CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

Raadsvergadering 4 april 2024, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W - Vaststelling Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 (nr. 2403034)19.319 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 Parkeeroplossingen voor auto- en fietsparkeren & laden en lossen bij bouwontwikkelingen

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

Inhoudsopgave De belangrijkste keuzes op een rij

3

1 Introductie

4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Groei van Delft zorgt voor schaarse ruimte Noodzaak voor Delftse mobiliteitstransitie Parkeernormen als belangrijk sturingsinstrument Waarom nieuwe beleidsregels parkeernormen? Van parkeernorm naar parkeereis Proactief reguleren als randvoorwaarde voor een passende parkeereis Opbouw van de Beleidsregels Parkeernormen

2 Juridisch kader 2.1 2.2 2.3 2.4

Juridische basis via omgevingsvergunning en bestemmingsplan Beleidsregels parkeernormen als toetsingskader Overgangsregeling Inwerkingtreding en citeertitel

3 Uitgangspunten voor de Delftse parkeernormen 3.1 3.2 3.3

4 4 5 5 7 8 8

9 9 10 11 11

12

Algemeen Parkeernormen voor fietsen Parkeernormen voor auto’s

12 14 16

4 Bepalen van de parkeervraag

19

4.1 4.2 4.3 4.4

De normatieve parkeervraag berekenen Rekening houden met de bestaande parkeervraag (salderen) Compensatie van een eventueel verlies aan bestaande parkeerplaatsen Vaststellen van de parkeervraag

5 Beïnvloeden van de parkeervraag 5.1 5.2 5.3

Toepassing parkeerreductie Voorwaarden voor hanteren parkeerreductie Parkeerplaatsen voor deelmobiliteit bij toepassing parkeerreductie

6 Invullen van de parkeervraag 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Randvoorwaarden voor de parkeeroplossing Parkeren op eigen terrein als uitgangspunt Op andere wijze voorzien in parkeren Afwijkingsmogelijkheden voor fietsparkeren Afwijkingsmogelijkheden voor autoparkeren Wat als parkeren niet kan worden opgelost?

7 Kwaliteit van de parkeeroplossing 7.1 7.2

Kwaliteitseisen voor fietsparkeren Kwaliteitseisen voor autoparkeren

19 19 21 21

23 23 25 26

28 28 29 31 32 33 35

36 36 38

1

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

8 Laden en lossen 8.1 8.2

Laden en lossen op eigen terrein Afwijken in bijzondere omstandigheden

9 Vastleggen van de parkeer- en mobiliteitsafspraken 9.1 9.2 9.3

Juridische borging: parkeren ook in de toekomst goed geregeld Beperkt recht op autoparkeren Communicatie naar de eindgebruiker

40 40 41

43 43 43 45

Bijlage 1. Definities

46

Bijlage 2. Fietsparkeernormen

50

Bijlage 3. Autoparkeernormen

53

Bijlage 4. Onderbouwing normen

62

Bijlage 5. Aanwezigheidspercentages

65

Bijlage 6. Omrekenfactoren parkeren op eigen terrein

66

Bijlage 7. Mobiliteitsvisie Schieoevers Noord

67

Bijlage 8. Rekenvoorbeeld

68

2

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

De belangrijkste keuzes op een rij Delft is volop in ontwikkeling en groeit. Groeien en gelijktijdig een leefbare stad zijn die voor iedereen bereikbaar is, vraagt om het anders organiseren van parkeren en mobiliteit bij nieuwe bouwontwikkelingen en transformaties. De belangrijkste keuzes die we op dat gebied maken zijn als volgt:

1. Delft kiest ervoor géén parkeervergunning aan huurders, kopers en werknemers van nieuwe bouwontwikkelingen of transformaties te verlenen Huurders, kopers en werknemers van de nieuwbouw krijgen geen parkeervergunning meer voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. Hierdoor zijn er minder parkeerplaatsen in de openbare ruimte nodig. 2. Delft kiest voor hoge normen en meer kwaliteit bij fietsparkeren Voor de hele stad gelden relatief hoge fietsparkeernormen. Naast aandacht voor aantallen fietsparkeerplaatsen letten we meer op de kwaliteit daarvan. Dat is belangrijk voor het stimuleren van actieve, schone en duurzame mobiliteit en het beheersen van de druk op de openbare ruimte. 3. Delft kiest voor sturende autoparkeernormen De autoparkeernormen worden met 20% verlaagd ten opzichte van onze huidige parkeernormen. Daarnaast passen we – met uitzondering van de binnenstad, de campus TU Delft en Schieoevers Noord – dezelfde autoparkeernormen toe voor de hele bebouwde kom. Dat betekent een extra verlaging van de parkeernormen in delen van Delft. Het beschikbaar blijven stellen van parkeerplaatsen bij bouwontwikkelingen volgens de huidige vraag zou te veel ruimte kosten. 4. Delft kiest voor een maximumnorm voor autoparkeren Meer parkeerplaatsen bouwen dan de parkeernorm mag niet meer.

Hiermee houden wij grip op het aantal geparkeerde en rijdende auto’s in Delft. Nu geven de parkeernormen nog aan hoeveel parkeerplaatsen minimaal beschikbaar moeten zijn voor auto’s. 5. Delft kiest voor een maximumparkeernorm van één autoparkeerplaats per woning Door het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein per woning te maximeren houden wij de stad ook in de toekomst bereikbaar. Deze keuzes vormen de basis voor de uitwerking van deze ‘Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023’.

3

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

1 Introductie 1.1 Groei van Delft zorgt voor schaarse ruimte Delft is volop in ontwikkeling. Om te zorgen voor goede en voldoende woningen voor iedereen is de inzet in de periode van 2018 tot 2040 zo’n 15.000 woningen toe te voegen. Als stad van innovatie en techniek voorziet Delft in dezelfde periode ook een groei van 10.000 banen. We zijn al goed op weg om deze forse opgave te realiseren, maar hebben nog veel werk te verzetten. Delft heeft aan de randen geen ruimte om uit te breiden. De verdere groei moeten we dus opvangen in de bestaande stad. De verdichting van Delft zorgt voor extra druk op de schaarse ruimte. Delft heeft onder andere ambities op het terrein van voorzieningen, wonen, werken, duurzaamheid, gezondheid, samen leven, veiligheid, historie en cultuur. Al deze opgaven leggen een claim op dezelfde ruimte. We moeten zorgvuldig en creatief met de ruimte omgaan, zodat we Delft vitaal kunnen houden.

1.2 Noodzaak voor Delftse mobiliteitstransitie De groei van Delft leidt ook tot meer mobiliteit in, van en naar de stad. Om een gezonde groei mogelijk te maken, is een nieuwe balans nodig tussen de toenemende vraag naar mobiliteit en de schaarse ruimte in de stad. Hoe we de komende jaren omgaan met onze mobiliteitsopgave is uitvoerig beschreven in het Mobiliteitsplan Delft 2040. Voor het vinden van het juiste evenwicht wordt ingezet op een mobiliteitstransitie. Het mobiliteitssysteem gaat veranderen, zodat Delft de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft. De beschikbare ruimte in de stad wordt beter benut door voorrang te geven aan ruimte-efficiënte, schone, slimme en veilige mobiliteit. Het autobezit en autogebruik hebben een grote impact op het ruimtegebruik en gaan we daarom verminderen. Dit betekent het inzetten op verbeteringen van voorzieningen voor voetgangers, fiets en openbaar vervoer, op het mogelijk maken van ketenverplaatsingen (verplaatsingen met meerdere vervoersmiddelen) en op het efficiënter gebruik van auto’s.

4

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

1.3 Parkeernormen als belangrijk sturingsinstrument Als we willen groeien en gelijktijdig een leefbare stad willen die voor iedereen bereikbaar is, dan moeten we ook het parkeren van auto’s en fietsen bij bouwontwikkelingen (het bouwen, vernieuwen, veranderen, vergroten of wijzigen van de functie van een gebouw) anders organiseren. In de periode van 2018 tot 2040 groeit het aantal bewoners van Delft met ongeveer 30%. Als het autobezit evenredig toeneemt met de groei van de stad, dan horen daar zo’n 8.500 extra auto’s bij. De ruimte die nodig is voor het parkeren van deze auto’s gaat ten koste van ruimte die onmisbaar is voor andere opgaven waar Delft hard aan werkt. Doorgaan op de ingeslagen weg, waarbij we nog vaak uitgaan van de huidige vraag naar autoparkeerplaatsen bij bouwontwikkelingen, is dus geen optie. De parkeercapaciteit voor zowel fietsen als auto’s bij bouwontwikkelingen is een sturingsinstrument dat we in moeten blijven zetten om actieve en schone vormen van mobiliteit te stimuleren en het aantal (rijdende) auto’s in Delft te beperken. Een verplaatsing met de auto en fiets begint en eindigt met parkeren en is dus een vast onderdeel van onze mobiliteit. Met parkeernormen houden we grip op hoeveel parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor verschillende functies, zoals woningen, bedrijven of voorzieningen.

Daarmee is dit een belangrijke knop om aan te draaien om de Delftse mobiliteitstransitie te laten slagen.

1.4 Waarom nieuwe Beleidsregels Parkeernormen? In deze Beleidsregels Parkeernormen is vastgelegd hoe we in Delft omgaan met fiets- en autoparkeren bij bouwontwikkelingen. Dan gaat het om de parkeernormen zelf, maar ook om hoe we deze toepassen. De huidige ‘Beleidsregels Parkeernormen1’ komt uit 2018 en is aan vervanging toe zodat deze beter aansluit bij de gewenste Delftse mobiliteitstransitie. Met de actualisatie van onze Beleidsregels Parkeernormen willen we het volgende bereiken: •

•

•

1

Het sturen op het aantal auto’s in Delft, door met parkeernormen te voorkomen dat er te veel autoparkeerplaatsen worden aangelegd bij bouwontwikkelingen. Het stimuleren van actieve en duurzame vormen van mobiliteit, zoals lopen en fietsen, door de parkeervraag niet altijd één-op-één te vertalen in aantal aan te leggen autoparkeerplaatsen. Maar door het bieden van meer mogelijkheden voor andere mobiliteitsoplossingen dan een parkeerplaats voor de (eigen) auto. Zorgen dat de mobiliteit voor (toekomstige) bewoners, gebruikers, en bezoekers bij bouwontwikkelingen gefaciliteerd wordt, zodat de locatie toegankelijk en bereikbaar blijft. Daar hoort niet standaard meer een autoparkeerplaats bij.

Gepubliceerd onder de titel ‘Nota Parkeernormen Delft 2018’.

5

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

•

•

•

•

Het minimaliseren van het aantal extra geparkeerde auto’s in de openbare ruimte als gevolg van bouwontwikkelingen. Minder auto’s op straat leidt tot meer ruimte voor bijvoorbeeld voetgangers en fietsers en een aantrekkelijkere openbare ruimte voor bewoners, bezoekers en ondernemers van Delft. Het niet alleen zorgen voor voldoende auto- en fietsparkeerplaatsen, maar ook zo goed mogelijk borgen dat deze in de praktijk beschikbaar zijn. Dat doen we door aanvullende eisen te stellen aan de toegankelijkheid, beschikbaarheid en kwaliteit van parkeerplaatsen. Het stimuleren van bouwontwikkelingen in Delft, door het maken van heldere spelregels die voor alle ontwikkelaars gelijk zijn. Zo is voor hen duidelijk onder welke voorwaarden zij de komende jaren kunnen investeren in de ontwikkeling van onze stad. Bovendien zorgt het aanleggen van minder parkeerplaatsen voor lagere kosten. De drempel voor het realiseren van bouwontwikkelingen wordt zo lager. Dat draagt bij aan onze opgave om meer woningen, banen en voorzieningen te realiseren. Het verbeteren van de juridische borging van de parkeer- en mobiliteitsoplossing van een bouwontwikkeling. Zodat nieuwe bewoners of gebruikers aan de voorkant zo goed mogelijk op hoogte zijn van de (on)mogelijkheden qua parkeren en mobiliteit bij hun nieuwe woning of bedrijf.

Integraal beleid voor parkeren bij bouwontwikkelingen Voor grootschalige gebiedsontwikkelingen hebben we eerder aparte parkeervisies opgesteld. Dat geldt voor de TU Delft campus, Nieuw Delft en Schieoevers Noord. Zo is rekening gehouden met de specifieke kenmerken van deze gebiedsontwikkelingen en de manier waarop mobiliteit en parkeren hier wordt georganiseerd. Om verwarring en misverstanden te voorkomen kiezen we ervoor om de parkeervisies voor de TU Delft Campus en Schieoevers Noord nu te integreren in deze Beleidsregels Parkeernormen. Zo zijn alle regels over parkeren bij bouwontwikkelingen in Delft gebundeld in één document. Beide locaties blijven wel als apart deelgebied bestaan, met elk hun eigen parkeernormen. Voor Nieuw Delft is dat anders. Daar is de planvorming grotendeels achter de rug. Een aparte parkeervisie voor bouwontwikkelingen in dit gebied is daarom niet langer nodig. Voor alle nieuwe bouwplannen in Nieuw Delft gaan dezelfde regels gelden als voor de rest van de stad.

6

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

1.5 Van parkeernorm naar parkeereis Aan de hand van parkeernormen uit deze Beleidsregels Parkeernormen wordt een parkeereis bepaald. Dit is het uiteindelijke aantal te realiseren of beschikbaar te stellen parkeerplaatsen door een initiatiefnemer. Via de volgende stappen worden de parkeernormen vertaald naar een parkeereis. Elke stap wordt in de hoofdstukken hierna meer in detail beschreven. Het toepassingskader is in de basis gelijk voor het parkeren van auto en fietsen. Wanneer eisen/ voorwaarden specifiek voor auto of fietsparkeren gelden, dan wordt dit concreet benoemd. Figuur 1. Overzicht toepassingskader Delftse parkeernormen voor auto en fiets

Invullen van de parkeervraag

Beïnvloeden van de parkeervraag

Bepalen van de parkeervraag

Stappen toepassing parkeernormen Delft

Resultaat per stap

Berekenen normatieve parkeervraag

= … parkeerplaatsen

Rekening houden met de bestaande parkeervraag

- … parkeerplaatsen

Compensatie bij verlies van bestaande parkeerplaatsen

+ … parkeerplaatsen

Vaststelling van de parkeervraag

= … parkeerplaatsen

Parkeerreductie om de (auto)parkeereis te verlagen

- … parkeerplaatsen

Beschikbaar stellen parkeerplaatsen voor deelmobiliteit

+ … parkeerplaatsen

Parkeerplaatsen op eigen terrein als uitgangspunt

= … parkeerplaatsen

Alternatieve parkeeroplossing • Gebruik maken van een particuliere pp • Benutten van pp in openbare ruimte (alleen voor fietsparkeren) • Toepassing ‘nulvergunningenregeling’ (alleen voor auto’s)

Toets op dubbelgebruik van parkeerplaatsen

= … parkeerplaatsen

Resultaat = nul, bij volledig oplossen van de parkeereis

- Check op eisen laden en lossen - Toets op kwaliteitseisen parkeren - Vastleggen van parkeerafspraken

7

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

1.6 Proactief reguleren als randvoorwaarde voor een passende parkeereis Het verlagen en flexibeler toepassen van onze parkeereis gaat altijd samen met het zorgvuldig vastleggen dat een bouwontwikkeling géén aanspraak kan maken op parkeerruimte in de openbare ruimte. Nu én in de toekomst niet. Dit doen we om de parkeerdruk te beheersen en de kwaliteit van de openbare ruimte te behouden en waar mogelijk te vergroten. Het uitgangspunt is dat de nodige parkeerplaatsen op eigen terrein komen: in, onder of bij de bouwontwikkeling. Of worden gereserveerd in bestaande nabijgelegen parkeergarages of parkeerterreinen. In de praktijk kunnen we alleen sturen op het gebruik van de openbare ruimte als het parkeren in de omgeving van een bouwontwikkeling niet onbeperkt en gratis is. Met het vaststellen van de Delftse ‘parkeertransitie’ (2020) is daarom de stap gezet naar het proactief reguleren van parkeren bij (grotere) bouwontwikkelingen. Het college van B&W kan nu bij bouwontwikkelingen besluiten tot het invoeren van betaald parkeren in de directe omgeving. Door het proactief reguleren van parkeren wordt overlast in de omliggende straten op voorhand voorkomen én wordt de mobiliteitstransitie bij bouwontwikkelingen in Delft ondersteund.

1.7 Opbouw van de Beleidsregels Parkeernormen De opbouw van deze Beleidsregels Parkeernormen is als volgt. Het juridische kader komt aan bod in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de uitgangspunten voor de toe te passen parkeernormen voor auto en fiets beschreven. Daarna wordt in hoofdstuk 4 geschetst volgens welke stappen de parkeervraag bij bouwontwikkelingen wordt vastgesteld. Hoofdstuk 5 beschrijft de mogelijkheden voor het toepassen van een parkeerreductie op de parkeereis voor autoparkeren. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de mogelijkheden die er zijn voor het invullen van de parkeervraag. In hoofdstuk 7 worden de kwaliteitseisen benoemd waarin de parkeeroplossing voor auto en fiets moet voldoen. Hoe laden en lossen moet worden geregeld is benoemd in hoofdstuk 8. Tot slot volgt in hoofdstuk 9 hoe de juridische borging van de parkeeroplossing wordt geborgd. Daarnaast zijn er verschillende bijlagen die integraal onderdeel van deze Beleidsregels Parkeernormen zijn: Bijlage 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Inhoud Definities Fietsparkeernormen Autoparkeernormen Onderbouwing autoparkeernormen Aanwezigheidspercentages Omrekenfactoren parkeren op eigen terrein Mobiliteitsvisie Schieoevers Noord Rekenvoorbeelden

8

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

2 Juridisch kader De toepassing van fiets- en autoparkeernormen kent een aantal belangrijke juridische aspecten. Dit hoofdstuk gaat in op het juridisch kader voor deze Beleidsregels Parkeernormen.

2.1 Juridische basis via omgevingsvergunning en bestemmingsplan De parkeernormen voor auto en fiets in deze Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 gelden voor bouwontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is of wanneer een wijziging van het vigerende bestemmingsplan nodig is. De juridische basis van deze Beleidsregels Parkeernormen ligt in het bestemmingsplan ‘Facetherziening Parkeren (2018)’. Met dit facetbestemmingsplan geldt dezelfde regeling voor parkeren, stallen en laden en lossen voor alle bestemmingsplannen in Delft. Als in vigerende bestemmingsplannen al een regel voor het parkeren is opgenomen, dan is deze met dit facetbestemmingsplan vervangen. In bestemmingsplannen die later dan het facetbestemmingsplan zijn vastgesteld, is ook deze parkeerregeling opgenomen. In de parkeerregels is een dynamische verwijzing naar de parkeernormen en beleidsregels uit deze (en opvolgende) Beleidsregels Parkeernormen opgenomen. Dit betekent dat wanneer de parkeernormen of beleidsregels worden vervangen of gewijzigd, de nieuwe of gewijzigde beleidsregels worden toegepast. De bestemmingsplannen hoeven daarmee dus niet te worden herzien als er iets veranderd in de Beleidsregels Parkeernormen Delft. Op weg naar de omgevingswet Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking.

De Omgevingswet zal leiden tot veel veranderingen in de manier waarop de processen rondom bouwontwikkelingen verlopen. Centraal binnen de Omgevingswet staat het bundelen en vereenvoudigen van regels over alles wat met de leefomgeving te maken heeft. Deze regels zijn vastgelegd in een omgevingsplan. Als de Omgevingswet ingaat is er nog geen volledig omgevingsplan. De komende jaren werkt Delft aan de overstap van losse bestemmingsplannen, verordeningen en beleidsregels naar één omgevingsplan. De huidige parkeerregeling wordt opgenomen als tijdelijk onderdeel van het omgevingsplan. Deze wordt in de loop der jaren overgezet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. De inwerktreding van de Omgevingswet heeft geen gevolgen voor deze Beleidsregels Parkeernormen.

9

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

2.2 Beleidsregels parkeernormen als toetsingskader Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt op ‘parkeren’ getoetst aan deze Beleidsregels Parkeernormen. Voor parkeren wordt in de omgevingsvergunning de fiets- en autoparkeereis opgenomen. Deze eis geeft aan hoeveel parkeerplaatsen beschikbaar moeten worden gesteld. Als de aanvraag voldoet aan de parkeereis die hoort bij de bouwontwikkeling, dan is er voor het onderdeel ‘parkeren’ geen belemmering om de omgevingsvergunning te verlenen. Wanneer de aanvraag van een omgevingsvergunning niet (volledig) voldoet aan deze Beleidsregels Parkeernormen dan is dat een reden om de omgevingsvergunning te weigeren. In bijzondere gevallen kan onderbouwd van de parkeereis worden afgeweken. Afwijkingsgronden van de parkeereis voor auto en fiets Uitgangspunt van deze ‘Beleidsregels Parkeernormen’ is dat parkeren en laden & lossen op eigen terrein plaatsvindt. Dit is juridisch vastgelegd in artikel 5.1 en 6.1 van de Facetherziening Parkeren en alle bestemmingsplannen waarin de parkeerregeling uit dit bestemmingsplan is overgenomen. In alle gevallen waarbij de volledige parkeereis niet op eigen terrein kan worden opgelost, is sprake van afwijkingsgronden. Dan geldt de afwijkingsbevoegdheid die is opgenomen in artikel 5.3 en 6.2 van de Facetherziening en alle bestemmingplannen met dezelfde parkeerregeling.

Deze beleidsregels beschrijven welke afwijkingsmogelijkheden er zijn voor parkeren (hoofdstuk 6) en laden & lossen (hoofdstuk 8). Voor het in behandeling nemen van de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt voor parkeren in ieder geval de volgende informatie verwacht: •

• •

Het ruimtelijk programma dat in de huidige situatie aanwezig is en in de nieuwe situatie wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld het aantal woningen (onderverdeeld naar woonoppervlak) of aantal vierkante meter bruto vloeroppervlakte van geplande functies; De berekening van de parkeervraag voor de fiets en de auto (parkeerbalans), inclusief de gehanteerde uitgangspunten in uitgevoerde berekeningen; Ontwerptekeningen van de te realiseren of beschikbaar te stellen parkeerplaatsen, waarin het aantal beschikbare auto- en fietsparkeerplaatsen is aangegeven (inclusief maatvoeringen);

10

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

2.3 Overgangsregeling Bouwontwikkelingen kunnen een lange doorlooptijd hebben. Daarom geldt een overgangsregeling2. Bij de toetsing van een omgevingsvergunning wordt uitgegaan van de beleidsregels die zijn beschreven in de Beleidsregels Parkeernormen, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Een uitzondering hierop geldt wanneer de gemeente Delft met de ontwikkelaar/aanvrager/eigenaar vóór vaststelling van deze beleidsregel een overeenkomst heeft gesloten waarin aantallen parkeerplaatsen of de te hanteren parkeernormen zijn vastgelegd.

2.4 Inwerkingtreding en citeertitel Deze Beleidsregels Parkeernormen treden in werking de dag na bekendmaking en wordt aangehaald als: ‘Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023’.

2

Zoals vastgelegd in de ‘Facetherziening Parkeren’ en bestemmingsplannen waarin de parkeerregeling uit dit bestemmingsplan is overgenomen.

11

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

3 Uitgangspunten voor de Delftse parkeernormen Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn bij een bepaalde functie van een gebouw per eenheid of oppervlakte. Aan de hand van parkeernormen geven we een zo goed mogelijke inschatting van de parkeervraag van een bouwontwikkeling. In dit hoofdstuk beschrijven we de uitgangspunten voor de Delftse parkeernormen. Een volledig overzicht van de parkeernormen per functie is opgenomen in bijlage 2 (Fiets) en 3 (Auto).

3.1 Algemeen 3.1.1 Landelijke kencijfers als basis voor parkeernormen De Delftse parkeernormen voor auto en fiets zijn afgeleid van de meest recente parkeerkencijfers3 van het kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte: het CROW. Deze kencijfers worden gezien als de landelijke standaard en vormen dus een goede basis voor het opstellen van onze parkeernormen. De parkeerkencijfers hebben een bandbreedte – variërend van hoog tot laag. Maar kencijfers zijn nog geen normen. Daarom zijn de kencijfers, op basis van de lokale situatie in Delft, vertaald naar parkeernormen. 3.1.2 Parkeernormen verschillen per functie De hoogte van de parkeernormen voor auto en fiets varieert per functie. Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen is afhankelijk van de grootte van de functie die een gebouw heeft. Hierbij onderscheiden we parkeernormen voor de volgende categorieën: • • • • • • •

Wonen Werken Winkels en boodschappen Ontspanning, cultuur en sport Horeca en verblijfsrecreatie Gezondheid Onderwijs

De parkeernormen zijn opgebouwd uit een gebruikersdeel (bewoners, medewerkers, etc.) en een bezoekersdeel. Het kan zo zijn dat voor een te realiseren functie géén parkeernorm is vastgelegd in deze Beleidsregels Parkeernormen. Dan wordt de parkeernorm gebruikt die geldt voor de meest vergelijkbare functie. Als dit niet volstaat, dan wordt in overleg met gemeente Delft een aparte berekening uitgevoerd om de parkeervraag van deze functie te bepalen.

3

Auto: CROW, Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381, 10 december 2018. Fiets: CROW, Leidraad fietsparkeerkencijfers, versie 4, maart 2020

12

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

Parkeernormen voor ‘wonen’ In Delft worden veel verschillende soorten woningen gebouwd. Om deze woningtypen te categoriseren maken we in eerste instantie onderscheid naar woninggrootte. De omvang van een woning wordt uitgedrukt in gebruikersoppervlakte (GO). Zo kan al in een vroeg stadium bij bouwontwikkelingen de parkeervraag worden bepaald. De parkeernorm zelf geldt per woning. Naast de reguliere woningen, is er ook een aantal woningtypen gericht op een specifieke woondoelgroep. Om rekening te houden met het autobezit van deze doelgroepen worden voor de volgende type woningen aparte parkeernormen toegepast: Studentenwoningen Delft is een echte studentenstad. Veel studenten hebben geen eigen auto. Studentenwoningen hebben daarom een relatief lage parkeernorm. Een studentenwoning is een woning die wordt bewoond door een student die in bezit is van een campuscontract. Zorgwoningen Op termijn zullen steeds meer mensen langer zelfstandig blijven wonen. Vaak is er dan ook meer zorg nodig. Afhankelijk van hoe zelfstandig bewoners zijn, wordt de parkeernorm voor deze groep bewoners ingevuld. Daarbij maken we onderscheid in de volgende categorieën: •

•

•

Intramurale zorgwoningen Intramurale zorg is zorg die bewoners 24/7 ontvangen tijdens een onafgebroken verblijf in een instelling. Het gaat bijvoorbeeld om zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis, instelling voor gehandicapten of voor cliënten met langdurige psychische problemen. Hiervoor worden de parkeernormen toegepast voor de categorie ‘verpleeg- en verzorgingshuis’. Voor deze categorie zijn alleen parkeerplaatsen nodig voor personeel en bezoek. Zelfstandige extramurale zorgwoningen Dit zijn woningen bedoeld voor bewoners die zorg op afroep nodig hebben, maar nog wel zelfstandig wonen. Het gaat om zorg die een zorgaanbieder aan huis levert. Voorwaarde is dat de woning uitsluitend door bewoners met een zorgindicatie (t/m ZZP3) bewoond mag worden. Voor dit type woning geldt de parkeernorm voor de categorie ‘zorgwoning’. Levensloopbestendige woningen Het gaat om woningen die geschikt zijn of geschikt te maken zijn voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook bij fysieke beperkingen van de bewoners. Bij deze woningen is vaak sprake van een lager wordend autogebruik en -bezit. Vaak starten bewoners relatief gezond met een ‘normale’ mobiliteitsbehoefte en zal men pas in een latere fase afscheid nemen van de eigen auto. Daarom wordt bij deze woningen uitgegaan van een normaal bij de omvang van de woning passend autobezit. Voor dit type woning geldt dus geen specifieke parkeernorm.

13

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

Parkeernorm bij scholen De autoparkeernormen voor basisscholen zijn exclusief parkeerplaatsen voor Kiss&Ride. Ons uitgangspunt is dat we wel rekening houden met het parkeren van personeel en bezoekers, maar in principe niet met aparte parkeervoorzieningen voor het halen en brengen van kinderen met de auto. Dat sluit goed aan bij de wens om kinderen waar mogelijk te stimuleren om te lopen of fietsen naar school. En draagt ook bij aan de verkeersveiligheid rondom scholen en het efficiënt gebruiken van de openbare ruimte. Het type school kan echter veel invloed hebben op de manier waarop kinderen naar school komen. Bijvoorbeeld bij bijzonder onderwijs kan het wenselijk zijn om wel Kiss&Ride parkeerplaatsen aan te leggen, zodat er ruimte is voor schoolbusjes of taxi’s. Op basis van het type school, kan maatwerk worden geleverd. Om te bepalen hoeveel Kiss&Ride parkeerplaatsen dan nodig zijn voor halen en brengen, passen we de kencijfers van het CROW toe.

3.1.3 Parkeernormen bij hoofd- en nevenfuncties in één bouwontwikkeling Steeds vaker wordt een hoofdfunctie in één bouwontwikkeling gecombineerd met een of meerdere nevenfuncties. Dit heeft consequenties voor de hoogte van de parkeervraag. Ons uitgangspunt bij het bepalen van de parkeervraag voor dit soort bouwontwikkelingen is dat de hoofdfunctie leidend is voor de toe te passen parkeernorm. Als de nevenfunctie een dermate grootte omvang heeft, of als een op zichzelf staande functie opereert, dan moet ook aan de nevenfunctie een eigen parkeernorm worden toegekend.

3.2 Parkeernormen voor fietsen 3.2.1 Dezelfde fietsparkeernormen voor heel Delft Voor alle bouwontwikkelingen zijn de fietsparkeernormen in héél Delft hetzelfde. Ongeacht waar in de stad ontwikkeld wordt. 3.2.2 Fietsparkeernormen voor niet-woonfuncties De hoogte van onze fietsparkeernormen voor niet woonfuncties, zoals kantoren, winkels, scholen en restaurants, is gebaseerd op landelijke kencijfers. Deze kencijfers zijn representatief voor een gemiddeld fietsgebruik per functie. Elk kencijfer kent een bandbreedte die de spreiding van een ondergemiddeld tot een bovengemiddeld fietsgebruik weergeeft. Voor de fiets kiest Delft voor de meeste functies kencijfers die overeenkomen met de bovengrens van deze spreiding. Dat betekent fietsparkeernormen die aansluiten bij een hoog fietsgebruik. Dat past bij de positie van Delft als echte fietsstad. Voor een klein aantal functies is de gemiddelde bandbreedte van de parkeerkencijfers voor de fiets het uitgangspunt. Hiermee passen wij voor deze functies een meer realistische fietsparkeernorm toe die aansluit bij de daadwerkelijke vraag naar fietsparkeren.

14

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

3.2.3 Fietsparkeernormen voor woningen Fietsparkeernormen voor woonfuncties hebben niet dezelfde wettelijke basis als de parkeernormen voor andere functies. Bij nieuw te bouwen woningen zijn de richtlijnen voor fietsparkeren vastgelegd in het Bouwbesluit 20124. Dit verplicht initiatiefnemers om bij nieuwe woningen een individuele (fietsen)berging te realiseren van ongeveer 5 m2, maar geeft ook ruimte voor gelijkwaardige alternatieven. In Delft hebben we als gelijkwaardig alternatief een voorkeur voor een (inpandige) gezamenlijke fietsparkeervoorziening. Bewoners benutten een gemeenschappelijke fietsparkeervoorziening vaak beter voor het parkeren van hun fiets dan een individuele berging. Aangezien de berging naast het parkeren van fietsen ook bedoeld is voor het opbergen van spullen, moet er bij het realiseren van een gezamenlijke fietsparkeervoorziening ook een individuele berging van minimaal 2,7 m² worden gerealiseerd. In de praktijk zijn individuele fietsbergingen bij grondgebonden woningen de meest logische oplossing en bij gestapelde woningbouw is dat een gezamenlijke fietsparkeervoorziening. Richtlijn voor fietsparkeren bij transformatie naar woningen Het bouwbesluit geeft geen voorschriften voor een fietsenberging bij de transformatie naar wonen in bestaande gebouwen.

De initiatiefnemer moet dan minimaal voldoen aan de regels zoals die golden bij de realisatie van het gebouw. Als er toen géén fietsparkeerplaatsen waren voorgeschreven, dan kan dit niet alsnog worden afgedwongen. Delft verwacht van initiatiefnemers dat ook bij transformatie en functiewijziging naar wonen voldoende en goede fietsparkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Ook hier heeft een gezamenlijke (inpandige) fietsstalling de voorkeur.

3.2.4 Meer fietsenparkeerplaatsen dan de norm mag, minder niet De fietsparkeernormen zijn bepalend voor het minimaal aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen bij een bouwontwikkeling. Er mogen dus altijd meer fietsparkeerplaatsen worden aangelegd dan de parkeernorm voorschrijft.

4

Met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024, vervalt het Bouwbesluit 2012 en worden de technische bouwvoorschriften opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

15

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

3.3 Parkeernormen voor auto’s 3.3.1 Gebiedsgerichte autoparkeernormen Voor het vaststellen van autoparkeernormen is Delft opgedeeld in een aantal deelgebieden, met elk hun eigen parkeernormen. Ieder deelgebied heeft een ander karakter en dynamiek. Bij het bepalen van de deelgebieden is uitgegaan van logisch afgebakende gebieden met duidelijke grenzen. Op basis van de gebiedsindeling maken we niet alleen verschil in de hoogte van de autoparkeernormen, maar ook in de manier waarop deze worden toegepast. De gebiedsindeling bestaat uit de volgende deelgebieden: • • • • •

Binnenstad Delft (inclusief autoluw-plusgebied) Rest bebouwde kom Delft Buitengebied Delft Campus TU Delft Schieoevers Noord

De ligging5 van een bouwontwikkeling in een van deze gebieden bepaalt welke autoparkeernormen van toepassing zijn.

Figuur 2. Gebiedsindeling Delftse parkeernormen voor auto. 5

Bij het bepalen van de ligging in een van de deelgebieden wordt de locatie van de voordeur als uitgangspunt van de gehanteerd.

16

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

3.3.2 Van kencijfers naar autoparkeernormen De CROW-kencijfers zijn gerelateerd aan stedelijkheid. Hoe compacter een stad is, hoe dichterbij voorzieningen zijn (zoals de supermarkt, huisarts, apotheek of school) en hoe minder de inwoners afhankelijk zijn van de (eigen) auto voor hun dagelijkse verplaatsingen. Delft is een erg compacte stad, met gemiddeld zo’n 3.600 adressen per vierkante kilometer. Daarom passen we voor Delft de parkeerkencijfers toe die horen bij de categorie 'zeer sterk stedelijk'. Daarnaast hebben de parkeerkencijfers voor de auto een bandbreedte – variërend van hoog tot laag. Delft baseert de parkeernormen voor de auto op de onderkant van de bandbreedte. Gezien de Delftse mobiliteitstransitie kiezen we in de binnenstad, rest bebouwde kom en de Campus TU Delft voor parkeernormen die 20% lager liggen dan de minimale landelijke kencijfers. In bijlage 4 laten we zien hoe de nieuwe parkeernormen zich verhouden tot het huidige autobezit in Delft. Specifiek voor woonfuncties beperken we de parkeernorm daarnaast tot maximaal één parkeerplaats per woning. Door het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein per woning te maximeren houden wij de stad ook in de toekomst bereikbaar. Deelgebied

Keuze voor totstandkoming parkeernormen

-

Binnenstad Delft Rest bebouwde kom Delft Campus TU Delft

Minimum landelijke kencijfers, met 20% extra verlaging

-

Buitengebied Delft

Minimum landelijke kencijfers

-

Schieoevers Noord

Gebiedsgerichte parkeernormen

Tabel 1. Overzicht vertaling van kencijfers naar autoparkeernormen 3.3.3 Autoparkeernormen gelden als een maximum en minimum Bij het toepassen van de parkeernormen voor de auto is het uitgangspunt dat er niet meer, maar ook niet minder parkeerplaatsen gerealiseerd worden dan de parkeernormen aangeven. De aanleg van minder autoparkeerplaatsen is alleen mogelijk als een initiatiefnemer een parkeerreductie onderbouwt (zie hoofdstuk 5). In de Delftse binnenstad gaan we iets anders om met de parkeernormen voor de auto: •

Geen nieuwe autoparkeerplaatsen in het autoluw-plusgebied Binnen het autoluw-plusgebied in de binnenstad mogen bij bouwontwikkelingen geen parkeerplaatsen voor auto’s worden toegevoegd op eigen terrein – zowel voor vaste gebruikers als voor bezoekers. Extra autoverkeer is hier namelijk ongewenst. Hier geldt de autoluw-plusregeling en is de autoparkeernorm gelijk aan nul.

17

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

•

Niet meer bouwen dan de norm in de binnenstad, minder mag wel In de Delftse binnenstad wordt alleen nog vastgelegd hoeveel autoparkeerplaatsen er maximaal mogen komen. Een initiatiefnemer heeft de vrijheid om minder of zelfs geen autoparkeerplaatsen (op eigen terrein) te realiseren. Het minimumaantal aan te leggen parkeerplaatsen is dus gelijk aan nul. Dit geldt expliciet niet voor het fietsparkeren bij bouwontwikkelingen in de binnenstad. Ook daar moet voldaan worden aan de fietsparkeernormen.

Afwijken van maximumnorm voor de auto Vaak wordt gesproken over het realiseren van minder parkeerplaatsen, maar het is mogelijk dat de wens bij een initiatiefnemer bestaat om meer autoparkeerplaatsen te maken dan volgens de parkeernorm maximaal toegestaan is. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om kleine nieuwbouw ontwikkelingen waarbij de parkeergarage onder het gebouw iets meer parkeerplaatsen heeft dan volgens de norm is toegestaan. Wanneer de afwijking geen substantieel hogere automobiliteit oplevert, dan kan het college van B&W een afwijking naar boven toestaan.

18

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

4 Bepalen van de parkeervraag Aan de hand van de auto- en fietsparkeernormen wordt de parkeervraag van een bouwontwikkeling berekend. Voor het bepalen van de parkeervraag bij een bouwontwikkeling worden een aantal stappen doorlopen. Deze systematiek voor het bepalen van de parkeervraag is gelijk voor de auto en fiets. Figuur 3. Het bepalen van de parkeervraag: hoeveel parkeerplaatsen zijn nodig? Normatieve parkeervraag berekenen

Rekening houden met de bestaande parkeervraag

Compensatie van verlies aan bestaande parkeerplaatsen

Vaststellen van de parkeervraag

4.1 De normatieve parkeervraag berekenen De eerste stap is het bepalen van de normatieve parkeervraag van een bouwontwikkeling. Dat gebeurt door de omvang van de functie te vermenigvuldigen met de bijbehorende fiets- en autoparkeernorm. Daarbij wordt, als dat van toepassing is, een onderscheid gemaakt in de parkeervraag voor vaste gebruikers (bewoners, medewerkers, etc.) en voor bezoekers. Wanneer binnen één bouwontwikkeling verschillende functies komen, dan wordt de parkeervraag berekend door de omvang van de losse functies te vermenigvuldigen met de bijbehorende parkeernormen en deze bij elkaar op te tellen. Resultaat: voor alle functies die in de bouwontwikkeling worden gerealiseerd is de normatieve parkeerbehoefte bepaald.

4.2 Rekening houden met de bestaande parkeervraag (salderen) Vaak zijn er parkeerplaatsen die bestemd zijn voor het parkeren bij een bestaande functie. Als deze parkeerplaatsen beschikbaar blijven, dan zijn alleen nog parkeerplaatsen nodig voor de extra parkeervraag die ontstaat door de bouwontwikkeling. De parkeerplaatsen uit de bestaande situatie kunnen dan namelijk worden hergebruikt om de parkeervraag van de nieuwe functie (gedeeltelijk) op te lossen. Dit noemen we salderen. Om rekening te houden met de bestaande situatie wordt de parkeervraag van de bestaande situatie afgetrokken van de parkeervraag van de nieuwe situatie. Alleen voor het verschil in parkeerplaatsen moet een oplossing worden gevonden Resultaat: de parkeervraag in de bestaande situatie is in mindering gebracht op de normatieve parkeervraag. 19

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

Uitgangspunten voor het salderen van de parkeervraag Bij het salderen van de parkeervraag passen we de volgende uitgangspunten toe: • • •

•

•

•

•

De meest actuele parkeernormen worden gebruikt om de parkeervraag van zowel de nieuwe- als bestaande functie te bepalen. Voor het berekenen van de parkeervraag in de bestaande situatie gaan we uit van de meest recente (legale) functie. Als er in de huidige situatie (deels) gebruik gemaakt werd van openbare parkeerplaatsen, dan heeft het onze voorkeur dat de parkeeropgave in de nieuwe situatie volledig op eigen terrein wordt opgelost. Salderen mag alleen als het gebouw in de bestaande situatie minder dan 3 jaar leegstaat (gerekend vanaf de aanvraag van een omgevingsvergunning). Anders is het niet realistisch dat de parkeerplaatsen (in de openbare ruimte) die oorspronkelijk voor het gebouw zijn aangelegd, ook echt beschikbaar zijn. Voor parkeerplaatsen op eigen terrein geldt de termijn van 3 jaar niet. Bij salderen moet rekening gehouden worden met een verschuiving van het moment waarop de nieuwe functie een parkeervraag heeft ten opzichte van de oude functie. De parkeervraag van de bestaande - en nieuwe situatie wordt daarom voor ieder dagdeel tegen elkaar afgezet. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages (bijlage 5). Het dagdeel waarop de parkeervraag het hoogst is, wordt aangehouden als nieuwe parkeervraag. Parkeerplaatsen die exclusief hoorden bij de bestaande functie, kunnen op alle dagdelen worden gesaldeerd.

Er kunnen nooit meer parkeerplaatsen worden gesaldeerd dan het aantal parkeerplaatsen dat in de bestaande situatie fysiek aanwezig zijn binnen acceptabele loopafstand. Als de parkeervraag na saldering gelijk is of zelfs afneemt, dan hoeven er geen extra parkeerplaatsen te worden gemaakt.

Reductiefactor uitbreiding van bestaande detailhandel of horeca Parkeernormen hebben in de basis een lineair karakter: een functie van een tweemaal zo grote omvang heeft volgens de parkeernormen een tweemaal zo grote parkeervraag. Bij een uitbreiding van bijvoorbeeld bestaande winkels en horeca is dit uitgangspunt niet realistisch. Omdat we niet willen dat er onnodig veel parkeerplaatsen worden gemaakt geldt hiervoor een reductiefactor. Voor sommige sportvoorzieningen geldt dit ook. De reductiefactor op de oorspronkelijke parkeernorm wordt berekend met de formule: y (reductiefactor) = 1 – (oorspronkelijk BVO/ uiteindelijk BVO). De formule zorgt bij kleine uitbreidingen tot een grotere reductiefactor (een relatief lage parkeernorm). Bij grote uitbreidingen is sprake van een lagere reductiefactor (de parkeernorm benadert de oorspronkelijke parkeernorm). 20

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

4.3 Compensatie van een eventueel verlies aan bestaande parkeerplaatsen Als er door de bouwontwikkeling parkeerplaatsen verdwijnen op eigen terrein of in de openbare ruimte, dan moet het ‘verlies’ aan parkeerplaatsen worden gecompenseerd. Het aantal parkeerplaatsen dat verloren gaat door de bouwontwikkeling, wordt dan opgeteld bij de parkeervraag. Parkeerplaatsen die niet of nauwelijks worden gebruikt hoeven niet te worden gecompenseerd als deze verdwijnen door de bouwontwikkeling. Dat kan aangetoond worden met een parkeeronderzoek (zie paragraaf 6.3.1). De bezetting van parkeerplaatsen binnen acceptabele loopafstand mag, na het eventueel weghalen van parkeerplaatsen, niet boven de 90% stijgen. Resultaat: Als bestaande parkeerplaatsen verdwijnen door de bouwontwikkeling, dan worden deze gecompenseerd door deze mee te nemen in de parkeervraag.

4.4 Vaststellen van de parkeervraag Bij het berekenen van de parkeervraag wordt tussentijds niet afgerond. Pas op het einde wordt de parkeervraag rekenkundig afgerond op hele parkeerplaatsen. Dit betekent dat bij een parkeervraag onder de 0,5 naar beneden wordt afgerond, en vanaf 0,5 naar boven. Bij de vaststelling van het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt waar mogelijk rekening gehouden met dubbelgebruik van de parkeerplaatsen. Door dubbelgebruik van parkeerplaatsen kan de parkeereis naar beneden worden bijgesteld. Er moet dan Rekening houden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen Soms worden in een bouwontwikkeling verschillende functies gecombineerd. Niet alle functies hebben op hetzelfde moment van de dag of week hun maximale parkeervraag. Dat betekent dat parkeerplaatsen soms door verschillende gebruikersgroepen dubbel te gebruiken zijn. Vaak kan de parkeereis daardoor naar beneden worden bijgesteld. Om de mogelijkheden voor dubbelgebruik te bepalen worden de aanwezigheidspercentages gebruikt, zoals opgenomen in bijlage 5. Voor alle parkeerplaatsen die onderdeel zijn van de parkeeroplossing moet in beeld worden gebracht welke gebruikersgroepen daar zullen parkeren en of dubbelgebruik van deze parkeerplaatsen mogelijk is.

Het dagdeel waarop alle functies die gebruik maken van dezelfde parkeerplaatsen samen de hoogste parkeervraag hebben (het maatgevende moment), is bepalend voor het vaststellen van de parkeereis. Dubbelgebruik is alleen mogelijk als de parkeerplaatsen fysiek toegankelijk zijn voor de verschillende gebruikersgroepen. Parkeerplaatsen die exclusief voor één gebruikersgroep zijn gereserveerd (zoals vaste parkeerplaatsen voor bewoners) horen hier dus niet bij. 21

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

wel rekening gehouden worden met hoe de parkeervraag wordt ingevuld (zie hoofdstuk 6). Wanneer de parkeervraag volledig op eigen terrein kan worden opgelost is een eenmalige toetsing op dubbelgebruik genoeg. Als er ook parkeercapaciteit privaat op een andere plek wordt ingezet, dan volgt een extra toets om te bepalen of op alle dagdelen genoeg parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor alle gebruikersgroepen die hier moeten parkeren. Resultaat: het benodigde aantal fiets- en autoparkeerplaatsen om te voorzien in de parkeervraag van de bouwontwikkeling is vastgesteld (inclusief eventueel dubbelgebruik van parkeerplaatsen).

22

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

5 Beïnvloeden van de parkeervraag Op basis van de parkeernormen is de parkeervraag voor de auto en fiets bepaald. In sommige situaties maken we het mogelijk om de parkeervraag voor auto’s niet alleen met fysieke parkeerplaatsen op te lossen, maar ook (deels) met het stimuleren en faciliteren van alternatieven voor de eigen auto. Hierna beschrijven we welke mogelijkheden er zijn om de autoparkeervraag te beïnvloeden (verlagen) door het toepassen van een parkeerreductie6.

5.1 Toepassing parkeerreductie Het is onder voorwaarden mogelijk een parkeerreductie toe te passen op de autoparkeervraag van een bouwontwikkeling waarin woonfuncties worden gerealiseerd. Daardoor zijn minder autoparkeerplaatsen nodig. Hierbij wordt rekening gehouden met de verschillende parkeergebieden in Delft en de daar aanwezige kansen voor andere mobiliteit dan de auto. Om het risico op parkeeroverlast te beperken is een maximum bepaald voor het deel van de parkeervraag dat met een alternatieve vorm van mobiliteit mag worden ingevuld. De parkeerreductie geldt alleen voor de parkeervraag van bewoners en wordt dus niet toegepast op het bezoekersdeel. Het toepassen van een parkeerreductie is optioneel. Op verzoek van een initiatiefnemer kan een parkeerreductie worden ingezet bij een bouwontwikkeling. Daarbij moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan (zie paragraaf 5.2). De hoogte van de parkeerreductie voor woonfuncties per parkeergebied is als volgt: Parkeergebied

Korting op de parkeervraag voor woonfuncties (alleen eigen gebruik) Buiten gereguleerd gebied Hier geldt alleen een maximum parkeernorm, een aanvullende reductie is niet aan de orde 30% 15%

Binnen gereguleerd gebied Binnenstad Delft Rest bebouwde kom Delft Campus TU Delft

30%

15%

Buitengebied Delft

20%

10%

Schieoevers Noord

Maatwerk

Maatwerk

Tabel 2. Kortingspercentage bij inzet parkeerreductie

6

De parkeercorrectie geldt niet voor fietsparkeren omdat het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen niet gereduceerd kan worden met de inzet van een mobiliteitsconcept.

23

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

Parkeerreductie voor niet-woonfuncties is maatwerk Door het bieden en stimuleren van alternatieve mobiliteit kunnen ook nietwoonfuncties, zoals bedrijven, scholen of instellingen, de parkeervraag van medewerkers beïnvloeden. Hier is een parkeerreductie mogelijk op de parkeervraag van vaste gebruikers op basis van een objectieve onderbouwing. Er zijn dan minder parkeerplaatsen bij een bouwontwikkeling. Zo’n onderbouwing bestaat minimaal uit: • •

Cijfers over het autobezit en/of -gebruik van de beoogde gebruikersgroepen van een functie; Resultaten uit referentieprojecten waarin vergelijkbare maatregelen zijn genomen.

Het is aan de gemeente Delft om te bepalen of een parkeerreductie voor nietwoonfuncties wordt toegestaan.

Mobiliteitsconcept Schieoevers Noord Het gebied Schieoevers Noord is één van de verdichtingslocaties in Delft die de komende decennia een transformatie ondergaat. Waar nu nog sprake is van een bedrijventerrein, zal straks een levendig gemengd woon- en werkgebied worden gerealiseerd met hoge dichtheden en een aantrekkelijke openbare verblijfsruimte. Bij de herontwikkeling van Schieoevers Noord wordt een mobiliteitsconcept ontwikkeld. Het bevat vier hoofdprincipes voor mobiliteit. Alle principes hangen met elkaar samen en moeten onderling in balans zijn: •

•

• •

Principe 1: Ruimtelijk concept Hoge dichtheid, mix aan functies, lage autoparkeernormen en hoge fietsparkeer-normen en -comforteisen. Principe 2: Interne hoofdstructuur Aantrekkelijk verblijfsgebied, fijnmazig voetgangersnetwerk, hoogwaardig fietsnetwerk, gescheiden logistiek routes, Goede first- en last mile en sterk openbaar vervoer. Principe 3: Hoogwaardige verbindingen Goede loop-, fiets- en OV-verbindingen naar Delft en de regio Principe 4: Mobility as a Service Deelmobiliteit, mobiliteitshubs & logistieke hubs.

Bij bouwontwikkelingen in Schieoevers Noord moet standaard een mobiliteitsconcept worden uitgewerkt en ingediend, waaruit wordt onderbouwd hoe de mobiliteit en het parkeren wordt georganiseerd – aan de hand van de principes uit de Mobiliteitsvisie Schieoevers Noord. Dit ter beoordeling van en goedkeuring door de gemeente Delft. Deze visie is een integraal onderdeel van deze Beleidsregels Parkeernormen en is opgenomen in bijlage 7.

24

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

5.2 Voorwaarden voor hanteren parkeerreductie De manier waarop het mobiliteitsconcept wordt aangeboden is bepalend voor het succes. Het aanbod van deelmobiliteit bij woonfuncties moet aantrekkelijk zijn voor zoveel mogelijk nieuwe bewoners, zodat zij ook echt besluiten geen eigen auto te hebben. Een voorwaarde voor het toepassen van een parkeerreductie is het opstellen van een mobiliteitsplan door de initiatiefnemer. Het mobiliteitsplan dient zo concreet mogelijk te worden uitgewerkt en bestaat minimaal uit de volgende elementen: 1. Aanbod van deelmobiliteit a. Een beschrijving van het aanbod van elektrische deelauto’s. Daarbij moet minstens één deelauto worden aangeboden per 25 woningen. Het aanbod bestaat minimaal uit twee deelauto’s. b. Een toelichting op de manier waarop een beschikbaarheidsgarantie van deelauto’s voor de bewoners wordt ingevuld. Als alle deelauto’s zijn afgenomen of vooraf gereserveerd, moeten er extra deelauto’s worden aangeboden om tijdens piekmomenten ook in de mobiliteitsbehoefte te voorzien. c. Voor een periode van minstens 2 jaar7 moet het minimum aanbod van deelmobiliteit gegarandeerd zijn. Bij een tegenvallende vraag kan het aanbod daarna – na goedkeuring van de gemeente Delft – worden afgeschaald. Het initiatief en de bewijslast hiervoor ligt bij de initiatiefnemer/eigenaar van de bouwontwikkeling. d.

Bij voorkeur (geen harde voorwaarde om de parkeerreductie toe te passen) wordt in het mobiliteitsplan ook rekening gehouden met: o De behoefte van toekomstige bewoners aan deelmobiliteit (door vooraf te ondervragen). Afhankelijk van de behoefte worden er ook andere soorten deelmobiliteit, zoals e-fietsen, e-scooters of e-bakfietsen, aangeboden op eigen terrein als aanvulling op de beschikbaarheid van deelauto’s. o De mogelijkheid voor toekomstige bewoners om incidenteel ook een busje of ander type auto te kunnen afnemen, bijvoorbeeld voor het vervoeren van grotere/zwaardere spullen en het meenemen van meerdere personen. 3. Communicatie aan de eindgebruiker Een beschrijving van de manier waarop de beoogde doelgroep gecommuniceerd en de wijze van informeren en enthousiasmeren. Hierin staat tenminste beschreven hoe nieuwe bewoners bij het aangaan van de koop/huurovereenkomst worden geïnformeerd over het aanbod van deelmobiliteit en de opbouw van het maximaal aantal beschikbare parkeerplaatsen binnen de bouwontwikkeling. 4. Monitoring en evaluatie Een aanpak over hoe om wordt gegaan met het delen van verkregen gegevens uit het gebruik van deelmobiliteit. Deze data wordt anoniem gedeeld met de gemeente Delft. Dit zijn in ieder geval, maar niet uitsluitend, de volgende gegevens: • • • 7

Het aantal gereserveerde ritten; Het aantal gemaakte ritten; De gemiddelde afstand en tijd per rit.

Gerekend vanaf het moment dat de eerste woningen in de bouwontwikkeling zijn opgeleverd.

25

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

5. Implementatie en exploitatie a. Het deelmobiliteitsconcept moet voor een periode van minimaal 10 jaar operationeel zijn. Het is daarbij geen eis dat er bij verstrekking van de omgevingsvergunning één aanbieder van deelmobiliteit wordt gecontracteerd voor deze volledige termijn. Daarmee is het mogelijk voor een initiatiefnemer/eigenaar om met verschillende aanbieders te schakelen gedurende deze periode, mocht dat nodig zijn. b. Het mobiliteitsconcept moet beschikbaar zijn vanaf het moment dat de eerste woningen binnen de bouwontwikkeling zijn opgeleverd. c. Het moet inzichtelijk zijn hoe de financiering van deelmobiliteit geregeld wordt en waar het eigenaarschap van deelmobiliteit na oplevering van de bouwontwikkeling wordt geborgd. Als gebruik wordt gemaakt van een parkeerreductie, dan is de initiatiefnemer verplicht om via een kettingbeding in de huur- of koopovereenkomst aan te geven dat er bij de bouwontwikkeling deelmobiliteit wordt toegepast en dat de parkeereis hierdoor naar beneden is bijgesteld.

5.3 Parkeerplaatsen voor deelmobiliteit bij toepassing parkeerreductie Om te voorkomen dat er te weinig parkeerplaatsen worden gereserveerd voor deelmobiliteit bij woonfuncties is het uitgangspunt dat voor alle aangeboden deelauto’s ook een parkeerplaats wordt gereserveerd op eigen terrein. Deze parkeerplaatsen voor deelauto’s worden opgeteld bij de parkeereis. Parkeerplaatsen voor deelauto’s worden niet meegeteld in het dubbelgebruik van parkeerplaatsen.

Parkeerplaatsen voor deelauto’s in Schieoevers Noord De behoefte aan parkeerplaatsen van een bouwontwikkeling in Schieoevers Noord voor deelauto’s bij woningen bedraagt 8,6% van het berekende bewonersgedeelte van de parkeervraag voor deze woningen. De parkeerplaatsen voor deelauto’s komen boven op de reguliere parkeerplaatsen die voor bewoners en hun bezoekers worden aangelegd.

26

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

Parkeerplaatsen van deelauto’s in de openbare ruimte Het kan voorkomen dat parkeerplaatsen voor het stallen van deelauto’s (als onderdeel van de toegepaste parkeerreductie) niet op eigen terrein kunnen worden aangelegd en ook niet opgelost kunnen worden door het huren of kopen van particuliere parkeerplaatsen. Het is dan onder voorwaarden mogelijk om voor het parkeren van de deelauto’s gebruik te maken van parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Bij het plaatsen van deelauto’s in de openbare ruimte mag door een initiatiefnemer/eigenaar geschakeld worden met een aanbieder van deelmobiliteit naar keuze. Voorwaarde is wel dat de deelmobiliteit voor iedereen te gebruiken is: dus niet alleen door de gebruikers van de bouwontwikkeling. Wanneer de gemeente Delft in de toekomst regels stelt aan de kwaliteit en het aantal aanbieders van deelauto’s in de openbare ruimte, dan moet daaraan worden voldaan door de initiatiefnemer/eigenaar. Daarbij wordt een overgangstermijn ingesteld voor aanbieders van deelauto’s die voor vaststelling van eventuele toekomstige regels over het aanbieden van deelmobiliteit in de openbare ruimte actief waren. Als een deelauto wordt geparkeerd op een openbare parkeerplaats binnen gereguleerd gebied, dan is daarvoor een parkeervergunning nodig. Zoals dat ook geldt voor andere bedrijven/partijen die deelauto’s aanbieden in de openbare ruimte.

Als laadpalen nodig zijn voor het stallen van elektrische deelauto’s in de openbare ruimte, dan worden deze geplaatst door de gemeente Delft (zie paragraaf 7.2.2).

27

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

6 Invullen van de parkeervraag Op basis van de vorige hoofdstukken is de parkeervraag van de bouwontwikkeling bepaald, waarbij de parkeervraag voor auto’s mogelijk is verminderd door het toepassen van een parkeerreductie. De parkeervraag wordt vervolgens via een aantal stappen vertaald naar de parkeereis: het aantal auto- en fietsparkeerplaatsen dat fysiek beschikbaar moet zijn. Figuur 4. Invullen van de parkeervraag: hoe en waar zijn parkeerplaatsen beschikbaar? Parkeren op eigen terrein als uitgangspunt

Op andere wijze voorzien in parkeren

Wat als de parkeereis niet wordt opgelost?

6.1 Randvoorwaarden voor de parkeeroplossing Hierna volgen een aantal algemene randvoorwaarden voor het invullen van de parkeervraag voor auto en fiets: 6.1.1 Parkeerplaatsen binnen maximaal acceptabele loopafstanden De auto- en fietsparkeerplaatsen die worden ingezet voor een bouwontwikkeling moeten op acceptabele loopafstand liggen. Hierbij gelden de volgende maximale loopafstanden: Gebied/ type parkeerder Auto Binnenstad Delft Rest bebouwde kom Delft Campus TU Delft Schieoevers Noord Buitengebied Delft Fiets Binnenstad Delft Rest bebouwde kom Delft Campus TU Delft Schieoevers Noord Buitengebied Delft

Wonen

Werken

Overige functies

800 meter 400 meter 400 meter 400 meter 400 meter

800 meter 400 meter 800 meter 400 meter 400 meter

800 meter 200 meter 800 meter 400 meter 200 meter

75 meter 50 meter 50 meter 50 meter 50 meter

200 meter 50 meter 200 meter 50 meter 50 meter

200 meter 50 meter 100 meter 50 meter 50 meter

Tabel 3. Overzicht maximaal acceptabele loopafstanden Deze maximale afstanden worden gemeten voor de kortste looproute (dus niet hemelsbreed) over de openbare weg, vanaf de dichtstbijzijnde toegang van het gebouw tot aan de ingang van de parkeerplaats, parkeergarage of parkeerterrein.

28

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

6.1.2 Voldoen aan minimale kwaliteitseisen voor parkeerplaatsen De parkeerplaatsen die onderdeel zijn van de parkeeroplossing moeten voldoen aan een aantal minimale kwaliteitseisen. Dat gaat onder andere over de toegankelijkheid, beschikbaarheid en afmeting van parkeerplaatsen. In hoofdstuk 7 staat beschreven wat onze minimale kwaliteitseisen zijn voor auto- en fietsparkeerplaatsen.

6.2 Parkeren op eigen terrein als uitgangspunt Bij elke bouwontwikkeling in Delft moeten voldoende parkeerplaatsen voor auto's en fietsen gerealiseerd worden volgens de parkeernormen uit deze Beleidsregels Parkeernormen. Het uitgangspunt is dat deze parkeerplaatsen op eigen terrein moeten liggen, al dan niet inpandig. Dit geldt zowel voor de parkeerplaatsen voor vaste gebruikers (bewoners, medewerkers, etc.) als voor bezoekers. Met name in gebiedsontwikkelingen worden vaak nieuwe auto- en fietsparkeerplaatsen gerealiseerd die, nadat de gebiedsontwikkeling is afgerond, tot de openbare parkeercapaciteit zullen behoren. Binnen dit stappenplan worden deze parkeerplaatsen als parkeerplaatsen op eigen terrein beschouwd. Resultaat: het aantal parkeerplaatsen voor auto en fiets dat op eigen terrein beschikbaar wordt gesteld voor de bouwontwikkeling is bepaald. Focus op klimaatadaptief bouwen Er zijn in Delft grote opgaven voor het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en daarnaast het vergroten van de biodiversiteit. Daarom zetten we sterk in op klimaatadaptief bouwen. Bij het realiseren van parkeerplaatsen op eigen terrein moet daar dus ook rekening mee worden gehouden. Een goede balans tussen ‘groen’ en ‘grijs’ is ook op eigen terrein cruciaal. De geldende eisen en uitgangspunten zijn als volgt vastgelegd in beleid: • •

Beleidsregel klimaatadaptief bouwen (2022) Beleidskader natuur-inclusief bouwen en ontwikkelen (2019)

Parkeeroplossing op eigen terrein van de TU Delft Voor de parkeeroplossing op de Campus TU Delft mag gebruik worden gemaakt van bestaande parkeervoorzieningen gelegen op terrein in eigendom van de TU Delft. Dat kan als op het maatgevende moment en binnen acceptabele loopafstanden voldoende restcapaciteit is, of door het herverdelen van parkeerrechten voldoende parkeercapaciteit beschikbaar gemaakt wordt.

29

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

6.2.1 Correctiefactor gebruik autoparkeerplaatsen op eigen terrein (wonen) In de praktijk blijkt dat bij woningen een deel van de autoparkeerplaatsen op eigen terrein niet wordt gebruikt. Dit kan ervoor zorgen dat auto’s van bewoners toch in de openbare ruimte worden geparkeerd. Dat zorgt onnodig voor een hogere parkeerdruk. Voor de bepaling van de mate waarin autoparkeerplaatsen op eigen terrein voor woningen meetellen in het parkeeraanbod wordt de tabel uit bijlage 6 gebruikt. In gebied met parkeerregulering kan worden ‘afgedwongen’ dat niet wordt uitgeweken naar de openbare ruimte door een beperking op het verkrijgen van parkeervergunningen. Hier zijn deze omrekenfactoren daarom niet van toepassing en telt elke parkeerplaats volwaardig mee.

30

Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

6.3 Op andere wijze voorzien in parkeren Soms is het onmogelijk om voldoende auto- en/of fietsparkeerplaatsen op eigen terrein te maken of beschikbaar te stellen bij een bouwontwikkeling. Er zijn dan verschillende opties om de parkeereis op een andere manier in te vullen. De afwijkingsmogelijkheden voor het parkeren van auto’s en fietsen zijn als volgt: Afwijkingsmogelijkheden per modaliteit Inzetten van bestaande particuliere parkeerplaatsen Inzetten van bestaande openbare parkeerplaatsen Niet oplossen van parkeren (nulvergunningregeling) Afkopen van de parkeereis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13708817/1