CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Begrotingsscan 2021 Delft

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 13 januari 2022, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W - Bestuurlijke reactie op Begrotingsscan Gemeente Delft (2149941)11.218 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begrotingsscan Gemeente Delft Begroting 2021

Opgesteld door: Provincie Zuid-Holland Afdeling Bestuur Team Financieel Toezicht 1 november 2021

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

1

Bestuurlijke samenvatting

Doel Het doel van de begrotingsscan is om meer inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente en bij te dragen aan bestuurlijke afwegingen voor de toekomstige begrotingen. De begrotingsscan heeft alleen een signaleringsfunctie. Opzet De kern van de scan bevindt zich in een vergelijking van de nettolasten en nettobaten per taakveld in vergelijking met (het gemiddelde van) andere gemeenten. Deze zogenaamde referentiegemeenten zijn geselecteerd omdat ze gezamenlijk gemiddeld vergelijkbaar zijn met een gemeente als Delft. De vergelijking met gemiddelde waarden van de referentiegemeenten geeft een signaal dat er op een taakveld financiële ruimte kan zijn, dat wil zeggen dat door het nemen van maatregelen de nettolasten omlaag kunnen worden gebracht. Eerst is echter nader onderzoek nodig om te beoordelen of die ruimte er daadwerkelijk is. Vervolgens dient er nog een bestuurlijke afweging plaats te vinden of de geformuleerde lastenverlagende (of batenverhogende) maatregelen gewenst zijn. Ambtelijke toelichtingen De gemeentelijke ambtelijke organisatie is al tijdens het opstellen van de scan zeer actief geweest met het zoeken naar mogelijke verklaringen voor de verschillen tussen Delft en het gemiddelde van de referentiegemeenten. Deze reacties zijn in de rapportage (specifiek herkenbaar) toegevoegd.

Wij zien het in het kader van deze scan niet als onze rol om de reacties verder te beoordelen. De waarde van een scan zien wij, nogmaals, in het signaleren van verschillen, op basis waarvan de gemeente vervolgonderzoek kan doen. Wel zijn wij van mening dat de verschillen op enkele taakvelden dusdanig groot zijn dat, om de financiële positie van Delft te verbeteren, nader onderzoek zinvol is. Aanbevelingen In de rapportage zijn aanbevelingen opgenomen. Daarbij is relevant te melden dat de bedragen in euro’s per inwoner zijn uitgedrukt. Bij het inwoneraantal van Delft van ruim 100.000 betekent iedere euro aan lastenverlaging daarmee een besparing van € 100.000. Onderstaand geven wij u een overzicht van de taakvelden waarop Delft beduidend hogere lasten heeft dan de referentiegemeenten. Wij adviseren u in ieder geval die taakvelden nader te onderzoeken (bedragen zijn afwijkingen t.o.v. het gemiddelde van de referentiegemeenten, per inwoner): 1. Overhead € 23 2. Openbaar vervoer € 53 3. Musea € 29 4. Wijkteams € 50 5. Arbeidsparticipatie € 45 6. Maatwerkdienstverlening 18+ € 47 7. Maatwerkdienstverlening 18- € 55 8. Geëscaleerde zorg 18+ € 28 Vervolg

Wij gaan ervanuit dat u de begrotingsscan doorgeleid naar de raad. Verder wensen wij u goede beraadslagingen over de inhoud. Tenslotte geven wij vanzelfsprekend op uw verzoek graag een toelichting op de resultaten. Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

2

1. Inleiding Voormalig gedeputeerde Floor Vermeulen heeft u, als onderdeel van een samenwerkingstraject tussen de gemeente Delft en de provincie Zuid-Holland, aangeboden om een begrotingsscan uit te voeren. Bijgaand ontvangt u het eindrapport. Doel Het doel van de begrotingsscan is om meer inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente en bij te dragen aan bestuurlijke afwegingen en goede besluitvorming voor de toekomstige begrotingen. De begrotingsscan heeft alleen een signaleringsfunctie. Opbouw In deze scan is eerst gekeken naar de financiële kengetallen om een algemene indruk te krijgen van de financiële positie van de gemeente. De scan geeft vervolgens een vergelijking van de nettolasten (kosten verminderd met opbrengsten) per taakveld tussen Delft en een vooraf geselecteerde groep referentiegemeenten. Verder zoomt deze scan op hoofdlijnen in op de inkomsten die bestaan uit: gemeentefonds, OZB en overige eigen middelen (OEM). Uit de vergelijking met andere gemeenten kunnen wij afleiden op welke taakvelden de begrote nettolasten relatief hoog zijn (of de nettobaten laag) en op welke niet. Er kunnen specifieke redenen zijn waardoor de lasten in Delft hoger zijn dan bij de referentiegemeenten. Ook kunnen er beleidskeuzes aan ten grondslag liggen.

Indien de extra lasten niet direct zijn te verklaren uit dergelijke specifieke keuzes dan adviseren wij de lasten nader te onderzoeken. Omdat dergelijke onderzoeken veel tijd kosten adviseren wij dat de raad met het college op basis van deze scan in gesprek gaat over de te uit te voeren onderzoeken. Uit bovengenoemd nader onderzoek van de lasten en baten kan blijken dat de verschillen een administratieve achtergrond hebben: gemeenten hanteren niet altijd even strikt de voorgeschreven indeling van de lasten en baten naar de IV3-taakvelden. Tijdens de ambtelijke voorbespreking van deze scan hebben we geconcludeerd dat ook Delft niet altijd volledig de IV3-richtlijnen volgt voor de toerekening van lasten naar taakvelden (zoals bij het taakveld Burgerzaken, zie hoofdstuk 4). Dit kan overigens ook gelden voor (één of meer) referentiegemeenten, hierover hebben wij geen nadere informatie. In andere gevallen, als er geen sprake van een bewuste keuze is en er ook niet direct een administratieve reden valt aan te wijzen waarom de gemeente relatief hoge nettolasten heeft, kunt u bespreken welke mogelijkheden er zijn om de lasten te verlagen en daarmee bezuinigingen te realiseren. Overigens wijzen we erop dat lagere nettolasten op een taakveld niet altijd een positief teken hoeven te zijn.

Zo kan een gemeente (te) lage budgetten hebben voor onderhoud en daarmee op termijn problemen gaan ondervinden. Daarom herhalen we de opmerking dat relevante verschillen primair als een signaal moeten worden gezien en een aanleiding kunnen zijn voor nader onderzoek. Een conceptversie van onze bevindingen is op ambtelijk niveau besproken met de gemeente. De medewerkers van de gemeente hebben daarbij begrotingsbedragen toegelicht en daarmee vaak al een aanzet gegeven voor een verschil tussen de begrotingsbedragen van Delft en de andere gemeenten. Voor de helderheid zijn de reacties vanuit de gemeente cursief opgenomen.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

3

Referentiegemeenten In deze scan wordt Delft vergeleken met de volgende referentiegemeenten: Deventer, Haarlem, Leiden, Purmerend, Schiedam en Vlaardingen. De keuze wordt in hoofdstuk 2 nader toegelicht. De achterliggende reden voor deze keuze is dat deze groep van gemeenten gemiddeld met Delft vergelijkbare structuurkenmerken hebben. Deze vergelijkbare structuurkenmerken leiden ook tot een vergelijkbare uitkering uit het Gemeentefonds. Universiteitssteden Naast de vergelijking met deze groep van zes referentiegemeenten hebben we op ambtelijk verzoek vanuit uw gemeente ook een vergelijking opgenomen met de twee andere Nederlandse gemeenten met een Technische Universiteit, Eindhoven en Enschede. Nadrukkelijk geven we u mee dat deze laatste vergelijking niet is ingegeven door vergelijkbare structuurkenmerken op basis van het Gemeentefonds. Het Gemeentefonds, de grootste inkomstenbron van de gemeente(n), houdt geen rekening met de aanwezigheid van een universiteit. Aangezien medewerkers van de gemeente Delft wel een sterk vermoeden hebben dat de aanwezigheid van een technische universiteit leidt tot afwijkende lasten en baten voor de gemeente hebben wij deze vergelijkingsgegevens opgenomen. Basis van de gegevens Alle bedragen en cijfers in deze scan zijn gebaseerd op de gewijzigde begroting 2021, tenzij anders vermeld.

De in deze scan opgenomen gegevens van de andere gemeenten zijn verzameld uit landelijke databestanden en gebaseerd op de primitieve begroting van die gemeenten. De cijfers in deze scan zijn meestal uitgedrukt in bedragen per inwoner. Meer inzicht roept vragen op Deze scan beperkt zich tot de hoofdlijnen. Het is voor de opstellers niet mogelijk om alle vragen die de scan oproept te beantwoorden. Daarvoor is nader onderzoek en meer specifieke kennis van de administratie van Delft en van de referentiegemeenten nodig. Wel kan de scan ertoe bijdragen dat de juiste vragen worden gesteld.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

4

2. Referentiegemeenten De keuze van deze referentiegemeenten is tot stand gekomen in ambtelijk overleg met de gemeente. De gemeente Delft en de referentiegemeenten hebben een aantal kenmerken die overeenkomen, zoals sociale structuur, bodemgesteldheid, woonkernen en aantal inwoners. Hierdoor zijn de nettolasten vergelijkbaar. Gemiddelde ref.gemeenten

Delft

Deventer

Haarlem

Leiden

Purmerend

Schiedam

Vlaardingen

Aantal inwoners Sociale structuur Omgevingsadressendichtheid Voortgezet onderwijs (VO/(V)SO) Bodemfactor Aandeel woonkernen in landoppervlak

103.683 matig 2.911 ja 1,19 13,8%

103.595 matig 3509 ja 1,27 16%

100.719 matig 1823 ja 1,00 4%

162.902 matig 3557 ja 1,02 20%

125.099 matig 3765 ja 1,17 19%

81.249 matig 2229 ja 1,24 13%

78.730 matig 3299 ja 1,37 16%

73.397 matig 2794 ja 1,35 11%

Algemene uitkering per inwoner (x € 1) Algemene uitkering totaal (x € 10.000)

1.949 200.948

2.013 208.537

2.197 221.179

2.135 347.633

2.238 279.972

1.849 150.148

2.047 161.318

1.226 45.437

Selectiekenmerken

Aantal inwoners Het aantal inwoners is het belangrijkste criterium voor de vergelijkbaarheid van gemeenten. Omdat er echter weinig tot geen gemeenten zijn met eenzelfde inwonertal als Delft én tegelijk soortgelijke eigenschappen op de overige maatstaven, is gekozen voor een groep gemeenten waarvan het aantal inwoners ligt tussen de 73.000 en de 163.000, waarbij de uitersten dus nogal afwijken. Reden hiervoor is dat de combinatie van deze zes gemeenten bijzonder goed aansluit: het gemiddeld aantal inwoners van de zes gemeenten is zeer goed vergelijkbaar met Delft. Daarbij hebben deze zes gemeenten gemiddeld ook andere goed vergelijkbare eigenschappen, waarover hieronder meer. Sociale structuur De sociale structuur wordt bepaald aan de hand van demografische gegevens, zoals inwoners per leeftijdscategorie, lage inkomens, bijstands- en uitkeringsontvangers en minderheden. Alle referentiegemeenten hebben een matige sociale structuur en zijn daarom vergelijkbaar. Klantenpotentieel Klantenpotentieel Lokaal Regionaal Centrumfunctie

Gemiddelde ref.gemeenten 114.017 115.567 redelijk/sterk

Delft 108.620 88.660 redelijk

Deventer 111.570 149.210 sterk

Haarlem 185.420 208.020 sterk

Leiden 148.350 159.740 sterk

Purmerend 87.230 72.260 redelijk

Schiedam 77.680 51.580 redelijk

Vlaardingen 73.850 52.590 redelijk

De omvang van de uitkering uit het Gemeentefonds houdt onder andere rekening met het lokaal klantenpotentieel en het regionaal klantenpotentieel. Intentie daarvan is dat een gemeente compensatie ontvangt voor de instandhouding van voorzieningen. De vaststelling van de potentiëlen vindt plaats via een theoretisch model waarin inwoners als klanten worden toebedeeld aan gemeenten op basis van woonkernen en hemelsbrede afstanden tussen de kernen. De verdeling staat volledig los van de daadwerkelijke voorzieningen binnen een gemeente. We zien bij de klantenpotentiëlen een fors verschil tussen enerzijds de gemeenten Deventer, Haarlem en Leiden en anderzijds Purmerend, Schiedam en Vlaardingen. Delft zit qua lokaal klantenpotentieel duidelijk boven de 3 lage scores en bevindt zich op het niveau van Deventer. Op het regionaal klantenpotentieel is het niveau van Deventer echter niet vergelijkbaar. De oorzaak moeten we zoeken in de ligging van Delft in de nabijheid van grote steden als Rotterdam en Den Haag. Deze werken ongunstig uit op het regionale klantenpotentieel.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

5

Centrumfunctie en centrumgemeentefunctie Vaak wordt de term ‘centrumfunctie’ genoemd. Op Cebeon.nl staat hierover: “Gemeenten hebben een centrumfunctie wanneer zij voorzieningen herbergen voor meer dan alleen de eigen inwoners. Dit gaat veelal om grootschalige en/of specialistische voorzieningen (bijvoorbeeld een ziekenhuis, de stadsschouwburg of een dierentuin). Maar de centrumfunctie kan ook betrekking hebben op de beschikbaarheid van een naburige bibliotheek, sportaccommodaties of een zwembad. Dat zijn voorzieningen die goed bereikbaar zijn voor inwoners van net buiten de gemeente. Hierdoor kan elke gemeenten in meer of mindere mate een ‘centrumfunctie’ hebben. Het lokaal klantenpotentieel is een indicator voor de lokale centrumfunctie. Denk aan winkels, bibliotheek of zwembad. Het regionaal klantenpotentieel is meer bedoeld voor culturele voorzieningen, festivals, hogescholen en banen. De kosten die met de centrumfunctie van een gemeente samenhangen, worden op dit moment in het gemeentefonds (voornamelijk) gehonoreerd via maatstaven voor lokaal en regionaal klantenpotentieel. Veel lokale of regionale klanten van de buiten de gemeente vertalen zich in hogere kosten en daarmee een hogere algemene uitkering.” Er is dus geen directe relatie tussen de aard van de centrumfunctie en de omvang van het gemeentefonds, daarom zullen we deze term verder niet meer gebruiken.

Voor de geïnteresseerde hebben we in bijlage 1 een toelichting opgenomen over deze term. Voor de volledigheid: het gemeentefonds voorziet wel in een bijdrage voor een ‘centrumgemeentefunctie’. Deze staat volledig los van de ‘centrumfunctie’. De centrumgemeentefunctie betreft de uitoefening van taken voor Beschermd Wonen (integratieuitkering) en Vrouwenopvang (decentralisatieuitkering). Deze taken zijn aan specifiek genoemde gemeenten opgedragen (waaronder Delft). Bij de bespreking van het Sociaal Domein (cluster Maatschappelijke Ondersteuning) komen we hierop terug. Omgevingsadressendichtheid De omgevingsadressendichtheid is een maat voor stedelijkheid. Hoe meer adressen per oppervlakte zich binnen een gemeente bevinden, des te hoger de algemene uitkering. Delft is erg stedelijk, het is lastig vergelijkingsgemeenten te vinden met eenzelfde omgevingsadressendichtheid die ook qua omvang aansluiten op Delft. Haarlem, Leiden en Schiedam hebben net als Delft een hoge adressendichtheid, waardoor het gemiddelde van de referentiegemeenten hierop ook redelijk hoog scoort en de vergelijkbaarheid voldoende is. Voortgezet onderwijs Het aantal leerlingen van het Voorbereidend Onderwijs en Speciaal basisonderwijs is een verdelingsmaatstaf voor de algemene uitkering. De aanwezigheid van VO- en VSO-scholen geeft een indicatie voor de vergelijkbaarheid van gemeenten op dit punt.

Bodemfactor De bodemfactor is het gewogen gemiddelde aandeel van de verschillende grondsoorten (zand, klei, kleiveen en veen) in het totale oppervlak van land en binnenwater binnen de gemeente. Hoe hoger de bodemfactor, hoe 'slechter' de grond. Met de aannames dat gemeenten met slechte grond meer onderhoudskosten hebben, wordt rekening gehouden (bodemfactor als maatstaf) in de verdeling van het gemeentefonds. Delft heeft met 1,27 een iets hogere bodemfactor dan het gemiddelde van 1,19.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

6

Woonkernen Een hoog aandeel woonkernen kan duiden op een beperkt uitleggebied (gebieden (meestal) aan de rand van een stad, die beschikbaar zijn voor stadsuitbreiding). Het totale oppervlak is dan al voor het grootste deel bebouwd. Bij Delft is het aandeel woonkernen iets hoger dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Het aandeel is 16% van het landoppervlak. Het gemiddelde van de referentiegemeenten bedraagt 14%. De gemeente Deventer is in de selectiegroep met 4,5% van het landoppervlak een uitzondering.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

7

3. Analyse kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een 6-tal financiële kengetallen opgenomen dienen te worden. De VNG adviseert deze kengetallen te relateren aan de signaleringswaarden die voor stresstesten gelden. De signaleringswaarden kennen 3 categorieën, te weten “minste risico”, “gemiddeld risico” en “meeste risico”. Deze worden door de provincie aangeduid met de kleuren groen, geel en oranje. Een enkele oranje score is daarbij geen zorgpunt, een combinatie van gele en vooral oranje scores is dat wel. B 2020 Schuldquote totaal Schuldquote gecorr.voor verstrekte leningen Solvabiliteit Grondexploitaties Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

56,4 39,3 39,8 1,0 -2,1 115,4

B 2021 71,4 50,7 39,3 -0,8 -0,9 111,0

B 2022 77,8 57,3 38,0 1,8 -1,0 111,0

B 2023 78,8 58,5 38,0 1,9 -1,2 111,0

B 2024 72,1 56,3 39,5 2,0 0,3 111,0

Bij deze getallen baseren wij ons op de oorspronkelijke begroting 2021, waarin uw herstelplan dus nog niet is verwerkt. Op basis van het herstelplan blijft bovenstaande beeld ‘grosso modo’ overigens hetzelfde. Financiële kengetallen begroting 2021 - De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote van Delft valt met percentages lager dan 90% binnen de categorie “minst risicovol”. Hetzelfde geldt voor de gecorrigeerde netto schuldquote. - De solvabiliteit (eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal) van Delft bevindt zich met 38-40 in de categorie “neutraal”. We zien ook een stabiel beeld van de solvabiliteit in het meerjarenbeeld. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. - Het kengetal grondexploitaties geeft weer hoe de boekwaarde van de grondexploitaties zich verhoudt tot de totale baten van de gemeente. Als een gemeenten leningen heeft afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject heeft zij een schuld. Het is daarbij belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is dat de grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van deze schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio.

Dit kengetal valt bij Delft in de categorie ‘minst risicovol’ (<20%). -

Een positieve score op de structurele exploitatieruimte betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De score van Delft is tot 2024 negatief, wat betekent dat de gemeente niet in staat is om de eigen structurele lasten te dekken. Op basis van de cijfers van de oorspronkelijke begroting zal de gemeente interen op de (algemene) reservepositie. De gewijzigde begroting na herstelplan toont overigens hetzelfde verloop, met alleen in 2024 een licht positieve structurele exploitatieruimte.

-

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte kan worden gecreëerd voor nieuw beleid door de belastingdruk (OZB, riool- of afvalstoffenheffing) te verhogen. De mate waarin bij een tegenvaller kan worden bijgestuurd, wordt ook wel de wendbaarheid van de begroting genoemd. Met een belastingcapaciteit van 115,4 % zijn de woonlasten in Delft 15,4 % hoger dan het landelijk gemiddelde (zie verdere toelichting bij het onderdeel woonlasten). Gelet op de relatief hoge belastingcapaciteit (lokale lastendruk ten opzichte van het landelijk gemiddeld) is er voor de gemeente Delft minder ruimte om de woonlasten te verhogen.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

8

Reservepositie Ten opzichte van het gemiddelde van de referentiegemeenten heeft Delft bij de begroting 2021 een beduidend hoger eigen vermogen per inwoner. Het activeren van de bijdrage aan de spoortunnel en de verkoop van de Eneco-aandelen is hierop van invloed geweest.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

9

4. Analyse netto lasten taakvelden In dit hoofdstuk richten we ons op de nettolasten. De nettolasten bestaan uit de lasten minus de baten op een (hoofd)taakveld. De nettolasten per (hoofd)taakveld worden gepubliceerd op een website van het Ministerie van BZK. We hebben gebruik gemaakt van de cijfers over de begroting 2021. Voor de begrotingsgegevens van Delft hebben we gebruik gemaakt van de cijfers na verwerking van het herstelplan. NB: Op sommige taakvelden worden normaliter meer baten dan lasten begroot. Op deze zogenaamde ‘inkomensclusters’ komen we verderop terug. Door deze opzet zijn de taakvelden niet doorlopend genummerd. Alle bedragen zijn in € per inwoner. Bij 103.683 inwoners van Delft staat een verschil van € 1 per inwoner dus voor een bedrag van (afgerond) € 100.000. Algemene opmerking In de inleiding hebben we al benoemd dat alle lasten en baten dienen te worden verantwoord volgens de verplichte IV3-indeling. Dat is niet altijd eenvoudig: de indeling kan soms verschillend geïnterpreteerd worden en het is soms ook lastig om gemengde kosten te splitsen naar deze indeling. In onderstaande bespreking per taakveld zullen we soms aangeven dat we betwijfelen of de lasten bij Delft op eenzelfde wijze zijn verantwoord als bij de referentiegemeenten.

We adviseren daarom om altijd eerst (de vergelijkbaarheid van) de begrotingscijfers nader te onderzoeken, alvorens over te gaan op de inhoudelijke vergelijking. Totaaloverzicht De begroting is ingedeeld in 8 hoofdtaakvelden. Deze zijn ieder weer onderverdeeld in taakvelden. We richten ons eerst op de hoofdtaakvelden:

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

10

In bovenstaande diagram zien we de nettolasten (= de lasten minus de baten die op de taakvelden geboekt worden) van Delft (rood) in vergelijking tot de referentiegemeenten (groen) en de TUgemeenten (blauw). We trekken op hoofdlijnen de volgende conclusies, later gaan we hier gedetailleerder op in: • Delft heeft beduidend hogere nettolasten op Hoofdtaakveld (0) Bestuur en Ondersteuning, een verschil van € 64. Vooruitlopend op de nadere analyse (we zoomen hier in de volgende paragraaf op in) wordt dit mede veroorzaakt door een relatief hoge overhead, één van de taakvelden van dit hoofdtaakveld. Dit kan leiden tot relatief lagere lasten op de andere taakvelden, er worden dan immers minder organisatiekosten doorbelast. Dit verschil kan ook bijdragen aan de volgende afwijkingen. • Bij alle gemeenten is het aandeel van het Sociaal Domein in de begroting enorm. Bij Delft gaat het om 52% van de gehele begroting, bij de referentiegemeenten gemiddeld 49% en bij de TU-gemeenten gemiddeld 55%. Dat laatste percentage wordt erg beïnvloed door de 60% bij Enschede. • Op diverse hoofdtaakvelden zien we dat Delft en de andere TU-gemeenten ten opzichte van de referentiegemeenten in dezelfde richting afwijken. Zo hebben Delft en het gemiddelde van de andere TU-gemeenten beide meer nettolasten op de hoofdtaakvelden (6) Sociaal Domein, (7) Volksgezondheid en milieu en (8) Ruimtelijke Ordening.

De nettolasten zijn daarentegen in Delft en de andere TU-gemeenten lager op (2) Verkeer en Vervoer. Op (4) Onderwijs heeft Delft lagere lasten, maar de andere TU-gemeenten hogere lasten dan de referentiegemeenten. Op (5) Sport, Cultuur en Recreatie hebben alle TU-gemeenten lagere lasten dan de referentiegemeenten. Dit behoeft echter niet te duiden op een oorzakelijke relatie.

Hoofdtaakveld 0 Bestuur en algemene ondersteuning Taakveld 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.4 Overhead 0.63 Parkeerbelasting 0.8 Overige baten en saldo Totaal

TU-gemeenten 49 22 348 -49 -6 364

Delft

Gemiddelde ref.gemeenten 45 43 31 24 387 364 -16 -41 25 18 472 408

Deventer 47 12 279 -31 39 346

Haarlem 35 19 341 -9 16 402

Leiden 46 35 498 -102 -2 475

Purmerend 53 31 272 -29 33 360

Schiedam 37 32 330 -44 7 362

Vlaardingen 46 16 442 -35 23 492

We gaan in op de drie belangrijkste taakvelden die tot de uitgavenclusters behoren: Overhead, bestuur en burgerzaken. Om praktische redenen doen we dit niet geheel in volgorde van de taakvelden.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

11

0.1 Bestuur De kosten op taakveld 0.1 Bestuur zijn nagenoeg gelijk aan de referentiegemeenten. De range loopt van € 35 per inwoner in Haarlem tot € 53 in Purmerend en Eindhoven. Delft heeft een bedrag van € 45. 0.4 Overhead Delft heeft op taakveld 0.4 Overhead iets hogere nettolasten dan de andere gemeenten: € 39 meer dan de TU-gemeenten en € 23 meer dan de referentiegemeenten. Deze hogere overheadlasten kunnen worden veroorzaakt door ‘technische verschillen’: de ene gemeente is veel actiever in het zoveel mogelijk doorbelasten van alle overheadlasten naar de eindproducten dan de andere. Er kunnen echter ook andere, meer inhoudelijke redenen aan ten grondslag liggen. Daarbij kunt u denken aan meer of duurdere medewerkers, hoge kosten door veel inhuur en/of hoge lasten vanuit de huisvesting van de ambtelijke organisatie. Aandachtspunt is dat in het geval de lasten overhead ‘te’ hoog zijn, deze op de andere taakvelden ‘te’ laag zijn: de lasten op overhead en de andere taakvelden zijn deels communicerende vaten. Reactie Onderdeel van de overhead is de huisvesting. Delft kent hoge huisvestinglasten als gevolg van het nieuwe stadskantoor. Vanaf 2025 dalen de lasten als gevolg van de afspraak in de Kadernota 2021 om structureel € 400.000 aan baten vanuit medegebruik van het stadskantoor te realiseren.

De overhead daalt verder als gevolg van een personele bezuiniging in het Herstelplan 2021-2024 (oplopend tot € 2,5 miljoen vanaf 2024). Hiervan is het aandeel overhead € 330.000 in 2021, oplopend tot € 1,4 miljoen in 2024. Dit is een daling van ruim € 10 per inwoner. In Delft is de bedrijfsvoering gecentraliseerd. Hierdoor zijn op dit taakveld ook de lasten geraamd van de bedrijfsvoeringonderdelen Basisregistraties, functioneel beheer, project communicatie en een centraal budget voor uitstroom van personeel (als gevolg van bezuinigingen in 2016). Het beeld vertekent enigszins door incidentele budgetten in 2021 voor Verbetering informatievoorziening en ICT (€ 220.000). Andere overhead wordt gevormd door: • GR ICT Delft-Rijswijk: € 1,6 baten en lasten, dus per saldo nihil • Eigen ICT kosten: € 3,1 miljoen (excl. personeel) • IT, applicatiemanagement, gegevensmanagement en informatiemanagement: € 8 miljoen • Financiën: € 3,2 miljoen • HRM: € 2,2 miljoen • Controlling: € 1,6 miljoen • Communicatie: € 1,5 miljoen • Besturing: € 1,1 miljoen (incl. Strategie) • Directie, Programmeurs: € 0,7 miljoen De benchmark Vensters op bedrijfsvoering van de VNG bevat geen uitspraken over doelmatigheid en soberheid, wel worden cijfers vergeleken met andere gemeenten en worden bijzonderheden gesignaleerd.

Al enige jaren wordt geconstateerd dat Delft sober is ingericht op het gebied van overhead en bedrijfsvoering en mogelijks zelfs een kritische ondergrens wordt bereikt. Hierop is beperkt bijgestuurd, maar in duidingsgesprekken komt de VNG hier altijd op terug. De belangrijkste reden voor zorg van de VNG is dat onze huisvestingskosten erg hoog zijn (maar niet beïnvloedbaar), terwijl de overige overhead verhoudingsgewijs laag is, zoals bijvoorbeeld de ICT functie en datafunctie. In totaliteit is de omvang van de overhead (BBV) is in Delft aanzienlijk lager dan bij de 100.000+ gemeenten (7,1% t.o.v. 9,1%). Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

12

NB: ten opzichte van de formatie is de overhead hoger is (30,3% tov 28,4%), maar dit wordt veroorzaakt doordat we ook bijvoorbeeld Delft Support en Werkse! voor de bedrijfsvoering en huisvesting ondersteunen zonder dat ze meetellen in de formatie.

0.2 Burgerzaken

De nettolasten van taakveld 0.2 Burgerzaken zijn € 7 hoger dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Nader onderzoek (niet zichtbaar in het diagram) heeft uitgewezen dat de baten op taakveld 0.2 Burgerzaken (de leges) op het niveau van het gemiddelde zit en bij alle gemeenten erg vergelijkbaar zijn. De verschillen dienen volledig aan de lastenkant gezocht te worden. Reactie: Gerelateerd aan het lokaal gekozen brede concept voor het Klant Contact Centrum (KCC), geldt dat in Delft op dit taakveld ook de kosten/werkzaamheden worden verantwoord voor andere klantcontacten dan enkel die op het gebied van reguliere taken voor burgerzaken. Het gaat onder meer ook om inkomensregelingen/schuldhulpverlening en diverse vergunningen op het gebied van bijvoorbeeld evenementen, wonen en dergelijke. Bij andere gemeenten wordt meer in clusters gewerkt. Ook de studentenpopulatie kan een verklarende factor kan zijn voor hogere lasten. Studenten verhuizen veelvuldig, wat leidt tot veel mutaties vanwege de populatie van 20.000 studenten. Dit levert extra werk op bij Burgerzaken.

0.63 Parkeerbelasting Dit taakveld behandelen we in combinatie met taakveld 2.2 parkeren. 0.8 Overige baten en saldo Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

13

Tot dit taakveld behoren stelposten, taakstellende bezuinigingen, begrotingsruimte en niet voorziene uitgaven. Voor een zinvolle vergelijking van de nettolasten met andere gemeenten is diepgaand onderzoek nodig naar de begrotingsopbouw van alle gemeenten. Dat reikt te ver voor dit onderzoek. Relevant is dat verschillen geen signaal zullen geven voor eventuele inhoudelijke bezuinigingsopties.

Hoofdtaakveld 1 Veiligheid Het hoofdtaakveld Veiligheid bestaat uit de taakvelden 1.1. Crisisbeheersing en brandweer en 1.2 Openbare Orde en veiligheid.

x€1

Veiligheid, netto lasten per inwoner 90,0 80,0 70,0 60,0 50,0 40,0 30,0 20,0 10,0 ,0

1.1 Crisisbeheersing en brandweer

1.2 Openbare orde en veiligheid

1.1 Crisisbeheersing en brandweer Voor crisisbeheersing hebben alle gemeenten tussen € 63 en € 84. Op dit taakveld vormen de TUgemeenten Eindhoven en Enschede de uiterste waarden. Delft zit met € 81 in de hoge regionen. Als we het ‘goedkope’ Eindhoven echter buiten beschouwing laten, dan is het gemiddelde € 79 en daarmee is de afwijking zeer klein. Reactie De verhoudingsgewijs hogere kosten voor veiligheid hangen met name samen met de relatief grote bijdrage aan de VeiligheidsRegio Haaglanden. De gemeente Delft heeft via de zienswijze op de meerjarenbegroting inmiddels bij de VRH aangedrongen op bezuinigingen, met het doel op termijn een lagere gemeentelijke bijdrage te bereiken. 1.2 Openbare orde en veiligheid Op Openbare Orde en Veiligheid zijn de verschillen groter, de range loopt van € 16 (Enschede) naar € 74 (Schiedam). Delft is met € 48 iets duurder uit dan de referentiegemeenten. Reactie De hogere nettolasten zijn veroorzaakt door beleidsmatige keuzes en betreffen met name projecten Lau Mazirel, Ondermijning (incidenteel) en personeelslasten voor radicalisering en de lokale zorg- en veiligheidskamer (structureel).

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

14

Handhavingskosten voor fietsparkeren zijn ten onrechte niet geraamd op dit taakveld. Na correctie stijgen de nettolasten met circa € 100.000 (structureel).

Hoofdtaakveld 2 Verkeer, vervoer en waterstaat

De referentiegemeenten geven op dit hoofdtaakveld € 204 uit. Op dit gemiddelde is de uitschieter van Leiden van invloed. De andere referentiegemeenten besteden gemiddeld € 167 aan dit hoofdtaakveld, wat goed aansluit op de € 164 van de andere TU-gemeenten. Delft besteedt met € 156 iets minder aan dit hoofdtaakveld. We zoomen in op de details: Taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.2 Parkeren 2.4 Economische havens en waterwegen 2.5 Openbaar vervoer Totaal

TU-gemeenten 136 24 1 3 164

Delft

Gemiddelde ref.gemeenten 114 182 -15 8 0 12 57 4 156 206

2.1 Verkeer en vervoer Op taakveld 2.1 Verkeer en vervoer maakt Delft beduidend lagere kosten dan de referentiegemeenten. 2.2. Parkeren en 0.63 Parkeerbelasting Het gebeurt geregeld dat de lasten en baten op het verkeerde taakveld geboekt worden, daarom behandelen we deze in samenhang.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

15

Parkeren 100,0

50,0

,0

-50,0

-100,0

-150,0

0.63 Parkeerbelasting

2.2 Parkeren

Totaalresultaat Parkeren

De meest rechtse balken laten het totaalresultaat zien op parkeren. Bij alle gemeenten zijn de waarden negatief, dat wil zeggen dat de baten op parkeren de lasten overstijgen. Delft zit, net als Schiedam en Vlaardingen rond de € 30 netto opbrengst. Eindhoven (€ 40) en vooral Haarlem (€ 68) behalen hier beduidend betere resultaten. Wellicht hangt dit samen met de omvang van de stad. Er kan een wisselwerking optreden met de lasten op 1.2 Openbare Orde en veiligheid. Gemeenten gaan niet altijd consequent om met het verantwoorden van lasten van parkeerhandhaving. Reactie Op deze taakvelden worden de lasten en baten conform de regelgeving (IV3) geraamd. Uitzondering zijn de handhavingskosten voor fietsparkeren. Na verschuiving naar taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid dalen de nettolasten op taakveld 2.2 Parkeren met circa € 100.000 (structureel). 2.4 Economische havens en waterwegen Voor Delft is dit taakveld niet van toepassing. 2.5 Openbaar vervoer Het valt op dat Delft € 57 per inwoner aan openbaar vervoer besteedt, terwijl de bedragen voor de andere gemeenten variëren tussen € 0 en € 10, met een gemiddelde van € 4. Mogelijk komen deze lasten voort uit de stationsverbouwing. Een afwijking van rond de € 53 per inwoner betekent wel 1,3% van de gehele gemeentebegroting! Wij adviseren u deze lasten nader te onderzoeken.

Reactie Onder taakveld 2.5 vallen de belangrijke infrastructurele voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer, bijv. de kapitaallasten voor spoortunnel en voor de inrichting van de openbare Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

16

ruimte die samenhangt met de treintunnel. Overigens lijkt de afbakening van het taakveld 2.1 Verkeer en vervoer ook investeringen voor het openbaar vervoer te omvatten, Delft heeft hier niet voor gekozen. Hoofdtaakveld 3 Hoofdtaakveld 3 is een ‘inkomstencluster’ en wordt daarom later besproken. Hoofdtaakveld 4 Onderwijs Onder hoofdtaakveld Onderwijs vinden we drie taakvelden. Op hoofdtaakveld Onderwijs als geheel heeft Delft lagere nettolasten dan het gemiddelde van de referentiegemeenten en ook ten opzichte van de TU-gemeenten. De lasten op taakveld 4.1 zijn bij alle gemeenten bijzonder laag, we laten dit taakveld daarom buiten beschouwing. Hieronder zijn de lasten weergegeven die zijn begroot op de taakvelden 4.2. Onderwijshuisvesting en 4.3. Onderwijsbeleid.

We zien dat Delft op beide taakvelden onder de gemiddelden zit. Hoofdtaakveld 5 Sport, cultuur en recreatie In hoofdtaakveld 5 vinden we taakvelden met een nogal verschillend karakter. Daarom behandelen we dit hoofdtaakveld in drie clusters: Sport, cultuur en recreatie. Dit taakveld is bij uitstek geschikt om de lasten bij te stellen: de beleidsvrijheid van de gemeente(n) is groot, het wettelijk karakter van de taakuitvoering beperkt. We zullen hierna zien dat Delft op alle clusters lagere lasten heeft dan de referentiegemeenten.

Taakveld 5.1 Sportbeleid en activering 5.2 Sportaccommodaties Subtotaal cluster Sport

Delft

Gemiddelde ref.gemeenten 0 24 27 47 27 71

5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproduct. 5.4 Musea 5.5 Cultureel erfgoed 5.6 Media Subtotaal cluster Cultuur

37 66 2 40 145

60 37 8 31 136

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recr.

48

79

Totaal Taakveld Sport, Cultuur en Recreatie

219

286

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

17

Mogelijk heeft Delft alle ‘luxe’ op dit hoofdtaakveld al afgeschaft? Om daar een beeld van te vormen kijken we ook naar het meerjarenbeeld van de nettolasten op dit hoofdtaakveld:

5.1 Sportbeleid en activering 5.2 Sportaccommodaties

5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproduct.. 5.4 Musea 5.5 Cultureel erfgoed 5.6 Media

5.7 Openbaar groen en (openlucht) recr..

2017

2018

2019

2020

2021 prim.

2021 herst.

-11 0 -11

-21 0 -21

-6 -24 -30

0 -42 -42

0 -26 -26

0 -27 -27

-28 -47 -2 -39 -116

-27 -58 -4 -41 -130

-18 -68 -3 -40 -129

-31 -61 -1 -42 -135

-36 -65 -2 -39 -142

-37 -66 -2 -40 -145

-44

-39

-48

-45

-46

-48

We zien dat de nettolasten op sport tot 2020 toenamen, maar in 2021 fors lager zijn. Op cultuur nemen de nettolasten continu toe. Op openbaar groen zijn de nettolasten redelijk constant. We zien dus niet een eenduidig beeld van de ontwikkeling van de lasten gedurende de jaren. Reactie De cijfers in bovenstaande tabel wijken af van de realisatie: Inwoners 51 - Sportbeleid en activering 52 - Sportaccommodaties 53 - Cultuurpresentatie, cultuurpro 54 - Musea 55 - Cultureel erfgoed 56 - Media 57 - Openbaar groen en (openlucht)

101.381 (BZK) 102.253 (BZK) 103.163 (BZK) 103.595 (BZK) Netto lasten 2017 Per inwoner Netto lasten 2018 Per inwoner Netto lasten 2019 Per inwoner Netto lasten 2020 Per inwoner -164 0 0 0 0 0 0 0 2.836.931 28 2.511.491 25 2.707.636 26 4.203.906 41 3.362.429 33 2.743.722 27 3.037.028 29 3.518.125 34 5.305.640 52 5.867.858 57 7.557.399 73 7.981.864 77 219.747 2 289.224 3 95.811 1 94.866 1 4.004.126 39 4.178.527 41 4.257.930 41 3.921.528 38 4.845.154 48 4.362.173 43 4.596.705 45 4.886.802 47

De scan betreft een vergelijking van Delft met referentiegemeenten. Vraag is wat nu de meerwaarde is van een overzicht met nettolasten in de periode 2017-2020 zonder vergelijking met de referentiegemeenten. In het verleden werden op taakveld 51 Sportbeleid en activering kosten voor bedrijven geraamd die d.m.v. een kostenverdeling werden doorbelast naar andere taakvelden (nettolasten: 0). Als gevolg van diverse reorganisaties (verzelfstandiging zwembad Kerkpolder, afstoten taken Stadsbeheer/BOR, Groen naar Werkse!, uitbesteding onderhoud sportvelden en beheer sporthallen) is dit afgebouwd en vanaf 2020 overgeheveld naar taakveld Samenkracht en burgerparticipatie. Op taakveld 52 Sportaccommodaties zijn de lage bestedingen onderbouwd in het Sportaccommodatieplan 2016. De lage bestedingen zijn het gevolg van efficiënte organisatie (tennisen hockeysport is geprivatiseerd, één gemeentelijke sporthal en vier verenigingshallen) en structurele tekorten. Gevolg is dat de kwaliteit van de voorzieningen terugloopt. Om de zoveel jaar vindt een inhaalslag plaats en stijgen de bestedingen aan sport. Het Sportaccommodatieplan 2016 vormde de aanloop voor de Investeringsagenda Sportaccommodaties, waardoor de (noodzakelijke) bestedingen aan sport de komende jaren toenemen. Dit betreft investeringen die nodig zijn om de Sportinfrastructuur in de basis weer op orde te brengen (Kadernota 2021).

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

18

In bovenstaande tabel laat taakveld 5.3 Cultuurpresentatie in 2019 fors lagere netto lasten zien die niet herkend worden op basis van eigen cijfers. De hogere nettolasten in 2021 zijn het gevolg van een incidentele ophoging (makersregeling) en een nog te verwerken dubbeltelling (technisch correctie). Na correctie is sprake van een gelijkmatig beeld. Taakveld 54 Musea omvat de Prinsenhof, Archief en Archeologie. De stijging t/m 2021 hangt samen met extra kosten van tentoonstellingen in 2019 (incidenteel), toegenomen kosten bij het museum (renovatie, beveiliging) en Archief en Archeologie (na de verzelfstandiging van het museum). Op taakveld 55 Cultureel erfgoed is het budget gering en zijn de verschillen klein. Taakveld 56 Media betreft DOK en Omroep Delft. Hiervoor is sprake van een gelijkmatig beeld. Vanaf 2023 dalen de netto lasten a.g.v. een eerdere bezuinigingsronde.

Cluster Sport

Deze scan laat zien dat Delft in totaal € 44 per inwoner minder uitgeeft op cluster sport. Op 5.1 heeft Delft helemaal geen lasten verantwoord. Hoewel ook de andere TU-gemeenten laag zitten op dit taakveld, verbaast de € 0 van Delft. Ook zijn de lasten van Delft op taakveld 7.1 Volksgezondheid niet hoger dan bij andere gemeenten, daarmee is het niet te verwachten dat de lasten van sportstimulering op dat taakveld zijn verantwoord. Hoewel het geen begrotingsruimte zal opleveren, verdient het aanbeveling om na te gaan waar de lasten van sportstimulering zijn verantwoord. Reactie Het budget sportstimulering is geraamd op taakveld 61 Samenkracht en burgerparticipatie. Dit betreft bijvoorbeeld buurtsportcoach (Haaglanden Beweegt) en heeft een sterke relatie met het welzijnsbeleid.

Ook op taakveld 5.2 Sportaccommodaties zijn de nettolasten van Delft laag: € 27 tegenover € 47 bij de referentiegemeenten en € 55 bij de TU-gemeenten. Wellicht beheert, onderhoudt en exploiteert Delft minder sportaccommodaties dan gebruikelijk is bij een gemeente van vergelijkbare omvang? OF belast Delft meer kosten door aan de gebruikers? Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

19

Reactie Er is geen sprake van minder sportaccommodaties of een hogere doorbelasting. Er is weinig budget beschikbaar voor beheer en onderhoud.

Cluster cultuur en Media Tot dit cluster rekenen we de taakvelden 5.3 Cultuurpresentatie, 5.4 Musea, 5.5 Cultureel Erfgoed en 5.6 Media.

Op 5.3. Cultuurpresentatie heeft Delft met € 37 de laagste lasten van alle vergelijkingsgemeenten. Tot dit taakveld behoren activiteiten ter bevordering van beeldende kunst, muziek, dans en toneel, zoals subsidiëren van podia en gezelschappen voor muziek, dans en toneel. Schiedam en Vlaardingen zitten wel op een vergelijkbaar niveau (€ 4 hoger). Vooral de TU-steden Eindhoven en Enschede hebben hier beduidend hogere lasten, met respectievelijk € 125 en € 88. Op 5.4. Musea zijn de lasten van Delft juist de hoogste. Mogelijk is een deel van de lasten in Delft op 5.4 Musea verantwoord, of een deel van de lasten op 5.4. door andere gemeenten op 5.3. Een andere reden voor de hoge lasten op 5.4. Musea kan worden veroorzaakt door de aanwezige musea. Het verbaast niet dat gemeenten als Purmerend en Vlaardingen op dit taakveld minder lasten hebben. Reactie Op taakveld 53 Cultuurpresentatie verantwoordt Delft niet de bibliotheek (DOK), waarvoor de bijdrage is geraamd op taakveld 56 Media. Wellicht ramen andere gemeenten de bijdrage wel op dit taakveld. Op taakveld 54 Musea worden lasten (onderhoud monumentaal panden) en baten (entree, sponsorgelden) geraamd van het museum Prinsenhof en museum Paul Tetar van Elven. Bij andere gemeenten gebeurt dit wellicht op taakveld 55 of d.m.v. een subsidie voor bijv. het exploitatietekort.

Ook de lasten en baten van de Erfgoed onderdelen Archief en Archeologie ramen we op dit taakveld (Monumenten, ook onderdeel van Erfgoed, wordt geraamd op taakveld 55 Cultureel erfgoed. Budget hiervoor is beperkt, ca. € 0,2 miljoen, ondanks het feit dat Delft een top 10 gemeente is v.w.b. het aantal monumenten). Vanwege de historische binnenstad zijn de kosten relatief hoog. Archeologie en Archief werken ook voor de regio, wat voor hogere kosten zorgt die niet worden gecompenseerd door kostendekkende tarieven. Een businesscase wordt opgesteld om dit in beeld te brengen en, zo mogelijk, te verbeteren.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

20

Onderstaand de optelling van 5.3. Cultuurpresentatie en 5.4 Musea.

Cultuur 140,0 120,0 100,0 80,0 60,0 40,0 20,0 ,0

5.3 Cultuurpresentatie 5.4 Musea

Taakveld 5.5 Cultureel erfgoed is erg klein van omvang en laten we buiten beschouwing. Op taakveld 5.6 Media zijn de lasten van Delft ten opzichte van de referentiegemeenten hoog. De nettolasten liggen € 9 boven het gemiddelde van de referentiegemeenten en € 32 boven de TUgemeenten. Er is niet direct een logische verklaring te bedenken voor deze afwijking. Het verdient daarom aanbeveling deze lasten nader te onderzoeken. Reactie De lasten op taakveld 5.6 Media zijn hoog omdat de lasten van bibliotheek hier worden geraamd. Elders zit dat waarschijnlijk bij cultuurpresentatie.

Cluster Groen en recreatie

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

21

Op Groen en recreatie worden de lasten en baten verantwoord van aanleg en onderhoud van openbaar groen, openbaar water (behalve doorgaande vaarten en kanalen), speelvoorzieningen en recreatievoorzieningen. Ook het plaatsen en onderhouden van kunstwerken in de openbare ruimte en de lasten van hobbyclubs en volkstuinverenigingen horen hier thuis. Uit bovenstaande diagram zien we dat Delft ook op dit cluster lage lasten heeft.

Hoofdtaakveld 6 Sociaal Domein In totaal heeft Delft op hoofdtaakveld Sociaal domein hogere lasten in vergelijking met de referentiegemeenten.

6 Sociaal domein € per inwoner Taakveld 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams 6.3 Inkomensregelingen 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie 6.6 Maatwerkvoorziening (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.81 Geescaleerde zorg 18+ 6.82 Geescaleerde zorg 18Totaal

TU-gemeenten 122 106 119 157 78 37 227 218 272 58 1.394

Delft

Gemiddelde ref.gemeenten 109 114 108 58 70 77 114 157 101 56 31 76 214 167 246 191 244 218 40 49 1276 1163

In onderstaande grafiek zien we op taakveldniveau nogmaals de verschillen binnen het Sociaal Domein tussen Delft en de referentiegemeenten.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

22

We maken eerst een indeling naar clusters:

Cluster Samenkracht en burgerparticipatie Op cluster Samenkracht en burgerparticipatie vinden we de nettolasten van het gelijknamige taakveld 6.1. Samenkracht en burgerparticipatie en van taakveld 6.2 Wijkteams.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

23

De verschillen ten opzichte van de referentiegemeenten vinden we volledig terug bij dit laatstgenoemde taakveld: dit gaat om een verschil van € 50 per inwoner!! Daarbij vinden we een range van € 25 per inwoner in Haarlem tot € 93 in Vlaardingen, terwijl Delft op € 108 zit. Het gemiddelde van de TU-gemeenten zit op € 106, wat op het eerste gezicht leidt tot de veronderstelling dat TU-gemeenten op wijkteams meer lasten maken. We kunnen deze veronderstelling echter direct ontkrachten: enerzijds omdat er geen inhoudelijke reden voor is te verzinnen en er dus eerder sprake is van ‘correlatie’ (= samenloop) dan ‘regressie’ (= samenhang). Anderzijds omdat we het hier hebben over het gemiddelde van slechts 2 gemeenten, waarbij de ene € 21 hoger zit dan Delft en de ander € 37 lager, wat alleen tot een gewogen gemiddelde van € 106 leidt. Het verdient aanbeveling te onderzoeken op welke wijze de andere gemeenten de lage lasten hebben gerealiseerd. Reactie Op taakveld 6.2 Wijkteams geven wij meer uit. Dit wordt veroorzaakt doordat niet alle gemeenten een aparte toegang hebben (georganiseerd via Delft Support) en er daardoor wellicht minder aan wordt toegerekend, zoals overhead e.d. Daarnaast worden op dit taakveld ook de sociaal domein brede implementatie- en transformatiekosten geboekt ten behoeve van de drie decentralisaties.

In allebei de gevallen is het aannemelijk dat de gemaakte kosten bij andere gemeentes mogelijk op andere taakvelden worden geboekt. Met name in referentiegemeente Haarlem lijkt dit het geval.

Cluster Inkomen en participatie Tot dit cluster behoren de taakvelden 6.3 Inkomensregelingen, 6.4 Begeleide participatie en 6.5 Arbeidsparticipatie.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

24

In het herstelplan is aangegeven dat op basis van de laatste beschikking Delft rekening houdt met een extra incidenteel voordeel in 2021 (€ 1 miljoen), dat van invloed is op de cijfers. Op 6.3 Inkomensregelingen en 6.4 Begeleide participatie heeft Delft lagere lasten. Alleen op 6.5 Arbeidsparticipatie heeft Delft hogere lasten dan de referentiegemeenten. Als we de lasten op 6.4 en 6.5 optellen, dan zien we vele gemeenten op hetzelfde niveau zitten. De kans is groot dat het onderscheid niet altijd of bij alle gemeenten strikt is gehanteerd. Cluster Maatschappelijke ondersteuning Tot dit cluster behoren de taakvelden 6.6 Maatwerkvoorziening, 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ en 6.81 Geëscaleerde zorg 18+.

We wijzen erop dat voor Delft de bedragen gelden na verwerking van het herstelplan. Bij het herstelplan zijn de budgetten verhoogd vanwege de stijging van ambulante trajecten bij de Vrouwenopvang (€ 0, 25 miljoen) en de Maatschappelijke opvang (€ 0,1 miljoen), de groei bij de Wmo (€ 0,875 miljoen) en extra uitvoeringskosten Delft Support (€ 878.000). In vergelijking met de referentiegemeenten geeft Delft per inwoner € 27 meer uit op cluster Maatschappelijke ondersteuning. Ten opzichte van de referentiegemeenten zijn de lasten in Delft € 47 hoger op 6.71 Maatwerkdienstverlening en € 28 op 6.81 Geëscaleerde zorg 18+, terwijl de lasten op 6.6 Maatwerkvoorziening WMO juist € 45 lager zijn. De verschillen per gemeenten zijn erg groot. Dat zal enerzijds te maken hebben met de verwerking van de lasten in de administratie (bij sommige gemeenten zien we dat nagenoeg alle lasten op één van de drie taakvelden worden verantwoord), anderzijds kan een andere werkwijze ook leiden tot een grote financiële wijziging. We adviseren vooral verbeteropties met andere gemeenten te (blijven) bespreken. Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

25

NB Een deel van de hogere lasten op dit cluster kan veroorzaakt worden door de centrumgemeentefunctie. Delft heeft een centrumgemeentefunctie voor Beschermd Wonen, wat niet voor Schiedam geldt en voor Vrouwenopvang, wat niet voor Deventer, Purmerend en Schiedam geldt. De gevolgen van dit verschil zijn niet te verbijzonderen. Overigens vervalt naar verwachting de centrumgemeentefunctie Beschermd Wonen bij de aankomende herverdeling gemeentefonds en worden alle gemeenten zelf verantwoordelijk voor deze taak. Cluster Jeugd Tot dit cluster behoren de taakvelden 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- en 6.82 Geëscaleerde zorg 18-.

We wijzen erop dat voor Delft de bedragen gelden na verwerking van het herstelplan. Bij het herstelplan zijn de budgetten verhoogd vanwege het structurele effect van de realisatie bij Jeugdhulp in 2020 (€ 2,1 miljoen) en toenemende zorgintensiteit en onvoorziene kosten (o.a. na-ijlende beschikkingen, coronacrisis) van € 2 miljoen in 2021. Binnen dit cluster zijn de lasten op taakveld 6.82 in Delft hoog, van de vergelijkingsgemeenten heeft alleen Vlaardingen nog hogere lasten. Ten opzichte van de referentiegemeenten is het verschil op cluster Jeugd € 40, ten opzichte van de TU-gemeenten € 10. Daarbij kunnen wij niet direct een reden verzinnen waarom de aanwezigheid van een TU de lasten voor de jeugd tot 18 jaar zal verhogen. We concluderen wel dat een afwijking van € 40 voldoende is om een nader onderzoek te adviseren. Reactie Er is meer grote-stedenproblematiek in studentensteden. In de afgelopen 10 jaar zijn in de sociale woningbouw de problemen toegenomen. Vooral in de naoorlogse wijken zien we een hogere concentratie van inwoners met een lager sociaal economisch status (SES score). Inwoners met een lagere SES score hebben vaak meer ondersteuning nodig bij het opvoeden van hun kinderen, wat leidt tot een hoger gebruik van jeugdhulp. Dit jaar heeft de gemeente Delft de verwachte autonome groei verwerkt in de begroting.

Bekend is dat in ieder geval in de regio niet elke gemeente de groei op vergelijkbare wijze begroot. Voor een juist beeld moeten niet alleen de begrotingscijfers worden vergeleken maar ook de realisatiecijfers.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

26

Hoofdtaakveld 7 Volksgezondheid en milieu Hoofdtaakveld 7 kent de taakvelden 7.1 Volksgezondheid, 7.2 Riolering, 7.3 Afval, 7.4 Milieubeheer en 7.5 Begraafplaatsen en crematoria. Omdat dit nogal afzonderlijke taakvelden zijn en er ook een koppeling is naar de baten uit rioolheffing en afvalstoffenheffing laten we een totaaloverzicht achterwege, 7.1 Volksgezondheid

Op dit hoofdtaakveld heeft Delft iets lagere lasten dan de referentiegemeenten. Er is geen aanleiding voor een verdere toelichting. 7.2 Riolering

Riolering

,0 -5,0 -10,0

-15,0 -20,0 -25,0

Op taakveld 7.2 Riolering zien we negatieve nettolasten begroot. Anders gezegd: de baten (uit de bijbehorende rioolheffing) zijn hoger dan de lasten. In Delft gaat het om een nettobaat van € 4 terwijl deze bij de referentiegemeenten gemiddeld € 16 bedraagt. Een oorzaak voor de hogere baten dan lasten is dat ook BTW en diverse lasten op andere taakvelden worden toegerekend aan het tarief op dit taakveld. Dit betreft 0.4 Overhead en 2.1 Schoonhouden van de openbare ruimte (wordt voor

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

27

25% toegerekend aan de rioolheffing en voor 25% aan afvalstoffenheffing). Het gaat om een bedrag van ca. € 1,5 miljoen totaal. In de begroting 2021 van Delft is toegelicht dat de kostendekkendheid van de rioolheffing 94,78 % is. Wij adviseren u op basis van deze gegevens te overwegen om 100% kostendekkendheid in te voeren. Uit onderstaande reactie blijkt dat dit reeds uw aandacht heeft. Reactie Bij de Kadernota 2021 is besloten om de tarieven voor de rioolheffing vooruitlopend op de vaststelling van het geactualiseerde verbreed gemeentelijke rioleringsplan 2022-2025 te verhogen met 12,9%. De rioolheffing is hiermee nagenoeg kostendekkend. 7.3 Afval

Afval

,0 -5,0 -10,0 -15,0 -20,0 -25,0 -30,0 -35,0 -40,0 -45,0

Ook op taakveld 7.3 Afval worden negatieve nettolasten begroot. Anders gezegd: de baten (uit de bijbehorende afvalstoffenheffing) zijn hoger dan de lasten. In Delft leidt het taakveld tot een nettobaat van € 29, terwijl deze bij de referentiegemeenten gemiddeld op € 33 zitten. Naast de overhead wordt ook schoonhouden van de openbare ruimte (taakveld 2.1) voor 25% toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Het gaat om een bedrag van ca. € 1,5 miljoen totaal. Omdat Delft volgens de begroting 92,89% van de lasten doorberekent in de tarieven van de afvalstoffenheffing, heeft de gemeente ook hier de mogelijkheid om het resultaat op dit taakvelden te verbeteren. Reactie Bij de Kadernota 2021 is besloten om de tarieven voor de afvalstoffenheffing te verhogen met 9,84%. De afvalstoffenheffing is hiermee nagenoeg kostendekkend.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

28

7.4 Milieubeheer

Op dit hoofdtaakveld heeft Delft vergelijkbare lasten als de referentiegemeenten. Er is geen aanleiding voor een verdere toelichting. 7.5 Begraafplaatsen en crematoria De financiële impact van dit taakveld is voor alle gemeenten verwaarloosbaar. Hoofdtaakveld 8 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening (RO) en Stedelijke Vernieuwing We bespreken hier de taakvelden 8.1 Ruimtelijke Ordening en 8.3 Wonen en bouwen.

Op zowel taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening als 8.3 Wonen en bouwen heeft Delft hogere lasten in vergelijking met het gemiddelde van de referentiegemeenten. Wel valt het op dat de TU-gemeenten gemiddeld iets meer nettolasten hebben op 8.1 Ruimtelijke Ordening. Dit wordt vooral veroorzaakt door Eindhoven, wellicht hebben de ontwikkelingsplannen van de TU-campus daarop invloed (?). De afwijkingen op 8.1 zijn erg afhankelijk van de ambities van de gemeente.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

29

De kosten van de vergunningverlening (en het bouwtoezicht) kunnen worden gedekt deels met de legesopbrengsten, die dienen te worden verantwoord op taakveld 8.3. De kostendekkendheid voor (bouw)leges is 84,48% (zie begroting blz. 163). Wij geven u in overweging de leges van de omgevingsvergunningen te verhogen tot maximaal 100% van de lasten. Reactie Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening omvat gebiedsontwikkeling (circa € 0,6 miljoen), maar ook de (kleinere) posten voor ons Delft en Agenda Delft 2040. De raming voor gebiedsontwikkeling betreft het aanjagen van toekomstige gebiedsontwikkelingen en wordt met name ingezet om tot een stedelijke programmering te komen. De leges Omgevingsvergunning zijn inderdaad niet kostendekkend. Dit hangt samen met het positieve saldo op de egalisatiereserve waaruit het verschil bewust wordt gedekt. Omdat het positieve saldo ten gunste komt van het gesloten circuit, is gestuurd op een lagere kostendekkendheid. Zodra de reserve voldoende is ingezet als dekking, wordt opnieuw naar de kostendekkendheid gekeken. Overigens speelt hierbij wel mee dat de effecten van de nieuwe omgevingswet nog nader te bepalen zijn.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

30

5. Inkomensclusters Onderstaand geven we eerst een totaalbeeld van de gemeentelijke inkomsten. Daarna volgt informatie over de inkomensclusters (taakvelden waarop meer baten dan lasten worden verantwoord) die nog niet zijn besproken. De bedragen per inwoner zijn, net als bij de in hoofdstuk 4 besproken taakvelden, een saldo van baten en lasten, dus nettobaten. Gemeentelijke inkomsten De gemeenten ontvangen baten uit het gemeentefonds, de OZB en de overige eigen middelen.

Gemeentefonds (taakveld 0.7 Algemene uitkering) De uitkering gemeentefonds van de gemeente Delft is € 2.062 en daarmee ruim 2 % per inwoner hoger dan het gemiddelde van de referentiegemeenten (€ 2.019). In de primitieve begroting was nog een bijdrage van € 1.952 per inwoner opgenomen (volgens de Findo-gegevens), een toename van € 110 per inwoner = € 11,4 miljoen. Reactie Dit betreft het effect van de septembercirculaire (+ € 7 miljoen) en de decembercirculaire (+ € 4,6 miljoen). De extra middelen zijn verwerkt in het Herstelplan 2021-2024. De middelen zijn als volgt ingezet: • Coronacompensatie Rijk: gestort in reserve Maatregelen coronacrisis • DU Brede aanpak dak- en thuisloosheid: lastenbudget opgehoogd • DU Vrouwenopvang: Delft is centrumgemeente, lastenbudget opgehoogd • IU Beschermd wonen: Delft is centrumgemeente, lastenbudget opgehoogd Het gemeentefonds is verdeeld in clusters. Een cluster is een verzameling van taken en/of verantwoordelijkheden behorende tot een samenhangend beleidsterrein. De clusterindeling is een hulpmiddel bij het bepalen van de verdeling. Het staat gemeenten vrij eigen bestedingskeuzes te maken die afwijken van de clusterindeling. De volledige uitkering uit het gemeentefonds is vrij besteedbaar.

Verschillen ten opzichte van de clusters geven wel een beeld van de eigen keuzes van de gemeente, maar de bedragen kunnen niet één-op-één gezien worden als een uitwerking van die keuzes.

Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

31

Een vergelijking tussen de baten uit het gemeentefonds en de lasten op de taakvelden (clusters) geeft een vertekend beeld, doordat de overheadlasten apart worden verantwoord terwijl bij de uitkering van het gemeentefonds de overheadlasten per taakveld/cluster zijn inbegrepen. We beperken ons daarom tot enkele algemene opmerkingen: - Delft krijgt hogere inkomsten uit de uitkering gemeentefonds voor vooral het cluster Maatschappelijke Ondersteuning. Bij de bespreking van de lasten op dit cluster zagen we dat ook deze in Delft hoger zijn dan in de referentiegemeenten. - Delft ontvangt aanmerkelijk minder uit het gemeentefonds voor de clusters Openbare orde en veiligheid, Jeugd en Inkomen en participatie. Dit komt onder andere voort uit de relatief lage score van Delft op maatstaf klantenpotentieel van het Gemeentefonds. We zagen dat op eerstgenoemde twee clusters de werkelijke lasten juist hoger waren dan in de referentiegemeenten. Het lijkt alsof de hogere uitgaven niet volledig worden gecompenseerd door de uitkering uit het gemeentefonds. Zonder hierin volledig te zijn kunnen we daarbij aangeven dat er duidelijke signalen zijn dat de compensatie vanuit het gemeentefonds voor bepaalde taken onvoldoende is.

Zo stelt het AEF-rapport "Stelsel in groei, een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg" van 15 december 2020 dat gemeenten structureel € 1,7 miljard tekort komen bij het uitvoeren van de Jeugdwet en dat zij bovendien beperkte sturingsmogelijkheden/beleidsvrijheid hebben binnen de huidige uitgangspunten van de Jeugdwet. - Op de Eigen middelen komen we hieronder terug bij de bespreking van de OZB Onroerendzaakbelasting (taakvelden 0.61 en 0.62) Baten uit OZB De OZB levert de gemeente Delft in 2021 € 138 per inwoner op uit woningen en € 137 uit nietwoningen. Daarmee levert de totale OZB 11% van de gemeentelijke baten. Delft heeft een ‘belastingcapaciteit’ van 111,0. Dit kengetal geeft aan hoe het OZB-tarief van de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van alle gemeenten tezamen. Met 111,0 zit Delft in de categorie ‘risicovol’: er is beperkte ruimte om via een stijging van het OZBtarief de inkomsten van de gemeente te verhogen. Begrotingsscan Delft, versie 1 november 2021

32

Het kengetal Onbenutte belastingcapaciteit (OZB) laat de ruimte voor stijging van de OZB zien als gekozen wordt voor 120% van het landelijk gemiddelde. Voor Delft is deze ruimte in 2021 ongeveer 1% van de totale begroting. WOZ-waarden

De woningen in Delft hebben een gemiddeld lagere WOZ-waarde dan de referentiegemeenten. In 2021 is de gemiddelde WOZ-waarde in Delft € 265.000. Haarlem heeft de hoogste WOZ-waarde ad € 384.000 en trekt het gemiddelde omhoog. De woningen in de referentiegemeenten hebben een (ongewogen) gemiddelde WOZ-waarde van € 287.000. Het gewogen gemiddelde ligt op € 292.000. Reactie: De lage WOZ komt waarschijnlijk door het onevenwichtige woningbestand waarbij het relatieve aandeel van sociale woningbouw hoog is. Negatieve maatstaf gemeentefonds In het gemeentefonds wordt rekening gehouden met de eigen belastingcapaciteit, gebaseerd op de WOZ-waarden van woningen en niet-woningen. Dit verklaart de negatieve maatstaf gemeentefonds. Per saldo zien we onderstaande beeld van de OZB-inkomsten:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10907513/1