Bijlagen toelichting gevoegd en verkleind
Tekst van het document
LEGENDA Dorpel 0.20+
vaste planten (daktuin) systeem Lageschaar lage heesters (daktuin) meerstammige boom/heester (daktuin) gras (volle grond)
E
lage heesters (volle grond) 0.38+
opgaande heesters (volle grond)
Vloerpeil BGG 0.40+ NAP
0.30+
beplanting particuliere tuintjes 1.53+
maaiveld 0.40+ 1.50+
boom met sierwaarde (parkboom)
0.38+
laanboom Abtswoudseweg (gemeente) Alnus incana
1.45+
1.50+
1.53+
E''
beukenhaag dubbele rij, 7st/m1 1.53+
1.45+ 1.90+
VERHARDING
1.48+
trottoirband 180/200x250x1000 beton, kleur grijs
1.53+ 0.38+
1.40+
1.52+
1.55+
1.53+
opsluitband 120x250x1000 beton, kleur grijs
1.48+
1.48+
opsluitband 10x200x1000 beton, kleur grijs
1.52+
1.60+
1.50+ Vloerpeil BGG 0.40+ NAP
1.70+
gebakken klinkers KF als bestaand elleboogverband rondom strekkenlaag
1.80+ 1.48+
1.55+
1.90+
0.38+ 1.90+
gebakken klinkers DF Elleboogverband rondom strekkenlaag en koprollaag
1.50+ 1.60+ 1.53+ 1.60+
1.70+
Dorpel 0.50+
gebakken klinkers DF halfsteensverband rondom strekkenlaag
1.48+
1.90+ 1.48+
1.53+
D
1.90+
1.53+ 1.50+
BSS grijs elleboogverband als bestaand Laan van Braat
1.48+
1.60+
1.52+
1.48+
1.53+
1.90+
1.50+
betontegels 1200x600x70 (daktuin) (hardsteenkleur) Schellevis Oud Hollands beton Kleur Carbon
1.40+ 1.48+
1.48+
1.70+ 1.40+
1.52+ 1.90+ 1.53+
rollaag gebakken klinkers DF
1.90+ 1.80+
1.48+ 1.48+
1.40+
NCB klinker (grasklinker) open
1.52+
1.70+
1.60+ 1.53+ 1.48+
1.55+ 1.52+
NCB klinker dicht
1.70+ 1.60+
Dorpel 0.40+
Vloerpeil BGG 0.40+ NAP
1.53+
1.80+
1.48+
1.53+ 0.38+
Molgoot NCB klinker
1.48+
C 0.38+
betontegels 400x400x50, buitenrand 80 dik oud hollands beton fa. Schellevis kleur Taupe
1.53+
D''
betontegels 300x300x45 kleur grijs
0.75
C''
0.38+
nokkentegels 300x300x80 grijs A
grindstrook langs gevel B
Vloerpeil BGG 0.40+ NAP
tribune-elementen met trap 600x400x2000 beton (hardsteenkleur)
0.38+
L-element beton, 1250 hoog B''
picknickset 3m lang Grijsen Plane, poten RAL 9011
0.20+
bank 3m lang Grijsen Plane, poten RAL 9011
0.04-
fietsnietjes rvs, 60 cm breed A''
afzetpaal cortenstalen ring tbv meerstammige bomen Ø 2500 locatie smartdrop (polderdaksysteem) definitieve locatie nog afstemmen met installateur ivm aansluiten op HWA Bolderarmatuur daktuin Bega 99719 met paal 99620 Grafiet Lichtmast 4m, type conform gemeentestandaard verkeerslicht Hekwerk dubbelstaafmat 1,80m, zwart aanbiedplaats rolcontainers
1.90+
aanlegpeil in meters t.o.v. NAP
1.55+
1,55+ 0.50+
0.95+ 0.40+
0.38+
0.26+
0.38
0.31+
0.19+ 0.04-
0.26+
0.30+
0.20+
0.20+
cortenstaal plantenbak project : Zuideinde Delft opdrachtgever : Van Mierlo
dak
3.20
1.00
2.00
klinkers
haag
trottoir
PROFIEL A-A'' SCHAAL 1: 100
3.90
5.60 rijweg
2.25 tegels
PROFIEL B-B'' SCHAAL 1:100
1.00 haag
3.00
2.00 trottoir
daktuin
trap/tribune
PROFIEL C-C'' SCHAAL 1:100
trottoir
3.40
5.40
terras
beplanting
PROFIEL D-D'' SCHAAL 1:100
4.00
2.80
3.20
6.05
5.00
0.70
wandelpad
beplanting
terras
rijweg NCB klinkers dichte verharding
molgoot + parkeren NCB klinkers open verharding
haag
PROFIEL E-E'' SCHAAL 1:100
datum : 28-02-2020 formaat : A0 schaal : 1: 200 tek. nr. : 190103 dwg-file : 190105DO.dwg getekend : wvr
Definitief Ontwerp
LINDELOOF TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN BV 015 2133 444
Marlotlaan 1G 2614 GV DELFT
info@josvandelindeloof.nl
Waterberging Zuideinde Delft
Datum: 11 februari 2020
1
Inhoudsopgave 1
2 3
4
Inleiding Aanleiding en doel Werking Polderdak® en Smart Flow Control Mogelijkheden huidig ontwerp Berekeningen Wateraanbod en -vraag tijdens het groeiseizoen Waterberging Conclusies en aanbevelingen
2 2 2 3 5 5 6 6
2
1
Inleiding Aanleiding en doel
Ontwikkelingscombinatie Zuideinde V.O.F. heeft MetroPolder Company BV gevraagd om de mogelijkheden uit te werken voor het dynamisch bergen van regenwater op het Zuideinde te Delft. Het betreffende ontwikkelingsproject is een nieuwbouwplan aan het Zuideinde in Delft. Het doel is om inzicht te krijgen in de waterbehoefte en -aanvoer van de beplanting op het dak van de parkeergarage. Deelvragen hierbij zijn: 1. Welke ruimte is er in het huidig ontwerp om regenwater op te vangen en te bufferen? 2. Wat is waterbehoefte van de daktuin? 3. Hoeveel regenwater kan er worden gebufferd? 4. Kan het gebufferde water worden ingezet voor het beregenen van de daktuin en het verminderen van wateroverlast?
Ambitie klimaatadaptatie gemeente Delft
Gemeente Delft stelt de perceeleigenaar/gebruiker primair verantwoordelijk voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein. Hieraan kan worden voldaan door het klimaat adaptief inrichten van locatie met als richtlijn het vasthouden en bergen van 400 m3 per hectare.
Werking Polderdak® en Smart Flow Control
Het Polderdak kan ingezet worden om water te bergen bij hevige neerslag en om de daktuinen te bevloeien. Het Polderdak bestaat uit waterberging in zogenaamde retentiekratten (te zien in Figuur 1) en een slimme stuw die het waterpeil in de berging automatisch en op afstand kan regelen. Onder de kratten wordt een wortel- en water werende dakbedekking aangelegd met daarop een beschermdoek. Bovenop de kratten komt een filtervlies met daarboven ofwel het substraat met de beplanting ofwel een verhard deel zoals een pad, terras of zonnepanelen. De beplanting kan het water direct opnemen vanuit de waterberging, zonder gebruik van pompen. De opbouw van het Polderdak is schematisch weergegeven in Figuur 2.
Figuur 1: Retentiekratten
3
Figuur 2: Voorbeeld opbouw Polderdak met beplanting
Voorgesteld wordt om de sturing als volgt in te richten: - Tijdens het groeiseizoen (1-3 tot 1-9) wordt zoveel mogelijk water vastgehouden door de Smart Flow Control, zodat dit gebruikt kan worden voor de waterbehoefte van de daktuinen. Bij een verwachting van hevige neerslag wordt de berging geheel of gedeeltelijk vrijgemaakt. - Buiten het groeiseizoen (1-9 tot 1-3) wordt de berging na een bui geleegd met een begrensd debiet, omdat er dan geen extra water nodig is voor de daktuin.
2
Mogelijkheden huidig ontwerp
Het huidige ontwerp bestaat uit woontorens met een parkeergarage. Op de parkeergarage wordt een daktuin aangelegd. Op het dak van de parkeergarage, zoals deze is aangegeven in Figuur 4, wordt een waterberging aangelegd die neerslag opvangt en hiermee de daktuin van water voorziet. De daktuin bestaat uit verharding, vaste planten/kruiden, lage heesters en meerstammige bomen.
Figuur 3: Principe doorsnede bij een krat van 150 mm (niet op schaal)
Uitgangspunten - Er wordt 400 mm hoogte gereserveerd voor de daktuin, waarvan 250 mm voor het substraat en 150 mm voor het krattensysteem. De gemiddelde substraathoogte over het gehele oppervlak is 260 mm (250 bij daktuin, 735mm bij bomen). - Het effectieve waterbergingspercentage van het substraat is 20%, het verzadigd gewicht is 1500 kg/m3. - Het dak van de parkeergarage wordt zonder afschot aangelegd. - Voor de ambitie klimaat adaptatie van de gemeente Delft gaan we er vanuit dat er 40 mm neerslag geborgen moet worden over het bebouwde oppervlak. Het niet-bebouwde
4
deel van het perceel bestaat uit een groenzone en open bestrating. We gaan er hier van uit dat hier natuurlijke infiltratie plaatsvindt. De volgende oppervlaktes worden aangehouden bij de berekening van de waterbalans. De gebruikte oppervlakten zijn overgenomen zoals aangegeven door Wouter Vroom van Van de Lindeloof op 31-01-2020. - Verharding (terrassen+paden): 915 m2. - Vaste planten/kruiden: 900 m2. - Lage heesters 440 m2. Voor de verdamping van de lage heesters nemen we een kroonprojectie aan van 660 m2. - Er zijn 8 stuks meerstammige bomen die geplant worden op 40 m2 met 735 mm substraat. We nemen aan dat er onder bomen vaste planten/kruiden en lage heesters groeien. Er zal door toevoeging van de bomen dus geen extra waterberging gecreëerd worden, maar er zal wel extra verdamping plaatsvinden. We nemen voor de verdamping van de meerstammige bomen aan dat de kroonprojectie van de bomen in totaal 80 m2 bedraagt. - In totaal is er 2255 m2 beschikbaar voor waterberging. Het begroeid oppervlak is 1340 m2, het oppervlak waarmee we rekenen voor de verdamping is 1640 m2. - Totaal dakoppervlak van daken B en D dat wordt aangesloten op de waterberging (zoals aangegeven in Figuur 2): 1734 m2. Totaal oppervlak van het perceel: 8043 m2. - De eis van 40 mm waterberging over het perceel resulteert in een vereiste waterberging van 321 m3. Tabel 1 Oppervlaktes daktuin parkeergarage
Onderdeel Parkeerdek Verharding Vaste planten/kruiden Lage heesters Meerstammige bomen Totaal
Oppervlak waterberging (m2) 915 900 440 0 2255
Oppervlak verdamping (m2) 0 900 660 80 1340
5
Figuur 4: Overzicht huidig ontwerp (P geeft het dak van de parkeergarage aan. A-B-C-D geven binnen de rode lijnen het dakoppervlak van de woontorens aan. Oppervlakken B en D worden aangesloten op de waterberging op vlak P).
3
Berekeningen Wateraanbod en -vraag tijdens het groeiseizoen
Voor een eerste inschatting van de waterbehoefte van de daktuin is de hoeveelheid verdamping bepaald met KNMI-gewasverdampinggegevens voor een gemiddeld jaar. In de berekening is het totale neerslagoverschot (neerslag minus verdamping) berekend over het groeiseizoen. Een negatief neerslagoverschot geeft aan dat er watertekort optreedt tijdens het groeiseizoen. In een gemiddeld jaar heeft de totale begroeiing een waterbehoefte van 646 m3 en valt er 624 m3 neerslag op het dak. Over het gehele dak van de parkeergarage is er tijdens het groeiseizoen dus niet voldoende neerslag. Tabel 2: Neerslag, verdamping en neerslagoverschot over het groeiseizoen (1/3-1/9) voor een gemiddeld jaar.
Dakvlak Parkeerdek Verharding Vaste planten/kruiden Lage heesters Meerstammige bomen Totaal
Neerslag (m3) 253 249 122 0 624
Verdamping (m3) 0 354 260 32 646
Overschot (m3) 253 -106 -138 -32 -22
Om voldoende neerslag te hebben tijdens het groeiseizoen, wordt de neerslag die op woontorens B en D (zoals aangegeven in Figuur 4) valt ook naar de waterberging geleid. Het oppervlak van de woontorens is aan de hand van de schaaltekening geschat op 1734 m2. In dit geval heeft de totale begroeiing in een gemiddeld jaar een waterbehoefte van 646 m3 en wordt er 1103 m3 neerslag geborgen op het dak. Over het gehele dak van de parkeergarage is er tijdens het groeiseizoen dus ruim voldoende neerslag voor de irrigatie van het groen tijdens het groeiseizoen.
6
Tabel 3: Neerslag, verdamping en neerslagoverschot over het groeiseizoen (1/3-1/9) voor een gemiddeld jaar als de daken van de woontorens B en D aangesloten worden op de waterberging
Dakvlak/ Onderdeel Parkeerdek Verharding Vaste planten/kruiden Lage heesters Meerstammige bomen Woontorens Totaal
Neerslag (m3)
Verdamping (m3)
Overschot (m3)
253 249 122 0 479 1103
0 354 260 32 0 646
253 -106 -138 -32 479 457
Waterberging
Op het dak van de parkeergarage kan met retentiekratten alternatieve waterberging gecreëerd worden. Het totale bergingsvolume op het dak van de parkeergarage bij toepassing van een 85mm hoge retentiekrat is 160 m3. Dit komt neer op 71 mm dynamische waterberging over het oppervlak van het dak van de parkeergarage. Het substraat dat gebruikt wordt, heeft ook een waterbergend vermogen. Als we uitgaan van een substraat met een gemiddelde hoogte van 260 mm en een waterbergingspercentage van 20 procent, dan kan er in totaal 92 m3 water geborgen worden in het substraat. Gezien over het hele oppervlak van het dak van de parkeergarage, kan er dan 252 m3 water geborgen worden, waarvan 160 m3 dynamisch. Berekend over het perceel kan er gemiddelde 31 mm water worden geborgen. Dit is minder dan de ambitie klimaat adaptatie van de gemeente. Tabel 4 Dynamische berging op het dak van de parkeergarage met 85 mm krat
Dakvlak Parkeerdek Verharding Vaste planten/kruiden Lage heesters Meerstammige bomen Totaal
Dynamische Waterberging (m3) 65 64 31 0 160
Waterberging in substraat (m3) 0 59 29 4 92
Om te kunnen voldoen aan de eis vanuit de gemeente, stellen we voor om in plaats van waterretentiekratten van 85mm op het dak van de parkeergarage kunnen kratten met een hoogte van 150 mm te gebruiken. De effectieve waterberging De extra dynamische waterberging die hiermee gerealiseerd kan worden is 300 m3. Nu is de dynamische berging over het perceel gemiddeld 41 mm. Er is in het ontwerp een vaste ruimte gereserveerd voor het Polderdak, waardoor er minder ruimte overblijft voor het substraat. De substraathoogte is 250 mm in de situatie met 150 mm hoge kratten. Er is in deze situatie 71 m3 waterberging in het substraat. Gezien over het hele oppervlak van het dak van de parkeergarage, kan er dan 371 m3 water geborgen worden, waarvan 300 m3 dynamisch. Berekend over het perceel kan er gemiddelde 46 mm water worden geborgen. Dit is ruim voldoende voor de ambitie klimaat adaptatie van de gemeente.
7
Tabel 5: Dynamische berging op het dak van de parkeergarage met 150 mm krat
Dakvlak Parkeerdek Verharding Vaste planten/kruiden Lage heesters Meerstammige bomen Totaal
4
Dynamische Waterberging (m3) 122 120 59 0 300
Waterberging in substraat (m3) 0 45 22 4 71
Conclusies en aanbevelingen
Om aan de ambitie voor waterberging van de gemeente te voldoen, wordt een Polderdak aangelegd met kratten van 150 mm. Hiermee wordt een dynamische waterberging gerealiseerd van 371 m3, waarvan 71 m3 water (statisch) geborgen wordt in het substraat. Gemiddeld over het perceel kan er 46 mm neerslag geborgen worden. Dit voldoet aan de eis van de gemeente van 40 mm. De berging kan met slimme sturing ingezet worden voor de opvang van extreme neerslag en voor de waterbehoefte van de beplanting op het dak. Voor een goede balans tussen regenwater en bevloeiing van de daktuin, worden de HWA’s van de daken van de woontorens B en D aangesloten op de waterberging. Zo is voldoende ruimte om water op te slaan voor bevloeiing van de daktuin in drogere periodes. Voor calamiteiten en perioden van droogte dient er een watertappunt geïnstalleerd te worden als terugvaloptie om de waterberging bij te kunnen vullen.
09-12-2022 09:31
Watersleutel
Watersleutel Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 9-12-2022
BP Hoek Abtwoudseweg Zuideinde
19 126 0 0 44
binnenstedelijke herontwikkeling
Watersysteem HAPLAP
polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied
mm/etmaal
19.2
kaart
GPG2011HAP I
Oppervlakteverdeling plangebied
HUIDIG
TOEKOMSTIG
Stedelijk verhard infrastr./bebouwing
m²
8377
7085
onverhard stedelijk
m²
0
1292
verhard glasgebied
m²
0
0
onverhard glasgebied
m²
0
0
Huidig, actueel klimaat, T10
Agrarisch glastuinbouw
Agrarisch gras, akkerbouw, natuur verhard landelijk
m²
0
0
onverhard landelijk
m²
0
0
huidig aanwezig water
m²
0
0
oppervlakte plangebied
m²
8377
Water
Totaal
Gebiedskenmerken
HUIDIG
8377 1
TOEKOMSTIG
gemiddeld maaiveld
NAP m
0.12
0.12
maatgevend peil
NAP m
-1.5
-1.5
m
1.62
1.62
gemiddelde drooglegging
Ontwikkeling, klimaat 2050,
Oppervlaktewater in m² Totaal kruimelgeval
Ontwikkeling
Klimaat 2050
0
-559
huidig aanwezig
0
0
totaal te realiseren
0
-559
559
0.0%
-6.7%
6.7%
extra te realiseren
aandeel plangebied
559
Waterberging in m³ Totaal extra te realiseren
kruimelgeval
Ontwikkeling 0.0
-241.3
Klimaat 2050 241.3
Grafieken dienen alleen ter ver
https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm
1/1
Groenbalans BP Hoek Abtswoudseweg Zuideinde (bij benadering op basis van inrichtingsplan, bouwtekeningen en rapportage waterberging) Kavel
naam
Bijdrage
Kaveloppervlak Opgave 50% intensief groen Aandeel groen collectieve tuin Onbebouwd Maatregelen Groen onbebouwd (intensief) Groen onbebouwd (extensief) Boom klein (4 m2 kroon na 5 jaar) Boom middel (8 m2 kroon na 5 jaar) Groene Haag <1,5 m hoog Groene Haag >1,5 m hoog Groene gevel (intensief) Groene gevel (extensief) Groen dak (intensief 30 cm substraat) Groen dak (extensief 10 cm substraat) Groen dak (extensief 5 cm substraat)
8337 m2 4169 m2 3255 3780 m2
restopgave
2073 m2
1000 m2 200 m2 aantal 33 aantal 120 m1 0 m1 0 m2 0 m2 1340 m2 325 m2 0 m2
3255
100% 50% 4 8 100% 100% 100% 50% 100% 50% 25%
1000 100 0 264 120 0 0 0 1340 162,5 0 6242
m2
Pyrietstraat 1 Postbus 60 Telefoon Website E-mail
1812 SC Alkmaar 1850 AB Heiloo 072 5064817 tjadenadvies.nl info@tjadenadvies.nl
Geohydrologische beschouwing betreffende: Nieuwbouw met kelder Zuideinde te Delft ons kenmerk datum wijzigingsdatum
Opdrachtgever
S 17.629-H2/TE 1 april 2021 30 april 2021
Van Mierlo Planontwikkeling Postbus 218 3140 AE Maassluis
Naam ing. M.M. (Thijs) Eijking J.C. (Julian) van Stralen MSc
Functie Adviseur hydrologie (Auteur) Adviseur hydrologie (Controle)
Telefoon E-mail
Paraaf TE JVS
072-2100259 t.eijking@tjadenadvies.nl
Tjaden Adviesbureau voor Grondmechanica B.V. maakt deel uit van de Theo van Velzen Holding BV K.v.K. 54294959. Opdrachten worden aanvaard volgens de algemene voorwaarden welke zijn gedeponeerd ter griffie van de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage.
ADVIEZEN
GEOTECHNIEK
BODEMONDERZOEK
LABORATORIUM
GEOHYDROLOGIE
datum : 30 april 2021 ons kenmerk : S 17.629-H2/TE
INHOUDSOPGAVE
bladzijde
1
INLEIDING
2
1.1
Doel van het onderzoek
2
1.2
Beknopte omschrijving van het bouwplan
2
1.3
Relevante documenten
3
1.4
Uitgangspunten
3
2
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGISCHE INVENTARISATIE
4
2.1
Bodemopbouw
4
2.2
Oppervlaktewater
4
2.3
Grondwaterstand en grondwaterstroming
4
2.4
Ontwatering en ligging drainage
6
3
INVLOED VAN DE KELDER OP DE GRONDWATERSTAND
7
3.1
Potentieel risico barrièrewerking
7
3.2
Berekening barrièrewerking
7
4
CONCLUSIE
10
BIJLAGEN 1
Resultaten geotechnisch grondonderzoek (inclusief situatietekening) en peilbuismetingen
Hydrologische beschouwing Nieuwbouw met kelder Zuideinde te Delft
Pagina 1 van 10
datum : 30 april 2021 ons kenmerk : S 17.629-H2/TE
1
INLEIDING
1.1
Doel van het onderzoek
Ten behoeve van de nieuwbouw van Zuideinde te Delft heeft de opdrachtgever ons bureau verzocht een geohydrologische beschouwing op te stellen. Het doel van de geohydrologische beschouwing is om inzicht te verkrijgen in de invloed van de kelder op de grondwaterstand in de omgeving. Kelders die onder de grondwaterstand worden aangelegd, kunnen namelijk de grondwaterstroming hinderen en daarmee de grondwaterstand beïnvloeden. Dit kan potentieel leiden tot grondwateroverlast/-onderlast in de omgeving. De resultaten van het onderzoek worden in het voorliggende rapport gepresenteerd. 1.2
Beknopte omschrijving van het bouwplan
De globale RD - coördinaten bedragen X = 84.650 m en Y = 446.450 m. De projectlocatie is gelegen in de beschermingszone van een regionale waterkering. Het project betreft de bouw van 4 appartementengebouwen (variërend van 3 tot 10 bouwlagen) op de hoek van het Zuideinde en de Abtswoudseweg. In figuur 1 zijn de locaties van de woontorens weergegeven (toren A, B, C en D). Onder de nieuwbouw komt een gezamenlijke parkeergarage.
Figuur 1: Locatieoverzicht met contouren nieuwbouw (bron achtergrond: PDOK)
Hydrologische beschouwing Nieuwbouw met kelder Zuideinde te Delft
Pagina 2 van 10
datum : 30 april 2021 ons kenmerk : S 17.629-H2/TE
1.3
Relevante documenten
Voor het opstellen van de rapportage is gebruik gemaakt van de volgende documenten: 1. Plattegrond Kelder, DP6 Architectuurstudio, A5080 BA-02-01, 19-07-2019; 2. Tekeningen diverse gevelaanzichten en doornsneden, DP6 Architectuurstudio, A5080 BA-03-01 t/m BA-03-08 en BA-04-00, 24-07-2020. In het vervolg van deze rapportage wordt met teksthaken naar de bovengenoemde documenten verwezen. 1.4
Uitgangspunten
Op basis van de aangeleverde tekeningen en het grondonderzoek zijn de volgende uitgangspunten opgesteld: - Maaiveldniveau = NAP 0,0 tot NAP +0,30 m - Afmetingen kelder = ca. 90 x 60 m; - Entree appartementen = NAP +0,4 m (Peil -1,15 m) - Bouwpeil = NAP +1,550 m - Onderzijde keldervloer = PEIL -3,650 m = NAP -2,1 m Een doorsnedetekening van de oostgevel met kelder is weergegeven in Figuur 2.
Figuur 2: Doorsnede oostgevel
Hydrologische beschouwing Nieuwbouw met kelder Zuideinde te Delft
Pagina 3 van 10
datum : 30 april 2021 ons kenmerk : S 17.629-H2/TE
2
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGISCHE INVENTARISATIE
2.1
Bodemopbouw
Om inzicht te krijgen in de bodemopbouw is door ons bureau een grondonderzoek uitgevoerd, bestaande uit 6 sonderingen en 2 handboringen. Voor de resultaten van het grondonderzoek en de handboringen wordt verwezen naar bijlage 1. Aan de hand van het grondonderzoek is de bodemopbouw geschematiseerd zoals weergegeven in tabel 1. In deze tabel zijn tevens de gehanteerde geohydrologische parameters gepresenteerd. De Z-lagen betreffen matig tot goed doorlatende (watervoerende) bodemlagen zoals zand en grind. De C-lagen betreffen slecht doorlatende (waterremmende) bodemlagen zoals klei, leem en veen. De onderzijde van de deklaag ligt op ca NAP -16 m. De freatische zandlaag heeft een dikte variërend tussen 0,5 en 2,0 m. Tabel 1: Geïnterpreteerd bodemprofiel Diepte vanaf [ca. NAP m] +0,2 -0,5 à -2,0 -6,0 -16,0
Bodembeschrijving
Geohydrologie
Maaiveldhoogte ZAND
Infiltratieoppervlak Watervoerende (Z1)
Afwisselend KLEI- en VEEN-lagen (lokaal zandlaagjes)1
Waterremmend (C1)
c = 2.000 à 3.000 dagen
Waterremmend (C2) en beperkt watervoerend (Z2)
kD = 5 à 10 m2/dag
Watervoerend (Z3)
kD = niet beschouwd
KLEI zwakt tot sterk zandig met lokaal een tussenzandlaag rond NAP -12,5 m (o.a. sondering S1 en S2) ZAND, vast gepakt
Geohydrologische parameter kD = 3 à 6 m2/dag
1
Lokaal worden tussen NAP -4 en NAP -6 m zandige lagen aangetroffen. Ter plaatse van de sonderingen S1 en S2 is een zandige tussenlaag aanwezig. Op de overige sonderingen is deze zandlaag niet aanwezig. 2
2.2
Oppervlaktewater
De projectlocatie ligt in een gebied met een beheerspeil van NAP -1,5 m en grenst aan de Delftse Schie waar een beheerspeil van NAP -0,43 m wordt gehanteerd (boezempeil). 2.3
Grondwaterstand en grondwaterstroming
Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is een ondiepe (freatische) peilbuis geplaatst. In deze peilbuis is viermaal de grondwaterstand gemeten. Bij het grondwatermeetnet Delft zijn langjarige peilbuisgegevens opgevraagd. De beschikbare peilbuislocaties zijn weergegeven in Figuur 3, de peilbuisgegevens zijn weergegeven in Figuur 4. Op basis van de beschikbare gegevens wordt verwacht dat de grondwaterstand op de projectlocatie fluctueert tussen ca. NAP -0,3 m en NAP -0,7 m.
Hydrologische beschouwing Nieuwbouw met kelder Zuideinde te Delft
Pagina 4 van 10
datum : 30 april 2021 ons kenmerk : S 17.629-H2/TE
Polderpeil = ca. NAP -1,5 m
Figuur 3. Peilbuislocaties. Onder het peilbuisnummer is de gemiddelde grondwaterstand weergegeven.
Figuur 4. Peilbuisgrafiek
Hydrologische beschouwing Nieuwbouw met kelder Zuideinde te Delft
Pagina 5 van 10
datum : 30 april 2021 ons kenmerk : S 17.629-H2/TE
De stromingsrichting van het grondwater wordt hoofdzakelijk bepaald door het oppervlaktewaterpeil. Op 2 maart 2021 zijn eenmalig de grondwaterstanden gemeten in de vier omliggende peilbuizen. De resultaten van deze meting zijn weergegeven in Figuur 5. De grondwaterstand nabij peilbuis 27102 wijkt af van de verwachte grondwaterstroming op basis van de overige peilbuizen. De grondwaterstand in de straat Zuideinde wordt bepaald door het aanwezige DT-riool welke in directe verbinding staat met het boezemwater. Op basis van de beschikbare gegevens is een grondwaterstroming richting het (zuid)westen afgeleid. Het grondwater verhang is op basis van de metingen ca. 1 : 300 à 1 : 500.
Polderpeil = ca. NAP -1,5 m
Figuur 5: Grondwaterstanden gemeten op 2 maart 2021. De globale grondwaterstromingsrichting is aangegeven met een pijl.
2.4
Ontwatering en ligging drainage
Op basis van de gemeten grondwaterstanden is de ontwatering ter plaatse van de projectlocatie gering en ca. 0,4 tot 0,8 m. Bij de Gemeente Delf zijn gegevens opgevraagd over de aanwezigheid van drainage in de omliggende straten. In Zuideinde en Abtwoude ligt een drainage-transport riool (DT-riool).
Hydrologische beschouwing Nieuwbouw met kelder Zuideinde te Delft
Pagina 6 van 10
datum : 30 april 2021 ons kenmerk : S 17.629-H2/TE
3
INVLOED VAN DE KELDER OP DE GRONDWATERSTAND
3.1
Potentieel risico barrièrewerking
Indien een ondergrondse constructie wordt gerealiseerd in een watervoerende laag kan opstuwing van het grondwater optreden. De constructie vormt dan een barrière tegen grondwaterstroming. Er bestaat een potentieel risico voor barrièrewerking als de onderstaande factoren allemaal van toepassing zijn: 1) De constructie sluit meer dan 75% van de watervoerende dikte van de zandlaag af; 2) De constructie heeft een significante omvang, loodrecht op de stromingsrichting van het grondwater; 3) Er is sprake van een aanzienlijk grondwater verhang; In de onderstaande paragrafen wordt getoetst of deze factoren van toepassing zijn op de aanleg van de kelder.
Factor 1: Diepte kelder t.o.v. de watervoerende laag
De onderzijde van kelder ligt op ca. NAP -2,1 m. De bovenste zandlaag wordt hierdoor volledig afgesloten.
Factor 2: Breedte kelder t.o.v. de grondwaterstromingsrichting
De breedte van de kelder, loodrecht op de grondwaterstromingsrichting, bedraagt ca. 60 tot 90 m. De omvang van de constructie loodrecht op de stromingsrichting is groot.
Factor 3: Grondwater verhang
Op basis van de grondwatermetingen stroomt het grondwater richting het (zuid)westen. Het grondwater verhang is ca. 1:300 tot 1:500. 3.2
Berekening barrièrewerking
Op basis van bovenstaande paragraaf wordt vastgesteld dat de kelder kan leiden tot barrièrewerking. Met behulp van het softwarepakket MicroFEM is een grondwatermodel opgesteld, gebaseerd op de volgende uitgangspunten: - Grondwaterverhang 1 : 300 - Afmeting van de kelder dwars op de grondwaterstromingsrichting van 60 m - Afmeting van de kelder parallel aan de grondwaterstromingsrichting van 90 m - Doorlaatvermogen van de Z1-laag van 3 m2/dag - Doorlaatvermogen onder kelder = ondoorlatend - De waterremmende C1-laag is volledig ondoorlatend (worst case) - In de berekeningen is uitgegaan van een worst-case scenario waarbij de grondwaterstroming richting het westen stroomt. In dat geval is de grondwaterstroming haaks op het gebouw en vormt het gebouw de grootste barrière tegen grondwaterstroming - In de berekeningen is geen rekening gehouden met de aanwezigheid van drainage, waarmee overtollig grond- en regenwater versneld wordt afgevoerd en de waarmee de grondwaterstand wordt gereguleerd
Hydrologische beschouwing Nieuwbouw met kelder Zuideinde te Delft
Pagina 7 van 10
datum : 30 april 2021 ons kenmerk : S 17.629-H2/TE
De berekeningsresultaten zijn opgenomen in Figuur 6. De berekende opstuwing aan de Zuideinde is gering en bedraagt slechts 4 cm. De berekende verlaging van de grondwaterstand ten westen van het gebouw is maximaal 14 cm. Op grotere afstand wordt de grondwaterstand minder sterk beïnvloed en is de verlaging en opstuwing kleiner.
Figuur 6. Veranderingen van de grondwaterstand in m als gevolg van aanleg kelder.
Hydrologische beschouwing Nieuwbouw met kelder Zuideinde te Delft
Pagina 8 van 10
datum : 30 april 2021 ons kenmerk : S 17.629-H2/TE
3.3
Voorstel beheersmaatregelen
Geadviseerd wordt de ruimte tussen de tijdelijke damwanden en de nieuw aan te leggen kelders aan te vullen met goed doorlatend zand (maximaal 10% en een korrelgrootte < 63 μm). Dit zandpakket dient vanaf maaiveld tot NAP -2 m te worden aangebracht. In de berekeningen is uitgegaan van een strook van 1 m breed met een doorlatendheid van 15 m2/dag rondom de kelder, behalve aan Zuideinde in verband met een permanente damwand. De invloed van de hierboven beschreven beheersmaatregel is visueel weergegeven in onderstaande figuur. Als gevolg van de beheersmaatregel is de opstuwing maximaal 3 cm en de verlaging van de grondwatertand maximaal 4 cm. Opgemerkt wordt dat in de berekeningen niet is uitgegaan van een DT-riool aan de Zuideinde en Abtswoudeweg. Met name de drainage aan de Zuideinde zal de beperkte verhoging van de grondwaterstand van maximaal 3 centimeter compenseren.
Figuur 7. Berekende veranderingen van de grondwaterstand als gevolg van aanleg kelder en aanbrengen goed doorlatend zand tussen damwand en kelder
Hydrologische beschouwing Nieuwbouw met kelder Zuideinde te Delft
Pagina 9 van 10
datum : 30 april 2021 ons kenmerk : S 17.629-H2/TE
4
CONCLUSIE
De toekomstige kelder doorsnijdt de bovenste watervoerende zandlaag volledig. De grondwaterstroming is gering en de ontwateringsdiepte is minimaal 0,4 tot 0,8 m. Als gevolg van de aanleg van de kelder zal een beperkte opstuwing ontstaan en wordt de ontwatering nog kleiner. Voor primaire wegen is een minimale ontwateringsdiepte van 0,7 m gewenst. Met de beschreven beheersmaatregel in paragraaf 3.3 zal de ontwatering en grondwaterstroming gewaarborgd blijven en de verandering van de grondwaterstand als gevolg van de aanleg van een kelder maximaal 5 cm bedragen.
Hydrologische beschouwing Nieuwbouw met kelder Zuideinde te Delft
Pagina 10 van 10
Pyrietstraat 1, 1812 SC Alkmaar Tel:072-5064817 E-mail:info@tjadenadvies.nl
Werknummer : S17629 Sonderingnr. : 1 Datum : 25-7-2019 Maaiveld : 0.21 m. t.o.v. NAP RD-coördinaten : X: 84650 Y: 446460
: Delft Plaats Locatie : Zuideinde-Abtswoudseweg Conustype : I-CFXY-15 Opdrachtgever : Pieters Bouwtechniek Delft BV Opmerking :
Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
Plaatselijke wrijving (MPa) Conusweerstand (MPa) 0.20 0.15 0.10 0.05 00 2 4 6
10 8
10
12
14
16
18
1 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6 -7 -8
Diepte in meters t.o.v. NAP
-9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 -23
-24
1894.03
8 20
6 22
Wrijvingsgetal (%) 4 2 24 26
0 28
Pyrietstraat 1, 1812 SC Alkmaar Tel:072-5064817 E-mail:info@tjadenadvies.nl
Werknummer : S17629 Sonderingnr. : 1 Datum : 25-7-2019 Maaiveld : 0.21 m. t.o.v. NAP RD-coördinaten : X: 84650 Y: 446460
: Delft Plaats Locatie : Zuideinde-Abtswoudseweg Conustype : I-CFXY-15 Opdrachtgever : Pieters Bouwtechniek Delft BV Opmerking :
Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
Plaatselijke wrijving (MPa) Conusweerstand (MPa) 0.20 0.15 0.10 0.05 00 2 4 6
10 8
10
12
14
16
18
8 20
6 22
Wrijvingsgetal (%) 4 2 24 26
-24 -25 -26 -27 -28
28.63
-29 -30 -31 -32 -33
Diepte in meters t.o.v. NAP
-34 -35 -36 -37 -38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48
-49
28.26 28.35
0 28
Pyrietstraat 1, 1812 SC Alkmaar Tel:072-5064817 E-mail:info@tjadenadvies.nl
Werknummer : S17629 Sonderingnr. : 2 Datum : 5-2-2018 Maaiveld : 0.24 m. t.o.v. N.A.P. RD-coördinaten : X: 84660 Y: 446439
: Delft Plaats Locatie : Zuideinde-Abtswoudseweg Conustype : I-CFXY-15 Opdrachtgever : Pieters Bouwtechniek Delft BV Opmerking :
Sondering volgens NEN5140 klasse 2
Plaatselijke wrijving (MPa) Conusweerstand (MPa) 0.20 0.15 0.10 0.05 00 2 4 6
1 0 Voorgeboord : 2.0 m
-1 -2 -3 -4 -5 -6 -7
Diepte in meters t.o.v. N.A.P.
-8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 -23
-24
10 8
10
12
14
16
18
8 20
6 22
Wrijvingsgetal (%) 4 2 24 26
0 28
Pyrietstraat 1, 1812 SC Alkmaar Tel:072-5064817 E-mail:info@tjadenadvies.nl
Werknummer : S17629 Sonderingnr. : 2 Datum : 5-2-2018 Maaiveld : 0.24 m. t.o.v. N.A.P. RD-coördinaten : X: 84660 Y: 446439
: Delft Plaats Locatie : Zuideinde-Abtswoudseweg Conustype : I-CFXY-15 Opdrachtgever : Pieters Bouwtechniek Delft BV Opmerking :
Sondering volgens NEN5140 klasse 2
Plaatselijke wrijving (MPa) Conusweerstand (MPa) 0.20 0.15 0.10 0.05 00 2 4 6
-24 -25 -26 -27 -28 -29 -30 -31 -32
Diepte in meters t.o.v. N.A.P.
-33 -34 -35 -36 -37 -38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48
-49
10 8
10
12
14
16
18
8 20
6 22
Wrijvingsgetal (%) 4 2 24 26
0 28
Pyrietstraat 1, 1812 SC Alkmaar Tel:072-5064817 E-mail:info@tjadenadvies.nl
Werknummer : S17629 Sonderingnr. : 4 Datum : 30-11-2018 Maaiveld : 0.32 m. t.o.v. NAP RD-coördinaten : X: 84678 Y: 446396
: Delft Plaats Locatie : Zuideinde-Abtswoudseweg Conustype : I-CFXY-15 Opdrachtgever : Pieters Bouwtechniek Delft BV Opmerking :
Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
Plaatselijke wrijving (MPa) Conusweerstand (MPa) 0.20 0.15 0.10 0.05 00 2 4 6
1 0 Voorgeboord : 2.0 m
-1 -2 -3 -4 -5 -6 -7 -8
Diepte in meters t.o.v. NAP
-9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 -23
-24
10 8
10
12
14
16
18
8 20
6 22
Wrijvingsgetal (%) 4 2 24 26
0 28
Pyrietstraat 1, 1812 SC Alkmaar Tel:072-5064817 E-mail:info@tjadenadvies.nl
Werknummer : S17629 Sonderingnr. : 4 Datum : 30-11-2018 Maaiveld : 0.32 m. t.o.v. NAP RD-coördinaten : X: 84678 Y: 446396
: Delft Plaats Locatie : Zuideinde-Abtswoudseweg Conustype : I-CFXY-15 Opdrachtgever : Pieters Bouwtechniek Delft BV Opmerking :
Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
Plaatselijke wrijving (MPa) Conusweerstand (MPa) 0.20 0.15 0.10 0.05 00 2 4 6
10 8
10
12
14
16
18
8 20
6 22
Wrijvingsgetal (%) 4 2 24 26
-24 -25 -26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33
Diepte in meters t.o.v. NAP
-34 28.43
-35 -36 -37 -38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48
-49
0 28
Pyrietstraat 1, 1812 SC Alkmaar Tel:072-5064817 E-mail:info@tjadenadvies.nl
Werknummer : S17629 Sonderingnr. : 12 Datum : 24-7-2019 Maaiveld : 0.18 m. t.o.v. NAP RD-coördinaten : X: 84647 Y: 446396
: Delft Plaats Locatie : Zuideinde-Abtswoudseweg Conustype : I-CFXY-15 Opdrachtgever : Pieters Bouwtechniek Delft BV Opmerking :
Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
Plaatselijke wrijving (MPa) Conusweerstand (MPa) 0.20 0.15 0.10 0.05 00 2 4 6
10 8
10
12
14
16
18
8 20
6 22
Wrijvingsgetal (%) 4 2 24 26
1 0 0.25
-1 -2 -3 -4 -5 12.61
-6 -7 -8
Diepte in meters t.o.v. NAP
-9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 -23
-24
0.20
28.42
0 28
Pyrietstraat 1, 1812 SC Alkmaar Tel:072-5064817 E-mail:info@tjadenadvies.nl
Werknummer : S17629 Sonderingnr. : 12 Datum : 24-7-2019 Maaiveld : 0.18 m. t.o.v. NAP RD-coördinaten : X: 84647 Y: 446396
: Delft Plaats Locatie : Zuideinde-Abtswoudseweg Conustype : I-CFXY-15 Opdrachtgever : Pieters Bouwtechniek Delft BV Opmerking :
Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
Plaatselijke wrijving (MPa) Conusweerstand (MPa) 0.20 0.15 0.10 0.05 00 2 4 6
10 8
10
12
14
16
18
8 20
6 22
Wrijvingsgetal (%) 4 2 24 26
-24 -25 -26 -27
29.14
-28 29.70
-29 -30 -31 -32 -33
Diepte in meters t.o.v. NAP
-34 -35 -36 -37 -38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48
-49
28.62
0 28
Pyrietstraat 1, 1812 SC Alkmaar Tel:072-5064817 E-mail:info@tjadenadvies.nl
Werknummer : S17629 Sonderingnr. : 20 Datum : 30-11-2018 Maaiveld : 0.07 m. t.o.v. NAP RD-coördinaten : X: 84615 Y: 446377
: Delft Plaats Locatie : Zuideinde-Abtswoudseweg Conustype : I-CFXY-15 Opdrachtgever : Pieters Bouwtechniek Delft BV Opmerking :
Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
Plaatselijke wrijving (MPa) Conusweerstand (MPa) 0.20 0.15 0.10 0.05 00 2 4 6
1 0 Voorgeboord : 3.0 m
-1 -2 -3 -4 -5 -6 -7 -8
Diepte in meters t.o.v. NAP
-9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22 -23
-24
10 8
10
12
14
16
18
8 20
6 22
Wrijvingsgetal (%) 4 2 24 26
0 28
Pyrietstraat 1, 1812 SC Alkmaar Tel:072-5064817 E-mail:info@tjadenadvies.nl
Werknummer : S17629 Sonderingnr. : 20 Datum : 30-11-2018 Maaiveld : 0.07 m. t.o.v. NAP RD-coördinaten : X: 84615 Y: 446377
: Delft Plaats Locatie : Zuideinde-Abtswoudseweg Conustype : I-CFXY-15 Opdrachtgever : Pieters Bouwtechniek Delft BV Opmerking :
Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
Plaatselijke wrijving (MPa) Conusweerstand (MPa) 0.20 0.15 0.10 0.05 00 2 4 6
10 8
10
12
14
16
18
8 20
6 22
Wrijvingsgetal (%) 4 2 24 26
-24 -25 -26 -27
28.46
-28 -29 -30 -31 -32 -33
Diepte in meters t.o.v. NAP
-34 28.61
-35 -36 -37 -38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48
-49
0 28
Pyrietstraat 1, 1812 SC Alkmaar Tel:072-5064817 E-mail:info@tjadenadvies.nl
Werknummer : S17629 Sonderingnr. : 23 Datum : 24-7-2019 Maaiveld : -0.04 m. t.o.v. NAP RD-coördinaten : X: 84587 Y: 446382
: Delft Plaats Locatie : Zuideinde-Abtswoudseweg Conustype : I-CFXY-15 Opdrachtgever : Pieters Bouwtechniek Delft BV Opmerking :
Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
Plaatselijke wrijving (MPa) Conusweerstand (MPa) 0.20 0.15 0.10 0.05 00 2 4 6
10 8
10
12
14
16
18
8 20
6 22
Wrijvingsgetal (%) 4 2 24 26
1 0 -1 -2 -3 -4 -5
13.28
-6 -7 -8
Diepte in meters t.o.v. NAP
-9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 28.89
-21 -22 -23
-24
0 28
Pyrietstraat 1, 1812 SC Alkmaar Tel:072-5064817 E-mail:info@tjadenadvies.nl
Werknummer : S17629 Sonderingnr. : 23 Datum : 24-7-2019 Maaiveld : -0.04 m. t.o.v. NAP RD-coördinaten : X: 84587 Y: 446382
: Delft Plaats Locatie : Zuideinde-Abtswoudseweg Conustype : I-CFXY-15 Opdrachtgever : Pieters Bouwtechniek Delft BV Opmerking :
Sondering volgens NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
Plaatselijke wrijving (MPa) Conusweerstand (MPa) 0.20 0.15 0.10 0.05 00 2 4 6
10 8
10
12
14
16
18
8 20
6 22
Wrijvingsgetal (%) 4 2 24 26
-24 -25 -26 -27 -28 -29 -30 -31 -32 -33
Diepte in meters t.o.v. NAP
-34 -35 -36 -37 -38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48
-49
28.55
0 28
Boring: HB1(P1a,c) Uitvoeringsdatum: 05-02-2018 Maaiveldhoogte: GWS: 120 cm-mv
0.00
MV
0.24
m t.o.v. N.A.P.
X-coörd.: Y-coörd.:
84660 446439
0.24
klinkers 0.14
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruin
-0.16
Zand, matig grof, zwak siltig, grijs
0.50
1.00
1.50
-1.66
Veen, mineraalarm, bruin
2.00
-1.86
Schaal 1: 10
Locatie: Zuideinde_Abtswoudseweg te Delft Werknummer: S17.629 Opdrachtgever: Pieters Bouwtechniek Delft BV
getekend volgens NEN 5104
Boring: HB2(P1b) Uitvoeringsdatum: 30-11-2018 Maaiveldhoogte: GWS: cm-mv
0.00
MV
0.22
m t.o.v. N.A.P.
X-coörd.: Y-coörd.:
84659 446439
0.22
klinkers 0.12
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruin
0.50
-0.48
Zand, matig grof, zwak siltig, matig schelphoudend
1.00
1.50
2.00
-1.78
Schaal 1: 10
Locatie: Zuideinde_Abtswoudseweg te Delft Werknummer: S17.629 Opdrachtgever: Pieters Bouwtechniek Delft BV
getekend volgens NEN 5104
B P
HB1 1A
Datum
Filter van Filter van bk. Peilbuis maaiveld
Aflezing in m t.o.v. bk. Peilbuis 5-2-2018 0.58 30-11-2018 0.60 25-7-2019 0.60
BkPb NAP NAP NAP
0.99 -0.81 0.18 0.24
Waterstand in m t.o.v. N.A.P. -0.40 -0.42 -0.42
m tot m tot m m
1.99 -1.81
Datum
m m
Aflezing in m t.o.v. bk. Peilbuis
Waterstand in m t.o.v. N.A.P.
X= 84660 Y= 446439 Zuideinde-Abtswoudseweg Delft
PEILSTAAT
get gew gew
7-2-2018 Opdracht nr:
S. 17.629 Peilstaat nr: B HB1 P 1A
B P
HB2 1B
Datum
Filter van Filter van bk. Peilbuis maaiveld
Aflezing in m t.o.v. bk. Peilbuis 30-11-2018 2.53 25-7-2019 2.60
BkPb NAP NAP NAP
11.92 -11.78 0.14 0.22
Waterstand in m t.o.v. N.A.P. -2.39 -2.46
m tot m tot m m
12.92 m -12.78 m
Datum
Aflezing in m t.o.v. bk. Peilbuis
Waterstand in m t.o.v. N.A.P.
X= 84659 Y= 446439 Zuideinde-Abtswoudseweg Delft
PEILSTAAT
get gew gew
3-12-2018 Opdracht nr:
S. 17.629 Peilstaat nr: B HB2 P 1B
B P
1C
Datum
Filter van Filter van bk. Peilbuis maaiveld
Aflezing in m t.o.v. bk. Peilbuis 5-2-2018 4.92 30-11-2018 4.65 25-7-2019 4.80
BkPb NAP NAP NAP
17.95 -17.76 0.19 0.24
Waterstand in m t.o.v. N.A.P. -4.73 -4.46 -4.61
m tot m tot m m
18.95 m -18.76 m
Datum
Aflezing in m t.o.v. bk. Peilbuis
Waterstand in m t.o.v. N.A.P.
get gew gew
S. 17.629 Peilstaat nr:
X= 84660 Y= 446439 Zuideinde-Abtswoudseweg Delft
PEILSTAAT
7-2-2018 Opdracht nr:
B P
1C
erl Buro Ma L a n
d s c
h a p
,
l o E c o
g i e
&
ant
t e R u i m
l i j k e
O rd
e n i n
g
B M- R APPOR T 2018
Delft Zuideinde Ecologische quickscan (definitief) J. va n Suijle kom, 26 oktob e r 2018
Inhoud Blz 1
Inleiding
3
1.1
Algemeen
3
1.2
Methode / doel
3
1.3
Beschrijving van het plangebied en de ingrepen
4
2
Wet- en regelgeving
5
2.1
Wet natuurbescherming
5
2.2
Gemeentelijk beleid (Nota Groen Delft 2012-2020)
7
3
Bronnenonderzoek
9
3.1
Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
9
3.2
Gebiedsbescherming
9
4
Resultaten van het veldonderzoek
10
4.1
Algemeen
10
4.2
Beschermde soorten: resultaten en verwachting
10
5
Conclusie en advies
13
Literatuur
15
I m p re ss i e v a n h e t plangebied F oto ’s : B u ro M a e r l a n t 28-11-2017.
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
2
1 Inleiding 1.1 Algemeen Op verzoek van BOdG ruimtelijk advies B.V. heeft Buro Maerlant een ecologische quickscan uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ingrepen in het plangebied Zuideinde te Delft. Het veldbezoek werd uitgevoerd op 28 november 2017. Men is voornemens het plangebied te herontwikkelen voor de realisatie van appartementen, waarbij de bestaande bebouwing wordt gesloopt. Opmerking bij dit definitieve rapport Reeds in december 2017 is onderhavig rapport opgeleverd. In seizoen 2018 is reeds conform advies soortgericht nader onderzoek uitgevoerd. Voorafgaand aan dit nader onderzoek bleek het plangebied iets te zijn vergroot en is ook het deel dat erbij gekomen is onderzocht op vleermuizen, de huismus en de gierzwaluw. Tijdens de eerder uitgevoerde quickscan is de omgeving en in het bijzonder ook het deel dat erbij gekomen is onderzocht. In deze versie is de juiste nieuwe begrenzing van het plangebied opgenomen. Het destijds uitgebracht advies geldt ook voor het nieuwe plangebied. Onderhavige tekst is op een klein detail na (beschrjving type bebouwing), ongewijzigd gelaten.
1.2 Methode / doel De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek en een bronnenonderzoek. Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van diersporen zoals uitwerpselen, krab- en graafsporen, en is de vegetatie bekeken. Tevens zijn waarnemingen van aanwezige diersoorten gedaan. Op basis van expert-judgement is een inschatting gemaakt van het mogelijke voorkomen van beschermde soorten. Dit is afgewogen tegen de toekomstige ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is een goed onFi guur 1 Gl obal e s i t ueri ng v an het pl angebi ed (rood). B ron l ucht f ot o: Googl e.
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
3
derbouwde inschatting te geven, zodat kan worden gehandeld conform de Wet natuurbescherming.
1.3 Beschrijving van het plangebied en de ingrepen Het plangebied Zuideinde (vanaf nu ‘het plangebied’) is gelegen in het centrum van Delft op de hoek Zuideinde en Abtswoudseweg en omvat een bedrijventerrein met diverse bebouwing (zie figuur 1). Men is voornemens het plangebied te herontwikkelen voor de realisatie van appartementen, waarbij de bestaande bebouwing wordt gesloopt.
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
4
Wet- en regelgeving 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. Bevoegdheden inzake ontheffingen en vrijstellingen komen met deze wet te liggen bij de provincie. In sommige situaties is het Rijk bevoegd gezag. Soortbescherming: drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent inzake soortbescherming drie aparte beschermingsregimes: voor soorten van de Vogelrichtlijn, van de Habitatrichtlijn inclusief het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en voor andere nationaal beschermde soorten. Per beschermingsregime gelden aparte verbodsbepalingen en bijbehorende vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden (zie onderstaande tabel). Tab el 1 Ver bod sb e p a l i n g e n We t n atuu r b e s c h e r m i n g . B ron: b ro c h u re so o r t b e s cher m i n g b i j r u i m t e l i j k e ingrepe n , M i n i s t e r i e v a n E con om i sc h e Z a k e n .
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime andere
Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild
Het is verboden soorten in hun
Het is verboden soorten opzettelijk
levende vogels opzettelijk te
natuurlijke verspreidingsgebied
te doden of te vangen
doden of te vangen.
opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk
Het is verboden de voortplan-
Het is verboden de vaste voort-
nesten, rustplaatsen en eieren
tingsplaatsen of rustplaatsen
plantingsplaatsen of rustplaatsen
van vogels te vernielen of te
van dieren te beschadigen of te
van dieren opzettelijk te beschadi-
beschadigen, of nesten van
vernielen
gen of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art 3.5 lid 3
Niet van toepassing
Het is verboden eieren te
Het is verboden eieren van
rapen en deze onder zich te
dieren in de natuur opzettelijk te
hebben
vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels op-
Het is verboden dieren opzette-
zettelijk te verstoren, tenzij de
lijk te verstoren
vogels weg te nemen
Niet van toepassing
verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten
Het is verboden plantensoorten in
in hun natuurlijke verspreidings-
hun natuurlijke verspreidingsgebied
gebied opzettelijk te plukken en
opzettelijk te plukken en te ver-
te verzamelen, af te snijden, te
zamelen, af te snijden, te ontworte-
ontwortelen of te vernielen
len of te vernielen
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
5
Ontheffing en vrijstelling Op basis van een ontheffing of een vrijstelling is overtreding van de verbodsbepalingen in principe mogelijk. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van geen andere bevredigende oplossing (alternatief), er sprake is van een door de wet genoemd belang (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid) en de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige instandhouding van de soort. Nieuw in de wet is dat voor alle soorten de mogelijkheid wordt geboden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Indien aan bovenstaand wordt voldaan geldt een vrijstelling als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. De verbodsbepalingen zijn gericht op het individu, echter wordt bij de beoordeling of kan worden afgeweken van de bepalingen gekeken naar de gunstige instandhouding van de soort. De zorgplicht blijft in de Wet natuurbescherming evenwel van toepassing, óók voor niet beschermde soorten, dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle planten en dieren en de leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, echter kan hierop door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Jaarronde bescherming vogels Nesten van vogels zijn doorgaans alleen beschermd tijdens het broedseizoen.
Van een beperkt aantal vogelsoorten zijn nesten ook in de niewe wet buiten het broedseizoen en dus jaarrond beschermd (zie tabel 2). Categorie
Omschrijving Jaarrond beschermde nesten
Ta b e l 2 B e sc h e r m i n g sc a tegori e ë n n e s t e n , w a a rop d e v e r b o d sb e p a l i ngen v a n a r t i k e l 3 . 1 en 3. 5 W n b v a n t o e p a s s i n g z i j n : J a a r ro n d (1 t/ m 4 ) o f t i j d e n s h e t b ro e d se i z o e n ( c a t eg o r i e 5 ).
1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).
2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De fysiekke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).
3
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).
4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Niet jaarond beschermde nesten Let op: onderbouwing en eventueel nader onderzoek echter gewenst. Indien sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, zijn ook deze nesten beschermd.
5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (voorbeeld: boerenzwaluw, ekster, groene specht en spreeuw.
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
6
Van alle categorieën vogels in hierboven genoemde tabel is het belangrijk aan- of afwezigheid van nesten / territoria aan te tonen en sprake is van een mogelijk effect. Via een omgevingscheck en eventueel nader onderzoek is dit mogelijk. Voor categorie 5 - soorten is een potentie inschatting doorgaans voldoende. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming is gebiedsbescherming op vergelijkbare wijze geregeld als de voormalige Natuurbeschermingswet 1998. Ook in de Wet natuurbescherming wet beoogt men bescherming van gebieden die nationaal en internationaal van belang zijn. Het betreft de bescherming van gebieden op Nederlands grondgebied die vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Gezamenlijk vormen deze gebieden een Europees netwerk: Natura 2000. De status van beschermde natuurmonumenten is bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet komen te vervallen. Het merendeel van de voormalig beschermde gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op deze wijze beschermd. Ingrepen en effecten In de Wet natuurbescherming is bepaald, dat handelingen of projecten die mogelijk schadelijk invloed hebben op Natura 2000-gebieden vergunningsplichtig zijn. Door middel van toetsing wordt bepaald of sprake is van effecten,en zo ja in welke mate dit is. Toetsing vindt plaats in drie fasen:
» » orientatiefase of voortoets; » » verstorings- en verslechteringstoets (bij mogelijke negatieve, maar géén significant negatieve effecten);
» » passende beoordeling (kans op significant negatieve effecten). Als uit de verstorings- en verslechteringstoets blijkt, dat sprake is van mogelijk negatieve effecten dient in een aanvullende toetsing een effectbeoordeling plaats te vinden en is een vergunning nodig. Het bevoegd gezag (de provincie en in sommige situaties het Ministerie) verleent een vergunning onder strikte voorwaarden, waarbij met voldoende mitigerende en compenserende maatregelen de instandhoudingsdoelstellingen zijn gewaarborgd.
2.2 Gemeentelijk beleid (Nota Groen Delft 2012-2020) De gemeente Delft heeft haar beleid op het gebied van groen verwoord in de nota Groen Delft 2012-2020. Relevante passages uit de nota (citaat) zijn hier onder weergegeven: De nota De nota Groen Delft is een paraplu voor al het bestaande en nog te ontwikkelen beleid op het gebied van groen, natuur en oevers, de instrumenten én voor groenbeheer. Het beleid geeft richting aan de ontwikkeling van het groen in de komende jaren en is het afwegingskader voor ontwerp, inrichting, aanleg, beheer en onderhoud van groen in Delft. Deze nota vervangt de bestaande beleidsnota‘s op het gebied van groen.
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
7
Doelen en ambities Doelen Delft investeert in een groen, attractief en duurzaam woon- en leefmilieu,
» » waarin bewoners, ondernemers en bezoekers zich prettig voelen, elkaar kunnen ontmoeten en zichzelf kunnen ontplooien;
» » waarin flora en fauna kansen krijgen om tot volle wasdom te komen; » » waarin groen en water een positieve bijdrage leveren aan klimaatadaptatie en omgevingskwaliteit;
» » waarin alle waarden van groen in de besluitvorming worden meegenomen. Ambities De doelen zijn vertaald in een aantal ambities. Deze zijn de leidraad bij het maken van beleidskeuzen voor het groen in Delft. De ambities voor het Delftse groenbeleid zijn:
» » Het versterken van de biodiversiteit in de gemeente, zodanig dat een aantal specifieke voor de Delftse natuur waardevolle richtsoorten in aantal kunnen toenemen en als „vliegwiel” fungeren voor de algemene flora en fauna in Delft.
» » Het in stand houden, verbeteren en ontwikkelen van kwalitatief goed openbaar groen en cultuurhistorische waarden – in de regio, de stad, de wijk en de buurt – waardoor Delft een aantrekkelijke woon- en werkomgeving biedt.
» » Het handhaven van een evenwichtige verhouding tussen enerzijds groen (inclusief bomen en natuurwaarden) en anderzijds bebouwing en verharding, zodanig dat groen rood aanvult in economische, ecologische en fysische waarde en in immateriële belevingswaarde.
» » Het stimuleren, faciliteren, organiseren en/of versterken van de bewustwording, zorg en aandacht voor de inrichting, het beheer, het behoud en de ontwikkeling van ons openbaar groen, vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeente en andere partijen, inclusief bewoners.
» » Het stellen van kaders en integrale opgaven voor de inrichting en het beheer van groen, aan de hand waarvan de inbreng van groen bij integrale beleidsafwegingen en ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium van in- en extern overleg van planontwikkeling is geborgd.
Deze quickscan in relatie tot de nota Groen / het gemeentelijk beleid Middels deze quickscan worden aanwezige (potentiële) beschermde natuurwaarden in kaart gebracht. In het advies wordt rekening gehouden met het groenbeleid van de gemeente.
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
8
3 Bronnenonderzoek 3.1 Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Voor het onderzoek zijn de gegevens uit de NDFF middels quickscanhulp opgevraagd. Het betreft waarnemingen van beschermde soorten krachtens de Wet natuurbescherming binnen een straal van 0 tot 5 km ten opzichte van het plangebied. Dit is exclusief algemene beschermde soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een provinciale vrijstelling geldt. De gegevens zijn in de onderstaande tabel weergegeven (tabel 4). Ta b e l 4 Da t a u i t d e N D F F : waarnemingen s tr i k t e r b e s c h e rmd e so o r t e n i n de omgeving van het plangebied, ex c l u s i e f a l g e m e n e soorten waarvoor ee n p ro v i n c i a l e vrijstelling geldt. © N D F F - q u i c k s c a nhulp.nl 11-12-2017
Soort Alpenwatersalamander Vinpootsalamander Wolfskers Steenmarter Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte Wouw Bokkenorchis Kluwenklokje Wilde ridderspoor Eekhoorn Gewone grootoorvleermuis Meervleermuis
Soortgroep Amfibieën Amfibieën Vaatplanten Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
Bescherming wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-hrl wnb-hrl
Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km
Bij de uitwerking van de resultaten van het veldonderzoek (zie hieronder) wordt een verwachting uitgesproken in hoeverre deze beschermde soorten ín het plangebied aanwezig kunnen zijn en in hoeverre effecten zijn te verwachten.
3.2 Gebiedsbescherming Provinciaal / landelijk Het plangebied ligt midden in de bebouwde kom van Delft, in een reeds zeer drukke omgeving (in het bijzonder verkeer) en op ruime afstand (> 12 km) van Natura 2000-gebieden. Op voorhand is derhalve externe werking door de uitstoot van stikstof / depositie op beschermde gebieden te verwaarlozen in relatie tot reeds aanwezige deposities vanuit verkeer en industrie.
Delft Zuideinde Ecologische quickscan
9
De dichtstbijzijnde gebieden die binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) liggen betreffen (veen)weidegebieden, inclusief belangrijke weidvogelgebieden, buiten de bebouwde kom van Delft op ruim 2 km afstand van het plangebied. Door de relatief grote afstand en de ligging in de bebouwde kom, zijn effecten op beschermde gebieden op voorhand uit te sluiten. Gemeentelijk In de ruimtelijke structuurvisie “Ontmoetingen met Delft 2030” is het tracé Mercuriusweg en de Abtswoudseweg ten zuiden en zuidwesten van het plangebied aangegeven als een groene verbinding. Deze groene verbinding is vooralsnog niet gerealiseerd. Uiteindelijk zal dit vorm worden gegeven door het toepassen van langzaam verkeer en de realisatie van groenstroken. Dit gaat samen met reeds aanwezig bebouwing aan weerszijde van de verbinding. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van deze groene verbinding, zodat effecten ook niet aan de orde zijn. Mogelijk zijn er echter kansen te creëren door extra aanleg van groene elementen, eventueel ook op daken.
4 Resultaten van het veldonderzoek 4.1 Algemeen Het veldonderzoek werd uitgevoerd in de ochtend van 28 november 2017. Er was sprake van de volgende weersomstandigheden: bewolkt, droog, enige wind, en een temperatuur van circa 4 °C. Biotopen In het plangebied zijn de volgende biotopen aanwezig:
» » Bebouwing, zeer divers, opgetrokken uit baksteen en / of metaal. Daken waren grotendeels bekleed met golfplaten en butumen. Enkele panden waren voorzien van een schuine kap met dakpannen. Plaatselijk waren muren voorzien van open stootvoegen. Enkele muren waren een groeiplaats van muurplanten.
» » Zeer spaarzaam groen bestaande uit enkele plukken bamboe. » » Verhardingen. In de omgeving is het volgende biotoop aanwezig:
» » Woonwijk met bijbehorende infrastructuur en waterpartijen. 4.2 Beschermde soorten: resultaten en verwachting Planten In de nabijheid en van het plangebied zijn enkele beschermde vaatplanten aangetroffen (zie data NDFF in tabel 4). Het betreft de wolfskers binnen een straal van 1 km en op ruimere afstand de bokkenorchis, het kluwenklokje en de wilde ridderspoor (blijkens verspreidingsatlas. nl mogelijk niet natuurlijk). Voor de aangetroffen soorten ontbreekt in het plangebied, doordat Delft Zuideinde Ecologische quickscan
10
deze volledig is verhard, op voorhand geschikte habitat. De aanwezigheid van beschermde vaatplanten kan worden uitgesloten. In het plangebied werden op een oudere muur circa 25 exemplaren tongvaren aangetroffen, daarnaast de meer algemene muurvaren en de mannetjesvaren. De tongvaren is nochthans niet meer beschermd onder de Wet natuurbescherming. De tongvaren is blijkens de verspreidingsatlas van FLORON tamelijk algemeen en is thans niet bedreigd (https://www.verspreidingsatlas.nl/0934#). Landelijk is sprake van een vrij sterk toenemende trend. In de periode 2004 - 2014 is het aantal waarnemingen van circa 200 atlasblokken toegenomen naar 600 atlasblokken. Dit met name in het westen van het land. Ondanks dat de tongvaren stikt genomen niet beschermd is, en het wegnemen op voorhand geen negatief effect heeft op de gunstige staat van instandhouding, is de groeplaats zeker behoudenswaardig. Temeer omdat de gemeente in haar groenbeleid pleit voor behoud, dan wel versterking van aanwezige natuurwaarden. Men kan onderzoeken of het praktisch uitvoerbaar is muurdelen te behouden, dan wel te verplaatsen naar elders. Doordat zich reeds muurvarens hebben gevestigd, bestaat de kans dat zich in de loop van de tijd een meer diverse muurvegetatie gaat ontwikkelen. Zoogdieren algemeen Bijkens de waarnemingen uit tabel 4 zijn de steenmarter en de eekhoorn aangetroffen.
Door de afwezigheid van beplantingen ontbreken potenties voor de eekhoorn. Voor de steenmarter was de bebouwing ontoegankelijk en derhalve ongeschikt. De aanwezigheid van strikt beschermde grondgebonden zoogdieren kan op basis van deze habitatscan en de gekende verspreidingsgegevens redelijkerwijs worden uitgesloten. Vleermuizen Verblijfplaatsen In de omgeving van het plangebied zijn diverse soorten vleermuizen waargenomen, waaronder de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. De meeste soorten uit tabel 4 zijn in meer of mindere mate gebouwbewonend. De watervleermuis is een uitgesproken boombewonende soort. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig. De bebouwing is echter deels beoordeeld als toegankelijk en geschikt voor vleermuizen. Het betreft pannendaken met voor vleermuizen toegankelijk kantpannen, gevels met open stootvoegen en diverse kleinere openingen en kieren. Binnen de context van het plangebied en op basis van het type geschikte openingen worden in eerste instantie de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger verwacht. De bebouwing kan functie hebben als kraamverblijf, zomerverblijf, paarverblijf en theoretisch gezien als winterverblijf (spouwmuren).
Voorafgaand aan de ingrepen aan de bebouwing is nader onderzoek nodig om zekerheid te krijgen over de aan- of afwezigheid van vleermuizen en welke functies aanwezig zijn. Doordat moderne gebouwen vrij eenvoudig geschikt gemaakt kunnen worden voor vleermuizen, kan worden gesteld dat op voorhand afdoende mogelijkheden te creëren zijn in de nieuwe situatie. Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied heeft als foeragergebied op voorhand weinig tot een beperkte betekenis door het ontbreken van opgaande groenelementen. Tussen / rond de bebouwing kúnnen dieren jagend worden verwacht, echter zullen aantallen niet groot zijn, mede door de betere foeDelft Zuideinde Ecologische quickscan