bijlage 8 nota zienswijzen ontwerp onttrekkingsbesluit
Tekst van het document
Indien besloten wordt dat de openbare parkeerplaatsen op de campus door de gemeente volgens het gemeentelijk parkeerbeleid worden gereguleerd, dan is er ook een mogelijkheid voor bewoners om een bezoekersvergunning aan te vragen waarmee hun bezoekers tegen gereduceerd tarief kunnen parkeren op de openbare parkeerplaatsen. 5. Het woongebouw heeft geen icoontje, maar is wel als woongebouw meegenomen. De cirkels van 300 en 400 meter zijn niet ingetekend, maar overlappen nagenoeg met die van BalPol2. Voor het antwoord betreffende beschikbaarheid van parkeerplaatsen wordt verwezen naar onderdeel 1 van zienswijze 3. 6. Indiener geeft in de zienswijze zelf aan dat het parkeerterrein van zijn voorkeur vaak vol staat en uitgeweken moet worden naar een andere parkeerlocatie. Door de invoering van regulering is het mogelijk om parkeerlocaties toe te wijzen aan specifieke doelgroepen en daarmee de juiste parkeerder op de juiste plek te krijgen. In het voorstel van de TU Delft is ook aangegeven dat parkeerplaatsen niet worden opgeheven, maar verschoven naar één van de centrale
29
parkeerlocaties. De parkeercapaciteit blijft per saldo gelijk en de parkeerdruk zal door de invoering van regulering niet toenemen.
11
4573909
Samenvatting
1. Indiener stelt zich op het standpunt dat de parkeerplaatsen op de TU Campus meer dan 30 jaar openbaar toegankelijk zijn en dat het TU gebied oorspronkelijk ook is ontwikkeld als openbaar gebied om de sterke relatie met de stad te benadrukken. Het uitgangspunt is dan dat het algemeen belang is gediend met de openbare toegankelijkheid. In de afweging om de parkeerplaatsen aan de openbaarheid te onttrekken moet dan het algemene belang van de openbare toegankelijkheid worden afgewogen tegen het belang dat de TU Delft heeft bij onttrekking aan de openbaarheid. 2. Indiener is van mening dat er op de campus geen sprake is van een parkeerprobleem en dat ook de TU Delft in haar verzoeken tot onttrekking aan geeft dat de parkeerdruk aanvaardbaar is. 3. Indiener geeft aan dat er op dit moment sprake is van een wisselwerking tussen de bedrijven en de TU. Tijdens evenementen bij de TU Delft biedt bijvoorbeeld Lijm & Cultuur bezoekers de mogelijkheid om op het evenemententerrein te parkeren en omgekeerd kunnen bezoekers van grootschalige evenementen die in het weekend plaats vinden bij Lijm & Cultuur gebruik maken van de parkeerterreinen van de TU. Die wisselwerking wordt met de onttrekking aan de openbaarheid van parkeerplaatsen op de campus verstoord. 4.
Indiener voorziet dat met de onttrekking aan de openbaarheid de parkeeroverlast in het gebied aan de Rotterdamseweg merkbaar zal zijn door parkeerders die op zoek zijn naar een parkeerplek. 5. Indiener is van mening dat er onvoldoende parkeerplaatsen openbaar beschikbaar blijven voor bewoners van de campus en dat onvoldoende rekening is gehouden met het verder verlagen van de parkeercapaciteit door de realisatie van BalPol4. 6. Indiener is van mening dat een integraal beeld moet worden opgesteld, waarbij niet alleen wordt gekeken naar de parkeersituatie op de campus. Ook de consequenties voor de omliggende
30
gebieden moet hierbij worden betrokken. Op basis daarvan kan een besluit tot onttrekking worden genomen. Indiener is bereid om mee te denken aan de oplossingsrichtingen.
Beantwoording
1. TU Delft en de gemeente werken gezamenlijk aan de relatie tussen stad en campus onder het motto ‘de stad als campus, de campus als stad’. Om het ruimtegebruik door parkeren beheersbaar te houden, rekening houdend met de groei van de universiteit, voorzieningen op de campus en vestiging van bedrijven, is parkeerregulering noodzakelijk. Het onttrekken aan de openbaarheid is een procedure die hiervoor doorlopen moet worden. Het betekent niet dat de toegang tot de campus en de openbare wegen en fiets- en voetpaden worden afgesloten. 2. Zoals beschreven in het onttrekkingsverzoek was in 2018 de bezettingsgraad gemiddeld over de hele campus rond de 85%. Er zijn locaties waar de parkeerdruk zeer hoog is, zelfs tot 100%. Onderdeel van het door TU Delft gewenste parkeerreguleringssysteem is dat automobilisten met behulp van een parkeerverwijssysteem via de campusring worden geleid naar vrije plaatsen. Een gemiddelde bezettingsgraad van 85% is acceptabel omdat veel langparkeerders (werknemers, studenten en bewoners) bekend zijn met de lokale situatie. Bij hogere bezettingsgraden neemt de kans op zoekverkeer toe en een grotere kans op “fout” geparkeerde voertuigen. Ook is er geen vrije ruimte voor de parkeervraag van nieuwe ontwikkelingen. 3. Voor de beantwoording verwijzen wij naar zienswijze 3, onderdeel 5. 4.
Gemeente Delft heeft de in de omgeving van de campus al parkeerregulering ingevoerd. Daarmee wordt parkeeroverlast op de Rotterdamseweg voorkomen. 5. Bij de berekening van het aantal openbare parkeerplaatsen is rekening gehouden met de bouw van BalPol4. Bij de aanwijzing van openbare parkeerplaatsen is rekening gehouden met de ligging binnen maximale loopafstanden rondom de woningen. Verder verwijzen wij naar onderdeel 1 van zienswijze 3. 6. Voor de beantwoording verwijzen wij naar zienswijze 8, onderdeel 2.
31
12
4574684
Samenvatting
1. Indiener stelt dat er geen 300 parkeerplaatsen resteren voor de bewoners rondom de Korvezeestrat, Rotterdamseweg, Balthasar van der Polweg, Rotterdamseweg en Leeghwaterstraat, maar slechts 200 parkeerplaatsen. Volgens indiener is dit niet voldoende, omdat conform het parkeerbeleid voor de TU Campus 277 parkeerplaatsen beschikbaar zouden moeten zijn. Daarnaast voorziet indiener dat deze parkeerplaatsen gebruikt zullen worden parkeerders die niet woonachtig zijn op de campus. 2. Indiener stelt zich op het standpunt dat niet wordt gerekend met een loopafstand van 400 meter maar met een hemelsbrede afstand van 400 meter. In de praktijk is de loopafstand dan groter. 3. Indiener stelt de onderzoekssystematiek ter discussie waarmee de parkeersituatie op de campus in beeld wordt gebracht. Daarnaast is indiener van mening dat de stelling dat de bezettingsgraad over de hele campus gemiddeld genomen 85% bedraagt onvoldoende informatie geeft over de parkeerdruk op specifieke locaties. 4. Indiener is van mening dat de campusring niet geschikt is als ontsluiting van de parkeerplaatsen. 5. Indiener stelt dat het weren van campers en aanhangers geen onderdeel zijn van de parkeeroplossing, omdat deze veelal TU-gerelateerde voertuigen betreffen.
Beantwoording
1. Uit parkeertellingen in oktober 2020 en januari 2021 blijkt dat het werkelijk aantal geparkeerde voertuigen van bewoners in deelgebied Midden-Leeghwater respectievelijk op 220 en 222 ligt. Voor de beantwoording wordt verder verwezen naar onderdelen 1 en 4 van zienswijze 3. 2. De norm voor de maximale loopafstand vanaf de woningen is 400 meter. Ter illustratie is in het onttrekkingsverzoek op het kaartje ook een cirkel van 300 meter rond de woningen getoond, die dus rekening houdt met 25% omlopen. In de praktijk heeft de campus een fijnmazig voetpadenstelsel, waardoor de omloopfactor niet of zelden 1,25 zal zijn. 3. De onderzoeksmethodiek is algemeen gangbaar voor het uitvoeren van parkeeronderzoeken. Deze kan de parkeersituatie op een gemiddelde werkdag inzichtelijk maken. De dinsdag en donderdag gelden als werkdagen waarop een representatief beeld kan worden geschetst. Uiteraard is dit een momentopname, maar bij de keuze van de onderzoeksdagen wordt ervoor gezorgd dat dit een zo normaal mogelijke dag is, dus niet in vakantieperiodes of bij grote evenementen. Ook voert de TU Delft het parkeeronderzoek met enige regelmaat uit, zodat ook een meerjarig beeld ontstaat. Het college van Burgemeester en Wethouders is het met indiener eens dat een gemiddelde
32
bezettingsgraad over de hele campus onvoldoende informatie geeft over specifieke locaties. Ook dat inzicht is door de TU Delft echter per deelgebied gegeven in de verzoeken tot onttrekking aan de openbaarheid. Met de gemiddelde bezettingsgraad toont de TU Delft in ieder geval aan dat, indien alle op te heffen parkeerplaatsen worden gecompenseerd, er op de hele campus voldoende parkeercapaciteit is om in de parkeerbehoefte te voorzien. 4. De campusring bestaat al en wordt ook nu gebruikt om de campus en de parkeerlocaties te bereiken. Door het parkeren op centrale locaties, het werken met parkeerrechten en het opzetten van een parkeerverwijssysteem is het voor parkeerders vooraf duidelijk waar zij kunnen parkeren. De verwachting is daarmee dat de verkeersafwikkeling rond de campus verbetert. 5. Het doel van de TU Delft is dat parkeerplaatsen op de campus beschikbaar zijn voor TU gerelateerde parkeerders. Er wordt daarom door de TU Delft actief gestuurd op het efficiënt en doelmatig gebruik van parkeerplaatsen. Dat wil onder andere zeggen: geen langdurige parkeerders (zoals campers en aanhangwagens) en zo min mogelijk bezetting voor andere zaken zoals opslag. Voor zover de aanhangwagens en andere voertuigen TU-gerelateerd zijn, zullen deze een plaats krijgen op het binnenterrein van een gebouw of op een andere -nader te bepalen- locatie. 13
4574712
Samenvatting
De ingebrachte zienswijze is volledig identiek aan reactie nr. 8. Voor een samenvatting wordt verwezen naar zienswijze nr. 8
Beantwoording
Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar zienswijze 8.
33