CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 jaarverslag DAV 2025-DEF (6456367)

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W Jaarverslag Delftse Adviescommissie Voorrangsbepaling (DAV) 2025 (2619282)10.537 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2025 Jaarverslag Delftse Adviescommissie Voorrangsbepaling

Delftse Adviescommissie Voorrangsbepaling Gemeente Delft

0

Inhoud Voorwoord

2

Inleiding

3

1. Aanvragen

4

1.1

Aantal ingediende aanvragen

4

1.2

Aantal toewijzingen en afwijzingen per urgentiecategorie

5

2. Advies DAV

6

2.1 Ontwikkeling toewijzingen en afwijzingen 2.1.1 Hardheid 2.1.2 Ingediende aanvragen, aanhouding, intrekking en buiten behandeling

6 7 7

2.2

9

Bezwaarschriften 2025

3. Casuïstiek

11

3.1.1 3.1.2

11 11

Financieel (woonkostentoeslag) Sociaal-medisch

4. Verzilvering urgenties 4.1.1 4.1.2

Aantal urgenties per zoekaanbod Aantal verzilverde urgenties per gemeente/woonplaats dd. 31-12-2025

5. Signalen, ontwikkelingen en aanbevelingen 5.1.1 5.1.2

Signalen en ontwikkelingen Aanbevelingen

13 13 13

15 15 18

Bijlage 1. DAV-commissie

21

Bijlage 2. Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring

24

1

Voorwoord In april 2025 heb ik het voorzitterschap overgenomen van Nelly de Ridder. Nelly heeft deze functie de afgelopen 3 jaar vervuld en er is met veel waardering voor haar inzet afscheid van haar genomen. In de maanden dat ik voorzitter ben van de Delftse Adviescommissie Voorrangsbepaling (DAV) zijn er een aantal zaken die mij in het bijzonder opvielen. Nagenoeg alle mensen die een aanvraag indienden verkeren in schrijnende omstandigheden. Soms door eigen toedoen, soms door overmacht. Toch hebben we van de 60 aanvragen die behandeld zijn, er maar 24 toegekend. Want hoewel schrijnend, is een situatie vaak niet levensbedreigend. Dakloosheid en inwoning is ook geen grond voor urgentie. Dat voelt soms ook wat ‘machteloos’. Zeer regelmatig bespreken we de aanvraag van vrouwen die uitstromen uit de vrouwenopvang. Dat leidt altijd tot een toewijzing. Ingewikkelder ligt het bij de vrouwen die te maken hebben met intimidatie, bedreiging en geweld door hun ex-partner maar niet in aanmerking komen voor de vrouwenopvang, omdat de situatie niet ernstig genoeg wordt ingeschat, of omdat de vrouw voldoende inkomen heeft en dus zelfredzaam is. Deze vrouwen logeren dan noodgedwongen bij familie of vrienden en komen daarmee niet in aanmerking voor urgentie.

Geweld tegen vrouwen zou ook in de regelgeving rondom de aanpassingen in de Huisvestingsverordening Delft 2023 in 2027 meer aandacht verdienen. Indien een aanvrager woonkostentoeslag krijgt van de gemeente, krijgt men ook de ‘opdracht’ om naar een andere woning om te zien. Veel mensen vragen dan urgentie aan. Maar er zijn altijd afwijsgronden en toewijzing kan dan alleen op hardheid. Waarbij de DAV beoordeelt of de situatie van de aanvragen dusdanig afwijkend is van anderen in soortgelijke situaties, dat afwijsgronden buiten toepassing verklaard moeten worden omdat ze in deze situatie onbillijk zijn. Meestal is dat niet het geval. Dat wringt bij de DAV als het gaat om ‘eenheid van beleid’. Als gemeente ken je wel woonkostentoeslag toe vanwege de bijzondere omstandigheden, maar geen urgentie vanuit diezelfde omstandigheden. Naar verwachting zal dit in 2026 minder gaan spelen vanwege de gewijzigde (verruimde) regels rondom huurtoeslag. Wat mij verder opviel, is dat de DAV een klein team is dat alle aanvragen naar eer en geweten en met de Huisvestingsverordening Delft 2023 en Beleidsregel urgentieverklaringen Delft 2023 in de hand beoordeelt. Besluiten worden, na de nodige discussie, unaniem genomen. Ik wil de leden van de DAV, de procedurele en juridische ondersteuning van harte bedanken voor de geduldige inwerking en de prettige samenwerking.

Monique Nijenhuis Voorzitter Delftse Adviescommissie Voorrangsbepalingen

2

Inleiding Mensen in bijzondere woonomstandigheden kunnen een urgentieverklaring krijgen waarmee zij voorrang krijgen bij het zoeken naar een sociale huurwoning. Via de website van de gemeente (www.delft.nl/urgentieverklaring) wordt informatie gegeven over de mogelijkheid om zo’n urgentie aan te vragen. De aanvragers worden bij hun urgentieaanvraag begeleid door rapporteurs: ervaren medewerkers van woningcorporaties Stedelink, Vidomes en Woonbron. Dat is belangrijk omdat het verzamelen van de noodzakelijke documenten een ingewikkelde opgave is. De aanvragen worden vervolgens ingediend en getoetst door de Delftse Adviescommissie Voorrangsbepaling (hierna: DAV). De DAV is een toetsingscommissie, zoals bedoeld in de Huisvestingsverordening Delft 2023. De DAV is een onafhankelijke commissie bestaande uit een vertegenwoordiger van de Delftse woningcorporaties, een vertegenwoordiger vanuit gemeente Delft, een onafhankelijke voorzitter en wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. De DAV toetst alle individuele urgentieaanvragen en adviseert het college van de gemeente Delft over het wel of niet verlenen van een (woon)urgentie oftewel urgentieverklaring. Het is de taak van de DAV om op een correcte wijze, aan de hand van de toetsingskaders, aanvragen te beoordelen. Om vervolgens een advies te geven aan het college van B&W. Enerzijds streng en anderzijds invoelend m.b.t.

signaleren van maatschappelijke ontoelaatbare situaties. In de kern gaat het om levensbedreigende, of -ontwrichtende situaties waar de aanvragers ongewild in beland zijn en waarbij een nieuwe woning de basis van de oplossing biedt. Naast het beoordelen van de aanvragen heeft de DAV de taak om knelpunten in de regelgeving of de uitvoeringspraktijk te signaleren. In 2025 vergaderde de DAV één keer per drie weken. Dit komt neer op 18 commissievergaderingen. Daarnaast vindt af en toe overleg plaats tussen de voorzitter, de secretaris, betrokken ambtenaren en de procesverantwoordelijke managers door middel van een voortgangsoverleg. Jaarlijks worden ervaringen uitgewisseld met de rapporteurs van de 3 betrokken woningbouwcorporaties. De DAV streeft ernaar dat alle aanvragen zo spoedig mogelijk worden behandeld binnen de van toepassing zijnde wettelijke termijnen. De procedure is, dat een aanvraag binnen 8 weken is behandeld. De behandeltermijn gaat in op het moment dat een aanvraag, compleet met bijlagen, door de gemeente Delft is ontvangen. Zo nodig kan de behandeling van een aanvraag met maximaal 6 weken worden verlengd. In de gevallen dat dit nodig is, wordt de aanvrager hierover schriftelijk geïnformeerd. Hoofdstuk 1 van dit jaarverslag bevat cijfers en toelichtingen over de in 2025 ontvangen aanvragen en de behandeling hiervan. Waar het kan is een vergelijking gemaakt t.o.v.

het voorgaande jaar. In hoofdstuk 2 zijn de adviezen van de DAV in beeld gebracht. Deze worden in hoofdstuk 3 nader toegelicht aan de hand van een aantal casussen, die veel voorkomende en/of opmerkelijke aanvragen beschrijven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in de verzilvering van urgenties. Waarna in hoofdstuk 5 belangrijke ontwikkelingen worden gesignaleerd en aanbevelingen worden gedaan.

3

1. Aanvragen 1.1

Aantal ingediende aanvragen

Aangevraagd via Woonbron Delft Stedelink Delft Vidomes Delft Gemeente Delft/Financiële winkel Totalen

11 18 10 2 41

2024 26,8% 43,9% 24,4% 4,8% 100%

21 32 7 0 60

2025 35,0% 53,3% 11,7% 0,0% 100%

Tabel 1. Aantal ingediende aanvragen naar herkomst

In 2025 zijn 60 aanvragen bij de DAV ingediend via de 3 Delftse woningcorporaties. Hiervan is 1 aanvraag ingetrokken door de aanvrager. De aanvrager heeft zelf, zonder hulp van een urgentie, een woning gevonden. Urgentie via het convenant ‘Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen’ Huisvesting zorgafhankelijke groepen

2024

2025

73

76

Tabel 2. Ingediende aanvragen via het convenant ‘Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen’

Medio 2021 trad het convenant ‘Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen’ in werking. Personen, die uitstromen uit een zorginstelling hoeven hierdoor geen urgentie meer aan te vragen, maar worden onderhands bemiddeld op grond van artikel 3:9 van de Huisvestingsverordening Delft 2023. In bovenstaande tabel is een kleine toename te zien in het aantal aanmeldingen t.o.v. 2024. De aanmeldingen worden zonder tussenkomst van de DAV op de onderhandse bemiddelingslijst geplaatst. Aanvragen in het kader van herstructurering passeren wel de DAV. In 2025 waren dit 12 aanvragen. Hiervan zijn 5 aanvragen ingediend door Stedelink en 7 aanvragen ingediend door Duwo. Zij worden in de hierna volgende overzichten niet meegenomen.

4

1.2

Aantal toewijzingen en afwijzingen per urgentiecategorie

De Huisvestingsverordening Delft 2023 en Beleidsregels urgentieverklaringen Delft 2023 stellen harde voorwaarden aan het verlenen van een urgentieverklaring. Voorkomen moet worden dat de druk op het aantal beschikbare woningen onnodig extra wordt vergroot en dat de urgentieverlening ten koste gaat van andere woningzoekenden die eveneens in een moeilijke situatie verkeren. De aanvragen waarover de DAV een advies heeft uitgebracht zijn onderverdeeld in 5 categorieën, zoals genoemd in de huisvestingsverordening: verblijf uit tijdelijke opvang (blijfvan-mijn-lijf), mantelzorg, Kota, woonkostentoeslag en sociaal-medisch.

2025 Toegekend Verblijf uit tijdelijke opvang: vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijf) Mantelzorg Kota Woonkostentoeslag Sociaal-medisch Totalen

Waarvan op hardheid

9

15,0%

9

0

2 0 9 40 60

3,3% 0.0% 15,0% 66,7% 100,0%

1 0 4 10 24

1 0 2 0 3

Tabel 3. Aantal ingediende aanvragen op urgentiecategorie

Er zijn 24 urgenties toegekend. Daarbij heeft de DAV 3 keer gebruik moeten maken van de hardheidsclausule: 1 keer bij mantelzorg en 2 keer bij woonkostentoeslag.

5

2. Advies DAV 2.1

Ontwikkeling toewijzingen en afwijzingen

Toewijzingen Afwijzingen Overig (ingetrokken/buiten behandeling, aangehouden) Totaal ingediende aanvragen DAV

79 63 17

2020 49,7% 39,6% 10,7%

51 46 9

2021 48,1% 43,4% 8,5%

29 25 1

2022 52,7% 17 45,5% 36 1,8% 1

2023 31,5% 20 66,7% 18 1,8% 3

2024 48,7% 43,9% 7,3%

2025 24 40,0% 34 56,7% 2 3,3%

159

100% 106

100%

55

100% 54

100% 41

100%

60

2020

2021

2022

2023

2024

100%

51 45,1%

29 25,4% 17

18,1% 20

23,0%

24

24,7%

62 54,9%

85 74,6% 77

81,9% 70

72,0%

76

75,3%

100% 90

100%

101

100%

Totaal toewijzingen 79 DAV Onderhands bemiddeld via Convenant Huisvesting n.v.t. Zorgafhankelijke doelgroepen Totaal incl. convenant 79 bemiddeling

100% 113

100% 114

100% 94

100%

2025

De DAV heeft bij het uitbrengen van het advies de mogelijkheid om een aanvraag toe te wijzen of af te wijzen. In hoofdstuk 2 wordt verder ingegaan op overige adviezen (ingetrokken en buiten behandeling gestelde aanvragen). Wanneer we het aantal toewijzingen vanuit de DAV en het convenant ‘Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen’ (hoofdstuk 1.1) optellen dan zien we na 2 jaar van daling weer een toename van het aantal personen geholpen aan huisvesting van 90 in 2024 naar 101 in 2025.

6

2.1.1

Hardheid

Volgens de wet mag iedereen een urgentieverklaring aanvragen. Soms voldoet de aanvraag niet aan de gestelde wettelijke criteria. In situaties wanneer dit leidt tot “onbillijkheid van overwegende aard” kan ten gunste van de aanvrager afgeweken worden van deze verordening. Het uitgangspunt is dat de hardheidsclausule zeer terughoudend wordt toegepast. Afgelopen jaar heeft de DAV 3 keer gebruik gemaakt van deze hardheidsclausule. 3 keer betreft dit aanvragen in de categorie sociaal/medisch waarbij de DAV heeft geconcludeerd dat gezien de levensbedreigende en levensontwrichtende situatie van de aanvrager, het strikt toepassen van de verordening onbillijk zou zijn. Het merendeel van de situaties waarin in afgelopen jaar hardheid is toegepast betrof het situaties waarin aanpassing van de verordening wordt verwacht. • 1 keer betrof het een aanvraag mantelzorg. Er is afgeweken i.v.m. de medische situatie en mantelzorg. • 2 keer betrof het een aanvraag woonkostentoeslag. De financiële situatie van de aanvragers was veroorzaakt door een scheiding/verbroken relatie, hetgeen een weigeringsgrond voor urgentie in de verordening is. In deze twee specifieke casussen was de DAV van mening dat het strikt toepassen hiervan onbillijk zou zijn.

Er wordt in regionaal verband momenteel onderzocht op welke manier de woonkostentoeslag als urgentiegrondslag functioneert, met bijzondere aandacht voor het toetsen van deze urgentieaanvragen op de weigeringsgronden uit de verordening. 2.1.2

Ingediende aanvragen, aanhouding, intrekking en buiten behandeling

Bij het ontbreken van één of meerdere benodigde stukken kan een ingediende aanvraag worden aangehouden. Aanvrager wordt dan verzocht om de benodigde stukken binnen een termijn van 10 werkdagen in te dienen. Dit zijn stukken met betrekking tot onder meer schulden, echtscheidingsuitspraken, ouderschapsconvenanten, verkoop van de woning en/of politieaangiften/risicoscreening. Ook kan de DAV tijdens de vergadering besluiten om een medisch advies bij Salude of een advies bij Wmo op te vragen. Nader advies kan noodzakelijk zijn om de situatie van aanvragers beter te kunnen beoordelen. De DAV moet ervoor zorgen dat de adviezen die zij geeft goed onderbouwd zijn. Daarmee wordt er tevens voor gezorgd dat ook in beroepszaken besluiten goed kunnen worden toegelicht en onnodige precedentwerking wordt voorkomen. In 2025 werden 3 aanvragen aangehouden. Van deze 3 aanvragen zijn de ontbrekende stukken binnen de gestelde termijn (6 tot 8 weken) ingediend. Aanvragers kunnen hun aanvraag zonder opgaaf van redenen intrekken. Aanvragen kunnen worden ingetrokken om te voorkomen dat de aanvraag buiten behandeling wordt gesteld of dat de aanvraag wordt afgewezen en de aanvrager de komende 2 jaar geen nieuwe urgentieaanvraag kan indienen. Een andere reden voor het intrekken van een aanvraag is dat de aanvrager tijdens het aanvraagproces zelf al een woning had gevonden.

7

1 advies is niet overgenomen door het College van B&W. In plaats van een toekenning op hardheid is het een afwijzing geworden. Behandeling aanvragen Compleet ingediende aanvragen toegewezen Compleet ingediende aanvragen afgewezen Buiten behandeling gestelde aanvragen Ingetrokken aanvragen Na aanhouding gecompleteerde aanvragen toegewezen Na aanhouding gecompleteerde aanvragen afgewezen Na aanhouding niet gecompleteerde aanvragen afgewezen Totalen

17 13 2 1 2 5 1 41

2024 41,5% 31,7% 4,9% 2,4% 4,9% 12,2% 2,4% 100%

22 34 0 1 2 1 0 60

2025 36,7% 56,7% 0% 1,7% 3,3% 1,7% 0% 100%

Tabel 6. Advies DAV

8

2.2

Bezwaarschriften 2025

Bezwaarschiften Ongegronde bezwaarschriften Ingetrokken bezwaarschriften Gegronde bezwaarschriften Nog in behandeling Niet-ontvankelijk verklaarde bezwaarschriften Herzieningsbesluit Totaal ingediende bezwaarschriften

3 0 1 9 1 2 16

2024 18,8% 0,0% 6,3% 56,3% 6,3% 12,5% 100%

9 0 0 4 2 0 15

2025 60,0% 0,0% 0,0% 26,7% 13,3% 0,0% 100%

Tabel 7. Afhandeling bezwaarschriften

In het jaar 2025 (periode 1 januari 2025 t/m 31 december 2025) zijn er in totaal 15 bezwaarschriften ingediend met betrekking tot urgentieverklaringen. Dit aantal is 1 bezwaarzaak minder dan de bezwaarzaken uit 2024. Uitkomsten bezwaren • Vier bezwaarzaken uit 2025 zijn nog in behandeling. • Twee bezwaarschriften zijn niet-ontvankelijk verklaard. In één van deze zaken ontbrak een (appellabel) besluit, waardoor het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. In de tweede zaak is het bezwaarschrift ingediend na afloop van de wettelijke bezwaartermijn. • Er zijn geen bezwaarzaken ingetrokken, herzien of gegrond verklaard. • De overige negen bezwaarzaken zijn ongegrond verklaard. Beroepschriften • In 2025 zijn zes beroepsschriften ingediend. De rechtbank heeft in twee beroepszaken het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. • Tegen twee van deze zaken was een hoger beroep aangetekend na de uitspraak van de rechtbank. Deze hoger beroepszaken lopen nog. • Eén beroepszaak is gegrond verklaard door de rechtbank. De rechtbank had het college opgedragen om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. • Eén voorlopige voorzieningsprocedure bij de rechtbank is ingetrokken. En één verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard door de rechtbank Bijzonderheden bezwaar a.

Aantal AH (Ambtelijk Horen): 8 b. Aantal ACB (Adviescommissie Bezwaarschriften): 4 Redenen voor bezwaar • Niet eens met de weigeringsgrond lange inschrijfduur: 2. • Niet eens met de weigeringsgrond weigering gepaste woningen: 1. • Niet eens met de weigeringsgrond inwoning. Betrokkene geeft aan dat zij noodgedwongen moest inwonen: 1. • Niet eens met de weigeringsgrond dat wegens brandwoning sprake is van dakloosheid: 1. • Niet eens met de weigeringsgrond weigering woningen: 1. • Niet eens met de weigeringsgrond dat burenoverlast moet worden opgelost met de overlastgever of met de verhuurder: 2. • Niet eens met de weigeringsgrond dat betrokkene zelf een tijdelijke huurovereenkomst heeft geaccepteerd: 1.

9

• • •

Niet eens met de weigeringsgrond dat niet is geprobeerd om gebruik te maken van maatschappelijke opvang: 1. Niet eens met de weigeringsgrond dat de huidige woning te klein is: 2. Niet eens met de weigeringsgrond inwoning: 2.

10

3.

Casuïstiek

3.1.1

Financieel (woonkostentoeslag)

Geanonimiseerde aanvraag woonkostentoeslag Aanvrager woont met twee jonge kinderen in een particuliere huurwoning. Vanwege relatiebreuk en vertrek ex-partner is de huur te hoog geworden. Aanvrager heeft woonkostentoeslag aangevraagd en toegekend gekregen. In de brief bijstand voor woonkosten staat dat de aanvrager moet proberen om over uiterlijk 3 maanden een andere woning te hebben, waarvan de woonlasten lager zijn. In deze standaard brief stond tot medio 2025 dat de aanvrager hiervoor een voorrangsverklaring moest aanvragen bij de woningcorporatie. De DAV heeft deze urgentieaanvraag toegekend op hardheid, ondanks de weigeringsgrond artikel 4:5, onder b, van de Huisvestingsverordening Delft 2023 en artikel 2.1.2, onder h, van de Beleidsregel Urgentieverklaringen Delft 2023, waarin staat dat er geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende is gescheiden of de samenwonende- of partnerrelatie is verbroken. Inmiddels is het werkproces en de beschikking van KCC-inkomen aangepast waardoor de DAV de aanvraag niet meer hoeft toe te kennen.

3.1.2

Sociaal-medisch

Geanonimiseerde aanvraag sociaal-medisch Aanvrager is samen met haar dochter vertrokken uit een particuliere vrije sectorwoning vanwege huiselijk geweld door ex-partner. Aanvrager komt niet in aanmerking voor de vrouwenopvang en daklozenloket. De urgentie is toegekend op hardheid door de DAV, ondanks 4 afwijzingsgronden, i.v.m. de dreiging van ex-partner. Het college is in contrair gegaan, waardoor de urgentie is afgewezen. Uit de stukken is onvoldoende gebleken dat er een acute noodsituatie is waardoor er binnen 3 maanden woonruimte nodig is.

Geanonimiseerde aanvraag sociaal-medisch Aanvrager woont sinds samen met inmiddels ex-partner in een huurwoning op de 3e verdieping met trappen. De relatie is verbroken. Aanvrager is niet de huurder van de woning. Aanvrager heeft MS sinds 2016 en kan bijna geen trappen meer lopen. Er zijn afwijsgronden die geen betrekking hebben op de medische situatie van aanvrager. Wordt het huisvestingsprobleem veroorzaakt doordat aanvrager MS heeft en geen trappen meer kan lopen of door de verbroken relatie? De DAV heeft een Salude advies aangevraagd. Er moest lang gewacht worden op de uitslag. De uitkomst hiervan is dat de medische situatie van cliënt, als gevolg van de progressieve aard van de aandoening resp. de hiermee samenhangende beperkingen, binnen 3 maanden zal leiden tot een acute noodsituatie als cliënt niet verhuist naar een woning zonder trappen. De urgentie is toegekend.

11

In onderstaande casus heeft de aanvrager geen urgentie gekregen. Geanonimiseerde aanvraag woonkostentoeslag Aanvrager woonde samen met ouder in de huurwoning, maar stond niet als hoofdhuurder ingeschreven. De ouder is overleden. Vanwege de leeftijd (ouder dan 23 jaar) komt aanvrager niet in aanmerking voor de wezen regeling. De huur is door de woningbouwcorporatie opgezegd. Aanvrager heeft geen recht op huurtoeslag, ontvangt tijdelijk woonkostentoeslag. De DAV heeft deze aanvraag afgewezen vanwege 3 afwijzingsgronden, te weten: dakloosheid, er kan gebruik worden gemaakt van een voorliggende voorziening, niet alles gedaan om het huisvestingsprobleem te voorkomen of op te lossen. Wel met de opmerking dat het de maatschappij veel geld kost doordat deze aanvraag is afgewezen.

12

4. Verzilvering urgenties In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het aantal urgenties per zoekaanbod en het aantal verzilverde urgenties per gemeente/woonplaats. 4.1.1

Aantal urgenties per zoekaanbod

Toegekende urgenties Vrij zoeken Eenmalig aanbod Totalen

17 3 20

2024 85,0% 15,0% 100%

22 2 24

2025 91,7% 8,3% 100%

Tabel 8. Aantal urgenties per zoekaanbod

In 2025 zijn 24 urgenties (urgentieverklaringen) toegekend, waarvan 22 vrij zoek urgenties en 2 eenmalig aanbod urgenties. In geval de woningzoekende als gevolg van bijzondere, persoonlijke omstandigheden met een specifieke maatwerkoplossing aan woonruimte gematcht moet worden, is het mogelijk om de urgentie toe te wijzen in de vorm van een éénmalig aanbod. Bij het samenstellen van dit jaarverslag (dd. 31-12-2025) zijn 17 urgenties verzilverd, 3 urgenties niet benut en geen verlenging aangevraagd en nog 5 te bemiddelen woningzoekenden. 4.1.2

Aantal verzilverde urgenties per gemeente/woonplaats dd. 31-12-2025

Toegewezen gemeente/woonplaats Delft Den Haag Rijswijk Midden Delfland De Lier Delfgauw Leidschendam Nootdorp Pijnacker Voorburg Wassenaar Wateringen Westland Zoetermeer Nog te verzilveren Totalen

4 2 1 0 0 0 2 0 1 3 0 0 0 0 7 20

2024 20,0% 10,0% 5,0% 0,0% 0,0% 0,0% 10,0% 0,0% 5,0% 15,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 35,0% 100%

9 4 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 3 5 22

2025 40,9% 18,2% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 4,5% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 13,6% 22,7% 100%

Tabel 9. Verzilverde urgenties per toegewezen gemeente/woonplaats

In bovenstaande tabel is te zien in welke gemeenten/woonplaatsen de 17 urgenties zijn verzilverd. De meeste woningzoekenden uit Delft verzilveren de urgentie in Delft, dit heeft o.a. ermee te maken, dat de woningzoekende uit Delft komt en binding heeft met de gemeente. Daarnaast is urgentie middels een eenmalig aanbod vrijwel altijd in Delft. De woningzoekende heeft bij een eenmalig aanbod geen vrije keuze in woonplaats en is afhankelijk van het vrijkomend woonaanbod in Delft. De regionale onderhandse bemiddelingslijst is er nog niet. De wens is er wel vanuit SVH en de regiogemeenten om een regionale onderhandse bemiddelingslijst in het leven te roepen.

13

Zodra er een regionale onderhandse bemiddelingslijst is kunnen woningzoekenden ook een eenmalig aanbod krijgen in regio Haaglanden. Nu kunnen alleen de aanvragers met een vrij zoek urgentie een woning zoeken in heel regio Haaglanden. Als een vrij zoek urgentie niet verzilverd kan worden binnen 3 maanden, kan er een verlenging aangevraagd worden. Een verlenging is altijd middels een eenmalig aanbod (in Delft).

14

5. Signalen, ontwikkelingen en aanbevelingen 5.1.1

Signalen en ontwikkelingen

Een groot aantal mensen vraagt hulp Ook dit jaar hebben veel mensen contact gezocht met de woningcorporaties om te informeren of zij in aanmerking kunnen komen voor een urgentie. Naar schatting gaat het om ruim 316 mensen, waarvan voor 60 mensen urgentie is aangevraagd. Het is belangrijk dat deze gegevens beter worden bijgehouden. Een aantal aanvragers van urgentie, deden dit ondanks een negatief advies van de intakers. Dat wil zeggen dat de verwachting uitgesproken was dat de urgentie naar alle waarschijnlijkheid niet verleend zou gaan worden. Voor deze aanvragers was het desondanks belangrijk om door hun aanvraag aandacht te vragen voor hun verhaal/situatie. Voor slechts een klein aantal mensen biedt een urgentieverklaring de oplossing. Een groot aantal mensen heeft wel hulp nodig bij het “op eigen kracht” vinden van een woning. Ontwikkelingen bij de intake In Delft verloopt de intake via 3 woningbouwcorporaties. Iedereen die een urgentie wil aanvragen kan hiervoor terecht bij Stedelink, Vidomes of Woonbron. Op de site van de gemeente staat vermeld welke regels de gemeente Delft hanteert bij het verlenen van urgenties, en op welke wijze een urgentie kan worden aangevraagd. Op de sites van bovengenoemde woningbouwcorporaties staat op verschillende manieren vermeld wat de regels van de gemeente Delft zijn.

Vanuit de gemeente Delft is aandacht gevraagd voor een meer eenduidige wijze van informeren. Jaarlijks organiseert de DAV in oktober een bijeenkomst met ‘de intakers/rapporteurs’ van de woningbouwcorporaties en de juristen en beleidsmedewerker Wonen van de gemeente Delft. In dit overleg worden ervaringen uitgewisseld en verbeterpunten benoemd. In 2023 was de samenwerking met de seniorenmakelaar een belangrijk aandachtspunt. In 2024 stond de samenwerking met de Wmo-adviseurs centraal. Zij geven advies als het gaat om urgenties met betrekking tot levensbedreigende en levensontwrichtende situaties. Het is voor de DAV belangrijk dat dit kwalitatief goede adviezen zijn. In 2025 geeft Wmo in hun advies aan of een woning aanpasbaar is of niet en verhuizing noodzakelijk is. Aan de intakers/rapporteurs is gevraagd om bij te houden hoeveel extra aanvragen er binnen komen in verband met dakloosheid. Bij andere gemeenten wordt gekeken naar het belang van het kind. Het zou fijn zijn als elke regio dezelfde lijn hanteert. De regionale verschillen zijn zorgelijk. De DAV kan dit altijd meewegen of op hardheid toekennen met een goede onderbouwing. De behandeling van de aanvragen In 2025 vonden in de DAV verschillende personele wisselingen plaats. Er kwamen nieuwe vertegenwoordigers van zowel de gemeente als van de woningcorporaties.

In 2025 heeft de vorige voorzitter haar taken overgedragen aan de nieuwe voorzitter. De nieuwe voorzitter is gestart op 15 april 2025. In de DAV worden de aanvragen streng getoetst op de verordening en beleidsregels. Indien er geen afwijzingsgronden zijn kan de urgentie direct worden toegekend.

15

Maar soms zijn deze er wel. In deze situaties wordt de urgentie niet automatisch afgewezen maar wordt verkend of de hardheidsclausule toegepast dient te worden. De DAV beoordeelt streng, maar ook met gevoel voor bijzondere omstandigheden. In 2025 heeft de DAV de hardheidsclausule 3 keer toegepast. 1 keer bij mantelzorg en 2 keer bij woonkostentoeslag (vanwege lokaal beleid). Op een aantal andere punten heeft de DAV kenbaar gemaakt dat aanpassing van de verordening wenselijk is. De nieuwe verordening staat op de planning voor 1 juli 2027. In afwachting van de gewenste aanpassing van de verordening is 3 keer gebruik gemaakt van de hardheidsclausule in de volgende situaties: • •

Mantelzorg (1x). Er is afgeweken i.v.m. de medische situatie en mantelzorg. Woonkostentoeslag (2x). Er is afgeweken m.b.t. woonkostentoeslag en de afwijzingsgrond ‘scheiding/verbroken relatie’.

Advies niet overgenomen? Van de 4 adviezen is 1 advies niet is overgenomen. Het betrof een aanvraag op basis van sociaal-medische gronden waarbij een kind betrokken was in een situatie van dakloosheid als gevolg van dreigend geweld door ex-partner, waarvoor de daklozenopvang geen oplossing kon bieden. Ondersteunende adviezen en randvoorwaarden De DAV is ervoor verantwoordelijk dat zij haar besluiten baseert op voldoende en juiste informatie. Wmo-adviezen zijn belangrijke pijlers onder urgentieaanvragen met betrekking tot levensbedreigende en levensontwrichtende situaties. De DAV toetst met name op afwijzingscriteria zoals: is de situatie van de aanvrager veroorzaakt door de huisvestingssituatie, was deze te voorzien, en heeft de aanvrager voldoende gedaan om de ontstane situatie te voorkomen. In sommige situaties vraagt de DAV om aanvullende informatie. Indien er vragen zijn over de gezondheidssituatie van de aanvrager wordt advies ingewonnen bij Salude. In dit soort situaties moet rekening gehouden worden met een ongewenste vertraging in de behandeling van de urgentieaanvraag. Tenslotte toetst de DAV of voorzieningen waarop aanvragers beroep (hadden) kunnen doen, zoals het daklozenloket, daadwerkelijk een oplossing kunnen bieden. Deze voorziening is alleen bedoeld voor mensen die niet zelfredzaam zijn. Daarnaast is de verblijfsduur een aandachtspunt.

De dagopvang voor alleenstaanden is niet geschikt voor een verblijf van langere tijd (jaren). Vanuit de DAV is afgelopen jaar ook navraag gedaan naar de hoogte van het vermogen waarover aanvragers van urgentie mogen beschikken. Vooralsnog is afgesproken dat het vermogen niet hoger mag zijn dan € 36.000,-. De veronderstelling is dat mensen met een groter vermogen de mogelijkheid hebben om een particuliere huurwoning te vinden. Aantal/type verleende urgenties In 2025 zijn meer urgentieaanvragen ingediend dan voorgaande jaren: 60 aanvragen t.o.v. 41 aanvragen in 2024, 48 aanvragen in 2023.

16

Het aantal aanvragen met betrekking tot vrouwenopvang is van 6 toegekende aanvragen in 2024 naar 9 toegekende aanvragen in 2025 gegaan. Het aantal mantelzorg van 2 naar 1, het aantal woonkostentoeslag aanvragen van 3 naar 4. Het aantal sociaal-medische aanvragen is wat gestegen van 7 naar 10 verleende urgenties. Het aantal positieve adviezen dat de DAV heeft afgegeven laat een kleine stijging zien, in 2024: 20 en in 2025: 24. Vaker vrij zoeken In geval de woningzoekende als gevolg van bijzondere persoonlijke omstandigheden met een specifieke maatwerkoplossing aan woonruimte gematcht moet worden, is het mogelijk om de urgentie toe te wijzen in de vorm van een éénmalig aanbod dat altijd in Delft is. Op deze manier kan voorkomen worden dat door het accepteren van een niet passende woning snel nieuwe huisvestingsproblemen ontstaan. Hier is 3 keer voor gekozen in 2025. Wanneer urgentieaanvragen worden verleend op basis van medische gronden, is het belangrijk dat de nieuwe woning voldoet aan de eisen zoals benoemd in het Wmo-advies. Vandaar dat in samenspraak met de aanvrager, Wmo-consulent en de woningcorporaties wordt gezocht naar een vrijkomende woning die voor de aanvrager geschikt is. In sommige situaties kan een MIVA-woning een oplossing bieden. Om dit te kunnen benutten is het gewenst dat er meer inzicht ontstaat in de beschikbaarheid van deze woningen.

Het verlenen van de beschikking en samenwerking met het sociaal team Nadat het advies is gegeven gaat de aandacht van het ondersteunend team van de DAV in het bijzonder uit naar het maken van een beschikking. De DAV werkte in 2025 alleen op ad hoc basis samen met het sociaal team. Minder bezwaarschriften Wanneer een urgentieverklaring wordt geweigerd kunnen aanvragers in beroep gaan. Dit is een extra reden om een zorgvuldige afweging te maken, en om afwijzingsgronden goed te benoemen en adviezen kritisch te bezien. Er zijn in 2025 minder bezwaarschriften ingediend. Proces verbetering Elke 3 maanden vindt een voortgangsoverleg plaats. Hierbij aanwezig zijn de jurist, beleidsmedewerker wonen, senior wettelijke taken, voorzitter en secretaris. Doel van dit overleg is om het werkproces van de DAV te verbeteren. Op de agenda staat o.a. afstemming met woningcorporaties, de Wmo-adviseurs en medewerkers van het daklozenloket en het sociaal team. In 2027 vindt er een aanpassing plaats op de huisvestingsverordening en gewenste en voorziene aanpassingen worden besproken.

17

5.1.2

Aanbevelingen

Bied de gelegenheid aan mensen om hun verhaal te vertellen Veel mensen zijn op zoek zijn naar een geschikte woning. Niet iedereen kan geholpen worden. Maar iedereen wil wel gehoord worden. Dat merken de mensen bij de woningcorporaties die de intake verzorgen. Zij ervaren hoge werkdruk. Niet altijd kan de telefoon opgenomen worden. Deze situatie vraagt blijvend aandacht. De medewerkers van de 3 betrokken woningcorporaties die de intake verzorgen hebben hier allereerst voldoende tijd voor nodig. Daarnaast is het belangrijk dat er meer gelegenheid komt om ervaring en kennis te delen. Naast de bijeenkomst in oktober biedt een aanvullend regionaal Haaglanden-overleg hiervoor de nodige kansen. Het is gewenst dat er meer mogelijkheden komen om mensen te helpen met zoeken. Binnen de regio wordt casuïstiek besproken met de verschillende urgentiecommissies. Dat helpt om meer op eenzelfde wijze situaties te beoordelen en om van elkaar te leren. Verbeter de toegang om urgentie aan te vragen Een goede intake begint bij goede vindbaarheid. Er is blijvend aandacht nodig voor de kwaliteit en eenduidigheid van de teksten op de verschillende websites. Informatie over de urgentieaanvraag is te vinden via www.delft.nl/urgentieverklaring.

Sociaal medische omstandigheden waarbij de hardheidsclausule kan worden gebruikt De DAV maakte alleen gebruik van de hardheidsclausule in bijzondere situaties waarin (meerdere) kinderen blijvend geschaad dreigden te worden in hun ontwikkeling. De DAV beveelt aan om ook in situaties met multiproblematiek, te kiezen voor het oplossen van het huisvestingsprobleem. Hiermee komt op een veel breder terrein zicht op een oplossing. Relatie woonkostentoeslag en urgentie Er lijkt een groeiende interesse te zijn voor het aanvragen van woonkostentoeslag. Aanvragers van woonkostentoeslag verwachten dat zij automatisch in aanmerking komen voor een urgentie. In de meeste gevallen zijn er echter meerdere afwijzingsgronden is de situatie van de aanvrager schrijnend, maar vergelijkbaar met vele anderen. In 2025 is er vaker een urgentie aanvraag afgewezen. Waarschijnlijk is dat dit in 2026 minder gaat spelen omdat de regelgeving rondom huurtoeslag wijzigt, waardoor ook woningen met een hogere huur in aanmerking kunnen komen. Onderzoek de vermogensgrens De DAV vraagt om een nadere verkenning naar de hoogte van het vermogen waarover aanvragers mogen beschikken. Daaronder ligt de vraag: welk vermogen hebben mensen nodig om kans te maken op de particuliere huurmarkt. In verschillende gemeenten in regio Haaglanden worden verschillende bedragen gehanteerd.

Het is wenselijk dat getoetst wordt wat in deze woningmarkt een passend bedrag is. Regionaal wordt momenteel onderzocht of een vermogensgrens opgenomen kan worden in het beleid. Dit zal echter niet voor 1 juli 2027 van kracht worden. Een eenduidige regionale richtlijn voor die tijd is gewenst. Zie toe op hoge kwaliteit van de adviezen Het is de taak van de DAV om de kwaliteit van de advisering te borgen. Tegelijkertijd is de DAV daarbij afhankelijk van anderen. Een goede samenwerking met de Wmo-adviseurs vraagt in dit kader blijvende aandacht.

18

Wees kritisch op de doorlooptijd van wachttijden van Salude Indien onvoldoende duidelijk is wat de invloed is van medisch beperkingen op de huisvestingssituatie, kan de DAV aanvullend medisch onderzoek aanvragen bij Salude. De wachttijd bij Salude staat op gespannen voet met de levensbedreigende- en levensontwrichtende situaties waarin aanvragers zich bevinden. Ook moet er geregeld aanvullende informatie gevraagd worden bij Salude wat dan weer tot extra wachttijd leidt. Scootmobiel Geregeld wordt een aanvraag voor medische urgentie gedaan door iemand die gebruik maakt van een scootmobiel. Een stalling is dan noodzakelijk. Maar door de aangescherpte regels voor het stallen van scootmobielen lijken er onvoldoende geschikte woningen voorhanden. Tussen wal en schip In 2025 zijn het met name moeders met kinderen, die na een scheiding/verbroken relatie, de dupe dreigen te worden. Wanneer deze vrouwen door omstandigheden niet langer in het huis van de partner (geregeld is er sprake van intimidatie, bedreiging en geweld door expartner) kunnen verblijven raken zij dakloos. Bij het daklozenloket kunnen zij niet terecht indien zij voldoende zelfredzaam geacht worden. Mogelijk kunnen deze vrouwen in uiterste noodopvang krijgen voor henzelf, maar niet voor de kinderen.

Wanneer zij afhankelijk zijn van een sociale woning kunnen zij zich niet inschrijven op een ander woonadres zonder de punten in het registratiesysteem van Woonnet Haaglanden te verliezen. Daarmee is het niet mogelijk een tijdelijke woning te huren. Zij zijn afhankelijk van langdurig verblijf bij familie of kennissen. De ervaring van de DAV leert dat dit uiteindelijk tot levensontwrichtende situaties kan leiden. Als gevolg van de lange duur van de logeerperiode kunnen de gastheer/vrouw overbelast raken. Ook in deze situaties biedt een urgentieaanvraag waarschijnlijk geen soelaas, omdat ‘inwonen’ een afwijzingsgrond is. De DAV volgt met interesse de aanstaande landelijke wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting. Op moment van schrijven van dit jaarverslag ligt deze regeling voor de tweede keer open voor consultatie, specifiek op het onderdeel ‘uitwerking nadere voorwaarden urgentie categorie gezinnen met minderjarige kinderen zonder vaste verblijfplaats’. De DAV hoopt dat na inwerkingtreding van de wet, de regionale Haaglanden verwerking daarvan in het urgentiebeleid zoals vastgelegd in de Huisvestingsverordening, meer perspectief biedt voor deze groep tussen wal en schip.

Huisvestingsverordening en beleidsregels De aanpassing van de huisvestingsverordening is beperkt gebleven tot een aanvulling op de verplichting van aanvragers om 3 maanden voorafgaand aan hun aanvraag voldoende te reageren op het woningaanbod. Eerdergenoemde aandachtspunten van de DAV blijven van kracht: • het behoud van inschrijfduur voor mensen die een urgentie krijgen; • meer mogelijkheden voor regionale bemiddeling; • het achterlaten van een zelfstandige woning herijken als zijnde afwijzingsgrond; • het type maisonnette opnemen in de woonprofielen. Daar voegen we nog aan toe: • het aanpassen van de criteria m.b.t. Blijf van mijn Lijf op basis van nationaal beleid.

19

Inschrijfduur en regionale bemiddeling De DAV herhaalt haar advies om aanvragers de mogelijkheid te geven hun inschrijfduur te behouden zodat zij weer eerder op eigen kracht kunnen reageren op andere woonruimte die beter bij hun wensen aansluit. Wellicht dat de doorstromingsregeling hiervoor mogelijkheden biedt. Daarnaast is het aanbevelingswaardig om te kiezen voor een regionale onderhandse bemiddelingslijst. Aanvragers die uitstromen uit zorgtrajecten hebben vaak een voorkeur om in de omgeving van familie en bekenden woonruimte te krijgen. Werk aan het lerend vermogen Het 3 maandelijkse voortgangsoverleg binnen de gemeente Delft is een belangrijke basis om aandachtspunten met elkaar te bespreken en elkaar scherp te houden. De aanwezigheid van de beleidsmedewerker wonen draagt zorg voor de communicatie met de woningcorporaties. Binnen Haaglanden is dit jaar een aantal maal een bijeenkomst geweest tussen urgentiecommissies uit verschillende gemeenten om vaker en meer structureel kennis en ervaring uit te wisselen. Dit is vanuit Haaglanden gefaciliteerd.

20

Bijlage 1. DAV-commissie Taken en bevoegdheden Adviseren De DAV adviseert het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft over het wel of niet verlenen van een (woon)urgentie oftewel urgentieverklaring. De taken, samenstelling en de werkwijze van de DAV zijn vastgelegd in het reglement, zoals vastgesteld door het college van B&W in 2009. De DAV heeft de taak om aanvragen op correcte wijze aan de hand van de toetsingskaders te beoordelen en haar besluit te adviseren aan het college van B&W. Binnen deze toetsingskaders worden ook de maatschappelijke aspecten van een dergelijk aanvraag zorgvuldig onderzocht. Signaleren De DAV heeft een signalerende taak ten aanzien van knelpunten in de regelgeving of de uitvoeringspraktijk en kan aanbevelingen doen om de uitvoering van het urgentieproces in gemeente Delft te verbeteren. Toetsingskaders In de kern gaat het om levensbedreigende of levensontwrichtende situaties die aanvragers niet meer zelf kunnen oplossen. De aanvrager moet aan een aantal criteria voldoen welke zijn vastgelegd in de Huisvestingsverordening Delft 2023. In de Huisvestingsverordening Delft 2023 staat beschreven wat de toetsingsgronden zijn voor het aanvragen van een urgentie. De Huisvestingsverordening Delft 2023 geeft een mogelijkheid om af te wijken van de toetsingsgronden, indien afwijzen tot extreem schrijnende situaties leidt (hardheidsclausule).

Als de aanvrager het niet eens is met de beschikking van de gemeente, kan bij het rechtsbeschermingsbedrijf bezwaar worden gemaakt. In- en externe contacten De DAV heeft contact met diverse afdelingen binnen de gemeente Delft, maar ook met urgentiecommissies uit de regio. Daarnaast werkt de DAV samen met diverse partners in de stad (bijvoorbeeld woningcorporaties en hulpverlenende instanties). De aanvraagprocedure Het urgentiegesprek De urgentiegesprekken worden gehouden met woningcorporatiemedewerkers (rapporteurs). Tijdens dit gesprek krijgt de aanvrager de ruimte om zijn/haar reden voor het aanvragen van urgentie toe te lichten en het benodigde bewijsmateriaal aan te leveren. Intakers mogen niet zelf Delft Support (Wmo) benaderen. Delft Support (Wmo) mag geen medisch advies geven, zij kijken alleen of een woning aanpasbaar is of niet. Een Wmo-rapport (ondersteuningsplan) is wel bruikbaar. De behandeltermijn van de aanvraag gaat pas in als alle ondersteunende gegevens binnen zijn. De urgentie Als er urgentie wordt verleend, heeft de aanvrager 3 maanden de tijd om zelfstandig een passende woning te vinden via woonnet-haaglanden.nl of krijgt de aanvrager een eenmalig woonaanbod volgens de Huisvestingsverordening Delft 2023.

21

De urgentie op Woonnet Haaglanden geeft recht om met voorrang op woningen te reageren die binnen het toegewezen urgentieprofiel vallen. Gedurende de 3 urgentiemaanden is de aanvrager vrij om binnen het zoekprofiel zelfstandig te reageren binnen de regio Haaglanden. Bij een eenmalig woonaanbod hoeft de aanvrager niet zelf te zoeken via Woonnet Haaglanden. De aanvrager wordt op de onderhandse bemiddelingslijst geplaatst en de woningcorporaties zoeken vervolgens naar een woning die voldoet aan het toegekende zoekprofiel. Zij streven ernaar om binnen 3 maanden een passend aanbod te doen, maar gezien de krappe woningmarkt in deze regio kan het langer duren voordat een passende woning beschikbaar is. Een urgentie middels een eenmalig woonaanbod loopt tot er een passend aanbod is gedaan, er hoeft dus geen verlenging aangevraagd en betaald te worden. Zodra er geschikte woning is, neemt de woningcorporatie die een woning heeft contact op met de aanvrager. Een aanvrager mag een bemiddelend aanbod niet weigeren. Als de aanvrager toch weigert, dan verliest aanvrager zijn/haar urgentie en wordt aanvrager van de onderhandse bemiddelingslijst afgehaald. Er wordt dan geen woning meer gezocht. Wel mag een aanvrager de woning weigeren als aanvrager vindt dat deze niet aan het profiel voldoet dat is afgegeven.

Als aanvrager weigert omdat aanvrager vindt dat de woning niet aan het profiel voldoet, wordt binnen 3 werkdagen nagegaan of de woning wel voldoet aan het toegekende zoekprofiel. Als het oordeel is dat de woning inderdaad niet aan het profiel voldoet, zal een nieuw aanbod worden gedaan aan aanvrager. Voldoet de woning wel aan het profiel, dan is de weigering van aanvrager ongegrond. Aanvrager krijgt dan nogmaals de mogelijkheid om de woning te accepteren. Weigert aanvrager alsnog, dan komt aanvragers urgentie te vervallen en wordt aanvrager van de onderhandse bemiddelingslijst afgehaald. Daarnaast kan de woningcorporatie bij een eenmalig woonaanbod in overleg met de aanvrager en een eventuele zorgverlener aanvullende voorwaarden opnemen in het contract. Indien de aanvrager de aanvullende voorwaarden niet accepteert, wordt dit gezien als een weigering van de woning en de urgentieverklaring wordt daarmee verspeeld. De DAV is vrij om te besluiten of een aanvrager een urgentie krijgt waarmee de aanvrager zelf vrij kan zoeken of dat aanvrager een eenmalig aanbod krijgt. De DAV kiest voor een eenmalig aanbod als de woningzoekende als gevolg van bijzondere, persoonlijke omstandigheden met een specifieke maatwerkoplossing aan woonruimte gekoppeld moet worden of dit vanwege onvermogen niet mogelijk is.

Verlenging Indien het niet is gelukt om binnen drie maanden een woning te vinden, is het mogelijk een verlenging van de urgentie aan te vragen binnen 2 weken nadat de urgentieverklaring niet meer geldig is. Als de verlenging wordt toegekend betekent dit altijd middels een eenmalig woningaanbod. Voor de DAV is het uiterst belangrijk om te toetsen waarom het niet is gelukt om binnen 3 maanden een passende woning te vinden. Verlenging van urgentie wordt enkel toegekend als de woningzoekende buiten eigen schuld geen woning heeft kunnen vinden. Een urgentie kan maar één keer verlengd worden. Behandeltermijn De behandeltermijn is 8 weken. De behandeltermijn kan eenmalig worden verdaagd met 6 weken, bijvoorbeeld als een extern advies nodig is om een aanvraag goed te kunnen beoordelen, bijvoorbeeld een medisch advies van Salude. Van de vertraging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. 22

Hardheidsclausule Volgens de wet mag iedereen een urgentieverklaring aanvragen. Soms voldoet de aanvrager niet aan de gestelde wettelijke criteria. Als dit buiten eigen schuld en toedoen is en leidt tot een onaanvaardbare situatie, dan kan de DAV afwijken van deze wettelijke criteria. Op grond van artikel 7:3 van de Huisvestingsverordening Delft 2023 en hoofdstuk 4 van de Beleidsregel urgentieverklaringen Delft 2023 kunnen artikelen van de Huisvestingsverordening dan wel de Beleidsregel buiten toepassing worden gelaten of daarvan worden afgeweken indien dit leidt tot onbillijkheid. Wanneer de DAV afwijkt van deze wettelijke criteria en toch urgentie adviseert en het college neemt dit besluit over, dan valt dit onder de hardheidsclausule.

23

Bijlage 2. Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring Beleidsregel urgentieverklaringen Delft 2023 | Lokale wet- en regelgeving Huisvestingsverordening Delft 2023 | Lokale wet- en regelgeving Huisvestingsverordening Delft 2023

Beleidsregel Urgentieverklaringen Delft 2023

4:5, onder a

2.1.1, onder a

4:5, onder a

2.1.1, onder b

4:5, onder b

2.1.2, onder a

4:5, onder b

2.1.2, onder b

4:5, onder b

2.1.2, onder c

4:5, onder b

2.1.2, onder d

4:5, onder b

2.1.2, onder e

4:5, onder b

2.1.2, onder f

4:5, onder b

2.1.2, onder g

De aanvraag voldoet niet aan algemene criteria voor een huisvestingsvergunning vastgelegd in artikel 2:3 van de verordening en wordt afgewezen, indien de woningzoekende niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt of niet bevoegd is verklaard als bedoeld in artikel 2:3, lid 1, onder b, van de Huisvestingsverordening Delft 2023. De aanvraag voldoet niet aan algemene criteria voor een huisvestingsvergunning vastgelegd in artikel 2:3 van de verordening en wordt afgewezen, indien de woningzoekende of andere leden van het huishouden niet de Nederlandse nationaliteit heeft of hebben, of niet rechtmatig in Nederland verblijft of verblijven zoals is bedoeld in artikel 8, onder a tot en met l van de Vreemdelingenwet 2000. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de huidige woning in een slechte staat verkeert of van onvoldoende kwaliteit is. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende (geluids)overlast ervaart in de woning. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de huidige woning te klein of te groot is voor het huishouden van de woningzoekende.

Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende door medische klachten de huidige woning of behorende tuin niet meer zelf kan onderhouden. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende wil of moet verhuizen vanwege werk, of studie. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende problemen ervaart, omdat de woningzoekende met of zonder kinderen inwoont bij een ander huishouden. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende of diens partner zwanger is.

24

4:5, onder b

2.1.2, onder h

4:5, onder b

2.1.2, onder i

4:5, onder b

2.1.2, onder j

4:5, onder b

2.1.2, onder k

4:5, onder b

2.1.2, onder l

4:5, onder b

2.1.2, onder m

4:5, onder b

2.1.2, onder n

4:5, onder b

2.1.2, onder o

4:5, onder c

2.1.3, onder a

4:5, onder c

2.1.3, onder b

4:5, onder c

2.1.3, onder c

4:5, onder c

2.1.3, onder d

Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende is gescheiden of de samenwonende- of partnerrelatie is verbroken. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende in een onzelfstandige woonruimte woont. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende uit detentie wordt vrijgelaten. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende een tijdelijke huurovereenkomst heeft. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende in onderhuur woont. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende dakloos is of dakloos wordt. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende een woning wil met voldoende ruimte in het kader van co-ouderschap of bezoekregeling voor kinderen na scheiding of verbroken partnerschap.

Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende psychische problemen heeft als gevolg van één of meer van de in artikel 2.1.2, van de Beleidsregel genoemde omstandigheden. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende niet alles wat redelijkerwijs tot diens mogelijkheden behoort, heeft gedaan om het huisvestingsprobleem te voorkomen of op te lossen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende geen beroep doet op huurbescherming, wanneer de verhuurder aangeeft de huur op te willen zeggen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende niet over voldoende financiële middelen beschikt om de zelfstandige woonruimte te huren, tenzij de aanvraag op grond van artikel 4:7, tweede lid, van de Huisvestingsverordening Delft 2023 is gedaan. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende een woning huurt die niet past bij het inkomen van het huishouden.

25

4:5, onder c

2.1.3, onder e

4:5, onder c

2.1.3, onder f

4:5, onder c

2.1.3, onder g

4:5, onder c

2.1.3, onder h

4:5, onder c

2.1.3, onder i

4:5, onder c

2.1.3, onder j

4:5, onder d

2.1.4, onder a

4:5, onder d

2.1.4, onder b

4:5, onder d

2.1.4, onder c

4:5, onder d

2.1.4, onder d

Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende bij dreigend geweld een beroep kan doen op een huisverbod, straatverbod of een contactverbod. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende met behulp van gerichte behandeling diens medische of sociale woonprobleem kan oplossen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende verblijft in een instelling voor maatschappelijke opvang en de uitstroom uit deze instelling aanstaande is en de woningzoekende in staat is om een onzelfstandige woonruimte te bewonen of een beroep kan doen op een convenant woning. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende zelf over voldoende financiële middelen beschikt om het huisvestingsprobleem op te lossen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende bij de gemeentelijke noodopvang kan verblijven.

Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende met diens inschrijving en toepassing van artikel 3:5 van de verordening naar verwachting binnen drie maanden in staat is om een woonruimte in de regio toegewezen te krijgen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien woningzoekende diens huishouden heeft uitgebreid, zonder over een daartoe passende woonruimte te beschikken. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende een passende woonruimte heeft aangeboden gekregen en dit woningaanbod geweigerd heeft in de periode dat aannemelijk werd dat er sprake was van een huisvestingsprobleem in relatie tot de huidige woonruimte, tot tenminste twee jaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende geen beroep op huurbescherming heeft gedaan, terwijl de woningzoekende hier recht op had. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien

26

4:5, onder d

2.1.4, onder e

4:5, onder d

2.1.4, onder f

4:5, onder d

2.1.4, onder g

4:5, onder d

2.1.4, onder h

4:5, onder d

2.1.4, onder i

4:5, onder d

2.1.4, onder j

4:5, onder e

2.1.5, onder a

4:5, onder e

2.1.5, onder b

4:5, onder f

2.1.6, onder a

was, indien de woningzoekende een passende zelfstandige woonruimte heeft achtergelaten. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende een woonruimte accepteert die, op grond van destijds bekende feiten en omstandigheden, niet past bij de woonbehoeften van diens huishouden. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende een huurovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan, waardoor de woningzoekende de woonruimte dient te verlaten. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende de zelfstandige woonruimte waarvan deze huurder is, heeft onderverhuurd. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende anderen in diens zelfstandige woonruimte laat inwonen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende de zelfstandige woonruimte, of een deel daarvan, verhuurt aan een ander.

Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs tot diens mogelijkheden behoort om het huisvestingsprobleem te voorkomen of op te lossen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening. De woningzoekende kan gebruik maken van de publieke voorzieningen op het gebied van zorg, hulp en ondersteuning, zoals de aanleg van een traplift of andere woningaanpassingen die de gemeente in het kader van de Wmo mogelijk maakt, hulp bij het huishouden of vervoersvoorzieningen, wijkverpleging, thuiszorg, maatschappelijk werk, schuldhulpverlening, geestelijke gezondheidszorg of jeugdhulp. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening, indien de woningzoekende met minderjarige kinderen door omstandigheden na een jaar in een zelfstandige woonruimte te wonen en tenminste twee jaar aaneengesloten in de regio te staan ingeschreven, buiten eigen schuld en toedoen, dreigt dakloos te worden en terecht kan bij een vorm van maatschappelijke gezinsopvang. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat is ontstaan als gevolg van een aan de

27

4:5, onder f

2.1.6, onder b

4:5, onder g

2.1.7, onder a

4:5, onder g

2.1.7, onder b

4:5, onder g

2.1.7, onder c

4:5, onder g

2.1.7, onder d

4:5, onder g

2.1.7, onder e

4:5, onder h

2.1.8, onder a

woningzoekende of lid van diens huishouden toe te rekenen handelen of nalaten, indien de woningzoekende bij woninguitzetting door huurschuld, overlast, fraude of criminele activiteiten veroorzaakt door de woningzoekende of een lid van diens huishouden niet langer beschikt over een zelfstandige woonruimte. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat is ontstaan als gevolg van een aan de woningzoekende of lid van diens huishouden toe te rekenen handelen of nalaten, indien de woningzoekende in de gemeente is komen wonen zonder te zorgen voor adequate woonruimte voor zichzelf of eventuele nareizende leden van zijn of haar huishouden. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte óf naar een andere zelfstandige woonruimte, indien de woningzoekende bij een huisvestingsprobleem in het verleden, vóór het doen van de aanvraag, met een urgentieverklaring in dezelfde urgentiecategorie is verhuisd naar een andere zelfstandige woonruimte en dit niet tot een oplossing heeft geleid.

Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte óf naar een andere zelfstandige woonruimte, indien het huisvestingsprobleem gerelateerd aan onderhoud- of overlastproblemen, zoals vocht, tocht óf schimmel. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte óf naar een andere zelfstandige woonruimte, indien het huisvestingsprobleem gerelateerd is aan een gebrek aan isolatie en/of beglazing. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte óf naar een andere zelfstandige woonruimte, indien het huisvestingsprobleem is gerelateerd aan overlast, zoals burenoverlast. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte óf naar een andere zelfstandige woonruimte, indien bedreiging aan een adres door ex-partner of een familielid de aanleiding is voor het huisvestingsprobleem, in het geval dat de toekomstige woonruimte naar verwachting ook bekend zal zijn.

Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, wanneer de aanvraag binnen twee jaar nadat een eerder aan de woningzoekende of een lid van diens huishouden verstrekte urgentieverklaring is vervallen of ingetrokken met de toepassing van artikel 4:8 of 4:9, dit betekent onder andere dat het huishouden van de woningzoekende een urgentieverklaring heeft 28

4:5, onder h

2.1.8, onder b

4:5, onder h

2.1.8, onder c

4:5, onder i

2.1.9, onder a

4:5, onder i

2.1.9, onder b

4:5, onder j

2.1.10, onder a

4:5, onder j

2.1.10, onder b

4:5, onder j

2.1.10, onder c

toegewezen gekregen en daarmee in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een woning heeft geaccepteerd. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, wanneer de aanvraag binnen twee jaar nadat een eerder aan de woningzoekende of een lid van diens huishouden verstrekte urgentieverklaring is vervallen of ingetrokken met de toepassing van artikel 4:8 of 4:9, dit betekent onder andere dat het huishouden van de woningzoekende tot twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een urgentieverklaring heeft toegewezen gekregen, maar toen geen passende woonruimte heeft geaccepteerd. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, wanneer de aanvraag binnen twee jaar nadat een eerder aan de woningzoekende of een lid van diens huishouden verstrekte urgentieverklaring is vervallen of ingetrokken met de toepassing van artikel 4:8 of 4:9, dit betekent onder andere dat een aan het huishouden van de woningzoekende toegewezen urgentieverklaring in de afgelopen twee jaar voorafgaand aan de aanvraag is ingetrokken. Een woningzoekende kan niet worden ingedeeld in een urgentiecategorie, indien de woningzoekende niet in staat is om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien. Hiervan is sprake als het huishouden van de woningzoekende geen, of onvoldoende, inkomen uit arbeid, onderneming of uitkering heeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16923376/2