Beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
Tekst van het document
•
De boom bepaalt in belangrijke mate het karakter van zijn omgeving;
Op grond van deze criteria zijn destijds 1033 bomen in de lijst van monumentale bomen opgenomen. De lijst van monumentale bomen wordt geactualiseerd en in 2023 opnieuw vastgesteld door het college. De Bomenverordening Delft 2013 biedt bomen die op de monumentale bomenlijst staan bescherming tegen het ongewenst vellen of ingrijpend snoeien (kandelaberen). Het bestemmingsplan biedt via de omgevingsvergunning bescherming tegen andere schadelijke activiteiten, zoals: afgraven, ophogen, grondbewerkingen, aanbrengen van verhardingen, drainage en kabels en leidingen. Monumentale bomen worden in principe zo lang mogelijk in stand gehouden door aanvullende onderzoeken en het uitvoeren van levensduur verlengende maatregelen. Ondanks alle inspanningen kan niet worden voorkomen dat er soms monumentale bomen verloren gaan. Bijvoorbeeld door stormschade en boomziekten, zoals: iepziekte, essentaksterfte en de kastanjebloedingsziekte. De uitgevallen monumentale bomen worden in principe vervangen door een nieuwe boom van dezelfde soort op dezelfde locatie. De nieuwe aanplant behoudt de monumentale status. Aan de andere kant worden er ook nieuwe monumentale bomen aangemeld door particulieren of wijst de gemeente nieuwe bomen aan die aan de bovengenoemde criteria voldoen. De lijst van monumentale houtopstanden is hierdoor onderhevig aan veranderingen.
Om particuliere eigenaren van monumentale bomen te stimuleren hun monumentale bomen goed te onderhouden heeft de gemeente een subsidieregeling voor onderhoudssnoei. De subsidie bedraagt de helft van de kosten met een maximum van € 1.000,-- per boom. Het subsidieplafond is vastgesteld op € 10.000,--/jaar, maar kan indien nodig worden verhoogd. In de afgelopen jaren is nader onderzoek gedaan naar een aantal monumentale bomen met een verminderde conditie. Dit onderzoek biedt inzicht in de oorzaken en in de mogelijk te nemen maatregelen waarmee de conditie kan worden verbeterd.
31
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
5.4.2 Standplaatsverbetering (monumentale) bomen. Veel bomen in de stad verkeren in een matige conditie doordat zij bij aanplant geen goede groeiplaats hebben gekregen. Verder hebben veel bomen zichtbaar te leiden onder de gevolgen van klimaatverandering (vernatting en verdroging). Bomen blijven hierdoor achter in groei en hebben een verhoogd risico op uitval door boomziekte, stormschade en graafschade (kabels en leidingen). Om bomen langdurig voor de stad te behouden wordt voorgesteld om extra te investeren in de groeiplaats van zowel nieuwe als bestaande (monumentale) bomen. Bij de kadernota 2023 is € 300.000,-- extra investeringsbudget aangevraagd voor de verbetering van de groeiplaatsen van (monumentale) bomen.
5.4.3 Vervangingsopgave bomen In grote stadsuitbreidingen, zoals; Voorhof, Buitenhof, Tanthof en Harnaschpolder zijn in een korte periode veel bomen en bosplantsoen aangeplant. Het grote aantal bomen van dezelfde soort en leeftijd heeft als risico dat binnen een korte termijn veel bomen moeten worden vervangen. Een goed voorbeeld is het grote aantal snelgroeiende populieren die in deze wijken zijn aangeplant. Op basis van de reguliere inspecties wordt bepaald wanneer deze populieren moeten worden vervangen. Om de volgende redenen wordt het vervangingsmoment planmatig en gefaseerd uitgevoerd: • • • •
Het voorkomen van kaalslag of grote pieken in de uitvoeringskosten in gebieden waar veel bomen van dezelfde leeftijdscategorie staan; Realiseren van een evenwichtige leeftijdsopbouw; Stabiele aanwezigheid van volwassen boomstructuren (foerageerroutes, nestelgelegenheid en rust- en verblijfplaatsen). Behoud van voldoende schaduw in perioden met hoge temperaturen (hittestress).
5.4.4 Cultuurhistorisch groen en parken In Delft zijn vier gebieden aangewezen als Rijks beschermd stadsgezicht: Binnenstad, Plantages, Agnetapark en TU-Noord (zie bijlage 2). De oudste delen van het Agnetapark en begraafplaats Jaffa zijn tevens Rijksmonument. Verder zijn in de Beleidsregel Cultuurhistorisch Waardevolle Groengebieden 13 groengebieden (groene parels) aangewezen als cultuurhistorisch waardevol groen (zie bijlage 3). Het spreekt voor zich dat de groenvoorzieningen in deze gebieden met extra aandacht voor de cultuurhistorische waarden worden beheerd en onderhouden. Dit geldt ook voor cultuurhistorische groenelementen die geen bijzonder beschermde status hebben, zoals Tanthofkade en oude boomgaarden. Door de gevolgen van veroudering en minimaal onderhoud is de kwaliteit van de (cultuurhistorische) parken geleidelijk achteruit gegaan. Naast veroudering spelen ook externe invloeden een rol, zoals: intensivering van het gebruik, vernatting door klimaatverandering, bodemdaling (zetting) en dichtslibben van de toplaag door beperkt onderhoud. Deze ontwikkelingen hebben niet alleen een negatief effect op de visuele beleving van de parken, maar ook op de gebruikswaarde (modderige wandelpaden en natte gazons). Het aanpakken van deze problemen via het regulier- en groot onderhoud gaat te 32
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
langzaam, waardoor de problemen niet adequaat opgelost kunnen worden en gebruikers van mening blijven dat de gemeente te weinig doet om de parken in stand te houden. In de vorige planperiode is het De Vries van Heijstplantsoen volledig gerenoveerd. Ook is een deel van het Agnetapark opgeknapt (het Robert Koumansplein en twee binnentuinen achter de Beyerinckstraat). Voor het Hertenkamp en het Wilhelminapark zijn onderhoudsplannen opgesteld waaraan in deze planperiode uitvoering zal worden gegeven. In deze planperiode zal verder gewerkt worden aan het opstellen van onderhoudsplannen voor de andere stadsparken en recreatiegebieden in Delft. Daarnaast wordt ook een meerjarig integraal onderhoudsplan opgesteld voor het gehele Agnetapark. Dit gaat niet alleen over groen, maar ook over bijvoorbeeld verharding, hekwerken, gemetselde bloembakken, etc. Dit beheerplan vormt de basis voor het aanvragen van subsidie. Bij de kadernota 2023 is € 200.000,-- extra investeringsbudget aangevraagd om jaarlijks één park aan te pakken en weer bruikbaar en toekomstbestendig te maken voor de bewoners in de stad.
5.4.5 Water- en oeverbeheer Het waterbeheer is gericht op het afvoeren van hemelwater en het in stand houden van de waterberging, doorstroming, bevaarbaarheid en waterkwaliteit, zodat wordt voldaan aan de eisen in de keur en de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland. Dit omvat werkzaamheden zoals baggeren, maaien van sloten, het in stand houden van oevers en het verwijderen van drijf- en zinkvuil. Oeverbeheer - Het oeverbeheer is gericht op het in stand houden van de oeververdedigingen, zoals beschoeiingen en natuurvriendelijke oevers. Het maaien van de watergangen en oevers wordt in samenwerking met het Hoogheemraadschap van Delfland aanbesteedt en uitgevoerd. Het maaibeheer wordt samen met de aangrenzende berm uitgevoerd in de geest van Kleurkeur. Hierbij is het wenselijk dat de maaifrequentie en het maaimoment worden afgestemd op de aanwezige soorten en ecologische potentie. Voor het bevorderen van de biodiversiteit wordt bij elke maaibeurt een deel van de vegetatie niet gemaaid. Bij het vervangen van harde beschoeiing wordt deze indien mogelijk vervangen door een natuurvriendelijke oever. Als dit niet mogelijk is wordt een harde oeverbescherming aangebracht, waar nodig met uittreedt voorzieningen voor dieren. Baggeren - De watergangen worden gemiddeld eens in de acht jaar gebaggerd.
Op de baggervakkenkaart van Delfland is aangegeven wanneer de watergangen in een baggervlak worden geschouwd en indien nodig gebaggerd. Op de leggerkaart is aangeven wat de leggerdiepte en de minimale diepte van een watergang is. Als bij de schouw wordt vastgesteld dat de minimale diepte is (of bijna wordt) overschreden dan wordt deze in gepland om gebaggerd te worden. Het baggerwerk van de Gemeente Delft wordt uitgevoerd binnen het baggerbestek van Delfland en verrekend conform de afspraken in de herpolderingsovereenkomst (zie bijlage 4). De kosten die aan de gemeente worden doorberekend zijn afhankelijk van de hoeveelheid af te voeren bagger en de manier waarop dit kan/mag worden verwerkt. Op basis van de werkelijke kosten in voorgaande jaren, gemiddeld € 150.000,-- per jaar. 33
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
Baggeren passantenhaven (Zuidkolk) en Nieuwe Haven – Bij de aanleg van de passantenhaven is met de Provincie Zuid-Holland afgesproken dat de Gemeente Delft deze haven zelf op de gewenste diepte moet houden. Dit betekent dat deze haven 1x per drie jaar moet worden gebaggerd. De Nieuwe Haven wordt voor ca. 2/3 gebruikt als keerkom voor de scheepvaart op het Rijn-Schiekanaal. De Provincie is als vaarwegbeheerder verantwoordelijk om dit deel op vaargeuldiepte te houden. De Gemeente Delft is verantwoordelijk dat het havendeel op voldoende diepte is voor de schepen die hier aanmeren. In de winter van 20212022 zijn beide havens gebaggerd. Vanwege het specialistisch karakter en kostenefficiëntie wordt het gemeentelijke baggerwerk van de havens (indien mogelijk) meegenomen in de grote baggerbestekken van de Provincie Zuid-Holland. In dit beheerplan is er vanuit gegaan dat de havens 1x per drie jaar moeten worden gebaggerd. Op basis van de werkelijke kosten in voorgaande jaren, kost dat gemiddeld € 225.000,--, Omdat er onvoldoende budget beschikbaar is, zijn de kosten afgevlakt tot € 75.000,-- per jaar en gebruiken we de reserve openbare ruimte als egalisatiereserve. PFAS (PerFluor-Alkyl Stoffen) - Op meerdere plekken in ons land wordt aangenomen dat er stoffen in de grond en bagger zitten die behoren tot de groep PFAS (PerFluor-Alkyl Stoffen).
Vanaf 2019 is het Hoogheemraadschap van Delfland begonnen om PFAS in de bemonstering mee te nemen. Dit heeft tot gevolg dat de kosten voor het baggeronderzoek omhoog zijn gegaan. Tot nu toe heeft het onderzoek niet geresulteerd in extra kosten voor het verwerken van de grond en bagger. Het is mogelijk dat in de toekomst wel PFAS in de grond en bagger wordt aangetroffen en onverwacht hoge kosten voor grond- en baggerwerkzaamheden ontstaan. Greppels, wadi’s en poelen – In groengebieden waar regelmatig wateroverlast optreedt zijn greppels of wadi’s aangebracht om het water tijdelijk op te vangen en/of af te voeren. Om de functie van de greppels te waarborgen worden deze twee keer per jaar schoongemaakt. Door de klimaatverandering wordt verwacht dat het vaker en intensiever zal gaan regen en vaker wateroverlast in groenvoorzieningen zal optreden. Voor de komende planperiode wordt verwacht dat er meer greppels en wadi’s aangelegd moeten worden om wateroverlast te beperken. De aanleg van nieuwe greppels en wadi’s wordt gefinancierd vanuit de budgetten voor waterberging en klimaatadaptatie en vanuit het gemeentelijke rioleringsplan. Drijfvuil en zinkvuil – Dit betreft het regelmatig verwijderen van het (fijne) drijvende afval uit de watergangen en oevers.
Naast drijfvuil belanden er ook grote objecten in het water die de doorvaart ernstig kunnen hinderen (fietsen, winkelwagentjes, etc.). In de route van de rondvaartboot wordt dit zinkvuil 1x per jaar verwijderd. Voor de rest van de grachten geldt dat in het vroege voorjaar al het bezonken vuil aan de kant wordt verwijderd. De Buitenwatersloot en de Westersingelgracht (route van de varende corso) wordt eens in de drie jaar schoongemaakt. Zinkvuil in de rest van de stad word verwijderd op basis van waarneming, meldingen en tijdens het maaien en reinigen van de watergangen. Fonteinen – De Gemeente Delft heeft zes fonteinen in het beheer. De fonteinen in de vijvers aan de Zocherweg, Vijver Noord en op de kop van de Spoorsingel hebben naast hun visuele waarde ook een functie voor de waterkwaliteit (beluchting en beweging). De fonteinen in de Phoenixtuin en het Poptahofpark hebben resp. een esthetische functie en een speelfunctie. De nieuwe fontein in het Van Leeuwenhoekpark heeft als functies: esthetisch, spelen en verkoeling. 34
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
5.4.6 (Bio)diversiteit en ecologisch beheer De biodiversiteit staat nationaal en internationaal onder druk. (Bio)diversiteit zorgt voor een stabiele en gezonde leefomgeving voor mensen en dieren (onder andere vogels, insecten, zoogdieren). Dit verkleint de kans op ziekten en plagen en biedt een natuurlijke weerstand tegen de gevolgen van klimaatverandering. Met het beheer en onderhoud van de openbare ruimte dragen we actief bij aan het verhogen van de natuurbeleving en het versterken van de biodiversiteit in de stad. •
Bij aanleg, inboet en vervanging van groen worden kansen benut om de biodiversiteit (soortenrijkdom) en weerstand van het groen te verbeteren. Een grotere soorten rijkdom heeft ook een positief effect op de belevingswaarde.
•
Indien mogelijk worden bermen, oevers en andere groenstroken gemaaid in lijn met de Kleurkeur van de Vlinderstichting. Hierbij is het wenselijk dat het maaimoment en de maaifrequentie afgestemd op de aanwezige flora en fauna. Doorgaans blijft per maaironde ongeveer 20% van het ruwe gras staan.
•
Waar mogelijke worden specifieke vegetaties en voorzieningen voor natuurontwikkeling toegepast zoals: insectenhotels, bijenheuvels, vlinder-/bijenvriendelijke beplanting, houtrillen, nestkasten, ijsvogelwand, floatlands (drijvende eilanden – zie figuur 8) en staand- of liggend dood hout.
•
Bij vervanging van harde oeverbescherming wordt deze in principe vervangen door een natuurvriendelijke oever, tenzij dit niet mogelijk of niet wenselijk is door cultuurhistorie, functionaliteit of variatie in beleving;
Figuur 8: Floatland (drijvend eiland)
Bij de kadernota 2023 is €200.000,-- exploitatiebudget aangevraagd om de kosten van het maaibeheer conform Kleurkeur structureel te financieren.
5.4.7 Klimaatverandering De klimaatverandering is één van de belangrijkste thema’s uit het Coalitieakkoord. De verandering van het klimaat heeft grote gevolgen voor de leefomgeving. Het gaat hierbij om toenemende perioden met intensieve neerslag (wateroverlast) en hogere temperaturen (hittestress en droogtestress). Wateroverlast resulteert niet alleen in directe overlast, maar ook in functieverlies van de openbare ruimte. Denk aan wandelpaden, parken, speel- en voetbalvelden die onder natte omstandigheden niet meer gebruikt of onderhouden (gemaaid) kunnen worden. Wateroverlast heeft ook een negatieve invloed op de groeiomstandigheden van bomen en beplanting. Bomen worden minder vitaal, gevoeliger voor ziekten en plagen en kunnen makkelijker omwaaien. Doordat bomen zich aan de natte omstandigheden proberen aan te passen ontstaat ook meer wortelopdruk. De toenemende perioden met hoge temperaturen en droogte hebben ook negatieve consequenties voor de leefbaarheid in de stad. Op basis van klimaatkaarten (m.n. gevoelstemperatuur) en vuistregels zoals de 3-30-300-regel ontstaat inzicht in het belang van bomen, parken en plantsoenen voor de verkoeling van de stad.
35
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
De 3-30-300 betekent dat iedereen vanuit een woning minstens 3 bomen (van behoorlijke omvang) te zien zijn. 30% boomkroonbedekking in de openbare ruimte aanwezig is. Binnen 300 meter van een woning een park of groene ruimte aanwezig is waar verkoeling kan worden gezocht. Voor het beheer van de stad betekent dit dat in eerste instantie moet worden ingezet op het behouden en versterken van de bestaande boom- en groenstructuren in de stad. Geen eenvoudige opgave in een stad waar 15.000 nieuwe woningen worden gebouw, een warmtenet wordt aangelegd, kabels en leiding worden vervangen, het elektriciteitsnet moet worden verzwaard en in de komende jaren veel groot onderhoud aan wegen en riolen moet worden uitgevoerd. Door de beperkte onder- en bovengrondse groeiruimte zal het niet altijd mogelijk zijn om alle bestaande bomen en beplanting te behouden. In dat geval wordt ingezet op groencompensatie (herplant) en het realiseren van een prettige, groene en klimaatbestendige openbare ruimte. Bij de kadernota 2023 is € 300.000,-- extra investeringsbudget aangevraagd voor de verbetering van de groeiplaatsen van (monumentale) bomen. Zie paragraaf 5.4.2. Door het onttegelen en vergroenen van versteende wijken en een vertraagde afvoer van water via naar infiltratieriolen, wadi’s en greppels kan meer water in de bodem worden vastgehouden.
Hierdoor is er in een periode van droogte meer water beschikbaar voor het groen in de stad. Het beperken van de gevolgen van klimaatverandering vereist ruimtelijke ingrepen en aangepast beheer. Bij de inrichting, het beheer en onderhoud van groen en water worden kansen benut om de stad klimaatbestendiger te maken. Niet alleen binnen de grote integrale (onderhouds)projecten liggen kansen, maar ook bij de uitvoering van groot onderhoud of op verzoek van bewoners. In de afgelopen planperiode zijn een aantal klimaatadaptieve maatregelen uitgevoerd. Bij het Chirurgijnpad en in de Bomenwijk is overbodige verharding onttegeld en vergroend. In de omgeving van het Chardonpad zijn wadi’s aangelegd om de wateroverlast in dit groengebied op te lossen. Bij het vervangen van de riolering in het Westerkwartier en Hof van Delft zijn ondergrondse waterbuffers gerealiseerd en zijn kansen benut om deze stenige wijken te vergroenen. Komende planperiode wordt verder gewerkt aan het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte van Delft.
Maatregelen als het leggen van waterdoorlatende verharding (bijvoorbeeld bij parkeerplaatsen), het onttegelen en vergroenen van versteende wijken en de aanleg van wadi’s, greppels en ecologische oevers zullen vaker toegepast Vergroenen openbare ruimte - Bij de kadernota 2023 is €300.000,-- exploitatie budget aangevraagd om bij de uitvoering van groot onderhoud in de openbare ruimte – buiten de integrale (onderhouds)projecten – kansen te benutten om te vergroenen en wateroverlast in het groen op te lossen. Hiermee willen we positieve effecten bereiken op het gebied van hittestress, waterinfiltratie en bovenal de gezondheid van onze inwoners.
36
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
Vergroenen openbare ruimte met bewoners - Verder is in de kadernota exploitatie budget aangevraagd om invulling te geven aan de ambitie om meer en meer te vergroenen in samenspraak met bewoners. In de begroting 2023 is aangegeven dat er €300.000,-- beschikbaar is in de reserve openbare ruimte voor het vergroenen van de stad op initiatief van bewoners. De eerste €300.000,-- voor 2023 moet nog door middel van een begrotingswijziging bij de kadernota beschikbaar gesteld worden. Voor de jaren daarna is in de kadernota 2023 jaarlijks € 400.000,-- aangevraagd.
Stijging onderhoudslasten klimaatadaptieve inrichting - De aanleg klimaatadaptieve maatregelen zorgt voor hogere onderhoudslasten. Denk aan de extra onderhoudskosten van wadi’s en waterdoorlatende parkeervakken met grasbeton tegels. Het is nu niet alleen sec verharding maar er moet ook rekening gehouden worden met het maaien, onkruidbeheer en het borgen van de doorlatendheid. Door het vergroenen van de openbare ruimte neemt ook de hoeveelheid (kleinschalig) groen toe. Op de langere termijn wordt er een verschuiving van onderhoudslasten van wegen naar groen zichtbaar. Om deze stijging van deze onderhoudslasten op te vangen - €325.000,jaarlijks oplopend met € 25.000,- tot €400.000,--
5.4.8 Duurzaamheid en circulariteit Bij het groenbeheer wordt aan deze thema’s invulling gegeven door bij aanbestedingen eisen te stellen aan de manier waarop aannemers uitvoering geven aan CO2-reductie, ecologisch maaien en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Door middel van deze EMVI-criteria (Economisch Meest Voordelige Inschrijving) hebben aannemers met een goed duurzaamheidsbeleid een hogere kans om de aanbesteding te winnen. 5.4.9 Ziekten en plagen De afgelopen jaren worden houtopstanden geteisterd door boomziekten en plagen. Jaarlijks worden ca. 100 iepen geveld door de iepziekte. Verder zijn veel essen en kastanjes aangetast door de essentaksterfte en kastanjebloedingsziekte. Bij platanen wordt in Nederland vaker massaria vastgesteld. Er zijn op dit moment nog geen effectieve preventieve maatregelen tegen deze boomziekten. Het uitvoeren van reguliere boominspecties blijft daarom een belangrijk aandachtspunt. De maatregelen beperken zich tot het verwijderen van aangetaste takken, het vervangen van bomen en de herplant van resistente soorten. De verwachting is dat in de toekomst meer boomziekten- en plagen gaan uitbreken.
De eikenprocessierups wordt bestreden door een combinatie van preventief spuiten met biologische middelen, het actief stimuleren van natuurlijke vijanden (bijvoorbeeld door het plaatsen van nestkasten voor mezen) en het wegzuigen van de resterende nesten. In de afgelopen jaren neemt het aantal nesten van de eikenprocessierups sterk af. Mogelijke oorzaken hiervan zijn het adequaat bestrijden en predatie door vogels. Niet alleen bomen, maar ook hagen, vaste planten en heesters hebben last van ziekten en plagen. De buxusmot wordt binnen de Gemeente Delft bestreden door ernstig aangetaste buxussen te verwijderen en te vervangen door resistentie soorten. Op locaties waar bladluizen ernstige overlast (gladheid) veroorzaken worden larven van de lieveheersbeestjes ingezet. Ook het verbeteren van de standplaats kan ingezet worden als aanpak tegen de luizen. 37
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
Om de risico’s op grootschalige uitval te beperken wordt bij inboet van zowel bomen als heesters gekozen voor meer diversiteit in soorten en leeftijd. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de ecologische doelstellingen van de Gemeente Delft. 5.4.10 Invasieve exoten en ganzenbestrijding in het kader van invasieve exoten gaat het in Delft vooral om het bestrijden van de reuzenberenklauw en de Japanse duizendknoop. Er wordt actief beheer toegepast om deze soorten te verwijderen en verspreiding te voorkomen. Beide soorten zijn zeer persistent en kunnen alleen met een langdurige aanpak worden bestreden. Voor de Japanse duizendknoop wordt gewerkt conform het Landelijk protocol. Het ecologisch beheer van recreatie en weidegebieden in de regio Delft hebben een positief effect op de vogelstand in deze gebieden. In de stad hebben we ook te maken met overlast van ganzen. Het gaat hierbij om geluidsoverlast (nijlgans), vervuiling door uitwerpselen en soms territoriaal (agressief) gedrag. In het verleden heeft de gemeente overlast gevende groepen verkleind door ganzen weg te vangen. Dit werkt echter alleen bij de inheemse ganzen die in groepen op een vaste locatie leven. Vanaf 2020 wordt daarom ingezet op nestbeheer. Per ganzennest worden alle eieren, op één ei na, geprikt of geschud.
Dit betekent dat per legsel één kuiken overleefd, waardoor de omvang van de groepen geleidelijk zal afnemen. 5.4.11 Bodemdaling In sommige gebieden in Delft worden de gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast en vernatting) versterkt dor bodemdaling (zetting). Gebieden met veen en veenkleigrond zijn gevoelig voor zetting door ophoging, bebouwing, polderbemaling en droogte. Het gevolg van bodemdaling is dat het maaiveld steeds dichterbij bij het grondwater komt te liggen en de groeiruimte voor bomen kleiner wordt. In de oostelijke Binnenstad is de (grond)waterstand zo hoog dat bomen maar een beperkte levensduur hebben. Om de gevolgen van bodemdaling (in hoeverre dat kan) te herstellen, liggen bij het groot onderhoud van rioleringen en verharding kansen om op te hogen. Hierbij moet opgemerkt worden dat, met oog op het behoud van de bestaande bomen, het niet altijd mogelijk is om weer tot het oorspronkelijke aanlegniveau op te hogen. 5.4.12 Participatie en zelfbeheer Bij de uitvoering van het regulier- en groot onderhoud wordt ruimte geboden om wensen, ideeën en belangen van inwoners, bedrijven en belangenverenigingen in de planvorming te betrekken. De gemeente stimuleert initiatieven van bewoners en bedrijven om gemeentelijk groen te onderhouden. Op deze wijze kunnen bewoners een andere inrichting of een hoger onderhoudsniveau realiseren.
De initiatieven voor zelfbeheer lopen uiteen van de aanleg van een geveltuintje, het onderhoud van een boomspiegel tot het zelfbeheer van een heel groengebied. Een ander voorbeeld is de aanleg van buurtmoestuinen die door omwonenden worden onderhouden. De mogelijkheden voor zelfbeheer zijn op de gemeentelijke website inzichtelijk gemaakt. In de komende planperiode wordt deze aanpak voortgezet.
38
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
Figuur 9 - Moe's tuin in Poptahof
5.5 Ontwikkelingen In deze paragraaf is uitwerking gegeven aan een aantal ontwikkelingen die in deze planperiode aan de orde zijn. 5.5.1 Beheerafspraken Arboretum-Heempark en hertenweide Vanaf 2012 word het beheer en onderhoud van het Arboretum-Heempark grotendeels uitgevoerd door vrijwilligers op basis van het beheerplan Arboretum-Heempark. De beheerkosten werden destijds begroot op €72.923,--. De dekking door inzet van vrijwilligers was geraamd op €41.292,-- per jaar. De overige kosten werden gefinancierd vanuit een jaarlijkse bijdrage van €14.500,-- uit de IKEA-gelden en het exploitatiebudget groen, water en recreatie. De middelen in IKEA-gelden raken in 2025 uitgeput, waardoor de bijdrage van €14.500,-- uit deze voorziening vanaf 2026 vervalt. Verder is het door een gebrek aan vrijwilligers steeds moeilijker om het noodzakelijke onderhoud conform het beheerplan Arboretum-Heempark uit te voeren. In deze planperiode zal in overleg met de vrijwilligers en natuurorganisaties gezocht worden naar een nieuwe beheerconstructie. Het voorstel is om het basisonderhoud weer grotendeels door de gemeente Delft te laten uitvoeren en de beschikbare vrijwilligers in te zetten om een extra kwaliteitsniveau te realiseren. Het beheer van de Hertenweide in het Delftse Hout werd tot 2023 uitgevoerd door Stichting BuytenDelft.
In 2022 hebben zij aangegeven niet meer in staat te zijn om het onderhoud van de Hertenweide te verzorgen. Verder is er door aanpassingen in de Wet dieren (lijst van huisen hobbydieren) een situatie ontstaan waardoor het vanaf 1 januari 2024 verboden is om met herten te fokken. Door dit uitsterfbeleid kan de Hertenweide op termijn niet in zijn huidige vorm blijven bestaan. Omdat de hekwerken en de dierenverblijven in slechte conditie verkeren, moet in 2023 worden besloten of de gemeente de Hertenweide geheel of gedeeltelijk in stand wil houden als dierenweide met andere dieren die nog wel zijn toegestaan (o.a. paarden, ezels, runderen of schapen). In dat geval zal er in de komende 39
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
jaren geïnvesteerd moeten worden in de renovatie/vervanging van de hekwerken en dierenverblijven. De andere optie is om de herten-/dierenweide op te heffen en daarmee de voormalige recreatieve functies van de Hertenkamp weer terug te brengen. In dat geval zijn er investeringen nodig zijn om dit gebied een andere bestemming en inrichting te geven. In 2023 is € 195.000,-- exploitatiebudget beschikbaar om het beheer van de ArboretumHeemtuin en de Hertenweide weer in gemeentelijk beheer te kunnen nemen. Hierbij is rekening gehouden dat er in de planperiode extra onderhoudsmaatregelen nodig zijn om deze objecten weer op het gewenste niveau te brengen.
40
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
6
Maatregelen en kosten
Dit hoofdstuk geeft inzicht in de noodzakelijke maatregelen en kosten om de groenvoorzieningen en het water op het gewenste kwaliteitsniveau te onderhouden. Beheercyclus en begrippen De actuele inrichting van de openbare ruimte is een momentopname van het cyclisch proces van stedelijke ontwikkeling (zie figuur 10). Nadat is besloten om een object (bijvoorbeeld een park, boom, heestervak, natuurvriendelijke oevers, gazon, etc.) te realiseren, wordt dit ontworpen, technisch uitgewerkt en gerealiseerd. Hierna wordt het object tot aan het eind van haar levensduur onderhouden. Meestal betreft dit de technische levensduur, maar het komt regelmatig voor dat maatschappelijke ontwikkelingen aanleiding geven om een object eerder te vervangen.
Ontwerp & Engineering
Beleid Veranderen?
Realisatie
Onderhoud tot einde levensduur
Figuur 10: Cyclisch proces van stedelijke ontwikkeling
Het eind van de technische levensduur wordt bereikt als de reguliere onderhoudswerkzaamheden niet langer toereikend zijn om het object (tegen acceptabele kosten) aan de functionele en technische eisen te laten voldoen. Het eind van de maatschappelijke levensduur wordt bereikt als het object niet meer aan de maatschappelijke eisen voldoet. Nieuwe wetgeving, veranderd beleid, wensen van bewoners en bedrijven, gevolgen van klimaatverandering, etc. Aan het eind van de levensduur wordt op basis van de actuele wensen (beleid) besloten wat er met het object moet gebeuren. Moet het worden verwijderd, gerenoveerd (min of meer in uitgangssituatie terugbrengen) of moet er iets geheel anders worden gemaakt (omvormen)? Dit vervangingsmoment biedt kansen om de openbare ruimte aan te passen aan de actuele wensen en biedt kansen voor het realiseren van beleidsdoelstellingen, zoals bijvoorbeeld klimaatadaptatie. De reguliere onderhoudswerkzaamheden om een object (functie) op het gewenste kwaliteitsniveau in stand te houden, wordt in dit beheerplan regulier onderhoud genoemd. Een andere veel gebruikte term is klein- of dagelijks onderhoud. Het uitvoeren van correctief onderhoud om de levensduur van een object te verlengen wordt groot onderhoud of renovatie genoemd.
Als een object aan het einde van de technische- of maatschappelijke levensduur moet worden vervangen, spreekt men van vervanging of omvorming. De maatregelen en kosten voor beheer en onderhoud van groen en water bestaan uit de volgende posten: • • • • •
Beleid en beheer Regulier onderhoud Groot onderhoud (vervangingen en renovaties) Administratieve kosten (kapitaalslasten) Personele- en tractiekosten
41
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
6.1 Beleid en beheer De post beleid en beheer omvat alle bijkomende kosten die noodzakelijk zijn om het beheer en onderhoud goed uit te kunnen voeren. Dit betreft de volgende maatregelen en kosten: Tabel 8: Kosten Beleid en beheer
1. Beleid en beheer 1.1. Rationeel beheer Licentie- en onderhoudskosten beheersystemen Licentiekosten - Handboek bomen 1.2. Advieskosten Adviezen en onderzoeken 1.3. Inspecties en onderzoek Boom Veiligheids Controle (BVC) Nader onderzoek n.a.v. BVC en meldingen Beleidsschouw Beeldkwaliteit Technische inspecties overige groenobjecten Totaal Beleid en beheer
26.000 20.000 6.000 40.000 40.000 111.000 35.000 35.000 16.000 25.000 177.000
Enkele posten zijn hieronder kort toegelicht: 1.1
1.2
1.3
Rationeel beheer - Voor het plannen, begroten en integraal afstemmen van het regulier en groot onderhoud wordt gebruik gemaakt van het integraal beheersysteem. In de werkprocessen van het boombeheer wordt gebruik gemaakt van GRIB 2.0 en een licentie op het Handboek bomen. Advieskosten - Dit betreft het opstellen van specialistische adviezen voor het bestuur, beleidsontwikkeling en omgevingsvergunningen (vellen van houtopstanden), het bijhouden van kennis en ontwikkelingen, de beantwoording van vragen van het college, gemeenteraad en bewoners (VJV) en het eens in de vier jaar opstellen van een beheerplan. Inspecties en onderzoek – Dit betreft de kosten van de reguliere inspecties van de beeldkwaliteit en technische kwaliteit.
6.2 Regulier onderhoud Het regulier onderhoud omvat alle onderhoudswerkzaamheden die met een bepaalde regelmaat worden uitgevoerd om het groen en water op het gewenste kwaliteits- en onderhoudsniveau te houden, zodat deze de functie waarvoor ze zijn aangelegd kunnen blijven vervullen. Bij groen moet gedacht worden aan werkzaamheden zoals: maaien van gazons, ruw gras en oeverbeplanting, het verwijderen van onkruid en zwerfvuil of het snoeien van beplantingen. Bij het water- en oeverbeheer betreft dit onder andere het maaien van watergangen en sloten en het repareren van beschoeiingen. Met de kwaliteitsdoelstelling als uitgangspunt kan voor elke beheercategorie (bomen, heesters, bosplantsoen, gazons, oevers, etc.) een beheerstrategie worden opgesteld. Dit is een pakket van werkzaamheden, uitvoeringsfrequenties en bewerkingspercentages waarmee de gewenste kwaliteits- en onderhoudsniveaus gerealiseerd kunnen worden. De kosten van het regulier onderhoud zijn samengevat in de onderstaande tabel.
42
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
Tabel 9: Kosten regulier onderhoud
2. Regulier onderhoud 2.1. Regulier onderhoud groen 2.1.1. Bomen 2.1.2. Bosplantsoen 2.1.3. Heesters 2.1.4. Sierbeplanting 2.1.5. Hagen 2.1.6. Grassen (Gazons en ruw gras) 2.1.7. Parkverhardingen (halfverharde paden) 2.2. Regulier onderhoud water en oevers 2.2.1. Maaien en sloten watergangen 2.2.2. Beschoeiingen en oevers 2.2.3. Baggeren watergangen 2.2.4. Baggeren Passantenhaven Zuidkolk en Nw. Haven (1x/3 jaar € 225.000,--) 2.2.5. Onderhoud fonteinen 2.3. Overig regulier onderhoud 2.3.1. Beheerkosten Arboretum-Heempark en Hertenweide 2.3.2. Onderhoudskosten 1e fase Van Leeuwenhoekpark 2.3.3. Subsidie regeling onderhoudssnoei monumentale bomen 2.3.4. Bestrijding Duizenknoop 2.3.5. Bestrijding Berenklauw 2.3.6. Bestrijding Eikenprocessierups en bladluis 2.3.7. Ganzenbeheersing 2.3.8. Openen en sluiten Phoenixtuin 2.3.9. Stortkosten 2.3.10. Meerkosten maaien Kleurkeur 2.3.11. Stijging onderhoudslasten klimaatadaptieve inrichting Totaal regulier ondehoud
2.054.000 341.000 623.000 313.000 36.000 33.000 570.000 138.000 659.000 259.000 145.000 150.000 75.000 30.000 1.027.000 195.000 40.000 10.000 65.000 65.000 25.000 15.000 12.000 75.000 200.000 325.000 3.740.000
Enkele posten zijn hieronder kort toegelicht. 2.
Regulier onderhoud – De kosten voor het regulier onderhoud zijn hier begroot o.b.v. areaal (st/m2) x eenheidsprijs. De personele kosten van de afdeling BOR (uren) en gemeentelijke transportmiddelen zijn afzonderlijk begroot in paragraaf 6.6. - Personele- en tractiekosten. 2.3.1. Beheer Arboretum Heempark en Hertenweide – Vanaf 2023 is € 195.000,-exploitatiebudget beschikbaar om het beheer van de Arboretum-Heemtuin en de Hertenweide weer in gemeentelijk beheer te kunnen nemen. Hierbij is rekening gehouden dat er in de planperiode extra onderhoudsmaatregelen nodig zijn om deze objecten weer op het gewenste niveau te brengen. 2.3.2. Onderhoudscontract Van Leeuwenhoekpark – Bij de aanbesteding van het Leeuwenhoekpark is 3 jaar onderhoud van dit park meegenomen. De jaarlijkse kosten van deze onderhoudscontracten zijn onderdeel van areaaluitbreiding. 2.3.8. Openen en sluiten Phoenixtuin – Bij de aanleg van deze binnentuin is met omwonenden afgesproken dat de binnentuin ’s-avonds wordt afgesloten. 2.2.10. Meerkosten maaien Kleurkeur - In 2022 zijn we gestart om te werken in lijn met de gedachten voor het Kleurkeur van de Vlinderstichting. De ecologen die hierbij betrokken zijn hebben suggesties gedaan welke kruidenrijke bermen een hoge ecologische potentie hebben. Op deze percelen wordt het maaimethode, maaimoment en maaifrequentie.
Er wordt verwacht dat hierdoor een grotere biodiversiteit zal ontstaat. 43
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
2.2.11. Stijging onderhoudslasten klimaatadaptieve inrichting - De aanleg van parkeervakken met grasbeton tegels zorgt voor een stijging van de onderhoudslasten. Het is nu niet alleen sec verharding maar er moet ook rekening gehouden worden met het maaien van deze vakken. Het vergroenen van de openbare ruimte door verharding te verwijderen zorgt ook dat er hogere onderhoudslasten zijn voor dat groen. Op langere termijn is daarmee een verschuiving van de kosten zichtbaar.
6.3 Groot onderhoud In de beheerstrategieën en kengetallen zijn ook de werkzaamheden en kosten opgenomen voor het groot onderhoud. Dit betreft het geheel of gedeeltelijk renoveren van beplantingen en gazons om de technische kwaliteit (functievervulling) op het vereiste niveau te houden en/of de levensduur te verlengen. Naast de kosten voor groot onderhoud is rekening gehouden met de kosten voor voorbereiding en toezicht (VAT-kosten) van het groot onderhoud. De kosten voor het groot onderhoud zijn samengevat in tabel 10. Tabel 10: Kosten groot onderhoud(vervangingen)
3. Groot onderhoud 3.1. Groot onderhoud groen - water 3.1.1. Bosplantsoen 3.1.2. Heesters 3.1.3. Sierplantsoen 3.1.4. Hagen 3.1.5. Grassen (gazons en ruw gras) 3.1.6. Voorbereiding en toezicht tbv groot onderhoud 3.2. Overig groot onderhoud 3.2.1 Vergroenen openbare ruimte (met bewoners) 3.2.2. Vergroenen openbare ruimte (2023) Totaal groot onderhoud
700.000 250.000 165.000 90.000 45.000 90.000 60.000 700.000 400.000 300.000 1.400.000
3.1.6. Voorbereiding en toezicht t.b.v. groot onderhoud - De hier opgevoerde kosten zijn een inschatting van de benodigde inhuur van externe adviseurs. De tijd (kosten) die medewerkers van BOR besteden aan rationeel beheer, advisering en inspecties en onderzoek, worden op basis van tijdschrijven doorberekend aan het product groen-water. Deze kosten zijn toegelicht in paragraaf 6.3.3 Kosten personeel en tractie. 3.2.1. Vergroenen openbare ruimte (met bewoners) - In de begroting is aangegeven dat er 300.000 beschikbaar is in de reserve openbare ruimte voor het vergroenen van de stad op initiatief van bewoners. De eerste 300.000 moet door middel van een begrotingswijziging bij de kadernota beschikbaar gesteld worden voor 2023. Voor de jaren na 2023 is de ambitie om meer en meer te vergroenen in samenspraak met bewoners hiervoor zijn aanvullende middelen benodigd, totaal € 400.000,--. 3.2.2. Vergroenen openbare ruimte - We willen steeds meer openbare ruimte vergroenen. Door verharding te vervangen door groen beperken we de hittestress in de stad. Dit willen we niet alleen doen op locaties waar de riolering wordt vervangen maar ook op locaties waar we geen integrale projecten uitvoeren: de hele stad moet groener ingericht worden.
44
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
We nemen ook maatregelen tegen wateroverlast in het groen. Hiermee willen we positieve effecten bereiken op het gebied van hittestress, waterinfiltratie en bovenal de gezondheid van onze inwoners. Hiervoor zijn aanvullende middelen benodigd, totaal € 300.000,--
6.4 Administratieve kosten De administratieve kosten heeft grotendeels betrekking op de kapitaallasten. Dit zijn de rente- en afschrijvingskosten van investeringen in voorgaande jaren. Verder wordt ten laste van deze kostenplaats enkele algemene kosten geboekt zoals: energiekosten en de kosten voor de telefoon, datacommunicatie, automatisering en publiekrechtelijke heffingen. De administratieve kosten zijn uitgewerkt in tabel 11. Tabel 11: Administratieve kosten
4. Administratieve kosten 4.1 Afschrijvingen
358.798
4.2 Doorbelaste rente
101.040
4.3 Overige niet duurzame goederen
1.524
4.4. Toename kapitaallasten Investeringen
170.000
Totaal administratieve kosten
631.362
4.4.
Toename kapitaallasten Investeringen – Als gevolg van de in paragraaf 6.7 voorgestelde investeringen zullen de kapitaallasten (afschrijvings- en rentekosten) jaarlijks toenemen met € 170.000,--. Dit is gebaseerd op een afschrijvingstermijn van 10 jaar voor groen en bomen.
6.5 Personele kosten en tractie Binnen de gemeente Delft worden de personele kosten en de kosten van transportmiddelen (tractiemiddelen) via tijdschrijven of via een kostenverdeelstaat (KVS) doorberekend aan de betreffende producten. De onderstaande tabel geeft inzicht in de bedragen die jaarlijks aan het product groen-water worden toegerekend. Tabel 12: Personele kosten en tractie
5. Kosten personeel en tractie 5.1. Uren BOR
650.000
5.2. Uren Realisatie
35.000
5.3. KVS - Uitvoering
482.264
5.4. KVS - Tractie
Totaal personeel en tractie
100.422
1.267.686
6.6 Recreatiegebied Midden Delfland Het recreatie gebied Midden Delfland wordt beheerd door Staatsbosbeheer in opdracht van Coöperatief Beheer Groengebieden Midden Delfland (CBG). De jaarlijkse bijdrage van de gemeente Delft aan de beheerkosten van dit recreatiegebied is € 320.375,--. De bijdrage van de gemeente Delft aan het CBG is al enkele jaren gelijk. Met een besluit van het bestuur van de CBG is besloten dit bedrag voor het eerst te indexeren. Dit kost de gemeente Delft naar verwachting €75.000 per jaar extra – zie tabel 13. Op de langere termijn 45
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
wordt verwacht dat de beheerkosten hoger worden om dat de bijdrage zal worden verdeeld naar rato van het areaal dat de deelnemende gemeenten in beheer hebben. Tabel 13: Recreatiegebied Midden Delfland
6. Recreatiegebied Midden Delfland 6.1. Bijdrage Coöperatief Beheer Groengebieden Midden Delfland 6.2. Indexatie Totaal Recreatiegebied Midden Delfland
320.375 75.000 395.375
6.7 Investeringen planperiode Het vervangen van kapitaalgoederen (groenstructuren, bomen, beplantingen, halfverhardingen en beschoeiingen) worden voor de begroting aangemerkt als een investering. De hiervoor benodigde investeringen zijn in de Nota kapitaalgoederen geraamd op € 1.200.000,-- . Daarnaast zijn bij de kadernota 2023 twee extra investeringen gevraagd voor standplaatsverbetering bomen en vervangingsinvesteringen parken. Deze aanvullende investeringen zorgen voor extra kapitaallasten. Tabel 14: Investeringen
7. Investeringen 7.1. Vervangingsinvesteringen obv Nota kapitaalgoederen 7.1.1. Bomen 7.1.2. Beplanting, grassen en hagen 7.1.3. Halfverhardingen 7.1.4. Beschoeiingen 7.1.5. Voorbereiding en toezicht (15%) 7.2. Overige investeringen 7.2.1. Standplaatsverbetering bomen 7.2.2. Vervangingsinvesteringen parken Totaal vervangingsinvesteringen
1.203.000 500.000 340.000 180.000 125.000 58.000 500.000 300.000 200.000 1.703.000
7.2.1. Standplaatsverbetering - Diverse bomen in de stad verkeren in een matige conditie. Wanneer rondom deze bomen werkzaamheden aan bijvoorbeeld de riolering worden gedaan is het moeilijk de bomen te behouden. De aantasting van de wortels is dan al snel dusdanig dat de boom verder aftakelt naar een slechte status. Nieuwe bomen planten we nog steeds aan met een relatief beperkte ondergrondse groeiplaats. Willen we de stad en bomen op de langere termijn behouden dan dient geïnvesteerd te worden in de groeiplaats van zowel nieuwe als bestaande bomen. Waar mogelijk wordt hierbij uitgegaan van een levensduur van 60 jaar. Ook dit draagt bij aan het groenere karakter van de stad. 7.2.2. Vervangingsinvesteringen parken - Er zijn diverse parken in de stad die als ankerpunt waardevol zijn in de wijk, buurt en omgeving. Veel van deze parken hebben te maken met wateroverlast. De kwaliteit van de parken zelf is door gebrek aan onderhoud in de laatste jaren steeds minder geworden. Met behulp van dit budget kan steeds een park opgeknapt worden en weer bruikbaar worden voor de bewoners in de stad.
46
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
6.8 Investeringen lange termijn perspectief De onderstaande grafieken geven inzicht in de ontwikkeling van de investeringskosten op de lange termijn. Het aanlegjaar van beplantingen, grassen, parkverhardingen en beschoeiingen is nog niet of niet voldoende betrouwbaar in het beheersysteem vastgelegd. Daarom is er voor deze objecten gerekend met de gemiddelde levensduur. Dit geeft een evenwichtige verdeling van de vervangingsinvesteringen van € 645.000,--/jaar. Bij bomen wordt het jaar van aanleg wel vastgelegd, maar nog niet voldoende betrouwbaar om een goede voorspelling het investeringsverloop te kunnen geven. De hoge piek in de periode 2025-2029 wordt veroorzaakt door de naoorlogse bomen en achterstallige data mutaties. Veel bomen uit deze tijd zijn reeds vervangen, maar nog niet met een nieuw plantjaar in het beheersysteem verwerkt. Voor deze planperiode is daarom nog uitgegaan van een gemiddelde levensduur en daardoor evenwichtige verdeelde investeringskosten van bomen € 500.000,--/jaar. In deze planperiode wordt beheerdata verder verbetert. Door het vastleggen van het juiste jaar van aanleg/aanplant en conditie ontstaat een betere voorspelling het verwachte investeringsverloop.
Grafiek 9: Ontwikkeling investeringskosten groen
Grafiek 10: Ontwikkeling investeringskosten bomen
47
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
6.9 Risico’s In deze berekeningen is uitgegaan van de actuele kostenkengetallen en eenheidsprijzen zoals deze zijn aangeboden in de huidige bestekken van het beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen binnen de Gemeente Delft. Bij een nieuwe aanbesteding van het beheer en onderhoud kunnen de prijzen hoger uitvallen. Dit geeft een risico dat niet alle werkzaamheden binnen de beschikbare financiële middelen kunnen worden uitgevoerd.
48
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
7
Middelen en dekkingsvoorstel
In dit hoofdstuk zijn de maatregelen en kosten uit hoofdstuk 6 samengevat en is aangegeven uit weke budgetten deze worden gefinancierd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in exploitatie- en investeringsbudget.
7.1 Exploitatiebudget - Kosten In het onderstaande kosten- en dekkingsoverzicht zijn de in hoofdstuk 6 geraamde exploitatiekosten samengevat en is een voorstel gedaan uit welke bestaande en aangevraagde exploitatiebudgetten deze kosten kunnen worden gedekt. Dit dekkingsvoorstel sluit aan bij de middelen die bij de kadernota 2023 zijn aangevraagd. Tabel 15: Dekkingsoverzicht maatregelen groen water ten laste van exploitatiebudget Kosten en dekkingsoverzicht - 57 - Openbaar groen en (Openlucht)recreatie Kosten - 571 - Groen en w ater (exploitatiebudget)
2024
2025
2026
2027
177.000
177.000
177.000
177.000
1.1. Rationeel beheer
26.000
26.000
26.000
26.000
1.2. Advieskosten
40.000
40.000
40.000
40.000
1.3. Inspecties en onderzoek
111.000
111.000
111.000
111.000
3.740.000
3.765.000
3.804.500
3.829.500
2.054.000
2.054.000
2.054.000
2.054.000
2.2 Regulier onderhoud w ater en oevers
659.000
659.000
659.000
659.000
2.3. Overige kosten regulier onderhoud
1.027.000
1.052.000
1.077.000
1.102.000
1. Beleid en beheer
2. Regulier onderhoud 2.1 Regulier onderhoud groen
2.4. Wegvallen bijdrage IKEA-gelden onderhoud Arboretum-Heempark
14.500
14.500
1.400.000
1.400.000
1.400.000
1.400.000
3.1 Groot onderhoud groen - w ater
700.000
700.000
700.000
700.000
3.2. Overig groot onderhoud
700.000
700.000
700.000
700.000
4. Adm inistratieve kosten
631.362
973.273
1.216.776
1.550.999
4.1 Afschrijvingen
358.798
504.298
554.598
707.398
4.2 Doorbelaste rente
101.040
127.451
150.654
162.077
1.524
1.524
1.524
1.524
170.000
340.000
510.000
680.000
3. Groot onderhoud
4.3 Overige niet duurzame goederen 4.4. Toename kapitaallasten Investeringen 5. Kosten personeel en tractie
-
-
1.267.686
1.265.149
1.269.424
1.269.424
6.1. Uren BOR
650.000
650.000
650.000
650.000
5.2. Uren Realisatie
35.000
35.000
35.000
35.000
5.3. KVS - Uitvoering
482.264
482.264
482.264
482.264
5.4. KVS - Tractie Totaal - Kosten - 571 - Groen en w ater Kosten - 573 - Recreatiegebieden (exploitatiebudget)
100.422
97.885
102.160
102.160
7.216.048
7.580.422
7.867.700
8.226.923
2024
2025
2026
2027
395.375
395.375
395.375
395.375
6.1. Bijdrage Coöperatief Beheer Groengebieden Midden Delfland
320.375
320.375
320.375
320.375
6.2. Indexatie CBG-Bijdrage
75.000
75.000
75.000
75.000
395.375
395.375
395.375
395.375
6. Recreatiegebied Midden Delfland
Totaal - Kosten - 573 -Recreatiegebieden Afronding Totale kosten - 57 - Openbaar groen en (Openlucht)recreatie
Dekking voorstel - Conform m eerjarenbegroting
23.357
26.297
11.797
11.797
7.634.780
8.002.094
8.274.872
8.634.095
2024
2025
2026
2027
4.396.775
4.569.089
4.646.867
4.811.090
573 Recr.gebied Midden Delfland
333.005
333.005
333.005
333.005
157064 Gedifferentieerd beheer (€ 85.000,-- 2x maaien - € 50.000,- bosplants)
135.000
135.000
135.000
135.000
4.864.780
5.037.094
5.114.872
5.279.095
571 Groen en w ater
Totaal Aanvullend dekkingsvoorstel kadernota 2023
2024
2025
2026
2027
Basis op orde (Dagelijks onderhoud)
600.000
600.000
600.000
600.000
Kleurkeur Ecologisch maaibeheer (Dagelijks onderhoud)
200.000
200.000
200.000
200.000
Stijging Onderhoudsslasten klimaatadaptieve maatregelen (Dagelijks onderhoud)
325.000
350.000
375.000
400.000
Reserve Openbare Ruimte (groot onderhoud)
700.000
700.000
700.000
700.000
Vergroenen openbare Ruimte met bew oners (groot onderhoud)
400.000
400.000
400.000
400.000
Vergroenen openbare Ruimte (groot onderhoud)
300.000
300.000
300.000
300.000
Dekking toename kapitaallasten Investeringen
170.000
340.000
510.000
680.000
Indexatie CBG
75.000
75.000
75.000
75.000
2.770.000
2.965.000
3.160.000
3.355.000
Totaal Overschot/Tekort
-
-
-
-
49
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
7.2 Exploitatiebudget - Baten In het onderstaande overzicht in aangegeven welke baten in deze planperiode worden verwacht. Het wegvallen van de bijdrage vanuit de IKEA-gelden resulteert vanaf 2026 in een stijging van de beheerkosten. Zie post 2.4. kosten- en dekkingsoverzicht in paragraaf 7.1. Tabel 16: Exploitatiebudget Baten Baten - 571 - Groen en w ater Conform meerjarenbegroting
2024
2025
14.500
14.500
Bijdrage Delfland meerkosten natuurvriendelijke oevers (conform herpolderovereenkomst) 18.000
Bijdrage vastgoed aan onderhoud Arboretum-Heempark (IKEA-gelden) Totaal
32.500
2026
2027
18.000
18.000
18.000
32.500
18.000
18.000
7.3 Investeringen In het onderstaande kosten- en dekkingsoverzicht zijn de in hoofdstuk 6 geraamde investeringskosten samengevat en is een voorstel gedaan uit welke bestaande en aangevraagde investeringsbudgetten deze kosten kunnen worden gedekt. Dit dekkingsvoorstel sluit aan bij de middelen die bij de kadernota 2023 zijn aangevraagd. Tabel 17: Dekkingsvoorstel maatregelen groen water ten laste van investeringsbudget 7. Investeringen 7.1. Vervangingsinvesteringen obv Nota kapitaalgoederen 7.1.1. Bomen 7.1.2. Beplanting, grassen en hagen 7.1.3. Halfverhardingen 7.1.4. Beschoeiingen 7.1.5. Voorbereiding en toezicht (15%) 7.2. Overige investeringen 7.2.1. Standplaatsverbetering bomen 7.2.2. Vervangingsinvesteringen parken Totaal vervangingsinvesteringen Dekking - Investeringen goede openbare ruim t - 1585131 - Groen en Water Inv. Goede openbare ruimte - 1585131 - Groen en Water 1585286 - Uitbr.BHP Groen&Water 20-23 Kadernota 2023 - Regulier Totaal Overschot/Tekort
2024
2025
2026
2027
1.203.000 500.000 340.000 180.000 125.000 58.000 500.000 300.000 200.000 1.703.000
1.203.000 500.000 340.000 180.000 125.000 58.000 500.000 300.000 200.000 1.703.000
1.203.000 500.000 340.000 180.000 125.000 58.000 500.000 300.000 200.000 1.703.000
1.203.000 500.000 340.000 180.000 125.000 58.000 500.000 300.000 200.000 1.703.000
2024
2025
2026
2027
203.000
203.000
203.000
203.000
300.000
300.000
300.000
300.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
1.703.000
1.703.000
1.703.000
1.703.000
-
-
-
-
50
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
Bebouwde kom Wet Natuurbescherming (Boswet) Vastgesteld als gevolg van artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming. De bepalingen in paragraaf 4.1. Houtopstanden van de Wet Natuurbescherming, zijn uitsluitend van toepassing in het gebied buiten de aangegeven begrenzing, zie figuur 11.
Harnaschpolder
Molenbuurt
Kerkpolder
Nieuwe Bebouwde kom Boswet
Abtswoudse bos Ackerdijkse bos
Gemeentegrens Ruiven
Figuur 11: Bebouwde kom Wet Natuurbescherming
51
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
Beschermde stadsgezichten In Delft zijn vier gebieden aangewezen als Rijks beschermd stadsgezicht (figuur 12). De oude delen van het Agnetapark en Begraafplaats Jaffa zijn tevens aangewezen als Rijksmonument. 1. Binnenstad 2. Plantages 3. Agnetapark 4. TU-Noord
3
2 1 1
4 Figuur 12: Beschermde Stadsgezichten
Het in standhouden van monumentale bomen en cultuurhistorisch waardevolle beplantingen is onderdeel van het reguliere groenonderhoud. Bij ingrijpende beheermaatregelen (bijvoorbeeld het vervangen van bomen en de renovatie of herinrichting van straten, parken en plantsoenen) wordt gestreefd naar het behoud en zonodig versterken van de cultuurhistorische waarden.
52
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
Cultuurhistorisch waardevolle groengebieden Op 8 oktober 2013 heeft het college de beleidsregel Cultuurhistorisch waardevolle groengebieden 2013 vastgesteld. Hierin zijn de volgend gebieden aangewezen als Cultuurhistorisch waardevol groen: 1. Algemene begraafplaats Jaffa; 2. Algemene begraafplaats Iepenhof; 3. Agnetapark; 4. Klein Veluwe; 5. Nieuwe Plantage; 6. Wallertuin en Noltheniustuin; 7. Kalverbos; 8. Botanische Tuin; 9. De Vries van Heijstplantsoen; 10. Wilhelminapark; 11. Hertenkamp; 12. Arboretum-Heempark; 13. Binnentuin Van Blommesteinstraat. De 13 groengebieden krijgen bij de eerstvolgende herziening van de bestemmingsplannen de dubbelbestemming Cultuurhistorie. Aan deze dubbelbestemming is een aanlegvergunning gekoppeld.
53
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
Herpolderovereenkomst Op 12 april 2006 heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met het Hoogheemraadschap van Delfland over de overdracht van de stedelijke watergangen aan het waterschap. Het beheer en onderhoud van boezemwateren en hoofdwatergangen is overgenomen door het waterschap. De Gemeente Delft blijft verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de overige watergangen (ca. 10%). Daarnaast zijn er watergangen in beheer bij derden, zoals de Provincie, TU-Delft en Recreatieschap Midden Delfland. Op de volgende bladzijden zijn de belangrijkste afspraken uit de herpolderovereenkomst samengevat. Wie de beheerder is van welke watergang, staat in figuur 13 weergegeven.
Figuur 13: Herpolderovereenkomst
54
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
Beheergrenzen (natuurvriendelijke) oevers Het onderhoud van de natuurvriendelijke oevers vanaf de insteek (grens tussen maaiveld en talud) tot en met de eventueel aanwezige (onderwater)beschoeiing aan het eind van de plasberm blijft in onderhoud bij de gemeente. Het hoogheemraadschap van Delfland onderhoudt (baggeren, krozen en zuiveren) de watergang tussen de onderwaterbeschoeiingen, of bij afwezigheid van een onderwaterbeschoeiing, het knikpunt in het onderwatertalud, of bij afwezigheid van een onderwaterbeschoeiing of knikpunt, vanaf een waterdiepte van 30 cm diep. Deze afspraken zijn schematisch weergegeven in onderstaande figuur.
Onderhoud beschoeiing 0,30 m boven wsp
door gemeente 0,30 m
Gazon, ruwe berm, beplanting Onderhoud door gemeente
Natuurvriendelijke oever Onderhoud door gemeente
Onderhoud watergang door Hoogheemraadschap
Figuur 14: Beheer natuurvriendelijke oever
Walmuren en beschoeiingen worden alleen door het hoogheemraadschap van Delfland onderhouden als deze onderdeel zijn van peilregulerende kunstwerken ter bescherming van stroming of uitstroom. Of als hierover specifieke afspraken over zijn gemaakt. Deze oevers zijn aangegeven op kaart 3 bij de overeenkomst.
Bijdrage beheerkosten natuurvriendelijke oevers Voor het beheer en onderhoud van natuurvriendelijke oevers vergoedt het hoogheemraadschap van Delfland de gemeente jaarlijks 50% van de meerkosten van natuurvriendelijk beheer en onderhoud ten opzichte van regulier bermonderhoud. Deze meerkosten zijn nochtans becijferd op € 18.000,-- uitgaande van een meerprijs van € 1,- per strekkende meter natuurvriendelijke oever2. Indien uit de praktijk blijkt dat de werkelijke meerkosten (sterk) afwijken, maken gemeente en het hoogheemraadschap van Delfland hier nieuwe afspraken over.
Schoonhouden watergangen Het zogenaamde vuilvissen (regelmatig verwijderen van drijfvuil) blijft een taak van de Gemeente Delft. Het hoogheemraadschap van Delfland verwijdert drijvend vuil slechts tweemaal per jaar in het kader van krozen en zuiveren.
2
Deze afspraak is alleen van toepassing op de natuurvriendelijke oevers die destijds (2006) waren gerealiseerd. De beheerkosten van de natuurvriendelijke oevers die na 2006 zijn gerealiseerd komen volledig voor de gemeenten Delft.
55
beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027
De gemeente blijft - behoudens het Rijn-Schiekanaal verantwoordelijk voor het bevaarbaar houden van de wateren. Uit dien hoofde blijft de gemeente verantwoordelijk voor het verwijderen van bezonken vuil. Dode dieren worden door het hoogheemraadschap van Delfland uit het water verwijderd als dit uit een oogpunt van waterkwaliteit (botulismebestrijding) gewenst is. Dit laat onverlet dat ook de gemeente kan besluiten deze om andere reden te verwijderen.
Baggerwerken Voor het uitvoeren van baggerwerken zijn het hoogheemraadschap van Delfland en Delft het volgende overeengekomen. De specie die bij het baggeren - in opdracht van het hoogheemraadschap van Delfland – vrijkomt en uit milieu hygiënisch oogpunt op de kant zou mogen worden gedeponeerd (klasse O, 1 en 2), wordt waar mogelijk (gezien locatie en hoeveelheid) op de kant gezet en verspreid. De ontvangende eigenaar ontvangt hiervoor een vergoeding van € 4,54 per m3 (prijspeil 2006). Waar dit niet mogelijk is voert het hoogheemraadschap van Delfland het de bagger af naar het baggerdepot aan de Jan den Oudenweg of andere verwerkingslocatie. Delfland ontvangt hiervoor een vergoeding van de gemeente van max. € 12,- per m3 baggerspecie (prijspeil 2006). De specie die vrijkomt uit water dat door het hoogheemraadschap van Delfland moet worden gebaggerd (hoofdsysteem), en vanuit milieu hygiënisch oogpunt niet op de kant mag worden gedeponeerd (klasse 3 en 4), wordt door en op kosten van het hoogheemraadschap van Delfland afgevoerd naar een locatie waar verwerking conform de regels toegestaan is. Tijdelijke opslag in een depot kan hierbij gewenst zijn. Hierbij wordt (met het oog op voortzetting van de huidige werkwijze) een beroep gedaan op de medewerking van de gemeente.
56