Begrotingsscan 2021 Delft
Tekst van het document
Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021
33
Reactie 1. De OZB is in Delft hoger dan het landelijk gemiddelde van de 40 grotere gemeenten (106%, zie COELO 2021). 2. Het niveau van de OZB wijkt weinig af van de referentiegemeenten. Wel geldt hierbij dat het niveau van de referentiegemeenten sterk beïnvloed wordt door de relatief hoge OZB in Leiden. 3. Voor de komende jaren zijn in de Kadernota 2021 stijgingen van de OZB aangekondigd voor 2023 (+6%) en 2025 (+7%). 4. De verhouding tussen woningen en niet woningen bij de WOZ (72%-28%) wijkt af van de verhouding bij de maatstaven (62%-38%) en de OZB (51%-49%). Nader te bepalen is of deze verhoudingen meer gelijk moeten worden getrokken. Dit levert overigens geen extra inkomsten op.
Overige eigen middelen De OEM, de overige eigen middelen, zijn goed voor slechts € 9 per inwoner. Dit is echter een saldo van een aantal taakvelden die toch relevant zijn. We beginnen met een totaaloverzicht: Overige eigen middelen (OEM)
Overige eigen middelen (OEM) TU-gemeenten 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden -8 0.5 Treasury 7 0.64 Belastingen overig 8 0.9 Vennootschapsbelasting -1 0.11 Resultaat van de rekening 0 2.3 Recreatieve havens -1 3.1 Economische ontwikkeling -18 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur -3 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen -4 3.4 Economische promotie -5 8.2 Grondexploitatie -8 Totaal -33
Delft
Gemiddelde ref.gemeenten 20 16 18 32 12 24 0 -1 0 12 1 0 -15 -18 0 0 -10 -2 -13 -3 -4 9 9 69
Deventer 7 25 6 0 0 0 -11 0 -5 -6 0 16
Haarlem
Leiden 9 17 25 -4 43 4 -16 0 7 7 0 92
1 34 69 -1 0 -1 -25 0 -11 -16 48 98
Purmerend -10 25 9 0 0 0 -6 0 -1 1 5 23
Schiedam Vlaardingen 104 7 75 30 4 9 0 0 0 6 0 -8 -33 -18 0 0 -2 0 -9 5 -10 1 129 32
0.3 Beheer overige gebouwen Tot dit taakveld behoren taken met betrekking tot onroerend goed dat niet in exploitatie is en niet aan een specifiek beleidsveld is toe te delen. Zoals beheer, verhuur, instandhouding van gebouwen, gronden en landerijen die de gemeente (al of niet tijdelijk) in bezit heeft en niet in exploitatie neemt. Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021
34
Het taakveld rekenen we tot de inkomstenclusters, wat betekent dat er normaliter meer baten dan lasten op worden verantwoord. Delft behaalt iets positievere resultaten dan het gemiddelde: Begroting 2021 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
Gemiddelde ref.gemeenten 16
Delft
Deventer 20
Haarlem 7
Leiden 9
Purmerend 1
Schiedam -10
Vlaardingen 104
7
0.5 Treasury en 0.64 Overige belastingen
x€1
Overige eigen middelen (OEM) per inwoner 80,0 70,0 60,0 50,0 40,0 30,0 20,0 10,0 ,0
Treasury
Belastingen overig
Delft heeft minder baten dan de referentiegemeenten (maar meer dan de TU-gemeenten) uit treasury. Het resultaat van treasury kent verschillende beïnvloedingsfactoren, zoals de vermogenspositie van de gemeente (eigen vermogen kan baten opleveren, schulden kosten veelal geld), de voorwaarden waaronder geld wordt geleend, het risico dat de gemeente neemt op de kapitaalmarkt, enzovoort. Ook kan de gemeente een voordeel op dit taakveld boeken door meer rentelasten door te berekenen naar de taakvelden dan dat de gemeente zelf aan rente betaalt. Het verdient aanbeveling om periodiek de treasurysituatie te onderzoeken om te bepalen of hierop een voordeliger resultaat kan worden bereikt. Reactie De mogelijkheden voor optimalisering van het resultaat binnen Treasury zijn, met inachtneming van wet- en regelgeving, een voortdurend onderwerp van aandacht. Dit betreft met name het afsluiten van geldleningen met de sector banken (o.b.v. vergelijking pricing financiële instellingen). De opgenomen gelden worden met regelmaat tegen het licht gehouden, in samenwerking met de BNG, om waar mogelijk de voorwaarden te optimaliseren. De mogelijkheden ten aanzien van een batig saldo (liquiditeit) zijn beperkt vanwege de kaders met betrekking tot schatkistbankieren, negatieve rente en de nu geldende vergoeding van 0 %.
De suggestie om meer rentelasten door te berekenen naar de taakvelden is per saldo voor de gemeente een vestzak broekzak systeem en levert geen voordeel op.
Tot de Overige belastingen behoren: - hondenbelasting; - precariobelasting; - reclamebelasting; - heffing en invordering; Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021
35
- bezwaar en beroep. Onder dit taakveld vallen niet: - toeristenbelasting. Deze hoort onder taakveld 3.4. Economische promotie - forensenbelasting. Deze hoort onder taakveld 3.4. Economische promotie - parkeerbelasting. Deze hoort onder taakveld 2.2 Parkeren. In vergelijking met het gemiddelde van de referentie gemeenten heeft Delft minder nettobaten uit de overige belastingen. NB Het bedrag voor Delft is nog inclusief de precario op kabels en leidingen. Deze is vanaf 2022 niet meer geraamd in de begroting, maar in 2021 nog wel als belastingbaat opgenomen. Leiden trekt het gemiddelde erg op, maar ook Haarlem weet hier een beter resultaat te bereiken. Wij adviseren bij de gemeenten Leiden en Haarlem na te gaan welke belastingen zij heffen, die ook geschikt voor Delft kunnen zijn. Reactie Voor hondenbelasting is weinig maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. De Tweede Kamer heeft zich er tegen uitgesproken n.a.v. een burgerinitiatief. Opbrengst zou circa € 0,3 - € 0,4 miljoen kunnen zijn, maar er zijn ook redelijk veel uitvoeringskosten.
0.9 Vennootschapsbelasting De baten en lasten op dit taakveld zijn slecht beïnvloedbaar 0.11 Resultaat van de rekening Voor de begrotingsscan is dit taakveld niet relevant. 2.3 Recreatieve havens Dit taakveld is verwaarloosbaar qua nettolasten. Hoofdtaakveld 3 Economische ontwikkeling Economische ontwikkeling, is benoemd als een inkomstencluster. Reden hiervoor is dat de bedoeling is dat de activiteiten binnen dat cluster meer baten opleveren dan dat er lasten voor gemaakt moeten worden. Uit onderstaande diagram blijkt een ander beeld:
Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021
36
Economische ontwikkeling
,0 -10,0 -20,0 -30,0 -40,0 -50,0 -60,0
Alle gemeenten maken hiervoor per saldo lasten, maar Delft zit hier wel boven het gemiddelde. Met name aan bedrijfsregelingen en economische promotie geeft Delft meer dan gemiddeld uit. Het verdient aanbeveling dit nader te onderzoeken. Reactie Delft heeft een ondernemersfonds ter grootte van circa € 1 miljoen waarvan de lasten op taakveld 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen zijn geraamd. De inkomsten van dit fonds zijn (via een opslag) onderdeel van de OZB en niet geraamd op dit taakveld. De baten op taakveld 3.1 Economische ontwikkeling (€ 18.701) betreffen een factuur aan stichting Marktpromotie Delft voor het gebruik van openbare ruimte. De baten op taakveld 3.4 Economische promotie (€ 988.894) bestaan uit de toeristenbelasting en staangelden kermis.
8.2 Grondexploitatie Dit taakveld kent zijn eigen dynamiek en bijzonderheden. Zonder uitgebreide nadere analyse is een vergelijking met de referentiegemeenten niet zinvol. Reservemutaties (taakveld 0.10) Voor de reservemutaties is een vergelijking met andere gemeenten niet relevant. Toch kunnen we ze niet onbenoemd laten. In de begroting 2021 van Delft na herstelplan hebben ze een omvang van € 109 per inwoner, wat een fors bedrag is. In de primitieve begroting was hiervoor € 21 geraamd. De wijziging van € 88 per inwoner betekent een bedrag van € 9,1 miljoen. Hiervan wordt € 5,3 miljoen verklaard door de incidentele maatregelen uit het herstelplan.
Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021
37
Reactie Volgens de primaire begroting is het saldo van onttrekkingen (€ 9,5 miljoen) en stortingen (€ 7,3 miljoen) een positief saldo van € 2,2 miljoen. In het herstelplan zijn diverse reservemutaties opgenomen om het begrotingssaldo te verbeteren: • Onttrekking Algemene reserve: € 6,4 miljoen (I) • Maatregel Verlaging storting Fonds Delft 2040: € 0,675 miljoen (S) • Maatregel Onttrekking Fonds Delft 2040: € 1 miljoen (I) • Maatregel Dekking incidentele mutaties KN 2020 t.l.v. Algemene reserve: € 1,156 miljoen (I) • Maatregel Compensatie afbouw dividend t.l.v. Algemene reserve: € 2,050 miljoen (I) Het positieve saldo van deze reservemutaties is € 11,3 miljoen. Ook zijn stortingen (€ 2,7 miljoen) en onttrekkingen (€ 1 miljoen) aan de orde voor de bestemmingsreserve Maatregelen coronacrisis en is de inzet vanuit de Algemene reserve voor het stimuleringspakket in de Programmabegroting 2021-2024 verlaagd (€ 2,885 miljoen).
Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021
38
Woonlasten
Woonlasten 1000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0
OZB
Rioolheffing
Afvalstoffenheffing
De woonlasten van Delft zitten iets boven het gemiddelde. Afvalstoffenheffing
Afvalstoffenheffing 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0
Volgens de primitieve begroting heeft Delft 93% kostendekkendheid op de afvalstoffenheffing. Een verhoging naar 100% kan dus extra begrotingsruimte opleveren. In het herstelplan wordt een Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021
39
verhoging van de afvalstoffenheffing benoemd. Deze levert € 772.000 op. Volgens mijn berekening komt dit bedrag overeen met een stijging van ongeveer 2%, zodat er alsnog ruimte resteert voor een aanvullende tariefstijging. Reactie In de Programmabegroting 2022-2025 is het voorstel opgenomen om de kostendekkenheid te laten stijgen tot nagenoeg 100%.
Rioolheffing
Rioolheffing 400 350 300 250 200 150 100 50 0
Op dit moment heeft Delft 95% kostendekkendheid op de rioolheffing. Een verhoging naar 100% kan dus extra begrotingsruimte opleveren. Reactie In de Programmabegroting 2022-2025 is het voorstel opgenomen om de kostendekkenheid te laten stijgen tot nagenoeg 100%.
Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021
40
Bijlage 1:
Centrumfunctie in de Fvw’97: toedeling van de algemene uitkering
De Financiële-Verhoudingswet 1997 (Fvw’97) betekende een ingrijpende herziening van het verdeelmodel uit het gemeentefonds. Anders dan in de Fvw’60 en de Fvw’84 werden beleidsmatige clusters onderscheiden met eigen verdeelmaatstaven. De voornaamste reden om beleidsclusters te onderscheiden, is dat het nieuwe verdeelmodel “kosten georiënteerd” is. Doel was een betere balans te bereiken tussen inkomsten en uitgaven. Dit nodigde uit om per beleidsterrein te zoeken naar kostenrelevante verdeelmaatstaven. Dat beleidsclusters tot 1997 niet werden onderscheiden, was een bewuste keuze. Het gemeentefonds was immers vrij besteedbaar. Het sectoraal oormerken van onderdelen ervan werd als onwenselijk gezien. De sectorale onderverdeling van maatstaven in de Fvw’97 behelst daarom nadrukkelijk geen bestedingsverplichting. In de wet is nog steeds de vrije besteding opgenomen. In de Fvw’97 zijn twee verdeelmaatstaven voor centrumfunctie opgenomen. Het lokaal klantenpotentieel is een indicator voor de lokale centrumfunctie; het regionaal klantenpotentieel voor de regionale centrumfunctie. Het zijn algemene maatstaven die toepasbaar zijn op de uitgaven op alle beleidsterreinen, waarvan verondersteld werd dat de gemeentelijke uitgaven samenhangen met de mate van centrumfunctie. Binnen het stelsel van Fvw’97 werden dertien beleidsclusters onderscheiden.
Aanvankelijk werden de lokale en regionale klantenpotentiëlen toegepast in twee beleidsclusters. Dit zijn kunst & ontspanning en zorg & maatschappelijke ondersteuning. Dat een deel van de uitgaven in deze beleidsclusters samenhingen met de mate waarin gemeenten een centrumfunctie vervulden was naar voren gekomen uit ambtelijke analyses van de gemeentelijke uitgaven. Vanaf 2001 werden de lokale en regionale klantenpotentiëlen ook toegepast in de beleidsclusters wegen & water en bestuur & veiligheid. In deze beleidsclusters was er volgens de analyses wel sprake van samenhang tussen gemeentelijke uitgaven en de mate, waarin gemeenten een centrumfunctie uitoefenen. De causale samenhang is echter minder groot dan in de beleidsclusters kunst & ontspanning en zorg & maatschappelijke ondersteuning, of zelfs afwezig. De klantenpotentiëlen fungeerden hier vooral als proxy voor bijvoorbeeld een werkgelegenheidsfunctie of voor sociale probleemcumulatie. In 2006 werden de klantenpotentiëlen geïntroduceerd in het beleidscluster werk & inkomen. De motivatie achter het toepassen van de klantenpotentiëlen in dit beleidscluster was de concentratie van sociale achterstanden in steden. De mate van centrumfunctie speelde geen rol.
In deze drie beleidsclusters ligt het gebruik van maatstaven die de kosten van de betreffende problematiek uitdrukken meer voor de hand, zoals indicatoren voor verkeerscongestie en voor diverse vormen van cumulatie van sociale problematiek.
Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021
41