Bestemmingsplanboekje Schieoevers Noord (KD en NH) HERSTELBESLUIT
Tekst van het document
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 geluidnormen in de planregels geborgd dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.3
Verkeer en parkeren
4.3.1
Kader
Het kader voor de uitwerking van het aspect parkeren en verkeer wordt gevormd door het beleid van de gemeente Delft, dat is neergelegd in het Ontwikkelplan Schieoevers Noord, het MER met het Spelregelkader, het Mobiliteitsprogramma Delft 2040, de Parkeervisie met Mobiliteitsvisie Schieoevers Noord en het Ruimtelijk Kwaliteitskader. Door de transformatie van Kabeldistrict en Nieuwe Haven verandert in vergelijking met de huidige situatie de parkeervraag en de verkeersgeneratie. De verandering in de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkellocatie heeft ook effect op de verkeersstromen op de omliggende wegen. Hiervoor is in het Spelregelkader een aantal randvoorwaarden beschreven voor de ontwikkeling (zie hoofdstuk 4 van het Spelregelkader, Bijlage 53 bij dit bestemmingsplan). Ten behoeve van de onderhavige ontwikkeling en het effect hiervan op de infrastructuur zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Door Goudappel (2021) is een mobiliteitsplan opgesteld voor zowel Kabeldistrict (Bijlage 35) als Nieuwe Haven (zie Bijlage 36). Daarnaast zijn de verkeerseffecten van Laga separaat in beeld gebracht door Aveco de Bondt (Bijlage 40). 4.3.2
Onderzoek: verkeersafwikkeling
Voor Kabeldistrict en Nieuwe Haven zijn twee separate mobiliteitsplannen opgesteld. Deze mobiliteitsplannen zijn gebaseerd op het verkeersmodel van Goudappel waarin de verkeersafwikkeling is geanalyseerd. In beide mobiliteitsplannen wordt rekening gehouden met de realisatie van beide deelgebieden en relevante projecten in de omgeving. De beide ontwikkelingen hebben een verkeersaantrekkende werking en zullen dus extra verkeer in het gebied genereren ten opzichte van de huidige situatie. Dit geldt overigens alleen voor de ontwikkelingen van Kabeldistrict en Nieuwe Haven (incl. Laga), omdat voor de overige delen de huidige situatie in het bestemmingsplan gehandhaafd blijft. Om na te gaan of het toekomstige verkeersaanbod goed afgewikkeld kan worden, is nagegaan wat het effect van het plan is op de omliggende kruispunten. Kabeldistrict Op basis van de ontwikkeling van de intensiteiten op de verschillende kruispunten kan worden geconcludeerd dat de kruispunten Schieweg - aansluiting Kruithuisweg een effect heeft. Op de andere kruispunten is het effect beperkt of neemt het verkeer potentieel af. De toename op de kruispunten Schieweg - aansluiting Kruithuisweg is aanleiding om de verkeersafwikkeling op dit punt nader te analyseren. De conclusie van de kruispuntanalyse is dat het huidige kruispunt het verkeersaanbod bij realisatie van het Kabeldistrict goed kan verwerken.
Er is zelfs capaciteit te winnen bij het aanpassen van de verkeerslichtenregeling. Wel is het op termijn aan te bevelen de opstellengte van sommige richtingen op dit kruispunt te vergroten. Het vigerende bestemmingsplan biedt hier de ruimte voor. Daarnaast zijn hierover afspraken gemaakt met de ontwikkelaar en is hiervoor budget gereserveerd. In de business case Schieoevers Noord zijn op basis van onder andere afspraken met ontwikkelaars bedragen hiervoor gereserveerd. Middels de monitoring wordt inzichtelijk gemaakt wanneer de aanpassingen gewenst zijn. De ontwikkeling van Kabeldistrict leidt dus niet tot problemen bij de verkeersafwikkeling op de Kruithuisweg. De autonome situatie 2030 plus het planeffect laat een ander beeld zien dan de plansituatie 2030. Dit komt door een verschuiving van een klein deel van het autonome verkeer in de plansituatie naar alternatieve routes.
bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 69
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2
Figuur 4.12: Veranderingen in de verkeersintensiteiten op de kruispunten Autonoom (A) en Planeffect (P) in de ochtend-/avondspits. Bron: Mobiliteitsplan Kabeldistrict (Goudappel, 2022). Nieuwe Haven Blijkens de berekeningen met het verkeersmodel genereert de ontwikkeling van Nieuwe Haven per etmaal (werkdag) circa 1.000 autoritten: 500 inkomend en 500 uitgaand. Dit verkeer komt via de Rotterdamseweg naar de locatie en verlaat de locatie via deze weg. Voor het OV betreft dat 250 reizigers en 1.700 fietsers. Hieronder is weergegeven hoe het autoverkeer zich verspreidt over het wegennetwerk. Tabel 4.1: Verdeling van het verkeer vanuit Nieuwe Haven. Bron: Mobiliteitsplan Nieuwe Haven (Goudappel, 2021).
De ontwikkellocatie Nieuwe Haven sluit aan op de Rotterdamseweg. Dit is een wijkontsluitingsweg met nu nog een maximumsnelheid van 50 km/h. Op termijn overweegt de gemeente deze snelheid (lokaal) terug te brengen naar 30 km/h, bijvoorbeeld als er sprake is van veel overstekende fietsers. De intensiteit van het autoverkeer op de Rotterdamseweg is als volgt: huidige situatie 2020: 4.300 mvt/etm; autonome situatie 2030: 4.300 mvt/etm; plansituatie 2030: 5.900 mvt/etm (+37%). Deze intensiteiten bevinden zich rond de grenswaarden die meestal worden aangehouden voor de keuze tussen een erftoegangsweg (30 km/u) en gebiedsontsluitingsweg (50 km/u). Het aantal overstekende fietsers en voetgangers is hoog, daarom wordt voorgesteld hier extra maatregelen te nemen die passen in het beleid van de gemeente, namelijk het aanleggen van een plateau, waar een maximumsnelheid van 30 km/u geldt. De verkeersbestemming maakt het realiseren van deze maatregelen mogelijk. Deze bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 70
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 worden echter door middel van verkeersbesluiten uiteindelijk mogelijk gemaakt. Laga Uit het verkeersonderzoek van Aveco de Bondt volgt dat als gevolg van Laga slechts 10 motorvoertuigbewegingen per etmaal worden toegevoegd. Dit is verwaarloosbaar ten opzichte van de ontwikkeling van Nieuwe Haven en is daarmee geen belemmering voor de verkeersafwikkeling van de Rotterdamseweg. Gelatinebrug In het bestemmingsplan is ook een zone opgenomen voor de realisatie van de Gelatinebrug. Deze brug was eerder al mogelijk gemaakt, maar de zone waarin de brug gerealiseerd kan worden, is verbreed. De Gelatinebrug zorgt voor een nieuwe oost-westverbinding en maakt een langzaamverkeer verbinding mogelijk tussen het terrein van de TU en de overige delen van Delft. In de toekomst zal deze beweegbare brug worden gebruikt door fietsers, voetgangers en mogelijk een People Mover, een automatisch bestuurd voertuig. De doorvaart van het vaarverkeer op de Schie stelt eisen aan de minimale doorvaarthoogte van de brug. Uitgangspunt voor de Gelatinebrug is een doorvaarthoogte van minimaal 3.00 m. Om de route voldoende hoog over de Schie te brengen zijn aan beide zijden hellingbanen nodig. Voor de inpassing van de brug is de omgeving gevraagd naar belangen, wensen en aandachtspunten.
Dit is betrokken bij de verdere planvoorbereiding van de brug. In de uitwerking bleek dat de inpassing van de hellingbanen aan de Schiewegzijde tot knelpunten leidde aan landzijde. De minimale doorvaarthoogte is bijgesteld naar 2.50 m. De hellingbanen kunnen beter ingepast worden. Het maakt minder hoge en minder lange hellingbanen mogelijk waardoor er meer ruimte beschikbaar blijft op de Schieweg. Dit zorgt ervoor dat de bedrijven bereikbaar blijven voor extra grote vrachtwagens. Ook doorgaande fietsers langs de Schie, die via een vrij liggend fietspad naar de brug worden geleid, kunnen gebruik maken van deze hellingbanen. Aan de oostzijde heeft het aandachtspunt van de inpassing vooral gelegen op een verkeersveilige aansluiting en positie van brug met aanlandingen. De aansluiting op de Rotterdamseweg kan met verkeerslichten verkeersveilig worden gemaakt. Hoe de hellingbaan optimaler ingepast kan worden op de naast liggende terreinen is nog een inpassingsopgave in de verdere planuitwerking. In het rapport 'Verkeersveilige aansluiting Gelatinebrug' (Bijlage 41) worden adviezen gegeven met betrekking tot het veilig aansluiten van de fietsverbinding via de Gelatinebrug op de Rotterdamseweg en de Schieweg. Uitgangspunt daarbij is dat het ontwerp de inpassing van de People Mover niet onmogelijk moet maken.
Daarom is er in het rapport uitgegaan van 4,0 meter voor fietsers, 2,0 meter voor voetgangers en 2,0 meter voor de People Mover. De verwachting is dat er 6.000 fietsers per etmaal gebruik zullen maken van de brug. Geadviseerd wordt om aan de Schieweg een vrijliggend fietspad op het maaiveld te realiseren. Daarmee worden conflictpunten op de brug voorkomen en blijven de bedrijfsbestemmingen en de routes daarnaartoe bereikbaar. Voor de Rotterdamseweg wordt geadviseerd een oversteek te maken met verkeerslichten en zonder middeneiland. Dit ontwerp voorkomt doorstromingsproblemen. Het bestemmingsplan belemmert deze maatregelen niet. De maatregelen zullen in een later stadium verder geconcretiseerd worden. Hieronder een afbeelding van de brug in haar omgeving volgens de huidige planuitwerking:
bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 71
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2
Figuur 4.13. stand van zaken planuitwerking Gelatinebrug 4.3.3
Parkeerbalans
Uit de rapporten van Goudappel volgt dat voor Kabeldistrict de normatieve behoefte voor autoparkeren 2.646 plaatsen is en voor Nieuwe Haven 152 plaatsen. De behoefte aan fietsparkeerplaatsen is vastgesteld op 14.192 plekken bij Kabeldistrict en 1.047 bij Nieuwe Haven. Bij Laga zijn volgens de memo van Aveco de Bondt circa 5 parkeerplaatsen benodigd voor auto's en 375 fietsparkeerplaatsen. Voor zowel auto- als fietsparkeren is nog geen dubbelgebruik en deelgebruik meegerekend. In Kabeldistrict worden inpandig parkeerplaatsen gerealiseerd en wordt gebruik gemaakt van een parkeerhub bij station Delft Campus. Het is de ambitie om geen parkeerplaatsen in de openbare ruimte te realiseren. Ook wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van deelconcepten. Per bouwveld zijn voldoende fietsenstallingen opgenomen in de stedenbouwkundige opzet, waarbij ook rekening wordt gehouden met e-bikes en bakfietsen. Bij Nieuwe Haven wordt gebruik gemaakt van de parkeergarage in het Havenblok. Op het maaiveld zijn parkeerplaatsen voor bezoekers voorzien met een snelle ontsluiting op de Rotterdamseweg. Verder komt er een mobiliteitshub voor deelauto's, e-bikes en elektrische bakfietsen. De fietsenstallingen zijn op eigen terrein voorzien. De precieze invulling van de parkeervoorzieningen volgt bij de uitwerking per bouwfase.
Hiertoe is in artikel 48 voorgeschreven dat in gebruikname van gebouwen slechts mogelijk is indien voorzien is in voldoende parkeergelegenheid. Daarvoor is tevens een (dynamische) verwijzing naar de Parkeervisie Schieoevers Noord opgenomen in de regels. 4.3.4
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling kan afgewikkeld worden via de omliggende wegenstructuur. Het voorzien in voldoende parkeervoorzieningen is geborgd in de regels van dit plan. Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 72
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2
4.4
Geluid
4.4.1
Kaders
Voor het aspect geluid is voor de transformatie van Schieoevers Noord een aantal wettelijke kaders van belang, namelijk de Wet geluidhinder, Crisis- en herstelwet, Activiteitenbesluit en de Wet ruimtelijke ordening. Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met woningen, geluidsgevoelige gebouwen, bedrijven, nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh) en dat er, op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In het kader van de ontwikkeling van Schieoevers Noord is hierbij ook de aanwijzing als Ontwikkelingsgebied van belang, omdat deze aanwijzing het mogelijk maakt tijdelijk af te wijken van de grenswaarden met het oog op de transformatie van het gebied. Wet geluidhinder De Wet geluidhinder is met name van toepassing op wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai van gezoneerde industrieterreinen. De Wet geluidhinder wijst zones langs wegen, spoorwegen en industrie aan waarbinnen woningbouw en andere geluidsgevoelige functies moeten voldoen aan de vastgestelde standaardwaarde voor de geluidsbelasting van die bronnen. Ook kent de Wet geluidhinder standaardwaarde wanneer er een nieuwe weg, spoorweg of industrieterrein komt of wanneer deze wordt gewijzigd.
Wanneer niet aan de standaardwaarde kan worden voldaan kan een hogere geluidbelasting worden toegestaan tot aan de grenswaarde. De gemeente moet onderbouwen waarom een afwijking van de standaardwaarde aanvaardbaar is en heeft hier het Beleid hogere waarden Wet geluidhinder voor vastgesteld (2013).
Beleid hogere waarden Wet geluidhinder (2013) Het Beleid hogere waarden Wet geluidhinder richt zich op het voorkomen en beperken van geluidhinder bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het is op twee pijlers gestoeld: een wettelijk vereiste afweging van maatregelen, en gemeentelijke handvatten en eisen aan een aanvaardbaar akoestisch klimaat als niet aan de standaardwaarden kan worden voldaan. Het beleid vormt samen met de beoordeling en aanpak van de geluidkwaliteit een integraal onderdeel bij de ruimtelijke planvorming. In artikel 43.3 lid a sub 1 is geborgd dat aan de eisen uit het geluidbeleid wordt voldaan voordat een geluidgevoelig object of functie in gebruik kan worden genomen. Dit betekent dat bijvoorbeeld ook aangetoond moet zijn dan aan de eis voor woningindeling en gebruik van woningen moet worden voldaan.
De volgende punten uit het beleid zijn het meest relevant bij het vaststellen van het ruimtelijk kader: Cumulatie hogere waarden Wet geluidhinder De volgende geluidssoorten worden gecumuleerd: wegverkeerslawaai binnen de wettelijke zones van gezoneerde wegen; wegverkeerslawaai binnen 100 m van niet-gezoneerde wegen voor zover de te onderzoeken geluidsgevoelige bestemmingen niet van de betreffende bron worden afgeschermd door tussenliggende bebouwing die gemiddeld voor 80% of meer aaneengesloten is gebouwd; tramverkeerslawaai; spoorweglawaai; industrielawaai van gezoneerde industrieterreinen en andere akoestisch relevante bedrijven (meer dan 50 dB(A)-inrichtingen); lawaai van beroepsscheepvaart binnen de 48 dB Lden-contour; De gecumuleerde geluidsbelasting wordt berekend overeenkomstig het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder. Geluidsluwe zijde Woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen dienen altijd een geluidsluwe zijde te hebben wanneer niet kan worden voldaan aan de standaardwaarde. De definitie van de geluidluwe zijde zoals deze is bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 73
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 opgenomen in het Beleid hogere waarden Wet geluidhinder is niet altijd eenduidig en is vooral goed toepasbaar bij de realisatie van traditionele woonwijken. Omdat we steeds vaker gemengde gebieden willen ontwikkelen is de definitie van een geluidluwe gevel verduidelijkt en is ook toegevoegd dat een geluidluwe zijde ook gerealiseerd mag worden met een geluidluw geveldeel. Dit is uitgewerkt in de beleidsregels Geluid Schieoevers Noord. Beleidsregels Geluid Schieoevers Noord Zoals in de vorige alinea is vermeld staat in de beleidsregels Geluid Schieoevers Noord wat onder een geluidluwe zijde en een geluidluw geveldeel wordt verstaan en welke voorwaarde daarbij geldt. Naast deze definities en voorwaarden is ook verduidelijkt wat onder een dove gevel wordt verstaan en welke voorwaarden daarbij gelden. Er kunnen binnen Schieoevers Noord 2 soorten dove gevels voorkomen, namelijk: 1. Dove gevel (Wet geluidhinder) 2. Dove gevel (Schieoevers Noord)
Geluidskader Schieoevers Noord Het Geluidskader Schieoevers Noord (Bijlage 20 Geluidskader Schieoevers Noord) beschrijft de randvoorwaarden waarbinnen de verschillende bestaande en toekomstige inrichtingen binnen Schievers Noord zich kunnen ontwikkelen. In het Geluidskader Schieoevers Noord staat ook beschreven hoe met piekgeluiden wordt omgegaan.
Bij inrichtingen wordt de geluidruimte vastgelegd middels een geluidzone. Buiten de geluidzone mag de geluidbelasting niet hoger zijn dan 50 dB(A). Onder voorwaarden kunnen geluidgevoelige objecten en functies binnen deze geluidzone worden gerealiseerd. De geluidbelasting mag dan niet hoger zijn dan 55 dB(A). Eén van de voorwaarden om een hogere geluidbelasting bij geluidgevoelige objecten en functies toe te staan is dat onderzocht moet worden welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting te beperken tot 50 dB(A). Mochten maatregelen niet mogelijk zijn dan kan een hogere geluidbelasting bij de nieuwe geluidgevoelige objecten en functies worden toegestaan tot 55 dB(A). Hierbij wordt als voorwaarde gesteld dat de geluidbelasting door twee of meer inrichtingen niet hoger dan 55 dB(A) mag zijn. Hierbij worden alleen bestaande bedrijven meegenomen in de beoordeling waarvan de geluidbelasting hoger is dan 50 dB(A). Wanneer het niet lukt om de geluidbelasting door twee of meer inrichtingen te beperken tot 55 dB(A) dan kan dit aanvaardbaar zijn wanneer er rekening wordt gehouden met jaargemiddelde normen voor de bedrijven (Bijlage 20, paragraaf 3.3 van het Geluidskader Schieoevers Noord).
Overeenkomstig de Omgevingswet zijn in de dagperiode geen geluidnormen voor piekgeluiden opgenomen in de planregels. De piekgeluiden in de dagperiode zijn beheersbaar door de geluidnormen voor de langtijdgemiddelde geluidniveaus en (indien van toepassing) door de bijbehorende toeslag van impulsachtige geluiden. Daarnaast spelen schrikreacties minder in de dagperiode. In de avond- en nachtperiode wordt onderscheid gemaakt in piekgeluiden door aandrijfgeluid van transportmiddelen en andere typen piekgeluiden. Dit omdat de meeste mensen gewend zijn aan geluiden van voorbij rijdende voertuigen en dus niet snel in hun slaap verstoord worden. Voor het piekgeluid veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen bedraagt het toegestane geluidniveau 70 dB(A) in de avond- en nachtperiode. Voor andere piekgeluiden bedraagt het toegestane geluidniveau 65 dB(A) in de avond- en nachtperiode. In de onderzoeken voor het vaststellen van de geluidruimte per bestaand bedrijf (bijlage 45 bij de toelichting) is ook onderzocht wat de piekgeluiden als gevolg van deze bedrijven zijn. Cumulatie en samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen De dove gevel (Wet geluidhinder) kan worden toegepast als niet aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder kan worden voldaan.
Met de dove gevel (Schieoevers Noord) is geanticipeerd op de Omgevingswet en zijn door het toepassen van bouwkundige maatregelen wel te openen delen toegestaan. Dit is verder toegelicht in de toelichting van de beleidsregels 'Geluid Schieoevers Noord'. De bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 74
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 dove gevel (Schieoevers Noord) mag alleen worden toegepast in situaties waar de grenswaarden uit de Wet geluidhinder niet worden overschreden maar waar de geluidbelasting wel hoger is dan opgenomen in artikel 40.1.2 lid b tot en met g van de planregels en maatregelen niet mogelijk zijn. Er is onderscheid gemaakt in samenloop van geluid door inrichtingen en industrieterreinen, cumulatie in het kader van vaststellen hogere waarden Wet geluidhinder (zie Beleid hogere waarden Wet geluidhinder) en de cumulatie in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Voor de samenloop van geluid door inrichtingen en industrieterreinen en voor de cumulatie in het kader van een goede ruimtelijke ordening bestaat geen wettelijk kader. Om de aanvaardbaarheid van het plan te beoordelen zijn onderzoeken verricht waarbij alle soorten geluidbronnen zijn beschouwd. Voor het bepalen van de samenloop van inrichtingen en industrieterreinen worden alleen bronnen met een geluidbelasting hoger dan de voor die bron geldende standaardwaarde (voor industrie is dat 50 dB(A)) betrokken.
Anders dan bij cumulatie in het kader van een goede ruimtelijke ordening, waarbij de aanvaardbaarheid van het plan voor het aspect geluid is onderzocht, wordt de samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen beschouwd bij vergunningaanvragen voor bestemmingsplanactiviteiten voor de bouw van geluidgevoelige functies en objecten binnen de geluidszones van één of meerdere inrichtingen en/of industrieterreinen (Wet geluidhinder). Ook in het kader van vergunningverlening voor de uitbreiding, splitsing of oprichting van een inrichting wordt de samenloop beoordeeld.
In Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) wordt het bouwen van woningen binnen de geluidcontouren van 1 of meer inrichtingen of industrieterreinen toegelaten tot een geluidbelasting van 55 dB(A) door de samenloop van geluid door inrichtingen en industrieterreinen. Deze maximale waarde geldt ook voor de uitbreiding, splitsing of oprichting van een inrichting. Samenloop van het geluid van inrichtingen en industrieterreinen In de huidige milieuregels voor inrichtingen (buiten een gezoneerd industrieterrein) wordt doorgaans geen rekening gehouden met de samenloop van geluid door meerdere inrichtingen. Met een maatwerkvoorschrift kan een hogere geluidbelasting worden toegelaten, waarbij er alleen grenswaarden gelden voor het geluid in geluidgevoelige ruimten. Er gelden geen grenswaarden voor het geluid op de gevel en evenmin voor het geluid door meerdere inrichtingen samen. In de praktijk wordt doorgaans met een maatwerkvoorschrift voor een inrichting een maximaal 5 dB hogere geluidbelasting toegelaten.
Schieoevers Noord wordt gedezoneerd van industrieterrein naar een bedrijventerrein en deels getransformeerd naar gemengd stedelijk woongebied, met in de directe omgeving naast de ontwikkellocaties ook bestaande woningen. Deze omstandigheden maken het wenselijk om grip te houden op de samenloop van geluid door meerdere inrichtingen. Er is hierbij gekozen voor een beperking van de mogelijkheden om met een maatwerkvoorschrift hogere geluidwaarden toe te staan, maar wel met een werkbare aanpak, die passend is in een gemengd ontwikkelingsgebied. De werkbare aanpak is gericht op inrichtingen die individueel een berekende geluidbelasting van 51 dB(A) of meer veroorzaken en op industrieterreinen Wet geluidhinder die (per terrein) een berekende geluidbelasting van 51 dB(A) of meer veroorzaken.
Deze werkwijze heeft verwantschap met het in het Reken- en meetvoorschrift 2012 (hierna: RMV) vastgelegde uitgangspunt dat uitsluitend bronnen die de voorkeurswaarde van 50 dB(A) overschrijden worden betrokken in de cumulatieve geluidsbeoordeling. Verwezen wordt naar onderstaande passage uit hoofdstuk 2 van het RMV:
“Deze rekenmethode wordt toegepast als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidsbron. Allereerst wordt vastgesteld of van een relevante blootstelling door verschillende geluidsbronnen sprake is. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde wordt overschreden."
bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 75
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 Het betrekken van geluid van andere inrichtingen met een toegelaten geluidbelasting van maximaal 50 dB(A) zorgt voor onnodige onderzoeklasten en een onnodige beperking van de mogelijkheden om met een maatwerkvoorschrift of omgevingsvergunning hogere geluidwaarden voor een inrichting toe te kunnen laten. Anders dan bij wegverkeerslawaai is de samenloop van geluid door inrichtingen vaak niet constant. Bij de samenloop van het geluid door inrichtingen is er veel meer sprake van spreiding. De berekeningen zijn per inrichting gebaseerd op de RBS, dat is een situatie die zich tenminste 13 dagen per jaar voor doet. Voor de meeste inrichtingen is dit een maximale bedrijfssituatie. In de praktijk zijn veel inrichtingen op veel dagen of dagdelen niet volgens hun RBS in werking en is het geluid minder dan in de RBS.
Net als bij de zonering Wet geluidhinder wordt in Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) geen toeslag vanwege het tonale karakter, impulsgeluid of muziekgeluid toegepast bij het bepalen van de opgetelde geluidbelasting en de toetsing aan de maximale waarde van 55 dB(A).
Als voorwaarde voor een geluidbelasting van 55 dB(A) voor samenloop van geluid door inrichtingen en industrieterreinen geldt wel dat onderzocht moet worden welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting per inrichting zo veel mogelijk te beperken tot 50 dB(A).
De hiervoor beschreven werkbare aanpak ten aanzien van de samenloop van geluid is uitgewerkt in de artikelen 2.37, 25.5, 29.5, 40.1.2 en 40.2.4.
In het Geluidskader Schieoevers Noord is de samenloop van geluid door inrichtingen nader onderbouwd. Cumulatie hogere waarden Wet geluidhinder Wanneer hogere waarden worden vastgesteld verplicht de Wet geluidhinder (artikel 110a, lid 6) te onderzoeken wat de gecumuleerde geluidbelasting is. Voor de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de optredende cumulatieve geluidbelasting bestaan geen wettelijke kaders. Evenwel volgt uit jurisprudentie van de Afdeling dat deze cumulatieve geluidbelasting niet zodanig hoog mag zijn dat geen sprake meer is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij de beoordeling van de vraag of ter plaatse van de voorziene woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat komt de gemeenteraad een zekere mate van beoordelingsvrijheid toe. De gemeente Delft heeft in het Beleid hogere waarden Wet geluidhinder beschreven hoe deze cumulatie in beeld moet worden gebracht. Cumulatie in het kader van een goede ruimtelijke ordening De hiervoor genoemde kaders geven invulling aan een goede ruimtelijke ordening.
Alhoewel cumulatie al op 2 verschillende manieren in beeld is gebracht (middels geluid door samenloop van inrichtingen en industrieterreinen en cumulatie die in beeld gebracht is voor het vaststellen van hogere waarden) is ook de cumulatie in een breder geheel in beeld gebracht, omdat hier sprake is van transformatie van een industrieterrein naar een gemengd stedelijk werk en woongebied. In dergelijke gebieden komen meer soorten geluidbronnen bij elkaar dan waarin het Beleid hogere waarden Wet geluidhinder voorziet. Het akoestisch onderzoek dat is uitgevoegd voor de ontwikkelingsgebieden Kabeldistrict en Nieuwe Haven geeft hier invulling aan en brengt in het kader van een goede ruimtelijke ordening van de volgende geluidbronnen in beeld wat de gecumuleerde geluidbelasting is: 1.
Wegverkeer: de geluidrelevante bronnen voor wegverkeer.
2.
Railverkeer: spoorweg Den Haag - Rotterdam (alleen relevant bij Kabeldistrict).
3.
Industrielawaai: dit zijn de gezoneerde industrieterrein Dyckerhoff-Basal, Schieoevers Zuid en WKC TU Delft.
4.
Bestaande bedrijven: aangenomen is dat dit inrichtingen zijn met een bijdrage > 45 dB(A).
bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 76
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 5.
Nieuwe bedrijven binnen de ontwikkellocaties Kabeldistrict en Nieuwe Haven.
6.
Horecageluid: voor wat betreft het geluid van de horeca-inrichting zijn regels opgesteld. De staan voor nieuwe inrichtingen binnen de ontwikkellocaties in artikel 40.2.1. Mocht er sprake zijn van muziekgeluid dan geldt dat de geluidbelasting niet hoger mag zijn dan 50 dB(A) inclusief muziektoeslag. Het geluid van horeca-inrichtingen is bij de cumulatie in het kader van een goede ruimtelijke ordening op een zelfde manier beschouwd als nieuwe bedrijven binnen de ontwikkellocaties. Dit geldt niet voor het stemgeluid in het geval dat een horeca-inrichting een terras wil exploiteren. Het stemgeluid van terrassen is daarom als extra geluidbron toegevoegd in de cumulatie. 7.
Scheepvaart: beroepsscheepvaart op de Schie.
8.
Nestgeluid: hiervan kan alleen sprake zijn bij Dyckerhoff-Basal. Nestgeluid is het geluid van een schip dat na het laden of lossen aan de kade aangemeerd blijft en daarbij ten behoeve van de eigen energiehuishouding een motor op het schip aan heeft staan. Dit geluid is niet door Basal aangevraagd en maakt geen onderdeel uit van de aan Basal toegekende geluidruimte. Het geluid is dan ook niet getoetst aan de nieuwe geluidzone, omdat dit volgens de Wet geluidhinder niet hoeft. Het geluid wordt in het bestemmingsplan wel beoordeeld vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, als onderdeel van het gecumuleerde geluid op de nieuwe woningen in het ontwikkelgebied.
4.4.2
Toetsing Kabeldistrict
Voor de herontwikkeling van Kabeldistrict is door Aveco de Bondt (Bijlage 1) een akoestisch onderzoek uitgevoerd om te kunnen beoordelen of aan de kaders zoals in paragraaf 4.4.1 staat beschreven kan worden voldaan. In het akoestische onderzoek wordt rekening gehouden met de vastgelegde geluidzones voor bedrijven zoals beschreven in paragraaf 4.2 en worden de wettelijke kaders voor geluid nader beschreven. Het volledige rapport is meegenomen in Bijlage 1. Doel van het onderzoek is te bepalen of bij de geluidgevoelige objecten sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en wordt voldaan aan de voorkeurswaarden uit de Wet geluidhinder en de standaardwaarden uit het geluidbeleid. Indien sprake is van een overschrijding dan wordt onderzocht welke geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen. Indien - ondanks eventuele maatregelen - niet kan worden voldaan aan de voorkeurswaarden dan wordt aangegeven voor welke woningen een hogere waarde dient te worden vastgesteld. Aangezien de concrete invulling van het bouwplan in dit stadium nog niet bekend is, kan niet precies per woning een geluidbelasting worden bepaald. Daarom zijn op de grenzen van de bouwvlakken de geluidbelastingen berekend vanwege de verschillende geluidbronnen. Op basis hiervan zijn de hogere waarden vastgesteld.
Verder is geregeld dat voorafgaand aan de bouw van de woningen aangetoond moet worden dat de geluidbelasting op de gevels van de te realiseren woningen de genoemde hogere waarden niet overschrijdt. Hiermee wordt flexibiliteit geboden voor de verdere invulling van de bouwplannen, maar ook rechtszekerheid naar zowel toekomstige bewoners als bestaande bedrijven. Bij het bepalen van de geluid als gevolg van de bestaande bedrijven moet namelijk uitgegaan worden van de bedrijfssituatie zoals deze in de RBS is afgesproken.
Resultaat Uit het onderzoek blijkt dat voor de onderstaande geluidbronnen sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde op basis van de bouwvlakken in het bestemmingsplan: Kruithuisweg N470; Spoorlaan/Omgeklapte Schieweg; Bestaande Schieweg Railverkeer; Industrieterrein Dyckerhoff Basal Industrieterrein Schieoevers Zuid Een aantal bedrijven binnen Schieoevers Noord (Prysmian, Zwatra en Festo). bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 77
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 Op basis van een voorkeursinvulling van het plangebied is vervolgens gekeken naar mogelijkheden van de ontwikkeling en de noodzaak van het aanwijzen van hogere waarden. Resultaten wegverkeerslawaai Voor het aspect wegverkeerslawaai is onderzocht welke effecten het verkeer van de Kruithuisweg (N470) en de Schieweg in de huidige situatie en in de omgeklapte variant heeft op de woningen. De bestaande Schieweg blijft nog langere tijd in gebruik voordat de nieuwe Schieweg wordt gebruikt. Beide wegen zijn daarom in het onderzoek meegenomen om een voldoende geluidsituatie voor de woningen te borgen. Hiervoor is zowel het effect op de bouwvlakken als op het stedenbouwkundig ontwerp getoetst. De berekeningen voor geluidsbelasting van wegverkeer aan de Kruithuisweg tonen aan dat de maximale waarde van 60 dB conform de Omgevingswet aan de grens van het zuidelijke bouwvlak met 2 dB wordt overschreden. Bij het toetsen van het stedenbouwkundig ontwerp is dit niet langer het geval en wordt de grenswaarde niet overschreden. De toegestane waarde wordt vastgelegd op 60 dB. In de verdere uitwerking van de plannen moet rekening gehouden worden met de hogere belasting en een passende oplossing gevonden worden om deze hogere geluidbelasting op de gevels te voorkomen.
Deze ontheffingswaarde van 60 dB kan gehanteerd worden, omdat het gebied is aangewezen als Ontwikkelingsgebied in de Crisis- en herstelwet. Binnen 10 jaar moet voldaan worden aan de maximaal te ontheffen waarde. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt hieraan voldaan, omdat op dat moment 60 dB als maximaal te ontheffen waarde geldt. Het onderzoek wijst uit dat de waarden op de bestaande Schieweg de maximaal te ontheffen waarde van 63 dB niet overschrijden. De berekende waarde op basis van het stedebouwkundige plan bedraagt maximaal 60 dB. Voor de nieuwe Schieweg (Spoorlaan) wordt in het onderzoek geconcludeerd dat ook de maximale ontheffingswaarde van 58 dB wordt overschreden op het niveau van de bouwvlakken. Op basis van het stedenbouwkundige plan bedraagt de geluidbelasting maximaal 58 dB mits er stil asfalt wordt toegepast, wat gelijk is aan de maximaal te ontheffen waarde. In de rapportage zijn overwegingen opgenomen ten aanzien van het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen. In onderhavig bestemmingsplan is een regeling opgenomen dat indien deze hogere waarde van 58 dB zich voordoet, er stil asfalt toegepast moet worden. Indien dit niet doelmatig is dan kunnen dove gevels toegepast worden (onder voorwaarden uit de beleidsregels Geluid Schieoevers Noord).
Resultaten spoorweglawaai De berekende geluidbelasting op de gevels in het plangebied overschrijdt de maximaal te ontheffen waarde niet (68 dB). Voor spoorweglawaai wordt dan ook een hogere waarde toegekend. In het plan is rekeninggehouden met geluidreducerende maatregelen, namelijk dwarsliggers met doorgelaste spoorstaaf en geluidsafscherming van 5 meter hoog langs het gehele plangebied. De regels van het bestemmingsplan laten een afscherming van 8 meter toe. Resultaten industrielawaai Met de dezonering van Schieoevers-Noord en het opnieuw vaststellen van de geluidzones van Schieoevers Zuid en Dyckerhoff Basal is de zonegrens van beide industrieterreinen opnieuw bepaald. Deze is ook vastgelegd op de verbeelding van dit bestemmingsplan. De geluidzone van Schieoevers Zuid leidt niet tot de noodzaak om hogere waarden vast te stellen ter hoogte van Kabeldistrict en Nieuwe Haven, omdat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus niet hoger zijn dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Vanwege Dyckerhoff Basal is het wel noodzakelijk hogere waarden vast te stellen voor Kabeldistrict. Met Dyckerhoff Basal zijn afspraken gemaakt hoe de geluidsbelasting zoveel als mogelijk kan worden beperkt en zijn tevens afspraken gemaakt met de ontwikkelaar, zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is geborgd.
Op basis van dit onderzoek kunnen hogere waarden worden vastgesteld en is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, omdat wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Nota - geluidskader Schieoevers Noord en de beleidsregels Geluid Schieoevers Noord. Voor het vaststellen van de hogere waarden van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting wordt nog opgemerkt dat hier tijdelijk (10 jaar) wordt afgeweken van de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Het plan valt namelijk onder de Crisis- en herstelwet (zie ook paragraaf 5.1). De tijdelijke afwijking is maximaal 3 dB, onder de voorwaarde dat op de nieuwe woningen in Kabeldistrict wordt voldaan aan de grenswaarden zoals deze gaan gelden onder de nieuwe Omgevingswet (nl. 55 dB (Lden) en 45 (Lnight). bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 78
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 Resultaten bedrijfslawaai Voor de ontwikkeling van Kabeldistrict zijn de bedrijven Prysmian, Festo, Zwatra, Lijm & Cultuur en Dyckerhoff Basal en de vereniging Proteus onderzocht als geluidsbronnen. Tevens is de invloed van de scouting (gevestigd in het Kruithuis) onderzocht en vastgelegd in de regels. Uit het RBS-onderzoek blijkt dat de geluidzone van de scouting geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van Kabeldistrict. De festiviteiten die bij de scouting plaatsvinden zorgen voor een verhoogde geluidsbelasting en zijn aanvaardbaar mits deze aan de regels uit de APV voldoen. Een extra planregel voor deze festiviteiten is niet nodig. Naast deze festiviteiten vindt maandelijks onderhoud plaats aan het Kruithuis. Dit betekent dat er mogelijk meer dan 12 dagen per jaar een verhoogde geluidsbelasting is bij een aantal woningen die zijn voorzien in Kabeldistrict. Voor de onderhoudsdagen zijn daarom aanvullend planregels opgenomen. Dit betekent dat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor Kabeldistrict aangetoond moet zijn dat de geluidsgevoelige functies een binnenniveau hebben van 35 dB(A). Met deze planregel wordt de verhoogde geluidsbelasting als gevolg van de onderhoudsdagen en de festiviteiten als aanvaardbaar beschouwd.
Andere bedrijven in het gebied hebben een zodanig beperkte contour van 50 dB(A), dat deze geen belemmering vormen voor het realiseren van woningen. Dit geldt overigens ook voor Proteus, waarvan de 50 dB(A) contour niet samenvalt met Kabeldistrict. De geluidzone van Festo valt samen met het gemengde gebied van Kabeldistrict. Door het treffen van maatregelen aan de afblaasinstallatie wordt ter plaatse van Kabeldistrict voldaan aan de geluidnorm van 50 dB(A) en de toegestane standaardwaarden voor het maximale geluidniveau. Daarmee vormen dit bedrijf en gevoelige functies geen belemmering voor elkaar. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van Prysmian zijn op een deel van de gevels aan de noordzijde van het plangebied hoger dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A) in de avond- en nachtperiode. Ook de maximale geluidniveaus (eveneens avond- en nachtperiode) zijn hoger dan de toegestane standaardwaarden. In het vervolgtraject zullen nadere overleggen plaatsvinden waarbij de mogelijkheden voor bron- en/of overdrachtsmaatregelen nader beschouwd worden. Indien het niet mogelijk is de geluidbelasting op de gevels te verlagen zullen gebouwgebonden maatregelen getroffen worden. De maximale geluidniveaus van Zwatra zijn in de avond- en nachtperiode op een deel van de gevels aan de noordzijde van het plangebied hoger dan de toegestane standaardwaarde.
Bij de stedenbouwkundige uitwerking van Kabeldistrict dient rekening gehouden te worden met de aanwezige geluidsniveaus. Eventueel dienen gebouwgebonden maatregelen getroffen te worden. Voor Lijm & Cultuur is een aparte regeling opgenomen in het bestemmingsplan, die de combinatie van de activiteiten op dat terrein en de woningbouw in Kabeldistrict mogelijk maken. Beide vormen geen belemmering voor elkaar. Andersom is geconcludeerd dat het toevoegen van bedrijfactiviteiten op het Kabeldistrict de geluidbelasting op de bestaande woningen niet relevant toeneemt. Hiervoor is een regeling opgenomen die de geluidsemissie van bedrijven reguleert. Meer uitleg hierover is opgenomen in paragraaf 4.2 en Hoofdstuk 5.
Samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen Conform het Geluidskader Schieoevers Noord en de planregels worden voor wat betreft de samenloop van geluid door inrichtingen alleen de geluidbelastingen van inrichtingen en industrieterreinen meegenomen, voor zover de geluidbelasting van een inrichting of industrieterrein hoger is dan 50 dB(A). De contouren van het 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van Prysmian, Zwatra en Festo en de industrieterreinen Dyckerhoff-Basal en Schieoevers Zuid vallen binnen de bouwvlakken van Kabeldistrict. Bij de verdere uitwerking van het plan dient hiermee rekening te worden gehouden. Op basis van een stedenbouwkundig ontwerp met voorbeelduitwerking is een invulling van het ontwikkelgebied gemaakt. Op de gevels van de gebouwen zijn de geluidbelastingen berekend om vast te kunnen stellen of er sprake is van samenloop van geluid door bestaande inrichtingen. Uit de resultaten van de berekeningen met het stedenbouwkundig ontwerp blijkt dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van Prysmian en het industrieterrein Dyckerhoff-Basal hoger zijn dan 50 dB(A), bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 79
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 echter vanwege de ligging van de inrichtingen ten opzichte van elkaar en de invulling van het plan is er geen sprake van een relevante samenloop (de opgetelde geluidbelasting) van geluid van beide inrichtingen. De inrichtingen in het ontwikkelgebied zelf zijn niet meegenomen aangezien de geluidbelastingen van deze activiteiten op grond van de bestemmingsplanregels of het activiteitenbesluit niet hoger mogen zijn dan 50 dB(A). De gecumuleerde geluidbelasting van de inrichtingen binnen Kabeldistrict zijn wel onderzocht in het kader van een goede ruimtelijke ordening.
Maatregelen Aan de westzijde van Kabeldistrict is in de verbeelding en regels van het onderhavige bestemmingsplan een geluidscherm voorwaardelijk verplicht gesteld. Hiermee wordt het lawaai van het spoor beperkt. Indien bron- of overdrachtsmaatregelen ten aanzien van bedrijfslawaai en verkeerslawaai alsnog niet mogelijk blijken, zullen ter plaatse van Kabeldistrict gebouwgebonden maatregelen in lijn met het gemeentelijk geluidbeleid en de regels in dit bestemmingsplan worden getroffen (bijvoorbeeld rekening houden met indeling gebouw, verglaasde balkons, afsluitbare loggia’s, dove gevels). Vervolgonderzoek De concrete invulling van het bouwplan is in dit stadium nog niet bekend. Om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het plan aan te tonen is de geluidsbelasting op de gevels van de gebouwen uit het stedenbouwkundig ontwerp doorgerekend. Bij het bouwplan vindt een nadere toetsing plaats voor het akoestische leefklimaat. Dan dient ook rekening gehouden te worden met de invloed op de reeds gerealiseerde of nog te realiseren delen in verband met mogelijke afscherming of reflectie van geluid. Het akoestisch klimaat mag niet significant verslechteren t.o.v. het klimaat bij het doorgerekende stedenbouwkundig plan.
Op basis van het geluidbeleid dient voor elke woning waarvoor de voorkeurswaarde Wet geluidhinder wordt overschreden te worden onderzocht of deze ten minste één geluidluwe zijde heeft aan de hand van de gecumuleerde geluidbelasting op de gevel. Vervolgens dient worden onderzocht welke mogelijkheden er wel of niet zijn om deze te realiseren door het nemen van maatregelen. Dit is ook geborgd in de regels. Cumulatie in het kader van vaststellen hogere waarden Wet geluidhinder In paragraaf 4.4.1 is uitgelegd welke bronnen volgens het gemeentelijk geluidbeleid in beeld gebracht moeten worden in het kader van het vaststellen van hogere waarden, omdat de voorkeurswaarden uit de Wet geluidhinder worden overschreden. Aangezien sprake is van een groot aantal akoestische bronnen is in het onderzoek ook gekeken naar de cumulatie van deze bronnen. De relevante bronnen voor deze cumulatie zijn: Kruithuisweg N470 omgeklapte Schieweg (Spoorlaan) Spoorweg Dyckerhoff Basal Prysmian Scheepvaart Het akoestisch onderzoek heeft de gecumuleerde geluidbelastingen op de gevels van de voorbeelduitwerking van het stedenbouwkundige plan inzichtelijk gemaakt. De gecumuleerde geluidbelasting (berekend in het kader van het vaststellen van hogere waarde Wet geluidhinder) is ten hoogste 64 dB. Uit de resultaten blijkt dat de hogere gecumuleerde waarden met name optreden aan de spoorzijde.
De vastgestelde hogere waarden vanwege spoorweglawaai is 68 dB. Dit betekent dat deze woningen worden voorzien van gevelwerende maatregelen van 35 dB, omdat ze aan het vereiste binnenniveau van 33 dB moeten kunnen voldoen (zie planregels artikel 43.3, lid c). De geluidwering van de gevels bij deze woningen is dus hoger dan de 25 dB geluidwering die vereist is volgens artikel 40.4 van de planregels. De gecumuleerde waarde van 64 dB wordt dus als aanvaardbaar beschouwd.
Bij de nadere uitwerking ten behoeve van de omgevingsvergunning dient een nadere uitwerking van de bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 80
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 akoestische situatie overlegd te worden. Daarbij geldt dat indien de gecumuleerde geluidsbelasting op de hoogst belaste zijde 65 dB of minder is, de gecumuleerde geluidbelasting op de geluidluwe zijde of geveldeel maximaal 55 dB bedraagt (exclusief aftrek artikel 110 Wgh). In het geval dat de gecumuleerde geluidbelasting op de hoogst belaste zijde hoger dan 65 dB mag zijn, bedraagt de geluidbelasting op de geluidluwe zijde cumulatief niet meer dan 60 dB (exclusief aftrek artikel 110g Wgh). Voor geluid van bedrijven dient cumulatie van geluid inzichtelijk gemaakt te worden indien de individuele geluidbelasting als gevolg van het bedrijf 51 dB(A) of hoger is. Dit geldt voor Kabeldistrict voor Prysmian, Zwatra en Festo en de geluidzone industrie van Dyckerhoff Basal. Door de ligging van Dyckerhoff Basal en Festo ten opzichte van de andere bedrijven en de invulling van het plan is er geen sprake van relevante cumulatie van de geluidbelasting als gevolg van deze bedrijven. Voor de cumulatie tussen Prysmian en Zwatra is een regeling opgenomen die rekening houdt met cumulatie van geluid op te realiseren woningen en de mogelijkheid biedt hiervoor aanvullende regels te stellen.
Cumulatie goede ruimtelijke ordening In paragraaf 6.2 van het akoestisch onderzoek van Aveco de Bondt (Bijlage 1) staan de resultaten beschreven van het onderzoek naar de gecumuleerde geluidbelasting in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Hierbij zijn de volgende geluidbronnen gecumuleerd: Kruithuisweg Nieuwe Schieweg Spoorweg Inrichtingen met een geluidbelasting hoger dan 45 dB(A): - Prysmian - Zwatra - Lijm & Cultuur (incl. stemgeluid op terras) Industrieterreinen: - Schieoevers Zuid - Dyckerhoff-Basal Bedrijven binnen Kabeldistrict Horecabedrijven binnen Kabeldistrict Scheepvaart Nestgeluid De gecumuleerde geluidbelasting op de woningen aan de randen van het ontwikkelgebied bedraagt ten hoogste 67 dB(A). Dit is een worstcase inschatting. De maatgevende geluidbronnen hierbij zijn het spoor en de wegen. Op de gevels van de woning in het hart van het ontwikkelgebied is de gecumuleerde geluidbelasting ten hoogste 68 dB(A). Ook hier is sprake van een worstcase inschatting. De maatgevende geluidbronnen zijn de inrichtingen in het ontwikkelgebied en de terrassen. De gecumuleerde geluidbelasting wordt aanvaardbaar geacht, om de volgende redenen: Voor alle geluidgevoelige objecten en functies in Kabeldistrict zijn hogere waarden vastgesteld.
De hogere waarden zijn als volgt: - Dyckerhoff-Basal: 58 dB(A) - Nieuwe Schieweg: 58 dB - Bestaande Schieweg: 60 dB - Kruithuisweg: 58 dB - Spoor Den Haag - Rotterdam: 68 dB. Vanwege de hogere waarden is de benodigde gevelwering hoger dan de standaardeis uit het Bouwbesluit 2012 (20 dB), Daarnaast is in het bestemmingsplan opgenomen dat de gevelwering minimaal 25 dB (artikel 40.4) is. Waar de geluidgevoelige objecten en functies een geluidbelasting hebben als gevolg van een geluidbron waarvoor een hogere waarden is vastgesteld en waarbij die hoger is dan 58 dB die zullen ook een hogere geluidwering nodig hebben dan de minimale eis van 25 dB. Bijvoorbeeld de woningen langs het spoor hebben een geluidbelasting van 68 dB (als gevolg van railverkeer). De benodigde gevelwering bij deze woningen zal 35 dB zijn (68 dB - het vereiste binnenniveau). Eerder heeft de gemeente voor andere plannen ook vergelijkbare gecumuleerde geluidbelastingen bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 81
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 als aanvaardbaar geacht. Voorbeelden zijn het bestemmingsplan Maria Duystlaan (vastgesteld 2023-06-15 ) en bestemmingsplan Van Leeuwenhoekkwartier Noord (vastgesteld 2015-12-17) Het geluid van de bestaande bedrijven rondom Kabeldistrict wordt in het hart van het ontwikkelingsgebied afgeschermd door de omliggende bebouwing. De bijdrage van het geluid door bestaande bedrijven aan het gecumuleerde geluid in het hart van de ontwikkellocaties is te verwaarlozen. Wel zal er geluid van terras of bedrijven in het ontwikkelingsgebied waargenomen kunnen worden. Dit is te verwachten in een hoog stedelijk gemengd werk en woongebied. In het plan zijn regels opgenomen om samenloop van geluid door nieuwe bedrijven in Kabeldistrict te beperken. Opgemerkt wordt dat bij het berekenen van de gecumuleerde geluidbelasting ervan uit is gegaan dat alle geluidbronnen gelijktijdig actief zijn, iedere dag optreden en dit bij elke woning plaatsvindt. In de praktijk zal de kans op deze gelijktijdigheid klein zijn. Een verhoogde gecumuleerde geluidbelasting past in een gemengd stedelijk gebied. Daarnaast is sprake van een 16 uurs economie en zal het in de meeste gevallen na 23.00 uur rustig zijn. In de planregels is opgenomen dat de terrassen tot 23.00 uur in gebruik mogen zijn.
Dyckerhoff-Basal kan ook in de nachtperiode voor verhoogde geluidniveaus zorgen. Daar waar dit van toepassing is worden bouwkundige maatregelen getroffen. Binnen de ontwikkellocaties kunnen ook piekgeluiden voorkomen. Piekgeluiden overdag door bijvoorbeeld het aan- en afrijden van vrachtwagens en het laden en lossen zijn in de planregels niet genormeerd in de dagperiode. Het regulier geluid overdag wordt beperkt door de tijdsduur in het genormeerde langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; indien piekgeluiden veelvuldig optreden of erg hoog zijn, zal dit leiden tot overschrijding van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Het bevoorraden van de inrichtingen in het ontwikkelgebied vindt in de regel alleen plaats in de dagperiode en zal hoofzakelijk aan de westzijde plaatsvinden (de 'ruiskant'). De inrichtingen hebben de zorgplicht om vermijdbare en onnodige piekgeluiden zoveel mogelijk te voorkomen. Mocht blijken dat er toch regelmatig hinder wordt ondervonden dan kunnen maatwerkvoorschriften worden overwogen voor de inrichting. Indien sprake is van overlast door piekgeluiden vanwege stemgeluid dan kan worden opgetreden middels de zorgplicht en/of door het stellen van gedragsregels. Schreeuwende bezoekers kunnen via de openbare orde worden aangepakt.
Door de bestaande inrichtingen buiten het ontwikkelgebied zullen in de dagperiode (behoudens bij Basal) piekniveaus hoger dan 75 dB(A) in de regel niet optreden. De optredende piekniveaus zijn in de dagperiode in een levendig gemengd stedelijk gebied niet onaanvaardbaar te achten.
4.4.3
Toetsing Nieuwe Haven
Voor de herontwikkeling van Nieuwe Haven is door Aveco de Bondt (Bijlage 3) een akoestisch onderzoek uitgevoerd om te kunnen beoordelen of aan de kaders zoals in paragraaf 4.4.1 staat beschreven kan worden voldaan. Het volledige rapport is meegenomen in Bijlage 3. Doel van het onderzoek is te bepalen of op de gevels van de geluidgevoelige objecten wordt voldaan aan de voorkeurswaarden uit de Wet geluidhinder, een goede ruimtelijke ordening en standaardwaarden uit het geluidbeleid, waarin een gezond en velig woon- en leefklimaat centraal staat. Voor Laga is separaat een onderzoek uitgevoerd waarin ook stem- en muziekgeluid meegenomen zijn (zie Bijlage 2). Resultaat Uit het onderzoek blijkt dat voor de onderstaande geluidbronnen sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde: Rotterdamseweg; Industrieterrein WKC TU Delft; Aantal bedrijven in Schieoevers Noord (Prysmian en Hordijk). Voor Laga en Nautilus geldt dat nadere afspraken gemaakt zijn over de geluidniveaus. Met Laga is overeengekomen dat het geluidniveau niet meer dan 50 dB(A) op de gevel van een gevoelige functie mag bedragen. Nautilus kent een geluidzone van 50 dB(A) (etmaalwaarde) op maximaal 50 meter afstand van de grens van de inrichting exclusief muziektoeslag. Voor beide functies is geen sprake van overschrijding van de standaardwaarde uit het Geluidskader Schieoevers Noord (bijlage 20).
Vanwege de cumulatie van geluid is ook scheepvaartlawaai betrokken in de afwegingen. bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 82
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 Resultaten wegverkeerslawaai Als gevolg van wegverkeerslawaai vanaf de Rotterdamseweg bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 58 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Daarmee wordt de voorkeurswaarde overschreden, maar blijft het geluid ruim onder de maximaal te ontheffen waarde. Het toepassen van stil asfalt leidt tot een geluidbelasting van ten hoogste 56 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Het toepassen van stil asfalt stuit echter op bezwaren die in het akoestisch onderzoek nader beschreven zijn. Op termijn wordt naar verwachting onder andere voor de Rotterdamseweg bekeken of een maximumsnelheid van 30 km/u moet krijgen. Daarmee wordt de geluidbelasting verder verlaagd. Resultaten industrielawaai Voor de ontwikkeling van Nieuwe Haven is de reeds bestaande geluidzone van de Warmtekracht Centrale (WKC) aan de overzijde van de Rotterdamseweg relevant. Een klein deel van de ontwikkeling van Nieuwe Haven ligt binnen deze contour. Dat geldt ook voor Laga, maar de ontwikkeling van Laga is geen geluidgevoelige functie. Voor een aantal gevels aan de Rotterdamseweg en de Nieuwe Haven is de geluidbelasting als gevolg van de WKC hoger dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A). De geluidbelasting is echter lager dan de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A). Hiermee is het mogelijk de woningen te realiseren.
In de geluidrapportage over Nieuwe Haven is afgewogen dat bron- of overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn om de geluidbelasting op de gevels van Nieuwe Haven te reduceren. Resultaten bedrijfslawaai Voor de ontwikkeling van Nieuwe Haven is het geluid van de bedrijven Prysmian en Hordijk relevant. Als gevolg van Prysmian wordt de voorkeurswaarde van 50 dB(A) (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau) overschreden en als gevolg van Hordijk de voorkeurswaarde voor de avond- en nachtperiode van 45 dB(A) (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau). Met beide bedrijven vindt nog afstemming plaats over de mogelijke maatregelen. In het vervolgtraject zullen nadere overleggen plaatsvinden waarbij de mogelijkheden voor bron- en/of overdrachtsmaatregelen nader worden beschouwd. In het bestemmingsplan en de beleidsregels Geluid Schieoevers Noord worden de relevante regels en afwegingen verankerd, waarmee wordt voldaan aan het beleid. In het kader van de omgevingsvergunning moet worden aangetoond op welke wijze hieraan wordt voldaan.
Samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen Conform het Geluidskader Schieoevers Noord en de planregels worden voor wat betreft de samenloop van geluid alleen de geluidbelastingen van inrichtingen en industrieterreinen meegenomen, voor zover de geluidbelasting van een inrichting of industrieterrein hoger is dan 50 dB(A). De contouren van het 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van Prysmian, Octatube, Hordijk en het industrieterrein WKC TU Delft vallen binnen de bouwvlakken van Nieuwe Haven en de woning die op het terrein van Octatube wordt gerealiseerd. Op basis van een stedenbouwkundig ontwerp is de geluidbelasting bij Nieuwe Haven en de woning bij Octatube berekend om vast te kunnen stellen of er sprake is van samenloop van geluid door bestaande inrichtingen. Uit de resultaten van de berekeningen met het stedenbouwkundig ontwerp blijkt dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van Hordijk, de WKC en Prysmian hoger zijn dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Vanwege de ligging van de Prysmian (aan de westzijde) ten opzichte van Hordijk en WKC (aan de zuid- en oostzijde) en de invulling van het plan is er geen sprake van een samenloop van het geluid van deze drie inrichtingen tezamen. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van Octatube, Laga, Nautilus en Geothermie voldoen aan 50 dB(A) etmaalwaarde.
De inrichtingen in het ontwikkelgebied Nieuwe Haven zelf zijn niet meegenomen aangezien de geluidbelastingen van deze activiteiten op grond van de bestemmingsplanregels of het activiteitenbesluit niet hoger mogen zijn dan 50 dB(A). De gecumuleerde geluidbelasting van de inrichtingen binnen Nieuwe Haven zijn wel onderzocht in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Cumulatie in het kader van vaststellen hogere waarden Wet geluidhinder bestemmingsplan "Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2" (vastgesteld) 83
bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 In paragraaf 4.4.1 is uitgelegd welke bronnen volgens het gemeentelijk geluidbeleid in beeld gebracht moeten worden in het kader van het vaststellen van hogere waarden, omdat de voorkeurswaarden uit de Wet geluidhinder worden overschreden. Aangezien sprake is van een groot aantal akoestische bronnen is in het onderzoek ook gekeken naar de cumulatie van deze bronnen omdat een overschrijding van de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder en de standaardwaarden uit het Geluidskader (bijlage 20) plaatsvindt. De relevante bronnen voor deze cumulatie zijn: Rotterdamseweg; Industrieterrein WKC; Prysmian; Hordijk; Scheepvaart. Het akoestisch onderzoek heeft de gecumuleerde geluidbelastingen op de gevels van het stedenbouwkundige plan inzichtelijk gemaakt. De gecumuleerde geluidbelasting (berekend in het kader van het vaststellen van hogere waarde Wet geluidhinder) is ten hoogste 64 dB. Hierbij zijn de woningen rondom de Rotterdamseweg het hoogst belast. Deze woningen worden voorzien van gevelwerende maatregelen 25 dB (zie planregel artikel 40.4). De hoogst belaste woningen waar Hordijk maatgevend is worden voorzien van bouwkundige maatregelen. Bij een paar woningen is Prysmian maatgevend. Bij deze woningen zijn geen bouwkundige maatregelen voorzien, omdat dit volgens het beleid niet nodig is.
Echter gezien de ligging in een transformatiegebied van industrie naar gemengd stedelijk gebied wordt deze waarde als aanvaardbaar gezien.
Bij de nadere uitwerking ten behoeve van de omgevingsvergunning dient een nadere uitwerking van de akoestische situatie overlegd te worden. Daarbij geldt dat indien de gecumuleerde geluidsbelasting op de hoogst belaste zijde 65 dB of minder is, een andere zijde of geveldeel geluidluw is, als de gecumuleerde geluidbelasting op de geluidluwe zijde of geveldeel maximaal 55 dB bedraagt (exclusief aftrek artikel 110 Wgh). In het geval dat de gecumuleerde geluidbelasting op de hoogst belaste zijde hoger dan 65 dB mag zijn, geldt een andere zijde of geveldeel al als geluidluw als de geluidbelasting cumulatief niet meer dan 60 dB is (exclusief aftrek artikel 110g Wgh). Dit is tevens in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. In de beleidsregels Geluid Schieoevers Noord zijn de definitie van een geluidluwe zijde en de daarbij behorende voorwaarden verder uitgewerkt.
Cumulatie goede ruimtelijke ordening In paragraaf 5.2 van het akoestisch onderzoek van Aveco de Bondt (bijlage 3 bij de toelichting) staan de resultaten beschreven van het onderzoek naar de gecumuleerde geluidbelasting in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Hierbij zijn de volgende geluidbronnen gecumuleerd: Wegverkeer Inrichtingen met een geluidbelasting hoger dan 45 dB(A): - Octatube + Rust Onroerend Goed - Prysmian - Hordijk - Laga - Nautilus - Geothermie Industrieterrein WKC TU Delft Bedrijven binnen Nieuwe Haven Horecabedrijven binnen Nieuwe Haven Scheepvaart