Bijlage 1 Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden - Eindrapport Definitieve biedingen
Tekst van het document
RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl
RAPPORT
Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden Eindrapport: Definitieve biedingen
De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. RIGO aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
RIGO Research en Advies Woon- werk- leefomgeving www.rigo.nl
RAPPORT
Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden Eindrapport: Definitieve biedingen Opdrachtgever Samenwerkende gemeenten regio Haaglanden, SVH en Provincie Zuid-Holland
Contactpersoon Esther van der Velden
Projectnummer P40790
Datum 8 juli 2021
Auteurs Wouter Schepers; Wouter.Schepers@rigo.nl; 020 522 11 41 Peter van Os Veerle Veraart
Inhoud Samenvatting (in beeld)
2
Inleiding
4
Uitgangspunten en definities
6
Doelen Regio Haaglanden
6
Doelgroepvoorraad
6
Harde en zachte plannen
7
Regio Haaglanden
9
Ontwikkeling totale woningvoorraad
9
Doelgroepvoorraad
9
Spreiding
13
Beschikbaarheid
13
Conclusies en slotwoord
15
Gemeenten
20
Delft
20
5.1.1
Context
20
5.1.2
Bod
20
5.1.3
Verschil biedingen
23
Den Haag
24
5.2.1
Context
24
5.2.2
Bod
24
5.2.3
Verschil biedingen
27
Leidschendam-Voorburg
27
5.3.1
Context
27
5.3.2
Bod
28
5.3.3
Verschil biedingen
30
Midden-Delfland
31
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
5.4.1
Context
31
5.4.2
Bod
32
5.4.3
Verschil biedingen
34
Pijnacker-Nootdorp
35
5.5.1
Context
35
5.5.2
Bod
35
5.5.3
Verschil biedingen
38
Rijswijk
38
5.6.1
Context
38
5.6.2
Bod
39
5.6.3
Verschil biedingen
41
Wassenaar
42
5.7.1
Context
42
5.7.2
Bod
42
5.7.3
Verschil biedingen
45
Westland
46
5.8.1
Context
46
5.8.2
Bod
47
5.8.3
Verschil biedingen
49
Zoetermeer
50
5.9.1
Context
50
5.9.2
Bod
51
5.9.3
Verschil biedingen
54
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
Samenvatting (in beeld)
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
2
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
3
Inleiding Eind 2019 is door de gemeenten en woningcorporaties in de regio Haaglanden in samenwerking met de provincie Zuid-Holland een traject gestart dat – met enige vertraging als gevolg van COVID-19 – medio 2021 moet leiden tot nieuwe regionale woningmarktafspraken. Deze woningmarktafspraken hebben o.a. betrekking op de totale woningbouwopgave en in het bijzonder de betaalbare voorraad daarbinnen (en de spreiding en beschikbaarheid daarvan). Dit rapport vormt – samen met de te ondertekenen woningmarktafspraken - het slotakkoord van dit traject. Nadat eerder al de behoefte en de opgave (op basis van de provinciale behoefteraming), het bestaande beleid (stap A1 in onderstaande figuur), de restopgave met handelingsperspectieven (stap A2) en de eerste gemeentelijke biedingen(B1) de revue zijn gepasseerd, geeft deze rapportage inzicht in de (optelsom van) de definitieve gemeentelijke biedingen die invulling moeten geven aan de vier regionaal geformuleerde doelstellingen.
Leeswijzer Voordat we in deze rapportage ingaan op de biedingen die door de negen betrokken gemeenten zijn uitgebracht, staan we in hoofdstuk twee allereerst stil bij de regionale doelen op het gebied van de woningvoorraad, de gehanteerde definities daarbij en een aantal keuzes en uitgangspunten die relevant zijn voor de gepresenteerde resultaten in deze rapportage. Deel 1 van onze bevindingen bestaat uit de hoofdstukken drie en vier. In hoofdstuk drie schetsen we de optelsom van de negen gemeentelijke biedingen op regionaal niveau. In hoofdstuk vier leggen we het resultaat van hoofdstuk 3 langs de meetlat van de gestelde doelen: voorziet de regio in de regionale behoefte en opgave?
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
4
In deel twee van de rapportage (hoofdstuk vijf) zoomen we in op de biedingen van de gemeenten: naast de ‘cijfers’ komt daarbij ook de gemeentelijke context en de ontwikkelingen van het bod (in relatie tot het eerste bod) aan de orde.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
5
Uitgangspunten en definities In dit hoofdstuk gaan we in op een aantal uitgangspunten en definities die relevant zijn om de gepresenteerde resultaten in de hoofdstukken 3 tot en met 5 te kunnen begrijpen. In paragraaf 2.1 gaan we in op de door de betrokken partijen geformuleerde regionale doelen: deze vormen de meetlat waarlangs we de (optelsom van de) gemeentelijke biedingen zullen leggen. In paragraaf 2.2. gaan we nader in op de definitie van de doelgroepvoorraad en in het bijzonder de wijze waarop is gerekend met de geplande nieuwbouw van particulieren binnen dit segment. In paragraaf 2.3. gaan we kort in op de definitie van de hardheid van woningbouwplannen zoals deze in de regio worden gehanteerd.
Doelen Regio Haaglanden Voor de nieuwe woningmarktafspraken in de regio Haaglanden zijn bij de start van het traject vier doelen geformuleerd: Voldoende woningen (totale voorraad) realiseren. Voldoende betekent in dit geval voorzien in de behoefte van in totaal 65.870 extra woningen tot 2030, op basis van de Provinciale behoefteraming uit 2019. Tijdens het traject heeft een aantal gemeenten aangegeven meer te kunnen en willen bouwen dan de becijferde behoefte. Gezien de druk op de regionale woningmarkt is deze ambitie door de regio omarmd, hetgeen heeft geleid tot een herberekening, leidend tot een opgave van in totaal 79.430 woningen extra in de periode tot 2030. Voldoende woningen in de doelgroepvoorraad realiseren. Voldoende betekent in dit geval voorzien in de behoefte van 6.420 extra woningen tot 2030, op basis van de Provinciale behoefteraming uit 2019. Tijdens het traject heeft een aantal gemeenten aangegeven meer te kunnen en willen bouwen dan de becijferde behoefte. Gezien de druk op de regionale woningmarkt is deze ambitie door de regio omarmd, hetgeen heeft geleid tot een herberekening, leidend tot een opgave van 11.550 woningen extra in de periode tot 2030.
Het gaat hierbij dus om de gewenste doelgroepvoorraadontwikkeling: in de wetenschap dat er door bijvoorbeeld sloop, verkoop en prijsontwikkelingen in de markt woningen voor de doelgroep zullen verdwijnen, zal de feitelijke nieuwbouw voor deze groep dus (fors) hoger moeten uitpakken om deze doelstelling te behalen. Een meer evenwichtige spreiding van de doelgroepvoorraad in de regio. Een meer evenwichtige spreiding van de instroom van de primaire doelgroep (huurtoeslaggerechtigden) in sociale huurwoningen, door middel van een minimum streefpercentage (70% inclusief nieuwbouw) t.a.v. beschikbaarheid van het DAEB-aanbod voor de primaire doelgroep.
Doelgroepvoorraad De tweede doelstelling uit paragraaf 2.1 heeft betrekking op de doelgroepvoorraad. De doelgroepvoorraad bestaat uit drie segmenten: DAEB-woningen van toegelaten instellingen, van zowel SVH- als niet-SVH corporaties. Particuliere huurwoningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens (€720, prijspeil 2019). Koopwoningen met een waarde tot €180.000 (prijspeil 2019).
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
6
Voor het bereiken van de geformuleerde opgave op het gebied van de doelgroepvoorraad kunnen deze segmenten worden gezien als communicerende vaten: als in het ene segment minder wordt gerealiseerd dan beoogd, dan kan dit in het andere doelgroepvoorraadsegment worden gecompenseerd. Door de betrokken partijen is wel een ondergrens aangegeven van een minimale DAEB voorraadontwikkeling van +12.000. Gedurende het traject om te komen tot nieuwe woningmarktafspraken, is discussie ontstaan over de vraag in hoeverre door particuliere partijen te ontwikkelen doelgroepvoorraad volwaardig meegerekend dient te worden, indien er geen of beperkt voorwaarden worden gesteld aan deze partijen t.a.v. duurzame inzet van het vastgoed voor de doelgroep. Het ligt immers voor de hand dat partijen met een financiële doelstelling anders omgaan met mogelijkheden tot prijsverhoging boven de liberalisatiegrens of uitponding dan partijen met een volkshuisvestelijke doelstelling, zoals woningcorporaties. Op basis van deze discussie zijn regionaal de volgende afspraken gemaakt: Particuliere huur tot €720 (prijspeil 2019): o
Woningen waarbij afgesproken is dat deze tot 15 jaar in stand worden gehouden voor de doelgroep tellen niet mee voor de doelgroepvoorraad;
o
Woningen waarbij afgesproken is dat deze tussen 15 en 25 jaar in stand worden gehouden voor de doelgroep tellen voor de helft mee voor de doelgroepvoorraad;
o
Woningen waarbij afgesproken is dat deze langer dan 25 jaar in stand worden gehouden voor de doelgroep tellen volledig mee voor de doelgroepvoorraad.
Particuliere koop tot €180.000 (prijspeil 2019): o
Woningen waarbij afgesproken is dat deze tot 10 jaar in stand worden gehouden voor de doelgroep tellen niet mee voor de doelgroepvoorraad;
o
Woningen waarbij afgesproken is dat deze langer dan 10 jaar in stand worden gehouden voor de doelgroep tellen volledig mee voor de doelgroepvoorraad (weergegeven in donkerblauw in de figuren in de volgende hoofdstukken).
Woningen die in de gemeentelijke biedingen niet zijn ingedeeld in één van de hierboven benoemde categorieën zijn niet meegeteld voor de doelgroepvoorraad, tenzij dit expliciet wordt vermeld. Particuliere koopwoningen in de categorie €180.000 - €194.000 zijn wel in beeld gebracht in deze rapportage, maar tellen niet mee voor de doelgroepvoorraad.
Harde en zachte plannen In de gemeentelijke biedingen wordt onderscheid gemaakt tussen harde, waarschijnlijke en onzekere plannen. De laatste twee categorieën vallen onder de zachte plannen. Bij deze drie categorieën worden de volgende definities gehanteerd: Harde plannen: onder een hard plan worden plannen verstaan waarbij er sprake is van een omgevingsvergunning of een vastgesteld bestemmingsplan of als er bindende contracten zijn. Waarschijnlijke plannen: onder een waarschijnlijk plan worden plannen verstaan, waarbij een bestemmingsplan in voorbereiding is of waar er intentionele afspraken zijn gemaakt. Onzekere plannen: dit zijn alle overige plannen.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
7
Deel I: Regionaal beeld
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
8
Regio Haaglanden In dit hoofdstuk bezien we in hoeverre de negen betrokken gemeenten er naar verwachting gezamenlijk in slagen om de vier in paragraaf 2.1. benoemde doelen te behalen.
Ontwikkeling totale woningvoorraad Op basis van de negen gemeentelijke biedingen komen er in de regio Haaglanden tot 2030 75.227 woningen bij. Dit is het saldo van 79.923 nieuwbouwwoningen minus 4.696 te slopen woningen. In figuur 3-1 is dit verdeeld naar planstatus (harde en zachte plannen). Uit de figuur kan geconcludeerd worden dat meer dan de helft van de nieuwbouw- en sloopplannen nog een ‘zachte’ status heeft en dus met enige onzekerheid is omgeven. Uiteraard neemt de hardheid van de plannen toe naarmate het jaar van beoogde realisatie dichterbij komt. figuur 3-1 Bod re gio Haaglande n voor de totale voorraad 2030, uitgesplitst naar har de en zachte plannen
Bovenop bovengenoemde aantallen zien de gemeenten in de regio Haaglanden mogelijkheden om 12.675 extra woningen toe te voegen, mits één of meerdere (vaak stevige) belemmeringen worden weggenomen. Met name de gemeenten Den Haag en Zoetermeer zien de meeste mogelijkheden tot extra toevoegingen: bij elkaar ruim 11.000 woningen. De belemmeringen zitten met name in capaciteit bij gemeenten, financiële middelen en benodigde steun van Provincie Zuid-Holland omtrent bouwen buiten bebouwingsgrenzen, financiële compensatie en ondersteuning bij transformatie van bedrijventerreinen.
Doelgroepvoorraad De doelgroepvoorraad in 2030 is op basis van de negen gemeentelijke biedingen 6.749 woningen groter dan in de startsituatie (ABF, 2019). Dit is het gevolg van het toevoegen (vooral via nieuwbouw en sporadisch via aankoop) van 21.065 woningen aan de doelgroepvoorraad en het onttrekken van 14.316 woningen. De onttrekkingen bestaan naast sloop en verkoop vooral uit de door ABF verwachte en becijferde autonome afname van de goedkope particuliere huurwoningenvoorraad. Deze afname van woningen is in deze rapportage onder de zachte plannen meegenomen. In figuur 3-2 is dit verdeeld in harde en zachte plannen. Meer
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
9
dan de helft van de plannen (nieuwbouw èn onttrekkingen) is hierbij (nog) zacht. In tabel 31 is het bod uitgesplitst naar segmenten en gemeenten. figuur 3-2 Bod re gio Haaglande n voor de doelgroepvoorraad 2030 in har de en zac hte plannen
tabel 3-1 Bod doelgroepvoor raad naar se gmenten (toevoeging en onttrekk ing)
DAEB
Toevoeging hard
Delft
zacht
totaal
hard
zacht
totaal
500
1.925
2.425
-450
-225
-675
1.734
7.506
9.240
-861
-2.139
-3.000
Leidschendam-Voorburg
170
580
750
0
0
0
Midden-Delfland
82
9
91
0
0
0
Pijnacker-Nootdorp
816
54
870
0
0
0
Rijswijk
504
9
513
-160
-9
-169
Wassenaar
136
113
249
-86
0
-86
Westland
1.425
900
2.325
0
-300
-300
Zoetermeer
561
698
1.259
-399
-427
-826
Haaglanden
5.928
11.794
17.722
-1.956
-3.100
-5.056
Den Haag
Voorraad part. huur <€720 Delft
1
Onttrekking
Toevoeging hard
Onttrekking
zacht
totaal
zacht 1
hard
totaal
150
250
400
0
-1.600
-1.600
Den Haag
0
100
100
0
-5.750
-5.750
Leidschendam-Voorburg
0
0
0
0
-280
-280
Midden-Delfland
14
24
38
0
-30
-30
Pijnacker-Nootdorp
0
0
0
0
-30
-30
Rijswijk
0
0
0
0
-430
-430
Becijferde verwachte autonome afname van particuliere huur meegenomen in zachte plannen.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
10
Wassenaar
0
14
14
0
0
0
Westland
350
0
350
0
-220
-220
Zoetermeer
0
641
641
0
-920
-920
Haaglanden
514
1.029
1.543
0
-9.260
-9.260
Voorraad koop <€180.000
Toevoeging hard
Onttrekking
zacht
totaal
hard
zacht
totaal
Delft
50
0
50
0
0
0
Den Haag
0
0
0
0
0
0
Leidschendam-Voorburg
0
0
0
0
0
0
Midden-Delfland
0
0
0
0
0
0
Pijnacker-Nootdorp
0
0
0
0
0
0
Rijswijk
0
150
150
0
0
0
Wassenaar
0
42
42
0
0
0
Westland
150
0
0
0
0
-0
2
1.408
0
1.408
0
0
0
Haaglanden
1.608
192
1.800
0
0
0
Zoetermeer
De gemeenten zien bovenop de hierboven genoemde aantallen nog mogelijkheden om 1.130 extra sociale woningen toe te voegen, mits één of meerdere belemmeringen worden weggenomen. In de biedingen is daarbij geen onderscheid gemaakt tussen segmenten. De gemeente Delft ziet de meeste mogelijkheden om extra doelgroepwoningen toe te voegen, omdat Delft een bod doet in bandbreedten. Wanneer alle handelingsperspectieven kunnen worden ingezet kunnen 825 woningen meer worden gerealiseerd dan volgens het huidige bod is ingerekend. In tabel 3-2 is de verdeling van de gemeentelijke biedingen t.a.v. de doelgroepvoorraad gepresenteerd naar segment. Door de gemaakte afspraken over de goedkope particuliere huurvoorraad en het goedkope koopsegment tellen niet alle woningen (volledig) mee voor de doelgroepvoorraad. In de tabel is te zien dat de grootste toevoeging wordt geboden in de DAEB-voorraad. Aan de andere kant zijn er veel onttrekkingen ingerekend in de particuliere huurvoorraad door de verwachte autonome afname van deze voorraad. Daarnaast zijn er plannen voor de goedkope particuliere voorraad die niet of deels meetellen voor de doelgroepvoorraad, wanneer er geen of beperkt afspraken zijn gemaakt om deze voor langere tijd voor de doelgroepvoorraad te behouden.
2
Toevoeging van goedkope koopwoningen in Zoetermeer bestaat volledig uit correctie van de startvoorraad met 1.408 woningen.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
11
tabel 3-2 Verdeling bod doelgroepvoorraad (bruto en netto) naar segment
Bod Corporatie Voorraad DAEB huur Particuliere Voorraad part. huur <€720 <15 jaar huur Voorraad part. huur <€720 15-25 jaar Voorraad part. huur <€720 >25 jaar Goedkope Voorraad koop <€180k <10 jaar koop Voorraad koop <€180k >10 jaar Voorraad koop <€194k Totaal Netto
Bod doelgroepvoorraad
12.666
12.666
419
0
1.202
601
-8.318
-8.318
550
0
1.800
1.800
331
0
8.650
6.749
In tabel 3-3 wordt de verdeling naar segment ook per gemeente getoond en vergeleken met de opgave. tabel 3-3 Bod netto toevoeging doelgroepvoorraad 2030 per segment per gemeente
Bod
Opgave
netto 2030
DAEB 2030
part. koop 2030 50
netto 2030
1.750
part. huur 2030 -1.200
Delft
600
Den Haag
590
6.240
-5.650
0
1.090
4.820
-5.750
2.020
LeidschendamVoorburg MiddenDelfland PijnackerNootdorp Rijswijk
470
750
-280
0
440
590
-280
130
99
91
8
0
570
560
-30
40
840
870
-30
0
1.640
1.220
-30
450
64
344
-430
150
490
700
-430
220
Wassenaar
219
163
14
42
560
300
110
150
Westland
2.305
2.025
130
150
3.960
3.730
-220
450
Zoetermeer
1.562
433
-279
1.408
2.220
2.500
-920
640
Haaglanden
6.749
12.666
-7.717
1.800
11.550
16.130
-9.150
4.570
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
580
DAEB 2030
part. part. huur koop 2030 2030 1.710 -1.600 470
12
Spreiding In tabel 3-4 is het aandeel van de doelgroepvoorraad in de totale voorraad weergegeven voor de startsituatie in 2019, op basis van het Meer Evenwicht scenario (ABF, 2019) en op basis van de biedingen per gemeente en de regio als geheel. Het valt op dat de vijf gemeenten die een beweging ‘mogen’ maken naar een kleiner aandeel doelgroepvoorraad, dit ook allemaal doen. Rijswijk, Delft en Zoetermeer gaan daarbij verder dan de stap die maximaal is becijferd in het Meer Evenwicht scenario. De vier gemeenten waarvan op basis van het Meer Evenwicht scenario juist een opwaartse beweging zou mogen worden verwacht, doen dit procentueel beperkt (Pijnacker-Nootdorp en Westland) of niet (Midden-Delfland blijft een gelijk aandeel houden op basis van het bod, Wassenaar zakt met 1%). tabel 3-4 Aandeel doelgroepvoorraad in totale voorraad per gemeente en regio
Aandeel doelgroepvoorraad 2019
Aandeel doelgroepvoorraad 2030 (Meer Evenwicht scenario)
Aandeel doelgroepvoorraad o.b.v. bieding
Delft
55%
48%
44%
Den Haag
56%
48%
50%
Leidschendam-Voorburg
43%
41%
41%
Midden-Delfland
21%
27%
21%
Pijnacker-Nootdorp
20%
25%
21%
Rijswijk
52%
46%
43%
Wassenaar
31%
34%
30%
Westland
24%
30%
25%
Zoetermeer
41%
39%
38%
Regio
48%
43%
43%
Beschikbaarheid Alle gemeenten in de regio Haaglanden streven naar een minimum beschikbaarheid van 70% van de DAEB-voorraad voor de primaire doelgroep. Veel gemeenten hebben dit vastgelegd in lokale prestatieafspraken. Een aantal gemeenten zet in op een hoger aandeel toewijzingen aan de primaire doelgroep. De meeste gemeenten die doorgaans hoger zitten dan deze 70%, geven aan dat er geen actief beleid is om het percentage neerwaarts bij te stellen.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
13
tabel 3-5 Streefpercentages Beschikbaar heid
Streefpercentage Beschikbaarheid Delft
75%
Den Haag
70%
Leidschendam-Voorburg
85%
Midden-Delfland
70%
Pijnacker-Nootdorp
70%
Rijswijk
80%
Wassenaar
70%
Westland
70%
Zoetermeer
80%
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
14
Conclusies Na een langdurig traject – onder andere vertraagd door de bijzondere tijden i.v.m. het coronavirus – is de regio Haaglanden, op basis van een negental gemeentelijke biedingen, hard op weg naar nieuwe regionale woningmarktafspraken. Aan het begin van dit traject zijn regionaal een viertal doelen met elkaar gesteld. In dit hoofdstuk bezien we in hoeverre de gestelde regionale doelen – op basis van de huidige verwachtingen – gehaald zullen gaan worden. Totale voorraad Het is niet overdreven om te stellen dat de negen betrokken gemeenten zich op het gebied van de totale voorraadontwikkeling van hun ambitieuze kant hebben laten zien. Al in een vroeg stadium bleek dat diverse gemeenten meer woningen wilden realiseren dan de becijferde behoefte. In de negen biedingen komt deze ambitie dan ook tot uitdrukking: naar verwachting van de gemeenten worden tot 2030 in de regio netto ruim 75.000 woningen toegevoegd. Dat is ruim meer dan de becijferde behoefte tot 2030 (65.870) en behoorlijk in de richting van de regionaal bepaalde opgave (79.430 ) op basis van de extra ambities van een aantal gemeenten. Mits een aantal lastige knelpunten, waaronder ruimtelijke en financiële, kunnen worden overwonnen, zien de negen gemeenten nog ruimte voor mogelijk ruim 12.500 woningen extra, bovenop de biedingen, te realiseren vóór 2030.
Daar staat tegenover dat we kunnen constateren dat meer dan de helft van de plannen voor de te realiseren woningen in de regio nog een zachte planstatus heeft. Deels is dit logisch omdat de zichtperiode tot 2030 reikt, maar het wordt de komende jaren wél zaak om de veelal zachte plannen om te zetten in harde plannen en (vervolgens) te realiseren. Er is wat dat betreft ook weinig ruimte om als regio het gaspedaal los te laten: de woningbehoefte is zeer groot. Doelgroepvoorraad Wat minder positief is het beeld van de doelgroepvoorraadontwikkeling. Afgezet tegen een behoefte van +6.420 en een opgave van zelfs +11.550, is de optelsom van de negen gemeentelijke biedingen, 6.749 woningen, nog wel boven de becijferde behoefte. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat ruim 1.400 woningen hiervan in feite een administratieve correctie van de startvoorraad (in Zoetermeer) betreffen.
Geconstateerd moet worden dat de grote inzet in het DAEB segment (nieuwbouw van ruim 17.500 woningen en een netto voorraadontwikkeling van ruim 12.000, in lijn met het convenant Gaten Dichten 3) voor een deel weer verloren gaat doordat DAEB woningen worden gesloopt of verkocht en vooral doordat verwacht wordt (zie rapport ABF, 2019) dat een fors deel van de goedkope particuliere voorraad zal ‘verdampen’ als gevolg van woningmarktontwikkelingen (verhuurders die bijvoorbeeld kansen zien om huren te verhogen, uit te ponden, etc.). Ook de keuze van de regio om te ontwikkelen particuliere woningen - waarbij niet geborgd is dat deze langjarig beschikbaar blijven voor de doelgroep – minder of niet mee te tellen, heeft t.o.v. de eerste biedingenronde een negatief effect gehad op de voorziene doelgroepvoorraadontwikkeling. Het achterliggende proces – met lokale partijen die elkaar opzochten rondom de gemeentelijke biedingen – heeft richting een aantal definitieve biedingen hier en daar gezorgd voor
3
convenant Gaten dichten in Haaglanden, 2017
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
15
wat meer scherpte en lokale overeenstemming, maar óók voor een lichte afname van de doelgroepvoorraadontwikkeling t.o.v. de eerste ronde biedingen. Bovenop het bovenstaande moet nog geconcludeerd worden dat het bod van bijna 6.750 extra doelgroepvoorraadwoningen in de periode tot 2030 nog met behoorlijk veel onzekerheid is omgeven. Bijna tweederde van de plannen met betrekking tot de doelgroepvoorraad is nog als zacht te kwalificeren. ‘Meevallers’, zoals de gunstiger uitgevallen goedkope koopvoorraad in Zoetermeer, kunnen de komende jaren ook weer teniet gedaan worden door ‘tegenvallers’, mocht de afname van de particuliere voorraad juist steviger zijn dan door ABF geraamd. Met de huidige woningmarktontwikkelingen en bijbehorende prijsontwikkelingen is dat laatste zeker niet ondenkbaar. tabel 4-1 Star tvoorraad, O pgave e n E indvoorraad behorend bij de eerste drie regionale doelen
Totale voorraad Startvoorraad 2019
Doelgroepvoorraad
Opgave 2030
Bod 2030
Startvoorraad 2019
Spreiding
Opgave 2030
Bod 2030
Startvoorraad 2019
Opgave 2030
Bod 2030
Delft
50.610
59.010
64.235
27.800
28.380
28.400
55%
48%
44%
Den Haag
259.260
306.770
292.133
145.440
146.520
146.030
56%
48%
50%
Leidsch.Voorburg MiddenDelfland PijnackerNootdorp Rijswijk
36.780
39.270
39.270
15.770
16.210
16.240
43%
41%
41%
7.880
8.330
8.390
1.670
2.230
1.769
21%
27%
21%
21.130
23.270
23.572
4.210
5.850
5.050
20%
25%
21%
26.670
31.200
32.406
13.910
14.400
13.974
52%
46%
43%
Wassenaar
12.190
12.720
13.102
3.770
4.330
3.989
31%
34%
30%
Westland
44.440
49.050
51.840
10.800
14.750
13.105
24%
30%
25%
Zoetermeer
56.200
64.970
65.439
23.250
25.470
24.812
41%
39%
38%
Haaglanden
515.160
594.650
590.387
246.620
258.140
253.369
48%
43%
43%
Van de extra mogelijkheden die gemeenten zien om woningen toe te voegen (ruim 12.500, zie hierboven), is slechts een zeer beperkt deel (nog geen 10%) als potentiele doelgroepvoorraad bestempeld. Mochten de knelpunten in deze plannen al worden overwonnen, dan levert dat per saldo dus maar een beperkt extra aantal doelgroepvoorraadwoningen op. De benodigde extra woningen op basis van de behoefteraming (+6.420 of +11.550 op basis van de regionale opgave) zijn de komende jaren nodig om nieuwe huishoudens met een lager inkomen (de doelgroep van beleid) te huisvesten. In die zin kan op basis van de gemeentelijke biedingen gesteld worden dat in het gunstigste geval de druk op de sociale huurmarkt ongeveer gelijk zal blijven aan de huidige situatie. Bij tegenvallers, zoals bijvoorbeeld planuitval of forse prijsontwikkelingen op de woningmarkt, zal de druk op dit segment vermoedelijk verder toenemen. Spreiding T.a.v. de spreiding van de doelgroepvoorraad zijn conclusies vanuit meerdere perspectieven denkbaar. Enerzijds kan geconcludeerd worden dat zeven van de negen gemeenten in de regio een beweging in de juiste richting maken, tegen één gemeente waarin het huidige aan-
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
16
deel sociale voorraad richting 2030 wordt geconsolideerd en één gemeente waarbij het aandeel zakt i.p.v. de beoogde stijging. Anderzijds kan geconcludeerd worden dat het bovenstaande weliswaar het geval is, maar dat een aantal gemeenten dat op grond van het Meer Evenwicht scenario mag dalen in aandeel doelgroepvoorraad, dit wel erg stevig doen. En dat de stapjes die gezet worden bij die gemeenten die wel een wat hoger aandeel ‘sociaal’ in de woningvoorraad zouden mogen hebben, procentueel beperkt of zelfs niet aanwezig zijn. De spreidingsopgave in de regio Haaglanden is er vermoedelijk wel één van de lange adem. Het gegeven dat de ‘dalers’ over het algemeen hard dalen, en de ‘stijgers’ dit beperkt doen, geeft in ieder geval een verklaring voor het ‘tekort’ dat ontstaat in de doelgroepvoorraad als dit wordt afgezet tegen de regionaal geformuleerde opgave (6.750 versus 11.500 extra doelgroepvoorraadwoningen). figuur 4-1 Spre idingsbewe ging ver sus opgave re gio Haaglanden
N.B. In grijs de geschetste stap/beweging op basis van het ME scenario, in oranje de feitelijke stap op basis van de gemeentelijke biedingen.
Beschikbaarheid Tenslotte kan geconcludeerd worden dat alle gemeenten in de regio zich in de biedingen gecommitteerd hebben aan de doelstelling t.a.v. de beschikbaarheid van DAEB-woningen voor de primaire doelgroep (minimaal 70%).
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
17
tabel 4-2 Besc hikbaar heid naar startsituatie en streefpe rcentage
Beschikbaarheid 2018
Streefpercentage Beschikbaarheid
Delft
79%
75%
Den Haag
83%
70%
Leidschendam-Voorburg
87%
85%
Midden-Delfland
79%
70%
Pijnacker-Nootdorp
66%
70%
Rijswijk
89%
80%
Wassenaar
65%
70%
Westland
65%
70%
Zoetermeer
82%
80%
Ondanks dat gemeenten aangeven geen actief beleid hebben om percentages eventueel neerwaarts bij te stellen t.o.v. de uitgangssituatie (2018), blijft het wel van belang dit met elkaar te monitoren. De slaagkans van de primaire doelgroep zou fors achteruit gaan op het moment dat alle gemeenten zouden koersen op 70%. Uit ervaringen elders (denk bijvoorbeeld aan de regio Rotterdam) weten we overigens dat het makkelijker gezegd is dan gedaan om overal de beschikbaarheidsdoelstelling ook daadwerkelijk te behalen. Andere doelstellingen (zoals leefbaarheid bij herstructurering, rondkrijgen van projectfinanciering, etc.) kunnen haaks staan op de wens om een fors deel van het DAEB aanbod te reserveren voor de laagste inkomens. Ook dat is een reden om deze afspraak – en de uitvoering ervan – nadrukkelijk te volgen.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
18
Deel II: Gemeenten
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
19
Gemeenten Delft 5.1.1 Context De gemeente Delft geeft in haar bod aan dat de huidige woningvoorraad eenzijdig van aard is. Met name veel sociale woningbouw en veel studentenhuisvesting dragen hieraan bij. De gemeente heeft daarom als doel meer differentiatie in de wijken aan te brengen door het toevoegen van woningen in het midden- en hoger segment. Daarnaast blijft er een opgave voor zowel reguliere doelgroepwoningen als studentenwoningen. Ook heeft Delft een relatief oude sociale voorraad waarin geïnvesteerd moet worden. De gemeente ziet in deze meervoudige opgave een aantal knelpunten. Allereerste de financiële situatie van de gemeente Delft. De gemeente geeft aan bijdragen van provincie en Rijk nodig te hebben om alle opgaven in de gemeente invulling te geven. De gemeente is genoodzaakt een aantal keuzes te maken als het gaat om gesubsidieerde woningbouw. Daarnaast is door de beperkte financiële middelen de slagkracht bij de gemeente beperkt. Tenslotte geeft de gemeente mee dat studentenwoningen niet worden meegeteld als doelgroepwoningen, terwijl er een toevoeging van ongeveer 1.650 van deze woningen gepland staat tot 2030. Zo ontstaat volgens de gemeente een enigszins vertekend beeld van de inspanningen van de gemeente om bij te dragen aan de spreidingsopgave. Delft ziet wel een aantal kansen.
De gemeente wil graag inzetten op tijdelijke woningen om de tijd te overbruggen tot meer structurele oplossingen. Daarvoor is een gebied op het terrein van de TU Delft op het oog. Daarnaast behoren ook verdichting via hoogbouw, lagere parkeernormen en optoppen van bestaande complexen wat betreft de gemeente tot de mogelijkheden. Beperkte capaciteit en middelen aan de zijde van de corporaties zorgt er echter voor dat zij voornamelijk willen inzetten op reguliere bouw en beperkt mogelijkheden zien in innovatieve en/of tijdelijke oplossingen. Deze worden wel als belangrijke handelingsperspectieven gezien door de gemeente Delft. Tenslotte wil de gemeente eventueel sociale plannen, die na 2030 in het woningbouwprogramma gepland staan, naar voren halen.
5.1.2 Bod Totale voorraad Op basis van het bod voegt de gemeente Delft 13.625 woningen toe aan de totale voorraad. Het bod bestaat uit 14.250 nieuwbouwwoningen en 625 te slopen woningen. In figuur 5-1 is te zien dat het grootste deel van het bod uit zachte plannen bestaat. Van de nieuwbouwplannen is 24% hard. Daarnaast ziet de gemeente bovenop het bod mogelijkheden om 750 extra woningen toe te voegen. Deze extra plannen zijn volgens de gemeente te realiseren wanneer ingezet wordt op tijdelijke woningen.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
20
figuur 5-1 Bod gemeente Delft voor de totale voorraad 2030 in har de en zachte plannen
Doelgroepvoorraad Aan de doelgroepvoorraad voegt de gemeente Delft tot 2030 netto 600 woningen toe. Het bod bestaat uit 2.875 toevoegingen en 2.275 onttrekkingen, zoals sloop, verkoop en liberalisaties. Een groot deel van de plannen is zacht. Van de geplande toevoegingen valt 24% onder de harde plannen. In figuur 5-2 is het totale bod te zien en in tabel 5-1 is het bod uitgesplitst naar segment figuur 5-2 Bod gemeente Delft voor de doelgroepvoorraad 2030 in harde en zachte plannen
De gemeente licht het bod van 2.875 woningen toe op basis van bandbreedten. Wanneer de gemeente alle handelingsperspectieven in kan zetten, zoals meer verdichting via hoogbouw, inzet op tijdelijke woningen, optoppen van bestaande complexen en plannen uit het woningbouwprogramma naar voren te halen, zou de gemeente maximaal 3.700 woningen aan de doelgroepvoorraad kunnen toevoegen. Wanneer niet alle handelingsperspectieven ten volle ingezet kunnen worden, verwacht de gemeente minimaal 2.050 woningen toe te kunnen voegen.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
21
Daarnaast zouden er volgens de gemeente mogelijkheden zijn om honderden extra woningen toe te voegen (niet in de figuur weergegeven). Dat zijn extra woningen bovenop het bod. Deze extra woningen zijn volgens de gemeente te realiseren, wanneer woningcorporaties meer financiële ruimte krijgen, bijvoorbeeld door de afschaffing van de verhuurdersheffing of extra middelen en ondersteuning voor corporaties ten behoeve van de verduurzamingsopgave. tabel 5-1 Bod doelgroepvoor raad naar se gment
Toevoeging DAEB-voorraad Sloop Uitponding Complexgewijze verkoop Liberalisatie Voorraad part. huur <€720 Voorraad koop <€180k Totaal
Onttrekking 2.425
-675 -550 -125 -
400 50 2.875
-1.600 -2.275
In tabel 5-2 is de opbouw van het netto bod voor de doelgroepvoorraad weergegeven. In de linkerkolom zijn alle toevoegingen en onttrekkingen voor de corporatie, particuliere en koopvoorraad weergegeven. In de rechterkolom is het aantal woningen te zien die op basis van de afgesproken definities tot de doelgroepvoorraad behoren. De toevoeging wordt voornamelijk gerealiseerd in de DAEB-voorraad. Ook worden er woningen toegevoegd in de particuliere huurvoorraad. Echter wordt er – in lijn met de ABF prognose - ook aangenomen dat 1.600 woningen in de particuliere huurvoorraad autonoom ‘verdampen’. tabel 5-2 Opbouw bod doelgroepvoorraad naar segmenten
Bod Corporatie Voorraad DAEB huur Particuliere Voorraad part. huur <€720 <15 jaar huur Voorraad part. huur <€720 15-25 jaar Voorraad part. huur <€720 >25 jaar Goedkope Voorraad koop <€180k <10 jaar koop Voorraad koop <€180k >10 jaar Voorraad koop <€194k Totaal Netto
Bod doelgroepvoorraad 1.750 1.750
100 200 -1.300 0 50 100 900
0 100 -1.300 0 50 0 600
Spreiding In tabel 5-3tabel 3-4 is het aandeel van de doelgroepvoorraad in de totale voorraad weergegeven voor de startsituatie in 2019, volgens het Meer Evenwicht scenario (ABF, 2019) en op basis van de biedingen per gemeente en de regio. Met het bod zakt de doelgroepvooraad van 55% in 2019 naar 44% in 2030. Dat is een stevigere beweging dan in het Meer Evenwicht scenario becijferd (48%).
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
22
tabel 5-3 Aandeel doelgroepvoorraad in totale voorraad
Spreiding Aandeel doelgroepvoorraad 2019
55%
Aandeel doelgroepvoorraad 2030 (Meer Evenwicht scenario)
48%
Aandeel doelgroepvoorraad o.b.v. bod
44%
Beschikbaarheid Tenslotte heeft de gemeente Delft als jaarlijks doel minimaal 75% van het DAEB-aanbod toe te wijzen aan de primaire doelgroep. Daarbij zet de gemeente in op zo minimaal mogelijke daling ten opzichte van de stand van 2018. Dat doel is vastgelegd in lokale prestatieafspraken. tabel 5-4 Streefpercentage beschik baarheid
Beschikbaarheid Beschikbaarheid 2018
79%
Beschikbaarheid Doel 2030
Minimaal 70%
Beschikbaarheid Bod 2030
Minimaal 75%
5.1.3 Verschil biedingen Delft is één van de gemeenten waarbij er sprake is van significante verschillen tussen de eerste en de definitieve bieding, zoals weergegeven in tabel 5-5. Voor de totale voorraadontwikkeling is het bod verhoogd, terwijl aan de doelgroepvoorraad juist minder woningen worden toegevoegd. Het verschil voor de doelgroepvoorraad kan met name worden verklaard door meer verwachte onttrekkingen door sloop en uitponding. Op basis van de gemaakte afspraken omtrent de particuliere huurvoorraad tellen niet alle te bouwen woningen mee voor de doelgroepvoorraad. Ook werden in de eerste bieding friendscontracten, het mogelijk maken van woningdelen, aangedragen als potentiele toevoeging van woningen. In overleg met corporaties en huurders is deze toevoeging niet meegenomen in de definitieve bieding. tabel 5-5 Opgave en eerste bieding versus definitieve bieding gemeente Delft
Opgave
Eerste bieding
Definitieve bieding
Omvang totale voorraad
59.010
62.080
64.235
Voorziene netto ontwikkeling
8.400
11.470
13.625
Omvang doelgroepvoorraad
28.380
28.825
28.400
Voorziene netto ontwikkeling
580
1.025
600
Aandeel doelgroepvoorraad in totale voorraad
48%
46%
44%
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
Verschil biedingen
2.155
-425
23
Den Haag 5.2.1 Context In de gemeente Den Haag speelt een aantal grootstedelijke vraagstukken die onder andere de leefbaarheid in wijken onder druk zetten. Het gaat onder meer om eenzijdig aanbod van kleine woningen, woningsplitsing en buy-to-let. De gemeente Den Haag heeft veel belang bij de regionale samenwerking. Den Haag benoemt een aantal doelgroepen, zoals zorgdoelgroepen en arbeidsmigranten, waarvoor ook een sterke regionale opgave en waarbij de gemeente ook afhankelijk is van de andere regiogemeenten. Voor de gemeente is het noodzakelijk dat ook andere gemeenten in de regio uitvoering geven aan de spreidingsdoelstelling. Om eenzijdig aanbod van kleine woningen te voorkomen, wordt door de gemeente minimaal ingezet op sociale koopwoningen tot €180.000. De gemeente voorziet bovendien nog een aantal knelpunten die de plancapaciteit kunnen dwarsbomen. Allereerst moet de uitplaatsing van functies met een hoge milieucategorie gerealiseerd worden, omdat deze functies beperkingen met zich meebrengen voor het realiseren van woningen op nabij liggende locaties. Daarnaast ziet de gemeente dat woningcorporaties in de regio beperkte investeringscapaciteit hebben. Ook denkt de gemeente dat investeren in OV-maatregelen noodzakelijk is om grote gebiedsontwikkelingen te realiseren.
Tenslotte is het oplossen van de stikstofproblematiek van groot belang voor Den Haag, vanwege een aantal Natura 2000 gebieden in de omgeving. Toch ziet de gemeente ook mogelijkheden, met name vanwege het Urgentieprogramma sociale en betaalbare woningbouw en de Woningbouwimpuls. Bovendien pleit de gemeente voor meer investeringscapaciteit voor corporaties, bijvoorbeeld door de afschaffing van de verhuurdersheffing of een ontheffing voor Haagse corporaties. Om de regionale spreidingsdoelstelling niet in gevaar te brengen wordt in de gemeente Den Haag echter niet gezocht naar extra mogelijkheden voor de realisatie van doelgroepvoorraad.
5.2.2 Bod Totale voorraad Op basis van het bod voegt de gemeente Den Haag 32.873 woningen toe aan de totale voorraad. Het bod bestaat uit 35.873 nieuwbouwplannen en 3.000 sloopplannen. Van alle nieuwbouwplannen bestaat 36% uit harde plannen. Daarnaast ziet de gemeente mogelijkheden om bovenop het bod ongeveer 8.500 woningen extra toe te voegen aan de woningvoorraad. Volgens de gemeente is dit alleen mogelijk wanneer een aantal grote knelpunten wordt opgelost, namelijk de uitplaatsing van functies met een hoge milieucategorie, de investeringscapaciteit van corporaties, een aantal noodzakelijke infrastructuurmaatregelen, zoals investeringen in het OV-netwerk, en het stikstofvraagstuk.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
24
figuur 5-3 Bod gemee nte De n Haag voor de totale voorraad 2030 in harde en z achte planne n
Doelgroepvoorraad Aan de doelgroepvoorraad voegt de gemeente Delft netto 590 woningen toe. Het bod bestaat uit 9.340 toevoegingen aan de voorraad en 8.750 onttrekkingen, zoals sloop, verkoop en liberalisaties. Een groot deel van de plannen is zacht. Van de geplande toevoegingen valt 19% onder de harde plannen. De gemeente Den Haag ziet geen mogelijkheden t.a.v. het toevoegen van extra doelgroepwoningen. In figuur 5-4 is het totale bod te zien en in tabel 5-6 is het bod uitgesplitst naar segment. figuur 5-4 Bod gemee nte De n Haag voor de doe lgr oepvoorraad 203 0 in harde en z ac hte plannen
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
25
tabel 5-6 Bod doelgroepvoor raad naar se gmenten (toevoeging en onttrekk ing)
DAEB-voorraad Voorraad part. huur <€720 Voorraad koop <€180k Totaal
Toevoeging Onttrekking 9.240 -3.000 100 -5.750 0 0 9.340 -8.750
In tabel 5-7 is de opbouw van het netto bod voor de doelgroepvoorraad weergegeven. In de linkerkolom zijn alle toevoegingen en onttrekkingen voor de corporatie, particuliere en koopvoorraad weergegeven. In de rechterkolom is het aantal woningen te zien die op basis van de afgesproken definities in de doelgroepvoorraad vallen. De toevoeging wordt voornamelijk gerealiseerd in de DAEB-voorraad. Daarnaast wordt er – in lijn met de prognose van ABF - aangenomen dat 5.750 woningen in de particuliere huurvoorraad autonoom verdampen. Ook worden er woningen toegevoegd in de particuliere huurvoorraad. Echter, moet daarbij de kanttekening worden geplaatst dat het onbekend is hoe lang deze woningen in stand worden gehouden in de doelgroepvoorraad. Op basis van de gesprekken met de gemeente wordt aangenomen dat er afspraken worden gemaakt over de instandhouding van nieuwe woningen in de particuliere huurvoorraad. Wat betreft de woningen in de goedkope koopvoorraad is onbekend of hier afspraken over worden gemaakt. Daarom zijn deze 500 woningen niet meegenomen in het bod voor de doelgroepvoorraad. tabel 5-7 Verdeling bod doelgroepvoorraad naar segment
Bod Corporatie huur Particuliere huur
Goedkope koop
Totaal
Voorraad DAEB Voorraad part. huur <€720 <15 jaar Voorraad part. huur <€720 15-25 jaar Voorraad part. huur <€720 >25 jaar Voorraad koop <€180k <10 jaar Voorraad koop <€180k >10 jaar Voorraad koop <€194k Netto
Bod doelgroepvoorraad 6.240 6.240 0 0 0 0 -5.650 -5.650 500 0 0 0 0 0 1.090 590
Spreiding In tabel 5-8 is het aandeel van de doelgroepvoorraad in de totale voorraad weergegeven voor de startsituatie in 2019, volgens het Meer Evenwicht scenario (ABF, 2019) en op basis van de biedingen per gemeente en de regio. Met het bod zakt de doelgroepvoorraad in 2030 van 56% naar 50%. Die beweging komt overeen met het Meer Evenwicht scenario. tabel 5-8 Aandeel doelgroepvoorraad in totale voorraad
Spreiding Aandeel doelgroepvoorraad 2019
56%
Aandeel doelgroepvoorraad 2030 (Meer Evenwicht scenario)
50%
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
26
Aandeel doelgroepvoorraad o.b.v. bieding
50%
Beschikbaarheid Tenslotte geeft de gemeente Den Haag aan als jaarlijks doel minimaal 70% van het DAEBaanbod toe te wijzen aan de primaire doelgroep. Daarbij geeft de gemeente aan niet te koersen op een daling naar het streefpercentage van 70%. Wel wil de gemeente indien gewenst de toewijzing als middel gebruiken om de eenzijdigheid in een wijk te kunnen beïnvloeden. tabel 5-9 Streefpercentage beschik baarheid
Beschikbaarheid Beschikbaarheid 2018
83%
Beschikbaarheid Doel 2030
Minimaal 70%
Beschikbaarheid Bod 2030
Minimaal 70%
5.2.3 Verschil biedingen In tabel 5-10 is het verschil tussen de eerste en definitieve bieding weergegeven. Voor de gemeente Den Haag is er een verschil in het bod voor de doelgroepvoorraad. Het verschil kan volledig worden verklaard doordat op basis van de gemaakte afspraken omtrent de goedkope koopvoorraad niet alle woningen meetellen voor de doelgroepvoorraad. Ook moet de kanttekening geplaatst worden dat de gemeente Den Haag in het definitieve bod niet toelicht of er afspraken zijn gemaakt omtrent het behouden van particuliere huur in de doelgroepvoorraad en hoe lang deze woningen in stand worden gehouden. Wanneer deze woningen niet in de doelgroepvoorraad behouden blijven, dan valt de werkelijke toevoeging 100 woningen lager uit. tabel 5-10 Opgave en eerste bieding versus definitieve bieding gemeente De n Haag
Opgave
Eerste bieding
Definitieve bieding
Omvang totale voorraad
306.770
292.133
292.133
Voorziene netto ontwikkeling
47.510
32.873
32.873
Omvang doelgroepvoorraad
146.520
146.530
146.030
Voorziene netto ontwikkeling
1.090
1.090
590
Aandeel doelgroepvoorraad in totale voorraad
48%
50%
Verschil biedingen 0 -500
50%
Leidschendam-Voorburg 5.3.1 Context De gemeente geeft in haar bod een aantal prioriteiten aan en werkt onder andere aan variatie in woonmilieus, leefbare wijken en langer zelfstandig thuis wonen. Daarnaast ziet de gemeente toenemende problemen omtrent beschikbaarheid en betaalbaarheid.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
27
De gemeente wil tegemoetkomen aan de regionale spreidingsdoelstelling. Echter, geeft de gemeente wel aan dat de opgave lastig te realiseren is, vanwege een tekort aan bouwlocaties binnen de gemeentegrenzen. Ook ziet de gemeente nog andere knelpunten. Zo is de projectcapaciteit binnen de gemeente beperkt en ook bij de woningcorporaties zijn er beperkte (financiële) middelen, door de verhuurdersheffing en de gestegen bouwkosten. De gemeente verwacht het e.e.a. van de Regeling Vermindering Verhuurdersheffing (RVV) en een verdere lastenverlichting voor corporaties. Toch verwacht de gemeente de woningbouwopgave, zoals ook afgesproken in het convenant Gaten Dichten 4, in de regio Haaglanden te behalen door het inzetten van nieuwbouw op de huidige woningbouwlocaties. Daarbij hebben sociale koopwoningen niet de voorkeur, omdat deze volgens de gemeente niet duurzaam bijdragen aan de doelgroepvoorraad.
5.3.2 Bod Totale voorraad Op basis van het bod voegt de gemeente Leidschendam-Voorburg 2.490 woningen toe aan de totale voorraad. Het bod bestaat volledig uit nieuwbouwplannen en (dus) geen sloopplannen. In figuur 5-5 is te zien dat een groot deel van het bod uit zachte plannen bestaat. Van de nieuwbouwplannen is 32% hard. De gemeente benoemt in het gemeentelijk bod nog geen mogelijkheden om bovenop het bod extra woningen toe te voegen, maar wijst er wel op dat het bod een afspiegeling is van het huidige woningbouwprogramma. Dit programma is continue in ontwikkeling en biedt ruimte voor nieuwe initiatieven. figuur 5-5 Bod gemeente Leidschendam-Voor burg voor de totale voorraad 2030 in harde en zachte plannen
Doelgroepvoorraad Aan de doelgroepvoorraad voegt de gemeente Leidschendam-Voorburg 470 woningen toe. Het bod bestaat in totaal uit 750 toevoegingen in de DAEB-voorraad. Daarnaast rekenen we
4
convenant Gaten dichten in Haaglanden, 2017
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
28
de door ABF verwachte autonome afname in de particuliere huurvoorraad (280 woningen) in. Een groot deel van de plannen is zacht. Van de geplande toevoegingen valt 23% onder de harde plannen. In figuur 5-6 is het totale bod te zien en in tabel 5-11 is het bod uitgesplitst naar segment. figuur 5-6 Bod gemeente Leidschendam-Voor burg voor de doelgroepvoorraad 2030 in harde en zachte plannen
tabel 5-11 Bod doelgroepvoorraad naar segmenten (toevoeging en onttrekking)
Toevoeging DAEB-voorraad Voorraad part. huur <€720 Voorraad koop <€180k Totaal
Onttrekking 750 0 0 750
0 -280 0 -280
In tabel 5-12 is de opbouw van het netto bod voor de doelgroepvoorraad weergegeven. In de linkerkolom zijn alle toevoegingen en onttrekkingen voor de corporatie-, particuliere- en koopvoorraad weergegeven. In de rechterkolom is het aantal woningen te zien die op basis van de afgesproken definities in de doelgroepvoorraad vallen. De toevoeging wordt gerealiseerd in de DAEB-voorraad. Ook worden er woningen toegevoegd in de particuliere huurvoorraad, maar wordt daarnaast – in de lijn met de prognoses van ABF –in onze analyse aangenomen dat 280 woningen in de particuliere huurvoorraad autonoom verdwijnen. tabel 5-12 Bod doelgroepvoorraad naar segmenten
Bod Corporatie huur Particuliere huur
Goedkope koop
Vooraad DAEB Vooraad part. huur <€720 <15 jaar Vooraad part. huur <€720 15-25 jaar Vooraad part. huur <€720 >25 jaar Vooraad koop <€180k <10 jaar
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
750 0 0 -280 0
Bod doelgroepvoorraad 750 0 0 -280 0
29
Totaal
Vooraad koop <€180k >10 jaar Vooraad koop <€194k Netto
0 0 470
0 0 470
Spreiding In tabel 5-13 is het aandeel van de doelgroepvoorraad in de totale voorraad weergegeven voor de startsituatie in 2019, volgens het Meer Evenwicht scenario (ABF, 2019) en op basis van de biedingen per gemeente en de regio. Met het bod zakt de doelgroepvoorraad van 43% in 2019 naar 41% in 2030. Die beweging komt overeen met het Meer Evenwicht scenario. tabel 5-13 Aandeel doelgroepvoorraad in totale voorraad
Spreiding Aandeel doelgroepvoorraad 2019
43%
Aandeel doelgroepvoorraad 2030 (Meer Evenwicht scenario)
41%
Aandeel doelgroepvoorraad o.b.v. bieding
41%
Beschikbaarheid Tenslotte heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg als jaarlijks doel 85% van het DAEBaanbod toe te wijzen aan de primaire doelgroep. De gemeente verwacht geen substantiële verandering in het aandeel toewijzingen aan de primaire doelgroep ten opzichte van de stand in 2018. tabel 5-14 Streefpercentage beschikbaarheid
Beschikbaarheid Beschikbaarheid 2018
87%
Beschikbaarheid Doel 2030
Minimaal 70%
Beschikbaarheid Bod 2030
85%
5.3.3 Verschil biedingen In tabel 5-15 is het verschil tussen de eerste en definitieve bieding weergegeven. Er is geen verschil tussen de eerste en de definitieve bieding van de gemeente Leidschendam-Voorburg, omdat er geen herziening op het eerste bod is uitgebracht.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
30
tabel 5-15 Opgave en eerste bieding versus definitieve bieding gemeente Le idsche ndam-Voorburg
Opgave
Eerste bieding
Definitieve bieding
Omvang totale voorraad
39.270
39.270
39.270
Voorziene netto ontwikkeling
2.490
2.490
2.490
Omvang doelgroepvoorraad
16.210
16.240
16.240
Voorziene netto ontwikkeling
440
470
470
Aandeel doelgroepvoorraad in totale voorraad
41%
41%
41%
Verschil biedingen 0
0
Midden-Delfland 5.4.1 Context Midden-Delfland spreekt in haar bod van een aantal thema’s die een rol spelen in het woningbouwprogramma van de gemeente. In een aantal dorpen is er sprake van een sterke mate van vergrijzing. Om de leefbaarheid en vitaliteit te versterken wordt ingezet op doorstroming en een evenwichtig aanbod op de woningmarkt. Daarnaast wil de gemeente het landschappelijk belang van Midden-Delfland behouden, omdat het een belangrijk onderdeel is van de identiteit van de gemeente. Bovendien levert de gemeente Midden-Delfland ook een regionale bijdrage op het vlak van het aanbod van bedrijventerreinen. Op zoek naar locaties voor woningbouw, vaak op huidige bedrijventerreinen, moet goed nagedacht worden over eventuele compensatie elders. Met name de laatste twee kenmerken vormen ook knelpunten. De gemeente geeft aan dat de mogelijkheden voor woningbouw in de gemeente beperkt zijn. Bovendien moet er voor transformatie van bedrijventerreinen nieuw beleid worden geformuleerd en met de provincie gesproken worden over compensatie. Het onteigenen van bedrijven brengt bovendien nog extra kosten met zich mee. Daarom moet er een keuze gemaakt worden welke doelgroepen te bedienen. De gemeente vindt gezinnen de belangrijkste doelgroep en probeert ook doorstroming te organiseren van empty-nesters.
De gemeente vindt het ook belangrijk dat de woningvoorraad een goede afspiegeling is van de bevolking en dat er aanbod is voor verschillende inkomensgroepen. Om het toevoegen van doelgroepwoningen te stimuleren, en de doelstelling van 30% sociaal in nieuwbouwplannen te halen, heeft de gemeente al enige tijd een Fonds Sociale Woningbouw. Wanneer in kleine bouwprojecten tot 10 woningen 30% sociale woningbouw niet haalbaar is, moet dit door de ontwikkelende partij worden afgekocht, zodat het op een andere locatie kan worden gecompenseerd. Naast het toevoegen van doelgroep woningen ziet de gemeente ook met name kansen in het behoud van de bestaande doelgroepvoorraad. De gemeente maakt afspraken met o.a. de lokale woningcorporatie.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
31
5.4.2 Bod Totale voorraad Op basis van het bod voegt de gemeente Midden-Delfland 510 woningen toe aan de totale voorraad. Het bod bestaat volledig uit nieuwbouwplannen en (dus) geen sloopplannen. In figuur 5-7 is te zien dat het grootste deel van het bod uit harde plannen bestaat, namelijk voor 88%. Daarnaast ziet de gemeente mogelijkheden om bovenop het bod onder voorwaarden 300 extra woningen toe te voegen. De gemeente denkt dat bij meer financiële en beleidsmatige ruimte, met name omtrent de compensatie voor bouwlocaties op bedrijventerreinen, een deel van de plannen voor de periode na 2030 versneld zouden kunnen worden uitgevoerd. figuur 5-7 Bod gemeente Midden-Delfland voor de totale voorraad 2030 in harde en zachte plannen
Doelgroepvoorraad Op basis van het bod voegt de gemeente Midden-Delfland 160 woningen toe aan de doelgroepvoorraad. Echter, tellen de toevoegingen per segment op tot een netto bod van 129 woningen voor de doelgroepvoorraad. Daarnaast wordt de door ABF becijferde autonome afname van 30 particuliere huurwoningen niet overgenomen, maar zijn er geen handelingsperspectieven beschreven om deze woningen in de doelgroepvoorraad te behouden. We gaan in deze analyses daarom uit van een afname van 30 particuliere huurwoningen. Op basis van deze aannames voegt de gemeente Midden-Delfland 99 woningen toe aan de doelgroepvoorraad (129 nieuwbouw minus 30 ‘verdamping’ goedkope particuliere huur). Van de nieuwbouw is 74% als hard te bestempelen. In figuur 5-8 is het totale bod te zien en in tabel 5-16 is het bod uitgesplitst naar segment. Daarnaast zou volgens de gemeente ongeveer 15% van de 300 extra toe te voegen woningen bovenop het bod, zoals hierboven beschreven, worden toegevoegd aan de DAEB-voorraad. Dat staat gelijk aan 45 woningen. Ook worden daarvan 45 woningen toegevoegd aan de goedkope koopvoorraad tot €194.000.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
32
figuur 5-8 Bod gemeente Midden-Delfland voor de doelgroepvoorraad 2030 in harde en zachte plannen
tabel 5-16 Bod doelgroepvoorraad naar segmenten (toevoeging en onttrekking)
Toevoeging DAEB-voorraad Voorraad part. huur <€720 Voorraad koop <€180k Totaal
Onttrekking 91 38 0 129
0 -30 0 -30
In tabel 5-17 is de opbouw van het netto bod voor de doelgroepvoorraad weergegeven. In de linkerkolom zijn alle toevoegingen en onttrekkingen voor de corporatie-, particuliere- en koopvoorraad weergegeven. In de rechterkolom is het aantal woningen te zien die op basis van de afgesproken definities in de doelgroepvoorraad vallen. De toevoeging wordt voornamelijk gerealiseerd in de DAEB-voorraad. Ook worden er woningen toegevoegd in de particuliere huurvoorraad, maar deze gaan deels ‘verloren’ door de verwachte autonome afname van goedkope particuliere huurwoningen. tabel 5-17 Bod doelgroepvoorraad naar segmenten
Bod Corporatie huur Particuliere huur
Goedkope koop
Totaal
Vooraad DAEB Vooraad part. huur <€720 <15 jaar Vooraad part. huur <€720 15-25 jaar Vooraad part. huur <€720 >25 jaar Vooraad koop <€180k <10 jaar Vooraad koop <€180k >10 jaar Vooraad koop <€194k Netto
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
91 0 0 8 0 0 0 99
Bod doelgroepvoorraad 91 0 0 8 0 0 0 99
33
Spreiding In tabel 5-18 is het aandeel van de doelgroepvoorraad in de totale voorraad weergegeven voor de startsituatie in 2019, volgens het Meer Evenwicht scenario (ABF, 2019) en op basis van de biedingen per gemeente en de regio. Met het bod blijft de doelgroepvoorraad gelijk aan de stand in 2019. tabel 5-18 Aandeel doelgroepvoorraad in totale voorraad
Spreiding Aandeel doelgroepvoorraad 2019
21%
Aandeel doelgroepvoorraad 2030 (Meer Evenwicht scenario)
27%
Aandeel doelgroepvoorraad o.b.v. bieding
21%
Beschikbaarheid Tenslotte heeft de gemeente Midden-Delfland als jaarlijks doel minimaal 70% van het DAEBaanbod toe te wijzen aan de primaire doelgroep. Daarbij geeft de gemeente aan niet als doel te hebben het percentage ten opzichte van de uitgangspositie in 2018 te verlagen. tabel 5-19 Streefpercentage beschikbaarheid
Beschikbaarheid Beschikbaarheid 2018
79%
Beschikbaarheid Doel 2030
Minimaal 70%
Beschikbaarheid Bod 2030
Minimaal 70%
5.4.3 Verschil biedingen Er is een klein verschil te zien ten opzichte van de eerste bieding, zoals weergegeven in tabel 5-20. Voor de totale voorraad blijft het bod gelijk, terwijl aan de doelgroepvoorraad minder woningen worden toegevoegd. Het verschil voor de doelgroepvoorraad kan volledig worden verklaard een kleine aanpassing in het aantal geplande DAEB-woningen en door het meenemen van de verwachte autonome afname van de particuliere huurvoorraad. tabel 5-20 Opgave en eerste bieding versus definitieve bieding gemeente Midde n-Delfland
Opgave Omvang totale voorraad
Eerste bieding
Definitieve bieding
8.330
8.390
8.390
Voorziene netto ontwikkeling
450
510
510
Omvang doelgroepvoorraad
2.230
1.790
1.769
Voorziene netto ontwikkeling
570
120
99
Aandeel doelgroepvoorraad in totale voorraad
27%
21%
21%
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
Verschil biedingen 0 -21
34
Pijnacker-Nootdorp 5.5.1 Context Pijnacker-Nootdorp kenmerkt zich door een landelijk woonmilieu, omringd door een stedelijke omgeving. De gemeente hecht waarde aan deze combinatie. De gemeente verwacht meer behoefte aan appartementen en kleinere woningen door de vergrijzing van de bevolking en een toenemende vraag van jonge starters. De woningbouwcorporaties geven aan dat er wel capaciteit is voor meer doelgroepwoningen, maar de gemeente ziet in de huidige plancapaciteit deze mogelijkheden niet. Er wordt voor toekomstige plannen ook buiten de bebouwingsgrenzen gekeken. Deze locaties hebben vaak nog geen woonbestemming, dus daarvoor is medewerking van de Provincie nodig. Bouwen in natuurgebieden, zoals de Zuidpolder langs de N470, is voor de gemeente geen optie. In de gemeente zijn belangrijke stappen ondernomen in het behoud van het Habion bezit en overname van het Vestia bezit door Staedion. Daarnaast zet de gemeente zich in voor een hoger aandeel sociaal in nieuwbouw. Er is vastgesteld dat bij ieder nieuwbouwproject minimaal 30% voor de doelgroepvoorraad bestemd is. Daarnaast wil de gemeente de woningen voor de doelgroep langer behouden. In dat verband is het aandeel sociale koop omlaag gebracht. Daarnaast ziet de gemeente ook kansen in het verdichten via hoogbouw (bijvoorbeeld nabij OV knooppunten), vanwege de verwachte behoefte aan meergezinswoningen.
Ook probeert de gemeente waar mogelijk, maatwerk toe te passen m.b.t. parkeernomen. Hierbij wordt gekeken naar de locatie en de doelgroep.
5.5.2 Bod Totale voorraad Op basis van het bod voegt de gemeente Pijnacker-Nootdorp 2.442 woningen toe aan de totale voorraad. Het bod bestaat volledig uit nieuwbouwplannen (geen sloopplannen). In figuur 5-9 is te zien dat het grootste deel van het bod uit harde plannen bestaat, namelijk ruim 90%.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
35
figuur 5-9 Bod gemee nte Pijnacker-Nootdor p voor de totale voorraad 2030 in har de en zac hte plannen
Doelgroepvoorraad Aan de doelgroepvoorraad voegt de gemeente Pijnacker-Nootdorp 840 toe 5. De plannen bestaan uit 870 toevoegingen en 30 onttrekkingen. Het gaat bij de onttrekkingen om de door ABF verwachte autonome afname in de particuliere huurvoorraad. Van de geplande toevoegingen kan 94% als hard worden bestempeld. In figuur 5-10 is het totale bod te zien en in tabel 5-21 is het bod uitgesplitst naar segment. figuur 5-10 B od gemeente Pijnacker-Nootdorp voor de doelgroepvoorraad 2030 in harde en zachte plannen
5
Onderdeel van dit bod is ook een beperkte administratieve correctie van de startvoorraad.
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
36
tabel 5-21 Bod doelgroepvoorraad naar segmenten (toevoeging en onttrekking)
Toevoeging Onttrekking 870 0 Nieuwbouw 570 Correctie startvoorraad 81 Behoud/overname 219 Voorraad part. huur <€720 0 -30 Voorraad koop <€180k 0 0 Totaal 870 -30 DAEB-voorraad
In tabel 5-22 is de opbouw van het netto bod voor de doelgroepvoorraad weergegeven. In de linkerkolom zijn alle toevoegingen en onttrekkingen voor de corporatie-, particuliere- en koopvoorraad weergegeven. In de rechterkolom is het aantal woningen te zien die op basis van de afgesproken definities in de doelgroepvoorraad vallen. Alle toevoegingen worden gerealiseerd in de DAEB-voorraad. De onttrekkingen vinden volledig plaats in de particuliere huurvoorraad. Het gaat daarbij om de verwachte autonome afnmame in de particuliere huurvoorraad. tabel 5-22 Bod doelgroepvoorraad naar segmenten
Bod Corporatie huur Particuliere huur
Goedkope koop
Totaal
Vooraad DAEB Correctie DAEB-voorraad Vooraad part. huur <€720 <15 jaar Vooraad part. huur <€720 15-25 jaar Vooraad part. huur <€720 >25 jaar Vooraad koop <€180k <10 jaar Vooraad koop <€180k >10 jaar Vooraad koop <€194k Netto
789 81 0 0 -30 0 0 0 840
Bod doelgroepvoorraad 789 81 0 0 -30 0 0 0 840
Spreiding In tabel 5-23 is het aandeel van de doelgroepvoorraad in de totale voorraad weergegeven voor de startsituatie in 2019, volgens het Meer Evenwicht scenario (ABF, 2019) en op basis van de biedingen per gemeente en de regio. Met het bod stijgt de doelgroepvoorraad van 20% in 2019 naar 21% in 2030. Dat is een kleine beweging in de richting van het in het Meer Evenwicht scenario becijferde aandeel (25%). tabel 5-23 Aandeel doelgroepvoorraad in totale voorraad
Spreiding Aandeel doelgroepvoorraad 2019
20%
Aandeel doelgroepvoorraad 2030 (Meer Evenwicht scenario)
25%
Aandeel doelgroepvoorraad o.b.v. bieding
Rapport Naar nieuwe woningmarktafspraken in Haaglanden
21%
37
Beschikbaarheid Tenslotte heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp als jaarlijks doel 70% van het DAEB-aanbod toe te wijzen aan de primaire doelgroep. Daarvoor zet de gemeente onder andere twee handelingsperspectieven in: 1. 70% van de sociale huurwoningen in nieuwbouwprojecten worden toegevoegd onder de tweede aftoppingsgrens en 2. middels prestatieafspraken met woningcorporaties. tabel 5-24 Streefpercentage beschikbaarheid
Beschikbaarheid Beschikbaarheid 2018
66%
Beschikbaarheid Doel 2030
Minimaal 70%
Beschikbaarheid Bod 2030
70%
5.5.3 Verschil biedingen Er is geen verschil te zien ten opzichte van de eerste bieding, zoals weergegeven in tabel 5-25. Voor zowel de totale voorraad als de doelgroepvoorraad is het gemeentelijk bod gelijk gebleven. tabel 5-25 Opgave en eerste bieding versus definitieve bieding gemeente Pijnac ker-Nootdor p