Bijlage 2 bij regels
Tekst van het document
Milieuregels Partiële herziening Schieoevers Noord (NL.IMRO.0503.BP0016-2001) Artikel 2
Begrippen
2.1 plan: het plantype plannaam met identificatienummer NL.IMRO.0503.BP0016-2001 van de gemeente gemeentenaam. 2.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 2.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 2.5 aan-huis-gebonden beroep: het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, juridisch, kunstzinnig of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van een beroep op medisch, therapeutisch of paramedisch gebied, welke door hun beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing kan worden uitgeoefend, waarbij de woonfunctie als primaire functie behouden en herkenbaar blijft en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 2.6 afgraven en ophogen van de bodem: het verrichten van handelingen, waardoor de hoogteligging van een terrein of de bodem van een water (al dan niet tijdelijk) wordt verlaagd dan wel verhoogd. Hieronder wordt niet begrepen: a.
de werkzaamheden, die in het kader van het normale onderhoud worden verricht zoals (diep)ploegen en frezen; b. het maken van ondiepe (circa 1 meter) en weer te dichten sleuven en gaten voor het leggen van buizen, drainagebuizen en kabels; c. het reguliere onderhoud aan watergangen (baggerwerkzaamheden). 2.7 afwijkende bedrijfssituatie (ABS): bedrijfssituatie met activiteiten die met enige regelmaat (vaker dan incidenteel) voorkomen en meer geluid veroorzaken dan de RBS (representatieve bedrijfssituatie). 2.8 andere inrichting: een inrichting die zich na de datum van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan opricht; of een inrichting die na de datum van de tervisielegging van het ontwerp van het plan zodanig wijzigt dat deze qua aard en omvang niet gelijk te stellen is aan de bestaande inrichting die op de locatie gevestigd was, zoals aangegeven in bijlage 3 van de regels. 2.9 avondperiode: deel van een etmaal van 19:00 uur tot 23:00 uur. 2.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
2.11 bedrijf: het uitoefenen van activiteiten, waaronder maakindustrie, gericht op het ontwikkelen, vervaardigen en/of opslaan van (deel)producten, met eventuele bijbehorende ondergeschikte detailhandel, in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf, en ondergeschikte horeca in de categorie 1, zoals opgenomen in de bijlage 1. Onder een bedrijf wordt niet verstaan zelfstandige detailhandel, kantoor, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, en horeca. 2.12 begane grondlaag: een bouwlaag van een gebouw die ter hoogte van het maaiveld ligt. 2.13 beperkt kwetsbaar object: objecten waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden. 2.14 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 2.15 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 2.16 bestaande gevoelige functie: een gevoelige functie die op de datum van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan legaal aanwezig is of op basis van een onherroepelijke vergunning kan worden gebouwd.
2.17 bestaande inrichting: een inrichting waarvan het gebruik voor het desbetreffende perceel is aangeven in bijlage 3 van de regels of als dat niet het geval is een inrichting die op de datum van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan legaal aanwezig is dan wel op basis van een onherroepelijke vergunning kan worden gerealiseerd. 2.18 bestemmingsplanactiviteit: activiteit waarvoor in het bestemmingsplan een vergunningplicht is gecreëerd en regels zijn gesteld, op basis van het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder c en g van de Wabo. 2.19 Bevi-inrichtingen: bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 2.20 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 2.21 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 2.22 bouwgrens: de grens van een bouwvlak.
2.23 bouwlaag: een tussen twee opeenvolgende vloeren gelegen, voor verblijf geschikt, deel van een gebouw met uitsluiting van een kap. 2.24 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 2.25 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 2.26 brutovloeroppervlak (bvo): de totale oppervlakte, zoals bepaald wordt volgens de NEN 2580 (gemeten op vloerniveau langs de buitenmuren; bij gebouwen bestaande uit meerdere bouwlagen wordt per bouwlaag gemeten). 2.27 burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft. 2.28 Chw bestemmingsplan: een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, als bedoeld in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.29 circulair bouwen: het ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van gebouwen, gebieden, materialen en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten.
2.30 cultuur en ontspanning: een atelier, een bioscoop, een creativiteitscentrum, een dansschool, een museum, een muziekschool, een bibliotheek, een muziektheater, een sauna, een theater, en/of een naar de aard daarmee gelijk te stellen voorziening ten behoeve van cultuur en ontspanning, met eventuele bijbehorende ondergeschikte detailhandel, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties, en ondergeschikte horeca in de categorie 1, zoals opgenomen in de bijlage 1. 2.31 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik, dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt. 2.32 dagperiode: deel van een etmaal van 07:00 uur tot 19:00 uur. 2.33 dakterras: een buitenruimte, gelegen op een hoofdgebouw of op een aan- of uitbouw voorzien van een afscheiding. 2.34 detailhandel: het ter plaatse bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit evenwel met uitzondering van detailhandel in volumineuze goederen.
2.35 detailhandel in volumineuze goederen: detailhandel in de volgende categorieën: a. detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; b. detailhandel in volumineuze goederen, zoals auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen; c. tuincentra; d. bouwmarkten. 2.36 dienstverlening: werkzaamheden die bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden al dan niet met inbegrip van daarbij behorende ondergeschikte horeca in de categorie 1, zoals opgenomen in de bijlage 1, ten dienste van deze voorzieningen, waaronder zijn begrepen: kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van detailhandel in volumineuze goederen. 2.37 dove gevel (Schieoevers Noord): Onder een dove gevel die wordt toegepast in verband met overschrijding van: a. een cumulatieve geluidbelasting door inrichtingen van 55 dB(A); of b. de waarden voor de maximale geluidniveaus door inrichtingen (piekgeluiden) wordt verstaan een gevel met bouwkundige maatregelen die: 1. bestaan uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of 2.
borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de op grond van dit bestemmingsplan toelaatbare cumulatieve geluidwaarden door inrichtingen. 2.38 dove gevel (Wet geluidhinder): een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak: waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB weg- en railverkeerslawaai onderscheidenlijk 35 dB(A) industrielawaai; én waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. 2.39 duurzaam beëindigd: een activiteit wordt meer dan 12 maanden niet meer uitgevoerd. 2.40 duurzame energiewinning: energie die gewonnen wordt uit natuurlijke bronnen, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en die in grote hoeveelheden beschikbaar is, zoals zon, wind, water, biomassa, aard- en omgevingswarmte; op te delen in: a. kleinschalige duurzame energiewinning; perceelsgebonden bronnen veelal bedoeld voor energiegebruik op het betreffende perceel; b.
grootschalige duurzame energiewinning; perceel overstijgende bronnen bedoeld voor energiegebruik op meerdere percelen. 2.41 duurzame ontwikkeling: een ontwikkeling waarbij sprake is van een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen. Daarbij kan gedacht worden aan innovatieve toepassingen ten aanzien van energiegebruik, energiewinning en materiaalgebruik, zoals zonnepanelen, groene daken, circulair bouwen e.d.
2.42 eerste bouwlaag (plint): de begane grondlaag. 2.43 eilandterras: een terras dat door een weg of doorgang gescheiden is van het pand of gevelterras en gelegen is op een plein, middenberm of soortgelijk gebied. 2.44 energiewinningssysteem: een coherent geheel van elementen, die als één geheel functioneren in de duurzame energiewinning. 2.45 equivalent geluidniveau het equivalente geluidsniveau als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 2.46 evenement een al dan niet periodiek terugkerende, openbaar toegankelijke activiteit, met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, dat plaatsvindt in de open lucht of in tijdelijke onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieve of daarmee gelijk te stellen activiteiten zoals markten (niet bedoeld weekmarkten), braderieën, beurzen, kermissen, wedstrijden, bijeenkomsten, festivals, en dergelijke. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: klein evenement: maximaal 250 bezoekers gelijktijdig aanwezig per evenement; groot evenement: minimaal 251 tot maximaal 2.500 bezoekers gelijktijdig aanwezig per evenement.
2.47 extensief recreatief medegebruik: díe vormen van openluchtrecreatie, die plaats hebben in een omgeving met een niet-recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik in principe ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik. 2.48 functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 2.49 fysieke leefomgeving: de fysieke leefomgeving omvat onder andere de volgende thema's: a. bouwwerken; b. infrastructuur; c. watersystemen; d. water; e. bodem; f. lucht; g. landschappen; h. natuur; i. cultureel erfgoed. 2.50 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
2.51 geluidbelasting: geluidbelasting in de zin van de Wet geluidhinder of het Activiteitenbesluit, waarbij onder de geluidbelasting vanwege een inrichting wordt verstaan: de etmaalwaarde als gevolg van de representatieve bedrijfssituatie als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. De etmaalwaarde is de hoogste van de volgende drie waarden: a. de waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) tussen 07.00 en 19.00 uur (dag); b. de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) tussen 19.00 en 23.00 uur (avond); c. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) tussen 23.00 en 07.00 uur (nacht). 2.52 geluidgevoelige functie: in een gebouw of op een terrein aanwezige functies die maken dat een gebouw of terrein als geluidgevoelig object wordt aangemerkt. 2.53 geluidgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon- of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van tenminste 11 m2. verblijfsruimte van andere geluidgevoelige functies en objecten, zoals: 1. leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen; 2. onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen; 3.
onderzoeks-, behandelings-, recreatie-, en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven; 4. theorievaklokalen van onderwijsgebouwen; 5. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen (deze worden volgens mij uitgesloten bij maatschappelijke voorzieningen). 2.54 geluidgevoelige objecten: gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder. 2.55 geluidluwe gevel: in het geval dat de gecumuleerde geluidbelasting op de hoogst belaste gevel/geveldeel 65 dB of minder bedraagt: de gevel/geveldeel waar de gecumuleerde geluidbelasting de 55 dB (exclusief aftrek art 110 Wgh) niet overschrijd, waarbij de (ongewogen) geluidbelasting: 1. door wegen met geluidproductieplafonds niet hoger is dan 50 dB; 2. door geluidgezoneerd industrielawaai niet hoger is dan 50 dB(A); 3. door railverkeer niet hoger is dan 55 dB; 4.
per bedrijf buiten een industrieterrein niet hoger is dan 50 dB(A); in het geval dat de gecumuleerde geluidbelasting op de hoogst belaste gevel/geveldeel meer dan 65 dB bedraagt: de gevel/geveldeel waar de gecumuleerde geluidbelasting de 60 dB (exclusief aftrek art 110 Wgh) niet overschrijdt; door het realiseren van een serre of loggia waardoor de geluidbelasting op de scheidingsconstructie van de achtergelegen verblijfsruimte gecumuleerd niet hoger is dan 55 dB kan ook en geluidluwe gevel worden bereikt. 2.56 geluidzone: zoals bepaald in de Wet geluidhinder. 2.57 gemakswinkel: een kleine, op een supermarkt lijkende kiosk op een vee lbezochte plaats, die met een beperkt, afgestemd assortiment klanten het gemak van kleine, snelle aankopen biedt.
2.58 gerealiseerde functies en activiteiten: na de datum van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan (al dan niet met een vergunning) legaal gerealiseerde functies en activiteiten. 2.59 geurgevoelige objecten en functies: gebouwen en objecten welke ook als geluidgevoelig zijn aangemerkt. 2.60 gevoelige objecten en functies: functies, gebouwen en terreinen die bescherming behoeven zoals: geurgevoelige objecten en functies; geluidgevoelige objecten en functies; trillingsgevoelige objecten en functies. 2.61 hogere waarde: een bij een bestemmingsplan of omgevingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidbelasting van een geluidgevoelig object, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. 2.62 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
2.63 horeca: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van drank- en/of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, waaronder in ieder geval worden verstaan café's, restaurants, lunchrooms, snackbars en hiermee gelijk te stellen inrichtingen of bedrijven. 2.64 inrichting: elke door de mens bedrijfsmatige of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid. Hieronder wordt onder andere verstaan een bedrijf, zelfstandige detailhandel, kantoor, maatschappelijke voorziening, dienstverlening of andere vorm van horeca. 2.65 inrichtingsgrens: de grens van een inrichting. 2.66 kantoor: een bedrijf dat niet of slechts in ondergeschikte mate op het publiek gericht is en dat zich richt op administratieve, adviserende of daarmee gelijk te stellen werkzaamheden met eventuele ondergeschikte horeca in de categorie 1, zoals opgenomen in de bijlage 1. 2.67 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten: het in een woning door de bewoner bedrijfsmatig uitoefenen van activiteiten, niet zijnde een inrichting als aangewezen in artikel 2.1 van het Besluit omgevingsrecht, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
2.68 klimaatadaptief: een vorm van duurzaam ontwikkelen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een bouwwerk of inrichting tijdig en effectief kunnen worden aangepast aan het actuele of verwachte klimaat met als doel het beperken van schade door klimaatverandering. 2.69 kunstwerken: voortbrengsels van de beeldende kunsten en bouwwerken waarvoor andere materialen dan aarde en zand gebruikt zijn, zoals sluizen, tunnels, bruggen, viaducten enz. 2.70 kwetsbare objecten: objecten waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden. 2.71 langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. 2.72 maaiveld: bovenkant van het afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft.
2.73 maatschappelijke voorzieningen: het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder gezondheidszorg, zorg en welzijn, jeugd/kinderopvang, onderwijs, religie, bibliotheken, openbare dienstverlening en verenigingsleven met - alleen voor de functies sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatieve- en vrije tijdsvoorzieningen - eventuele bijbehorende ondergeschikte detailhandel, met een assortiment dat aansluit op de aard van de maatschappelijke hoofdfunctie of de locatie, en ondergeschikte horeca in de categorie 1, zoals opgenomen in de bijlage 1. Hieronder wordt niet verstaan uitvaart/begraafplaatsen, gevangeniswezen en defensie/militaire zaken. 2.74 maximaal geluidniveau (LAmax, piekgeluid): maximaal geluidsniveau gemeten in de meterstand «F» of «fast», als vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. 2.75 Mixed Use Index (MXI): de verhouding tussen wonen en niet-woonfuncties in een gebied, waarbij parkeervoorzieningen niet worden meegerekend. Hiervoor wordt de rekenformule gebruikt: brutovloeroppervlak wonen / totale brutovloeroppervlak in een gebied. 2.76 muziektoeslag: een toeslag van 10 dB op het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als gevolg van het duidelijk hoorbaar zijn van muziekgeluid.
2.77 nachtperiode: deel van een etmaal van 23:00 uur tot 07:00 uur. 2.78 nadere eisen: nadere eisen als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder d van de Wro. 2.79 NAP: Nieuw Amsterdams Peil.
2.80 natuurinclusief een vorm van duurzaam ontwikkelen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden alsmede aan de kwaliteit van de leefomgeving waaronder de gezondheid van bewoners, bevordering van sociale contacten, bevordering van toerisme, het temperen van de temperatuur in een stad en vermindering van de luchtvervuiling in de stad. Voorbeelden zijn geveltuinen, groene daken, halfverhardingen, integreren van faunavoorzieningen in gebouwen en bouwwerken. 2.81 nieuwe gevoelige functie en object: een gevoelige functie die op de datum van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan (nog) niet legaal aanwezig is dan wel (nog) niet op basis van een onherroepelijke vergunning kan worden gebouwd. 2.82 normaal beheer en onderhoud: een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 2.83 nutsvoorziening: voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie. 2.84 oever of kade: de grondkerende constructie aan en in de aan een watergang grenzende kant van een terrein.
2.85 ondergeschikte detailhandel: beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een bedrijf dat naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling als een ondergeschikte aanvulling en ondersteuning van de hoofdfunctie dient, waarbij het assortiment ook afgestemd is op de hoofdfunctie en waarbij de detailhandel niet zelfstandig functioneert. Ondergeschikte detailhandel is uitsluitend toegestaan bij sport-, culturele-, medische-, onderwijs-, recreatieve-, en vrije tijdsvoorzieningen. 2.86 ondergeschikte horeca: beperkte op de eindgebruiker gerichte vorm van horeca dat naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling als een ondergeschikte aanvulling en ondersteuning dient van de hoofdfunctie. 2.87 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is en geen onderdeel uitmaakt van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 2.88 overkapping: een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een slechts van boven afgesloten ruimte van lichte constructie. Indien een overkapping aangebouwd is aan een gebouw mag een overkapping maximaal 2 niet eigen wanden hebben.
Eigen wanden zijn dan niet toegestaan. Indien een overkapping niet is aangebouwd aan een gebouw mag een overkapping maximaal 1 eigen wand hebben. 2.89 parkeervoorziening: voorzieningen ten behoeve van het parkeren, zoals parkeerplaatsen en de daarbij behorende in- en uitritten.
2.90 peil: onder peil wordt verstaan: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang met dien verstande dat indien een terrein is gelegen aan meerdere wegen de laagste weg bepalend is; b. voor gebouwen die in een dijk of andere waterkering zijn gebouwd: de hoogte van de kruin van de dijk ter hoogte van de hoofdtoegang; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; d. indien in of op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil, zoals weergegeven op de waterkaart. 2.91 piekgeluid: het maximaal geluidniveau zoals omschreven in artikel 2.74. 2.92 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee gelijk te stellen gebied. 2.93 primair onderwijs: basisonderwijs voor leerlingen van 4 - 12 jaar. 2.94 profiel: de openbare ruimte tussen twee gevels die ingericht is om te gebruiken voor verkeer en verblijf.
2.95 RBS - Schieoevers Noord: het bij vaststelling van het bestemmingsplan 'plannaam' vastgestelde geluidmodel, of een opvolger daarvan, waarin de representatieve bedrijfssituatie inclusief beoogde uitbreidingsmogelijkheden van de bestaande inrichtingen met bijbehorende geluidzone is vastgelegd als uitgangspunt voor de toelaatbare geluidruimte van de bestaande inrichtingen. 2.96 reclame-uiting: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. 2.97 recreatief medegebruik: die vormen van dagrecreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen. 2.98 SBR-richtlijn: meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingshinder, waarin grenswaarden en streefwaarden zijn benoemd voor het trillingsniveau van onderscheiden typen trillingen en verschillende gebouwfuncties (wonen, onderwijs e.d.), die grotendeels aansluiten bij de internationale richtlijnen. De SBR-richtlijn bestaan uit: Deel A, schade aan gebouwen; Deel B, hinder voor personen in gebouwen; Deel C, storing aan apparatuur. 2.99 setback: een teruggelegen gevel of geveldeel van een bouwlaag ten opzichte van de onder gelegen bouwlaag.
2.100 setforward: een vooruit stekende gevel of geveldeel van een bouwlaag ten opzichte van de ondergelegen bouwlaag. 2.101 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. 2.102 slopen: het afbreken van een bouwwerk of een gedeelte daarvan. 2.103 sociale woning: sociale huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid,onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de instandhouding voor de doelgroep voor ten minste twintig jaar na ingebruikname is verzekerd. 2.104 steiger: constructie aan of loodrecht op een oever, die tot ligplaats dient voor één of meerdere plezier(recreatie), sport, dan wel beroepsvaartuigen. 2.105 studentenhuisvesting: gebouw of gebouwdeel dat bestemd is voor studentenhuisvesting. 2.106 terras: een buiten de besloten ruimte van het horecabedrijf gelegen deel van het horecabedrijf, waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en of/verstrekt. 2.107 terreingrens: inrichtingsgrens. 2.108 trillingsgevoelige objecten en functies: a. ter bescherming van personen: gebouwen en terreinen welke dienen voor: 1. wonen; 2. gezondheidszorg; 3.
onderwijs; 4. kantoor; 5. bijeenkomsten; b. ter bescherming van functies: functies die gevoelig zijn voor verstoringen door trillingen, zoals laboratoria, computercentra e.d.. 2.109 trillingshinder: overlast als gevolg van trillingen bij personen alsmede de verstoring van activiteiten door trillingen, zoals bij laboratoria en computercentra e.d.. 2.110 uitbreiding en of wijziging inrichting: het aanpassen van de bestaande inrichting waarbij het bedrijf naar aard gelijk te stellen is aan de bestaande inrichting die op de locatie gevestigd was, zonder dat een andere inrichting als bedoeld in artikel 2.8 ontstaat.
2.111 verkeer en verblijven: functies en activiteiten die verband houden met: a. wegen en straten; b. fiets-, fiets-/bromfiets en voetpaden; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. waterhuishouding; met de daarbij behorende bouwwerken. 2.112 voorkeurswaarde: de ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. 2.113 watergang: een werk al of niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen, af te voeren en toe te voeren, de boven water gelegen taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede verstaan. 2.114 waterhuishouding: de wijze waarop water in een bepaald gebied wordt opgenomen, zich verplaatst, geborgen wordt, gebruikt wordt en afgevoerd wordt. 2.115 waterkering: natuurlijke of kunstmatige begrenzing of afscheiding die het water in zijn loop tegenhoudt en het achterliggende gebied beschermt tegen overstroming. 2.116 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor wonen. 2.117 woningtype: een onderscheidende variatie in woningen door oppervlak, en/of plattegrond en/of typologie. 2.118 zeer kwetsbaar gebouw: een gebouw met als hoofdfzonneunctie of -activiteit dan wel nevenfunctie of -activiteit een zeer kwetsbare functie. 2.119 zeer kwetsbare functie: een functie of activiteit zijnde: a.
een woonfunctie voor 24-uurzorg; b. een bijeenkomstfunctie: 1. voor kinderopvang; of 2. voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; c. een celfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. een gezondheidsfunctie met een bedgebied; of e. een onderwijsfunctie: 1. voor basisonderwijs; of 2. voor onderwijs aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking. 2.120
zonnekroon:
een of meerdere bouwlagen bedoeld voor de opwekking van duurzame energie.
Hoofdstuk 4 Gebiedsgerichte aanwijzingen milieu Artikel 22
geluidzone - industrie vervallen
22.1 Aanwijzing Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie vervallen' worden de vigerende bestemmingsplannen gedeeltelijk herzien als vastgelegd in de overige leden van dit artikel (leden 22.2 tot en met 22.14). 22.2 Herziening bestemmingsplan Schieoevers Noord Het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0016-2001 wordt als volgt herzien: a. de aanduiding 'geluidzone – industrie 1' op de bij dat bestemmingsplan behorende verbeelding vervalt; b. artikel 23.1 van de planregels wordt geschrapt; met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23 en artikel 40 voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 22.3 Herziening bestemmingsplan TU Midden en Noord Het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP00212001 wordt als volgt herzien: a. de aanduiding 'geluidzone – industrie 1' op de bij dat bestemmingsplan behorende verbeelding vervalt; b.
artikel 21.1 van de planregels wordt geschrapt; met dien verstande dat het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 24 voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 22.4 Herziening bestemmingsplan Geothermie Rotterdamseweg Het bestemmingsplan 'Geothermie Rotterdamseweg' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP00080-2001 wordt als volgt herzien: a. de aanduidingen 'geluidzone – industrie 1' en 'geluidzone – industrie 2' op de verbeelding vervallen; b. artikel 9 van de regels wordt geschrapt; met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Geothermie Rotterdamseweg' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 22.5 Herziening bestemmingsplan Technopolis Het bestemmingsplan 'Technopolis met planidentificatienummer' NL.IMRO.05030000.17- wordt als volgt herzien: a. de aanduiding '50 dB(A) contour industrielawaai' op de verbeelding vervalt. met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Technopolis'– zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven.
22.6 Herziening bestemmingsplan Technopolis Clusters en kamers Het bestemmingsplan ''Technopolis Clusters en kamers' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0019-2001 wordt als volgt herzien: a. de aanduiding 'geluidzone – industrie' op de verbeelding vervalt; b. artikel 9.1 van de regels wordt geschrapt.
met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Technopolis Clusters en kamers' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 22.7 Herziening bestemmingsplan Tiny Houses Het bestemmingsplan 'Tiny Houses' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.0066-2001 wordt als volgt herzien: a. de aanduiding 'geluidzone – industrie' op de verbeelding vervalt; b. artikel 9 van de regels wordt geschrapt. met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Tiny Houses' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 22.8 Herziening bestemmingsplan Stationskap Het bestemmingsplan 'Stationskap' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0074-2001 wordt als volgt herzien: a. de aanduiding 'geluidzone – industrie' op de verbeelding vervalt; b. artikel 5 van de regels wordt geschrapt. met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Stationskap' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven.
22.9 Herziening bestemmingsplan Schieoevers Zuid Het bestemmingsplan 'Schieoevers Zuid' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0005-2001 wordt als volgt herzien: a. de aanduiding 'geluidzone – industrie' op de verbeelding vervalt. met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Schieoevers Zuid' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 22.10 Herziening bestemmingsplan Station Zuid Het bestemmingsplan 'Station Zuid' met planidentificatienummer NL.IMRO.05030000.14- wordt als volgt herzien: a. de aanduiding '55 dB(A)-contour industrielawaai' op de verbeelding vervalt. met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Station Zuid' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 22.11 Herziening bestemmingsplan Voorhof Het bestemmingsplan 'Voorhof' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0031-2001 wordt als volgt herzien: a. de aanduiding 'geluidzone – industrie' op de verbeelding vervalt. met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Voorhof' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven.
22.12 Herziening bestemmingsplan Spoorzone na herziening Het bestemmingsplan 'Spoorzone' na herziening met planidentificatienummer NL.IMRO.05030000.75wordt als volgt herzien: a. de aanwijzing 'grens zone als bedoeld in artikel 53 van de Wet geluidhinder van industrieterrein Schieoevers noord en zuid' op de verbeelding vervalt; b. begripsbepaling nr. 34 in artikel 1 wordt geschrapt.
met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Spoorzone' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 22.13 Herziening bestemmingsplan Zuidwest 3 Tanthof Het bestemmingsplan 'Zuidwest 3 Tanthof' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.0015-2001 wordt als volgt herzien: a. de aanduiding 'geluidzone – industrie' op de verbeelding vervalt. met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Zuidwest 3 Tanthof' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 22.14 Herziening bestemmingsplan Nieuw Delft, zuidelijke velden Het bestemmingsplan 'Nieuw Delft, zuidelijke velden' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.0084-1001 wordt als volgt herzien: a. de aanduiding 'geluidzone – industrie' op de verbeelding vervalt; b. artikel 12 van de regels wordt geschrapt. met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Zuidwest 3 Tanthof' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven.
Artikel 23
overige zone - herzien bestemmingsplan Schieoevers Noord
23.1 Aanwijzing Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - herzien bestemmingsplan Schieoevers Noord' wordt het vigerende bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0016-2001 gedeeltelijk herzien, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 22 en artikel 40 voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 23.2 Partiële herziening Het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' - zoals in lid 23.1 aangehaald - wordt als volgt aangepast: a. lid 1.31 wordt vervangen door: "1.31 culturele doeleinden enevenementen culturele activiteiten alsmede evenementen in de breedste zin van het woord zoals bijvoorbeeld (maar niet uitsluitend) productpresentaties, theatervoorstellingen, concerten, festivals, beurzen en standbouw, feesten en partijen, kermissen, vergaderingen, demonstratieve vertoningen, markten, sportmanifestaties, exposities en voorstellingen waaronder tevens begrepen de aan deze functies gerelateerde horeca en kantoren;" b. in lid 1.39 wordt: wordt “festiviteiten” vervangen door: “evenementen”; c.
lid 1.44 wordt vervangen door: "1.44 grootschalige evenementen evenementen met muziekuitvoeringen in de open lucht waarbij per festiviteit gelijktijdig meer dan 5.000 bezoekers aanwezig zijn;" d. in lid 3.1 onder n wordt toegevoegd "fiets, fiets/bromfiets, voetpaden"; e. in lid 3.3.1 (milieucategorie) vervalt; f. in lid 3.3 (specifieke gebruiksregels) wordt een nieuw lid 3.3.1 ingevoegd: "3.3.1. Uitbreiden of wijzigen van bestaande inrichtingen en het oprichten van nieuwe inrichtingen Voor het uitbreiden of wijzigen van bestaande inrichtingen en het oprichten van de nieuwe inrichtingen dient ook te worden getoetst aan de artikelen in hoofdstuk 4 en 5, met de van toepassing zijnde begripsbepalingen en beleidsregels, van het bestemmingsplan Schieoevers Noord met identificatienummer NL.IMRO.0503.BP0016-2001. De artikelen zijn als bijlage 2 Milieuregels partiële herziening Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) in dit bestemmingsplan gevoegd."
g. lid 3.4.1 onder a t/m d en lid 3.4.2 komen te vervallen; h. lid 4.1 onder a wordt vervangen door "culturele doeleinden en evenementen"; i. in lid 4.1 onder h wordt toegevoegd "fiets, fiets/bromfiets, voetpaden"; j. lid 4.3.1 onder a wordt vervangen door: "a grootschalige evenementen slechts 12 dagen per jaar zijn toegestaan" k. lid 4.3.1 onder b wordt vervangen door: "b. het aantal bezoekers van evenementen anders dan grootschalige evenementen, niet meer mag bedragen dan 5.000 gelijktijdig"; l. in lid 4.3.1 c wordt "festiviteiten" vervangen door: "evenementen" m. op de verbeelding vervallen de functieaanduidingen: 1. 'bedrijf t/m categorie 2'; 2. 'bedrijf t/m categorie 3.1'; 3. 'bedrijf t/m categorie 3.2'; 4. 'bedrijf t/m categorie 4'.
Artikel 24
overige zone - herzien bestemmingsplan TU Midden en Noord
24.1 Aanwijzing Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - herzien bestemmingsplan TU Midden en Noord' wordt het vigerende bestemmingsplan 'TU Midden en Noord' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0021-2001 gedeeltelijk herzien, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 22 voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 24.2 Partiële herziening Het bestemmingsplan TU Midden en Noord wordt als volgt aangepast: in lid 4.1 onder e wordt toegevoegd "zoals fiets, fiets/bromfiets, voetpaden".
Artikel 25
overige zone - bedrijven
25.1 Bestemmingsomschrijving en schakelbepaling a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bedrijven' gelden de in dit artikel opgenomen regels. b. Voor zover de aanduiding 'overige zone - bedrijven' is gelegen op gronden die niet voorzien zijn van de enkelbestemming 'Bedrijf', 'Gemengd - Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2', 'Gemengd - Nieuwe Haven', 'Groen', 'Verkeer' of 'Water', zoals opgenomen in Hoofdstuk 2 van de planregels van dit bestemmingsplan, gelden de planregels van dit artikel aanvullend op de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en de verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0016-2001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23 en artikel 40, voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 25.2 Geluidruimte inrichtingen Bestaande inrichtingen, zoals bedoeld in lid 2.17, gelegen binnen de aanduiding 'overige zone bedrijven' moeten voldoen aan de volgende regels: a. de geluidbelasting bedraagt buiten de bij de bestaande inrichting behorende aanduiding 'geluidzone - bedrijven', niet meer dan 50 dB(A) etmaalwaarde; b.
in aanvulling op het bepaalde onder a geldt voor de bestaande inrichting ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - Hordijk' dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus op de bouwvlakgrens van Nieuwe Haven, voor zover de gronden zijn bestemd voor geluidgevoelige gebouwen, niet hoger mogen zijn dan: 1. 50 dB(A) in de dagperiode; 2. 50 dB(A) in de avondperiode; 3. 50 dB(A) in de nachtperiode;
c.
de waarden als genoemd in artikel 25.2 onder b sub 1, 2, en 3 gelden pas op het moment dat een woning binnen de bestemming 'Gemengd - Nieuwe Haven' is gerealiseerd én in gebruik is genomen; d. in afwijking van het bepaalde onder a geldt voor de bestaande inrichting op de gronden met dein afwijking van het bepaalde onder a geldt voor de bestaande inrichting op de gronden met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - scouting Kruithuis', dat op maximaal 12 dagen per jaar in verband met het onderhoud van de gronden en gebouwen behorend bij de bestaande inrichting, de geluidbelasting in de dagperiode van 7.00 tot 19.00 uur maximaal 64 dB(A) bedraagt op de gevels van gerealiseerde of vergunde geluidgevoelige objecten en functies op de gronden die zijn voorzien van de enkelbestemming 'Gemengd - Kabeldistrict 1' en 'Gemengd - Kabeldistrict 2'. 25.3 Meldingsplicht inrichtingen a. Het is verboden zonder melding bestaande inrichtingen, gelegen binnen de aanduiding 'overige zone - bedrijven', uit te breiden of te wijzigen of binnen die aanduiding een andere inrichting op te richten, uit te breiden of te wijzigen. b. Een melding kan achterwege blijven als er op grond van lid 25.4 een omgevingsvergunningplicht geldt. c. Een melding als bedoeld onder a dient ten minste 4 weken voor het begin van de activiteiten te worden gemeld bij het college van B&W. d.
Een melding als bedoeld onder a bevat: 1. een beschrijving van de activiteiten, inclusief een toelichting of de activiteiten een uitbreiding of wijziging van bestaande activiteiten is; 2. de ligging van de terreingrens; 3. een akoestische onderbouwing dat deze activiteiten passen in de geluidregeling als bepaald in lid 25.2 of lid 25.4. 25.4 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden op de gronden met de aanduiding 'overige zone - bedrijven' zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit: a. activiteiten bij bestaande inrichtingen uit te breiden of te wijzigen die leiden tot een hogere geluidbelasting dan is toegelaten op grond van lid 25.2; b. activiteiten bij bestaande inrichtingen uit te breiden of te wijzigen: 1. die leiden tot een naar aard andere inrichting, en 2. die leiden tot een hogere geluidbelasting dan is toegelaten op grond van lid 25.2, of een hogere geluidbelasting dan 50 dB(A) etmaalwaarde op een afstand van 50 meter van de terreingrens; c. het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een andere inrichting dat leidt tot: 1. een hogere geluidbelasting dan is toegelaten op grond van lid 25.2; of 2. een hogere geluidbelasting dan 50 dB(A) etmaalwaarde op een afstand van 50 meter van de terreingrens; tenzij de hogere geluidbelasting voor de inrichting op grond van een eerder verleende vergunning al is toegelaten; d.
een inrichting te splitsen in twee of meer inrichtingen, tenzij de geluidbelasting niet hoger is dan 50 dB(A) op een afstand van 10 meter van de nieuwe terreingrens van een inrichting; e. activiteiten bij een inrichting als bedoeld onder d uit te breiden of te wijzigen, of na de splitsing een andere inrichting op te richten, uit te breiden of te wijzigen, die leiden tot een hogere geluidbelasting dan de vergunde geluidbelasting, of, als er geen geluidbelasting is vergund, een hogere geluidbelasting dan 50 dB(A) op een afstand van 10 meter van de terreingrens. 25.5 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 25.4 wordt verleend als de geluidbelasting op de gevels van gerealiseerde of vergunde gevoelige functies of objecten binnen de bestemming 'Gemengd Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2' of 'Gemengd - Nieuwe Haven', niet zijnde een dove gevel in de zin van lid 2.37 of lid 2.38, niet meer bedraagt dan: a. 50 dB(A) (etmaalwaarde) veroorzaakt door de inrichting waarvoor de omgevingsvergunningplicht geldt; dan wel
b. 55 dB(A) (etmaalwaarde) veroorzaakt door de inrichting waarvoor de omgevingsvergunningplicht geldt, mits: 1. de geluidbelasting als gevolg van inrichtingen en als gevolg van de industrieterreinen behorende bij de geluidzones van de artikelen 30 en 31, cumulatief niet meer bedraagt dan 55 dB(A) (etmaalwaarde); dan wel 2. de geluidbelasting als gevolg van inrichtingen en als gevolg van de industrieterreinen behorende bij de geluidzones van de artikelen 30 en 31, cumulatief meer bedraagt dan 55 dB(A) (etmaalwaarde) waarbij de jaargemiddelde gecumuleerde geluidbelasting niet meer bedraagt dan 55 dB Lden en 45 dB Lnight; voorts geldt dat: c. bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting als bedoeld onder b worden alleen de geluidbelastingen betrokken van inrichtingen en industrieterreinen die individueel 51 dB(A) of hoger zijn, zonder toepassing van een eventuele toeslag voor muziekgeluid; d. de oprichting, uitbreiding of wijziging van een inrichting vormt geen onevenredige belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling van Schieoevers Noord; e. aangetoond moet zijn dat de maatregelen om de geluidbelasting te beperken tot 50 dB(A) zo veel als redelijkerwijs mogelijk is worden getroffen én in stand gehouden; f. een advies van de Omgevingsdienst Haaglanden is verkregen over het voorgenomen besluit.
25.6 Toepassing artikel 2.17 Activiteitenbesluit Voor de toepassing van artikel 2.17 Activiteitenbesluit gelden de onderstaande maximale geluidniveaus (LAMax) in de plaats van de maximale geluidniveaus (LAMax) uit het Activiteitenbesluit: a. door aandrijfgeluid van transportmiddelen niet meer dan 70 dB(A) in de avond- en nachtperiode op de gevel van gerealiseerde of vergunde gevoelige functies of objecten in de bestemming 'Gemengd - Kabeldistrict 1', Gemengd - Kabeldistrict 2' en 'Gemengd - Nieuwe Haven'; b. door overige activiteiten niet meer dan 65 dB(A) in de avond - en nachtperiode op de gevel van gerealiseerde of vergunde gevoelige functies of objecten in de bestemming 'Gemengd Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2' en 'Gemengd - Nieuwe Haven; c. voor de dagperiode gelden geen waarden voor de maximale geluidniveaus LAMax. 25.7 Geluidmodel a. Voor het bepalen van de geluidbelasting, zoals bedoeld in artikel 25 wordt voor inrichtingen die opgenomen zijn in het geluidmodel RBS - Schieoevers Noord, dat model gebruikt voor wat betreft de omgeving buiten de betreffende inrichting. b. Het gebruik van een opvolger van het oorspronkelijke model mag geen afbreuk doen aan de bestaande rechten van een bestaande inrichting.
Artikel 26
geluidzone - bedrijven
26.1 Algemeen a. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - bedrijven' gelden de in dit artikel opgenomen regels. b. Voor zover deze aanduiding is gelegen op gronden die niet voorzien zijn van de enkelbestemming 'Bedrijf', 'Gemengd - Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2', 'Gemengd - Nieuwe Haven', 'Groen', 'Verkeer' of 'Water', zoals opgenomen in Hoofdstuk 2 van dit plan gelden de regels van dit artikel aanvullend op: 1. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP00162001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23 en artikel 40, voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft; 2. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP00212001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 24, voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft;
3. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Geothermie Rotterdamseweg met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP00080-2001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Geothermie Rotterdamseweg' – zoals hierboven aangehaald voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven; 4. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Stationskap met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0074-2001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Stationskap'' – zoals hierboven aangehaald voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft; 5. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan Station Zuid met planidentificatienummer NL.IMRO.05030000.14-, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Station Zuid' – zoals hierboven aangehaald voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft; 6. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan Voorhof met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0031-2001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Voorhof' – zoals hierboven aangehaald voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft; 7.
de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan Spoorzone na herziening met planidentificatienummer NL.IMRO.05030000.75-, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Spoorzone na herziening' – zoals hierboven aangehaald voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft; 8. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Nieuw Delft, zuidelijke velden met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.0084-1001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Nieuw Delft' – zoals hierboven aangehaald voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft; 9. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan Schieoevers Zuid met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP00052001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Schieoevers Zuid' - zoals hierboven aangehaald - en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft. 26.2 Aanpassen of verwijderen geluidzone - bedrijven Het bevoegd gezag is bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de bij de bestaande inrichting behorende aanduiding 'geluidzone - bedrijven' verkleind of verwijderd kan worden, nadat is aangetoond dat de aanpassing in samenspraak met die inrichting plaatsvindt en indien: a.
de activiteiten van de betreffende inrichting duurzaam zijn beëindigd of daartoe een overeenkomst is gesloten of; b. de bedrijfsvoering is aangepast en daarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals bedoeld in artikel 25.4.
Artikel 27
overige zone - bedrijven Basal
27.1 Bestemmingsomschrijving en schakelbepaling a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bedrijven Basal' gelden de in dit artikel opgenomen regels. b. Op de gronden als bedoeld in het eerste lid gelden de planregels van dit artikel aanvullend op de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en de verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP0016-2001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23 en artikel 40, voor het overige ongewijzigd van toepassing blijven. 27.2 Geluidruimte inrichting a. De bestaande inrichting, zoals bedoeld in lid 2.17, gelegen binnen de aanduiding 'overige zone bedrijven Basal' moet voldoen aan de volgende regels: 1. het jaargemiddeld geluidniveau bedraagt buiten de aanduiding 'geluidzone - industrie Basal', niet meer dan 50 dB Lden en 40 dB Lnight op een beoordelingshoogte van 30 meter boven maaiveld;
2. het jaargemiddeld geluidniveau bedraagt op de gevel van geluidgevoelige objecten en functies binnen de 'geluidzone - industrie Basal' niet meer dan 55 dB Lden en 45 dB Lnight; 3. in uitzondering op het bepaalde onder b geldt dat het jaargemiddeld geluidniveau ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bedrijfswoning' met de functieaanduiding 'bedrijfswoning' niet meer bedraagt dan 58 dB Lden en 48 dB Lnight; 4. op maximaal 30 dagen per kalenderjaar mogen de vastgestelde hogere waarden Wet geluidhinder vanwege een afwijkende bedrijfssituatie zoals beschreven in bijlage 4 overschreden worden; 5. het maximale geluidniveau LAmax bedraagt maximaal 80 dB(A) van 5.30 uur tot 19.00 uur op de gevels van gerealiseerde of vergunde geluidgevoelige objecten en functies in 'Gemengd Kabeldistrict 2' ten gevolge van het lossen van een schip, zoals beschreven in bijlage 4; 6.
het maximale geluidniveau LAmax bedraagt maximaal 80 dB(A) van 19.00 uur tot 23.00 uur op de gevels van gerealiseerde of vergunde geluidgevoelige objecten en functies in 'Gemengd Kabeldistrict 2' ten gevolge van het lossen van een schip, zoals beschreven in bijlage 4, met dien verstande dat de inrichting de bewoners van de geluidgevoelige objecten en functies tijdig informeert conform het maatwerkvoorschrift Activiteitenbesluit voor de afwijkende bedrijfssituatie indien een hoger maximaal geluidniveau LAmax dan 65 dB(A) op de gevels van geluidgevoelige objecten en functies wordt veroorzaakt. b. Het gestelde onder a geldt ook voor andere inrichtingen en, bij splitsing van de bestaande inrichting of bij splitsing van de andere inrichting, voor de inrichtingen gezamenlijk. 27.3 Meldingsplicht inrichtingen a. Het is verboden zonder melding de bestaande inrichting, gelegen binnen de aanduiding 'overige zone - bedrijven Basal', uit te breiden of te wijzigen of binnen die aanduiding een andere inrichting op te richten, uit te breiden of te wijzigen. b. Een melding kan achterwege blijven als er op grond van lid 27.4 een omgevingsvergunningplicht geldt. c. Een melding als bedoeld onder a dient ten minste 4 weken voor het begin van de activiteiten te worden gemeld bij het college van B&W. d. Een melding als bedoeld onder a bevat: 1.
een beschrijving van de activiteiten, inclusief een toelichting of de activiteiten een uitbreiding of wijziging van bestaande activiteiten is; 2. de ligging van de terreingrens; 3. een akoestische onderbouwing dat deze activiteiten passen in de geluidregeling als bepaald in lid 27.2 en lid 27.3. 27.4 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden op de gronden met de aanduiding 'overige zone - bedrijven Basal' zonder omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit meer dan 30 dagen per kalenderjaar af te wijken van de vastgestelde hogere waarden Wet geluidhinder. 27.5 Beoordelingsregel omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 27.4 wordt verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. het aantal dagen van overschrijding in een kalenderjaar maximaal 43 bedraagt; b. door middel van een akoestisch onderzoek is aangetoond dat voldaan wordt aan het gestelde in artikel 27.2 onder a; c. de verhoging aantoonbaar nodig is voor een gezonde bedrijfsvoering of de verhoging aantoonbaar een maatschappelijk belang dient; d. de verhoging niet leidt tot een onevenredige aantasting van een goed woon- en leefklimaat. 27.6 Toepassing artikel 2.17 Activiteitenbesluit Voor de toepassing van artikel 2.17 Activiteitenbesluit gelden de onderstaande maximale geluidniveaus (LAMax) in de plaats van de maximale geluidniveaus (LAMax) uit het Activiteitenbesluit: a.
door aandrijfgeluid van transportmiddelen niet meer dan 70 dB(A) in de avond- en nachtperiode op de gevel van gerealiseerde of vergunde gevoelige functies of objecten in de bestemming 'Gemengd - Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2' en 'Gemengd - Nieuwe Haven;
b. door overige activiteiten, met uitzondering van het lossen van een schip, niet meer dan 65 dB(A) in de avond - en nachtperiode op de gevel van gerealiseerde of vergunde gevoelige functies of objecten in de bestemming 'Gemengd - Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2' en 'Gemengd Nieuwe Haven; c. voor de dagperiode gelden geen waarden voor de maximale geluidniveaus LAMax.
Artikel 28
geluidzone - industrie Basal
28.1 Algemeen a. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie Basal' gelden de in dit artikel opgenomen regels. b. De gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de geluidzone van het gezoneerd industrieterrein Basal als bedoeld in de Wet geluidhinder. c. Voor zover deze aanduiding is gelegen op gronden die niet voorzien zijn van de enkelbestemming 'Bedrijf', 'Gemengd - Kabeldistrict 1', 'Gemengd - Kabeldistrict 2', 'Gemengd - Nieuwe Haven', 'Groen', 'Verkeer' of 'Water', zoals opgenomen in Hoofdstuk 2 van dit plan gelden de regels van dit artikel aanvullend op: 1. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP00162001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Schieoevers Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 23 en artikel 40, voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft; 2.
de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP00212001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord' – zoals hierboven aangehaald – en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, met inachtneming van het bepaalde in artikel 24, voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft. 3. de planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding, zoals opgenomen in het bestemmingsplan Schieoevers Zuid met planidentificatienummer NL.IMRO.0503.BP00052001, met dien verstande dat het bestemmingsplan 'Schieoevers Zuid' - zoals hierboven aangehaald - en de daarvan onderdeel uitmakende planregels (bestemmingen en aanduidingen) en verbeelding voor het overige ongewijzigd van toepassing blijft. 28.2 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning geluidmaatregelen, die zijn gerealiseerd om te voldoen aan de in artikel 43.1 bepaalde hogere waarden, ongedaan te maken. Onder de geluidmaatregel wordt tevens verstaan het situeren van niet geluidgevoelige functies achter een geluidbelaste gevel. 28.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 28.2 wordt verleend als: a. naar oordeel van het bevoegd gezag de maatregel gelijkwaardig is; én b.