Bijlage 2 - Districtelijke aanpak radicalisering en extremisme 2025-2028 en methodiekbeschrijving PGA CTER (6166131) (2.0)
Tekst van het document
Districtelijke aanpak radicalisering en extremisme 2025 – 2028
1
2
Inhoudsopgave Samen in de aanpak van radicalisering en extremisme
4
Trends en ontwikkelingen op het gebied van radicalisering en extremisme
5
Speerpunten en interventies
14
Organisatie
20
Bijlage Methodiekbeschrijving persoonsgerichte aanpak radicalisering district E
22
3
Samen in de aanpak van radicalisering en extremisme We kennen in de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Westland en Rijswijk een open en weerbare samenleving waarin mensen in een grote mate van vrijheid en relatieve welvaart samenleven. Onze manier van leven is een kostbaar goed. Ze kan bestaan dankzij de democratische rechtsorde, waar democratisch tot stand gekomen wetten de omgang ordenen en democratische kernwaarden het uitgangspunt zijn. De democratische rechtsorde is nooit af, daarom is er ook ruimte voor oppositie en activisme. Ruimte die de overheid respecteert en beschermt. Terroristen en gewelddadig extremisten nemen hiermee geen genoegen. Met geweld en/of geweldloze ondermijnende activiteiten willen zij de democratische rechtsstaat omverwerpen en vervangen door een nieuwe orde die haaks staat op onze manier van leven en de waarden die in Nederland worden gekoesterd. De dreiging die uitgaat van terrorisme en extremisme blijft ook de komende jaren voorstelbaar, zo blijkt ook uit het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN). In de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Westland en Rijswijk houden we rekening met deze dreiging. Hierbij gaan we uit van verschillende vormen van terrorisme en extremisme, maar ook van niet strafbare vormen die toch ondermijnend zijn voor de democratische rechtsorde en veiligheid.
Om hier de komende jaren bescherming en veerkracht tegen te bieden, werken we gezamenlijk vanuit een duurzame en wendbare districtelijke aanpak. Onze opdracht voor de komende vier jaar In Delft, Midden-Delfland, Westland en Rijswijk zetten we ons vanuit zorg en veiligheid in om de veerkracht en weerbaarheid van onze inwoners te versterken om zo radicalisering en extremisme te voorkomen en tegen te gaan. We staan voor een duurzame en kwalitatieve aanpak, waarbij we ons richten op het borgen van kennis en inspelen op nieuwe uitdagingen en doelgroepen. De kracht van onze aanpak ligt in de samenwerking tussen gemeenten en met onze partners. We focussen ons op preventie, signaleren en interveniëren voor alle vormen van radicalisering en extremisme.
4
Trends en ontwikkelingen op het gebied van radicalisering en extremisme Radicalisering, extremisme en terrorisme uitgelegd Binnen dit districtsplan gebruiken we de volgende definities van radicalisering, extremisme en terrorisme. Radicalisering is een proces van toenemende bereidheid om de uiterste consequentie uit een denkwijze te aanvaarden en die in daden om te zetten. Deze toenemende bereidheid kan leiden tot gedrag dat andere mensen diep kwetst of in hun vrijheid raakt, kan aanleiding zijn voor individuen of groepen om zich af te keren van de samenleving en kan leiden tot het gebruik van geweld.1 Extremisme is de benaming van het fenomeen waarbij personen of groepen, op buitenparlementaire wijze over de grenzen van de wet gaan en met (gewelddadige) acties politieke besluitvorming proberen te beïnvloeden.
Momenteel wordt veelal onderscheid gemaakt tussen rechtsextremisme, linksextremisme, dierenrechtenextremisme en jihadisme.2 Terrorisme is het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden van of plegen van op mensen gericht ernstig geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappij ontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.3 Verschijningsvormen binnen radicalisering en extremisme en wat we zien op districtsniveau Op basis van de Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland (DTN) van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en de jaarverslagen van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zien we de volgende (klassieke) vormen van radicalisering en extremisme in Nederland: jihadisme en radicale islam, rechts-terrorisme- en -extremisme, anti-institutioneel extremisme en links-extremisme. We lichten deze vormen hieronder toe en staan stil bij wat we hiervan zien op districtsniveau.
Jihadisme is een stroming binnen de politieke islam die op basis van een specifieke invulling van de salafistische leer en op basis van het gedachtengoed van Sayyid Qutb door middel van een gewapende strijd (jihad) streeft naar een mondiale heerschappij van de islam en daarmee naar de heroprichting dan wel instandhouding van de islamitische staat (kalifaat). De jihadist is een aanhanger van deze stroming.4 Vanaf 2013 kreeg ons district te maken met uitreizigers naar Syrië en Irak. Een groot deel van het beleid heeft zich hier het afgelopen decennium op gefocust. Momenteel gaat de grootste dreiging nog steeds uit van het jihadisme. Rechts-extremisme verwijst naar personen en groeperingen die (heimelijk) gewelddadige en nietgewelddadige acties verrichten vanuit een van de volgende denkbeelden: •
vreemdelingenhaat;
1
NCTV definitie. AIVD definitie. 3 NCTV definitie. 4 NCTV definitie. 2
5
• •
haat jegens een vreemde cultuur; ultranationalisme.
Vanwege het ondemocratische karakter van hun acties vormen rechts-extremisten een bedreiging voor de democratische rechtsorde.5 Accelerationisme vormt landelijk de voornaamste dreiging van het rechts-extremisme. Deze stroming propageert terroristisch geweld als legitiem middel om het ideaal van een witte etnostaat te bereiken. De omvolkingstheorie, een complottheorie die in Nederland steeds meer zichtbaar is in het publieke debat, is een belangrijk onderdeel. Vanuit ons district is onderzoek gedaan naar rechts-extremisme, maar hier lijken in onze gemeenten tot dusver weinig signalen van te bestaan. Wel is het zo, dat het rechts-extreme gedachtegoed in het publieke debat en in de Tweede Kamer steeds meer is genormaliseerd. De vraag is of het er niet is of dat het minder vaak als ‘afwijkend’ wordt bestempeld. Links-extremisme verwijst naar personen en groeperingen in Nederland die (heimelijk) gewelddadige en niet gewelddadige acties verrichten in het kader van antifascisme, antiglobalisme, anarchoextremisme of die zich op extremistische wijze verzetten tegen het asiel- en vreemdelingenbeleid. Vanwege het ondemocratische karakter van hun acties vormen zij een bedreiging voor de democratische rechtsorde.6 Antifascisme, antiglobalisme, antikapitalisme en antiliberalisme zijn belangrijke kenmerken van het links-extremisme.
Op dit moment gaat hier niet de grootste dreiging vanuit in het district. Wel houden we rekening met het zogenaamde cumulatief extremisme; mocht extreemrechts in het district toenemen, dan kan men ervan uitgaan dat dat de aandacht van extreem-links zal trekken. Anti-institutioneel extremisme is een fenomeen waarbij personen en groepen zich vanuit ideologisch motief specifiek richten tegen democratische instituties en processen, en daarbij bereid zijn om (niet-)gewelddadige activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde ondermijnen.7 Momenteel is deze vorm van extremisme nog weinig zichtbaar in het district. Voor de toekomst wordt verwacht dat deze vorm van extremisme wel meer zal gaan spelen.
5
AIVD definitie. AIVD definitie. 7 AIVD definitie. 6
6
Trends binnen het extremisme We onderscheiden de volgende zes trends in het dreigingslandschap waar we in de toekomst meer rekening mee zullen gaan houden8: parallelle samenlevingen, cumulatief extremisme, nieuwe modus operandi en verhullend taalgebruik, misbruik van online platformen, intersectionele ideologieën, gendergerelateerd geweld, invloed van online ontwikkelingen en maatschappelijk onbehagen, ongenoegen en polarisatie. Hieronder wordt iedere trend toegelicht.
Parallelle samenlevingen In een parallelle samenleving trekken aanhangers zich terug in hun eigen kring om te werken aan een samenlevingsvorm die overeenkomt met hun principes en overtuigingen. Hoewel dit in principe een geweldloze trend is, kan dit een extreme beweging worden die zich vertaalt in antioverheidsextremisme. Lokaal gezien is het van belang om altijd te proberen in contact te blijven met vertegenwoordigers van dit soort bewegingen, die je bijvoorbeeld ziet in bepaalde salafistische groeperingen en bij soevereine bewegingen.
Cumulatief extremisme Met cumulatief extremisme wordt bedoeld we “de manier waarop één vorm van extremisme een andere kan voeden en versterken” en vice versa, leidend tot een spiraal van potentieel gewelddadig extremisme. Een voorbeeld is een demonstratie van extreemrechts, waarop een tegenreactie kan komen uit extreemlinkse hoek.
Nieuwe modus operandi en verhullend taalgebruik In het jihadistisch terrorisme zien we afgelopen jaren een veranderende werkwijze. Er is sprake van verhullend taalgebruik en meer ongeorganiseerd en ongepland geweld. Daarnaast is bij het rechtsextremisme bijvoorbeeld sprake van online satire, humor of ironie om mensen indirect aan te zetten tot gewelddadig gedrag. Dit verhullend taalgebruik maakt het moeilijker digitale haatgemeenschappen te achterhalen en de ernst ervan te duiden.
Misbruik van online platformen Misbruik van online platformen kan leiden tot excessen in de echte wereld. Een oproep tot rellen of doxing (het delen van adresgegevens van een persoon op internet) kan bijvoorbeeld leiden tot daadwerkelijke rellen of bedreiging van een persoon in de fysieke wereld. Wetgeving over wat wel en niet online gezegd kan worden en wat wel of niet opruiend is, is nog onvoldoende uitgewerkt. Vanuit de NCTV en onze overige kernpartners wordt de komende jaren verder gewerkt aan een handelingsperspectief ten aanzien van het online domein.
Gendergerelateerd geweld Gendergerelateerd geweld gaat over schadelijke en/of agressieve handelingen tegen een persoon op basis van het geslacht van diegene. De afgelopen jaren zijn er stromingen die haat tegen anderen propageren. Een voorbeeld zijn incels, de involuntary celibates. Dat zijn mannen die tegen hun wil in celibatair blijven en dat wijten aan de doorgeschoten vrijheid van de vrouw, die ze daarom met geweld willen inperken. Het kan ook gaan om discriminatie van de LHBTQI+ gemeenschap.
8
Utrecht samen toekomstgericht; een analyse van nieuwe trends in radicalisering en polarisatie en mogelijke beleidsinterventies (ICCT, 2023). 7
Intersectionele ideologieën Bij intersectionele ideologieën komen mensen met uiteenlopende ideologische standpunten met elkaar in contact en gaan ze samenwerken op basis van een gemeenschappelijk doel, bijvoorbeeld het ontmaskeren van zogenoemde mondiale elites. Vaak begint het met verspreiding van (des)informatie en is het gericht tegen officiële instanties (anti-institutionalisme). Deze zogenaamde ‘salad-bar’ ideologieën lenen aspecten van verschillende bekende ideologieën, zoals rechtsextremisme, soevereine stromingen, en complotdenkers. Omdat hierdoor verschillende ideologieën bij elkaar komen wordt het lastiger om extremisme te signaleren en duiden omdat de duidingsinstrumenten veelal gebaseerd zijn op een bepaalde ideologische overtuiging.
Invloed van online ontwikkelingen De afgelopen decennia groeide de online wereld sterk. Gebruikers kunnen online een enorme hoeveelheid (nep)informatie vinden. Via internetplatforms en social media worden radicaal gedachtegoed, extremistische of gewelddadige (denk)beelden en propaganda, misinformatie, desinformatie en complottheorieën. Dat dit kan leiden tot schadelijke vormen van polarisatie en extremisme is evident. Onderzoek laat zien dat extremisten het internet gebruiken voor 1) financiering, 2) netwerken en coördinatie (van bijv. offline activiteiten), 3) rekrutering en radicalisering, 4) kennisdeling en 5) mobilisatie. Hoewel persoonlijke relaties van belang zijn bij online radicalisering, lijken ook algoritmes een rol te spelen. Als gevolg van dergelijke algoritmes kunnen mensen in filterbubbels terecht komen, waarbinnen de eigen ideeën worden gereflecteerd en ze geen tegengeluid meer horen. Met als risico dat ze makkelijker radicaliseren. De technische ontwikkelingen gaan snel, zoals de verspreiding van deep fakes als ultieme vorm van desinformatie. Dit tast het vertrouwen in alle informatie(bronnen) aan. Bovendien worden deep 8
fakes sneller voor waar aangenomen als ze aansluiten bij al bestaande wereldbeelden. De snelle ontwikkelingen rond artificial intelligence dragen hier verder aan bij. De online wereld laat zich niet afbakenen door gemeentegrenzen. Signalering, dader- en slachtoffergerichte interventies en interventies gericht op het sociale netwerk om hen heen zijn daarom complex. Ook de beperkte online bevoegdheden van gemeenten bemoeilijkt de aanpak. Bovendien is de (inter)nationale aanpak van online polarisatie en radicalisering, en van ander online grensoverschrijdend gedrag versnipperd, wat extra aandacht vereist. De NCTV trekt momenteel samen op met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om hier meer eenduidigheid in te krijgen. Daarnaast werken verschillende ketenpartners op dit moment al aan de lokale aanpak in het online domein: • • •
•
• • •
De politie speelt een belangrijke rol in het signaleren van online radicalisering, gebruikmakend van hun eigen wettelijke taak en bevoegdheden zoals opsporing; Er zijn preventieve interventies gericht op het verhogen van mediawijsheid en het vergroten van weerbaarheid tegen extremistische online content; Lesprogramma’s die bijdragen aan het versterken van online weerbaarheid van jongeren tegen radicalisering en het leren herkennen van manipulatieve processen, zoals rekrutering; Lokale initiatieven die kennisontwikkeling stimuleren en landelijk verspreiden, zoals de Utrechtse online coalitie en het Living Lab in het regiosamenwerkingsverband NoordNederland; Online jongerenwerkers die via sociale mediaplatformen in contact staan met jongeren; Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ondersteunt (jeugd)professionals en gemeenten bij het betrekken van en het werken in de online leefwereld; Een laagdrempelige anonieme chatfunctie van het LSE voor burgers en professionals. Deze chatfunctie biedt advies en handelingsperspectieven bij extremisme en radicalisering.
9
Maatschappelijk onbehagen, ongenoegen en polarisatie Bij maatschappelijk onbehagen spreken we van een houding van bezorgdheid en pessimisme over maatschappelijke ontwikkelingen. Het niet gaat niet om één specifiek probleem, maar om een algemene bezorgdheid over de maatschappij, de richting waarin deze zich ontwikkelt en de ervaren onbeheersbaarheid van deze achteruitgang. Onbehagen is een mengeling van opvattingen en emoties zoals onzekerheid, machteloosheid of angst. Mensen vinden dat het met ons land de verkeerde kant op gaat, maar zien niet goed hoe dit te veranderen.9 We spreken van maatschappelijk ongenoegen wanneer we te maken hebben met een houding van ontevredenheid als gevolg van maatschappelijke problemen. Anders dan bij onbehagen kan er bij ongenoegen een verwachting zijn dat problemen opgepakt kunnen en zouden moeten worden. Ongenoegen gaat vaak gepaard met emoties als miskenning of boosheid. Dit kan zowel specifiek over één onderwerp gaan, of meer algemeen zijn. Zowel onbehagen als ongenoegen zijn relatief constant aanwezig in de samenleving; onze democratie is veerkrachtig genoeg om dit aan te kunnen. Risico’s ontstaan bij teveel onbehagen of ongenoegen en als deze zich concentreren bij specifieke groepen of regio’s.
Het ongenoegen maakt dan systemische ongelijkheden inzichtelijk, die vragen om aandacht.10 Polarisatie is een gedachtenconstructie waarbij mensen zich voortdurend uitlaten over de identiteit van anderen, waardoor groepen in de samenleving tegenover elkaar kunnen komen te staan. Er is veel aandacht voor dit fenomeen. Veel mensen maken zich zorgen over de manier van samenleven in ons land. Denk aan zorgen rondom verslechterde omgangsvormen, verharding in het politieke en publieke debat en uitingen die als extreem of radicaal worden ervaren. Ook in onze gemeenten hebben we te maken met processen van polarisatie rondom verschillende thema’s. We houden hierbij onder andere rekening met mogelijke polarisatie die kan voortvloeien uit diverse geopolitieke spanningen. Temidden van constructieve discussies en sentimenten, merken we dat het debat rondom sommige thema’s steeds meer verhard. Dit kan leiden tot conflicten tussen groepen, segregatie of het verdwijnen van ruimte voor genuanceerde meningen. Bij polarisatie kan sprake zijn van scheiding op basis van thema (bijvoorbeeld de pieten-discussie of 5g-masten) of op basis van eigenschappen van groepen (bijvoorbeeld politieke voorkeur, sociaaleconomische status). Met name polarisatie op kenmerken waar groepen weinig tot niets aan kunnen doen, zoals etniciteit, zijn vaak schadelijk voor de groepen die hiermee te maken hebben.
We onderscheiden daarbij twee hoofdsoorten: horizontale polarisatie (tussen groepen inwoners) en verticale polarisatie (tussen inwoner en overheid). Onder deze tweede vorm zien we de afgelopen jaren, mede door de coronapandemie, een sterke opkomst van anti-institutionalisme. Het geloof in complottheorieën en een sterk anti-institutie sentiment binnen bepaalde groepen heeft bijgedragen aan een verdere verharding van het (online) debat, maar ook van de offline verharding tussen familieleden en kennissen met andere denkbeelden. Wanneer complotdenkers worden veroordeeld voor bijvoorbeeld het aanzetten tot geweld, kan dit als bevestiging gezien worden van een vijandige overheid waarop weer vijandig gereageerd wordt. Volgens de NCTV leidt polarisatie uiteindelijk tot groeiend wantrouwen naar de overheid en andere instituties. Het tast daarmee ook de democratische rechtsstaat aan. Met onder andere als
9
OMO definitie. OMO definitie.
10
10
gevolg dat vertegenwoordigers van deze instanties bedreigd of geïntimideerd worden. De gecreëerde omstandigheden kunnen zelfs leiden tot (dodelijk) fysiek geweld. Aan de andere kant laten recente onderzoeken zien dat mensen juist op veel onderwerpen dichter naar elkaar toe zijn gegroeid. Zo zien we in ons district bijvoorbeeld tal van mooie lokale initiatieven en netwerken. Daarnaast is een vreedzaam conflict of discussie een essentieel onderdeel van een open democratische samenleving. Wanneer we echter te maken hebben met de uiterste flanken – denk aan antidemocratische tendensen - hebben we wat met elkaar te doen. Het blijft daarom van belang om goed geïnformeerd te blijven over wat ons bezighoudt en welke onderwerpen voor spanningen kunnen zorgen en juist voor verbinding, welke signalen hierop wijzen en wat we hierin samen kunnen oppakken. Dit vraagt om nauwe samenwerking (meer dan alleen afstemming) tussen OOV, sociaal domein, communicatie, bestuurders en partners en bewoners uit onze gemeenten.
11
Implicaties voor ons beleid De veranderingen in het maatschappelijk landschap en de nieuwe trends betekent niet dat het bestaande beleid in zijn geheel op de schop moet. Integendeel. Onze districtelijke aanpak, waarin meerdere overheidsactoren samenwerken ondersteund door verschillende maatschappelijke organisaties om invulling te geven aan het preventiebeleid, het bijtijds signaleren om te kunnen interveniëren voordat het te laat is, de persoonsgerichte aanpak (PGA) bij radicalisering en gewelddadig extremisme, het optreden waar grenzen worden overschreden, en het garanderen dat terugkeer in de samenleving op een duurzame wijze gebeurt, blijft onverminderd van belang. Deze districtelijke aanpak is sinds 2015 stevig binnen onze gemeenten neergezet. We kunnen rekenen op een groot en divers netwerk aan professionals en vrijwilligers die getraind zijn in het signaleren van (mogelijke) radicalisering, zeer betrokken inwoners uit de gemeenten die zich inzetten op scholen, in buurthuizen en binnen organisaties ter bevordering van verbinding en weerbaarheid. Lokaal, nationaal en internationaal delen we onze ervaringen met preventieve en repressieve werkwijzen en de lessen die we hieruit hebben geleerd. Zo blijven we nu en in de toekomst samen werken in de aanpak van radicalisering en extremisme.
De interventies die in het volgende hoofdstuk aan bod komen zijn dan ook niet nieuw, maar blijven relevant of behoeven een kleine aanpassing met het oog op de gesignaleerde trends en ontwikkelingen.
12
13
Speerpunten en interventies De aanpak bestaat uit drie speerpunten, die hieronder worden toegelicht. Ieder speerpunt bestaat uit verschillende interventies die elkaar aanvullen en versterken. Speerpunt 1 Preventie Binnen het speerpunt preventie zetten we in op het verkleinen van de voedingsbodem voor radicalisering, extremisme en polarisatie. Deze voedingsbodem bestaat uit verschillende risicofactoren die voor iedereen anders kunnen zijn. Voorbeelden zijn een achtergestelde maatschappelijke of sociaaleconomische positie, een slecht sociaal netwerk, gezinsproblematiek, algemene gevoelens van discriminatie en frustratie over het eigen leven of de situatie in de wereld, maar ook persoonlijke kenmerken kunnen een rol spelen, zoals drijfveren en de aanwezigheid van psychische en gedragsproblematiek. Deze factoren leiden niet per definitie tot een gestage ontwikkeling van (gevoeligheid voor) radicalisering tot een extremistische of terroristische actie. Wanneer een voedingsbodem aanwezig is en er externe omstandigheden – de zogenaamde triggerfactoren – bijkomen die een impact achterlaten, kan dit ervoor zorgen dat een proces van radicalisering wordt ingezet, versneld of omgekeerd. In de preventieve activiteiten die we uitvoeren besteden we aandacht aan identiteitsvorming, weerbaarheid en veerkracht, opvoedingsondersteuning, dialoog en onderwijs.
Waar dat passend is, nemen we hierin ook het online domein mee. Dit alles vanuit een basis van vertrouwen en verbinding.
14
Onze interventies bij het speerpunt preventie Interventie
Omschrijving
Klankbordgroep Preventie en Intervisie
De klankbordgroep is een landelijk platform waarin preventieve activiteiten worden besproken, ervaringen worden uitgewisseld en gespard wordt over de aanpak van radicalisering in gemeenten. Het dient ook als basis voor pionieren op (nieuwe) fenomenen, zoals momenteel anti-institutioneel extremisme en rechtsextremisme. De komende periode richten we ons op het verbreden en professionaliseren van ons bondgenotennetwerk in Delft. De samenstelling van de bondgenoten is nog teveel gericht op enkele gemeenschappen. Om de stem van alle Delftenaren te horen is een bredere vertegenwoordiging nodig. In de professionalisering van bondgenoten willen we bondgenoten equiperen met kennis en vaardigheden over nieuwe vormen van polarisatie, radicalisering, extremisme en gespreksvoering. Ook willen we een duidelijkere link leggen tussen bondgenoten en het gemeentelijk bestuur. Met de contactcirkel krijgen we reactief inzicht in harde (feitelijke gebeurtenissen/incidenten) en zachte signalen (sentimenten en zorgen rondom fysieke en sociale veiligheid) bij relevante partners als gevolg van maatschappelijke onrust/een aanslag met een (mogelijk) terroristisch motief, en het vormgeven van een gezamenlijk handelingskader. De komende vier jaar bieden we trainingen en voorlichtingen aan, in diverse vormen, ter bevordering van de algehele weerbaarheid en veerkracht van jongeren, ouders en professionals.
Zowel gericht op online als offline. We doen dit samen met het sociaal domein, maatschappelijke organisaties en het onderwijs.
Bondgenotennetwerk (SNRP)
Contactcirkel
Interventies op het gebied van weerbaarheid en veerkracht
Wordt ingezet voor deze gemeente(n) Delft, MiddenDelfland, Westland en Rijswijk
Delft. Relevante werkwijzen en kennis kan breder worden gedeeld.
Delft. Relevante werkwijzen en kennis kan breder worden gedeeld.
Delft, MiddenDelfland, Westland en Rijswijk
15
Maatschappelijk onbehagen, ongenoegen en polarisatie
Inzicht in risico- en beschermende factoren op lokaal niveau
De komende vier jaar zetten we ons samen met het sociaal domein en de stad in voor (meer) bewustwording en kennis over maatschappelijk onbehagen, ongenoegen en polarisatie. Dit doen we onder andere door het aanbieden van trainingen en bijeenkomsten. Aan de hand van opgehaalde risico- en beschermende factoren uit de stad – afkomstig uit gesprekken tussen gemeente, inwoners en partners wordt de lokale preventieve inzet bepaald en/of de bestaande preventieve inzet aangescherpt.
Delft, MiddenDelfland, Westland en Rijswijk
Delft, MiddenDelfland, Westland en Rijswijk
Speerpunt 2 Signaleren Om alle vormen van radicalisering en extremisme te herkennen, analyseren we wat er speelt en verbreden en verdiepen we de kennis bij professionals met het herkennen van radicalisering en extremisme. Ook bieden we hen handvatten om hiermee om te gaan. Onze interventies bij het speerpunt signaleren Interventie
Omschrijving
Deskundigheidsbevordering eerstelijns sleutelfiguren en aandachtsfunctionarissen radicalisering
De komende periode breiden we het lokale en districtelijke operationeel netwerk uit zodat deze netwerk ook toegerust zijn op de actuele ontwikkelingen rondom radicalisering en extremisme. We organiseren hiervoor o.a. trainingen en voorlichtingen gericht op deskundigheidsbevordering. Daarnaast besteden we aandacht aan de borging en implementatie van aandachtsfunctionarissen radicalisering om de continuïteit van de aanpak te waarborgen. Ieder jaar organiseren we een informatieve dag voor alle aandachtsfunctionarissen radicalisering in het district over een specifiek thema. Altijd met aandacht voor de rol van aandachtsfunctionaris radicalisering en de positie in de eigen organisatie.
Bijeenkomst aandachtsfunctionarissen radicalisering en extremisme
Nieuwsbrief voor aandachtsfunctionarissen radicalisering
Twee keer per jaar versturen we een nieuwsbrief naar alle aandachtsfunctionarissen. We praten
Wordt ingezet voor deze gemeente(n) Delft, MiddenDelfland, Westland en Rijswijk
Delft, MiddenDelfland, Westland en Rijswijk
Delft, MiddenDelfland, Westland en Rijswijk 16
Signaleringskaarten
hen bij over actuele ontwikkelingen, lees- en luistertips en interviews met professionals op het gebied van preventie en trainingen. De komende periode gaan we aan de Delft, Middenslag met het ontwikkelen van Delfland, Westland en signaleringskaarten voor professionals. Rijswijk Met behulp van deze kaarten kunnen zij in een oogopslag signalen, symbolen en bijgaand taalgebruik bij (nieuwe) vormen van extremisme herkennen en weten ze waar ze terecht kunnen als ze een melding willen maken of vragen hebben.
Speerpunt 3 Interveniëren Dit speerpunt zet zich in op het uitvoeren van interventies gericht op het inperken van veiligheidsrisico’s die uitgaan van radicalisering en extremisme en bieden van zorg. Dit met als doel (verdere) radicalisering te voorkomen en (weer) aansluiting te vinden bij de maatschappij. Dit wordt ook wel de persoonsgerichte aanpak (PGA) genoemd. Een uitgebreide toelichting van de PGA staat in de bijlage. Onze interventies bij het speerpunt interveniëren Interventie
Omschrijving
Persoonsgerichte aanpak radicalisering (PGA)
De persoonsgerichte aanpak radicalisering, de PGA-CTER, zetten we in om signalen van radicalisering te duiden en indien sprake is van radicalisering wordt de PGA ingezet en een plan op maat uitgewerkt. Dit is een bestaand proces in samenwerking met o.a. politie, OM, RvdK en de Reclassering. Onder voorzitterschap van de gemeente Delft vindt periodiek een afstemmingsoverleg plaats met alle districtsgemeenten en kernpartners zoals het OM en de politie. Er worden nieuwe signalen gewogen t.b.v. de PGA. Daarnaast worden relevante landelijke/regionale trends en ontwikkelingen besproken. Inzet van expertise bij duiding van casuïstiek, inzet expertise voor begeleiding van personen in het kader van de PGA en inzet van overige interventies in de PGA.
Afstemmingsoverleg PGA
Inzet externe expertise
Wordt ingezet voor deze gemeente(n) Delft, MiddenDelfland, Westland en Rijswijk
Delft, MiddenDelfland, Westland en Rijswijk
Delft, MiddenDelfland, Westland en Rijswijk
17
Expertisepool professionals
Ook de komende periode zetten we de expertisepool in voor intervisie en het uitvoeren van interventies op de casuïstiek. De expertisepool bestaat uit verschillende zorg- en veiligheidsprofessionals die gespecialiseerd zijn op de thema’s radicalisering en extremisme. De expertisepool komt bijeen onder voorzitterschap van de gemeente Delft.
Delft, MiddenDelfland, Westland en Rijswijk
Maatwerk Radicalisering is een complex proces, waarbij veel verschillende factoren een rol spelen – er is eigenlijk nooit één enkele oorzaak en er zijn dus ook geen standaard oplossingen. We zijn flexibel en creatief, onze interventies of activiteiten passen we toe op basis van de vraag die er ligt of het probleem dat er speelt en de mogelijkheden die er zijn. We zijn proactief in onze communicatie en door persoonlijk contact zichtbaar, toegankelijk en transparant. Evaluatie van de aanpak Graag weten we of we met onze inzet bereiken wat we voor ogen hebben. Dit doen we aan de hand van plan-, proces en/of effectevaluaties. Soorten evaluaties Met een planevaluatie krijg je meer inzicht in de mate waarin het plan een oplossing biedt voor het aangedragen probleem, de mate waarin het plan is onderbouwd en waarin bestaande kennis en context in het plan zijn opgenomen en de mate waarin is nagedacht over de opzet en uitvoering van een proces- en/of effectevaluatie. Een planevaluatie biedt handvatten om het plan van aanpak voor de interventie aan te scherpen en beter te kunnen verantwoorden. Een procesevaluatie beoordeelt of de inzet en uitvoering van de interventie gaat zoals gepland en helpt om de inzet en uitvoering van de activiteit te optimaliseren. Daarnaast brengt het de geleerde lessen in kaart: wat werkt goed en wat minder goed.
Zo krijg je informatie om de implementatie van de activiteit bij te sturen, de interventie door te ontwikkelen of, indien nodig, stop te zetten. Een effectevaluatie geeft inzicht in wat de interventie heeft opgeleverd, de mate waarin de opbrengst van de activiteit overeenkomt met de doelstellingen en in hoeverre de activiteit bijdraagt aan effecten op maatschappelijk niveau die niet voorzien waren in de doelstellingen (ook negatieve/ongewenste effecten). Daarnaast biedt dit type evaluatie inzicht in verbeterpunten om de gewenste opbrengsten te realiseren. Daarnaast kijken we zoveel mogelijk naar evidence based interventies die gebaseerd zijn op actuele wetenschappelijke inzichten, zoals bijvoorbeeld de “what works beginselen”. Hierbij monitoren we het verloop van de interventies en de samenwerking met onze partners. Aan de hand hiervan kunnen we kijken of de doelen die per speerpunt zijn opgesteld worden behaald. We realiseren ons ook dat het van uiterst belang is om continu de afweging te maken in hoeverre de gemeente een rol, wettelijke taak en bevoegdheid heeft. We blijven kritisch kijken naar het 18
mandaat van de gemeente op de thema’s radicalisering, extremisme en polarisatie en de wettelijke grondslagen die de gemeente heeft. Deze bepalen de gemeentelijke inzet. Monitoring We bouwen structurele feedbackmomenten in met onze partners om samen te kijken of nog steeds de goede dingen worden gedaan. Daarnaast gaan we door met de organisatie van verschillende bijeenkomsten met onze netwerken waarin we toelichten waar we staan in onze aanpak, wat de trends en ontwikkelingen zijn en ervaringen uitwisselen. Zoals de bijeenkomsten voor onze aandachtsfunctionarissen, de periodieke bondgenotenoverleggen en gesprekken met onze eerstelijns professionals.
19
Organisatie De gemeenten Delft, Midden-Delfland, Westland en Rijswijk voeren de aanpak uit. De gemeente Delft is hierin coördinerend en adviserend voor het hele district. Zo haalt Delft bijvoorbeeld actuele praktische en wetenschappelijke kennis en inzichten op en deelt deze actief met de districtsgemeenten tijdens overleggen en bijeenkomsten. Delft stelt hiermee de districtsgemeenten in staat om de eigen colour locale te bepalen en daar een strategie, cq. uitvoeringsprogramma, op vast te stellen. Volledig toegespitst op de eigen netwerken, organisaties en mensen. Hiermee beogen we de lokale borging van de aanpak in het district beter te verankeren, wat de aanpak op districtsniveau verder versterkt. Uiteraard kan hierin een beroep worden gedaan op de kennis en kunde die vanuit Delft wordt verzameld. De gemeente Delft draagt hiervoor methodisch onderbouwde werkwijzen aan. Een voorbeeld is het in kaart brengen van beschermende en risicofactoren om de inzet van preventieve activiteiten te bepalen. De gemeente Delft is daarnaast faciliterend naar de regio; districtsgemeenten kunnen doorlopend een beroep doen op de districtelijke procesregisseur en beleidsadviseur en als districtsgemeente deelnemen aan werkbijeenkomsten, trainingen en voorlichtingen.
Delft is adviserend en ondersteunend in de PGA voor het hele district, coördineert samen met de districtsgemeenten preventieve activiteiten, onderhoudt het netwerk van aandachtsfunctionarissen en draagt zorg voor de deskundigheidsbevordering in het district.
Samenwerkingspartners binnen de aanpak Net als bij alle complexe (veiligheids-)vraagstukken, is er niet één partij met de sleutel tot een succesvolle oplossing voor extremisme en radicalisering. We gaan uit van een gedeeld gevoel van verantwoordelijkheid en werken, vanuit ieders verantwoordelijkheid, samen met onze inwoners, 20
betrokken sleutelfiguren, maatschappelijke organisaties, zorg- en veiligheidspartners, het Rijk, andere gemeenten en landelijke organisaties. Uitwerking en verantwoording De districtelijke aanpak wordt door de betrokken partners in wisselende samenstelling op verschillende onderdelen geoperationaliseerd in uitvoeringsprogramma’s. Elke partner handelt daarbij vanuit de eigen rol en wettelijke bevoegdheden. De gezamenlijke koers wordt periodiek getoetst en waar nodig bijgesteld naar aanleiding van lokale signalen en tendensen en het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN). Regelmatig zijn er evaluaties van (onderdelen van) de aanpak. Integrale rapportage over de voortgang vindt ieder jaar plaatst en na vier jaar, het einde van de looptijd van deze districtelijke aanpak. Financiën De districtelijke aanpak radicalisering en extremisme wordt bekostigd door (tijdelijke) rijksgelden (versterkingsgelden). Sinds de start van de aanpak in 2015 zetten we deze gelden in ten behoeve van het uitvoeren van activiteiten van de aanpak en personele bezetting. Altijd op basis van de dreiging en weerbaarheid in het district. Om continuïteit van de aanpak te waarborgen worden bestaande interventies, waar dat mogelijk is, geborgd in bestaande organisaties en activiteiten. Toekenning van de versterkingsgelden is niet vanzelfsprekend.
In het geval we substantieel lagere bedragen ontvangen vanuit het Rijk, zullen er keuzes in ambitieniveau of op uitvoering van activiteiten gemaakt moeten worden. Als dit niet wenselijk is, dienen de mogelijkheden voor cofinanciering vanuit het district verkend te worden. Strategische context De districtelijke aanpak hangt onder de overkoepelende Rijksbrede Veiligheidsstrategie en aanverwanten beleidsdocumenten afkomstig vanuit de ministeries van Justitie en Veiligheid, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Binnenlandse Zaken en de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst. Het beleidsplan sluit ook aan bij de inzet op aangrenzende fenomenen als niet-gewelddadig extremisme, problematisch gedrag en maatschappelijke onrust. Daarnaast heeft de districtelijke aanpak ook een wisselwerking met de brede preventieve agenda binnen het domein van justitie en veiligheid.
21
Bijlage: Methodiekbeschrijving persoonsgerichte aanpak radicalisering (PGA-CTER) district E
22
Methodiekbeschrijving persoonsgerichte aanpak radicalisering (PGA CTER) district E
November 2024
23
Inhoudsopgave Inleiding ...................................................................................................................................................... 25 De persoonsgerichte aanpak radicalisering (PGA CTER) .............................................................................. 26 1.1 Doelgroep PGA CTER ...............................................................................................................................26 1.2 Doelstellingen PGA CTER ..........................................................................................................................26 1.3 Wet- en regelgeving .................................................................................................................................27 1.3.1. Wettelijke taken partners PGA CTER ................................................................................................27 1.3.2. Algemene verordening gegevens-bescherming ...............................................................................27 Partners en mandaat binnen de PGA CTER .................................................................................................
29 2.1 Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden .......................................................................................................29 2.2 Kernpartners .............................................................................................................................................29 2.3 Casuspartners ...........................................................................................................................................30 2.4 Overige casuspartners ..............................................................................................................................31 2.5 Rol - en taakverdeling ...............................................................................................................................31 2.6 De expertisepool.......................................................................................................................................31 Het proces van de PGA CTER .......................................................................................................................
32 3.1 Het meldingsproces ..................................................................................................................................32 3.2 Het afstemmingsoverleg...........................................................................................................................33 3.2.1. Wegen van meldingen ..........................................................................................................................33 3.3 Het casusoverleg.......................................................................................................................................34 3.3.1. Plan van aanpak ................................................................................................................................34 3.3.2. Notificeren van betrokkenen ............................................................................................................34 3.3.3. Rollen binnen het casusoverleg ........................................................................................................35 3.3.4.
Interventies in de PGA CTER .............................................................................................................35 3.4 Monitoren .................................................................................................................................................37 3.5 Afsluiten van de casus ..............................................................................................................................37 3.6 Bewaartermijnen ......................................................................................................................................37 3.7 Speciale thematiek en werkwijzen ...........................................................................................................38 Instrumenten in de PGA CTER .....................................................................................................................
39 4.1 Het NTA-duidingsinstrument ....................................................................................................................39 4.2 Het 'Werkmodel Casusoverleg Radicalisering & Extremisme’ .................................................................39 4.3 Reflecteren en evalueren .........................................................................................................................39 4.4 Het registratiesysteem PGAx ....................................................................................................................40 Regionale en landelijke samenwerking ....................................................................................................... 41 5.1 Regionaal Netwerkoverleg CTER ..............................................................................................................41 5.2 Gemeentelijk CT-overleg (voorheen PRIO-overleg) .................................................................................41 5.3 Multidisciplinair Afstemmingsoverleg Resocialisatie (MAR) ....................................................................41 Bijlagen ....................................................................................................................................................... 42
24
Inleiding De afgelopen jaren is de maatschappij geconfronteerd met diverse vormen van extremisme. Denk hierbij o.a. aan het jihadisme, rechtsextremisme en het anti-institutioneel extremisme. Radicalisering en extremisme zijn fenomenen die, gezien het potentiële ingrijpende karakter ervan, vragen om een blijvende inzet. Gemeenten hebben een cruciale rol bij de aanpak van deze problematiek. Het is daarom belangrijk dat zij effectieve processen hebben ingericht om radicalisering en extremisme tegen te gaan. In dit licht voeren gemeenten sinds 2014 de regie over de persoonsgerichte aanpak contraterrorisme, extremisme en radicalisering (hierna: PGA CTER). Hierbij wordt gewerkt aan het reduceren van risico’s die uitgaan van radicalisering en extremisme. In 2014 lag de focus van de PGA CTER uitsluitend op het jihadisme, o.a. (potentiële) uitreizigers, terugkeerders en hun omringende systeem. Sinds de toenemende dreiging die uitgaat van andere vormen van extremisme, is de omvang van de PGA CTER hedendaags echter verbreed. Waar de samenwerking vanuit crisismanagement is ontstaan, is er sindsdien toegewerkt naar het structureel borgen van kennis, kunde en processen. De voorliggende methodiekbeschrijving PGA CTER geeft invulling aan deze structurele borging. In deze methodiekbeschrijving wordt de gehele PGA CTER van district E toegelicht.
Er wordt onder andere stilgestaan bij de doelen en doelgroep, het proces, de betrokken partijen en de wettelijke en bestuurlijke kaders. Deze methodiekbeschrijving is een bruikbaar instrument om huidige en nieuwe collega’s te ondersteunen bij de uitvoering van het werk. Bovendien bevordert het de uniformiteit en continuïteit van de aanpak van radicalisering en extremisme binnen de gemeenten in district E. Toepassing methodiekbeschrijving op gehele district De huidige methodiekbeschrijving is van toepassing op alle gemeenten in district E. Dit zijn de gemeenten
Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland. Deze gemeenten kennen een gezamenlijke aanpak van radicalisering en extremisme, die gecoördineerd wordt door de gemeente Delft. Een werkveld in beweging Dit document vervangt het eerdere ‘Districtsplan Persoonsgerichte Aanpak’ dat was opgesteld in 2016. Zoals eerder vermeld zijn er de afgelopen jaren nieuwe vormen van extremisme opgekomen. Ook hebben er ontwikkelingen op beleids- en strategisch niveau plaatsgevonden, waaronder komende wetgeving die een juridische basis biedt voor de regierol van gemeenten. Deze ontwikkelingen vereisen een actuele methodiekbeschrijving. In de komende jaren kunnen er nieuwe vormen van dreigingen ontstaan en veranderingen in beleid plaatsvinden. Het is belangrijk dat de PGA CTER hier adequaat op kan reageren. Daarom wordt jaarlijks bezien of de huidige methodiekbeschrijving aangepast moet worden op basis van nieuwe trends, ontwikkelingen en wijzigingen die relevant zijn voor de PGA CTER. Leeswijzer Deze methodiekbeschrijving begint met een uitleg van de PGA CTER, waarbij specifiek wordt stilgestaan bij de doelen, doelgroep en het wettelijk kader. Daarna worden de betrokken partijen bij de PGA CTER beschreven en wordt het proces van een melding tot het casusoverleg uitgelegd. Hierbij is er nadere aandacht voor het plan van aanpak, de interventies die ingezet kunnen worden en bewaartermijnen.
Tenslotte worden de gebruikte instrumenten binnen de PGA CTER beschreven en wordt stilgestaan bij de regionale en landelijke samenwerking. N.B.: Bij het opstellen van deze methodiekbeschrijving is intensief gebruikgemaakt van de ‘Methodiek beschrijving PGA CTER’ opgesteld door de gemeente Den Haag, d.d. 17 februari 2023.
25
De persoonsgerichte aanpak radicalisering (PGA CTER) De PGA CTER vormt een belangrijk onderdeel van de Nationale Contraterrorisme Strategie.11 In de PGA CTER worden personen besproken die vanuit ideologische redenen een veiligheidsrisico vormen. De bespreking van een persoon in de PGA CTER vindt plaats in een multidisciplinair casusoverleg met diverse zorg- en veiligheidspartners. Dit kunnen onder andere de politie, het Openbaar Ministerie (OM), de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en/of Reclassering Nederland (RN) zijn. Deze partners wisselen informatie uit en maken een integraal plan van aanpak voor de desbetreffende persoon. De gemeente is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de PGA CTER. 1.1 Doelgroep PGA CTER De PGA CTER richt zich op personen waarbij sprake is of sterke vermoedens bestaan van radicalisering of extremisme. Het kan gaan om personen die zich buiten een strafrechtelijk kader bevinden en waarbij er zorgen zijn over hun mogelijke radicalisering. In dit geval is er bijvoorbeeld sprake van signalen van opruiing, oproepen, aanjagen of er zijn uitspraken gedaan die gebaseerd zijn op een extremistisch gedachtegoed. In deze gevallen heeft de PGA CTER een preventieve werking. De PGA CTER wordt ook ingezet voor personen waarbij sprake is van een CTER-gerelateerde strafrechtelijke veroordeling.
Er is in die gevallen al sprake geweest van een, al dan niet gewelddadig, terroristisch misdrijf. In deze gevallen heeft de PGA CTER een repressieve werking. De PGA CTER is zodanig breed ingericht dat het ingezet kan worden voor alle vormen van radicalisering en extremisme. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om links- en rechtsextremisme, jihadisme, maar ook om extremisme voortvloeiend uit anti-institutioneel gedachtegoed of complotdenken. Uitreizigers zijn opgenomen in de PGA CTER Alle uitreizigers uit district E zijn opgenomen in de PGA CTER. Een uitzondering hierop zijn personen waarbij het onomstotelijk vast is komen te staan dat zij zijn overleden en uitreizigers wiens casus door een andere gemeente is overgenomen. De uitreizigers die (nog) niet zijn teruggekeerd naar Nederland en al wel zijn opgenomen in de PGA CTER staan op ‘monitoringstand’. Deze dossiers worden één keer
per jaar besproken. Relevante nieuwe informatie wordt toegevoegd aan het persoonsdossier. Bij signalen van terugkeer/repatriëring organiseert de gemeente een casusoverleg. De desbetreffende burgemeester wordt tijdig hierover geïnformeerd. 1.2 Doelstellingen PGA CTER De PGA CTER kent meerdere doelstellingen. Zo worden er passende interventies ingezet met als doel om (verdere) radicalisering te voorkomen en om (weer) aansluiting te vinden bij de maatschappij. Verder wordt actieve participatie in de maatschappij gestimuleerd. Bij personen met een detentieverleden zijn resocialisatie en het leveren van nazorg tevens belangrijke doelen. Het overleg met de verschillende ketenpartners biedt daarnaast de gelegenheid om doorlopend inschattingen te maken van de veiligheidsrisico’s en om interventies goed op elkaar af te kunnen stemmen. Binnen de PGA CTER wordt eveneens gewerkt aan twee belangrijke veranderprocessen, namelijk disengagement en, waar mogelijk, deradicalisering. Disengagement (ook wel uittreding genoemd) beoogt een verandering teweeg te brengen in concreet en waarneembaar gedrag. Zoals het stoppen van geweld vanuit ideologisch motief. Andere vormen van disengagement zijn het afstand nemen van het (oude) extremistische netwerk en het niet verder verspreiden van het extremistische gedachtegoed (bijv. via bijeenkomsten, flyers of sociale media).
Deze gedragsveranderingen zijn meetbaar.
11 De Nationale Contraterrorisme Strategie (NCTV, 2022) heeft betrekking op het voorkomen en aanpakken van terrorisme en gewelddadig
extremisme en richt zich op de periode 2022-2026.
26
Deradicalisering gaat niet over een gedragsverandering, maar over een cognitieve verandering. Bij deradicalisering wijzigen de interne overtuigingen en onderliggende diepere (kern)waarden. Deze veranderingen hebben betrekking op iemands identiteit, intern kompas en drijfveren. Dit is niet meetbaar en is daardoor lastig aan te tonen. Een betrokkene kan zich immers in gesprekken voordoen als gederadicaliseerd, terwijl hij of zij nog steeds sympathiseert met een gewelddadig gedachtegoed. In het plan van aanpak binnen de PGA CTER worden de bovengenoemde twee veranderprocessen nauwkeurig in de gaten gehouden. Enerzijds richt de PGA CTER zich op wat concreet in gedrag en handelingen wordt waargenomen (disengagement) en anderzijds richt het zich op wat iemand vindt, zegt, ervaart of uitdraagt (deradicalisering). Op basis van het ‘Pro-Integration Model’ van dr. Kate Barelle12 heeft de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) het “Werkmodel Casusoverleg Radicalisering & Extremisme” (hierna: werkmodel) ontwikkeld. Dit werkmodel wordt door de ketenpartners gebruikt om het verloop van de casus te toetsen op de mate van disengagement. In hoofdstuk 4.2 wordt het werkmodel nader toegelicht. 1.3 Wet- en regelgeving De PGA CTER is sinds 2014 onderdeel van de nationale aanpak radicalisering en terrorisme.
In 2014 publiceerde de NCTV voor gemeenten de handreiking ‘Aanpak radicalisering en terrorismebestrijding op lokaal niveau’.13 Om de samenwerking in multidisciplinair verband en de benodigde uitwisseling van informatie tussen de ketenpartners te bevorderen, is in 2017 het convenant ‘Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme’ geïntroduceerd.14 De kaders voor gegevensdeling binnen de PGA CTER zijn in dit convenant vastgelegd. Voorgenoemd convenant wordt naar verwachting in 2025 vervangen door een nieuw wetsvoorstel, de ‘Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten’. In dit wetsvoorstel zijn de taken van de gemeente om het
casusoverleg met betrekking tot radicalisering en extremisme te organiseren wettelijk vastgelegd. Het wetsvoorstel is in april 2024 aangenomen door de Tweede Kamer, en ligt momenteel ter goedkeuring bij de Eerste Kamer. 15 1.3.1. Wettelijke taken partners PGA CTER De wettelijke taken van de partners in de PGA CTER zijn, naast in het convenant en in de toekomstige wetgeving, neergelegd in wetgeving die specifiek toeziet op hun eigen organisatie. Op hoofdlijnen zijn de taken en de wettelijke grondslag voor deelname van de gemeente aan de PGA CTER neergelegd in de Gemeentewet, die van de politie in de Politiewet en van het OM in de ‘Wet op de rechterlijke organisatie’. De RvdK ontleent haar taken en wettelijke grondslag voor deelname aan de PGA CTER aan het Burgerlijk Wetboek. De taken en bevoegdheden van reclasseringsinstellingen zijn neergelegd in de Reclasseringsregeling. 1.3.2. Algemene verordening gegevensbescherming Binnen de PGA CTER bespreken de partners de situatie van personen en wisselen zij persoonsgegevens uit. Dit betekent dat de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing is. De AVG regelt de rechtmatige verwerking van persoonsgegevens. Om persoonsgegevens te verwerken dient er sprake te zijn van een specifieke grondslag. De AVG kent zes grondslagen om persoonsgegevens te verwerken: 1.
De betrokkene (degene die in het casusoverleg wordt besproken) geeft toestemming voor de verwerking van persoonsgegevens. 2. De gegevens zijn noodzakelijk om een overeenkomst uit te voeren. 3. De verwerking van de gegevens is wettelijk verplicht. 4. De gegevens worden verwerkt om vitale belangen te beschermen. 5. De gegevensverwerking is noodzakelijk om een taak van algemeen belang of openbaar gezag uit te oefenen.
12 Kate Barelle, ‘Pro-integration: disengagement from and life after
14 Ten behoeve van deze samenwerking is het convenant
extremism: Behavioral Sciences of Terrorism and Political Aggression’, Behavioral Sciences of Terrorism and Political Aggression 7(2), 2014, p. 129-141. 13 Deze handreiking is opgesteld om gemeenten te ondersteunen bij het ontwikkelen van een lokale aanpak voor de bestrijding van radicalisering en terrorisme.
Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme en de bijbehorende handleiding opgesteld. 15 Voor meer informatie over het wetsvoorstel, zie deze link.
27
6. De gegevensverwerking is noodzakelijk om een gerechtvaardigd belang te behartigen. In de praktijk is de gegevensverwerking binnen de PGA CTER vooral gebaseerd op punt 5 (algemeen belang of openbaar gezag). Soms verleent de persoon die onderwerp van bespreking is in de PGA CTER toestemming en in een uitzonderlijk geval kan worden teruggegrepen op de grondslag zoals beschreven onder punt 4 (bescherming van vitale belangen). Voor deze methodiekbeschrijving wordt echter primair uitgegaan van gegevensdeling in het kader van algemeen belang of het uitoefenen van openbaar gezag. Sommige persoonsgegevens die in de PGA CTER verwerkt worden zijn zogeheten “bijzondere persoonsgegevens”. De verwerking van deze gegevens maakt een grotere inbreuk op de privacy van een persoon dan de verwerking van andere persoonsgegevens. Denk bijvoorbeeld aan gegevens over politieke opvattingen. Er zijn dan ook strengere regels van toepassing. Er moet een wettelijke grondslag zijn voor de verwerking van deze bijzondere persoonsgegevens. In het kader van de PGA CTER ligt deze grondslag in de eerdergenoemde wetten. Er is een zogeheten “verwerking die noodzakelijk is voor een zwaarwegend algemeen belang”. Dit belang is echter (nog) niet in één wet omschreven.
De omschrijving uit het convenant, die in het (nog goed te keuren) wetsvoorstel ‘Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten’ is opgenomen, zal leidend worden: “het reduceren van risico’s verbonden aan radicalisering, extremisme, uitreizen, of terugkeer en het bieden van zorg aan subjecten”. Naast de hiervoor genoemde bepalingen zijn er nog enkele belangrijke voorwaarden die worden gehanteerd bij de verwerking van persoonsgegevens in de context van de PGA CTER:
1. De verwerking is rechtmatig, behoorlijk en transparant. Deze eis is eveneens neergelegd in de wettelijke taakstellingen, het convenant en in de toekomstige ‘Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten’. 2. Er dient sprake te zijn van een zogeheten ‘doelbinding’. In het kader van PGA CTER kan het doel het best omschreven worden als de reductie van risico’s verbonden aan radicalisering, extremisme, uitreizen, of terugkeer en het aanbod van zorg aan de betrokkenen personen. 3. Er worden niet meer gegevens verwerkt dan noodzakelijk. In het casusoverleg worden enkel de gegevens verwerkt die nodig zijn voor het opstellen, uitvoeren en bewaken van een plan van aanpak. 4. De gegevens die verwerkt worden zijn juist. In de PGA CTER wordt dit gewaarborgd door – voor zover mogelijk – de gegevens onafhankelijk te verifiëren en, bij de constatering dat foutieve gegevens zijn verwerkt, te corrigeren. 5. De gegevens worden niet oneindig bewaard. De afgesloten dossiers worden voor vijf jaar bewaard. Na het verstrijken van die periode worden de gegevens vernietigd. In hoofdstuk 3.6 wordt nader op bewaartermijnen ingegaan. 6. Gegevens worden op een deugdelijke wijze opgeslagen. Alle ketenpartners zijn verantwoordelijk voor de opslag van de gegevens die zij inbrengen in de PGA CTER.
De gegevens die gezamenlijk verwerkt worden ten behoeve van de PGA CTER worden in het daarvoor bestemde systeem, PGAx, verwerkt. PGAx voldoet aan de wettelijke vereiste technische inrichting om gegevens te beschermen.
28
Partners en mandaat binnen de PGA CTER Bij de PGA CTER zijn verschillende partners betrokken. In dit hoofdstuk volgt een overzicht van de partners, hun kerntaken en bevoegdheden. Er wordt allereerst stilgestaan bij het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden (ZVHH), waar de casusoverleggen georganiseerd worden. In het convenant worden verder twee categorieën casuspartners beschreven, de zogenaamde kernpartners (de driehoek: de gemeente, het OM, en de politie) en overige casuspartners. Beide categorieën zijn convenantpartners. Dit betekent dat zij specifieke bevoegdheden hebben met betrekking tot informatiedeling. De betrokkenheid van de partners is echter verschillend. De kernpartners zijn standaard betrokken bij alle PGA CTER casussen en maken onderdeel uit van het afstemmingsoverleg. De overige casuspartners daarentegen sluiten alleen aan wanneer ze ook zelf actief betrokken zijn bij een casus.
2.1 Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden In de aanpak van radicalisering en extremisme worden de gemeente en het ZVHH vaak samen genoemd. Er is echter een verschil tussen beide partners. De gemeente voert de inhoudelijke regie over de PGA CTER. In het ZVHH worden de relevante ketenpartners samengebracht voor het casusoverleg. Het ZVHH levert een voorzitter (procesregisseur) die het casusoverleg leidt en een ondersteuner (informatiecoördinator) die zorg draagt voor de notulen. Op basis van de BOBmethodiek (beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming) wordt een integraal plan van aanpak opgesteld.
• •
•
• Het ZVHH faciliteert verder de regionale uitwerking en samenwerking in de PGA CTER. De regionale netwerkcoördinator van ZVHH bevordert de samenwerking van ketenpartners binnen de regio’s Haaglanden en Hollands-Midden, door middel van kennisdeling middels bijeenkomsten, (meer) uniform en methodisch werken binnen de PGA CTER en het in kaart brengen van knelpunten en trends. 2.2 Kernpartners De kernpartners zijn altijd aanwezig bij de casusoverleggen binnen de PGA CTER. Zij maken tevens deel uit van het afstemmingsoverleg, waarin wordt bepaald wanneer een casusoverleg noodzakelijk is en welke partners hierbij moeten aanschuiven. Gemeente Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland Zoals eerder benoemd voeren gemeenten de regie over de PGA CTER. Aan deze regierol zijn de volgende verantwoordelijkheden verbonden: • De samenwerking in het lokale casusoverleg in goede banen leiden.
•
•
Het houden van overzicht over alle PGA CTER casussen. De coördinatie van de casus in de PGA CTER. Wanneer opportuun kan deze rol echter worden opgepakt door een andere ketenpartner, bijvoorbeeld door een partner uit de strafrechtketen zoals RN (voor een nadere toelichting op de casusregisseur, zie hoofdstuk 3.3.3.). Het, daar waar nodig, betrekken van externe deskundigen in het casusoverleg, zoals het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE) of Nuance door Training en Advies (NTA). Het adviseren van de burgemeester (of gehele driehoek) naar aanleiding van trends en ontwikkelingen m.b.t. de casussen. Het onderhouden van contact met landelijke partners zoals de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en NCTV. De opzet en het onderhoud van het professionele netwerk ten behoeve van de signaleringstructuur en de deskundigheidsbevordering van professionals werkzaam in de PGA CTER.
Zoals eerder vermeld, kennen de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland een gezamenlijke aanpak m.b.t. radicalisering en extremisme. Deze aanpak wordt gecoördineerd door de gemeente Delft. Dit betekent dat medewerkers veiligheid met taakaccent radicalisering die in dienst zijn van de gemeente Delft, worden ingezet ten behoeve van het hele district. Zij houden zich bezig met het uitvoeren van de PGA CTER en bieden hierin ondersteuning en advies aan de districtsgemeenten. Verder richten zij zich op het onderhouden en uitbreiden van het districtelijke professionele 29