5 Nota zienswijzen
Tekst van het document
Op bladzijde 123 en 124 van de Omgevingsvisie is het enige wat enigszins is uitgewerkt de investering in materiële zaken, zoals fietsroutes, bruggen, herinrichting en parken. De investeringen in immateriële zaken worden niet eens genoemd en zeker niet 49
Beantwoording
13f
Samenvatting
Beantwoording
14: Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) 14a Samenvatting Beantwoording
toegewezen. Het kostenverhaal en bijdragen in ruimtelijke ontwikkelingen hebben we in de visie zodanig uitgewerkt dat het passend is en aansluit bij het detailniveau van de rest van de Omgevingsvisie. Op pagina 124 is aangegeven dat voor een aantal opgaven, waaronder ook maatschappelijke voorzieningen, de investeringsagenda de komende jaren verder wordt ingevuld. Daarbij zullen we bezien in hoeverre immateriële zaken daarin een plaats kunnen krijgen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om het hele proces richting het eindbeeld in 2040 beter te beschrijven. Door het niet beschrijven van de transitie is het onmogelijk om te toetsen of de doelstellingen van de Omgevingswet gehaald wordt. Reactie: in de uitvoeringsparagraaf (pagina 123-124 Check nummering) staat beschreven hoe Delft de verstedelijkingsopgave 2040 gaat organiseren richting het eindbeeld. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Het verzoek is in de Omgevingsvisie meer aandacht te besteden aan de effecten van de energietransitie op de leefomgeving. De energietransitie brengt een nieuw type risico’s met zich mee met vaak nog onbekende gevolgen voor omgevingsveiligheid. In het OER wordt (bijvoorbeeld op p.35) al kort aangestipt dat de energietransitie mogelijke risico’s voor gezondheid en veiligheid met zich meebrengt, maar dat hier nog weinig onderzoeksresultaten over gepubliceerd zijn. Een nadere inschatting van de veiligheidsrisico’s is daarom lastig te maken. Dit onderwerp voegen we in het OER toe in de nieuwe paragraaf over leemten in kennis, door middel van een extra bullet.
Aanpassing
In de Omgevingsvisie zijn de omgevingseffecten van energietransitie inderdaad onderbelicht. De volledige uitwerking van de energietransitie vindt plaats in het programma Energietransitie (via Warmteplan Delft 2021, Lokale energiestrategie, warmteuitvoeringsplannen). De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de OER en de Omgevingsvisie. Aanpassing in het OER: De energietransitie brengt mogelijk gezondheids- en veiligheidsrisico’s met zich mee. Er is nog weinig onderzoek gepubliceerd over de effecten van bijvoorbeeld laadinfrastructuur of elektriciteitskabels. Er wordt geadviseerd om bij de uitwerking van concretere plannen deze mogelijke gezondheids- en veiligheidsrisico’s nader te beschouwen. 50
14b
Samenvatting
Beantwoording
15: Stedin 15a Samenvatting Beantwoording
15b
Samenvatting
Beantwoording 15c
Samenvatting
Aanpassing pagina 83 Omgevingsvisie onder ‘warmteplan’: In het Warmteplan Delft 2021 en de Lokale energiestrategie zullen de effecten van de energietransitie op hoofdlijnen worden uitgewerkt, bij de warmteuitvoeringsplannen wordt dit concreet uitgewerkt. Bij de beoordeling van de zes opgaven is vanuit breed perspectief gekeken naar de mogelijke effecten op het gebied van veiligheid. Een belangrijke uitkomst is dat de beoogde menging van bedrijven met woningen kan leiden tot gezondheidseffecten en veiligheidsrisico’s. Het is van belang dat in de toekomst voldoende aandacht wordt besteed aan deze veiligheidsrisico’s. Het verzoek is in de toekomst voldoende aandacht te besteden aan de veiligheidsrisico’s en de VRH als expert mee te laten denken bij de beoordelingen in het kader van fysieke veiligheid. De zienswijze van de VRH heeft geen directe betrekking op een aanpassing in de Omgevingsvisie maar op ruimtelijke plannen die in de toekomst worden opgesteld (zoals het omgevingsplan en omgevingsvergunningen). Hierbij zullen we – zoals de VRH – verzoekt uiteraard rekening houden met mogelijke veiligheidsrisico’s. Bij het maken van de plannen vindt afstemming plaats met de VRH. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Het verzoek is om in het omgevingsplan rekening te houden met het ruimtebeslag van de energiestations en de toegestane activiteiten in het gebied rondom de benodigde energiestations. De genoemde zaken zijn van het detailniveau dat in het omgevingsplan geregeld behoort te worden. Bij het opstellen van het omgevingsplan zullen we hiermee rekening houden. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reclamant benadrukt het belang van ‘schone’ en bereikbare kabel- en leidingtracés en geeft aan dat de relevante passages uit de bedrijfsrichtlijnen van de CROW die gaan over kabel- en leidingtracés overgenomen kunnen worden in de gemeentelijke regelgeving Eisen aan kabel- en leidingtracés en de directe omgeving leggen we vast in nadere regelingen en het handboek openbare ruimte. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is de warmtevoorzieningen duidelijker te verwoorden in de Omgevingsvisie. Argument 1: Reclamant 15 vindt het lastig te verenigen dat Delft aangeeft dat ‘de gebruikte hoeveelheid energie niet groter is dan de hoeveelheid opgewekte energie’. Los van de technische haalbaarheid past dit niet bij de andere ambitie om restwarmte uit Rijnmond te gebruiken. Argument 2: Als CO2-neutraliteit is beoogd is, is het goed de formulering aan te passen. 51
Aanpassing
Argument 3: In wijken waar geen grootschalig energienetwerk wordt beoogd, is het wel belangrijk duidelijkheid te verschaffen welk energienetwerk er mogelijk is. Hybride oplossingen kunnen helpen. Met de nota ‘DEN 2050’ hebben we vastgesteld dat Delft in 2050 energieneutraal wil zijn. Dit wil zeggen dat de hoeveelheid gebruikte energie minimaal gelijk is aan de hoeveel duurzaam opgewekte energie. In een energieneutrale gemeente wordt in de energievraag volledig voorzien door hernieuwbare bronnen. Het impliceert niet dat alle energie op het grondgebied van Delft opgewekt wordt. Elektriciteitsopwekking elders op basis van hernieuwbare grondstoffen (een windmolen op zee, restwarmte uit het havengebied), bijvoorbeeld, past ook binnen deze definitie. Hierbij stellen we dat voor het percentage hernieuwbare energie tot 2030 de doelen van de gemeente zijn: 15% hernieuwbaar in 2020 en 25% in 2030. Richting 2050 gaan we ervanuit dat 50% van de energievraag binnen de gemeentegrenzen wordt opgewekt met hernieuwbare energie. De benodigde hernieuwbare energie wordt vanaf 2020 aangevuld met hernieuwbare energie van buiten de gemeente. Deze keuze is gemaakt omdat blijkt dat de opgave om 50% hernieuwbare energie in 2050 binnen de gemeentegrenzen van Delft al een behoorlijke impact blijkt te hebben. In het Warmteplan Delft 2021 dat onderdeel wordt van de Omgevingsvisie gaan we hier nader op in.
De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Aanpassing pagina 83 onder ‘energietransitie’:
Samenvatting
Dit impliceert niet dat alle energie op het grondgebied van Delft wordt opgewekt. Elektriciteitsopwekking en warmte van elders op basis van hernieuwbare grondstoffen (windmolens op zee, restwarmte uit het havengebied) past ook binnen deze definitie. Doel is 25 % hernieuwbare energie in 2030. Richting 2050 gaan we ervanuit dat 50% van de energievraag binnen de gemeentegrenzen en 50% buiten de gemeentegrenzen wordt opgewekt door middel van duurzame bronnen. Het verzoek is MSR’s bij laadpleinen in programma’s en het Omgevingsplan te verankeren.
Beantwoording
15d
Beantwoording 16: Bedrijven Kring Schieoevers (BKS) 16a Samenvatting
Argument 1: Het elektrisch tanken zal een enorme vlucht nemen en de ruimtereserveringen hiervoor moeten worden geborgd in de instrumenten van de Omgevingswet. Eisen aan inrichting van de openbare ruimte leggen we vast in nadere regelingen en het handboek inrichting openbare ruimte. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Het verzoek is om in de verdere procedure van de Omgevingsvisie eerst de uitspraak van het beroep op 52
Beantwoording 16b
Samenvatting
Beantwoording
16c
Aanpassing OER Samenvatting
Beantwoording
16d
Samenvatting Beantwoording
16e
Samenvatting
het MER Schieoevers-Noord af te wachten en bij verdere besluitvorming rekening mee te houden met de gevolgen van deze uitspraak. Zie beantwoording zienswijze 9f. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om in het OER en de bijbehorende leefomgevingsfoto alsnog informatie op te nemen over de voorraad en het aanbod van bedrijfsruimte, kantoren en winkels. Deze informatie is essentieel om in een later stadium te kunnen beoordelen of de Omgevingsvisie moet worden geactualiseerd en/of aangepast om economische ambities te realiseren. De zienswijze leidt tot aanpassing van de leefomgevingsfoto. Aan de leefomgevingsfoto voegen we informatie toe over de huidige situatie met betrekking tot de voorraad en het aanbod van bedrijfsruimte, kantoren en winkels. De informatie is toegevoegd in paragraaf 4.1 van de leefomgevingfoto. Het verzoek is om met terugwerkende kracht inzichtelijk te maken welke iteratieslagen in het proces van de totstandkoming van de Omgevingsvisie zijn gemaakt en vooral ook te verduidelijken welke aanbevelingen uit het OER (nog) moeten worden opgevolgd om een voldoende kwaliteit van de leefomgeving te borgen. Op pagina 2 van het OER is aangegeven hoe het proces van totstandkoming van de (ontwerp) Omgevingsvisie en (ontwerp) OER is verlopen. Daar wordt in de zienswijze ook aan gerefereerd.
De impact van keuzes in de Omgevingsvisie zijn voor zover mogelijk beoordeeld in het OER. Daar zijn aanbevelingen aan gekoppeld c.q. uit voortgevloeid waar we de komende tijd verder invulling aan geven. In dit verband verwijzen we ook naar de beantwoording (hierna) bij punt 16f. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om met terugwerkende kracht inzichtelijk te maken hoe met de resultaten van de participatie is/wordt omgegaan. In de aanloop naar de ontwerp Omgevingsvisie heeft een participatietraject van jaren plaatsgevonden. Daaraan hebben vele partijen deelgenomen middels focusgroepen, vragenlijsten en andere sessies. Dit dynamische proces heeft geleid tot een eerste conceptversie van de visie die we in september 2020 met de stad hebben besproken. Het is onmogelijk om tot in detail aan te geven hoe we precies zijn omgegaan met alle input die inwoners, bedrijven, organisaties en andere partijen hebben gegeven tijdens het participatietraject. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om de Omgevingsvisie Delft 2040 zoveel als mogelijk in lijn te brengen met het vastgestelde Ontwikkelplan Schieoevers-Noord en daarbij de onzekerheden met betrekking tot de realisatie van 7.500 woningen op Schieoevers-Noord expliciet te benoemen.
Daarbij vinden wij het vooral van belang om – in lijn met het ontwikkelplan – de ambitie om op Schieoevers-Noord 7.500 woningen te 53
Beantwoording
16f
Samenvatting
realiseren ondergeschikt te maken aan 1) het niet beknotten van bestaande bedrijven, 2) het borgen van een goede mobiliteitssituatie en 3) het realiseren van (extra) bedrijfsruimte. De Omgevingsvisie en het Ontwikkelplan zijn in lijn met elkaar en integraal met elkaar verbonden voor wat betreft de gestelde ambities. De Omgevingsvisie kent daarbij wel een hoger abstractieniveau en is minder gedetailleerd dan het Ontwikkelplan. De uitgangspunten van het Ontwikkelplan, zoals bijvoorbeeld monitoring van de mobiliteitssituatie en samenhang/voorwaardelijkheid tussen wonen en bedrijvigheid, zijn en blijven van toepassing, ook al halen wij ze in de Omgevingsvisie niet (nogmaals) allemaal letterlijk aan. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reclamant wijst op enkele conclusies uit het OER van de Omgevingsvisie Delft 2040: o Pagina 20: “Met de toevoeging van 100.000 m2 bedrijfsruimte is het lastig om de bestaande bedrijven niet onder druk te zetten, bijvoorbeeld met betrekking tot de bereikbaarheid. Deze extra bedrijfsruimte wordt voornamelijk toegevoegd in bestaande werkgebieden, zoals Schieoevers Noord en het stationsgebied Delft Campus.” o Pagina 20/21: “In de Omgevingsvisie zijn weliswaar gebieden aangewezen waar ruimte wordt gegeven aan bedrijvigheid, maar uit de Omgevingsvisie blijkt nog niet op welke manier ruimte wordt gezocht voor de bedrijven.
Er wordt geadviseerd om per gebied een visie te formuleren om in te zetten op hergebruik of juist te gaan voor nieuwbouw.” o Pagina 28: “Delft staat voor een grote kwantitatieve woningbouwopgave van circa 15.000 extra woningen. Deze woningen worden in verschillende gebieden toegevoegd, waaronder werkgebieden en zwaar milieubelaste gebieden, zoals Schieoevers. De toevoeging van woningen leidt mogelijk tot een toename van hinder, bijvoorbeeld van geluid, geur en luchtkwaliteit.” o Pagina 29: “Het toevoegen van een groot aantal woningen in Schieoevers kan de bestaande bedrijven onder druk zetten. In Schieoevers bestaat de ambitie om bestaande bedrijven te behouden, daarbij wordt rekening gehouden met de nadelige effecten die deze bedrijven kunnen veroorzaken voor de nabijgelegen woningen.” o Pagina 31: “De verschillende doelen zijn individueel haalbaar, zoals de kwantitatieve woningbouwopgave, het verbeteren van de milieudruk en het investeren in de openbare ruimte. Het is echter een grote uitdaging om alle doelen gezamenlijk te behalen aangezien de druk op de ruimte sterk zal toenemen. Een concreet voorbeeld waar dit speelt is Schieoevers Noord. Het gebied speelt een belangrijke rol in de woningbouwopgave terwijl daar op dit moment veel bedrijven zitten.
Enerzijds is het de ambitie om deze bedrijven te behouden, anderzijds moet een gezond woonklimaat gerealiseerd worden.” o Pagina 43: “De groei van Delft zal gepaard gaan met een toename van 54
verkeersbewegingen. De Omgevingsvisie zet nadrukkelijk in op de mobiliteitstransitie, waarbij de inzet is dat het aantal autoverplaatsingen niet toeneemt. Uit de Omgevingsvisie wordt nog niet duidelijk hoe deze groei wordt opgevangen.” o Pagina 43: “Om de mobiliteitstransitie te verwezenlijken is het wenselijk om meer aandacht aan het lokale OV te schenken, dan nu in de Omgevingsvisie wordt benoemd.” Naar aanleiding van voorgaande bevindingen worden in het OER diverse aanbevelingen gedaan die een plaats kunnen krijgen in (een nadere uitwerking van) de Omgevingsvisie.
Beantwoording
16g
Samenvatting
Het verzoek is om per bovenstaand punt aan te geven hoe de gemeente hiermee in de (uitwerking van) de Omgevingsvisie Delft 2040 omgaat. Dit is immers zeer relevant voor de ruimtelijke ontwikkeling van Delft en Schieoevers in het bijzonder. De genoemde aanbevelingen gebruiken we om de hoofdlijnen van de Omgevingsvisie door te vertalen en uit te werken naar een hoger detailniveau. In eerste instantie zal dit plaatsvinden door middel van het vaststellen van het omgevingsplan, het uitwerken van programma’s en het opstellen en toepassen van evaluatie- en monitoringsinstrumenten. In een volgende versie van de Omgevingsvisie kunnen we zaken dan weer verder aanscherpen, mede op basis van voorgaande instrumenten. Hoe de uitwerking per aanbeveling er precies uit gaat zien, is nu nog niet te zeggen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. In de ontwerp-Omgevingsvisie zijn afwegingskaders geformuleerd, zodat mogelijke initiatiefnemers weten waar ze aan toe zijn. Initiatiefnemers kunnen de betreffende kaders gebruiken om het draagvlak voor een initiatief te toetsen, terwijl de gemeente aangeeft de afwegingskaders te zullen gebruiken om nieuwe initiatieven te toetsen. Toekomstige initiatieven dienen daarbij te passen binnen het diagram en ten minste bij te dragen aan twee of meer opgaven.
Vervolgens geeft de ontwerp-Omgevingsvisie aan dat in alle vier deelgebieden alle opgaven in meer of mindere mate van belang zijn. Dit maakt dat ieder initiatief in ieder gebied relevant kan zijn. Mede daarom adviseert het OER om de afwegingskaders toetsbaar te maken, bijvoorbeeld met maximaal toelaatbare normen voor geluid, luchtkwaliteiten en externe veiligheid. Hiermee wordt het ook mogelijk om te monitoren of ambities gehaald worden.
16h
Beantwoording Samenvatting
Het verzoek is om aan deze aanbeveling opvolging te geven en om de afwegingskaders uit de Omgevingsvisie Delft 2040 toetsbaar te maken. Zie beantwoording zienswijze 8f. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om de sturingsfilosofie en monitoringsaanpak (inclusief investeringsopgave) al 55
Beantwoording
Reclamant 17 17a Samenvatting
Beantwoording
17b
17c
voorafgaand aan de besluitvorming over de Omgevingsvisie te concretiseren en daarmee inzichtelijk te maken hoe sturing op realisatie van doelen wordt bereikt. Voor de monitoringsaanpak: zie beantwoording zienswijze 8f. De sturingsfilosofie: De Omgevingswet vraagt om een andere manier van sturen, namelijk niet meer een toetsende rol, maar een regisserende en faciliterende rol. Welke rol de gemeente pakt, is afhankelijk van de van de aard van de opgave of het project. Verder staat in H6 (pagina 122-124) de uitvoering van de Omgevingsvisie op hoofdlijnen beschreven. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is in de Omgevingsvisie 2040 een visie op te nemen op kunst als existentiële waarde voor mens en samenleving en in de tekst Hoofstuk 4.2.3 Cultuuraanbod – het creatieve vermogen van Delft pagina 68 Culturele sector uitbouwen, verbinden en versterken toe te voegen: “De culturele sector is stevig georganiseerd en verankerd binnen de bredere Delftse maatschappelijke en economische infrastructuur. De culturele sector is uitgebreid met maak- en onderzoekscentra voor kunst en cultuur.” We onderschrijven de constatering van reclamant dat de culturele infrastructuur van Delft in de basis nog niet volledig het niveau heeft dat wenselijk is voor een gemeente die wil doorgroeien naar 120.000 inwoners en meer.
In het cultuurbeleid onderzoeken we of we de komende jaren moeten inzetten op het verder ontwikkelen van dergelijk (broedplaatsen)beleid.
Beantwoording
De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Zie voorgestelde aanpassing (gehele tekst) bij 3a. Het verzoek is verbonden stad breder te beschrijven dan de regio; Delft is ook verbonden met de rest van de wereld. In de Omgevingsvisie gaan we in op bovenstaande. Zie pagina 17, 76 en 77.
Samenvatting
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is drie ruimtelijke kwaliteiten van bomen toe te voegen aan de visie.
Aanpassing Samenvatting
Argument 1: Bouw met bomen. Bomen beschermen tegen wind en zon. Bomen dempen geluid. Voorbeeld: Poptahof is een compacte buurt met veel hoogbouw en veel buitenruimte, nauwelijks bomen. Er is geen bescherming tegen wind. De buurt is zo gebouwd dat als het waait in Delft het stormt in Poptahof. Bomen dempen wind. Bomen maken het Poptapark veiliger voor activiteiten in de buitenruimte. Er is geen bescherming tegen de zon. Het park is gevaarlijk als de zon fel schijnt. Bomen beschermen tegen oververhitting en straling. In Poptahof zijn geen akoestische maatregelen genomen. Er heerst 56
Beantwoording
18: ASR Dutch Science Park Fund 18a Samenvatting Beantwoording 18b
Samenvatting Beantwoording
18c
Samenvatting Beantwoording
18d
Samenvatting
Beantwoording 19: Gemeente Den Haag 19a Samenvatting
fluisterakoestiek. Praat men in de buitenruimte, dan kunnen omwonenden bijna woordelijk meeluisteren. Bomen dempen geluid. Bomen verminderen geluidshinder. Samenleven in een compacte buurt wordt dragelijker. In de visie speelt groen een belangrijke rol in de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. We zetten in op waarden van groen in zijn algemeenheid en het belang hiervan voor gezonde, veilige, aantrekkelijke en multifunctionele openbare ruimte. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Reclamant nodigt de gemeente uit om gebruik te maken van de mogelijkheden in NEXT en treedt graag in gesprek om de mogelijkheden hiertoe te verkennen. Gemeente Delft neemt notie van bovenstaande. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is aandacht te geven aan de behoefte aan laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Gemeente Delft neemt notie van bovenstaande en verwijst hiervoor ook naar het MPD. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reclamant treedt graag met de gemeente in gesprek om de wederzijdse duurzaamheidsambities verder te verkennen. Gemeente Delft neemt notie van bovenstaande en gaat hierover graag in gesprek. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Reclamant vraag aandacht voor de bereikbaarheid van het station vanuit TU Delft Campus Zuid, de aansluiting van de verschillende vervoersmogelijkheden op elkaar, de afstand van de OV-haltes tot de gebouwen en het gemak waarmee werknemers en bezoekers hun werkplek kunnen bereiken en gaat graag in gesprek om samenwerkingsverbanden in het licht van mobiliteit op de TU Delft Campus nader te verkennen. Gemeente Delft neemt notie van bovenstaande, verwijst naar het MPD en gaat hierover graag in gesprek. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Reclamant onderschrijft dat de onderlinge samenwerking van groot belang is om inwoners en ondernemers een hoogwaardige kwaliteit van hun leef- en werkomgeving te waarborgen: Reclamant onderzoekt graag de wenselijkheid en mogelijkheid van een regionale samenwerkingsagenda in het fysieke domein. Reclamant werkt graag met de gemeente en in de MRDH samen aan de verdere ontwikkeling en de implementatie van de maatregelen in het kader van de mobiliteitstransitie.
57
Graag bespreken wij met u onze ambities met betrekking tot het regionale OV zoals wij die met MRDH en HTM uitwerken in het programma OVNEXT. Ook aan de toekomstige rol van ketenmobiliteit en hubs als onderdeel van het regionale netwerk van OV, wegen en fiets geven wij graag samen met u invulling in de MRDH.
Beantwoording 20: Steenvlinder 20a Samenvatting
Beantwoording
Aanpassing 21: Stichting Stadsbreed 21a Samenvatting Beantwoording
Wij onderschrijven en waarderen uw visie op de noodzaak om te komen tot een circulaire economie en de rol die u voor uw gemeente beschrijft. Het verduurzamen van Schieoevers-Zuid biedt hierbij kansen. Onze samenwerking om te komen tot een woon-werkakkoord op regionale schaal ten behoeve van werkgelegenheid in bedrijven in een hoge milieucategorie kan tevens in het licht hiervan bezien worden. Ook hopen wij de goede samenwerking op het gebied van de kenniseconomie, immers een belangrijke drager voor de werkgelegenheid in onze regio, te kunnen voortzetten. De gemeente Delft waardeert de onderlinge samenwerking, blijft graag in gesprek en dankt de gemeente Den Haag voor de positieve reactie. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is de voormalige Evides-locatie aan de Jan de Oudeweg in het Toekomstbeeld te beschrijven als wonen aan het park. Argument 1: in het Toekomstbeeld is de locatie opgenomen als ‘park’, terwijl de ambitie is om hier zelfbouwwoningen voor een- en tweepersoonshuishoudens te realiseren. Constructief overleg heeft plaatsgevonden tussen de reclamant en de gemeente Delft. De gemeente onderschrijft dat er constructief overleg heeft plaatsgevonden over bovenstaande locatie. In de visiekaart (Toekomstbeeld) sorteren we voor op de bestemming ‘wonen’. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Het toekomstbeeld is hierop aangepast. Het verzoek is een visie op het realiseren van extra bedrijfsruimte al in het kader van de Omgevingsvisie te formuleren, en daarmee de realisatie van de werkambitie steviger in de visie te verankeren. Delft zet in op het realiseren van 10.000 extra banen in de periode 2018-2040. Hiervoor is de komende 10 jaar circa 100.000 m2 aan extra bedrijfsruimte nodig, met name voor de innovatieve maakindustrie. Extra bedrijfsruimte is niet alleen noodzakelijk voor brede werkgelegenheidsgroei en economische ontwikkeling, maar ook omdat er gaandeweg veel van is verdwenen in de afgelopen 15 jaar. Een inhaalslag is dus nodig, zeker nu de stad sterk groeit qua inwoneraantal. De ruimte hiervoor vinden we in zowel nieuwbouw, uitbreiding én in het vernieuwen, verduurzamen en versterken van onze voorraad kantoren, winkels en bedrijfsruimtes. Een groot gedeelte van de 100.000 m2 aan éxtra bedrijfsruimte komt vooral op specifieke plekken, zoals Schieoevers (onder andere Kabeldistrict), TU Campus Zuid, de 58
DSM Biotech Campus, Nieuw Delft, stationsgebied Delft Campus, maar ook op de Staalweg, en de Mijnbouwstraat. De beoogde groei vindt hoofdzakelijk plaats in die sectoren die toekomstbestendig zijn en aansluiten bij de nieuwe economie. Ter versterking van de wijkeconomie en het borgen van de duurzame vitaliteit van wijken bestemmen we op wijkniveau minimaal 10% van het nieuw te realiseren/te herontwikkelen bouwprogramma voor werk en maatschappelijke voorzieningen zoals zorg, cultuur en onderwijs. In de wijken maken we vooral ruimte voor stedelijk verzorgende economie (zoals dienstverlening, kleine ambachten, horeca en gemakswinkel/retail). Zelfs maakindustrie kan in lichte vorm en beperkte omvang landen in wijken. De ondergrens van 10% geldt op wijkniveau en mag op pandniveau verschillen. Economie en voorzieningen komen in de ‘haarvaten’ van de stad. Het type activiteit stemmen we daarbij af op de plek.
Aanpassing
De visie op het realiseren van extra bedrijfsruimte nemen we op in het kader van de Omgevingsvisie De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. In paragraaf 4.1 wordt is de tekst als volgt aangepast: 10.000 extra banen Delft zet in op het realiseren van 10.000 extra banen in de periode 2018-2040. Hiervoor is de komende 10 jaar circa 100.000 m2 aan extra bedrijfsruimte nodig, met name voor de innovatieve maakindustrie. Extra bedrijfsruimte is niet alleen noodzakelijk voor brede werkgelegenheidsgroei en economische ontwikkeling, maar ook omdat er gaandeweg veel van is verdwenen in de afgelopen 15 jaar. Een inhaalslag is dus nodig, zeker nu de stad sterk groeit qua inwoneraantal. De ruimte hiervoor vinden we in zowel nieuwbouw, uitbreiding én in het vernieuwen, verduurzamen en versterken van onze voorraad kantoren, winkels en bedrijfsruimtes. Een groot gedeelte van de 100.000 m2 aan éxtra bedrijfsruimte komt vooral op specifieke plekken, zoals Schieoevers (onder andere Kabeldistrict), TU Campus Zuid, de DSM Biotech Campus, Nieuw Delft, stationsgebied Delft Campus, maar ook op de Staalweg, en de Mijnbouwstraat. De beoogde groei vindt hoofdzakelijk plaats in die sectoren die toekomstbestendig zijn en aansluiten bij de nieuwe economie.
Levendige wijkeconomie Ter versterking van de wijkeconomie en het borgen van de duurzame vitaliteit van wijken bestemmen we op wijkniveau minimaal 10% van het nieuw te realiseren/te herontwikkelen bouwprogramma voor werk en 59
21b 21c
Samenvatting Beantwoording Samenvatting
21d
Beantwoording Samenvatting
Beantwoording 22: Woonbron 22a Samenvatting
Beantwoording
23: reclamant 23 23a Samenvatting Beantwoording
23b
Samenvatting
maatschappelijke voorzieningen zoals zorg, cultuur en onderwijs. In de wijken maken we vooral ruimte voor stedelijk verzorgende economie (zoals dienstverlening, kleine ambachten, horeca en gemakswinkel/retail). Zelfs maakindustrie kan in lichte vorm en beperkte omvang landen in wijken. De ondergrens van 10% geldt op wijkniveau en mag op pandniveau verschillen. Economie en voorzieningen komen in de ‘haarvaten’ van de stad. Het type activiteit stemmen we daarbij af op de plek. Het verzoek is de geformuleerde afwegingskaders voor initiatiefnemers toetsbaar te maken. Zie beantwoording zienswijze 8f. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om de sturingsfilosofie en monitoringsaanpak van de Omgevingsvisie voorafgaand aan de besluitvorming te formuleren, en daarmee inzichtelijk te maken hoe sturing op realisatie van doelen wordt bereikt. Zie beantwoording zienswijze 8f en 16h. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om in de monitoring en sturingsfilosofie in elk geval indicatoren op te nemen die betrekking hebben op de vraag naar en het aanbod van bedrijfsruimten, kantoren en winkels. Zie beantwoording zienswijze 8f en 16h. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Het verzoek is in de Omgevingsvisie aan te geven hoe de onderwijs- en leeromgeving wordt klaargemaakt om kwalitatieve groeivraagstukken (groeiende stad, vergrijzing, groeiende groep immigranten en statushouders, groeiende behoefte aan onderwijs en goed opgeleid onderwijs en zorgend personeel) het hoofd te bieden. Voor gebiedsontwikkelingen en wijkopgaven kijken we voor het Primair Onderwijs op wijkniveau naar de behoefte en het aanbod binnen het project. Het Voortgezet Onderwijs en het (Voortgezet) Speciaal Onderwijs is een stedelijke voorziening. Dit geldt dus ook voor de Internationale Schakelklas (ISK). Het huidige aanbod is veelal van oudsher ontstaan. Bij de gebiedsontwikkeling zullen we dus vroegtijdig ruimte claimen om de ambities van deze wijkoverstijgende voorzieningen te kunnen realiseren. Voor de concrete ambities verwijzen wij naar het Integraal huisvestingsplan onderwijs 2020-2035. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om naast de focus op de groei van de stad ook aandacht te geven aan de huidige tekortkomingen en de kansen die er zijn op verbeteringen. Op stadsniveau verwijzen we naar de ruimtelijke opgaven op pagina 52 waarin Delft de ontwikkelingen in de stad benoemt, waarmee de stad rijker, hechter en schoner gemaakt kan worden.
Voor de deelgebieden verwijzen we naar de uitdagingen per deelgebied (Hoofdstuk 5; de koers per deelgebied). De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is om de aanbevelingen uit de omgevingseffectrapportage serieus te verwerken in de 60
23c
Beantwoording Samenvatting Beantwoording
23d
Samenvatting
Beantwoording
23e
Samenvatting Beantwoording
23f
Samenvatting Beantwoording
Aanpassing
definitieve visie en het Omgevingsplan. Zie beantwoording 16f. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is meer aandacht te schenken aan het klimaatadaptief maken van de bestaande gebouwen, particuliere woningen en sociale woningbouw en de wijze waarop dit gefinancierd kan worden. Klimaatbestendigheid is niet alleen een opgave voor de overheid, maar zeker ook van burgers en private partijen. Bij nieuwbouw haken we aan op het convenant klimaatadaptief bouwen; voor bestaande bouw onderzoeken we op welke manier we spelregels kunnen opstellen bij onder meer onderhoudswerkzaamheden en met woningbouwcorperaties zetten we in op het opnemen van klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit in prestatieafspraken. Daarnaast zet de gemeente – onder meer in samenwerking met het Duurzaamheidscentrum De Papaver – in op bewustwording over de noodzaak voor private partijen om zelf maatregelen te nemen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie Het verzoek is in de visie meer aandacht te geven aan de kansen van de mobiliteitstransitie voor het vinden van ruimte voor gebouwen en natuur, wonen, werken en cultuur en kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving in de wijken. De kansen met betrekking tot de mobiliteitstransitie zijn verwoord op pagina 95 van de Omgevingsvisie. De concretere uitwerking is beschreven in het MPD.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is meer aandacht te geven aan circulariteit en wat dat betekent. De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Wat een circulaire economie is en wat het betekent voor Delft is verder uitgewerkt in ons beleid, waaronder de ‘Visie Circulaire Economie, naar een circulair Delft in 2050’. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Het verzoek is te verduidelijken wat het inhoudt dat Erfgoed in Delft overal in de stad “beleefbaar” is. Het erfgoed in Delft beperkt zich niet tot de binnenstad; elke plek in onze stad heeft een eigen (ontwikkel)geschiedenis, eigen verhalen en eigen erfgoed. Er zijn verschillende manieren waarop dat erfgoed beleefbaar gemaakt kan worden, dit is onder meer afhankelijk van het soort erfgoed en de redenen achter de wens om iets beleefbaar te maken. We besteden hier uitgebreid aandacht aan in Programma 2 van de Delftse erfgoednota. Een concreet voorbeeld in de genoemde gebieden zijn de teksten die op brugleuningen staan in de Harnaschpolder. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Op pagina 65 is de volgende aanpassing gedaan: Naast het behouden van het Delftse erfgoed, zetten we in op het versterken van deze positieve omgevingswaarde. Erfgoed in Delft is bekend en ‘beleefbaar’, waar je ook bent in de stad.
Door bij ruimtelijke ingrepen, herbestemmingen en gebiedsontwikkelingen bestaande kwaliteiten mee te wegen, 61
23g
Samenvatting Beantwoording
23h
Samenvatting Beantwoording
23i
Samenvatting
Beantwoording
krijgt de Delftse historie een waardevolle plek in de toekomst. Een concreet voorbeeld in de genoemde gebieden zijn de teksten die op brugleuningen staan in de Harnaschpolder. Door het erfgoed op deze manier in te zetten, levert het een bijdrage aan een aantrekkelijke, sterke stad, waar het goed wonen en verblijven is. Het verzoek is duidelijk te maken wie regie voert op de inrichting van de openbare ruimte en het meervoudig gebruik van de openbare ruimte. De gemeente voert in eerste instantie de regie op de openbare ruimte en het meervoudige gebruik hiervan. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is meer aandacht te geven aan sociale veiligheid van de openbare ruimte, met name met betrekking tot de stad-landverbindingen. De richtlijn Sociaal Veilig Ontwerp (SVO), met focus op de nieuw te ontwikkelen gebieden, zal onderdeel zijn van de aanpak bij alle nieuwe initiatieven (ook wanneer er nieuwe initiatieven in bestaande wijken worden ontplooid). Dit krijgt een nadere uitwerking in het Omgevingsplan. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is in de visie meer aandacht te schenken aan cultuur in relatie tot historie en toerisme en cultuur een plek te geven op het kaartmateriaal met de toevoegingen, gerelateerd aan de groei maar ook aan de huidige tekorten. 1.
Reclamant merkt op dat in de conclusies op pagina 52 cultuur niet voorkomt. Zie voor beantwoording vraag 3f. 2. Reclamant merkt op dat cultuur thuishoort in alle wijken. Cultuur kan die wijken daarmee ook verbinden door toegankelijker te worden voor alle Delftenaren. Zie voor beantwoording vraag 3b. 3. Reclamant vraagt om de definitie van cultuur breder te trekken dan enkel Historie. Zie voor beantwoording vraag 3a. 4. Reclamant stelt voor om in de uitwerking meer onderscheid te maken tussen de fysieke en bestaande componenten Historie en Erfgoed ten opzichte van nieuwe levende Cultuur. Zie voor beantwoording vraag 3a. 5. Reclamant merkt op dat een cultuurplan en financiering, een cultuurfonds, nodig is met het doel cultuur in alle wijken van de stad toegankelijk en aanwezig te maken. Zie voor beantwoording vraag 3c en 3e. 6. Reclamant merkt op dat ingezet wordt op 10% werk- en maatschappelijke voorzieningen maar nergens wordt een percentage aan cultuur in de wijk gekoppeld. Zie voor beantwoording vraag 3b. De zienswijze leidt ten dele tot aanpassing van de omgevingsvisie. 62
23j
Aanpassing Samenvatting Beantwoording
Aanpassing
23k
23l
Zie voorgestelde aanpassing bij 3f. Het verzoek is de conclusie dat het beleid in de binnenstad gecontinueerd moet worden te herzien. 1. Voor de invulling van de lege plekken zoals Gasthuisplaats en Prinsenhof maken we in afzonderlijke projecten nog nadere plannen. 2. Continuering beleid binnenstad betekent dat we het huidige beleid voortzetten (zie pagina 102104) De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. De conclusie van het Toekomstbeeld op pagina 52 hebben we als volgt aanpast:
Beantwoording
Continuering van het beleid in de binnenstad De binnenstad laten we in principe bestaan zoals deze is. De binnenstad blijft de compacte huiskamer van Delft waar men elkaar kan ontmoeten en is in 2040 beter bereikbaar, leefbaarder en levendiger. Het cultuuraanbod en de cultuurvoorzieningen zijn onderscheidend en hoogwaardig. Tussen culturele voorzieningen in de binnenstad en in de wijken bestaat een gezonde wisselwerking, waardoor cultuur in Delft laagdrempelig toegankelijk en inclusief is. Er is extra oog voor het verduurzamen van waardevol erfgoed en het ontwerpen en onderhouden van een buitenruimte die, passend bij het historische centrum, meer gericht is op de voetganger en ontmoeting. Het verzoek is het innovatieve karakter van Delft in bestaande wijken beter te benutten voor onder meer het realiseren van arbeidsplaatsen en de leefbaarheid. Feitelijk doen we dit al. Er ligt nog wel een uitdaging om Delft als innovatieve en creatieve maakstad in vooral bestaande wijken te versterken. Dit krijgt aandacht in het te actualiseren cultuurkader. Dan gaat het om beschikbare ruimte, maar ook om ontmoeting en samenwerking mogelijk maken tussen innovatie, design en andere creatieven en culturele makers.
Gedacht kan worden aan een combinatie van ruimte voor makers (productionele cultuurvoorzieningen/creatieve bedrijvigheid/kunstenaars) en plekken om op te treden en te exposeren (consumptieve voorzieningen). Wanneer die in verbinding staan met de culturele identiteit van een gebied of wijk is dat een investering in de toekomstbestendigheid van de cultuursector, in aantrekkelijke nieuwe gebieden en wijken en in de profilering van Delft als creatieve en innovatieve cultuurstad. In de uitvoeringsagenda van het Cultuurkader Delft 2021-2030 zetten we dan ook in op het verder ontwikkelen van (broedplaatsen)beleid om creatieven aan te trekken en vast te houden. In de gebiedsontwikkeling Schieoevers hebben we aandacht besteed aan het creëren van broedplaatsen.
Samenvatting
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Het verzoek is om ten behoeve van de gezondheid van de inwoners van Delft het plan voor de Schieoevers Noord aan te passen met betrekking tot de hoge dichtheden; minder hoog en minder
Samenvatting
63
Beantwoording
23m
Samenvatting Beantwoording Aanpassing
23n
Samenvatting Beantwoording
23o
Samenvatting
23p
Beantwoording Samenvatting
woningen en meer woningen toe te voegen in de naoorlogse wijken Voorhof, Buitenhof, Tanthof en de ruimte van de Provincialeweg te benutten voor woningen en werkplaatsen. Schieoevers Noord is aangewezen als transformatiegebied met de mogelijkheid om te verdichten. De aspecten gezondheid en veiligheid nemen we nadrukkelijk mee in de verdere uitwerking hiervan. Dat laat onverlet dat we elders in de stad ook mogelijkheden van verdichting onderzoeken en zo mogelijk ook benutten. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is aan te geven wie de andere organisaties zijn naast de TU waar Delft de stad verder mee wil ontwikkelen. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Op pagina 73 van de Omgevingsvisie passen we de volgende zinsnede aangepast: “Waar mogelijk stimuleren en faciliteren we deze behoefte aan collectieve woonvormen met of zonder zorg. Dit doen we samen met de Delftse woningcorporaties, zorgpartijen, welzijnsorganisaties, ontwikkelaars, architecten, beleggers en de TU Delft”. Het verzoek is aan te geven welke plannen er zijn voor ontwikkeling van woningen, in welke categorie en waar die te vinden zijn op de kaart. De Omgevingsvisie beperkt zich tot de hoofdlijnen. Jaarlijks brengt de gemeente Delft de Woonmonitor uit.
Hierin houdt de gemeente bij welke woningen zijn bijgebouwd en welke er de komende jaren nog zullen worden bijgebouwd. De woonmonitor 2020 vindt u op het raadsinformatiesysteem. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is in de visie aan te geven waarom hoogbouw wenselijk is, wat er onder hoogbouw verstaan wordt en wat de kwaliteitsaspecten van hoogbouw in Delft zijn. Zie beantwoording zienswijze 8i. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is te onderbouwen hoe de transformatiegebieden en wijkversterkingsgebieden gekozen zijn. Er moet meer actie en aandacht naar de transformatielocaties en dat zijn er veel meer dan in de visie voorkomen. Argument 1: Bij de transformatiegebieden ontbreken de kleine locaties, zoals het Gele Scheikunde-complex, de Gasthuisplaats, het Prinsenhof en Agathaplein, DSM Oost, Van der Lee en de Provincialeweg. Argument 2: Bij de wijkversterkingsgebieden is de vraag waarom niet de hele Buitenhof wordt aangemerkt en TU Noord/Wippolder er niet bij staat, terwijl daar een aantal voormalige TU-gebouwen veel kans bieden voor 64
zowel werkgelegenheid, voorzieningen/cultuur en wonen.
Beantwoording
23q
Samenvatting Beantwoording Aanpassing
23r
Samenvatting Beantwoording
Argument 3: DSM oost kan ook als ontwikkellocatie genoemd worden. Ook DSM zou daarbij de ontwikkelaar kunnen zijn van voorzieningen die passen bij de veiligheidsaspecten en milieueisen die voor het DSM-terrein noodzakelijk zijn. De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Op pagina 74 zijn de drie grootste transformatiegebieden opgenomen. In deze gebieden zien we de meeste kansen om de verstedelijkingsopgaven te realiseren in combinatie met een kwaliteitsimpuls. Dit neemt niet weg dat er nog meer kleinere transformatiegebieden zijn in Delft. De wijkversterkingsgebieden zijn gekozen op basis van integrale opgaven met betrekking tot het fysieke-, sociale en veiligheidsdomein in die gebieden. Omdat we niet alle buurten tegelijk kunnen aanpakken, hebben we prioriteit gegeven aan de meest kwetsbare gebieden. Zie voor een uitgebreidere onderbouwing de ‘Stedelijke ontwikkelstrategie gebiedsontwikkeling, Gebiedsontwikkeling Delft (vastgesteld mei 2019)’. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is inhoudelijk te refereren aan de visie van de Buytenhout en de daar door een burgeninitiatief ontwikkelde Omgevingsvisie. De gemeente staat achter de visie Buytenhout en refereert graag aan deze visie in de Omgevingsvisie. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Op pagina 117 van de Omgevingsvisie voegen we de volgende zinsnede toe: De gemeente heeft deze twee visies ondertekend en daarmee zijn deze visies het uitgangspunt voor de buitengebieden. Het verzoek is in de visie uit te leggen hoe Delft gaat investeren om de positie van Delft als cultuurstad te versterken dan wel te behouden. Op pagina 64 staat het volgende: Om de positie van de cultuurstad te versterken, investeert Delft in kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen en onderscheidend cultuuraanbod, en in verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. Hiermee is op hoofdlijnen en in algemene bewoordingen aangegeven waarop we investeren. Hoe en waarmee de investering plaatsvindt, geven we inderdaad niet aan. Hiervoor zijn in de komende jaren naar verwachting aanvullende middelen nodig. Echter is nog niet duidelijk hoeveel en of die beschikbaar zijn. De komende jaren is het nodig om een integraal plan te ontwikkelen op cultuur in de fysieke ruimte met een duidelijke referentienorm voor ruimte die ingezet wordt voor cultuur en daarbij in de tijd een financiële vertaling. 65
23s
Aanpassing Samenvatting Beantwoording
24: Prorail 24a Samenvatting
Beantwoording
25: Provincie ZuidHolland 25a Samenvatting
Beantwoording
25b
Samenvatting
De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Zie beantwoording 3a. Het verzoek is Delfts Doen uit te breiden met toetsingscriteria, waarin ook duidelijk wordt hoe getoetst wordt als de gemeente zelf initiator is voor plannen. Bovenstaande werken we uit in het participatiebeleid. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. ProRail verzoekt om bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in ruimtelijke plannen – zoals het omgevingsplan en omgevingsvergunningen – rekening te houden met de belangen van ProRail en het spoorwegverkeer. Het gaat hierbij onder meer om milieusaspecten (spoorweglawaai, trillingen en externe veiligheid) en de stabiliteit van de spoorbaan. Daarnaast wijst ProRail erop dat de Omgevingsvisie ook betrekking heeft op gronden die eigendom zijn van Railinfratrust B.V./Prorail B.V. en dat deze gronden – zonder nadrukkelijke toestemming van ProRail – niet mogen worden gebruikt. ProRail wijst er verder op dat voor het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de spoorbaan een vergunning nodig is op grond van artikel 19 van de Spoorwegwet en dat die vergunning alleen kan worden verkregen als ProRail daarmee instemt. De zienswijze van ProRail heeft geen betrekking op de Omgevingsvisie, maar op ruimtelijke plannen die in de toekomst worden opgesteld (zoals het omgevingsplan en omgevingsvergunningen).
Hierbij zullen we – zoals ProRail verzoekt –uiteraard rekening houden met de belangen van ProRail en het spoorwegverkeer. Bij het maken van de plannen vindt afstemming plaats met ProRail. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie.
Het verzoek is het kwaliteitsniveau voor de buitenruimte nader te beschrijven en in te zetten op een hogere ambitie dan het behouden van minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau voor de buitenruimte in en om de stad voor mens, plant en dier op minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau houden als nu. Zoals bijvoorbeeld in de Schiezone, waar met reclamant een hogere ambitie is afgesproken. In de visie hebben we opgenomen dat de openbare ruimte het visitekaartje is van de stad waar het ook in de toekomst prettig wonen en leven is voor mens, plant en dier. Het genoemde beeldkwaliteitsniveau refereert aan het beheer en onderhoud van de openbare ruimte waarvoor het beeldkwaliteitsniveau is vastgelegd. Voor de binnenstad is dit CROW beeldkwaliteitsniveau B, en voor de overige delen van de stad (waaronder Schieoevers) CROW beeldkwaliteitsniveau C. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Het verzoek is de termen Landschapspark Zuidvleugel en Schiezone te noemen in de Omgevingsvisie en 66
te verbinden aan de thema’s: • Bereikbaarheid naar het buitengebied verbeteren • Biodiversiteit bevorderen • De groene buitengebieden beter beleefbaar maken Het Landschapspark Zuidvleugel wordt een aantrekkelijk stedelijk landschap. De provincie werkt hier de komende jaren aan in 6 regioprojecten: de Rotte, Schie, Vliet, Oude Rijn, Zweth en het Getijdenrivierengebied XL vanaf de Drechtsteden tot de kust. Samen met gemeenten, inwoners, belanghebbende organisaties en bedrijven zet de provincie zich in deze regioprojecten in voor een gezonde, aantrekkelijke en mooie leefomgeving.
Beantwoording
Aanpassing
25c
Samenvatting
Het verzoek is de volgende groenverbindingen op te nemen op het kaartmateriaal: Op pagina 81 ontbreken de volgende gewenste groenverbindingen op de tekening: • Verbinding in het verlengde van het Mekelpark (Via Academia) • Verbinding in het verlengde van de Schieweg • Verbinding in het verlengde van de Tanthofkade • Verbinding in oostwest-richting tussen Abtswoudse Bos, Ackerdijkse Bos en Ackerdijkse Plassen over Schie en over A13 Het landschapspark is niet als zodanig opgenomen. In de paragraaf Schieoevers Noord leggen we hier een link mee door aan te geven dat Schieoevers onderdeel uitmaakt van het landschapspark Schie. De pijlen op de kaart zijn indicatief en verwijzen naar de relatie tussen stad en haar omgeving. Daarin zijn de verbindingen weergegeven die door reclamant zijn opgenomen, met uitzondering van de oostwestverbinding. Deze is wel in de visie van het bijzonder provinciaal landschap opgenomen. Wenselijk is om deze ook op de kaart weer te geven De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. Aanpassing op pagina 112: Schieoevers maakt onderdeel uit van het landschapspark Schie. Aanpassing op pagina 82: Op kaartbeeld groen-blauwstructuren de oost-westverbinding opnemen ter hoogte van Ackerdijkse Bos. Het verzoek is te benoemen dat de Schie ook de provinciale erfgoedlijn Trekvaarten vormt.
Argument: De Schie is, aldus onze Cultuurhistorische Hoofdstructuur, een waardevol landschappelijk lijnelement. Deze historische vaarweg heeft op veel plekken nog een herkenbaar jaagpad en erlangs gelegen 67
Beantwoording
25c*
Samenvatting
Beantwoording Aanpassing
25d
Samenvatting
Beantwoording
bijbehorende monumenten. In de provinciale Omgevingsvisie is voor de historische vaarwegen opgenomen dat zij de uitstraling van regionale landschappelijke dragers hebben. Er is aandacht nodig voor zicht op en vanaf het water. De oevers zijn waar mogelijk openbaar toegankelijk. Er is geen ruimte voor verdere verdichting en privatisering van de oevers, daar waar geen watergebonden bedrijven kunnen komen. Daarnaast moeten ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied bijdragen aan de versterking van het (rustige) karakter van de kanalen en vaarten. Delft onderschrijft de historische waarde van de Schie als trekvaart en de plek van de Schie in de historische omgeving. Om deze reden is de Schie op pagina 43 als historische vaart verbeeld. Gelet op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie is er niet voor gekozen aanvullend nog andere benamingen op te nemen. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de Omgevingsvisie. Het verzoek is een toelichting op de Erfgoednota 2020-2030 op te nemen, zoals: “De nieuwe nota richt zich vooral op het behouden, delen en voor iedereen beleefbaar maken van het erfgoed. Het benadrukt het belang van cultuurhistorie in de stad.
De gemeente kan met de nieuwe nota monumenten en archeologische vindplaatsen goed blijven beschermen, onderzoek naar erfgoed blijven doen om het verhaal van de stad steeds verder in te vullen en met partners binnen en buiten de stad het erfgoed onderhouden en beheren.” De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de Omgevingsvisie. 4.2.1 is aangepast. Paragraaf 4.2.1 Erfgoed en historie is als volgt aangepast: Naast het behouden van het Delftse erfgoed, zetten we in op het versterken van deze positieve omgevingswaarde. Erfgoed in Delft is bekend en ‘beleefbaar’, waar je ook bent in de stad. Door bij ruimtelijke ingrepen, herbestemmingen en gebiedsontwikkelingen bestaande kwaliteiten mee te wegen, krijgt de Delftse historie een waardevolle plek in de toekomst. Een concreet voorbeeld in de genoemde gebieden zijn de teksten die op brugleuningen staan in de Harnaschpolder. Door het erfgoed op deze manier in te zetten, levert het een bijdrage aan een aantrekkelijke, sterke stad, waar het goed wonen en verblijven is. Erfgoed vormt bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, samen met de kernwaarden technologie, innovatie en creativiteit, een integraal onderdeel van de planvorming. Het verzoek is om de plannen om het doorgaand autoverkeer te weren door te werken met inprikkers af te stemmen met de andere wegbeheerders.
Argument: door te werken met inprikkers wordt het drukker op het hoofdwegennet (rijks en provinciaal). Ongewenste effecten hiervan worden nu doorgeschoven naar de andere wegbeheerders. Hier gaat het om de N470. We willen met deze structuur juist bewerkstelligen dat minder mensen kiezen voor de auto, maar voor 68
25e
Samenvatting
Beantwoording Aanpassing 25f
Samenvatting
bijvoorbeeld de fiets. De auto blijft echter belangrijk voor met name het ontsluiten van economische hotspots, die voor een groot deel liggen in de nabijheid van de N470. De effecten van al deze ontwikkelingen proberen we in beeld te brengen in een gezamenlijke studie naar de N470. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Het verzoek is om onder paragraaf 3.4 de blijvende functie van de Schie als belangrijke vaarweg voor het vervoer van bulkgoederen te benoemen en een nadere uitwerking/nadere duiding voor de bereikbaarheid over water voor goederen- en personenvervoer toe te voegen. Water is niet alleen een identiteitsdrager en geschikt voor recreatieve functies, maar is in het geval van de Schie ook een middel voor bulkvervoer. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. Op p 43 onder de kaart waterstructuren is toegevoegd: .. wonen, werken en recreëren. De Schie is daarnaast ook een middel voor bulkvervoer. Het verzoek is om een nadere toelichting te geven hoe de ambities om innovatieve maakindustrie, maatschappelijke functies, woningen in gebiedsontwikkelingen gerealiseerd kunnen worden, rekening houden met de dilemma’s.
Ad 1: De Omgevingsvisie geeft Delft een 6-tal dilemma’s, waaronder: • Concurrerende ruimteclaims: ruimte voor wonen EN ruimte voor innovatie en bedrijvigheid EN een stedelijk voorzieningenniveau EN openbare ruimte EN duurzaamheidsopgave • Het mengen van wonen en werken EN het behouden van een prettig, gezond en veilig woon en leefklimaat EN behouden ruimte voor bedrijfsvoering Er mag meer gezegd wordt over de plannen voor “Werken" en niet alleen over “Wonen”. In de Omgevingsvisie wordt gesproken over 10% “werkaandeel” bij toekomstige plannen. Wij zijn benieuwd hoe dit uitwerkt en of de juiste werkfuncties ook daadwerkelijk in gebiedsontwikkeling worden gerealiseerd met nadruk op betaalbare bedrijfsruimte. Wij zijn ook benieuwd hoe dat regionaal optelt, omdat meerdere gemeente in willen zetten op woon-werkmilieus. Ad 2: Verzocht wordt om Schieoevers Zuid als regionale locatie HMC/watergebonden te benoemen. Er wordt bedrijventerrein getransformeerd en er komt deels ook weer werk voor terug. Het gevolg is dat minder ruimte overblijft voor bedrijven uit de hoge milieucategorie. Delft heeft echter ook de ambitie om Schieoevers Zuid beter te benutten. Ad 3: 69
Beantwoording
Reclamant attendeert de gemeente erop dat wanneer door toevoeging van woningen gronden niet meer gebruikt kunnen worden voor bedrijven, bij een bestemmingsplan of omgevingsplan een onderbouwing opgenomen moet worden, waaruit blijkt dat er voldoende kwantitatieve- en kwalitatieve bedrijven uit de milieucategorie 3 of hoger in de regio overblijven, voordat hiervan af kan worden gezien. Dit is een uitwerking die een plek zal krijgen in het omgevingsplan. In algemene zin geldt dat we aan de hand van een aantal principes en uitgangspunten toezien op integraal ontwerp bij gebiedsontwikkeling. Enkele van deze uitgangspunten zijn onder meer het beter benutten van bestaande ruimte (denken in kubieke meters en functiemenging in plaats van vierkante meters en monofunctioneel gebruik), de 10%norm voor niet-wonen functie per wijk (bij gebiedsontwikkelingen moet op wijkniveau minimaal 10% van het te realiseren nieuwe bouwoppervlak worden gereserveerd voor werk, cultuur en/of maatschappelijke voorzieningen), en daarnaast de programmering van functies nauw aan te laten sluiten bij de opgaven en context van de wijk of het gebied in kwestie. Ad 1: Dit is een uitwerking die een plek zal krijgen in het omgevingsplan. In algemene zin geldt dat we per wijk/gebied ruimte reserveren voor bedrijvigheid passend bij de opgaven en context van de plek in kwestie.
Ad 2: De functie van Schieoevers Zuid zullen we specifieker aanduiden. Ad 3: Dit is ons bekend.
Aanpassing
25g
Samenvatting
De zienswijze leidt wel tot aanpassing van het plan. Schieoevers Zuid definiëren we in de aangepaste tekst als gemengd bedrijventerrein met een specifiek vestigingsmilieu voor waterverbonden bedrijvigheid en bedrijvigheid met een hogere milieucategorie (HMC). Het verzoek is visie en de woningbouwprogrammering aan te sluiten bij de regionale woonvisie en de gemaakte afspraken. De aantallen, zoals het aantal en percentage nieuw te bouwen sociale woningen dat in deze ontwerp Omgevingsvisie opgenomen, moeten in lijn liggen – of zo nodig worden gebracht – met de afspraken die hierover zijn/worden gemaakt met partners in de regio. Argument: Momenteel wordt in de woningmarktregio Haaglanden, gezamenlijk met de Sociale Verhuurders 70
Beantwoording
25h
Samenvatting
Beantwoording
Aanpassing
25i
Samenvatting
Beantwoording Aanpassing
Haaglanden, de Samenwerkende Huurdersorganisaties Haaglanden en de provincie, gewerkt aan het vormgeven van nieuwe Woningmarktafspraken Haaglanden voor de periode 2021-2030. De kern van deze afspraken is dat er voldoende woningvoorraad is in de regio, met speciale aandacht voor voldoende sociale woningbouw die beter gespreid wordt over Haaglanden. Het woningbouwprogramma van Delft stemmen we vanzelfsprekend af met de Regionale Woningmarktafspraken Haaglanden De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. De zienswijze is ongegrond. Het verzoek is om in de 10 keuzes klimaatadaptatie scherper te benoemen en de verbinding te leggen met het Convenant Klimaat adaptief bouwen. In het hoofdstuk “Gezond en Goed leven” wordt onder meer ingegaan op de binnenstedelijke verdichting. Het zou van toegevoegde waarde zijn om juist daar wat op te merken over het belang van klimaatadaptief bouwen. Klimaatadaptatie maakt onderdeel uit van de Omgevingsvisie en is op meerdere plekken opgenomen. In het hoofdstuk Gezond en goed leven (H4.3) leggen we nadrukkelijk de link met het realiseren van een leefomgeving die robuust is tegen klimaatverandering en waarbij natuurgerichte maatregelen prevaleren ten opzichte van technische oplossingen. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Op pagina 81 onder 'biodiversiteit' is de volgende tekst toegevoegd: Delft wil een leefomgeving die robuust is tegen klimaatverandering en die bijdraagt aan functionele biodiversiteit. Natuurlijke oplossingen prevaleren daarom ten opzichte van technische oplossingen bij het treffen van maatregelen om klimaatbestendig te bouwen. Delft hanteert het principe ‘groen of natuurinclusief, tenzij’. Het verzoek is om in de Omgevingsvisie Delft invulling te geven aan de synergie tussen boven- en ondergronds ruimtegebruik, door middel van toelichtingen (in) hoe(verre) de kwaliteiten van bodem en ondergrond (kunnen) bijdragen aan het realiseren van alle 6 opgaven van de Delftse koers (refererend aan de alinea ‘Ondergrond’ op pagina 83 van de concept Omgevingsvisie). In de Omgevingsvisie verwijzen we niet heel concreet naar de synergie tussen boven- en ondergronds ruimtegebruik. De zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie Aanpassing tekst, pagina 83 onder 'ondergrond': De ondergrond gaan we zodanig ordenen dat daar ruimte blijft voor toekomstige nieuwe functies. Verstedelijking en economische groei leggen druk op de draagkracht van de (onder)grond. Denk hierbij aan opgaven als vervanging van nutsvoorzieningen (energietransitie), aanpassingen aan het klimaat (klimaatadaptatie) en behoud van eigenschappen van de ondergrond (waarborgen van duurzaam gebruik).
Deze opgaven, die elk bijdragen aan de opgaven in deze Omgevingsvisie, dwingen tot het zoeken naar balans tussen benutten en beschermen van de ondergrond. Ingrepen in de ondergrond zijn 71
vaak moeilijk omkeerbaar: verstoorde bodemsystemen herstellen zich soms nooit, een tunnel vormt – eenmaal aangelegd – een obstakel bij de realisatie van andere boven- én ondergrondse opgaven. Met behulp van inzicht in de eigenschappen en goede (3D-)ordening kunnen we de ruimte onder het maaiveld optimaal betrekken bij de realisatie van deze opgaven. Het bodemgrondwatersysteem ontwikkelt zich onafhankelijk van menselijk ingrijpen. Een voorbeeld hiervan is verzilting: een proces dat bij een stijgende zeespiegel onvermijdelijk optreedt. Er vindt autonome bodemdaling van veengrond plaats. Daarnaast is er sprake van extra bodemdaling bij droogte en door belasting door bebouwing. Daling door inklinking en oxidatie van veengrond en kleigrond, maar ook door verdroging, kan afgeremd worden door de bodem als spons te laten fungeren. Daarbij is het van belang dat verharding zoveel als mogelijk wordt voorkomen. Wateroverlast als gevolg van neerslag (piekbuien of langdurige natte perioden), verzilting, zeespiegelstijging en risico op oxidatie van veen maken een actief management van grondwaterstand voor Delft cruciaal. Met aspecten als bodemdaling en verontreinigingen moeten we rekening houden bij de invulling van de maatschappelijke opgaven. De ondergrond met wat daar al aanwezig is, stelt hier voorwaarden aan.