Bestemmingsplanboekje Verbreding Schie
Tekst van het document
PFAS is niet onderzocht. De omvang van de sterke verontreiniging met koper en zink is niet afgeperkt. Zones en kwaliteit Het plangebied bevindt zich in de volgende bodemkwaliteitszone: -
03. Industrie bedrijven Schieoevers Zuid vanaf 1960.
De kwaliteit van de grond die mag worden toegepast (toepassingseis) betreft voor zowel de boven als de ondergrond klasse Industrie, op basis van het gebiedsspecifieke beleid. In enkele gevallen is toepassing van grond niet mogelijk onder het gebiedsspecifieke beleid. In dat geval dient de toe te passen grond te voldoen aan Wonen. Conclusie Met de uitgevoerde bodemonderzoeken is de bodemkwaliteit ter plaatse in beeld gebracht. Door het onder geconditioneerde omstandigheden werken met de grond en het functiegericht toepassen, wordt de grond verantwoord verwerkt. De aanwezige bodemverontreiniging wordt gesaneerd. bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 42
bestemmingsplan Verbreding Schie
4.8
Bedrijven en milieuzonering
Op basis van de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) is beoordeeld of de in het plangebied te realiseren activiteiten een belemmering betekenen of van invloed zijn op gevoelige functies, zoals wonen, in of in de omgeving van het plangebied. Beleid Bedrijvigheid kan negatieve effecten met zich meebrengen voor woningen en gevoelige functies in de omgeving. Negatieve effecten kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op geur, externe veiligheid, geluid en stof. Andersom kunnen woningen een belemmerend effect hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven. Het is daarom wenselijk dat bedrijfsactiviteiten of andere milieubelastende functies op een zekere afstand van woningen en andere hindergevoelige functies zijn gesitueerd. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft hiervoor een handreiking opgesteld: de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). In deze handreiking wordt aangegeven hoe door middel van milieuzonering de afstand tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies voldoende blijft. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. Niet ieder bedrijf heeft evenveel invloed op de omgeving. In de handreiking worden bedrijfsactiviteiten daarom ingedeeld in zes categorieën.
Per milieucategorie zijn richtafstanden opgenomen die aangehouden kunnen worden om hinder te voorkomen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden weergegeven. Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van geluid, stof, gevaar en geur. De bedrijvigheid kan volgens de handreiking van de VNG ingedeeld worden in categorieën die lopen van 1 tot en met 6. Hierbij lopen de richtafstanden uiteen van 0 meter tot 1500 meter. Tabel Richtafstanden per milieucategorie Milieucategorie
Richtafstanden tot een 'rustige woonwijk'
Richtafstanden tot een 'gebied met menging van functies'
1.
10 meter
0 meter
2.
30 meter
10 meter
3.1
50 meter
30 meter
3.2
100 meter
50 meter
4.1
200 meter
100 meter
4.2
300 meter
200 meter
5.1
500 meter
300 meter
5.2
700 meter
500 meter
5.3
1.000 meter
700 meter
6.
1.500 meter
1.000 meter
Toetsing Ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan is een milieukundig onderzoek uitgevoerd. In november 2022 heeft Arcadis in opdracht van de gemeente Delft een advies uitgebracht over de indeling van Zandhandel & Overslagbedrijf Van der Waal B.V in de systematiek van Bedrijven en Milieuzonering (zie bijlage 16 Bedrijven en milieuzonering). Toets activiteit zandhandel aan systematiek bedrijven en milieuzonering In de bijlage 1 richtafstandenlijst zijn twee activiteiten opgenomen die op de locatie van de zandhandel plaatsvinden: Groothandel in zand en grind. bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 43
bestemmingsplan Verbreding Schie Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart. In de lijst wordt voor de activiteit 'Groothandel in zand en grind' onderscheid gemaakt in bedrijven met bebouwd oppervlak kleiner of groter dan 200 m2. Deze activiteit is ingedeeld in milieucategorie 2 of 3.2 met een richtafstand van 30 of 100 meter, afhankelijk van het bebouwd oppervlak. In de lijst wordt voor de activiteit 'Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart' onderscheid gemaakt tussen de overslag van onder meer ertsen en mineralen met een opslag oppervlak kleiner of groter dan 2000 m2. Deze activiteit is ingedeeld in milieucategorie 4.2 of 5.2 met een richtafstand van 300 of 700 meter, afhankelijk van het oppervlak van de opslag. Omdat de activiteit met de grootste richtafstand bepalend is voor de te hanteren richtafstand is de activiteit 'Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart' maatgevend. De opslag vindt plaats in 4 silo's met een totaal oppervlak kleiner dan 2000 m2; het bedrijf valt daarmee in categorie 4.2 met een richtafstand van 300 meter. Deze richtafstand is gebaseerd op de het aspect geluid. Omdat het bedrijf wordt gevestigd op een voor geluid gezoneerd bedrijventerrein is de bescherming van gevoelige functies voor het aspect geluid verzekerd. Met het oog hierop wordt de relevante afstand tot gevoelige functies bepaald door het aspect stof.
De richtafstand voor stof bedraagt 200 meter. Toets van de categorie waarin het bedrijf valt binnen de voorschriften De toekomstige locatie van de Zandhandel ligt in het bestemmingsplan Schieoevers Zuid, dat is vastgesteld op 28 augustus 2012. Het plangebied heeft grotendeels de bestemming bedrijf. De strook langs de Schie heeft de bestemming groen. Ter plaatse van de bestemming bedrijf, is een bedrijf tot en met categorie 4 conform de lijst van bedrijfsactiviteiten nota 2003 (bijlage 1 bij de regels Lijst van bedrijfstypen) toegelaten. De gehanteerde plansystematiek is afgeleid van Bedrijven en Milieuzonering. In deze bijlage is onder nummer 6311.2 de activiteit Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart; ertsen, mineralen, e.d., met een opslagopp. < 2.000 m2 opgenomen onder categorie 4. Hiermee is de Zandhandel & Overslagbedrijf Van Der Waal B.V. passend bij de milieucategoriën op het bedrijventerrein. De strook met de bestemming groen is omsloten door het bedrijventerrein Schieoevers Zuid. Aan de westzijde grenst de stook met de bestemming bedrijf. Aan de oostzijde aan de Schie, grenst de strook met de bestemming groen. De Schie heeft de bestemming water. Het terrein aan de overzijde van de Schie heeft de bestemming bedrijf met als functieaanduiding tot en met categorie 3.2.
Ter plaatse van de toekomstige locatie voor de loswal en zandhandel worden de functieaanduidingen 'specifieke vorm van verkeer - loswal' en 'specifieke vorm van bedrijf - zandhandel' toegevoegd. Op grond van de verbeelding op ruimtelijkeplannen.nl, en de luchtfoto die voor dit onderzoek is gebruikt, zijn er binnen een afstand van 200 meter geen gevoelige functies aanwezig dan wel planologisch toegestaan. Conclusie Op basis van de afstand tot de gevoelige bestemmingen zijn de loswal en de zandhandel inpasbaar. Deels zal de bestemming 'groen' worden gewijzigd in functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer loswal' en 'specifieke vorm van bedrijf - zandhandel'.
4.9
Geluid
Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 44
bestemmingsplan Verbreding Schie voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Industrielawaai Een industrieterrein is volgens de Wet geluidhinder een terrein waar zich bedrijven kunnen vestigen die genoemd worden in artikel 40 van de Wet geluidhinder en onderdeel D van Bijlage I behorende bij het Besluit omgevingsrecht (de zogenaamde grote lawaaimakers). Op grond van hoofdstuk V van de Wet geluidhinder is rondom deze terreinen een zone vastgesteld, waarbuiten de etmaalwaarde van het gemiddelde geluidsniveau ten gevolge van alle bedrijven op dat terrein niet hoger mag zijn dan 50 dB(A). De zone is een planologisch aandachtsgebied, waarbinnen regels van kracht zijn, die aan zowel industriële activiteiten als aan woningbouw beperkingen opleggen. De ligging en omvang van de zone wordt met een bestemmingsplan vastgelegd. In het kader van het bestemmingsplan dient gekeken te worden naar de geluidsbelasting van geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving van het industrieterrein. Indien de geluidsbelasting meer dan 50 dB(A) bedraagt, kan de gemeente een hogere waarde vaststellen.
De maximale ontheffingswaarde voor nieuwe woningen bedraagt 55 dB(A). Activiteitenbesluit De activiteiten van de zandhandel vallen geheel onder het activiteitenbesluit. Artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit stelt dat er een aantal geluidsvoorschriften met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (Lar,LT) geldt op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen: 50 dB(A) in de uren gelegen tussen 07:00 uur en 19:00 uur; 45 dB(A) in de uren gelegen tussen 19:00 uur en 23:00 uur; 40 dB(A) in de uren gelegen tussen 23:00 uur en 07:00 uur. De nieuwe locatie van de Zandhandel is gelegen op industrieterrein Schieoevers Zuid. Op dit terrein is een geluidszone (art. 53 Wgh) vastgesteld. Deze zone is weergegeven in onderstaande afbeelding. Voor deze zone geldt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (Lar,LT) vanwege alle inrichtingen op het gezoneerde industrieterrein tezamen niet hoger mag zijn dan: 50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur; 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur; 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. Bij de nieuwe locatie van de Zandhandel ligt een aantal geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen. Hiervoor geldt een hogere waarde van geluidsbelasting, die maximaal 58dB(A) bedraagt. Ook is in het Activiteitenbesluit grenswaarden opgenomen voor de piekmomenten, het maximaal geluidniveau (LAmax).
Dit zijn: • 70 dB(A) tussen 07:00 en 19:00 uur; • 65 dB(A) tussen 19:00 en 23:00 uur; • 60 dB(A) tussen 23:00 en 07:00 uur.
bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 45
bestemmingsplan Verbreding Schie
Verplaatsing Zandhandel en overslagbedrijf Van der Waal B.V. De zandhandel is voornemens om in de toekomst uit te breiden. Hierdoor zal de overslag van zand groeien van 250.000m3 per jaar naar maximaal 400.000m3 per jaar. Arcadis heeft voor deze ontwikkeling een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 17 Akoestisch onderzoek en 18 Oplegnotitie geluid Zandhandel en openbare loswal). In het onderzoek is beoordeeld of het haalbaar is om de zandhandel te verplaatsen naar de beoogde In het onderzoek is beoordeeld of het haalbaar is om de zandhandel te verplaatsen naar de beoogde locatie. De zandhandel zal naast de eigen loswal ook gebruik maken van de openbare loswal. Vooruitlopend op de Omgevingswet is in het onderzoek de geluidsbelasting berekend van alle activiteiten van de Zandhandel op de loswal, zowel binnen de inrichtingsgrens als op het openbare gedeelte. De activiteiten van derden op de openbare loswal zijn hierin niet seperaat meegenomen. In de oplegnotitie is gekeken of er voldoende geluidruimte beschikbaar is voor de overslag van derden op de openbare loswal op basis van de jaargemiddelde geluidbelasting (Lden). Er is in het onderzoek gerekend met de overslag die het bestemmingsplan per jaar maximaal toelaat.
De maximale overslag van zand ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zandhandel' bedraagt maximaal 250.000m3 en de maximale overslag (zand en andere producten) op de openbare loswal ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - loswal' bedraagt 150.000m3. De totale maximale jaarlijkse overslag van de zandhandel en derden bedraagt daarmee 400.000m3. De hoeveelheid overslag is in de regels met een maximum begrensd. In het onderzoek is gerekend met een nieuwe kraan, die 4 dB stiller is dan de bestaande kraan. Beide in bedrijf zijnde kranen hebben daardoor een bronvermogen van 100 dB(A). Uit de rekenresultaten blijkt dat bij woningen in de geluidzone de geluidbelasting vanwege de zandhandel laag is, namelijk maximaal 42 dB(A). De standaardgrenswaarde Activiteitenbesluit wordt wél overschreden, met maximaal 4 dB(A) in oostelijke richting tot een waarde van 54 dB(A) op een afstand van 50 meter. Deze waarde is ruimtelijk aanvaardbaar gelet op de ligging op een bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 46
bestemmingsplan Verbreding Schie geluidgezoneerd bedrijventerrein. Door de ODH zal dit - op verzoek van de zandhandel - met een maatwerkvoorschrift worden ingepast. Toetsing Wet geluidhinder Uit afstemming met de zonebeheerder blijkt dat op de gevel van de woning Rotterdamseweg 189 de geluidbelasting vanwege het industrieterrein toeneemt van 52 dB(A) tot 53 dB(A). Dit komt door afrondingsverschillen, de bijdrage door de verplaatste zandhandel is met 39 dBA) namelijk klein. Voor de meeste bestaande woningen in de geluidzone geldt een wettelijke grenswaarde van tenminste 55 dB(A). Dit geldt echter niet voor de woning Rotterdamseweg 189, die eerder als gevolg van een geluidzoneverruiming binnen de geluidzone is komen te liggen. Daarbij is verzuimd een hogere grenswaarde vast te stellen, zodat de grenswaarde Wet geluidhinder 50 dB(A) bedraagt. Daaraan wordt nu al niet voldaan. In het kader van de herzonering van industrieterrein Schieoevers is die grenswaarde verhoogd middels een separaat hogere waardebesluit. Ná verhoging van de grenswaarde kan met een maatwerk-voorschrift ook meer geluid (max 4 dB(A) aan de zandhandel worden toegekend. De openbare loswal onder de Omgevingswet De openbare loswal is geen inrichting in de zin van de Wet milieubeheer en het geluid vanwege de openbare loswal wordt niet toegerekend aan het industrieterrein.
Onder de Omgevingswet wordt het geluid vanwege de loswal wél onderdeel van het geluid vanwege het industrieterrein, zodra de geluidproductieplafonds in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden vastgesteld (dit kan later zijn dan de inwerkingtreding van de Omgevingswet zelf). De geluidproductieplafonds worden vastgesteld als jaargemiddelde waarden Lden en Lnight in plaats van de huidige etmaalwaarden (Letm) onder de Wet geluidhinder. In de oplegnotitie van Arcadis is onderzocht of de geluidruimte van de zandhandel, die onder de Wet geluidhinder op basis van de RBS wordt vastgelegd, voldoende geluidruimte biedt voor het jaargemiddelde gebruik van de zandhandel en het jaargemiddelde gebruik door derden van de openbare loswal tezamen. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidsbelasting van de zandhandel in Lden minimaal 2 dB lager is dan in Letmaal. Er valt (buiten de nachtperiode) 2 dB vrij. De vrijvallende geluidruimte in de nachtperiode is tenminste 1 dB, ook in die periode ontstaat er dus enige jaargemiddelde geluidruimte voor het gebruik van de openbare loswal door derden. Door in de planregels het gebruik van de zandhandel te koppelen aan jaargemiddelde geluidwaarden wordt alvast geanticipeerd op de overgang naar de omgevingswet.
Hierdoor ontstaat voldoende geluidruimte voor de inpassing binnen de geluidproductieplafonds van het gebruik door derden van de openbare loswal. De planregel luidt als volgt: De jaargemiddelde geluidbelasting door de zandhandel ter plaatse van de aanduiding 'zandhandel', inclusief het gebruik door de zandhandel van de openbare loswal, mag niet hoger zijn dan in onderstaande tabel is aangegeven.
bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 47
bestemmingsplan Verbreding Schie
Conclusie De inpassing van de verplaatste zandhandel leidt tot lage geluidbelastingen op woningen in de geluidzone van industrieterrein Schieoevers. Ondanks de toepassing van een 4 dB stillere kraan wordt de standaardgrenswaarde uit het Activiteitenbesluit met maximaal 4 dB(A) in oostelijke richting overschreden, tot een waarde van 54 dB(A) op een afstand van 50 meter. Uit afstemming met de zonebeheerder blijkt dat op de gevel van de woning Rotterdamseweg 189 de geluidbelasting vanwege het industrieterrein (door afrondingsverschillen) toeneemt van 52 dB(A) tot 53 dB(A). Voor de woning Rotterdamseweg 189 is de grenswaarde verhoogd naar 53 dB(A). Ná verhoging van de grenswaarde kan met een maatwerk-voorschrift ook meer geluid (max 4 dB(A) aan de zandhandel worden toegekend. De verbreding van de Schie en de ruimte die daarbij ontstaat voor een bedrijfsbestemming ten behoeve van de te verplaatsen zandhandel, passen daardoor binnen de grenswaarden voor industrielawaai op grond van de Wet geluidhinder. Door in de planregels het gebruik van de zandhandel te koppelen aan jaargemiddelde geluidwaarden wordt alvast geanticipeerd op de overgang naar de Omgevingswet, met voldoende geluidruimte voor de inpassing binnen de geluidproductieplafonds van het gebruik van de openbare loswal door derden.
4.10
Verkeer
Wettelijk kader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en een eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de infrastructuur. Voor deze ontwikkeling heeft een verkeerstelling plaatsgevonden (zie 19 Verkeerstelling). Infrastructuur Langzaam verkeer Het plangebied is gelegen aan een loop- en (brom)fietsroute langs de Schie. Als looproute maakt dit onderdeel uit van het hoofdnetwerk voor de voetganger en als (brom)fietsroute is dit onderdeel van het hoofdfietsnetwerk (Mobiliteitsprogramma Delft 2040). De locatie is daarmee goed verbonden met zowel bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 48
bestemmingsplan Verbreding Schie het groene buitengebied als belangrijke stedelijke voorzieningen en stations. Onderdeel van het plan is om deze loop- en fietsverbinding te versterken en te integreren in een groene corridor. Openbaar vervoer Het plangebied ligt op circa 15 minuten looptijd en 6 minuten fietstijd van station Delft Campus. Er is geen busvervoer in de nabijheid van het plan. De openbaarvervoerbereikbaarheid is daarmee voldoende. Gemotoriseerd verkeer De loswal wordt ontsloten via de Marconiweg. De Marconiweg is een erftoegangsweg als onderdeel van het industrieterrein Schieoevers Zuid (maximumsnelheid 30 km/h). De Marconiweg sluit aan op de wijkontsluitingsweg Schieweg (ter plaatse eveneens 30 km/h) en via deze weg wordt direct aangesloten op de Kruithuisweg, een provinciale stroomweg tussen de rijkswegen A13 en A4. De bereikbaarheid van het plangebied voor gemotoriseerd verkeer is daarmee goed. De stad Delft en de regio zijn snel en direct bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer. Verkeersaanbod Het plan maakt een zandhandel met loswal en een openbare loswal mogelijk. De verkeersgeneratie van de zandhandel is maatgevend en wordt beperkt door de overslagsnelheid. Daarom is medegebruik van de openbare loswal noodzakelijk met mobiele kranen. De openbare loswal wordt daarnaast gebruikt door derden.
De maximale overslag van zand ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf zandhandel' bedraagt maximaal 250.000 m3 en de maximale overslag (zand of andere producten) voor de openbare loswal ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – loswal' bedraagt 150.000m3. De totale maximale jaarlijkse overslag van de zandhandel en van derden bedraagt gezamenlijk maximaal 400.000 m3. Met een gemiddelde capaciteit van 15 m3 per vrachtwagen zijn jaarlijks maximaal 53.333 vervoersbewegingen te verwachten voor de zandhandel. De verkeersgeneratie van dit plan is daarmee gemiddeld 213 verkeersbewegingen per werkdag (bij 50 werkweken en 5 werkdagen per week). De zandhandel is geopend maandag tot en met vrijdag van 6.00 uur tot 18.00 uur waarbij de overslag plaatsvindt tussen 7.00 uur en 16.00 uur. Dit type bedrijfsactiviteiten leiden doorgaans tot een relatief evenwichtige verdeling van verkeer over de dag met een kleine extra druk in de ochtendperiode. In dit specifieke geval wordt als worst-case benadering uitgegaan van een extra piekdruk in de ochtendspits (7 tot 8) van 10%. De maximale (worstcase) toename in een ochtendspitsuur is daarmee 26 vrachtwagenbewegingen (13 ingaand en 13 uitgaand), wat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt.
Verkeersafwikkeling Het plangebied wordt ontsloten via een rechte aansluiting op, en in het verlengde van, de Marconiweg. De Marconiweg sluit aan op de Schieweg en vervolgens de Kruithuisweg (zie 20 Verkeersafwikkeling). De toename van vrachtverkeer leidt op deze wegen niet tot verkeersopstoppingen, daarvoor zijn de aantallen zeer beperkt te noemen. Onderzocht is of het kruispunt van de Marconiweg en de Schieweg voldoende capaciteit heeft. Uit dit onderzoek (Verkeerstelling en bepaling restcapaciteit, dtv-consultants) blijkt dat de restcapaciteit in de spitsen zeer groot is. Het extra verkeer kan zonder problemen worden afgewikkeld via Marconiweg en Schieweg. Het is daarom niet nodig aanpassingen te doen aan deze aansluiting of alternatieve ontsluitingsroutes te gebruiken. De loswal heeft voldoende opstelruimte voor vrachtwagens (zie 21 Opstelplaats vrachtwagens). Incidenteel kan een vrachtwagen kort moeten wachten voordat deze het terrein op kan rijden. In dat geval is er op de Marconiweg voldoende ruimte voor een vrachtwagen om kort te wachten. Door de breedte en inrichting van de Marconiweg leidt dit niet tot problemen voor de verkeersafwikkeling of bereikbaarheid van aanliggende percelen. Verkeersveiligheid Naast een goede verkeersafwikkeling is een veilige inpassing nodig. Er is een aantal aandachtspunten te identificeren, waar in het ontwerp aandacht aan is besteed.
Dit zijn: het kruispunt van de uitrit van de te realiseren loswal en het doorgaande fiets-/ /bromfietspad en voetpad; de effecten op de omrijroute van (brom)fietsers en voetgangers bij de incidentele afsluiting van het bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 49
bestemmingsplan Verbreding Schie doorgaande bromfietspad ten behoeve van Avalex; het medegebruik door (brom)fietsers van de Turbineweg ter hoogte van de nieuwe ligplaats/auto-afzetplaats. Kruispunt uitrit met fiets-/bromfietspad Bij het ruimtelijke ontwerp van de te realiseren loswal, fiets-/bromfietspad en voetpad is rekening gehouden met goede zichtlijnen. Passerende vrachtwagens hebben goed zicht op aankomende (brom)fietsers en voetgangers en vice versa. Bovendien is de openbare verlichting onderdeel van de opgave voor een verkeersveilige kruising. Het ontwerp biedt daarmee de basis voor een verkeersveilig inpassing van de uitrit. Effecten op incidentele omrijroute bromfietsverkeer In de bestaande situatie wordt het fiets-/bromfietspad incidenteel afgesloten vanaf de Marconiweg tot aan de Schieweg nabij Avalex. Dit gebeurt als veiligheidsmaatregel wanneer Avalex gebruik maakt van de aanwezige loswal en de kranen voor het laden/lossen over het fiets-/bromfietspad heen bewegen. Het (brom)fietsverkeer wordt daarbij omgeleid via de Marconiweg, Voltaweg en Schieweg.
Vanaf de uitrit van de te realiseren loswal tot aan de aansluiting van de Voltaweg op de Marconiweg, levert het extra vrachtverkeer van de te realiseren loswal (in het drukste ochtendspitsuur 25 extra bewegingen per uur), in het geval van deze incidentele en tijdelijke afsluiting daardoor extra potentiële contactmomenten op met (brom)fietsverkeer dat moet omrijden. Het is mogelijk het (brom)fietsverkeer op een andere plek van het fiets-/bromfietspad af te leiden (via de Teslaweg) waardoor het kriskras verkeer op de uitrit wordt vermeden. Deze mogelijkheid is in het ontwerp opgenomen. Medegebruik gedeelte Turbineweg door (brom)fietsersDoor het verbreden van de Schie en de aanleg van ligplaatsen, is de ruimte voor een vrijliggend fiets-/bromfietspad ter hoogte van de Tubineweg niet mogelijk. (Brom)fietsverkeer wordt daarom over de Turbineweg geleid, parallel aan de Schie. De aansluiting van de Tubineweg op de Energieweg en de aansluiting van het fiets-/bromfietspad op de Turbineweg wordt hiervoor heringericht. De doorgaande fietsroute wordt daarmee doorgezet. Daarnaast is in het ontwerp een doorgaand trottoir opgenomen, zodat voetgangers ongehinderd langs de kade kunnen lopen. Parkeren Het totale aantal m2 bvo bestaat uit een kantoor- en kantineruimte van circa 50 m2 bvo en een bedieningsruimte van circa 30 m2 bvo.
Op basis van de Nota Parkeernormen 2018 worden hiervoor de functies "kantoor" en "bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief" gehanteerd en als gebied "Rest Delft". De daarbij behorende normen zijn 1,4 respectievelijk 0,85 per 100 m2 bvo. De normatieve parkeerbehoefte bedraagt daarmee 0,7 plus 0,255 = 0,955. Dit betekent een parkeereis van 1 parkeerplaats. In het ontwerp is rekening gehouden met 2 parkeerplaatsen ten behoeve van de kantoorfunctie op het terrein van de zandhandel. Daarmee wordt ruim voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de beoogde functies. Conclusie verkeer en infrastructuur Het plangebied is goed ontsloten voor langzaam verkeer en gemotoriseerd verkeer. Ook is het gebied per trein bereikbaar binnen redelijke fietsafstand. De toename van verkeersbeweging als gevolg van de nieuwe functies zijn goed af te wikkelen via de bestaande infrastructuur. In de bestaande loop- en (brom)fietsroute langs de Schie wordt een nieuwe uitrit gerealiseerd om het plangebied te ontsluiten. Op dit kruispunt is sprake van voldoende zicht op bromfietsverkeer en voetgangers en is een verkeersveilig kruispunt in te passen, dat voldoet aan de richtlijnen. Door de bestaande incidentele omleidingsroute voor (brom)fietsverkeer en het medegebruik van de Turbineweg door (brom)fietsverkeer zijn er extra potentiële contactmomenten tussen (brom)fietsers en (vracht)verkeer mogelijk.
Door de lage snelheid van het verkeer en de beperkte hoeveelheid verkeer, leidt niet tot verkeersonveilige situaties. Het plan voldoet op het gebied van verkeer en infrastructuur aan een goede ruimtelijke ordening.
bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 50
bestemmingsplan Verbreding Schie
4.11
NGE (Niet Gesprongen Explosieven)
Het is bekend dat in/rondom het plangebied in de Tweede Wereldoorlog oorlogsactiviteiten hebben plaatsgevonden. Hierdoor bestaat de kans dat in het gebied (niet gesprongen) Conventionele Explosieven (CE) zijn achtergebleven in de bodem. Om risico's te voorkomen tijdens de werkzaamheden van het project is een Vooronderzoek Conventionele Explosieven uitgevoerd (Bombs Away, 14 februari 2020, 19P194 versie B zie bijlage 22 Niet gesprongen explosieven oeverkade Delftse Schie). Naast het plangebied zelf is hierbij ook het Abtswoudsebos meegnomen/onderzocht omdat daar de vereiste watercompensatie zal worden gerealiseerd. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat er een aantal op CE verdachte gebieden binnen het uitvoeringsgebied liggen. Dit betekent dat er tijdens de uitvoering van de geplande werkzaamheden een risico is op het aantreffen van CE en mogelijke detonatie hiervan. Geadviseerd is om voorafgaand aan de werkzaamheden nader onderzoek uit te voeren in de vorm van een benaderingsonderzoek. Met het uitvoeren van dit aanvullend onderzoek wordt voldaan aan het belang van NGE en vormt dit aspect geen belemmering voor het project.
Afbeelding: Onderzoeksgebied (bron: Vooronderzoek Bombs Away 14 februari 2020)
bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 51
bestemmingsplan Verbreding Schie
Hoofdstuk 5 5.1
Archeologie en Cultuurhistorie
Archeologie
Wettelijk kader Conform de Erfgoedwet beschermd de gemeente Delft het archeologisch erfgoed middels het bestemmingsplan. Bekende en verwachte archeologisch waardevolle gebieden krijgen een archeologische (mede)bestemming. Binnen deze zones dienen bodemverstorende ingrepen zoveel mogelijk te worden beperkt. Bodemverstorende werkzaamheden die de aan de bestemmingszones gekoppelde vrijstellingsgrenzen overschrijden, worden gebonden aan het vergunningenstelsel. Zodoende kan het belang van het archeologisch erfgoed worden meegewogen bij het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning. Dit kan ertoe leiden dat er eisen worden gesteld aan de uitvoering van de werkzaamheden, of dat de voorgenomen in greep alleen na archeologisch onderzoek wordt toegestaan. Om dit op een verantwoorde en transparante wijze te kunnen doen is gemeentelijk archeologiebeleid wenselijk. Dergelijk beleid is in Delft nog niet vastgesteld. De gemeente beschikt echter al sinds 1991 over een eigen gemeentelijk archeologische dienst. Hier is uitgebreide lokale kennis aanwezig, waardoor een correcte omgang met de archeologische waarden binnen de gemeente wordt gewaarborgd. Archeologie Delft hanteert sinds 2012 een archeologische beleidskaart voor de gehele gemeente. Deze kaart is gebaseerd op gedetailleerde kennis van de lokale landschapsontwikkeling, cultuurhistorie en het bodemarchief.
Op de beleidskaart worden de verschillende archeologische verwachtingsgebieden binnen de gemeente gekoppeld aan vrijstellingsgrenzen. Bodemverstorende werkzaamheden die deze grenzen niet overschrijden worden op voorhand vrijgesteld van de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek. Door middel van het hanteren van een gedifferentieerd vrijstellingenbeleid wordt binnen de gehele gemeente gezocht naar een goede balans tussen de verwachte aanwezigheid van archeologische resten en de voorwaarden die worden verbonden aan bodemverstorende activiteiten. Bestaande situatie plangebied Aanvankelijk bestond de ondergrond van het onderzoeksgebied uit veen, het zogenaamde Hollandveen. Rond 300 voor Chr. werden er in dit veen geulen uitgeschuurd, waarin zandige sedimenten werden afgezet (Laagpakket van Walcheren). Deze geulafzettingen komen in vrijwel het gehele onderzoeksgebied voor. Buiten deze geulen werd een dik kleipakket afgezet. Als gevolg van oxidatie en klink is er in het verleden inversie opgetreden in het landschap. Hierdoor zijn de geulafzettingen als hogere ruggen in het landschap komen te liggen. Deze geulafzettingen vormden dan ook ideale vestigingsplaatsen in zowel de Romeinse tijd als de Late Middeleeuwen. Vanuit historische kaarten zoals de Kaart van Kruikius (1712) is er een molenplaats uit de Nieuwe Tijd binnen het plangebied bekend.
Archeologisch onderzoek Er zijn in het verleden verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd binnen het plangebied. Er heeft een bureau- en booronderzoek plaatsgevonden (J.P. Bakx (red), 2013: Verbreding van de Delftse Schie, Schiekade (gemeente Delft). Een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek, Delftse Archeologische Rapporten 115), op basis waarvan een vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden in de vorm van proefsleuven (J. Loopik, R.C.A. Geerts en J. Huizer, 2014: Vergraven loopgraven. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven in het kader van de verbreding van de Delftse Schie, gemeente Delft, ADC Rapport 3711). Met deze onderzoeken is aangetoond dat in het grootste gedeelte van het plangebied geen archeologische resten aanwezig zijn. Archeologische medebestemming Het grootste gedeelte van het plangebied is onderzocht en heeft geen medebestemming archeologie nodig. Het zuidelijke deel van het plangebied is nog niet onderzocht en hier is sprake van twee archeologische verwachtingszones. Omdat aan deze zones verschillende vrijstellingen worden gekoppeld, is er ook sprake van twee archeologische medebestemmingen. Indien bodemverstorende ingrepen de gestelde vrijstellingsgrenzen overschrijden, is archeologisch onderzoek een voorwaarde bij bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 52
bestemmingsplan Verbreding Schie het verlenen van een omgevingsvergunning. De zone “Waarde – Archeologie I” omvat de zone waarvan op basis van historisch kaartmateriaal is vastgesteld dat er een molenplaats aanwezig was tijdens de Late Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd. Binnen deze zone zijn bodemingrepen tot 50 m2 en 30 cm –maaiveld vrijgesteld van archeologisch onderzoek. De zone 'Waarde -Archeologie II” omvat geulafzettingen van de Gantel Laag waarop bewoningsresten vanaf de Romeinse tijd aangetroffen kan worden. Binnen deze zone zijn bodemingrepen tot 100 m2 en 40 cm –maaiveld vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Daarnaast is te alle tijden, binnen het gehele bestemmingsplangebied, de algemene meldingsplicht bij het aantreffen van oudheden van toepassing. Op basis van paragraaf 5.4 van de Erfgoedwet moet iedereen die, anders dan bij het doen van archeologisch onderzoek, iets vind waarvan hij/zij weet of kan vermoeden dat het een (roerend of onroerend) monument betreft, dit melden bij de minister van OCW (in deze, bij de gemeente Delft via telnr. 0620526028). Indien het bevoegd gezag van mening is dat dit noodzakelijk is, moet er tijd en ruimte geboden worden de resten te onderzoeken, documenteren en eventueel veiligstellen. Het niet melden van het aantreffen van oudheden is een overtreding van de Erfgoedwet en daarmee een strafbaar feit.
Consequenties die hieraan verbonden kunnen worden zijn het intrekken van de verleende omgevingsvergunning of het opleggen van een geldboete. Deze meldingsplicht geldt ook in gebieden waar geen archeologische medebestemming van kracht is en ook voor werkzaamheden die binnen de vrijstellingsgrenzen vallen.
Afbeelding: Plangebied met aangeduid 2 medebestemmingen Archeologische Waarde. bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 53
bestemmingsplan Verbreding Schie
5.2
Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing
Historischeontwikkeling, cultuurhistorischewaarden De Delftse Schie is als hoofdwetering samen met de aansluitende slotenpatroon en strokenverkaveling kenmerkend voor het veenontginningslandschap. De Delftse Schie werd in de 11de eeuw gegraven en was daarvoor een veenstroompje. De waterloop diende, naast voor berging en afvoer van overtollig polderwater, ook voor de scheepvaart en werd tussen de 17de en 19de eeuw gebruikt als trekvaartroute. De Delftse Schie vormde de verbinding tussen Delft en Rotterdam en maakte deel uit van een groot netwerk van trekvaarten in Holland. De trekvaarthistorie zorgde voor een belangrijke ontwikkeling op het gebied van personenvervoer, waarbij de trekschuiten langs het jaagpad werden voortgetrokken naar de juiste bestemming. Het jaagpad langs de Delftse Schie is in het plangebied nog goed te herkennen als verhard fietspad. Naast de hoofdwetering en het jaagpad is de poldergrens op de Cultuurhistorische Kaart van de provincie Zuid-Holland aangeduid als waardevol historisch-landschappelijke lijn. In het plangebied is echter de poldergrens, bestaande uit de hoofdwetering en aansluitende perceelssloten, niet meer goed te herkennen door het bedrijventerrein aan weerszijden van de Schie. Deze relatie tussen het bewoningslint langs de Schie en het achterliggende polderlandschap is nog wel aanwezig ten zuiden van het plangebied.
Wat betreft historisch bouwkundige waarden in het plangebied, zijn de drakentanden noemenswaardig. Deze trapeziumvormige betonnen blokken maken onderdeel uit van de Duitse verdedigingslinie (Atlantikwall) en hebben een hoge cultuurhistorische waarde als elementen die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog. Ontwerp Met de nieuwe plannen wordt de westelijke Schieoever in het plangebied grotendeels getransformeerd van een landschappelijke groene oever naar een meer industriële harde oever. Door de verbreding van de Schie kan het historisch jaagpad, nu nog te herkennen in de vorm van het fietspad, niet behouden blijven op de huidige locatie. Het fietspad wordt verplaatst om de verbreding van de Schie te accommoderen en zo wordt ook het jaagpad na de werkzaamheden teruggebracht. In de huidige situatie zijn de drakentanden op een dijkje gesitueerd en deels aan de hoogteverschillen aangepast. In de plannen worden de tanden verschoven maar blijven deze wel aanwezig in hetzelfde gebied. Afweging Met de verplaatsing van de loswallen wordt de huidige groene en glooiende oever ter plekke van de loswallen aangepast naar een hardere kade, vergelijkbaar met de kades in gebied ten noorden van de Kruithuisweg. Het groengebied in het midden zal opnieuw als groengebied worden ingericht, waarbij de drakentanden naar het westen worden verschoven. Ook het fietspad zal worden verschoven.
Vanuit de waardering voor de Schie als belangrijke provinciale trekvaartroute wordt het fietspad gezien als verwijzing naar het voormalige jaagpad. Belangrijk is om deze structuur te handhaven. Het verplaatsen van de drakentanden is onvermijdelijk. Door deze echter in het nieuwe ontwerp zorgvuldig op te nemen, wordt het cultuurhistorische verhaal op een goede manier zichtbaar gemaakt.
bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 54
bestemmingsplan Verbreding Schie
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planbeschrijving
Inleiding
Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een verbeelding met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.
6.2
Systematiek bestemmingen
6.2.1
Inleidende regels
Begrippen In dit artikel zijn de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. In de begrippen is 'bevoegd gezag' opgenomen (als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht). Als hoofdregel geldt dat het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is, tenzij een ander orgaan is aangewezen zoals gedeputeerde staten van de provincie indien het een project van provinciaal belang betreft, of een minister voor projecten van nationaal belang. Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten, die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, gemeten moeten worden. 6.2.2
Bestemmingsregels
Bestemmingen Groen De bestemming 'Groen' is toegekend aan de delen van het plangebied die een groene invulling behouden net zoals in het voorheen geldende bestemmingsplan. Ook de aanduiding ecologische verbindingszone blijft daarbij behouden. Binnen deze bestemming zijn onder andere toegestaan groenstructuren, recreatieve voorzieningen en langzaam verkeersroutes. Verkeer In de bestemming 'Verkeer' zijn de gebruikelijke functies toegekend zoals hoofdrijbanen, verblijfs- en verkeersvoorzieningen, kades, nutsvoorzieningen en geluidwerende voorzieningen. Middels de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - loswal' is een openbare laad- en losfunctie mogelijk gemaakt. Tevens is een aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zandhandel' opgenomen waarmee op die locatie specifiek zandhandel activiteiten worden toegestaan. Water De bestemming 'Water' laat zien welk deel van de bestaande kade wordt afgegraven ter verbreding van de Schie. Deze gronden hadden voorheen de bestemming 'Groen' en dat wordt nu gewijzigd in de bestemming 'Water'. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden opgericht. De bestemming komt overeen met de bestemming 'Water' in het bestemmingsplan Schieoevers Zuid. bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 55
bestemmingsplan Verbreding Schie Overige bestemmingen Waarde - Archeologie In het plangebied zijn, voor een klein gedeelte, twee dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Deze gebieden hebben op basis van de archeologische verwachtingskaart mogelijk archeologische waarde. Bouwen is op deze gronden uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels met uitzondering van projecten kleiner of gelijk aan 100 dan wel 50 m2, of nadat uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of door middel van een wijzigingsbevoegdheid de bestemming archeologisch waardevol gebied is verwijderd. Waarde - Cultuurhistorie De bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' is opgenomen ter bescherming van de aanwezige drakentanden langs de Schie ter hoogte van de Turbineweg. Dit object heeft cultuurhistorische waarde. Aan het bouwen op deze gronden zijn voorwaarden gekoppeld om de cultuurhistorisch waarden te beschermen en te behouden. Tevens is aan deze bestemming een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gekoppeld. Waterstaat - Waterkering In het plangebied komt ook een beschermingszone van een waterkering voor. Hiervoor is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. De gronden hebben nog een andere secundaire bestemming gekregen, zoals 'Groen' en 'Verkeer'.
Bouwwerken ten behoeve van de andere voor die gronden geldende bestemmingen zijn slechts toelaatbaar met een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels. De omgevingsvergunning wordt verleend als de waterkeringsbelangen hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Het bevoegd gezag wint advies in bij de beheerder van de waterkering, voordat zij beslist op het verzoek om een omgevingsvergunning. 6.2.3
Algemene regels
6.2.3
Algemene regels
Antidubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Dit zou bijvoorbeeld aan de orde kunnen zijn ingeval (onderdelen van) bebouwingsstroken van verschillende eigenaars zijn. Algemene aanduidingsregels In dit artikel is een aanwijzing opgenomen (vrijwaringszone - vaarweg) ter bescherming van het beheer en onderhoud en de veiligheid van het vaarverkeer op de Schie. Daarvoor is het niet wenselijk in de vrijwaringszone te bouwen. Met een omgevingsvergunning is het onder voorwaarden wel mogelijk. De vaarwegbeheerder moet om advies worden gevraagd als over een vergunningaanvraag wordt beslist. Algemene bouwregels In dit artikel zijn bouwregels opgenomen die gelden voor alle gebouwen binnen het plangebied. Deze regels gelden naast de overige regels in het plangebied. Algemene gebruiksregels In dit artikel is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. In lid 1 is aangegeven welk gebruik in ieder geval verboden is. In lid 2 staan de gebruiken welke een uitzondering vormen op het eerste lid.
Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt aangegeven in hoeverre en in welke gevallen bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels ingeval van geringe afwijkingen van de bouwregels. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor een beperkte overschrijding van bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 56
bestemmingsplan Verbreding Schie bestemmingsgrenzen. 6.2.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht Dit artikel bevat de overgangsregels met betrekking tot het bouwen en het gebruik van gronden. In afwijking van de bouwregels blijven enige bouwmogelijkheden bestaan voor die gebouwen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan afwijken van het plan en die zijn of worden gebouwd bij of krachtens de Woningwet of Wabo. Bestaande afwijkingen mogen in principe niet worden vergroot. Het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat het in werking treedt, mag worden voortgezet. Het overgangsrecht is echter niet van toepassing op gebruik dat al in strijd was met het voorgaande plan. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan, indien de afwijking hierdoor in mindere mate strijdigheid met dit bestemmingsplan oplevert. Slotregel Hierin is de naam van het bestemmingsplan opgenomen.
bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 57
bestemmingsplan Verbreding Schie
Hoofdstuk 7
Handhaving
Als kader voor handhaving wordt het door B&W vastgestelde beleidskader 'Veiligheid van de gemeente Delft' gehanteerd. Handhaving zal plaatsvinden op basis van strategie (risicoanalyse, prioriteren en programmeren). Aandachtspunten daarbij zijn onder andere: de gevolgen voor gebruikers en omgeving (veiligheid, gezondheid en milieu), het gedrag van de overtreder, legalisatiemogelijkheden, beschikbare capaciteit en de termijn waarbinnen handhaving mogelijk is (de wettelijk redelijke termijn waarbinnen zaken verjaren). Uiteraard zal altijd worden gereageerd op klachten van omwonenden of andere partijen. Doordat illegale situaties die reeds in strijd waren met het voorgaande bestemmingsplan worden uitgezonderd van het overgangsrecht, bestaat op grond van de jurisprudentie ook na langere tijd in beginsel nog de mogelijkheid om handhavend op te treden, indien een situatie aan het licht komt die redelijkerwijze niet eerder bekend kon zijn. Juridisch zijn deze situaties immers wegbestemd. Per geval zal door het bevoegde bestuursorgaan een zorgvuldige belangenafweging worden gemaakt.
bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 58
bestemmingsplan Verbreding Schie
Hoofdstuk 8 8.1
Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid
Inspraak en overleg
Op grond van artikel 3.1.1. Bro dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het conceptontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de relevante overlegpartners: 1.
Provincie Zuid-Holland;
2.
ProRail;
3.
KPN;
4.
Tennet;
5.
Stedin;
6.
Gasunie;
7.
Evides;
8.
Pipeline Control;
9.
Veiligheidsregio Haaglanden;
10.
Hoogheemraadschap van Delfland;
11.
Ministerie van Defensie;
12.
Ministerie van I&W/Rijkswaterstaat;
13.
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
14.
GGD Haaglanden.
De onder 1, 4, 6, 7, 9 en 12 genoemde instanties hebben gereageerd en aangegeven geen opmerkingen over het plan te hebben. De onder 3 en 10 genoemde instantise hebben een inhoudelijke reactie ingediend. Deze reacties worden hieronder besproken. Van de overige overlegpartners is geen reactie ontvangen. Reactie KPN Samenvatting KPN geeft aan in het verleden (2020) reeds contact te hebben gehad met Arcadis over de voorgenomen plannen. De plannen hebben grote consequenties voor de hoofdinfrastructuur van KPN op diverse locaties die de Schie kruisen. In verband hiermee wenst KPN in een vroeg stadium betrokken te worden bij de verdere uitwerking van de plannen zodat rekening gehouden kan worden met de belangen/infratructuur van KPN. Reactie Het belang van KPN wordt onderschreven door de gemeente. Het verzoek voor nader overleg/afstemming is doorgezet naar Arcadis.
Reactie Hoogheemraadschap van Delfland
Samenvatting bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 59
bestemmingsplan Verbreding Schie Paragraaf 3.3.1 en paragraaf 4.3: Bij Delfland is inmiddels nieuw waterschapsbeleid vastgesteld. Verzocht wordt de tekst aan te passen met verwijzing naar het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6). Reactie De tekst is aangepast in de betreffende paragrafen. Samenvatting In de inleiding wordt aangegeven, dat de Beleidsregel dempen en graven compensatie van verharding voorschrijft. Dit is onjuist. De Beleidsregel dempen en graven schrijft voor, dat te dempen water elders in open water gecompenseerd dient te worden. De compensatie van toename van verhard oppervlak komt voort uit het standstill-beginsel, conform de beleidsnota Beperken en voorkomen wateroverlast. Verzocht wordt dit aan te passen. Reactie Dit is aangepast in de tekst. Samenvatting Verzocht wordt de waterparagraaf nader uit te werken. Aandachtspunten hierbij zijn de mogelijkheden voor het afwateren op een ander peilvak, de ingevulde watersleutel toe te voegen, getallen inzake verharding in de tabel en in de tekst met elkaar in overeenstemming te brengen en te onderbouwen hoe afwatering van de ligplaatsen en de loswal naar de Schie gerealiseerd wordt. Reactie De waterparagraaf is aangepast met inachtneming van de aangegeven punten. Samenvatting Aangegeven wordt, dat de verbreding van de Schie voldoende oppervlak biedt, om voor de opgave van de ligplaatsen en de loswal te compenseren.
Dit is mogelijk maar van belang is, dat het gegraven water niet al voor andere projecten ingezet is. Dit dient in de watervergunning te worden uitwerkt. Reactie Dit zal in de watervergunning uitgewerkt worden. Samenvatting Er wordt op gewezen, dat vergunningen verplicht zijn voor het dempen en graven en het graven van extra water voor de realisatie van oppervlaktewater (in en ander peilvak). Reactie Hier wordt rekening mee gehouden. Samenvatting Verzocht wordt in de regels een voorwaardelijke verplichting voor de realisatie van de wateropgave op te nemen. Reactie Het is niet gebruikelijk voorwaardelijke verplichtingen op te nemen in een plan, die betrekking hebben op verplichtingen/afspraken die uitgevoerd zullen worden door het bevoegd gezag zelf. Het is vaste jurisprudentie dat een voorwaardelijke verplichting niet nodig is als de gemeente eigenaar is van de gronden waarop de maatregelen moeten worden getroffen en de gemeente het (derhalve) in haar macht heeft de noodzakelijke maatregelen te treffen. De realisatie van de wateropgave in het Abtswoudse bos, als resultante van intensief overleg tussen gemeente/pro- vincie/Staatsbosbeheer en Hoogheemraadschap, wordt in de waterparagraaf gedetailleerd beschreven en is daarmee voldoende in het bestemmingsplan opgenomen.
Samenvatting Verzocht wordt vast te leggen, dat de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 60
bestemmingsplan Verbreding Schie is, om verslechtering van de grondwaterstanden te voorkomen. De grondwaterstand van bestaande gebouwen mag niet veranderen. Het wel/niet ontstaan van grondwaterproblemen is in de huidige situatie niet te beoordelen. Daarnaast is ook de vraag, waar naartoe een mogelijke drainage zal afwateren. Verzocht wordt dit verder uit te werken. Reactie Deze aspecten worden meegenomen in de verdere uitwerking van de plannen. Deze plannen zullen in samenspraak met het hoogheemraadschap worden uitgewerkt. Het voorkomen van wijzigingen in de grondwaterstand betreft een uitvoeringsaspect. Uit de waterparagraaf blijkt dat de maatregelen hiervoor uitvoerbaar zijn. Uitvoeringsaspecten kunnen niet met een voorwaardelijke verplichting in de planregels worden opgenomen. Bovendien legt de gemeente - zoals eerder aangegeven - zichzelf geen voorwaardelijke verplichting op. Samenvatting Verzocht wordt de verlegging van de kering in de waterparagraaf op te nemen en de nieuwe ligging van de dubbelbestemming “Waterstaat – Waterkering” op de verbeelding aan te geven. Reactie Dit is aangepast op de verbeelding. Samenvatting In het waterstaatswerk en de beschermingszone gelden regels en beperkingen (zie Beleidsregel medegebruik waterkeringen). Voor de verlegging van de kering en activiteiten in deze zones is een watervergunning verplicht.
Reactie Hier wordt rekening mee gehouden.
Zienswijze Na het wettelijk vooroverleg wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven.
Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
8.2
Financiële uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening voorziet in een verplichting tot het verhaal van gemeentelijke kosten. Dat kan op publiekrechtelijke grondslag, via een exploitatieplan dat gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd dient te worden. Maar ook kan het gemeentelijke kostenverhaal geregeld worden via een zogenoemde anterieure overeenkomst over grondexploitatie met de initiatiefnemer/ontwikkelaar, als bedoeld in artikel 6.24 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De reikwijdte van de exploitatieplanplicht en het daaruit voortvloeiende kostenverhaal, volgt uit de omschrijving van bouwplannen zoals bepaald in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Gemeente Delft en Provincie Zuid-Holland zijn gezamenlijk opdrachtgever voor deze ontwikkeling. Hierbij zijn geen marktpartijen betrokken waarop kostenverhaal van toepassing is. Verplicht kostenverhaal is derhalve niet aan de orde. Ter uitvoering van de verschillende onderdelen van deze ontwikkeling hebben gemeente en provincie voldoende financiële middelen gereserveerd en beschikbaar.
bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 61
Verbreding Schie NL.IMRO.0503.BP0071-2001
bestemmingsplan Verbreding Schie
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 7
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Bestemmingsregels Groen Verkeer Water Leiding - Hoogspanning Waarde - Archeologie I Waarde - Archeologie II Waarde - Cultuurhistorie Waterstaat - Waterkering vrijwaringszone - vaarweg
8 8 9 11 12 14 16 18 19 20
Hoofdstuk3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
21 21 22 24 25 26
Hoofdstuk4 Artikel 17 Artikel 18
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
27 27 28
bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 2
bestemmingsplan Verbreding Schie
Regels
bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 3
bestemmingsplan Verbreding Schie
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In dit plan wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan Verbreding Schie met identificatienummer NL.IMRO.0503.BP0071-2001 van de gemeente Delft; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt; 1.6
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7
bebouwingsgebied
achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; 1.8
bebouwingspercentage
de oppervlakte van de bebouwing, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van het bouwvlak; 1.9
bedrijf
een bedrijf dat gericht is op het vervaardigen en/of opslaan van producten zoals genoemd in de LvB, niet zijnde detailhandel, kantoor, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, hotel en horeca; 1.10
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.11
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12
Bevi-inrichtingen
bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.13
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.14
bijbehorende voorzieningen
voorzieningen die ten dienste staan van en ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming zoals parkeren, groen, water, ontsluitingswegen, bruggen, duikers, kades, taluds of beschoeiingen;
bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 4
bestemmingsplan Verbreding Schie 1.15
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.18
bouwlaag
een tussen twee opeenvolgende vloeren gelegen, voor verblijf geschikt, deel van een gebouw met uitsluiting van een kap; 1.19
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.21
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct op indirect steun vindt op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.23
burgemeester en wethouders
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft; 1.24
bvo (brutovloeroppervlak)
het totale gebouwde vloeroppervlak; 1.25
ecologische zone
natuur met de mogelijkheid voor migratie van dieren en planten; 1.26
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en deze die inrichting niet verbieden; 1.27
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is 1.29
Hoogheemraadschap
het Hoogheemraadschap van Delfland; bestemmingsplan "Verbreding Schie" (vastgesteld) 5
bestemmingsplan Verbreding Schie 1.30
kunstwerken
voortbrengsels van de beeldende kunsten en bouwwerken waarvoor andere materialen dan aarde en zand gebruikt zijn, zoals sluizen, tunnels, bruggen, viaducten enz; 1.31
kwetsbare objecten
objecten zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 sub l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.32
loswal
openbare laad- en losvoorziening voor laden en lossen vanaf de weg/wal en laden en lossen vanaf schepen. 1.33
LvB
de Lijst van Bedrijfstypen die onderdeel uitmaakt van deze regels; 1.34
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.35
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.36