Bijlage 2 Stedenbouwkundig plan Kruithuisweg-Mekelweg versie d.d. 13 mei 2026 + djumanr 6433820
Tekst van het document
5. Sport als ruimtelijke drager
57
Stedenbouwkundig plan Mekelweg
Lichaam (volumen-opbouw) De volgende uitgangspunten beschrijven de volumetrische opbouw van de bebouwing en geven ruimtelijke uitwerking aan de architectonische ontwerpprincipes. De gebouwen zijn opgebouwd uit eenvoudige en krachtige volumes, met een heldere gelaagdheid in plint, stedelijke laag en accenten. Deze opbouw zorgt voor samenhang op ensemble-niveau en een geleidelijke schaalovergang richting de openbare ruimte en de campus. Plint (min. 1 bouwlaag., min. 4,5m hoog) • De stedelijke plint vormt een continue band langs de Mekelweg. • De plint is de horizontale eenheid van het ensemble. Stedelijke laag (16–22 m) • De stedelijke hoogte vormt de overgang tussen plint en torens. • Variatie tussen 16, 19 en 22 m is mogelijk, mits dit bezonning en windcomfort ondersteunt. Middelhoge accenten: 25–40 meter • Boven de stedelijke basishoogte kunnen delen van de bouwblokken worden verhoogd tot 30–46 meter. • Deze middelhoogtes vormen de overgangslaag tussen de stedelijke plint en de torenaccenten. Zij beperken schaduwwerking, zorgen voor een gelaagd silhouet en sluiten aan op de bestaande hoogtevariatie langs de Mekelwegs. • Elke blok krijgt minimaal één accent. Torens (maximaal 50-65m) • Elke blok krijgt een toren, samen vormen ze een familie van torens. • Twee bouwblokken krijgen een torenaccent volgens de diagonale campuslogica.
• Torens zijn slank in verhouding tot de stedelijke laag, zijn voorzien van verticale articulatie en hebben setbacks die bijdragen aan het windcomfort op maaiveldniveau. • De torens hebben een herkenbare kroon.
50-65 m Torens
25-40 m
Accenten
[stedelijke bouw hoogte] 16-22 m 0-7 m Plint
De hoogteopbouw van de bouwblokken
Torens met herkenbare kronen
Accenten op de stedelijke laag
Poorten • Minimaal één monumentale poort per blok aan de Mekelweg. • Poorten hebben een verticale verhouding en zijn minimaal 3 bouwlagen hoog en integraal onderdeel van het hoofdvolume. • Poorten hebben verbijzonderingen en gevelopeningen ten behoeve van sociale veiligheid
58
Stedelijke laag met stedelijke plint
Poorten in de plint
Plinten De plint vormt de schakel tussen gebouw en openbare ruimte en speelt een sleutelrol in levendigheid, ontmoeting en sociale veiligheid. De onderstaande richtlijnen geven invulling aan de architectonische ontwerpprincipes op ooghoogte, met bijzondere aandacht voor gebruik, transparantie en verblijfskwaliteit. Actieve adressering •
•
•
Plinten hebben leesbare adressen en herkenbare entrees: voordeuren liggen aan de straat en zijn gekoppeld aan duidelijk herkenbare functies. Entrees maken integraal deel uit van de plint en zijn uitnodigend, expressief en bij voorkeur dubbelhoog. Met overstekken, luifels, dieptewerking, neggen en/of andere architectonische middelen bieden plinten beschutting en vormen zij een intermediaire zone tussen bebouwing en openbaar gebied. Ter plaatse van straathoeken wordt een architectonische verbijzondering toegepast die de hoek extra benadrukt.
Transparantie, detaillering en architectonische samenhang. De plint is zorgvuldig en rijk gedetailleerd, met aandacht voor diepte, verfijning en materialisatie op ooghoogte. • Minimaal 50% en maximaal 80% van de gevellengte van de plint bestaat uit gevelopeningen; transparantie draagt bij aan levendigheid en sociale veiligheid. • Plint, gevel en gevelbeëindiging vormen één samenhangend architectonisch geheel; de plint mag niet ‘afgesneden’ zijn van de bovenbouw. Het gebouw staat letterlijk en figuurlijk met zijn voeten op de grond.
Transparante plinten met stedelijk en publiek karakter
Gebruik en programma • Plinten programmeren activiteit en levendigheid aan de Mekelweg. • Ontsluiting van plintfuncties aan de Mekelweg vindt direct aan de Mekelweg plaats. • Plintfuncties kunnen dubbelhoog worden uitgevoerd, met name op plekken waar dit bijdraagt aan levendigheid, zichtbaarheid en oriëntatie aan de Mekelweg of aan belangrijke routes en pleinen. • Plintfuncties kunnen beschikken over buitenruimten of terrassenaan de Mekelweg. Terrassen zijn zorgvuldig ingepast, behouden voldoende doorloopruimte in het openbaar gebied, dragen bij aan sociale veiligheid en zijn afgestemd op gebruik, geluid en privacy van omliggende functies. Differentiatie per geveltype • Mekelweg (westzijde – stedelijk en actief) o De plint aan de Mekelweg heeft een uitgesproken stedelijk en publiek karakter. De plint is overwegend transparant en actief, met publieksgerichte functies, entrees en zichtbare gebruiksruimten die bijdragen aan levendigheid en sociale veiligheid. o Wonen op de begane grond aan de Mekelweg is mogelijk, mits dit wordt gecombineerd met actieve plintfuncties en zorgvuldig wordt vormgegeven met voldoende privacy en een duidelijke overgang tussen openbaar en privé.
Plinten met gemengd karakter
•
•
Oostzijde aan de Mekelweg (gemengd karakter) o Aan de oostzijde langs de Mekelweg kan de plint bestaan uit een combinatie van functies en woonfuncties. Actieve en publieksgerichte functies worden hier selectief toegepast en hoeven niet over de volledige lengte van de plint aanwezig te zijn. o De overgang tussen openbaar gebied en wonen wordt zorgvuldig ontworpen, bijvoorbeeld door verhoogde plinten, groene aanloopzones of terugliggende gevels. Binnenhoven (hofzijden) o De binnenhoven functioneren als gemeenschappelijke, groene verblijfsruimten voor bewoners en gebruikers van het bouwblok. o Plinten aan de hoven kunnen wonen, fietsparkeervoorzieningen en ondersteunende functies bevatten. o Fietsstallingen liggen op de begane grond binnen het bouwvolume en worden via de hoven ontsloten, met goed zichtbare en sociaal veilige entrees. o Privéterrassen op maaiveldniveau in de hoven zijn niet toegestaan; de hoven hebben een collectief karakter.
Overgangen openbaar–privé • Plinten stimuleren ontmoeting, sociale veiligheid en toegankelijkheid. • Als intermediaire overgang tussen de openbare ruimte en de private bebouwing is een ‘Delftse stoep’ gewenst. • Waar stoepen ontbreken, loopt het groen tot aan de gevel.
Groene gemeenschappelijke verblijfsruimten als binnenhoven
59
Stedenbouwkundig plan Mekelweg
Huid (compositie en textuur) De gevel vormt de zichtbare uitdrukking van de architectonische kwaliteit en bepaalt in belangrijke mate de beleving op straat- en hofniveau. De volgende richtlijnen sturen de gevelcompositie, schaal en detaillering en zorgen voor samenhang binnen het ensemble, met ruimte voor variatie per bouwblok. Compositie • Gevels hebben één dominante compositie (of verticaal, of horizontaal, of een grid). • Ritmische geleding, neggen en reliëf geven diepte aan de gevel. • Variatie van compositie per blok is toegestaan en gewenst. • Een gebouw heeft een gevel waarin gevelopeningen zijn opgenomen. Dieptewerking • Reliëf, neggen en uitsneden versterken tactiliteit en schaduwwerking. Transparantie en schaal • Gevelopeningen zijn opgebouwd uit duidelijke, herhaalbare venstermodules die aansluiten bij de menselijke maat; kleinschalige ‘pixelramen’ en willekeurige perforatiepatronen worden vermeden. • Gevels aan de Mekelweg en aan belangrijke looproutes zorgen voor visuele relaties tussen binnenruimten en het maaiveld, zodat ‘ogen op de straat’ bijdragen aan sociale veiligheid en levendigheid. Sport- en ecologieschermen • Aan gevels die direct zijn gericht op de sportvelden zijn robuuste, balschadebestendige gevels verplicht, geschikt voor intensief gebruik en beperkte openingen.
• De gevels aan de Mekelweg en sportzijden worden ontworpen als natuurinclusieve ecologieschermen. Gevelgroen vormt hierbij een integraal onderdeel van de architectuur en fungeert als tweede huid.
Gevels hebben een dominnante compositie
Gevel met grid compositie
Gevel met horizontale compositie
60
Gevel met verticale compositie
Groene gevels
Materialen & kleur Materialen en kleurgebruik zijn bepalend voor de samenhang, tijdloosheid en herkenbaarheid van het ensemble. De onderstaande uitgangspunten geven richting aan een zorgvuldig en duurzaam palet dat aansluit bij de campuscontext en het landschappelijke karakter van het Mekelpark, met ruimte voor differentiatie per bouwblok. Visie en context Het kleurenpalet van de campus wordt in belangrijke mate gekenmerkt door een ingetogen en rationele uitstraling. Academische gebouwen, onderzoeksinstellingen en kantoren zijn overwegend uitgevoerd in wit- en grijstinten, passend bij het institutionele en functionele karakter van de campus. Woongebouwen kennen binnen deze context doorgaans een meer uitgesproken materialisatie, waarmee het woonprogramma herkenbaar wordt onderscheiden.
Basispalet (verplicht) Binnen het ensemble wordt vrijheid geboden in de keuze van het hoofdmateriaal per bouwblok, mits het voorgeschreven kleurenpalet en de accentmaterialen worden gerespecteerd. • Het basispalet bestaat uit lichte tot middelwarme grijstinten, waaronder krijt, zand, lichtbeige, warm grijs en brons. • Het hoofdmateriaal bepaalt de identiteit van elk bouwblok en wordt zorgvuldig gekozen in afstemming met de hoofdmaterialen van de andere kwadranten. • Per bouwblok mag één hoofdmateriaal worden toegepast; verschillende blokken mogen onderling verschillen. • De plint, de stedelijke laag en de torens vormen per bouwblok één integraal architectonisch geheel en maken onderdeel uit van dezelfde materialisatie. • Materiaalwisselingen tussen plint, stedelijke laag en toren zijn niet toegestaan.
Accentpalet (selectief) Naast het basismateriaal wordt per bouwblok een tweede materiaal als accent toegepast. • Accentmaterialen worden terughoudend en selectief ingezet en zijn ondergeschikt aan het basismateriaal. • Bij voorkeur wordt hout toegepast als accentmateriaal. • Hout kan worden ingezet bij entrees, kronen en architectonische details. • Groen vormt een integraal onderdeel van het accentpalet en wordt ingezet als natuurinclusief en klimaatadaptief architectonisch element. • Het accentpalet – inclusief groen – ondersteunt de geleding, entrees en herkenbaarheid van het ensemble en is nooit dominant. • De gekozen accentmaterialen en -kleuren hebben een onderlinge relatie met de accentmaterialen en kleuren van de andere kwadranten binnen het ensemble.
Basispalet in kleur en voorbeelden materialisatie
Een tweede materiaal als accent
In dit plan wordt woningbouw gerealiseerd, waarbij bewust aansluiting wordt gezocht bij de directe omgeving van het Mekelpark. In plaats van koude grijstinten of contrasterende of felle kleuren is gekozen voor een palet van zand- en bronsachtige tinten. Deze sluiten aan bij de nabijgelegen grijs- en zandkleurige bebouwing rondom het Mekelpark en versterken tegelijkertijd het natuurlijke en landschappelijke karakter van de locatie. Het gekozen palet draagt bij aan een rustige, samenhangende uitstraling en benadrukt de relatie tussen bebouwing, landschap en campus als geheel. De toepassing van uitgesproken kleuren wordt bewust beperkt. Accenten in natuurlijke materialen, zoals hout en groen, zijn mogelijk en dienen ter verfijning van de architectuur, waarbij de landschappelijke kwaliteit van de plek leidend is.
Samen vormen ze een familie met elk hun eigen architectonische uitwerking
Accenten met een tweede materiaal
61
Stedenbouwkundig plan Mekelweg
Hoven De binnenhoven vormen een bewust contrast met de stedelijke randen aan de Mekelweg. Ze krijgen een meer contemplatief, kalmerend en verfijnd karakter, waarin rust, verblijfskwaliteit en groenbeleving centraal staan.Vergroende gevels zijn gewenst – variërend van klimgroen tot geveltuinen – vergelijkbaar met de serene binnentuinen van bijvoorbeeld Lincoln College in Oxford.
De architectuur van de hoven geeft daarmee expliciet invulling aan de kernwaarden ‘natuurinclusief en gezond’ en ‘herkenbaar ensemble met menselijke maat’.
Daken Daklandschap • Daken zijn multifunctioneel: verblijfsfuncties, groen, waterbuffering en energieopwekking. Groene daken (verplicht) • Minimaal 70% van elk dak bestaat uit sedum-, kruiden- of natuurdaken.
Binnen de hoven mag de materialisering afwijken van die van de buitengevels, mits deze een coherent, ingetogen en sfeervol ensemble vormt. Natuurlijke en warmere materialen (zoals hout) zijn hier toegestaan. De hoven versterken het microklimaat, stimuleren biodiversiteit en vormen intieme ontmoetings- en verblijfsruimten die het dagelijkse leven op de campus ondersteunen.
Techniek & installaties • Installaties worden geïntegreerd of opgenomen in de kroon en zijn niet zichtbaar vanaf de Mekelweg. Dakranden en kroonarchitectuur • Bebouwing heeft een ontworpen dakrand of duidelijke gevelbeëindiging. • De kroon vormt een herkenbaar element van het ensemble en kan accentmaterialen bevatten. Samen vormen de kronen een familie.
Fietsenstallingen worden op de begane grond binnen het bouwvolume opgenomen en via de hoven ontsloten. Openingen en entrees van deze stallingen zijn goed zichtbaar, transparant en sociaal veilig vormgegeven en dragen bij aan de levendigheid en sociale controle in de hoven.
Referenties voor multifunctionele daken met vergroening en waterberging
Referenties voor natuurinclusieve, collectieve binnenhoven met een verfijnd en contemplatief karakter
62
Klimaat adaptief & natuurinclusief bouwen Klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit zijn verplichte ontwerpeisen en maken integraal onderdeel uit van de architectonische en landschappelijke opzet. De gebouwen dragen actief bij aan het verbeteren van het lokale microklimaat, biodiversiteit en waterhuishouding. Gebouwen fungeren als ecologische ‘stepping stones’ binnen de campus en versterken de samenhang tussen groenstructuren. Daken • Groene daken, biodiversiteitsdaken, retentiedaken en combinaties met PV-panelen zijn mogelijk en wenselijk. Daken dragen bij aan koeling, habitatvorming en waterberging. • Vanuit beeldkwaliteit geldt dat het dak wordt beschouwd als een volwaardig onderdeel van de architectuur. Het dakontwerp wordt integraal meeontworpen met de architectuur en landschappelijke inrichting en wordt in alle ontwerpfasen meegenomen. • Elk dak combineert minimaal twee functies, zoals bijvoorbeeld: o energieopwekking (PV), o waterretentie, o vergroening en biodiversiteit, o verblijfskwaliteit of technische voorzieningen. • Een dakinrichtingsplan maakt onderdeel uit van de architectonische uitwerking. Natuurinclusieve gevels • Gevels worden natuurinclusief ontworpen en bevatten: o Integrale nestvoorzieningen voor vleermuizen, gierzwaluwen en mussen. o Gevelgroen en geïntegreerde niches voor insecten.
o Groen draagt bij aan schaduwvorming en het verbeteren van het microklimaat. • Natuurinclusieve maatregelen worden vroegtijdig geïntegreerd in het gevelontwerp en zijn geen losse toevoegingen. Hittestressreductie • Overstekken, zonweringen en gevelgeleding verminderen opwarming van gebouwen. • Lichte en middelwarme materialen temperen warmtestuwing. • Deze maatregelen worden in het bijzonder toegepast op gevels en daken die het meest door directe zoninstraling worden beïnvloed (met name zuid-, zuidwest- en westgevels). • Warmtestuwing is het ophopen en vasthouden van warmte in materialen en ruimtes, met name bij donkere of massieve gevels en daken. Dit leidt tot hogere oppervlaktetemperaturen en een warmer microklimaat in en rondom gebouwen. Door materiaalkeuze, geleding, schaduwwerking en vergroening wordt dit effect beperkt.
Ecologische verbindingen • Architectuur en landschappelijke inrichting versterken de noord–zuid ecologische structuur binnen het plangebied. • Het donkertebeleid heeft als doel het beperken van verstoring van fauna en het behoud van natuurlijke nachtelijke omstandigheden.Verlichting wordt daarom warm van kleur, gericht toegepast en voorkomt lichtspill naar groenstructuren, gevels en de nachtelijke lucht. Regenwaterbeheer • Water wordt zoveel mogelijk op eigen kavel geïnfiltreerd of geborgen door middel van retentiedaken, infiltratievoorzieningen en zichtbare architectonische afvoerelementen. • Regenwaterafvoer wordt waar mogelijk zichtbaar en onderdeel van het architectonisch en landschappelijk ontwerp. Duurzaam materiaalgebruik Duurzaamheid is leidend in de materiaalkeuze voor zowel gebouwen als buitenruimtes. • Materialen zijn bij voorkeur circulair, herbruikbaar of biobased. • Materialen hebben een lange levensduur en vergen beperkt onderhoud. • In de buitenruimte worden duurzame, klimaatbestendige en waterdoorlatende materialen toegepast. • Materiaalkeuzes dragen bij aan hittestressreductie, biodiversiteit en een gezonde leefomgeving.
Klimaat adaptief dak gecombineerd met zonnepanelen
Geïntegreerde nestvoorzieningen
63
Klimaatadaptieve en natuurinclusieve principes
Daktuinen met aquaponics
Geïntegreerde groenvoorzieningen
Stedenbouwkundig plan Mekelweg
4.3 Openbare/ buitenruimte Inleiding De openbare ruimte vormt het karakter, de identiteit en de dagelijkse beleving van het sportkwadrant. De nieuwe Mekelweg wordt de centrale noord–zuid-structuur van de campus: een asymmetrische stadslaan waarin stedelijkheid, sportiviteit en ecologie samenkomen. De laan verbindt Campus Midden en Zuid, begeleidt de drie nieuwe bouwblokken en vormt de overgang tussen intensieve sportzones en een groeiend woon- en innovatiecluster. Dit Beeldkwaliteitsplan geeft de richtinggevende principes voor de inrichting, materialisering, beplanting, verlichting, routing en ecologische opbouw van de buitenruimte. De ontwerpprincipes voor de openbare ruimte vertalen de kernwaarden uit paragraaf 4.1 naar een sportieve, inclusieve en landschappelijke campusomgeving. Ontwerpprincipes voor de openbare ruimte De volgende ontwerpprincipes geven ruimtelijke uitwerking aan de kernwaarden uit paragraaf 4.1 en bepalen de identiteit van de nieuwe openbare ruimte.
Asymmetrische stadslaan
Campuscontinuïteit
De Mekelweg vormt de ruimtelijke ruggengraat van het Sportkwadrant en geeft uitdrukking aan de kernwaarden ‘Delftse verbindende ontmoetingsplek’ en ‘innovatieve en ontspannen sportcampussfeer’. • Westzijde: stedelijke, geactiveerde gevelwand met plinten, entrees en verblijfskwaliteit. • Oostzijde: landschappelijke, ecologische ruimte met monumentale bomen en sportieve tussenruimten.
De openbare ruimte versterkt de samenhang tussen Campus Midden en Campus Zuid en maakt de Mekelweg leesbaar als onderdeel van één doorlopend campuslandschap. • De Mekelweg verbindt Campus Midden en Zuid tot één samenhangend systeem. • Materialen en meubilair, kunstwerken en expositie van innovaties sluiten aan op bestaande campusidentiteit en worden verbijzonderd in het gebied van de ‘Mekelweg’.
Sportieve identiteit
Inclusief en sociale veiligheid
Sport is zichtbaar en voelbaar in de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte en ondersteunt ontmoeting, beweging en informele interactie. • De openbare ruimte wordt geprogrammeerd met sport als hoofdprogramma. • De Mekelweg is een plek van beweging, ontmoeting en dynamiek.
De openbare ruimte is overzichtelijk, sociaal veilig en inclusief ontworpen, zodat alle gebruikers zich hier comfortabel, welkom en veilig kunnen bewegen en verblijven. • Open zichtlijnen en sterke relaties tussen de blokken en de openbare ruimte zijn een must. • Vermijden van donkere hoeken, dichte struiken en visuele barrières. • Ontwerp voor iedereen (zorgvuldige verlichting van voetpaden en ontmoetingsplekken) (zorg voor verblijfs- en sportfuncties voor alle groepen). Gebruik een klankbord van bijvoorbeeld vrouwen en mindervaliden in het ontwerpproces.
Groen-blauw raamwerk
Duurzaamheid & ecologie
Groen en water vormen de dragende structuren van de buitenruimte en dragen bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en verblijfskwaliteit. • De bomenlaan en waterstructuren vormen de groene en ecologische dragers. • Klimaatadaptatie en biodiversiteit zijn leidend in inrichting en materiaal.
Duurzaamheid en ecologie vormen een integraal onderdeel van het ontwerp van de openbare ruimte en zijn bepalend voor materiaalkeuze, inrichting en beheer. • Maximale infiltratie, minimale verharding. • Ecologische verbindingen worden versterkt, niet onderbroken. • Circulaire en duurzame materialen
64
‘Mekelweg’ De ‘Mekelweg’ vormt de ruggengraat van het sportkwadrant en de campus en ontwikkelt zich tot een duidelijke, herkenbare en hoogwaardige stads- en campuslaan. De laan krijgt een asymmetrisch profiel dat zowel de stedelijke ontwikkeling (west) als de ecologische identiteit (oost) ondersteunt. In de onderstaande paragrafen zijn ook de principes voor noord–zuid continuïteit volledig geïntegreerd. Stedelijke westzijde De westzijde van de Mekelweg vormt de stedelijke rand. Hier liggen de entrees en plinten van de westelijke bouwblokken. Deze zijde bepaalt de stedelijke continuïteit van de route van Campus Midden naar Campus Zuid. Profiel en routing • Een heldere centraal-gelegen noord–zuid looplijn als sportieve en functionele hoofdroute (bijvoorbeeld als atletiekcorridor). • Een monumentale structuur borgt de verbindende werking en herkenbaarheid van de ‘Mekelweg’, zoals bijvoorbeeld een pergola, ritmisch geplaatste verlichtingsmasten, een overspannende lichtlijn, of andere architectonische elementen die als dragers van de gehele ‘Mekelweg’ functioneren. • Brede verblijfsstoep (min. 4–5m) langs de gevels met zitranden en informele verblijfskwaliteit. • Vrijliggend breed fietspad en busbaan.
• De stedelijke identiteit wordt doorgetrokken over de volledige lengte van de ‘Mekelweg’; onder de Kruithuisweg blijft het profiel herkenbaar door continue verhardingsmaterialen, lichtlijnen en ritmische bomenrijen vóór en na de onderdoorgang.
Het sportieve karakter van de stedelijke zijde
Het sportieve karakter van de landschappelijke zijde
Materialisering • De gekozen verharding is duidelijk afwijkend ten opzichte van campus midden en zuid. • Consistentie over de volle noord–zuid-lengte van de materialisering van de Mekelweg.
Profiel en routing • Informele paden van 2–3 m breed in combinaties met zones voor sporten in de groene corridor. • Landschappelijke logica en zachte overgangen — zonder harde randen.
Beplanting • Ritmische bomenrij van middelhoge soorten met hoge stam om plinten zichtbaar te houden. • Uniform plantkeuzepalet die de hele route begeleidt. • Onder beplanting in lage kruidenmengsels, extensief beheerd. • Natuurvriendelijk oever.
Materialisering • Afwijkende materiaal voor de paden zoals bij voorbeeld half verharding (gravel, schelpen, stabilizer). • Natuurlijke zitplekken van hout. • Subtiele sportelementen geïntegreerd in het landschap. Beplanting • Windsingel langs de sportvelden behouden als structuur, geleidelijk opener en ecologischer gemaakt. • Bestaande iepenrij langs de Mekelweg behouden en waar nodig aangevuld voor een consistente noord-zuid bomenas. • Onder beplanting: bloemrijk grasland en kruidenrijke vegetatie. • Open zichtlijnen om sociale veiligheid te waarborgen.
Verlichting • Naast de monumentale masten de atletiekcorridor van de Mekelweg waar nodig TU Delft-armaturen, warm licht, lage masten. • Verlichting is zorgvuldig afgestemd op het bereiken van een sociale veiligheid voor alle doelgroepen. • Accentverlichting bij entrees en poorten. • Verlichting onder de viaduct is gericht, egaal en anti-verblindend, maar qua vormgeving onderdeel van dezelfde familie. Landschappelijke oostzijde De oostzijde vormt het landschappelijke tegenbeeld van de stedelijke westzijde. Hier komt de ecologische continuïteit van de campus tot stand: één doorlopende bomen- en groenstructuur van noord naar zuid, inclusief de zone tussen de noordelijke en zuidelijke bouwblokken.
Verlichtingsmasten/pergola’s om de verbinding tussen Campus Midden en Zuid te markeren
65
Straatmeubilair en programmering • Straatmeubilair is natuurlijk en circulair vormgegeven. • Langs de Mekelweg en omgeving worden verschillende sportfuncties en verblijfsfuncties toegevoegd. • De programmering wordt in overleg gedaan met een klankbord om te komen tot een inclusieve opzet. • Voor het basisstraatmeubilair wordt aangesloten op het bestaande handboek hiervoor van de TU Delft. Verlichting • Beperkt en gericht, afgestemd op ecologische waarden. • Geen verlichting hoger dan de kruinlaag.
Referenties van de natuurinclusieve en ecologische inrichting van groenzones
Stedenbouwkundig plan Mekelweg
Water en ecologie • Flauwe oevers bij watergangen (1:3–1:4) waar mogelijk, natte en droge zones. • Mogelijkheid tot seizoensgebonden natte plekken. • Gebruik van bruggen i.p.v. duikers t.b.v. waterkwaliteit, zicht en ervaring en ecologie • Faunapassages onder paden en ter hoogte van duikers. • Hergebruik van hout (takkenrillen) voor biodiversiteit.
Binnenhoven De binnenhoven geven daarmee expliciet invulling aan de kernwaarden ‘natuurinclusief en gezond’ en ‘herkenbaar ensemble met menselijke maat’.
De landschappelijke oostzijde versterkt hiermee de kernwaarden ‘natuurinclusief en gezond’ en ‘innovatieve en ontspannen sportcampussfeer’, als ecologische en sportieve tegenhanger van de stedelijke westzijde.
Materialisering • 70–80% groen; 20–30% (half)verharding. • Geen harde, hoge afscheidingen of hekken. Beplanting • Vegetatie in meerdere lagen: o schaduwgevende bomen o struiken en grassen o kruidenrijk maaiveld • Ten minste 3 bomen en één of twee iconische boomsoorten per hof voor identiteit. Verlichting • Lage, warme verlichting. • Geen hoge masten; hoven blijven intiem. • Plafond- of wandarmaturen in poorten markeren overgangen. Water en ecologie • Wadi’s, diepe plantvakken, infiltratiestroken zijn mogelijk. • Regenwater van daken wordt zichtbaar naar de hoven geleid. • Gevels kunnen nestvoorzieningen en leefgebieden voor insecten bevatten.
Karakter • Geluidluw, groen, intiem en collectief. • Ontmoeting, studie, rust en verblijf staan centraal.
Anthony Fokkerweg & Watermanweg De Anthony Fokkerweg en Watermanweg vormen de secundaire oostwest langzaamverkeerroutes rondom het sportkwadrant. Deze straten worden (op termijn) volledig ingericht als fietsstraat, waarin de voetganger en fietser prioriteit heeft en de auto te gast is. Ze dienen als veilige, comfortabele verbindingen tussen de sportvelden, de omliggende wijken en de campusdelen, maar zijn géén directe ruimtelijke voortzetting van de ‘Mekelweg’ maar vormen de beëindiging Adri Boslaan Fortuna – Hudito route De Adri Boslaan – Fortuna – Hudito-route vormt een belangrijke entree voor langzaam verkeer en parkeren richting de sportclubs. De route fungeert als verbindende schakel tussen de sportclubs onderling en met de Mekelweg en versterkt daarmee de toegankelijkheid en onderlinge samenhang van het sportgebied. • De Adri Boslaan behoudt voorlopig primair een parkeerfunctie en wordt ingericht met groene, waterdoorlatende parkeerplaatsen. • Langs de gehele route blijven bestaande bomenrijen aan weerszijden zoveel mogelijk behouden en worden deze waar mogelijk versterkt. • De route wordt veilig en comfortabel ingericht voor langzaam verkeer, zodat voetgangers en fietsers zich hier overzichtelijk en veilig kunnen bewegen. • Door de inrichting en programmering draagt de route bij aan ontmoeting en informele interactie tussen sportclubs.
De binnenhoven vormen het rustige, groene tegengewicht van de ‘Mekelweg’ en dragen bij aan een gezonde, natuurinclusieve leefomgeving met een sterke focus op verblijf en ontmoeting.
Binnenhoven zijn schaduwrijke en groene binnentuinen
66
Ontmoeting en verblijf staan centraal in de binnenhoven
5. VERVOLG
67
Stedenbouwkundig plan Mekelweg
5.1 Fasering
5.3 Place making
De ontwikkeling van het stedenbouwkundig ensemble ‘Mekelweg’ wordt gefaseerd uitgevoerd. De fasering is afgestemd op de beschikbaarheid van de kavels en de verplaatsing of beëindiging van huidige (tijdelijke) functies. Hierdoor is er een overgangsperiode voor verschillende bestaande functies, lopende gebruikersafspraken en het realiseren van de ruimtelijke randvoorwaarden binnen het gebied. De fasering geeft op hoofdlijnen inzicht in de ontwikkelvolgorde en de bijbehorende afhankelijkheden. De exacte planning per fase is mede afhankelijk van besluitvorming, contractuele afspraken en voortgang van externe trajecten. De exacte planningen volgen ten tijde van de individuele ontwikkelingen per bouwkavel.
Fase 2 - vanaf 2028: kavel ZW De planning van de ontwikkeling van de nieuwe bebouwing en sportvelden in dit kwadrant is op hoofdlijnen afhankelijk van de verplaatsing Blue Birds, voorzien vanaf circa 2028.
Fase 1 - vanaf 2026: kavel NO De precieze planning is afhankelijk van de benodigde tijd voor de aanpassing van de huidige sportvelden en de herinrichting van de ondergrondse voorzieningen ten behoeve van de rugbyvelden. Hierover worden afspraken gemaakt binnen de TU Delft. In deze fase zal het eerste kwadrant van het ensemble worden uitgewerkt naar een bouwplan door een architect en ontwikkelende partij. Vervolgens zal door hen een omgevingsvergunning worden aangevraagd via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)-procedure.
“Openbaar gebied en Kwadrant X” Het openbaar gebied en de kwadrant X maken geen deel uit van de ontwikkelingen zoals hierboven beschreven, toch wordt in dit stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan richting gegeven aan de mogelijke toekomstige ontwikkelingen hiervan. Door de verschillende onderdelen in het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan te behandelen zal een mogelijke toekomstige ontwikkeling integraal passen. Om het cluster goed te laten functioneren is het wenselijk om de ontwikkeling van het openbaar gebied aansluitend of (deels) parallel aan de bovenstaande fasering uit te voeren.
Fase 3 - vanaf 2032: kavel ZO Op korte termijn is er de mogelijkheid ontstaan om andere (tijdelijke) functies op dit perceel te realiseren zoals een COA-locatie en 3x3 basketbalvelden op het lege veld naast Fortuna. Tennishal Koos Heiligers zal ook op termijn beëindigd worden.Vanaf ca. 2032 is op dit kwadrant ontwikkeling voorzien
5.2 Projectorganisatie
Kwadrant X
Fase 2
Fase 1
Fase 3
In het belang van het slagen van het project gaat de gemeente in overleg met de partijen met als inzet om gezamenlijk een projectorganisatie op te zetten om te komen tot een uitgedachte werkwijze en samenwerking. Het ensemble beslaat namelijk gronden van de TU Delft en de gemeente, gescheiden door de provinciale weg. Er wordt over de loop van een langere periode ontwikkeld. De verschillende fases zijn onderling met elkaar verbonden. Ook spelen er verschillende thema’s, bijvoorbeeld de governance, de financiële aspecten, geluidsmaatregelen, place making, plintfunctiemanagement, ingrepen in de openbare ruimte of een masterplan op de ondergrond, enz. Al deze aspecten vragen om een afstemming tussen gemeente en TU Delft. De organisatie van de beeldkwaliteitsborging dient een nadere invulling te krijgen om de beoogde stedenbouwkundige kwaliteit te realiseren in de bouwplannen. Op dit moment is de kwaliteitsborging versnipperd. De TU Delft heeft een Bouwmeesteroverleg die adviseert op de bouwplannen op de gronden van de TU Delft. Bij het vergunningstraject worden vervolgens deze plannen door de gemeente getoetst aan de Welstandsnota door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK). Bij de gemeentelijke gronden wordt de beeldkwaliteit alleen door de AOK getoetst.Voor een ensemble is er een intensievere begeleiding nodig.
Zodoende dienen de onderlinge rollen ten aanzien van de ontwikkeling van het ensemble ‘Mekelweg’ in de verschillende deelprojecten duidelijk afgestemd te worden.
Faseringsdiagram
68
De ontwikkeling van het gehele ensemble zal tijd kosten.Van belang voor het functioneren van fase 1 en het gereedmaken voor fase 2 en 3 is dat de benodigde sociale veiligheid en programmering van de openbare ruimte passend is. Dit kan met place making. Eventuele tijdelijke invullingen of maatregelen moeten kunnen worden beoordeeld en mogelijk worden gemaakt als ze bijdragen aan de leefkwaliteit en het beoogde levendige interactiemilieu van het Innovatiedistrict Delft op deze plek. De gemeente zal dit onderwerp in de vervolgfase met de TU Delft onderzoeken.
5.4 Openbare ruimte TU Delft en gemeente gaan in de volgende fase de planvorming van de openbare ruimte bespreken. De openbare ruimte is de plek waar het beoogde interactiemilieu van het Innovatiedistrict Delft moet ontstaan en waar de verbinding ligt tussen Campus Midden en Campus Zuid. Met het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan wordt richting gegeven aan ambities en mogelijke toekomstige ontwikkelingen hiervan. Het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan geven de uitgangspunten en ambities aan voor de bebouwing, de openbare ruimte en de samenhang daartussen. Het is wenselijk om de ontwikkeling van het openbaar gebied aansluitend of (deels) parallel aan de fasering uit te voeren en rekening te houden met overgangsperiodes tussen de verschillende fases.
5.5 Plintfunctiemanagement Om het beoogde levendige interactiemilieu te realiseren zoals beschreven in paragraaf 3.7 is het van belang een vorm van regie te organiseren op de programmatische invulling van de plinten van de nieuwe bebouwing langs de Mekelweg. Dit geldt zowel voor de ontwerp- als beheerfase. Hiervoor dienen afspraken gemaakt te worden tussen de gemeente, de TU Delft, overige IDD-partijen en de ontwikkelende partijen hoe dit organisatorisch wordt afgestemd. Ook moet onderzocht worden hoe de functies en het management wordt vastgelegd richting de mogelijke ontwikkelende partijen, eindgebruikers of beheerders.