Bijlage 1 jaarverslag DAV 2025-DEF (6456367)
Tekst van het document
Een woningzoekende kan niet worden ingedeeld in een urgentiecategorie, indien de woningzoekende niet in staat is om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien. Hiervan is sprake als de woningzoekende en het huishouden schulden heeft die niet zijn geregeld als bedoeld in artikel 1.2.2, van de Beleidsregel urgentieverklaringen Delft 2023. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien het huishoudinkomen hoger is dan anderhalf maal het norminkomen van artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag. Dit betekent dat alle leden van het huishouden boven de 18 jaar hun inkomen dienen aan te tonen. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien het huishoudinkomen hoger is dan anderhalf maal het norminkomen van artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag. Dit betekent dat het inkomen van inwonende kinderen onder de 23 jaar is vrijgesteld. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien het huishoudinkomen hoger is dan anderhalf maal het norminkomen van artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag. Dit betekent dat een (bruto) huishoudinkomen van een eenpersoonshuishouden niet hoger zijn dan € 47.699 (2024) / € 49.669 (2025) en het (bruto) huishoudinkomen van een meerpersoonshuishouden niet hoger zijn dan 29
4:5, onder j
2.1.10, onder d
4:5, onder k
2.1.11, onder a
4:5, onder k
2.1.11, onder b
4:5, onder l
2.1.12, onder a
4:5, onder l
2.1.12, onder b
4:5, onder m
2.1.13, onder a
4:5, onder m
2.1.13, onder b
€ 52.671 (2024) / € 54.847 (2025). Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien het huishoudinkomen hoger is dan anderhalf maal het norminkomen van artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag. Dit betekent dat een (bruto) huishoudinkomen van een eenpersoonshuishouden niet hoger zijn dan € 47.699 (2024) / € 49.669 (2025) en het (bruto) huishoudinkomen van een meerpersoonshuishouden niet hoger zijn dan € 52.671 (2024) / € 54.847 (2025). Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld indien de woningzoekende naar verwachting bij toepassing van de in artikel 3:5, eerste lid, van de verordening binnen drie maanden een andere woonruimte kan krijgen. Het college gaat ervan uit dat de woningzoekende in staat is om zonder een urgentieverklaring een woonruimte toegewezen te krijgen, indien de woningzoekende in het verleden één of meerdere woningen aangeboden heeft gekregen, welke gelet op het huisvestingsprobleem passend worden geacht. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld indien de woningzoekende naar verwachting bij toepassing van de in artikel 3:5, eerste lid, van de verordening binnen drie maanden een andere woonruimte kan krijgen.
Het college gaat ervan uit dat de woningzoekende in staat is om zonder een urgentieverklaring een woonruimte toegewezen te krijgen, indien er in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag op Woonnet-Haaglanden woonruimten, die gelet op het huisvestingsprobleem passend worden geacht, zijn toegewezen aan kandidaten met een kortere (woonduur en) inschrijfduur. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien de woningzoekende woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is. Dit geldt in ieder geval voor een woningzoekende die inwonend is. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien de woningzoekende woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is. Dit geldt in ieder geval voor een woningzoekende die een onzelfstandige woonruimte huurt. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien de woningzoekende niet eerst zelf, direct voorafgaand aan de aanvraag, gedurende minstens drie maanden, tenminste 2 keer per week, aantoonbaar heeft gereageerd op beschikbaar en passend woningaanbod. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien de woningzoekende veelvuldig of uitsluitend op eengezinswoningen reageert.
30
4:5, onder n
2.1.14,
4:5, onder n
2.1.14, onder a
4:5, onder n
2.1.14, onder b
Een woningzoekende kan niet worden ingedeeld in een urgentiecategorie, indien de woningzoekende niet ten minste al twee jaar voorafgaand aan de aanvraag aansluitend als ingezetene staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) in één van de gemeenten in de regio Haaglanden. Een woningzoekende kan niet worden ingedeeld in een urgentiecategorie, indien de woningzoekende niet ten minste al twee jaar voorafgaand aan de aanvraag aansluitend als ingezetene staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) in één van de gemeenten in de regio Haaglanden. De woningzoekende wordt niet gezien als een bewoner, die staat ingeschreven in de BRP van één van de regiogemeenten, wanneer de woningzoekende in een bedrijfspand, caravan of een provisorisch onderkomen verblijft. Een woningzoekende kan niet worden ingedeeld in een urgentiecategorie, indien de woningzoekende niet ten minste al twee jaar voorafgaand aan de aanvraag aansluitend als ingezetene staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) in één van de gemeenten in de regio Haaglanden. De woningzoekende wordt niet gezien als een bewoner, die staat ingeschreven in de BRP van één van de regiogemeenten, wanneer de woningzoekende in een gebouw verblijft dat ongeschikt is voor bewoning.
31
Samenstelling commissie in 2025 De samenstelling, taken, bevoegdheden, werkwijze en tenaamstelling van de DAV zijn vastgelegd in het Reglement Delftse Adviescommissie Voorrangsbepaling, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Delft in 2009. In 2025 bestond de DAV uit de volgende leden: Voorzitter - Mevrouw M. Nijenhuis - Mevrouw N. de Ridder (tot 1 april 2025) Gemeente Delft lid - Mevrouw L. Palomba, plaatsvervangend voorzitter - Mevrouw J. Buzing, plaatsvervangend lid Woningcorporaties lid - Mevrouw B. Köksal (Vidomes) - Mevrouw N. Bolleboom (Woonbron), plaatsvervangend lid DAV-secretaris - Mevrouw M. Plugge - Mevrouw I. Koene De leden van de DAV worden voor 2 jaar door het college van B&W benoemd en kunnen eenmaal voor maximaal 2 jaar worden herbenoemd. De voorzitter is onafhankelijk en wordt via werving aangetrokken. De voorzitter ontvangt een bescheiden honorarium voor elke voorgezeten vergadering. De DAV is in 2025 ambtelijk ondersteund door de DAV-secretaris van Samenleving/Regie op Uitvoering, gemeente Delft.
32