Bijlage 1 TAM Omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats (Bijlagen bij de motivering)
Tekst van het document
Indien aanwezig worden deze verwacht langs de randen van geulen, daar waar het veen goed ontwaterd werd (herkenbaar aan veraarde top van het veen). De geraadpleegde historische kaarten bevatten afgezien van de Kerstanjeburcht geen concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden uit de Nieuwe tijd in het plangebied.
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[1 9 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
3 Veldonderzoek 3.1 Methoden Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een booronderzoek verkennende (en deels karterende) fase. De onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van het bureauonderzoek (gespecificeerde archeologische verwachting) en het protocol inventariserend veldonderzoek uit de KNA versie 3.2. Tijdens het veldonderzoek zijn 139 boringen verricht (figuur 8 en 9), waarvan 135 handmatige en vier mechanische boringen. Gezien het lineaire karakter van de beoogde ingrepen in het plangebied zijn de boringen voornamelijk in raaien parallel aan de spoorlijn gezet. De boringen binnen een raai hebben waar mogelijk een onderlinge afstand van maximaal 30 m. Ter hoogte van de geplande waterpartij zijn 5 boringen in een grid van ongeveer 15 bij 20 m gezet. Met het handmatig verkennend booronderzoek kon onder andere ter hoogte van de noordelijke tunnelvariant bij het bedrijventerrein A.H. Vrij onvoldoende inzicht in de diepere landschappelijke opbouw verkregen worden. Aangezien dit terrein toegankelijk was voor een mechanische boorinstallatie is besloten in deze verkennende fase het handmatig booronderzoek aan te vullen met een mechanisch booronderzoek. Dit veldwerk is in november 2014 uitgevoerd.
De gehanteerde methoden worden geschikt geacht voor het opsporen van de meeste in dit gebied te verwachten nederzettingsterreinen uit de periode IJzertijd t/m Late Middeleeuwen. Deze methode is niet geschikt om vindplaatsen met een kleine omvang zonder archeologische laag, verkavelingspatronen, graven en andere zeer lokale archeologische resten in kaart te brengen (Tol e.a., 2004). Ten aanzien van het onderzoek naar het dieper gelegen duinlandschap was het veldonderzoek verkennend. De uiteindelijke locaties van de boringen werden sterk beïnvloed door de huidige inrichting van de delen binnen het plangebied. Allereerst werd bij het uitzetten van de doelcoördinaten rekening gehouden met de vele kabels en leidingen die zich in plangebied bevonden. Tijdens het veldwerk werd het plaatsen van boringen verder bemoeilijkt door de aanwezigheid van dicht struikgewas (met name in het zuidelijk deel van deelgebied Zuid), verharding (langs het Haantje en op het bedrijventerrein A.H. Vrij in deelgebied Noord) en de vele kleine, vaak moeilijk toegankelijke volkstuinen langs het spoor tussen het volkstuinencomplex Tot Ons Genoegen en de weg het Haantje (zie figuur 10). Door ontbreken van toestemming, de aanwezigheid van struikgewas, leidingen of andere verstoringen en obstakels, kon het veldwerk in delen van het plangebied niet of niet aaneengesloten uitgevoerd worden (figuur 8 en 9).
In deelgebied Noord was ten zuiden van de Kastanjewetering (in de gemeente Delft) geen betredingstoestemming ter hoogte van het DSM-terrein. Direct ten zuidenoosten van het DSM-terrein waren werkzaamheden in gang en was een gronddepot aanwezig. In deze delen van het plangebied heeft geen veldwerk plaatsgevonden. In het zuidoosten van deelgebied Zuid was de uitvoering van het veldonderzoek onmogelijk vanwege dichte begroeiing van het struikgewas over een lengte van ca. 350 m tot aan km 72,1. Het resterende deel
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[2 0 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
van het veldwerk in deelgebied Zuid (de boringen 123 t/m 135) is in november 2014 uitgevoerd, waarbij het groen is verwijderd met een bosmaaier. Onze dank gaat uit naar dhr. J. Mansveld, omgevingsmanager Spoorzone Delft van ProRail, die zich heeft ingespannen voor het organiseren van de betredingen. Er is handmatig geboord tot maximaal 5,75 m -Mv (ca. 6,4 m -NAP), gemiddeld tot circa 3,5 m Mv, met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een guts met een diameter van 3 cm. Het mechanisch booronderzoek heeft plaatsgevonden met een Aqualock diameter 7 cm, tot een diepte van minimaal 6 m -Mv en maximaal 7 m -Mv (de boringen 136 t/m 139; figuur 8). De boringen zijn beschreven volgens het RAAP Bodem Beschrijvingssysteem. Dit systeem voldoet aan NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989). Genoteerd worden onder meer de diepte, textuur, kleur en samenstelling van de bodemverschijnselen alsmede archeologische indicatoren (zoals baksteen, aardewerk, bot, vuursteen, natuursteen, houtskool, verbrande leem, fosfaat). De boringen zijn digitaal vastgelegd in het door RAAP ontwikkelde programma Deborah II. De locatie van de boringen is met een GPS ingemeten (x-, y- en z-waarden).
Het opgeboorde materiaal is in het veld geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren In enkele gevallen was het door de aanwezigheid van bomen en/of omringende gebouwen niet mogelijk met de GPS de boorlocaties te meten. Dit geldt ook voor de boringen die gezet zijn in de kassen. In deze gevallen is de hoogte afgeleid van een hoogtemeting in de directe omgeving of van het naastliggende boorpunt. De x- en y-waarden zijn wel ingemeten, echter met een minder grote nauwkeurigheid. Dit is bij de betreffende boringen aangegeven in de kopgegevens (bijlage 1).
3.2 Resultaten De aangetroffen bodemopbouw komt in hoofdlijnen overeen met wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek. Deze bestaat van boven naar beneden over het algemeen uit de volgende eenheden: -
Opgebracht/verstoord pakket en recente bouwvoor.
-
jongere getijdenafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren, Gantel Laag)
-
veen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket)
-
oudere wadafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer),
Enkel ter hoogte van de noordelijk tunnelvariant is inzicht verkregen in het landschap onder de Gantelafzettingen. De resultaten worden per deelgebied besproken.
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[2 1 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
3.2.1 Bodemopbouw Deelgebied Noord Verstoringen, opgebracht pakket en bouwvoor Met name langs ’t Haantje was de ondergrond verstoord tot minimaal 1,0 m -Mv door de aanwezigheid van leidingen en de inrichting van deze zone (bebouwing en weg). Alle boringen aan de oostzijde van het spoor en een aantal aan de westzijde ter hoogte van de tunnelvariant langs de Kastanjewetering zijn gestuit (de boringen 7 t/m 9, 13, 17, 24, 26, 59, 62 en 63; figuur 8). Hierdoor is op deze locatie geen goed beeld verkregen van de bodemopbouw. In het gehele deelgebied is vanaf het maaiveld sprake van een opgebrachte/verstoorde laag van ongeveer 60 cm. Deels betreft dit ophoogzand ter plaatse van bebouwing en verharding (bij bedrijventerreinen en langs ’t Haantje). In de kassencomplexen is een verstoorde bovengrond (kasgrond) van circa 40 cm aanwezig. Onder het opgebrachte pakket, of direct vanaf het maaiveld waar dit pakket ontbreekt, is een recente bouwvoor aanwezig. Deze laag bestaat over hert algemeen uit een donker bruingrijze zeer humeuze sterk siltige tot zwak zandige klei met klei- en zandbrokken. De bouwvoor is dateerbaar door het recente puin (rood en geelbakkend) en geglazuurd aardewerk. Deze bouwvoor uit de Nieuwe en Nieuwste tijd heeft deels het onderliggende Romeins niveau - tevens de top van de (intacte) oeverafzettingen van de Gantel - in meer of mindere mate verstoord.
Laagpakket van Walcheren: Gantel Laag In het hele deelgebied Noord komen onder de bouwvoor en/of het opgebrachte/verstoorde pakket afzettingen voor behorende bij de Gantel Laag, variërend van sterk siltige klei tot matig siltig zand (figuur 11). De bovenkant van de Gantelafzettingen is vrijwel overal stevig en vertoont in de meeste boringen sporen van rijping. De kenmerken van rijping betreffen verbruining, ontkalking en het voorkomen van ijzer- en mangaanconcreties. In enkele boringen is in de top van de Gantelafzettingen een vegetatieniveau (laklaag) aangetroffen, die zich kenmerken door een laag donker(bruin)grijze, kalkloze klei met een dikte variërend van 5 tot 25 cm (in de boringen 13, 45, 64, 69, 70, 95, 108 en 122). Dit niveau betreft vermoedelijk het oppervlak uit de Romeinse tijd. In het noordwesten van deelgebied Noord zijn in de vegetatiehorizont fragmenten Romeins aardewerk aangetroffen die wijzen op een Romeinse vindplaats (nederzetting). Deze vindplaats betreft de bekende vindplaats in Rijswijk met toponiem Keerlus Wilhelminapark (zie kopje archeologie in deze paragraaf). De top van de Gantelafzettingen ligt gemiddeld op 55 cm -Mv (1,3 m -NAP) en de dikte varieert van 15 tot 130 cm (gemiddeld 57 cm). De mate van verstoring van de top/oever van de Gantelafzettingen door de recente bouwvoor is over het algemeen niet groot.
Op twee locaties is de top van de Gantel wel tot grotere diepte verstoord: ter hoogte van het bedrijventerrein van A.H. Vrij (westelijk deel van noordelijke tunnelvariant) en langs ’t Haantje (oostelijk deel zuidelijke tunnelvariant). Duidelijk is dat dit potentiële archeologisch niveau in de overige delen van deelgebied Noord nog deels aanwezig is. Over het algemeen gaat de klei geleidelijk over in zand en komen er toenemend met de diepte (meer) kleilagen voor. De korrelgrootte van het zand neemt naar onder toe van matig fijn tot
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[2 2 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
matig grof. Ter hoogte van de noordelijke tunnelvariant en in het noorden van het deelgebied vertonen de afzettingen veel klei-, zand- en/of detrituslagen, wat duidt op (rest)geulen (in de boringen 4, 12 t/m 16, 25, 32, 48, 49, 103, 105, 108, 115 en 116, 136 t/m 139). In het merendeel van de boringen verdwijnt naar onder toe de gelaagdheid en gaat het zandpakket over in een compact beddingzand (figuur 11 en 12). Aan de basis van de geulafzettingen, direct op het veen, is een laag licht humeuze uiterst siltige klei aangetroffen met daarin (brakwater)schelpen. In de boringen waarin de basis van de Gantelafzettingen is bereikt (ter hoogte van de noordelijke tunnelvariant; boringen 103, 108, 109, 115, 30, 56 t/m 58, 136 t/m 139) gaat deze erosief over in een veenpakket. Binnen het bereik van het merendeel van de boringen is deze basis echter niet aangetroffen. Het was in veel gevallen niet mogelijk handmatig door het compacte beddingzand te boren. In boring 4 gaan de gelaagde geulafzettingen van de Gantel rond 4,0 m -Mv (4,53 m -NAP) over in compact matig grof zand. Op basis van de mechanische boringen is duidelijk dat dit het beddingzand betreft, tevens aangetroffen in de boringen 136 en 139.
Veen Het veen dat onder de afzettingen van de Gantel is aangetroffen in de boringen 103, 108, 109, 115, 30, 56 t/m 58 en 136 t/m 139, bestaat over het algemeen uit (amorf) riet- en/of zeggeveen. Onder invloed van het dikke pakket Gantelafzettingen is het veen sterk samengeperst en is zeer compact (dikte veenpakket ca. 20 cm). De top van het veen bevindt zich rond 4,20 m -Mv (4,90 m -NAP) en is niet meer intact, getuige enkele schelpenbandjes (mariene/wadschelpen) en een enkele zandlaag. Dit wijst op erosie door (de insnijding van) getijdengeulen. In het onderliggende intacte veen zijn geen zandige trajecten aangetroffen die mogelijk wijzen op de nabijheid van duinzand gedurende de veengroei. Wadafzettingen Het veen gaat naar onder toe geleidelijk over in een kleipakket. Dit pakket bestaat uit licht(blauw)grijze, kalkrijke sterk siltige klei tot matig siltig zand (met detritus-, silt en/of zandlagen) met plantenresten (voornamelijk rietresten). De klei is slap en met enige schelpfragmenten. Deze afzettingen kunnen, op basis van de vele wadschelpen (m.n. kokkels en platte slijkgapers) die hierin zijn aangetroffen, worden getypeerd als wadafzettingen (Laagpakket van Wormer),.
Deelgebied Zuid Verstoringen, opgebracht pakket en bouwvoor In het noordelijk deel van deelgebied Zuid (tussen km 70,8 - 71,5) is over het algemeen een opgebracht (zand)pakket/verstoord pakket aanwezig van circa 60 cm. Hieronder is nog een recente bouwvoor aangetroffen met enkele fragmenten recent puin, glas e.d. In het zuidelijk deel van deelgebied Zuid (vanaf km 71,5) is aan het maaiveld met name slootbagger aangetroffen met een dunne bouwvoor daaronder. Boring 72 ter hoogte van de waterpartij is gestuit. Dit heeft mogelijk te maken met de recente herinrichting van de naastgelegen doorgang onder het spoor.
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[2 3 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
Gantel Laag Ook in deelgebied Zuid zijn afzettingen van de Gantel aangetroffen. Uit de boringen blijkt dat dit deelgebied in de randzone van het krekensysteem ligt. Onder de bouwvoor is in de meeste boringen een kleipakket aangetroffen bestaande uit matig tot uiterst siltige klei met platenresten en humusvlekken (figuur 13). De top is niet gerijpt en de klei is veelal weinig consistent. Er zijn geen vegetatieniveaus of archeologische indicatoren in aangetroffen. In het zuidelijk deel van deelgebied Zuid (vanaf km 71,5) wordt deze klei geleidelijk gelaagd met zand- en detrituslagen of gaat over in een zandpakket met klei- en detrituslagen. Dit pakket wordt geïnterpreteerd als kreekafzettingen vanuit de Gantel. In drie boringen is hierin een kreekgeul aangetroffen (de boringen 98, 99 en 126). Veen De Gantelafzettingen dekken een veenpakket af dat voornamelijk bestaat uit mineraalarm rietveen. De top van het veen is aangetroffen rond 2,90 m -Mv (ca. 4,5 m -NAP). De overgang naar het veen is voornamelijk abrupt, onder de kreekgeulafzettingen is de top van het veen duidelijk geërodeerd en soms zelfs niet meer aanwezig (zoals in de boringen 98, 99 en 126). Wad afzettingen Het veen gaat ook in dit deelgebied naar onder toe geleidelijk over in wadafzettingen.
Dit pakket bestaat uit licht(blauw)grijze, kalkrijke sterk siltige klei met silt- en humuslagen tot matig siltig zand (met silt en/of zandlagen) en bevat plantenresten (voornamelijk rietresten). In een aantal boringen 3.2.2 Archeologie Tijdens het veldonderzoek zijn in 3 van de 122 boringen archeologische indicatoren aangetroffen (figuur 8 en tabel 2). boring
vondstnummer
40
1
indicatoren
datering
diepte in
stratigrafisch
cm -Mv aardewerk
Romeinse
50-60
tijd(?) 64
66
2
3
aardewerk, houtskool,
Romeinse
puin (rood)
tijd
aardewerk, baksteen,
Romeinse
metaal (ijzer),
tijd(?),
kachelslik
LME-NT
niveau top Gantelafzettingen
60
top Gantelafzettingen
50-65
top Gantelafzettingen
Tabel 2. Overzicht van de vondstnummers.
De archeologische indicatoren zijn aangetroffen in een laklaag in de top van de Gantelafzettingen in het noorden van het deelgebied Noord: in een laag (lichtbruin)grijze, matig stevige, uiterst siltige klei onder een recent opgebracht/verstoord pakket en/of de bouwvoor. Het lijkt te gaan om een kleine concentratie archeologisch materiaal uit de Romeinse tijd (vindplaats 1) en behoort bij
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[2 4 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
de reeds bekende vindplaats (zie hoofdstuk 2). In de boringen 1 en 3 zijn kleine fragmenten aardewerk aangetroffen die mogelijk in de Romeinse tijd kunnen worden gedateerd. Het fragment aardewerk dat in boring 64 is aangetroffen is vrijwel zeker Romeins. De scherf is roodbakkend met een vrij grove magering en vertoont enige mate van verwering. In de boringen 22, 35, 36, 40, 51, 68, 70 en 101 zijn tevens houtskool- en puinspikkels in de top van de Gantelafzettingen aangetroffen. Er zijn op vindplaats 1 geen bodemverstoringen dieper dan de bouwvoor aangetroffen. Vindplaats - RAAP-objectnummer: RWDZ 01 ARCHIS-vondstmeldingsnummer: 422944 Coördinaten: 82.858 / 449181; Kaartblad: 37E Gemeente: Rijswijk Toponiem: Wilhelminapark (verg. Rijswijk vindplaatsen 23 en 36) Maaiveld: park en grasland Geomorfologie: oeverwal Hoogte maaiveld t.o.v. NAP: 0,22 m -NAP Complextype: waarschijnlijk nederzetting Datering: Romeinse tijd Vondsten: uitsluitend uit boringen; aardewerk fragmenten (RWDZ boringen 40, 64 en 66) Diepteligging archeologische laag/vondsten: ca. 50-65 cm -Mv Globale omvang vindplaats: niet vastgesteld, maar strekt zich uit aan beide zijden van het spoor Tijdens het veldonderzoek zijn tevens in vrijwel alle boringen puinspikkels uit de (recente/laatmiddeleeuwse) bouwvoor en/of het opgebrachte pakket aangetroffen.
Omdat deze zijn waargenomen in de geroerde bovengrond waarin verder geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen, vormen deze indicatoren geen aanleiding om de aanwezigheid van een archeologische vindplaats uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd te vermoeden.
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[2 5 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
4 Conclusies en aanbevelingen 4.1 Conclusies Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorgenomen bodemingrepen (§1.4), kan worden geconcludeerd dat bij de uitvoering van de werkzaamheden met zekerheid archeologische waarden zullen worden verstoord in delen van het plangebied. Deelgebied Noord Uit het booronderzoek blijkt dat in het deelgebied Noord voor een groot deel het laatmiddeleeuwse oppervlak en de onderliggende top van Gantel nog aanwezig is. In het noorden van deelgebied Noord is één archeologische vindplaats bekend. Het betreft nederzettingsterrein(en) uit de Romeinse tijd. In overeenstemming met wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek (zie hoofdstuk 2) zijn op deze locatie in de top van de Gantelafzettingen aanwijzingen voor een nederzetting uit de Romeinse tijd gevonden (vindplaats 1). Gezien het lineaire karakter van het deelgebied is de omvang van de vindplaats niet te bepalen. Wel is duidelijk dat - zoals verwacht - de vindplaats zich aan beide zijden van het spoor uitstrekt. Het gebrek aan indicatoren in de overige boringen in deelgebied Noord in de top van de Gantelafzettingen kan wellicht het gevolg zijn van verstoring hiervan (vanaf de Late Middeleeuwen). Eventuele vondstlagen in de top van de afzettingen kunnen hierdoor zijn verdwenen, terwijl grondsporen mogelijk nog wel aanwezig zijn.
Een andere mogelijkheid is dat rondom de nederzetting sporen van het Romeinse verkavelingssysteem aanwezig zijn. Dergelijke sporen zijn met booronderzoek doorgaans echter niet op te sporen. Ter hoogte van de tunnelvarianten is tevens getracht het diepere landschap met eventuele Oude Duinen te verkennen. Alleen ter plaatse van de noordelijke tunnelvariant bleek dit mogelijk. Hier is onder de Gantelafzettingen een laag Hollandveen op wadafzettingen aangetroffen. Aanwijzingen voor duinen zijn niet gevonden. De meeste boringen bij de zuidelijke tunnelvariant zijn gestuit op (recente) verstoorde/opgebrachte pakketten (met name langs ’t Haantje). Het bleek in een aantal boringen niet mogelijk handmatig door het compacte beddingzand van de Gantelafzettingen te boren. Deelgebied Zuid In het noordelijk deel van deelgebied Zuid (tussen km 70,8 - 71,5) is over het algemeen een opgebracht (zand)pakket/verstoord pakket aanwezig van circa 60 cm op de bouwvoor. In het zuidelijk deel van deelgebied Zuid (vanaf km 71,5) is aan het maaiveld met name slootbagger aangetroffen met een dunne bouwvoor daaronder. Ook in deelgebied Zuid zijn afzettingen van de Gantel aangetroffen. Uit de boringen blijkt dat dit deelgebied zeer waarschijnlijk in de randzone van het krekensysteem ligt. Onder de bouwvoor is in de meeste boringen een kleipakket aangetroffen bestaande uit matig tot uiterst siltige klei met
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[2 6 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
platenresten en humusvlekken. De top is niet gerijpt en de klei heeft veelal een slappe consistentie. Er zijn geen vegetatieniveaus of archeologische indicatoren in aangetroffen. In het zuidelijk deel van deelgebied Zuid (vanaf km 71,5) wordt deze klei geleidelijk gelaagd met zand- en detrituslagen of gaat over in een zandpakket met klei- en detrituslagen. Dit pakket wordt geïnterpreteerd als zandige kreekafzettingen van de Gantel, waarbij in drie boringen sprake is van een kreekgeul die zicht heeft ingesneden tot in de wadafzettingen.. Veen De Gantelafzettingen dekken een veenpakket af dat voornamelijk bestaat uit mineraalarm rietveen. Onder de kreekgeulafzettingen is de top van het veen geërodeerd. Oudere perimariene afzettingen Het veen gaat ook in dit deelgebied naar onder toe geleidelijk over in wadafzettingen. Dit pakket bestaat uit licht(blauw)grijze, kalkrijke sterk siltige klei met silt- en humuslagen tot matig siltig zand (met silt en/of zandlagen) en bevat plantenresten (voornamelijk rietresten).
4.2 Aanbevelingen Op basis van de resultaten van het veldonderzoek in combinatie met de voorgenomen werkzaamheden (§1.4) worden per deelgebied de volgende aanbevelingen met betrekking tot vervolgonderzoek gedaan (zie figuur 8 en 9): Deelgebied Noord - nieuwe sloot km 66,7- 67,6 (Wilhelminapark tot aan Haantje/Kastanjewetering) aan weerskanten van de spoorbaan: In deze zone is de veelal gerijpte top van de Gantelafzettingen aanwezig tussen 0,5 en 1,0 m Mv. In het Wilhelminapark zijn direct onder de bouwvoor aanwijzingen voor een vindplaats uit de Romeinse tijd aangetroffen. Dit komt overeen met de archeologische verwachting. In de Romeinse tijd vond bewoning plaats in de omgeving van het plangebied en was het gebied in cultuur gebracht. De vindplaats betreft waarschijnlijk een nederzetting en het gebied rondom zal in gebruik zijn geweest als agrarisch gebied. Waarschijnlijk strekt de vindplaats zich uit ten oosten van de spoorbaan. Rondom de vermoedelijke nederzetting worden in top van de Gantelafzettingen overige sporen van de inrichting van het landschap uit de Romeinse tijd verwacht die doorgaans niet met een booronderzoek zijn op te sporen. Gezien de ondiepe ligging van de vindplaats en de top van de Gantelafzettingen zal dit niveau bij de geplande werkzaamheden verstoord worden.
Geadviseerd wordt om vervolgonderzoek te laten plaatsvinden in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (IVO) karterende/waarderende fase, bestaande uit proefsleuvenonderzoek. Een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) behoort conform de KNA versie 3.3 plaats te vinden op basis van een Programma van Eisen (PvE). Dit PvE dient voor aanvang van het onderzoek te worden opgesteld door een senior-archeoloog.
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[2 7 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
Met betrekking tot het dieper gelegen landschap met eventuele Oude Duinen kan op basis van dit verkennend booronderzoek voor deze zone geen uitspraak worden gedaan. Indien hier werkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 3 m -Mv (bijvoorbeeld in het kader van de spoorverdubbeling) wordt aanbevolen een verkennend booronderzoek (bij voorkeur mechanische boringen) te laten plaatsvinden gericht op het landschap van de Oude Duinen. - Noordelijke tunnelvariant: (met tijdelijke ontsluitingsweg, tussen km 67,4 en 67,5) Ten westen van de spoorbaan (bedrijventerrein A.H. Vrij) is de top van de Gantelafzettingen niet meer intact aanwezig. In de diepere ondergrond zijn geen aanwijzingen gevonden voor duinen. Voor het westelijk deel van de noordelijke tunnelvariant wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Ten oosten van de spoorbaan (ter hoogte van de kassen) is de top van de Gantel onder de bouwvoor in lichte mate verstoord. Een vondstlaag van een eventuele vindplaats zal mogelijk niet (meer) aanwezig zijn, maar resten van grondsporen kunnen nog wel worden verwacht. Deze zijn met een booronderzoek in de regel niet op te sporen. Gezien de ondiepe ligging van de vindplaats en de top van de Gantelafzettingen zal dit niveau bij de geplande werkzaamheden verstoord worden.
Geadviseerd wordt om in het oostelijk deel van de noordelijke tunnelvariant vervolgonderzoek te laten plaatsvinden in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (IVO) karterende/waarderende fase, bestaande uit proefsleuvenonderzoek. Een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) behoort conform de KNA versie 3.3 plaats te vinden op basis van een Programma van Eisen (PvE). Dit PvE dient voor aanvang van het onderzoek te worden opgesteld door een senior-archeoloog. - Zuidelijke tunnelvariant (tussen km 67,6 en 67,7 ter hoogte van de weg Haantje parallel aan de Kastanjewetering): Deze tunnelvariant is komen te vervallen. Onderstaand advies blijft gehandhaafd indien deze variant in een later stadium alsnog bij de planvorming wordt betrokken: Langs ’t Haantje is de ondergrond verstoord tot minimaal 1,0 m -Mv. Hierdoor is de top van de Gantelafzettingen niet meer aanwezig en is hiervoor geen archeologische verwachting meer. Ten aanzien van dit niveau wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Het merendeel van de boringen ter hoogte van de zuidelijke tunnelvariant is gestuit in de opgebrachte laag, waardoor geen goed inzicht is verkregen in de (diepere) bodemopbouw. In de diepere ondergrond kunnen nog Oude Duinen aanwezig zijn.
Indien deze variant alsnog bij de planvorming wordt betrokken, wordt aanbevolen ter hoogte van de zuidelijke tunnelvariant alsnog het verkennend booronderzoek uit te voeren gericht op de Oude Duinen, bij voorkeur door middel van mechanisch booronderzoek. - Keermuur ter hoogte van DSM-terrein westzijde spoorbaan (vanaf Kastanjewetering km 67,7 tot km 68,1). Vanwege het ontbreken van betredingstoestemming heeft hier geen onderzoek plaats kunnen vinden en dient in een later stadium alsnog het booronderzoek uitgevoerd te worden indien in deze zone alsnog bodemingrepen zullen plaatsvinden.
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[2 8 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
Deelgebied Zuid - nieuwe sloot met damwand ten westen van spoorbaan (tussen km 70,8 - 71,15); - nieuwe sloot ten westen spoorbaan (tussen km 71,5 en 71,6); - waterberging ten westen van spoorbaan (tussen km 71,15 en 71,2); - nieuwe sloot ten oosten spoorbaan (tussen km 71,55 en 72,05 (meerdere varianten) en tussen km 71,2 en 71,3): Ten aanzien van deze zones wordt gezien het ontbreken van een potentieel archeologisch niveau en archeologische indicatoren geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Overig Bij de voorbereiding voor vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven en/of mechanisch booronderzoek dient rekening gehouden te worden met de toegankelijkheid van de locaties: door de aanwezigheid van begroeiing, verharding en/of inrichting van de volkstuinen kan dit belemmerd zijn. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden in de zones waarvoor geen vervolgonderzoek is geadviseerd onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 53 en 54 van de Monumentenwet 1988 (herzien in 2007) aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Op basis van de bevindingen van dit onderzoek neemt het bevoegd gezag een selectiebesluit.
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[2 9 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
Literatuur Asmussen, P.S.G., 1992. Rijswijk: archeologisch onderzoek t.b.v. de spoorwegverdubbeling/tunnelaanleg NS-tracé Rijswijk (ZH). RAAP-rapport 66. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Bloemers, J.H.F., 1978. Rijswijk (Z.H.), ‘de Bult’: eine Siedlung der Cananefaten. Nederlandse Oudheden 8. Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort. Bloemers, J.H.F., 1985. Rijswijk, in: archeologische kroniek van Zuid-Holland over 1984, Holland 6, pp. 352-353. Berendsen, H.J.A., 2004. De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Koninklijke Van Gorcum, Assen. Bult, E.J., 2011. Bureauonderzoek naar archeologische waarden. Archeologie binnen spoorzone Delft. Deel I. Delftse Archeologische Rapporten 21. Erfgoed Delft en Omstreken, Delft. Bult, E.J. & J. de Bruin, 2005. Plangebied Station Delft-zuid (gemeente Delft). Een archeologische inventariserend veldonderzoek. Delftse Archeologische Rapporten 49. Erfgoed Delft en Omstreken, Delft. Bult, E.J. & E. Norde, 2004. Een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in het tracé van het fietspad langs de Woudseweg (N223) in de gemeente Midden-Delfland. Delftse Archeologische Rapporten 40. Erfgoed Delft en Omstreken, Delft. Canaletto, 1977. Nicolaas en Jacob Kruikius (Cruquius), Kaart van het Hoogheemraadschap van Delfland 1712. Canaletto, Alphen aan den Rijn. Coppens, C.F.H. & J.M. Koot, 2010.
Plangebied Zwethzone, gemeente Rijswijk; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase). RAAP-rapport 2188. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Deeben, J.H.C. (red.), 2008. De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW), derde generatie Rapportage Archeologische Monumentenzorg 155. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort (info: www.cultureelerfgoed.nl). Deunhouwer, P., 2001. Afvalwaterzuiveringsinstallatie Harnaschpolder. Gemeente Schipluiden. Een Aanvullende Archeologische Inventarisatie. RAAP-rapport 682. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Deunhouwer, P., 2002. De neolitische vindplaats op de Noordhoorn-strandwal (Harnaschpolder), gemeente Schipluiden: een Aanvullend Archeologisch Onderzoek (AAO). RAAP-rapport 771. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Koot, H., 2008. Opgegraven! Archeologisch onderzoek in Rijswijk, Rijswijkse Serie, 13. Koot, H., L. Bruning en R.A. Houkes (red.), 2008. Ypenburg - locatie 4: een nederzetting met grafveld uit het Midden-Neolithicum in het West-Nederlandse kustgebied. Hazenberg Archeologie, Leiden. Kruidhof, C.N., drs. B. Jansen & drs. P.C. Vos, 2006. Plangebied A4 Delft-Schiedam, gemeenten Schipluiden, Schiedam en Vlaardingen; archeologisch vooronderzoek: een bu-
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[3 0 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
reau- en inventariserend veldonderzoek (verkenning). RAAP-rapport 2188. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Liere, W.J. van, 1948. De bodemgesteldheid van het Westland. Staatsdrukkerij, Den Haag. Louwe Kooijmans, L., P. & P.F.B. Jongste (eds.), 2006. Schipluiden: a neolithic settlement on the Dutch North Sea coast c. 3500 CAL BC. Analecta Praehistorica Leidensia 37/38. Leiden. Meerten, H. van & E. J. Bult, 2004. De Delftse bodem in kaart. Cultuurhistorisch Bulletin Delft, 2e kwartaal. Gemeente Delft, Delft. Molenaar, S., 2006. Plangebied Brasserskade, gemeente Delft/Rijswijk; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-rapport 1361. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, e.a. (red.), 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen/Houten. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Robas Producties, 1989. Historische Atlas Zuid-Holland. Chromotopografische Kaart des Rijks, schaal 1:25.000. Uitgeverij Robas Producties, Landsmeer. Tol, A., P. Verhagen, A. Borsboom & M. Verbruggen, 2004. Prospectief boren; een studie naar de betrouwbaarheid en toepasbaarheid van booronderzoek in de prospectiearcheologie. RAAP-rapport 1000. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Vos, P.C., E.C. Rieffe & E.E.B.
Bulten, 2007. Nieuwe geologische kaart van Den Haag en Rijswijk. Gemeente Den Haag/Gemeente Rijswijk.
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[3 1 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
Gebruikte afkortingen AHN
Actueel Hoogtebestand Nederland
AMK
Archeologische MonumentenKaart
ARCHIS
ARCHeologisch Informatie Systeem
CHS
Cultuurhistorische HoofdStructuur
CMA
Centraal Monumenten Archief
DINO
Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond
GHG
Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand
GLG
Gemiddeld Laagste Grondwaterstand
IKAW
Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden
IVO(-P)
Inventariserend VeldOnderzoek (Proefsleuven)
KLIC
Kabels en Leidingen Informatie Centrum
KNA
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
-Mv
beneden maaiveld
NAP
Normaal Amsterdams Peil
NITG
Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen
OAT
Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel
PvE
Programma van Eisen
SIKB
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
TNO
Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[3 2 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
Verklarende woordenlijst afzetting Neerslag of bezinking van materiaal. amorf Vormloos. archeologie Wetenschap die zich ten doel stelt om door middel van studie van de materiële nalaten basisveen Veen gelegen direct op het Pleistocene zand. cultuurlaag Een pakket met afvalresten dat is ontstaan door (meestal) langdurige bewoning van een bepaalde locatie. E-horizont Uitspoelingslaag van een podzol. erosie Verzamelnaam voor proces sen die het aard op pervlak aantas ten en los materiaal afvoeren. Dit vindt voor namelijk plaats door wind, ijs en stromend water. estuarium Trechtervormige riviermonding met eb- en vloedwerking. fluviatiel Door rivieren gevormd, afgezet. geomorfologie Verklarende beschrijving van de vormen van de aardoppervlakte in verband met de wijze van hun ontstaan. grondsporen Sporen van menselijke werkzaamheden in het verleden (kuilen, greppels, paalgaten), herkenbaar als verkleuringen en verstoringen van de bodem structuur. Hollandveen In het Subboreaal gevormd veen in laag-Nederland (ca. 5000-3000 jaar voor Chr.). Holoceen Jongste geologisch tijdvak (vanaf de laatste IJstijd: ca. 8800 jaar voor Chr. tot heden). horizont Een bodemlaag waarin zich bepaalde bodemkundige processen afspelen. in situ Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren.
inspoelingshorizont Een op een bepaalde plaats in een bodemprofiel aanwezige inspoelingslaag. kom Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blijft staan en klei kan bezinken.
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[3 3 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
laklaag Geprononceerd vegetatieniveau met zwarte kleur en schelpachtige, glanzende breukvlakjes; vaak wordt de term ook gebruikt voor een vegetatieniveau i.h.a. lithologie Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten. lithologisch Het sedimentaire gesteente (ook klei, zand, e.d.) betreffend (bijv. korrelgrootte). lithostratigrafie Classificatie van aardlagen op grond van kenmerken ontleend aan aard en samenstelling van de sedimentaire gesteenten. marien Op de zee betrekking hebbend, bij of in zee voorkomend, door of in zee gevormd. oeverwal Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt. oeverafzetting Rug langs een rivier, bestaande uit overwegend kleiafzettingen. oxidatie Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; ‘verbranding’ bij veen). podzol Bodem met een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (B-horizont). Het proces van het uitlogen van de E-horizont en de vorming van een B-horizont door inspoeling van amorfe humus en ijzer wordt podzolering genoemd. sediment Afzetting gevormd door het bijeenbrengen van losse gesteente fragmentjes (zoals zand of klei) en eventueel delen van organismen. Soms in iets te ruime zin ook gebruikt voor sedentaat.
silt Gronddeeltjes groter dan of gelijk aan 2 µm en kleiner dan 63 µm. textuur Innerlijke structuur; bodemtextuur: de innerlijke structuur is bepaald door de grootte en de vorm van de samenstellende deeltjes. veen Geheel of grotendeels uit enigszins ingekoolde, maar nauwelijks vergane plantenresten opgebouwde afzetting. vindplaats Plaats waar archeologisch materiaal is verzameld of te verzamelen is. Prehistorie Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven.
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[3 4 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuur 1.
Ligging van het deelgebied noord (zwart) met ARCHIS-waarnemingen (rood) en
Figuur 2.
Ligging van het deelgebied zuid (zwart) met ARCHIS-waarnemingen (rood) en AMK-
AMK-terreinen (blauw) op de CHS; inzet: ligging in Nederland. terreinen (blauw) op de CHS; inzet: ligging in Nederland. Figuur 3.
Deelgebied noord op de nieuwe geologische kaart van Den Haag en Rijswijk (Vos e.a., 2007).
Figuur 4.
Globale ligging deelgebied noord (rood) op de Kaart van het Hoogheemraadschap van Delfland (Kruikuis, 1712).
Figuur 5.
Globale ligging deelgebied zuid (rood) op de Kaart van het Hoogheemraadschap van
Figuur 6.
Globale ligging deelgebied noord (rood) op de topografische militaire kaart (TMK)
Delfland (Kruikuis, 1712). 1868 (www.watwaswaar.nl). Figuur 7.
Globale ligging deelgebied noord (rood) op de topografische militaire kaart (TMK) 1868 (www.watwaswaar.nl).
Figuur 8.
Boorpuntenkaart deelgebied Noord met advieszones.
Figuur 9.
Boorpuntenkaart deelgebied Zuid met advieszones.
Figuur 10. Impressie van plangebied tijdens het veldwerk. Figuur 11. Profiel A-A’ deelgebied Noord (voor ligging zie figuur 8). Figuur 12. Profiel B-B’ deelgebied Noord (voor ligging zie figuur 8). Figuur 11. Profiel C-C’ deelgebied Zuid (voor ligging zie figuur 9). Tabel 1.
Geologische en archeologische tijdschaal.
Tabel 2.
Overzicht van de vondstnummers.
Bijlage 1. Boorbeschrijvingen.
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[3 5 ]
Plangebied PHS 4-sporigheid Rijswijk-Delft Zuid, gemeenten Rijswijk en Delft; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende/karterende fase)
Bijlage 1. Boorbeschrijvingen
RAAP-rapport *nummer* / 2e concept, 13 november 2014
[3 6 ]
boring: RWDZ-1 beschrijver: KW/CC, datum: 16-9-2013, X: 83.177,62, Y: 448.696,44, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 37E, hoogte: -0,18, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Rijswijk, plaatsnaam: Rijswijk, opdrachtgever: Witteveen en Bos, uitvoerder: RAAP West
0 cm -Mv / 0,18 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, kleiig, matig humeus, donkerbruingrijs, zand- en kleibrokken, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
40 cm -Mv / 0,58 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, zeer grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
65 cm -Mv / 0,83 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, bruingrijs, kleibrokken, stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
95 cm -Mv / 1,13 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, enkele siltlagen, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
120 cm -Mv / 1,38 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, enkele siltlagen, matig stevig, schelpengruis, kalkconcreties, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
130 cm -Mv / 1,48 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, enkele zandlagen, matig stevig, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
150 cm -Mv / 1,68 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, enkele kleilagen, zeer fijn, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
185 cm -Mv / 2,03 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, veel dunne detritus- en kleilagen, matig fijn, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
200 cm -Mv / 2,18 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, enkele detritus- en kleilagen, compact (alleen zand en veen), matig fijn, schelpengruis, spoor plantenresten, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
250 cm -Mv / 2,68 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, compact (alleen zand en veen), matig fijn, schelpengruis, spoor plantenresten, kalkrijk, interpretatie: zandige/ kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
Einde boring op 350 cm -Mv / 3,68 m -NAP
boring: RWDZ-2 beschrijver: KW/CC, datum: 16-9-2013, X: 83.194,96, Y: 448.684,11, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 37E, hoogte: -0,07, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Rijswijk, plaatsnaam: Rijswijk, opdrachtgever: Witteveen en Bos, uitvoerder: RAAP West
0 cm -Mv / 0,07 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn, schelpengruis Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
40 cm -Mv / 0,47 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijs, kleibrokken, matig fijn, schelpengruis Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
60 cm -Mv / 0,67 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijs, matig fijn, schelpengruis Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
90 cm -Mv / 0,97 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijs, matig grof, schelpengruis Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
110 cm -Mv / 1,17 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtblauwgrijs, zandbrokken, spoor plantenresten, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: interpretatie: verstoord
135 cm -Mv / 1,42 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, matig stevig, spoor plantenresten, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
155 cm -Mv / 1,62 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, enkele siltlagen, matig stevig, spoor plantenresten, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
180 cm -Mv / 1,87 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, enkele kleilagen, zeer fijn, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
220 cm -Mv / 2,27 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, enkele kleilagen, compact (alleen zand en veen), matig fijn, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/ kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
270 cm -Mv / 2,77 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, compact (alleen zand en veen), matig fijn, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
Einde boring op 340 cm -Mv / 3,47 m -NAP
boring: RWDZ-3 beschrijver: KW/CC, datum: 16-9-2013, X: 83.179,64, Y: 448.673,18, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 37E, hoogte: -0,05, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Rijswijk, plaatsnaam: Rijswijk, opdrachtgever: Witteveen en Bos, uitvoerder: RAAP West
0 cm -Mv / 0,05 m -NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, matig grof, schelpengruis Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
60 cm -Mv / 0,65 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, kleibrokken, matig grof, schelpengruis Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
125 cm -Mv / 1,30 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, humusvlekken, stevig, spoor plantenresten, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
150 cm -Mv / 1,55 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, matig stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
165 cm -Mv / 1,70 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, enkele zandlagen, matig stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
180 cm -Mv / 1,85 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, enkele kleilagen, zeer fijn, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: veel Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
210 cm -Mv / 2,15 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, enkele detritus- en kleilagen, matig fijn, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
260 cm -Mv / 2,65 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, compact (alleen zand en veen), matig fijn, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
Einde boring op 350 cm -Mv / 3,55 m -NAP
boring: RWDZ-4 beschrijver: KW/CC, datum: 16-9-2013, X: 83.107,04, Y: 448.626,00, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 37E, hoogte: -0,53, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Rijswijk, plaatsnaam: Rijswijk, opdrachtgever: Witteveen en Bos, uitvoerder: RAAP West
0 cm -Mv / 0,53 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, blauwgrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
30 cm -Mv / 0,83 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
65 cm -Mv / 1,18 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, zwak zandig, matig humeus, bruingrijs, zand- en kleibrokken, spoor plantenresten, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: bouwvoor
75 cm -Mv / 1,28 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtblauwgrijs, enkele siltlagen, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
100 cm -Mv / 1,53 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, enkele zandlagen, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
130 cm -Mv / 1,83 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, enkele dikke kleilagen, zeer fijn, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
160 cm -Mv / 2,13 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, enkele dikke detritus- en kleilagen, zeer fijn, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
200 cm -Mv / 2,53 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, veel dunne detritus- en kleilagen, matig fijn, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
270 cm -Mv / 3,23 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, veel dikke detritus- en kleilagen, matig fijn, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
300 cm -Mv / 3,53 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, veel dikke detritus- en kleilagen, matig grof, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
380 cm -Mv / 4,33 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, veel dikke detritus- en kleilagen, matig grof, schelpfragment marien wadplaat, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
390 cm -Mv / 4,43 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, enkele dikke detritus- en kleilagen, matig grof, schelpengruis marien wadplaat, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
400 cm -Mv / 4,53 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig grof, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
Einde boring op 500 cm -Mv / 5,53 m -NAP
boring: RWDZ-5 beschrijver: KW/CC, datum: 16-9-2013, X: 83.140, Y: 448.651, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 37E, hoogte: -0,57, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: verhard, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Rijswijk, plaatsnaam: Rijswijk, opdrachtgever: Witteveen en Bos, uitvoerder: RAAP West
0 cm -Mv / 0,57 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd, grijs Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd
10 cm -Mv / 0,67 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, kleibrokken, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
50 cm -Mv / 1,07 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtblauwgrijs, matig stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
70 cm -Mv / 1,27 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, matig stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
85 cm -Mv / 1,42 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtgrijs, enkele zandlagen, matig stevig, kalkrijk, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
110 cm -Mv / 1,67 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, enkele kleilagen, zeer fijn, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen
150 cm -Mv / 2,07 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, veel dunne kleilagen, matig fijn, schelpengruis, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
210 cm -Mv / 2,67 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, veel dunne kleilagen, matig fijn, schelpengruis, spoor plantenresten, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
250 cm -Mv / 3,07 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, compact (alleen zand en veen), matig fijn, kalkrijk, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Bodemkundig: volledig gereduceerd
Einde boring op 280 cm -Mv / 3,37 m -NAP
boring: RWDZ-6 beschrijver: KW/CC, datum: 16-9-2013, X: 83.304,43, Y: 448.527,13, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 37E, hoogte: -0,06, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: GPS, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: slecht, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Rijswijk, plaatsnaam: Rijswijk, opdrachtgever: Witteveen en Bos, uitvoerder: RAAP West
0 cm -Mv / 0,06 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, kleiig, matig humeus, donkerbruingrijs, zand- en kleibrokken, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald)