Bijlage 2 bij regels
Tekst van het document
met akoestisch onderzoek is aangetoond dat via een gelijkwaardige maatregel minimaal hetzelfde geluidreducerend effect wordt bereikt voor de betreffende geluidgevoelige objecten en functie(s).
Artikel 29
overige zone - bedrijven Lijm & Cultuur
29.1 Bestemmingsomschrijving en schakelbepaling a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bedrijven Lijm & Cultuur' gelden de in dit artikel opgenomen regels. b. Op de gronden als bedoeld in het eerste lid gelden de planregels van dit artikel aanvullend op de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en de verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0016-2001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23 en artikel 40, voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven.
29.2
Geluidruimte inrichting
De bestaande inrichting, zoals bedoeld in lid 2.17, gelegen binnen de aanduiding 'overige zone bedrijven Lijm & Cultuur' moet voldoen aan de volgende regels: a. de toegestane geluidbelasting bedraagt in de dag- en avondperiode, op de gevel van bestaande geluidgevoelige functies en objecten, maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde (inclusief muziektoeslag), met dien verstande dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de gevel van bestaande geluidgevoelige functies en objecten in situaties dat er geen toeslag voor muziekgeluid van toepassing is, niet meer bedraagt dan: 1. 50 dB(A) in de dagperiode; 2. 45 dB(A) in de avondperiode; b. de toegestane geluidbelasting bedraagt in de dag- en avondperiode op de grens van de bestemming 'Gemengd - Kabeldistrict 2' maximaal 60 dB(A) etmaalwaarde (inclusief muziektoeslag), met dien verstande dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de grens van de bestemming Gemengd - kabeldistrict 2 in situaties dat er geen muziektoeslag van toepassing is, niet meer bedraagt dan: 1. 50 dB(A) in de dagperiode; 2. 45 dB(A) in de avondperiode; c.
De waarden als genoemd in artikel 29.2 onder b gelden pas op het moment dat een woning binnen de bestemmingen 'Gemengd – Kabeldistrict 1' en 'Gemengd – Kabeldistrict 2' is gerealiseerd én in gebruik is genomen, met dien verstande dat totdat de waarden als genoemd in artikel 29.2 onder b gelden moet worden voldaan aan maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde (inclusief muziektoeslag) op de dichtstbij gelegen grens van de bestemmingen 'Wonen' en 'Maatschappelijk' in bestemmingsplan 'Voorhof' met IMRO nummer NL.IMRO.0503.BP0031-2001 (vastgesteld 0611-2014); d. in aanvulling op het bepaalde onder a en b bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (inclusief muziektoeslag) in de nachtperiode maximaal 40 dB(A) etmaalwaarde; e. de geluidbelasting bedraagt op een afstand van 50 meter ten noorden en ten zuiden van de aanduiding 'overige zone - bedrijven Lijm & Cultuur' maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde (exclusief muziektoeslag); f. in afwijking op het bepaalde onder a, b en d geldt dat maximaal 12 dagen per jaar dat het toegestane equivalente muziekgeluidniveau: 1.
op de gevel van geluidgevoelige objecten en functies op de gronden aangewezen voor 'Gemengd - Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2' en 'Gemengd - Nieuwe Haven' 80 dB(A) en 90 dB(C) bedraagt, met dien verstande dat na 3 aaneengesloten dagen er tenminste 5 aaneengesloten dagen geen gebruik mag worden gemaakt van deze geluidruimte; 2. op de gevel van bestaande geluidgevoelige objecten en functies buiten de gronden aangewezen voor 'Gemengd - Kabeldistrict 1', Gemengd - Kabeldistrict 2' en 'Gemengd Nieuwe Haven' 75 dB(A) en 85 dB(C) bedraagt, met dien verstande dat na 3 aaneengesloten dagen er tenminste 5 aaneengesloten dagen geen gebruik mag worden gemaakt van deze geluidruimte. 29.3 Meldingsplicht inrichting a. Het is verboden zonder melding de bestaande inrichting, gelegen binnen de aanduiding 'overige zone - bedrijven Lijm & Cultuur', uit te breiden of te wijzigen; b. Een melding kan achterwege blijven als er op grond van lid 29.4 een omgevingsvergunningplicht geldt. c. Een melding als bedoeld onder a dient ten minste 4 weken voor het begin van de activiteiten te worden gemeld bij het college van B&W. d. Een melding als bedoeld onder a bevat: 1. een beschrijving van de activiteiten, inclusief een toelichting of de activiteiten een uitbreiding of wijziging van bestaande activiteiten is; 2. de ligging van de terreingrens; 3.
een akoestische onderbouwing dat deze activiteiten passen in de geluidregeling als bepaald in lid 29.2 en lid 29.4. 29.4 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden op de gronden met de aanduiding 'overige zone - bedrijven Lijm & Cultuur' zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit:
a. activiteiten bij bestaande inrichtingen uit te breiden of te wijzigen die leiden tot een hogere geluidbelasting dan is toegelaten op grond van lid 29.2; b. activiteiten bij bestaande inrichtingen uit te breiden of te wijzigen: 1. die leiden tot een naar aard andere inrichting, en 2. die leiden tot een hogere geluidbelasting dan is toegelaten op grond van lid 29.2, of een hogere geluidbelasting dan 50 dB(A) etmaalwaarde op een afstand van 50 meter van de terreingrens; c. het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een andere inrichting dat leidt tot: 1. een hogere geluidbelasting dan is toegelaten op grond van lid 29.2; of 2. een hogere geluidbelasting dan 50 dB(A) etmaalwaarde op een afstand van 50 meter van de terreingrens; tenzij de hogere geluidbelasting voor de inrichting op grond van een eerder verleende vergunning al is toegelaten; d. een inrichting te splitsen in twee of meer inrichtingen, tenzij de geluidbelasting niet hoger is dan 50 dB(A) op een afstand van 10 meter van de nieuwe terreingrens van een inrichting; e.
activiteiten bij een inrichting als bedoeld in lid d uit te breiden of te wijzigen, of na de splitsing een andere inrichting op te richten, uit te breiden of te wijzigen, die leiden tot een hogere geluidbelasting dan de vergunde geluidbelasting, of, als er geen geluidbelasting is vergund, een hogere geluidbelasting dan 50 dB(A) op een afstand van 10 meter van de terreingrens. 29.5 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 29.4 wordt verleend als de geluidbelasting op de gevels van gerealiseerde of vergunde gevoelige functies of objecten binnen de bestemming 'Gemengd Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2' of 'Gemengd - Nieuwe Haven', niet zijnde een dove gevel in de zin van lid 2.37 of lid 2.38, niet meer bedraagt dan: a. 50 dB(A) (etmaalwaarde) veroorzaakt door de inrichting waarvoor de omgevingsvergunningplicht geldt; dan wel b. 55 dB(A) (etmaalwaarde) veroorzaakt door de inrichting waarvoor de omgevingsvergunningplicht geldt, mits: 1. de geluidbelasting als gevolg van inrichtingen en als gevolg van de industrieterreinen behorende bij de geluidzones van de artikelen 30 en 31, cumulatief niet meer bedraagt dan 55 dB(A) (etmaalwaarde); dan wel 2.
de geluidbelasting als gevolg van inrichtingen en als gevolg van de industrieterreinen behorende bij de geluidzones van de artikelen 30 en 31, cumulatief meer bedraagt dan 55 dB(A) (etmaalwaarde) waarbij de jaargemiddelde gecumuleerde geluidbelasting niet meer bedraagt dan 55 dB Lden en 45 dB Lnight; voorts geldt dat: c. bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting als bedoeld onder b worden alleen de geluidbelastingen betrokken van inrichtingen en industrieterreinen die individueel 51 dB(A) of hoger zijn, zonder toepassing van een eventuele toeslag voor muziekgeluid; d. de oprichting, uitbreiding of wijziging van een inrichting vormt geen onevenredige belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling van Schieoevers Noord; e. aangetoond moet zijn dat de maatregelen om de geluidbelasting te beperken tot 50 dB(A) zo veel als redelijkerwijs mogelijk is worden getroffen én in stand gehouden; f. een advies van de Omgevingsdienst Haaglanden is verkregen over het voorgenomen besluit. 29.6 Toepassing artikel 2.17 Activiteitenbesluit Voor de toepassing van artikel 2.17 Activiteitenbesluit gelden de onderstaande maximale geluidniveaus (LAMax) in de plaats van de maximale geluidniveaus (LAMax) uit het Activiteitenbesluit: a.
door aandrijfgeluid van transportmiddelen niet meer dan 70 dB(A) in de avond- en nachtperiode op de gevel van gerealiseerde of vergunde gevoelige functies of objecten in de bestemming 'Gemengd - Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2' en 'Gemengd - Nieuwe Haven'; b. door overige activiteiten niet meer dan 65 dB(A) in de avond - en nachtperiode op de gevel van gerealiseerde of vergunde gevoelige functies of objecten in de bestemming 'Gemengd Kabeldistrict 1', Gemengd - Kabeldistrict 2 en Gemengd - Nieuwe Haven.; c. voor de dagperiode gelden geen waarden voor de maximale geluidniveaus LAMax.
Artikel 30
geluidzone - industrie Schieoevers Zuid
30.1 Algemeen a. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie Schieoevers Zuid' gelden de in dit artikel opgenomen regels. b. De gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de geluidzone van het gezoneerd industrieterrein Schieoevers Zuid als bedoeld in de Wet geluidhinder. c. Voor zover deze aanduiding is gelegen op gronden die niet voorzien zijn van de enkelbestemming 'Bedrijf', 'Gemengd - Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Nieuwe Haven', 'Groen', 'Verkeer' of 'Water', zoals opgenomen in Hoofdstuk 2 van dit plan gelden de regels van dit artikel aanvullend op: 1. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP00162001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23 en artikel 40, voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft; 2.
de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP00212001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 24, voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft; 3. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Stationskap met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0074-2001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Stationskap'' – zoals hierboven aangehaald voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft; 4. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan Station Zuid met planidentificatienummer NL.IMRO.05030000.14-, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Station Zuid' – zoals hierboven aangehaald voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft; 5. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan Voorhof met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0031-2001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Voorhof' – zoals hierboven aangehaald voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft.
30.2 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning geluidmaatregelen, die zijn gerealiseerd om te voldoen aan de in artikel 43.1 bepaalde hogere waarden, ongedaan te maken. Onder de geluidmaatregel wordt tevens verstaan het situeren van niet geluidgevoelige functies achter een geluidbelaste gevel. 30.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 30.2 wordt verleend als: a. naar oordeel van het bevoegd gezag de maatregel gelijkwaardig is; én b. met akoestisch onderzoek is aangetoond dat via een gelijkwaardige maatregel minimaal hetzelfde geluidreducerend effect wordt bereikt voor de betreffende geluidgevoelige objecten en functie(s).
Artikel 31
geluidzone - industrie warmtekrachtcentrale
31.1 Omschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie warmtekrachtcentrale' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de geluidzone van de warmtekrachtcentrale. 31.2 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning geluidmaatregelen, die zijn gerealiseerd om te voldoen aan de in artikel 43.1 bepaalde hogere waarden, ongedaan te maken. Onder de geluidmaatregel wordt tevens verstaan het situeren van niet geluidgevoelige functies achter een geluidbelaste gevel.
31.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 31.2 wordt verleend als: a. naar oordeel van het bevoegd gezag de maatregel gelijkwaardig is; én b. met akoestisch onderzoek is aangetoond dat via een gelijkwaardige maatregel minimaal hetzelfde geluidreducerend effect wordt bereikt voor de betreffende geluidgevoelige objecten en functie(s).
Artikel 32
overige zone - trillingen
32.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - trillingen' zijn de gronden, behalve voor de andere daar toelaatbare functies en activiteiten, mede aangewezen voor de beperking van trillingshinder door railverkeer bij trillingsgevoelige functies en gebouwen. 32.2 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit nieuwe of uitbreiding van bestaande trillingsgevoelige functies en activiteiten te realiseren en in gebruik te nemen. 32.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 32.2 wordt verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. met onderzoek is aangetoond dat de trillingssterkte vanwege railverkeer voldoet aan de streefwaarden voor trillingshinder bij woningen, zoals weergegeven in de SBR-richtlijn (B); b. voorzover trillingsmaatregelen getroffen moeten worden om te voldoen aan het bepaalde onder a, moeten deze maatregelen overeenkomstig de specificaties uit het onderzoek worden getroffen en in stand worden gehouden.
Artikel 33
veiligheidszone - bedrijven
33.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding ‘veiligheidszone - bedrijven' zijn de gronden, behalve voor de andere daar toelaatbare functies en activiteiten, mede aangewezen voor de beperking vanwege brandveiligheid. 33.2 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit: a. nieuwe (zeer) kwetsbare functies op te richten of in gebruik te nemen; b. het gebruik van (beperkt) kwetsbare objecten zodanig te wijzigen dat het object als (zeer) kwetsbaar gebouw moet worden aangemerkt. 33.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 33.2 wordt verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. het gebruik is op grond van het bepaalde in hoofdstuk 2 van deze regels toegestaan; b. het gebruik is uit oogpunt van brandveiligheid aanvaardbaar. 33.4 Advies Om te bepalen of sprake is van een aanvaardbare brandveiligheid als bedoeld in artikel 33.3 wordt advies gevraagd aan de veiligheidsregio.
Artikel 34
veiligheidszone - weg
34.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding ‘veiligheidszone - weg' zijn de gronden, behalve voor de andere daar toelaatbare functies en activiteiten, mede aangewezen voor de beperking van het externe veiligheidsrisico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen. 34.2 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit: a. nieuwe zeer kwetsbare functies op te richten of in gebruik te nemen; b. het gebruik van (beperkt) kwetsbare objecten zodanig te wijzigen dat het object als zeer kwetsbaar gebouw moet worden aangemerkt. 34.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 34.2 wordt verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. het gebruik is op grond van het bepaalde in hoofdstuk 2 van deze regels toegestaan; b. het gebruik is uit oogpunt van externe veiligheid aanvaardbaar.
Artikel 35
veiligheidszone - toxisch
Artikel 36
overige zone - bodemkwaliteit
Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - toxisch' dient een gebouwen te zijn voorzien van een handmatig afschakelbaar ventilatiesysteem.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bodemkwaliteit 1' en 'overige zone - bodemkwaliteit 2' is het niet toegestaan nieuwe gevoelige functies en activiteiten te realiseren en in gebruik te nemen, zonder dat de bodemkwaliteit ter plaatse is zekergesteld.
Artikel 37
overige zone - evenementen KD
37.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - evenementen KD' zijn de gronden, behalve voor de andere daar toelaatbare functies en activiteiten, mede aangewezen voor evenementen. 37.2 Meldplicht kleine evenementen Het is verboden buiten een inrichting, zonder daarvan melding te doen, kleine evenementen te houden of gemelde kleine evenementen gewijzigd te houden, met dien verstande dat: a. maximaal 6 kleine evenementen per jaar zijn toegestaan, waarbij het totaal aantal evenementdagen voor kleine evenementen niet meer bedraagt dan 10 dagen per jaar; b. het equivalente geluidniveau op de gevel van een geluidgevoelige object of functie maximaal 75 dB(A)/85 dB(C) is; c. het evenement eindigt uiterlijk om 23.00 uur; d. de op- en afbouwperiode mag per evenement niet meer bedragen dan 4 dagen. 37.3 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden buiten een inrichting zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit een groot evenement te houden of een vergund groot evenement gewijzigd te houden.
37.4 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 37.3 wordt verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. maximaal 3 grote evenementen per jaar zijn toegestaan, waarbij het totaal aantal evenementdagen voor grote evenementen niet meer bedraagt dan 5 dagen per jaar; b. het equivalente geluidniveau op de gevel van een geluidgevoelig object of functie maximaal 80 dB(A)/90 dB(C) is; c. het evenement eindigt uiterlijk om 23.00 uur; d. de op- en afbouwperiode mag per evenement niet meer bedragen dan 4 dagen.
Artikel 38
overige zone - evenementen NH
38.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - evenementen NH' zijn de gronden, behalve voor de andere daar toelaatbare functies en activiteiten, mede aangewezen voor kleine evenementen. 38.2 Meldplicht kleine evenementen Het is verboden buiten een inrichting, zonder daarvan melding te doen, kleinschalige evenementen te houden of gemelde evenementen gewijzigd te houden, met dien verstande dat: a. maximaal 5 evenementen per jaar zijn toegestaan, waarbij het totaal aantal evenementdagen niet meer bedraagt dan 8 dagen per jaar; b. het equivalente geluidniveau op de gevel van een geluidgevoelige object of functie maximaal 75 dB(A)/85 dB(C) is; c. het evenement eindigt uiterlijk 23.00 uur; d. de op- en afbouwperiode mag per evenement niet meer bedragen dan 4 dagen.
Artikel 39
overige zone - bedrijfswoning
39.1 Aanwijzing Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bedrijfswoning' wordt het vigerende bestemmingsplan gedeeltelijk herzien in verband met het vervallen van de aanduiding 'bedrijfswoning', met dien verstande dat de ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bedrijfswoning' geldende onderliggende bestemming voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft. 39.2 Herziening bestemmingsplan Schieoevers Noord Het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0016-2001 wordt als volgt herzien: a. de aanduiding 'bedrijfswoning' op de bij dat bestemmingsplan behorende verbeelding vervalt op de Schiekade 2; b. op de bij dat bestemmingsplan behorende verbeelding wordt de aanduiding 'bedrijfswoning' toegevoegd op Schiekade 1;
met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' - zoals hierboven aangehaald - en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 22, artikel 25, voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven.
Hoofdstuk 5 Artikel 40
Milieuregels en omgevingsaspecten
Geluid
40.1 Regels geluid voor geluidgevoelige functies en objecten 40.1.1 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit een gebouw te gebruiken of in gebruik te nemen als nieuw geluidgevoelig object of functie voor zover: a. op de gevel van het geluidgevoelige object of functie niet wordt voldaan aan de voorkeurswaarde voor (spoor)wegverkeer; b. het geluidgevoelige object of functie is gelegen op de gronden ter plaatse van de aanduidingen 'geluidzone - bedrijven', 'geluidzone - industrie Basal', 'geluidzone - industrie Schieoevers Zuid' en 'geluidzone - industrie warmtekrachtcentrale'; c. het geluidgevoelige object of functie gelegen is op de gronden binnen een afstand van 50 meter van de grens van de aanduiding 'overige zone - bedrijven'; d. het geluidgevoelige object of functie gelegen is op de gronden binnen een afstand van 50 meter van de grens van de in de aanduiding 'overige zone - bedrijven' gelegen functieaanduiding 'overige zone - scouting Kruithuis'; e. de geluidgevoelige functie in een gebouw is gelegen dat behalve door de geluidgevoelige functie ook door bedrijfsactiviteiten gebruikt gaat worden of bouwkundig aan een gebouw wordt verbonden waar bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. 40.1.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning a.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 40.1.1 onder a wordt verleend als voldaan wordt aan de regels gesteld in artikel 43; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 40.1.1 onder b wordt verleend als de geluidbelasting op de gevels van het geluidgevoelig object door elk van de in de onderdelen 1 en 2 in dit lid genoemde bronnen niet meer bedraagt dan 50 dB(A) etmaalwaarde: 1. geluidbelasting als gevolg van een inrichting gelegen binnen de aanduiding 'overige zone bedrijven'; 2. geluidbelasting als gevolg van een industrieterrein behorende bij de aanduiding ''geluidzone industrie Basal, 'geluidzone - industrie Schieoevers Zuid' of 'geluidzone - industrie warmtekrachtcentrale'; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 40.1.1 onder b wordt ook verleend als niet wordt voldaan aan het bepaalde onder b en de geluidbelasting, die veroorzaakt wordt door één of meer van de bronnen bedoeld in artikel 40.1.1 onder b, gecumuleerd niet meer bedraagt dan 55 dB(A), met dien verstande dat bij cumulatie alleen de geluidbelastingen worden betrokken van inrichtingen en industrieterreinen die individueel 51 dB(A) of hoger zijn zonder rekening te houden met een eventuele toeslag voor muziekgeluid. d.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 40.1.1 onder b wordt ook verleend als niet of niet geheel aan het bepaalde onder c wordt voldaan en de jaargemiddelde geluidbelasting (al dan niet gecumuleerd) als gevolg van één of meer van de in lid 40.1.1 onder b genoemde bronnen niet hoger is dan 55 dB Lden en 45 dB Lnight, met dien verstande dat bij cumulatie alleen de geluidbelastingen worden betrokken van inrichtingen en industrieterreinen die individueel 51 dB(A) of hoger zijn zonder rekening te houden met een eventuele toeslag voor muziekgeluid. e. In aanvulling op het bepaalde onder b, c en d wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 40.1.1 onder b slechts verleend, als de maximale geluidniveaus LAMax op de gevel van geluidgevoelige objecten en functies, niet meer bedragen dan: 1. piekgeluiden door aandrijfgeluid van transportmiddelen: 70 dB(A) in de avond- en nachtperiode; 2. overige piekgeluiden: 65 dB(A) in de avond - en nachtperiode. f. In uitzondering op het bepaalde onder e wordt een omgevingsvergunning ook verleend als de maximale geluidniveaus LAMax op de gevel van geluidgevoelige objecten en functies als gevolg van activiteiten op de gronden met de aanduiding 'overige zone - bedrijven Basal' in de avond- of nachtperiode meer bedraagt dan 65 dB(A) en aangetoond is dat wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.
functies, die minder gevoelig zijn voor piekgeluiden in de avond- en nachtperiode, zijn zoveel mogelijk gesitueerd aan de zijde van dat gebouw die door dat geluid wordt belast;
2. gevelwering is zodanig dat in de slaapruimtes en de onbenoemde ruimtes aan het vereiste binnenniveau voor piekgeluiden (45 dB(A)) wordt voldaan; 3. de slaapruimtes van niet enkelzijdig georiënteerde woningen bevinden zich zoveel mogelijk aan de niet hoogst belaste zijde door dit piekgeluid; 4. het geluidgevoelig object is voorzien van een geluidluwe zijde, als bedoeld in de beleidsregel 'Geluid Schieoevers Noord'; 5. de geluidbelaste gevel, voor zover daarachter een slaapruimte ligt en de gevel niet is gelegen in de afsluitbare buitenruimte, als dove gevel (Schieoevers Noord) moet zijn uitgevoerd, als bedoeld in de beleidsregel 'Geluid Schieoevers Noord'. g. Het bepaalde onder e en f is van overeenkomstige toepassing voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 40.1.1 onder c. h. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 40.1.1 onder d wordt verleend als binnen het geluidgevoelige object bij gesloten ramen en deuren het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in verband met het onderhoud van de gronden en gebouwen voor de bestaande inrichting op de gronden met de aanduiding 'overige zone - bedrijven' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - scouting Kruithuis' niet hoger is dan 35 dB(A); i.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 40.1.1 onder e wordt verleend als, naar het oordeel van B&W, door bouwkundige en andere technische maatregelen contactgeluiden, geurdoorslag en trillingen vanuit de gebouwdelen voor bedrijfsactiviteiten naar de gebouwdelen voor geluidgevoelige functies, in voldoende mate worden voorkomen, uitgaande van een bij de bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs te verwachten en passend gebruik; j. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 40.1.1 onder a, b en c wordt ook verleend als: 1. niet of niet volledig voldaan wordt aan het bepaalde onder b tot en met g; én 2. is aangetoond dat met het toepassen en in stand houden van een dove gevel (Schieoevers Noord), als bedoeld in de beleidsregel 'Geluid Schieoevers Noord' wordt voldaan aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voorts geldt dat: k. aangetoond is dat de maatregelen om de geluidbelasting te beperken tot 50 dB(A) door één of meer van de in artikel 40.1.1 genoemde bronnen zo veel als redelijkerwijs mogelijk is worden getroffen én in stand gehouden; én l. een advies van de Omgevingsdienst Haaglanden is verkregen over het voorgenomen besluit. 40.2 Regels geluid voor inrichtingen binnen 'Gemengd - Kabeldistrict 1', 'Gemengd Kabeldistrict 2', 'Gemengd - Nieuwe Haven' en 'Groen' 40.2.1 Geluidruimte inrichtingen Inrichtingen moeten voldoen aan de volgende regels: a.
De geluidbelasting bedraagt niet meer dan 50 dB(A) etmaalwaarde op: 1. 10 meter afstand van de grens van de inrichting; 2. voor zover de inrichting is gelegen op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - geluidruimte bedrijven' én grenst aan de gronden waarop geen bouwmogelijkheden zijn, geldt de grens van de bouwmogelijkheden voor een gebouw waar geluidgevoelige functies zijn toegestaan, met een maximale afstand van 30 meter. b. De maximale geluidniveaus (LAMax) bedragen op 10 meter afstand van de grens van de inrichting niet meer dan: 1. 70 dB(A) in de avond- en nachtperiode door aandrijfgeluid van transportmiddelen; 2. 65 dB(A) in de avond - en nachtperiode door overige activiteiten. Voor zover de inrichting is gelegen op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - geluidruimte bedrijven' én grenst aan de gronden waarop geen bouwmogelijkheden zijn, geldt de grens van de bouwmogelijkheden voor een gebouw waar geluidgevoelige functies zijn toegestaan, met een maximale afstand van 30 meter. 40.2.2 Meldingsplicht inrichtingen a. Het is verboden zonder melding inrichtingen op te richten, uit te breiden of te wijzigen; b. Een melding kan achterwege blijven als er op grond van lid 40.2.3 een omgevingsvergunningplicht geldt c.
Een melding als bedoeld onder a dient ten minste 4 weken voor het begin van de activiteiten te worden gemeld bij het college van B&W. d. Een melding als bedoeld onder a bevat:
1. een beschrijving van de activiteiten, inclusief een toelichting of de activiteiten een uitbreiding of wijziging van bestaande activiteiten is; 2. de ligging van de terreingrens; 3. een akoestische onderbouwing dat deze activiteiten passen in de geluidregeling als bepaald in lid 40.2.1 en lid 40.2.3. 40.2.3 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit inrichtingen op te richten, uit te breiden of te wijzigen, waarbij de activiteiten leiden tot een hogere geluidbelasting of maximale geluidniveaus dan toegelaten op grond van lid 40.2.1. 40.2.4 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 40.2.3 wordt verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de geluidbelasting op de gevels van gerealiseerde of vergunde gevoelige functies of objecten binnen de bestemming 'Gemengd - Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2' of 'Gemengd Nieuwe Haven', niet zijnde een dove gevel in de zin van lid 2.37 of lid 2.38, bedraagt niet meer dan: 1. 50 dB(A) (etmaalwaarde) veroorzaakt door de inrichting waarvoor de omgevingsvergunningplicht geldt; dan wel 2.
55 dB(A) (etmaalwaarde) veroorzaakt door de inrichting waarvoor de omgevingsvergunningplicht geldt, mits: de geluidbelasting als gevolg van inrichtingen en als gevolg van de industrieterreinen behorende bij de geluidzones van de artikelen 30 en 31, cumulatief niet meer bedraagt dan 55 dB(A) (etmaalwaarde); dan wel de geluidbelasting als gevolg van inrichtingen en als gevolg van de industrieterreinen behorende bij de geluidzones van de artikelen 30 en 31, cumulatief meer bedraagt dan 55 dB(A) (etmaalwaarde) waarbij de jaargemiddelde gecumuleerde geluidbelasting niet meer bedraagt dan 55 dB Lden en 45 dB Lnight; b. bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting als bedoeld onder a sub 2 worden alleen de geluidbelastingen betrokken van inrichtingen en industrieterreinen die individueel 51 dB(A) of hoger zijn, zonder toepassing van een eventuele toeslag voor muziekgeluid; c. de oprichting, uitbreiding of wijziging van de inrichting vormt geen onevenredige belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling van Schieoevers Noord; d. aangetoond is dat de maatregelen om de geluidbelasting te beperken tot 50 dB(A) zo veel als redelijkerwijs mogelijk is worden getroffen én in stand gehouden; e. een advies van de Omgevingsdienst Haaglanden is verkregen over het voorgenomen besluit.
40.2.5 Toepassing artikel 2.17 Activiteitenbesluit Voor de toepassing van artikel 2.17 Activiteitenbesluit gelden de onderstaande maximale geluidniveaus (LAMax) in de plaats van de maximale geluidniveaus (LAMax) uit het Activiteitenbesluit: a. door aandrijfgeluid van transportmiddelen niet meer dan 70 dB(A) op de gevel van gerealiseerde of vergunde gevoelige functies of objecten in de bestemmingen 'Gemengd - Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2' en ''Gemengd - Nieuwe Haven'; b. door overige activiteiten niet meer dan 65 dB(A) in de avond - en nachtperiode op de gevel van gerealiseerde of vergunde gevoelige functies of objecten in de bestemming 'Gemengd Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2' en 'Gemengd - Nieuwe Haven'.; c. voor de dagperiode gelden geen waarden voor de maximale geluidniveaus LAMax. 40.3 Regels geluid voor afwijkende bedrijfssituatie (ABS) 40.3.1 Meldingsplicht a. Het is verboden zonder melding voor een afwijkende bedrijfssituatie, die niet een incidentele bedrijfssituatie is, af te wijken van de geluidsnorm voor de representatieve bedrijfssituatie, voor zover: 1. door de afwijkende bedrijfssituatie de geldende geluidnormen in de dagperiode met niet meer dan 5 dB worden overschreden;
2. de afwijkende bedrijfssituatie zich niet vaker voordoet dan één keer per week; en 3. de afwijkende bedrijfssituatie plaatsvindt in een aaneengesloten tijdsbestek van maximaal 1 uur. b. Een melding kan achterwege blijven als er op grond van lid 40.3.2 een omgevingsvergunningplicht geldt. c. Een melding als bedoeld onder a dient ten minste 4 weken voor het begin van de activiteiten te worden gemeld bij het college van B&W. d. Een melding als bedoeld onder a bevat: 1. een beschrijving van de activiteiten, inclusief een toelichting; 2. een akoestische onderbouwing waarin gegevens worden verstrekt over de langtijdgemiddelde en maximale geluidniveaus vanwege een inrichting op de gevel van geluidgevoelige gebouwen als gevolg van de afwijkende bedrijfssituatie. e. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op een inrichting op de gronden: 1. met de aanduiding 'overige zone - bedrijven Basal'. Hiervoor gelden de regels van artikel 27.2; 2. met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - scouting Kruithuis' binnen de aanduiding 'overige zone - bedrijven', hiervoor gelden de regels van artikel 25.2. 40.3.2 Aanwijzing vergunningplicht a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit een afwijkende bedrijfssituatie (ABS) uit te oefenen, die meer geluid veroorzaakt dan is toegestaan voor de representatieve bedrijfssituatie (RBS); b.
Het verbod onder a is niet van toepassing op: 1. een incidentele bedrijfssituatie (IBS); 2. een afwijkende bedrijfssituatie (ABS) die voldoet aan de voorwaarden in lid 40.3.1 onder a; c. Dit artikel is niet van toepassing op: 1. de gronden met de aanduiding 'overige zone - bedrijven Basal', hiervoor gelden de regels van artikel 27.2. 2. de gronden met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - scouting Kruithuis' binnen de aanduiding 'overige zone - bedrijven', hiervoor gelden de regels van artikel 25.2. 40.3.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 40.3.2 voor een afwijkende bedrijfssituatie wordt verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de afwijkende bedrijfssituatie is: 1. op de gronden met de aanduiding 'overige zone - bedrijven Lijm & Cultuur' maximaal 18 dagen per inrichting per jaar toegestaan; 2. op de overige gronden maximaal 52 dagen per inrichting per jaar toegestaan; b. als gevolg van de afwijkende bedrijfssituatie mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveaudat is toegelaten op grond van dit bestemmingsplan op de gevel van een gerealiseerde of vergunde geluidgevoelige functie of object niet meer toenemen dan: 1. 8 dB in de avondnachtperiode; 2. 10 dB in de dagperiode; c. in aanvulling op het bepaalde onder a en b wordt de vergunning verleend indien: 1.
aangetoond is dat de voorwaarden uit de beleidsregel 'Geluid Schieoevers Noord' overeenkomstig worden toegepast, zodat wordt voldaan aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; 2. bij samenloop van meerdere ABS vergunningen, naar het oordeel van het college, geen onaanvaardbaar woon- en leefklimaat ontstaat. 40.4 Regels geluidwering gevels geluidgevoelige objecten en functies Een gebouw, of een gedeelte van een gebouw, dat kennelijk bedoeld is voor het huisvesten van een geluidgevoelige functie of activiteit, dient uitgevoerd te worden en uitgevoerd gehouden te worden met gevels waarvan de geluidwering ten minste 25 dB bedraagt.
40.5 Geluidmodel a. Voor het bepalen van de geluidbelasting, zoals bedoeld in artikel 40, wordt voor inrichtingen die opgenomen zijn in het geluidmodel RBS - Schieoevers Noord, het model en de daarin opgenomen geluidruimte per inrichting gebruikt. b. Het gebruik van een opvolger van het oorspronkelijke model mag geen afbreuk doen aan de bestaande rechten van een bestaand bedrijf.
Artikel 41
Geur
Het geurniveau als gevolg van de bestaande inrichting en bijbehorende activiteiten gelegen binnen de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - Hordijk' binnen de aanduiding 'overige zone bedrijven' op geurgevoelige functies bedraagt niet meer dan H=-1 als 98-percentiel.
Artikel 42
Bodem
c.
Voor de gevoelige bodemgebruiksvormen opgenomen in het tweede lid moet het gehalte aan lood voldoen aan de gezondheidskundige voldoende bodemkwaliteit. d. Een gezondheidskundig voldoende bodemloodkwaliteit is voor: 1. grote moestuinen met een oppervlakte van meer dan 200 m2 minder dan 60 mg/kg droge stof; 2. woningen met tuin minder dan 90 mg/kg droge stof; 3. speelplaatsen minder dan 100 mg/kg droge stof.
Artikel 43
Hogere waarden
43.1 Hogere waarden 43.1.1 Hogere waarden Wet geluidhinder De volgende hogere waarden zijn verleend, op grond van de Wet geluidhinder, bij vaststelling van dit plan: Bron
Type bron Vast te stellen Omschrijvin Aantal hogere g woningen waarden (inclusief aftrek artikel 110g Wgh)
Spoorlaan (Nieuwe wegverkee 58 dB Schieweg) r
Kabeldistrict 3.500
Rotterdamseweg
wegverkee 53 dB r
Nieuwe Haven
34
Rotterdamseweg
wegverkee 58 dB r
Nieuwe Haven
79
Schieweg
wegverkee 60 dB r
Kabeldistrict 3.500
Spoorweg Delft Rotterdam
railverkeer 68 dB
Kabeldistrict 3.500
Warmtekrachtcentr industrie ale
52 dB(A)
Nieuwe Haven
2
Warmtekrachtcentr industrie ale
53 dB(A)
Nieuwe Haven
21
Warmtekrachtcentr industrie ale
54 dB(A)
Nieuwe Haven
35
Warmtekrachtcentr industrie ale
55 dB(A)
Nieuwe Haven
22
43.1.2 Tijdelijk afwijken hogere waarden Crisis- en herstelwet a. De volgende hogere waarden zijn verleend, met toepassing van de mogelijkheid op grond van de Crisis- en herstelwet om tijdelijk af te wijken de milieunormen, bij vaststelling van dit plan: Bron
Type bron Vast te Met Omschrijvin Aantal stellen toepas g woningen hogere sing waarde Chw n tijdelijk afwijke n tot maxim aal
Kruithuisweg N470 wegverkee 53 dB r
58 dB
Kabeldistrict 3.500
Dyckerhoff Basal
industrie
55 dB(A)
58 dB(A)
Kabeldistrict 3.500
Dyckerhoff Basal
industrie
58 dB(A)
61 dB(A)
Schiekade 1 1
b. De waarden genoemd onder a voor: 1. Kruithuisweg N407 zijn inclusief 2 dB aftrek art 110 Wgh); 2. Dyckerhoff Basal zijn Letmaal. 43.2 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit een gebouw te gebruiken of in gebruik te nemen voor geluidgevoelige objecten en functies, voor zover niet wordt voldaan aan de geluidnormen, zoals bepaald in artikel 40.1.1 onder a voor wat betreft (spoor)weglawaai en 40.1.1 onder b voor wat betreft industrielawaai in de zin van de Wet geluidhinder. 43.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 43.2 wordt verleend als: a. is aangetoond dat voldaan wordt aan de hogere waarden of de tijdelijke afwijking daarvan zoals genoemd in lid 43.1, waarbij tevens is aangetoond dat: 1. voldaan wordt aan de voorwaarden uit de beleidsregel 'Geluid Schieoevers Noord' en voldaan wordt aan het gemeentelijk beleid voor hogere waarden als de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde voor de geluidbelasting in de zin van de Wet geluidhinder; en 2. de maatregelen om de geluidbelasting te beperken zo veel als redelijkerwijs mogelijk worden getroffen én in stand gehouden. b. is aangetoond dat met het toepassen van een dove gevel (Wet geluidhinder), als bedoeld in de beleidsregel 'Geluid Schieoevers Noord' wordt voldaan aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; c.
is aangetoond dat voldaan wordt aan het maximale geluidniveau binnen van: 1. 35 dB(A) bij industrielawaai; 2. 33 dB bij weg- of spoorweglawaai. d. In aanvulling op het bepaalde onder c voor woningen waarvoor gebruik gemaakt wordt van het bepaalde onder 43.1.2 voldaan wordt aan het maximale geluidniveau binnen van 33 dB.
Artikel 44
Veiligheid
Activiteiten binnen inrichtingen, waarvoor in het Activiteitenbesluit afstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten zijn opgenomen, moeten zodanig worden gesitueerd dat die afstanden niet reiken tot gronden buiten de grenzen van de inrichting, waar kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn of zijn toegelaten.