos Toplaag noordelijk
504-1
504 (0,20 - 0,40)
OVAK
terrein Broos, visueel verontreinigd met olie Ondergrond zuide lijk
507-1
507 (0,80 - 1,00)
OVAK
terrein Broos, visueel
-
verontreinigd met olie Grondwater
1A-1-1
Filterstelling ( m-mv)
1,80 - 2,80
Analyse
OVAK
2-1-1
2,00 - 3,00
OVAK
3C-1-1
2,00 - 3,00
OVAK
4-1-1
1,50 - 2,50
NEN W
306-1-1
1,40 - 2,40
OVAK
Toelichting Voormalig tankstation Broos/Flier
> S
Minerale olie (0,75)
> I
Xylenen (0,01)
-
-
Nafta leen (0,02) Xylenen (0,01)
Benzeen
Nafta leen (0,01)
(0,56)
Voormalig tankstation Broos/Flier
-
> T
Broos/Flier
Broos/Flier
(4,87)
Benzeen (0,05)
Voormalig tankstation
Voormalig tankstation
Minerale olie
-
Benzeen (0,02) Xylenen (0,01)
-
-
Barium (0,21)
-
-
Minerale olie (-)
-
-
-
-
Naftaleen (-)
Voormalige tanks en afleverzuilen voorterrein Broos 402-1-1
1,70 - 2,70
NEN W
Garage/werkplaats
Barium (0,08)
terrein Flier
Naftaleen (-)
Verklaring tabel: NENG : standaard pakket grond (9 zware metalen, PAK, PCB en minerale olie), organische stof en lutum NENW : standaard pakket grondwater (9 zware metalen, vluchtige aromatische en gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie) OVAK : minerale olie en vluchtige aromaten (grond incl. organisch stofgehalte) VAK : vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen) VOCl : vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
pag. 9 van 18
4. AANVULLEND BODEMONDERZOEK (MAATWERK)
4.1
Uitvoering veldwerk
Op basis van de uitkomsten van het verkennend bodemonderzoek, waarbij plaatselijk een matige tot sterke verontreiniging met minerale olie is aangetoond en waarbij diverse mengmonsters matig tot sterk verontreinigd bleken met zware metalen en/of PAK, is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Het aanvullend bodemonderzoek bestond in eerste instantie uit het uitsplitsen van de matig tot sterk verontreinigde mengmonsters, waarbij de betreffende deelmonsters separaat geanalyseerd zijn op zware metalen en/of PAK. Vervolgens zijn op 15, 16 en 17 januari 2019 aanvullende boringen geplaatst om de aangetoonde verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie verder in kaart te brengen. In totaal zijn voor het verder in kaart brengen van de verschillende verontreinigingen 37 boringen (601 t/m 637) geplaatst met een diepte tussen 1,5 en 2,7 m-mv. De boringen 603, 604 en 635 zijn afgewerkt als peilbuis voor het grondwateronderzoek. De tijdens het verkennend bodemonderzoek waargenomen bijmenging met bodemvreemd materiaal is bij het plaatsen van de boringen van het aanvullend bodemonderzoek opnieuw waargenomen. Verder is bij de boringen 604, 613, 614, 615, 617 en 632 t/m 636 visueel een verontreiniging met olie waargenomen in de vorm van zwakke tot sterke oliewaterreacties. Het grondwater uit de bestaande peilbuizen 603, 604 en 635 is bemonsterd op 25 januari 2019.
De resultaten van de veldmetingen en eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4 Resultaten veldmetingen en waarnemingen tijdens monstername grondwater Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH
EGV (µS/cm)
603
1,50 - 2,50
1,00
7,3
1274
11
-
604
1,70 - 2,70
1,10
7,2
1402
9,4
-
635
1,10 - 2,10
0,85
6,9
1111
14
-
Peilbuis
Troebelheid (NTU) #
Bijzonderheden
Verklaring tabel: EGV: elektrisch geleidend vermogen #: bij een NTU >10 dient grondwater als troebel te worden beschouwd
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen van de proceseisen opgetreden. 4.2
Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek
In navolgende tabel is een overzicht opgenomen van de tijdens het aanvullend onderzoek geanalyseerde grond- en grondwatermonsters en de uitgevoerde analyses. De analyseresultaten zijn getoetst aan het vigerende bodembeleid en zijn eveneens weergegeven in de tabel. Daarbij zijn alleen de parameters vermeld die verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrond- c.q. streefwaarde(n). De volledige analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. In bijlage 4 is het wettelijk toetsingskader beschreven en is de uitgebreide toetsing van de analyseresultaten bijgevoegd.
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
pag. 10 van 18
Tabel 5 Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten Grond
Boring met traject (m-mv)
Analyse Koper, lood,
311-2
311 (0,50 - 1,00)
313-2
313 (0,50 - 1,00)
314-1
314 (0,10 - 0,50)
315-1
315 (0,08 - 0,50)
401-1
401 (0,12 - 0,50)
Lood
402-3
402 (0,15 - 0,50)
403-1
403 (0,12 - 0,50)
404-1
404 (0,19 - 0,50)
405-2
405 (0,12 - 0,50)
506-1
506 (0,08 - 0,50)
508-1
508 (0,08 - 0,50)
508-2
509-1
508 (0,50 - 1,00)
509 (0,08 - 0,50)
509-2
509 (0,50 - 1,00)
510-1
510 (0,10 - 0,50)
510-2
510 (0,50 - 1,00)
601-2
601 (0,50 - 1,00)
zink Koper, lood, zink Koper, lood, zink Koper, lood, zink
Toelichting Uitsplitsing MM6 (VO) Uitsplitsing MM6 (VO) Uitsplitsing MM4 (VO) Uitsplitsing MM4 (VO)
> AW Koper (0,15) Zink (0,26) Lood (0,25) Zink (-) Lood (0,12) Koper (0,45) Zink (0,21)
> T
> I
Lood (0,52)
-
Zink (0,97)
Koper (6,27)
-
-
-
Lood (1,07)
Uitsplitsing MM1 (VO)
Lood (0,02)
-
-
Lood
Uitsplitsing MM1 (VO)
-
-
Lood (1,08)
Lood
Uitsplitsing MM1 (VO)
Lood (0,17)
-
-
Lood
Uitsplitsing MM1 (VO)
Lood (0,49)
-
-
Lood
Uitsplitsing MM1 (VO)
Lood (0,26)
-
-
Uitsplitsing MM4 (VO)
Lood (0,14)
Zink (1)
Koper (7,55)
-
-
Lood (0,77)
-
-
-
-
Koper, lood, zink Koper, lood, zink Lood, PAK Koper, lood, zink Lood, PAK Koper, lood, zink Koper, lood, zink Zware meta len
Koper (0,02) Uitsplitsing MM4 (VO)
Zink (0,21) Lood (0,34)
Uitsplitsing MM5 (VO)
PAK (0,02) Koper (0,19)
Uitsplitsing MM4 (VO)
Zink (0,24) Lood (0,1)
Uitsplitsing MM5 (VO)
Lood (0,16)
PAK (1)
Uitsplitsing MM4 (VO)
-
Lood (0,69)
Uitsplitsing MM6 (VO) Afperking (V)
Zink (0,14) Lood (0,13) Koper (0,35) Kwik (0,03)
Koper (23,83) Zink (3,8)
-
Koper (1,16)
Lood (0,79)
-
Kobalt (0,1) 602-1
602 (0,19 - 0,50)
Zware meta len
Afperking (H)
Nikkel (0,09)
Koper (0,74)
Zink (0,45)
Lood (0,52)
-
Kwik (0,22) 603-1
603-2
603 (0,20 - 0,50)
603 (0,50 - 1,00)
603-3
603 (1,00 - 1,50)
604-2
604 (0,20 - 0,70)
604-3
604 (0,70 - 1,00)
605-2
605 (0,50 - 1,00)
605-3
605 (1,00 - 1,50)
606-1
606 (0,10 - 0,50)
606-2
606 (0,50 - 1,00)
609-1
609 (0,08 - 0,50)
Zware meta len Zware meta len Zware meta len Zware meta len Zware meta len Zware meta len Zware meta len Zware meta len Zware meta len Zware meta len
Koper (0,11) Afperking (H)
Zink (0,02)
-
-
Koper (2,83)
-
-
Zink (0,24) Afperking (H)
Kwik (0,01) Lood (0,2)
Afperking (V)
Kobalt (0,04)
Afperking (H)
Nikkel (0,2)
Koper (82,27) -
Kwik (0,01) Afperking (V) Afperking (H)
Koper (0,47) Kwik (0,01) Zink (0,16) Kwik (0,02)
Zink (1,36) Lood (1,12)
Lood (0,77)
-
Lood (0,56)
Koper (1,17)
-
-
-
Koper (1,99)
Koper (0,88)
-
-
-
Koper (0,11) Afperking (V)
Kwik (-) Lood (0,03) Zink (0,18)
Afperking (H)
Kwik (0,02) Lood (0,28)
Afperking (V) Afperking (H)
Kwik (0,01) Lood (0,23) -
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
-
Lood (0,04)
pag. 11 van 18
Vervolg tabel 5 Grond
Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten
Boring met traject (m-mv)
Analyse
Toelichting
> AW
> T
> I
-
-
-
-
-
-
-
-
Koper (0,03) Zink (0,3) 609-2
609 (0,50 - 1,00)
Zware metalen
Afperking (H)
Cadmium (0,01) Kwik (-) Lood (0,11) Kobalt (0,13) Koper (0,19)
610-2
610 (0,50 - 1,00)
Zware metalen
Afperking (H)
Zink (0,14) Kwik (0,01) Lood (0,17) Zink (0,17)
611-1
611 (0,08 - 0,50)
Zware metalen
Afperking (H)
Kwik (-) Lood (0,05) Koper (0,42)
611-2
611 (0,50 - 1,00)
Zware metalen
Afperking (H)
Zink (0,16) Kwik (0,01) Lood (0,2) Kobalt (0,05)
612-2
612 (0,50 - 1,00)
Zware metalen
Afperking (H)
613-1
613 (0,08 - 0,50)
Zware metalen
Afperking (H)
614-2
614 (0,50 - 1,00)
Zware metalen
Afperking (V)
Nikkel (0,14)
Koper (0,65)
Zink (0,1)
Lood (0,79)
-
Kwik (0,01) Kwik (0,01) Lood (0,25)
-
-
Koper (0,73)
-
-
Koper (2,25)
Koper (0,72)
-
-
Koper (1,6)
Kobalt (0,02) 615-1
615 (0,08 - 0,50)
Zware metalen
Afperking (H)
Zink (0,11) Kwik (0,01) Lood (0,11) Kobalt (0,01)
616-1
616 (0,08 - 0,50)
Zware metalen
Afperking (H)
Zink (0,09) Kwik (0,01) Lood (0,05) Nikkel (0,02)
617-1
617 (0,08 - 0,50)
Zware metalen
Afperking (H)
Zink (0,31) Kwik (-) Lood (0,05) Kobalt (0,05)
617-2
617 (0,50 - 1,00)
Zware metalen
Afperking (V)
Nikkel (0,32) Cadmium (0,2)
Koper (6,01) -
Zink (2,45) Lood (2,11)
Kwik (0,01) Zink (0,11) 618-1
618 (0,08 - 0,50)
Zware metalen
Afperking (H)
Kwik (0,01)
-
Koper (1,3)
-
Koper (7,49)
-
Koper (10,7)
Lood (0,2) Kobalt (0,04) Nikkel (0,05) 619-1
619 (0,08 - 0,50)
Zware metalen
Afperking (H)
Zink (0,26) Kwik (0,01) Lood (0,44) Kobalt (0,02) Zink (0,39)
620-1
620 (0,08 - 0,50)
Zware metalen
Afperking (H)
Cadmium (0,01) Kwik (0,01) Lood (0,16) Kobalt (0,03)
621-1
621 (0,08 - 0,50)
Zware metalen
Afperking (H)
Nikkel (0,08) Kwik (0,04) Kobalt (0,01)
622-1
622 (0,08 - 0,50)
Zware metalen
Afperking (H)
Koper (0,31) Kwik (0,02) Kobalt (0,01)
623-2
623 (0,50 - 1,00)
Zware metalen
Afperking (H)
Zink (0,35) Kwik (0,02)
623-3
623 (1,00 - 1,50)
Zware metalen
Afperking (V)
-
Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft 18-2318-R01JV
Zink (0,61) Lood (0,88) Zink (0,69) Lood (0,65) Koper (0,87) Lood (0,84) -
Koper (4,11)
-
-
-
pag. 12 van 18
Vervolg tabel 5 Grond
Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten Boring met traject (m-mv)
Analyse
Toelichting
Zware metalen
Afperking (H)
> AW
> T
Kobalt (0,04) 624-2
624 (0,50 - 1,00)
Nikkel (0,23)
Zink (0,62)
Kwik (0,03)
> I Koper (1,91) Lood (1,65)
Koper (0,25) 625-2
625 (0,50 - 1,00)
Zware metalen
Afperking (H)
Zink (0,16)
Lood (0,76)
-
Lood (0,71)
-
-
-
Kwik (0,02) Koper (0,28) 626-1
626 (0,08 - 0,50)
Zware metalen
Afperking (H)
Zink (0,37) Kwik (0,01)
626-3
626 (1,00 - 1,50)
Zware metalen
Afperking (H)
628-2
628 (0,50 - 1,00)
Zware metalen
Afperking (H)
Kobalt (0,01) Nikkel (0,02)