8 1 Eindconcept Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2022-2030
Tekst van het document
Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023 tot en met 2030 EINDCONCEPT - Metropoolregio Rotterdam Den Haag
28 september 2022
Management samenvatting
Doel, boodschap en uitgangspunten van de Strategie Werklocaties MRDH 2019-2030 De verstedelijkingsopgave in de MRDH vraagt erom de verhouding tussen bevolkingsgroei en ruimte voor werken en ondernemer te bewaken. Een goed functionerende ruimtelijke structuur kent een duurzame balans van vraag en aanbod, biedt ruimte voor groei van bedrijven, ondersteunt clusterversterking en werkt in goede samenhang met de verstedelijkingsopgave. In de strategie werklocaties worden bedrijventerreinen, kantoorlocaties, (perifere) detailhandel en hun relatie met woongebieden daarom zo integraal mogelijk beschouwd. Strategie bedrijventerreinen 2023-2030 Bedrijventerreinen in de MRDH vervullen een belangrijke sociaaleconomische functie. Deze plekken bieden werkgelegenheid aan een brede beroepsbevolking, bieden ondernemers en bedrijven de ruimte om te produceren, innoveren en slimme oplossingen te bedenken en spelen (in potentie) een sleutelrol in grote transities, zoals de energietransitie, circulaire transitie en klimaatadaptatie en digitalisering. De diversiteit aan bedrijventerreinen (werkmilieus) in de MRDH draagt bij aan een robuuste regionale economie en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Door diversiteit te stimuleren kan niet alleen een breed scala aan bedrijfstypen en –branches goed functioneren, maar kunnen ook volledige economische ketens van bedrijven (o.a.
afnemers, toeleveranciers, reparatie- en onderhoudsbedrijven) in de regio gevestigd zijn. Hiermee complementeren en versterken terreinen, werkmilieus en bedrijfsbranches elkaar en zorgen zij voor een robuuste, maar ook flexibele economische structuur die minder vatbaar is voor conjunctuurbewegingen en crises. Om ook in 2030 (en daarna) een regionale economie van internationaal formaat te zijn is het nodig dat het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijft en dat er voldoende ruimte blijft op toekomstbestendige bedrijventerreinen. De MRDH-gemeenten hebben de intentie om de verwachte ruimtebehoefte tot en met 2030 zoveel mogelijk te faciliteren1 2. De ruimte die daarvoor nodig is, kan niet langer volledig gecreëerd worden door nieuwe bedrijventerreinen aan te leggen. Bovendien wordt voor de woningbouwopgave regelmatig gekeken naar transformatie van (binnenstedelijke) bedrijventerreinen. Het is daarom noodzakelijk zuinig om te gaan met onze bestaande bedrijventerreinen. Daarbij staat het streven naar efficiënt ruimtegebruik en het juiste bedrijf op de juiste plek centraal en is ook aandacht nodig voor de kwaliteit van de openbare ruimte en bedrijfspanden. Het “juiste bedrijf op de juiste plek” is een belangrijk uitgangspunt van deze bedrijven-terreinenstrategie.
Daarmee benadrukken de MRDH-gemeenten hun streven om de mogelijkheden die bestemmingsplannen bieden, zoals de milieuruimte3, zoveel mogelijk te benutten, zodat de meest kansrijke en gewenste doelgroepen in de regionale en/of gemeentelijke economische visie zich hier kunnen vestigen 4.
1 In de geactualiseerde provinciale behoefteraming bedrijventerreinen is gewerkt met een bandbreedte van vraag
vanuit de markt. Deze bandbreedte vormt het kader voor de programmering van het aanbod in deze bedrijventerreinenstrategie. Zie paragraaf ‘Behoefteraming 2021-2030. 2 Conform de uitvraag van de Provincie Zuid-Holland, kan hier – mits goed onderbouwd – van worden afgeweken. 3 Vanaf invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2023 gaan nieuwe zoneringsregels op basis van geluidsen geurzones gelden: zie link. 4 Een voorbeeld van specifiek vestigingsbeleid is te vinden op watergebonden bedrijventerreinen. Op die locaties richt de MRDH zich specifiek op een of meerdere van de vier doelgroepen: stedelijke bevoorrading, maritieme maakindustrie, circulaire economie, en stedelijke bouwlogistiek.
Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023 tot en met 2030
2
Daaruit volgt het uitgangspunt van deze strategie dat marktevenwicht geen doel op zich is, maar direct afhankelijk is van voldoende beschikbare en geschikte ruimte voor belangrijke sectoren en specifieke doelgroepen, die de regionale economische structuur van de MRDH versterken. Dit alles vraagt om duidelijke keuzes. Voor een sterk, aantrekkelijk en toekomstbestendig vestigingsklimaat met voldoende ruimte zijn keuzes noodzakelijk, zodat duidelijk is op welk type bedrijvigheid en welk type banen de MRDH-gemeenten inzetten Het doel van deze strategie bedrijventerreinen is om voor de periode tot en met 2030 te bepalen hoe de MRDHgemeenten zich gezamenlijk inzetten voor het versterken van de ruimtelijk economische structuur van de MRDH. Het fundament onder die doelstelling wordt gevormd door de volgende basisprincipes: •
Stimuleren dat het juiste bedrijf zich op de juiste plek vestigt;
•
Sturen op marktevenwicht: zorgen voor voldoende ruimte om te werken, te ondernemen en te innoveren.
•
Behouden en doorontwikkelen van een veerkrachtig en robuust vestigingsklimaat en bijbehorende economische structuur, met sterke en toekomstbestendige bedrijfsclusters;
•
Ruimte bieden aan de keten van start ups en scale-ups;
•
Oog voor de kwaliteit van de bestaande terreinen; en
•
Verduurzaming van bedrijventerreinen.
Met deze actuele regionale visie ontstaat een scherper beeld van de keuzes die in de bedrijventerreinen-strategie van de MRDH gemaakt moeten worden. Hierdoor kunnen ook gemakkelijker relaties gelegd worden met andere opgaven, zoals die op het gebied van mobiliteit en wonen. Programmering geeft inzicht in balans vraag en aanbod Om invulling te geven aan de genoemde basisprincipes, is een programmering opgesteld. Met een programmering is inzichtelijk gemaakt op welke bedrijventerreinen potentie is om ruimtewinst te behalen (beter benutten), een kwaliteitsverbetering aan te brengen (kwalitatieve opgaven) of uitbreiding te realiseren (harde en zachte plannen). Hiermee wordt direct inzichtelijk of er balans wordt behaald in vraag en aanbod van bedrijfskavels. Door in te zetten op een combinatie van selectief uitgeven van bestaande en nieuwe terreinen, ontwikkelen van harde plannen, beter benutten en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen én het ontwikkelen van zachte plannen wordt in de drie marktgebieden voor meerdere - maar niet alle - werkmilieus balans in vraag en aanbod bereikt. Er blijft met name voor grootschalige distributie, hmc en watergebonden bedrijventerreinen echter sprake van een mismatch. Het aanbod dat er is, ligt niet altijd op de meest geschikte plek. Een voorbeeld hiervan is het aanbod voor grootschalige distributie op de Linker Maasoever.
Daarnaast maakt de uitsplitsing van grootschalige distributie in agrologistiek en reguliere logistiek duidelijk dat voor reguliere logistiek een tekort ontstaat in zowel de Haagse regio als de Rechter Maasoever. Er zijn geen plannen voor beter benutten of zachte plannen die hier een volledige oplossing voor bieden. Bovendien vraagt het bereiken van balans in het gemengd stedelijk en regulier werkmilieu om een forse inspanning van gemeenten en is een omvangrijke investering nodig om de ruimtevraag te faciliteren op toekomstbestendige werklocaties. Ditzelfde geldt voor het geschikt maken van kansrijke watergebonden bedrijventerreinen.
Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023 tot en met 2030
3
Opgaven voor de MRDH In de bedrijventerreinenvisie zijn opgaven geformuleerd, die om aandacht vragen en waarvoor regionale afspraken zijn gemaakt. Eerst worden de opgaven beschreven en vervolgens de afspraken. Uitdaging: Er is onvoldoende ruimte voor marktvraag en transities Uit de analyses blijkt dus dat er in de metropoolregio tot en met 2030 voor een aantal werkmilieus onvoldoende aanbod van bedrijfskavels is om de volledige marktvraag te kunnen accommoderen. Het bestaande aanbod is relatief beperkt. Daarnaast ligt het (te ontwikkelen) aanbod niet altijd op de juiste plek. Dit is een urgent probleem, waarvoor direct handelen noodzakelijk is. Het beter benutten van bestaande terreinen is hiervoor noodzakelijk, maar kost tijd en geld. In deze bedrijventerreinenstrategie spreken de MRDH-gemeenten af zich actief in te zetten om zoveel mogelijk van de vraag naar bedrijfskavels te accommoderen. Watergebonden terreinen: beter benutten en (beperkt) aantal terreinen ontwikkelen Een analyse van de huidige staat van de beschikbare watergebonden terreinen laat zien dat er forse ingrepen in kades en faciliteiten nodig zijn om de terreinen geschikt te maken voor aan- en afvoer via het water. Gelet op de substantiële investeringsbehoefte en lange doorlooptijd die dit met zich meebrengt, is het niet mogelijk om de maximale marktbehoefte aan watergebonden kavels voor 2030 te realiseren.
Voor bestaande watergebonden bedrijven, die in de toekomst moeten verplaatsen vanwege transformatieplannen, wordt door de MRDHgemeenten actief gezocht naar vervangende ruimte. In deze bedrijventerreinenstrategie spreken de MRDH-gemeenten af zich actief in te zetten om zoveel mogelijk watergebonden bedrijventerreinen te behouden en het winnen van zoveel mogelijk ruimte op bestaande locaties (beter benutten). Gemengd stedelijk werkmilieu: opvangen door beter benutten Er bestaat een acuut tekort voor gemengde stedelijke bedrijvigheid. Behoud en vinden van geschikte ruimte op bestaande terreinen en elders in het stedelijk gebied heeft grote prioriteit, maar blijkt in de praktijk lastig: er is vrijwel geen bedrijfsruimte direct beschikbaar. Dit wordt de komende tijd niet beter, ook omdat juist veel van deze stedelijke terreinen op de nominatie staan voor transformatie naar wonen. Functiemenging is een van de middelen om bedrijfsruimte te behouden in de stedelijke transformatiegebieden. Daarbij benadrukken we dat functiemenging niet het doel is, maar een instrument om voldoende ruimte voor werken te behouden. Functiemenging beoogt niet het lukraak toevoegen van woningen op bedrijventerreinen, maar wel borgen van de ruimte voor bedrijven in geval van transformatie naar wonen in combinatie met het streven naar ruimte voor werken in woningbouwprojecten.
Een oplossing is het beter benutten van de bestaande gemengd stedelijke gebieden. Daarbij wordt minimaal de helft van de vraag in de stedelijke omgeving wordt geaccommodeerd. Indien dit lukt, wordt op termijn in principe genoeg ruimte gecreëerd. Innovatieve maakindustrie: geschikte locaties nabij de steden vinden Voor grootschalige productiefaciliteiten en de innovatie maakindustrie moet binnen de MRDH gezocht worden naar nieuwe locaties, op de goede plek, nabij het stedelijk gebied. Er is momenteel in de stad wel geschikte ruimte voor (kleinschalige) starters (o.a. broedplaatsen) en doorstarters (o.a. in de vorm van fieldlabs), maar voor de volgende stap naar (grootschalige) productie moet nog te vaak worden uitgeweken naar locaties buiten de
Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023 tot en met 2030
4
stad of zelfs buiten de regio. Hierdoor lopen de steden kansen op banen voor een brede beroepsbevolking, waaronder praktijkgeschoolden, mis. Een oplossing is beter benutten van bestaande ruimte voor hmc, ook in het stedelijk gebied. Daarnaast is bij uitgifte van bestaande en nieuwe ruimte voor grootschalige productielocaties selectief vestigingsbeleid nodig, waarbij aansluiting bij de regionale doelgroepen en randvoorwaarden een vereiste is. Grootschalige distributie: selectiviteit noodzakelijk Het accommoderen van grootschalige distributie vraagt om strategische keuzes per marktgebied en voor de MRDH als geheel. De analyse geeft aan dat faciliteren van de maximale marktvraag tot 2030 in de marktgebieden niet tot de mogelijkheden behoort. Juist voor dit type grootschalige ruimtevragers is daarom een selectief vestigingsbeleid essentieel. Een oplossing is een selectief vestigingsbeleid, waarbij aansluiting bij regionale doelgroepen en randvoorwaarden een vereiste is. Indicatie van de investeringsbehoefte: beter benutten bestaande terreinen We zien een substantiële potentiële ruimtewinst door de bestaande ruimte beter te benutten. Dit vraagt een extra inspanning van gemeenten. Bovendien is een forse investering nodig (van alle betrokken partijen). Tot en met 2030 gaat het naar schatting om een investering van ruim 250 miljoen euro.
De uitvoering van het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen wordt nader uitgewerkt in een uitvoeringsagenda. Daarnaast ontwikkelt de MRDH een handreiking, die gericht is op kennisdeling, financiering en projectondersteuning. Regionale afspraken Op basis van de doelstellingen, uitgangspunten en analyses in de conceptstrategie bedrijventerreinen, in de strategie een aantal regionale afspraken genoemd. De belangrijkste zijn: 1. Geef uitvoering en invulling aan een selectief vestigingsbeleid; 2. Zet actief in op het beter benutten en een kwaliteitsimpuls van bestaande terreinen 3. Regionale afstemming bij transformatieplannen, met behulp van de compensatiewijzer. Geef uitvoering en invulling aan een selectief vestigingsbeleid Het streven is om zoveel mogelijk passende ruimte voor bedrijvigheid te creëren en te behouden. Met passend wordt bedoeld kwalitatief goede bedrijvigheid op de juiste plekken, binnen de segmenten die van maatschappelijke en/of economische meerwaarde zijn voor de regio. Bedrijven met een (maatschappelijke) toegevoegde waarde voor het economische profiel dan wel de arbeidsmarkt krijgen prioriteit bij de uitgifte van de beschikbare ruimte. Dit economisch profiel kan per marktgebied/gemeente binnen de MRDH verschillen. De gemeenten maken hierin zelf hun eigen beleidskeuzes.
Na vaststelling van de bedrijventerreinenstrategie, wordt het selectief vestigingsbeleid qua vorm, inhoud en schaalniveau uitgewerkt. Zet actief in op het beter benutten en een kwaliteitsimpuls van bestaande terreinen De strategie richt zich op de duurzame vitaliteit van bedrijventerreinen, waarin zowel wordt gekeken hoe bestaande bedrijventerreinen beter kunnen worden benut (ruimtewinst, benutting milieucategorie) of hoe zij in kwaliteit kunnen worden verbeterd (revitalisering, verduurzaming, schoon, heel & veilig).
Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023 tot en met 2030
5
In het kader van beter benutten en op deze wijze zoveel mogelijk bedrijfsruimte te accommoderen, zijn er in deze strategie kansrijke locaties geïnventariseerd. Voor de ondersteuning van gemeenten wordt een Uitvoeringsagenda Beter Benutten Bedrijventerreinen uitgewerkt, welke op locatieniveau duidelijk maakt hoe aan de ambities voor beter benutten tot 2030 invulling wordt gegeven. Daarnaast ontwikkelt een handreiking voor beter benutten van bedrijventerreinen (specifiek hmc en watergebonden) en functiemenging, gericht op kennisdeling, financiering en projectondersteuning. Daarnaast wordt het programma Next Economy Bedrijventerreinen voortgezet. Regionale afstemming bij transformatieplannen Als een gemeente bedrijventerrein wil transformeren is vaak regionale afstemming nodig. Bij transformatie van een bedrijventerrein naar een andere functie vereist de provincie Zuid-Holland regionale afstemming over een nieuw bestemmings- of omgevingsplan. De MRDH organiseert deze regionale afstemming aan de hand van een adviesaanvraag met een compensatieplan. Uitgangspunt daarbij is compenseren op basis van feitelijke gebruik en dus niet op basis van planologische mogelijkheden. Hiervoor dient wel deze regionale strategie door de provincie te zijn aanvaard.
De Compensatiewijzer (zie bijlage VI van de concept Bedrijventerreinenstrategie) maakt, naast de Transformatiewijzer (2020), onderdeel uit van het instrumentarium.
Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023 tot en met 2030
6
Inhoudsopgave Management samenvatting
2
Economische ambitie en structuur van de MRDH (algemeen)
5
1
Strategie bedrijventerreinen 2030
11
1.1
Doel en boodschap
11
1.2
Terugblik op de afspraken in de bedrijventerreinenstrategie 2019-2030
12
1.3
Meerwaarde bedrijventerreinen
13
1.4
Opgave en doelstellingen
13
1.5
Hoofdstructuur bedrijventerreinen
14
1.6
Vraag en aanbod in de periode 2023 t/m 2030
17
1.7
1.8 2
Regionale vraagstukken
24
1.
Juiste bedrijf op de juiste plek
2.
Marktevenwicht op de lange termijn
25
3.
Beter benutten van bestaande bedrijventerreinen
26
4.
Next Economy Bedrijventerreinen
27
5.
Transformatie en compensatie
28
6.
Ruimte voor hogere milieucategorieën
30
7.
Watergebonden bedrijventerreinen
31
8.
Grote ruimtevragers
32
9.
Monitoring
33
Verwante beleidsthema’s
24
33
Programmering
36
2.1
36
2.2
2.3
Inleiding Kwalitatieve afspraken
36
Beter benutten
36
Functiemenging
36
Toekomstbestendige bedrijventerreinen
37
Uitgifte van bedrijventerreinen
37
Te behouden bedrijventerreinen
37
Kwantitatieve afspraken
38
Haagse regio
39
Linker Maasoever
42
Rechter Maasoever
45
Watergebonden bedrijventerreinen
48
Grootschalige distributie: Onderscheid agro- en reguliere logistiek
50
2.4
Eindconclusie: stap-voor-stap van urgentie naar programmering MRDH
51
2.5
Vervolgstappen
55
Bijlage I – Kwesties en afspraken Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2019-2030 Status van de afspraken per kwestie Bijlage II – Toelichting werkmilieus
57 57 61
Bijlage C uit Behoefteraming PZH 2021-2030 toevoegen.
61
Vergelijking werkmilieus
61
Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023 tot en met 2030
2
Inhoudsopgave Bijlage III – Details programmering
62
Haagse regio
62
Gemengd stedelijk
62
Regulier
62
Grootschalige distributie
63
Grootschalige productie
64
Campus/ overig
64
Watergebonden bedrijventerreinen
65
Linker Maasoever
66
Gemengd stedelijk
66
Regulier
66
Grootschalige distributie
67
Grootschalige productie
67
Campus/ overig
68
Watergebonden bedrijventerreinen
68
Rechter Maasoever
69
Gemengd stedelijk
69
Regulier
69
Grootschalige distributie
70
Grootschalige productie
70
Campus/ overig
71
Watergebonden bedrijventerreinen
71
Bijlage IV – Overzicht kwaliteitsimpuls
73
Haagse regio
73
Linker Maasoever
74
Rechter Maasoever
74
Bijlage V – Overzicht transformatielocaties
75
Haagse regio
75
Linker Maasoever
75
Rechter Maasoever
76
Bijlage VI – Compensatiewijzer
77
Bijlage VII – Advies balans vraag en aanbod
78
Bijlage VIII – Overzicht van mogelijk in te zetten beleidsinstrumentarium
79
Bijlage IX – Kaartmateriaal
81
Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023 tot en met 2030
3
Economische ambitie en structuur van de MRDH (algemeen)
Dit betreft een algemeen hoofdstuk over de economische structuur van de MRDH en geldt daarmee ook voor de onderdelen kantoren en detailhandel in de strategie werklocaties van de MRDH. De verstedelijkingsopgave in de MRDH vraagt erom de verhouding tussen bevolkingsgroei en ruimte voor werken en ondernemer te bewaken. Een goed functionerende ruimtelijke structuur kent een duurzame balans van vraag en aanbod, biedt ruimte voor groei van bedrijven, ondersteunt clusterversterking en werkt in goede samenhang met de verstedelijkingsopgave. In de strategie werklocaties worden bedrijventerreinen, kantoorlocaties, (perifere) detailhandel en hun relatie met woongebieden daarom zo integraal mogelijk beschouwd. Het economisch en maatschappelijk belang van werklocaties is groot. Veel inwoners van de MRDH vinden hun baan op een bedrijventerrein, kantoorlocatie of in de detailhandel. Werklocaties vertegenwoordigen het overgrote deel van het verdienvermogen van de MRDH en zijn bovendien de plekken waar productie, creativiteit en innovatie hun basis vinden. Essentieel daarbij is het mobiliteitsaspect. Mensen werken over het algemeen het liefst dichtbij hun woonplaats en vanuit maatschappelijk oogpunt is het bovendien aantrekkelijk de hoeveelheid woon-werkverkeer te beperken. Het is, kortom, wenselijk om werklocaties te kunnen bieden in het stedelijk gebied.
Ook zien we dat werklocaties steeds vaker een bijdrage kunnen leveren aan andere maatschappelijke opgaven en beleidsambities, bijvoorbeeld met betrekking tot verduurzaming van de economie en de gebouwde omgeving. Een veilige en vitale werkomgeving is een randvoorwaarde voor een goed vestigingsklimaat voor bedrijven, daarom vraagt de MRDH aandacht voor het terugdringen en voorkomen van ondermijning op werklocaties. Met de Groeiagenda Zuid-Holland investeren bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden fors in het versterken en verduurzamen van de economie in de provincie5. Daarmee draagt Zuid-Holland bij aan duurzaamheidsdoelstellingen, brede welvaart, werkgelegenheid en het verdienvermogen van de Zuid-Hollandse en Nederlandse economie. De Groeiagenda zet specifiek in op de thema’s Kennis en Innovatie, Energie en Infrastructuur, Mobiliteitstransitie en Metropolitaan ov, Leven Lang Ontwikkelen en Maakindustrie. Dit doet ze onder leiding van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ)6. Innovation Quarter (IQ) speelt door te investeren en te verbinden een belangrijke rol in het vernieuwen van de Zuid-Hollandse economie7. De verstedelijkingsopgave binnen de MRDH kan niet los worden gezien van de ruimtelijke economie. Woningen bouwen kan alleen als openbaar vervoer, wegen en fietspaden, maar ook de ruimtelijke economie daar goed op afgestemd zijn.
Over verkeer en vervoer en economisch vestigingsklimaat neemt de MRDH besluiten, over de daarmee onlosmakelijk verbonden beleidsterreinen wordt indien nodig overlegd en afgestemd. Daarmee worden de beste resultaten geboekt. Juist als de besluitvorming bij gemeente, provincie of rijk ligt is het voor de MRDHgemeenten zaak af te stemmen of samen te lobbyen. 5 6 7
Groeiagenda Zuid-Holland Economic Board Zuid-Holland Innovation Quarter
1002986
4
Het economisch vestigingsklimaat verandert door invloeden van binnenuit en van buitenaf, globaal en nationaal, maar vooral regionaal. Het is daarom zaak om als MRDH de regie te pakken op het versterken van de economie. Hoe kom je van nieuwe kennis tot nieuwe producten? Hoe stimuleer je werkgelegenheid zodat ervaren werknemers en jong talent mee kunnen komen? Hoe bezorgen we ondernemers een goede uitgangspositie? Innovatie in het mkb vraagt bijvoorbeeld aandacht. Hoe geven we duurzaamheid een plek in de economie van de toekomst? Deze strategie werklocaties is opgesteld om deze ambitie voor regie op regionaal niveau te verwezenlijken. Het creëren van ruimte voor werken is immers geen doel op zich, maar wel een (essentieel) middel om de strategische maatschappelijke doelstellingen van de MRDH8 te bereiken. Macro-economische vooruitzichten Vanuit macro-economisch perspectief zien we meerdere grote economische en maatschappelijke uitdagingen op ons afkomen. Eind 2022 bevinden we ons nog in de nasleep van de coronacrisis. Ondanks voorzichtig economisch herstel dat in 2021 werd ingezet, kampen we nog steeds met verstoorde aanvoerlijnen van goederen en grondstoffen.
De schaarste aan grondstoffen is, in geopolitiek toch al roerige tijden (denk aan: Brexit, de veranderende rol van China en de Verenigde Staten, de positie van de EU op het wereldtoneel) sinds begin 2022 verergerd door de oorlog in Oekraïne. Een direct gevolg van deze ontwikkelingen zijn stijgende prijzen voor energie, grondstoffen en levensmiddelen. Daarnaast hebben veel sectoren te maken met krapte op de arbeidsmarkt, waardoor vacatures onvervuld blijven. Bovendien staan we middenin enkele grote transities, waarin we onder andere toe moeten naar een duurzame energievoorziening (energietransitie) en ons gebruik van primaire grondstoffen drastisch moeten verminderen (circulaire transitie). Beide transities worden tegelijkertijd versneld en bemoeilijkt door eerdergenoemde grondstoffenschaarste. Verminderde afhankelijkheid van andere landen vraagt immers om inzet van alternatieve energiedragers. Die zijn echter nog onvoldoende beschikbaar, waardoor op korte termijn juist meer vervuilende fossiele brandstoffen – zoals kolen – worden ingezet. Bovendien zijn voor de overstap op duurzame energie ook (schaarse) grondstoffen nodig. Wat dit alles voor effect heeft op de economie is nog onduidelijk. Feit is dat we een onzekere periode tegemoet kunnen zien.
Die uitdagingen betekenen dat sommige ondernemers en sectoren het moeilijk krijgen, maar bieden tegelijkertijd ook kansen aan ondernemers en organisaties om nieuwe, slimme oplossingen te bedenken. De volgende paragraaf gaat nog wat dieper in op de grote transities waar we met zijn allen voor staan. Grote transities Er is een aantal grote transities aan de gang, die het functioneren van werklocaties sterk gaan beïnvloeden. Deze transities nemen we hier kort door: •
Energietransitie. De energietransitie vraagt om nieuwe energiesystemen, in de wijken, maar ook op werklocaties. De ontwikkeling hiervan heeft een belangrijke ruimtelijke impact en vraagt om grote investeringen. Duurzame energie wordt voor veel bedrijven een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering, en daardoor is de energietransitie ook een economische transitie. De regio is een goed schaalniveau voor een aanpak, bijvoorbeeld de organisatie van samenwerking tussen publieke en private partijen. Ook het maatschappelijk draagvlak voor de nodige maatregelen voor verduurzaming moet worden georganiseerd op regionaal niveau. Dit gebeurt al via de Energiestrategie regio Rotterdam-Den Haag, waarbij op onderdelen die
8
Strategische Agenda MRDH conceptversie juli 2022
1002986
5
werklocaties raken afstemming wordt gezocht met de MRDH. Op landelijk niveau is bovendien wettelijk bepaald dat kantoorgebouwen en maatschappelijk vastgoed met een oppervlakte vanaf 100 m² vanaf 1 januari 2023 minimaal energielabel C moeten hebben. •
Circulaire transitie. De circulaire economie is een breed begrip, maar tegelijkertijd interessant bij het realiseren en herontwikkelen van bedrijventerreinen. Grondstoffen, materialen, componenten en afvalstromen worden voornamelijk gebruikt en geproduceerd in de industrie. Het is daarom logisch om industrie- of bedrijventerreinen te nemen als een van de startpunten om in te zetten op de transitie naar de circulaire economie. Bedrijventerreinen kunnen met het verminderen van materiaalgebruik en het sluiten van kringlopen, zoals water, energie en afvalstromen (grondstoffen) een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van een circulaire economie. Daar hoort ook de ontwikkeling naar een klimaatneutrale deeleconomie bij, waarin bedrijventerreinen niet alleen nadenken over het delen van afvalstromen maar bijvoorbeeld ook van mobiliteit, arbeid, werktuigen, machines en faciliteiten. Deze ontwikkelingen vragen om een fundamenteel andere kijk naar de inrichting van bedrijventerreinen. Bovendien is er ruimte nodig binnen de juiste milieucategorie – in het bijzonder hmc – om circulair te ondernemen.
•
Digitalisering: De veranderingen in de economie gaan in de komende jaren extra snel vanwege de impact van digitalisering. Dat is nu al zichtbaar op zowel bedrijventerreinen en kantoorlocaties als in de detailhandel. Denk daarbij aan schaalvergroting in de logistiek, maar tegelijkertijd ook aan kleine distributiecentra om steden te kunnen bevoorraden. Hoewel aan het uiterlijk van veel bedrijfspanden en kantoren nog niet veel te zien is, verandert er binnen die gebouwen wel het nodige: werkprocessen, vaak meerdere huurders in een bedrijfspand, investeringen in energiebesparing en duurzame opwekking van energie. Daarnaast heeft het consumentengedrag (online aankopen) een grote impact op het winkellandschap en zijn er minder of andere type fysieke winkels in de kernen van gemeenten wenselijk.
•
Mobiliteit: In de Ontwerp Nationale Omgevingsvisie is de keuze gemaakt voor duurzame ontwikkeling door een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid en leefomgevingskwaliteit. Voor nieuwe verstedelijking dient in eerste instantie gekozen te worden voor locaties die “het beste scoren uit een oogpunt van nabijheid/of goede aansluiting op het (bestaande of door te ontwikkelen) (OV-)netwerk. Gebieden nabij en rondom OV-knooppunten worden, als mobiliteitshubs, optimaal benut als geconcentreerde woon- en werklocaties.” Daarbij is een onderscheid tussen vervoerstromen van personen en vervoerstromen van goederen (logistiek en stadsdistributie), die kunnen overlappen. Het betreft hierbij ook nieuwe mobiliteitsvormen als (elektrische) (deel-)auto’s en Mobility as a Service (MaaS).
•
Klimaatadaptatie: Door klimaatverandering is er meer kans op hevige regen, droogte, hitte en storm. Werklocaties krijgen daardoor vaker te maken met schade en overlast. Schade en overlast kunnen optreden in het bedrijfsproces, aan het pand en het perceel, in de productieketen en de afzetmarkt. Door bedrijven en werklocaties aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, kan de schade en overlast worden verminderd. Daarmee is klimaatadaptatie een noodzakelijk onderdeel van toekomstbestendige werklocaties. Vergroenen van bedrijventerreinen en kantoorlocaties biedt, naast klimaatadaptatie, ook de kans om een bijdrage te leveren aan biodiversiteit en een prettigere werkomgeving.
1002986
6
•
Reshoring: Naar aanleiding van de coronacrisis is reshoring een relevante strategie geworden om de afhankelijkheid in internationale productieketens te verminderen. Reshoring omvat het terughalen van bedrijfsactiviteiten die eerder zijn uitbesteed naar het buitenland. De Sociaal Economische Raad verwacht dat de omvang van reshoring in Nederland voorlopig beperkt blijft9. De fysieke effecten op werklocaties, in de vorm van uitbreiding van bestaande locaties en/of nieuwe vestigingen, zijn daarom naar verwachting voorlopig ook relatief beperkt.
Human Capital Akkoord Zuid-Holland In 2019 hebben de MRDH-gemeenten samen met andere belanghebbende overheden, maatschappelijke en onderwijsinstellingen, individuele werkgevers en werkgeversorganisaties het Human Capital Akkoord Zuid-Holland ondertekend10. Met de afspraken in het akkoord wil ZuidHolland koploper worden op Leven Lang Ontwikkelen, de meest veerkrachtige arbeidsmarkt van Nederland worden en het tekort aan personeel terugdringen. Om de schaarste op de arbeidsmarkt aan te pakken, doorontwikkeling en transities van werknemers te bevorderen en de arbeidsmarktparticipatie te verhogen, zijn in het Human Capital Akkoord meerdere doelstellingen vastgelegd: •
(Om)scholing van personeel
•
Begeleiden van werknemers van werk naar werk
•
Aantrekken van internationaal talent
•
Terugdringen van tekorten in de technische sector
•
Een inclusievere arbeidsmarkt met gelijke kansen voor alle Zuid-Hollanders
•
Aanpassing van landelijke wet- en regelgeving om het huidige arbeidsmarktsysteem te verbeteren
Die doelstellingen zijn vertaald in de Human Capital Agenda11. Daarin worden verschillende projecten uitgevoerd, waarin ingezet wordt op leven lang ontwikkelen, begeleiden van transities naar een ander type baan, onbenut personeel activeren, aantrekken van (internationaal) talent, technische beroepen en een inclusieve arbeidsmarkt. Lopende projecten richten zich bijvoorbeeld op de hightech maakindustrie, competenties die nodig zijn voor werknemers en ondernemers in Greenport West-Holland, IT en cybersecurity, bouw en techniek, maritieme maakindustrie en de zorg. De Human Capital Agenda moet daarmee zorgen voor een robuuste arbeidsmarkt in ZuidHolland. MRDH kent een diverse economische structuur en sterke specialisaties MRDH is een sterk verstedelijkt gebied met een diverse economische structuur. Veel economische activiteiten vinden plaats op werklocaties: bedrijventerreinen, kantorenparken en winkelgebieden. Naast grote internationale bedrijven spelen de verschillende typen werklocaties in de MRDH een belangrijke rol in de huisvesting van het midden- en kleinbedrijf (mkb). Voor bedrijventerreinen specifiek geldt: Bedrijventerreinen beslaan op dit moment in Zuid-Holland zo’n 2,5% van de totale ruimte in Zuid-Holland.
Op deze bedrijventerreinen zijn 26.000 (vooral mkb-)bedrijven gevestigd, deze bedrijven samen zorgen voor bijna 1/3 van de totale Zuid-Hollandse werkgelegenheid en zorgen indirect voor nog meer banen daarbuiten.
9 10 11
SER ADVIES 21/01 | februari 2021 Reshoring Human Capital Akkoord Zuid-Holland Economic Board Zuid-Holland, Den Haag, 2019 Human Capital Agenda Projecten: https://www.economicboardzuidholland.nl/projecten-hca/
1002986
7
De diversiteit van de MRDH-economie komt tot uiting in de verscheidenheid aan sterke sectoren en clusters, waaronder: •
Maritieme maakindustrie
•
Agrologistiek, AGF-gerelateerde bedrijvigheid, verslogistiek, Greenport West-Holland
•
Stedelijke distributie
•
Het havenindustrieel complex (petrochemie, logistiek, maritieme dienstverlening)
•
De stedelijke economieën van Rotterdam en de Haagse agglomeratie (waaronder retail)
•
Kennis- en innovatie-economie
•
Digitale veiligheid/ cybersecurity/ HSG
•
ICT en dienstverlening
De MRDH kenmerkt zich tegelijkertijd door sterke specialisaties, welke ook ruimtelijk zijn geclusterd, zoals het havenindustrieel complex, de tuinbouw in het West- en Oostland en de transportsector langs de vervoersassen. Verdere versterking hiervan vergt investeringen voor behoud van werkgelegenheid en voor het doorvoeren van belangrijke transities (met investeringen in elektrificatie, waterstof, restwarmte, circulariteit). De investeringen in infrastructuur, verstedelijking en leefomgeving, de expliciete focus op concentraties van onderzoek, valorisatietoepassingen en bedrijvigheid op goede locaties in de regio, zijn belangrijke randvoorwaarden voor de beoogde groei12. Het behouden en ontwikkelen van voldoende werklocaties is een belangrijke randvoorwaarde voor het behoud van zowel de diversiteit als de sterke specialisaties die de economie van de MRDH kenmerken. Ruimtelijke structuur integraal beschouwd Bedrijven moeten zich in de regio kunnen vestigen, groeien en bloeien. Daarbij staat het streven naar het juiste bedrijf op de juiste plek centraal. De visie op de locatie van industriële bedrijven is aan het veranderen: “In de loop van de twintigste eeuw werd veel industrie naar de stadsranden of naar landen op het zuidelijk halfrond verplaatst.
Tegenwoordig zijn er echter goede redenen om industriële productieprocessen met beperkte effecten voor de omgeving te koesteren en te integreren in stedelijk gebied. En dus niet opnieuw te verplaatsen buiten het stedelijk gebied. Ten eerste: hoe kleiner de afstand tussen productie- en consumptie, des te minder milieubelasting als gevolg van transport. Ten tweede: lokale en regionale industriële activiteiten, mits goed op elkaar aangesloten, kunnen een waardeketen vormen. Een keten waarin zowel het hergebruik van materialen als het terugwinnen van grondstoffen centraal staat. Zulke ketens begunstigen bovendien de toepassing en verdere ontwikkeling van regionale arbeidskracht en kennis”13. Vanwege de aard van de activiteiten is dit met name van toepassing op bedrijventerreinen en perifere detailhandelslocaties. Kantoren en reguliere detailhandel zijn al in grote mate gevestigd binnen het stedelijk gebied.
12
13
Zie o.a. PUBLIEKE INVESTERINGEN EN ECONOMISCHE STRUCTUURVERANDERINGEN IN STAD EN REGIO Essay-bijdrage aan de EVR 2021 – Frank van Oort, Walter Manshanden, Olaf Koops, Jeroen van Haaren. Maak plek in de stad voor de maakindustrie (2022), Artikel op Gebiedsontwikkeling.nu.
1002986
8
Figuur 1 Locatie van start ups in de MRDH
Bron: Erasmus Centre for Entrepreneurship, 2020 MRDH-startupoverzicht.
Voor de MRDH is het essentieel om te werken aan een optimaal vestigingsklimaat om bestaande bedrijven te behouden en startups en scale-ups te stimuleren. Startups en scale-ups zijn bedrijven die snel groeien in werkgelegenheid, omzet en/ of marktaandeel en zorgen voor een toename van werkgelegenheid, innovatie, productiviteitsgroei, concurrentievermogen en het inkomensniveau. De ambitie om het innovatie-ecosysteem, met een focus op start ups en scale-ups, binnen de MRDH te versterken is dan ook groot1415. Dit betekent dat er bedrijfsruimte nodig is voor de doorgroei van snelgroeiende bedrijven op plekken waar het benodigde talent kan worden aangetrokken. Zoals zichtbaar gemaakt is in Figuur 1 zijn dit vaak de stedelijke gebieden, van waaruit de start ups al de eerste groei hebben gemaakt.
14 Strategische agenda MRDH 2022 Samen aan het werk!, o.a. p.11. 15 Zie ook: Scale-up & startup monitor en het innovatie-ecosysteem, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, 2020
1002986
9
1 Strategie bedrijventerreinen 2030 1.1
Doel en boodschap Bedrijventerreinen in de MRDH vervullen een belangrijke sociaaleconomische functie. Deze plekken bieden werkgelegenheid aan een brede beroepsbevolking, bieden ondernemers en bedrijven de ruimte om te produceren, innoveren en slimme oplossingen te bedenken en spelen (in potentie) een sleutelrol in grote transities, zoals de energietransitie, circulaire transitie en klimaatadaptatie en digitalisering. De diversiteit aan bedrijventerreinen (werkmilieus) in de MRDH draagt bij aan een robuuste regionale economie en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Door diversiteit te stimuleren kan niet alleen een breed scala aan bedrijfstypen en –branches goed functioneren, maar kunnen ook volledige economische ketens van bedrijven (o.a. afnemers, toeleveranciers, reparatie- en onderhoudsbedrijven) gevestigd zijn. Hiermee complementeren en versterken terreinen, werkmilieus en bedrijfsbranches elkaar en zorgen zij voor een robuuste, maar ook flexibele economische structuur die minder vatbaar is voor conjunctuurbewegingen en crises. Om ook in 2030 (en daarna) een regionale economie van internationaal formaat te zijn is het nodig dat het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijft en dat er voldoende ruimte blijft op toekomstbestendige bedrijventerreinen. Het is intentie is om de verwachte ruimtebehoefte tot en met 2030 zoveel mogelijk te faciliteren16 17.
De ruimte die daarvoor nodig is, kan niet langer volledig gecreëerd worden door nieuwe bedrijventerreinen aan te leggen. Het is daarom noodzakelijk zuinig om te gaan met onze bestaande bedrijventerreinen. Daarbij staat het streven naar efficiënt ruimtegebruik en het juiste bedrijf op de juiste plek centraal en is ook aandacht nodig voor de kwaliteit van de openbare ruimte en bedrijfspanden. Het “juiste bedrijf op de juiste plek” is een belangrijk uitgangspunt van deze bedrijventerreinenstrategie. Daarmee benadrukken de MRDH-gemeenten hun streven om de mogelijkheden die bestemmingsplannen bieden, zoals de milieuruimte18, zoveel mogelijk te benutten en zich in ervoor te zetten dat de vestiging aansluit op de meest kansrijke doelgroepen in de regionale en/of gemeentelijke economische visie19. Daaruit volgt het uitgangspunt van deze strategie dat marktevenwicht geen doel op zich is, maar direct afhankelijk is van voldoende beschikbare en geschikte ruimte voor belangrijke sectoren en specifieke doelgroepen, die de regionale economische structuur van de MRDH versterken. Dit alles vraagt om duidelijke keuzes. Voor een sterk, aantrekkelijk en toekomstbestendig vestigingsklimaat met voldoende ruimte zijn keuzes noodzakelijk, zodat duidelijk is op welk type bedrijvigheid en welk type banen de MRDH-gemeenten inzetten
16
17 18
19
In de geactualiseerde provinciale behoefteraming bedrijventerreinen is gewerkt met een bandbreedte van vraag vanuit de markt. Deze bandbreedte vormt het kader voor de programmering van het aanbod in deze bedrijventerreinenstrategie. Zie paragraaf ‘Behoefteraming 2021-2030. Conform de uitvraag van de Provincie Zuid-Holland, kan hier – mits goed onderbouwd – van worden afgeweken. Vanaf invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2023 gaan nieuwe zoneringsregels op basis van geluids- en geurzones gelden: zie link. Een voorbeeld van specifiek vestigingsbeleid is te vinden op watergebonden bedrijventerreinen. Op die locaties richt de MRDH zich specifiek op een of meerdere van de vier doelgroepen: stedelijke bevoorrading, maritieme maakindustrie, circulaire economie, en stedelijke bouwlogistiek.
1002986
10
Het doel van deze strategie bedrijventerreinen is om voor de periode tot en met 2030 te bepalen hoe de MRDH-gemeenten zich gezamenlijk inzetten voor het versterken van de ruimtelijk economische structuur van de MRDH. Het fundament onder die doelstelling wordt gevormd door de volgende basisprincipes: • •
Stimuleren dat het juiste bedrijf zich op de juiste plek vestigt; Sturen op marktevenwicht: zorgen voor voldoende ruimte om te werken, te ondernemen en te innoveren.
•
Behouden en doorontwikkelen van een veerkrachtig en robuust vestigingsklimaat en bijbehorende economische structuur, met sterke en toekomstbestendige bedrijfsclusters;
•
Ruimte bieden aan de keten van start ups en scale-ups;
•
Oog voor de kwaliteit van de bestaande terreinen; en
•
Verduurzaming van bedrijventerreinen.
Met deze regionale visie ontstaat een scherper beeld van de keuzes die in de bedrijventerreinenstrategie van de MRDH gemaakt moeten worden. Hierdoor kunnen ook gemakkelijker relaties gelegd worden met andere opgaven, zoals die op het gebied van mobiliteit en wonen. Voor een volledig beeld start de visie met een terugblik op de afspraken die MRDH-gemeenten hebben gemaakt in de bedrijventerreinenstrategie 2019-2030.
1.2
Terugblik op de afspraken in de bedrijventerreinenstrategie 2019-2030 In de bedrijventerreinenstrategie 2019-2030 beschrijft MRDH acht regionale kwesties. Voor ieder van die kwesties zijn drie tot vijf afspraken vastgesteld. De kwesties betreffen onderstaande onderwerpen. 1. Marktevenwicht op de lange termijn 2. Kwalitatieve versterking van verouderde bedrijventerreinen 3. Zorgvuldige afweging transformatievragen 4. Tekort aan klassiek kleinschalige bedrijventerreinen in de Haagse regio 5. Balans in bedrijventerreinen met hoge milieucategorieën (hmc) 6. Balans in watergebonden en -verbonden bedrijventerreinen 7. Balans in grootschalige logistiek en agrologistiek 8. Verduurzaming van bedrijventerreinen In bijlage I is een totaaloverzicht opgenomen van de afspraken per kwestie. In een tabel wordt vervolgens de status van de afspraken aangegeven: (deels) uitgevoerd, in uitvoering of niet uitgevoerd. Daarnaast benoemen we de wijze waarop de afspraak in de actualisatie van de bedrijventerreinenstrategie wordt overgenomen: ongewijzigd, gewijzigd of niet. In algemene zin kan daarover gesteld worden dat de intentie van de MRDH-gemeenten goed is en dat eerste stappen gezet zijn om aan de gemaakte afspraken te werken. Met name de kwalitatieve versterking, ruimte voor hmc- en watergebonden activiteiten en verduurzaming van bedrijventerreinen vragen nog meer aandacht.
De uitgifte van bedrijventerreinen ligt in de periode 2019 t/m medio 2022 hoger dan volgens de prognose verwacht mocht worden. Vooruitkijkend wordt ook tot en met 2030 nog een aanzienlijke ruimtevraag verwacht. Daarbovenop komt nog een transformatieopgave die vervangende ruimte voor gevestigde bedrijven vraagt. Gecombineerd met de schaarse ruimte in de MRDH onderstreept dit de noodzaak om gemaakte afspraken na te komen en nog sterker in te zetten op het versterken en beter benutten van bestaande bedrijventerreinen.
1002986
11
1.3
Meerwaarde bedrijventerreinen Bedrijventerreinen hebben als voornaamste doel het bieden van ruimte voor economische activiteiten en bedrijvigheid. Het zijn in bestemmingsplannen aangewezen gebieden, die specifiek gericht zijn op productie, verwerking van grond- en/of afvalstoffen en logistiek. Dit zijn veelal bedrijfsmatige functies, die belang hebben bij zowel voldoende fysieke ruimte (bedrijfs- en verkeersruimte, infrastructuur) als milieuruimte (o.a. geluidsbelasting, geuremissie) en zich in het algemeen moeilijk laten combineren met kwetsbare functies zoals wonen. Een ondergeschikte kantoorfunctie is wel mogelijk. Het belang van bedrijventerreinen voor de stad, en meer specifiek het belang van goed functionerende en aantrekkelijke bedrijventerreinen voor een vitaal economisch vestigingsklimaat, is divers: •
Bedrijventerreinen bieden ruimte voor bedrijvigheid in hogere milieucategorieën (HMC) en daarmee, naast logistieke en grondstofverwerkende bedrijven, ook voor zwaardere productie/maakbedrijven. Dit zijn vaak stuwende bedrijven20, gericht op export.
•
Goed functionerende bedrijventerreinen bieden zekerheid aan gevestigde bedrijven, zijn aantrekkelijk voor nieuwkomers op de markt en zorgen voor investeringsbereidheid bij ondernemers en andere investeerders. Hiermee zorgen zij voor (behoud van) werkgelegenheid.
•
Ondernemingen op bedrijventerreinen leveren ongeveer 30% tot 35% van de totale werkgelegenheid in de regio. Deze arbeidsplaatsen worden voor het overgrote deel ingevuld door lokale en regionale arbeidskrachten.
•
Bedrijventerreinen bieden ook plek aan stadsverzorgende bedrijvigheid, zoals onderhouds- en reparatiebedrijven, groothandel en distributie/logistiek.
•
Bedrijventerreinen bieden zowel fysieke als milieuruimte, die benodigd is voor de transitie naar een circulaire economie en duurzame energie (o.a. nieuwe productieprocessen, energieopwekking en –opslag, het verwerken van afvalstromen naar opnieuw bruikbare materialen en stedelijke (last mile) distributie). Plekken aan de randen van steden worden steeds belangrijker voor stadsdistributie, met name aan de rand van gebieden waar zero emissiezones gelden.
1.4
Opgave en doelstellingen Op het gebied van bedrijventerreinen ligt er binnen de MRDH een stevige opgave. Die opgave omvat voornamelijk: •
bedrijventerreinen van goede kwaliteit bieden, én;
•
ervoor zorgen dat vraag en aanbod in balans zijn.
Dit vergt beleidskeuzes, die – door de huidige schaarste aan ruimte – steeds complexer worden. De gemeenten van de MRDH maken binnen de eigen regio keuzes voor het behoud en versterking van de werkfunctie. Daarbij houden zij rekening met de woonfunctie, de mobiliteitsopgave en de grote transities. Tegelijkertijd waken ze ervoor dat bepaalde keuzes niet leiden tot een verschuiving van de problematiek naar omliggende gebieden. Binnen die opgave staan de volgende doelstellingen centraal:
20
Een stuwend bedrijf is een bedrijf dat sterk groeit en samenwerkt met regionale toeleveranciers. Hierdoor is het een motor voor de economische groei van onze regio.
1002986
12
•
Bijdragen aan de verstedelijkingsopgave door ruimte te blijven bieden voor bedrijven om zich te vestigen en te ontwikkelen. Zodoende ruimte te bieden aan voldoende banen, waaronder voor praktisch geschoolden.
•
Kansen en ruimte bieden voor meerdere grote transities: energietransitie, circulaire economie, digitalisering, stedelijke mobiliteit en bevoorrading en klimaatadaptatie.
•
De ruimte op bestaande bedrijventerreinen steeds beter te benutten en die locaties toekomstbestendig te maken. -
Beter benutten betekent actief aan de slag gaan met planologisch optimaal benutten, zoals efficiënt(er) ruimtegebruik en intensivering en handhaving op oneigenlijk gebruik21 en uitfaseren van gebiedsvreemde functies22. Het is essentieel te beginnen met een goede analyse van feitelijk gebruik en mogelijkheden voor optimaliseren van het ruimtegebruik.
-
Toekomstbestendig maken gaat ook om een kwaliteitsimpuls van bestaande terreinen, zonder daarbij direct ruimte te winnen voor nieuwe of groei van ondernemingen, maar juist om bestaande ondernemingen te behouden.
1.5
Hoofdstructuur bedrijventerreinen De bedrijventerreinenmarkt in de MRDH bestaat uit drie marktgebieden Deze visie heeft betrekking op de ‘droge’ bedrijventerreinen. De zeehavens worden hierin dus niet meegenomen. De bedrijventerreinenmarkt van de MRDH bestaat uit drie deelregio’s, die ieder een marktgebied vormen: de Linker Maasoever, de Rechter Maasoever en de Haagse regio. De kaart in onderstaande figuur toont de geografische indeling van deelregio. Figuur 2 De drie marktgebieden van de bedrijventerreinenmarkt in de MRDH
De Linker Maasoever betreft het gebied ten zuiden van Nieuwe Maas en is gericht op de A15corridor. De Rechter Maasoever omvat het Rotterdamse gedeelte aan de noordzijde van de Maas
21 22
Vestigingen die formeel niet in het bestemmingsplan passen, maar in het verleden wel zijn toegestaan. Het is bekend dat een deel van de bedrijven op de huidige terreinen vanuit ruimtelijk-economisch perspectief niet op de juiste plek is gevestigd.
1002986
13
en de naburige gemeenten van Rotterdam die gericht zijn op de A20 corridor. Het zuidelijk deel van de gemeente Lansingerland is hier ook op gericht en valt om die reden eveneens binnen de Rechter Maasoever. Het noordelijk deel van Lansingerland is daarentegen meer gericht op de A12corridor, en behoort daarom tot de Haagse Regio. De Haagse Regio wordt gecompleteerd door de overige gemeenten aan de A12- en A13-corridors en de gemeenten Westland en Midden-Delfland, die eigenlijk gericht zijn op de A20-corridor, maar onderdeel uitmaken van het agrologistieke markgebied in de Haagse Regio. De meest omvangrijke en belangrijkste economische sectoren per marktgebied Iedere deelregio of marktgebied heeft zijn eigen kwaliteiten, welke pas volledig benut worden door het ruimtelijk beleid daarop af te stemmen. In Figuur 3 is een kaart uitgewerkt welke sectoren de belangrijkste economische speerpunten zijn en waar deze sectoren zich geografisch concentreren. De kaart geeft enkel de meest omvangrijke en belangrijkste economisch sectoren op bedrijventerreinen weer. De overige sectoren worden dus niet uitgesloten, maar behoren niet tot de uitgelichte economische activiteiten. De overige sectoren zijn doorgaans op gemengde en/of kleinschalige bedrijventerreinen (werkmilieu regulier of gemengd) te vinden. Op de kaart zijn deze terreinen grijs gemarkeerd.
Hieronder volgt een beschrijving de meest omvangrijke en belangrijkste economische sectoren van de MRDH per deelregio. Figuur 3 Belangrijkste economische activiteiten in de MRDH, uitgesplitst naar deelregio.
1002986
14
Haagse Regio De grootste economische sectoren in de Haagse Regio zijn de agrologistiek in Westland en de grootschalige logistiek op de bedrijventerreinen in het noordelijk deel van Lansingerland (o.a. Bleizo en Prisma). Ook de Haagse Regio kenmerkt zich door een stedelijke economie, met een sterke mix van soorten bedrijvigheid op vaak binnenstedelijk gelegen bedrijventerreinen. Binnen dit marktgebied zijn de Plaspoelpolder in Rijswijk, Binckhorst in Den Haag en Schieoevers in Delft kenmerkende locaties. De deelregio onderscheidt zich van de andere deelregio’s door de sterke aanwezigheid van bedrijvigheid in de (technische) kenniseconomie, dat geclusterd is op de campussen rondom de TU Delft en DSM en (in wording) Dutch Innovation Factory. Belangrijk punt in de strategie is dat de verschillende sectoren ieder hun eigen specifieke locatieeisen en -wensen hebben. In de behoefteraming is daarmee rekening gehouden door een uitsplitsing in vijf werkmilieus, waarin de sterke sectoren zich vestigen. Dit wordt in het volgende hoofdstuk nader toegelicht. Linker Maasoever De zeehavens op de Linker Maasoever zijn zonder twijfel het grootst economische sector/cluster van de MRDH en zo niet Nederland. De zeehavens hebben daarom een eigenstandige strategie en behoefteraming, en liggen buiten de scope van deze bedrijventerreinenstrategie.
Op de Linker Maasoever zijn echter veel bedrijven op de overige bedrijventerreinen via een netwerk verbonden met de zeehavens. Dit gaat vooral om bedrijven uit de petrochemische industrie, die geclusterd is op en rondom de Botlek en Europoort, en de maritieme maakindustrie op de watergebonden kavels aan de Maas en de HIC-gerichte servicebedrijven op Voorne-Putten en in de Albrandswaard. De multimodale infrastructuur in deze deelregio is voor deze industrieën essentieel. Andere belangrijke economische sectoren binnen de Linker Maasoever zijn de agrologistiek, dat een cluster kent in Barendrecht-Oost en Nieuw Reijerwaard, en de maakindustrie. De meeste en grootste maakindustriële bedrijven van de regio zijn gevestigd op Kickersbloem in Hellevoetsluis en Donkersloot in Ridderkerk. Rechter Maasoever Het marktgebied van de maritieme maakindustrie beperkt zich niet enkel tot de Linker Maasoever. In tegendeel, op de Rechter Maasoever zijn diverse bedrijventerreinen te vinden die zich specifiek richten op deze industrie, zoals Stormpolders in Krimpen aan den IJssel en de havens in Schiedam en Vlaardingen. De reguliere maakindustrie is vooral geclusterd op de Spaanse Polder, dat vanwege de omvang en centrale ligging van zeer grote economische waarde is voor de hele MRDH.
Naast de maakindustrie zijn de stedelijke- en kenniseconomie belangrijke economische sectoren op de Rechter Maasoever. Het marktgebied van de stedelijke economie strekt zich uit over het gebied tussen de zuidkant van A20 en de noordoever van de Nieuwe Maas. Dit gebied kenmerkt zich door de aanwezigheid van vele (informele) voorzieningen en is daarmee een interessante vestigingslocatie voor start ups en scale-ups, maar ook grotere (inter)nationale bedrijven. Verder maakt bedrijventerrein Oudeland deel uit van het logistieke marktgebied in de regio, dat vooral geclusterd is in Lansingerland/Zoetermeer en daarmee ook de Haagse Regio overlapt.
1002986
15
1.6
Vraag en aanbod in de periode 2023 t/m 2030 In opdracht van Provincie Zuid-Holland, heeft Stec Groep een behoefteraming bedrijventerreinen opgesteld voor de periode 2021-2030. In die behoefteraming is per regio in Zuid-Holland een prognose opgesteld van de verwachte ruimtevraag voor de periode van 2021 tot en met 2030. De prognose is gebaseerd op de WLO-scenario’s en resulteert in een bandbreedte tussen scenario Laag en scenario Hoog. Voor de MRDH adviseert Stec Groep nadrukkelijk om in te zetten op scenario Hoog. Voor meer uitleg over de totstandkoming van de behoefteraming verwijzen we naar de Behoefteraming Bedrijventerreinen Zuid-Holland 2021-203023. Werkmilieus De Behoefteraming bedrijventerreinen Provincie Zuid-Holland 2021-2030 onderscheidt vijf werkmilieus24. Zie de toelichting per type hieronder en kaart 1 voor de geografische weergave: 1. Gemengd stedelijk: bestaande uit lichte bedrijvigheid, die veelal stadsverzorgend is. Denk daarbij aan aannemers, elektriciens en schildersbedrijven. De kavelomvang varieert van klein tot middelgroot, van kleiner dan 1.000 m² tot maximaal ca. 5.000 m² 25. 2. Regulier: het meest voorkomende werkmilieu, dat gemengde reguliere bedrijfsactiviteiten als handel, bouw, productie en transport huisvest. Reguliere bedrijventerreinen hebben doorgaans een lokaal tot subregionaal verzorgingsgebied.
De kavelomvang varieert van klein tot middelgroot, van kleiner dan 1.000 m² tot maximaal ca. 5.000 m². Een enkele uitzondering tot rond 10.000 m² of meer is op reguliere bedrijventerreinen niet uitgesloten. 3. Grootschalige distributie (XXL > 3 ha): een logistiek werkmilieu dat ruimte biedt aan grootschalige distributie en warehousing. Dit werkmilieu heeft minimaal een regionaal verzorgingsgebied. De kavelomvang is overwegend 3 ha en groter. 4. Grootschalige productie: oftewel bedrijventerreinen die ruimte bieden aan grotere ruimtevragers in de hogere milieucategorieën (hmc-locaties). Deze terreinen bieden ruimte aan industriële bedrijven die zich bezighouden met productie en verwerking, assemblage, recycling en (in toenemende mate) circulaire economie. Het verzorgingsgebied van deze locaties is regionaal. 5. Campus: betreft drie specifieke locaties in Zuid-Holland, te weten: Leiden Bio Science Park, Space Business Park en TU Delft Campus. Van die locaties ligt enkel TU Delft in de MRDH26. Nota bene: in de behoefteraming is geen rekening gehouden met zowel vraag als aanbod in de zeehavens. Desondanks benadrukken we de rol die de Zeehavens kunnen spelen om een deel van de ruimtebehoefte – vooral de grotere ruimtevragers, in de hogere milieucategorieën – te kunnen huisvesten.
23 24
25
26
Behoefteraming Bedrijventerreinen Zuid-Holland 2021-2030. In bijlage II is een uitgebreidere beschrijving van de werkmilieus opgenomen. Hierin geven we tevens aan hoe deze werkmilieus zich verhouden tot de werkmilieus in de MRDH-strategie bedrijventerreinen 2019-2030. Het gemengd stedelijk werkmilieu kent vaak ook kantoorachtige functies. Het onderscheid met kantoorlocaties wordt gemaakt op basis van de aanduiding die door Provincie Zuid-Holland gehanteerd wordt in de monitor bedrijventerreinen. In de behoefteraming van de provincie Zuid-Holland (Stec, 2021) bestaan campussen uitsluitend uit universiteiten, op basis van landelijke definities. Op minimaal twaalf andere locaties in de regio ondersteunt de MRDH de samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en onderwijs op mbo- en hbo-campussen, gericht op het ontwikkelen van belangrijke toekomstbestendige vaardigheden waaronder ondernemerschap, innovatie en kennisvalorisatie. In deze strategie wordt de provinciale indeling gevolgd, ook vanwege het kleinere en minder monofunctionele karakter van de mbo-en hbocampussen.
1002986
16
Kaart 1: werkmilieus verdeeld over de regio
Terminologie ruimtevraag en aanbod Uitbreidingsvraag – Vraag naar extra bedrijventerrein, ten opzichte van huidige voorraad, door natuurlijk verloop en dynamiek van bedrijven in de regio: groei van gevestigde bedrijven en verplaatsingen van en naar de regio. Dit wordt ook wel de autonome vraag genoemd. Dit aspect wordt modelmatig geraamd in twee scenario’s: Laag en Hoog. Vervangingsvraag – Vraag naar bedrijventerrein door onttrekking van een deel van de huidige voorraad bedrijventerreinen (bijvoorbeeld door transformatie van een bedrijventerrein naar een woonfunctie). Dit wordt bepaald door concrete transformatieplannen van gemeenten op te halen. Bandbreedte – Het bereik van te verwachten ruimtevraag. Scenario Laag beschrijft de onderkant en scenario Hoog de bovenkant van de bandbreedte. Daar wordt de vervangingsvraag bij opgeteld om te komen tot de totale ruimtevraag. Aanbod – Beschikbare ruimte op bedrijventerreinen en harde plannen (d.w.z. een vastgesteld bestemmingsplan). Dit is inclusief niet-direct beschikbaar aanbod (geplande bedrijventerreinen die nog ontwikkeld moeten worden, maar wel gereedkomen in de periode tot en met 2030) en kavels met een optie of reservering. Zachte plannen – Plannen waarvoor nog geen bestemmingsplan is vastgesteld. Enkel zachte plannen die in de periode tot en met 2030 ontwikkeld worden zijn hierin meegenomen.
1002986
17
Ruimtevraag 2023 t/m 2030 Voor de bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023 t/m 2030 is de door Stec opgestelde prognose van de ruimtevraag geactualiseerd27. Tabel 1 toont de te verwachten ruimtevraag voor de periode 2023 t/m 2030. De ruimtevraag is opgebouwd uit de uitbreidingsvraag per werkmilieu en de vervangingsvraag, beide tot en met 2030 en per marktgebied Tabel 1 Ruimtevraag 2023 t/m 2030 op bedrijventerreinen in de MRDH en per deelregio. Haagse regio
Linker
Rechter
Totaal MRDH
Maasoever
Maasoever
Campus
2 tot 5 ha
-
-
2 tot 5 ha
Gemengd stedelijk
4 tot 12 ha
2 tot 6 ha
-2 tot 6 ha
3 tot 24 ha
Regulier
14 tot 33 ha
2 tot 12 ha
1 tot 18 ha
17 tot 62 ha
Grootschalige distributie
33 tot 58 ha
15 tot 31 ha
20 tot 42 ha
68 tot 131 ha
Grootschalige productie
7 tot 13 ha
2 tot 6 ha
6 tot 14 ha
15 tot 34 ha
Uitbreidingsvraag totaal
60 tot 121 ha
22 tot 55 ha
24 tot 80 ha
106 tot 256 ha
Vervangingsvraag
15 ha
21,5 ha
8 ha
44,5 ha
Totale ruimtevraag
75 tot 136 ha
44 tot 77 ha
32 tot 88 ha
151 tot 301 ha
Bron: Behoefteraming PZH 2021-2030, bewerking Ecorys.
Vraag en aanbod Haagse regio De ruimtevraag geldt voor de periode 2023 tot en met 2030 en gaat dus over een periode van 8 jaar. Het aanbod weergeeft de stand van zaken op peildatum 1 juli 2022. Zowel vraag als aanbod is uitgesplitst naar werkmilieus. Uit de grafiek blijkt per werkmilieu het volgende: •
Gemengd stedelijk: Er is 4-12 hectare vraag en nauwelijks aanbod. Wel is er met Bleizo West een zacht plan.
•
Regulier: Inclusief zacht planaanbod is er t/m 2030 balans van vraag en aanbod. Het beschikbaar aanbod concentreert zich veelal aan de oostzijde van de Haagse Regio, meer specifiek in Zoetermeer en Pijnacker-Nootdorp, en in Midden-Delfland.
•
Grootschalige distributie: Inclusief zacht planaanbod, voorziet de Haagse regio t/m 2030 in de behoefte aan de bovenkant van de bandbreedte. Let op: dit beeld verandert wanneer onderscheid gemaakt wordt tussen agrologistiek en reguliere logistiek (zie paragraaf 2.3 Grootschalige distributie: Onderscheid agro- en reguliere logistiek).
•
Grootschalige productie: Er is nauwelijks aanbod in het werkmilieu grootschalige productie. Dat betekent dat de vraag tot en met 2030 niet kan worden gefaciliteerd op beschikbaar aanbod en harde plannen noch door ontwikkeling van zachte plannen.
•
Overig (campus): Dit betreft de gronden van TU Delft. Deze zijn gereserveerd voor aan de TU gerelateerde bedrijvigheid en testsites.